dinsdag 30 juni 2009

The Mars Volta - Octahedron

Iedere plaat die The Mars Volta sinds haar debuut De-Loused In The Comatorium uit 2003 heeft gemaakt, wordt in recensies omschreven als de meest toegankelijke plaat van de band tot dusver. Een bewering die keer op keer met een flinke korrel zout moest worden genomen, want toegankelijk is in het geval van The Mars Volta een zeer relatief begrip. De band die aan het begin van de jaren 90 werd gebouwd op de ruines van het legendarische At The Drive-In maakt tot dusver muziek waar je vanwege het eclectische karakter tegen moet kunnen, maar die als je er tegen bent opgewassen veel moois te bieden heeft. Met het nu verschenen Octahedron heeft The Mars Volta, je raadt het al, haar meest toegankelijke plaat tot dusver gemaakt. Een bewering die voor de afwisseling nu wel eens op gaat, want Octahedron is voor The Mars Volta begrippen een zeer toegankelijke plaat. Zeker wanneer je de plaat vergelijkt met de loodzware voorganger The Bedlam In Goliath, wat mij betreft de minst toegankelijke plaat die de band tot dusver heeft uitgebracht. Octahedron wordt door The Mars Volta zelf haar akoestische album genoemd. Een vlag die de lading maar zeer ten dele dekt, want hoewel Octahedron absoluut zijn ontspannen en akoestische momenten kent, vliegt de band ook op haar nieuwe plaat geregeld flink uit de bocht en wordt ook muziek waar door menigeen het etiket metal op zal worden geplakt niet geschuwd. Waar de band in het verleden maar zelden gas terug nam, bevat Octahedron relatief veel ingetogen momenten en ook relatief veel songs die zonder al te grote inspanning tot je genomen kunnen worden. De invloeden uit de Zuid-Amerikaanse muziek zijn op Octahedron vrijwel volledig verdwenen en ook free-jazz en metal hebben genoegen moeten nemen met een minder prominente rol dan in het verleden. Met name de invloeden uit de prog-rock en de psychedelica hebben geprofiteerd van de koerswijziging op Octahedron, al is de muziek van The Mars Volta nog altijd veel te eigenzinnig om in één van beide hokjes te passen. Octahedron is een aangename plaat met voldoende scherpe randjes om ook op langere termijn te kunnen boeien. Een plaat die anders klinkt dan de vorige platen van de band, al is één ding gelukkig niet veranderd: ook op Octahedron kunnen we genieten van het briljante gitaarspel van Red Hot Chili Peppers gitarist John Frusciante. Het is de slagroom op een smakelijke en voor de afwisseling eens niet erg zwaar op de maag liggende taart. Erwin Zijleman

maandag 29 juni 2009

Passion Pit - Manners

Popmuziek en het weer hebben van alles met elkaar te maken. Wanneer de temperatuur ruim boven de 20 graden komt en de zon tijdelijk overuren maakt, bevalt van melancholie overlopende singer-songwriter muziek opeens een stuk minder dan voorheen en ontstaat een nauwelijks te onderdrukken behoefte aan lichtvoetige en zonnige popmuziek. Muziek zoals die bijvoorbeeld wordt gemaakt door het uit het Amerikaanse Boston afkomstige Passion Pit. Passion Pit maakt op haar debuut Manners bijzonder aangename elektronische popmuziek waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden. De muziek van de Amerikanen wordt op het Internet vergeleken met die van Animal Collective en Mercury Rev, maar is wat mij betreft toch een stuk minder hoogdravend. Manners klinkt wat mij betreft meer als het elektronische broertje van MGMT, als het serieuze broertje van Scissor Sisters of als het beste uit de elektronische popmuziek uit de jaren 80 en 90 verenigd in één band. Passion Pit maakt aanstekelijke en warmbloedige popmuziek die na één keer horen voorgoed in je hoofd zit. Hoewel ik normaal gesproken niet zoveel heb met synthpop blijkt Manners van Passion Pit tot dusver behoorlijk onweerstaanbaar. Waar toch enigszins vergelijkbare bands als Justice en Daft Punk wat mij betreft aanvoelen als een ijzige koude bries op een warme zomerdag, is de dansbare muziek van Passion Pit de warme mistral wind die de temperatuur nog iets verder opdrijft. Waar in de synthpop vaak de eenvoud tot kunst is verheven, zit de muziek van Passion Puit verschrikkelijk knap in elkaar en zitten de arrangementen vol avontuur. Ook de wijze waarop de vervormde vocalen zijn opgenomen draagt bij aan het even aanstekelijke als fraaie resultaat. Net als bijvoorbeeld Hot Chip maakt Passion Pit elektronische muziek die niet alleen direct lekker in het gehoor ligt, maar ook vele luisterbeurten later de fantasie nog blijft prikkelen. De band put hierbij absoluut uit de archieven van de jaren 80 en 90, maar borduurt zeker niet fantasieloos door op de erfenis van deze momenteel zo uitgemolken decennia. Passion Pit heeft met Manners een plaat gemaakt die een warme zomerdag nog wat mooier maakt, maar die ook genoeg te bieden heeft voor de regenachtige zomerdagen, gure herfstochtenden en koude winteravonden die nog komen gaan. Erwin Zijleman

zondag 28 juni 2009

Wilco - Wilco

De nieuwe cd van Wilco heet simpelweg Wilco, hier en daar voorzien van de toevoeging (The Album). Titelloze albums zijn vaak debuten of platen die een nieuwe fase in de carrière van een band inluiden, maar beiden heeft Wilco al lang achter zich liggen. Wilco debuteerde ruim 14 jaar geleden met A.M., waarop de band nog stevig voortborduurde op het geluid van het roemruchte Uncle Tupelo waaruit het ontstond, en zette de wereld zes jaar later compleet op zijn kop met het onvolprezen en behoorlijk experimentele Yankee Hotel Foxtrot. Wilco, dat voor het gemak opent met Wilco (The Song), laat zich beluisteren als een verzamelaar van het werk van de band, maar dan met louter gloednieuwe songs. Op de zevende studioplaat van de band komt eigenlijk alles dat de vorige platen van de band rond voorman Jeff Tweedy zo aangenaam en bijzonder maakte nog eens voorbij. Er is oerdegelijke rootsrock, intieme alt-country en zonnige powerpop, maar ook de experimentele kant van Wilco wordt op de nieuwe plaat van de band niet vergeten, al zijn de toegankelijke popsongs op Wilco duidelijk in de meerderheid. Door het gevarieerde aanbod en het betrekkelijk lichtvoetige karakter van veel van de songs, maakt Wilco niet zoveel indruk als de band’s artistieke meesterwerk Yankee Hotel Foxtrot of het prachtige Being There, dat wat mij betreft de beste plaat van de band is, maar ook deze titelloze plaat van Wilco is er weer een van een niveau dat maar door weinig bands wordt gehaald. Wilco kent een aantal wat zwakkere momenten, maar hiertegenover staan momenten die behoren tot het beste dat de band tot dusver heeft opgenomen. De nieuwe Wilco heeft, net zoals zo ongeveer alle andere platen van de band, wat tijd nodig om te groeien, maar wanneer je deze plaat eenmaal een paar keer hebt gehoord zal het aantal favorieten per luisterbeurt stijgen. Wilco is zeker niet de beste cd van deze inmiddels legendarische band, maar het is nog altijd een cd die een keurig rapportcijfer verdient en bovendien een stuk beter is dan het merendeel van de overige releases van het moment. Erwin Zijleman

