zondag 31 maart 2013

Stevie Ann - California Sounds

In de lente van 2005 was Stéphanie Struijk uit het Limburgse Roggel 18 jaar oud en vol ambitie. Na een jaar op de Tilburgse Rockademie wist ze heel zeker dat ze haar brood wilde gaan verdienen met het maken van muziek en volop bezig met het opnemen van haar debuutalbum. Dit album verscheen in de herfst van 2005 en sloeg, geholpen door heel veel steun van de media (waaronder met name 3FM), in als een bom. Heel veel optredens (waaronder optredens op Pinkpop) en nog twee uitstekende cd’s verder, is Stéphanie Struijk zo ongeveer het beste dat Nederland op singer-songwriter gebied te bieden heeft. Dat het nog veel beter kan bewijst ze met haar vierde studioplaat, die deze week is verschenen. Stéphanie Struijk kennen we natuurlijk veel beter als Stevie Ann en na Away From Here (2005), Closer To The Heart (2007) en Light Up (2010) is California Sounds haar vierde studioplaat. California Sounds is een vlag die de lading uitstekend dekt, want de plaat werd niet alleen opgenomen in het zonnige Californië, maar ademt ook in alle songs de staat aan de Zuidwest kust van de Verenigde Staten. De zonnige klanken vormen een flink contrast met de nieuwe ijstijd die hier lijkt begonnen, maar aan de andere kant zorgt de plaat ook voor de verwarmende zonnestralen die we hier zo hard nodig hebben. Het is niet de keer dat Stevie Ann uitwijkt naar de Verenigde Staten voor het opnemen van een plaat, want ook voorganger Light Up werd in Los Angeles opgenomen. Stevie Ann werkt dit keer niet met topproducer Mitchell Froom, maar met de net wat minder bekende Susan Sandberg (die werkte met onder andere Brian Setzer en Steve Wynn, maar ook zelf een aantal prima platen op haar naam heeft staan). Susan Sandberg trommelde flink wat gerenommeerde sessiemuzikanten op, waardoor California Sounds klinkt als een klok. Voor het schrijven van haar songs vertrouwde Stevie Ann dit keer op de hulp van anderen (vooral Susan Sandberg), waardoor haar songs vooral veelkleuriger zijn geworden. Wanneer je California Sounds vergelijkt met Away From Here hoor je een wereld van verschil. De nieuwe plaat van Stevie Ann klinkt niet alleen veel mooier en veelzijdiger, maar bevat ook beter songs en laat vooral ook een totaal andere zangeres horen. De soms nog wat schuchtere Stevie Anne van haar debuut heeft op California Sounds plaats gemaakt voor een zangeres die durft te schitteren en dit vervolgens ook vol overgave doet (luister vooral eens naar de ballads op de plaat). De ene keer met net wat meer soul, de andere keer wat meer folky of met een flinke dosis Westcoast pop. Platen van het niveau van California Sounds zijn in Californië al redelijk zeldzaam, maar in Nederland acteert Stevie Ann inmiddels op eenzame hoogte. Ik denk dat zelfs Stéphanie Struijk uit het Limburgse Roggel dat 8 jaar geleden niet had durven dromen. Erwin Zijleman


zaterdag 30 maart 2013

Stephanie Fagan - Heart Thief

Een van mijn favoriete platen van het afgelopen jaar en daarom nog maar eens op herhaling: Heart Thief van Stephanie Fagan. Via mijn deelname aan de EuroAmericana chart (http://www.euroamericanachart.eu) krijg ik met enige regelmaat platen van Amerikaanse rootsmuzikanten in handen die ik anders zeker gemist zou hebben. Tussen deze platen (die op zaterdag voorbij komen op deze BLOG) zitten flink wat uitstekende rootsplaten en een enkele uitschieter. Een plaat van het niveau van Heart Thief van Stephanie Fagan was ik tot dusver echter nog niet tegen gekomen. Hooguit een minuut nadat de plaat in de cd speler was verdwenen was ik verliefd op Heart Thief van Stephanie Fagan en sindsdien is deze liefde alleen maar gegroeid. Stephanie Fagan is een uit Florence, South Carolina, afkomstige singer-songwriter die tegenwoordig vanuit Duitsland schijnt te opereren. Veel meer kan ik eigenlijk niet vinden over de Amerikaanse, dus ik ga er maar even van uit dat Heart Thief haar eerste serieuze plaat is. Als dat zo is, is het een droomdebuut. Stephanie Fagan maakt op Heart Thief lekker eigenzinnige popliedjes met rootsinvloeden (met name folk en country, maar ook blues). Het zijn popliedjes die direct bij eerste beluistering memorabel zijn en alles hebben wat popliedjes in dit genre moeten hebben. Heart Thief valt op door een bijzonder aangename klinkende instrumentatie, die de ene keer de kant van de radiovriendelijke folkpop op gaat en de andere keer uitwijkt richting de paden van de wat meer traditionele rootsmuziek. Het is muziek die zich als een warme deken om je heen slaat en doet smeken om meer, zeker wanneer wonderschone accenten worden toegevoegd door uiteenlopende snareninstrumenten (met onwaarschijnlijk mooi dobro spel als uitschieter) en hier en daar een blazer. Ook de productie van Missy David Jones behoort tot de beste die ik de laatste tijd gehoord heb. Over het krachtigste wapen van Stephanie Fagan heb ik het nog niet eens gehad, want dat is haar stem. Stephanie Fagan beschikt over een uniek klinkend stemgeluid. Het is een stemgeluid dat je tegen kan staan, maar het is aannemelijker dat de Amerikaanse je genadeloos inpakt. De stem van Stephanie Fagan doet me vooral denken aan die van Natalie Merchant, maar dan net wat minder scherp. Ook Beth Orton en Jewel vormen hier en daar zinvol vergelijkingsmateriaal en daarmee heb ik direct drie van mijn favoriete zangeressen te pakken. Omdat ook de songs op Heart Thief alleen maar mooier en indrukwekkender worden, is het heerlijk veelzijdige Heart Thief een plaat die de afgelopen weken als een komeet omhoog is geschoten in mijn lijstje met de beste platen van het moment. Omdat de plaat ook nog eens uit het niets komt, durf ik best te spreken van een sensatie en wat voor mij geldt, geldt waarschijnlijk voor veel meer liefhebbers van dit genre. De totaal onbekende Stephanie Fagan heeft een plaat afgeleverd die de concurrentie met de onbetwiste meesterwerken uit het genre aan kan. Het is een plaat om zielsveel van te houden en al deze liefde betaalt Stephanie Fagan met dubbele munt terug. Iedere keer als Heart Thief in de cd speler verdwijnt word ik nog iets vrolijker van deze plaat en iedere keer ben ik nog wat meer van de indruk. Ik kan het wel van de daken schreeuwen en misschien moet dat ook maar eens: WAT EEN PRACHTPLAAT VAN STEPHANIE FAGAN !! Erwin Zijleman

Heart Thief van Stephanie Fagan ligt niet in Nederland in de winkel, maar kan wel op de kop worden getikt via de bandcamp pagina van Stephanie Fagan (http://stephaniefagansings.bandcamp.com/music) of via cdbaby (http://www.cdbaby.com/cd/stephaniefagan2). 



The Oh Hellos - Through The Deep, Dark Valley

Voor de wat minder bekende, maar wel bijzonder overtuigende rootsmuzikant of rootsband, ben ik deze week terecht gekomen in Angleton, Texas. Het is de thuisbasis van man-vrouw duo Maggie en Tyler Heath, die als The Oh Hellos een opvallend sterk debuut hebben afgeleverd. Through The Deep, Dark Valley is een plaat die de Nederlandse liefhebber van Amerikaanse rootsmuziek om meerdere redenen aan zal spreken. Allereerst omdat The Oh Hellos het soort aanstekelijke folk maken dat hier op het moment bijzonder populair is (denk aan The Lumineers en Mumford & Sons) maar hiernaast ook zeker omdat The Oh Hellos hun traditionele roots niet verloochenen, maar tegelijkertijd muziek maken met een fris en eigentijds tintje. Tenslotte blijven we Nederlanders en is het feit dat de plaat tijdelijk gratis is te downloaden (de link staat onder dit bericht) natuurlijk goed nieuws, al is het natuurlijk wel zo netjes om de muzikale inspanningen van Maggie en Tyler Heath te belonen met een steuntje in de rug. De muziek van The Oh Hellos doet zoals gezegd denken aan die van The Lumineers en Mumford & Sons. Dit is met name het geval wanneer Maggie en Tyler Heath het tempo flink opvoeren en kiezen voor een nogal uitbundige instrumentatie en even uitbundige vocalen. The Oh Hellos nemen echter ook met enige regelmaat gas terug en komen dan in de buurt van The Civil Wars; ook al een duo dat in Nederland enthousiast werd omarmd vorig jaar. Met zoveel aansprekende voorbeelden uit het heden of recente verleden is de muziek van The Oh Hellos nauwelijks origineel of vernieuwend te noemen, maar de kwaliteit op Through The Deep, Dark Valley doet zeker niet onder voor die op de laatste platen van de bovengenoemde bands  en moet derhalve hoog worden genoemd.  Het siert The Oh Hellos dat ze de toegankelijkere popliedjes zo nu en durven te verruilen voor wat donkerder getinte songs met prachtige zang en fantastisch gitaarspel, maar over het algemeen genomen is Through The Deep, Dark Valley toch een echte feelgood plaat waarop Amerikaanse en Keltische folk domineren. Ondanks het feit dat Through The Deep, Dark Valley een debuut is, is het een verassend volwassen plaat. Het enige minpuntje dat ik kan ontdekken betreft de vele verwijzingen naar de Bijbel, maar welke band uit het meer traditionele deel van de VS maakt zich hier niet schuldig aan? Iedereen die momenteel geniet van de prachtplaat van The Lumineers en behoefte heeft aan meer, zal als een blok vallen voor het debuut van The Oh Hellos, dat zeker niet minder en soms zelfs beter is. Een bijzonder aangename verrassing die tijdelijk voor nop (of nog beter, voor weinig) in huis te halen is. Erwin Zijleman

