vrijdag 31 augustus 2018

Tunng - Songs You Make At Night

Ik was vijf jaar geleden zeer te spreken over Turbines van de Britse band Tunng. 

De band uit Londen stond met platen als This Is...Tunng: Mother's Daughter And Other Songs en Comments Of The Inner Chorus, allebei verschenen in  2006, aan de basis van het genre folktronica, maar persoonlijk vond ik het geluid op Turbines veel interessanter. 

Waar ik het trucje van de folktronica over het algemeen na een paar songs wel ken, intrigeerde de mix van elektronica, psychedelica, synthpop, en folktronica op Turbines van de eerste tot de laatste noot. 

Turbines was tot voor kort het laatste wapenfeit van Tunng, maar met Songs You Make At Night is de band gelukkig terug. Met haar nieuwe plaat trekt Tunng de lijn van Turbines door en zet de band bovendien een aantal volgende stappen. 

De openingstrack roept bij mij associaties op met de vroege platen van Genesis (met Peter Gabriel nog in de gelederen), om vervolgens snel op te schuiven richting Elbow, wat feitelijk maar een klein stapje is. Het zijn invloeden die vaker terugkeren op Songs You Make At Night, maar Tungg verkent ook dit keer nadrukkelijk de grenzen van de elektronische popmuziek. 

Invloeden uit de folk zijn nog altijd duidelijk hoorbaar in de muziek van Tungg, maar waar deze in het verleden slechts werden voorzien van een dun laagje elektronica, pakt de band nu stevig uit en schiet het qua invloeden alle kanten op. Folk wordt op Songs You make At Night verrijkt met onder andere psychedelica, progrock, synthpop, electropop en een vleugje avant garde. 

Dat klinkt waarschijnlijk pretentieus en ingewikkeld, maar de nieuwe plaat van Tunng staat vol buitengewoon aangenaam klinkende songs. De titel van de plaat dekt absoluut de lading, want ondanks het volle geluid is Songs You Make At Night een ingetogen plaat die inderdaad gemaakt lijkt in en voor de kleine uurtjes. 

Als folktronica pioniers weet Tungg inmiddels wel hoe je akoestische en elektronische muziek kunt laten samen smelten, maar de Britten doen dit op hun nieuwe plaat op razend knappe wijze. Akoestische instrumenten vloeien naadloos over in elektronische instrumenten, waardoor verstilde folk in een keer om kan slaan in synthpop voor de dansvloer of in Kraftwerk achtig experiment. 

Dit zal bij de meeste bands gekunsteld klinken, maar Tunng slaagt er in om een natuurlijk klinkend geluid te creëren met uitersten. Het is een geluid dat soms uitnodigt tot wegdromen, maar dat je net zo makkelijk aangenaam wakker schudt. Het is een geluid dat het oor heerlijk kan strelen, maar het is ook een geluid dat de fantasie bijna eindeloos prikkelt. 

Ik ben nooit een heel groot fan geweest van Tunng, maar Turbines overtuigde me drie jaar geleden wel. Songs You Make At Night gaat nog wat verder en is een plaat die van alles met me doet. Tunng neemt me mee terug naar de folk en progrock van oude helden, maar sleept deze invloeden ook op fascinerende wijze het heden in. Tunng is misschien niet meer zo hip als ruim tien jaar geleden, maar heeft echt een fantastische plaat afgeleverd. Erwin Zijleman

De muziek van Tunng is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band: https://tunng.bandcamp.com/album/songs-you-make-at-night.



 

donderdag 30 augustus 2018

Kacey Johansing - The Hiding

Op het stapeltje met platen die mogelijk interessant zijn voor een plekje op de krenten uit de pop lag sinds het begin van de zomer The Hiding van Kacey Johansing; een plaat die overigens al in 2017 werd gemaakt, maar de afgelopen zomer een tweede kans kreeg. 

Afgelopen week kwam de plaat voor het eerst uit de speakers en ik was direct overtuigd van de kwaliteiten van de singer-songwriter uit San Francisco. Sterker  nog, ik werd onmiddellijk verliefd op deze plaat.

De mij onbekende Kacey Johansing heeft een verleden in de bands Honey.Moon.Tree en Honeycomb en maakte ook al twee soloplaten. Als het allemaal zo goed is als haar derde soloplaat heb ik iets te ontdekken, want The Hiding is een heerlijke en wonderschone plaat. 

Kacey Johansing opereert zoals gezegd vanuit Californië en dat is te horen. De muziek van de Amerikaanse singer-songwriter klinkt warm, zonnig en gloedvol en lijkt gemaakt voor de dagen waarop de temperatuur (ruim) boven de 20 graden uit stijgt. Het warme en gloedvolle hoor je in de instrumentatie waarin mooie gitaarlijnen de hoofdrol spelen, maar ook aangenaam broeierige elektronica of een pedal steel kan opduiken. Het kleurt prachtig bij de al even warme en gloedvolle stem van Kacey Johansing, die zich soepel door haar gevarieerd klinkende songs beweegt. 

Ook voor de invloeden die hoorbaar zijn op The Hiding kunnen we voor een belangrijk deel in California blijven. Kacey Johansing laat zich het ene moment beïnvloeden door de folk zoals die aan het eind van de jaren 60 en in het begin van de jaren 70 in de Laurel Canyon bij Los Angeles werd gemaakt, maar heeft ook een hoorbaar zwak voor de perfecte pop die Fleetwood Mac een paar jaar na de hoogtijdagen van de Laurel Canyon folk vanuit datzelfde Los Angeles zou maken. 

Het zou er voor kunnen zorgen dat liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek net wat te veel pop en liefhebbers van pop net wat te veel folk horen op The Hiding, maar de liefhebber van beide genres is spekkoper. 

Zeker de bijzonder aangename en aan Fleetwood Mac rakende songs op de plaat overtuigen bijzonder makkelijk en het zijn songs die je na één keer horen alleen maar wilt koesteren. Het zijn songs die zich fraai tussen Christine McVie en Stevie Nicks in nestelen en die wat mij betreft niet hadden misstaan op de plaat die Fleetwood Mac zou hebben gemaakt wanneer ze niet voor Tusk maar voor Rumours Volume II zouden hebben gekozen. 

