maandag 29 februari 2016

The Shivas - Better Of Dead

Waarom moeilijk doen als het ook makkelijk kan? De uit Portland, Oregon, afkomstige band The Shivas propt 8 songs in 28 minuten en maakt hierbij totaal geen geheim van haar inspiratiebronnen. 

Deze inspiratiebronnen liggen in de jaren 60 en werden destijds vooral in de hokjes psychedelica en garagerock gepropt. 

Het levert een aantal decennia later muziek op die door Allmusic.com bijzonder fraai wordt omschreven als “Languid and lazily blissful, like a lo-fi Brian Wilson on a heavy dose of pain killers”. 

Het is een omschrijving die een deel van het verhaal vertelt, want The Shivas hebben voor Better Off Dead niet alleen heel goed naar de legendarische Nuggets boxen geluisterd, maar kennen ook de van melancholie overlopende songs van Roy Orbison en The Everly Brothers of de weemoedige songs van Les Paul & Mary Ford. 

Voor een band die met een titel als Better Of Dead op de proppen komt, klinkt de muziek van The Shivas verrassend levendig, al duurt het even voor het trio uit Portland echt op gang is. 

Wanneer dat eenmaal het geval is worden de voornamelijk Amerikaanse invloeden tijdelijk verruild voor Britse inspiratiebronnen en komen invloeden van The Beatles en met name The Kinks aan de oppervlakte. 

Heel veel tijd om dit alles te beluisteren heb je niet, want na 28 minuten zit het er al weer op. In die 28 minuten heb je echter wel kunnen genieten van briljante en vaak verrassend zonnige gitaarloopjes, dromerige vocalen, verleidelijke vrouwenvocalen, prachtig zweverige klanken en songs met een kop en een staart die weliswaar zweverig en gruizig klinken, maar de melodie hoog in het vaandel hebben staan. 

Het leuke van Better Off Dead is dat The Shivas geen moment proberen om eigentijdse muziek te maken of om eigenzinnige elementen aan hun muziek toe te voegen. Better Of Dead had ook in de jaren 60 gemaakt kunnen worden en had The Shivas ongetwijfeld meerdere plekjes op de fraaie Nuggets verzamelaars opgeleverd. 

Die pak ik er binnenkort ook weer eens bij, maar voorlopig geniet ik nog even van de verrassend sterke en zeker ook verrassend verslavende plaat van The Shivas. Better Of Dead? Niet met dit aantrekkelijke en uiteindelijk ook aansprekende plaatje uit de speakers. Erwin Zijleman





 

zondag 28 februari 2016

Freakwater - Scheherazade

Freakwater behoorde aan het eind van de jaren 80 tot de pioniers van de alt-country, maar was op hetzelfde moment aanjager van de beweging die de zeer traditionele country- en folkmuziek weer op de kaart wilde zetten. 

Het leverde in de jaren 90 een vijftal uitstekende en ook zeer invloedrijke platen op, maar aan het eind van de jaren 90 werd het helaas stil rond de band rond Catherine Irwin en Janet Beveridge Bean. 

In 2005 volgde nog een eveneens uitstekende comeback plaat, maar hierna leek het doek definitief gevallen voor het invloedrijke maar slechts in kleine kring op de juiste waarde geschatte Freakwater. Elf jaar na Thinking Of You zijn Catherine Irwin en Janet Beveridge Bean echter terug met een nieuwe plaat, Scheherazade. 

Ook op Scheherazade laat Freakwater weer horen dat het voortborduurt op muzikale tradities die een eeuw of zelfs eeuwen oud zijn, maar dat het aan de andere kant ook kan vernieuwen. Zo kan een song (Down Will Come Baby) die begint in de voetsporen van de roemruchte Carter Family ontsporen in gitaargeweld en vervolgens via een paar banjo akkoorden weer terugkeren in het verre verleden. 

Samen met gastmuzikanten als Warren Ellis (Nick Cave's Bad Seeds, The Dirty Three), James Elkington (Eleventh Dream Day, Tweedy), Evan Patterson (Young Widows) en min of meer vaste bassist David Wayne Gay, zetten Catherine Irwin en Janet Beveridge Bean een geluid neer dat je meesleept naar andere werelden. Het is een geluid dat is geworteld in tradities, maar het is ook een geluid dat durft te experimenteren en tegen de haren in durft te strijken. 

Voor Freakwater liefhebbers van het eerste uur is het weer intens genieten van songs die verleiden en betoveren en je de Verenigde Staten van het heden maar vooral het verleden inslepen. Het ene moment waan je je in de kille Appalachen, het volgende moment is het toch weer vooral het broeierige Zuiden van de Verenigde Staten. 

In muzikaal opzicht klinkt het allemaal geweldig (met een hoofdrol voor het geweldige gitaarwerk en het tegendraadse vioolspel van Warren Ellis), maar ook dit keer zijn het vooral de van vuur en emotie voorziene stemmen van de twee frontvrouwen die de muziek van Freakwater een unieke klank geven. 