Through The Deep, Dark Valley van The Oh Hellos is tijdelijk gratis te downloaden van http://www.noisetrade.com/theohhellos/through-the-deep-dark-valley

vrijdag 29 maart 2013

Mount Moriah - Miracle Temple

Mount Moriah debuteerde een jaar of twee geleden met een titelloos debuut, dat misschien nog niet volledig overtuigde maar zeker naar meer smaakte. Met haar nieuwe plaat maakt de band uit North Carolina een enorme sprong en levert het een plaat af die zomaar kan uitgroeien tot de betere platen van 2013, zeker voor liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek. De belangrijkste troef van de band is zangeres Heather McEntire, die zowel lieflijk als rauw kan klinken; een zeldzame kwaliteit. Mount Moriah maakt rootsmuziek met vooral invloeden uit de folk, blues en country, maar het is rootsmuziek die rauwer klinkt dan we van de meeste bands in dit genre gewend zijn. Dat is op zich niet zo bijzonder, maar Mount Moriah slaagt er ook in om ruw en ongepolijst te klinken als het behoorlijk ingetogen of zelfs bijna verstilde muziek maakt en dat hoor ik toch niet al te vaak. Miracle Temple deed me in eerste instantie afwisselend denken aan Cowboy Junkies (vanwege de stemmige instrumentatie en de fluisterzang) en Mazzy Star (vanwege de gruizige gitaren en de verleidelijke zang), maar inmiddels duiken ook de namen van 10,000 Maniacs (wederom de zang en hiernaast de emotie), The Low Anthem (de songstructuren) en Lucinda Williams (de rauwheid en doorleving) met enige regelmaat op. Het zijn namen die gezelschap krijgen van steeds meer namen uit de geschiedenis van de Amerikaanse popmuziek (variërend van Dolly Parton en Carole King tot Neil Young & Crazy Horse en The Sadies), want Mount Moriah kent haar klassiekers. De band doet vervolgens haar eigen ding met al deze klassiekers en is hierbij niet bang voor flink wat variatie. Miracle Temple schiet hierdoor meerdere kanten op en citeert afwisselend uit de country, blues, folk, soul, gospel, rootsrock en Southern rock. Miracle Temple is desondanks een bijzonder evenwichtige plaat met ondanks alle variatie vooral constante factoren. In vrijwel alle songs valt het lekker gruizige gitaarwerk op, maar de meeste aandacht wordt steeds getrokken door de prachtige stem van Heather McEntire. Het is een stem die in meerdere genres uitstekend uit de voeten kan (van pure country tot gruizige rock), maar zo mooi als in het geluid van Mount Moriah zal het waarschijnlijk niet vaak klinken. Het blijft lastig om goed te omschrijven wat het geluid van Mount Moriah zo bijzonder maakt, want de band doet op zich geen dingen die niet eerder gedaan zijn, maar ga luisteren naar deze plaat en je hoort direct dat er op Miracle Temple iets heel bijzonders gebeurt. Vanaf de eerste keer dat ik Miracle Temple beluisterde was ik fan van Mount Moriah, maar ik zag toen nog niet aankomen dat de band uit North Carolina tot zulke grote hoogten zou stijgen. Miracle Temple heeft met bekende middelen een plaat gemaakt die iets toe weet te voegen aan alles wat er al is. Razend knap als je het mij vraagt en ook nog eens van een betoverende schoonheid. Erwin Zijleman



donderdag 28 maart 2013

Jennifer Terran - Born From The Womb Of Silence

Er zijn vrouwelijke singer-songwriters die na één niet meer dan aardige cd wereldberoemd zijn, maar er zijn helaas ook vrouwelijke singer-songwriters die ook na een aantal meesterwerken nog steeds in de marge opereren. Jennifer Terran hoort inmiddels minstens een jaar of 12 in de laatste categorie. De singer-songwriter uit Los Angeles had al twee veelbelovende platen op haar naam staan, toen ze in 2001 het briljante The Musician uitbracht. The Musician werd bedolven onder de positieve recensies en wist uiteindelijk zelfs een aantal jaarlijstjes te halen, maar desondanks zijn er maar heel weinig mensen die de plaat in de kast hebben staan (het heeft mij destijds maanden gekost om een exemplaar te bemachtigen, dat heeft vast ook niet geholpen). Vijf jaar na The Musician volgde het minstens even goede maar totaal niet opgemerkte Full Moon In 3 en een paar maanden geleden verscheen Born From The Womb Of Silence; wederom een plaat die over aandacht flink te klagen heeft. Jennifer Terran is in het verleden vaak vergeleken met Tori Amos en dat is geen vreemde vergelijking. Net als Tori Amos zit Jennifer Terran bij voorkeur achter de piano, heeft ze een opvallend stemgeluid en een vrij expressieve manier van zingen. Born From The Womb Of Silence zal daarom waarschijnlijk wel in de smaak vallen bij liefhebbers van de muziek van Tori Amos, maar Jennifer Terran is zeker geen Tori Amos kloon. De muziek van Jennifer Terran is aan de ene kant experimenteler dan die van haar landgenoot, maar aan de andere kant ook meer ingetogen en veelkleuriger dan de gemiddelde Tori Amos plaat. Born From The Womb Of Silence is een conceptplaat over de geboorte (en alles wat er op volgt) en het is een conceptplaat die alle kanten op schiet. Jennifer Terran is niet vies van bloedmooie, uiterst ingetogen en soms zelfs bijna sprookjesachtige pianoliedjes, maar heeft naast een lieflijke kant ook een ruwe kant die meer klinkt als PJ Harvey dan als Tori Amos en ook meer dan eens doet denken aan Regina Spektor. De 20 tracks op Born From The Womb Of Silence zullen je meer dan eens op het verkeerde been zetten, maar uiteindelijk vallen de puzzelstukjes één voor één in elkaar. De puzzelstukjes weten elkaar bovendien te versterken, waardoor Born From The Womb Of Silence alleen maar beter, mooier en indrukwekkender wordt. Een makkelijke plaat is het zeker niet, maar makkelijke platen zijn er al genoeg. Jennifer Terran maakte in het verleden al unieke platen die diep onder je huid kruipen en voegt er, alsof het niets is, nog één aan toe. Ga absoluut luisteren, dat is wel het minste dat deze unieke vrouwelijke singer-songwriter verdient. Erwin Zijleman



Born From The Womb Of Silence van Jennifer Terran ligt niet in Nederland in de winkel, maar is wel verkrijgbaar via de bandcamp pagina van Jennifer Terran (http://jenniferterran.bandcamp.com) of via cdbaby (http://www.cdbaby.com/cd/jenniferterran2).

woensdag 27 maart 2013

Madeleine Peyroux - The Blue Room

Madeleine Peyroux behoeft waarschijnlijk geen verdere toelichting. De oorspronkelijk uit Athens, Georgia, afkomstige, maar in California, New York en Parijs opgegroeide zangeres, debuteerde 17 jaar geleden met het prachtige Dreamland en verraste acht jaar later met het nog veel mooiere Careless Love. Het zijn platen die Madeleine Peyroux de bijnaam “de Billie Holiday van deze tijd” heeft opgeleverd. Vanaf het in 2006 verschenen Half The Perfect World heeft de Amerikaanse zangeres laten horen dat ze niet alleen fantastisch kan zingen, maar ook zelf memorabele songs kan schrijven, waardoor haar ster inmiddels tot imposante hoogten is gestegen. Tussen Dreamland en Careless Love zaten ooit acht lange jaren, maar sindsdien is Madeleine Peyroux behoorlijk productief. Nog geen twee jaar na Standing On The Rooftop ligt er al weer een nieuwe plaat van Madeleine Peyroux in de winkel: The Blue Room. Op haar nieuwe plaat vertolkt Madeleine Peyroux sinds lange tijd weer eens uitsluitend songs van anderen, maar The Blue Room is veel meer dan een willekeurige serie covers. Het door sterproducer Larry Klein geproduceerde The Blue Room had eigenlijk een remake van Modern Sounds In Country And Western Music van Ray Charles moeten worden. De legendarische plaat uit 1962 was één van de eerste platen waarop zo ongeveer alle Amerikaanse muziekstijlen werden vermengd en staat inmiddels enkele decennia in de boeken als klassieker. Madeleine Peyroux was op haar vorige platen ook al niet vies van het vermengen van invloeden uit uiteenlopende genres, maar op The Blue Room doet ze dit nog net wat fanatieker. Jazz en blues vormen nog altijd de belangrijkste ingrediënten van de muziek van Madeleine Peyroux, maar ook voor country, soul en rock is plaats. The Blue Room is uiteindelijk geen complete remake van de klassieker van Ray Charles geworden. De nieuwe plaat van Madeleine Peyroux bevat een aantal tracks van deze plaat en hiernaast een aantal songs die zich hebben laten inspireren door het baanbrekende werk van Ray Charles. Natuurlijk zingt Madeleine Peyroux ook dit keer de sterren van de hemel. Ik denk niet dat ik een zangeres ken die in technisch opzicht beter is dan Madeleine Peyroux, maar de afgelopen 17 jaar heeft ze bovendien een enorme sprong gemaakt wanneer het gaat om het op doorleefde en emotievolle wijze vertolken van haar songs. Ook in instrumentaal en productioneel opzicht is The Blue Room een nagenoeg perfecte plaat, zodat het enige smetje dat overblijft het volledig vertrouwen op het werk van anderen is. Ik zie The Blue Room daarom vooralsnog vooral als een tussendoortje, maar het is wel een tussendoortje van een niveau waarvan de meeste zangeressen alleen maar kunnen dromen. Heerlijke plaat, zeker voor lome zondagochtenden en alle late avonden. Erwin Zijleman