Het is wat mij betreft een groot compliment voor Kacey Johansing, die met The Hiding ook nog eens de liefhebbers van zwoele folkpop weet te verleiden en die je niet alleen zo weet mee te nemen naar de jaren 70, maar ook verrassend eigentijds klinkt, opeens doet denken aan de 80s pop van bijvoorbeeld Prefab Sprout of toch de weg richting de alt-country of jazz in slaat. 

Het is een bijzondere combinatie van associaties en invloeden, waardoor The Hiding van Kacey Johansing een plaat is die er voor mij flink uitspringt op het moment. Het is een plaat die niet alleen zorgt voor een heerlijk zomers gevoel, maar het is ook een plaat vol verrassing en hier en daar zelfs sensatie, bijvoorbeeld wanneer Kacey Johansing haar mooie stem om prachtig zweverige gitaarlijnen heen draait en er verder eigenlijk niets nodig is. 

Valt er dan helemaal niets te klagen over de derde plaat van Kacey Johansing? Ja, na 35 minuten muziek van een bijzondere schoonheid en intensiteit is het stil en rest alleen de repeat knop. Ook zeker geen straf trouwens. The Hiding van Kacey Johansing heeft helaas nauwelijks aandacht gekregen, ook niet bij deze tweede poging, maar het is echt een prachtplaat. Een prachtplaat met jaarlijstjespotentie durf ik wel te zeggen. Erwin Zijleman

De muziek van Kacey Johansing is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina:  https://kaceyjohansing.bandcamp.com/album/the-hiding.



 

woensdag 29 augustus 2018

White Denim - Performance

Het is een fraai stapeltje platen dat de Amerikaanse band White Denim inmiddels op haar naam heeft staan. Het debuut van de band uit 2008 ontging me nog, maar sinds het in 2009 verschenen Fits ben ik absoluut bij de les. 

Op Fits maakte de band uit Austin, Texas, diepe indruk door een onwaarschijnlijk groot aantal invloeden te verwerken in haar op dat moment nog behoorlijk rauwe en tegendraadse muziek. Fits klonk zo af en toe alsof je tien platen tegelijk aan het draaien was. Zeker fascinerend, maar eerlijk gezegd ook wel wat vermoeiend. 

Sinds haar voorlopige meesterwerk D uit 2011 is de muziek van White Denim wat minder chaotisch en ook wel wat stijlvaster, maar White Denim zou White Denim niet zijn als de band niet met enige regelmaat flink buiten de gebaande paden zou treden. 

Op het door Ethan Johns geproduceerde Stiff uit 2016 (die van die hoes met die onderbroek vol cactussen) lag de nadruk wat meer op bluesrock, rhythm en blues en soul, maar als je even niet oplette zat de band toch weer opeens een paar genres verderop. Het is niet anders op de nieuwe plaat van de band. 

White Denim liet na de release van Stiff een eigen studio bouwen, zodat er lekker lang gesleuteld kon worden aan de nieuwe plaat en dat hoor je in alle fraaie details. De band veranderde bovendien nog maar weer een keer van samenstelling, maar oerleden  James Petralli en Steve Terebecki zijn nog steeds van de partij. 

In de openingstrack van Performance heeft White Denim de bluesrock van de vorige plaat tijdelijk verruild voor heuse glamrock en ben je onmiddellijk in de vroege jaren 70 beland. Het is een muzikaal tijdperk waarin de muziek van White Denim uitstekend gedijt, want Performance laat met grote regelmaat invloeden uit de jaren 70 horen. 

De band uit Austin, Texas, beperkt zich hierbij zeker niet tot de glamrock en sleept er stiekem van alles bij. In de openingstrack fietst de band op subtiele wijze invloeden van Roxy Music naar binnen, terwijl de track in de tweede track klinkt alsof Jethro Tull langzaam maar zeker transformeert in The Strokes. Hiertegenover staan ook weer flink wat tracks die de bluesrock uit de jaren 70 eren, al klinkt het allemaal wel net wat zonniger en lichtvoetiger dan we van de band gewend zijn met hier en daar een flink scheut van de succesplaten van de Steve Miller Band. 

Zeker het gitaarwerk op de plaat eert de klassiekers uit de jaren 70, maar van retro is geen moment sprake. Hiervoor sleept White Denim er ook dit keer te veel invloeden bij, van Thin Lizzy achtige hardrock tot en met funk, jazz en progrock aan toe, en ook de wijze waarop de band elektronica aan haar muziek toevoegt is in de jaren 70 niet vertoond. 

Performance springt heerlijk van de hak op de tak, al besef ik me terdege dat je hier tegen moet kunnen. Ik vind het zelf heerlijk. Performance klinkt als een omgevallen platenkast uit het verleden, maar iemand heeft er stiekem wat platen uit de decennia die volgden bij gegooid. Het transformeert de bij vlagen bijzonder aangename feelgood 70’s retro in buitengewoon spannende muziek die je constant op het puntje van de stoel houdt. 

Sinds Fits uit 2009 heb ik een zwak voor de muziek van White Denim en dit zwak heb ik nog steeds. Ook Performance is weer een geweldige plaat van een band die soms doet wat je verwacht, maar minstens net zo vaak precies de andere kant op gaat. Erwin Zijleman

De muziek van White Denim is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band: https://whitedenimmusic.bandcamp.com.



 

dinsdag 28 augustus 2018

Nothing - Dance On The Blacktop

De muziek van de Amerikaanse band Nothing is mij tot dusver volledig ontgaan, maar nadat ik hun nieuwe plaat Dance On The Blacktop had beluisterd en diep onder de indruk raakte van deze plaat, ben ik ook eens in het oudere werk van de band gedoken. 

Op haar debuut Guilty Of Nothing uit 2014 maakt de band uit Philadelphia in kleine kring enorme indruk met donkere en indringende muziek. Het is muziek die zich vooral heeft laten inspireren door de shoegaze van bijvoorbeeld My Bloody Valentine, maar ook flarden metal en postpunk hebben hun weg gevonden naar het debuut van de band. 

De in 2016 verschenen tweede plaat van de band, Tired Of Tomorrow, borduurde deels voort op het geweldige debuut, maar koos ook voor een wat gepolijster en meer grunge georiënteerd geluid, dat mij toch wat minder aanspreekt. 

