maandag 31 december 2012

The Raveonettes - Observator

Het Deense duo The Raveonettes debuteerde precies tien jaar geleden met een mix van 50s en 60s pop en 90s shoegaze. De mix van gruizige gitaren en lekker in het gehoor liggende popliedjes werkte een aantal platen, maar na Lust Lust Lust uit 2008 had ik het wel gehoord. De drie platen die volgden zijn me volledig ontgaan en dat is, naar nu blijkt, een flinke blunder. Het eerder dit jaar verschenen Observator blijkt immers een prachtige plaat, die deels voortborduurt op de muziek uit de beginjaren van de band, maar ook zeker nieuwe wegen in slaat. Op Observator zijn de gitaarmuren van  Sune Rose Wagner, die de muziek van het duo zo lang typeerden, voor een belangrijk deel afgebroken, waardoor de muziek van The Raveonettes een stuk veelzijdiger en subtieler is geworden. Het gruizige gitaargeweld is voor de gelegenheid vervangen door subtiele gitaarlijnen, die in een aantal tracks van een bijna onwerkelijke schoonheid zijn en hier en daar wel wat doen denken aan de gitaarlijnen die Johnny Marr bij The Smiths liet horen aan het begin van de jaren 80, maar ook niet ver zijn verwijderd van het zweverige gitaarwerk op de zwaar onderschatte platen van Lush. Wat is gebleven is het gevoel voor betoverend mooie popliedjes en ook de zang van Sharin Foo is nog altijd om van te watertanden. Observator is een behoorlijk ingetogen plaat, die me qua sfeer af en toe wel wat doet denken aan de muziek van The Xx, maar The Raveonettes zijn er ook in geslaagd om hun unieke eigen geluid te behouden. Observator duurt maar net een half uur, maar het is een half uur muziek van grote schoonheid. The Raveonettes slagen er nog altijd in om popmuziek die duidelijk is geïnspireerd door muziek uit de jaren 50 en 60 modern te laten klinken en dat is een knappe prestatie. Ik ging er tot voor kort van uit dat ik was uitgekeken op de muziek van het Deense duo, maar na beluistering van Observator ben ik weer helemaal verliefd op de muziek van The Raveonettes. Observator is een heerlijk dromerige plaat vol wonderschone melodieën en nog meer toverkracht, die je een half uur lang weet te hypnotiseren en die ook bij herhaalde beluistering niets van zijn magie verliest. Ik ben vast niet de enige die deze plaat van The Raveonettes heeft gemist (ik heb er in Nederland maar heel weinig over gelezen) en dat is zonde. Observator van The Raveonettes is namelijk een plaat die je niet wilt missen. Zeker niet nu de dagen korter en de avonden langer worden. Wat mij betreft een hele mooie afsluiting van het muziekjaar 2012. Erwin Zijleman












Beluister in Spotify

zondag 30 december 2012

Rachel Zeffira - The Deserters

De Canadese zangeres Rachel Zeffira zal een enkeling nog kennen van het gelegenheidsproject Cat’s Eyes, waarin de sopraan samenwerkte met Faris Badwan, beter bekend als voorman van de Britse band The Horrors. Met The Deserters heeft Rachel Zeffira haar eerste soloplaat afgeleverd en het is een plaat die vooralsnog gemengde reacties oplevert. The Deserters is een plaat die je niet kunt verdragen of die je niet kunt weerstaan; een tussenweg is er eigenlijk niet. Rachel Zeffira verloochent op The Deserters haar achtergrond niet een maakt klassiek aandoende muziek. Dat hoor je zowel in de instrumentatie, waarin breed uitwaaiende pianoklanken domineren en strijkers en blazers zorgen voor de stemmige accenten, als in de klassiek geschoolde vocalen. Ondanks de klassieke achtergrond is The Deserters toch vooral een popplaat en het is als je het mij vraagt een popplaat die veel te bieden heeft. The Deserters is een plaat die zich met van alles en nog wat laat vergelijken. Hier en daar heeft het wel wat van de new age achtige klanken van Enya, af en toe doet de zweverige muziek van de Canadese denken aan de surrealistische klanken van The Cocteau Twins en hier en daar herinnert het pianowerk aan de betere soundtracks van Michael Nyman, maar ook de muziek van het begin vorig jaar bewierookte maar vervolgens snel vergeten Cat’s Eyes klink nadrukkelijk door op The Deserters, dat in één track ook niet vies is van een stevige beat. Met name wanneer de muziek op The Deserters iets heftiger is en een repeterend karakter heeft, is de muziek van Rachel Zeffira bijna bezwerend en behoorlijk overweldigend, zeker wanneer je het volume wat opschroeft. Hiertegenover staat wat meer ingetogen songs die het vooral moeten hebben van de wat subtielere betovering. Met name bij deze songs verslapt mijn aandacht zo nu en dan, maar op de achtergrond kabbelen de dromerige klanken van Rachel Zeffira heerlijk voort. Alles bij elkaar genomen is The Deserters een lastige plaat. Voor veel liefhebbers van popmuziek zal de muziek die Rachel Zeffira op haar solodebuut maakt wat te klassiek zijn, maar liefhebbers van klassieke muziek vinden het ongetwijfeld teveel pop. The Deserters vraagt daarom om een open houding en af en toe een compromis, maar uiteindelijk krijg je er veel voor terug. Met name wanneer Rachel Zeffira wat aardsere muziek maakt is The Deserters een indrukwekkende plaat, die er zelfs in slaagt om het van My Bloddy Valentine bekende To Here Knows When op een aansprekende manier te coveren, maar ook de wat zweverigere tracks maken steeds meer indruk. The Deserters van Rachel Zeffira is vooral een hele bijzondere, maar bij vlagen ook bloedstollend mooie, zondagochtend plaat. Al een tijdje uit in Engeland, maar een Nederlandse release wordt pas in januari verwacht. Erwin Zijleman












