dinsdag 14 augustus 2018

The Beths - Future Me Hates Me

Een paar dagen geleden was ik nog vol lof over het debuut van de uit Auckland, Nieuw-Zeeland, afkomstige singer-songwriter Julia Deans. Uit datzelfde Auckland komt The Beths; de band rond zangeres Elizabeth Stokes. 

Eerder deze week beweerde ik nog dat wat je van ver haalt niet altijd lekkerder is, maar wanneer het gaat om even gruizige als zonnige popliedjes die zich al na één keer horen genadeloos opdringen, heb ik het de laatste tijd niet veel beter gehoord dan op het debuut van The Beths. 


Future Me Hates Me is een plaat vol zonnestralen, maar het is ook een lekker gruizige plaat, die ook de stekeligere songs niet schuwt. 


De gitarist van de band strooit driftig met zonnige gitaarlijnen en gooit er af en toe wat vervorming doorheen om je bij de les te houden. Zangeres Elizabeth Stokes heeft een aangename stem die meisjesachtig maar ook rauw klinkt en verrast hier en daar ook nog eens met geweldige koortjes. De ritmesectie geeft het geluid power en een energie boost. 


The Beths combineert het stekelige van Throwing Muses met het zwoele van The Bangles, het gevoel voor grootse popliedjes van Belly en de verleiding van Juliana Hatfield. Invloeden uit de jaren 90 spelen een belangrijke rol op de plaat, maar The Beths schuiven ook makkelijk op richting zonnige Westcoast pop, richting het beste van powerpop of komen opeens op de proppen met songs met een punky attitude. 


Qua invloeden en geluid heb ik het allemaal vaker gehoord, maar het zijn de geweldige popliedjes waarmee The Beths zich onderscheiden van alles dat er al is. Het zijn onweerstaanbare popliedjes met geweldige melodieën, aanstekelijke refreinen en jeugdige energie en onbevangenheid. 


De meeste popliedjes van The Beths zijn redelijk rechttoe rechtaan, maar de leden van de band, die allemaal zijn opgeleid tot jazzmuzikant, kunnen prima uit de voeten op hun instrumenten en kennen bovendien hun klassiekers. De songs van The Beths graven daarom veel dieper dan je bij eerste beluistering zal vermoeden en  worden eigenlijk alleen maar leuker. 


Future Me Hates Me blijkt bovendien steeds veelzijdiger. The Beths kunnen uit de voeten met rauwe gitaarsongs zoals Sleater-Kinney die maakt, maar maken net zo makkelijk honingzoete popliedjes die opschuiven richting The Sundays of The Cardigans. Future Me Hates Me heeft bovendien het frisse en eigenzinnige dat veel Schotse bands hebben. 


Het debuut van The Beths is al met al een plaat om heel gelukkig van te worden, maar het is ook een plaat die de fantasie prikkelt en die op ieder moment nieuwsgierig maakt naar hetgeen dat komen gaat. Iedere keer als ik de plaat op zet ben ik nog wat verliefder op het debuut van The Beths en bij iedere beluistering duikt er weer een andere omgevallen platenkast op. Het lijkt allemaal zo eenvoudig wat Elizabeth Stokes en haar medemuzikanten doen, maar ondertussen is Future Me Hates Me een razend knappe en volstrekt onweerstaanbare plaat. Heerlijk. Erwin Zijleman


Het debuut van The Beths is verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band: https://thebethsnz.bandcamp.com/album/future-me-hates-me.

 


maandag 13 augustus 2018

Fenne Lily - On Hold

Op de stapel met nog te beluisteren platen lag inmiddels al een maand of drie On Hold, het debuut van de Britse singer-songwriter Fenne Lily. 

Fenne Lily is een jonge muzikante uit het Britse Dorset. Op haar 16e bereikte ze een miljoenenpubliek met een video op YouTube (de clip bij Top To Toe werd naar verluidt 22 miljoen keer bekeken) en trok ze onder andere de aandacht van topproducer van John Parish (PJ Harvey). 

Fenne Lily is inmiddels 20 en heeft een debuut afgeleverd dat bij mij weliswaar lang op de stapel heeft gelegen, maar bij eerste beluistering direct een onuitwisbare indruk heeft gemaakt. 

De tegenwoordig vanuit Bristol opererende singer-songwriter is misschien pas twintig, maar heeft een plaat vol verdriet en frustratie gemaakt. Een op de klippen gelopen relatie vormde de belangrijkste inspiratiebron voor de meeste songs op de plaat, waardoor On Hold een ware breakup-plaat genoemd mag worden. 

Nu gun ik iedereen zijn of haar liefdesgeluk, maar muzikanten die met de keerzijde van de liefde worden geconfronteerd leveren wel bovengemiddeld veel hele goede platen op. On Hold van Fenne Lily is zeker geen uitzondering. De jonge Britse muzikante heeft een aardedonkere plaat, maar ook een plaat van grote schoonheid en een bijzondere intimiteit gemaakt. 

Het deels door Jon Parish geproduceerde On Hold valt op door een sobere maar ook beklemmende instrumentatie. Het is een instrumentatie die wordt gedragen door wonderschone en atmosferische gitaarlijnen, die prachtig combineren met de heldere en emotievolle stem van Fenne Lily. 

De stem van de jonge Britse singer-songwriter ligt lekker in het gehoor, maar maakt ook geen geheim van het verdriet dat Fenne Lily moest doorstaan, wat vaak zorgt voor een lichte trilling in haar stem. 

De combinatie van weemoedige gitaarlijnen, atmosferische klanken en fluisterzachte vocalen vol melancholie doet wel wat denken aan de muziek van onder andere Julien Baker en Phoebe Bridgers, voor mij de smaakmakers van 2017, maar On Hold van Fenne Lily roept ook zeker associaties op met de muziek van Sharon Van Etten, Laura Marling en Beth Orton en de platen van bands als Daughter en London Grammar. 

Fenne Lily moet met On Hold concurreren met een heel legioen aan jonge vrouwelijke singer-songwriters met een wat sombere kijk op de wereld en een levenswandel met de nodige obstakels, maar wat mij betreft kan de singer-songwriter uit Bristol de concurrentie aan. 