dinsdag 26 maart 2013

Simple Minds - Celebrate

De Simple Minds durf ik best een jeugdliefde te noemen. Tussen 1979 en 1985 wist de Schotse band me keer op keer te verrassen met steeds weer anders klinkende platen en een flinke serie geweldige live optredens. Aan het eind van de jaren 80 kregen de meeste grote 80s bands het moeilijk en flink wat bands zouden de decenniumwissel niet overleven. Ook de Simple Minds wisten de grootse vorm van de eerste helft van de jaren 80 niet vast te houden. Van alle platen die de band na het uit 1985 stammende Once Upon A Time (na een aantal klassiekers wat mij betreft ook al een twijfelgevalletje) uitbracht, wist eigenlijk alleen het in 2009 verschenen Graffiti Soul me echt te overtuigen. De muziek van de Simple Minds kwam tot vorig jaar verder eigenlijk nooit meer in de cd speler terecht, maar de boxset x5 (de set reissues van de eerste vijf platen van de band) bracht hier verandering in. Met de release van de verzamelaar Celebrate staat het complete oeuvre van de Simple Minds weer op de kaart. Ik heb bij beluistering van Celebrate, dat verkrijgbaar is in een 2 cd en 3 cd uitvoering, nog steeds mijn duidelijke voorkeuren, maar ben toch minder negatief geworden over het wat latere werk van de band, mogelijk omdat Celebrate alleen de krenten uit de pap of pop bevat. De 2 cd versie van Celebrate die ik in mijn bezit heb, legt de knip precies bij het moment waarop ik min of meer ben afgehaakt (de 3 cd versie rekt alles wat op en bevat een aantal extra tracks die in veel gevallen niet onder doen voor de tracks die de 2 cd versie wel wisten te halen). Op de eerste cd hoor je het experimentelere werk uit de beginjaren van de band (elektronischer en sterk beïnvloed door Roxy Music), de hoogtijdagen van New Gold Dream en Sparkle In The Rain (voor mij persoonlijk een bijna vergeten plaat) en de keuze voor het grote geld en/of de voorzichtige teloorgang van de band (Don’t You en de singles van Once Upon A Time), in de meeste gevallen in geremasterde vorm. Op de tweede cd hoor je werk van alle platen die de band tussen 1989 en nu maakte en is er zelfs ruimte voor twee nieuwe tracks. Ik moet zeggen dat de singles uit deze periode me niet tegen vallen, al veerde ik het meest enthousiast op bij de tracks van Graffiti Soul. Ik heb de Simple Minds lange tijd gezien als een band die zich wist te scharen onder de iconen van de jaren 80, maar zich vervolgens nooit meer wist te vernieuwen (in tegenstelling tot bijvoorbeeld U2). Verder heb ik lange tijd gedacht dat de muziek van de band mede dankzij alle galm en pathos de tand des tijd niet goed zou hebben doorstaan. Het zijn conclusies die allemaal op de schop gaan nu Celebrate met enige regelmaat in de cd-speler zit. In haar jonge jaren behoorde de band tot de grote vernieuwers, New Gold Dream en Sparkle In The Rain zijn onbetwiste klassiekers en hierna maakte de band misschien wel eens foute keuzes, maar verloor het haar glans nooit helemaal, om met Graffiti Soul gewoon weer op het hoogste niveau terug te keren. Wat voor mij werkt, werkt mogelijk ook voor ieder ander die de band tot zijn of haar jeugdliefdes rekent, maar ook muziekliefhebbers die zich nog nooit aan de Simple Minds hebben vergrepen zullen waarschijnlijk aangenaam verrast zijn door de kwaliteit van deze mooie en verrassend sterke verzamelaar. Erwin Zijleman


maandag 25 maart 2013

Laura Jansen - Elba

Laura Jansen, dochter van een Amerikaanse moeder en een Nederlandse vader, brak een paar jaar geleden door met haar debuut Bells. Bells werd in opvallend brede kring de hemel in geprezen en daar was wel wat voor te zeggen. Bells viel op door lekker dromerige songs, een bijzonder fraaie, door piano gedomineerde, instrumentatie en vooral door de prachtige stem van Laura Jansen. Ondanks mijn begrip voor de lof die Laura Jansen met Bells wist te oogsten, had ik zelf niet zo heel veel en al snel helemaal niets meer met de plaat. Bells was de eerste paar keer nog wel aangenaam, maar vervolgens vond ik het al heel snel veel te gewoontjes en dat wist zelfs de prachtige stem van Laura Jansen niet te compenseren. Ik had daarom geen hoge verwachtingen van de nieuwe plaat van Laura Jansen, maar nu ik Elba een aantal keren heb gehoord durf ik het best een sensationele plaat te noemen. Wat Elba zo bijzonder maakt is dat Laura Jansen ook met haar tweede plaat vol inzet op de verovering van de wereld, maar tegelijkertijd heeft ze ook een plaat gemaakt die sprankelt en continu weet te verrassen. In de eerste tracks op de plaat weet Laura Jansen dit te realiseren door de stemmige pianoklanken van haar debuut te vervangen door een flinke batterij elektronica. Dat is al snel goedkoop effectbejag, maar de instrumentatie en productie van Elba zijn zo smaakvol en zo trefzeker dat de plaat zelfs de grootste criticus snel de mond zal snoeren. Elba is in muzikaal opzicht een grootse plaat en dat was niet zonder risico. De prachtstem van Laura Jansen, die op het debuut nog in de watten werd gelegd met voortkabbelende pianoklanken, moet opeens de strijd aan met een imposant elektronisch klankentapijt. Heel wat zangeressen zouden het loodje hebben gelegd, maar Laura Jansen komt alleen maar sterker uit de strijd. Op Bells vond ik haar zang mooi maar ronduit saai; op Elba doet Laura Jansen in vocaal opzicht spannende dingen en het resultaat is op zijn minst wonderschoon. Na een aantal tracks waarin Laura Jansen nadrukkelijk de grenzen opzoekt kruipt ze ook nog wel een paar keer achter de piano, maar ook hier horen we opeens een andere Laura Jansen: zelfverzekerder, dynamischer en avontuurlijker. Laura Jansen is van een mainstream zangeres opeens een serieuze concurrent geworden voor de meer eigenzinnige zangeressen met een piano (Fiona Apple, Tori Amos). Dit onderstreept ze vervolgens in een aantal songs waarin de elektronica net wat subtieler wordt ingezet en de twee gedaantes van Laura Jansen samensmelten. Net als op Bells kies Laura Jansen ook dit keer voor de vertolking van een song van anderen. Waar ik haar versie van Use Somebody persoonlijk zouteloos en slaapverwekkend vond, verrast Laura Jansen dit keer met een geheel eigen versie van Smalltown Boy van Bronski Beat en sluit ze in deze versie ook nog eens een paar keer naadloos aan bij Johnny Come Home van de Fine Young Cannibals. Elba is al met al een indrukwekkende plaat van een zangeres die haar status als wereldster weet te consolideren, maar in artistiek opzicht een sprong maakt die waarschijnlijk bijna niemand voor mogelijk had gehouden. Bells wist me niet te verleiden een paar jaar geleden, maar mijn liefde voor Elba is nu al grenzeloos. Prachtplaat! Erwin Zijleman



zondag 24 maart 2013

Young Dreams - Between Places

Aan de winter lijkt hier al geen einde te komen, maar in het hoge Noorden regeert koning winter over het algemeen nog een stuk langer en met een aanzienlijk minder prettig regime. De meeste platen uit Scandinavië die tussen pakweg oktober en april worden uitgebracht zijn dan ook stemmig, donker en vaak zelfs bijna deprimerend.  De Noorse band Young Dreams moet hier voor de afwisseling eens niets van weten en komt met een uiterst zonnige plaat op de proppen. Met name de eerste tracks op Between Places doen denken aan The Beach Boys in hun beste jaren en dat is muziek die bijna alleen maar geassocieerd kan worden met zon en zee.  De vergelijking met The Beach Boys dringt zich vooral op vanwege de zonnige en bedwelmende klanken en vooral de fraaie harmonieën, maar gelukkig is Young Dreams voor de afwisseling eens geen band die haar uiterste best doet om het werk van de Californiërs nauwgezet te reproduceren. Young Dreams combineert op haar debuut aan de Beach Boys herinnerende klanken en vocalen met een flinke dosis elektronica die zo lijkt weggelopen uit de jaren 80 en 90 en voegt hier nog een vleugje donkere postpunk aan toe (het blijven immers Scandinaviërs). Het is een intrigerende combinatie van invloeden die werkelijk fantastisch uitpakt.  De mooiste omschrijving komt zoals zo vaak van AllMusic.com: "The album sometimes amazingly sounds as if the Zombies had reunited in 1980 for an album produced by the Buggles' Trevor Horn, resulting in a joyful, 50-minute orgasm of chamber pop jubilation". Daar kom ik met geen mogelijkheid overheen, maar er is echt geen woord van gelogen. Ik zou het liefst van de daken schreeuwen hoe fantastisch deze plaat is en iedere keer als ik Between Places hoor wordt de drang om dit ook daadwerkelijk te doen sterker en lastiger te onderdrukken. Young Dreams slaagt er op Between Places in om bijna onverenigbare genres met elkaar te verbinden en weet haar unieke geluid ook nog eens te verpakken in briljante popliedjes, die niet alleen de fantasie blijven prikkelen, maar je ook nog eens ongelooflijk gelukkig maken. Bij beluistering van Between Places overheerst heel even de verbazing, maar vervolgens overheerst gelukzaligheid die je nooit meer kwijt wilt raken.  Ondanks het feit dat het recept steeds ongeveer gelijk is, is Between Places een opvallend rijke plaat, zeker wanneer je je bedenkt dat het hier gaat om een debuut. De ene keer overheerst de 60s psychedelica, de andere keer de elektronica. Soms is het heerlijk ingetogen, maar ook een stevige beat gaat Young Dreams niet uit de weg. Een band die een droomdebuut als Between Places weet te produceren kan alleen maar heel groot worden, maar ik concentreer me deze keer maar eens op het hier en nu. In het hier en nu heeft het Noorse Young Dreams met Between Places een debuut afgeleverd van een niveau dat je maar zeer zelden tegen komt. Laat het buiten maar vriezen. Binnen is het met Between Places al lang zomer. En wat voor zomer! Erwin Zijleman



