zaterdag 30 juni 2018

David Bowie - Welcome To The Blackout, Live London '78

Record Store Day laat ik normaal gesproken aan mij voorbij gaan (vanwege een afkeer van gecreëerde schaarste en hysterie), maar dit jaar was ik in Split en kwam ik bij toeval langs een piepklein platenzaakje in de oude stad. Ik vroeg uit nieuwsgierigheid naar de Record Store Day releases en die bleken in een nog dichtgeplakte doos te zitten. Een hele makkelijke manier om een paar mooie platen op de kop te tikken (en nog voor een relatief lage prijs ook). 

De mooiste van het stel was zonder enige twijfel Welcome To The Blackout van David Bowie en deze plaat is nu dan ook op cd en via de streaming media diensten verkrijgbaar. 

In de tweede helft van de jaren 70 had David Bowie zijn creatieve piek bereikt en ook op het podium verkeerde hij in topvorm. De Isolar tour uit 1976 en de Isolar II tour uit 1978 behoren tot de beste concertreeksen van de Britse muzikant (al had de Serious Moonlight Tour ook zijn charme), die op dat moment vanuit Berlijn opereerde. 

De Isolar II tour werd vastgelegd op Stage, dat destijds niet heel goed werd ontvangen, maar omdat het een van de eerste (serieuze) platen was die ik kocht, ik het voor mij nog altijd een hele bijzondere plaat. Vorig jaar verscheen Live Nassau Coliseum '76, waarop de eerste Isolar tour is vastgelegd en nu is er dan Welcome To The Blackout, dat opnamen bevat die tijdens de Isolar II tour in London werden gemaakt. 

Tijdens de Isolar II tour speelde Bowie met een wat grotere band dan tijdens de eerste Isolar tour en was er een glansrol weggelegd voor gitarist Adrian Belew, waardoor ik Stage nog altijd prefereer boven Live Nassau Coliseum '76. Stage krijgt nu echter zeer serieuze concurrentie van Welcome To The Blackout. 

Natuurlijk overlapt de plaat flink met Stage, want de setlist van Bowie was tijdens de Isolar II tour redelijk constant. Dit betekent dat de nadruk ligt op Station To Station, Low en Heroes, maar dat halverwege het concert ook een groot deel van The Rise And Fall Of Ziggy Stardust And The Spiders From Mars voorbij komt. 

Opvallend genoeg klinkt Welcome To The Blackout veel beter dan Stage, dat wat dof klinkt, en Bowie lijkt ook in net wat betere vorm tijdens de concerten die hij gaf in de stad waarin hij werd geboren. Vergeleken met Stage worden vrijwel alle songs wat rauwer en energieker gespeeld, zonder dat dit ten koste gaat van de mystiek die over de Isolar tours hing. 

Bowie liet naar verluidt alle concerten van de Isolar II tour opnemen door producer Tony Visconti en dat verklaart waarom Welcome To The Blackout fantastisch klinkt. In de jaren 70 was het nog gangbaar om het publiek naar de voorgrond te mixen, zoals op Stage ook te horen is, maar Welcome To The Blackout klinkt fraai en lijkt direct uit de PA te komen. 

De veelkleurige toetsenpartijen van Roger Powell waaieren heerlijk uit en natuurlijk zijn er de tegendraadse gitaarpartijen van Adrian Belew, die het donkere karakter van de instrumentatie nog wat versterken. Ook de rest van de band van Bowie bestaat uit geweldige muzikanten, waardoor de Brit zich kan beperken tot zijn zang. De Berlijnse periode van David Bowie was zeker niet de meest gezonde periode uit zijn leven, maar de zang op Welcome To The Blackout klinkt fantastisch en prachtig intens. 

Vergeleken met Stage bevat de in Londen opgenomen plaat nog een extra LP, waardoor er een uur en drie kwartier kan worden genoten van Bowie tijdens zijn Isolar II tour. Ik heb de plaat inmiddels een maand of twee in mijn bezit en leg Welcome To The Blackout vaker op de draaitafel dan Live Nassau Coliseum '76 of Stage, terwijl ook deze platen me heel dierbaar zijn. De plaat laat horen hoe goed David Bowie in topvorm was, maar maakt ook pijnlijk duidelijk welke leegte hij op 10 januari 2016 heeft achter gelaten. Erwin Zijleman



 

vrijdag 29 juni 2018

Janne Schra - OK

De Nederlandse singer-songwriter Janne Schra draait inmiddels al weer geruime tijd mee. Het terecht zo geprezen debuut van haar band Room Eleven (Six White Russians And A Pink Pussycat) is al weer twaalf jaar oud en het is ook al weer vijf jaar geleden dat Janne Schra, na een mislukt avontuur met haar nieuwe band Schradinova (waarmee ze overigens een uitstekende plaat maakte), haar eerste soloplaat uitbracht. 

Ik was vijf jaar geleden zeer onder de indruk van het titelloze debuut van Janne Schra, maar vervolgens ben ik de Nederlandse singer-songwriter wat uit het oog verloren. Het zeer goed ontvangen Ponzo is wat tussen wal en schip geraakt ben ik bang, terwijl de Nederlandstalige plaat die ze vorig jaar maakte met het Noordpool Orkest niet echt mijn ding was. 

Het vorige week verschenen OK is dat weer wel. De plaat opent heerlijk zonnig met jazzy en mediterrane klanken, die je onmiddellijk een zomergevoel geven. OK roept bij mij direct associaties op met het inmiddels tot een klassieker uitgegroeide en precies dertig jaar oude debuut van Fairground Attraction (The First of a Million Kisses) en met Paris van Zaz en dat zijn platen die van mij flink wat mooie zomerdagen in mogen kleuren. 

OK werd opgenomen in de Achterhoek, maar bestrijkt in geografisch opzicht een breed terrein, waarbij onder andere Parijs en New Orleans zowel tekstueel als muzikaal worden aangetikt. OK is een heerlijk gevarieerde plaat met lichtvoetige uptempo songs en zwoele ballads en in alle songs maakt Janne Schra indruk. 

Dat is deels de verdienste van de prima muzikanten die haar op de plaat omringen en die een ontspannen, subtiel en veelkleurig geluid neerzetten. Het is een geluid dat het ene moment uitbundig strooit met zonnestralen, maar dat ook prachtig intiem kan navelstaren. Het is ook een geluid dat schreeuwt om een goede zangeres en dat is Janne Schra. Een hele goede zangeres zelfs. 

De tegenwoordig vanuit Amsterdam opererende singer-songwriter kan genadeloos verleiden met zwoel gezongen en zeer aanstekelijke popliedjes, maar kan je ook raken met meer ingetogen songs en vocalen vol gevoel. Het voegt nog een extra dimensie toe aan een plaat die je met heerlijke songs en een opvallend fraaie instrumentatie al heel blij maakt. 

