zondag 30 juni 2013

Editors - The Weight Of Your Love

De uit het Britse Birmingham afkomstige band Editors zal waarschijnlijk nooit meer ontsnappen aan de vergelijking met legendarische postpunk bands als Joy Division en Echo & The Bunnymen. Nu viel er na de release van het prachtdebuut The Back Room uit 2005 ook helemaal niets af te dingen op de vergelijking met de beste postpunk bands uit de Britse muziekgeschiedenis. Editors liet oude tijden herleven en deed dit op grootse wijze. Sinds The Back Room heeft Editors zich echter flink ontwikkeld en dat willen de critici helaas wel eens onder het tapijt vegen. An End Has A Start uit 2007 lag nog redelijk in het verlengde van The Back Room, maar In This Light And On This Evening uit 2009 was een totaal andere plaat, waarop de gitaren van The Back Room vrijwel volledig plaats hadden gemaakt voor synths (en Joy Division volledig was over gegaan in New Order). De muzikale aardverschuiving deed de band trouwens geen goed. Editors zat de afgelopen vier jaar in de lappenmand en lange tijd leek het er op dat er geen vierde plaat van de Britten zou verschijnen. Gelukkig liep het anders. Afgelopen vrijdag lag The Weight Of Your Love in de winkel en wat is het een glorieuze comeback geworden. The Weight Of Your Love begint nog altijd bij de prachtige platen die Echo & The Bunnymen in de eerste helft van de jaren 80 maakte (Crocodiles, Heaven Up Here, Porcupine en Ocean Rain moet echt iedereen in huis hebben), maar neemt vervolgens de invloeden uit de 30 jaar muziekgeschiedenis die zouden volgen mee. The Weight Of Your Love is een plaat met stadionpretenties, zeker wanneer Editors U2, Coldplay en Simple Minds in beter tijden naar de kroon probeert te steken. Persoonlijk vind ik de tracks waarin de postpunk invloeden domineren en de tijden van Echo & The Bunnymen herleven nog altijd het best, maar de flirts met grootse rocksongs en de experimenten met strijkers verdienen zeker respect en aandacht. The Weight Of Your Love is een plaat die makkelijk overweldigt met donkere gitaarwolken, atmosferische synths, stemmige strijkers, meeslepende vocalen en grootse songs, maar het is ook een plaat die overeind blijft wanneer je er wat kritischer naar luistert en de songs een voor een langs de maatlat legt. Dan valt op hoe knap het allemaal in elkaar steekt en vooral ook hoe goed voorman Tom Smith zingt. De eerste recensies die ik over The Weight Of Your Love heb gelezen zijn vernietigend, maar dat vind ik veel te makkelijk. Editors doen op The Weight Of Your Love een poging om zich te vernieuwen en wat mij betreft slagen ze hier glansrijk in. The Weight Of Your Love is misschien heel af en toe wat over the top, maar de meeste songs op de vierde van Editors zijn wonderschoon. Luister daarom op zijn minst onbevangen en onbevooroordeeld naar The Weight Of Your Love. Mijn oordeel staat inmiddels vast: prachtplaat. Erwin Zijleman



zaterdag 29 juni 2013

HalleyAnna - HalleyAnna

Het miskende of op zijn minst onbekende rootstalent van de week komt uit Austin, Texas, zo langzamerhand de hoofdstad van de (betere) Amerikaanse rootsmuziek. HalleyAnna (volledige naam HalleyAnna Finlay) maakte een jaar of twee geleden al een hele mooie plaat (The Country), maar deze kreeg niet veel aandacht (ik heb hem zelf ook pas een aantal weken geleden ontdekt). The Country werd gepositioneerd tussen Emmylou Harris en Lucinda Williams; twee namen waaraan ik zelf de namen van Tift Merritt en Mary Gauthier wilde toevoegen. Ook bij beluistering van de titelloze tweede plaat van HalleyAnna komen wat mij betreft de bovenstaande vier namen op. Net zoals Emmylou Harris beschikt HalleyAnna over een stem die je makkelijk diep raakt en die de songs op de plaat een extra dimensie geeft. Net als Lucinda Williams maakt HalleyAnna traditioneel aandoende rootsmuziek die is voorzien van een rauw randje, wat de muziek flink wat extra kracht geeft. Net als Tift Merritt beschikt HalleyAnna over het vermogen om traditionele rootsmuziek met een modern tintje te maken en net als Mary Gauthier maakt HalleyAnna muziek die bol staat van de emotie en doorleving. Alles bij elkaar opgeteld is de tweede plaat van HalleyAnna een plaat die zich kan meten met de betere platen van de hierboven genoemde grootheden en is het dus ook een plaat die moet worden gerekend tot de smaakmakers in het genre van het moment. HalleyAnna laat zich op haar titelloze tweede plaat begeleiden door muzikanten die zijn gepokt en gemazeld in de Amerikaanse rootsmuziek, maar er wordt nergens op routine gespeeld. Het geeft de plaat een dosis energie en gevoel die makkelijk overspringt op de luisteraar. Het sterkste wapen van de plaat is echter de stem van HalleyAnna. HalleyAnna beschikt over een stem die zoveel emotie bevat dat ze waarschijnlijk mensen kan ontroeren bij het voorlezen van het telefoonboek. Het nadeel van zoveel emotie is dat een stem wel eens wat onvast kan zijn. Voor uitsluitend mooizingerij moet je daarom niet bij HalleyAnna zijn, maar voor liefhebbers van zangeressen die hun ziel en zaligheid in hun muziek leggen is het tien tracks lang smullen. De tweede plaat van HalleyAnna is zo’n plaat die bijna achteloos voortkabbelt wanneer je te moe bent om naar muziek te luisteren maar wel van muziek wilt genieten, maar het is ook een gloedvolle plaat die je tot op de laatste noot kunt ontleden om maar niets te missen. HalleyAnna draait inmiddels al een tijdje zijn rondje in mijn cd spelers en ik moet zeggen dat de plaat me inmiddels zeer dierbaar is. HalleyAnna heeft een plaat gemaakt die direct hetzelfde met me deed als Car Wheels On A Gravel Road van Lucinda Williams of Drag Queens In Limousines van Mary Gauthier inmiddels al weer enige tijd geleden deden. De titelloze plaat van HalleyAnna is daarom een klassieker in de dop en bovendien weer zo’n onbekende rootsplaat die geen enkele liefhebber van het genre mag missen. Erwin Zijleman

HalleyAnna van HalleyAnna weet de Nederlandse platenzaken waarschijnlijk voorlopig niet te bereiken, maar kan wel op de kop worden getikt via haar website (http://www.halleyanna.com/fr_music.cfm), cdbaby (http://www.cdbaby.com/cd/halleyanna2) of bandcamp (http://halleyanna.bandcamp.com).



vrijdag 28 juni 2013

Texas - The Conversation

Het is heel lang geleden, maar wat had ik ooit een zwak voor Texas. Southside, het debuut van de Schotse band, stond vol met memorabele popliedjes die vooral uitblonken door de krachtige vocalen van zangeres Sharleen Spiteri en het werkelijk briljante gitaarwerk van Ally McErlaine. Southside klonk Amerikaans en Schots tegelijk en vermengde op geheel eigen wijze invloeden uit de blues en de pop. Omdat Texas ook op het podium zeer wist te overtuigen, schaarde ik Texas jaren lang onder mijn persoonlijke favorieten en vergaf ik de band de twee wat zwakkere platen die volgden op Southside. In 1997 leek de fut er wat uit bij Texas, maar tot ieders verrassing wist de band met het in dat jaar verschenen White On Blonde alsnog een groot publiek te bereiken. Texas deed dat door Motown soul aan haar muziek toe te voegen en met singles als Say What You Want en Black Eyed Boy wereldhits te scoren. Opvolger The Hush uit 1999 was zo mogelijk nog poppier, maar wist nog altijd genadeloos te verleiden met schaamteloos aanstekelijke popsongs. Hierna verloor ik Texas vrijwel helemaal uit het oog, al heb ik Red Book uit 2005 volgens mij wel eens gehoord. Sinds het mislukken van de solocarrière van Sharleen Spiteri is Texas weer tot leven gekomen, al verloor het onderweg bijna gitarist Ally McErlaine aan een zware hersenbloeding. Op The Conversation wordt Texas bijgestaan door culthelden als Richard Hawley en Bernard Butler en dat heeft de band goed gedaan. Texas keert op The Conversation niet helemaal terug naar de gloriedagen van Southside, maar is waarschijnlijk nooit zo dicht bij geweest. The Conversation is een plaat met lekker in het gehoor liggende songs, maar Texas lijkt niet langer op zoek naar wereldhits. The Conversation heeft de invloeden uit de Motown soul vrijwel volledig overboord gezet en kiest voor een mix van blues en retro pop. Producer Richard Hawley kon het niet laten om de songs op The Conversation te voorzien van een 50s tintje (en een vleugje Phil Spector), maar Texas heeft ook haar eigen geluid behouden, al is het maar vanwege het herkenbare stemgeluid van Sharleen Spiteri en de belangrijke rol voor het gitaarwerk. De platen die Texas in de tweede helft van de jaren 90 maakte, waren stuk voor stuk bonbons die er prachtig uit zagen, maar uiteindelijk allemaal hetzelfde smaakten en al snel te veel waren. Op The Conversation maakt Texas weer op ambachtelijke wijze chocolade en dat smaakt naar veel meer. The Conversation zal qua succes niet in de buurt komen van White On Blonde en The Hush, maar is als je het mij vraagt een verrassend sterke plaat, die veel meer aandacht verdient dan de plaat tot dusver krijgt. Bij mij bloeit de oude liefde voor Texas in ieder geval weer aardig op, want The Conversation blijkt ook nog eens een eersteklas groeiplaat. Erwin Zijleman