Beluister in Spotify

zaterdag 29 december 2012

Mary Chapin Carpenter - Ashes & Roses

Op de laatste zaterdag van 2012 sta ik voor de afwisseling eens niet stil bij een onbekende rootsmuzikant maar bij een hele bekende. Mary Chapin Carpenter draait al mee sinds de tweede helft van de jaren 80 en heeft inmiddels een klein dozijn platen op haar naam staan. Het zijn platen die vrijwel allemaal goed waren voor bijzonder positieve recensies en Mary Chapin Carpenter een flinke groep trouwe fans hebben opgeleverd. Op een of andere manier wil het tussen Mary Chapin Carpenter en mij echter niet zo lukken. Ik heb alleen Time* Sex* Love* uit 2001 en een verzamelaar uit 2003 in de kast staan en het is heel lang geleden dat ze daar zijn uitgekomen. Dat haar nieuwe plaat, Ashes And Roses, tot dusver aan mijn aandacht is ontsnapt is dus niet zo vreemd, maar na lang aandringen van enkele lezers van deze BLOG heb ik de plaat toch maar eens een kans gegeven. Na beluistering van Ashes And Roses begrijp ik eigenlijk niet waarom ik zo weinig heb met de muziek van de singer-songwriter uit Princeton, New Jersey. Mary Chapin Carpenter maakt op Ashes And Roses mooi verzorgde singer-songwriter muziek met vooral invloeden uit de folk. Ashes And Roses heeft een mooi, stemmig, akoestisch geluid dat voor een belangrijk deel bestaat uit akoestische gitaar en piano. Het is een geluid dat zich niet heel erg opdringt en de mooie stem van Mary Chapin Carpenter alle ruimte geeft. Mary Chapin Carpenter is de 50 inmiddels ruim gepasseerd en dat hoor je in haar ietwat doorleefd klinkende stem. Het is een stem die op Ashes & Roses mooie en indringende verhalen verteld die vrijwel zonder uitzondering persoonlijk van aard zijn. Ashes & Roses is een plaat die eenvoudig overtuigt met sfeervolle klanken, mooie vocalen en sterke songs, maar het is ook een plaat die veel meer te bieden heeft dan je op het eerste gehoor zult vermoeden. Op het eerste gehoor klinkt het allemaal wat gewoontjes of in ieder geval net wat te ingetogen naar mijn smaak, maar dat is een valkuil waar ik bij Mary Chapin Carpenter al vaker ben ingetrapt. Wanneer je wat tijd investeert in deze plaat, merk je dat de meeste songs op de plaat aan kracht winnen wanneer je ze vaker hebt gehoord, waardoor de muziek van Mary Chapin Carpenter steeds meer met je doet. Ik raak langzaam maar zeker steeds meer onder de indruk van Ashes & Roses en begin ook langzaam maar zeker de rest van Mary Chapin Carpenter’s fraaie oeuvre te ontdekken. Mary Chapin is de afgelopen decennia niet alleen door mij ondergewaardeerd, maar wordt door de meeste Nederlandse liefhebbers van singer-songwriter muziek niet op de juiste waarde geschat. Het is de hoogste tijd dat daar verandering in komt. Ashes & Roses is het perfecte startpunt om deze verandering te realiseren. Erwin Zijleman









Beluister in Spotify

vrijdag 28 december 2012

Poliça - Give You The Ghost

Give You The Ghost van de uit Minneapolis afkomstige band Poliça verscheen in de lente van 2012 en werd direct uitgeroepen tot jaarlijstjesplaat. Dat was achteraf bezien wat voorbarig, want in de jaarlijstjes speelt het debuut van de band rond zangeres Channy Leanagh en producer Ryan Olson geen enkele rol van betekenis. De plaat heeft bij mij maanden op de stapel gelegen en leek daar niet meer van af te komen, maar gelukkig gaf de release dip van het moment de plaat nog net op tijd het laatste zetje. De critici zijn Poliça inmiddels al weer vergeten, maar ik vind Give You The Ghost een erg sterke plaat en inderdaad een plaat die best aanspraak mag maken op de jaarlijstjes. De muziek van Poliça is tot dusver omschreven als een mix van The Cocteau Twins, Portishead en The Xx en dat is op zich best een aardige omschrijving als vind ik de muziek op Give You The Ghost experimenteler, elektronischer en moderner dan de muziek van de genoemde bands en mag, wanneer we toch namen aan het noemen zijn, de naam van Grimes (dat met Visions wel uitstekend scoorde in de jaarlijstjes en bij AllMusic.com zelfs de eerste plek wist te bereiken) eigenlijk niet ontbreken. Wat bij eerste beluistering van Give You The Ghost het meest opvalt zijn de vocalen van Channy Leanagh. Leanagh heeft een stem die wel wat aan die van Sarah McLachlan doet denken, maar deze stem wordt op Give You The Ghost flink vervormd met de dit jaar veel gebruikte Auto-Tune, wat de muziek van Poliça een wat vervreemdend en bezwerend effect geeft. Wanneer je eenmaal gewend bent aan de bewerkte zang, krijg je aandacht voor de muziek op en de productie van Give You The Ghost en dat is in beide gevallen een hoogstandje. Give You The Ghost van Poliça is een prachtig klinkende plaat met muziek die alle kanten op schiet. De ene keer verrast Poliça met bijna experimentele klanken die inderdaad wel wat doen denken aan die van The Cocteau Twins of Portishead, maar de band schotelt je net zo makkelijk aanstekelijke synthpop of een fris funky popliedje met blazers voor. Het zou zonder de verbindende vocalen van Channy Leanagh en de betoverend mooie productie en instrumentatie van Ryan Olson waarschijnlijk snel een allegaartje worden, maar de combinatie van bezwerende zang, een veelzijdige instrumentatie en een glasheldere productie levert een consistente plaat op die maar blijft boeien en groeien. In eerste instantie is het wel even wennen aan de onderkoelde zang, maar wanneer Poliça je eenmaal heeft gegrepen is Give You The Ghost niet alleen een plaat die maar moeilijk los laat, maar bovendien een plaat die steeds weer nieuwe details laat horen en hierdoor langzaam transformeert in een veelkleurig meesterwerk dat eigenlijk op vrijwel ieder moment tot zijn recht komt. De jaarlijstjes leveren ook dit jaar weer veel platen op die ik anders zou hebben gemist, maar deze niet jaarlijstjes plaat is me uiteindelijk nog net wat dierbaarder. Erwin Zijleman 