Natuurlijk is er de verleiding om OK van Janne Schra voort te laten kabbelen op een prachtige zomerdag, maar hiermee doe je de plaat absoluut te kort. OK staat vol met songs die het verdienen om uitgeplozen te worden en die veel meer te bieden hebben dan een hoop zonnestralen. Er valt in muzikaal en vocaal opzicht van alles te ontdekken op OK, dat bijna achteloos meerdere genres weet te verbinden, maar ook de teksten die steeds op zoek lijken naar nog iets groener of ander gras spreken zeer tot de verbeelding. 

Iedere keer dat ik naar OK van Janne Schra luister word ik nog iets vrolijker van deze heerlijke plaat en bovendien groeit iedere keer de bewondering voor deze bijzondere plaat vol verleiding en diepgang. Erwin Zijleman



 

donderdag 28 juni 2018

House Of Cosy Cushions - Underground Bliss

House Of Cosy Cushions maakte op mij een onuitwisbare indruk met de platen Haunt Me Sweetly uit 2012 en Spell uit 2014. De platen van de band rond de Nederlandse muzikant en kunstenaar Richard Bolhuis deden dit met muziek die zich op geen enkele manier in een hokje liet duwen en ook lang niet altijd houvast bood. 

De deels Nederlandse en deels Ierse band bracht haar meest recente project, Underground Bliss, al naar het podium en wist hier muziek en kunst op even fraaie als fascinerende wijze te combineren. Het fraai verpakte vinyl heb ik inmiddels al een maand of twee in huis en eindelijk kan ik iets opschrijven over de nieuwe plaat van House Of Cosy Cushions. 

Het is goed dat ik de tijd heb kunnen nemen voor de plaat, want Bliss is, net als zijn voorgangers, een plaat die zijn geheimen maar spaarzaam prijs geeft. De vorige platen van de band waren niet of nauwelijks te vergelijken met de muziek van anderen, maar uiteindelijk kwam ik tot het rijtje Pink Floyd (in haar psychedelische beginjaren), Sparklehorse, Low, Genesis (Peter Gabriel periode) en David Sylvian. Op Underground Bliss hoor ik af en toe nog steeds wel wat van de meest experimentele psychedelische muziek die Pink Floyd aan het eind van de jaren 60 en het begin van de jaren 70 maakte, maar alle andere vergelijkingen zijn niet meer relevant. 

Op Underground Bliss intrigeert House Of Cosy Cushions met bijzondere soundscapes. Het zijn soundscapes die donker en soms zelfs wat dreigend klinken, maar die ook zomaar kunnen omslaan in bezwerende klanken van een bijzondere schoonheid. Het combineert vast prachtig met het kunstwerk dat zich ontvouwt tijdens de optredens van de band, maar de plaat is minstens even mooi en bijzonder wanneer je zelf beelden mag bedenken bij de bijzondere klanken van de Iers-Nederlandse band. 

Net als de vorige platen van House Of Cosy Cushions komt de muziek van de band het best tot zijn recht wanneer je de plaat met wat hoger volume of met de koptelefoon beluistert. Zeker bij volledige aandacht hoor je hoe mooi de tracks op de plaat zich ontwikkelen en zonder woorden een verhaal vertellen. 

Underground Bliss is wat minder toegankelijk dan zijn twee voorgangers, maar het is zeker geen ontoegankelijke plaat. Het is bijzonder hoe betoverende of zelfs lieflijke klanken kunnen transformeren in donkere en dreigende klanken en het is al even bijzonder hoe de plaat de aandacht moeiteloos vast houdt; ook wanneer House Of Cosy Cushions zich een tijd lang beperkt tot repeterende patronen en voorzichtig over waaiende geluidswolken. Experimentele klanken  kunnen zomaar omslaan in een track met een bijna aanstekelijk ritme of met een fraai gitaarloopje, waardoor je 36 minuten bij de les moet blijven om maar niets te missen van al het moois dat voorbij komt. 

Underground Bliss van House Of Cosy Cushions zal vooral in het hokje avant garde worden geduwd, maar de bijzondere soundscapes van de band passen wat mij betreft ook prima in het hokje psychedelica. De nieuwe plaat van het project van Richard Bolhuis is echter vooral een plaat die zich continu probeert te ontworstelen aan hokjes en daar glansrijk in slaagt. 

Makkelijk is het allemaal niet, maar hoe meer energie je in deze bijzondere plaat steekt hoe meer schoonheid en avontuur je terug krijgt. Laat je ook meevoeren door de bijzondere klanken van deze unieke band en kom vanzelf op plaatsen waar je nog nooit bent geweest, maar nog regelmatig wilt terugkeren. Erwin Zijleman

De digitale versie van Underground Bliss van House Of Cosy Cushions is verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band. Hier zie je ook hoe je de cd of het vinyl (aanrader!) kunt bemachtigen: https://houseofcosycushions.bandcamp.com/album/underground-bliss-2.

 

woensdag 27 juni 2018

Dawes - Passwords

De uit Los Angeles afkomstige band Dawes bestaat, toch wel enigszins tot mijn verbazing, al weer ruim negen jaar. Ik was negen jaar geleden behoorlijk onder de indruk van het debuut van de band (North Hills), waarop Dawes aan de haal ging met de erfenis van de Laurel Canyon scene van de thuisbasis van de band. 

De door Jonathan Wilson geproduceerde plaat eerde nadrukkelijk de rijke muziekgeschiedenis van Los Angeles, maar slaagde er ook in om eigentijds te klinken, wat een knappe prestatie was. 

In de jaren die volgden maakte Dawes lang niet altijd evenveel indruk als op haar debuut, maar de laatste jaren wist de band mij weer te overtuigen. De vorige plaat van de band, het in 2016 verschenen We’re All Gonna Die, viel zeker niet bij iedereen in de smaak, maar ik was persoonlijk zeer gecharmeerd van het veelkleurige en zeer toegankelijke rockgeluid op de plaat en van de fraaie productie van Blake Mills, die ooit gitaar speelde in een voorloper van de band. 

Voor haar nieuwe plaat heeft Dawes weer een beroep gedaan op producer Jonathan Wilson, die zoals gezegd ook het debuut van de Californische band produceerde. Wanneer Jonathan Wilson plaats neemt achter de knoppen kun je er bijna vergif op in nemen dat het geluid op de plaat een hoogs 70s gehalte zal hebben en dit gaat ook weer op voor Passwords. Net als op het debuut van de band slaagt Dawes er echter ook dit keer in om een geluid dat volop herinnert aan de popmuziek uit de jaren 70 fris en eigentijds te laten klinken. 

