donderdag 23 maart 2017

Depeche Mode - Spirit

Op deze BLOG is tot dusver nog geen enkele plaat van Depeche Mode besproken, maar de band wordt wel een keer of dertig aangehaald als belangrijke inspiratiebron of vergelijkingsmateriaal. 

Met de twee Depeche Mode platen die tijdens het bestaan van deze BLOG zijn verschenen (Sounds Of The Universe uit 2009 en Delta Machine uit 2013) had ik echter niet zo heel veel, maar alles dat de band tussen 1981 en 1993 maakte heb ik hoog zitten. Heel hoog zelfs. 


Speak & Spell, A Broken Frame, Construction Time Again, Some Great Reward, Black Celebration, Music For The Masses, Violator en Songs Of Faith And Devotion zijn allemaal platen waarmee de Britse band zich wist te onderscheiden van de concurrentie. Eerst door buiten de lijntjes van de elektronische muziek uit de jaren 80 te kleuren en later door deze elektronische muziek juist te verrijken met gitaren en andere invloeden uit de rockmuziek. 


Depeche Mode ontwikkelde zich sindsdien tot een van de betere live bands (waar in haar eerste jaren alles met de automatische piloot werd gedaan), maar de studioplaten deden me veel minder. 
Ik had dan ook geen hoge verwachtingen bij de eerste beluistering van Spirit, maar wat is het een overtuigende plaat geworden. 


Depeche Mode kijkt op Spirit naar de wereld en ziet dat het niet goed is. Trump, Brexit, de opkomst van populisme, de gelatenheid waarmee jongeren de wereld bekijken; het zijn maar een paar van de zaken waar Depeche Mode op Spirit stevig naar uithaalt. Het geeft de muziek van de band kracht en urgentie. 


In muzikaal opzicht heeft de band op haar nieuwe plaat een evenwicht gevonden tussen de synthpop waarmee het ooit groot werd, de donkere rockmuziek waarmee het uit het synthpop hokje brak en de zwaar aangezette industriële klanken van de laatste platen. Invloeden uit de hedendaagse elektronische dansmuziek verrijken het geluid van Depeche Mode nog wat meer. 


Producer James Ford (Simian Mobile Disco, Arctic Monkeys, Florence & The Machine) heeft Spirit voorzien van een machtig geluid waarin de ritmes vaak zwaar zijn aangezet, de synths luchtig mogen rondzweven en af en toe een vervormde gitaar opduikt. Op dit machtige geluid gedijen de opvallend sterke vocalen van Dave Gahan en Martin Gore uitstekend. 


Op Spirit serveert Depeche Mode zeker geen eenheidsworst. In iedere track imponeert de fraaie instrumentatie en hoewel Spirit er af en toe stevig inhakt, zijn er ook ruim voldoende rustpunten op de plaat te vinden en bevat de plaat  verder flink wat passages waarin stevig geëxperimenteerd wordt. 


In muzikaal opzicht wist Depeche Mode ook op haar vorige platen wel te overtuigen, maar de songs op deze platen vond ik niet zo aansprekend als in het verleden. Op Spirit zijn de songs weer van hoog niveau. Dat heeft voor een deel te maken met de urgentie die spreekt uit de politieke stellingname, maar Depeche Mode vindt op Spirit ook een fraai evenwicht tussen aanstekelijke songs en songs vol avontuur. 


Depeche Mode bestaat inmiddels al ruim 37 jaar, wat het frisse Spirit alleen maar extra glans geeft. Deze glans leek de afgelopen jaren op de plaat wat verdwenen, maar Spirit glimt en blinkt en komt ook nog eens verassend stevig binnen. Erwin Zijleman






woensdag 22 maart 2017

Adna - Closure

De Zweedse singer-songwriter Adna (Kadic) betoverde precies twee jaar geleden met het prachtige Run, Lucifer. 

Op deze in Berlijn opgenomen plaat combineerde Adna de donkere en stemmige klanken van de Zweedse winter met de felle lichten en het avontuur van het mondaine Berlijn. 

Run, Lucifer viel op door een bijzonder mooie en veelzijdige instrumentatie, een bijzondere stem en hele goede songs. 

Op haar nieuwe plaat Closure gaat Adna verder waar Run, Lucifer twee jaar geleden ophield, maar laat Adna ook horen dat ze gegroeid is. 

Ook Closure valt op door een instrumentatie die constant de balans zoekt tussen stemmige, donkere en atmosferische  klanken en een veel uitbundiger en soms wat meer pop georiënteerd geluid. 

Adna kiest over het algemeen voor een intieme basis van gitaren of piano en kleurt haar geluid vervolgens subtiel in met flink wat elektronica en percussie. Met name door de bijzonder fraaie gitaarlijnen doet Closure me meer dan eens denken aan de muziek van The Xx, maar de muziek van Adna bevat zowel ingehouden spanning als flinke uitbarstingen. 

Het is muziek die lastig in een hokje is te duwen. De muziek van de jonge Zweedse singer-songwriter is vaak ingetogen en atmosferisch, maar Adna flirt zo nu en dan ook met groots klinkende pop. Closure klinkt hierdoor af en toe verrassend aanstekelijk en doet dan wat denken aan de muziek van Birdy, maar Adna schuurt ook nog altijd tegen de aardedonkere muziek van de helaas wat uit beeld geraakte Soap & Skin aan, zeker wanneer melancholische pianoklanken de toon zetten. 

In muzikaal opzicht is het smullen, maar de meeste indruk maakt ook dit keer de stem van Adna. Het is een stem die alle kanten op kan en zich hierdoor lastig laat vergelijken. De Zweedse is nog een twintiger, maar vertolkt haar songs met opvallend veel emotie en doorleving, wat Closure een bijzondere lading geeft. 