The Low Anthem - Oh My God, Charlie Darwin

Oh My God, Charlie Darwin van de Amerikaanse band The Low Anthem kreeg vorig jaar al veel aandacht op de verschillende alt-country sites en wist hier en daar zelfs de jaarlijstjes te halen. Een opvallend gegeven voor een plaat die tot dusver slechts in een zeer kleine oplage en in eigen beheer werd uitgebracht. Met de officiële Europese release van de plaat van de band uit Providence, Rhode Island, komt de muziek van The Low Anthem nu binnen het bereik van een veel groter publiek en dat is fantastisch nieuws. Oh My God, Charlie Darwin blijkt immers direct bij eerste beluistering een in alle opzichten fascinerende plaat. The Low Anthem opent Oh My God, Charlie Darwin betrekkelijk voorzichtig met twee songs die bijna net zo lieflijk klinken als het werk van Simon & Garfunkel, maar wel zijn voorzien van hemeltergend mooie muzikale accenten, maar vervolgens trekt de band alle registers open en worden we getrakteerd op een aantal rauwe en rammelende tracks waarin ruimte is voor zeer uiteenlopende invloeden uit de traditionele Amerikaanse rootsmuziek. Muziek die ergens tussen The Seeger Sessions van Springsteen en het toegankelijkere potten en pannen werk van Tom Waits in zit, maar ook raakvlakken heeft met de muziek van tal van andere smaakmakers in het genre. In de tracks die volgen blijft The Low Anthem de luisteraar op het verkeerde been zetten in songs die variëren van bijna lieflijke countrysongs tot rauwe songs waarin de belangrijkste invloeden uit de blues en de gospel komen. Hoe gevarieerd de muziek van The Low Anthem ook is; de kwaliteit is van een bijzonder constant niveau. Een niveau dat maar door heel weinig bands gehaald wordt, want wat is de muziek van The Low Anthem overrompelend en vooral wonderschoon. Oh My God, Charlie Darwin is een plaat die je maar één keer hoeft te horen om er voorgoed van te houden. De muziek van de band is diep geworteld in de traditionele Amerikaanse muziek, maar klinkt wat mij betreft niet alleen oorspronkelijk, maar ook net zo eigentijds als die van het vorig jaar zo bejubelde Fleet Foxes. The Low Anthem trekt op Oh My God, Charlie Darwin een heel arsenaal aan instrumenten uit de kast en hoewel dit zeker bijdraagt aan de betoverende werking van deze plaat, valt de muziek van de band toch vooral op door zijn puurheid en eenvoud. Oh My God, Charlie Darwin van The Low Anthem is een ontroerende plaat waarop schoonheid, emotie en avontuur hand in hand gaan. Waarschijnlijk de beste rootsplaat van 2008 krijgt dit jaar de zo verdiende herkansing. Waar dit gaat eindigen is me inmiddels wel duidelijk, maar luister vooral zelf naar deze volstrekt unieke plaat voor jouw persoonlijke oordeel. Erwin Zijleman

Piers Faccini - Two Grains Of Sand

Piers Faccini heeft Italiaans en Engels bloed, maar woont al bijna zijn hele leven in Frankrijk. Hij debuteerde drie jaar geleden met het prachtige Tearing Sky; een plaat waarop Piers Faccini afwisselend klonk als een jonge Tom Waits en als Jeff Buckley, maar ook op fraaie wijze aan de haal ging met invloeden uit de Afrikaanse muziek. Tearing Sky behoorde wat mij betreft tot de betere debuten van 2006, maar de plaat kreeg, ondanks de steun van Ben Harper en bijdragen van zijn band The Innocent Criminals, helaas nauwelijks aandacht. De een jaar later verschenen opvolger Leave No Trace kreeg zo mogelijk nog minder aandacht en werd in Nederland niet eens uitgebracht, waardoor ik de plaat zelf ook heb gemist helaas. Een maand of twee geleden verscheen de derde plaat van Piers Faccini, Two Grains Of Sand, en ook deze plaat wordt tot dusver vrijwel genegeerd. Het is werkelijk doodzonde, want ook hetgeen dat Piers Faccini op zijn derde plaat laat horen is weer van grote klasse. Two Grains Of Sand valt op door popsongs die bijzonder lekker in het gehoor liggen, maar veel complexer in elkaar zitten dan je op het eerste gehoor zult vermoeden. Popliedjes zoals Nick Drake en Jeff Buckley ze ooit maakten en zoals een singer-songwriter als Damien Rice ze nog steeds maakt. Wel klinken de songs van Piers Faccini wat minder zwaar en is het muzikale palet dat de Brits-Italiaanse Fransman bestrijkt aanmerkelijk breder. Op Two Grains Of Sand domineren de invloeden uit de folk, blues en de Afrikaanse muziek. De meeste songs van Piers Faccini klinken laid-back en zonnig, al hebben alle songs ook zeker hun donkere of op zijn minst melancholische kant. In muzikaal opzicht houdt Piers Faccini het op Two Grains Of Sand redelijk simpel, waardoor zijn gitaarstem en met name zijn wat hese maar gloedvolle vocalen uitstekend tot zijn recht komen. Waar Piers Faccini in het verleden nog redelijk dicht bij zijn inspiratiebronnen bleef, heeft hij op Two Grains Of Sand een duidelijk eigen geluid ontwikkeld. Een geluid waarin met minimale middelen een maximaal effect wordt gesorteerd. Luister naar Two Grains Of Sand en je waant je in een verlaten oord op het Franse platteland. Ver van het jachtige bestaan thuis, maar voorzien van alles wat je nodig hebt. Two Grains Of Sand is als een eenvoudige Franse maaltijd en een goed glas lokale wijn; het lijkt allemaal erg simpel, maar de smaakpapillen worden maximaal geprikkeld, hetgeen direct een gelukzalig gevoel oplevert. Steeds als ik Two Grains Of Sand op zet maakt dit gelukzalige gevoel zich van mij meester en vooralsnog wordt dit gevoel alleen maar sterker. Piers Faccini is wat mij betreft nog altijd één van de best bewaarde geheimen van de huidige singer-songwriter muziek; Two Grains Of Sand een hele mooie plaat die garant staat voor een hele mooie en rustgevende zomer. Erwin Zijleman

zaterdag 27 juni 2009

Romi Mayes - Achin In Yer Bones

De Canadese singer-songwriter Romi Mayes maakte tot dusver twee uitstekende platen. Met name het in 2006 verschenen Sweet Somethin Steady kon rekenen op uitstekende recensies in met name de Amerikaanse en Canadese pers, maar in Nederland bleef de aandacht voor de muziek van Romi Mayes helaas beperkt tot enkele gespecialiseerde alt-country sites. Ook het een paar maanden geleden verschenen Achin In Yer Bones wordt hier tot dusver niet bepaald overladen met aandacht. Een enorm gemis, want op haar derde plaat maakt Romi Mayes een flinke sprong en levert ze een plaat af die moet worden gerekend tot de betere platen die de afgelopen tijd in het genre zijn verschenen. Op Achin In Yer Bones wordt Romi Mayes bijgestaan door muzikant en producer Gurf Morlix (Lucinda Williams, Mary Gauthier). Morlix was ook al van de partij op Sweet Somethin Steady, maar drukt dit keer wat nadrukkelijker zijn stempel op deze plaat. Een verstandige keuze, want Morlix weet Romi Mayes op Achin In Yer Bones te inspireren tot grootse daden. Achin In Yer Bones is een doorleefde plaat, waarop Romi Mayes op indringende wijze de zelfkant van de samenleving bezingt. De muziek op deze plaat is lekker rauw en put vooral uit de rock ’n roll, folk, country en met name de blues. De muziek van Romi Mayes doet op Achin In Yer Bones wel wat denken aan die van Lucinda Williams op de toppen van haar kunnen, al is de muziek van Mayes nog net wat rauwer en weet Mayes fraaier te schakelen tussen het engeltje en de duivel op haar schouders. Ook de naam van de Mary Gauthier duikt regelmatig op wanneer wordt gezocht naar vergelijkingsmateriaal en wanneer Romi Mayes haar meest soulvolle strot open trekt hoor ik zelfs iets van Dusty Springfield in haar Memphis tijd. Het ruwe maar o zo trefzekere slide gitaarspel van Morlix is van een buitengewoon hoog niveau en ook de andere muzikanten op deze plaat weten precies wat Romi Mayes nodig heeft. Mayes hoeft zelf vervolgens niet veel meer te doen dan met haar emotievolle en veelzijdige stem het kippenvel op je armen te zingen; iets waar ze in alle songs op Achin In Yer Bones glansrijk in slaagt. Dat Romi Mayes tot veel in staat was wist ik al, maar het prachtige Achin In Yer Bones overtreft eerlijk gezegd mijn stoutste verwachtingen. Erwin Zijleman