zaterdag 23 maart 2013

Douglas Firs - Shimmer & Glow

Voor de tweede keer dit jaar ben ik voor een nog relatief onbekende muzikant of band in het rootssegment in België terecht gekomen. Na TMGS een aantal weken geleden wist onlangs Douglas Firs me te verrassen. Een ijzersterke minuut in De Wereld Draait Door een aantal weken geleden was de trigger, maar na beluistering van het hele album van de band rond Gertjan Van Hellemont was ik echt helemaal om. Gertjan Van Hellemont was de afgelopen jaren al te zien en horen als de gitarist van The Bony King Of Nowhere, maar met Douglas Firs treedt hij definitief uit de schaduw van één van de beste singer-songwriters die België rijk is. Shimmer & Glow past voor een belangrijk deel in het hokje Americana, maar bestrijkt binnen dit hokje een breed palet. Alt-country domineert op het debuut van Douglas Firs, maar ook met blues, folk en rock kan de band rond Gertjan Van Hellemont uitstekend uit de voeten. Shimmer & Glow is een wat weemoedig klinkende plaat. Van Hellemont maakt van zijn hart geen moordkuil en vertolkt zijn teksten steevast op melancholische en soms bijna getergde wijze. Bij beluistering van Shimmer & Glow moest ik meerdere malen denken aan Heartbreaker van Ryan Adams; een groter compliment kan ik Douglas Firs nauwelijks maken. Net als Ryan Adams laat Douglas Firs zich nadrukkelijk inspireren door Neil Young, Gram Parsons en Townes van Zandt, maar de band heeft gelukkig ook een eigen geluid dat past binnen de heerlijk eigenwijze tradities van de Belgische popmuziek en verkent bovendien net wat vaker het grensvlak tussen alt-country en blues. Douglas Firs raakt hierbij niet alleen aan alle hierboven genoemde namen, maar ook aan de muziek van landgenoten Isbells, Fleet Foxes en Lowqell George om maar eens een paar aanvullende namen te noemen. Shimmer & Glow is een lekker gevarieerde plaat, maar de uitwerking van de songs is zonder uitzondering prachtig. Dit wordt doorgetrokken tot aan het fraaie artwork, dat werd verzorgd door niemand minder dan Neal Casal (die we weer kennen van ... precies, Ryan Adams). In alle songs op Shimmer & Glow domineren de weemoedige zang van Gertjan Van Hellemont en zijn gloedvolle gitaarspel, maar ook de rest van de instrumentatie is steeds smaakvol en effectief. Steeds weer weet de band te verrassen met songs die net wat beter zijn dan die van de concurrentie en steeds weer blijkt dat deze songs ook nog eens beschikken over de nodige groeipotentie. Gertjan Van Hellemont wist met één minuut DWDD al flink wat indruk te maken, maar na beluistering van alle 11 de tracks op de plaat is deze indruk onuitwisbaar. Het aantal geweldige platen van eigen bodem is dit jaar wederom opvallend hoog, maar in België kunnen ze er ook wat van. Verplichte kost voor iedere liefhebber van Americana. Erwin Zijleman



vrijdag 22 maart 2013

Devendra Banhart - Mala

Het is een tijdje stil geweest rond Devendra Banhart. De man die ruim tien jaar geleden aan de basis stond van het genre dat bekend werd onder uiteenlopende namen als psych-folk, alt-folk, indie-folk en freak-folk, schudde jarenlang de ene na de andere bepalende plaat in het genre uit de mouw, maar sinds het in 2009 verschenen What Will We Be was het stil. Dat was geen toeval. In 2009 was de wereld uitgekeken op het genre waardoor een fase van herbezinning noodzakelijk werd. Dat What Will We Be (overigens Banhart’s enige plaat voor een major) in 2009 niet werd opgepikt was trouwens jammer, want na een aan nauwelijks te doorgronden plaat (Smokey Rolls Down Thunder Canyon uit 2007) was What Will We Be een prima plaat, die eigenlijk niet zo gek veel te maken had met de alt-folk (of één van de andere benamingen van het genre). Met Mala pakt Devendra Banhart de draad weer op. De tijd dat hij op handen wordt gedragen en precies kan doen wat hij zelf wil is voorbij en dus moet de overtuiging weer van de muziek komen. Mala slaagt hier uitstekend in. Waar Devendra Banhart in het verleden de min of meer gangbare songstructuren wel eens uit het oog verloor, bevat Mala een serie prima songs, die vrijwel allemaal over een kop en een staart beschikken (en dat is bij Devendra Banhart zeker niet vanzelfsprekend). Natuurlijk maakt Devendra Banhart het de luisteraar nog altijd niet heel makkelijk. Mala weet op knappe wijze een aantal zeer uiteenlopende genres te verenigen en gaat net zo makkelijk aan de haal met folk, psychedelica en lo-fi als met soul, funk, elektronica en Zuid-Amerikaanse muziek. Op Mala schijnt nadrukkelijk de zon, maar het is zeker geen plaat om bij achterover te leunen. Aan de ene kant omdat de zonnestralen zo af en toe nog van een andere planeet (of in dit geval andere zon) lijken te komen en aan de andere kant omdat dit zo’n plaat is die uiteindelijk een belangrijk deel van zijn kracht ontleend aan alle fraaie details. Op Mala maakt Devendra Banhart de redelijk toegankelijke muziek die hij op zijn major-debuut (en zwanenzang) What Will We Be maakte, maar dan aangevuld met een snufje van de eigenwijsheid die zijn muziek in het verdere verleden zo verrassend maakte. In een aantal tracks en met name de tracks waarin de elektronica regeert slaat het nog wat door richting gekte, maar zeker wanneer Devendra Banhart kiest voor folky popliedjes vol emotie en deels in het Spaans gezongen, is het maar heel moeilijk om Mala te weerstaan. Het absolute prijsnummer is  het persoonlijke en indringende Daniel. Deze track is al door velen vergeleken met de muziek van Elliott Smith en daar kan ik me alleen maar bij aansluiten. De rest van Mala is een plaat van momenten en uitersten, maar saai of vervelend wordt het nooit en meestal is het gewoon mooi en spannend. De alt-folk hebben we een paar jaar geleden definitief ten grave gedragen, maar Devendra Banhart is op Mala weer springlevend. Het is mogelijk één van de opvallendste muzikale wederopstandingen van het jaar. Erwin Zijleman


donderdag 21 maart 2013

Low - The Invisble Way

De Amerikaanse band Low bestaat dit jaar precies twintig jaar. De band uit Duluth, Minnesota, was destijds één van de eerste bands die in het hokje slowcore werd gepropt en speelde van alle bands in dit hokje waarschijnlijk het langzaamst. Het heeft de afgelopen twintig jaar een prachtige serie platen opgeleverd, waaronder minstens tien (!) viersterren platen. Het etiket slowcore heeft Low gedurende de afgelopen twintig jaar wel grotendeels afgeworpen, al maakt de band nog altijd bij voorkeur muziek die zich in een laag tempo voortsleept. Twee jaar geleden maakte Low aan de hand van de wat onverwachte producer Matt Beckley (bekend van onder andere Katy Perry) het verrassend sterke C’mon. Nu keert de band terug met het al even sterke The Invisible Way. Ook voor The Invisible Way heeft Low een opvallende producer weten te strikken, want niemand minder dan Wilco’s Jeff Tweedy nam plaats achter de knoppen. Het blijkt een fantastische keuze, want The Invisible Way is een hele sterke plaat. Ook op haar nieuwe plaat is Low weer Low gebleven, maar naast een aantal typische Low tracks bevat de plaat ook een aantal tracks waarop de band door Jeff Tweedy uit de eigen comfort zone wordt gelokt. The Invisible Way is voor Low begrippen een bijzonder toegankelijke plaat. Zeker in de tracks die worden gedomineerd door piano en de verrassend sterke stem van Mimi Parker (die in vocaal opzicht dominanter aanwezig is dan in het verleden en bovendien veel beter zingt) hoor je maar weinig van de gruizige ondertoon die de muziek van Low in het verleden kenmerkte. Dat is aan de ene kant jammer, maar aan de andere kant klinkt het allemaal wel erg lekker en toch ook zeker voldoende eigenzinnig. The Invisible Way is een afwisselende plaat, die ook nog wel wat ruimte biedt voor het geluid dat we van de band kennen, waardoor The Invisible Way ondanks de verschillen nog altijd een typische Low plaat is. Liefhebbers van de dynamiek in het geluid van Low zullen moeten constateren dat de band op haar nieuwe plaat een stuk minder dynamisch klinkt, maar dat betekent zeker niet dat The Invisible Way een saaie plaat is, zoals hier en daar wordt gesuggereerd. The Invisible Way is een mooie en tijdloze plaat van een band die zichzelf in het verleden al een aantal keer opnieuw heeft uitgevonden en dat kunstje in haar twintigste levensjaar nog maar eens herhaalt. Ik heb The Invisible Way al een tijdje in huis en moet zeggen dat de plaat zeker niet minder wordt, integendeel zelfs. Low heeft het al met al weer geflikt en wederom met een net wat ander geluid. Een diepe buiging is op zijn plaats. Erwin Zijleman