Verplichte kost voor een ieder die de vorige platen van de band in de kast heeft staan, maar ook een mooi startpunt voor het ontdekken van het oeuvre van een unieke band. Hier komt hij voorlopig niet uit de cd speler. Erwin Zijleman





 

zaterdag 27 februari 2016

Birds Of Chicago - Real Midnight

Real Midnight is de tweede of de derde plaat van Birds Of Chicago, het duo dat bestaat uit Allison Russell (Po’ Girl) en JT Nero (JT & The Clouds). 

Het duo debuteerde precies 4 jaar geleden met een debuut dat in de boeken is gegaan als zeer memorabel en keerde precies twee jaar geleden terug met een live-plaat. 

Live-platen tellen vaak niet echt mee in de officiële tellingen, vandaar de twijfel in de eerste zin, maar de live-plaat van Birds Of Chicago had ik niet graag willen missen en deed bovendien zeer uitzien naar de volgende plaat van het duo. 

Deze volgende plaat, de derde dus, is er nu en werd weer gewoon in de studio opgenomen. Real Midnight vertrouwt voor een belangrijk deel op de sterke wapens van de twee voorgangers, maar Allison Russell en JT Nero zetten ook op deze nieuwe plaat weer een stap. Een flinke stap durf ik wel te zeggen. 

De muziek van Birds Of Chicago ontleent zijn kracht nog altijd voor een belangrijk deel aan de geweldige stem van Allison Russell, maar ik heb haar nog nooit zo mooi en trefzeker horen zingen als op deze plaat. Zowel de krachtige passages als de uiterst ingetogen vocale momenten zijn van een enorme schoonheid en staan garant voor continu kippenvel (luister maar eens naar de bijna a capella passages). JT Nero moet in vocaal opzicht genoegen nemen met een meer bescheiden rol, maar als hij zingt is het prachtig en versterken de stemmen van de twee elkaar op indrukwekkende wijze. 

In muzikaal opzicht bestrijkt Birds Of Chicago ook dit keer het gehele spectrum van de Amerikaanse rootsmuziek, met een voorkeur voor folk, country en gospel, maar toch klinkt de plaat anders dan zijn voorgangers. Dit heeft deels te maken met de grote variëteit van de instrumentatie en het vermogen om buiten de lijntjes te kleuren, maar er is nog een reden.

Real Midnight is voorzien van een werkelijk glasheldere productie waarin ieder instrument hoorbaar en functioneel is en waarin steeds andere en zonder uitzondering prachtige accenten worden gelegd. 

Het is een productie die de aanwezigheid van een producer van naam en faam verraadt en van naam en faam is zeker sprake wanneer niemand minder dan Joe Henry aanschuift. Joe Henry is er in geslaagd om het enorme talent van Birds Of Chicago nog een zetje in de rug te geven. Het werkelijk prachtige Real Midnight is het resultaat. Plaatje om te koesteren. Erwin Zijleman





 

vrijdag 26 februari 2016

Wild Nothing - Life Of Pause

Gemini, het debuut van Wild Nothing, haalde ik een jaar of zes geleden uit het jaarlijstje van Pitchfork en beviel me in eerste instantie wel. 

Het was kennelijk niet genoeg om de aandacht echt vast te houden, want heel vaak heb ik de plaat niet gedraaid en de vorige plaat van de band rond de Amerikaan Jack Tatum (Nocturne) heb ik zelfs helemaal niet beluisterd. 

Life Of Pause kwam de laatste dagen wel geregeld door de koptelefoon, maar het duurde even voor ik een duidelijke mening had over de plaat. 

Wild Nothing maakt op het eerste gehoor popmuziek die zich laat beluisteren als een ode aan de popmuziek uit de jaren 80. Dat klinkt voor iemand met een zwak voor 80s pop direct bijzonder lekker, zeker omdat Wild Nothing niet vies is van 80s pop van het gepolijste en warmbloedige soort. 

Zeker bij eerste beluistering klinkt Life Of Pause als een omgevallen platenkast, waarbij het niet direct duidelijk is welke platen bovenop liggen. Bij oppervlakkige beluistering kom je waarschijnlijk uit bij de honingzoete 80s bands die je al lang vergeten bent (en waarvan ik de namen niet ga oprakelen), maar Life Of Pause heeft afwisselend ook wat van de platen van Prefab Sprout, A Flock Of Seagulls en The Dream Academy en dat zijn 80s platen die ik nog steeds hoog heb zitten. 

Wanneer je nog beter naar de muziek van Wild Nothing luistert, en dat is makkelijker met de koptelefoon, hoor je in de wat minder gepolijste lagen van de muziek van de band veel moois. Life Of Pause komt misschien het makkelijkst binnen via warme klanken en zoete melodieën, maar Wild Nothing durft ook zeker te experimenteren en raakt hierbij incidenteel aan de 80s platen van Japan, Peter Gabriel en zeker ook Talk Talk . 

Zeker de bijdragen van keyboards en gitaren kleuren meer dan eens buiten de lijntjes en durven bovendien voor kleurencombinaties te kiezen die niet direct voor de hand liggen, wat vervolgens fraai combineert met de warme zang en de toegankelijke melodieën. 

