donderdag 21 juni 2018

Arthur Buck - Arthur Buck

Peter Buck kennen we natuurlijk vooral als gitarist van het roemruchte R.E.M., maar de Amerikaanse muzikant maakte ook een aantal behoorlijk obscure maar zeker interessante soloplaten. 

Bovendien werkte Peter Buck de afgelopen decennia samen met minstens een dozijn grote muzikanten, onder wie Steve Wynn (The Baseball Project), Warren Zevon (Hindu Love Gods), Robyn Hitchcock, Mark Eitzel en vorig jaar nog Sleater-Kinney frontvrouw Corin Tucker (Filthy Friends). 

De naam van Peter Buck kom je in de meeste gevallen pas tegen bij het bestuderen van de informatie op de hoes, maar voor de afwisseling prijkt zijn naam dit keer eens prominent op de cover. Op het debuut van Arthur Buck werkt Peter Buck samen met de Amerikaanse singer-songwriter Joseph Arthur. 

Dat is een naam die helaas niet bij iedereen een belletje zal doen rinkelen, maar de muzikant uit Akron, Ohio, maakt al meer dan 20 jaar platen en heeft inmiddels een relatief onbekend, maar bijzonder fraai oeuvre op zijn naam staan. Joseph Arthur heeft inmiddels zo’n 15 platen gemaakt en er zitten een aantal bescheiden meesterwerken tussen, waaronder Our Shadows Will Remain uit 2004 (mijn favoriet binnen het oeuvre van de Amerikaanse muzikant) en het twee jaar geleden verschenen The Family, dat op deze BLOG terecht werd bejubeld. 

Ook op de eerste plaat van Arthur Buck laat Joseph Arthur horen dat hij een geweldig songwriter is. Alle songs op de plaat zijn geschreven door Joseph Arthur en Peter Buck, maar de meeste songs klinken wat mij betreft als Joseph Arthur songs. 

Het debuut van Arthur Buck laat zich hierdoor beluisteren als de opvolger van het twee jaar oude The Family en dat is geen slecht nieuws. Integendeel. Joseph Arthur schrijft immers songs die buitengewoon lekker in het gehoor liggen, maar het zijn ook songs die niet zo makkelijk in een hokje zijn te duwen en die bovendien wat dieper graven dan die van collega muzikanten. 

De samenwerking tussen Joseph Arthur en Peter Buck kreeg vorig jaar gestalte in de huisstudio van de Amerikaanse gitarist, waar met bescheiden middelen en in een betrekkelijk korte tijd een plaat uit de grond werd gestampt. De eerste plaat van Arthur Buck klinkt hierdoor vaak wat ruw en onaf, maar dit geeft de songs ook energie en kracht. 

Iedereen die de platen van Joseph Arthur kent, hoort direct dat hij op Arthur Buck het voortouw heeft genomen, maar de geweldige gitaarimpulsen van Peter Buck geven de songs nog net wat meer glans. 

Het debuut van Arthur Buck is een plaat die naar veel meer smaakt, want er is duidelijk sprake van chemie tussen de twee gelouterde muzikanten. Het is hiernaast te hopen dat de plaat de aandacht en liefde voor het werk van Joseph Arthur aanwakkert, want dat het prachtige oeuvre van de Amerikaan zo onbekend is, is een schande. Er valt dus veel te ontdekken, waarbij uiteindelijk concludeert kan worden dat de samenwerking met Peter Buck fraai past en niet uit de toon valt in het bijzondere oeuvre van Joseph Arthur en ook kan worden gerekend tot het beste dat Peter Buck heeft gemaakt buiten R.E.M.. Erwin Zijleman

De digitale versie van de plaat is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://arthurbuckmusic.bandcamp.com.



 

woensdag 20 juni 2018

Melody's Echo Chamber - Bon Voyage

Melody’s Echo Chamber is een Franse band die is geformeerd rond de Parijse muzikante Melody Prochet. Deze Melody Prochet speelde een jaar of zeven geleden met haar vorige band My Bees Garden in het voorprogramma van Tame Impala en Kevin Parker, de voorman van de Australische neo-psychedelica band, was zo onder de indruk van de Française, dat hij haar stimuleerde een nieuwe band te beginnen. 

Kevin Parker had vervolgens flink wat invloed op het in de herfst van 2012 verschenen titelloze debuut van de Franse band, dat vervolgens flink werd bewierookt door de critici en terecht. 

De dreampop met Franse tinten van Melody’s Echo Chamber smaakte naar veel meer, maar sinds de release van het debuut is het helaas lang stil geweest rond de band. Melody Prochet werd eerst getroffen door een ernstige writer’s block en vervolgens door een nog veel ernstiger ongeval. Inmiddels is ze gelukkig volledig hersteld en heeft ze ook haar inspiratie weer hervonden. Deze inspiratie heeft Bon Voyage, het tweede album van Melody’s Echo Chamber opgeleverd. 

Over de nieuwe plaat van de Parijse band heb ik een beetje slecht nieuws en heel veel goed nieuws te melden. Het slechte nieuws is dat het lange wachten uiteindelijk slechts 7 tracks en 33 minuten muziek oplevert. Het goede nieuws is dat er in die 7 tracks en 33 minuten ongelooflijk veel moois en ongelooflijk veel verrassends is te horen. 

Het debuut van Melody’s Echo Chamber was bijna zes jaar geleden een veelzijdige maar over het algemeen genomen redelijk toegankelijke plaat, waarop invloeden uit de dreampop werden gecombineerd met een beetje psychedelica, een Frans tintje en wat raakvlakken met de invloedrijke band Stereolab. 

Tussen het debuut en de tweede plaat van de band van Melody Prochet zit een lange periode van zes jaar, maar in muzikaal opzicht zitten er lichtjaren tussen beide platen. Op Bon Voyage haalt Melody’s Echo Chamber de mosterd vooral bij de psychedelica uit de jaren 60, maar de tweede plaat van de Parijse band is zeker niet de zoveelste plaat die de psychedelica uit deze periode laat herleven. 