Fenne Lily raakt in een aantal tracks aan de bovengenoemde voorbeelden, maar kan ook uit de voeten in een ingetogen folksong, vol echo’s naar de rijke tradities van de Britse folk. Bovendien schrijft ze verrassend sterke songs; een prestatie die nog wat extra glans krijgt als je weet dat ze een aantal songs schreef toen ze pas 15 jaar oud was. 

On Hold is een plaat waarvan ik direct ben gaan houden, maar de liefde voor de muziek van Fenne Lily is sindsdien alleen maar gegroeid. In Nederland heeft de plaat nauwelijks aandacht gekregen, maar voor mij is dit toch een van de ruwe diamanten van 2018 tot dusver; diamanten die overigens steeds feller fonkelen. Erwin Zijleman



 

zondag 12 augustus 2018

Ovlov - TRU

Een van de beste gitaarplaten van 2018 tot dusver verscheen midden in de vakantie. Het is een plaat die veel te weinig aandacht krijgt en daarom op herhaling: TRU van Ovlov. Ik kan er geen genoeg van krijgen.

AllMusic.com is deze week razend enthousiast over TRU, de tweede plaat van de Amerikaanse band Ovlov. TRU wordt niet alleen een “instant classic indie rock album” genoemd, maar ook “the kind of breathtakingly great record most bands can only dream about making”. 

Het zijn grote woorden, maar luister naar de eerste noten van de tweede plaat van de band uit Newtown, Connecticut, en je weet dat geen woord van de superlatieven van AllMusic.com gelogen of overdreven is. 

TRU opent met heerlijk gruizige gitaren vol vervorming, maar ook met opvallend melodieuze muziek. TRU doet onmiddellijk denken aan de muziek van bands als Dinosaur Jr. en Built To Spill, maar niet veel later duiken ook associaties op met een band als Sunny Day Real Estate of met het werk van Pavement of Guided By Voices. 

Het is muziek die op het moment veel te weinig gemaakt wordt, maar de liefhebber van even gruizige als melodieuze gitaarmuziek heeft waarschijnlijk al een flinke stapel persoonlijke favorieten uit de jaren 90 in de kast staan. Het zijn favorieten waartussen de tweede plaat van Ovlov zeker niet zal misstaan. 

De Amerikaanse band, die vijf jaar geleden vrij anoniem debuteerde, sleept er op TRU nog veel meer invloeden bij. Hier en daar hoor ik een vleugje shoegaze, hier en daar wat uit de 90s grunge en zeker in de meest toegankelijke songs raakt de muziek van Ovlov ook nog aan die van Buffalo Tom; een persoonlijke favoriet. Het is vergelijkingsmateriaal om van te watertanden, maar Ovlov doet ook nog eens nadrukkelijk haar eigen ding. 

De band trekt zo nu en dan hoge en gruizige gitaarmuren vol vervorming en feedback op, maar is ook niet bang voor meer ingetogen en prachtig melodieus gitaarwerk. De songs van de band uit Newtown, Connecticut, komen soms met heel veel geweld uit de speakers, maar kiezen zeker niet altijd voor makkelijk beukwerk. In een aantal van de songs op TRU laat Ovlov horen dat het veel dieper graaft dan de meeste van haar soortgenoten. Bij aandachtige beluistering hoor je opeens zeer ingenieuze gitaarloopjes en slaat de drummer bijna uit het niets onnavolgbare ritmes. 

Iedere weg die Ovlov op TRU kiest levert bovendien geweldige songs op. TRU is een plaat die Dinosaur Jr. gemaakt had kunnen hebben en dat is wat mij betreft een groot compliment. TRU walst 30 minuten als een stoomwals over je heen, maar hierna ben je verkocht. 

De band heeft in dit half uur immers negen geweldige songs toegevoegd aan al het moois dat in de jaren 90 in het genre werd gemaakt en herschrijft de muziekgeschiedenis. Het is natuurlijk doodzonde dat een plaat als TRU wordt uitgebracht in een periode waarin de aandacht voor nieuwe muziek minimaal is, maar iedereen die hem mist, mist zomaar een van de meest memorabele gitaarplaten van het jaar. 

Wat een aangename verrassing, nee wat een sensatie. En nee, ik ben niet bevangen door de hitte of droogte, want op het moment dat ik deze recensie intypte genoot ik van de koelte van de Alpen. Erwin Zijleman

TRU van Ovlov is nog wat lastig verkrijgbaar, maar kan al wel worden verkregen via de bandcamp pagina van de band: https://ovlov.bandcamp.com.

  

The War And Treaty - Healing Tide

De muziek van het Amerikaanse duo The War And Treaty wordt in nogal wat recensies vergeleken met de platen waarop Ike en Tina Turner elkaar naar grote hoogten wisten te stuwen. 

Dat is nogal wat, want de rauwe energie van de platen van dit roemruchte Amerikaanse tweetal is sindsdien nog maar zelden geëvenaard, waardoor scepsis domineerde voordat ik Healing Tide uit de speakers liet komen. 

Michael Trotty Jr. ging als jonge militair naar Irak, raakte ernstig gewond en zong na zijn herstel op herdenkingsdiensten voor gesneuvelde militairen. Tijdens een van deze diensten liep hij zangeres Tanya Blount tegen het lijf. De vonk tussen de twee sloeg op meerdere terreinen over en sindsdien zijn de twee niet alleen een echtpaar, maar ook het duo The War And Treaty. 

Healing Tide is het debuut van het duo en het is een debuut waarop niets aan het toeval is overgelaten. Niemand minder dan Buddy Miller tekende voor de productie van het debuut van The War And Treaty en de Amerikaanse rootsmuzikant sleepte ook nog een aantal gelouterde muzikanten de studio in, onder wie topkrachten als Brady Blade, Adam Chaffins, Jim Hoke, Russ Pahl, Sam Bush en Emmylou Harris die in een van de tracks opduikt. 

Direct in de openingstrack laten Tanya en Michael Trotty horen wat ze in huis hebben. Brady Blade zorgt voor wat eenvoudige percussie, waarna de stemmen van de twee voor het vuurwerk zorgen. De energie en soul spatten er direct van af en naast flink wat groten uit de soul (en met name Aretha Franklin) doemen inderdaad ook echo’s uit de archieven van Ike & Tina Turner op. 