vrijdag 26 juni 2009

Michael Jackson - The Collection

Afgelopen nacht overleed Michael Jackson. De voormalige King of Pop stond aan de vooravond van een zorgvuldig geregisseerde comeback, welke de afgelopen maanden buitengewoon cynisch werd ontvangen door de muziekpers. Op zich niet verwonderlijk, want de afgelopen twee decennia maakte Michael Jackson nauwelijks muziek meer die er ook maar enigszins toe deed. Diezelfde pers schilderde Jackson de afgelopen 20 jaar vooral af als een al dan niet gevaarlijke gek en ook dit was niet geheel zonder aanleiding. Over de doden echter niets dan goed en daarom wordt Michael Jackson vandaag uitsluitend de hemel in geprezen. Wanneer wordt gekeken naar zijn bijdrage aan de popmuziek is dat ook niet meer dan terecht. Michael Jackson maakte als kind al furore met The Jackson 5, maar schreef muziekgeschiedenis met de drie soloplaten die hij tussen 1979 en 1987 maakte. Off The Wall (1979), Thriller (1982) en Bad (1987) staan niet alleen in de boeken als platen die in ongekende aantallen over de toonbank gingen, maar het zijn bovendien onbetwiste klassiekers die de popmuziek voorgoed veranderd hebben. Op zijn drie meest succesvolle platen werkte Jackson nauw samen met producer Quincy Jones. Het zijn platen die zowel in productioneel, muzikaal als compositorisch opzicht van een niveau zijn dat maar heel zelden is en zal worden gehaald. En hoewel de platen inmiddels 20-30 jaar oud zijn, klinken ze nog altijd opvallend fris en doen slechts enkele van de mierzoete ballads twijfelend fronzen. Wat deze platen echter volstrekt uniek maakt is het feit dat ze zowel een brug slaan tussen zwarte en witte popmuziek als tussen traditionele zwarte muziek (soul, funk) en moderne zwarte popmuziek (hiphop, rap, r&b). Michael Jackson overstijgt op deze platen als een van de eerste muzikanten meerdere genres en doet dit op verbluffend knappe wijze. Ter ere van de serie concerten in de O2 Arena in Londen lag de verzamelaar The Collection al klaar op de planken. The Collection is een sympathiek geprijsd doosje met de vijf soloplaten die Michael Jackson tussen 1979 en 2001 maakte. Naast de onbetwiste klassiekers Off The Wall, Thriller en Bad, krijg je het uit 1991 stammende en zeker niet onaardige Dangerous (met prima tracks als In The Closet, Black Or White, Remember The Time en Why You Wanna Trip On Me) en het geflopte en wat mij betreft ook weinig aansprekende Invincible uit 2001. De laatste schijf zal het doosje waarschijnlijk niet vaak verlaten, maar de vier andere cd’s in deze box staan vol met popmuziek van een ongekend hoog niveau. Songs die je in de meeste gevallen mee zult kunnen zingen en de tand des tijd verrassend goed hebben doorstaan. Michael Jackson is dood, maar zijn muziek zal voor eeuwig voortleven. Off The Wall, Thriller en Bad moet iedere muziekliefhebber dan ook gewoon in de kast hebben staan. Erwin Zijleman

Joker's Daughter - The Last Laugh

Een van de eerste dingen die ik doe wanneer ik een nieuwe cd in handen krijg, is opzoeken wie de cd geproduceerd heeft. Over het belang van een goede producer zijn de meningen nogal verdeeld, maar persoonlijk geloof ik heilig in de cruciale rol voor de man of vrouw (al zijn die zeer schaars) achter de knoppen. Op het moment dat ik zag dat The Last Laugh van Joker’s Daughter is geproduceerd door niemand minder dan de eigenzinnige Danger Mouse, was ik er eigenlijk al zeker van dat dit een goede plaat is. Een voorspelling die direct bij eerste beluistering van The Last Laugh juist bleek. Joker’s Daughter is een project van de oorspronkelijk uit Griekenland afkomstige singer-songwriter Helena Costas. De Griekse, die overigens al jaren in Engeland woont, heeft een voorliefde voor traditioneel aandoende Britse folk en schrijft mooie ambachtelijke songs. Vaak wat pastorale folksongs met een psychedelisch tintje. Songs waarin Helena Costas haar achtergrond overigens niet verloochent, want The Last Laugh bevat in een aantal songs ook invloeden uit de Griekse en Arabische muziek. Helena Costas overtuigt op deze plaat als zangeres en songwriter, maar The Last Laugh zou niet zoveel indruk hebben gemaakt zonder de inbreng van Danger Mouse en de door hem opgetrommelde collega’s. Danger Mouse voorziet de traditioneel aandoende muziek van Joker’s Daughter van moderne impulsen, terwijl de van Gnarls Barkley bekende Daniele Luppi zorgt voor fraaie strijkersarrangementen en Scott Spillane (Neutral Milk Hotel) op de proppen komt met opvallende blazersarrangementen. Het zijn bijdragen die de ambachtelijke folksongs van Helena Costas een avontuurlijk en geheel eigen geluid geven. De wijze waarop Danger Mouse ingrijpt in het geluid van Joker’s Daughter is nogal verschillend. De ene keer beperkt hij zich tot zeer subtiele en soms zelfs nauwelijks hoorbare muzikale accenten, maar in een aantal andere gevallen wordt flink uitgepakt met moderne elektronica. Het resultaat is in alle gevallen zeer geslaagd. The Last Laugh heeft, mede door het overeenkomstige stemgeluid, wel wat van Nine Objects Of Desire van Suzanne Vega, al is The Last Laugh een stuk veelzijdiger en vooral extremer. Met The Last Laugh heeft Joker’s Daughter een hele boeiende plaat gemaakt, waarop avontuur en schoonheid hand in hand gaan. Een typisch geval van 1 + 1 = 3 deze samenwerking tussen Helena Costas en Danger Mouse. Erwin Zijleman