Het zijn zoals gezegd platen die ik destijds heb gemist, maar de nieuwe plaat van de band kwam direct hard aan en is sindsdien niet meer van de platenspeler te krijgen. Op Dance On The Blacktop trekt Nothing de lijn van met name de eerste plaat door, al zijn invloeden uit de shoegaze wat verder naar de achtergrond gedrongen, wat overigens zeker niet betekent dat ze verdwenen zijn. 

Dance On The Blacktop klinkt veel lomer en dromeriger dan het debuut van de band, maar ook de derde plaat van Nothing is een aardedonkere plaat, waarop de gruizige gitaarwolken misschien iets minder prominent aanwezig zijn, maar nog steeds met enige regelmaat opduiken en van een betoverende schoonheid zijn.

Het zijn gitaarwolken die worden afgewisseld met meer ingetogen gitaarwerk, waardoor de nieuwe plaat van Nothing wel wat aan The Smashing Pumpkins doet denken. Ook invloeden uit de grunge, de noise-rock, de post-punk en de indie-rock hebben hun weg gevonden naar het geluid van Nothing, terwijl invloeden uit de metal zijn verdwenen. Dance On The Blacktop deelt hierdoor niet zo’n mokerslag uit als het debuut van de band, maar persoonlijk vind ik dat niet zo erg. 

Zanger Domenic Palermo liep in het verleden de nodige klappen op en dat lijkt te hebben geresulteerd in een hersenbeschadiging die uiteindelijk flinke gevolgen kan hebben. Het is een plausibele verklaring voor de kwetsbare en vaak zeer melancholisch klinkende zang op de plaat, die prachtig is gevangen in de dynamische maar ook bezwerende productie van John Agnello (Dinosaur Jr., Sonic Youth, Madrugada).

Liefhebbers van het aardedonkere shoegaze geluid van de band zullen het nieuwe geluid van de band waarschijnlijk wat te gepolijst en veelkleurig vinden, maar ik had direct bij eerste beluistering iets met deze plaat. Nothing combineert gruizige gitaarwolken met opvallend melodieuze songs. Het zijn songs die zijn voorzien van een donkere en emotionele lading, maar het zijn ook opvallend lekker in het gehoor liggende songs. 

Het is soms niet goed uit te leggen waarom een plaat iets met je doet, maar sinds ik Dance On The Blacktop voor het eerst hoorde ben ik verknocht aan deze plaat en word ik steeds weer van mijn sokken geblazen door het fascinerende geluid van de band. 

Ook het toch flink anders klinkende debuut van de band heb ik inmiddels omarmd, maar de derde plaat van de band uit Philadelphia vind ik onderscheidender. Het is prachtig hoe Nothing er in slaagt om gruizige shoegaze wolken te combineren met meer ingetogen werk en het is knap hoe de band rockmuziek vol gevoel te maken zonder dat het zouteloze emo wordt. Geweldige plaat als je het mij vraagt. En ik zou ook zeker het debuut van de band nog even checken. Erwin Zijleman

De muziek van Nothing is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band: https://nothing.bandcamp.com/album/dance-on-the-blacktop.




 


maandag 27 augustus 2018

The Vryll Society - Course Of The Satellite

The Vryll Society is een band uit Liverpool, die al een paar jaar onder de grote beloften van de Britse stad met de imposante muziekgeschiedenis wordt geschaard. De band heeft de tijd genomen voor haar debuut, maar onlangs verscheen dan eindelijk Course Of The Satellite. 

In veel van de recensies die tot dusver over de plaat zijn verschenen wordt melding gemaakt van dominante invloeden uit de Krautrock, terwijl ook de naam van Kraftwerk zo nu en dan opduikt, waardoor ik met extra veel belangstelling begon aan de beluistering van het debuut van The Vryll Society. 

Bij eerste beluistering hoorde ik inderdaad wel wat invloeden uit de intrigerende Krautrock, maar heel dominant vond en vind ik de invloeden niet. Invloeden van Kraftwerk heb ik eerlijk gezegd nog niet kunnen ontdekken. Bij beluistering van Course Of The Satellite hoor ik vooral zeer verzorgde en hier en daar zelfs wat gepolijste popmuziek met vooral invloeden uit de (neo-)psychedelica, de 80s pop en de progrock. 

Het is absoluut een bijzondere combinatie van invloeden, waardoor ik de muziek van The Vryll Society niet direct kan vergelijken met de muziek van anderen. En als het al lukt houdt de vergelijking meestal niet lang stand. Bij beluistering van Course Of The Satellite domineren wat mij betreft invloeden uit de psychedelica, waarbij de band uit Liverpool vooral raakt aan neo-psychedelische bands als Mercury Rev, Tame Impala en zeker ook aan The Coral in haar beste dagen. 

Course Of The Satellite heeft hiernaast met grote regelmaat een 80s geluid, waarbij ik in het begin wat associaties had met een band als China Crisis, maar die vergelijking houdt uiteindelijk geen stand. Wanneer wordt gekozen voor wat complexere muziek kan ook zomaar een vleugje Yes opduiken, maar The Vryll Society draait ook haar hand niet om voor invloeden uit de 70s jazz-rock of kan opschuiven richting de zweverige klanken van bijvoorbeeld Sigur Rós. 

Het maakt van het debuut van de band uit Liverpool een vat vol tegenstrijdigheden, maar zo voelt de muziek op de plaat zeker niet aan. Course Of The Satellite is voorzien van een warm geluid dat is volgestopt met lome zang en prachtige gitaarlijnen, die in meerdere lagen zijn opgenomen. 

Het doet zeker op het eerste gehoor wat gepolijst aan, maar het debuut van The Vryll Society is ook een plaat die steeds nieuwe dingen en nieuwe lagen laat horen. Het zijn ook nog eens dingen en lagen van grote schoonheid, waardoor de plaat veel interessanter is dan je bij eerste en oppervlakkige beluistering zult vermoeden. 

Course Of The Satellite valt bij aandachtige en herhaalde beluistering niet alleen op door de even verzorgde als fraaie instrumentatie, maar blijkt ook steeds meer invloeden in haar muziek te hebben verstopt, waarbij de band uit Liverpool met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van de popmuziek loopt. 