Net als voorganger Run, Lucifer is ook Closure een plaat die je wat vaker moet horen. Ook dit keer was ik bij eerste beluistering vooral afgeleid door mijn onvermogen om de muziek van Adna in een hokje te duwen, maar eenmaal gewend aan de bijzondere songs op Closure, groeit de plaat, net als zijn voorganger, snel naar grote hoogten. 

Waar Run, Lucifer nog wel wat schoonheidsfoutjes bevatte, klopt op Closure vrijwel alles. Het is prachtig hoe de instrumentatie een unieke sfeer weet te creëren en zowel betovert als benevelt. Het is een sfeer die af en toe wat unheimisch aanvoelt, maar Closure is minstens net zo vaak wonderschoon. Ook de stem van Adna sorteert uiteenlopende effecten, maar kippenvel is bijna nooit ver weg. 

En zo heeft Adna een plaat gemaakt die aan de ene kant makkelijk heel groot kan worden, maar die aan de andere kant ook in de smaak zal vallen bij muziekliefhebbers die liever wat meer scherpe kantjes en avontuur horen in muziek. 

Ik vond Run, Lucifer twee jaar geleden prachtig, maar Closure is nog veel beter en is wat mij betreft een ongelooflijk knappe plaat van deze jonge Zweedse singer-songwriter. Erwin Zijleman





dinsdag 21 maart 2017

My Baby - Prehistoric Rhythm

Eind 2013 verscheen My Baby Loves Voodoo! van de Nederlandse band My Baby. Ik was zo onder de indruk van deze plaat dat hij een week later opdook in mijn jaarlijstje over 2013.

Ik heb de plaat voor de gelegenheid maar weer eens opgezet en werd direct weer weggeblazen door de broeierige mix van funk, soul, gospel, rock en blues. Het is een mix die ik destijds vergeleek met de muziek uit de hoogtijdagen van Sly & The Family Stone, Funkadelic, Mother’s Finest en Prince en dat is nogal wat voor een debuut (van een Nederlandse band). 


In het voorjaar van 2015 verscheen de tweede plaat van My Baby, Shamanaid. Weer was ik diep onder de indruk en wederom werd het jaarlijstje gehaald, maar de tweede van My Baby was zeker geen herhalingsoefening. My Baby koos dit keer voor wat minder feest en wat meer bezwering en stopte bovendien meer invloeden uit de swamp-blues, dub en wereldmuziek in haar muziek en dat klonk fantastisch. 


Inmiddels zijn we weer twee jaar verder en is het tijd voor de derde van My Baby. Op Prehistoric Rhythm verlegt de band wederom haar grenzen. De derde van My Baby borduurt absoluut voort op zijn twee voorgangers, maar legt ook weer flink andere accenten. Zo is er op Prehistoric Rhythm meer ruimte voor elektronica en zijn de invloeden uit de funk en de soul verrijkt met invloeden uit de moderne dansmuziek. Vergeleken met Shamanaid hebben de invloeden uit de wereldmuziek flink aan terrein gewonnen en hiernaast heeft My Baby de trippy psychedelica omarmd. 


Het levert een uniek geluid op. Het bijzondere aan het geluid op Prehistoric Rhythm is dat My Baby werkelijk van alles door elkaar gooit en van de hak op de tak springt, maar het uiteindelijk nergens een zooitje wordt. Het ene moment word je beneveld door psychedelische klanken vol Oosterse en Arabische mystiek, het volgende moment zijn er de harde en stuwende beats van de westerse dansvloer. 


Ondertussen strooit de Nieuw Zeelandse gitarist Daniel 'Dafreez' Johnston nog altijd volop met heerlijke bluesy gitaarriffs, zijn de ritmes van Joost van Dijck inventief en doeltreffend en imponeert Cato van Dijck met soulvolle vocalen die als een orkaan op je af kunnen komen, maar ook lieflijk kunnen strelen. 


Persoonlijk vind ik Prehistoric Rhythm het interessantst wanneer het tempo wat lager ligt, de muziek flink bezwerend is, heel af en toe wordt geput uit de archieven van de triphop en vooral stevig wordt geëxperimenteerd met exotische invloeden, waaronder hier en daar ook nog een flinke impuls uit de Afrikaanse woestijnrock. Maar ook als My Baby kiest voor stuwende beats of moderne elektronica, blijft de muziek van de Amsterdamse band interessant en anders. 


My Baby wist op Shamanaid de sterke punten van het debuut te behouden, maar wist ook te groeien en te vernieuwen. Met Prehistoric Rhythm herhaalt de band dit kunstje. Alles dat My Baby Loves Voodoo! en Shamanaid zo mooi en bijzonder maakte is ook te horen op de derde plaat van de band, maar wederom is My Baby gegroeid en heeft het haar al zo bijzondere geluid nog wat unieker gemaakt. Het plekje in mijn jaarlijstje is gereserveerd, maar een plaat als deze moet wat mij betreft ook de rest van de wereld gaan veroveren. 


Er is de laatste weken veel gezeurd over de Nederlandse identiteit. Daarbij denk ik vooral aan spruitjes en “doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg”. Geef mij de smeltkroes van My Baby maar. Wat een heerlijke plaat weer. Erwin Zijleman






maandag 20 maart 2017

Lloyd Cole - In New York, box-set

Bijna twee jaar geleden verscheen een fraaie box-set met al het werk van Lloyd Cole & The Commotions (Collected Recordings, 1983-1989). 

De Britse band maakte met Rattlesnakes (1984) voor mij één van de meest memorabele platen van de jaren 80, maar ook opvolgers Easy Pieces (1985) en Mainstream (1987) bleken veel beter dan de recensies in de jaren 80 deden vermoeden. 


De box-set van Lloyd Cole & The Commotions is daarom nog altijd een graag geziene gast in mijn cd-speler. Maar er is natuurlijk meer. 


Lloyd Cole begon in 1988 aan een solocarrière en heeft inmiddels een flinke stapel platen zonder de Commotions op zijn naam staan. Het zijn platen die ik ten tijde van de release lang niet allemaal heb opgepikt, maar het oeuvre van de Britse muzikant blijkt qua niveau verassend consistent. 