donderdag 25 juni 2009

Jesse Dee - Bittersweet Batch

De Amerikaan Jesse Dee wordt momenteel met name in Nederland de hemel in geprezen als de zoveelste nieuwe soulsensatie. Dat is op zich opmerkelijk, want Bittersweet Batch, de tweede plaat van Jesse Dee, is inmiddels al geruime tijd uit en wist tot dusver nog nergens potten te breken. Is Jesse Dee een hype van de Nederlandse muziekpers of kan de Amerikaan echt iets? Na eerste beluistering van Bittersweet Batch neigde ik naar het laatste. Op Bittersweet Batch maakt Jesse Dee muziek die zeer sterk is geïnspireerd door de soulmuziek uit de jaren 60. Jesse Dee maakt absoluut geen geheim voor zijn grenzenloze bewondering voor oude soulhelden als Otis Redding, Sam Cooke, Solomon Burke, Al Green en Jackie Wilson en probeert nergens om zijn soulmuziek modern te laten klinken en zo een graantje mee te pikken van het succes van de vele andere blue-eyed soulzangers die de afgelopen jaren zijn opgedoken. Omdat Jesse Dee ook nog eens is gezegend met een lekkere rauwe, emotievolle en werkelijk pikzwarte strot, laat Bittersweet Batch zich beluisteren als een volstrekt tijdloze soulplaat. Een plaat met onweerstaanbaar gitaarwerk, baggervette blazers, een doeltreffende ritmesectie, stemmige muzikale accenten en heel veel vocaal vuurwerk. Jesse Dee zingt op Bittersweet Batch zijn veters uit zijn schoenen en de sterren van de hemel. Op Bittersweet Batch hoor je een ouderwetse soulzanger van een torenhoog niveau, die ook uitstapjes richting blues, folk en country niet schuwt. Jesse Dee heeft een plaat gemaakt die niet alleen in vocaal en muzikaal opzicht klopt; ook de songs op deze plaat blijven zonder uitzondering lekker hangen en raken je meer dan eens diep in de ziel. Als deze plaat een jaar of 40 geleden zou zijn gemaakt, zou Bittersweet Batch nu in de boeken staan als een soulklassieker. Omdat het gaat om een plaat uit 2008, is dat net wat teveel eer, maar dat Jesse Dee een retro souplaat heeft gemaakt van wereldklasse valt volgens mij nauwelijks te bestrijden. Erwin Zijleman

woensdag 24 juni 2009

Dave Alvin & The Guilty Women - Dave Alvin & The Guilty Women

Dave Alvin draait inmiddels zo’n drie decennia mee in de voorhoede van de Amerikaanse rootsmuziek. Eerst als voorman van de inmiddels legendarische band The Blasters, maar inmiddels ook al zo’n 20 jaar als soloartiest. Drie jaar geleden leverde Alvin met West Of The West één van zijn beste platen tot dusver af, maar desondanks heeft de Amerikaan op zijn nieuwe plaat Dave Alvin And The Guilty Women, mede ingegeven door het overlijden van goede vriend en medemuzikant Chris Gaffney, het roer flink omgegooid. Op Dave Alvin And The Guilty Women heeft Dave Alvin zich omringd met een geheel uit vrouwen bestaande band. Een band die in het leven werd geroepen voor een optreden op een festival, maar de samenwerking beviel kennelijk zo goed dat Alvin en zijn Guilty Women vervolgens ook de studio in doken. The Guilty Women bestaat uit vijf vrouwen uit de Austin scene die allemaal hun sporen hebben verdiend in de rootsmuziek en uitstekend uit de voeten kunnen op de instrumenten die ze bespelen. Het gitaarwerk en de bijdragen van de pedal steel op deze plaat zijn van zeer hoog niveau, de accenten van viool en mandoline zijn fris en doeltreffend, terwijl de solide ritmesectie precies doet wat een ritmesectie moet doen. Omringd door zoveel vrouwen neemt ook Dave Alvin wat gas terug. Waar hij op al zijn vorige platen nog wel eens een rauwe strot open trok of een imposante gitaarmuur opbouwde, klinkt Alvin op deze plaat behoorlijk ingetogen; iets wat nog eens wordt verstrekt door de wonderschone vocale bijdragen van topzangeressen Amy Farris en Christy McWilson. Op Dave Alvin And The Guilty Women bestrijken Dave Alvin de Amerikaanse rootsmuziek in de breedste zin van het woord. Het maakt hierbij niet eens zoveel uit of wordt gekozen voor up-tempo Tex Mex of Honky Tonk, voor blues of folk, voor rock ’n roll of rootsrock of voor een ontroerend eerbetoon aan Karen Carpenter; alles wat Alvin en zijn fantastische band aanraken verandert op deze plaat in goud. Het leek op voorhand een wat vreemde combinatie, maar de chemie tussen Dave Alvin en zijn Guilty Women blijkt bijzonder sterk. Het levert één van de bijzonderste en ook zeker één van de mooiste rootsplaten van het moment op. Erwin Zijleman

Emily Loizeau - Pays Sauvage

Als liefhebber van Franse zuchtmeisjes ben ik regelmatig te vinden bij de virtuele bak met nieuwe releases in de Franse vestiging van Amazon. Het aanbod in het genre valt de laatste tijd een beetje tegen, maar vorige week stond er wel opeens een nieuwe cd van Emily Loizeau, Pays Sauvage. Met Franse zuchtmeisjes heeft Emily Loizeau op zich niet zo heel veel te maken, daarvoor is de muziek van de Française niet zwoel en lichtvoetig genoeg. Aan de andere kant maakte ze een jaar of vier geleden met L’Autre Bout Du Monde wel één van de betere en meest verleidelijke Franstalige platen van de afgelopen jaren. Waar Emily Loizeau op haar debuut vooral de rijke geschiedenis van het Franse chanson verkende, stort ze zich op Pays Sauvage ook op de Amerikaanse rootsmuziek. Loizeau laat zich op haar nieuwe plaat bijstaan door de eigenzinnige Franse alt-country band Moriarty en weet zich hiernaast gesteund door cultheld David-Ivar Herman Dune. Door het verwerken van invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek is Emily Loizeau op haar tweede plaat opgeschoven in de richting van met name Françoiz Breut, al is de muziek van Emily Loizeau minder makkelijk te doorgronden en bovendien breder georiënteerd. Pays Sauvage slaat op fraaie wijze een brug tussen het verleden en het heden van de Franstalige muziek en pakt onderweg tal van invloeden mee. Invloeden waarvan die uit de Amerikaanse folk, blues en alt-country het meest dominant zijn, maar ook uitstapjes richting kinderliedjes, theater, opzwepende Afrikaanse muziek of lastig te doorgronden freakfolk (inclusief natuurgeluiden) worden niet geschuwd. Bij het verwerken van al deze invloeden in deels Franstalige en deels Engelstalige songs kiest Emily Loizeau maar zelden voor de makkelijkste weg. Dit is geen Frans zuchtmeisjes dat de luisteraar vermaakt met zwoele popliedjes die direct verleiden, maar een eigenzinnige muzikante die zo nu en dan het uiterste vergt van de luisteraar. Ook in emotioneel opzicht slaat Pays Sauvage in alle richtingen door. In een aantal songs klinkt Emily Loizeau zo zwaarmoedig dat je het idee hebt dat iedere noot haar laatste kan zijn, maar in een volgende track huppelt ze weer als een klein meisje dat op weg is naar de snoepwinkel. Pays Sauvage is al met al geen makkelijke plaat en ook geen plaat die je van de eerste tot de laatste noot zult koesteren, maar het is wel een plaat van hoog niveau die je steeds weer op andere manieren zal weten te raken. Een waardig opvolger van haar uitstekende debuut van een paar jaar geleden. Erwin Zijleman

dinsdag 23 juni 2009

White Denim - Fits

De Britse muziekpers komt deze maand superlatieven te kort om Fits van White Denim de hemel in te prijzen. Een terechte keuze, want het uit Austin, Texas, afkomstige trio heeft een in alle opzichten fascinerende plaat gemaakt. Fits opent met spierballenrock die aansluit bij de muziek The Stooges en MC5, maar schiet vervolgens werkelijk alle kanten op. Garagerock, progrock, psychedelica, funk, avant garde, jazz, Tropicalia, hardrock, postpunk, country; je kunt het zo gek niet bedenken of het komt voorbij in de nauwelijks te doorgronden muziek van de Texanen. Met name de eerste helft van de plaat is behoorlijk rauw en stevig. De drummer slaat wild om zich heen, de bassist stuwt het tempo steeds verder op, terwijl de gitarist alle ruimte krijgt om te soleren en zo nu en dan klinkt als een op stoom geraakte Jimi Hendrix. Hier overheen klinken vervormde vocalen, die compleet ondergeschikt lijken aan de muziek. Net als je je af begint te vragen of de band en de luisteraar dit moordende tempo de hele plaat vol gaan houden, neemt White Denim gas terug en wordt de ene na de andere muzikale verrassing uit de hoge hoed getoverd. White Denim schakelt opeens moeiteloos tussen de meest uiteenlopende stijlen, maar gekunsteld klinkt het geen moment. Fits klinkt als een jamsessie van een band die loopt als een opgevoerde motor. Een jamsessie waarin steeds weer nieuwe muzikanten aanschuiven en de band haar geluid aanpast aan de opgetrommelde gasten. Het is razend knap hoe White Denim van de hak op de tak springt, maar desondanks een plaat aflevert die één geheel vormt. Fits klinkt misschien als een plaat die op een verloren namiddag op de band is gesmeten, maar zit verschrikkelijk knap in elkaar. Fits is waarschijnlijk de plaat waarvan Jack White al jaren droomt, maar White Denim heeft hem gemaakt. Het is in het begin even doorbijten, maar de beloning voor de getoonde moed mag er zijn. Een in alle opzichten grootse plaat. Erwin Zijleman