Ik weet nog dat ik het debuut van The Vryll Society een week of drie geleden vluchtig beluisterde en het allemaal net wat te glad en netjes vond, maar inmiddels kan ik geen genoeg krijgen van de veelkleurige muziek van de band. Zeker op de vroege ochtend en late avond is het heerlijk wegdromen op de aangename klanken van The Vryll Society, maar na enige gewenning is het een plaat voor alle momenten. Ik ben in ieder geval om. Erwin Zijleman



 

zondag 26 augustus 2018

Kat Fountain - Care Less, Do More

Een lezer van deze BLOG wees me eerder deze week op het debuut van ene Kat Fountain. Deze mij onbekende singer-songwriter bracht eerder deze zomer via bandcamp haar eerste plaat uit en mag sindsdien concurreren met talloze collega singer-songwriters. 

Ik doe met grote regelmaat een rondje bandcamp en  verbaas me iedere keer weer over de hoge kwaliteit op het sympathieke platform. Zo goed als het debuut van Kat Fountain hoor ik ze echter maar zelden. 


De singer-songwriter uit Portland, Oregon, nam haar debuut op met eenvoudige middelen. Ze speelt zelf gitaar, bas en mondharmonica en zorgt voor de vocalen op de plaat. Ze wordt op haar debuut verder bijgestaan door een drummer en door een gitarist, die in een van de tracks nog wat vocalen toevoegt aan Care Less, Do More. 


Het levert een akoestisch en puur klinkend geluid op, dat zich binnen de Americana vooral laat beïnvloeden door folk en blues, al duiken aan het eind ook nog wat country en bluegrass op. Care Less, Do More is weliswaar het debuut van Kat Fountain, maar de singer-songwriter uit Portland heeft de Verenigde Staten inmiddels meerdere malen doorkruist met haar muziek. Dat is te horen, want het debuut van Kat Fountain loopt over van zelfvertrouwen. 


De warme stem van Kat Fountain is voorzien van een rauw randje, wat haar muziek voorziet van net wat meer emotie en doorleving dan gebruikelijk bij jonge singer-songwriters. Ook de songs op Care Less, Do More doen me net wat meer dan die op de meeste andere platen die zich in dit genre bewegen. Kat Fountain maakt traditioneel aandoende Amerikaanse rootsmuziek, maar haar songs klinken ook urgent en slagen er moeiteloos in om de aandacht vast te houden. 


Relatief eenvoudige Amerikaanse rootsmuziek als deze gaat me meestal vervelen na een paar tracks, maar Kat Fountain verveelt op haar een half uur durende debuut geen seconde. Dit is vooral de verdienste van de gloedvolle zang op de plaat, maar ook de instrumentatie op de plaat is verrassend trefzeker en is fraai opgenomen, zodat je iedere aanraking van de snaren hoort. Bovendien slaat de Amerikaanse aan het eind van de plaat nog wat andere wegen in met een tweetal bezwerende tracks die wel wat aan Cowboy Junkies doen denken.


De singer-songwriter uit Portland kocht ooit een mondharmonica en raakte compleet verslingerd aan het instrument. Ze mocht haar kunsten op meerdere platen vertonen en was ook een veelgevraagd gastmuzikant op het podium. Op Care Less, Do More moet de mondharmonica genoegen nemen met een redelijk bescheiden rol. Dat is aan de ene kant jammer, maar het zorgt er aan de andere kant voor dat het instrument door de ziel snijdt wanneer Kat Fountain hem wel tevoorschijn haalt. 


Het zal niet meevallen om aandacht te trekken met deze in eigen beheer uitgebrachte plaat, maar ik weet zeker dat iedere liefhebber van Amerikaanse rootsmuziek die deze plaat beluistert zeer gecharmeerd zal zijn van de akoestische rootsmuziek op Care Less, Do More. Het debuut van Kat Fountain overtuigde mij snel en makkelijk, maar het is ook een plaat die nog flink wint aan intensiteit en kracht. Ik ben nu al nieuwsgierig naar de muziek die ze gaat maken, want dit uitstekende debuut smaakt absoluut naar meer. Erwin Zijleman


De muziek van Kat Fountain is verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://katfountain.bandcamp.com/releases.


 


zaterdag 25 augustus 2018

Kovacs - Cheap Smell

Sharon Kovacs debuteerde drie jaar geleden als Kovacs met het bijzondere fraaie Shades Of Black. De plaat werd de hemel in geprezen en daar was eigenlijk niets op af te dingen. 

Op Shades Of Black imponeerde Sharon Kovacs niet alleen met een soulstem vol echo’s naar grote soulzangeressen uit het verleden, maar maakte ze ook indruk met een donker en wat filmisch aandoend geluid, dat bij mij vooral associaties opriep met de bezwerende klanken van Portishead en dat de suggestie van de titel van de plaat meer dan waar maakte. 


Ik was dan ook heel nieuwsgierig toen een paar maanden geleden de opvolger van Shades Of Black werd aangekondigd en nog nieuwsgieriger toen Cheap Smell een paar weken geleden voor het eerst uit de speakers kwam. De soulvolle klanken van de plaat deden het direct uitstekend bij de zomerse temperaturen van dat moment, maar bij eerste beluistering van de tweede plaat van Kovacs kon ik ook enige teleurstelling niet onderdrukken. Die teleurstelling groeide vervolgens snel. Waar ik Shades Of Black direct een fascinerende en bezwerende plaat vond, deed een deel van Cheap Smell bij eerste en herhaalde beluistering wat gewoontjes of goedkoop aan en op een of andere manier bleef vooral dit deel van de plaat hangen. 


Gezien mijn liefde voor het debuut van Kovacs wilde ik de opvolger niet direct afschrijven en ook de afgelopen week heb ik de plaat daarom meerdere kansen gegeven. Het heeft gewerkt, want ik ben inmiddels een stuk positiever over de tweede plaat van Kovacs. 


Cheap Smell opent lichtvoetig met een dampende soultrack, die Joss Stone en Amy Winehouse ook best gemaakt zouden kunnen hebben en de plaat bevat meer van dit soort tracks. Het zijn tracks die het mysterieuze van veel van de songs op Shades Of Black missen, maar er valt wel degelijk veel te genieten. Sharon Kovacs is een geweldige zangeres, die songs altijd naar een net wat hoger niveau tilt en bovendien is de productie van de nieuwe plaat werkelijk geweldig. Voor deze productie tekende niemand minder dan Liam Howe, die ooit de band Sneaker Pimps aanvoerde, maar als producer werkte met onder andere Jessie Ware, Ellie Goulding, Adele, FKA twigs en Lissie. 