 

donderdag 27 juni 2013

Garrett Lebeau - Rise To The Grind

Ik heb op het moment een duidelijke voorkeur voor sprankelende zomerplaten (de zomer moet tenslotte ergens vandaan komen), maar ook in juni zijn er nog volop late avonden waarop het weliswaar niet donker is, maar wel kil. Op deze avonden grijp ik nu al een tijdje naar Rise To The Grind van Garrett Lebeau. Rise To The Grind is net als de laatste plaat van Boz Scaggs een plaat die vrijwel onmiddellijk onweerstaanbaar is, zonder dat je direct door hebt hoe goed hij eigenlijk is. Garrett Lebeau is, in tegenstelling tot wat zijn naam doet vermoeden, een Amerikaan met Indiaans bloed, die tegenwoordig vanuit Austin, Texas, opereert. In Austin weet hij inmiddels een tijdje de aandacht te trekken, waardoor hij voor Rise To The Grind een aantal gelouterde sessiemuzikanten wist te strikken. In muzikaal opzicht speelt Rise To The Grind daarom vrijwel onmiddellijk een gewonnen wedstrijd, maar de zege wordt pas definitief binnen gehaald wanneer Garrett Lebeau begint te zingen. Rise To The Grind is een zwoele plaat voor de kleine uurtjes waarop invloeden uit de blues, jazz, folk, country, rock, funk en vooral soul domineren. Lebeau schuurt hierdoor in muzikaal opzicht dicht tegen Boz Scaggs aan, maar door zijn bijzondere stem klinkt hij uiteindelijk toch totaal anders. Rise To The Grind is een plaat die het niet moet hebben van variatie of dynamiek. Muziekliefhebbers met een lichte vorm van ADHD zullen snel onrustig worden van de lome klanken, de ingehouden songs en het eindeloos herhalen van vrijwel hetzelfde recept. Rise To The Grind ontleent zijn kracht voor een belangrijk deel aan de sfeer en de details, wat overigens niet betekent dat er op de plaat niet fantastisch wordt gemusiceerd. Garrett Lebeau en zijn bandleden leggen keer op keer een fantastisch geluid neer, waarna Lebeau het met zijn opvallende stem, die wel een beetje aan die van Van Morrison doet denken, alleen maar hoeft af te maken, wat de Amerikaan steeds op uiterst subtiele wijze doet. De kracht zit keer op keer in de details. Een paar noten van een heerlijk orgeltje, een voorzichtige tempowisseling van de ritmesectie of een JJ-Cale achtig gitaarloopje dat door de ziel snijdt; Garrett Lebeau en zijn band beschikken over vele sterke wapens, maar zetten ze alleen bij hoge uitzondering in. Ik moet eerlijk toegeven dat ik in eerste instantie ook wel wat slaperig werd bij het helemaal uitzitten van Rise To The Grind, maar inmiddels heeft de plaat me volledig te pakken. Garrett Lebeau haalt de soul voor de afwisseling eens niet uit de tenen, maar uit de pink, wat voor de innerlijke rust wel zo prettig is. Bij beluistering van Rise To The Grind waan je je in een rokerige nachtclub waarin de recessie definitief heeft toegeslagen. Klanten zijn er niet, de verf bladdert van de muren, het bier is laf en lauw en buiten begint het ook nog eens stevig te regenen. Het enige dat troost biedt is de prachtige muziek van de band op het kleine podium. Die band speelt zo mooi dat je blijft zitten; de hele nacht als het moet. En morgen zit je er weer. Erwin Zijleman



woensdag 26 juni 2013

Tom Odell - Long Way Down

Het is niet makkelijk om onbevooroordeeld te luisteren naar Long Way Down, het lang verwachte debuut van de Britse singer-songwriter Tom Odell. De Brit werd eind vorig jaar op basis van een enkele single al door de voltallige Britse muziekpers uitgeroepen tot één van de muzikale sensaties van 2013 en is bovendien vergeleken met uiteenlopende grootheden, variërend van Elton John tot Jeff Buckley. Dit alles legt de lat voor Long Way Down wel erg hoog, waardoor de plaat eigenlijk alleen maar tegen kan vallen. Iets wat de plaat ook doet volgens de Britse critici, die inmiddels met geslepen sabels hebben uitgehaald naar de jonge Brit. Om Tom Odell toch een eerlijke kans te geven, heb ik mijn best gedaan om de voorspellingen van de glazen bol van de Britse muziekpers en het inmiddels al aangedragen vergelijkingsmateriaal te vergeten. Dat is natuurlijk niet helemaal gelukt, maar het maakt het wel een stuk makkelijker om van het debuut van Tom Odell te houden. Long Way Down is immers een opvallende plaat, waarop de jonge Brit een veelheid aan invloeden verwerkt maar er ook in slaagt om zichzelf te blijven. Dat levert niet altijd memorabele tracks op, maar het eindoordeel is wat mij betreft positief. Tom Odell maakt op zijn debuut muziek die wordt gedragen door zijn expressieve stem en zijn pianospel. Door dit pianospel ligt de vergelijking met pianomannen als Elton John en Billy Joel misschien voor de hand, maar persoonlijk hoor ik weinig overeenkomsten en draag ik liever de naam van Ben Folds aan, al is het maar omdat ook Tom Odell kan schakelen tussen toegankelijke akkoorden en stekelige bombast. Tom Odell’s bijzondere stemgeluid doet af en toe wel wat aan Jeff Buckley denken, maar roept bij mij minstens net zo veel associaties op met David Gray, Ed Sheeran, Passenger of Coldplay’s Chris Martin. Ook met de songs van Tom Odell kun je meerdere kanten op. Bij een aantal tracks kost het niet veel moeite om je de grootste festivalweides voor te stellen, maar Long Way Down bevat ook een aantal ingetogen tracks die je bij voorkeur met de koptelefoon moet beluisteren om alle emotie op te pikken (en in deze tracks is de vergelijking met Jeff Buckley echt niet zo gek). In een aantal van de ingetogen en meer folky tracks doet de muziek van Tom Odell wel wat denken aan die van The Waterboys; de volgende naam die we aan het inmiddels imposante rijtje toe kunnen voegen. Long Way Down doet het echter het best wanneer je alle vergelijkingen los laat. Het debuut van Tom Odell laat zich dan beluisteren als een plaat die bol staat van de belofte, maar misschien nog niet altijd de juiste keuzes maakt. Met tien songs van het kaliber van Another Love had Tom Odell een wereldplaat gemaakt, nu moeten we het doen met een bovengemiddeld debuut dat een flink aantal keren vermaakt, een aantal keren stevig verrast en een enkele keer diep weet te ontroeren. Is het voldoende? Ja voor mij wel. Erwin Zijleman



dinsdag 25 juni 2013

Lloyd Cole - Standards

Er zijn volgend jaar al weer 30 jaren verstreken sinds de release van Rattlesnakes, het debuut van Lloyd Cole & The Commotions. Het debuut van de band uit Glasgow, dat vol stond met aanstekelijke, nagenoeg perfecte, popliedjes met een literaire inslag, wist onmiddellijk te betoveren en is inmiddels uitgegroeid tot een klassieker. Nu heb ik inmiddels de nodige moeite met veel klassiekers uit de jaren 80, maar Rattlesnakes klinkt nog even fris en aanstekelijk als op de dag van de release. Bij de gemiddelde muziekliefhebber is Rattlesnakes waarschijnlijk het enige dat je van Lloyd Cole in de kast zult vinden. Na de (volgens de critici) mislukte tweede en derde plaat werden The Commotions nog voor het einde van de jaren 80 opgedoekt, maar ook als soloartiest wist Lloyd Cole geen potten te breken. Lloyd Cole maakte nog wel een aantal heel behoorlijke platen (Don’t Get Weird On Me Babe uit 1991 en The Negatives uit 2000 zijn zelfs behoorlijk goed heb ik achteraf kunnen constateren) maar de gloriedagen van Rattlesnakes keerden niet meer terug. Zelf haakte ik overigens pas weer aan bij het drie jaar geleden verschenen, en in Nederland schandalig genegeerde, Broken Record, dat  het geluid van Rattlesnakes deed herleven in een net wat Amerikaanser jasje. Eerder dit jaar maakte  Lloyd Cole samen met Hans-Joachim Roedelius een behoorlijk experimentele plaat met instrumentale tracks, maar het deze week verschenen Standards is de echte opvolger van het zo ondergewaardeerde Broken Records. Hoewel Standards werd opgenomen met deels dezelfde mensen (zo geeft wederom Joan Wasser A.K.A. Joan As Policewoman act de présance), is het een andere plaat dan zijn voorganger. Waar Broken Records klonk als Rattlesnakes in een Amerikaans singer-songwriter jasje, ligt Standards veel dichter bij de inmiddels tot een klassieker uitgegroeide plaat uit 1984. Samen met onder andere Matthew Sweet, bandlid van het eerste uur Blair Cowman en zoon Will, heeft Lloyd Cole een plaat gemaakt die makkelijk kan uitgroeien tot de soundtrack van een mooie zomer, net als Rattlesnakes dat 29 jaar geleden had kunnen doen als de plaat niet in de herfst was verschenen. Lloyd Cole voorziet zijn songs nog altijd van een licht cynische en vaak poëtische ondertoon en klinkt steeds meer als Bob Dylan, maar dat staat het maken van zorgeloos klinkende popliedjes die de zon krachtig laten schijnen gelukkig niet in de weg. Bij beluistering van Standards waande ik me weer even in 1984. Ook geen vrolijke tijd, maar Rattlesnakes maakte veel goed. Drie jaar geleden herontdekte ik de muziek van Lloyd Cole dankzij het prachtige Broken Records, dat ondanks de onaantastbare status van Rattlesnakes aardig in de buurt kwam. De afgelopen jaren ontdekte ik vrijwel het gehele oeuvre van de Schot, waardoor een nieuwe plaat van hoog niveau niet als een verrassing kwam. Dat het bij vlagen heerlijk rockende Standards nog dichter in de buurt zou komen van Lloyd Cole’s meesterwerk had ik echter niet durven dromen. De zomer van 2013 valt tot dusver zwaar tegen, maar na beluistering van Standards van Lloyd Cole kan deze zomer voor mij niet meer stuk. Erwin Zijleman