maandag 22 juni 2009

Regina Spektor - Far

Regina Spektor behoorde een aantal jaren tot de culthelden van de New Yorkse anti-folk scene, maar wist met het in 2006 verschenen Begin To Hope de sprong naar een groter publiek te maken. Op Begin To Hope combineerde de van oorsprong Russische, maar al jaren vanuit The Big Apple opererende muzikante op knappe wijze invloeden uit de anti-folk met invloeden uit de klassieke jaren 70 singer-songwriter muziek van grootheden als Carole King en Laura Nyro. Door het succes van Begin To Hope hebben we veel te lang op nieuw werk van Regina Spektor moeten wachten, maar nu ligt dan eindelijk haar nieuwe plaat in de winkel. Op Far trekt Regina Spektor de lijn van Begin To Hope door, maar klinkt ze toch anders dan we van haar gewend zijn. Voor Far riep Regina Spektor de hulp in van maar liefst vier topproducers. Jeff Lynne (ELO, The Traveling Wilburys), Mike Elizondo (Fiona Apple, Maroon 5), David Kahne (Paul McCartney, The Strokes en de man achter de knoppen op Begin To Hope) en Garret “Jacknife” Lee (R.E.M., U2) drukken allemaal op hun eigen manier een stempel op de muziek van Regina Spektor, maar gelukkig blijft ze ondanks de bijdragen van deze muzikale zwaargewichten gewoon zichzelf. Ook op Far maakt Regina Spektor indruk met mooie en avontuurlijke popliedjes. Popliedjes waarin de piano en de aantrekkelijke stem van Regina Spektor nog altijd centraal staan, al zijn inmiddels de nodige tierelantijntjes aan haar bijzondere geluid toegevoegd. Far is met afstand de meest geproduceerde plaat van Regina Spektor tot dusver, maar het is gelukkig een productie die de eigenzinnige en avontuurlijke kant van Regina Spektor alle ruimte geeft. Door haar fraaie stemgeluid en vaak wat donkere pianospel is Regina Spektor op Far nog wat meer opgeschoven in de richting van de muziek van Fiona Apple, al is de muziek van Spektor wel wat minder zwaar op de hand en wat gevarieerder dan die van de helaas weinig productieve Apple. Waar Regina Spektor met Begin To Hope voorzichtig probeerde om haar anti-folk bestaan te verruilen voor een plekje onder de grote vrouwelijke singer-songwriters, schaart ze zich met Far onverbiddelijk tussen de smaakmakers in het genre. Far is een uitstekende plaat van een vrouw die inmiddels al een aantal jaren weet te verbazen, maar zich ook maar blijft verbeteren. Erwin Zijleman

zondag 21 juni 2009

Amazing Baby - Rewild

De afgelopen twee jaar heeft de New Yorkse muziekscene flink wat leuke bands opgeleverd. Bands als Vampire Weekend, Yeasayer en MGMT, die stuk voor stuk uitblonken door het maken van aanstekelijke popmuziek met onverwachte invloeden. Amazing Baby is de volgende naam die we aan dit lijstje kunnen toevoegen, want met Rewild heeft ook deze New Yorkse band een hele leuke cd afgeleverd. Waar de bovengenoemde bands zich vooral lieten inspireren door Amerikaanse bands (Suicide, The Flaming Lips en vooral Talking Heads), klinkt Amazing Baby opvallend Brits. Rewild klinkt als een mix van T. Rex, Black Sabbath, Mott The Hoople, David Bowie en Pink Floyd. Of voor een ieder die liever niet te ver terug gaat in het verleden als Pulp onder invloed van LSD of als The Stone Roses dat songs van Blur speelt. Amazing Baby maakt op Rewild zwaar psychedelische en bijna hypnotiserende muziek. Muziek met stevig gitaarwerk, dat is verstopt in een muur van geluid waarvoor Phil Spector in zijn beste dagen zich niet geschaamd zou hebben. Onder alle geestverruimende klanken heeft Amazing Baby ook nog eens behoorlijk onweerstaanbare popliedjes verstopt. Popliedjes die lijken weggelopen uit een heel ver verleden, maar op hetzelfde moment hun tijd ver vooruit zijn. Door het overweldigende geluid op Rewild ben je in het begin mogelijk wat overdonderd door de muziek van Amazing Baby, maar wanneer je de plaat wat vaker hoort vallen alle puzzelstukjes op hun plaats en wordt deze plaat eigenlijk alleen maar beter. New York was vorig jaar het muzikale centrum van de wereld. Met Rewild van Amazing Baby zet de Big Apple een eerste stap om deze positie ook in 2009 te consolideren. Een hele leuke plaat van een band die maar eens heel groot moet gaan worden. Erwin Zijleman

Bibio - Vignetting The Compost

Een dezer dagen verschijnt een nieuwe cd van Bibio; het eenmansproject van de Brit Stephen Wilkinson. Deze plaat zal nog even op mijn aandacht moeten wachten, want ik heb pas net de vorige cd van Bibio ontdekt. Op zich niet zo gek, want Vignetting The Compost verscheen pas een maand of vier geleden en kreeg tot dusver helaas nog niet al teveel aandacht. Bibio begon een paar jaar geleden met het maken van experimentele en vooral elektronische muziek, maar inmiddels heeft Stephen Wilkinson de Britse folk ontdekt. Vignetting The Compost bevat naast een aantal behoorlijk experimentele soundscapes ook een aantal door traditionele Britse folk beïnvloede songs, inclusief bijbehorende dromerige vocalen. Ook in deze grotendeels akoestische songs is Bibio zijn elektronische achtergrond niet vergeten, want Vignetting The Compost is rijkelijk versierd met elektronische accenten, loops, samples en andere technische snufjes. Vignetting The Compost bevat maar liefst 16 songs met een nogal uiteenlopend karakter. Voor een deel betreft het min of meer afgeronde folksongs, maar ook wat meer experimentele songs zonder zang en zonder kop of staart worden door Bibio niet geschuwd. Het fraaie evenwicht tussen akoestische en elektronische muziek, de grote variëteit van de muziek en het avontuurlijke karakter van de muziek van Bibio, maken de beluistering van Vignetting The Compost tot een bijzondere ervaring. Waar de muziek van veel muzikanten die vergelijkbare invloeden met elkaar vermengen nogal onnatuurlijk klinkt, vloeien de invloeden op Vignetting The Compost op bijna organische wijze samen. Bibio maakt geen muziek uit een ver verleden in een eigentijds jasje, maar eigentijdse muziek waarin allerlei invloeden op buitengewoon knappe en natuurlijk wijze worden gecombineerd. Vignetting The Compost is een avontuurlijke plaat die je keer op keer verrast met nieuwe klanken, maar die tegelijkertijd vol staat met wonderschone muziek. Bibio heeft met Vignetting The Compost een buitengewoon fascinerende plaat gemaakt. Een plaat ook die zeer doet uitzien naar een volgende plaat van deze bijzondere Britse muzikant; een wens die al over enkele dagen in vervulling gaat, want dan verschijnt de tweede Bibio plaat in vier maanden, Ambivalence Avenue. Ik ben heel benieuwd. Erwin Zijleman