De afgelopen jaren heeft Lloyd Cole zich toegelegd op het maken van behoorlijk experimentele elektronische muziek (het kwartje is bij mij eerlijk gezegd nog niet gevallen), maar ik hoor hem persoonlijk toch het liefst in aanstekelijke gitaarpop met diepgang en melancholie. 


Het is gitaarpop die volop is te horen op het deze week verschenen In New York. In New York, ondertitel Collected Recordings 1988-1996, verzamelt het eerste solowerk van Lloyd Cole. 


De Brit vertrok na het uit elkaar vallen van zijn band naar New York, waar hij met een aantal gelouterde muzikanten de studio in dook. Het resulteerde in 1990 in het titelloze solodebuut, dat op de eerste schijf van deze box-set te vinden is. 


Het solodebuut van Lloyd Cole trok in 1990 niet heel veel aandacht, maar is een razend knappe plaat vol songs die niet onder doen voor de beste songs van Lloyd Cole & The Commotions. 


Lloyd Cole borduurt op zijn eerste soloplaat nadrukkelijk voort op de muziek van zijn band, al zijn de songs net wat meer ingetogen, is er meer aandacht voor subtiele accenten, zingt de Brit wat beter en bekijkt hij het leven bovendien door een net wat minder donkere bril dan in het verleden. 


Ook het in 1991 verschenen Don't Get Weird On Me Babe is een verrassend sterke plaat. Op deze plaat gaat Lloyd Cole in een aantal tracks verder met het maken van even aangename als prikkelende gitaarpop, maar de Brit verrast ook met een zwaarder aangezet en rijk georkestreerd geluid. 


Bad Vibes had in 1993 moeten zorgen voor de definitieve doorbraak van Lloyd Cole in de Verenigde Staten, maar de plaat deed uiteindelijk niet zoveel. De plaat doet me nu nog veel minder, want ondanks het feit dat met de songs niets mis is, staat de productie of overproductie me flink tegen. 


Op Love Story uit 1995 kiest Lloyd Cole gelukkig weer voor de gitaarpop die we van hem kenden. Love Story klinkt op het eerste gehoor zonniger dan we van de Brit gewend zijn, maar dat is maar schijn en zeker in de teksten overheersen de donkere wolken. Love Story is net als de eerste twee soloplaten van Lloyd Cole een sterke plaat. 


Op de vijfde schijf van New York vinden we het ‘lost album’ van Lloyd Cole, Smile If You Want To. De songs op de plaat zouden uiteindelijk opduiken op de volgende platen van de Brit, maar zoals het op In New York staat was het oorspronkelijk bedoeld. 


Ik heb geen idee waarom de plaat destijds niet werd uitgebracht, maar aan de kwaliteit van de songs heeft het niet gelegen. Ook op de vijfde schijf van In New York strooit Lloyd Cole driftig met geweldige songs. Een zesde cd met demo’s is aardig, maar het beste hebben we op dat moment wel gehad. 


Lloyd Cole werd overladen met superlatieven voor het briljante Rattlesnakes, maar hierna was de koek kennelijk op. Volkomen ten onrechte, want In New York staat vol met geweldige popsongs van een niveau dat maar weinig songwriters gegeven is. Schijfje 3 en schijfje 6 zal ik vooral in de verpakking laten, maar de overige vier zijn werkelijk wonderschoon. En ook in het huidige millennium maakte Lloyd Cole nog minstens een handvol uitstekende platen. 


Ik zag de goede man onlangs opduiken in een lijstje met eendagsvliegen, maar ik weet inmiddels wel beter. Ook In New York is weer een parel in de platenkast, naast dat ook al zo fraaie boxje van twee jaar geleden. Erwin Zijleman






zondag 19 maart 2017

Conor Oberst - Salutations

Conor Oberst is bekend van bands als Bright Eyes, Desaparecidos en Monsters Of Folk en is inmiddels al enkele decennia de spin in het web van de bijzondere muziekscene van Omaha, Nebraska. 

Dat heeft hem een hoop goedwillende fans opgeleverd, maar er zit helaas ook altijd wel een kwaadwillende tussen. 


Dat merkte Conor Oberst in de winter van 2013, toen een minderjarige fan hem beschuldigde van verkrachting. In de zomer van 2014 gaf deze ‘fan’ toe dat ze het verhaal uit haar duim had gezogen, maar de wereld van Conor Oberst stond inmiddels wel op zijn kop. 


Met flink wat geestelijke en fysieke klachten dook Conor Oberst in februari 2016 de studio in en 48 uur later stonden de songs van wat later dat jaar Ruminations zou worden op de band. Toen de plaat in oktober verscheen, kon ik er niet goed mee uit de voeten. Het was me allemaal veel te donker of zelfs deprimerend, maar de songs bevielen me wel, zeker toen ik wat meer gewend was geraakt aan de aardedonkere plaat. 


Conor Oberst had zelf misschien ook wel wat twijfels over het eindresultaat, want op het nog geen half jaar na Ruminations verschenen Salutations zijn de tien songs van Ruminations in een nieuw jasje gestoken. 


Waar Conor Oberst de songs in eerste instantie in zijn uppie opnam, dook hij dit keer met een flinke band de studio in. Het is niet zomaar een band, want met namen als The Felice Brothers, Jim James, Gillian Welch, M. Ward, Blake Mills, Jonathan Wilson levende drum legende Jim Keltner mag best van een sterrenbezetting worden gesproken. 


Door de aanwezigheid van een hele batterij geweldige muzikanten komen de voor een deel al bekende songs op Salutations stuk voor stuk tot leven. In muzikaal opzicht is Salutations stevig geïnspireerd door het jaren 70 werk van Bob Dylan en de platen van The Band, maar zeker wanneer het tempo wat wordt opgevoerd of de hoeveelheid melancholie toeneemt hoor ik ook vaak wat van The Pogues (en soms wat van The Clash). 