Je hoort het misschien niet direct wanneer Kovacs kiest voor zwoele soul, muziek die doet denken aan Caro Emerald (ja echt) of een track met exotische invloeden, maar na de drie wel erg lichtvoetige openingstracks, keert Kovacs gelukkig terug naar het geluid van haar terecht zo bewierookte debuut en maakt ze weer die onuitwisbare indruk. 


Freakshow is de eerste track op de plaat die bij mij goed is voor kippenvel en gelukkig volgen er nog meer geweldige songs. Het is aan de ene kant jammer dat Kovacs op Cheap Smell kiest voor een veelzijdiger en vaak wat hitgevoeliger geluid, maar het laat ook horen hoe veelzijdig en getalenteerd ze is. Bovendien zorgt de afwisseling tussen opgewekte en donkere klanken er voor dat de laatste meer impact hebben, waardoor Cheap Smell in een aantal tracks boven Shades Of Black uit stijgt. 


Ook wanneer Kovacs in muzikaal opzicht wat minder indruk maakt is er altijd die fascinerende stem en zijn er ook dit keer de persoonlijke teksten, die duidelijk maken dat het leven van Sharon Kovacs wat heftiger is dan dat van de jonge soulzangeressen met hitpotentie waaraan ze soms raakt. Het voorziet Cheap Smell van diepgang, al hoor je dit er lang niet altijd aan af.


Cheap Smell bevat 15 tracks en is goed voor ruim 50 minuten muziek. Ik vind het ook na veelvuldig beluisteren nog steeds lang niet allemaal even goed, maar de plaat bevat zeker een handvol tracks die diepe indruk maken en laten horen dat Kovacs het zeker niet verleerd is. 


Na het fascinerende Shades Of Black waren de verwachtingen hooggespannen en die verwachtingen maakt Kovacs wat mij betreft niet waar. Cheap Smell is echter zeker geen slechte plaat. Het is een plaat met een aantal fantastische songs, die misschien wat naar beneden worden getrokken door een aantal niemendalletjes, maar die kun je ook gewoon overslaan, waarna een plaat van ruim een half uur grote schoonheid en rauwe emotie overblijft. Ik vind het net genoeg. Erwin Zijleman



 

vrijdag 24 augustus 2018

Tirzah - Devotion

Ik ben geen groot liefhebber van R&B, maar hou het genre in de gaten sinds er ook in de R&B platen opduiken die ik kan koesteren. Het begon ooit met de platen van Amel Larrieux, maar sindsdien vond ik ook de platen van Janelle Monáe, Kelele, Xenia Rubinos en Solange goed genoeg voor mijn jaarlijstje. 

De R&B platen die ik de afgelopen maanden kreeg aangereikt hadden allemaal niet de impact die de platen van het bovenstaande lijstje vrouwelijke muzikanten hadden, maar het debuut van de Britse Tirzah is voor mij weer wel een voltreffer. 

Achter Tirzah gaat de uit Londen afkomstige Tirzah Mastins schuil. De jonge Britse muzikante maakt al sinds haar 13e muziek en was volgens de informatie bij haar debuut al een aantal malen zeer succesvol, zeker wanneer ze samenwerkte met de mij onbekende producer Mica Levi (ook bekend als Micachu). 

Deze Mica Levi heeft ook het debuut van Tirzah geproduceerd en ik vind het een fascinerend debuut. Devotion is verschenen op het eigenzinnige Domino label, dat vaak een synoniem is voor kwaliteit. Domino is voor mij ook een synoniem voor avontuurlijke muziek en wat dat betreft zit Tirzah zeker op haar plek bij het Britse label. 

De muziek van Tirzah wordt vooralsnog vooral voorzien van het label R&B. Daar is wel iets voor te zeggen, maar de jonge Britse muzikante blijft op Devotion mijlenver verwijderd van de gemiddelde R&B. 

Het debuut van Tirzah is voorzien van een bijna minimalistische instrumentatie en productie. Het geluid op de plaat is vooral elektronisch, maar als je goed luistert hoor je ook organische klanken in de muziek op Devotion. Producer Mica Levi heeft gekozen voor een zeer sober geluid met hier en daar een diepe bas, drums en piano, af en toe een van veel feedback voorziene gitaar en verder vooral elektronische accenten, die hier en daar op bijzondere wijze vervormd zijn. 

De instrumentatie op het debuut van Tirzah valt niet alleen op door een bijna minimalistisch karakter, maar ook door een opvallend laag tempo. De combinatie van minimalistische klanken en een laag tempo zorgt voor een ruimtelijk geluid en ik vind het persoonlijk ook een spannend geluid. 

De sobere en lome klanken op Devotion worden door Tirzah zelf voorzien van al even lome vocalen. Ik moest persoonlijk wel even wennen aan de zang. Zeker in combinatie met de trage en minimalistische klanken vond ik de, hier en daar flink vervormde, zang in eerste instantie wat sloom en hier en daar zelfs wat verveeld klinken. 

Na enige gewenning valt echter alles op zijn plek. De instrumentatie en productie van het debuut van Tirzah kiezen voor een bijzonder eigen geluid dat in het Engels zo mooi als ‘slow burning’ wordt omschreven. Het is een even spannend als bezwerend geluid dat langzaam maar zeker bezit van je neemt en dat steeds weer weet te verrassen met rare geluiden, bijzondere wendingen en relatief veel stilte. 

Wat voor de muziek geldt, geldt ook zeker voor de zang van Tirzah. Het duurt even voor de lome en bijzondere zang van de Britse muzikante binnen komt, maar als je haar stem eenmaal weet te waarderen, hoor je dat de zang en instrumentatie op Devotion elkaar constant versterken. 

Het zorgt er voor dat ik het debuut van Tirzah een steeds verslavendere plaat vind en bovendien een plaat die steeds meer respect afdwingt. Grote kans dus dat Devotion van Tirzah dit jaar de R&B plaat in mijn jaarlijstje gaat worden, al is het natuurlijk veel meer dan een R&B plaat. Erwin Zijleman


 

donderdag 23 augustus 2018

Mitski - Be The Cowboy

Mitski (Miyawaki) oogstte twee jaar geleden verrassend veel lof met Puberty 2, overigens al haar vierde plaat. 