zaterdag 20 juni 2009

Ohbijou - Beacons

Er valt momenteel heel veel te genieten voor de liefhebbers van rijk georkestreerde popmuziek. Het aanbod is momenteel zelfs zo groot dat verzadiging dreigt, maar desondanks is Beacons van het Canadese Ohbijou een plaat in het genre die niet gemist mag worden. Het uit zeven muzikanten bestaande Ohbijou strooit op haar tweede plaat driftig met bitterzoete popliedjes, die bij iedere luisterbeurt aan kracht weten te winnen. Het zijn popliedjes waarvoor flink wat instrumenten uit de kast worden getrokken, waaronder de nodige strijkers, en het bombast zo af en toe niet wordt geschuwd, maar tegelijkertijd houdt Ohbijou haar verleidelijke popliedjes betrekkelijk klein en eenvoudig. In de songs met een wat bombastische instrumentatie heeft de muziek van Ohbijou raakvlakken met die van The Arcade Fire, maar de vele ingetogen momenten en de meisjesachtige vocalen van frontvrouw Casey Mecija doen minstens net zo vaak denken aan die van Belle & Sebastian, Camera Obscura, The Cardigans en de vele melancholieke IJslandse Noorse en Zweedse zangeressen die de afgelopen jaren zijn opgedoken. Ohbijou maakt voor de songs op Beacons gebruik van een recept dat inmiddels bekend is, maar weet dankzij de niet altijd even toegankelijke songstructuren, de wat somberdere ondertoon en de opvallende vocalen van Casey Mecija toch iets toe te voegen aan alles wat de afgelopen jaren al in dit genre is verschenen. Beacons is een plaat die in eerste instantie weet te betoveren, vervolgens een tijdje vermaakt en pas hierna echt begint te groeien. Wanneer je deze plaat vaker hoort, valt steeds meer moois te ontdekken in de knap in elkaar stekende songs van de band en blijkt de conclusie dat we hier te maken hebben met een one trick pony voorbarig. Het is momenteel dringen in het genre waarin Ohbijou zich beweegt, maar met Beacons hebben de Canadezen een betoverend mooie plaat gemaakt die zich met gemak weet te onderscheiden van die van de moordende concurrentie. Erwin Zijleman

vrijdag 19 juni 2009

Holly Throsby - A Loud Call

Holly Throsby is een Australische singer-songwriter die inmiddels al een aantal jaren een grote toekomst wordt voorspeld, maar het tot dusver nog altijd moet doen met een cultstatus. Met haar nieuwe cd, A Loud Call, roept Holly Throsby nog eens nadrukkelijk om erkenning door een groter publiek; een roep die gezien de kwaliteit van het gebodene kansrijk moet worden geacht. Holly Throsby speelde zich de afgelopen jaren al in de kijker bij een aantal collega’s en mag inmiddels Will Oldham tot haar fans rekenen. Oldham is ook van de partij op A Loud Call en verzorgt de vocalen in een duet dat moet worden gerekend tot de hoogtepunten op deze plaat. Ook de andere muzikanten die op deze in Nashville opgenomen plaat te horen zijn, zijn van naam en faam en verdienden onder andere hun sporen in de muziek in bands als The Silver Jews en Lambchop. A Loud Call ademt daarom in muzikaal opzicht kwaliteit, wat nog eens wordt versterkt door de niet te onderschatten kwaliteiten van Holly Throsby zelf. Holly Throsby toont zich op A Loud Call een buitengewoon veelzijdig en getalenteerd songwriter en weet haar songs bovendien op fraaie en doorleefde wijze te vertolken. Op A Loud Call kiest de Australische wat vaker voor een wat meer pop georiënteerd geluid, al is ze gelukkig ook de scherpe randjes die haar songs zoveel zeggingskracht geven niet vergeten. Zowel in de aanstekelijke popsongs op A Loud Call als in de wat authentieker klinkende folk- en countrysongs, beschikt Holly Throsby over een aansprekend en duidelijk eigen geluid. Een geluid dat nog eens aan kracht heeft gewonnen door de buitengewoon fraaie productie van de van Lambchop bekende Mark Nevers, die zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld tot één van de betere producers in het genre. Of Holly Throsby zich op korte termijn gaat scharen onder de grote vrouwelijke singer-songwriters van het moment moeten we afwachten. Wel is duidelijk dat ze met A Loud Call een geldig toegangsbewijs tot de hoogste klasse in handen heeft. Erwin Zijleman

donderdag 18 juni 2009

Dinosaur jr. - Farm

Dinosaur jr. keerde twee jaar geleden, net als vele andere legendarische bands uit de jaren 80 en 90, terug na lange afwezigheid. Waar de meeste bands bij hun terugkeer echter geen schim meer waren van de bands die ze ooit waren, maakte Dinosaur jr. met comeback plaat Beyond een frisse en sterke indruk. Beyond deed niet eens zo heel veel onder voor de band’s meesterwerk You’re Living All Over Me uit 1987 en wist de toch hooggespannen verwachtingen op alle fronten te overtreffen. Ook met het nu verschenen Farm heeft Dinosaur jr. weer een hele overtuigende plaat afgeleverd. Farm is misschien nog wel beter dan het al zo goede Beyond en laat een band horen die net zo energiek, geïnspireerd en gedreven klinkt als in haar beste dagen. Waar in het verleden de ego’s van met name J Mascis en Lou Barlow nog wel eens opspeelden, is Farm een echte bandplaat. De ritmesectie legt zoals vanouds een lekker stevige basis waarop J Mascis naar hartenlust kan soleren. Hij verliest zich hierbij gelukkig niet in het eindeloos gesoleer dat de meeste van zijn soloplaten naar de knoppen hielp, maar speelt volledig in dienst van de band. Naast de solide ritmesectie en het geweldige gitaarwerk, zijn ook de vocalen en de harmonieën op Farm dik in orde. Op Farm horen we een band aan het werk die presteert op de toppen van haar kunnen. J Mascis, Lou Barlow en Murph mogen inmiddels op leeftijd zijn, maar spelen op hun nieuwe plaat als een stel jonge honden. Ook de kwaliteit van de songs stelt nergens teleur. Zelfs wanneer de band kiest voor lang uitgesponnen songs die richting de 8 minuten klokken, verslapt de aandacht geen moment. Met Farm heeft Dinosaur jr. een onwaarschijnlijk goede gitaarplaat gemaakt. Een plaat met lekker in het gehoor liggende rocksongs, maar ook een plaat met het beste gitaarwerk dat ik de laatste tijd gehoord heb. Waar de meeste van haar tijd- en soortgenoten inmiddels klinken als een parodie op zichzelf, levert Dinosaur jr. met Farm misschien wel haar beste plaat tot dusver af. Het jaar duurt nog lang, maar de trofee voor de beste gitaarplaat van het jaar kan Dinosaur jr. wat mij betreft al nauwelijks meer ontgaan. Erwin Zijleman