Ik ben niet altijd gek op soulzangers die voluit gaan, maar de openingstrack van het debuut van The War And Treaty is geweldig. In de tweede track schuiven ook de andere muzikanten aan en imponeert het tweetal uit Washington D.C. met dampende soul, die net zo makkelijk in de hoogtijdagen van de 70s soul gemaakt had kunnen worden. De band speelt fantastisch, maar het zijn Tanya en Michael Trotty die je van de sokken blazen met hun krachtige en prachtig bij elkaar passende stemmen. 

Alleen op basis van de eerste twee tracks durf ik Healing Tide van The War And Treaty al uit te roepen tot een van de betere soulplaten van de laatste jaren, maar de twee hebben nog veel meer in huis, waardoor Healing Tide alleen maar mooier en indrukwekkender wordt. 

Soul en gospel domineren op Healing Tide, maar Tanya en Michael Trotty kunnen ook uit de voeten met blues, country, folk en rhythm & blues. Zeker wanneer het Amerikaanse tweetal voluit zingt gaan de pannen van het dak, maar gelukkig is er op het debuut van The War And Treaty ook ruimte voor meer ingetogen vocalen, die er voor zorgen dat de rillingen af en toe over je rug lopen. Op voorhand leek de vergelijking met de allergrootsten uit de geschiedenis van de Amerikaanse soulmuziek me overdreven, maar deze plaat kan de vergelijking wat mij betreft aan. 

In vocaal opzicht is Healing Tide een bijzonder indrukwekkende plaat, maar de prachtige en subtiele instrumentatie (met een glansrol voor meesterdrummer Brady Blade en de subtiel overal doorheen snijdende pedaal steel), die ook buiten de kaders van de soul kleurt en flink wat country toevoegt, geeft Healing Tide nog flink wat extra glans. 

Ik vind het debuut van The War And Tide het mooist wanneer wat gas wordt teruggenomen en flink wat gevoel en detail wordt toegevoegd aan de songs van het tweetal, maar ook als Tanya en Michael Trotty voluit gaan spelen ze in de meeste gevallen een gewonnen wedstrijd. Het levert een soulplaat op die je stevig bij de strot grijpt en voorlopig niet aan los laten denkt. Bijzonder indrukwekkend. Erwin Zijleman



 

zaterdag 11 augustus 2018

Tomberlin - At Weddings

Achter Tomberlin gaat de Amerikaanse singer-songwriter Sarah Beth Tomberlin schuil. De jonge Amerikaanse muzikante groeide op in een streng religieus gezin op het Amerikaanse platteland, waarvan ze vervreemde in haar puberjaren. 

In alle eenzaamheid schreef ze vervolgens de songs die zijn terecht gekomen op haar debuut At Weddings. Het is een debuut dat voortborduurt op een eerder in eigen beheer uitgebracht mini album, dat nu is aangevuld tot een volwaardig debuut. 

Het debuut van Tomberlin is een uiterst ingetogen en zeer intieme plaat. De plaat wordt gedragen door mooi pianospel of akoestisch gitaarspel, dat vaak een repeterend karakter heeft. De plaat wordt verder ingekleurd door de mooie stem van Sarah Beth Tomberlin, die er in slaagt om alle emotie rond haar zware jeugd over te dragen op de luisteraar. 

At Weddings is een uiterst ingetogen plaat, maar de productie van de plaat is belangrijker dan je op het eerste gehoor zult vermoeden. Voor deze productie deed Tomberlin een beroep op de Canadese muzikant en producer Owen Pallett, die het geluid op At Weddings op bijzonder subtiele wijze heeft verrijkt met onder andere strijkers en keyboards. Het zorgt voor een donker geluid vol bijzondere details. 

At Weddings van Tomberlin is een plaat die je onmiddellijk bij de strot grijpt door alle emotie, intimiteit en onderhuidse spanning, maar het is ook een plaat die eindeloos groeit door alle subtiele maar zeer trefzekere details in de instrumentatie. De instrumentatie versterkt de schoonheid van de stem van de singer-songwriter uit Louisville, Kentucky, die je op indringende wijze deelgenoot maakt van haar jeugd in de Amerikaanse Bible Belt. 

Qua sfeer doet At Weddings van Tomberlin wel wat denken aan de platen van Julien Baker. Het is een sfeer die in Engelstalige recensies vrijwel unaniem het predicaat “haunting” krijgt opgeplakt, wat letterlijk vertaald spookachtig betekent, terwijl bezwerend misschien meer recht doet aan de muziek van Tomberlin. 

Het debuut van de jonge Amerikaanse singer-songwriter wordt verder uitvoerig vergeleken met  het debuut van Bon Iver, For Emma, Forever Ago, dat net als At Weddings ver van de bewoonde wereld werd opgenomen en een net zo desolate sfeer heeft. 

Er zijn veel platen als At Weddings van Tomberlin, maar het debuut van Sarah Beth Tomberlin steekt wat mij betreft flink boven het maaiveld uit. Het is knap hoe schijnbare eenvoud en een geluid dat tot in de kleinste details klopt samen gaan en het is nog knapper hoe Tomberlin je weet mee te nemen naar de beklemmende omgeving die haar jeugd bepaalde. 

Natuurlijk is het zo dat ik een zwak heb voor dit soort muziek, maar ook zonder dit zwak heeft Tomberlin met At Weddings een plaat gemaakt die behoort tot de meest indrukwekkende platen van het moment. Erwin Zijleman

Het debuut van Tomberlin is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://tomberlin.bandcamp.com/album/at-weddings.



 

vrijdag 10 augustus 2018

Tony Molina - Kill The Lights

Ik besteed op deze BLOG over het algemeen alleen aandacht aan volwaardige albums en niet aan EP’s. Kill The Lights van Tony Molina wordt gepresenteerd en voelt ook aan als volwaardig album, al is het qua speelduur meer een EP. 

Kill The Lights duurt maar net 14 minuten, maar bevat wel tien geweldige popliedjes, die ik vrijwel eindeloos op repeat kan zetten. 

De naam Tony Molina deed bij mij geen belletje rinkelen, maar de muzikant uit Millbrae, California, timmert al een tijdje aan de weg. 

In muzikaal opzicht is deze Tony Molina een nogal gespleten persoonlijkheid. De Amerikaanse muzikant heeft een rijk verleden in hardcore bands, maar heeft hiernaast een voorliefde voor tijdloze en schaamteloos toegankelijke popliedjes. Hiervan zijn er tien terecht gekomen op Kill The Lights. 