Passwords herinnert zowel in de instrumentatie als in de songs aan nogal wat groten uit de jaren 70, waarbij de erfenis van de Laurel Canyon scene nog altijd nadrukkelijk wordt geëerd. Dawes blijft dit keer echter niet aan het begin van de jaren 70 hangen, maar flirt nadrukkelijk met de radiovriendelijke popmuziek die later in het decennium werd gemaakt door The Eagles en Fleetwood Mac en lonkt bovendien naar de 80s popmuziek van onder andere Steve Winwood en zelfs Hall & Oates. 

Het levert een serie buitengewoon lekker in het gehoor liggende popsongs op en het zijn popsongs die laten horen dat Dawes een verrassend breed palet kan bestrijken. Op Passwords is voorman Taylor Goldsmith bovendien verder gegroeid als zanger en songwriter. De muzikant uit Los Angeles schudt de tijdloze popliedjes bijna achteloos uit de mouw, maar zoals gezegd staat Dawes ook dit keer niet met beide benen in het verleden. 

Passwords richt zich in de teksten op de plaat op de dominante rol van technologie in onze samenleving, maar voegt ook in muzikaal opzicht eigentijdse accenten toe aan haar muziek, bijvoorbeeld door de synths net wat uitbundiger aan te laten zwellen. Passwords valt hiernaast op door fraai kabbelende pianoakkoorden, door stemmige klanken vol strijkers en door lekker gitaarwerk, dat hier en daar doet denken aan dat van Eric Clapton. 

Nu zijn er momenteel zat bands die de mosterd halen waar Dawes dit doet, dus het gaat er uiteindelijk om of de songs op Passwords blijven hangen. Voor mezelf kan ik deze vraag bevestigend beantwoorden. Na meerdere keren horen zijn een aantal songs op de plaat me dierbaar en ik heb het idee dat hier nog wel wat songs bij komen. Invloeden uit de jaren 70 zijn populair op het moment, maar zo mooi als op de nieuwe plaat van Dawes heb ik ze de laatste tijd niet gehoord. Erwin Zijleman


 

dinsdag 26 juni 2018

David Eugene Edwards & Alexander Hacke - Risha

David Eugene Edwards maakte een handvol prachtplaten met 16 Horsepower, een aantal prima platen met Wovenhand en nog wat obscure pareltjes met de gelegenheidsband Slim Cessna's Auto Club. Het zijn allemaal platen waarop de muzikant uit Denver, Colorado, indruk maakt met zijn gedreven vocalen. David Eugene Edwards zingt meestal alsof de duivel hem op de hielen zit, wat de muziek van zijn bands voorziet van een onderhuidse spanning om bang van te worden.  

Waar 16 Horsepower, Woven Hand en Slim Cessna's Auto Club met een mix van country, folk, punk en gospel allemaal ongeveer uit hetzelfde vaatje tappen, gooit David Eugene Edwards het over een andere boeg op de plaat die hij heeft gemaakt met Alexander Hacke. 

Deze Duitse muzikant kennen we natuurlijk van Einstürzende Neubauten en hiernaast van de Australische band Crime & The City Solution, waarin David Eugene Edwards in het verleden ook wel eens is opgedoken. De Amerikaan en de Duitser hebben de krachten gebundeld op Risha en dat levert een verrassend sterke plaat op. 

Natuurlijk wordt ook Risha gedomineerd door de bezwerende zang van David Eugene Edwards, al zingt de Amerikaan bij vlagen wel wat minder gejaagd dan we van hem gewend zijn. Alexander Hacke voorziet het geluid van het tweetal vervolgens van wat beklemmende elektronica en van invloeden die tot dusver nog niet waren doorgedrongen tot de muziek van zijn Amerikaanse metgezel. Het levert een fascinerend geluid op, waarin absoluut plaats is voor de folk en gospel die David Eugene Edwards graag omarmt, maar waarin ook volop ruimte is voor invloeden uit de industrial, de elektronica en de wereldmuziek. 

David Eugene Edwards en Alexander Hacke kunnen op Risha stevig uitpakken met rauwe en gejaagde muziek, maar de plaat bevat ook een aantal stemmige tracks die zelfs invloeden uit de ambient niet schuwen. Het ene moment wordt de plaat gedomineerd door de uit duizenden herkenbare zang van de muzikant uit Denver, Colorado, maar het volgende moment neemt Alexander Hacke je mee langs surrealistische landschappen en muziek zoals die in het Midden Oosten wordt gemaakt. 

Zeker de bezwerende en over het algemeen aardedonkere songs op de plaat overtuigen makkelijk dankzij de gedreven zang van David Eugene Edwards, maar ook de andere songs op de plaat winnen snel aan kracht, zeker wanneer de gitaren door het elektronische landschap heen snijden of de elektronica je eindeloos ver weg drijft. 

Net als de platen van 16 Horsepower en Wovenhand is Risha een plaat die energie slurpt. Dit wordt deels veroorzaakt door de gepassioneerde en intense zang van de Amerikaan, maar het effect wordt versterkt door de avontuurlijke en vaak zelfs wat ongrijpbare klanken die Alexander Hacke aan het geluid van het tweetal heeft toegevoegd. 

De vraag of de samenwerking tussen de Amerikaan en de Duitser naar meer smaakt kan inmiddels al met een volmondig ja worden beantwoord. Risha voegt immers wat toe aan alles dat er al is en is, zeker als geheel, van een indrukwekkend hoog niveau. Erwin Zijleman



 

maandag 25 juni 2018

Lera Lynn - Plays Well With Others: A Duets Album

Lera Lynn trok nadrukkelijk de aandacht als weemoedige nachtclubzangeres in de geweldige HBO serie True Detective, waarna bleek dat ze ook al een tweetal prima platen op haar naam had staan. 

Deze werden vervolgens ruimschoots overtroffen door het in 2016 verschenen Resistor, waarmee de singer-songwriter uit Nashville, Tennessee, zich definitief schaarde onder de smaakmakers van het moment. 

Lera Lynn heeft sinds de release van Resistor vooral op het podium gestaan en brengt nu een plaat uit die als tussendoortje zal worden gekarakteriseerd. Het is gelukkig wel een heel aardig tussendoortje geworden en wat mij betreft zelfs veel meer dan dat. 

Op Plays Well With Others, ondertitel A Duets Album, laat Lera Lynn horen dat ze het inderdaad prima doet in de samenwerking met anderen. In alle songs op de ruim een half uur durende plaat laat de Amerikaanse singer-songwriter zich immers bijstaan door een collega muzikant, wat een fraaie serie duetten oplevert. 