The Lemonheads - Varshons

Platen met een serie covers doen het altijd goed als tussendoortje, maar echt interessant zijn deze platen maar zelden. Zo af en toe duikt er echter een plaat met een serie covers op, die op zijn minst leuk is en misschien zelfs wel de potentie heeft om uit te groeien tot een waardevolle aanvulling op het werk van een artiest. Varshons van The Lemonheads is wat mij betreft zo’n plaat. Helemaal als een verrassing komt dit niet, want de band rond Evan Dando liet in het verleden al meerdere malen horen goed overweg te kunnen met het werk van anderen, waarbij de up-tempo bewerking van Mrs. Robinson van Simon & Garfunkel de meeste aandacht wist te trekken. Waar The Lemonheads in het verleden in hun bewerkingen van songs van anderen het tempo regelmatig opvoerden, neemt de band op Varshons vooral gas terug. Varshons laat vooral ingetogen en (semi-)akoestisch werk horen, waarin invloeden uit het vertrouwde Lemonheads geluid worden gecombineerd met invloeden uit met name de alt-country. Het is een combinatie van invloeden die uitstekend werkt in de vertolkingen van songs van nog redelijk voor de hand liggende inspiratiebronnen als Gram Parsons, Townes van Zandt en Leonard Cohen. Naast wat meer voor de hand liggende covers zijn The Lemonheads gelukkig ook in de bakken met wat obscuurdere platen gedoken, wat heeft geresulteerd in fraaie uitvoeringen van vergeten parels van onder andere Wire, G.G. Allin, Green Fuz, July en Fuckemos. Uiteindelijk resteren nog twee vreemde eenden in de bijt. Zo vertolken The Lemonheads op buitengewoon fraaie wijze het door Christina Aguilera tot wereldhit gemaakt Beautiful en waagt de band zich in Dirty Robot van Arling & Cameron aan een flinke bak elektronica en vocalen van Kate Moss. Dirty Robot is wat mij betreft het enige smetje op een hele aangename en avontuurlijke cd, die de boeken in kan als één van de leukere platen van de band die moet worden gerekend tot de smaakmakers van de jaren 90. Erwin Zijleman

woensdag 17 juni 2009

Peter Broderick - Music For Falling From Trees

De Amerikaanse muzikant Peter Broderick haalde vorig jaar met Home het jaarlijstje van het gerenommeerde Engelse muziektijdschrift Mojo. Home bleek een ingetogen en knap in elkaar stekende singer-songwriter plaat die me uitstekend beviel. Ik was dan ook aangenaam verrast dat er nu, maar iets meer dan een half jaar later, al weer een nieuwe plaat van de Amerikaan in de winkel ligt. Music For Falling From Trees blijkt echter een totaal andere plaat dan zijn voorganger. Peter Broderick, die vorig jaar het hippe Portland verruilde voor Kopenhagen, heeft dit keer zijn akoestische gitaar in de koffer gelaten en gunt zijn stem volledige rust. In plaats hiervan verrast hij met prachtige muziek die klinkt alsof het bij een ballet of moderne dans hoort, wat na het doorlezen van het boekje bij de cd ook het geval blijkt. Music For Falling From Trees bestaat uit zeven werkelijk wonderschone tracks, die afzonderlijk beluisterd kunnen worden, maar ook nadrukkelijk een geheel vormen. Een aantal van deze tracks heeft een wat dreigende ondertoon, maar ook voor sprookjesachtige klanken is volop plaats. Het instrumentarium op deze plaat bestaat voornamelijk uit piano en strijkers; instrumenten die elkaar steeds weer flink op weten te zwepen en elkaar naar grote hoogten tillen. In muzikaal opzicht ligt Music For Falling For Trees dicht bij de minimalistische klanken van Steve Reich en de bezwerende filmsoundtracks van Michael Nyman, maar gezien het dreigende karakter van de tracks hoor ik er ook wel wat van Godspeed You Black Emperor in, al blijven de uitbarstingen die de muziek van de Canadezen typeert bij Peter Broderick achterwege. Music For Falling From Trees doet het vast geweldig in combinatie met de bijbehorende dansvoorstelling, maar ook zonder gracieuze danseressen blijft deze plaat met gemak overeind. Music For Falling From Trees weet door zijn prachtige klanken direct de aandacht van de luisteraar te trekken en weet deze vervolgens aangenaam te bedwelmen. Peter Broderick heeft met Music For Falling For Trees een plaat van een bijna ongekende schoonheid gemaakt. Popmuziek is het misschien niet meer te noemen, maar wat maakt dat uit. Music For Filns is een plaat om heel stil van te worden. Erwin Zijleman

Cortney Tidwell - Boys

De uit Nashville, Tennessee, afkomstige singer-songwriter Cortney Tidwell maakte een jaar of drie geleden heel veel indruk met haar debuut Don't Let the Stars Keep Us Tangled Up. Op haar debuut betoverde Cortney Tidwell de luisteraar met beklemmende muziek die vooral plaats bood aan invloeden uit de triphop en de sadcore, maar ook de gezien haar thuisbasis bijna onvermijdelijke invloeden uit de country ontbraken niet. Het eindresultaat klonk als een kruising tussen Björk, Portishead, Beth Orton en PJ Harvey, maar ook de constatering van een Amerikaanse journalist dat Cortney Tidwell op haar debuut klonk als Patsy Cline die wordt begeleid door Radiohead sneed hout. Op Cortney Tidwell’s tweede plaat, Boys, zijn de invloeden uit de country nog wat verder naar de achtergrond gedrukt en heeft een elektronisch klankentapijt aan terrein gewonnen. Boys is daarom een anders klinkende plaat dan Don't Let the Stars Keep Us Tangled Up, maar het is wel weer een hele mooie plaat. Ook op Boys kiest Cortney Tidwell nergens voor de makkelijkste weg. Haar songs liggen op zich best lekker in het gehoor, maar het zijn ook songs die vaak een wat vervreemdend effect hebben. Luister even met net wat minder aandacht naar de songs op Boys en je hoort niet veel meer dan een brij van geluid waarin de vocalen voorbij lijken te zweven. Alleen bij aandachtige beluistering weten de atmosferische tracks op Boys te boeien en zelfs dan duurt het nog even voor ze hun ware aard en hun ware schoonheid prijs geven. Net als je bent gevangen in een wolk van elektronica, percussie en dromerige vocalen, komt Cortney Tidwell net zo makkelijk met een aanstekelijke rocksong op de proppen, om je vervolgens weer snel mee te trekken in de donkere wereld waarin ze bij voorkeur vertoeft. Wereldberoemd zal Cortney Tidwell ook met Boys niet gaan worden. Hiervoor is haar muziek te lastig te doorgronden en te somber van toon. Liefhebbers van vrouwelijke singer-songwriters die niet beducht zijn voor sombere klanken of voor het veelvuldig buiten de gebaande paden treden, zullen ook de tweede plaat van Cortney Tidwell echter zeer kunnen waarderen. Erwin Zijleman

maandag 15 juni 2009

The Pretenders - Break Up The Concrete

The Pretenders moeten wat mij betreft worden gerekend tot de beste rockbands uit de jaren 80. De band rond Chrissie Hynde leverde in de eerste helft van de jaren 80 drie onbetwiste klassiekers af (Pretenders, Pretenders II en Learning To Crawl), maar betaalde met de dood van twee bandleden ook een zeer hoge prijs voor de verkregen roem. De afgelopen 25 jaar wist de band nog regelmatig op het podium te imponeren, maar een echt goede plaat maakten The Pretenders niet meer. Gezien de historie getuigt het van veel lef dat de band haar eerste plaat in vele jaren voorziet van een bonus-cd waarop de beste songs van de band de revue nog eens passeren. Hoe groot is de kans dat de nieuwe songs op Break Up The Concrete flink tegenvallen wanneer je eerst briljante songs als Kid, Brass In Pocket, Back On The Chaingang, I Go To Sleep, Talk Of The Town, Message Of Love en noem ze maar op nog eens voorbij hebt horen komen? Groter dan de kans op regen op een zwaarbewolkte dag als je het mij vraagt, maar na eerst nog eens hebben genoten van de prachtige historie van The Pretenders begon ik onbevooroordeeld en toch wel enigszins nieuwsgierig aan de cd met nieuwe songs. Een cd die vervolgens behoorlijk wat indruk wist te maken, want The Pretenders zijn op Break Up The Concrete in ouderwetse vorm. Het siert de band dat op Break Up The Concrete niet nadrukkelijk wordt voortgeborduurd op de eigen glorieuze historie. Break Up The Concrete klinkt immers duidelijk anders dan de platen die we van de band kennen. Invloeden uit de vroege rock ’n roll en rockabilly doken weliswaar eerder op in het werk van The Pretenders, maar klonken nooit zo authentiek als op deze nieuwe plaat. Nieuw zijn de invloeden uit de folk, blues en vooral country en ook deze blijken uitstekend te passen in het nog altijd uit duizenden herkenbare Pretenders geluid. Een geluid dat eindelijk weer eens geïnspireerd, energiek en doorleefd klinkt. Of de nieuwe songs op Break Up The Concrete net zo memorabel zullen worden als de songs op de verzamelaar met het beste werk, zal de tijd moeten leren. Dat The Pretenders met Break Up The Concrete hun beste plaat hebben gemaakt sinds Learning To Crawl uit 1984 is wat mij betreft echter nu al zeker. Een prestatie van formaat van een band die door menigeen al lang was afgeschreven. Erwin Zijleman