Melody Prochet voegt 1001 invloeden aan de psychedelische klanken toe en put hierbij net zo makkelijk uit Franse filmmuziek uit de jaren 70 als uit de Braziliaanse bossanova uit deze periode. Hier blijft het niet bij, want de Franse band voegt, onder aanvoering van haar frontvrouw, ook nog wat Franse zuchtmeisjes zwoelheid toe aan het geluid van de band en verrijkt dit al zo volle en veelzijdige geluid verder met invloeden uit de jazzrock en met moderne elektronische muziek. Ook hiermee zijn we er nog niet, want hier en daar zijn ook gruizige of bluesy gitaren en invloeden uit het Midden Oosten te horen en incidenteel slaat ook nog de gekte kort toe.

Het levert een plaat op die je van de ene in de andere verbazing doet vallen, maar het is ook een plaat die imponeert en die je steeds dieper meevoert in het unieke muzikale universum van Melody’s Echo Chamber, waarin Melody Prochet zich niet alleen bedient van het Engels en het Frans, maar ook van het Zweeds. 

Er gebeurt in het ruime half uur dat Bon Voyage duurt zoveel dat het je soms duizelt, maar als je gevoelig bent voor de bijzondere verleiding van de Franse band is deze verleiding genadeloos. Ik luister inmiddels voor de zoveelste keer naar Bon Voyage en hoewel ik nog steeds naar houvast zoek, ben ik ook volledig verslaafd aan deze fascinerende plaat die je alle kanten op slingert maar steeds weet te verleiden met prachtige klanken, zwoele zang en songs die de fantasie maar eindeloos blijven prikkelen. Dat de tweede plaat van Melody’s Echo Chamber het lange wachten meer dan waard was zal inmiddels duidelijk zijn. Erwin Zijleman

Ook de nieuwe plaat van de band uit Parijs is verkrijgbaar via bandcamp: https://melodysechochamber.bandcamp.com/album/bon-voyage.



 

dinsdag 19 juni 2018

Rolling Blackouts Coastal Fever - Hope Downs

Er wordt inmiddels al een aantal maanden heel druk gedaan over de Australische band Rolling Blackouts Coastal Fever. Heel gek is dat niet, want de twee EP’s die de band uit Melbourne tot dusver afleverde waren echt geweldig en smaakten naar veel meer. 

Ook het eerste album van de band is een plaat die ik onmiddellijk heb omarmd, al is het maar omdat je met Hope Downs direct de zomer in huis haalt. 

Rolling Blackouts Coastal Fever, op de cover van het debuut afgekort tot Rolling Blackouts C.F., maakt zonnige gitaarsongs zoals The Go-Betweens ze in hun allerbeste dagen maakten, maar Home Downs herinnert ook aan Nieuw Zeelandse bands als The Chills, The Clean en The Bat. 

Hiermee zijn we er nog niet, want R.B.C.F. heeft zich ook nog laten beïnvloeden door Britse gitaarpop uit de jaren 80, met afwisselend The Smiths, Prefab Sprout en Aztec Camera als aansprekende voorbeelden. Als ik vanuit de Verenigde Staten nog The Feelies, het vroege R.E.M. en The Strokes toevoeg aan de belangrijkste inspiratiebronnen van de Australische band, moet duidelijk zijn hoe de muziek van Rolling Blackouts Coastal Fever ongeveer klinkt. 

Met name door de zonnige gitaarlijnen en de geweldige melodieën klinkt Hope Downs zonnig en onbevangen, maar net als bij een groot deel van de bovengenoemde voorbeelden rammelen en jengelen de songs van de Australiërs bijzonder aangenaam en zit er veel meer moois en bijzonders verstopt in de gitaarsongs van de band dan je bij eerste beluistering zult vermoeden. 

Het zorgt er voor dat de soms ook rauw en stekelig klinkende gitaarpop van Rolling Blackouts Coastal Fever direct zorgt voor een goed gevoel en dat de songs van de band direct worden opgeslagen in het geheugen, maar het zorgt er ook voor dat de muziek van de band ook op iets langere termijn interessant blijft. 

De songs winnen nog wat meer aan kracht door de dynamiek die is toegevoegd aan Hope Downs. Rolling Blackouts Coastal Fever kiest op haar debuut vooral voor uptempo songs, maar kan in deze songs af en toe ook flink gas terug nemen. Verder sleept de band uit Melbourne er stiekem veel meer bij dan het bovenstaande suggereert. In een aantal songs steekt R.B.C.F. zelfs de Rolling Stones naar de kroon in songs die Mick Jagger en co. echt nooit meer gaan maken. 

Het is bijzonder hoe de op het eerste gehoor redelijk rechttoe rechtaan gitaarsongs van de band zijn voorzien van zoveel moois en zoveel diepte. Iedere keer als ik luister naar Hope Downs hoor ik weer nieuwe ingrediënten en ze zijn stuk voor stuk onweerstaanbaar. Het telt op tot een serie songs waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden en het is een serie songs van een niveau dat maar weinig bands op hun debuut wisten te bereiken. 

Natuurlijk wordt er op het moment wel erg druk gedaan over de muziek van de Australische band en wordt er erg driftig gestrooid met superlatieven, maar kan ik er veel op afdingen? Nee. Rolling Blackouts Coastal Fever vermengt op haar debuut invloeden uit een aantal decennia popmuziek en het gaat vrijwel uitsluitend om invloeden van bands die me dierbaar zijn. Het levert popsongs op waarvan ik alleen maar intens kan houden en het zijn ook nog eens popsongs die de zon uitbundig laten schijnen. De soundtrack van een hele mooie zomer lijkt gemaakt. Erwin Zijleman

Het prachtdebuut van de Australiers is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band: https://rollingblackoutscoastalfever.bandcamp.com.




 


Courtney Barnett - Tell Me How You Really Feel

Er komt momenteel zoveel uit dat iedere plaat die bij eerste beluistering maar wat tegenvalt direct uit beeld is. Dat is jammer, want sommige platen hebben net wat meer tijd nodig dan andere of moet je niet vergelijken met zijn voorgangers. Het gaat allebei op voor Tell Me How You Really Feel van Courtney Barnett. 

De eerste twee platen van de Australische singer-songwriter heb ik heel hoog zitten. Zowel The Double EP: A Sea Of Split Peas uit 2013 en Sometimes I Sit And Think, And Sometimes I Just Sit uit 2015 waren voor mij onbetwiste jaarlijstjesplaten en horen zelfs tot het beste dat het afgelopen decennium heeft voortgebracht. 