Het zijn vooral mannelijke collega’s uit het rootssegment die aanschuiven op de nieuwe plaat van Lera Lynn, onder wie John Paul White (The Civil Wars), Dylan LeBlanc, J.D. McPherson, Andrew Combs en ouwe rot Rodney Crowell. De eer van de vrouwelijke muzikanten wordt gered door de helft van het duo Shovels & Rope en Nicole Atkins, en natuurlijk is Lera Lynn er zelf ook nog. 

Plays Well With Others kiest in het merendeel van de songs voor een betrekkelijk sobere benadering. De plaat heeft niet veel meer nodig dan akoestische gitaren en fraaie stemmen, waarbij de stem van Lera Lynn steeds opvallend mooi samensmelt met die van haar gasten. Hiernaast slaagt de singer-songwriter uit Nashville er ook dit keer in om haar songs met wat subtiele accenten van met name strijkers te voorzien van een wat donkere en broeierige sfeer. 

Het is misschien maar een half muziek en het is misschien maar een tussendoortje, maar hoe vaker ik Plays Well With Others hoor, hoe beter de plaat me bevalt. Lera Lynn nam de plaat op in de studio van John Paul White, die de plaat mede produceerde en voorzag van een prachtig akoestisch geluid. Het is een geluid dat fraai kleurt bij de heerlijke stem van Lera Lynn, die laat horen dat zwoel en onderkoeld prima samen kunnen gaan. 

Wat Plays Well With Others nog wat knapper maakt is het feit dat de plaat vooral nieuwe songs bevat en het zijn songs die Lera Lynn samen schreef met de aangeschoven gastmuzikanten. Het levert een verrassend veelzijdige plaat op, met de ingetogen instrumentatie en de heerlijke stem van Lera Lynn als constante factoren en uiteindelijk toch ook een opvallend groot aantal raakvlakken met haar vorige plaat. 

En zo heeft de singer-songwriter uit Nashville met een tussendoortje toch een waardig opvolger van Resistor afgeleverd en legt ze de lat voor haar volgende plaat nog net een stukje hoger. Een plekje op de eregalerij lonkt wat mij betreft. Erwin Zijleman



 

zondag 24 juni 2018

Kamasi Washington - Heaven And Earth

Liefde voor jazz is iets dat met de jaren schijnt te komen, maar bij mij wilde het tot voor kort niet erg vlotten. Toen The Epic van de Amerikaanse jazzmuzikant Kamasi Washington al weer drie jaar geleden veelvuldig de hemel in werd geprezen, liet ik de plaat dan ook rustig aan mij voorbij gaan. 

De bijna drie uur muziek op The Epic heb ik uiteindelijk pas vorig jaar ontdekt en het was een openbaring, die de liefde voor jazz dan eindelijk lijkt te hebben aangewakkerd. 

Nu hielp het in mijn geval wel dat de muziek van Kamasi Washington zich met geen mogelijkheid in een hokje laat duwen en zich zeker niet alleen beperkt tot de jazz. De muziek van de Amerikaanse saxofonist heeft lak aan genres  en vermengt een flinke dosis jazz met zeer uiteenlopende invloeden. Dat deed Kamasi Washington op zeer indrukwekkende wijze op het bijna drie uur durende The Epic, maar op zijn nieuwe plaat doet de muzikant uit Los Angeles er nog een schepje bovenop. 

Ook op Heaven And Earth neemt Kamasi Washington de tijd voor zijn muziek. De 4 LP’s of 3 cd’s bevatten al bijna tweeënhalf uur muziek, maar in de hoes zit ook nog een extra schijf verstopt (voorzichtig sloopwerk is helaas noodzakelijk), waarmee Heaven And Earth de grens van drie uur muziek toch nog overschrijdt. Dat is een hele lange zit en misschien wel een te lange zit, maar de muziek van de Amerikaanse muzikant laat zich ook uitstekend in delen beluisteren, waarbij opvalt dat ieder deel van de plaat weer anders klinkt. 

In muzikaal opzicht pakt Kamasi Washington nog wat steviger uit dan op het terecht zo bewierookte The Epic. De saxofonist uit Los Angeles laat zich bijstaan door een aantal zeer gelouterde jazzmuzikanten, maar heeft ook nog een orkest en een koor uitgenodigd. 

De plaat opent met zwoele klanken, die een filmisch karakter hebben en je mee terug lijken te nemen naar de jaren 70, maar wanneer de strijkers inhouden en Kamasi Washington zijn saxofoon er bij pakt, slaat het onmiddellijk om in een experimentele jam vol jazzy invloeden. Het levert een bijzonder geluid op dat nog verder wordt verrijkt met invloeden uit de Latin. 

Alleen op de eerste plaatkant van Heaven And Earth gebeurt al veel te veel om in één keer te kunnen bevatten, maar naarmate Heaven And Earth vordert, komt daar nog van alles bij. Het bijzondere van de muziek van Kamasi Washington is dat de plaat zich prima laat beluisteren op de achtergrond, maar dat je je ook volledig kunt verliezen in de kleinste details die zijn toegevoegd aan de bijzondere klanken op de plaat. 

De sfeer op de plaat slaat hierbij makkelijk om. Van groots en sprookjesachtig tot gejaagd en experimenteel tot loom en sfeervol. Jazz speelt uiteraard een belangrijke rol op de nieuwe plaat van de jazzmuzikant uit Los Angeles, maar ook muziekliefhebbers die normaal niet veel hebben met jazz of er zelfs rode vlekken van in de nek krijgen, kunnen mogelijk best uit de voeten met de veelkleurige muziek van Kamasi Washington. 

Ik heb de drie uur muziek net een week in huis en heb daarom nog geen afgewogen mening over de nieuwe plaat van de Amerikaan, maar vooralsnog hoor ik iedere keer nieuwe dingen en fascineert Heaven And Earth me mateloos en nog net wat meer dan The Epic. Zeker wanneer jazz de boventoon voert is de muziek van Kamasi Washington zo nu en dan onnavolgbaar, maar de plaat biedt ook ruimte aan betoverend mooie en beeldende klanken met een koor dat steeds net niet over the top is, aan broeierige funk en Latin en aan meer ingetogen jazzrock. 

Gedoseerd beluisteren is mijn advies, maar ik merk zelf dat ik steeds langer van Heaven And Earth kan genieten. Jazz neemt in mijn platenkast zeker geen prominente plek in, maar de platen van Kamasi Washington dwingen op indrukwekkende wijze een ereplek af. Hoe ver de nieuwe van Kamasi Washington nog gaat groeien durf ik nu niet te voorspellen, maar dat Heaven And Earth zomaar kan uitgroeien tot een van de muzikale hoogtepunten van 2018 is zeker. Erwin Zijleman


   

zaterdag 23 juni 2018

HOWRAH - Self-serving Strategies

Self-serving Strategies van HOWRAH (ook wel geschreven als H O W R A H) heb ik al even in huis, maar tot voor kort was de plaat van de Nederlandse band nog niet uit de veelkleurige hoes gekomen. Toen dat eenmaal gebeurd was, was ik ook direct verkocht, want HOWRAH heeft een wonderschone en heerlijk avontuurlijke gitaarplaat gemaakt. 