zondag 14 juni 2009

Nouvelle Vague - 3

Ik had persoonlijk verwacht dat het trucje van het Franse Nouvelle Vague na twee cd’s wel zou zijn uitgewerkt, maar de band rond producers Marc Collin en Olivier Libaux denkt daar zelf heel anders over. Gelijk hebben ze, want na beluistering van "3" kan ik alleen maar concluderen dat ik dit snoepje niet graag had willen missen. Dit keer niet alleen omdat de zwoele klanken van Nouvelle Vague vrijwel onweerstaanbaar zijn, maar ook omdat de band dit keer kiest voor meerdere invalshoeken, wat de kwaliteit van de nieuwe plaat van de band alleen maar ten goede komt. Net als op de vorige platen van Nouvelle Vague hebben Marc Collin en Olivier Libaux zich ook op 3 weer weten te omringen door een aantal zwoel klinkende zuchtmeisjes, maar hiernaast werd ook een beroep gedaan op een aantal van de originele vertolkers van de gecoverde songs. Ook in muzikaal opzicht is 3 veelkleuriger dan we van Nouvelle Vague gewend zijn. Waar op Nouvelle Vague en Bande A Part de nadruk lag op Bossa Nova en Franse zuchtmeisjes pop, worden op 3 ook andere invloeden toegelaten tot de muziek van de band, waaronder invloeden uit de country, reggae, spaghetti westerns, jazz en kitscherige filmmuziek uit de jaren 70. Door de grotere muzikale veelzijdigheid en de onverwachte vocale bijdragen van onder andere Martin Gore (Depeche Mode), Ian McCulloch (Echo & The Bunnymen), Barry Adamson (Magazine) en Terry Hall (The Specials) is 3 een plaat die niet alleen grenzeloos vermaakt, maar ook aangenaam verrast. Zoals we van Nouvelle Vague gewend zijn is ook op de kwaliteit van de geselecteerde songs weinig tot niets aan te merken. Master & Servant (Depeche Mode), Road To Nowhere (Talking Heads), Heaven (Psychedelic Furs), The American (Simple Minds); het is slechts een selectie uit een groot aantal hoogtepunten. Wanneer Nouvelle Vague aan het eind van de cd ook nog eens volledig overeind blijft in verrassende vertolkingen van God Save The Queen (Sex Pistols) Say Hello Wave Goodbye (Soft Cell) en So Lonely (The Police) is eigenlijk maar één conclusie gerechtvaardigd: Nouvelle Vague heeft zichzelf op 3 niet alleen opnieuw uitgevonden, maar heeft zichzelf ook op alle fronten overtroffen. Absoluut één van de zomerplaten van 2009. Erwin Zijleman

God Help The Girl - God Help The Girl

De laatste cd van Belle & Sebastian, het uitstekende Life Pursuit, is inmiddels al weer ruim drie jaar oud. Of er op korte termijn nieuw werk is te verwachten van de Schotten is helaas onbekend, maar om het leed van het lange wachten wat te verzachten is er nu wel het debuut van God Help The Girl. God Help The Girl is een soloproject van Belle & Sebastian voorman Stuart Murdoch, die voor de gelegenheid niet met een collectie popliedjes, maar met een complete musical op de proppen komt. Nu scoren musicals zeer hoog wanneer ik een lijstje moet maken met dingen die ik het meest verafschuw, maar deze van God Help The Girl is kennelijk de goed geconserveerde krent in een schaal bedorven pap. Het debuut van God Help The Girl bevat rijk georkestreerde popliedjes, waarvan het merendeel lijkt weggelopen uit een heel ver verleden. Popliedjes die grotendeels worden gezongen door zangeres Catherine Ireton, maar naast The Divine Comedy voorman Neil Hannon geven ook diverse leden van Belle & Sebastian act de présence. De muziek van God Help The Girl klinkt door het grote aantal strijkers en de geschoold klinkende stem van Catherine Ireton wat gepolijster dan we van Belle & Sebastian gewend zijn, maar gelukkig waakt Stuart Murdoch continu voor het doorslaan richting kitsch. De muziek van God Help The Girl is uiteindelijk nog het best te omschrijven als Belle & Sebastian met een vleugje Motown en jazz, een beetje van The Carpenters en wat extra strijkers, invloeden uit de 60s en vooral zonneschijn. Waar bij Belle & Sebastian nog wel eens een donkere wolk komt overdrijven, is de muziek van God Help The Girl vrijwel continu zonnig en onbevangen. Dat is in het begin wel even wennen, maar al snel blijken de zoete klanken van God Help The Girl net zo onweerstaanbaar als de bitterzoete klanken van Belle & Sebastian. De musical zelf laat ik graag aan me voorbij gaan, maar deze soundtrack is er absoluut één om te koesteren voor de dagen dat het leven een feest of juist een ellende is. Erwin Zijleman

zaterdag 13 juni 2009

Adam Lipman - From Your Mouth To God Ears

De Amerikaanse singer-songwriter Adam Lipman is met zijn onvaste en net wat te vaak overslaande stem zeker geen groot zanger en ook de povere en vaak wat rammelende instrumentatie op de man’s debuut From Your Mouth To God Ears zal waarschijnlijk geen aardverschuivingen veroorzaken. Toch is het debuut van Adam Lipman een plaat die me diep weet te raken. De sobere en vooral door piano en orgel gedragen instrumentatie op From Your Mouth To God Ears mag hier en daar flink rammelen, maar is ook buitengewoon effectief. Het zijn over het algemeen sombere klanken die fraai kleuren bij Adam Lipman’s onvaste maar ontroerende stem. Een stem die wel wat doet denken aan die van Will Oldham, maar ook raakt aan die van Nick Cave en Jeffrey Lee Pierce. Adam Lipman heeft een stem waaraan je even moet wennen, maar wanneer hij je eenmaal weet te raken raakt hij je ook diep. From Your Mouth To God Ears is een conceptplaat over religie. Adam Lipman is afkomstig uit het zwaar religieuze Utah en heeft zijn twijfels over de strenge Mormoonse kerk in de staat, maar kan tegelijkertijd niet zonder. Het is een continue tweestrijd die From Your Mouth To God Ears een fraaie onderhuidse spanning geeft. De muziek van Adam Lipman is misschien simpel, maar is absoluut oprecht. From Your Mouth To God Ears is een ambachtelijke folkplaat zonder opsmuk, maar vol pure emotie. Op het eerste gehoor misschien weinig opzienbarend, maar na verloop van tijd pakt Adam Lipman je bij de strot.Liefhebbers van Will Oldham die zijn wat meer aangeklede platen van de laatste jaren minder kunnen waarderen, moeten deze buitengewoon fraaie en indringende plaat van Adam Lipman maar eens proberen. Erwin Zijleman