woensdag 20 maart 2013

Lucky Fonz III - All Of Amsterdam

Singer-songwriters waren, na een veelbelovende start in de jaren 60, lange tijd vrijwel afwezig in het Nederlandse muzieklandschap, maar de afgelopen jaren is het genre weer helemaal opgebloeid. Nederland is momenteel vooral rijk aan getalenteerde vrouwelijke singer-songwriters, maar het meest opvallende en meest spraakmakende talent is waarschijnlijk toch een man: Lucky Fonz III. Het alter ego van de Nijmegenaar Otto Wichers  debuteerde acht jaar geleden met een authentiek klinkende singer-songwriter plaat, die met minstens één been in de Greenwich Village scene van de late jaren 60 stond, maar wist vervolgens keer op keer te verbazen. Waar hij met het in 2007 verschenen Life Is Short zijn status als groot talent vooral wist te consolideren c.q. bevestigen, sloeg Lucky Fonz III op A Family Like Yours vooral nieuwe wegen in, om vervolgens op het drie jaar geleden verschenen Hoe Je Honing Maakt te verbazen met Nederlandstalige songs waarin zelfs uitstapjes richting hip-hop en rock niet werden geschuwd. Het heeft de inmiddels vanuit Amsterdam opererende singer-songwriter zeker geen windeieren gelegd, maar desondanks kiest Lucky Fonz III op zijn nieuwe plaat All Of Amsterdam wederom voor een andere koers. All Of Amsterdam is een echter singer-songwriter plaat, waarop de verhalen centraal staan. Deze, ook in boekvorm verkrijgbare, verhalen hebben allemaal Amsterdam als onderwerp en schetsen een beeld dat niet direct overeenkomt met het beeld uit de folders van de plaatselijke VVV. All Of Amsterdam is qua thematiek een duistere en donkere maar ook een fascinerende plaat. In muzikaal opzicht domineren soberheid en intimiteit. Waar Lucky Fonz III op Hoe Je Honing Maakt nog zijn frivole kant liet horen, is All Of Amsterdam een echte singer-songwriter plaat die teruggrijpt op de oorsprong van het genre. All Of Amsterdam is qua concept en uitvoering een plaat die een jonge Bob Dylan gemaakt zou kunnen hebben, maar het is ook een typische Lucky Fonz III plaat. All Of Amsterdam is een volledig Engelstalige plaat met uiterst sobere songs. Op vrijwel de hele plaat moeten we het doen met akoestische gitaar of piano, uiteraard aangevuld met de stem van Lucky Fonz III. Nu is dit een stem die tot dusver gemengde reacties oproept. Er zijn nogal wat mensen die beweren dat Lucky Fonz III vooral vals zingt, maar ik hou het er maar op dat hij beschikt over een stem waar je van moet houden. Ook na beluistering van All Of Amsterdam kan ik weer concluderen dat ik hou van de stem van Otto Wichers. De songs op All Of Amsterdam weten me te raken en daar gaat het uiteindelijk toch om. Het is maar de vraag of het grote publiek dat Lucky Fonz III omarmde na de release van Hoe Je Honing Maakt hem trouw zal blijven na beluistering van All Of Amsterdam, maar persoonlijk vind ik de plaat een volgende stap in de goede richting. Lucky Fonz III heeft de sobere en intieme singer-songwriter gemaakt die in het Nederlandse singer-songwriter landschap nog zeldzaam was of zelfs ontbrak. Je moet er absoluut van houden, maar als je er van houdt is dit ook meteen een kippenvelplaat. Erwin Zijleman



dinsdag 19 maart 2013

Daughter - If You Leave

Het Britse trio Daughter maakte al flink wat indruk met een aantal EP’s, maar overtreft met haar debuut If You Leave de inmiddels hooggespannen verwachtingen. De band rond zangeres en gitariste Elena Tonra maakt aardedonkere muziek waarin mooie dromerige vocalen worden gecombineerd met breed uitwaaiende wolken elektronica en gitaren. Het is muziek zoals die momenteel weer heel veel wordt gemaakt, maar de muziek van Daughter is net wat mooier en avontuurlijker dan die van de concurrentie. If You Leave is een plaat die overloopt van spanning en dynamiek. Het gitaarwerk op de plaat varieert van verleidelijke folky gitaarloopjes tot dreigende gitaarmuren van respectabele hoogte. Over het algemeen is de muziek van het Britse trio behoorlijk ingetogen en wordt het geluid van Daughter vooral bepaald door de mooie heldere stem van Elena Tonra, maar omdat je weet dat het ieder moment om kan slaan, zit je steeds weer op het puntje van je stoel. If You Leave is een atmosferisch klinkende plaat met een aardedonkere ondertoon, maar in tegenstelling tot veel vergelijkbare platen verliest Daughter het popliedje niet uit het oog, waarbij de vocale kwaliteiten van Elena Tonra natuurlijk flink helpen. Daughter maakt op haar debuut muziek die heerlijk aangenaam voortkabbelt, maar de band maakt ook muziek die overeind blijft wanneer je er met heel veel aandacht naar luistert. In het eerste geval moet Daughter het vooral hebben van de sfeer, terwijl in het tweede geval de details een voorname rol spelen. If You Leave doet me wel wat denken aan de platen van The Xx (Daughter deed voor haar debuut een beroep op producer Rodhaidh McDonald, die ook The Xx produceerde), maar sluit ook aan bij de rijke historie van haar label (4AD) en bij de kaders van de shoegaze en dreampop. Op hetzelfde moment hebben veel van de songs op If You Leave een folky basis en kun je vrij nauwkeurig uittekenen hoe de songs zouden klinken wanneer het donkere en dreigende instrumentarium zou worden vervangen door een akoestische gitaar. Tenslotte voegt Daughter iets nieuws toe aan haar muziek, want het debuut van de band klinkt uiteindelijk toch anders dan al het vergelijkingsmateriaal dat ik tot dusver heb aangedragen. If You Leave is al met al een vat vol tegenstrijdigheden, maar het is ook een wonderschone en ijzersterkte plaat die zich weet te onderscheiden van de meeste andere nieuwe releases van het moment. Dat de plaat steeds beter wordt is nog een extra reden om snel te gaan luisteren. Erwin Zijleman



maandag 18 maart 2013

Phosphorescent - Muchaco

Phosphorescent maakte de afgelopen tien jaar een zestal unieke platen. Het onlangs verschenen Muchacho is de beste van het stel en is ondanks het feit dat het jaar pas net is begonnen een serieuze jaarlijstjeskandidaat. De muziek van singer-songwriter Matthew Houck uit Athens, Georgia, was altijd al veelkleurig, maar het kleurenpalet dat op Muchacho voorbij trekt is van een bijna onwerkelijke schoonheid. Phosphorescent maakt muziek die zich bijna niet in een hokje laat duwen. Aan de ene kant hoor je vooral invloeden uit de Americana, maar deze wordt vervolgens gecombineerd met een zo nu en dan behoorlijk prominent atmosferisch elektronisch klankentapijt dat je in dit genre nooit tegen komt. Muchacho loopt hierdoor bijna over van de onderhuidse spanning, maar de muziek van Phosphorescent is ook gewoon bloedmooi. Matthew Houck beschikt over een geweldige stem, die net zo goed overweg kan met tot op het bot uitgeklede folksongs als met rijk aangeklede songs die op een of andere manier soulvol klinken. Bij beluistering van Muchacho val je, zeker in eerste instantie, van de ene in de andere verbazing. Steeds weer weet Matthew Houck te verrassen met een geluid dat je nog nooit eerder hebt gehoord en steeds weer blijken de songs van een bijzonder hoog niveau, waarbij het niet zoveel uitmaakt of de verrassing moet komen van elektronica of van hemelse harmonieën. Muchacho is hierdoor een plaat die zich nauwelijks laat vergelijken met het werk van anderen. Soms heeft het wat van Bon Iver, soms wat van Will Oldham, maar zeker in de wat uitbundigere tracks blijft van deze vergelijkingen maar bar weinig over. Liefhebbers van Americana zullen bij een aantal tracks zeer enthousiast opveren, maar zullen zich toch ook een paar keer stevig verbazen over de instrumentatie en de grootse arrangementen op de plaat. Op voorhand had ik niet verwacht dat een flinke bak elektronica en bijna ambient achtige klanken zich makkelijk zouden laten combineren met een pedal steel en mariachi trompetten, maar de combinatie is prachtig en uiterst trefzeker. Het is razend knap hoe Matthew Houck al deze uitersten aan elkaar weet te verbinden, maar hij doet het ook nog eens met prima songs, die direct na de eerste verbazing al snel memorabel zijn. Er verschijnen momenteel een heleboel goede platen, maar er zijn er niet veel die je van de eerste tot de laatste noot het gevoel geven dat je naar iets unieks zit te luisteren. Muchacho van Phosphorescent is wel zo’n plaat en het is er een die na de eerste onuitwisbare indruk eigenlijk alleen maar mooier en overtuigender wordt. Iedereen die de vorige platen van Matthew Houck kent weet dat dit er aan zat te komen. Voor de rest van ons is Muchacho een enorme verrassing. Jaarlijstjesplaat, let maar op! Erwin Zijleman



zondag 17 maart 2013

Ethan Johns - If Not Now Then When?

Ethan Johns is tot dusver vooral bekend als producer (van onder andere Ryan Adams, Kings of Leon, Ray LaMontagne, Tift Merritt, Crowded House, The Vaccines, The Jayhawks en Laura Marling), maar hij is de afgelopen 15 jaar ook actief geweest als podiummuzikant (onder andere bij Emmylou Harris, Ray LaMontagne en Ryan Adams) en als platenbaas van twee indie labels. Op een van deze labels verschijnt nu de eerste soloplaat van Ethan Johns, If Not Now Then When?. Ethan Johns staat zeker niet bekend als een producer die van veel opsmuk houdt. Zijn producties zijn tot dusver organisch, stemmig en trefzeker. Ik had daarom niet gerekend op een soloplaat vol productionele tierelantijntjes, maar  If Not Now Then When? is nog een stuk soberder dan ik had verwacht. De plaat, die overigens werd gemixt door Ethan’s vader Glyn (die ook zijn sporen als producer verdiende met zijn werk voor onder andere The Rolling Stones, The Beatles, Led Zeppelin, The Who en The Eagles), bevat vooral sobere singer-songwriter songs met voornamelijk invloeden uit de folk en de blues. Het is een genre waarin de concurrentie moordend is, maar Ethan Johns blijft met If Not Now Then When? verrassend makkelijk overeind. Het siert hem dat hij zijn productionele vaardigheden vooral achterwege laat, waardoor zijn solodebuut een minder duidelijk Ethan Johns stempel bevat dan de meeste platen die hij produceerde (waaronder inmiddels een respectabel aantal klassiekers). Op If Not Now Then When? horen we niet de producer Ethan Johns, maar de muzikant Ethan Johns en ook als muzikant heeft Johns heel wat te bieden. Johns heeft If Not Now Then When? vooral in zijn uppie gemaakt. Op de plaat zijn weliswaar gastbijdragen te horen van Ryan Adams, Laura Marling en Danny Thompson, maar meestal staat Ethan Johns er alleen voor.  Met name in de tracks waarin Ethan Johns het moet doen met zijn stem en zijn akoestische gitaar en hij aansluit bij de legendarische Britse folk uit de vroege jaren 70 maakt hij diepe indruk, maar ook een net wat steviger aangezette blues-stamper imponeert nadrukkelijk. Johns beschikt over een aangenaam en eigenzinnig stemgeluid, weet natuurlijk nog steeds hoe een goede singer-songwriter plaat moet klinken en weet ook als songwriter te overtuigen. Ik was eerlijk gezegd bang dat If Not Now Then When? vooral vanwege de naam en faam van de producer Ethan Johns zou opvallen, maar het is uiteindelijk alleen de muzikant Ethan Johns die respect afdwingt. Met het nauwelijks geproduceerde If Not Now Then When? maakt Ethan Johns geen goede reclame voor zijn bestaan als producer, maar na beluistering van If Not Now Then When? heb ik het idee dat hij zich geen zorgen hoeft te maken over zijn boterham. Erwin Zijleman