Beluister in Spotify

donderdag 27 december 2012

Rush - Clockwork Angels

Er is een tijd geweest dat ik compleet verslingerd was aan de muziek van het Canadese trio Rush, maar dat is inmiddels toch wel een jaar of 30 geleden denk ik. Een tijdje geleden liet ik op Spotify mijn favoriete Rush plaat van destijds (Hemispheres uit 1978) weer eens voorbij komen en viel het me op dat de muziek van de Canadezen de tand des tijd veel beter had doorstaan dan ik had verwacht. Tegenwoordig kun me niet meer wakker maken voor muziek met 1001 tempowisselingen (per minuut), een stortvloed aan muzikale hoogstandjes, tracks van 20 minuten of meer en volop invloeden uit de symfonische rock, maar Hemispheres (volgens de kenners overigens een van de mindere platen van de band) komt desondanks weer met enige regelmaat voorbij en ik vind het, in tegenstelling tot andere persoonlijke favorieten uit deze periode, nog steeds een goede plaat. Toen onlangs bij toeval de nieuwe plaat van Rush (als ik het goed heb geteld de twintigste studioplaat van de in 1968 opgerichte band) op de mat viel, kon ik mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en daar heb ik zeker geen spijt van gekregen. Opener Caravan laat horen dat de muziek van Rush de afgelopen decennia niet eens zo heel veel is veranderd, al is de band wel degelijk met zijn tijd mee gegaan waardoor Clockwork Angels veel moderner klinkt dan bijvoorbeeld het genoemde Hemispheres. In muzikaal opzicht is de muziek van de Canadezen nog altijd onnavolgbaar. Het gitaarwerk spettert de speakers uit en de keyboard laag vult de hele kamer, maar persoonlijk vind ik het virtuoze bas- en drumwerk het meest indrukwekkend. Rush is nog altijd niet vies van een tempowisseling hier en daar en zet je daarom steeds weer op het verkeerde been. Waar de band dit vroeger moeiteloos een lp lang vol hield, biedt Clockwork Angels veel meer variatie. Behoorlijk stevige rocksongs worden afgewisseld met meer ingetogen songs en zeer complexe songs worden afgewisseld met meer rechttoe rechtaan werk. Ondanks het feit dat ik het werk van de band sinds het eind van de jaren 80 volledig heb gemist, was Clockwork Angels direct een warm bad. Vergeleken met de platen uit een inmiddels heel ver verleden is bassist Geddy Lee wat minder hoog gaan zingen, maar dat vind ik persoonlijk geen ramp. Verder is de muziek wat steviger en rauwer dan vroeger, maar ook dat is eerder een voordeel dan een nadeel. Clockwork Angels is een plaat waarop verschrikkelijk veel te ontdekken valt, maar inmiddels durf ik het toch wel een van de betere rockplaten van het jaar te noemen. Dat is voor een band die volgend jaar 45 jaar bestaat een prestatie van ongekend formaat. Clockwork Angels zal niet door iedere lezer van deze BLOG worden gewaardeerd, maar iedereen die niet vies is van een stevige portie complexe rockmuziek hoort het momenteel niet beter dan dit. Erwin Zijleman












Beluister in Spotify

woensdag 26 december 2012

Kate Earl - Stronger

Kate Earl groeide op in Chugiak, Alaska, maar verhuisde een paar jaar geleden naar Los Angeles om haar muzikale carrière van de grond te krijgen. Dat leverde de afgelopen zeven jaar twee platen op die allebei bij een grote platenmaatschappij werden uitgebracht en waar flink wat geld in werd gepompt, maar beide platen gingen uiteindelijk niet in grote aantallen over de toonbank. Haar titelloze tweede plaat wist drie jaar geleden ook mij te bereiken, maar ondanks het feit dat ik zeer gecharmeerd was van de stem van Kate Earl, bleef de mix van vooral soul en pop me niet of nauwelijks bij. Het vorige maand op een kleiner label uitgebrachte Stronger, blijft me tot dusver wel bij en wordt me bij iedere luisterbeurt bovendien weer wat dierbaarder. Kate Earl blijft dit keer gelukkig ver verwijderd van de gladde soulpop van haar tweede plaat en kiest voor een geluid waarin gelijke delen pop, folk en 70s singer-songwriter muziek met elkaar worden vermengd. Stronger is voorzien van een mooi vol en lekker in het gehoor liggend geluid dat je mee terugneemt naar de muziek zoals die in de jaren 70 in California werd gemaakt en me misschien nog wel het meest doet denken aan de betere soloplaten van Stevie Nicks. Het is een geluid dat prachtig past bij de warme en verleidelijke stem van Kate Earl. Stronger is een plaat die de zon onmiddellijk laat schijnen en je even laat vergeten dat de winter inmiddels echt is begonnen. Het is een plaat die het geweldig doet op de achtergrond, maar ook wanneer je Stronger met de koptelefoon beluistert, blijft de derde plaat van Kate Earl met gemak overeind en wordt hij eigenlijk alleen maar beter. Kate Earl focust zich op Stronger voornamelijk op toegankelijke popliedjes, op een manier die wel wat doet denken aan de manier waarop Sheryl Crow 70s singer-songwriter muziek omvormde tot toegankelijke popmuziek, maar het zijn popliedjes van hoog niveau. In muzikaal opzicht valt er behoorlijk wat te genieten op de door ervaren sessiemuzikanten volgespeelde plaat en meer dan eens blijkt de instrumentatie een stuk subtieler dan de aanstekelijke popliedjes doen vermoeden. Ook in vocaal opzicht valt er op Stronger veel te genieten. Kate Earl beschikt over een warme en krachtige stem die als een zachte deken om je heen valt, maar ook zeker beschikt over een rauw en scherp randje waarmee de Amerikaanse zich weet te onderscheiden van de concurrente. Omdat Kate Earl ook nog eens flink wat variatie aanbrengt in haar muziek, is Stronger een plaat direct vermaakt maar ook blijft vermaken. Het grote publiek gaat Kate Earl ook met Stronger waarschijnlijk niet bereiken, maar liefhebbers van de betere vrouwelijke singer-songwriters moeten hier zeker eens naar luisteren. Ik had deze feel good plaat in ieder geval voor geen goud willen missen. Erwin Zijleman