De in Japan geboren, op meerdere plekken op de wereld opgegroeide en uiteindelijk in Brooklyn neergestreken muzikante, maakte op Puberty 2 indruk met van de hak op de tak springende popliedjes, die afwisselend raakten aan de muziek van onder andere P.J. Harvey, St. Vincent, Lera Lynn, Siouxsie & The Banshees en Liz Phair. 

Dit bonte gezelschap illustreert waarschijnlijk voldoende dat de muziek van Mitski maar moeilijk was te vangen in bestaande hokjes en dat geldt in nog wat sterkere mate voor haar nieuwe plaat. 

Ook op Be The Cowboy grossiert Mitski in geweldige popliedjes, maar het zijn zeker geen alledaagse popliedjes. De nieuwe plaat van Mitski bevat 14 tracks en hiervoor heeft de muzikante uit Brooklyn maar net iets meer dan een half uur nodig. Het roept direct associaties op met de platen die in de hoogtijdagen van de lo-fi werden gemaakt, maar met lo-fi heeft de muziek van Mitski niets te maken. 

Vergeleken met Puberty 2 klinkt Be The Cowboy iets luchtiger en lichtvoetiger en lijken invloeden uit de pop aan terrein te hebben gewonnen ten koste van het gruizige gitaargeluid dat op de vorige plaat nog zo nadrukkelijk aanwezig was. Ook op haar nieuwe plaat schudt Mitski je af en toe ruw wakker met een rauwe gitaartrack die herinnert aan de jonge jaren van P.J. Harvey, maar veel vaker schuift de plaat op richting zwoele maar eigenzinnige elektronische popsongs zoals St. Vincent ze de afgelopen jaren met zoveel succes maakt. 

Het is altijd verleidelijk om nieuwe muziek te vergelijken met alles dat er al is, maar met vergelijken doe je Be The Cowboy van Mitski te kort. De nieuwe plaat van Mitski doet misschien af en toe denken aan P.J. Harvey en St. Vincent, maar schiet ook nog 1001 andere kanten op. Mitski heeft hierbij lak aan genres en conventies en maakt nog eens muziek die qua invloeden kris kras door de geschiedenis van de popmuziek schiet. 

Het gaat af en toe de kant op van lekker in het gehoor liggende popmuziek, maar de popliedjes van Mitski zijn popliedjes met een dubbele bodem. De zoete klanken en aanstekelijke melodieën worden gecombineerd met persoonlijke teksten, waarin melancholie domineert. 

Platen met 14 songs in net een half uur klinken vaak fragmentarisch of onaf, maar bij de songs van Mitski heb ik nergens het idee dat me ruwe schetsen of delen van songs worden voorgeschoteld. Be The Cowboy is een frisse popplaat die aangenaam vermaakt, maar het is ook een plaat vol spanning, avontuur en melancholie. 

Het is een plaat die laat horen dat Mitski een geweldige singer-songwriter plaat zo kunnen maken, maar ook een rauwe en tegendraadse rockplaat of een aanstekelijke synthpop plaat vol flirts met de dansvloer. Ik ben normaal gesproken wel een voorstander van duidelijke keuzes, maar ik ben blij dat Mitski ze niet heeft gemaakt. Het levert een plaat op die alle kanten op schiet, maar alles dat Mitski op Be The Cowboy doet is raak. Erwin Zijleman

De muziek van Mitski is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://mitski.bandcamp.com.



 

woensdag 22 augustus 2018

Our Girl - Stranger Today

Our Girl is een trio uit het Britse Brighton dat deze week debuteert met Stranger Today. Het is een debuut dan in de Britse muziekpers kan rekenen op zeer positieve recensies en daar valt wat mij betreft niets op af te dingen. 

Het uit drie vrouwen bestaande Our Girl borduurt op haar debuut met name voort op muziek uit de jaren 90, met een duidelijke voorliefde voor shoegaze en dreampop. Met deze invloeden dreigt de Britse band zich te begeven op inmiddels wel erg platgetreden paden, maar Our Girl kiest voor een andere aanpak dan de meeste van haar soortgenoten. 

Invloeden uit de dreampop en shoegaze worden op Stranger Today verrijkt met invloeden uit onder andere de psychedelica, noiserock, grunge en indie-rock, waardoor Our Girl de fantasie net wat meer prikkelt dan de bands die bij het verwerken van invloeden uit de shoegaze en dreampop wat strenger in de leer zijn. 

Centraal op Stranger Today staan de gitaren, die in gruizige salvo’s op je worden afgevuurd, maar die ook subtieler betoveren met prachtig melodieuze gitaarlijnen. Het zijn gitaarlijnen die fraai combineren met de dromerige zang op de plaat, zeker wanneer invloeden uit de dreampop domineren of wanneer de band op de tweede helft van de plaat steeds vaker gas terug neemt.  

Ook in haar songs bewaakt Our Girl op doeltreffende wijze de balans tussen melodie en gruis. De band voegt flink wat dynamiek toe aan haar muziek, door de gitaren af en toe te laten ontsporen, waarbij de ritmesectie als aanjager fungeert, maar hiertegenover staan ook altijd fraai dromerige passages. 

De songs van het Britse trio zijn aansprekend. Het zijn songs die lekker in het gehoor liggen en die vanwege alle verwijzingen naar het verleden op een of andere manier bekend klinken, maar Our Girl houdt haar muziek ook spannend door met groter regelmaat andere invloeden aan haar muziek toe te voegen en door de kans op ontsporing hoog te houden. Stranger Today wint ook nog eens aan kracht wanneer je de plaat vaker hoort. 

Bij iedere volgende luisterbeurt wint het gitaarwerk op de plaat aan kleur en kracht en ook de zang vind ik iedere keer weer net wat aansprekender. Bij eerste beluistering is het debuut van Our Girl nog een plaat die mee lijkt te liften op de zoveelste shoegaze en dreampop revival, maar wanneer je wat beter luistert hoor je dat het Britse trio binnen deze revival een vreemde eend in de bijt is. 

