vrijdag 31 mei 2019

Mavis Staples - We Get By

Mavis Staples wordt deze zomer 80, maar laat op haar nieuwe album horen dat ze nog altijd met de allerbesten mee kan
Mavis Staples heeft er de afgelopen jaren zin in en verrijkt haar toch al zo indrukwekkende oeuvre met een aantal geweldige albums. Ook het met producer Ben Harper gemaakte We Get By is er weer een. Ben Harper heeft We Get By voorzien van een betrekkelijk sober en rauw geluid vol fantastisch gitaarwerk, waarna Mavis Staples het af mag maken met vocaal vuurwerk. Dat gaat haar uiteraard niet zo makkelijk meer af als in haar jonge jaren, maar door goed te doseren en met wat vocale ondersteuning, staat de soulzangeres op leeftijd toch weer garant voor kippenvel. Er verschijnen momenteel flink wat soul albums, maar deze moeten allemaal buigen voor We Get By van Mavis Staples.

Mavis Staples hoopt deze zomer haar tachtigste verjaardag te vieren en heeft inmiddels een lang muzikaal leven achter zich.

Ze groeide op in een muzikale familie en sloot al op jonge leeftijd aan bij de band die haar vader en moeder hadden geformeerd. Met The Staple Singers maakte Mavis Staples een ontzagwekkend aantal albums en ook het solowerk van de in Chicago geboren zangeres is inmiddels flink uitgedijd. 


Mavis debuteerde in 1969 met een titelloos album en heeft inmiddels meer dan 15 albums op haar naam staan. De Amerikaanse zangeres is inmiddels flink op leeftijd, maar verkeert de afgelopen jaren in een uitstekende vorm, wat een aantal uitstekende albums heeft opgeleverd. 


Dat was deels de verdienste van de producers die Mavis Staples wist te strikken, want zowel Ry Cooder als Jeff Tweedy, die zelfs drie albums met haar maakte, inspireerden de legendarische soul- en gospelzangeres tot grootse daden. Voor haar nieuwe album wist Mavis Staples niemand minder dan Ben Harper te strikken en ook dit blijkt een uitstekende keuze. 


Ben Harper schreef mee aan een aantal songs op We Get By en zingt mee in een van de songs, maar uiteraard zet hij Mavis Staples in de spotlights. Dat de jaren beginnen te tellen voor Mavis Staples beginnen te tellen hoor je in haar zang. De krachtige uithalen uit het verleden zijn grotendeels verdwenen en Mavis Staples doseert haar vocalen tegenwoordig op zorgvuldige wijze. 


Persoonlijk vind ik de zang van de soul en gospel legende alleen maar mooier geworden. Na alle jonge soulzangeressen van het moment, die vrijwel uitsluitend voluit zingen, is de gedoseerde en doorleefde zang van Mavis Staples een verademing. De bijna 80 jaar oude zangeres heeft nog altijd meer soul en gospel in haar kleine teen dan de meeste popprinsessen in hun hele lijf en ze weet haar tenen ook nog makkelijk te bereiken. 


Het levert een album vol prachtig doorleefde zang op, maar de zang van Mavis Staples is zeker niet het enige sterke wapen van We Get By. Ben Harper laat Mavis Staples begeleiden door een relatief klein aantal muzikanten, maar het zijn wel geweldige muzikanten. 


We Get By valt op door een betrekkelijk sober en opvallend rauw geluid, waarin met name de gitarist mag schitteren met veelkleurig en bijzonder trefzeker gitaarwerk. Het is een rauw geluid dat de soul en gospel en enkele omliggende genres verkent en het is een geluid dat volledig in dienst staat van de zang van Mavis Staples, die zich overigens ook prachtig laat begeleiden door een aantal achtergrondzangers en zangeressen. 


De Amerikaanse zangeres vult alle ruimte niet volledig op, wat We Get By een mooi open geluid geeft. Het levert een soulplaat op van een niveau dat maar weinig soulzangeressen van het moment gegeven is. Jeff Tweedy deed mooie dingen met Mavis Staples, maar ook de samenwerking met Ben Harper levert een geweldig album op en het is een samenwerking die naar veel meer smaakt. Mavis Staples is absoluut een levende legende binnen de soul en gospel, maar met We Get By doet ze nog steeds met de allerbesten mee, wat op zijn minst een prestatie van formaat is. Erwin Zijleman


We Get By van Mavis Staples is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://mavisstaples.bandcamp.com/album/we-get-by.


 

donderdag 30 mei 2019

The Waterboys - Where The Action Is

Where The Action Is is zeker niet het beste album van The Waterboys, maar als fan van het eerste uur schrijf je deze band nu eenmaal nooit af 
Heel even dacht ik een Waterboys album in handen te hebben dat me echt niet bevalt, maar track voor track weet Where The Action Is zich toch weer voor me te winnen. The Waterboys flirten op hun nieuwe album op geslaagde wijze met 70s soul en rock, maar slaan de plank ook een paar keer mis met avances met een jong en modern geluid. Hier tussenin grijpt de band rond Mike Scott op aangename wijze terug op haar oude werk, waarbij af en toe de magie het wint van de nostalgie. Where The Action Is is zeker niet het beste album van The Waterboys en misschien zelfs wel een van de slechtste, maar mijn liefde voor de band blijft onvoorwaardelijk.


The Waterboys werden in 1981 geformeerd in Londen door de Schotse muzikant Mike Scott. De band leverde met haar eerste drie albums een prachtige trilogie af en het is een trilogie die zich inmiddels heeft geschaard onder de jaren 80 klassiekers. 

Op The Waterboys uit 1983, A Pagan Place uit 1984 en This Is The Sea uit 1985 vermengden The Waterboys het zo karakteristieke en grootse jaren 80 geluid met Keltische invloeden en dat legde de band zeker geen windeieren. 


The Waterboys bereikten misschien niet de hoogten van The Simple Minds en U2, maar behoorden gedurende de jaren 80 absoluut tot de subtop. Ook na de jaren 80 bleven The Waterboys prima albums maken, al bleef de pure magie van de eerste albums vaak uit. 


Ik heb op een of andere manier altijd een zwak gehouden voor de muziek van The Waterboys, maar het deze week verschenen Where The Action Is viel me in eerste instantie vooral tegen. Omdat je oude helden niet zomaar afschrijft, ben ik het blijven proberen met het nieuwe album van de band en langzaam maar zeker laaide mijn liefde voor de muziek van de band weer op. 


Where The Action opent verrassend stevig met de titeltrack waarmee Mike Scott en zijn medemuzikanten zich ergens tussen The Stones en Joe Cocker uit de vroege jaren 70 in wurmen. Door de karakteristieke en herkenbare stem van Mike Scott hoor je onmiddellijk dat het om The Waterboys gaat, maar het volle, stevige en soulvolle geluid lijkt de band toch niet helemaal te liggen, tot de band je opeens wel te pakken heeft. 