Het is een plaat die bestaat uit meerdere lagen. De basis wordt gevormd door een stevige en nogal donkere klinkende ritmesectie, die herinnert aan de postpunk platen die aan het eind van de jaren 70 voor het eerst opdoken. Hierbovenop liggen de prima zangpartijen op de plaat, die Self-serving Strategies ook voorzien van een wat donkere tint. De hoofdrol wordt echter opgeëist door het fantastische gitaarwerk op de plaat. 

Het is gitaarwerk dat alle kanten op kan schieten en dat vaak ook doet. Hier en daar herinneren de gitaarlijnen aan de postpunk, maar het gitaarwerk schuift net zo makkelijk op richting indie-rock, shoegaze, noiserock of richting de funky gitaarlijnen waarop Talking Heads het patent had in haar beste jaren. Het voorziet de songs van de band van heel veel kleur en spanning.

Self-serving Strategies is het debuut van HOWRAH, maar de leden van de band hebben hun sporen in de muziek inmiddels ruimschoots verdiend in diverse Amsterdamse bands (die bij mij overigens lang niet allemaal een belletje deden rinkelen). Dat hoor je want het debuut van HOWRAH is een zelfverzekerde plaat met allure. 

De songs van HOWRAH klinken hier en daar net zo groots en meeslepend als die van bands als Editors en White Lies, maar zijn in muzikaal opzicht veel interessanter. Er gebeurt van alles op Self-serving Strategies van HOWRAH. De band legt zich niet vast op één genre en durft bovendien buiten de lijntjes te kleuren, waardoor de songs van de band zich het ene moment makkelijk opdringen, maar het volgende moment toch weer tegen de haren instrijken met rauwe en stekelige passages. 

Het fantastische gitaarwerk op de plaat is steeds weer de aanjager. HOWRAH is niet zuinig met geweldige gitaarlijnen, maar verrast op haar debuut ook met prachtige gitaarwolken of al even aangename gruizige uitbarstingen. Het veelkleurige en soms bijna eclectische gitaarwerk op de plaat voorziet het debuut van HOWRAH van heel veel dynamiek en avontuur en transformeert de plaat langzaam maar zeker tot een buitengewoon fascinerende luisterrip. 

Het is een luistertrip waarin het gaspedaal af en toe flink wordt ingetrapt, maar op Self-serving Strategies wordt ook prachtig gas teruggenomen, waarna de muziek van de Nederlandse band een bezwerend karakter krijgt. HOWRAH heeft een plaat gemaakt die met één been in de late jaren 70 en vroege jaren 80 staat, maar de muziek van de Nederlandse band staat met het andere been krachtig in het heden. 

Self-serving Strategies klinkt hier en daar als de plaat die New Order had gemaakt wanneer het na het sombere einde van Joy Division vol voor de gitaren had gekozen, maar het debuut van HOWRAH kan ook de concurrentie met alle hippe en bejubelde gitaarbandjes van het moment met gemak aan. 

Self-serving Strategies werd opgenomen in de studio van de veel te vroeg overleden muzikant en producer Corno Zwetsloot, die met deze plaat een prachtig eerbetoon krijgt. 2018 heeft al een aantal mooie gitaarplaten afgeleverd, maar die van HOWRAH steekt er net wat bovenuit. Erwin Zijleman

De muziek van HOWRAH is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band: https://howrah.bandcamp.com.



 

vrijdag 22 juni 2018

The Foreign Films - The Record Collector

Het is zeker tien jaar geleden dat het Nederlandse muziektijdschrift Heaven me wees op Distant Star van de Canadese band The Foreign Films. Mijn eigen woorden over de plaat kan ik helaas niet meer terugvinden, maar de cd’s met bijna anderhalf uur volstrekt tijdloze popmuziek trek ik nog met enige regelmaat uit de kast. 

Toen ik van de week de Heaven van vorige maand nog even doorbladerde, kwam ik The Foreign Films opnieuw tegen. De band bracht deze maand eindelijk een nieuwe plaat uit en omdat er inmiddels aardig wat jaren zijn verstreken sinds het debuut van de band, is het niet zo gek dat The Foreign Films ook dit keer flink uitpakt. 

The Record Collector bestaat uit drie LP’s (die overigens eerder ook los via bandcamp verkrijgbaar waren) en bevat bijna twee uur muziek. Net als op Distant Star grossiert de band rond de Canadese muzikant  Bill Majoros ook dit keer in tijdloze popmuziek, waarbij de jaren 70 de meeste inspiratie hebben aangedragen. Het is dit keer zeker geen willekeurige verzameling tijdloze popmuziek, want The Record Collector vertelt een verhaal. Het is een deels autobiografisch verhaal waarop Bill Majoros je meeneemt op een muzikale tijdreis. 

The Record Collector begint waar Distant Star meer dan tien jaar geleden eindigde. The Foreign Films gaat op de eerste LP verder waar The Beatles in het begin van de jaren 70 ophielden en borduurt voort op het psychedelische werk van de Fab Four. Het knappe van de muziek van The Foreign Films is dat The Record Collector zich niet alleen laat beïnvloeden door de klassiekers uit de jaren 70, maar ook uitstapjes maakt richting schaamteloos toegankelijke popliedjes die ook richting de jaren 80 reiken of citeert uit de archieven van de 70s funk en disco. 

Op hetzelfde moment schiet de muziek van The Foreign Films ook allerlei andere kanten op. In een aantal tracks staat zweverige psychedelica centraal, maar ook invloeden uit de pompeuze symfonische rock en de psychedelische variant van Pink Floyd hebben hun weg gevonden naar het bijzondere totaalgeluid van de Canadese band. Alle invloeden zijn gegoten in popliedjes die onweerstaanbaar aanstekelijk zijn, maar ook de fantasie genadeloos prikkelen. Hier en daar hoor ik wat van 10cc, soms ook wat van Electric Light Orchestra, maar de muziek van The Foreign Films is rijker en veelzijdiger. 

Bij beluistering van The Record Collector wordt een prachtige platenkast uit de jaren 70 over je uitgestort, maar aan de bijzondere combinatie van invloeden durfde in het betreffende decennium geen enkele band zich te wagen. 