Het is momenteel weer dringen met een groeiend aantal releases, waardoor je als debuterende band makkelijk ondersneeuwt, maar het zou doodzonde zijn als het debuut van Our Girl niet wordt opgemerkt. Ik hoor de plaat inmiddels zelfs voor de zoveelste keer en ik hoor zoveel memorabels in de songs van het Britse trio. Ieder gitaarakkoord op de plaat is wonderschoon en raak en het is meer dan eens gitaarwerk waarin je jezelf volledig kunt verliezen, wat het debuut van Our Girl voorziet van nog wat extra kracht en bezwering. Al met al een bijzonder indrukwekkend debuut van een drietal dat het hopelijk nog ver gaat schoppen. Erwin Zijleman

De muziek van Our Girl is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band: https://weareourgirl.bandcamp.com/album/stranger-today.



 

dinsdag 21 augustus 2018

Oh Sees - Smote Reverser

Gitarist John Dwyer stond in 1997 aan de basis van de band Thee Oh Sees. De band uit San Francisco maakt sinds 2006 platen en is tot dusver opvallend productief. 

In twaalf jaar tijd maakte de band bijna twintig platen, waarvan de laatste, het vorig jaar verschenen Orc, onder de naam Oh Sees werd uitgebracht. 

Op deze BLOG dook de band nog niet eerder op, al heb ik daar heel vaak over getwijfeld. De mix van garagerock, psychedelica en rock maakte bij eerste beluistering altijd indruk, maar uiteindelijk bleef er bij mij nooit zoveel hangen, of was er al weer een volgende Thee Oh Sees plaat, die weer net wat leuker leek dan zijn voorganger. 

Het wederom onder de naam Oh Sees uitgebrachte Smote Reverser heb ik inmiddels een aantal weken in huis en dit keer is mijn ervaring met de muziek van de Amerikaanse band anders. Ook Smote Reverser komt direct bij eerste beluistering binnen als een bijzonder lekkerder klinkende mix van garagerock, psychedelica en rock, waarbij ik van alles hoor uit de platenkast die in de jaren 70 werd gevuld met rockmuziek. 

Het is muziek die de gitaren alle tijd geeft om te soleren en dat doen ze op indrukwekkende wijze. De ritmesectie zorgt voor een even hechte als opwindende basis en een werkelijk heerlijk orgeltje zeurt overal heerlijk doorheen. Zeker in de wat langere tracks schiet de muziek van Oh Sees alle kanten op, maar Smote Reverser bevat ook een aantal songs met een kop en een staart en nogal psychedelisch aandoende zangpartijen. 

Thee Oh Sees begon ooit als garagerock band, maar sinds de metamorfose tot Oh Sees, klinkt de muziek van de Amerikaanse band zo nu en dan behoorlijk complex. Smote Reverser citeert nadrukkelijk uit de psychedelische rock en hardrock uit de jaren 70, maar gaat ook uitstapjes richting jazzrock en symfonische rock uit deze periode niet uit de weg. Net als je denkt dat de band wel erg driftig strooit met muzikale hoogstandjes krijg je echter een oorverdovende bak herrie voor je kiezen en keert de rauwe garagerock van de band in alle glorie terug. 

Smote Reverser bevat 11 songs en bijna een uur muziek. Het is een uur muziek dat in duizelingwekkende snelheid aan je voorbij trekt. Steeds hoor je weer wat anders in de muziek van Oh Sees. Van mysterieus en zweverig tot onnavolgbaar en bezwerend tot rauw en meedogenloos. De plaat klinkt als een omgevallen platenkast met een voorliefde voor de jaren 60 en 70, maar een plaat als Smote Reverser durfde niemand in de jaren 60 of 70 te maken. 

De vorige platen van (Thee) Oh Sees vond ik vaak net wat teveel los zand, maar op de nieuwe plaat van de band uit San Francisco grijpen alle zandkorrels stevig in elkaar. Heel af en toe is er tijd om adem te halen, maar vrijwel onmiddellijk voert de band het tempo weer op en wordt je meegesleurd in fantastische gitaarsolo’s of bedwelmende wolken vol keyboards. 

Smote Reverser is een plaat met een bijna onwaarschijnlijk hoog energieniveau, maar van afhaken is geen sprake, je moet en zal mee. Het levert een luistertrip op die vermaakt en fascineert, die alle energie uit je slurpt, maar je ook weer volledig oplaadt. Het lukte tot dusver niet zo tussen mij en (Thee) Oh Sees, maar ik vrees dat ik nog maar eens beter moet gaan luisteren, want een waanzinnige plaat als Smote Reverser maak je niet zomaar. Nog maar even happen naar adem en door. Sensationele plaat. Erwin Zijleman

De digitale versie van Smote Reverser is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band: https://ohsees.bandcamp.com/album/smote-reverser.



 

maandag 20 augustus 2018

Odetta Hartman - Old Rockhounds Never Die

Odetta Hartman imponeerde zo’n tweeënhalf jaar geleden met de buitengewoon fascinerende EP 222. 

De jonge singer-songwriter uit New York verraste op deze EP (haar vierde weet ik inmiddels) met een aantal songs vol invloeden uit de stokoude folk zoals die in de Appalachen werd gemaakt, maar ook een aantal songs die deze oude folk verrijkten met veel modernere invloeden. 

Het is een lijn die de singer-songwriter uit The Big Apple doortrekt op haar volwaardige debuut Old Rockhounds Never Die. 

Ook op haar debuut album laat Odetta Hartman zich nadrukkelijk beïnvloeden door de Appalachen folk uit de 19e en 20e eeuw. De songs die genoeg hebben aan een akoestische gitaar of banjo en eenvoudig opgenomen vocalen lijken wel opnamen uit het archief van de musicoloog Alan Lomax, die de geschiedenis van de Amerikaanse folk prachtig heeft gedocumenteerd, maar nog meer dan op 222 kan de muziek van Odetta Hartman op Old Rockhounds Never Die razendsnel een andere kant op schieten. 

Door het toevoegen van strijkers, elektronica of gepassioneerd klinkende zang, verruil je de serene rust van de Appalachen in de 19e of 20e eeuw in één klap voor het hectische New York in de 21e eeuw. Als je de uitersten op Old Rockhounds Never Die naast elkaar legt, is het moeilijk te geloven dat ze van dezelfde plaat komen, maar wanneer Odetta Hartman in de bijzondere songs op haar debuut van de hak op de tak springt, heb je geen moment het idee dat er iets niet klopt. 