Of Life Of Pause een blijvertje is durf ik nog niet te voorspellen, mogelijk grijp ik toch weer naar de klassiekers uit de jaren 80, maar voorlopig bevalt Life Of Pause me zeer, al dan niet als 'guilty pleasure'. Erwin Zijleman





 

donderdag 25 februari 2016

MONEY - Suicide Songs

The Shadow Of Heaven van de Britse band MONEY noemde ik zo’n tweeënhalf jaar geleden een jaarlijstjesplaat, maar desondanks zag ik de onlangs verschenen tweede plaat van de band uit Manchester bijna over het hoofd. 

Dat zou doodzonde zijn geweest, want Suicide Songs vind ik nog een flink stuk beter dan het al zo sterke debuut van de band. 


De plaat opent direct imponerend met het prachtige I Am The Lord, dat alles heeft wat een klassieke popsong moet hebben. De lome psychedelische klanken en de geweldige zang van voorman Jamie Lee herinneren aan het beste van The Verve, terwijl de Indiaase klanken doen denken aan de psychedelische platen van The Beatles en aan de eerste soloplaat van George Harrison. 


In de tracks die volgen roept de muziek van MONEY veel vaker de vergelijking met de beste muziek van The Verve op, maar telkens schuiven ook andere grootheden uit de geschiedenis van de Britse popmuziek aan. MONEY kiest hierbij lang niet altijd voor de makkelijkste weg, maar overtuigt uiteindelijk makkelijk met haar bijzondere songs. 


Het zijn songs die aanmoedigen tot flink wegdromen, maar de muziek van MONEY straalt ook continu urgentie uit. Dat heeft voor een belangrijk deel te maken met de zang van Jamie Lee, die er continu in slaagt om je als luisteraar te raken met zijn emotievolle vocalen en zijn vaak wat zwaarmoedige teksten. Het zijn teksten vol leed en ellende, maar Suicide Songs vind ik desondanks zeker geen deprimerende plaat. 


De intense songs van de band zijn immers stuk voor stuk wonderschoon. Die schoonheid hoor je in de prachtige instrumentatie waarin fraaie blazers en strijkers opduiken, die schoonheid hoor je in de prachtige overvolle productie waarin steeds weer naar een climax wordt toegewerkt en die schoonheid hoor je in de prachtige songs waarin meer gebeurt dan je in één keer kunt bevatten. De stem van Jamie Lee snijdt dwars door al deze schoonheid heen en voorziet de muziek van MONEY van een donkere ziel. 


Suicide Songs is direct bij eerste beluistering een indrukwekkende plaat, maar de ware schoonheid van de muziek van de Britse band moet zich dan nog openbaren. Het debuut van de band noemde ik terecht een jaarlijstjesplaat, maar Suicide Songs is nog vele klassen beter en schaart zich onder het prachtige stapeltje meesterwerken van 2016 (dat nog geen twee maanden oud is). Erwin Zijleman






 


woensdag 24 februari 2016

LNZNDRF - LNZNDRF

LNZNDRF is een gelegenheidsband die bestaat uit Scott en Bryan Devendorf, respectievelijk bassist/gitarist en drummer van The National, en Ben Lanz, die onder andere trombone speelt bij Beirut. 

LNZNDRF moet naar verluid worden uitgesproken als Lanzendorf, wat de naam van de band opeens een stuk minder obscuur maakt. 


Ook de muziek van de band is minder obscuur dan de eerste noten doen vermoeden. De ruim 7 minuten durende openingstrack begint met experimentele en ambient achtige klanken die herinneren aan de platen van Brian Eno en Robert Fripp, maar slaat al snel om in een track vol donkere en meeslepende postpunk en postrock. 


LNZNDRF kiest ook in de meeste tracks die volgen voor donkere muziek waarin de instrumenten domineren en de vocalen genoegen moeten nemen met een bijrol. Dat is niet zo erg, want wanneer LNZNDRF vocalen toevoegt aan haar muziek maakt het wat mij betreft minder indruk. 


LNZNDRF is op zijn best wanneer de instrumenten de tijd mogen nemen en het experiment niet wordt geschuwd. De plaat van het gelegenheidstrio valt dan op door breed uitwaaiend gitaarwerk, inventief drumwerk dat fraai wordt gecombineerd met elektronische drums en synths die werkelijk alle kanten op mogen schieten. 


In een aantal gevallen zorgen deze synths voor ondersteunende en vooral atmosferische geluidstapijten, maar LNZNDRF is ook niet vies van dominant aanwezige en soms zelfs tegendraadse synths die zich hebben laten inspireren door het werk van Kraftwerk. 


Kraftwerk is overigens maar een van de vele namen die opduiken bij beluistering van de plaat van LNZNDRF. Zeker wanneer de postpunk regeert doet de muziek van de band denken aan New Order (zeker in combinatie met de wat onvaste vocalen) en The Cure, in de meer elektronisch getinte songs duikt naast Kraftwerk ook O.M.D. op, maar de muziek van de gelegenheidsband vindt ook inspiratie in de shoegaze, de muziek van The War On Drugs en af en toe ook in de muziek van The National (invloeden van Beirut hoor ik daarentegen totaal niet). 