Where The Action Is klinkt wel vaker soulvol en verwijst ook meer dan eens naar muziek uit de jaren 70. Wanneer The Waterboys na de ode aan Clash gitarist Mick Jones wat gas terugneemt, duiken steeds meer flarden uit het herkenbare Waterboys geluid op, al klinkt de band door blazers, een orgeltje en achtergrondvocalisten nog steeds verrassend soulvol. 


Het gekke is dat ook de meer ingetogen tracks me in eerste instantie maar matig bevielen, maar op een gegeven moment werd Where The Action Is een voorzichtige guilty pleasure en uiteindelijk toch weer gewoon een redelijk Waterboys album. De band rond Mike Scott heeft zichzelf in het verleden vaker opnieuw uitgevonden en heeft dat ook nu weer gedaan. Hoe vaker ik het album hoor, hoe mooier ik veel van de songs vind. Where The Action is heeft een mooi ruimtelijk geluid en vaak een 70s feel, maar als je er voor open staat hoor je toch ook weer allerlei echo’s uit het eigen verleden van de band. 


Where The Action Is slaat de plank ook wel een paar keer flink mis (bijvoorbeeld wanneer de band met rappers aan de slag gaat), maar de goede songs hebben uiteindelijk de overhand en na enige gewenning heeft ook de door Mike Scott voorgedragen en 9 minuten durende afsluiter Piper At The Gates Of Dawn (nee, geen Pink Floyd cover) me voor zich weten te winnen. De luxe editie van Where The Action Is bevat ook nog een aantal alternatieve versies en remixes van de songs van het album, maar deze bevallen me zonder uitzondering niet. 


Where The Action Is heeft een aantal opvallend lovende recensies gekregen. Persoonlijk vind ik het een van de mindere Waterboys albums, maar zelfs van een minder Waterboys album word ik nog altijd vrolijk. Toch weer een leuk album van een band die hard toewerkt naar haar veertigjarig jubileum. Erwin Zijleman




 

pronoun - i'll show you stronger

Het debuut van pronoun valt tot dusver een beetje tussen wal en schip, maar verdient echt alle aandacht met een gebroken hart gegoten in groots klinkende popliedjes
Alyse Vellturo doorliep het roemruchte Berklee College of Music maar schaamt zich niet voor groots klinkende popliedjes met een flinke scheut dreampop. Onder de uitbundige gitaarwolken en ritmes en de radiovriendelijke popsongs van de muzikante uit New York zit echter een intieme onderlaag, die vooral wordt gedomineerd door een gebroken hart. Het maakt van het debuut van pronoun een heus breakup album, maar het is een breakup album dat totaal anders klinkt dan alle andere die ik in de kast heb staan. Het is even wennen door de flinke suikerlaag, maar wat zit hieronder veel moois verstopt.


i’ll show you stronger is het deze week verschenen debuut van de uit Brooklyn, New York, afkomstige singer-songwriter pronoun. 

pronoun (zonder hoofdletter om zich te onderscheiden van de gelijknamige rapper) is weer het alter-ego van de oorspronkelijk uit Boston afkomstige Alyse Vellturo, die in Boston het prestigieuze Berklee College of Music doorliep en zich sinds haar tienerjaren flink wat instrumenten eigen heeft gemaakt. 


Het Berklee College of Music heeft een aantal zeer gerenommeerde singer-songwriters afgeleverd, maar pronoun kiest op haar debuut vooral voor lekker in het gehoor liggende pop en rock. Het is pop en rock die schatplichtig is aan de dreampop, maar het debuut van pronoun is ook niet vies van aanstekelijke en groots klinkende popsongs. 


Aan de andere kant is de singer-songwriter uit New York net weer wat te alternatief en eigenzinnig om de competitie met de popprinsessen van het moment aan te gaan. i’ll show you stronger is een album dat hierdoor makkelijk tussen wal en schip valt en dat lijkt vooralsnog ook te gebeuren. Dat is jammer, want het debuut van pronoun is een album dat bij iedere beluistering weer net wat beter wordt en ook goed genoeg is om Alyse Vellturo te scharen onder de betere exponenten van de indie-pop en indie-rock van het moment. 


Zelf viel ik vrij makkelijk voor de muziek van pronoun. De Amerikaanse singer-songwriter heeft haar muziek voorzien van flink wat echo’s uit de dreampop en balanceert hiernaast met veel succes op het koord tussen radiovriendelijke popmuziek en eigenzinnige songs met een persoonlijke touch. 


i’ll show you stronger is voorzien van een vol en zelfs wat druk aandoend geluid, waarin de gitaren bijna over elkaar struikelen en de ritmes behoorlijk stevig zijn aangezet. Het is een geluid dat de stem van Alyse Vellturo in veel gevallen wat naar de achtergrond dringt. Nodig is dat niet, want de singer-songwriter uit Brooklyn is voorzien van een aangenaam stemgeluid, dat goed past bij de uitbundige songs die ze maakt. 


Het debuut van pronoun is een album dat je op meerdere manieren kunt beluisteren. De liefhebber van dreampop zal smullen van de breed uitwaaiende gitaarpartijen, terwijl de liefhebber van kauwgomballenpop zal genieten van de aanstekelijke melodieën en refreinen. i’ll show you stronger  is echter ook een album waarop de puzzelstukjes steeds beter in elkaar vallen. 


Bij eerste vluchtige beluistering vond ik het allemaal net wat te groots, vol en hitgevoelig, maar de songs van pronoun doen uiteindelijk veel meer dan oppervlakkig vermaken. Alyse Vellturo strooit op haar debuut driftig met fel gekleurde kauwgomballen, maar het zijn kauwgomballen met een verrassende vulling. Tegenover de imposante gitaarwolken en de aanstekelijke ritmes en refreinen staan intieme en persoonlijke teksten, die vooral somber en melancholiek zijn en het debuut van pronoun omtoveren tot een breakup album. 