maandag 24 juni 2013

Aoife O'Donovan - Fossils

Aoife O’Donovan is een Amerikaanse zangeres met ongetwijfeld Ierse roots. Daar hoor je op haar debuut Fossils overigens niet zo gek veel van terug. Fossils is een Amerikaanse rootsplaat met vooral invloeden uit de folk, country en bluegrass. Hiermee beweegt Aoife O’Donovan zich voor een belangrijk deel op hetzelfde terrein als Alison Krauss; een zangeres waarmee Aoife O’Donovan ook in vocaal opzicht de nodige gelijkenis vertoont. O’Donovan komt zeker niet uit de lucht vallen. Ze maakte de afgelopen jaren platen met het trio Sometimes Why en vooral met de prima band Crooked Still (waarvan ik een fraai rijtje in de kast heb staan). Ook op eigen benen weet Aoife O’Donovan zich prima te redden. Samen met topproducer Tucker Martine heeft Aoife O’Donovan een plaat gemaakt die zich zomaar kan scharen onder de betere rootsplaten van het jaar. Tucker Martine zorgt op Fossils voor een mooi warm geluid, dat over het algemeen opvallend vol klinkt. Nu ben ik in dit genre meestal niet gek op een overdaad aan instrumenten, maar de rijke instrumentatie op Fossils voelt aan als een warm bad. Het is bovendien een instrumentatie die prachtig kleurt bij de bijzonder aangename stem van Aoife O’Donovan. Het is zoals gezegd een stem die wel wat aan die van Alison Krauss doet denken; een groter compliment kun je een zangeres in dit genre nauwelijks maken. Fossils kleurt redelijk netjes binnen de lijntjes van de driehoek die wordt gevormd door folk, country en bluegrass, maar het is wel degelijk een gloedvolle plaat waarop gepassioneerd wordt gemusiceerd. Naast passie straalt Fossil vooral rust uit. Aoife O’Donovan maakt muziek die een rustgevende uitwerking heeft op de luisteraar, waardoor Fossils makkelijk overtuigt. Met Fossils heeft Aoife O’Donovan een plaat gemaakt die haar eenvoudig toegang kan geven tot een groot publiek, maar Fossils is ook zeker interessant voor de liefhebber van wat alternatievere rootsmuziek. Zeker wanneer je Fossils niet alleen beluistert om bij tot rust te komen, valt er op het solodebuut van Aoife O’Donovan veel te genieten. De productie van Tucker Martine is van een bijzonder hoog niveau en zit vol details. De productie en de fraaie instrumentatie, waarin vooral het gitaarwerk een paar keer indruk maakt maar ook andere instrumenten voor een avontuurlijke touch zorgen, geven de prachtige stem van Aoife O’Donovan meer kleur, waardoor ik Fossils persoonlijk interessanter en mooier vind dan de platen van Alison Krauss. Een topplaat in het genre derhalve. Erwin Zijleman



zondag 23 juni 2013

Mavis Staples - One True Vine

Mavis Staples debuteerde aan het eind van de jaren 50 als lid van de roemruchte Staple Singers en bracht in 1969 haar eerste soloplaat uit. Tijdens haar inmiddels al zo’n 55 jaar durende carrière is Mavis Staples niet altijd even productief geweest, maar sinds ze in 2007 tekende voor het Anti label brengt ze weer met enige regelmaat platen uit. Voor het in 2007 verschenen We’ll Never Turn Back wist Staples niemand minder dan Ry Cooder als producer te strikken, terwijl voor het in 2010 verschenen You’re Not Alone Jeff Tweedy plaats nam achter de knoppen. De samenwerking met de Wilco voorman beviel kennelijk goed, want ook het deze week verschenen One True Vine werd weer geproduceerd door Jeff Tweedy. One True Vine ligt in het verlengde van zijn voorganger, maar is net iets donkerder. Ook op haar nieuwe plaat gaat Mavis Staples weer aan de slag met invloeden uit de country, soul, blues, funk en natuurlijk invloeden uit de gospel, die Mavis Staples al als heel klein meisje met de paplepel kreeg ingegoten. Jeff Tweedy heeft One True Vine zoals gezegd voorzien van een net wat donkerder en soberder geluid (met diepere baslijnen en donkere gitaarloopjes), zodat de plaat nog net wat meer moet vertrouwen op de geweldige vocalen van Mavis Staples. Dat is geen probleem. Mavis Staples is inmiddels weliswaar behoorlijk op leeftijd (ze wordt volgende maand 74), maar ze beschikt nog altijd over een geweldige soulstem. One True Vine is hierdoor een plaat waarvan je alleen maar kunt houden, zeker wanneer je een zwak hebt voor doorleefde soul en gospel. Ook deze keer is gekozen voor een serie covers, traditionals en nieuwe songs, waarvan dit keer vooral songs van Low, Nick Lowe, Funkadelic (heerlijk funky) en Jeff Tweedy opvallen. One True Vine is aan de ene kant een tijdloze soul en gospel plaat, maar ook dit keer is Jeff Tweedy er in geslaagd om de muziek van Mavis Staples een eigen kleur te geven, bijvoorbeeld door op subtiele wijze invloeden uit de alternatieve country toe te voegen. One True Vine is uiteindelijk een plaat waarvan jonge soulzangeressen alleen maar kunnen dromen. Mavis Staple zingt met zoveel meer passie en doorleving en tilt iedere song die ze aanpakt naar een hoger plan. Ik had na You’re Not Alone de hoop dat Mavis Staples zou overstappen naar een producer die weer een hele andere kant van de gospeldiva zou bloot leggen, maar na beluistering van One True Vine kun je alleen maar concluderen dat het een geweldig idee is geweest om weer met Jeff Tweedy de studio in te duiken. Prachtplaat. Op naar de volgende. Erwin Zijleman



zaterdag 22 juni 2013

Underhill Rose - Something Real

Underhill Rose was twee jaar geleden al eens een serieuze kandidaat voor de schijnwerpers op onbekend talent in het rootssegment op de zaterdag editie van deze BLOG, maar op één of andere manier kwam het er toen maar niet van. Het onlangs verschenen Something Real laat zich niet zo makkelijk afschepen en aast al weken op een plekje op deze site. Het is niet meer dan verdiend, want wat is Something Real een goede plaat, al zeg ik er direct bij dat dit een plaat is waarvan je moet houden. Underhill Rose is een damestrio uit North Carolina dat behoorlijk traditionele muziek met vooral invloeden uit de bluegrass en country maakt. Eleanor Underhill (banjo), Molly Rose Reed (gitaar) en Salley Williamson (staande bas) zijn alle drie zeer bedreven op het snareninstrument dat ze bespelen, maar ze maken toch de meeste indruk met hun prachtige stemmen. De solopartijen zijn al om te smullen, maar wanneer de drie dames van Underhill Rose gezamenlijk hun gouden keeltje open trekken weet je niet waar je het zoeken moet. In instrumentaal opzicht is de tweede plaat van Underhill Rose een vrij sobere en ingetogen plaat. Met name de banjo en de gitaar spelen een hoofdrol, maar het is een bescheiden hoofdrol. Op Something Real draait het vooral om de stemmen en die zijn prachtig. Underhill Rose is niet vies van behoorlijk traditionele bluegrass en country, maar tuttig klinkt het nergens. Net als bijvoorbeeld de Dixie Chicks slagen de dames van Underhill Rose er in om traditionele muziek te koppelen aan lekker toegankelijke en modern klinkende songs met voorzichtige pop pretenties. Underhill Rose beperkt zich zeker niet tot country en bluegrass, maar laat horen ook met de wat alternatievere Americana en met invloeden uit de soul uit de voeten te kunnen. Persoonlijk ben ik niet vies van wat traditionelere klanken, maar er zijn toch weinig bands in deze richting die me zo snel wisten te overtuigen als Underhill Rose. De drie dames van Underhill Rose toveren op Something Real de ene na de andere prachtsong uit de hoge hoed. Het zijn songs die stuk voor stuk heerlijk toegankelijk klinken, maar het zijn ook songs waarin een sobere instrumentatie en goedvolle vocalen op bijzonder trefzekere wijze hand in hand gaan. In dit genre zijn er meer bands die betoveren met bijzondere vocalen, maar Underhill Rose is een geval apart. Eleanor, Molly Rose en Salley hebben totaal verschillende stemmen, maar op één of andere manier past het prachtig bij elkaar. Ik ben zelf inmiddels een tijdje verslaafd aan de tweede plaat van Underhill Rose en hoop dat deze recensie er in slaagt om meer zieltjes te winnen. Something Real van Underhill Rose is er absoluut goed genoeg voor. Erwin Zijleman

Something Real van Underhill Rose ligt nog niet in de Nederlandse platenzaken, maar kan worden verkregen via onder andere cdbaby (http://www.cdbaby.com/cd/underhillrose2) en bandcamp (http://underhillrose.bandcamp.com).