De plaat die Courtney Barnett vorig jaar uitbracht met Kurt Vile deed me echter niet zoveel en het vorige maand verschenen Tell Me How You Really Feel deed me bij eerste beluistering zelfs helemaal niets. Ik heb het echt geprobeerd, maar de meeste songs op de nieuwe plaat van Courtney Barnett vond ik vorige maand saai en ongeïnspireerd. Omdat flink wat recensies mijn oordeel bevestigden verdween de nieuwe Courtnet Barnett op de stapel, maar vanwege mijn enorme zwak en bewondering voor haar eerste twee platen, heb ik het een paar dagen geleden toch nog maar eens geprobeerd met Tell Me How You Really Feel. 

Het gekke is dat het kwartje nu vrij makkelijk viel. De songs die ik eerder saai en wat sloom vond, waren nu opeens broeierig en bezwerend, terwijl de songs die ik eerder vlak en ongeïnspireerd vond nu opeens binnen kwamen als rauw en oorspronkelijk. Het is een opvallende twist, die bewijst dat je een plaat altijd nog eens terug moet laten komen als je gemoedstoestand of het weer anders is. 

De nieuwe van Courtney Barnett blijft echter een bijzonder geval. Waar haar vorige platen juist werden getypeerd door eigenzinnige en uitvoerig buiten de lijntjes kleurende songs, die je absoluut meerdere keren moest horen, kiest ze op Tell Me How You Really Feel voor een wat toegankelijker geluid. De singer-songwriter uit Melbourne strooit driftig met lekker in het gehoor liggende rocksongs en laat hierin horen dat ze als gitarist enorm is gegroeid. 

Op hetzelfde moment is Tell Me How You Really Feel een persoonlijkere en bij vlagen dieper gravende plaat dan zijn voorgangers. Het tempo op de plaat ligt soms laag, maar de songs van Courtney Barnett zijn dit keer ook behoorlijk explosief en ontsporen vaak in heerlijk gitaarwerk. 

De songs die me een paar weken geleden weinig tot niets deden, dringen zich inmiddels steeds aangenamer op en wat een paar weken geleden nog vlak klonk, klinkt nu heerlijk melodieus. Ik heb ook nog eens het idee dat Tell Me How You Really Feel nog wel even door kan groeien, want ik blijf maar dingen horen waar ik heel blij van word. 

Ik begrijp nog steeds niet hoe ik in een paar weken zo van mening kan veranderen, al zijn er natuurlijk ook zat platen die ik bejubel, maar waar ik een paar weken later op ben uitgekeken. Iedereen die Courtney Barnett vorige maand in ieder geval tijdelijk afschreef adviseer ik om haar nieuwe plaat er nog eens bij te pakken, want volgens mij heeft de Australische het toch weer geflikt. Erwin Zijleman

De muziek van Courtney Barnett is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://courtneybarnett.bandcamp.com/album/tell-me-how-you-really-feel.



 

maandag 18 juni 2018

Hilary Woods - Colt

Hilary Woods speelde ooit bas in de Ierse band JJ72. Die band leverde in 2000 een werkelijk geweldig debuut af, maar kon de belofte van dit debuut helaas nooit waar maken. Ik weet niet wat Hilary Woods de afgelopen 15 jaar heeft gedaan, maar ze duikt nu op met een soloplaat. 

De Ierse muzikante ontsnapt misschien niet aan het noemen van de naam van haar voormalige band, maar in muzikaal opzicht heeft haar eerste soloplaat helemaal niets te maken met de door postpunk beïnvloede Britpop van JJ72. 

Op Colt schotelt Hilary Woods de luisteraar bijzonder dromerige en beeldende soundscapes voor. Het zijn soundscapes die vooral bestaan uit piano en synths, maar zeker als je de plaat beluistert met een goede koptelefoon (wat ben ik blij met de Bowers & Wilkins PX), hoor je dat er ook nog flink wat bijzondere accenten zijn toegevoegd. 

Hilary Woods combineert de mooie en vaak bijna sprookjesachtige klanken met lome en licht onderkoelde zang. De combinatie van beeldende soundscapes en de lome zang roept af en toe associaties op met alles tussen Agnes Obel en Enya, maar waar ik dit soort muziek na verloop van tijd meestal erg saai ga vinden, houdt Colt van Hilary Woods me nu al een tijdje in een wurggreep. 

De betoverend mooie en beeldende instrumentatie zit niet alleen vol fraaie klanken en accenten, waaronder bijzondere ritmes, maar maakt ook indruk met een broeierige onderhuidse spanning, die de muziek van Hilary Woods iets unheimisch geeft, maar tegelijkertijd het oor vult met klanken van een bijna onwerkelijke schoonheid. 

Het past allemaal prachtig bij de engelachtige zang van Hilary Woods, die haar muziek richting de folk kan sturen, maar ook uitstapjes richting new age  niet schuwt. Het doet me af en toe wel wat denken aan Julia Holter, maar de sobere en bezwerende muziek zou ook zomaar een film of tv-serie van David Lynch kunnen voorzien van wat extra magie. 

Colt is zeker bij eerste beluistering een wat ongrijpbare plaat, waardoor je bij herhaalde beluistering nog lang nieuwe dingen blijft horen. Het is muziek die zeker niet geschikt is voor alle momenten, maar op de late avond of vroege ochtend is de dromerige muziek van Hilary Woods wonderschoon en bijna niet te weerstaan. 

Colt is zeker geen plaat voor beluistering op de achtergrond, want het zijn de fraaie details in de instrumentatie en de vocalen die van het debuut van de Ierse muzikante zo’n bijzondere plaat maken. Bij flink volume of bij beluistering met de koptelefoon voert Hilary Woods je op indrukwekkende wijze door surrealistische landschappen en blijft haar muziek maar aan schoonheid en kracht winnen. 

Wanneer je de dromerige klanken even zat bent, ligt een zijuitstapje naar het prachtdebuut van JJ72 voor de hand, maar hierna wil je toch weer snel terug naar de bijzondere droomwereld van Hilary Woods, die een plaat heeft afgeleverd die echt alle aandacht verdient. Erwin Zijleman

Colt van Hilary Woods is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://hilarywoodsmusic.bandcamp.com.



 

zondag 17 juni 2018

Johnny Marr - Call The Comet

Vraag een aantal willekeurige muziekliefhebbers om een aantal associaties bij de naam The Smiths en ik weet vrijwel zeker dat Morrissey met afstand het vaakst als eerste zal worden genoemd. Het zou me niet verbazen als vervolgens een aantal klassiekers van de legendarische Britse band voorbij komen, voordat de naam van Johnny Marr wordt genoemd. 