Het is een bijzondere tegenstelling die uitnodigt tot luisteren en dat luisteren zorgt er vervolgens voor dat de songs van pronoun worden voorzien van steeds meer diepgang, waardoor de afstand tussen Alyse Vellturo en de popprinsessen van het moment steeds groter wordt, terwijl de afstand tot muzikale helden als Julien Baker en Phoebe Bridgers wordt verkleind. Inmiddels komt i’ll show you stronger voor de zoveelste keer voorbij en ik kan alleen maar bekennen dat ik inmiddels behoorlijk verknocht ben geraakt aan de popliedjes van pronoun. Erwin Zijleman


 

woensdag 29 mei 2019

Frankie Lee - Stillwater

Frankie Lee debuteerde eind 2015 met een heuse jaarlijstjesplaat en maakt er nu nog een met het nog mooiere Stillwater dat van de eerste tot de laatste noot betovert en imponeert
Wat raakte ik alweer drieënhalf jaar geleden verslingerd aan American Dreamer, het debuut van de Amerikaanse muzikant Frankie Lee. Opvolger Stillwater is misschien nog wel mooier. Het nieuwe album van Frankie Lee valt op door een gloedvol en bijzonder fraai geluid, door songs die je na één keer horen niet meer wilt vergeten en wordt vervolgens naar grote hoogten getild door de prachtige stem van de Amerikaanse muzikant. Stillwater is een album om hopeloos verliefd op te worden en het is ook nog eens een zwaar verslavend album, dat bij iedere nieuwe beluistering weer net wat mooier en indrukwekkender is.


De Amerikaanse singer-songwriter Frankie Lee leverde aan het eind van 2015 vrijwel uit het niets een debuut af dat het uiteindelijk schopte tot de jaarlijstjes. 

Na twaalf ambachten (waaronder een baan als timmerman voor het bedrijf van de zoon van Townes van Zandt) en dertien ongelukken, keerde Frankie Lee in 2015 terug naar zijn thuisstaat Minnesota, waar het geweldige American Dreamer werd opgenomen. 


Ik beschreef het album destijds als een rootsy cocktail die bestaat uit twee delen Bob Dylan, een deel Bruce Springsteen, een deel Ryan Adams en een deel Frankie Lee. Op het deze week verschenen Stillwater wordt een vergelijkbare cocktail geserveerd, maar dit keer domineert het aandeel van Frankie Lee. 


Ook Stillwater is opgenomen in Minnesota, waar Frankie Lee dit keer zijn ouderlijk huis ombouwde tot studio. Net als American Dreamer heeft ook Stillwater niet veel tijd nodig om te overtuigen. De bijna vijfenhalve minuut durende openingstrack Speakeasy is direct van een bijzondere schoonheid. Na een paar akoestische gitaarakkoorden vallen de pedal steel en de geweldige stem van Frankie Lee in en was ik verkocht. 


Frankie Lee is een uitstekend zanger en beschikt over een karakteristiek stemgeluid vol gevoel. Ook in muzikaal opzicht weet de Amerikaanse muzikant zich verrassend makkelijk te onderscheiden. In de openingstrack laat hij een prachtig ruimtelijk geluid horen, waarin steeds fraaie accenten opduiken. In eerste instantie is dit de pedal steel, maar later eisen ook gitaren, piano en aan het eind een fluit de aandacht op. Het zorgt voor een warm bad en het is een warm bad waarin de mooie stem van Frankie Lee uitstekend gedijt. 


Stillwater dringt zich door de mooie stem van de Amerikaan en het sfeervolle en gloedvolle geluid op het album makkelijk op, maar Frankie Lee is ook nog eens een zeer getalenteerd songwriter. De songs op Stillwater klinken volstrekt tijdloos, maar het zijn ook songs die je vanaf de eerste keer horen dierbaar zijn. 


Frankie Lee citeert op Stillwater uit de archieven van met name de countryrock en de folk en dat gaat hem uitstekend af. In de meer folky tracks schuift de Amerikaanse muzikant voorzichtig op richting Bob Dylan, maar in de meer country getinte tracks horen we weer een ander geluid, wat van Stillwater een veelzijdig album maakt, ook omdat de instrumentatie steeds weer net wat andere accenten legt en zich steeds weer als een warme deken om je heen slaat. 


American Dreamer drong zich aan het eind van 2015 uiteindelijk zo op dat de plaat mijn persoonlijke jaarlijstje haalde en ik weet nu al dat Stillwater niet zal misstaan in het jaarlijstje over 2019. Frankie Lee heeft een rootsalbum vol gevoel, met prachtige songs en met een bijzonder aangenaam geluid gemaakt, dat hier nog heel vaak uit de speakers gaat komen. Zomaar een van de mooiste rootsalbums van de eerste helft van 2019 en misschien wel de mooiste. Erwin Zijleman


De muziek van Frankie Lee is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://frankieleemusic.bandcamp.com/releases.




 


dinsdag 28 mei 2019

Earth - Full Upon Her Burning Lips

Je moet er iets mee hebben, maar als je er iets mee hebt zijn de drones van de legendarische Amerikaanse band Earth weer van een bijzondere schoonheid
Na stadgenoten Sunn O))) komt nu het legendarische Earth met een aantal even bedwelmende als beeldende gitaar drones op de proppen. Het zijn drones die wat minder donker en wat melodieuzer zijn dan die van Sunn O))), maar het is nog altijd muziek waar je iets mee moet hebben. Als je er iets mee hebt, blijkt ook het nieuwe album van Earth weer een fascinerende luistertrip vol geweldig gitaarwerk en avontuurlijke drumpartijen. Het is muziek die je langzaam maar zeker de wereld van Earth in sleept en dat is een wereld waarin gitaarklanken bedwelmen en hypnotiseren met een fascinerend album als resultaat.


Ik werd vorige maand zeer aangenaam verrast door Life Metal van de Amerikaanse band Sunn O))). De band had misschien maar een paar akkoorden nodig voor haar door elektrische gitaren gegenereerde drones, maar hoe vaker ik naar Life Metal luisterde, hoe meer de gitaarpartijen van Sunn O))) tot leven kwamen en hoe fascinerender de muziek van de band uit Seattle werd. 

Sunn O))) begon ooit als een tribute band en eerde als tribute band de muziek van het eveneens uit Seattle afkomstige Earth. Earth debuteerde in 1990 en heeft inmiddels een aardig stapeltje albums op haar naam staan. Het zijn albums waar ik er eerlijk gezegd niet één van ken, want waar Sunn O))) werd geinspireerd door de muziek van Earth, heeft de muziek van Sunn O))) me nieuwsgierig gemaakt naar het werk van Earth. 


Earth was de afgelopen jaren niet erg actief, maar bracht deze week een nieuw album uit. Op Full Upon Her Burning Lips horen we vooral lid van het eerste uur Dylan Carlson, die tekent voor fascinerende gitaarpartijen, maar hij deed ook dit keer weer een beroep op drumster Adrienne Davies, die inmiddels ook al een tijdje mee draait binnen Earth. 


Full Upon Her Burning Lips opent met een ruim 12 minuten durende track, waarin we direct horen wat Earth te bieden heeft. Net als Sunn O))) vertrouwt ook Earth op door elektrische gitaren gegenereerde drones. Het zijn drones die bij Earth net wat melodieuzer en minder donker klinken, waardoor Full Upon Her Burning Lips toch flink anders klinkt dan Life Metal van Sunn O))). 