vrijdag 21 juni 2013

The Pastels - Slow Summits

The Pastels ken ik uit een heel ver verleden, maar ik kan me niet herinneren dat ik de afgelopen 15 jaar een plaat van de band uit het Schotse Glasgow heb gehoord. Het onlangs verschenen Slow Summits kwam bij toeval op mijn pad en blijkt een bescheiden meesterwerk. Dat ik lang niets van The Pastels gehoord heb is overigens niet zo gek, want de laatste officiële plaat van de band is dit jaar al weer 16 jaar oud. In die 16 jaar is er flink wat veranderd. The Pastels maakten in de jaren 90 nog muziek die was te omschrijven als stekelige en eigenzinnige lo-fi, maar de wilde haren is de band inmiddels grotendeels kwijt. Slow Summits is een heerlijk ingetogen en zelfs bijna luie plaat, die binnen een paar minuten weet te ontspannen. In muzikaal opzicht doet het wel wat denken aan de muziek van stadgenoten Belle & Sebastian, maar ook de vergelijking met bands als Aztec Camera, Camera Obscura en Prefab Sprout gaat op. Tenslotte mag de naam van Burt Bacharach niet onvermeld blijven, want zijn honingzoete melodieën en sfeervolle arrangementen hebben op zijn minst invloed uitgeoefend op het geluid van The Pastels. Door de bovenstaande zinnen staan inmiddels heel wat muziekliefhebbers op het punt van afhaken, maar zij moeten echt nog even bij de les blijven. De muziek van The Pastels is immers wat gruiziger dan het bovenstaande doet vermoeden. Zeker wanneer de gitaren iets prominenter aanwezig zijn, schuiven The Pastels bij mannelijke vocalen op in de richting van bands als Teenage Fanclub en The Auteurs, terwijl de vrouwelijke vocalen doen denken aan die van stadgenoten The Delgados en landgenoten The Vaselines. Na de behoorlijk zoete opening waarin stemmige blazers en dromerige vocalen het geluid van The Pastels domineren, vervangt de band de honing door iets steviger spul en is het geluid van The Pastels afwisselend licht stekelig en behoorlijk psychedelisch, met wederom de blazers in een glansrol. Welke richting de band ook kiest, Slow Summits blijft een dromerige plaat met muziek die gemaakt lijkt voor snikhete zomeravonden. Aan de andere kant blijven The Pastels ook echte Schotten, waardoor een wat sinistere of op zijn minst melancholische ondertoon nooit helemaal ontbreekt. Omdat Slow Summits van The Pastels ook nog eens een onvervalst groeiplaatje is, durf ik de nieuwe van The Pastels best aan te bevelen als alternatieve soundtrack voor een warme zomer. Slow Summits smaakt uiteindelijk als de betere cocktail: heerlijk zoet en zacht, tot de man met de hamer achter je staat. Je dag kan dan echter al lang niet meer stuk. Erwin Zijleman



donderdag 20 juni 2013

Whitehorse - The Fate Of The World Depends On This Kiss

The Fate Of The World Depends On This Kiss van Whitehorse heb ik inmiddels al heel wat weken en misschien zelfs al wel maanden liggen en vind ik ook al heel wat weken (of maanden) een geweldige plaat. Waarom ik er tot dusver niets over heb opgeschreven? Ik zou het niet weten, al sluit ik zeker niet uit dat ik deze plaat stiekem helemaal voor mezelf wilde houden. Whitehorse is een Canadese band waarvan de spil wordt gevormd door Melissa McClelland en Luke Doucet. Beiden ken ik nog als soloartiest, in welke hoedanigheid met name Luke Doucet behoorlijk wat indruk wist te maken met een paar prima platen. Een paar jaar hebben de twee de krachten zowel op het muzikale als het amoureuze vlak verenigd, wat vorig jaar een Whitehorse EP en nu een volwaardig debuut heeft opgeleverd. De EP ken ik niet, maar The Fate Of The World Depends On This Kiss (prachtige titel ook) is een bijzonder fraai visitekaartje. Whitehorse zal in de meeste gevallen in het hokje roots worden geduwd, maar daar past The Fate Of The World Depends On This Kiss niet volledig in. Persoonlijk beluister ik de plaat van Whitehorse inmiddels als een rootsy remake van Rumours van Fleetwood Mac. Daar zal lang niet iedereen het mee eens zijn, maar ik hoor bij beluistering van The Fate Of The World Depends On This Kiss van Whitehorse een briljante popplaat. De kwaliteit van de songs is angstig hoog, de stemmen van Melissa McClelland en Luke Doucet wisselen elkaar prachtig af maar vullen elkaar als het moet ook prachtig aan, de instrumentatie op de plaat klopt helemaal en boven alles vormen de songs op de nieuwe plaat van Whitehorse een soort organische eenheid. Allemaal dingen die ik ook in Rumours bewonder, al klinkt deze klassieker uiteindelijk toch heel anders dan The Fate Of The World Depends On This Kiss. Whitehorse is veel meer een rootsband dan Fleetwood Mac en maakt hier geen geheim van. In muzikaal opzicht doet het af en toe wel wat denken aan Calexico (zeker wanneer de geweldig klinkende gitaren een zuidelijk twang geluid laten horen), maar wanneer je luistert naar de vocalen en naar de bijzonder toegankelijke songs blijft er van deze vergelijking weinig tot niets over. Whitehorse verrast op The Fate Of The World Depends On This Kiss met de ene na de andere prachtsong. Het zijn songs die je bij eerste beluistering al een aantal decennia lijkt te kennen en ook al een aantal decennia koestert. De muziek van Whitehorse bevat flink wat invloeden uit de 70s, maar stiekem verstoppen Melissa McClelland en Luke Doucet zoveel stijlen dat het te ver gaat om The Fate Of The World Depends On This Kiss met het etiket 70s retro te beplakken. The Fate Of The World Depends On This Kiss is als je het mij vraagt een van de betere platen van 2013 en kan zomaar uit groeien tot een klassieker. Ik zet hem voor de zoveelste keer op en weer is het 12 tracks lang genieten. Ik weet wel wat er straks hoog in mijn jaarlijstje staat en dit verdient navolging. Ben ik door de hitte bevangen eerder deze week? Nee hoor, luister maar eens naar deze fantastische plaat. Erwin Zijleman



woensdag 19 juni 2013

Heather Maloney - Heather Maloney

Het Amerikaanse label Signature Sounds is de afgelopen jaren uitgegroeid tot leverancier van kwalitatief hoogstaande singer-songwriter muziek. Weinig grote namen, maar wel altijd platen die net wat beter zijn dan die van concurrerende labels. De nieuwste troef van het label is ene Heather Maloney. Heather Maloney schijnt al minstens twee platen op haar naam te hebben staan, maar haar titelloze nieuwe plaat is mijn eerste kennismaking met de singer-songwriter uit Northampton, Massachusetts. Het is een kennismaking die naar veel meer smaakt, want Heather Maloney maakt het soort muziek dat ik over het algemeen maar moeilijk kan weerstaan. Op haar titelloze plaat maakt Heather Maloney folky popliedjes met zowel een traditionele als een moderne inslag. Het zijn lekker in het gehoor liggende popliedjes die de traditionele inslag vooral ontlenen aan het gekozen instrumentarium, maar modern klinken door het lichtvoetige karakter van de songs. Heather Maloney heeft een stem waarvan je moet houden. Het is een wat nasale en onvaste stem die soms wat schel klinkt en lang niet altijd zuiver is. Het is een stem waar ik wel mee uit de voeten kan en die mij wel wat doet denken aan die van Dar Williams (die volgens mij dezelfde thuisbasis heeft en minstens net zo’n omstreden stemgeluid). Ander vergelijkingsmateriaal varieert van Ani DiFranco en Aimee Mann tot Joni Mitchell en Rickie Lee Jones, waarmee Heather Maloney een mooi rijtje namen heeft staan. De titelloze plaat van Heather Maloney is zo’n plaat die bij eerste beluistering verre van opzienbarend lijkt, maar de intieme luisterliedjes van de Amerikaanse winnen snel aan diepgang, zeker wanneer de Amerikaanse net wat meer roots en net wat minder pop in haar muziek stopt en aan het eind van de plaat bijna Gillian Welch naar de kroon steekt. Heather Maloney heeft een plaat gemaakt die zich niet makkelijk laat beschrijven zonder in clichés te vervallen, maar het is ook een plaat die eigenlijk altijd tot zijn recht komt en steeds weer weet te overtuigen. Om echt naam te maken mist Heather Maloney het unieke element in haar muziek, maar de degelijke songs op haar nieuwe plaat verraden heel veel talent. Je hebt soms van die platen die je nauwelijks de hemel in kunt prijzen, omdat er weinig opzienbarends over is op te schrijven. Dit is zo’n plaat, maar het is toevallig ook zo’n plaat die je bij de eerste keer horen weet te overtuigen. Luister dus gewoon zelf naar Heather Maloney en misschien vind je haar titelloze plaat net zo leuk als ik. Erwin Zijleman 



dinsdag 18 juni 2013

Sigur Rós - Kveikur

Bij surrealistisch weer hoort surrealistische muziek. Die muziek wordt al jaren gemaakt door de IJslandse band Sigur Rós, die sinds haar debuut Von uit 1997 eigenlijk alleen maar goede platen heeft gemaakt. Het zijn platen vol sprookjesachtige muziek, die zowel op een warme zomerdag als op een ijskoude winterdag goed tot hun recht komen. Met Kveikur heeft Sigur Rós de soundtrack voor de komende dagen afgeleverd. Lome en dromerige klanken worden afgewisseld met aardedonkere uitbarstingen van voorzichtig geweld, zoals een warme zomerdag wordt afgesloten met stevig onweer. Door de wat donkerdere klanken is Kveikur een wat andere plaat dan we van Sigur Rós gewend zijn, maar daar is na ruim 15 jaar niet zoveel mis mee. Kveikur valt niet alleen op door wat donkerdere klanken, maar ook door wat meer uptempo songs. Het bevalt me eerlijk gezegd wel. De sprookjesachtige platen van de band zijn prachtig, maar gaan uiteindelijk bijna onopgemerkt voorbij. Kveikur dwingt tot luisteren en maakt het de luisteraar niet altijd even makkelijk. Na zware en donkere passages is er echter altijd ruimte voor de dromerige klanken die we van de band kennen en deze hebben door de extra dynamiek eigenlijk alleen maar aan kracht gewonnen. Door te kiezen voor een wat zwaarder en donkerder geluid schuift Sigur Rós wat op in de richting van de andere bands die het hokje post-rock bevolken, maar de band heeft ook haar eigen geluid behouden, bijvoorbeeld door de uit duizenden herkenbare zang van Jonsi. Naast de mooie en soms heftige gitaarpartijen en de atmosferische elektronische klanken, vallen op Kveikur vooral het drum- en percussiewerk op. Kveikur is een plaat vol opvallende ritmes en deze geven de wat zweverige muziek van de IJslandse band een aardser karakter dan we gewend zijn. Net zoals alle andere platen van Sigur Rós is ook Kveikur weer een plaat die zich niet direct bij eerste beluistering volledig laat doorgronden. Kveikur is een plaat die je nog wel even zal verbazen, maar het is ook een plaat die, ondanks de wat zware en donkere ondertoon, snel groeit. Alle vorige platen van de band lieten zich voor een belangrijk deel vergelijken met het meesterwerk van de band, Ágætis Byrjun uit 1999, en dat bleek vaak een vergelijking die in het voordeel van de tweede plaat van de band uitviel. Kveikur staat volledig op eigen benen en laat een band horen die zich voor een belangrijk deel heeft uitgevonden, zonder de kracht van het verleden overboord te gooien. Dat is knap. Kveikur is zoals gezegd een prima soundtrack voor de komende dagen, maar ik heb inmiddels het idee dat de nieuwe Sigur Rós een plaat is voor alle seizoenen. Erwin Zijleman