Toch waren de unieke en uit duizenden herkenbare gitaarloopjes van Johnny Marr minstens net zo belangrijk voor het geluid van The Smiths als de al even herkenbare zang van Morrissey. Waar ik Morrissey na het uiteen vallen van The Smiths altijd ben blijven volgen, is een soloplaat van Johnny Marr tot dusver nooit iets geweest waar ik enthousiast voor opveerde. 

Daarmee doe ik de gitarist uit Manchester geen recht, want de soloplaten die Johnny Marr tot dusver maakte waren zeker niet slecht, maar op een of andere manier deden ze me helemaal niets; iets wat ook gold voor de andere bands en projecten waarin Johnny Marr opdook. Ook de nieuwe soloplaat van Johnny Marr, Call The Comet, heb ik al een tijdje in huis, maar in de rangorde die ik voor deze week had gemaakt leek het nieuwe solowerk van Johnny Marr kansloos. 

Waarom ik het toch heb geprobeerd weet ik niet, maar toen Call The Comet eenmaal uit de speakers kwam kon ik alleen maar concluderen dat Johnny Marr een hele lekkere plaat heeft gemaakt. Het opvallende is dat het een lekkere plaat is met een aantal zwakke schakels. Johnny Marr zingt redelijk, maar mist natuurlijk de grandeur van Morrissey, wat je het best hoort in de songs op de plaat die net wat te opzichtig tegen de erfenis van The Smiths aan schurken. 

Johnny Marr is natuurlijk wel een geweldig gitarist, maar dat etaleert hij niet heel nadrukkelijk op Call The Comet. Natuurlijk imponeert de Brit hier en daar met prachtige loopjes, geweldige riffs of prima solo’s, maar op Call The Comet draait het vooral om de songs en niet alleen om het gitaarwerk. 

Het zijn songs die zoals gezegd hier en daar tegen het werk van The Smiths aan zitten, maar in de meeste tracks op de plaat bestrijkt Johnny Marr een veel breder palet. Call The Comet heeft zich stevig laten inspireren door de Britpop uit de jaren 90, maar verwerkt net zo makkelijk invloeden uit de postpunk of uit de 70s bluesy hardrock en komt ook nog op de proppen met songs die raken aan U2 in wat meer geïnspireerde dagen. 

Johnny Marr maakt misschien niet zoveel indruk als zanger en stelt zich als gitarist verrassend bescheiden op, maar de songs op Call The Comet zijn van hoog niveau. Het zijn deze songs die Call The Comet een flinke boost geven, waarna je steeds meer oor krijgt voor het bij vlagen wel degelijk aanwezige fantastische gitaarwerk op de plaat, wat de plaat nog meer kleur en kracht geeft. 

Johnny Marr was voor mij lange tijd de gitarist die kleur gaf aan de jaren 80 en 90, maar vervolgens nooit meer echt indruk wist te maken, maar met zijn nieuwe plaat is echt helemaal niets mis. Het is een plaat die je meeneemt langs een aantal decennia Britse gitaarmuziek en hierbij continu vermaakt met uitstekende songs. Erg lekkere plaat dus. Erwin Zijleman



 

Ana Egge - White Tiger

Ana Egge werd geboren in het Canadese Saskatchewan, maar groeide op aan de andere kant van de Amerikaanse grens in North Dakota. Ze maakt al sinds 1997 platen en heeft inmiddels een flinke stapel op haar naam staan. 

Het zijn platen die ik lang niet allemaal in handen heb gekregen en de platen die ik wel heb, hebben zeker niet allemaal een onuitwisbare indruk gemaakt, al zat er af en toe een sterke tussen (zeker haar debuut River Under The Road is zeer de moeite waard). 

De laatste jaren ben ik Ana Egge vrijwel volledig uit het oog verloren en ik had dan ook geen hele hoge verwachtingen rond haar nieuwe plaat. White Tiger blijkt echter een hele sterke plaat. 

Dat is voor een belangrijk deel de verdienste van de mooie en bij vlagen bijzondere instrumentatie op de plaat. Ana Egge kon voor haar nieuwe plaat een beroep doen op een aantal geweldige muzikanten, onder wie stergitarist Buck Meek. Het gitaarwerk op de plaat is dan ook dik in orde, maar White Tiger is ook voorzien van opvallende bijdragen van strijkers en blazers en speelt af en toe knap met elektronica. 

Ana Egge werd vooralsnog vooral in het hokje ‘Amerikaanse rootsmuziek’ geduwd, maar op haar nieuwe plaat kiest ze voor een totaalgeluid dat niet alleen put uit de archieven van de folk en de country, maar zich ook heeft laten beïnvloeden door pop en rock. Het levert een mooi verzorgd geluid op dat af en toe bijzonder buiten de lijntjes kleurt of zelfs voorzichtig tegendraads klinkt, maar het is ook een geluid dat de stem van Ana Egge alle ruimte geeft. 

De inmiddels vanuit Brooklyn, New York, opererende singer-songwriter beschikt over een mooi en warm stemgeluid, dat af en toe wel wat doet denken aan Aimee Mann, die ik wel al enkele decennia onder mijn favoriete vrouwelijke singer-songwriters schaar. De stem van Ana Egge was me tot dusver nooit zo opgevallen, maar op White Tiger maakt ze indruk met warme vocalen en een duidelijk eigen geluid. 

De songs op de nieuwe plaat van Ana Egge zijn prachtig ingekleurd en voorzien van gloedvolle vocalen, maar het zijn ook nog eens aansprekende songs, die makkelijk vermaken maar ook nog een flinke tijd doorgroeien, vooral omdat Ana Egge zich in muzikaal en vocaal opzicht zeker niet alleen op de gebaande paden begeeft. Het zijn songs waarin Ana Egge mooie verhalen vertelt over het leven on the road en haar liefde voor vrouwen, wat de songs op White Tiger voorziet van een persoonlijk en eigenzinnig tintje. 