Het debuut van LNZNDRF is uiteindelijk misschien niet meer dan een tussendoortje, maar voorlopig heb ik wel wat met deze plaat. Erwin Zijleman




 


dinsdag 23 februari 2016

Marlon Williams - Marlon Williams

Nieuw Zeeland levert de afgelopen jaren met enige regelmaat zeer interessante jonge singer-songwriters op. 

Zo haalde Nadia Reid vorig jaar mijn jaarlijstje met het fraaie Listen To Formation, Look For The Signs en was het een jaar eerder Aldous Harding die me wist te verrassen met haar nog wat indrukwekkendere titelloze debuut. 


Aldous Harding is te horen op het eveneens titelloze debuut van de uit het Nieuw-Zeelandse Lyttelton afkomstige, maar tegenwoordig vanuit Christchurch opererende Marlon Williams. 


Deze Marlon Williams nam zijn debuut al in 2014 op, maar nu mogen we dan eindelijk ook in Nederland genieten van deze toch wel bijzondere plaat. 


Het debuut van Marlon Williams is een plaat die zich niet heel makkelijk in een hokje laat stoppen en flink wat muziekgeschiedenis met zich mee sleept. Een aantal tracks op de plaat neemt je mee terug naar de rock ’n roll van Elvis, maar Marlon Williams citeert op zijn debuut ook uit het oeuvre van onder andere The Beach Boys, The Byrds, Townes van Zandt, Jeff Buckley, Nick Drake, Roy Orbison en Nick Cave, om maar eens wat namen te noemen, en smeedt op bijzondere wijze rock ’n roll, folk en country aan elkaar. 


Als ik zoveel en zulke uiteenlopende namen nodig heb om de muziek van een jonge singer-songwriter te omschrijven is meestal sprake van een uniek eigen geluid en dat is ook bij Marlon Williams het geval. De songs van de jonge Nieuw-Zeelander laten volop invloeden uit een heel  ver verleden horen, maar zijn in de meeste gevallen tijdloos of eigentijds. 


Marlon Williams is op zijn best als hij kiest voor een wat donkerder of melancholisch geluid met emotievolle vocalen en dat doet hij gelukkig vaak. Het geeft zijn songs een bijzondere lading en de nodige impact. Het zijn ook nog eens beeldende songs, die het uitstekend zouden doen als soundtrack bij een duistere serie als True Detective. 


Het debuut van Marlon Williams bevat een aantal eigen songs, maar minstens even knap zijn de vertolkingen van songs van anderen, met de versie van Silent Passage van Bob Carpenter als onbetwist hoogtepunt. 


In het begin is het even wennen aan de veelheid aan invloeden, maar al snel openbaart zich de grote schoonheid van deze bijzondere plaat. Erwin Zijleman






 


maandag 22 februari 2016

J.D. Souther - John David Souther (reissue)

Zolang er nog een generatie rondloopt die graag geld uitgeeft aan cd’s of LP’s, is het uitbrengen van reissues een zeer lucratieve bezigheid. 

Zelf laat ik me ook met enige regelmaat verleiden door fraai uitgevoerde boxjes met net wat meer bonus-tracks of een beter geluid (om de plaat vervolgens vooral te streamen omdat dat zo makkelijk is). 


Het komt hierbij regelmatig voor dat ik een plaat voor de tweede of derde keer in huis haal, maar het gebeurt eigenlijk vrijwel nooit dat ik een plaat in huis haal die ik nog niet had of zelfs nog niet kende. De reissue van het debuut van J.D. Souther valt echter wel in deze categorie. 


John David Souther dook aan het eind van de jaren 60 op aan de zijde van Glenn Frey, met wie hij onder de naam Longbranch Pennywhistle een plaat maakte. Glenn Frey zou vervolgens The Eagles formeren en jaren later nog wel eens een beroep doen op J.D. Souther, maar in eerste instantie koos J.D. Souther zijn eigen weg. 


Dat leverde in 1972 een geweldig debuut op, John David Souther. Het is een plaat die ik destijds nooit heb beluisterd, maar dankzij een recente reissue is dat gelukkig veranderd. 


Het debuut van J.D. Souther was een van de eerste platen op het legendarische Asylum label en mocht wat kosten. Veel muzikanten uit de Californische muziekscene van de vroege jaren 70 zijn op de plaat te horen, onder wie natuurlijk Glenn Frey en verder onder andere Ry Cooder en keyboard virtuoos Larry Knechtel. 


Het debuut van J.D. Souther verscheen uiteindelijk in hetzelfde jaar als het debuut van The Eagles en laat een blauwdruk horen van het geluid dat de band van Glenn Frey uiteindelijk zoveel succes zou brengen. 