Naast fascinerende gitaarmuren van Dylan Carlson horen we eigenlijk alleen de avontuurlijke drumpartijen van Adrienne Davies, maar toch is de muziek van Earth geen moment saai. Ruim een uur lang betovert Earth met geweldig gitaarwerk en fraai ondersteunende drums. 


Net als het laatste album van Sunn O))) heeft ook het nieuwe album van Earth genoeg aan een paar akkoorden en het zijn akkoorden met een bezwerende of zelfs hypnotiserende uitwerking. Het tempo ligt laag, waardoor de gitaarpartijen van Dylan Carlson je langzaam maar zeker opslokken. Het zijn prachtig melodieuze gitaarpartijen, maar het zijn op hetzelfde moment meedogenloze drones die alles wat voor de voeten komt plat walsen. 


Full Upon Her Burning Lips is een album dat hopeloos verveelt wanneer je niets hebt met de muziek van Earth, maar wanneer je de schoonheid hoort in de gitaarpartijen van de band uit Seattle is het een album dat steeds meer indruk maakt. Het is ook een album dat je langzaam maar zeker in een andere gemoedstoestand probeert te brengen en bij mij is dat zeker gelukt. 


Ik dacht tot voor kort dat ik niets had met dit soort gitaar drones, maar na het uitstekende album van Sunn O))) is ook het nieuwe album van Earth er een die maar aan kracht en betovering blijft winnen. Erwin Zijleman


De muziek van Earth is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://earth.bandcamp.com/album/full-upon-her-burning-lips.




 


maandag 27 mei 2019

Morrissey - California Son

Morrissey vertolkt dit keer alleen werk van anderen en doet dit in de meeste gevallen met de glans die je van de Britse cultheld verwacht
Morrissey stelt de afgelopen jaren vooral teleur en komt na een aantal matige albums met een serie covers op de proppen. Dat klonk op voorhand niet erg hoopvol, maar California Son is voor het overgrote deel een aangenaam album, waarop Morrissey een aantal van zijn muzikale helden eert. De Brit heeft het album laten voorzien van een overvolle productie die hier en daar balanceert op het randje van kunst en kitsch, maar op een of andere manier passen de zoete klanken wel bij de songs die Morrissey heeft uitgekozen en bij zijn uit duizenden herkenbare vocalen. Geen Morrissey klassieker, maar wat mij betreft beter dan zijn laatste paar albums.


Morrissey heeft de afgelopen decennia zoveel krediet opgebouwd dat hij bij mij niet al te veel fout kan doen. Het opbouwen van dit krediet begon al in de jaren 80 met de albums van The Smiths, die stuk voor stuk bovengemiddeld goed waren. 

Het solowerk van Morrissey was vanaf het begin minder consistent en constant. Onbetwiste klassiekers als Viva Hate en Vauxhall And I werden afgewisseld met veel mindere album en na 1997 werd het helemaal stil rond de Britse cultheld. 


De comeback met You Are The Quarry was in 2004 glorieus, maar sindsdien stelt Morrissey mij vooral teleur en brokkelt het opgebouwde krediet langzaam af, wat nog eens wordt versterkt door onhandige of zelfs dubieuze uitspraken. Persoonlijk vind ik World Peace Is None Of Your Business uit 2014 nog het beste album dat Morrissey sinds You Are The Quarry heeft gemaakt, maar de Brit was er zelf zo ontevreden over dat het inmiddels nergens meer te vinden is. 


California Son is de opvolger van het in 2017 verschenen en best aardige Low In High School en moet het vertrouwen in Morrissey weer een boost geven. Ik had er op voorhand niet al te veel vertrouwen in, want California Son is een album met louter covers. Bij eerste beluistering klonk het allemaal ook nog eens flink overgeproduceerd, maar langzaam maar zeker ben ik toch gecharmeerd geraakt van het nieuwe album van de muzikant uit Manchester. 


Morrissey is altijd al een liefhebber geweest van het vertolken van songs van anderen en gooit er op het podium met enige regelmaat bijzondere covers doorheen. Ook California Son bevat een aantal bijzondere covers, waarbij werk van uit Californië opererende singer-songwriters uit de jaren 60 en 70 centraal staat. 


Morrissey gaat op zijn nieuwe album aan de haal met songs van Jobriath, Joni Mitchell, Bob Dylan, Buffy Sainte Marie, Phil Ochs, Roy Orbison, Laura Nyro, Dionne Warwick, Gary Puckett, Carly Simon, Tim Hardin en Melanie en doet dat hoorbaar met veel liefde. Hier en daar schuift een gastmuzikant aan, maar in vocaal opzicht trekt Morrissey de kar. 


California Son is voorzien van een behoorlijk vol geproduceerd, of zelfs overgeproduceerd geluid, dat vaak nogal braaf en zoetsappig aan doet. Daar kun je van alles van vinden, maar wat mij betreft past het prima bij de songs die Morrissey op zijn nieuwe album vertolkt. Het zijn vertolkingen die niet allemaal geslaagd zijn, want de Brit klinkt hier en daar wel erg over the top, maar over het algemeen genomen bevalt California Son me wel. 


De volle, warme en zonnige klanken maken er een feelgood album van, wat nog eens wordt versterkt door de zang van Morrissey die zich laat gelden als volleerd crooner. De Britse muzikant greep op vrijwel alle albums na You Are The Quarry vaak voor uit de bocht vliegende gitaren, maar ik heb een voorkeur voor het wat zoetere geluid van You Are The Quarry en California Son. 


Het levert een album op dat zich uiteindelijk niet zal scharen onder de klassiekers uit het oeuvre van Morrissey, maar het bevalt me beter dan zijn laatste paar albums, waardoor California Son het krediet dat Morrissey sinds de jaren 80 heeft opgebouwd toch weer een beetje opvijzelt. Erwin Zijleman




 

zondag 26 mei 2019

Cate Le Bon - Reward

Cate Le Bon maakt het de luisteraar wederom niet makkelijk, maar stel je open voor Reward en je wordt bijzonder rijkelijk beloond met een album vol verrassing
Voor lekker in het gehoor liggende popliedjes ben je bij Cate Le Bon al jaren niet aan het juiste adres en de singer-songwriter uit Wales maakt het je ook dit keer niet makkelijk. Zowel de instrumentatie als de vocalen op Reward strijken flink tegen de haren in, maar zitten op hetzelfde moment vol prachtige accenten. Cate Le Bon heeft een album gemaakt dat anders klinkt dan alle andere albums van het moment en het is een album dat iedere keer weer net wat mooier en bijzonderder is. Geen moment in een hokje te duwen en vol experiment, maar ook een album dat maar blijft intrigeren.