zaterdag 16 maart 2013

Glen Hornblast - Once In a Blue Moon

Mijn wekelijkse zoektocht naar minder bekend talent in het rootssegment, brengt me ook deze week weer naar Canada. Dat is zeker niet de eerste keer dit jaar en ook vast niet de laatste keer. Glen Hornblast is een Canadese singer-songwriter die inmiddels al een jaar of 30 aan de weg timmert. Nederland (waar zijn vader tijdens de Tweede Wereldoorlog vocht) wist hij tot dusver helaas niet te bereiken met zijn muziek, maar dat heeft niets te maken met de kwaliteit van deze muziek. Glenn Hornblast speelde in een heel ver verleden in dezelfde clubs als landgenoot Ron Sexsmith en met Sexsmith deelt hij het vermogen om geweldige songs te schrijven. Het is meteen de belangrijkste overeenkomst met zijn zo getalenteerde landgenoot, want in tegenstelling tot Ron Sexsmith is Glenn Hornblast een 100% rootsmuzikant. Het prachtige Once In A Blue Moon citeert nadrukkelijk uit de archieven van de folk en de country uit het verleden en is meer Nashville dan Canada. Once In A Blue Moon is hierdoor vooral geschikt voor liefhebbers van de wat traditionelere rootsmuziek. Deze liefhebbers krijgen met Once In A Blue Moon een ware parel in handen. Dat hoor je direct in de openingstrack waarin binnen het traditionele instrumentarium direct de prachtige stem van Glen Hornblast en achtergrondzangeres Ruth Frolic opvallen. Glen Hornblast maakt tijdloze songs zoals die in het verleden werden gemaakt door grootheden als John Prine, Mickey Newbury, Townes Van Zandt, Cat Steven en James Taylor. Met al deze grootheden heeft de muziek van Glen Hornblast wel wat, maar hele treffende vergelijkingen zijn het geen van allen. Glen Hornblast stopt flink wat traditionele folk en country in zijn muziek, maar hij beperkt zich hier zeker niet toe. Na een aantal countrysongs verrast hij met een jazzy track en een track die goed aansluit bij de tijdloze singer-songwriter muziek uit de jaren 70. Het belangrijkste wapen van Glen Hornblast is zijn bijzonder aangenaam klinkende stem, maar ook zijn songwriting skills en de instrumentatie en productie van Once In A Blue Moon zijn als je het mij vraagt bovengemiddeld goed. In eerste instantie valt dat niet eens zo op en hoor je vooral een tijdloze en heerlijke klinkende plaat met ambachtelijke rootsliedjes. Wanneer deze steeds beter blijven hangen en langzaam maar zeker stuk voor stuk onmisbaar worden, weet je dat Glen Hornblast met Once In A Blue Moon een plaat heeft gemaakt die eigenlijk geen enkele liefhebber van het genre mag missen. Waarvan akte. Erwin Zijleman

Once In A Blue Moon van Glen Hornblast ligt niet in Nederland in de winkel, maar is onder andere verkrijgbaar via cdbaby (http://www.cdbaby.com/cd/glenhornblast)

vrijdag 15 maart 2013

Holly Williams - The Highway

Holly Williams is een Amerikaanse singer-songwriter die op papier alles mee heeft. Dan heb ik het niet eens over haar verpletterende looks, maar vooral over haar afkomst en thuisbasis. Williams groeide op in de hoofdstad van de country (Nashville, Tennessee) als telg van een beroemde familie. Holly’s opa is niemand minder dan country legende Hank Williams, maar ook haar vader (Hank Williams Jr.) en halfbroer (Hank Williams III) hebben hun sporen in de muziek inmiddels ruimschoots verdiend. Holly heeft het tot dusver echter niet makkelijk. Ze maakte twee prima platen (The Ones We Never Knew uit 2004 en Here With Me uit 2009) die ondanks de steun van veel muzikanten van naam en faam en een aantal vijfsterren recensies vooral tussen wal en schip vielen. Dat is  voor een deel haar eigen schuld. Zowel op The Ones We Never Knew als op Here With Me, kon Holly Williams niet goed kiezen tussen traditionele country, alt-country en countrypop, waardoor ze in geen van de kampen werd omarmd. Een beetje van alles is over het algemeen niets wanneer je door wilt breken naar een breed publiek; het is bekrompen, maar het is helaas niet anders. Persoonlijk kon ik de vorige twee platen van Holly Williams echter zeer waarderen en ook het onlangs verschenen The Highway vind ik weer een hele mooie en overtuigende plaat. Het is een plaat die haast wel moet gaan zorgen voor de doorbraak van Holly Williams, want het is een plaat waarop werkelijk alles klopt. The Highway is in alle opzichten beter dan zijn twee al zo goede voorgangers, maar het is bovendien een plaat waarop Holly Williams de juiste keuzes maakt. Holly Williams is de dertig inmiddels gepasseerd en heeft niet langer de ambitie om de nieuwe countrypop prinses te worden. The Highway is hierdoor wat minder lichtvoetig en wat traditioneler dan zijn twee voorgangers. Het levert een evenwichtige en vrijwel zonder uitzondering bloedstollend mooie plaat op. Voor de productie van The Highway tekende de onder andere van The Civil Wars bekende Charlie Peacock. Dat is een verstandige keuze, want Peacock weet precies wat Holly Williams nodig heeft. Voor The Highway wordt een flink instrumentarium uit de kast getrokken, maar uiteindelijk staat alles volledig in dienst van de werkelijk fantastische stem van Holly Williams, die ondanks haar jonge leeftijd al beschikt over de doorleefde strot die in de Williams familie eerder regel dan uitzondering is. The Highway klinkt vergeleken met zijn twee voorgangers net wat traditioneler, maar is eerder een alt-country dan een countryplaat. Het is een plaat waarmee Holly Williams zomaar zaagt aan de poten van de troon van menig alt-country koningin. De gastbijdragen van grootheden als Jakob Dylan en Jackson Browne maken het af, maar zijn niet eens nodig om van The Highway een grootse plaat te maken. Prachtig. Erwin Zijleman


donderdag 14 maart 2013

Minguz - Minguz

Een paar weken geleden werd ik bijzonder aangenaam verrast door de prachtplaat van het uit het Belgische Kalmthout afkomstige TMGS (voorheen The Moe Green Specials). Rivers & Coastlines: The Ride was de afgelopen maand de meest gelezen recensie op deze BLOG en dat is niet meer dan terecht. Uit dezelfde stal als TMGS komt het uit Antwerpen afkomstige Minguz, dat met haar titelloze debuut een al even mooie en indrukwekkende plaat heeft afgeleverd. Minguz is een duo dat voornamelijk bas en drums gebruikt voor de inkleuring van haar muziek. Je verwacht dan iets als The White Stripes of The Black Keys, maar met deze twee duo’s is Minguz in vrijwel geen enkel opzicht te vergelijken. De enige overeenkomsten die ik kan bedenken verwijzen naar de hoge kwaliteit en de originaliteit van de muziek van de Antwerpers. Het titelloze debuut van Minguz is een plaat vol buitengewoon stemmige popliedjes, die volgens het principe "less is more" zijn ingekleurd. Bas en drums staan inderdaad centraal in de muziek van het tweetal, maar op de plaat zijn ook wat andere instrumenten toegevoegd waaronder voorzichtige strijkers, een accordeon en een zingende zaag. Met bas en drums als basis maak je geen vrolijke lenteliedjes, zodat het debuut van Minguz prachtig kleurt bij het winterlandschap dat maar geen afscheid van ons wil nemen. Ondanks het beperkte instrumentarium heeft het debuut van Minguz een prachtig vol en stemmig geluid, waarin ieder detail naar de oppervlakte komt (hulde voor de buitengewoon fraaie productie van de plaat). Het originele en bij vlagen echt wonderschone geluid van Minguz wordt verder ingekleurd door de bijzondere stem van Dominique Osier, die het donkere geluid van Minguz voorziet van een emotievolle bovenlaag. De muziek van Minguz is al vergeleken met die van onder andere Nick Cave, Tindersticks en Morphine, maar persoonlijk hoor ik vooral wat van de geweldige platen die David Sylvian in de tweede helft van de jaren 80 maakte, al moeten ook hier de overeenkomsten niet worden overdreven. In een tijd waarin het grote gebaar vaak regeert, weet Minguz zich te onderscheiden met muziek waarin geen noot teveel wordt gespeeld. Het tweetal uit Antwerpen heeft haar muziek gestript tot de essentie en vervolgens sober en bijzonder smaakvol van net voldoende kleur voorzien. Het levert een plaat op die zich nauwelijks laat vergelijken met de muziek van anderen, maar desondanks ben je na één keer horen helemaal om. Het Antwerpse I Have A Tiger label komt zo in één maand tijd met twee platen op de proppen die mee zouden moeten doen in de jaarlijstjes over een maand of negen. Mis ze allebei niet. Erwin Zijleman