Conor Oberst had voor Ruminations minder dan 40 minuten nodig. Voor de 10 songs van deze plaat en de zeven nieuwe songs wordt dit keer bijna 70 minuten uitgetrokken en dat is misschien wel wat veel van het goede. Het eerste half uur zit ik keer op keer op het puntje van mijn stoel en sleept Salutations zich van hoogtepunt naar hoogtepunt, maar op een gegeven moment verslapt de aandacht wat. 


Het heeft niet zo veel te maken met de kwaliteit van de songs, want die blijft hoog, maar vooral met de intensiteit en de energie van de muziek op Salutations, want wat je er uit haalt moet je er ook instoppen. 


In muzikaal opzicht is het vooral smullen van de gitaren en van het werkelijk fenomenale drumwerk van ouwe rot Jim Keltner, die misschien speelde met alle groten der aarde maar desondanks als een jonge hond tekeer gaat, maar ook de zang van Conor Oberst vind ik dit keer verassend sterk. 


Ruminations is het voor mij nog steeds niet helemaal (al vind ik de plaat wel beter dan in oktober), maar Salutations is fantastisch. De productiviteit van Conor Oberst ligt al heel lang op een onwaarschijnlijk niveau, waardoor onmogelijk alles goed kan zijn, maar deze nieuwe plaat overtuigt in nagenoeg alle opzichten. Misschien is het iets te lang, maar bij beluistering in delen valt uiteindelijk alles op zijn plek. Indrukwekkend. Zeer indrukwekkend zelfs. Erwin Zijleman






Chuck Berry 1926-2017


Chuck Berry. Ver voor mijn tijd, maar zonder Chuck Berry was veel van de muziek waar ik mee ben opgegroeid er waarschijnlijk niet geweest. Aan het eind van de jaren 50 maakte de muzikant uit St. Louis, Missouri, muziek die aan de basis stond van alle rockmuziek die zou volgen. In zijn songs van 2 a 3 minuten vermengde Chuck Berry op unieke wijze invloeden uit de op dat moment heersende genres. Hij voorzag die songs vervolgens van memorabele gitaarriffs en teksten die het "ik hou van jou en blijf je trouw" niveau ontstegen. Alle rockgoden uit de jaren 60 en 70 moeten gekwijld hebben toen ze voor het eerst de muziek van Chuck Berry hoorden. Een volgende grootheid uit de geschiedenis van de popmuziek heeft ons verlaten. Chuck Berry, rest in peace. Erwin Zijleman

zaterdag 18 maart 2017

Tamikrest - Kidal

Het zijn mooie tijden voor de liefhebbers van de Noord-Afrikaanse woestijnrock, want een paar weken na de release van de nieuwe plaat van Tinariwen, duikt ook Tamikrest weer op met een nieuwe plaat. 

Tamikrest stond voor mij altijd wat in de schaduw van Tinariwen, maar met Chatma leverde de vanuit Mali opererende band in 2013 een plaat af die wat mij betreft moet worden geschaard onder het beste dat de woestijnrock tot dusver heeft voortgebracht. 

Op haar nieuwe plaat eert Tamikrest haar historische thuisbasis; Kidal. 

Kidal is een plaats in Noord-Mali en ligt midden in de Zuidelijke Sahara. Het was in het verleden één van de belangrijke culturele, commerciële en strategische centra van de Toeareg, maar momenteel is het vooral een broeinest van moslim extremisme. Kidal is ook de plek waar Tamikrest ooit werd geformeerd, wat het eerbetoon aan de voormalige thuisbasis van de band voorziet van nog wat extra emotionele lading. 

In muzikaal opzicht borduurt het in Bamako opgenomen Kidal voort op zijn voorganger. In de bakermat van de Mali blues werd de band bijgestaan door producer Mark Mulholland en David Odlum (die in het verleden verantwoordelijk was voor de mix van een aantal platen van Tinariwen). De Schot en de Ier hebben Kidal voorzien van een fantastisch klinkend geluid, maar verder is Tamikrest gelukkig vooral zichzelf gebleven. 

Ook op Kidal staat het zo kenmerkende gitaargeluid uit de Noord-Afrikaanse woestijnrock centraal. Het is bluesy gitaarspel vol Afrikaanse invloeden dat zich op ingenieuze wijze door de bezwerende ritmes op de plaat heen slingert. 

Net als op Chatma kiest Tamikrest ook op Kidal weer vooral voor zich langzaam voortslepende songs. Het zijn songs waarin de gitaren zorgen voor de spanning, terwijl de lome ritmes en de soms bijna hypnotiserende vocalen zorgen voor de bezwering. 

Waar gitaarsolo’s in de westerse rockmuziek bijna altijd garant staan voor spierballenvertoon, zijn de gitaristen van Tamikrest meesters in het creëren van heerlijke dromerige en vaak wat psychedelisch aandoende gitaartapijten vol herhaling. 

Vergeleken met de vorige platen van Tamikrest zijn de vrouwenvocalen vrijwel volledig naar de achtergrond gedrongen, wat ik persoonlijk jammer vind. Tamikrest kruipt hierdoor wat dichter tegen Tinariwen aan, maar doet al lang niet meer onder voor de voormalige grote broer. 

Het is bijzonder hoe onze, of in ieder geval mijn westerse oren gewend zijn geraakt aan de muziek uit de Noord-Afrikaanse woestijn. Wat ik een jaar of 15 geleden nog bijzonder exotisch vond klinken en wat toen bovendien nadrukkelijk tegen de haren instreek, voorziet de hectiek van onze samenleving nu onmiddellijk van de broodnodige rust. Het is de rust die Tamikrest uiteindelijk weer hoopt te vinden in haar thuisbasis Kidal, maar dat zal helaas nog wel wat tijd gaan vragen. 