Het in 2009 verschenen debuut van Cate Le Bon is me destijds volledig ontgaan, maar sinds het uit 2012 stammende Cyrk ben ik fan van de singer-songwriter die werd geboren op het platteland van Wales. 

Cyrk werd in 2013 gevolgd door het eveneens uitstekende Mug Museum en in 2016 door het nog net wat betere Crab Day. De afgelopen jaren maakte Cate Le Bon bovendien twee albums onder de naam DRINKS met de Amerikaanse muzikant Tim Presley, maar deze bevielen me een stuk minder dan haar soloalbums. 


Het is wat mij betreft dan ook goed nieuws dat Cate Le Bon nu weer opduikt met een nieuw soloalbum en het is nog beter nieuws dat Reward het beste soloalbum van de Britse singer-songwriter tot dusver is. 


De charme van de vorige albums van Cate Le Bon zat hem vooral in het feit dat ze nergens kiest voor de makkelijkste weg en dat doet ze gelukkig ook niet op Reward. De zang van de Britse muzikante vergeleek ik in het verleden wel eens met die van Nico en niet omdat Cate Le Bon is voorzien van een even donker stemgeluid, maar vooral omdat ze net als Nico op bijzondere wijze zingt. Het is ook weer het geval op Reward, dat het je in vocaal opzicht niet altijd makkelijk maakt. 


Hetzelfde geldt overigens voor de instrumentatie op het album. Het is een betrekkelijk sobere instrumentatie, die het vooral moet hebben van de bijzondere accenten. Zo laat de bijna minimalistisch klinkende openingstrack vooral accenten van saxofoon en percussie horen en zijn het meerdere lagen van de stem van Cate Le Bon die de ruimte moeten vullen. 


De muzikante uit Wales schreef de meeste songs voor Reward achter de piano, maar het zijn synths, gitaar, percussie en saxofoon die het geluid op het album bepalen. Het doet me af en toe denken aan de albums die Bowie in Berlijn maakte, maar Reward sluit ook nadrukkelijk aan bij de synthpop uit de jaren 80 en heeft ook wel wat van de beste albums van de Eurythmics. Hiernaast hoor ik flink wat van Kate Bush, vooral wanneer het gaat om experimenteerdrift. Aan de andere kant staat het in Los Angeles opgenomen album ook met minstens één been in het heden en klinkt Cate Le Bon uiteindelijk vooral als Cate Le Bon. 


Cate Le Bon maakte de afgelopen jaren een aantal soloalbums die schuurden en ook Reward schuurt. De vocalen strijken af en toe tegen de haren in en de instrumentatie kan af en toe wat kitscherig aandoen, maar tegen schurende noten staan bij Cate Le Bon ook altijd noten die je zielsgelukkig maken. 


Reward is in muzikaal opzicht een spannend album, dat niet of nauwelijks in een hokje is te duwen. Samen met onder andere Stella Mozgawa (Warpaint) en Josh Klinghoffer (Red Hot Chili Peppers) zet Cate Le Bon een geluid neer dat vooral ongrijpbaar is. Net als op haar vorige albums zijn experimenten met Krautrock en psychedelica nooit ver weg, maar Cate Le Bon sleept er dit keer van alles bij. 


Vrijwel alle songs op het album moet je meerdere keren horen voordat ze ook maar enigszins vertrouwd klinken en ook dan blijft Reward een behoorlijk ongrijpbaar album. Wanneer je eenmaal gevangen bent in het bijzondere muzikale universum van Cate Le Bon wint het album echter snel aan kracht. Reward is een eigenzinnig album dat geen compromissen sluit. Het is een album dat het je soms enorm moeilijk maakt, maar het is ook een album dat je uiteindelijk alleen maar wilt koesteren. Zoals gezegd het beste album van Cate Le Bon tot dusver en een van de beste albums van het moment. Erwin Zijleman


De muziek van Cate Le Bon is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://catelebon.bandcamp.com/album/reward.




 


zaterdag 25 mei 2019

Faye Webster - Atlanta Millionaires Club

Faye Webster vermengt op bijzondere wijze invloeden uit de country en de R&B met bijzonder aangename verleiding als resultaat
Faye Webster is pas 21, maar maakt al een aantal jaren muziek. Op Atlanta Millionaires Club vloeit al haar vorige muziek prachtig samen in een warmbloedige mix van R&B, soul en een beetje country. Atlanta Millionaires Club staat vol met even broeierige als lome klanken, waarbij het heerlijk wegdromen is, maar vergeet ook vooral niet te luisteren naar de uitstekende muzikanten, naar de prima zang, naar de bijzondere mix van invloeden en naar de persoonlijke teksten van de jonge Amerikaanse singer-songwriter. Het valt niet mee om in 2019 nog met een origineel geluid op de proppen te komen, maar Faye Webster slaagt er glansrijk in.


Faye Webster groeide op in Atlanta, Georgia, en kreeg de muziek thuis met de paplepel ingegoten. Als jonge tiener schreef ze vooral countrysongs, maar op de middelbare school groeide de liefde voor hiphop en R&B en omarmde ze vooral de muziek van R&B ster Aaliyah, die overleed toen Faye Webster nog in de luiers zat. 

Het lijken uitersten, maar op Atlanta Millionaires Club smeedt Faye Webster met name country en R&B moeiteloos aan elkaar. Atlanta Millionaires Club is niet het eerste album van Faye Webster, maar wel het eerste album voor een platenmaatschappij van naam en faam (Secretly Canadian). 


Het album opent direct met zeer dominant aanwezige pedal steel klanken, die wel vaker terugkeren op Atlanta Millionaires Club. De pedal steel en een bijzonder aangenaam klinkend orgel geven de muziek van Faye Webster een country feel, maar de rest van de instrumentatie en de stem van de jonge Amerikaanse singer-songwriter staan veel verder van de country af. 


Faye Webster heeft een voorliefde voor lome en zwoele klanken en combineert deze met al even lome en zwoele vocalen. Wanneer je alleen naar de keyboards, de blazers, de ritmes en de zang luistert zal Atlanta Millionaires Club vooral associaties oproepen met pop en R&B, maar dan is er toch ook weer die pedal steel die de muziek van Faye Webster voorziet van accenten uit de Amerikaanse rootsmuziek, waarbij zowel invloeden uit de country als invloeden uit de soul opduiken. 


Het is zoals gezegd een bijzondere combinatie, maar het is een combinatie die verrassend goed werkt. Het geluid van de pas 21 jaar oude Faye Webster dringt zich genadeloos op, maar prikkelt ook steeds weer de fantasie. Atlanta Millionaires Club is een zwoel album om lekker bij weg te dromen, maar het is ook een album waarvan je geen detail wilt missen. 