Ik heb White Tiger inmiddels een tijdje in mijn bezit en ben alleen maar meer gaan houden van de nieuwe plaat van Ana Egge. White Tiger vermaakt steeds weer met geweldige muzikale accenten en uitbarstingen en met een stem die aangenaam verwarmt en ontroert. Het is hierdoor inmiddels een plaat die flink boven het maaiveld uitsteekt en echt veel meer aandacht verdient dan de plaat tot dusver in Nederland krijgt. Ana Egge heeft tot dusver misschien nog geen hele indrukwekkende staat van dienst, maar White Tiger is in alle opzichten een topplaat. Erwin Zijleman



 

zaterdag 16 juni 2018

Olivia Chaney - Shelter

De Britse singer-songwriter Olivia Chaney debuteerde net iets meer dan drie jaar geleden met het bijzonder mooie The Longest River. 

De plaat kon met name in Engeland rekenen op bijzonder positieve recensies, waarbij de flinke hoeveelheid invloeden uit de traditionele Britse folk uit de jaren 60 en 70 ongetwijfeld een rol zal hebben gespeeld. Olivia Chaney verwerkte op haar debuut echter net zo makkelijk invloeden uit de Amerikaanse folk en zocht in een aantal songs ook nog het experiment. 

Ook ik was zeer onder de indruk van het debuut van de in het Italiaanse Florence geboren singer-songwriter en gaf The Longest River uiteindelijk een plekje in mijn jaarlijstje over 2015. Vorig jaar dook Olivia Chaney op met leden van The Decemberists, wat onder de naam Offa Rex ook een plaat van jaarlijstjes kaliber opleverde (The Queen Of Hearts). 

Inmiddels is ook de tweede soloplaat van Olivia Chaney verschenen en ook dit is weer een hele mooie plaat. Shelter is natuurlijk niet zo verrassend als het debuut van Olivia Chaney, dat drie jaar geleden kwam als een donderslag bij heldere hemel. Op Shelter borduurt Olivia Chaney nadrukkelijk voort op haar debuut en maakt ze wederom indruk met uiterst ingetogen songs, die zich vooral hebben laten inspireren door de Britse en Amerikaanse folk uit de jaren 60 en 70. 

Shelter valt op door een uitermate sobere instrumentatie, waarin de akoestische gitaar centraal staat en slechts incidenteel gezelschap krijgt van andere instrumenten, waaronder wat strijkers en de piano van producer Thomas Bartlett. De instrumentatie op Shelter is stemmig en sober, maar uitermate doeltreffend. Alles draait op Shelter immers op de prachtige stem van Olivia Chaney, die het prima redt zonder al te veel versiersels en tierelantijntjes. 

De muziek van Olivia Chaney werd drie jaar geleden vaak vergeleken met die van Sandy Denny en dat is een vergelijking die nog steeds op gaat, al zijn de stemmen van de twee flink verschillend (ik hoor meer van Eva Cassidy). Shelter doet hiernaast nadrukkelijk denken aan de platen van Joni Mitchell, waardoor invloeden uit de Britse en Amerikaanse folk uit de jaren 60 en 70 ook dit keer hand in hand gaan. 

Olivia Chaney zingt net zo ingetogen als de instrumentatie op de plaat, maar als ze een enkele keer uithaalt hoor je ook dit keer een vleugje Kate Bush, wat illustreert dat  Olivia Chaney alle kanten op kan. Deze keer kiest ze voor de kant van de intieme en sobere folk zonder al teveel opsmuk en dat is iets dat Olivia Chaney uitstekend aan kan. 

De Britse singer-songwriter maakt muziek die lijkt weggelopen uit een ver verleden, maar voorziet haar songs van flink wat hedendaagse emotie, waardoor Shelter geen moment gedateerd klinkt. Shelter vond ik, overigens net als het debuut van Olivia Chaney een paar jaar geleden, bij eerste beluistering wat traditioneel en misschien zelfs gewoontjes, maar als je eenmaal wordt gegrepen door de bijzondere muziek van Olivia Chaney, groeit ook deze plaat snel tot grote hoogten. Erwin Zijleman



 

vrijdag 15 juni 2018

Beechwood - Inside The Flesh Hotel

De uit New York afkomstige band Beechwood debuteerde in 2014 met een nauwelijks opgemerkte plaat, maar trok een paar maanden geleden wel flink wat aandacht met haar tweede plaat Songs From The Land Of Nod. 

De plaat van het trio uit The Big Apple liet zich beluisteren als een bloemlezing uit de geschiedenis van de rockmuziek uit de Amerikaanse stad en verraste met een bonte mix van invloeden. Het was een mix waarin onder andere flarden van The Velvet Underground, Ramones, Television, New York Dolls en The Strokes waren te horen en van buiten de stadsgrenzen ook nog wat van The Stooges werd meegepikt. 

Songs From The Land Of Nod lag nog op de stapel van mogelijk nog te recenseren platen (de komkommertijd moet een keer beginnen), maar inmiddels heeft Beechwood al weer een nieuwe plaat uitgebracht. Tussen Songs From The Land Of Nod en Inside The Flesh Hotel zit misschien maar een paar maanden, maar in die paar maanden heeft Beechwood flinke stappen gezet. Het trio uit New York maakte op haar vorige plaat vooral nieuwsgierig naar alles dat nog in het vat zat en de inhoud van dit vat krijgen we nu voorgeschoteld. 

Ook Inside The Flesh Hotel laat zich weer beïnvloeden door een aantal decennia rockmuziek, met een lichte voorkeur voor muziek die is gemaakt in de eigen stad, maar Beechwood rammelt dit keer minder, klinkt hechter en komt bovendien op de proppen met een geweldige serie songs. Het zijn songs die deels zijn geworteld in de garagerock, punk en new wave uit de jaren 60 en 70, maar het New Yorkse trio voegt dit keer tal van invloeden toe. 

Het ene moment hoor je psychedelica en powerpop, het volgende moment Westcoast pop of typisch Brits aandoende gitaarmuziek en niet veel later countryrock of 70s glamrock. In The Flesh Hotel klinkt net wat gepolijster dan de goed ontvangen voorganger, maar dit doet het geluid van Beechwood alleen maar goed. 

Het is niet veel bands gegeven om er zoveel invloeden bij te slepen en toch nog een consistent klinkende plaat te maken, maar Beechwood heeft het geflikt. Bij beluistering van Inside The Flesh Hotel val je van de ene verbazing in de andere. Beechwood was een paar maanden geleden goed voor energieke en recht voor zijn rocksongs, maar imponeert nu met het enige geweldige popliedje na het andere. 