Tamikrest imponeerde ruim drieënhalf jaar geleden met het bijzonder fraaie Chatma en levert nu met Kidal een plaat af die de status van de band bevestigd. Het is vandaag weer even herfst in Nederland, maar met Kidal uit de speakers en de ogen dicht ben je even in Kidal, waar het vandaag onbewolkt is en de temperatuur oploopt richting een graad of 40 (Celsius). Rustig aan dus en genieten maar. Erwin Zijleman





vrijdag 17 maart 2017

Temples - Volcano

De Britse band Temples was drie jaar geleden, mede dankzij flinke inspanningen van de Britse muziekpers, een stevige hype. 

Daar loop ik meestal met een grote boog omheen, maar op alle superlatieven die voor het debuut van de band uit het Engelse Kettering uit de kast werden getrokken, viel echt maar heel weinig of zelfs helemaal niets af te dingen. 

Sun Structures omschreef ik, mede geïnspireerd door een aantal vergelijkingen in de Britse muziekpers als 'The Beatles die met Syd Barrett en Ravi Shankar de studio in zijn gedoken om de psychedelische muziek van de komende decennia op te nemen'. 

Temples kende op Sun Structures haar klassiekers maar keek ook vooruit. Mede dankzij het succes van het debuut van de band, kon Temples de tijd nemen voor haar tweede plaat, maar nu deze er dan eindelijk is, blijft het verrassend stil. 

Ik weet wel waar dat aan ligt, want ik vond Volcano bij eerste beluistering eerlijk gezegd flink tegenvallen. Waar het debuut van de band betoverde met heerlijk zweverige klanken, die voor een belangrijk deel uit de jaren 60 leken weggelopen, klinkt Volcano op het eerste gehoor vooral hedendaags. 

Voor haar tweede plaat heeft Temples een flinke greep gedaan uit de kast met synthesizers, waardoor Volcano veel elektronischer klinkt dan zijn voorganger. De nieuwe plaat van Temples klinkt niet alleen anders door de inzet van elektronica, maar laat zich ook beïnvloeden door andere genres. 60s psychedelica lijkt, zeker op het eerste gehoor, als belangrijkste inspiratiebron vervangen door een behoorlijk bonte mix van vooral synthpop en neo-psychedelica. 

Temples stond op haar vorige plaat met minstens één been in de jaren 60, maar schuurt nu nadrukkelijk tegen bands als The Flaming Lips en Mercury Rev aan. Door de overdaad aan synths en de hoge vocalen doet het bij eerste beluistering wat kitscherig aan, maar wat veel erger is, is dat de songs op Volcano bij mij in eerste instantie totaal niet bleven hangen. 

De tweede plaat van Temples ging aan mij voorbij zonder dat ik er veel bij voelde, ook al klonk het af en toe best lekker. Dit alles speelde een aantal weken geleden, toen het volop herfst was en de lente nog ver weg leek. 

Volcano klonk de afgelopen dagen echter totaal anders. Bij alle zonnestralen van de laatste dagen kwamen de elektronische klanken op Volcano tot leven en bleek er opeens heel veel moois te schuilen in de nieuwe songs van Temples. 

Opeens hoorde ik wel weer volop invloeden uit de psychedelica uit de jaren 60 en hoorde ik naast de bovengenoemde invloeden uit de synthpop en neo-psychedelica bovendien flink wat invloeden uit de progrock. 

Volcano blijft een flink andere plaat dan zijn zo bejubelde voorganger, maar het is wel degelijk een plaat vol moois, die de zonnestralen nog wat aan kracht laat winnen en de laatste wolkjes wegblaast. 

Zo indrukwekkend als Sun Structures vind ik het nog steeds niet, maar heb ik de laatste tijd psychedelische muziek die de zon zo heerlijk laat schijnen als Volcano? Nee. Erwin Zijleman





donderdag 16 maart 2017

Gabriella Cohen - Full Closure And No Details

In de eerste dagen van 2017 pikte ik nog wat vergeten parels uit 2016 op. De onderstaande vind ik achteraf bezien de mooiste van het stel en Full Closure And No Details van Gabriella Cohen ligt nu gelukkig ook in Nederland in de winkel. Daarom nogmaals aandacht voor deze bijzondere plaat.

Gabriella Cohen is een singer-songwriter uit het Australische Melbourne, die tot dusver vooral bekend is als frontvrouw van de Australische rockband The Furrs. Na een op de klippen gelopen liefdesrelatie dook ze voor de afwisseling in haar uppie de studio in en tien dagen later lag er een prachtige breakup plaat. 

Het is dat Phil Spector nog flink wat jaren achter de tralies zit, want anders was ik er van overtuigd geweest dat de oude meester Full Closure And No Details heeft geproduceerd. Het solodebuut van Gabriella Cohen is immers voorzien van een geluid vol echo’s naar de hoogtijdagen van Phil Spector’s Wall of Sound en zijn fameuze meidengroepen. 

De Australische muzikante heeft hiernaast flink wat invloeden uit de dreampop en shoegaze in haar muziek gestopt en strooit verder driftig met invloeden uit de psychedelica en lo-fi. De laatste invloeden zorgen er voor dat Full Closure And No Details flink rammelt. Daar moet je tegen kunnen, maar persoonlijk vind ik het heerlijk. 

Gabriella Cohen overtuigt op haar solodebuut met voor mij onweerstaanbare gitaarmuziek. Ze beschikt over een heerlijk dromerige, maar ook krachtige stem, die misschien nog wel het best is te omschrijven als een mix van Hope Sandoval en Bob Dylan. Met Hope Sandoval hebben we direct ook belangrijk vergelijkingsmateriaal te pakken, want Full Closure And No Details klinkt vaak als Mazzy Star dat is terug geflitst naar de jaren 60, om daar met Phil Spector een psychedelisch pareltje te maken. En net als Dylan slaagt Gabriella Cohen om je deelgenoot te maken van haar liefdesongeluk op een manier die bijna pijn doet. 