Beluister in Spotify

dinsdag 25 december 2012

Kirsty Almeida & The Troubadours - Winter Songs

Vooruit, het is kerstmis, dus laat ik nog maar een kerstplaat van de stapel halen. Op Winter Songs prijkt de naam van Kirsty Almeida, die voor de gelegenheid ook haar band The Troubadours heeft opgetrommeld. Nu ken ik Kirsty Almeida als een bijzondere zangeres uit Manchester, die met een soulvolle strot op geheel eigen wijze folksongs vertolkt. Ze is eigenlijk de laatste van wie je een kerstplaat verwacht, maar ze heeft hem wel degelijk gemaakt. Winter Songs opent met een nauwelijks te verdragen kerstsong, die me vooral aan We All Stand Together van Paul McCartney (waarschijnlijk zijn slechtste song, al komen er meer voor in aanmerking) doet denken. Heel even wilde ik de plaat de mond snoeren, zeker toen ik zag dat kerstkraker All I Want For Christmas Is You zou volgen. Van deze uitgekauwde song weet Kirsty Almeida echter een bloedstollend mooie versie neer te zetten. Kippenvel van de eerste tot de laatste seconde en wat mij betreft genoeg om Winter Songs het voordeel van de twijfel te geven. Ook het van Joni Mitchell bekende River wordt door Kirsty Almeida op bijzonder fraaie wijze vertolkt en zo staan er nog wel wat aardige songs op de plaat, maar zo indrukwekkend als in All I Want For Christmas Is You wordt het niet meer. Met name de echte kerstsongs zijn maar lastig te verdragen, al is het lang niet zo erg als de gemiddelde kerstplaat. Hier en daar zijn het bijna kinderliedjes die Kirsty Almeida maakt. Het klinkt grappig en ik zet het duizend keer liever op dan de honingzoete kerstplaten die de afgelopen weken in stapels zijn verschenen, maar echt warm krijg ik het er toch niet van. Winter Songs van Kirsty Almeida is eigenlijk om twee redenen interessant en die wegen zwaar genoeg om het plekje op mijn BLOG te rechtvaardigen. Allereerst horen we een zangeres aan het werk die tot veel meer in staat is en in 2013 zomaar een wereldplaat kan afleveren en hiernaast heeft All I Want For Christmas Is You eindelijk de ultieme vertolking gekregen. Ik zet de laatste nog maar eens op en weet wat ik echt voor kerstmis wil: een serieuze plaat van Kirsty Almeida & The Troubadours, want geef deze zangeres het juiste repertoire en ze maakt een plaat die de wereld zal verbazen. Dat deed ze al eens met haar debuut (zie de video hieronder), maar die plaat zijn we helaas al weer vergeten. Erwin Zijleman





Beluister in Spotify

maandag 24 december 2012

Alex Culbreth & The Dead Country Stars - Heart In A Mason Jar

Alex Culbreth maakte met The Parlor Soldiers wat mij betreft één van de beste en meest indrukwekkende platen van het jaar (When The Dust Settles, zie de recensie op deze BLOG), maar dat was kennelijk nog niet genoeg. De Amerikaanse muzikant uit Fredericksburg, Virginia, maakte de afgelopen jaren deel uit van meerdere bands en nam bovendien ook in zijn uppie muziek op. Op Heart In A Mason Jar laat Alex Culbreth zich begeleiden door zijn band The Dead Country Stars en dat klinkt weer heel anders dan The Parlor Soldiers. Heart In A Mason Jar is een traditioneel aandoende rootsplaat met een enkel modern uitstapje en het is wederom een plaat van hoog niveau. Door de herkenbare zang van Alex Culbreth is er in vocaal opzicht wel wat overlap met The Parlor Soldiers, maar de verschillen overheersen. Heart In A Mason Jar is een gevarieerde plaat met een aantal wat meer uptempo en wat stevigere songs en een aantal meer ingetogen songs met vooral invloeden uit de country. Ook met The Dead Country Stars maakt Alex Culbreth weer muziek die je direct meesleept naar het platteland van de Verenigde Staten. Doe je ogen dicht en je waant je onmiddellijk in het lokale dorpscafé, waar vooral liefdesverdriet wordt weggedronken. Alex Culbreth legt wederom zijn hart en ziel in zijn songs en dit geeft zijn muziek een duidelijke meerwaarde. Heart In A Mason Jar blijft dicht bij de tradities van de Amerikaanse rootsmuziek en moet daarom concurreren met stapels andere platen, maar op één of andere manier blijft de plaat je onmiddellijk bij en wil je hem vaker horen. Net als bij The Parlor Soldiers klinkt de muziek van Alex Culbreth en zijn band als muziek die zo ongeveer live op de band werd gesmeten en waar het spelplezier van af spat, maar vergeleken met The Parlor Soldiers laten Alex Culbreth & The Dead Country Stars een voller geluid horen en is er meer ruimte voor instrumentaal vuurwerk. In eerste instantie greep Heart In A Mason Jar me niet zo stevig vast als When The Dust Settles, maar de plaat heeft sindsdien een imposante groei doorgemaakt en met name de wat meer ingetogen songs zijn inmiddels al behoorlijk onmisbaar, met wat mij betreft het Springsteen achtige Daisy als onbetwist hoogtepunt. Alex Culbreth liet eerder dit jaar met The Parlor Soldiers horen dat hij behoort tot de grote beloften van de Amerikaanse rootsmuziek en onderstreept dit nu met Heart In A Mason Jar van Alex Culbreth & The Dead Country Stars. Iedereen die eerder dit jaar werd verrast door The Parlor Soldiers zal ook deze plaat zeer kunnen waarderen. Ga dus snel luisteren en trakteer je voor een prikkie op een prima klinkende digitale download. Iedere liefhebber van Amerikaanse rootsmuziek die The Parlor Soldiers eerder dit jaar heeft gemist loopt inmiddels twee prachtplaten achter. Erwin Zijleman

Heart In A Mason Jar van Alex Culbreth & The Dead Country Stars ligt niet in Nederland in de winkel, maar kan worden besteld via de Bandcamp pagina van de band: http://deadcountrystars.bandcamp.com/album/heart-in-a-mason-jar. Een digitale download kost 10 dollar, dat is maar net 7,50 euro. Het hele album kan via deze pagina ook worden beluisterd.