maandag 17 juni 2013

Queens Of The Stone Age - ...Like Clockwork

Ik heb Queens Of The Stone Age de afgelopen jaren eigenlijk nauwelijks gevolgd. Stonerrock is niet helemaal mijn ding en bovendien heeft de band met Rated R al weer 13 jaar geleden een plaat afgeleverd die normaal gesproken alle opvolgers overbodig maakt. Het heeft daarom even geduurd voordat ...Like Clockwork in de cd speler is verdwenen, maar toen dat eenmaal gebeurd was, was ik toch verrassend snel onder de indruk van de nieuwe plaat van QOTSA. Waar de band in het verleden vaak vertrouwde op meedogenloze riffs is ...Like Clockwork een verrassend ingetogen en ook verrassend melodieuze plaat. Voorman Josh Homme deed voor de zesde studioplaat van QOTSA een beroep op een imposante lijst gastmuzikanten, van wie Elton John zonder enige twijfel de meest opvallende is. Op ...Like Clockwork heeft QOTSA de stonerrock niet volledig afgezworen, maar de plaat zal zeker niet de boeken in gaan als een stonerrock mijlpaal. QOTSA laat zich op ...Like Clockwork vooral inspireren door muziek uit de jaren 70. Invloeden uit de melodieuze hardrock en symfonische rock zijn duidelijk hoorbaar, maar QOTSA is op haar nieuwe plaat ook niet vies van psychedelica en 70s pop. Het maakt van ...Like Clockwork een hele verrassende plaat, maar ik vind het ook een hele goede plaat. Het is knap hoe Josh Homme en zijn medestanders invloeden uit de jaren 70 weten te verwerken in eigentijds klinkende muziek. Het is nog knapper dat QOTSA haar sterke wapens op deze plaat deels ongebruikt laat en durft te vernieuwen. QOTSA imponeert nog altijd door goede songs en geweldige gitaren, maar het klinkt zo nu en dan totaal anders dan we van de band gewend zijn. Wat ook totaal anders klinkt is de zang van Josh Homme. Ik vond Homme tot dusver geen geweldige zanger, maar op ...Like Clockwork valt er weinig op zijn zang aan te merken. ...Like Clockwork is niet de overweldigende plaat die velen van QOTSA verwacht hadden, maar de impact is er na enige gewenning niet minder om. Zeker door de veelheid aan invloeden en het afwisselen van stevigere en minder stevigere songs is ...Like Clockwork al snel een imponerende plaat met grootse songs. Een stoner riff valt nu eenmaal meer op wanneer je hem goed verstopt dan wanneer je er 20 in een half uur geserveerd krijgt. Op ...Like Clockwork val je van de ene verbazing in de andere met een ingetogen piano ballad als opvallendste uitschieter. Of de gemiddelde QOTSA fan met deze plaat uit de voeten kan durf ik te betwijfelen, maar ik vind het persoonlijk een hele opvallende en bijzonder mooie plaat. En als ik plotseling behoefte heb aan een portie onvervalste stonerrock zet ik gewoon Rated R nog eens op. Erwin Zijleman



zondag 16 juni 2013

Kodaline - In A Perfect World

U2 is, ondanks het feit dat de laatste plaat van de band al weer vier jaar oud is en we voor de laatste echt goede plaat van de band veel verder terug moeten in de tijd (op zijn minst tot 2000 maar als je het mij vraagt tot 1991), nog altijd onbetwist de grootste Ierse rockband van het moment. De tweede plek is echter bereikbaar voor iedere band met ambitie en het is deze plek waarop Kodaline zich richt. In A Perfect World, het debuut van de band uit Dublin, is inmiddels vergeleken met U2, maar ook met bands als Keane, Snow Patrol, Elbow, Mumford & Sons en vooral Coldplay. Kodaline staat deze zomer op alle grote festivals en kan zomaar uitgroeien tot de volgende grote band. Met de voorspelling dat Kodaline heel groot gaat worden ga je bij de Britse bookmakers als lang niet meer rijk worden, maar levert het ook een goede plaat op? In A Perfect World draait inmiddels een tijdje zijn rondjes in mijn cd speler in de auto en ondervindt daar maar heel weinig weerstand. Kodaline maakt net als met name Coldplay mooie sfeervolle popliedjes die zich onmiddellijk opdringen en op één of andere manier een goed gevoel geven. Je hoeft niet veel moeite te doen om volle stadions voor te stellen bij de muziek van Kodaline en dat is een gave waarover niet al teveel bands beschikken. Natuurlijk is het jammer dat de muziek van Kodaline niet wat vaker tegen de haren instrijkt of op zijn minst wordt voorzien van een scherp randje, maar aan de andere kant is er met de perfecte popmuziek van de Ieren weinig mis. Heel weinig zelfs. Van de sfeervolle klanken van Kodaline kun je eigenlijk alleen maar heel vrolijk worden en dit geldt ook voor de prima songs, de uitstekende zang en de mooi opgebouwde dynamiek die in vrijwel alle songs van de band terug komt. Ik laat het zeuren over het gebrek aan originaliteit voor deze keer maar over aan de critici en beperk me tot de impact van de muziek van Kodaline. Deze is groot. Laat A Perfect World van Kodaline uit de speakers komen en liefhebbers van sfeervolle maar tegelijkertijd ook grootse popsongs zijn onmiddellijk om. Laat A Perfect World van Kodaline uit de speakers komen en donkere wolken maken plaats voor zonnestralen. Laat A Perfect World van Kodaline uit de speakers komen en een rotdag wordt een feestje. Natuurlijk is Coldplay een hele belangrijke inspiratiebron geweest voor Kodaline, maar A Perfect World is beter dan de laatste platen van Coldplay en treedt ook echt wel eens buiten de gebaande paden, bijvoorbeeld met net wat meer folk of een heuse mandoline. Als ik A Perfect World objectief beoordeel kan ik alleen maar concluderen dat de Ierse band een debuut heeft gemaakt van hoog niveau. Of de band uiteindelijk net zo groot gaat worden als de bands waarmee Kodaline nu wordt vergeleken zal de tijd moeten leren, maar een kans verdienen ze absoluut. Al is het maar omdat ik ook bij de zoveelste luisterbeurt weer heel erg vrolijk wordt van A Perfect World (en van het plaatje op de cover natuurlijk). Heerlijk, heerlijk, heerlijk. Erwin Zijleman



zaterdag 15 juni 2013

Patty Griffin - American Kid

Deze zaterdag eens geen aandacht voor onbekend talent in het rootssegment, maar aandacht voor één van de grootheden in het genre. Het is een grootheid die niet de staat van dienst heeft van een icoon als Emmylou Harris en niet de bekendheid van veel van haar soortgenoten en een tijdgenoot als Lucinda Williams, maar de concurrentie in het genre kan ze met gemak aan. Patty Griffin, want daar gaat het om, maakt inmiddels zo’n 17 jaar platen en wordt door iedereen die haar platen kent gerekend tot de smaakmakers in het rootssegment. Heel productief is Patty Griffin tot dusver niet. In de eerste acht jaar van haar carrière maakte ze nog vijf platen, maar de afgelopen negen jaar zijn daar maar drie platen bij gekomen. Het zijn in totaal wel acht platen om in te lijsten, want Living With Ghosts (1996), Flaming Red (1998), 1,000 Kisses (2002), A Kiss in Time (2003), Impossible Dream (2004), Children Running Through (2007) en Downtown Church (2010) zijn stuk voor stuk bovengemiddeld goede platen, met 1,000 Kisses en Children Running Through als persoonlijke favorieten. Plaat nummer acht heb ik nog niet genoemd. Het is het onlangs verschenen American Kid; als je het mij vraagt de meest indrukwekkende plaat van Patty Griffin tot dusver en dat zegt wat. Op het drie jaar geleden verschenen Downtown Church gaf Patty Griffin nog alle ruimte aan invloeden uit de gospel muziek, maar op American Kid draait alles om Americana. Patty Griffin behoort als sinds haar debuut al tot de mooiste stemmen in de Americana, maar wat ze op American Kid laat horen gaat nog een stapje verder en staat garant voor lang aanhoudend kippenvel. American Kid werd geïnspireerd door de ernstige ziekte van Patty Griffin’s vader en heeft hierdoor een melancholische ondertoon. Het is een ondertoon die perfect past bij de doorleefde stem van Patty Griffin, die vaak aan Emmylou Harris doet denken, maar uiteindelijk toch een geheel eigen klank en kleur heeft. Patty Griffin heeft zich op American Kid weten te omringen door een uitstekende band, die met name de nodige snarenwonders telt. Het gitaarwerk, de mandoline en de pedal-steel zijn hier en daar hemeltergend mooi en geven de toch al zo mooie songs van Patty Griffin nog wat extra lading. Patty Griffin vertolkte op haar vorige plaat nog werk van anderen, maar imponeert nu met een serie prachtige persoonlijke songs. Folk en country staan centraal op American Kid en dat is een wijs besluit. Het is immers in deze genres dat de emotievolle stem van Patty Griffin het best tot zijn recht komt. American Kid is twaalf tracks lang van een bijna ongekende schoonheid, met de tracks met niemand minder dan Robert Plant als voorzichtige uitschieters. Ben ik de laatste tijd zo onder de indruk geweest van een rootsplaat? Nee. Is American Kid van Patty Griffin daarom één van de voorlopige hoogtepunten van 2013? Ja! Erwin Zijleman