Het debuut van Minguz ligt in Nederland nog niet overal in de winkel, maar de plaat kan wel worden verkregen via de bandcamp pagina van de band: http://minguz.bandcamp.com/album/minguz

woensdag 13 maart 2013

Pien Feith - Tough Love

Pien Feith begon ooit als een meisje met gitaar, maar omarmde op het precies twee jaar geleden verschenen Dance On Time vol liefde de elektronica. Dit deed ze bovendien met veel succes, want de op het Excelsior label uitgebrachte plaat werd zeer positief ontvangen. Dat ook op opvolger Tough Love de elektronica domineert wekt daarom geen verbazing, maar gelukkig is Tough Love veel meer dan Dance On Time part II. Op Dance On Time schuurde Pien Feith nog opzichtig tegen de Scandinavische ijsprinsessen aan, maar Tough Love heeft een veel aardser geluid, wat overigens niet betekent dat de mystieke component helemaal is verdwenen uit de muziek van Pien Feith. Tough Love is een ambitieuze plaat, waarvoor kosten nog moeite werden gespaard.  De plaat werd opgenomen in Chicago, waar ook producer Chris Moore (Yeasayer, TV on the Radio, Yeah Yeah Yeahs) aanschoof.  Het levert een prachtig klinkende plaat op, die nog een stuk mooier en volwassener klinkt dan de al zo goede voorganger. Ook op Tough Love bepaalt de elektronica voor een belangrijk deel het geluid, maar het is wederom de heerlijke stem van Pien Feith die het meest in het oor springt. Waar veel door elektronica gedomineerde muziek wat mij betreft kil en emotieloos klinkt, is Tough Love een warme en emotievolle plaat. Zeker wanneer de plaat een wat mystieke sfeer heeft duikt de vergelijking met de Scandinavische ijsprinsessen (en met name Björk en Lykke Li) nog wel eens op, maar wanneer de muziek wat minder zweeft en de elektronica tijdelijk wat gas terug neemt hoor je toch vooral een klassieke singer-songwriter plaat met een modern instrumentarium. Het is een bijzonder avontuurlijke plaat en dit is niet alleen zo vanwege het fraaie elektronische muzikale landschap. Tough Love bevat een serie sprankelende songs met hier en daar prachtige gitaarlijnen en complexe of zelfs onnavolgbare ritmes, die door het spannende en buitengewoon afwisselende elektronische tapijt aan elkaar worden gesmeed. De ruimte die open valt wordt net als op Dance On Time opgevuld door de bijzonder aangename vocalen van Pien Feith, die niet alleen tot de meest eigenzinnige maar ook tot de beste zangeressen van het land moet worden gerekend. Liefhebbers van elektronische muziek zullen vooral uit de voeten kunnen met de tracks waarin de elektronica maximaal wordt ingezet, terwijl liefhebbers van traditionele singer-songwriter muziek waarschijnlijk het meest hebben met de wat minder zwaar aangezette tracks. Tough Love slaagt er echter ook uitstekend in om buiten de eigen comfort zone te vermaken en dat is een schaars vermogen. Met Dance On Time haakte Pien Feith twee jaar geleden aan bij de betere eigenzinnige vrouwelijke singer-songwriters van dat moment. Met Tough Love demarreert ze weg van de kopgroep en gaat ze op weg naar de gladiolen. Daar valt gezien de torenhoge kwaliteit van Tough Love maar heel weinig op af te dingen. Erwin Zijleman



dinsdag 12 maart 2013

John Grant - Pale Green Ghosts

John Grant gaat inmiddels toch al aardig wat jaren mee als één van mijn muzikale helden. Eerst al voorman van de wat mij betreft legendarische, maar helaas voor velen totaal onbekende, band The Czars (Before...But Longer uit 2000, The Ugly People Vs. The Beautiful People uit 2001 en Goodbye uit 2004 kan iedere muziekliefhebber blind aanschaffen zonder hier later ook maar een seconde spijt van te krijgen) en later als soloartiest, wat in 2010 het briljante Queen Of Denmark opleverde. Op Queen Of Denmark werkte John Grant samen met de Texaanse band Midlake en dat bleek een combinatie die naar veel meer smaakte. Dat meer is er vooralsnog niet gekomen, want op zijn tweede soloplaat, Pale Green Ghosts, werkt John Grant samen met de van het IJslandse GusGus bekende Birgir Pórarinsson (ook bekend als Biggi Veira en Biggo). Het is op voorhand een bijzondere combinatie, al is het maar omdat er tot dusver geen enkele aanleiding was om John Grant te linken aan elektronische muziek. Deze elektronische muziek heeft Grant op Pale Green Ghosts omarmd en dat is op zijn minst even wennen. Laat ik heel eerlijk zijn. Toen ik de promo van de nieuwe plaat van John Grant een aantal weken geleden voor het eerst in de cd speler had gestopt, kon ik niet geloven dat het hier inderdaad ging om de nieuwe plaat van één van mijn muzikale helden. De eerste keren dat ik de plaat hoorde vond ik het helemaal niks en dat veranderde in eerste instantie nauwelijks. De verschillen met Queen Of Denmark zijn dan ook groot. Op Pale Green Ghosts domineren in flink wat tracks kille synths en worden zelfs beats niet geschuwd in een enkele track. Het merendeel van de tracks is lang en in de songs die worden bepaald door elektronica, hier en daar afgewisseld door aanzwellende strijkers, neemt de stem van John Grant genoegen met een plek op de achtergrond. De voorgaande zin suggereert dat John Grant niet alleen maar naar elektronica grijpt op zijn nieuwe plaat en dat is gelukkig ook zo. De plaat bevat ook een aantal typische John Grant ballads. Dit zijn warmbloedige tracks die zo uit de jaren 70 lijken weggelopen. Het vormt een enorm contrast met de veel killere elektronische tracks, al blijven ook de ballads niet volledig gevrijwaard van elektronica. Pale Green Ghosts is, zeker op zijn meest elektronische momenten, een plaat waaraan het lastig wennen is, maar op een gegeven moment is het mij wel gelukt. Vervolgens hoor je steeds beter dat onder het soms net wat te opdringerige elektronische klankentapijt toch echt prachtsongs van John Grant schuil gaan. Weer een stap verder ontdek je de schoonheid en veelzijdigheid van de elektronica, zeker in combinatie met strijkers en andere organische instrumenten en langzaam maar zeker wordt Pale Green Ghosts dan toch een plaat van het niveau dat je van John Grant verwacht. Om mijn collega-fans van de muziek van John Grant een hoop ellende te besparen, adviseer ik deze fans om de tracks 1, 2, 6, 7, 8 en 9 (ja, het zijn er heel wat) in eerste instantie even over te slaan. De resterende tracks weten sneller te overtuigen en laten je voorzichtig wennen aan de elektronische klanken die John Grant op IJsland heeft omarmd. Tussen de resterende tracks vind je een aantal echte parels, waaronder het bijna pompeuze slotnummer, en een aantal tracks die niet hadden misstaan op Queen Of Denmark. Inmiddels ben ik wel zover dat ik Pale Green Ghosts van track 1 tot en met track 11 durf te draaien. De tracks waarin de elektronica het zwaarst wordt aangezet hebben nog steeds niet mijn voorkeur, maar ik waardeer ze inmiddels wel en op één of andere manier zorgen ze er ook voor dat de uitschieters op de plaat alleen maar naar grotere hoogten worden getild. John Grant heeft al met al een gedurfde plaat gemaakt. Het is een plaat die het nodige geduld vraagt van zijn fans, maar het is ook een plaat die na enige gewenning weet te verrassen en vervolgens steeds meer weet te overtuigen. Even doorbijten dus en vervolgens toch weer heel veel genieten. Erwin Zijleman



maandag 11 maart 2013

Hollis Brown - Ride On The Train

Schrijf maar alvast op als één van de grote ontdekkingen van 2013: Hollis Brown. Hollis Brown is een band uit New York, die met Ride On The Train een werkelijk fenomenaal debuut heeft afgeleverd. Bij beluistering van de openingstrack (en tevens titeltrack) van de plaat, merk je direct dat de muziek van de band maar heel lastig is te weerstaan (ik was zelf binnen een minuut compleet verkocht) en dat gevoel wordt eigenlijk alleen maar sterker. Hollis Brown citeert op haar debuut rijkelijk uit een aantal decennia popmuziek en nodigt hierbij nadrukkelijk uit tot het noemen van grote namen. Tot dusver pikt iedereen er zijn eigen namen uit, dus dat doe ik ook maar. Wat te denken van het lijstje: Lynyrd Skynyrd, Rolling Stones, Neil Young, Tom Petty, Creedence Clearwater Revival, Buffalo Springfield. Het is een vrij willekeurige selectie, maar je hoort ze allemaal terug in de muziek van de vier jonge honden uit New York. Countryrock domineert op Ride On The Train en het is vooral countryrock uit de jaren 70. Op één of andere manier slaagt Hollis Brown er echter in om een stap verder te gaan dan het reproduceren van het glorieuze geluid van weleer. Ride On The Train is absoluut niet vies van retro (kijk ook maar eens naar de hoes), maar combineert de invloeden uit het verre verleden op eigenzinnige wijze met invloeden van veel recentere datum. Het levert een serie perfecte popliedjes op, die voorlopig alleen nog maar aan kracht zullen winnen. Het zijn popliedjes die de ene keer stevig rocken, maar de andere keer net zo makkelijk verleiden met een met popinvloeden verrijkte ballad. Hollis Brown komt uit New York, maar de muzikale invloeden die de band in haar muziek verwerkt komen vooral uit het Zuiden van de Verenigde Staten, waarbij het viertal moeiteloos schakelt tussen de zonnige pop van de Westcoast en de met gospel doorspekte Southern Rock uit Mississippi en Alabama. Het klinkt allemaal fantastisch door de heerlijke gitaren, de perfect opgenomen ritmesectie en de verrassend doorleefde zang vol soul en blues (zanger Mike Montali is absoluut een groot talent), maar het zijn de geweldige songs die de muziek van Hollis Brown echt bijzonder maken. Hollis Brown betovert op haar debuut met songs waarvan je na één keer horen zielsveel houdt en het gaat hierbij zeker niet om vluchtige lentevlinders. Ride On The Train heeft alles wat nodig is om uit te groeien tot een klassieker. Of het zover komt zal de tijd moeten leren, maar een droomdebuut kan ik het nu al wel noemen. Na alle lof uit de Verenigde Staten was ik heel even sceptisch, maar inmiddels ben ook ik volledige overtuigd van de kwaliteiten van deze grootse band in de dop. Wat een plaat! Erwin Zijleman