Vergeleken met de muziek van The Eagles klinkt de muziek van J.D. Souther echter een stuk rauwer en dat heeft zeker wat. Dat rauwe zit deels in de mix, waarin gitaren, violen en mondharmonica’s flink tekeer mogen gaan, maar ook de songs en de zang van J.D. Souther zijn net wat rauwer dan de songs en vocalen die terecht zouden komen op de eerste platen van The Eagles. 


Waar ik die platen inmiddels soms net wat te zoetsappig vind, grijpt het debuut van J.D. Souther me bij de strot. Het debuut van J.D. Souther is in alle opzichten een klassieker en had een veel belangrijkere rol moeten spelen bij het vormgeven van de soundtrack van mijn jeugd, samen met de platen van onder andere The Byrds, Gram Parsons en The Eagles. 


Dat kan ik niet meer veranderen, maar genieten van het bijzonder overtuigende debuut van J.D. Souther kan gelukkig nog steeds. De man verraste me vorig jaar met een prima plaat, maar dit tot voor kort voor mij onbekende debuut is talloze keren beter. Klassieker, maar dat weten de echte kenners inmiddels al een jaar of 44. Erwin Zijleman






 

Elton John - Wonderful Crazy Night

Ik word vaak wat meewarig aangekeken wanneer ik beweer dat ik Elton John een geweldig muzikant vind en bovendien een muzikant die moet worden gerekend tot de allergrootsten. 

Natuurlijk kleven aan de Britse muzikant een aantal onvergeeflijke draken van songs (met voor mij Nikita als triest dieptepunt) en ook de brillenkeuze van de man verdient lang niet altijd respect, maar Elton John heeft toch ook een stuk of tien vijfsterren platen op zijn cv staan (met voor mij Captain Fantastic And The Brown Dirt Cowboy, Goodbye Yellow Brick Road, Tumbleweed Connection, Honkey Chateau en Madman Across The Water als hoogtepunten) en dat is een cv dat echt maar heel weinig muzikanten kunnen overleggen. 


Ook in het huidige millennium is de Brit redelijk op dreef met platen die veel beter zijn dan die uit zijn magere jaren, maar wanneer je de cover van de man’s nieuwe plaat onder ogen krijgt is dat maar lastig voor te stellen. Elton John staat misschien als zwakbegaafde op de cover van zijn nieuwe plaat, maar dat zegt gelukkig helemaal niets over de muziek. 


Wonderful Crazy Night is immers een prima plaat vol prima songs. De plaat werd geproduceerd door niemand minder dan T-Bone Burnett, die Elton John wist te inspireren tot het soort songs dat de Brit in zijn beste jaren (samen met Bernie Taupin) schreef. 


Elton John laat zich op zijn nieuwe plaat begeleiden door zijn live-band, wat zorgt voor een mooi vol maar ook trefzeker geluid, waarin volop ruimte is voor de piano en voor de nog altijd heel behoorlijk klinkende stem van Elton John. 


Zoals de cover van de plaat doet vermoeden is Wonderful Crazy Night een redelijk opgewekte plaat, wat contrasteert met het donkerdere The Diving Board uit 2013 (overigens ook geproduceerd door T-Bone Burnett). Nu wisselde Elton John ook in het verleden opgewekte en donkere platen met elkaar af en de een was niet noodzakelijkerwijs beter dan de ander. 


Nu we toch bij het verleden zijn aangekomen dient de vraag zich aan of we deze nieuwe plaat nu moeten vergelijken met de klassiekers uit het verleden of niet. Ik vind persoonlijk dat dit niet veel zin heeft. 


Elton John heeft met Wonderful Crazy Night immers geen plaat gemaakt die in de schaduw mag staan van zijn beste werk, maar toch klinkt het allemaal lekkerder, interessanter en urgenter dan heel veel andere platen van de man die belangrijker voor de popmuziek is geweest dan over het algemeen wordt erkend. Ik geef daarom ook deze nieuwe plaat weer het voordeel van de twijfel en geniet er stiekem best van, want muziek maken kan hij nog steeds. Volgende keer weer, maar dan graag een wat serieuzere cover. Erwin Zijleman






 


zondag 21 februari 2016

Emma Pollock - In Search Of Harperfield

Emma Pollock stond ooit aan de basis van de legendarische, maar helaas slechts in kleine kring bekende Schotse band The Delgados en begon na het uiteenvallen van deze band een jaar of elf geleden aan een solocarrière. 

Deze verloopt vooralsnog moeizaam. Watch The Fireworks uit 2007 trok nog redelijk de aandacht, maar The Law Of Large Numbers uit 2010 werd ten onrechte grotendeels genegeerd (ook door mij overigens; ik hoorde de plaat pas een paar dagen geleden voor het eerst). 


Ook In Search of Harperfield, de derde soloplaat van Emma Pollock, moet het in de eerste dagen van de release doen met betrekkelijk weinig aandacht, maar ook dit is een plaat die zeker gehoord mag of misschien zelfs wel gehoord moet worden. 


Op In Search Of Harperfield keert Emma Pollock terug naar de jonge jaren van haar ouders. Deze woonden na hun trouwen in een huisje dat naar de naam Harperfield luisterde. Het inspireerde Emma Pollock tot een serie prachtige popliedjes. 