Er zijn maar heel weinig bands die twee uur weten te boeien, maar als je eenmaal aan The Record Collector begonnen, kun je niet meer stoppen. Het is prachtig hoe Bill Majoros er met zijn band in slaagt om twee uur lang een consistent geluid te produceren en er toch steeds andere invloeden bij te slepen. Het Beatles gehalte is drie LP’s lang hoog, maar The Foreign Films komt ook toe aan de muziek waar The Beatles niet meer de tijd voor hadden. Ook de erfenis van The Beach Boys is zeer prominent aanwezig op The Record Collector en hetzelfde geldt voor die van Bowie, maar als je eenmaal begint met het noemen van namen is er al snel geen houden meer aan. 

Wanneer The Record Collector in de jaren 70 zou zijn verschenen zou het nu een terecht bewierookte klassieker zijn of een obscuur en vergeten meesterwerk, maar ondanks de vele referenties naar de jaren 70 klinkt de muziek van The Foreign Films geen moment als overbodige retro. Drie LP’s maakt de Canadese band indruk met een muzikale tijdreis en iedere keer als ik de reis maak klinkt het weer mooier en indrukwekkender. Wat een prachtplaat. Erwin Zijleman

The Record Collector van The Foreign Films vind je vooralsnog niet in de Nederlandse platenzaak, maar is wel te verkrijgen via bandcamp. De LP versie kost een klein vermogen, maar dan heb je ook wat:  https://theforeignfilms.bandcamp.com/album/the-record-collector.

 

donderdag 21 juni 2018

Arthur Buck - Arthur Buck

Peter Buck kennen we natuurlijk vooral als gitarist van het roemruchte R.E.M., maar de Amerikaanse muzikant maakte ook een aantal behoorlijk obscure maar zeker interessante soloplaten. 

Bovendien werkte Peter Buck de afgelopen decennia samen met minstens een dozijn grote muzikanten, onder wie Steve Wynn (The Baseball Project), Warren Zevon (Hindu Love Gods), Robyn Hitchcock, Mark Eitzel en vorig jaar nog Sleater-Kinney frontvrouw Corin Tucker (Filthy Friends). 

De naam van Peter Buck kom je in de meeste gevallen pas tegen bij het bestuderen van de informatie op de hoes, maar voor de afwisseling prijkt zijn naam dit keer eens prominent op de cover. Op het debuut van Arthur Buck werkt Peter Buck samen met de Amerikaanse singer-songwriter Joseph Arthur. 

Dat is een naam die helaas niet bij iedereen een belletje zal doen rinkelen, maar de muzikant uit Akron, Ohio, maakt al meer dan 20 jaar platen en heeft inmiddels een relatief onbekend, maar bijzonder fraai oeuvre op zijn naam staan. Joseph Arthur heeft inmiddels zo’n 15 platen gemaakt en er zitten een aantal bescheiden meesterwerken tussen, waaronder Our Shadows Will Remain uit 2004 (mijn favoriet binnen het oeuvre van de Amerikaanse muzikant) en het twee jaar geleden verschenen The Family, dat op deze BLOG terecht werd bejubeld. 

Ook op de eerste plaat van Arthur Buck laat Joseph Arthur horen dat hij een geweldig songwriter is. Alle songs op de plaat zijn geschreven door Joseph Arthur en Peter Buck, maar de meeste songs klinken wat mij betreft als Joseph Arthur songs. 

Het debuut van Arthur Buck laat zich hierdoor beluisteren als de opvolger van het twee jaar oude The Family en dat is geen slecht nieuws. Integendeel. Joseph Arthur schrijft immers songs die buitengewoon lekker in het gehoor liggen, maar het zijn ook songs die niet zo makkelijk in een hokje zijn te duwen en die bovendien wat dieper graven dan die van collega muzikanten. 

De samenwerking tussen Joseph Arthur en Peter Buck kreeg vorig jaar gestalte in de huisstudio van de Amerikaanse gitarist, waar met bescheiden middelen en in een betrekkelijk korte tijd een plaat uit de grond werd gestampt. De eerste plaat van Arthur Buck klinkt hierdoor vaak wat ruw en onaf, maar dit geeft de songs ook energie en kracht. 

Iedereen die de platen van Joseph Arthur kent, hoort direct dat hij op Arthur Buck het voortouw heeft genomen, maar de geweldige gitaarimpulsen van Peter Buck geven de songs nog net wat meer glans. 

Het debuut van Arthur Buck is een plaat die naar veel meer smaakt, want er is duidelijk sprake van chemie tussen de twee gelouterde muzikanten. Het is hiernaast te hopen dat de plaat de aandacht en liefde voor het werk van Joseph Arthur aanwakkert, want dat het prachtige oeuvre van de Amerikaan zo onbekend is, is een schande. Er valt dus veel te ontdekken, waarbij uiteindelijk concludeert kan worden dat de samenwerking met Peter Buck fraai past en niet uit de toon valt in het bijzondere oeuvre van Joseph Arthur en ook kan worden gerekend tot het beste dat Peter Buck heeft gemaakt buiten R.E.M.. Erwin Zijleman

De digitale versie van de plaat is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://arthurbuckmusic.bandcamp.com.



 

woensdag 20 juni 2018

Melody's Echo Chamber - Bon Voyage

Melody’s Echo Chamber is een Franse band die is geformeerd rond de Parijse muzikante Melody Prochet. Deze Melody Prochet speelde een jaar of zeven geleden met haar vorige band My Bees Garden in het voorprogramma van Tame Impala en Kevin Parker, de voorman van de Australische neo-psychedelica band, was zo onder de indruk van de Française, dat hij haar stimuleerde een nieuwe band te beginnen. 

Kevin Parker had vervolgens flink wat invloed op het in de herfst van 2012 verschenen titelloze debuut van de Franse band, dat vervolgens flink werd bewierookt door de critici en terecht. 

De dreampop met Franse tinten van Melody’s Echo Chamber smaakte naar veel meer, maar sinds de release van het debuut is het helaas lang stil geweest rond de band. Melody Prochet werd eerst getroffen door een ernstige writer’s block en vervolgens door een nog veel ernstiger ongeval. Inmiddels is ze gelukkig volledig hersteld en heeft ze ook haar inspiratie weer hervonden. Deze inspiratie heeft Bon Voyage, het tweede album van Melody’s Echo Chamber opgeleverd. 

Over de nieuwe plaat van de Parijse band heb ik een beetje slecht nieuws en heel veel goed nieuws te melden. Het slechte nieuws is dat het lange wachten uiteindelijk slechts 7 tracks en 33 minuten muziek oplevert. Het goede nieuws is dat er in die 7 tracks en 33 minuten ongelooflijk veel moois en ongelooflijk veel verrassends is te horen. 