Het zijn heerlijk melodieuze popliedjes die je na één keer horen niet meer vergeet, maar het zijn ook popliedjes die met verrassend veel oog en oor voor detail zijn ingekleurd. In een incidenteel Beatlesque popliedjes steekt het New Yorkse drietal het geweldige Cotton Mather naar de kroon, maar niet veel later maakt het ook weer indruk met rauwe riffs en de ruwe energie van de punk of de garagerock. 

Inside The Flesh Hotel schiet alle kanten op, maar nergens heb ik behoefte aan terugkijken of vooruit kijken. Inside The Flesh Hotel schiet misschien met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van de rockmuziek, maar op een of andere manier brengt Beechwood dit allemaal onder in een eigen geluid dat direct imponeert en na een paar keer horen onweerstaanbaar is. 

Bij beluistering van Songs From The Land Of Nod hoorde ik vooral een fris en veelbelovend bandje, maar nauwelijks een paar maanden later heeft Beechwood de belofte al meer dan waar gemaakt. Prachtplaat van een trio dat ons nog heel veel moois op kan gaan leveren. Erwin Zijleman



 

donderdag 14 juni 2018

Kadhja Bonet - Childqueen

Kadhja Bonet is een singer-songwriter en multi-instrumentalist uit Los Angeles, die twee jaar geleden al een zeer veelbelovend mini-album (The Visitor) afleverde, maar nu dan haar volwaardige debuut uitbrengt. Childqueen is een buitengewoon fascinerend debuut geworden, maar het is ook een debuut dat tijd vraagt. 

Wat direct opvalt bij beluistering van de plaat is de bijzondere sfeer. Childqueen is voorzien van filmische klanken, die nadrukkelijk herinneren aan filmmuziek uit de jaren 70, maar Kadhja Bonet put op haar nieuwe plaat ook zeker uit de archieven van de 70s soul, waarbij in eerste instantie bij mij vooral de namen van Curtis Mayfield en Marvin Gaye op komen. 

Hiernaast verwerkt de muzikante uit Los Angeles invloeden uit de jazz en de klassieke muziek (Bonet is een klassiek geschoold violiste) in haar bijzondere geluid. Het is een geluid dat naast alle bovengenoemde invloeden ook nog wat psychedelica en invloeden uit de New Age toevoegt en dat varieert van filmisch en geestverruimend tot subtiel en bijna minimalistisch. 

Met name de beeldende songs op de plaat overtuigen makkelijk en nodigen nadrukkelijk uit tot wegdromen, maar ook de meer ingetogen songs op de plaat dringen zich na enige gewenning meedogenloos op. In de wat meer ingetogen songs staat de heldere en fluisterzachte, maar ook soulvolle stem (af en toe hoor ik wat van Sade) van Kadhja Bonet centraal, maar let ook zeker op de instrumentatie die zich op buitengewoon subtiele wijze om de vocalen heen draait. 

In een tijd waarin volle producties en vocale uithalen centraal staan, zijn de bijzondere klanken van Kadhja Bonet een verademing. Iedere noot die wordt gespeeld op Childqueen is functioneel en ook in haar zang verspilt de Amerikaanse singer-songwriter geen enkele noot. De muziek van Kadhja Bonet vraagt door het bijzondere karakter zeker om enige gewenning, maar een ontoegankelijke plaat is Childqueen zeker niet. 

Veel songs op de plaat brengen mooie herinneringen aan de popmuziek uit de jaren 70 naar boven, waarbij de strijkers en de blazers, die overigens prachtig contrasteren met de batterij synths die is ingezet, zorgen voor een onweerstaanbare vleug psychedelica, maar Childqueen bevat ook een aantal tracks die niet zouden misstaan op de platen van de grote R&B zangeressen van het moment, al zouden die er in muzikaal, productioneel en vocaal opzicht wel een compleet andere draai aan geven. 

Ik prefereer de bijzondere draai die Kadhja Bonet geeft aan haar muziek. Childqueen is dromerig en sprookjesachtig, maar het is ook een plaat vol avontuur en contrasten. Het maakt van de beluistering van de bijzondere muziek van Kadhja Bonet een bijzondere ervaring. Childqueen is aan de ene kant een plaat die uitnodigt tot luieren en wegdromen, maar aan de andere kant gebeurt er zoveel dat je soms aandacht tekort komt om al het moois te kunnen verwerken. 

Het levert een plaat op die zich nauwelijks laat vergelijken met andere platen van het moment en die bovendien over het vermogen beschikt om je steeds verder en intenser mee te voeren in een ander muzikaal universum. Bijzondere plaat. Erwin Zijleman

Childqueen van Kadhja Bonet is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: http://kbonet.com/album/childqueen.



 

woensdag 13 juni 2018

Tami Neilson - SASSAFRASS!

Het is kennelijk de week van de retro, want naast de geweldige plaat van Shannon Shaw (Shannon in Nashville) draait ook SASSAFRASS! van Tami Neilson momenteel overuren in mijn cd speler. 

De muzikante uit Nieuw Zeeland kon, in tegenstelling tot Shannon Shaw, niet beschikken over een topproducer als Dan Auerbach, maar combineert dit gemis door er nog wat meer invloeden bij te slepen dan de al zo veelzijdige Shannon Shaw. 

SASSAFRASS! stapt met zevenmijlslaarzen door de popmuziek van met name de jaren 50 en 60 en gaat aan de haal met heel veel soul en country, maar schuwt ook invloeden uit onder andere de rockabilly, jazz, Tropicalia en blues niet. 

Tami Neilson laat zich op haar vierde plaat begeleiden door haar vaste band en producer, waardoor de plaat hecht klinkt. De muzikanten hebben misschien (nog) niet de naam en faam van sessiemuzikanten die een producer als Dan Auerbach kan optrommelen, maar wat wordt er fantastisch gespeeld op SASSAFRASS!. De band kan lekker rauw uithalen met flink wat invloeden uit de rockabilly, maar kan ook prachtig ingetogen of zwoel en broeierig spelen. 

Tami Neilson komt misschien uit Nieuw Zeeland, maar bij beluistering van haar nieuwe plaat waan je je constant in het diepe Zuiden van de Verenigde Staten. Tami Neilson neemt je niet alleen mee naar andere oorden, maar ook naar een andere tijd. Op haar bandcamp pagina wordt verwezen naar Patsy Cline, Mavis Staples en Etta James, maar dat zijn slechts drie van de grote namen die opkomen bij beluistering van het fantastische SASSAFRASS!. 