Er is helaas maar weinig informatie over de muzikanten op het in Athens, Georgia, opgenomen album, maar het door Drew Vandenberg en Faye Webster zelf geproduceerde album klinkt fantastisch en betovert continu met warmbloedige klanken. Met name aan het begin van het album zijn de rootsinvloeden net wat dominanter, terwijl aan het eind de R&B zich wat meer opdringt, zeker wanneer rapper Father aanschuift, maar het mooist zijn toch de tracks waarin alle invloeden prachtig samenvloeien en Faye Webster meedogenloos verleidt met dromerige klanken. 


Ook dan is er meer, want in tekstueel opzicht is de jonge Amerikaanse niet op haar mondje gevallen, wat Atlanta Millionaires Club voorziet van wat extra byte. Het levert een album op dat anders klinkt dan de albums van haar collega vrouwelijke singer-songwriters (hier en daar hoor ik wel wat van Cat Power overigens) en dat zich hierdoor makkelijk weet te onderscheiden. Ik was op basis van haar vorige albums voorzichtig benieuwd naar het nieuwe album van Faye Webster, maar Atlanta Millionaires Club overtreft wat mij betreft alle verwachtingen. Erwin Zijleman


De muziek van Faye Webster is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://fayewebster.bandcamp.com/album/atlanta-millionaires-club.




 


vrijdag 24 mei 2019

Carly Rae Jepsen - Dedicated

Madonna deed de afgelopen week publiek troonafstand, maar gelukkig staat Carly Rae Jepsen klaar als nieuwe Queen of Pop
Je moet er van houden, maar als je er van houdt zijn de perfecte popalbums van Carly Rae Jepsen albums om in de gaten te houden. E-MO-TION werd eind 2015 terecht overladen met positieve recensies en ook het nu verschenen Dedicated is een heel goed popalbum. Carly Rae Jepsen werkte dit keer met meer dan 20 (!) producers, maar houdt zelf de regie op een album dat binnen de pop een breed spectrum verkent. De ene keer gaat de Canadese terug naar de jaren 70 en 80, de volgende keer staat ze met beide benen in het heden. Alles is even knap gemaakt, met de prima zang en de persoonlijkheid van Carly Rae Jepsen als bonus. Krachtvoer voor de liefhebber van pure pop.


Muziekliefhebbers die niet zijn uitgerust met een zwak voor goed gemaakte popmuziek kunnen na het lezen van deze zin direct afhaken, terwijl muziekliefhebbers met dit zwak juist de oren en ogen moeten spitsen. Vandaag gaat immers alle aandacht uit naar de Canadese Carly Rae Jepsen. 

Deze Carly Rae Jepsen debuteerde in 2008 als jonge twintiger nog weinig succesvol, maar leverde in 2012 het zeer succesvolle Kiss af. Kiss dankte het wereldwijde succes vooral aan de wereldhit Call Me Maybe, maar was verder geen heel opzienbarend album, al was de belofte wel te horen. 

Het aan het eind van 2015 verschenen E-MO-TION was wat mij betreft wel een opzienbarend album en maakte de belofte meer dan waar.  Dat was deels de verdienste van een heel legioen aan hippe producers, maar de Canadese muzikante slaagde er wat mij betreft ook in om een eigen stempel op haar songs te drukken. 

E-MO-TION stond vol met bijzonder lekker in het gehoor liggende popliedjes die de perfectie in het genre benaderden. Het waren ook nog eens popliedjes die niet alleen in het heden stonden, maar ook teruggrepen op aanstekelijke popmuziek uit de jaren 80 en Europese elektronische popmuziek uit de late jaren 90 en vroege jaren 00 (met Robyn als hoorbaar voorbeeld), terwijl Carly Rae Jepsen ook in tekstueel opzicht een persoonlijk tintje aan haar songs wist toe te voegen. 

Bijna drieënhalf jaar na E-MO-TION is een een nieuw album, Dedicated, dat de lijn van zijn voorganger doortrekt. Om te genieten van het nieuwe album van de Canadese muzikante is een zwak voor pure pop zoals gezegd een vereiste, maar ook het ontbreken van een allergie voor een dichtgesmeerde en opgepoetste productie is een voorwaarde voor het kunnen genieten van het nieuwe album van de Canadese muzikante. 

Ik ben zelf niet vies van pure pop en kan het af en toe wel waarderen als producers een grote en zeer goed gevulde trukendoos open trekken. Het gebeurt absoluut op Dedicated, dat werd gemaakt met meer dan 20 (!) verschillende producers. De meeste van deze producers duiken slechts in een van de 15 tracks op het album op en moeten in de meeste gevallen de credits nog delen ook. Alle reden dus om stevig uit te pakken en dat is te horen. 

Dedicated is een stevig geproduceerd album en het is een album dat meerdere kanten op schiet. Invloeden uit de jaren 80 zijn net wat minder nadrukkelijk aanwezig dan op E-MO-TION, terwijl modernere elektronische popmuziek aan terrein heeft gewonnen. Hier laat Carly Rae Jepsen het niet bij, want ze sleept er ook wat jaren 70 disco bij en vindt bovendien aansluiting bij de popprinsessen van het moment. 

Het knappe is dat ze ook dit keer buiten de lijntjes weet te kleuren. Dedicated heeft een aantal funky uitstapjes, biedt hier en daar ruimte aan een onverwacht instrument (als een saxofoon) en kan stuwende elektronische popmuziek moeiteloos afwisselen met buitengewoon lichtvoetige kauwgomballen pop, die herinnert aan Cyndi Lauper. 

Over één ding heb ik het nog helemaal niet gehad en dat is over de zang van Carly Rae Jepsen. Die zang is prima. De Canadese muzikante kan in 1001 genres uit de voeten en trekt uiteindelijk vrijwel alle songs op het album over de streep. Of ik er heel vaak na ga luisteren weet ik niet, maar als ik behoefte heb aan goedgemaakte en in artistiek opzicht net wat interessantere hedendaagse popmuziek, weet ik Dedicated van Carly Rae Jepsen zeker te vinden. Erwin Zijleman



 

donderdag 23 mei 2019

Big Big Train - Grand Tour

Big Big Train gooit er maar weer eens vijf kwartier progrock tegenaan en het is progrock die op knappe wijze een brug slaat tussen het heden en een ver verleden
Folklore van Big Big Train heeft er een paar jaar geleden absoluut aan bijgedragen dat ik weer wat vaker symfonische rock of progrock albums uit de kast trek. De Britse band is uiterst productief en heeft wederom een album afgeleverd dat doet denken aan het oude Genesis (met Peter Gabriel), maar dat zeker niet is blijven hangen in de vroege jaren 70. De lange tracks op het album zitten vol muzikaal vuurwerk, waarbij Big Big Train ook uitstapjes richting andere genres niet schuwt. Het levert een album op dat je noot voor noot wilt ontdekken, maar het is ook een album waarbij het verrassend aangenaam wegdromen is.