Het zijn popliedjes die in de meeste gevallen de twee minuten grens niet overschrijden, waardoor de plaat van Tony Molina makkelijk in het hokje lo-fi wordt geduwd. Met lo-fi heeft de muziek van de Amerikaanse muzikant echter niet zo heel veel te maken. Kill The Lights staat vol met songs die zo lijken weggelopen uit een tijd waarin de popliedjes nog een stuk korter en eenvoudiger waren. 

Verwacht dus geen flarden van popsongs, maar afgeronde popliedjes met een kop en een staart. Het zijn popliedjes die de mosterd vooral in de jaren 60 halen. Luister naar de derde soloplaat van Tony Molina (zijn vorige platen zijn nog korter en ook wel iets gruiziger) en je hoort flarden van The Beatles en The Byrds, maar Kill The Lights doet me ook heel vaak denken aan de muziek van Elliott Smith. Vergeleken met Elliott Smith laat Tony Molina de zon wat uitbundiger schijnen, maar een vleugje melancholie is nooit heel ver weg. 

Tony Molina maakt zeker geen geheim van zijn inspiratiebronnen en citeert hier en daar vrij letterlijk uit de archieven van de popmuziek, maar het zit mij niet in de weg. Integendeel zelfs. Zodra Kill The Lights uit de speakers komt krijgt mijn humeur een positieve boost en houdt de zomer nog wat langer aan. 

Natuurlijk is 14 minuten idioot kort voor een volwaardig album, maar de songs op Kill The Lights zijn zo aangenaam dat je de plaat makkelijk een paar keer achter elkaar kunt beluisteren en Kill The Lights wordt er zeker niet minder op. 

Luister nog net wat beter en je hoort hoeveel moois er is verstopt in de instrumentatie, hoe verslavend de melodieën zijn en hoeveel gevoel de Amerikaan legt in zijn persoonlijke teksten. Het is maar 14 minuten muziek, maar het is wat mij betreft wel 14 minuten muziek van een bijzondere schoonheid en trefzekerheid. Ik vind het genoeg. Erwin Zijleman

De muziek van Toby Molina is ook verkrijgbaar via zijn bandcamp pagina: https://tonymolina650.bandcamp.com/album/kill-the-lights.

 

donderdag 9 augustus 2018

Julia Deans - We Light Fire

Fysieke afstanden doen er in deze digitale tijden al lang niet meer toe in de muziekindustrie, maar desondanks is het aandeel van de Nieuw-Zeelandse muziek hier nog steeds klein. De Nieuw-Zeelandse muziekscene blijft er echter wel een om in de gaten te houden. 

Wat van ver komt is lang niet altijd lekkerder, maar popmuziek uit Nieuw Zeeland is vaak van hoog niveau en gaat wat losser om met de conventies die gelden in Europa en in de Verenigde Staten. 

We Light Fire, als ik goed heb geteld de derde plaat van Julia Deans, verscheen in mei in Nieuw-Zeeland en begint langzaam maar zeker ook hier door te dringen. De vorige platen van de singer-songwriter uit Auckland ken ik niet, maar We Light Fire is een verrassend sterke plaat waarop nogal uiteenlopende invloeden worden verwerkt. 

In de openingstrack benevelt Julia Deans je direct met een uiterst stemmige track, die wel wat doet denken aan Lana Del Rey’s Video Games, al is de track van de Nieuw-Zeelandse muzikante wel wat lomer en zwaarmoediger en is haar stem mooier en veelzijdiger. 

De stijl van de openingstrack had ik makkelijk een hele plaat volgehouden, maar Julia Deans heeft in muzikaal opzicht vele gezichten. In de tweede track verrast ze met een toegankelijk maar smaakvol popliedje dat op een of andere manier doet denken aan de jaren 80. De invloeden uit dit decennium worden weer doorgetrokken in de derde track, waarin Julia Deans het bezwerende uit de openingstrack combineert met invloeden uit de 80s postpunk en synthpop. 

In muzikaal opzicht klinkt het allemaal erg aangenaam, maar de meeste kracht schuilt in de mooie stem van de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter, die zowel in zeer lome en sfeervolle als in uptempo en aanstekelijke tracks uit de voeten kan. Zeker wanneer de zang in meerdere lagen is opgenomen doet het wat sprookjesachtig aan, maar Julia Deans schuwt ook het experiment niet in songs die op subtiele wijze tegen de haren in strijken. 

Het levert een plaat op die zich lastig laat vergelijken met de platen van anderen en waaraan ik zeker in eerste instantie wel wat moest wennen. Wanneer je vaker naar We Light Fire luistert valt er steeds meer op zijn plek. De eigenzinnige popliedjes van Julia Deans zitten vol avontuur, gaan steeds net een andere kant op dan je verwacht en steken razend knap in elkaar. De meeste songs op de plaat liggen bijzonder lekker in het gehoor, maar toch zoekt de Nieuw Zeelandse muzikante steeds de grenzen op met bijzondere ritmes, stemmingswisselingen en het fraaie gebruik van haar stem. 

Het ene moment betovert ze met een aanstekelijk popliedje, de volgende keer met een intieme folksong of met een stekelige track vol invloeden. Het talent druipt er van af en waar je in eerste instantie nog wat twijfelt over het gebrek aan consistentie is het fragmentarische karakter van We Light Fire uiteindelijk de grootste kracht van de plaat. De nieuwe plaat van Julia Deans kreeg in Nieuw-Zeeland zeer lovende kritieken en wat mij betreft is nu Europa aan de beurt. Erwin Zijleman

We Light Fire van Julia Deans is verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://juliadeans.bandcamp.com/album/we-light-fire.

 

woensdag 8 augustus 2018

Lucero - Among The Ghosts

De Amerikaanse band Lucero werd aan het eind van de jaren 90 geformeerd in Memphis, Tennessee. Op het in 2001 verschenen titelloze debuut van de band, maakte Lucero enige indruk met een mix van countryrock, indie-rock en alt-country, maar het debuut van de band kwam eigenlijk een paar jaar te laat. 

Wanneer Lucero een paar jaar eerder was opgedoken had de band waarschijnlijk makkelijk mee kunnen draaien met de smaakmakers onder de alt-country pioniers, maar in 2001 was de alt-country storm die was ontketend door bands als Uncle Tupelo, The Jayhawks en Whiskeytown al weer voor een belangrijk deel gaan liggen. 