zondag 23 december 2012

Kristina Train - Dark Black

Wat is Spotify toch een mooie uitvinding. Na zomaar wat doelloos rondklikken kwam ik terecht bij Dark Black van de Amerikaanse singer-songwriter Kristina Train en dat is een plaat die ik zonder het beetje hulp van Spotify nooit zou hebben ontdekt. Dat zou doodzonde zou zijn geweest, want wat is dit een mooie en veelzijdige plaat. Dat Kristina Train nog volslagen onbekend is, is me overigens een groot raadsel, want Dark Black staat werkelijk bol van de potentie. Kristina Train werd geboren in New York, groeide op in Savannah, Georgia, en opereert inmiddels al weer een aantal jaren vanuit Londen. Dat hoor je allemaal terug in haar muziek. Dark Black heeft het lef en de branie van New York, de soul van het Zuiden van de Verenigde Staten en het gevoel voor aanstekelijke soulpop van de Britse hoofdstad. Op haar debuut werkte Kristina Train nog samen met singer-songwriter Ed Harcourt en de mensen achter Adele, maar desondanks brak Spilt Milk geen potten. Op Dark Black is alleen Ed Harcourt overgebleven, waardoor Dark Black wat minder gepolijst klinkt dan zijn voorganger. Het is de kwaliteit van de muziek van Kristina Train absoluut ten goede gekomen. Dark Black is een plaat die de soul en gospel die Kristina Train in Georgia met de paplepel kreeg ingegoten verbindt met de Britse blue-eyed soul uit de jaren 60 en 70. Dark Black klinkt hierdoor niet alleen als de perfecte mix van Dusty Springfield en Aretha Franklin, maar ook als een uitstekend alternatief voor de al eerder genoemde Adele en haar inmiddels al weer bijna vergeten collega Duffy. Dark Black heeft hiernaast wel iets van de jazzy pop van Norah Jones, is niet zo heel ver verwijderd van de retro soulpop van Rumer en heeft tenslotte het onderkoelde van Lana Del Rey en het warmbloedige van Sade. Het zijn stuk voor stuk namen die de kassa laten rinkelen, waardoor de grote doorbraak van Kristina Train alleen maar een kwestie van tijd kan zijn. Kristina Train beschikt over een heerlijke stem en heeft een goed gevoel voor lekker in het gehoor liggende popmuziek, maar ze durft op Dark Black ook risico’s te nemen en dat siert haar. Dark Black bevat een wat meer theatrale track die zo van de hand van Jacques Brel had kunnen zijn, maar ook een aantal tracks met een wat meer roots georiënteerd geluid; een geluid dat overigens prachtig kleurt bij de warme stem van Kristina Train. Hiernaast zouden een aantal tracks op Dark Black niet misstaan op een soundtrack bij een film of tv serie van David Lynch en ook in deze tracks valt op hoe mooi de stem van de Amerikaanse is. Een vleugje 60s (inclusief een Phil Spector achtige productie) en geweldig gitaarwerk maken het helemaal af. Dark Black is inmiddels al flink wat keren voorbij gekomen en de plaat begint me steeds dierbaarder te worden en wint bovendien nog steeds aan kracht. Kristina Train combineert op Dark Black de toegankelijkheid en verleidingskracht van de succesvolle popzangeressen met de kwaliteit en het avontuur van de betere singer-songwriters. Het is niet alleen een zeldzame combinatie, maar het is ook een combinatie die geweldig uitpakt. Ik kan Dark Black van Kristina Train daarom alleen maar zeer warm aanbevelen. Voor winter, lente, zomer en herfst. En voor de kerst. Erwin Zijleman











Beluister in Spotify

zaterdag 22 december 2012

Diftong - Holy Bones

Op zaterdag bespreek ik met enige regelmaat de obscure parels uit de Amerikaanse rootsmuziek. Dat het hier niet om platen in de marge gaat bewees mijn jaarlijst, waarin de in eigen beheer uitgebrachte rootsplaten uitstekend waren vertegenwoordigd.  Dat de betere Amerikaanse rootsmuziek niet per se van het Amerikaanse platteland hoeft te komen is het afgelopen jaar ook al meerdere malen bewezen en wordt deze week nog eens nadrukkelijk onderstreept door Holy Bones van de Nederlandse singer-songwriter Diftong. Diftong beschrijft zichzelf als "a Dutch poet in an American dream" en mooier kan ik het in ieder geval niet verzinnen. De Nederlandse dichter en singer-songwriter bracht de afgelopen jaren al een aantal platen en een bundel met teksten uit, maar Holy Bones is mijn eerste kennismaking met de muziek van Diftong. Het is een kennismaking die zeker naar meer smaakt. Diftong maakt op Holy Bones veelkleurige Amerikaanse rootsmuziek, die opvalt door een fraaie instrumentatie, mooie teksten, een gruizige en doorleefde stem en hele sterke songs. Diftong laat op Holy Bones een geluid horen dat qua schoonheid kan concurreren met dat van zijn Britse en Amerikaanse soortgenoten en qua veelzijdigheid een deel van de concurrentie voorbij streeft. Persoonlijk hou ik van singer-songwriters die hun songs tot op het bot uitkleden of singer-songwriters die hun muziek juist tot in detail inkleuren. Diftong opereert in de laatste categorie en levert een plaat af vol prachtige details. De instrumentatie op Holy Bones is rijk en veelkleurig en wordt ingekleurd met onder andere gitaren, banjo, mandolines, viool, dobro, lap steel, piano, mondharmonica, accordeon en orgel. De instrumentatie is nergens opdringerig, want de muziek van Diftong is ondanks de aandacht voor details behoorlijk ingetogen en sober. Er is alle ruimte voor de wat rauwe stem van Diftong en de al minstens even overtuigende zang van Monique Vermeer, wat meerdere kippenvelmomenten oplevert. Amerikaanse rootsmuziek vormt de basis van de muziek van Diftong, maar de Nederlandse singer-songwriter en zijn medemuzikanten verloochenen de Europese achtergrond niet helemaal en maken af en toe ook muziek die Iers aandoet, zeker wanneer de viool wordt ingezet. Holy Bones bevat 10 songs en ze zijn alle 10 even mooi. Zelfs zo mooi dat Diftong wat mij betreft de concurrentie aan kan met de rootsplaten die het afgelopen jaar in de Verenigde Staten zijn verschenen en dat is, zeker gezien het hoge niveau van het afgelopen jaar, heel knap. Liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek adviseer ik dan ook nadrukkelijk om eens te luisteren naar deze parel van eigen bodem. Grote kans dat je na bijna 40 minuten net zo enthousiast bent als ik. Erwin Zijleman










