zondag 13 oktober 2013

Jonathan Wilson - Fanfare

Jonathan Wilson mislukte in eerste instantie als singer-songwriter, maar bleek uiteindelijk zeer succesvol als sessiemuzikant en producer. Twee jaar geleden deed Wilson nog één ultieme poging om als singer songwriter aan de bak te komen, wat in de vorm van Gentle Spirit een heuse jaarlijstjesplaat opleverde. Gentle Spirit liet zich beluisteren als één groot eerbetoon aan de muziek die in de vroege jaren 70 in de Laurel Canyon aan de rand van Los Angeles werd gemaakt. Daarmee was Jonathan Wilson zeker niet uniek, maar in tegenstelling tot zijn vele soortgenoten slaagde Wilson er wel in om muziek te maken die na al het moois uit de rijke historie van het genre niet achterhaald en overbodig klonk. Door gebruik te maken van antieke opnameapparatuur klonk Gentle Spirit als een psychedelisch singer-songwriter meesterwerk uit vervlogen tijden; in eerste instantie vooral geschikt voor een trip down Memory Lane, maar uiteindelijk één van de onbetwiste hoogtepunten van het mooie muziekjaar 2011. Voor Gentle Spirit wist Jonathan Wilson flink wat muzikanten van naam en faam te strikken en dat is hem ook voor de opvolger van de plaat gelukt. Fanfare bevat gastbijdragen van onder andere Jackson Browne, Graham Nash en David Crosby. Dat suggereert dat ook Fanfare weer naadloos aansluit op de muziek uit de hoogtijdagen van de Laurel Canyon scene, maar dat is maar ten dele het geval. Jonathan Wilson bestrijkt dit keer een net iets bredere periode en staat bovendien open voor meer invloeden. De jaren 70 staan nog altijd centraal op Fanfare, maar naast invloeden uit de Laurel Canyon en heel veel psychedelica horen we dit keer ook Westcoast pop, invloeden van een aantal grote singer-songwriters uit de jaren 70 (Bob Dylan, John Lennon, Neil Young), Beatlesque invloeden en zelfs flarden uit de funk, jazz en progrock. Fanfare is net als Gentle Spirit een opvallend lange plaat. De klok stop ook dit keer pas na een kleine twee uur muziek en net als op Gentle Spirit is het muziek van grote schoonheid. Fanfare is, net als zijn voorganger, geen plaat die je onmiddellijk kunt doorgronden. Jonathan Wilson is geen muzikant die eindeloos schaaft aan zijn songs en deze vervolgens pas opneemt wanneer ieder detail is uitgewerkt. Een aantal songs op Fanfare lijkt pas op het moment van de opname vorm te krijgen, waardoor het je niet eens zou verbazen ze bij hernieuwde beluistering van de plaat opeens totaal anders zouden klinken. De meeste tracks op de plaat zijn lang (6 minuten of meer), maar van verveling is geen sprake. Waar het beluisteren van Gentle Spirit hooguit een handvol namen opleverde, is het aantal hoorbare invloeden nu niet meer op de vingers van twee handen bij te houden. Neil Young, Crosby, Stills & Nash en vooral Pink Floyd zullen het meest genoemd worden, maar hier kunnen talloze smaakmakers uit de 70s aan worden toegevoegd, wat van de beluistering van Fanfare een even aangename als fascinerende luistertrip maakt. Vergeleken met het debuut kiest Jonathan Wilson dit keer voor een rijker georkestreerd geluid waarin piano en strijkers de gitaren zo nu en dan naar de achtergrond dringen, maar een aantal songs ligt zeker in het verlengde van die op Gentle Spirit. Ik heb Fanfare nu een paar keer gehoord en blijf maar nieuwe dingen horen. Een ding weet ik na die paar keer horen al zeker: Fanfare is één van de hoogtepunten van het muziekjaar 2013. Het predicaat meesterwerk durf ik inmiddels al wel uit de kast te halen, maar Fanfare is nog niet uitgegroeid. Nog lang niet. Erwin Zijleman