vrijdag 14 juni 2013

Thea Gilmore - Regardless

Thea Gilmore maakt inmiddels al weer bijna vijftien jaar platen en heeft in die 15 jaar, als ik goed heb geteld, maar liefst 15 platen afgeleverd. De Britse singer-songwriter met Ierse roots is niet alleen zeer productief, maar maakt ook nog eens platen van een akelig constant en hoog niveau. Na de fraaie en overtuigende selectie Dylan covers op John Wesley Harding is het relatief lang stil geweest rond Thea Gilmore. Gilmore nam twee jaar ouderschapsverlof en nam ook nog een wat meer tijd dan normaal voor het opnemen van haar nieuwe plaat. Dat is goed te horen op Regardless. Op haar nieuwe plaat klinkt Thea Gilmore wat minder rauw en basic dan we van haar gewend zijn en verrast ze met lekker vol klinkende popliedjes vol fraaie details. Regardless is een behoorlijk ingetogen plaat en het is ook een verrassend toegankelijke plaat. Nog niet eerder maakte Thea Gilmore zo rijkelijk versierde popsongs, maar van overdaad is gelukkig nergens sprake. Regardless is een prachtig klinkende plaat, waarop de volle maar trefzekere instrumentatie volledig in dienst staat van de mooie stem van Thea Gilmore. Voor Regardless deed Thea Gilmore een beroep op meerdere muzikanten en producers en dat is goed te horen. De ene keer trekken fraaie strijkers de aandacht, de andere keer experimenteert Gilmore met Afrikaans aandoende gitaarloopjes en opvallende ritmes, maar gelukkig is de Britse singer-songwriter ook haar Britse folkroots niet vergeten. Thea Gilmore kon me na minstens een half dozijn hele goede platen nauwelijks meer verrassen, maar Regardless verrast op alle fronten. Ik was in het verleden vooral onder de indruk van de energie en eenvoud van de muziek van Thea Gilmore. Beiden zijn op Regardless vrijwel volledig overboord gezet, maar ik mis ze eigenlijk geen moment. Thea Gilmore tovert op Regardless de ene na de andere hartverscheurende ballad uit de hoge hoed, maar ook de wat speelsere popsongs zijn heel snel memorabel. Thea Gilmore rook de afgelopen jaren in Engeland aan het grote succes en heeft dit succes met Regardless binnen handbereik en hopelijk niet alleen in Engeland, maar ook in Nederland. Na jaren waarin ik Thea Gilmore rekende tot mijn favoriete vrouwelijke singer-songwriters, zakte de liefde de afgelopen jaren wat weg door meer van hetzelfde, maar met Regardless staat Thea Gilmore weer op het voetstuk dat ze verdient. Regardless is een hele mooie plaat die iedere liefhebber van vrouwelijke singer-songwriters moet horen. Is het wat te zoet en/of te toegankelijk? Duik dan in het rijke verleden van Thea Gilmore (en luister bijvoorbeeld naar Rules For Jokers uit 2001). Erwin Zijleman

 

donderdag 13 juni 2013

MS MR - Secondhand Rapture

Het heeft even geduurd voor ik het debuut van MS MR op de juiste waarde kon schatten, maar inmiddels durf ik me wel aan een recensie te wagen. Het begon zo eenvoudig. MS MR bestaat uit een mevrouw (MS) die zingt en een meneer (MR) die zorgt voor de muziek. Samen maken de twee buitengewoon lekker in het gehoor liggende muziek met invloeden uit de elektronica, triphop, dance,  dreampop, chillwave, indie-rock en pure pop. Mooie en vaak behoorlijk vol klinkende muziek met een opvallende rol voor blazers en synths, heerlijke weemoedige maar ook krachtige vocalen en over het algemeen melancholische popliedjes die je onmiddellijk wilt omarmen. Er leek geen vuiltje aan de lucht, maar na een paar keer horen begon ik me af te vragen of het allemaal niet net wat te aanstekelijk en bombastisch was en of de muziek van MS MR niet voor een te groot deel werd bepaald door het prachtig glimmende laagje dat er om heen zit. Ik kwam er niet uit en daarom verdween Secondhand Rapture na het eerste enthousiasme al weer snel richting de stapel met de platen die het over het algemeen niet tot een plekje op deze BLOG weten te schoppen. Gelukkig begon het na een tijdje toch weer te kriebelen en inmiddels schaar ik Secondhand Rapture van MS MR toch weer onder de platen die er dit jaar toe doen. MS MR valt voor mij in dezelfde categorie als bijvoorbeeld het debuut van Lana Del Rey. Op Secondhand Rapture wordt de plank wel eens flink mis geslagen, maar hier tegenover staan memorabele popliedjes waarin alles klopt. Natuurlijk heeft MS MR haar marketing concept tot in de kleinste details uitgedacht, maar ik verdenk Lizzy Plapinger (MS) en Max Hershenow (MR)  inmiddels toch ook van flink wat talent. Natuurlijk laat MS MR niets aan het toeval over en kiest het voor een overrompelend en vaak wat theatraal geluid, maar dit geluid bevat veel verrassende elementen die het weemoedige karakter van de muziek van het tweetal op verrassende wijze weten te versterken. Max Hershenow slaagt er steeds weer in om net wat andere invloeden in zijn grotendeels elektronische klankentapijt te verstoppen, waarbij subtiliteit en overweldiging hand in hand gaan. Het kleurt allemaal prachtig bij de zwoele stem van Lizzy Plapinger die op bijna verleidelijke wijze haar teksten vol ellende voordraagt, maar ook overtuigt als zangeres. Secondhand Rapture doet me meer dan eens denken aan Florence & The Machine, maar in de muziek van MS MR hoor ik toch meer creativiteit, variatie en avontuur. Typisch zo’n plaat die je heerlijk op de achtergrond zijn werk kunt laten doen, maar die ook wat te bieden heeft als je er met volle aandacht naar luistert. MS MR vist samen met heel wat bands in dezelfde vijver, maar het zou me niet verbazen als juist dit duo uiteindelijk de grote vissen vangt met een debuut dat niet voor de volle 100% overtuigt, maar je uiteindelijk wel bij blijft en langzaam maar zeker steeds dierbaarder wordt. Een echte krent uit de pop derhalve. Erwin Zijleman



woensdag 12 juni 2013

Beaches - She Beats

She Beats van de Australische band Beaches wordt aangeprezen als dreampop. Dat is een aanbeveling die ik zelden naast me neer leg en die me ook maar zelden teleur stelt. In het geval van Beaches is zelfs sprake van enige euforie, want wat is dit een overtuigende plaat. Beaches komt uit het Australische Melbourne en bestaat uit vijf vrouwen. De band is inderdaad niet vies van dreampop zoals die in de jaren 90 werd gemaakt, maar met alleen het etiket dreampop doe je de muziek op She Beats te kort. Flink te kort zelfs. Bij beluistering van de tweede plaat van Beaches (het debuut wist Europa nooit te bereiken) valt met name het gitaarwerk op. Dit is voor dreampop begrippen opvallend gruizig en bovendien zeer veelzijdig. Beaches telt zelf al drie gitaristen, maar wist voor She Beats ook nog eens gitarist Michael Rother, die we kennen van de Duitse Krautrock band Neu!, te strikken. Het werkelijk fantastische gitaarwerk vormt de rode draad op She Beats, maar Beaches heeft nog meer krachtige wapens in handen. De invloeden uit de dreampop zijn inmiddels enkele malen genoemd, maar She Beats bevat veel meer dan invloeden uit de dreampop. De muziek van Beaches put duidelijk uit de 60s psychedelica, maar heeft ook een zwak voor indringende noiserock, experimentele Krautrock, donkere drones en heerlijk gruizige shoegaze. De dames van Beaches beschikken over heerlijk dromerige stemmen, die prachtig kleuren bij diepe bassen en monotone ritmes. Het fascinerende gitaarwerk smeedt alles aan elkaar en voorziet alle songs van zoveel kleuren dat het je zo af en toe duizelt. Met name in de wat langere tracks is het gitaarwerk op She Beats van een betoverende schoonheid en heeft de dromerige muziek van Beaches een zwaar hypnotiserend karakter. Het deed me in eerste instantie vooral aan Lush (één van mijn favoriete 90s bands) denken, maar de muziek van Beaches is veelkleuriger en avontuurlijker dan die van de dreampop pioniers uit een inmiddels ver verleden. She Beats van Beaches is een plaat die je mee sleurt naar plaatsen die het zonlicht maar moeilijk verdragen en voorlopig niet denkt aan los laten. Onder de indruk was ik direct, maar inmiddels ben ik compleet in de ban van deze plaat die ik bij toeval ontdekte en Nederland tot dusver nauwelijks lijkt te bereiken. Drie kwartier lang heeft Beaches je bij de strot en hierna wil je maar één ding: nog drie kwartier She Beats. Beaches heeft een plaat gemaakt die met een beetje geluk kan uitgroeien tot één van de uitschieters van 2013. Zo ver is het nog niet, maar ik weet zeker dat bijna iedereen die de luisterlinks hieronder aan klikt onmiddellijk om is, zeker wanneer de dreampop tot de oude liefdes moet worden gerekend. Erwin Zijleman