Het debuut van Melody’s Echo Chamber was bijna zes jaar geleden een veelzijdige maar over het algemeen genomen redelijk toegankelijke plaat, waarop invloeden uit de dreampop werden gecombineerd met een beetje psychedelica, een Frans tintje en wat raakvlakken met de invloedrijke band Stereolab. 

Tussen het debuut en de tweede plaat van de band van Melody Prochet zit een lange periode van zes jaar, maar in muzikaal opzicht zitten er lichtjaren tussen beide platen. Op Bon Voyage haalt Melody’s Echo Chamber de mosterd vooral bij de psychedelica uit de jaren 60, maar de tweede plaat van de Parijse band is zeker niet de zoveelste plaat die de psychedelica uit deze periode laat herleven. 

Melody Prochet voegt 1001 invloeden aan de psychedelische klanken toe en put hierbij net zo makkelijk uit Franse filmmuziek uit de jaren 70 als uit de Braziliaanse bossanova uit deze periode. Hier blijft het niet bij, want de Franse band voegt, onder aanvoering van haar frontvrouw, ook nog wat Franse zuchtmeisjes zwoelheid toe aan het geluid van de band en verrijkt dit al zo volle en veelzijdige geluid verder met invloeden uit de jazzrock en met moderne elektronische muziek. Ook hiermee zijn we er nog niet, want hier en daar zijn ook gruizige of bluesy gitaren en invloeden uit het Midden Oosten te horen en incidenteel slaat ook nog de gekte kort toe.

Het levert een plaat op die je van de ene in de andere verbazing doet vallen, maar het is ook een plaat die imponeert en die je steeds dieper meevoert in het unieke muzikale universum van Melody’s Echo Chamber, waarin Melody Prochet zich niet alleen bedient van het Engels en het Frans, maar ook van het Zweeds. 

Er gebeurt in het ruime half uur dat Bon Voyage duurt zoveel dat het je soms duizelt, maar als je gevoelig bent voor de bijzondere verleiding van de Franse band is deze verleiding genadeloos. Ik luister inmiddels voor de zoveelste keer naar Bon Voyage en hoewel ik nog steeds naar houvast zoek, ben ik ook volledig verslaafd aan deze fascinerende plaat die je alle kanten op slingert maar steeds weet te verleiden met prachtige klanken, zwoele zang en songs die de fantasie maar eindeloos blijven prikkelen. Dat de tweede plaat van Melody’s Echo Chamber het lange wachten meer dan waard was zal inmiddels duidelijk zijn. Erwin Zijleman

Ook de nieuwe plaat van de band uit Parijs is verkrijgbaar via bandcamp: https://melodysechochamber.bandcamp.com/album/bon-voyage.



 

dinsdag 19 juni 2018

Rolling Blackouts Coastal Fever - Hope Downs

Er wordt inmiddels al een aantal maanden heel druk gedaan over de Australische band Rolling Blackouts Coastal Fever. Heel gek is dat niet, want de twee EP’s die de band uit Melbourne tot dusver afleverde waren echt geweldig en smaakten naar veel meer. 

Ook het eerste album van de band is een plaat die ik onmiddellijk heb omarmd, al is het maar omdat je met Hope Downs direct de zomer in huis haalt. 

Rolling Blackouts Coastal Fever, op de cover van het debuut afgekort tot Rolling Blackouts C.F., maakt zonnige gitaarsongs zoals The Go-Betweens ze in hun allerbeste dagen maakten, maar Home Downs herinnert ook aan Nieuw Zeelandse bands als The Chills, The Clean en The Bat. 

Hiermee zijn we er nog niet, want R.B.C.F. heeft zich ook nog laten beïnvloeden door Britse gitaarpop uit de jaren 80, met afwisselend The Smiths, Prefab Sprout en Aztec Camera als aansprekende voorbeelden. Als ik vanuit de Verenigde Staten nog The Feelies, het vroege R.E.M. en The Strokes toevoeg aan de belangrijkste inspiratiebronnen van de Australische band, moet duidelijk zijn hoe de muziek van Rolling Blackouts Coastal Fever ongeveer klinkt. 

Met name door de zonnige gitaarlijnen en de geweldige melodieën klinkt Hope Downs zonnig en onbevangen, maar net als bij een groot deel van de bovengenoemde voorbeelden rammelen en jengelen de songs van de Australiërs bijzonder aangenaam en zit er veel meer moois en bijzonders verstopt in de gitaarsongs van de band dan je bij eerste beluistering zult vermoeden. 

Het zorgt er voor dat de soms ook rauw en stekelig klinkende gitaarpop van Rolling Blackouts Coastal Fever direct zorgt voor een goed gevoel en dat de songs van de band direct worden opgeslagen in het geheugen, maar het zorgt er ook voor dat de muziek van de band ook op iets langere termijn interessant blijft. 

De songs winnen nog wat meer aan kracht door de dynamiek die is toegevoegd aan Hope Downs. Rolling Blackouts Coastal Fever kiest op haar debuut vooral voor uptempo songs, maar kan in deze songs af en toe ook flink gas terug nemen. Verder sleept de band uit Melbourne er stiekem veel meer bij dan het bovenstaande suggereert. In een aantal songs steekt R.B.C.F. zelfs de Rolling Stones naar de kroon in songs die Mick Jagger en co. echt nooit meer gaan maken. 

Het is bijzonder hoe de op het eerste gehoor redelijk rechttoe rechtaan gitaarsongs van de band zijn voorzien van zoveel moois en zoveel diepte. Iedere keer als ik luister naar Hope Downs hoor ik weer nieuwe ingrediënten en ze zijn stuk voor stuk onweerstaanbaar. Het telt op tot een serie songs waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden en het is een serie songs van een niveau dat maar weinig bands op hun debuut wisten te bereiken. 

Natuurlijk wordt er op het moment wel erg druk gedaan over de muziek van de Australische band en wordt er erg driftig gestrooid met superlatieven, maar kan ik er veel op afdingen? Nee. Rolling Blackouts Coastal Fever vermengt op haar debuut invloeden uit een aantal decennia popmuziek en het gaat vrijwel uitsluitend om invloeden van bands die me dierbaar zijn. Het levert popsongs op waarvan ik alleen maar intens kan houden en het zijn ook nog eens popsongs die de zon uitbundig laten schijnen. De soundtrack van een hele mooie zomer lijkt gemaakt. Erwin Zijleman

Het prachtdebuut van de Australiers is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band: https://rollingblackoutscoastalfever.bandcamp.com.




 


Courtney Barnett - Tell Me How You Really Feel

Er komt momenteel zoveel uit dat iedere plaat die bij eerste beluistering maar wat tegenvalt direct uit beeld is. Dat is jammer, want sommige platen hebben net wat meer tijd nodig dan andere of moet je niet vergelijken met zijn voorgangers. Het gaat allebei op voor Tell Me How You Really Feel van Courtney Barnett. 