Ik luister sindsdien altijd wel naar de platen van de band uit Memphis, maar echt raken deden ze me nooit (wat op zich gek is, want het oeuvre van de band is van hoge kwaliteit en kan met name in de Verenigde Staten altijd rekenen op positieve recensies). Ik had dan ook geen hele hoge verwachtingen rond de nieuwe plaat van de band, maar hoe vaker ik naar Among The Ghosts luister, hoe meer ik er van overtuig raak dat Lucero dit keer wel een plaat heeft gemaakt die me volledig kan overtuigen. 

Heel ver verwijderd van de vorige platen van de band is Among The Ghosts vreemd genoeg niet, maar er valt voor mij net wat meer op zijn plek. De opvallend rauwe strot van zanger Ben Nichols neemt net wat vaker gas terug en er zit ook net wat meer gevoel in de stem van de zanger van Lucero. Wat voor de zang geldt, geldt ook voor de muziek op Among The Ghosts. De muziek van Lucero vond ik op de vorige platen vaak net wat te rechttoe rechtaan, maar op de nieuwe plaat van de band uit Memphis hoor ik meer dynamiek en detail. 

De rol van de piano en synths is gegroeid en met name het pianowerk voorziet het geluid van Lucero van veel sfeer en subtiliteit. Hier blijft het niet bij, want naast de betere vocalen en de subtielere instrumentatie, maken ook de songs van de band dit keer meer indruk. Het zijn nog altijd songs die zich begeven op het snijvlak van alt-country, rootsrock en indie-rock en Lucero slaagt er goed in om de grenzen tussen de genres te laten vervagen. 

Among The Ghosts werd opgenomen met producer Matt Ross-Spang (Jason Isbell, Margo Price, Drive-By Truckers) in de gerenommeerde Sam Phillips Recording Service/Sun Studio, waar Elvis zijn eerste stappen in de muziek zette. De toetsenist van de band speelt dit keer een belangrijkere rol in het geluid van de band, maar natuurlijk domineren uiteindelijk de gitaren. Among The Ghosts staat vol prima gitaarwerk, dat constant de strijd aan gaat met de gruizige stembanden van de band en dat zorgt voor een donkere en wat broeierige sfeer. Zeker wanneer zanger Ben Nichols zijn stembanden vol aan het werk zet, schiet Lucero met zevenmijlslaarzen de kant van de rock op, maar Lucero kan ook uit de voeten met meer ingetogen en doorleefde Amerikaanse rootsmuziek. 

Ik heb voor de zekerheid ook nog even naar wat van de oudere platen van de band uit Memphis geluisterd, maar Among The Ghosts bevalt me net wat beter dan de rest. De spoeling in de alt-country is de laatste jaren wat dun, dus wat mij betreft is er alle ruimte voor wat nieuwe vaandeldragers. Lucero behoort binnen het huidige aanbod met het uitstekende Among The Ghosts zeker tot de kandidaten. Erwin Zijleman



 

dinsdag 7 augustus 2018

Amanda Shires - To The Sunset

Amanda Shires is nog altijd vooral bekend als de vrouw van Jason Isbell en als lid van zijn band, maar de violiste en singer-songwriter uit Lubbock, Texas, heeft inmiddels zelf ook een respectabel platen op haar naam staan. 

Met name haar laatste twee platen, Down Fell The Doves uit 2013 en My Piece Of Land uit 2016, waren van een opvallend hoog niveau en waren wat mij betreft platen waarmee Amanda Shires uit de schaduw van haar bekendere echtgenoot kwam. 

Ook het deze week verschenen To The Sunset zal waarschijnlijk niet zoveel aandacht krijgen als de platen van haar echtgenoot, maar onderstreept nogmaals het talent van Amanda Shires. 

Voor To The Sunset wist Amanda Shires de veelgevraagde producer Dave Cobb te strikken. Dave Cobb, die ook de laatste platen van Jason Isbell naar een hoger plan heeft getild, kiest meestal voor een retro country geluid, maar dat is niet direct het etiket dat op To The Sunset van Amanda Shires is te plakken. De nieuwe plaat van de Amerikaanse singer-songwriter heeft absoluut een country feel, maar dat heeft de plaat vooral te danken aan de geweldige stem van Amanda Shires, die al haar songs met veel passie, emotie en een lichte snik vertolkt. 

De instrumentatie op To The Sunset beperkt zich zeker niet alleen tot de country en klinkt, zeker vergeleken met de vorige albums van Amanda Shires wat lichtvoetiger en poppier. Iedereen die op basis van het bovenstaande bang is dat Amanda Shires zich heeft geschaard onder de populaire Nashville countrypop zangeressen van het moment kan ik gerust stellen, want de songs van de Texaanse muzikante steken knap in elkaar, graven diep en vermengen invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek op subtiele wijze met invloeden uit de pop en de rock. met hier en daar een flinke 80s twist. 

To The Sunset maakt indruk met de prachtige gitaarlijnen van echtgenoot Jason Isbell, die een ander geluid laat horen dan op zijn eigen platen. Ook de viool van Amanda Shires is veelvuldig te horen op haar nieuwe plaat, maar klinkt anders dan op de meer country getinte voorgangers van de plaat. 

Als liefhebber van zowel pop, rock als Amerikaanse roots heeft Amanda Shires mij weer vrij makkelijk overtuigt met haar nieuwe plaat, maar voor muziekliefhebbers met een duidelijke voorkeur voor Amerikaanse rootsmuziek zal het waarschijnlijk even wennen zijn aan het nieuwe geluid van Amanda Shires, al zijn invloeden uit de Americana wel degelijk aanwezig in haar nieuwe geluid. To The Sunset is een gevarieerde plaat die songs met vooral invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek met schijnbaar speels gemak afwisselt met invloeden uit de pop en zo af en toe ook nog uit de bocht vliegt met een track vol rauwe Southern Rock. 