dinsdag 11 juni 2013

Eleanor Friedberger - Personal Record

Eleanor Friedberger maakte als lid van het duo The Fiery Furnaces (dat ze samen met haar broer Matthew vormde) een aantal fascinerende maar ook ongrijpbare platen, die in de loop der jaren steeds verder afdwaalden van het nog redelijk conventionele debuut van het tweetal. Ik heb The Fiery Furnaces een aantal jaren omarmd (en heb twee van hun platen zelfs wel eens een meesterwerk genoemd), maar op een gegeven moment raakte ook ik het spoor bijster. In 2011 bracht Eleanor Friedberger haar solodebuut uit, Last Summer. Het bleek een uiterst toegankelijke plaat vol met heerlijke 70s popliedjes met een eigentijdse twist. Last Summer bleek uiteindelijk een groeiplaat die deed uitzien naar veel meer. Dat meer is er nu in de vorm van de tweede soloplaat van Eleanor Friedberger, Personal Record. Ook op haar tweede soloplaat is de muziek van de Amerikaanse weer heel ver verwijderd van de experimentele muziek van The Fiery Furnaces. Personal Record trakteert ons, net als zijn voorganger, op heerlijke zonnige popliedjes die vooral lijken geïnspireerd door muziek uit de jaren 70. Friedberger is in dit decennium wel iets opgeschoven en heeft de vrouwelijke singer-songwriter pop uit de vroege jaren 70 verruild door meer gitaar georiënteerde pop uit de tweede helft van de jaren 70. Door de bijna onweerstaanbare gitaarloopjes en de lekker dromerige klanken doet Personal Record me meer dan eens denken aan de muziek van al lang vergeten bands als The Shirts en Martha & The Muffins, maar Personal Record heeft ook raakvlakken met de muziek van Blondie, The Cars, The Go-Go’s en een paar keer zelfs met The Undertones. Heerlijke gitaarpop met een vleugje new wave dus en dat is een combinatie die nog altijd werkt. Heel even lijkt het of Eleanor Friedberger al haar eigenzinnigheid opzij heeft geschoven, maar als je goed luistert naar Personal Record kom je toch weer heel wat verrassende uitstapjes tegen (waaronder zelfs een snufje bossa nova of toch opeens weer wat West Coast pop of psychedelica), waardoor de songs op de plaat alleen maar beter worden. Iedereen die aangenaam werd verrast door de toegankelijke songs op Last Summer, zal nog enthousiaster opveren bij beluistering van de zonnige tracks op Personal Record, maar ook liefhebbers van vrouwelijke singer-songwriters die zich niet in een hokje laten duwen en niet vies zijn van flink wat avontuur, zijn bij Eleanor Friedberger weer aan het juiste adres. Met Personal Record heeft Eleanor Friedberger een lekker veelzijdige plaat met louter songs van wereldklasse afgeleverd. Voor mij nu al een van de soundtracks van de prachtige zomer die nog moet en ook gaat komen. Erwin Zijleman



maandag 10 juni 2013

Beady Eye - BE

Tussen de Beatles en de Stones heb ik nooit kunnen kiezen, maar toen er in de 90s moest worden gekozen tussen Oasis en Blur hoefde ik niet lang na te denken: Oasis! De platen van Blur staan inmiddels al weer heel wat jaren ongebruikt in de kast, maar de met afstand beste platen van Oasis (Definitely Maybe uit 1994 en (What's the Story) Morning Glory? uit 1995) komen nog steeds met enige regelmaat uit de speakers en ze klinken nog steeds fantastisch. Na deze twee platen was het beste bij Oasis er wel af, maar ook de zeven (!) platen die nog zouden volgen hadden, ondanks het geruzie tussen de broertjes Gallagher, absoluut hun momenten (dit is overigens perfect te horen op de bijzonder fraaie verzamelaar Time Flies uit 2010). Toen Liam en Noel Gallagher eind 2009 echt niet meer door één deur konden en hun eigen weg gingen, had ik de hoop dat ze alle energie van de broedertwist in het maken van goede muziek zouden kunnen steken, maar dat valt tot dusver toch wat tegen. Ik had op voorhand Noel Gallagher hoger ingeschat dan Liam, maar het debuut van Noel Gallagher's High Flying Birds vond ik zwaar tegenvallen. Different Gear, Still Speeding van Beady Eye, feitelijk Oasis zonder Noel Gallagher, was een stuk beter, maar echt bijgebleven is de plaat me toch niet. Het succes viel dan ook tegen, waardoor BE volgens Liam Gallagher de laatste kans is voor Beady Eye. Hoe groot de overlevingskansen van Beady Eye zijn durf ik niet te voorspellen, maar ik durf, in tegenstelling tot de meeste critici, wel te beweren dat BE een goede plaat is. Natuurlijk kan BE niet tippen aan Definitely Maybe en (What's the Story) Morning Glory?, maar de concurrentie met alle andere platen van Oasis kan de plaat best aan en ook dat is een prestatie van formaat. Natuurlijk kan Liam het niet laten om zijn broer Noel nog even flink in de zeik te nemen (Don’t Brother Me), maar over het algemeen focust Beady Eye zich toch op het maken van muziek. Voor de productie van de plaat heeft de band een beroep gedaan op de hippe Amerikaanse producer  Dave Sitek (TV on the Radio, Yeah Yeah Yeahs), maar deze heeft, buiten hier en daar wat blazers en een paar subtiele elektronische accenten, weinig kunnen veranderen aan het herkenbare geluid van Beady Eye dat nog altijd stevig is geïnspireerd door het werk van Oasis en derhalve ook door het werk van The Beatles. Het debuut van Beady Eye klonk best aardig, maar het ontbrak de plaat uiteindelijk aan echt goede songs. Deze echt goede songs domineren op BE. De band rond Liam Gallagher schudt de ene na de andere aanstekelijke song uit de mouw, maar is ook niet bang om hier en daar nieuwe wegen in te slaan, bijvoorbeeld door wat psychedelica toe te voegen of door net wat rauwer te rocken. Het grootste deel van BE klinkt echter lekker bekend. Dat is niet altijd een aanbeveling, maar in het geval van de tweede plaat van Beady Eye had ik het niet anders gewild. De strijd tussen de broertjes Gallagher lijkt hiermee beslist in het voordeel van Liam, al hoop ik natuurlijk stiekem dat de prima tweede plaat van Beady Eye Noel Gallagher gaat inspireren tot grootse daden. Als dat niet zo is gloort altijd nog de Oasis reünie aan de horizon. Erwin Zijleman



zondag 9 juni 2013

ZZ Top - The Complete Studio Recordings 1970 - 1990

"Kost wat, maar dan heb je ook wat". Het is een mooie uitspraak, maar hij is zeker niet van toepassing op de box-set Complete Studio Albums 1970-1990 van ZZ Top. Het boxje met de eerste tien studioplaten van de Texaanse band kost immers maar een tientje of vijf en dat is geen geld voor zoveel moois. ZZ Top wist vorig jaar nog te verrassen met het ijzersterke La Futura, maar alle andere platen die er toe doen maakte de band uit Houston in de periode 1970-1990. The Complete Studio Albums opent met ZZ Top’s First Album uit 1970. Zeker geen opzienbarende plaat, maar de bluesrock op het debuut van ZZ Top klinkt absoluut lekker en klinkt vier decennia later bovendien heerlijk authentiek. Rio Grande Mud uit 1972 is wat steviger dan het debuut en bevat op zijn minst de contouren van het geluid waarmee het trio uiteindelijk wereldberoemd zou worden. Tres Hombres uit 1973 is het eerste meesterwerk van ZZ Top en de plaat waarmee de Texanen hun definitieve doorbraak afdwongen. Tres Hombres klinkt 40 jaar na de release nog altijd fantastisch en overtuigt met lekkere rauwe bluesrock die is vermengd met het geluid van het Zuiden van de Verenigde Staten. Het gitaarwerk is geweldig, maar de loodzware ritmesectie (wat mij betreft het handelsmerk van ZZ Top) is minstens even indrukwekkend. Cd nummer vier is Fandango! uit 1975. De plaat bestaat voor de helft uit live-tracks en voor de helft uit nieuw studiomateriaal. Dat lijkt een wat vreemde combinatie, maar het pakt fraai uit. Fandango! is net als Tres Hombres een klassieker. Het is een plaat die ZZ Top niet alleen op de kaart zet als fantastische live band, maar het is ook een plaat die laat horen dat ZZ Top na Tres Hombres volop nieuwe inspiratie heeft gevonden. Die inspiratie ontbreekt wat op Tejas uit 1976. Op zich geen slechte plaat, maar het is allemaal net wat minder dan op Tres Hombres en Fandango!. ZZ Top revancheerde zich drie jaar later knap met het fantastische Degüello uit 1979, wat mij betreft de beste plaat van ZZ Top, mede omdat het de plaat is waarmee ik de band ontdekte. Degüello is niet eens zo ver verwijderd van La Futura, de plaat waarmee ZZ Top 33 jaar na Degüello zou verrassen. Op El Loco uit 1981 werd de lijn van Degüello doorgetrokken, maar probeerde ZZ Top zich ook te vernieuwen. Het kwam in 1981 nog niet helemaal uit de verf, maar twee jaar later zou ZZ Top de MTV generatie veroveren met het geweldige Eliminator. Eliminator is met afstand de meest succesvolle plaat van ZZ Top en als je het mij vraagt ook een van de betere. De flirts met snelle videoclips, een geluid waarin de Texaanse bluesrock werd vermengd met de nodige elektronica en perfecte popsongs werd de band zeker niet in dank afgenomen door de fans van het eerste uur, maar achteraf bezien kan eigenlijk alleen maar geconcludeerd worden dat Eliminator behoort tot de kroonjuwelen uit het oeuvre van ZZ Top. Afterburner uit 1985 borduurt voort op Eliminator en voegt hooguit nog wat extra synthesizers aan het geluid van de band toe. Ik vond het destijds een overbodige en niet erg overtuigende plaat, maar de hernieuwde kennismaking valt me niet tegen.  Aan Recycler uit 1990 ben ik destijds niet eens begonnen en daar hoef ik geen spijt van te hebben. Het is de minste cd in de box en het was het begin van een zwakke periode, waarin de band eigenlijk geen memorabele platen maakte. Dit veranderde pas vorig jaar met het geweldige La Futura; een plaat die niet gemaakt had kunnen worden zonder klassiekers als Tres Hombres, Fandango! en Degüello; samen met Eliminator de hoogtepunten in dit fraaie boxje. Samen met nog een handvol prima platen is dit fraai verpakte boxje met fantastisch klinkende cd's heel veel waar voor je geld. Onmisbaar voor een ieder die de band alleen kent van La Futura ... of Eliminator. Erwin Zijleman