Ik heb de afgelopen jaren weer wat meer waardering voor bands die in het hokje progrock worden geduwd. Progrock, of symfonische rock (de benaming uit de jaren 70), zag ik lange tijd als een jeugdliefde of jeugdzonde en als ik er al naar greep, greep ik naar de albums van oude helden en dat waren in mijn geval met name Genesis en Yes. 

Toen de liefde voor het genre een paar jaar geleden langzaam terugkwam, koos ik in eerste instantie wederom voor de oude helden, maar langzaam maar zeker kwamen er ook nieuwe bands bij. Big Big Train was een van deze bands. 

De band uit het Britse Bournemouth, Dorset, timmert al sinds het einde van de jaren 80 aan de weg en heeft inmiddels een respectabel aantal (meer dan 25) albums op haar naam staan. Mijn eerste kennismaking stamt uit 2016 toen het bijzonder fraaie Folkore verscheen en de liefde voor Big Big Train werd bevestigd door het een jaar later verschenen Grimspound. 

De muziek van Big Big Train deed me vrijwel onmiddellijk aan Genesis in haar beginjaren denken en dat heeft alles te maken met de stem van de zanger, die veel weg heeft van de stem van Peter Gabriel. 

Big Big Train blijkt een zeer productieve band, want de afgelopen jaren verschenen naast de twee genoemde albums niet alleen twee live-albums, maar ook nog een studioalbum dat me is ontgaan. Het deze week verschenen Grand Tour is me gelukkig niet ontgaan, want ook het nieuwe album van Big Big Train is weer prachtig. 

Ook Grand Tour roept onmiddellijk associaties op met de vroege platen van Genesis. Het ligt voor een belangrijk deel aan de vocalen, die nog altijd veel weg hebben van die van Peter Gabriel, maar ook in muzikaal opzicht ligt Grand Tour over het algemeen genomen dichter bij Genesis dan bij Yes, Pink Floyd of Emerson, Lake & Palmer, om maar eens een aantal dinosaurussen uit het symfonische rock tijdperk te noemen. 

Ik zeg bewust over het algemeen genomen, want de muziek van Big Big Train is verrassend veelzijdig. Wanneer de band kiest voor net wat meer experiment zijn de grote albums van Yes toch opeens dichtbij, terwijl de songs met een wat meer folky inslag invloeden van Jethro Tull laten horen en ook uitstapjes richting Marillion en U.K.of juist richting psychedelica of jazzrock nooit ver weg zijn. 

Het knappe van Grand Tour is dat Big Big Train er aan de ene kant in slaagt om muziek te maken die naadloos aansluit bij die van de grote symfonische rockbands van enkele decennia geleden, maar toch geen moment achterhaald en overbodig klinkt. 

Zoals het een band in het genre betaamt wordt niet gekeken op een minuutje meer of minder. Grand Tour bevat maar liefst vijf kwartier muziek en van de negen songs op het album klokken er drie ruim boven de tien minuten. Dat betekent dat er alle ruimte is voor muzikale hoogstandjes en muzikaal vuurwerk, maar Big Big Train is geen band die het moet hebben van eindeloze solo’s. 

De Britse band trekt een arsenaal aan instrumenten, inclusief blazers en strijkers, open en kleurt haar songs steeds weer net wat anders in. Enige liefde voor de progrock is wel noodzakelijk om te kunnen genieten van Grand Tour, want het bombast wordt uiteraard niet geschuwd op het album. 

Het is een album waar ik op meerdere manieren van kan genieten. Aan de ene kant is het een album dat me mee terugneemt naar muziek die ik een aantal jaren gekoesterd heb maar vervolgens bijna vergeten ben, maar het is ook een album met een aantal wonderschone songs dat is volgespeeld door topmuzikanten die zeker niet in het verleden zijn blijven hangen, waardoor Big Big Train soms klinkt als het oude Genesis, maar net zo makkelijk de meest melodieuze momenten van Elbow aan kan raken. Voor de liefhebbers misschien, maar voor deze liefhebbers is het vijf kwartier smullen. Erwin Zijleman

De muziek van Big Big Train is ook  verkrijgbaar via bandcamp: https://bigbigtrain.bandcamp.com.



 

woensdag 22 mei 2019

Carrie Tree - The Canoe

The Canoe van Carrie Tree ontdekte ik na een toevallige tip, maar dit is een album dat alle aandacht verdient, zeker van liefhebbers van Britse folk met een ambient twist
Ik had tot voor kort nog nooit van Carrie Tree gehoord, maar de Britse muzikante heeft een bijzonder fraai album gemaakt. Het op IJsland opgenomen The Canoe werd opgenomen door de mij onbekende producer Markus Sieber (a.k.a. Aukai), die een kunststukje heeft afgeleverd. Het is een kunststukje met een hoofdrol voor piano en akoestische gitaar, die steeds gezelschap krijgen van subtiel ingezette andere instrumenten. Het past allemaal fraai bij de bijzondere stem van Carrie Tree, die op geheel eigen wijze en vol emotie zingt. Carrie Tree is volslagen onbekend in Nederland, maar verdient absoluut een publiek.

Een lezer van deze BLOG wees me een paar dagen geleden op The Canoe van ene Carrie Tree en na één keer horen wist ik dat het een geweldige tip was. 

Carrie Tree is een singer-songwriter uit het Britse Brighton en The Canoe is haar derde album. De eerste twee ken ik niet, maar The Canoe is een uitstekend album. 

Carrie Tree nam haar derde album op in het IJslandse Reykjavik, waar ze samenwerkte met producer Markus Sieber, die onder de naam Aukai een aantal ambient albums heeft gemaakt. Ik kende Carrie Tree niet en ik kende haar producer niet, maar het product van hun samenwerking is van hoog niveau. 

The Canoe opent met fraaie pianoklanken, die prachtig kleuren bij de bijzondere stem van Carrie Tree. De Britse singer-songwriter heeft in de openingstrack een geheel eigen manier van zingen, die fluisterzacht en expressief combineert. Het is zang waarvan je moet houden, maar als je ervan houdt speelt Carrie Tree direct een gewonnen wedstrijd. 

Ik was zelf direct onder de indruk van de emotievolle zang van de muzikante uit Brighton en was minstens net zo onder de indruk van de bijzonder fraaie instrumentatie in de openingstrack van The Canoe. Het is een instrumentatie waarin pianoklanken domineren, maar Markus Sieber heeft er op subtiele wijze een aantal instrumenten aan toegevoegd, waardoor de track opvallend warm klinkt en wel wat heeft van Joni Mitchell in haar Laurel Canyon periode. 