Door de grote variatie is de nieuwe soloplaat van Amanda Shires een ambitieuze plaat, maar de Amerikaanse singer-songwriter vertilt zich nergens aan haar nieuwe geluid. Jason Isbell is de afgelopen jaren zeer productief en heeft een constant en hoog niveau bereikt, maar ook zijn echtgenote timmert steeds nadrukkelijker aan de weg. Dat Amanda Shires zich ook nog eens durft te profileren buiten de gebaande paden van de Amerikaanse rootsmuziek, zonder deze al te ver uit het oog te verliezen, verdient niet alleen respect, maar levert ook nog eens een plaat op die groeit en groeit en groeit en steeds aangenamer schuurt. Erwin Zijleman

To The Sunset van Amanda Shires is (in digitale vorm) ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://amandashires.bandcamp.com/album/to-the-sunset.



 

maandag 6 augustus 2018

Jim Lauderdale - Time Flies

De Amerikaanse muzikant Jim Lauderdale leverde met het vorig jaar verschenen London Southern een onverwachte jaarlijstjesplaat af. 

Op London Southern werkte de zeer productieve Amerikaan (hij heeft inmiddels zo’n 30 albums op zijn naam staan en maakt pas sinds het begin van de jaren 90 platen) samen met de band van Nick Lowe en schoven ook Nick Lowe producers Neil Brockbank en Robert Trehern aan. Het zorgde voor wat subtiele Britse accenten op een plaat die voor het grootste deel was geworteld in de soul en rhythm & blues uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten. 

Het bleek een gouden greep. De meeste andere platen die ik van Jim Lauderdale in de kast heb staan passen in de hokjes country en bluegrass, maar soul en rhythm & blues bleken de Amerikaan wat mij betreft nog veel  beter te liggen. 

Op Time Flies borduurt Jim Lauderdale in een beperkt aantal tracks voort op het geluid van de bejubelde voorganger, maar de muzikant uit Nashville, Tennessee, laat op zijn nieuwe plaat vooral horen dat hij ook alle andere genres die hij beheerst niet is vergeten. Het levert een zeer gevarieerde plaat op, die op het eerste gehoor wat minder indruk maakt dan het veel consistentere London Southern, maar na even doorbijten winnen veel van de songs op de plaat aan kracht. 

Ik vind Jim Lauderdale op Time Flies het best wanneer hij kiest voor soulvolle songs in de lijn van de songs op London Southern, maar ook de op het eerste gehoor wat traditioneel aandoende country en bluegrass songs worden snel beter. 

Time Flies werd opgenomen in Nashville, Tennessee, waar een prima band en flink wat gastmuzikanten kwamen opdraven. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal geweldig, waarbij vooral opvalt hoe mooi ingetogen en soms broeierig de muzikanten kunnen spelen. 

Het bredere palet aan stijlen biedt Jim Lauderdale de kans om te laten horen dat hij over meerdere stemmen beschikt. In de met rhythm & blues en countrysoul doorspekte songs zit de stem van de Amerikaan dicht tegen die van Van Morrison aan, maar wanneer Lauderdale kiest voor pure country klinkt de zang op de plaat duidelijk anders. 

Zeker wanneer vrouwenvocalen worden ingezet voor de ondersteuning klinken de countrysongs op de plaat erg lekker, al zal enige liefde voor hele traditionele country nodig zijn om echt te kunnen genieten van deze kant van Jim Lauderdale. De muzikant uit Nashville beperkt zich zeker niet tot rhythm & blues, soul en country, want Time Flies bevat ook een aantal laid-back songs en een aantal songs met jazzy accenten en songs met invloeden uit de Swing. 

Het maakt van Time Flies is zeer veelzijdige, maar ook wat fragmentarische plaat. Time Flies blijft daarom achter bij het fantastische London Southern, maar dat was ook een plaat in de buitencategorie. Zo hoog rijkt de nieuwe van Jim Lauderdale niet, maar omdat het aantal prima songs blijft groeien is het wat mij betreft wel degelijk een krent uit de pop. Erwin Zijleman

De nieuwe plaat van Jim Lauderdale is ook verkrijgbaar via zijn bandcamp pagina: https://jimlauderdale.bandcamp.com/album/time-flies (al worden de tarieven voor verzenden vanuit de VS helaas steeds idioter).




 


zondag 5 augustus 2018

Lori McKenna - The Tree

De muzikale carrière van de Amerikaanse singer-songwriter Lori McKenna heeft tot dusver een bijzonder en opvallend grillig verloop. Haar eerste platen werden nauwelijks opgemerkt en ook het in 2004 verschenen en geweldige Bittertown kreeg in eerste instantie nauwelijks aandacht. 

Toen de plaat alsnog werd opgepikt nadat Faith Hill een aantal songs van Lori McKenna had gecoverd, werd de muzikante uit Stoughton, Massachusetts, direct geschaard onder de grote beloften in het genre. Lori McKenna tekende bij een major, maar haar major debuut, Unglamorous uit 2007, maakte de belofte helaas niet waar. 

Lori McKenna keerde terug naar haar kleine label en leverde in 2011 met Lorraine een grotendeels genegeerde prachtplaat af. De Amerikaanse singer-songwriter leek vervolgens weer helemaal uit beeld te verdwijnen, maar maakte twee jaar geleden indruk met het bijzonder fraaie The Bird & The Rifle. Onlangs verscheen de opvolger van deze plaat en direct bij eerste beluistering van The Tree hoor je dat Lori McKenna de goede vorm van twee jaar geleden vast heeft weten te houden. 

The Bird & The Rifle ontleende een deel van zijn kracht aan de trefzekere productie van Dave Cobb en het is dan ook goed nieuws dat de gewilde producer uit Nashville ook voor The Tree plaats nam achter de knoppen. The Tree ligt in het verlengde van de terecht geprezen voorganger en overtuigt met prima songs. 

Het zijn songs die bijzonder fraai zijn ingekleurd door een stel gelouterde muzikanten, die van Dave Cobb allemaal een eigen een plekje hebben gekregen in het smaakvolle geluid op de plaat. Het kleurt fraai bij de voor de country gemaakte stem van Lori McKenna, die steeds nadrukkelijk op de voorgrond treedt. Het is een stem die met de jaren aan gevoel aan doorleving heeft gewonnen en ook op The Tree kan Lori McKenna de strijd met de betere zangeressen in het genre aan. 