Het zijn popliedjes die meer dan eens doen denken aan de popliedjes van Aimee Mann (wiens Bachelor No. 2 Or, The Last Remains Of The Dodo ik reken tot de favoriete platen in mijn platenkast). 


Net als Aimee Mann slaagt Emma Pollock er in om zeer rijk gearrangeerde popliedjes intiem te laten klinken en net als Aimee Mann is Emma Pollock een meester in het schrijven van popliedjes die direct bij eerste beluistering memorabel zijn. 


Het zijn popliedjes die over het algemeen wat minder schuren dan de eigenzinnige popliedjes van The Delgados, maar ik ben inmiddels totaal verknocht aan de tijdloze popliedjes op In Search Of Harperfield. 


Waar op de eerste soloplaten van Emma Pollock nog wat puzzelstukjes ontbraken, valt op deze nieuwe plaat alles op zijn plaats. De verassend veelzijdige en nergens gewoon klinkende instrumentatie is warm en gloedvol, de productie is prachtig, de songs zijn zonder uitzondering van hoog niveau en de stem van Emma Pollock klonk nog nooit zo mooi als op deze plaat. 


Dat ik de plaat vergelijk met een van de parels in mijn platenkast is natuurlijk al veelzeggend, maar zelfs ondanks deze onmogelijke vergelijking houdt In Search Of Harperfield zich makkelijk staande. Echt veel te mooi om te negeren dus deze fraaie derde van Emma Pollock. Erwin Zijleman






 


zaterdag 20 februari 2016

Grant Peeples And The Peeples Republik - A Congress Of Treasons

My first all acoustic record. Songs of treason, betrayal and misdirection. Record begins and concludes with a poem”. 

Met deze summiere informatie begon de Amerikaanse singer-songwriter Grant Peeples een paar maanden geleden de crowdfunding campagne voor zijn nieuwe plaat; een plaat die op dat moment overigens al zo goed als klaar was. 


A Congress Of Treasons van Grant Peeples And The Peeples Republik is inderdaad een wat meer ingetogen plaat dan zijn voorgangers, maar het is wederom een uitstekende plaat geworden. 


Ik was persoonlijk zeer onder de indruk van de vorige twee platen die Grant Peeples me stuurde en ook deze nieuwe gaat er weer in als koek. 


Grant Peeples en zijn band maken traditioneel aandoende rootsmuziek met vooral invloeden uit de country en folk. Het is rootsmuziek waarin de verhalen centraal staan en die verhalen vertelt Grant Peeples vol overgave. Het zijn verhalen die vaak politiek geëngageerd zijn, maar ook over de donkere kant van de liefde kan de muzikant uit Tallahassee, Florida, prachtig vertellen. 


De muziek op A Congress Of Treasons doet weliswaar wat traditioneel aan, maar Grant Peeples slaagt er ook dit keer weer in om anders te klinken dan de meeste van zijn soortgenoten, bijvoorbeeld door op bijzondere wijze blazers in te zetten of door geen traditionals van stal te halen maar songs van Jack White en Amanda Shires te coveren. 


A Congress Of Treasons is een volledig akoestische plaat, maar het is door het rijke instrumentarium zeker geen hele sobere plaat. Er schoven nogal wat topmuzikanten aan voor de plaat en dat hoor je. Met name de gitaren, violen en de al eerder genoemde blazers klinken prachtig, maar ook de fraaie vrouwenstemmen dragen nadrukkelijk bij aan het eindresultaat en hetzelfde geldt voor de warme productie van Elisabeth Williamson. De rauwe strot van Grant Peeples en zijn gedreven voordracht maken het feest compleet.


Grant Peeples en zijn maken muziek zonder opsmuk, maar het is muziek die recht uit het hart komt en dat voel je. 


Grant Peeples eindigde het verzoek om donaties voor de nieuwe plaat met de volgende zinnen: “If this project doesn't get funded, it'll all be okay. The world won't come to an end. I won't burn my guitar. I'll go paint something on the wall of a cave somewhere”. Ik ben er van overtuigd dat Grant Peeples prachtig kan schilderen, maar ben heel blij dat ook deze plaat er weer is gekomen. Op naar de volgende, want Grant Peeples schaar ik inmiddels tot de smaakmakers binnen het rootsgenre. Erwin Zijleman


A Congress Of Treasons van Grant Peeples And The Peeples Republik ligt niet in Nederland in de winkel, maar kan worden verkregen via cdbaby (https://www.cdbaby.com/cd/grantpeeplesandthepeeple) of de website van Grant Peeples (http://www.grantpeeples.com/store/).




 

vrijdag 19 februari 2016

Field Music - Commontime

De uit het Britse Sunderland afkomstige band Field Music maakt inmiddels al meer dan 10 jaar bijzondere muziek. 

Het is muziek die zich laat omschrijven als een mix van de muziek van The Beatles, Split Enz, 10CC, XTC, Roxy Music en Talking Heads; stuk voor stuk smaakmakers en trendsetters binnen de geschiedenis van de popmuziek.