De eerste twee platen van de Australische singer-songwriter heb ik heel hoog zitten. Zowel The Double EP: A Sea Of Split Peas uit 2013 en Sometimes I Sit And Think, And Sometimes I Just Sit uit 2015 waren voor mij onbetwiste jaarlijstjesplaten en horen zelfs tot het beste dat het afgelopen decennium heeft voortgebracht. 

De plaat die Courtney Barnett vorig jaar uitbracht met Kurt Vile deed me echter niet zoveel en het vorige maand verschenen Tell Me How You Really Feel deed me bij eerste beluistering zelfs helemaal niets. Ik heb het echt geprobeerd, maar de meeste songs op de nieuwe plaat van Courtney Barnett vond ik vorige maand saai en ongeïnspireerd. Omdat flink wat recensies mijn oordeel bevestigden verdween de nieuwe Courtnet Barnett op de stapel, maar vanwege mijn enorme zwak en bewondering voor haar eerste twee platen, heb ik het een paar dagen geleden toch nog maar eens geprobeerd met Tell Me How You Really Feel. 

Het gekke is dat het kwartje nu vrij makkelijk viel. De songs die ik eerder saai en wat sloom vond, waren nu opeens broeierig en bezwerend, terwijl de songs die ik eerder vlak en ongeïnspireerd vond nu opeens binnen kwamen als rauw en oorspronkelijk. Het is een opvallende twist, die bewijst dat je een plaat altijd nog eens terug moet laten komen als je gemoedstoestand of het weer anders is. 

De nieuwe van Courtney Barnett blijft echter een bijzonder geval. Waar haar vorige platen juist werden getypeerd door eigenzinnige en uitvoerig buiten de lijntjes kleurende songs, die je absoluut meerdere keren moest horen, kiest ze op Tell Me How You Really Feel voor een wat toegankelijker geluid. De singer-songwriter uit Melbourne strooit driftig met lekker in het gehoor liggende rocksongs en laat hierin horen dat ze als gitarist enorm is gegroeid. 

Op hetzelfde moment is Tell Me How You Really Feel een persoonlijkere en bij vlagen dieper gravende plaat dan zijn voorgangers. Het tempo op de plaat ligt soms laag, maar de songs van Courtney Barnett zijn dit keer ook behoorlijk explosief en ontsporen vaak in heerlijk gitaarwerk. 

De songs die me een paar weken geleden weinig tot niets deden, dringen zich inmiddels steeds aangenamer op en wat een paar weken geleden nog vlak klonk, klinkt nu heerlijk melodieus. Ik heb ook nog eens het idee dat Tell Me How You Really Feel nog wel even door kan groeien, want ik blijf maar dingen horen waar ik heel blij van word. 

Ik begrijp nog steeds niet hoe ik in een paar weken zo van mening kan veranderen, al zijn er natuurlijk ook zat platen die ik bejubel, maar waar ik een paar weken later op ben uitgekeken. Iedereen die Courtney Barnett vorige maand in ieder geval tijdelijk afschreef adviseer ik om haar nieuwe plaat er nog eens bij te pakken, want volgens mij heeft de Australische het toch weer geflikt. Erwin Zijleman

De muziek van Courtney Barnett is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://courtneybarnett.bandcamp.com/album/tell-me-how-you-really-feel.



 

maandag 18 juni 2018

Hilary Woods - Colt

Hilary Woods speelde ooit bas in de Ierse band JJ72. Die band leverde in 2000 een werkelijk geweldig debuut af, maar kon de belofte van dit debuut helaas nooit waar maken. Ik weet niet wat Hilary Woods de afgelopen 15 jaar heeft gedaan, maar ze duikt nu op met een soloplaat. 

De Ierse muzikante ontsnapt misschien niet aan het noemen van de naam van haar voormalige band, maar in muzikaal opzicht heeft haar eerste soloplaat helemaal niets te maken met de door postpunk beïnvloede Britpop van JJ72. 

Op Colt schotelt Hilary Woods de luisteraar bijzonder dromerige en beeldende soundscapes voor. Het zijn soundscapes die vooral bestaan uit piano en synths, maar zeker als je de plaat beluistert met een goede koptelefoon (wat ben ik blij met de Bowers & Wilkins PX), hoor je dat er ook nog flink wat bijzondere accenten zijn toegevoegd. 

Hilary Woods combineert de mooie en vaak bijna sprookjesachtige klanken met lome en licht onderkoelde zang. De combinatie van beeldende soundscapes en de lome zang roept af en toe associaties op met alles tussen Agnes Obel en Enya, maar waar ik dit soort muziek na verloop van tijd meestal erg saai ga vinden, houdt Colt van Hilary Woods me nu al een tijdje in een wurggreep. 

De betoverend mooie en beeldende instrumentatie zit niet alleen vol fraaie klanken en accenten, waaronder bijzondere ritmes, maar maakt ook indruk met een broeierige onderhuidse spanning, die de muziek van Hilary Woods iets unheimisch geeft, maar tegelijkertijd het oor vult met klanken van een bijna onwerkelijke schoonheid. 

Het past allemaal prachtig bij de engelachtige zang van Hilary Woods, die haar muziek richting de folk kan sturen, maar ook uitstapjes richting new age  niet schuwt. Het doet me af en toe wel wat denken aan Julia Holter, maar de sobere en bezwerende muziek zou ook zomaar een film of tv-serie van David Lynch kunnen voorzien van wat extra magie. 

Colt is zeker bij eerste beluistering een wat ongrijpbare plaat, waardoor je bij herhaalde beluistering nog lang nieuwe dingen blijft horen. Het is muziek die zeker niet geschikt is voor alle momenten, maar op de late avond of vroege ochtend is de dromerige muziek van Hilary Woods wonderschoon en bijna niet te weerstaan. 

Colt is zeker geen plaat voor beluistering op de achtergrond, want het zijn de fraaie details in de instrumentatie en de vocalen die van het debuut van de Ierse muzikante zo’n bijzondere plaat maken. Bij flink volume of bij beluistering met de koptelefoon voert Hilary Woods je op indrukwekkende wijze door surrealistische landschappen en blijft haar muziek maar aan schoonheid en kracht winnen. 

Wanneer je de dromerige klanken even zat bent, ligt een zijuitstapje naar het prachtdebuut van JJ72 voor de hand, maar hierna wil je toch weer snel terug naar de bijzondere droomwereld van Hilary Woods, die een plaat heeft afgeleverd die echt alle aandacht verdient. Erwin Zijleman

Colt van Hilary Woods is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://hilarywoodsmusic.bandcamp.com.