Beluister in Spotify

vrijdag 21 december 2012

Chromatics - Kill For Love

Er is bijna geen jaarlijst te vinden waarin geen plekje is gereserveerd voor Kill For Love van de Amerikaanse band Chromatics.  Ik kan inmiddels concluderen dat dit volkomen terecht is. Kill For Love van Chromatics is immers een plaat die bijna anderhalf uur (!) lang intrigeert en vermaakt. De muziek van Chromatics intrigeert door de opvallende mix van gitaren en elektronica, de fraaie pianopartijen, de verleidelijke zang en de enorme dosis galm. De muziek van Chromatics doet hier en daar qua sfeer wel wat denken aan een 80s band als The Cocteau Twins, maar combineert dromerige en wat onheilspellende klanken op geheel eigen wijze met toegankelijke synthpop en een vleugje dreampop, waardoor ik ook wel raakvlakken hoor met bands als The Xx en M83. Alternatieven voor deze namen zijn er volop: Fever Ray, New Order, Giorgio Moroder; het zit er allemaal in en ik kan nog wel even  doorgaan met noemen van namen (maar doe dat niet). Kill For Love opent met een opvallende cover van Neil Young’s Into The Black (Hey Hey, My My). Het is de eerste keer dat de band uit Portland, Oregon, je op het verkeerde been zet, maar het is zeker niet de laatste keer. Kill For Chromatics is een plaat die, zeker bij wat minder aandachtige beluistering, wat voort lijkt te kabbelen. De ene keer met aanstekelijke synthpop deuntjes met voorzichtige beats, de volgende keer met wat complexere en over het algemeen melancholisch aandoende tracks. Wanneer je met volledige aandacht naar Kill For Love luistert, hoor je pas hoe mooi en bijzonder de muziek van Chromatics is. Kill For Love bevat flarden bijzonder toegankelijke popmuziek, maar is uiteindelijk vooral een plaat van contrasten. Het ene moment bijna lieflijk, het volgende moment rauw. Het ene moment zonnig, het volgende moment aardedonker. Net wanneer je gewend bent aan de heerlijk monotone vocalen van zangeres Ruth Radelet verdwijnt ze uit beeld en net wanneer je denkt dat Chromatics het moet hebben van aanstekelijke synthpop met een vleugje disco en postpunk verrast de band met bezwerende atmosferische tracks die je meevoeren naar surrealistische landschappen. Met name het contrast tussen catchy popsongs en lome tracks die het vooral van de sfeer moeten hebben draagt bij aan het unieke karakter van de muziek van Chromatics. Net zoals zoveel andere bands haalt Chromatics een belangrijk deel van haar inspiratie uit het verleden, maar in tegenstelling tot de meeste andere bands smelt Chromatics de invloeden uit het verleden samen tot een geluid dat zijn tijd vooruit is en dat is knap. Heel knap. In eerste instantie was ik niet eens zo heel erg onder de indruk van Kill For Love van Chromatics, maar inmiddels heeft de plaat me volledig te pakken, waarbij het tweede deel van de plaat mijn voorkeur heeft, al worden ook de toegankelijkere songs aan het begin steeds onweerstaanbaarder. Is dit de volgende jaarlijstjesplaat die ik jammerlijk gemist heb eerder dit jaar? Ik vrees van wel. Erwin Zijleman










Beluister in Spotify

donderdag 20 december 2012

Swans - The Seer

Ook de jaarlijst van PopMatters is inmiddels gepubliceerd en het is zoals gewoonlijk weer een hele mooie lijst. Van de 75 platen in de lijst heb ik er slechts 26 besproken op mijn BLOG, dus er valt weer voldoende te ontdekken. Laat ik eens beginnen met de top 5. Uit deze top 5 besprak ik slechts twee platen (Beach House en Fiona Apple) op mijn BLOG, maar deze haalden wel allebei mijn top 11 over 2012. Drie platen uit de top 5 heb ik niet besproken en zelfs niet beluisterd. Na beluistering weet ik inmiddels dat ik niet heel veel kan met de nummers 1 en 2 uit de lijst van PopMatters (respectievelijk Frank Ocean en Japandroids), maar de nummer 5 had me redelijk snel te pakken. Deze komt van Swans; de band rond Michael Gira. Ik had tot dusver niet zoveel met Swans of, beter gezegd, ik had helemaal niets met Swans. Van de flinke stapel platen die de band heeft uitgebracht heb ik er volgens mij niet een in de kast staan (de hobbybands van Gira heb ik vreemd genoeg wel) en mede hierdoor heb ik ook het in de zomer verschenen The Seer zonder gewetenswroeging links laten liggen. Dat was, naar nu blijkt, een foutje, want The Seer is een buitengewoon fascinerende plaat. Makkelijk is het allemaal niet, maar dat had ik ook niet van Swans verwacht. Michael Gira noemt The Seer zelf de plaat waar hij 30 jaar aan heeft gewerkt en zo klinkt het eerlijk gezegd ook wel. The Seer bevat uit 11 tracks op twee cd’s en deze staan garant voor ruim twee uur muziek. Het is twee uur waarin van alles en nog wat voorbij komt, maar desondanks is het een consistent en urgent klinkend geheel. In het verleden vond ik de muziek van Swans te weinig gestructureerd en te rommelig, waardoor ik de platen niet uit kon zitten, maar The Seer houdt mijn aandacht met gemak twee uur vast en zelfs een track van ruim 30 minuten brengt me niet in de problemen. The Seer is een veelzijdige en ambitieuze plaat met een zwaar en intens geluid. Hier en daar pakt de band stevig uit met heel veel lawaai, maar hiertegenover staan meer ingetogen momenten met een bijna bezwerend karakter. The Seer is hierdoor een donkere en dynamische plaat vol huiveringwekkende spanningsbogen. Het is muziek die je pas na een aantal keren horen kunt bevatten, maar ook daarna blijf je nog lange tijd nieuwe dingen horen. De muziek van Swans was altijd al lastig in een hokje te duwen en dat is ook voor The Seer vrijwel onmogelijk. Invloeden uit de noiserock worden gecombineerd met postpunk, avant garde, psychedelica, slowcore en elektronica, maar geen van de hokjes doet recht aan de muziek van Swans. Zoals gewoonlijk heeft Michael Gira de touwtjes stevig in handen, maar The Seer valt ook op door fraaie gastbijdragen door leden van onder andere Low, Akron/Family en The Yeah Yeah Yeahs. Het resultaat is behoorlijk overweldigend. Veel muzikanten, heel veel instrumenten en het continu opzoeken van uitersten (van bijna gewelddadige drones tot fluisterzachte passages) zetten een geluid neer dat je naar adem doet snakken. Ik ben me zeer bewust van het feit dat lang niet iedere lezer van deze BLOG ook maar iets zal kunnen met deze plaat, maar ik adviseer iedereen om het op zijn minst te proberen. Ik voeg nog geen week na de publicatie van mijn jaarlijst al weer de derde plaat postuum toe. Het onderstreept de zinloosheid van jaarlijstjes, al had ik The Seer van Swans zonder deze jaarlijstjes nooit ontdekt. Erwin Zijleman