Het is een omschrijving die ook weer op gaat voor het onlangs verschenen Commontime, al moeten voor deze plaat nog wat namen worden toegevoegd. 


Zo doen de meer jazzy stukken denken aan de bijzondere platen van Steely Dan, roepen de funky en psychedelische passages herinneringen op aan de platen van Prince en duiken verder meer dan eens invloeden op van David Bowie (opvallend omdat deze plaat ruim voor zijn dood werd opgenomen). Met name Lodger en Scary Monsters lijken invloed te hebben gehad op de nieuwe plaat van Field Music en dat zijn invloeden waar je mee thuis kunt komen. 


De muziek van Field Music blijft verder een vat vol tegenstrijdigheden. De muziek van de band rond de broers David en Peter Brewis is aan de ene kant genadeloos aanstekelijk, maar steekt aan de andere kant razend knap in elkaar; iets wat eigenlijk ook geldt voor de muziek van de meeste voorbeelden die hierboven zijn aangedragen. 


Het zorgt er voor dat de muziek van Field Music ook op Commontime weer buitengewoon lekker in het gehoor ligt, maar Field Music maakt ook muziek die de fantasie genadeloos prikkelt. Commontime neemt je gedurende een groot deel van de speeltijd mee terug naar de jaren 70 en 80, maar Field Music maakt ook muziek die alleen maar uit het heden kan stammen. 


Het valt nog steeds niet mee om goed uit te leggen wat nu goed of bijzonder is aan de muziek van Field Music, maar voor liefhebbers van de platen van de Britse band is het onmiddellijk weer genieten. Ik geniet zelf ook weer van alle invloeden, maar ook van het unieke Field Music geluid dat de broers Brewis inmiddels aan elkaar hebben gesmeed. 


Vrijwel alle bovenstaande bands werden in het verleden omarmd door de critici en door een breed publiek. Field Music moet het vooralsnog vooral doen met mooie worden van de critici, maar de band maakt inmiddels toch ook de ene na de andere plaat die niet misstaat in een goedgevulde platenkast. Commontime is buiten de Bowie-invloeden misschien niet heel anders dan zijn voorgangers, maar het is wederom een buitengewoon knappe plaat vol onweerstaanbare maar ook prikkelende popmuziek. Zeer warm aanbevolen derhalve. Erwin Zijleman






 


donderdag 18 februari 2016

Lea Kliphuis - The World Owes Me Nothing

Ik laat me het laatste jaar vrijwel nooit meer inspireren door de ene minuut popmuziek uit De Wereld Draait Door. De reden hiervoor is simpel: ik zit DWDD vrijwel nooit meer uit tot het moment dat een artiest zijn of haar kunstje in die ene minuut mag vertonen is aangebroken. 

Gisteren werd ik echter blij verrast door het korte optreden van Lea Kliphuis en heb ik haar recent verschenen plaat er maar eens bij gepakt. 

The World Owes Me Nothing bleek vervolgens een verrassend sterke plaat en Lea Kliphuis bleek bovendien een oude  bekende. Ruim vijf jaar geleden was ik immers zeer positief over Can I Come By? van ene Lea en deze Lea blijkt niemand anders dan Lea Kliphuis. 

The World Owes Me Nothing volgt op een langdurige writer’s block en werd uiteindelijk gemaakt met leden van Moss en de Staat. In DWDD vertelde Lea Kliphuis dat ze na haar writer’s block heeft geleerd dat je ook vrolijke popliedjes kunt schrijven en dit beheerst ze inmiddels tot in de perfectie. 

The World Owes Me Nothing is immers een plaat waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden. Het is zo’n plaat die alle donkere wolken verdrijft en je laat genieten van de eerste lentezon. Het is in het geval van Lea Kliphuis een Amerikaans lentezonnetje, want in muzikaal opzicht laat Lea Kliphuis zich vooral inspireren door Amerikaanse rootsmuziek en de Amerikaanse singer-songwriter muziek uit de jaren 70. 

The World Owes Me Nothing is voorzien van een warmbloedig klankentapijt dat de zon uitbundig doet schijnen. De instrumentatie op de plaat is vaak relatief sober, waardoor de stem van Lea Kliphuis alle ruimte krijgt. Dat is niet onverstandig, want de zang op deze plaat is echt geweldig. 

Lea Kliphuis heeft haar eigen stijl en het is een stijl die flink wat emotie en doorleving koppelt aan het vermogen om een grote glimlach op je gezicht te toveren. De stem van Lea Kliphuis brengt de mooie popliedjes met een snufje country tot leven en maakt er popliedjes van die je wilt koesteren. 

Op basis van Can I Come By? van Lea concludeerde ik een paar jaar geleden al dat we te maken hebben met een grote belofte, maar de belofte is Lea Kliphuis met haar nieuwe plaat al ver voorbij. 

The World Owes Me Nothing is een echte feel good plaat, maar het is ook een emotievolle plaat om zielsveel van te houden. Dat hoorde ik al in dat ene minuutje DWDD, maar de resterende 38 minuten moeten ook absoluut gehoord worden. Erwin Zijleman





 

woensdag 17 februari 2016

The Jezabels - Synthia

De Australische band The Jezabels wist met haar vorige platen, ondanks zeer lovende recensies wereldwijd, geen plekje op de krenten uit de pop af te dwingen. 