zaterdag 8 juni 2013

Charley Cruz & The Lost Souls - The Other Side

Voor de bijzondere rootsplaat van deze week hoef ik voor de afwisseling eens niet af te reizen naar verlaten uithoeken van de Verenigde Staten of Canada. Charley Cruz & The Lost Souls komen niet uit Texas, Tennessee of een andere Amerikaanse staat met een rootshart, maar uit ons eigen Dordrecht. Hoe dichter bij Dordt, hoe muzikaler het wordt? Ik heb hem nog niet eerder gehoord, maar The Other Side van Charley Cruz & The Lost Souls is zonder meer een bijzonder aangename verrassing. De band maakte naar verluid al een aantal prima platen, maar The Other Side is een plaat waar geen enkele rootsliefhebber om heen kan. Charley Cruz en zijn band moeten zeker niet worden geschaard onder de rootspuristen. The Other Side staat vol met lekker toegankelijke popsongs met rootsinvloeden. Het doet wel wat denken aan het beste van The Jayhawks, maar in tegenstelling tot deze alt-country pioniers, laten Charley Cruz & The Lost Souls de kaders van de Americana zo nu en dan varen en worden ook uitstapjes richting onder andere 60s folk, blues en eigentijds klinkende rockmuziek niet geschuwd. Het levert een plaat op die onmiddellijk een glimlach op je gezicht tovert vanwege de bekende invloeden, maar The Other Side is ook een plaat die lekker eigentijds klinkt. In muzikaal opzicht heeft de band alles prima op orde. Met name het gitaarwerk (dat af en toe wel wat aan The Stones doet denken) en het orgeltje klinken fantastisch, maar ook de rest mag er zijn, waarbij de bijzonder fraaie en warme productie van Dennis Kolen niet onvermeld mag blijven. Ook in vocaal opzicht is The Other Side een prima plaat. Voorman Charley Cruz beschikt over een aangenaam maar ook opvallend stemgeluid dat in meerdere genres uit de voeten kan en zowel overtuigd in lichtvoetige en zonnige songs als in de wat rauwere rocksongs. In eerste instantie werd ik vooral betoverd door de bijzonder lekker in het gehoor liggende songs van Charley Cruz & The Lost Souls, maar wanneer je de plaat wat vaker hoort valt pas op hoe knap en hoe goed het allemaal in elkaar zit. Ik heb de afgelopen weken flink wat geweldige rootsplaten uit alle uithoeken van de VS besproken, maar Charley Cruz & The Lost Souls doen hier zeker niet voor onder. Met The Other Side laat de band horen dat Nederland ook meedoet wanneer het gaat om lekker in het gehoor liggende rootsmuziek van hoge kwaliteit. Voor de rootsliefhebber heeft het alleen maar voordelen: The Other Side van Charley Cruz & The Lost Souls is makkelijk in huis te halen en met een beetje geluk is de band binnenkort te bewonderen bij het podium om de hoek. Win-win. Erwin Zijleman



vrijdag 7 juni 2013

Mattanja Joy Bradley - Wake Me Up

Ik ben gek op singer-songwriters, maar word gek van talentenjachten. De eerste zoektocht van 3FM naar de beste singer-songwriter van Nederland is me dan ook volledig ontgaan, terwijl ik van de tweede zoektocht alleen het liedje van Maaike Ouboter ken, maar daar valt ook nauwelijks aan te ontsnappen op het moment (en terecht). Mattanja Joy Bradley bereikte vorig jaar de finale van het programma van Giel Beelen, maar moest het uiteindelijk afleggen tegen Douwe Bob. Haar wraak is zoet, want met Wake Me Up heeft de Nederlandse zangeres met de weinig Nederlandse naam een plaat gemaakt die het debuut van Douwe Bob het nakijken geeft. En hoe. Wake Me Up is een bijzonder fraai visitekaartje van een zangeres die vrijwel alles aan lijkt te kunnen. Wake Me Up opent met een mix van pop, rock en blues, maar in de derde track steekt Mattanja Joy Bradley opeens Amy Winehouse naar de kroon in een track die zomaar één van de hoogtepunten op Back To Black had kunnen zijn. Het geeft het verhaal dat Mattanja Joy Bradley zich ooit op het Caribische eiland St. Lucia het voorprogramma van de daar gestrande Amy Winehouse in wist te praten alleen maar extra glans. Vrouwelijke singer-songwriters hebben vaak een voorkeur voor kleine en lieve liedjes, maar hiervoor ben je bij Mattanja Joy Bradley aan het verkeerde adres. De Nederlandse zangeres heeft een behoorlijk rauwe strot, een flink bereik en heel veel volume en is niet bang om deze wapens in te zetten. Ook de songs van de Nederlandse zangeres hebben weinig last van bescheidenheid. Wake Me Up staat vol met hitgevoelige en groots klinkende popliedjes die vol zitten met invloeden uit de rock, pop, blues, soul en funk. Het niveau van de songs is opvallend hoog en ook het geluid op de plaat is veel beter dan dat op de platen van de meeste van haar soortgenoten. Het maakt van Wake Me Up een vrijwel onweerstaanbare plaat met alleen maar hits. Dat levert vaak eendagsvliegen en eenhapscrackers op, maar Mattanja Joy Bradley is niet alleen een blijvertje, maar maakt ook muziek die niet snel verveelt en daarom wel eens lang mee zou kunnen gaan. Ik heb persoonlijk een duidelijke voorkeur voor de up-tempo songs op de plaat, maar ook in de ballads laat Mattanja Joy Bradley horen dat ze zowel in vocaal als artistiek opzicht een stuk interessanter is dan de meeste van haar concurrenten, nationaal en internationaal. Als er al iets aan te merken valt op Wake Me Up is het waarschijnlijk het feit dat de plaat wel erg veel kanten op schiet, maar persoonlijk vind ik dit de kracht van het debuut van Mattanja Joy Bradley. Wake Me Up laat horen dat de Nederlandse singer-songwriter alle kanten op kan en eigenlijk geen slechte keuze kan maken. Het maakt me nu al heel nieuwsgierig naar de volgende plaat van Mattanja Joy Bradley, al ben ik nog lang niet uitgekeken op haar uitstekende debuut. Erwin Zijleman



donderdag 6 juni 2013

Portugal. The Man - Evil Friends

Portugal. The Man heeft de afgelopen jaren een serie buitengewoon intrigerende platen afgeleverd. Het zijn platen die de band uit Wasilla, Alaska, hebben geschaard onder de smaakmakers van de avontuurlijk neo-psychedelica. Daar hoort Portugal. The Man ook met haar nieuwe plaat Evil Friends nog thuis, al is de nieuwe plaat van de inmiddels uit Portland, Oregon, opererende band een flink stuk toegankelijker dan hun vorige platen. Evil Friends werd geproduceerd door Brian Burton oftewel Danger Mouse en zou zomaar eens kunnen zorgen voor de doorbraak van de band naar een groot publiek. Portugal. The Man maakte in het verleden behoorlijk ongrijpbare psychedelische muziek, maar heeft deze muziek nu gegoten in bijzonder lekker in het gehoor liggende songs. Het knappe van Evil Friends is dat het een plaat is die direct zal aanspreken en overtuigen, maar op hetzelfde moment is het een plaat waarop het lekker eigenwijze Portugal. The Man haar eigen identiteit volledig heeft behouden. Evil Friends bevat een aantal tracks die goed aansluiten bij die van andere neo-psychedelica smaakmakers als The Flaming Lips, Mercury Rev en al hun soortgenoten, maar Evil Friends heeft ook het grootse en meeslepende van The Arcade Fire, grijpt meer dan eens terug op de psychedelische dagen van The Beatles, maar is bij vlagen ook opvallend funky of klinkt opeens als Blur in haar hoogtijdagen of als The Shins op een van hun zonnige dagen. Danger Mouse is er in het verleden al meerdere malen in geslaagd om het beste uit een band te halen en het is hem ook bij Portugal. The Man weer gelukt. Evil Friends is niet alleen een stuk veelzijdiger dan de vorige platen van de band, maar bevat ook betere songs en klinkt een flink stuk beter. Portugal. The Man heeft een plaat gemaakt die garant staat voor bijna 50 minuten heel veel luisterplezier, maar het is ook een plaat die steeds weer nieuwe dingen laat horen en er bovendien steeds weer in slaagt om je te verrassen, soms met zweverige keyboards maar net zo makkelijk met rauwe gitaren; de ene keer opvallend zonnig, maar dan net zo makkelijk weer heel sober. Aan de hand van Danger Mouse heeft het toch altijd wat wereldvreemde Portugal. The Man een plaat gemaakt die de band zomaar een plekje op de grote zomerfestivals op kan leveren, maar het is ook een plaat die je in je uppie met de koptelefoon op je hoofd moet ontdekken en leren waarderen. Zelf vind ik het een hele lekkere soundtrack van de voorzichtige zomer die toch nog is gekomen en nu maar moet blijven. Erwin Zijleman