Beluister in Spotify

woensdag 19 december 2012

Amanda Palmer & The Grand Theft Orchestra - Theatre Is Evil

De afgelopen jaren hebben met name de jaarlijstjes van de Amerikaanse muzieksites Pitchfork en PopMatters me een aardig stapeltje platen opgeleverd dat ik niet had willen missen. Op de Pitchfork en PopMatters jaarlijstjes van 2012 moeten we helaas nog even wachten, maar PopMatters publiceerde deze week al wel het lijstje met de aangenaamste verrassingen van 2012. Op dit lijstje vinden we naast, ook op deze BLOG besproken, platen van onder andere Neil Young, The Shins, Aimee Mann en Cat Power, verrassend genoeg ook Theatre Is Evil van Amanda Palmer & The Grand Theft Orchestra. Het is een plaat die in Nederland helemaal niets heeft gedaan. Dat is gezien de vorige platen van Amanda Palmer niet verwonderlijk, want op deze platen maakte de Amerikaanse muzikante het de luisteraar toch behoorlijk lastig. Laten we eerst het geheugen even opfrissen. Amanda Palmer dook een jaar of acht geleden op als helft van het duo The Dresden Dolls. Het duo uit Boston verraste met een bijzondere mix van punk, rock en Duits cabaret uit de jaren 30 en leverde tussen 2004 en 2008 uiteindelijk drie memorabele platen af. Na het uit elkaar vallen van het duo begon Amanda Palmer aan een solocarrière, maar deze wist het hoge niveau van The Dresden Dolls helaas niet vast te houden. Tot de release van Theatre Is Evil dan, want de een paar maanden geleden verschenen plaat van Amanda Palmer & The Grand Theft Orchestra is inderdaad een enorm aangename verrassing. Omdat de platenmaatschappijen geen brood meer zagen in de muziek van Amanda Palmer, zamelde ze zelf maar liefst 1 miljoen dollar in. Dat is te horen, want Theatre Is Evil is een groots klinkende plaat met voor Amanda Palmer begrippen verrassend toegankelijke popmuziek. Het is nog altijd enigszins theatraal klinkende popmuziek, maar het is gelukkig niet meer zo over de top als een paar jaar geleden. Theatre Is Evil laat zich beluisteren als het beste uit een aantal decennia eigenwijze popmuziek met een toegankelijk tintje. Palmer en haar band citeren met name stevig uit de new wave uit de jaren 70 en 80, maar zijn ook niet vies van de hitgevoelige popmuziek zoals bands als No Doubt en Berlin die in de jaren 80 en 90 maakten. Met het noemen van namen begeef ik me overigens op glad ijs. Theatre Is Evil is een plaat die nadrukkelijk uitnodigt tot het noemen van namen, maar de lijst wordt al snel zo lang dat de bruikbaarheid verdwijnt als sneeuw voor de zon. Amanda Palmer en haar band beginnen bij Lene Lovich en Siouxsie & The Banshees en eindigen bij eigenzinnig singer-songwriters als Tori Amos en Regina Spektor. Alles wat hier tussenin zit overgieten ze met een uniek Amanda Palmer sausje, dat al snel vrijwel onweerstaanbaar is en bovendien veel knapper in elkaar blijkt te steken dan je op het eerste gehoor zult vermoeden. Eindconclusie: Theatre Is Evil van Amanda Palmer & The Grand Theft Orchestra is inderdaad een van de meest aangename verrassingen van 2012. Ga dat horen en zien (Let op: volgens YouTube is de clip NSFW). Erwin Zijleman











Beluister in Spotify


dinsdag 18 december 2012

10cc - Tenology, box-set

De bron van nieuwe muziekreleases stond de afgelopen weken al op een bijzonder laag peil, maar is nu helemaal droog gevallen. Alle tijd dus voor de platen die ik om welke reden dan ook gemist heb en voor de leuke hebbedingetjes. De box-set die ik vandaag bespreek valt formeel gezien waarschijnlijk in de laatste categorie, maar is wat mij betreft veel meer dan zomaar een hebbedingetje. Waar een band als XTC in de jaren 80 vol overtuiging de Beatles van de jaren 80 werd genoemd, zijn de Beatles van de jaren 70, in ieder geval door de echte muziekliefhebber, eigenlijk nooit op de juiste waarde geschat. Ik heb het natuurlijk over de Britse band 10cc, van wie onlangs de bijzonder fraaie en goedgevulde box set Tenology verscheen. Dat 10cc door veel muziekliefhebbers niet heel serieus werd en wordt genomen, heeft de band voor een belangrijk deel aan zichzelf te danken. De band verkocht haar ziel wel eens aan de duivel van het hitparadesucces en bracht een aantal singles uit die niet direct wijzen op uniek muzikaal talent. Wanneer ik het volledige oeuvre van 10cc bekijk, zie ik echter een groots oeuvre dat bestaat uit vele hoogtepunten. 10cc produceerde tussen 1973 en 1977 een vijftal albums, die wat mij betreft allemaal als klassieker mogen worden bestempeld. Ook in haar nadagen leverde de band nog een aantal bovengemiddeld goede platen af, al was de meeste glans er toen wel wat af. 10cc grossierde op deze platen niet alleen in toegankelijke en tegelijkertijd razendknap in elkaar stekende popliedjes, die ook van de hand van Paul McCartney hadden kunnen zijn, maar zocht ook meer dan eens het experiment. De band had in Graham Gouldman en Eric Stewart twee songwriters van hoog niveau en beschikte met Kevin Godley en Lol Creme bovendien over twee avonturiers die de band steeds weer van de gebaande paden af wisten te trekken. Wanneer je de platen van 10cc beluistert zit er dan ook een verschil van dag en nacht tussen de singles en de albumtracks. Op de gemiddelde 10cc verzamelaar blijft de laatstgenoemde kant over het algemeen onbelicht, maar op Tenology is er ruimschoots aandacht voor de veelzijdigheid van de band, wat het een stuk makkelijker maakt om van 10cc te houden. Tenology bestaat uit 4 cd’s en een DVD. Op de cd’s komen uiteraard alle singles van de band terug. Van het vooral met doo wop invloeden gevoede Donna en het psychedelische I’m Not In Love tot het wat pompeuze Wall Street Shuffle en de ultieme zomerhit Dreadlock Holiday. Persoonlijk vind ik het absoluut geen straf om naar alle singles van 10cc te luisteren (het is een imposant en veelzijdig rijtje), maar bij de ruime aandacht voor de "classic album tracks" als Blackmail, Une Nuit A Paris en The Second Sitting For The Last Supper zit ik pas echt op het puntje van mijn stoel. Ook de verzameling b-kantjes en rarities op de laatste cd voldoet ruimschoots aan mijn verwachtingen. Er is volop ruimte voor experiment, maar 10cc verloor gelukkig nooit het perfecte popliedje uit het oog. Hoewel de meeste tracks inmiddels 30-40 jaar oud zijn klinkt de muziek van 10cc nog altijd fris en urgent, net als die van The Beatles en XTC. Wat rest is een DVD met live-opnamen en videoclips. Deze doet wel wat gedateerd aan, al maakte 10cc ook wel een aantal clips die nog steeds niet zouden misstaan op de muziekzenders. Al met al biedt Tenology een prachtig overzicht van het werk van een helaas door velen zwaar onderschatte band. Ik kom de kerstdagen wel door met deze vier cd’s vol hoogstaande popmuziek. Wie volgt? Tip: klik eerst op de Spotify link en bekijk pas later de video's. Erwin Zijleman