Lori McKenna is in country kringen al lange tijd een gewild songwriter, heeft een aantal hits van groten op haar naam staan en grossierde de afgelopen jaren in gerenommeerde prijzen binnen de countrymuziek. The Tree laat horen waarom dat zo is. De songs van de Amerikaanse singer-songwriter dringen zich makkelijk op, maar het zijn ook intieme songs vol diepgang en emotie. In muzikaal, productioneel en vocaal opzicht klinkt het allemaal geweldig, maar Lori McKenna schrijft ook nog eens songs die ergens over gaan en die de persoonlijke thema’s niet schuwen. 

The Bird & The Rifle ontdekte ik pas helemaal aan het eind van 2016 en was te laat voor mijn jaarlijstje, maar de plaat duikt zeker op tussen mijn favoriete platen in het genre van de afgelopen jaren. 

Ook The Tree is weer een plaat die ik na een paar keer horen alleen maar wil koesteren. Lori McKenna heeft misschien niet de flair en de hitgevoeligheid van de populaire countrypop zangeressen van het moment, maar ze schrijft songs waar deze zangeressen een moord voor zouden doen en vertolkt ze met een dosis gevoel waarvan de lichtvoetige countrypop zangeressen (waar ik overigens een groot zwak voor heb) alleen maar kunnen dromen. De carrière van Lori McKenna kent zoals gezegd een grillig verloop, maar met haar laatste twee platen heeft ze een constant en griezelig hoog niveau bereikt. Erwin Zijleman

The Tree van Lori McKenna is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://lorimckennama.bandcamp.com/releases.



 

zaterdag 4 augustus 2018

April Marmara - New Home

Hoe ik er aan kom weet ik eerlijk gezegd niet precies meer, maar sinds de digitale versie van New Home van April Marmara hier voor het eerst uit de speakers kwam, intrigeert deze plaat me hopeloos. 

New Home van April Marmara ligt niet in de winkel, is ook niet beschikbaar via streaming media diensten als Spotify en Apple Music, maar is wel te beluisteren en aan te schaffen via de bandcamp pagina van April Marmara. 

Via deze bandcamp pagina weet ik dat ze uit het Portugese Lissabon (over de bijzondere geschiedenis van deze stad is onlangs overigens het uitstekende boek De Witte Stad van Jule Hinrichs verschenen) komt en dat er op New Home vier muzikanten zijn te horen. 

Het ingetogen geluid op New Home wordt bepaald door akoestische gitaren en wordt aangevuld met organisch klinkende keyboards, een harmonium, wat eenvoudige percussie en een incidenteel prominent aanwezige viool. Ene Beatriz Diniz schreef alle songs en neemt de belangrijkste vocalen voor haar rekenen en dankzij de kunsten van Google Translate weet ik inmiddels dat April Marmara het alter ego is van deze Beatriz Diniz. 

Bij Lissabon denk ik in eerste instantie aan fado, maar met fado heeft de muziek van April Marmara helemaal niets te maken. New Home heeft zich vooral laten beïnvloeden door de psychedelische folk zoals deze in de jaren 60 werd gemaakt door de afgelopen jaren herontdekte folkzangeressen als Karen Dalton, Linda Perhacs en Judee Sill. 

De singer-songwriter uit Lissabon slaat met haar bijzondere stem echter ook een brug naar de gepassioneerde voordracht van Patti Smith en vindt bovendien aansluiting bij alternatieve folkies van deze tijd, waarvan met name Marissa Nadler, Beth Orton en Josephine Foster relevant vergelijkingsmateriaal aandragen. 

New Home bevat tien songs, waarvan er vier meer dan vijf minuten duren. Met name in de wat langere tracks maakt April Marmara indruk met atmosferische en bezwerende klanken die je langzaam maar zeker het muzikale universum van Beatriz Diniz in trekken. Het zijn klanken waarin veel herhaling zit, maar waarin ook op fascinerende wijze naar een climax wordt toegewerkt. 

De zang van Beatriz Diniz is even bezwerend en dynamisch als de instrumentatie op New Home, waarvan vooral het gitaarwerk steeds meer indruk maakt. De Portugese singer-songwriter kan aansluiten bij de eigenzinnige folkies uit het verre verleden of hun soortgenoten uit het verleden, maar kan ook fel uithalen, waarbij zoals gezegd flarden Patti Smith, maar zeker ook flarden Grace Slick opduiken. 

New Home is zeker geen makkelijke plaat, maar wanneer je vatbaar bent voor de even ingetogen als meeslepende klanken van April Marmara en gevoelig bent voor de indringende zang van Beatriz Diniz, is het een plaat die steeds weer geheimen prijs geeft en steeds mooier en indrukwekkender wordt. Zeker bij eerste beluistering is het debuut van de Portugese muzikante een behoorlijk ruwe diamant, maar iedere keer dat je je laat betoveren door de bijzondere songs op de plaat gaat deze diamant wat feller fonkelen. 

Ik kan persoonlijk lang niet alle alternatieve folkies van het moment verdragen, maar New Home van April Marmara is een plaat van een bijzondere schoonheid en intensiteit. Het is bovendien een plaat met een hypnotiserend karakter, die de warme stad verruilt voor donkere bossen waarin het niet alleen koel is, maar ook bijzondere dingen gebeuren. Zoals eerder gezegd een plaat die hopeloos intrigeert en echt veel meer verdient dan een bestaan als betrekkelijk anonieme bandcamp release. Erwin Zijleman

New Home van April Marmara beluisteren en in huis halen? Ga snel naar de bandcamp pagina van de muzikante uit het momenteel snikhete Lissabon: https://aprilmarmara.bandcamp.com/album/new-home.



Nu ook op Spotify gelukkig:

vrijdag 3 augustus 2018

Israel Nash - Lifted

Israel Nash Gripka maakte het afgelopen decennium een aantal prima rootsplaten, waarvan het in 2011 verschenen Barn Doors And Concrete Floors de beste was. 

Sinds 2014 brengt de Amerikaanse muzikant zijn platen uit onder de naam Israel Nash en waar er in zijn naam een schepje af ging, kwam er in muzikaal opzicht een flinke schep bij. 

De nog puur aandoende rootsmuziek uit de beginjaren werd verrijkt met extra invloeden, een vol klinkende instrumentatie en arrangementen vol versiersels en tierelantijntjes. Dat levert zeker niet alleen positieve reacties op, maar ik was persoonlijk erg onder de indruk van Rain Plains uit 2013 en Silver Season uit 2015. 