In de wat meer uptempo of wat soulvollere tracks vindt de singer-songwriter uit Nieuw Zeeland makkelijk aansluiting bij de grote soulzangeressen uit het verre verleden of bij ons recent ontvallen iconen als Amy Winehouse en Sharon Jones, maar Tami Neilson kan echt alle kanten op en maakt net zo makkelijk indruk in doorleefde bluesy en jazzy ballads als in een lichtvoetig en exotisch deuntje. 

Retro overtuigt door het feest van herkenning over het algemeen makkelijk en deze vlieger gaat ook op voor de nieuwe plaat van Tami Neilson. Laat SASSAFRASS! uit de speakers komen en het is onmiddellijk een feestje, al kan Tami Neilson je ook stevig en meedogenloos bij de strot grijpen met al even makkelijk verleidende songs vol passie en doorleving. 

Retro is hiernaast een genre waarvan de houdbaarheid over het algemeen beperkt is, al is het maar omdat je er na eindeloos associëren ook de originelen wel weer eens bij wilt pakken. Ik heb er bij beluistering van SASSAFRASS! maar heel weinig last van, waarbij het feit dat ik het niet red zonder een nauwelijks te tillen stapel originelen een grote rol speelt.

Tami Neilson haalt de mosterd in een ver verleden, maar doet op fascinerende wijze haar eigen ding met alle inspiratiebronnen. Ze doet dit met een band die alle kanten op kan, maar vooral met een stem die alles wat ze aanraakt verandert in goud. Bij de vorige platen van de singer-songwriter uit Nieuw Zeeland had ik nog wat twijfels, maar SASSAFRASS! is een weergaloze plaat. Erwin Zijleman

SASSAFRASS! van Tami Neilson is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://tamineilson.bandcamp.com/album/sassafrass.



 

dinsdag 12 juni 2018

Nicki Bluhm - To Rise You Gotta Fall

Nicki Bluhm maakte de afgelopen jaren met haar band The Gramblers twee hele aardige platen, die ik overigens pas kort geleden heb opgepikt. Het zijn platen die in de Verenigde Staten heel positief zijn besproken, maar die in Nederland helaas nauwelijks werden opgepikt en lange tijd zelfs niet op de streaming media diensten te vinden waren. 

Nicki Bluhm opereerde lange tijd vanuit San Francisco, maar verhuisde vorig jaar naar Nashville. In het nabij gelegen Memphis nam ze haar nieuwe plaat op en op deze plaat doet Nicki Bluhm het zonder haar band The Gramblers. 

De door haar man geformeerde band raakte op een zijspoor nadat het huwelijk van Nicki Bluhm op de klippen was gelopen. De stevige liefdescrisis vormde vervolgens de basis voor een heuse breakup plaat en zoals zo vaak blijkt persoonlijke misère een sterke basis voor een prima plaat. 

Voor To Rise You Gotta Fall deed Nicki Bluhm een beroep op Matt Ross-Spang, die de plaat produceerde, en op niemand minder dan Ryan Adams, die meeschreef aan twee songs. Het einde van het huwelijk van Nicki Bluhm staat centraal op haar nieuwe plaat en To Rise You Gotta Fall is daarom zeker geen vrolijke plaat. 

Hoewel ik Nicki Bluhm natuurlijk haar liefdesgeluk gun, ben ik zelf wel blij met het stemmige en melancholische geluid op de plaat. Het is een geluid dat wat ouderwets aan doet, wat ongetwijfeld de verdienste is van producer Matt Ross-Spang, die eerder Margo Price een aantal decennia terug in de tijd wierp. 

Op To Rise You Gotta Fall hoor ik wat minder country dan ik van Nicki Bluhm gewend ben en hebben invloeden uit de soul aan terrein gewonnen. Het geluid op de plaat is stemmig en hier en daar zelfs broeierig en ademt de sfeer van het Zuiden van de Verenigde Staten. Hier en daar gaat het de kant op van de plaat die Dusty Springfield ooit in hetzelfde Memphis opnam, maar Nicki Bluhm blijft ook de country trouw. 

Zeker in de songs waarin de invloeden uit de country domineren, kun je het leed van de songs van Nicki Bluhm afscheppen, maar ook als de Amerikaanse singer-songwriter kiest voor wat meer soul, komt de persoonlijke ellende uit haar tenen. 

Ik vond Nicki Bluhm ook op haar vorige platen geen typische countryzangeres, maar ze kan het genre absoluut aan. Het wordt wat mij betreft nog overtuigender wanneer invloeden uit de soul en blues aan terrein winnen en Nicki Bluhm het verdriet over haar gebroken hart op gepassioneerde en soulvolle wijze over de luisteraar uitstort. 

Het levert een in vocaal opzicht grootse plaat op, maar ook in muzikaal opzicht maakt To Rise You Gotta Fall indruk, al is het maar vanwege de subtiel spelende ritmesectie, het sfeervolle gitaarspel en het heerlijk zuigende orgeltje. 

Nicki Bluhm is in Nederland vooralsnog geen bekende, maar met haar nieuwe plaat moet ze liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek toch kunnen veroveren lijkt me. Zelf laat ik de plaat nog maar eens uit de speakers komen en To Rise You Gotta Fall groeit maar door. Ik heb het steeds meer te doen met de tegen haar verdriet vechtende singer-songwriter uit Nashville, maar wat levert de misère een goede plaat op. Erwin Zijleman

De nieuwe plaat van Nicki Bluhm kan worden verkregen via haar label: https://store.compassrecords.com/products/to-rise-you-gotta-fall.

 

maandag 11 juni 2018

Astral Swans - Strange Prison

Hier en daar wordt al voorzichtig gesproken over een zomerstop, maar voorlopig is het aantal nieuwe releases nog zo groot dat ik flink wat platen niet eens kan beluisteren. Ook Strange Prison van Astral Swans was bijna op mijn stapel met onbekende en te vergeten platen beland, maar gelukkig heb ik de plaat nog net op tijd opgepikt. 

Astral Swans is een project van de Canadese muzikant Matthew Swann, die een paar jaar geleden een plaat met de geweldige titel “All My Favorite Singers Are Willie Nelson” uitbracht. De titel van die plaat is me bijgebleven, maar de muziek niet. Het geldt zeker niet voor de muziek op de tweede plaat van Astral Swans, want wat is Strange Prison een mooie en fascinerende plaat. 