Gabriella Cohen betreedt met haar solodebuut qua invloeden plat getreden paden, maar slaagt er desondanks in om anders te klinken dan de concurrentie. Ze doet dit door verrassende elementen als zweverige elektronica, strijkers of loeiende koeien (!) toe te voegen aan de instrumentatie of door opeens de tijd te nemen voor lang gitaargepingel. 

Het zorgt ervoor dat Full Closure And No Details je langzaam maar zeker opzuigt in de wereld van Gabriella Cohen. Het is een wereld die even donker is gekleurd door haar liefdesbreuk, maar achter de donkere wolken zie ik al weer een flauw zonnetje opduiken. 

Full Closure And No Details had me direct bij eerste beluistering al stevig te pakken, maar hoe vaker ik de plaat hoor, hoe mooier, indringender en indrukwekkender hij wordt. Als ik vandaag mijn jaarlijstje over 2016 zou moeten maken, zou ik zeker een plekje inruimen voor dit prachtdebuut van de Australische singer-songwriter. Full Closure And No Details is immers een van de mooiste ruwe diamanten die ik het afgelopen jaar heb gehoord. Erwin Zijleman 




woensdag 15 maart 2017

Cameron Avery - Ripe Dreams, Pipe Dreams

Ripe Dreams, Pipe Dreams van Cameron Avery wordt aangekondigd als het solodebuut van de muzikant die eerder in de psychedelische bands Pond en Tame Impala en de garagerock band The Growl speelde. 

Dat wekt bepaalde verwachtingen met betrekking tot de eerste soloplaat van de Australische muzikant, maar deze verwachtingen komen op geen enkele manier uit. 

Cameron Avery heeft zijn verleden in de psychedelica en de garagerock volledig achter zich gelaten en laat zich op Ripe Dreams, Pipe Dreams inspireren door crooners als Frank Sinatra en Dean Martin. 

Het levert een plaat op die zich, zeker bij eerste beluistering, op het snijvlak van kunst en kitsch beweegt, maar na mijn eerste aarzelingen ben ik heel snel van deze plaat gaan houden. 

Ripe Dreams, Pipe Dreams opent ingetogen met akoestische gitaren, bas, subtiele blazers en de gevoelige bariton van Cameron Avery, die direct laat horen dat zijn ambitie om als crooner aan de slag te gaan zeker realistisch zijn. 

In de tweede tracks dreigt het allemaal net wat zoetsappig te worden met een overdaad aan strijkers, maar Cameron Avery trekt de song op het eind toch nog naar zich toe. Wanneer de Australiër in de derde track opeens met rauwe gitaren, stevig aangezette drums en aardedonkere vocalen op de proppen komt, is duidelijk dat Cameron Avery zeker geen one-trick pony is. 

Invloeden van Frank Sinatra zijn absoluut hoorbaar op Ripe Dreams, Pipe Dreams, maar Cameron Avery blijft lang niet zo dicht bij zijn voorbeeld als Bob Dylan op zijn laatste twee platen. Hier en daar schuift de Australische muzikant op richting Johnny Cash en Lee Hazelwood, om vervolgens aan te haken bij crooners van recentere datum als Richard Hawley, Stuart Staples (Tindersticks), Gavin Friday, Nick Cave en Marc Almond. 

Cameron Avery overtuigt op zijn solodebuut als zanger, maar overtuigt misschien nog wel meer met het brede palet aan stijlen dat hij op Ripe Dreams, Pipe Dreams bestrijkt. Een aantal van de songs op de plaat is honingzoet en blinkt stevig, maar Cameron Avery is ook niet vies van aardedonkere songs met een rauw en scherp randje, waarbij invloeden vooral uit de jaren 50, 60 en 70 lijken te komen.

Zijn stem sluit steeds prachtig aan bij de instrumentatie en deze instrumentatie is keer op keer wonderschoon. Door de variatie, maar uiteindelijk vooral door de mooie klanken en de zeer overtuigende zang, is Ripe Dreams, Pipe Dreams mij snel heel dierbaar geworden. Het solodebuut van Cameron Avery kan een donkere avond voorzien van stemmige kaarsen of juist bright lights, maar Ripe Dreams, Pipe Dreams is ook een soundtrack van de donkere nacht of de lome ochtend. 

We hebben de afgelopen jaren een chronisch gebrek aan crooners als de hierboven genoemde muzikanten, maar Cameron Avery is er weer een. Zeker na de tweede track van Ripe Dreams, Pipe Dreams is het even doorbijten, maar vervolgens stijgt dit fraaie debuut keer op keer naar grote hoogten. Erwin Zijleman





dinsdag 14 maart 2017

Laura Marling - Semper Femina

Het lijkt nog niet eens zo heel lang geleden Laura Marling op 18-jarige debuteerde met Alas I Cannot Swim, maar het debuut van de Britse singer-songwriter was vorige maand echt al weer negen jaar oud. 

Twee jaar na het fraaie Short Movie komt Laura Marling op de proppen met haar zesde plaat, Semper Femina. 

Ik had de credits bij eerste beluistering van de plaat nog niet bestudeerd, maar dat is ook niet nodig om er achter te komen wie de nieuwe plaat van Laura Marling heeft geproduceerd. 

In de openingstrack domineren immers de sobere maar o zo doeltreffende gitaarklanken van Blake Mills. Deze Blake Mills duikt de laatste tijd wel heel vaak op als producer, maar voor Laura Marling is het een geweldige keuze. De hier en daar sobere, maar altijd bijzonder stemmige en donkere klanken, passen immers uitstekend bij de songs van Laura Marling en haar mooie stem. 

Voor ik aan beluistering van Semper Femina begon las ik een aantal vrij negatieve recensies over de nieuwe plaat van Laura Marling. Laura Marling zou op haar nieuwe plaat hebben gekozen voor een aantal wat pretentieuze thema’s (vrouwelijkheid en feminisme, filosofie en kunst) en zou het dit keer vooral als songwriter af hebben laten weten. 