Op Lifted kiest de in de Ozark Mountains in Missouri geboren muzikant voor een nog wat voller geluid. Het is een geluid waarin invloeden uit de jaren 60 en 70 domineren en binnen de invloeden uit dit decennium bestrijkt Israel Nash een opvallend breed palet. 

Lifted opent met Beach Boys achtige koortjes, raakt net als zijn voorgangers meerdere keren aan het werk van Neil Young, maar maakt ook geen geheim van een voorliefde voor radiovriendelijke soft-rock, muziek uit de Laurel Canyon en zweverige psychedelica. Voor liefhebbers van pure Amerikaanse rootsmuziek valt er weer wat minder te halen op Lifted, maar iedereen die de huidige zomerse temperaturen wil voorzien van een geschikte soundtrack is bij Israel Nash aan het juiste adres. 

Voor de arrangementen deed de Amerikaanse singer-songwriter dit keer een beroep op de onder andere van Mercury Rev bekende Jesse Chandler, die de plaat heeft voorzien van een geluid vol versiersels van onder andere strijkers en blazers en hier en daar zorg draagt voor sprookjesachtige sferen. Het combineert fraai met de pedal steel, die altijd een voorname rol heeft gespeeld in de muziek van Israel Nash en dat gelukkig nog steeds doet. 

Bij de arrangementen van Jesse Chandler ligt overdaad altijd op de loer, maar Lifted blijft wat mij betreft altijd aan de juiste kant van de streep. Israel Nash heeft een plaat gemaakt vol lome en zwoele popliedjes. Het zijn popliedjes die net zo makkelijk in de jaren 60 of 70 gemaakt hadden kunnen zijn en die zich dit keer meer hebben laten inspireren door Brian Wilson dan door Neil Young. 

Lifted is een plaat die zich makkelijk opdringt, zeker zolang de zon zo overdadig schijnt, maar het is ook een plaat die aan kracht wint wanneer je je best doet om het volle geluid volledig te ontrafelen. Wanneer je dit probeert hoor je hoe hecht de band van de Amerikaan speelt, hoe mooi de accenten van Jesse Chandler zijn en hoe aangenaam de zang van Israel Nash klinkt (van de uithalen moet je houden). 

Lifted is een tijdloos klinkende plaat, maar Israel Nash past wat mij betreft niet in het hokje retro. Lifted combineert hiervoor teveel invloeden en klinkt op een of andere manier en ondanks alle invloeden uit het verleden ook te eigentijds. Zeker zolang de zomer aanhoudt is Lifted van Israel Nash een graag geziene gast in de cd speler, maar ik sluit zeker niet uit dat deze plaat ook mijn herfst- en wintermaanden gaat verwarmen. Erwin Zijleman



 

donderdag 2 augustus 2018

Boz Scaggs - Out Of The Blues

Boz Scaggs is vooral bekend van het uit 1976 stammende Silk Degrees; de plaat met de wereldhits What Can I Say en Lido Shuffle. Iedereen die denkt dat hij of zij met Silk Degrees het beste en belangrijkste van de Amerikaanse muzikant wel in de kast heeft staan, mist echter heel veel moois. 

De in Canton, Ohio, geboren Boz Scaggs debuteerde al in 1965 (al werd Boz bijna nergens uitgebracht), maar met het in 1969 verschenen Boz Scaggs maakte hij voor het eerst indruk. In de eerste helft van de jaren 70 maakte de Amerikaan een aantal hele sterke platen, waarna het verkoopsucces van Silk Degrees (ook een geweldige plaat overigens) volgde. 

Hierna was Boz Scaggs lange tijd van de leg, want pas in de tweede helft van de jaren 90 maakte hij weer platen die qua niveau de concurrentie met zijn beste platen aan konden (met name Come On Home uit 1997 is geweldig). Ook in het nieuwe millennium kwam de Amerikaanse muzikant maar moeizaam op gang, maar met het in 2013 verschenen Memphis leverde Box Scaggs opnieuw een voltreffer af. 

Op de in slechts drie dagen opgenomen plaat eerde de Amerikaanse muzikant, samen met topmuzikanten als Steve Jordan (die de plaat ook produceerde), Ray Parker Jr., Willie Weeks en een batterij strijkers en blazers, de soul en rhythm & blues zoals die in de late jaren 60 in Memphis werd gemaakt. 

Memphis bleek de start van een heuse trilogie, die een vervolg kreeg met het in 2015 verschenen A Fool To Care en die wordt voltooid met het nu verschenen Out Of The Blues. A Fool To Care volgde drie jaar geleden grotendeels hetzelfde recept als zijn voorganger, maar Out Of The Blues is een net wat andere plaat. 

Het derde deel van de trilogie werd niet geproduceerd door Steve Jordan (Ray Parker Jr. en Willie Weeks zijn wel van de partij), terwijl een aantal extra muzikanten meespelen, onder wie topgitaristen Doyle Bramhall II en Dylan gitarist Charlie Sexton en meesterdrummer Jim Keltner. 

Op Out Of The Blues put Boz Scaggs deels uit zijn eigen archieven (songs van de eerdergenoemde platen Boz en Come On Home komen voorbij) en zoals altijd heeft Boz Scaggs een goede neus voor een aantal prima covers (waaronder een fraaie versie van Neil Young’s On The Beach). 

Out Of The Blues klinkt wat minder soulvol dan zijn twee voorgangers en kiest vooral voor de blues en rhythm & blues. Het is vooral lekkere lome blues waarin piano en blazers zorgen voor een solide basis, waarna de topgitaristen op de plaat los mogen gaan en ook de mondharmonica en het orgel af en toe lekker mogen scheuren. Denk aan Robert Cray op zijn beste platen, maar dan met de hand van Boz Scaggs en gespeeld door de beste muzikanten voorhanden.

Boz Scaggs vierder eerder dit jaar zijn 74e verjaardag, maar ook op Out Of The Blues is hij weer uitstekend bij stem. Natuurlijk zit er wat meer gruis op zijn stembanden dan in de jaren 70, maar het zo herkenbare Boz Scaggs geluid is nog altijd aanwezig. De vooraf geplande trilogie is met deze plaat voltooid, maar ook deze plaat smaakt weer naar veel meer. Hopelijk schudt de oude rot nog een paar prima platen als deze uit zijn mouw. Erwin Zijleman