Matthew Swann heeft een voorkeur voor betrekkelijk ingetogen en over het algemeen wat donkere en melancholische popliedjes. Zeker de meest ingetogen songs op de plaat doen qua sfeer wel wat denken aan de desolate popmuziek van Elliott Smith, maar Strange Prison laat zich uiteindelijk niet zo makkelijk vergelijken met de muziek van anderen. 

Veel songs op de plaat zijn uiterst ingetogen en sober, maar het kan bij Matthew Swann makkelijk opslaan. De multi-instrumentalist uit het Canadese Calgary kleurt zijn songs op buitengewoon fascinerende wijze in, wat de op het eerste gehoor vooral sober klinkende muziek van Astral Swans voorziet van heel veel onderhuidse spanning. 

Wanneer de muziek van de Canadees vanuit het niets wordt voorzien van uitbundigere klanken, maakt Elliott Smith plaats voor The Arcade Fire en Radiohead, maar geen enkele vergelijking houdt lang stand wanneer je luistert naar de tweede plaat van Astral Swans. De Canadese muzikant gaat moeiteloos enkele decennia terug in de tijd, maar schakelt vervolgens razend snel, waardoor de Beach Boys als vergelijkingsmateriaal binnen enkele noten plaats kunnen maken voor The Polyphonic Spree of neopsychedelische bands uit het heden. 

Het geeft de muziek van Astral Swans iets ongrijpbaars, al heb je altijd voldoende houvast om aan te klampen en de geheimen van Strange Prison te kunnen ontrafelen. De tweede plaat van Astral Swans is donker, maar het is ook een ruimtelijke en beeldende plaat, die steeds weer subtiele verassingen laat horen. Bij eerste beluistering was ik vooral onder de indruk van het bijzondere geluid van de Canadese muzikant, maar bij herhaalde beluistering kwam er steeds meer schoonheid en avontuur aan de oppervlakte. 

Het is razend knap hoe Matthew Swann met op het oor bescheiden middelen zo’n rijk en gevarieerd geluid neer kan zetten en het is ook nog eens een geluid dat tal van associaties met uiteenlopende grootheden uit de popmuziek oproept. Tegenover al dat moois staan sobere en intieme popliedjes  die bescheidener overkomen dan het bovenstaande suggereert. 

Het geeft nog wat meer kracht aan een plaat die zich laat omschrijven als een vat vol tegenstrijdigheden, al is het maar omdat Matthew Swann er ook nog wel eens een luchtig popliedje tussendoor gooit. Heel veel aandacht krijgt de plaat van Astral Swans door het enorme aanbod van het moment niet en dat is jammer. De Canadees heeft immers een ruwe diamant afgeleverd en het is een diamant die steeds feller gaat blinken. Erwin Zijleman

De muziek van Astral Swans is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Canadese muzikant: https://astralswans.bandcamp.com/album/strange-prison.

 

zondag 10 juni 2018

Shannon Shaw - Shannon In Nashville

Shannon Shaw timmerde de afgelopen jaren in kleine kring aan de weg als frontvrouw van Shannon & The Clams en speelde bovendien bas in Hunx & His Punx. Beide bands hebben een voorliefde voor garagerock, maar Shannon & The Clams voegt hier bovendien nog een flinke dosis 50s en 60s retro aan toe. 

Shannon Shaw groeide op in een streng religieus Mormoons gezin, waarin popmuziek eigenlijk niet werd getolereerd. Alleen voor een radiostation dat zich concentreerde op hits uit de jaren 50 en 60 werd een uitzondering gemaakt en dit is dan ook de muziek die Shannon Shaw met de paplepel kreeg ingegoten en vormde als muzikant. 

Met Shannon & The Clams moest Shannon Shaw het vooralsnog doen met bescheiden aandacht, tot de band werd ontdekt door The Black Keys voorman Dan Auerbach, die direct onder de indruk was van de zangeres van de band. Auerbach nodigde Shannon Shaw uit in zijn studio en rekruteerde direct een flink uit de kluiten gewassen band. 

Shannon In Nashville is een ambitieus klinkende plaat, maar het is ook een plaat die vaak bijna over the top is. Ik zeg bijna, want het bewaken van de grens tussen kunst en kitsch is een kunstje dat we inmiddels wel aan Dan Auerbach toe kunnen vertrouwen. 

De Amerikaanse muzikant en producer is net als Shannon Shaw niet vies van een beetje retro en zet een geluid neer dat je direct de jaren 60 in sleurt. Met de invloeden uit dit decennium bestrijkt Shannon In Nashville vervolgens een breed palet. Shannon Shaw gaat op haar eerste soloplaat aan de haal met Phil Spector girlpop, met emotievolle country en met soulvolle klanken, maar sleept er ook gerust wat Mariachi trompetten bij. En dit is slechts de top van de ijsberg.

Het knappe van de productie van Dan Auerbach is dat Shannon In Nashville over de hele linie authentiek klinkt, maar op hetzelfde moment nergens gedateerd. In productioneel en muzikaal opzicht is het smullen met een productie die niet alleen Phil Spector maar ook alle grote soul studio’s uit de jaren 60 eert. 

Het past allemaal perfect bij de geweldige stem van Shannon Shaw, die absoluut in de smaak zou zijn gevallen bij Phil Spector, maar ook aan de bak had gekund bij Motown of Stax. De Amerikaanse zangeres beschikt over een stem die geweldig los kan gaan, maar die ook verrassend ingetogen en gevoelig kan zingen, waardoor iedere noot op Shannon In Nashville raak is. Ik ben niet altijd gek op platen met een zo hoog retro gehalte, maar Shannon In Nashville is een vrijwel onweerstaanbare plaat vol prachtige klanken en een stem waarvoor je alleen maar kunt smelten. 

Met Shannon In Nashville heeft Dan Auerbach zijn eigen Dusty In Memphis (Dusty Springfield) afgeleverd, maar direct ook zijn eigen Nightout (Ellen Foley) en Back To Black (Amy Winehouse). Het is deels de verdienste van de productionele skills van Dan Auerbach en van de geweldige muzikanten op de plaat, maar de grote ster op de plaat is Shannon Shaw die als een wervelstorm uit de speakers knalt, maar ook goed is voor kippenvel. Op voorhand leek het me teveel van het goede, maar wat is dit een fantastische plaat. Erwin Zijleman