Ik kan me er persoonlijk niet in vinden, want ik vind Semper Femina een bijzonder mooie plaat met songs die niet alleen wat te vertellen hebben, maar ook nog heel lang aan kracht winnen. 

Dat laatste is voor een deel de verdienste van producer Blake Mills, die de nieuwe plaat van Laura Marling heeft voorzien van een bijzonder stemmig, smaakvol en subtiel geluid. De donkere en soms bijna dreigende instrumentatie met een hoofdrol voor het bijna minimalistische gitaarwerk van Blake Mills voorzien de songs op Semper Femina van flink wat onderhuidse spanning en bovendien van heel veel ruimte. 

Deze ruimte wordt deels opgevuld met fraaie strijkers, maar de meeste ruimte wordt benut door Laura Marling zelf. De Britse is nog altijd jong, maar klinkt inmiddels een stuk doorleefder dan op haar debuut. Van haar soms bijna gesproken zang is lang niet iedereen gecharmeerd, maar ik vind het op Semper Femina echt prachtig. 

Muziek en vocalen versterken elkaar op de nieuwe plaat van Laura Marling op bijzondere wijze en bij mij dringt de plaat zich steeds meer op. Het doet me qua sfeer af en toe wel wat denken aan de platen van Fiona Apple en dat is een associatie die ik nog niet eerder had bij beluistering van de muziek van Laura Marling. 

Semper Femina is nog wat verder verwijderd van de Britse folk en klinkt behoorlijk Amerikaans. Hier en daar duiken wat invloeden van Joni Mitchell op, maar Laura Marling laat toch vooral een eigen geluid horen. Het is een geluid dat door de bijzonder fraaie productie en instrumentatie naar een hoger plan wordt getild. 

Het levert zoals gezegd niet alleen maar jubelrecensies op, maar persoonlijk vind ik Semper Femina de mooiste plaat van Laura Marling tot dusver en dat zegt wat. Erwin Zijleman





maandag 13 maart 2017

Valerie June - The Order Of Time

Bijna vier jaren zijn verstreken sinds de release van Pushin' Against A Stone, het debuut van de Amerikaanse muzikante Valerie June. 

Ik voorspelde destijds op deze BLOG wereldheerschappij voor de singer-songwriter uit Memphis, Tennessee, maar daarvan is het vooralsnog helaas niet gekomen. 

Met haar nieuwe plaat kan Valerie June echter opnieuw een gooi doen naar de erkenning die ze zo verdient en aan de kwaliteit van haar plaat zal het wederom niet liggen. 

Op haar vorige plaat kon Valerie June een beroep doen op topproducer Dan Auerbach en orgelvirtuoos Booker T. Jones, wat Pushin' Against A Stone een flinke zet in de rug had moeten geven. De grote namen ontbreken op de nieuwe plaat (buiten wat achtergrondvocalen van Norah Jones), maar heel veel invloed op het geluid van Valerie June heeft het niet gehad. 

Haar muziek ademt nog steeds de muzikale tradities van het diepe zuiden van de Verenigde Staten, maar het knappe van de muziek van Valerie June is ook dit keer dat ze ook overweg kan met het muzikale verleden van de noordelijker gelegen Appalachen. 

Ook op The Order Of Time beperkt Valerie June zich niet tot één of twee genres. The Order Of Time citeert uit de archieven van de gospel, soul, blues, country, rock en rhythm & blues en daarmee heb ik alleen de belangrijkste genres waarmee de singer-songwriter uit Memphis aan de haal gaat genoemd. 

Voor The Order Of Time zijn flink wat muzikanten de studio in gedoken en zij staan garant voor een opvallend veelzijdig geluid. Zeker wanneer de blazers worden ingezet kan The Order Of Time uit de voeten met moddervette soul, maar Valerie June kiest dit keer ook opvallend vaak voor een bezwerend, wat psychologisch aandoend geluid of een wat zweverig geluid met veel strijkers. 

The Order Of Time moet het misschien doen zonder de hele grote namen, maar het veelkleurige gitaarspel en de bijdragen van het orgel doen echt niet onder voor de muzikale impulsen van Dan Auerbach en Booker T. Jones op de vorige plaat. 

De muzikanten op de plaat staan garant voor een geluid waarin de stem van Valerie June flink wat ruimte krijgt en het is een stem waar je van moet houden. Ook op haar nieuwe plaat klinkt Valerie June weer wat nasaal of lijzig. Het doet af en toe wat denken aan de stem van Macy Gray, maar de Amerikaanse kan ook tekeer gaan als Amy Winehouse in haar beste dagen. Het is ook een stem die na enige gewenning steeds beter wordt en die uiteindelijk net zo makkelijk overtuigt met rauwe uithalen als met gevoelige passages. 

The Order Of Time is een plaat die, zeker in de zweverigere passages, vaak aangenaam voortkabbelt, maar ondertussen verleidt en bezweert de muziek van Valerie June meedogenloos. 

Na het relatief beperkte succes van Pushin' Against A Stone ga ik Valerie June niet nogmaals wereldheerschappij voorspellen, maar dat ze een verbluffend goede en verrassend veelzijdige Amerikaanse rootsplaat heeft gemaakt is voor mij zeker. Erwin Zijleman





zondag 12 maart 2017

Hurray For The Riff Raff - The Navigator

Hurray For The Riff Raff is de band rond frontvrouw Alynda Lee Segarra. 

Alynda heeft Puerto Ricaanse wortels, maar groeide op in de Bronx in New York. Op haar 17e verruilde ze het zware leven in een wat minder florissante wijk in New York voor een bestaan als muzikant in New Orleans en dit begint zo langzamerhand zijn vruchten af te werpen. 

De platen van Hurray For The Riff Raff zijn sinds het uit 2008 stammende debuut alleen maar beter geworden en ook The Navigator is weer beter dan zijn voorganger. 