Beluister in Spotify

maandag 17 december 2012

The Babies - Our House On The Hill

The Babies is eigenlijk niet meer dan een uit de hand gelopen hobby van Cassie Ramone en Kevin Morby. Ramone speelt normaal gesproken in The Vivian Girls, terwijl Morby het grootste deel van zijn tijd steekt in Woods. The Babies lijkt dan ook vooral bedoeld om lekker muziek te maken en wat stoom af te blazen. Weinig pretenties en veel lol. Dat hoor je terug op Our House On The Hill; de opvolger van het vorig jaar uitgebrachte debuut. Dat debuut was best een aardige plaat, maar ook niet veel meer dan dat. Ik had dan ook geen hele hoge verwachtingen van Our House On The Hill, maar het blijkt direct bij eerste beluistering een plaat die me al weer doet twijfelen aan mijn nog kakelverse jaarlijstje. Our House On The Hill is immers een plaat vol met perfecte popliedjes. Daar zijn er meer van, maar The Babies maken van die popliedjes waarvan je onmiddellijk heel erg vrolijk wordt, die je na één keer horen mee kunt zingen en die je vervolgens nooit meer wilt vergeten. Our House On The Hill klinkt als een omgevallen platenkast en bovenop liggen inmiddels tot klassiekers uitgegroeide platen van Guided By Voices, Pavement, The Pixies, The Lemonheads en The Jesus And Mary Chain (maar in plaats hiervan had ik net zo makkelijk vijf andere namen kunnen noemen; bijvoorbeeld wat namen uit de 60s). De onweerstaanbare popmuziek van The Babies laat zich het best omschrijven als lekker rammelende gitaarpop met een psychedelisch (60s) randje. Van de gitaarloopjes op de plaat kun je alleen maar heel gelukkig worden en ook de prachtig bij elkaar kleurende stemmen van Cassie Ramone en Kevin Morby zorgen vrijwel continu voor een gelukzalig gevoel. Het siert Ramone en Morby dat ze op Our House On The Hill afstand durven nemen van de muziek van hun vaste werkgevers en het siert de twee ook dat ze het zo aanstekelijke recept van de plaat niet gedurende de hele speelduur uitmelken. Our House On The Hill bevat immers ook een aantal wat meer ingetogen momenten met bijna Dylan achtige folk. Deze zijn op het eerste gehoor niet zo verleidelijk als de uptempo songs, maar het blijken uiteindelijk groeibriljanten. Ik kan Our House On The Hill nog veel verder de hemel in prijzen door te wijzen op de fraaie productie en de kracht van de songs, maar misschien moet ik het hier maar bij laten. De tweede van The Babies is namelijk een plaat die zichzelf verkoopt. Zoek hem op in Spotify, klik op de Play knop, doe je ogen dicht en verkrijg toegang tot de zevende hemel van de popmuziek. Een bezoek duurt 35 minuten maar kan zo vaak als je wilt worden herhaald; Our House On The Hill blijft immers leuk en wordt eigenlijk alleen maar leuker. The Babies hebben een plaat gemaakt die op zich niets nieuws doet, maar probeer dit maar eens te weerstaan. Mij lukt het in ieder geval niet. Our House On The Hill is vanaf nu dan ook de 51e plaat in mijn jaarlijst over 2012. Erwin Zijleman











Beluister in Spotify

zondag 16 december 2012

Jaarlijstje 2012


Jaarlijstjes? Ik was er vroeger een stuk serieuzer mee bezig dan de laatste jaren, maar ook ik heb de behoefte om aan het eind van een muziekjaar de balans op te maken. Dat begint bij alle platen die het afgelopen jaar een plekje op deze BLOG hebben verdiend. Een krent uit de pop is voor mij immers niet zomaar iets. Ik kan er daarom natuurlijk voor kiezen om een lijst te maken met alle platen die ik het afgelopen jaar heb gerecenseerd en dit te presenteren als mijn jaarlijst, maar dat is te makkelijk. Platen kunnen groeien, maar er zijn ook platen die achteraf bezien toch wat tegenvallen. Bovendien moet ik een onderscheid kunnen maken tussen een goede plaat, een hele goede plaat en een in alle opzichten memorabele plaat. Hoe graag ik het ook wil, 300 memorabele platen worden er in een jaar echt niet gemaakt. Hieronder vind je daarom een lijst met mijn 50 favoriete platen van 2012; stuk voor stuk hele goede platen in alfabetische volgorde. Wat valt op? Veel roots, veel vrouwen, redelijk wat oude garde en verrassend veel platen van eigen bodem. Na het samenstellen van deze lijst heb ik de 11 (ik kon het echt niet terug brengen tot 10) echt memorabele platen er uit gepikt en in alfabetische volgorde gepresenteerd. Wat loont dit jaar? Avontuur! Natuurlijk is dit een momentopname. Vraag me volgende week om mijn memorabele platen uit de lijst en ik kies misschien twee of drie andere platen. Over de meesterwerken van 2012 die ik nog moet ontdekken, want ook die zullen er zijn, heb ik het niet eens. Jaarlijstjes? Het is eigenlijk onzin, maar op de onderstaande lijsten ben ik desondanks stiekem best een beetje trots. Erwin Zijleman

De 50 van 2012

De 11 van 2012 voor een onbewoond eiland




En als toetje
De drie reissues van 2012


Mee naar een onbewoond eiland mag:

Guilty Pleasure


http://www.dekrentenuitdepop.blogspot.nl/2012/11/taylor-swift-red.html
Zwaar onderschatte plaat van een country- en popprinses die echt veel meer kan. Red is een plaat die groeit en groeit en groeit.