Stokoude folk smelt naadloos samen met invloeden uit de psychedelica, pop of zelfs trip-hop en avant garde, banjo en akoestische gitaar worden fraai afgewisseld met elektronica en strijkers en de zang van Odetta Hartman kan nog veel meer kanten op dan de songs of de instrumentatie. 

Odetta Hartman loopt met Old Rockhounds Never Die het risico dat zowel de liefhebbers van traditionele folk als de liefhebbers van avontuurlijk pop afhaken vanwege een gebrek aan houvast, maar er zal ook een groep muziekliefhebbers zijn die zich wel laat betoveren door de avontuurlijke muziek van de singer-songwriter uit New York. Ik hoor absoluut bij deze laatste groep. 

Muziek die zich alleen laat inspireren door folk uit de Appalachen ben ik meestal snel zat en hetzelfde geldt voor muziek die tegen de avant garde aan schuurt. Odetta Hartman weet het beste uit beide werelden te verenigen door muziek die met één been in het verleden staat, met het andere been nadrukkelijk in het heden of zelfs de toekomst te zetten. 

Luister onbevangen naar Old Rockhounds Never Die en je hoort een plaat die bijna tegenstrijdige invloeden heeft gecombineerd in songs die hun gelijke niet kennen. Het zijn songs die, zeker in eerste instantie, flink tegen de haren in strijken, maar het zijn ook songs die steeds weer nieuwe dingen laten horen. Het zijn bovendien songs waarin steeds meer op zijn plek valt, waardoor je steeds meer respect krijgt voor de muzikale kwaliteiten van de jonge Amerikaanse singer-songwriter. 

Heel veel aandacht krijgt de plaat tot dusver niet, maar iedereen die een plaat vol lef en avontuur wil horen en zowel oude folk als gloedvolle pop kan waarderen, haalt met Old Rockhounds Never Die van Odetta Hartman iets  bijzonders in huis. Erwin Zijleman

De muziek van Odetta Hartman is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://odettahartman.bandcamp.com/album/old-rockhounds-never-die.



 

zondag 19 augustus 2018

Holly Arrowsmith - A Dawn I Remember

Soms komt er maanden geen muziek uit Nieuw-Zeeland voorbij op deze BLOG, maar de afgelopen weken is het spitsuur. Na Julia Deans en The Beths is het nu Holly Arrowsmith die mijn aandacht heeft getrokken met een uitstekende plaat. 

Holly Arrowsmith is net als Julia Deans en The Beths afkomstig uit het Nieuw-Zeelandse Auckland, maar tapt in muzikaal opzicht uit een ander vaatje dan de twee stadgenoten die haar voor gingen op deze BLOG. 

A Dawn I Remember is een bijzonder ingetogen singer-songwriter plaat, die voor een belangrijk deel genoeg heeft aan fraai akoestisch gitaarspel en een mooie stem. 

Holly Arrowsmith maakt muziek die vooral in het hokje folk past en het is folk die zowel aansluiting vindt bij oude helden als Joan Baez en vooral Joni Mitchell en jonge folkies van het moment, waarvan vooral Laura Marling relevant vergelijkingsmateriaal aandraagt. 

Holly Arrowsmith groeide op in de Nieuw-Zeelandse natuur, maar werd geboren in Santa Fé, New Mexico. Het verklaart misschien waarom A Dawn I Remember niet alleen citeert uit de archieven van de folk, maar ook aansluiting vindt bij de Americana uit het zuiden van de Verenigde Staten. 

A Dawn I Remember, overigens al het tweede album dat Holly Arrowsmith in eigen beheer heeft uitgebracht, is zoals gezegd een voornamelijk ingetogen plaat met een hoofdrol voor de akoestische gitaar en de stem van de Nieuw-Zeelandse muzikante, maar de productie van de plaat is veel belangrijker en voller dan bij eerste beluistering opvalt. 

Voor de productie van A Dawn I Remember deed Holly Arrowsmith een beroep op Ben Edwards, die eerder mooie dingen deed voor onder andere Julia Jacklin, Tami Neilson en Marlon Williams. Ben Edwards heeft er aan de ene kant voor gezorgd dat het verzorgde akoestische gitaarspel van de Nieuw-Zeelandse muzikante en haar mooie en emotievolle stemgeluid in balans zijn, maar de ervaren producer heeft de plaat ook voorzien van fraaie accenten van onder andere piano, keyboards, banjo en slide gitaar. Het voorziet de songs op de plaat van net dat beetje spanning dat nodig is om op te vallen. 

De accenten die zijn toegevoegd aan de sobere muziek van Holly Arrowsmith zijn uiterst subtiel en zitten de eenvoud van haar muziek nergens in de weg. Het is muziek die net zo indringend is als de muziek van de al eerder genoemde Joni Mitchell en Laura Marling, maar A Dawn I Remember heeft ook het lome en bezwerende van de platen van bijvoorbeeld Gillian Welch. 

Net als alle genoemde zangeressen heeft Holly Arrowsmith geen hele makkelijke stem, maar de stem van de Nieuw-Zeelandse strijkt toch minder tegen de haren in dan die van met name Joni Mitchell. Ook de songs op de tweede plaat van de muzikante uit Auckland maken het je niet altijd makkelijk. Het zijn persoonlijke songs die de tijd nemen en hierdoor zeker op het eerste gehoor wat lang voort lijken te slepen. Het voorziet de songs echter ook van urgentie en van schoonheid, die wat mij betreft steeds nadrukkelijker aan de oppervlakte komt. 

A Dawn I Remember is de zoveelste uiterst ingetogen vrouwelijke singer-songwriter plaat die dit jaar is verschenen, maar zowel qua stem en instrumentatie als qua songs springt Holly Arrowsmith er in positieve zin uit. Bij dit soort muziek is uiteindelijk allesbepalend of de muziek je raakt of niet en de songs van Holly Arrowsmith raken mij zeker. Prachtplaat als je het mij vraagt. Erwin Zijleman

De muziek van Holly Arrowsmith is ook te verkrijgen via haar bandcamp pagina: https://hollyarrowsmith.bandcamp.com.