The Navigator is een opvallend ambitieuze plaat, waarop Alynda Lee Segarra een verhaal vertelt dat lijkt op haar levensverhaal. Het is een levensverhaal dat voor een belangrijk deel wordt ingekleurd door de muziek waarmee de frontvrouw van Hurray For The Riff Raff opgroeide in New York. 

Op Spotify heeft Alynda Lee Segarra een lijstje geplaatst met de songs die haar hebben geïnspireerd tot het maken van The Navigator en dat is een interessant lijstje. Het is een lijstje dat wordt gekleurd door haar Puerto Ricaanse afkomst en de muziekgeschiedenis van The Big Apple, maar het belangrijkst was naar eigen zeggen de eerste beluistering van David Bowie's The Rise & Fall of Ziggy Stardust. Persoonlijk hoor ik overigens veel meer van Patti Smith, die ook vertegenwoordigd is in de playlist op Spotify. 

Hurray For The Riff Raff opereerde tot dusver binnen de kaders van de Americana (in de breedste zin van het woord), maar op The Navigator slaat de band haar vleugels uit. In een aantal songs raakt de muziek van de band aan de Americana die het in het verleden omarmde, maar de plaat biedt ook volop ruimte aan de rockmuziek uit de grote stad. 

Invloeden uit de rockmuziek uit de jaren 60 en 70 staan centraal op The Navigator, maar Hurray For The Riff Raff vermengt deze invloeden op bijzonder knappe wijze met uiteenlopende andere invloeden. 

Het ene moment sluit Alynda Lee Segarra nadrukkelijk aan bij de muziek die Patti Smith in de jaren 70 maakte, maar The Navigator sluit ook net zo makkelijk aan bij de emotievolle folk van Natalie Merchant of bij de Latin die op zijn beurt weer aansluit bij de roots van de zangeres van Hurray For The Riff Raff. 

Dit alles wordt vermengd met donkere klanken, Surf gitaren, hier en daar melancholische strijkers en altijd heel veel passie. Het levert een plaat op die zich met geen enkele andere plaat laat vergelijken. Het levert ook een plaat op die ondanks de zeer uiteenlopende invloeden klinkt als een geheel en wat is het een indrukwekkend geheel. 

In muzikaal opzicht schiet het alle kanten op, maar in vocaal opzicht is The Navigator verrassend consistent. Alynda Lee Segarra zingt op de nieuwe plaat van Hurray For The Riff Raff met hart en ziel en maakt indruk met vocalen die haar songs tot leven brengen. 

Bij mijn eerste beluistering van The Navigator had ik 12 songs en 40 minuten lang kippenvel en dat keert bij iedere volgende beluistering terug. Hurray For The Riff Raff heeft een hele moedige plaat gemaakt en wat is het een verschrikkelijk goede plaat. Erwin Zijleman





zaterdag 11 maart 2017

Dia - Bruises

De naam Dia (Frampton) deed bij mij niet direct een belletje rinkelen, maar toen ik op zoek ging naar meer informatie over haar nieuwe plaat, bleek ik haar toch al een tijdje te kennen. 

Een jaar of tien geleden maakte Dia Frampton immers samen met haar zus Meg Frampton een aantal bijzondere platen als Meg & Dia. 

De platen van de zusjes uit Utah deden helaas niet heel veel, maar smaakten zeker naar meer. Op dat meer hebben we een tijdje moeten wachten, maar het is nu eindelijk beschikbaar. 

Dia Frampton besloot een paar jaar geleden om het zonder haar zus te proberen en bracht een soloplaat uit die niet veel aandacht wist te trekken. Het onlangs verschenen Bruises moet dat wel gaan doen, want het is een buitengewoon ambitieuze plaat, die zowel bij een breed publiek als bij een selecte groep muziekliefhebbers in de smaak moet kunnen vallen. 

Dia heeft een hele mooie heldere stem met een aangenaam rauw randje. Het is een stem die uitstekend gedijt in een aantal van de wat zweverigere popsongs op Bruises, maar het is ook een stem die kan schitteren in de rijk geproduceerde songs op de plaat. 

Bruises werd geproduceerd door Dan Heath, die eerder werkte met onder andere Lana Del Rey. Heath heeft Bruises voorzien van een smaakvolle maar tegelijkertijd ook radiovriendelijke productie. Het is een productie waarin enerzijds wordt gekozen voor buitengewoon stemmige klanken, maar Bruises kan ook flink uitpakken. 

In de instrumentatie staan de strijkers van het Hungarian Studio Orchestra centraal. Deze strijkers ondersteunen de bijzonder mooie stem van Dia met subtiele klanken, maar de strijkers kunnen ook flink aanzwellen of samen met flink wat elektronica zorgen voor het zwaar aangezette popgeluid dat het momenteel zo goed doet. 

Zeker wanneer Dia kiest voor flink wat pop in haar muziek en ze haar meest soulvolle strot open trekt, kan de singer-songwriter uit Salt Lake City moeiteloos concurreren met de succesvolste popprinsessen van het moment, maar Dia Frampton is op hetzelfde moment ook veel en veel beter dan deze popprinsessen en komt op de proppen met songs die makkelijk verleiden, maar ook de fantasie continu prikkelen. 

Bruises zal zeker niet bij iedereen in de smaak vallen, maar ik vind het een bijzonder sterke plaat. Bruises valt op door hele mooie vocalen, een blinkende productie en lekker in het gehoor liggende songs, maar het is ook een plaat vol verleiding, avontuur en toverkracht. Het is bovendien een zeer dynamische plaat waarop een zacht briesje binnen een paar noten om kan slaan in een orkaan. 

Zeker wanneer je lekker wegdroomt bij de klanken van Bruises wint de plaat heel snel aan kracht en voor mij is Bruises inmiddels zelfs al wat verslavend en nog veel beter dan ik op basis van de platen van Meg & Dia had verwacht. Erwin Zijleman