De vorige plaat van de band, The Brink uit 2014, lag weliswaar een hele tijd op de stapel, maar kwam er uiteindelijk niet van af. Dat is best opmerkelijk, want ik hou wel van het genre waarin The Jezabels zich bewegen. 


Op Cynthia maken The Jezabels elektronische popmuziek die je meer dan eens mee terug neemt naar de jaren 80, maar die toch anders klinkt dan die van de meeste van de soortgenoten van de Australische band. 


Dat ligt vooral aan de bijzondere zang van Hayley Mary, die hoog kan uithalen als Kate Bush, duister kan zingen als Siouxsie Sioux, maar ook subtiel kan verleiden met diepe en donkere vocalen. Het is de soms onderkoelde, soms uit de tenen komende maar altijd krachtige zang van Hayley Mary die de muziek van The Jezabels naar een hoger plan tilt, maar ook de instrumentatie op Synthia houdt je continu op het puntje van je stoel. 


The Jezabels maken synthpop die heerlijk dromerig en atmosferisch kan klinken, maar de muziek van het Australische viertal kan ook op ieder moment ontsporen en kiest over het algemeen niet voor de makkelijkste weg. 


Heel af en toe, en zeker in de wat meer subtiele en experimentele momenten, doet Synthia me wel wat denken aan A Secret Wish van de Duitse band Propaganda, maar The Jezabels zijn ook niet vies van plotseling opduikende gitaarmuren die de band het rockterrein op stuwen. 


Met name de synths op Synthia zijn van een grote schoonheid. Waar veel bands in dit genre kiezen voor een betrekkelijk eenvormig geluid, klinken de synths van Heather Shannon (die momenteel helaas moet vechten tegen een ernstige ziekte) steeds weer anders, waarbij het hele spectrum tussen uiterst subtiel en zeer bombastisch wordt bewandeld. 


Zeker bij beluistering via de koptelefoon is Synthia een grootse en bezwerende plaat. Het heeft even geduurd, maar inmiddels ben ik helemaal overtuigd van de kwaliteiten van The Jezabels. Erwin Zijleman






 

dinsdag 16 februari 2016

Lissie - My Wild West

Elisabeth Maurus, oftewel Lissie, debuteerde in 2010 met het fraaie, nog vooral door folk gedomineerde Catching A Tiger. 

Ze trok met haar debuut terecht de aandacht van liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek, maar deze haakten in grote getale af na de release van haar tweede plaat Back To Forever, waarop de singer-songwriter uit Rock Island, Illinois, koos voor een meer pop georiënteerd geluid. 


Op haar derde plaat, My Wild West, kiest Lissie wederom voor een net wat andere invalshoek, waarin rootsmuziek wederom niet centraal staat. 


Ik moet eerlijk toegeven dat ik bij eerste beluistering van My Wild West na een aantal tracks heb gecontroleerd of de juiste cd wel in het hoesje zat. Lissie klinkt op haar derde plaat zo nu en dan immers wel heel erg als Lana Del Rey. 


Dat zal de liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek, die Lissie een jaar of zes geleden nog liefdevol omarmden, waarschijnlijk definitief verjagen, maar ik ben persoonlijk gek op de muziek van Lana Del Rey en kan Lissie 3.0 dus wel hebben. 


In de openingstracks liggen de invloeden van de platen van Lana Del Rey er misschien wel erg dik bovenop, maar naarmate de plaat vordert trekt Lissie de muziek meer en meer naar zich toe en maakt ze er toch weer haar eigen geluid van. 


Liefhebbers van de warmbloedige en soms uitbundige arrangementen in de muziek van Lana Del Rey, zullen My Wild West zeker kunnen waarderen. Ook in vocaal opzicht hoor ik flink wat overeenkomsten tussen beide dames, al hoef je niet heel vaak naar de plaat te luisteren om te concluderen dat Lissie haar zo succesvolle collega in vocaal opzicht vrij makkelijk voor blijft. Waar Lana Del Rey vooral onderkoeld klinkt, maakt Lissie uiteindelijk indruk met kracht en warmte. 


Zeker wanneer Lissie naarmate de plaat vordert wat meer afstand neemt van de Lana Del Rey formule, meer invloeden uit de rootsmuziek toelaat in haar muziek, kiest voor eenvoudigere arrangementen en de passie het laat winnen van de onderkoeling, valt er op My Wild West verschrikkelijk veel te genieten (ook voor de inmiddels afgehaakte liefhebbers van singer-songwriter muziek). 


Ik heb daarom nog steeds volop vertrouwen in de kwaliteiten van Lissie en ben nu al benieuwd waar ze de volgende keer mee komt. Tot die tijd voldoet deze derde plaat prima, al is het maar omdat hij voorlopig alleen maar  beter wordt (en steeds minder op Lana Del Rey gaat lijken). Erwin Zijleman