donderdag 15 september 2011

Howling Bells - The Loudest Engine

Wat leverde het van oorsprong Australische Howling Bells al weer vijf jaar geleden een prachtig debuut af. Het titelloze debuut van de band stond vol met even zwoele als duistere muziek, die het beste van Slowdive, Mazzy Star, My Bloody Valentine en The Velvet Underground leek te verenigen en net zo makkelijk uit de voeten kon met slowcore, shoegaze en dreampop als met country-noir, psychedelica en indie-rock. Het debuut van Howling Bells was een plaat vol invloeden uit een ver verleden, maar klonk desondanks eigentijds en bij vlagen zelfs vernieuwend, wat de plaat alleen maar extra kracht en magie gaf. Na zo’n geweldig debuut kon de opvolger eigenlijk alleen maar tegen vallen en dat deed het in 2009 uitgebrachte Radio Wars volgens velen dan ook. Zelf vond ik Radio Wars helemaal niet zo’n slechte plaat. Radio Wars was weliswaar wat minder divers en donker dan het zo opvallende debuut, maar de eigenzinnige indie-rock van de band, die dit keer wat meer de kant op ging van bands als Throwing Muses, smaakte wat mij betreft nog altijd naar meer. De derde plaat van de band, The Loudest Engine, werd geproduceerd door Killers bassist Mark Stoermer en klinkt weer anders dan de vorige twee platen van Howling Bells. De elektronisch getinte indie-rock van Radio Wars heeft op The Loudest Engine plaats gemaakt voor een wat rauwer geluid, waarin met name invloeden uit de 60s psychedelica een voorname rol spelen en gelukkig weinig is te horen van de muziek die de werkgever van producer Mark Stoermer maakt. Belangrijkste troef van Howling Bells blijft zangeres Juanita Stein die wederom van vele markten thuis blijkt. Stein kan net zo’n rauwe strot open trekken als PJ Harvey, is net zo zwoel als Hope Sandoval, maar klinkt ook net zo makkelijk als Grace Slick, k.d. lang, Kate Bush, Florence of Siouxsie Sioux, om maar een paar namen te noemen. Het maakt van The Loudest Engine een veelzijdige plaat met voor elk wat wils. Toch is The Loudest Engine zeker geen makkelijke plaat. In eerste instantie klinkt de muziek van Howling Bells op The Loudest Engine wat gedateerd, vlak en soms zelfs wat saai en het duurt even voor de licht gruizige psychedelische tracks vorm en kleur krijgen. Het hier en daar opduikende oordeel dat Howling Bells dit keer plat op de bek gaat, blijkt na enige gewenning veel te makkelijk en bovendien onterecht. Zo goed als het debuut is de derde van Howling Bells zeker niet, maar inmiddels vind ik de plaat toch een stuk sterker dan Radio Wars en is wat mij betreft absoluut sprake van een krent in het momenteel overdadige aanbod pop, al is het maar vanwege de geweldige stem van Juanita Stein en het geweldige gitaarwerk op deze plaat. Erwin Zijleman