In de tweede track neemt de akoestische gitaar het over van de piano en klinkt Carrie Tree direct wat meer folky. Ook in een folky track doet de stem van Carrie Tree het uitstekend en ook dit keer weet de Britse singer-songwriter bijzondere accenten te leggen, waardoor ze anders klinkt dan de meeste van haar soortgenoten. 

Ook de instrumentatie in de tweede track is bijzonder. Markus Sieber voegt ook dit keer bijzondere instrumenten toe, waardoor er van alles gebeurt in de muziek op The Canoe. Het is bijzonder subtiele muziek, die beluistering via de koptelefoon verdient om maar geen detail te hoeven missen. Piano en akoestische gitaar eisen meestal de hoofdrol op in de instrumentatie op The Canoe, maar de geweldige baslijnen en de subtiele toevoegingen van bijzondere instrumenten mogen er ook zeker zijn. 

Op The Canoe laat Carrie Tree zich vooral beïnvloeden door Britse folk uit vervlogen tijden, maar door de ambient achtige klanken in de instrumentatie, de bijzondere manier van zingen en de voorzichtige uitstapjes richting jazz, klinkt Carrie Tree uiteindelijk toch flink anders dan de meeste van haar soortgenoten. Heel af en toe doet het me wel wat denken aan Kathryn Williams, maar de stijl van Carrie Tree is zo bijzonder dat je The Canoe met vergelijken geen recht doet. 

The Canoe is een uiterst ingetogen album vol mooi verzorgde en prachtig gearrangeerde en geproduceerde songs, maar saai wordt het geen moment. Sterker nog, iedere keer dat ik luister naar het derde album van Carrie Tree zijn haar songs me weer wat dierbaarder. In het Verenigd Koninkrijk krijgt The Canoe wel wat aandacht, maar ook in Nederland moeten er muziekliefhebbers zijn die het derde album van Carrie Tree wel eens erg mooi zouden kunnen vinden. Erwin Zijleman

De muziek van Carrie Tree kan worden verkregen via haar bandcamp pagina: https://carrietree.bandcamp.com.

 

dinsdag 21 mei 2019

Christone "Kingfish" Ingram - Kingfish

De piepjonge Christone "Kingfish" Ingram eert zijn muzikale helden en schaart zich met zijn debuut onder de beste blues muzikanten van het moment
Hoe vaak levert een muzikant van net 20 een doorleefd en gevarieerd blues album als Kingfish af? Niet heel vaak denk ik en daarom mag Christone "Kingfish" Ingram van mij best worden onthaald als sensatie. De Amerikaanse muzikant speelt de pannen van het dak, tovert de ene na de andere geweldige solo of riff uit zijn gitaar en is ook nog eens voorzien van een geweldige stem. En ondertussen gaat de muzikant uit Clarksdale, Mississippi, ook nog eens aan de haal met een breed assortiment aan blues varianten. Het levert een album op dat zich moeiteloos zal scharen tussen de beste blues albums van 2019.


Oude blues helden worden zo langzamerhand schaars, maar gelukkig zijn er ook nog jonge muzikanten met een voorliefde voor het genre. Christone "Kingfish" Ingram kon op zesjarige leeftijd uit de voeten op de drums, schakelde twee jaar later over op de bas, maar zijn leven veranderde pas echt toen hij op 9-jarige leeftijd de blues en de gitaar ontdekte via een documentaire over Muddy Waters. 

Christone Ingram kreeg zijn eerste gitaar, zette direct reuzenstappen en stond toen hij 11 was voor het eerst op het podium bij zijn muzikale helden. De muzikant uit Clarksdale, Mississippi, is inmiddels 20 en klaar voor het echte werk. 

De Amerikaanse muzikant leerde het vak in het Delta Blues Museum in Clarksdale, waar hij als tiener les kreeg van oude blues muzikanten als Bill "Howl-N-Madd" Perry (die hem de bijnaam Kingfish gaf) en Daddy Rich. Het volgende zetje in de rug kreeg hij van gitarist Eric Gales, die hem liet meespelen op zijn album Middle Of The Road en van Buddy Guy, die hem meerdere malen de hemel in prees. En nu is er dan het in Nashville opgenomen debuut Kingfish, dat werd geproduceerd door de gelouterde Tom Hambridge, die eerder werkte met onder andere Buddy Guy, Susan Tedeschi en George Thorogood. 

Christone "Kingfish" Ingram is pas 20 jaar oud, maar klinkt op zijn debuut als een door de wol geverfde blues muzikant. Het album opent met lekkere stevige bluesrock en laat direct horen dat Christone "Kingfish" Ingram een getalenteerd zanger en een werkelijk geweldige gitarist is. Zijn stem klinkt doorleefder dan je van iemand van zijn leeftijd zou verwachten en past perfect bij de rauwe blues waarmee het album opent. Het is rauwe blues met meedogenloze riffs, hier en daar afgewisseld door vlammende solo’s. 

Kingfish laat goed horen dat de jonge muzikant uit Clarksdale, Mississippi, het vak leerde van een stel ouwe rotten uit het genre. Kingfish staat vol met vlammende bluesrock, maar kan ook uit de voeten met doorleefde Chicago blues, broeierige Delta blues of met ingetogen akoestische blues, waardoor het debuut van de Amerikaan verrassend gevarieerd is.

Producer Tom Hambridge heeft een stel prima muzikanten verzameld rond Christone "Kingfish" Ingram, maar de pas 20-jarige muzikant eist met afstand de meeste aandacht op met geweldig gitaarwerk en zijn doorleefde strot. Desondanks verdient de band alle lof, want met name de ritmesectie en de pianist leveren geweldig werk af en stuwen de gitarist vervolgens naar grote hoogten.

Kingfish kent gastbijdragen van Buddy Guy en Keb’ Mo’, maar ook zonder hulp van de groten levert Christone "Kingfish" Ingram vakwerk af. Het doet me af en toe wel wat denken aan het vroege werk van Robert Cray, al klinkt Kingfish wel wat rauwer, en natuurlijk is het album schatplichtig aan alle grote blues muzikanten uit het verleden. Qua gitaarwerk is Stevie Ray Vaughan overigens ook nooit ver weg.

Door te schakelen tussen verschillende blues varianten, houdt het debuut van de muzikant uit Mississippi de aandacht makkelijk vast, waardoor de 12 songs en ruim 50 minuten voorbij vliegen. Christone "Kingfish" Ingram is pas 20 jaar, maar laat nu al horen dat de erfenis van de grote blues muzikanten die hem voor gingen bij hem in goede handen is. Goed nieuws dus voor de liefhebbers van het genre. Erwin Zijleman