zondag 10 maart 2013

Emmylou Harris & Rodney Crowell - Old Yellow Moon

Emmylou Harris en duetten gaan al heel lang samen. Een nog piepjonge Emmylou Harris maakte ooit samen met Gram Parsons een onuitwisbare indruk met een serie duetten die inmiddels stuk voor stuk in de boeken staan als klassiekers. Een paar jaar geleden maakte Harris nog een verrassend sterkte duoplaat met Mark Knopler en hiernaast is er een flinke serie gastbijdragen op platen van anderen, wat nog niet eens zo heel lang geleden een fraai duet met de Amerikaanse folkie Dan Bern opleverde. Dat Emmylou Harris ooit nog eens een duoplaat met de Amerikaanse singer-songwriter Rodney Crowell zou opnemen was min of meer zeker. De twee kennen elkaar al een aantal decennia en hebben in deze periode vaak samengewerkt. Crowell scheef ooit de openingstrack voor het officiële solodebuut van Emmylou Harris (Pieces Of The Sky uit 1975), speelde in haar band en droeg ook na Pieces Of The Sky nog meerdere malen bij aan de platen van Emmylou Harris. De twee hebben ook nog eens stemmen die perfect bij elkaar passen, waardoor de verwachtingen met betrekking tot de duoplaat Old Yellow Moon hooggespannen waren. We hebben lang op Old Yellow Moon moeten wachten, maar het was het wachten meer dan waard. Het is het eerste, maar zeker niet het enige cliché dat van toepassing is op de plaat die Emmylou Harris en Rodney Crowell hebben gemaakt. Harris en Crowell doen op Old Yellow Moon geen enkele poging om te vernieuwen. Je krijgt op Old Yellow Moon precies wat je verwacht. De songs die grotendeels door anderen werden geschreven (Crowell schreef zelf vier van de twaalf songs) volgen grotendeels de gebaande paden. Country en Americana vormen de belangrijkste bestanddelen van Old Yellow Moon en uiteraard werden flink wat uitstekende muzikanten opgetrommeld om de plaat te voorzien van een even degelijk als veelkleurig geluid.  De productie is uiteraard degelijk maar smaakvol. Als er al verrassingen zijn, zitten deze in de repertoirekeuze, waarin onder andere een song van mevrouw Springsteen (Patti Scialfa) opvalt. Verder dus vooral gesneden koek, maar hier is natuurlijk niets mis mee. De stemmen van Emmylou Harris en Rodney Crowell kleuren zoals gezegd prachtig bij elkaar en zorgen keer op keer voor kippenvel. Emmylou Harris en Rodney Crowell doen op Old Yellow Moon misschien precies wat je van ze verwacht, maar het is allemaal wel van een niveau dat je niet zomaar haalt. Deze prachtplaat van dit hopelijk niet eenmalige duo kan ik al met al alleen maar zeer warm aanbevelen. Erwin Zijleman



zaterdag 9 maart 2013

Carrie Rodriguez - Give Me All You Got

Vandaag voor de afwisseling eens geen aandacht voor een relatief onbekende muzikant in het rootssegment, maar voor een min of meer gevestigde naam in het genre. De Amerikaanse singer-songwriter Carrie Rodriguez is voor veel liefhebbers van het genre inmiddels een grote naam, al heeft ze het nog altijd niet geschopt tot het linker rijtje van het klassement der vrouwelijke singer-songwriters. Dat heeft niet zo gek veel te maken met de kwaliteit van haar platen. Carrie Rodriguez maakte een aantal geweldige platen met Chip Taylor, maar ook het stapeltje soloplaten dat ze inmiddels op haar naam heeft staan doet niet onder voor het stapeltje van de vrouwen waarmee de Texaanse moet concurreren. Ook het onlangs verschenen Give Me All You Got is weer een verrassend sterke plaat, die als je het mij vraagt gehakt maakt van de meeste andere platen die de afgelopen tijd in dit genre zijn verschenen. Ook op Give Me All You Got kan Carrie Rodriguez weer vertrouwen op haar krachtige stem. Het is een stem die kan rocken als die van Lucinda Williams, soulvol kan uithalen als die van Neko Case, kan verleiden als die van Shelby Lynne en door merg en been kan snikken als die van Emmylou Harris, waarmee ik de belangrijkste concurrenten van Carrie Rodriguez direct genoemd heb. Omdat Carrie Rodriguez met haar stem alle kanten op kan, is Give Me All You Got een behoorlijk veelzijdige plaat geworden. Carrie Rodriguez durft op haar nieuwe plaat te rocken, maar is ook niet bang voor bijna verstilde folk en country songs. Het zijn songs van een bijzonder hoog niveau, die deels samen met de al eerder genoemde Chip Taylor zijn geschreven. Ook in muzikaal opzicht ligt het niveau hoog. Carrie Rodriguez heeft voor Give Me All You Got een aantal prima muzikanten om zich heen verzameld en voegt in een aantal tracks zelf mooi vioolspel toe. Bij beluistering van Give Me All You Got merk je dat Carrie Rodriguez en haar muzikanten goed op elkaar zijn ingespeeld en dat komt de kwaliteit van de plaat zeer ten goede. Op Give Me All You Got staat de stem van Carrie Rodriguez centraal, maar de muziek krult hier iedere keer prachtig om heen, waarbij vooral het warme gitaarwerk opvalt. Direct bij eerste beluistering van de plaat wist ik al dat Give Me All You Got een hoogvlieger in het genre is, maar de plaat is sindsdien ook nog eens flink doorgegroeid. Iedereen die het werk van de Amerikaanse kent weet het al lang, maar met Give Me All You Got laat Carrie Rodriguez nog eens nadrukkelijk horen dat ze tot de groten in het genre behoort. Erwin Zijleman



vrijdag 8 maart 2013

David Bowie - The Next Day

Wie een paar maanden geleden een nieuwe plaat van David Bowie had voorspeld, zou waarschijnlijk voor gek zijn verklaard. Bowie leek na zijn serieuze gezondheidsproblemen van een aantal jaren geleden definitief de stekker uit zijn actieve carrière te hebben getrokken en tot voor kort wees helemaal niets op een terugkeer. Inmiddels weten we beter. David Bowie is terug met The Next Day en staat opeens weer in het middelpunt van de belangstelling. Op basis van de single is The Next Day al door menigeen uitgeroepen tot de beste Bowie plaat in een aantal decennia, waardoor mijn verwachtingen op zijn minst hooggespannen waren. Nu zegt de beste Bowie plaat in een aantal decennia niet zo gek veel. Voor zijn laatste wapenfeiten moeten we minstens tien jaar terug in de tijd en komen we terecht bij de aardige maar zeker niet opzienbarende platen als Reality, Heathen en Hours. Hiervoor zaten een aantal platen waarvan ik geen chocola kon maken (Earthling en Outside) en flink wat zwakke broeders (Black Tie White Noise, Never Let Me Down, Tonight en in iets mindere mate Let’s Dance). Hiervoor kwam de laatste echt goede Bowie plaat, Scary Monsters, maar die plaat is inmiddels al 33 (!) jaar oud. Van Scary Monsters naar Heroes is maar een stapje van drie jaar en Heroes is naar verluid een belangrijke inspiratiebron geweest voor The Next Day. Dat zie je op de hoes, die voor een belangrijk deel is gebaseerd op de hoes van Heroes, maar je hoort het ook terug in een aantal tracks op The Next Day. The Next Day blijft echter zeker niet hangen in de Berlijnse jaren van David Bowie, maar lijkt vrijwel zijn hele oeuvre te recyclen. Als je goed naar The Next Day luistert, hoor je zo ongeveer de hele carrière van David Bowie voorbij komen, maar een herhalingsoefening is de plaat zeker niet. Zeker in de beste tracks op de plaat horen we de David Bowie die we al heel lang niet meer gehoord hadden. Bowie is nog altijd uitstekend bij stem, heeft zich omringd met muzikanten uit zijn rijke verleden en wist niemand dan oude meester Tony Visconti te strikken voor de productie. Veel belangrijker is het feit dat Bowie eindelijk weer eens geïnspireerd en urgent klinkt en dat hij eindelijk weer eens songs heeft geschreven die iets memorabels in zich hebben. De luxe editie van de plaat bevat 17 songs en dat is misschien wat veel van het goede, maar tussen deze 17 songs zitten er zeker 10 en misschien zelfs wel 12 die je weten te betoveren. Met name de songs die refereren aan de muziek die Bowie in zijn beste jaren maakte en de meer gitaar georiënteerde songs weten steeds meer te imponeren, vooral omdat Bowie er op één of andere manier in slaagt om de inspiratie uit het verleden om te vormen tot een fris en eigentijds geluid. The Next Day is uiteindelijk op meerdere manieren te beoordelen. Wanneer je de plaat vergelijkt met de klassiekers uit Bowie’s rijke oeuvre, volgt The Next Day op bescheiden afstand in de subtop. Als je de plaat vergelijkt met alles wat Bowie sinds Scary Monsters heeft gemaakt, steekt The Next Day er met kop en schouders bovenuit. Uiteindelijk kun je de plaat misschien maar het beste als een op zichzelf staande plaat beoordelen. In dat geval doet David Bowie mee met de betere platen van het moment. Wie had dat een aantal maanden geleden durven voorspellen? Ik niet. Erwin Zijleman