vrijdag 31 januari 2020

Andy Shauf - The Neon Skyline

Andy Shauf schudt de perfecte popliedjes op zijn nieuwe album bijna achteloos uit zijn mouw en vermaakt mateloos met warme songs die mooier en mooier worden
Andy Shauf maakte in 2018 indruk met de band Foxwarren, maar zijn nieuwe soloalbum is nog mooier en indrukwekkender. The Neon Skyline bevat het ene na het andere perfecte popliedje en de een is nog mooier dan de ander. De instrumentatie is tijdloos, maar zit ook vol subtiele wendingen, terwijl de stem van de Canadese muzikant bijzonder lekker in het gehoor ligt. Het komt vervolgens aan op de songs en die zijn allemaal van het niveau waarop ook onder andere Ron Sexsmith het patent heeft. The Neon Skyline zorgt onmiddellijk voor een goed gevoel, maar de tijdloze songs op het album winnen ook nog lang aan kracht.


De Canadese muzikant Andy Shauf ken ik vooral van het debuutalbum van de eveneens Canadese band Foxwarren. Deze band was al ruim tien jaar actief toen in 2018 eindelijk een eerste album verscheen. 

Het succes van de solocarrière van Andy Shauf speelde naar verluidt een belangrijke rol bij de lange vertraging van de release van het eerste album van Foxwarren, maar de soloalbums van de muzikant die werd geboren in Regina, Saskatchewan, zijn mij eerlijk gezegd ontgaan. 

Sinds het zo goede en aangename debuut van Foxwarren heb ik Andy Shauf echter op het netvlies en daarom begon ik met hooggespannen verwachtingen aan de beluistering van zijn nieuwe album The Neon Skyline. 

Het debuut van Foxwarren citeerde nadrukkelijk uit de popmuziek uit de jaren 70 en was hierbij zeker niet kieskeurig. Ook het nieuwe album van Andy Shauf is niet vrij van invloeden uit de jaren 70, maar het is ook een eigentijds singer-songwriter album. Het is een album dat me vooral doet denken aan de muziek van de eveneens Canadese singer-songwriter Ron Sexsmith. Het laatste wapenfeit van Ron Sexsmith is alweer bijna drie jaar oud, maar het nieuwe album van Andy Shauf is wat mij betreft een waardig alternatief. 

De inmiddels vanuit het Canadese Toronto opererende muzikant schudt op The Neon Skyline de perfecte popliedjes bijna achteloos uit zijn mouw, net als Ron Sexsmith dat al zo lang kan. The Neon Skyline is zo’n album dat zich direct als de spreekwoordelijke warme deken om je heen slaat. Alles klinkt even aangenaam, alles klinkt even warm en alles klinkt even tijdloos. Andy Shauf maakt singer-songwriter muziek die het oor streelt en die vrijwel onmiddellijk zorgt voor een goed gevoel. 

De Canadese muzikant doet dit met een mooi verzorgde en over het algemeen spaarzame maar ook lekker vol klinkende instrumentatie, die steeds weer weet te verrassen met andere instrumenten of subtiele wendingen. Het is een instrumentatie die herinnert aan heel veel muziek uit het verre verleden, waaronder flink wat countryrock en softrock maar gezapig klinkt het geen moment. 

The Neon Skyline overtuigt hiernaast makkelijk door de stem van Andy Shauf. De muzikant uit Toronto beschikt over een lekker in het gehoor liggende stem met een randje Paul Simon. Het klinkt allemaal bijzonder aangenaam, maar Andy Shauf is ook nog eens een getalenteerd songwriter, die mooie verhalen vertelt en ze verpakt in tijdloze popliedjes van hoog niveau. In de wat melancholischer ingekleurde songs doet de muziek van Andy Shauf niet alleen denken aan Ron Sexsmith, maar hoor ik ook wat van Elliott Smith, ook vergelijkingsmateriaal waarvoor Andy Shauf zich niet hoeft te schamen. 

Net als bij de albums van Ron Sexsmith heb ik ook bij beluistering van The Neon Skyline soms de neiging om me af te vragen wat er nu precies zo bijzonder is aan het album. Alles klinkt zo aangenaam, zo tijdloos en zo makkelijk dat het haast een koud kunstje lijkt, maar ondertussen is het natuurlijk razendknap wat Andy Shauf doet. The Neon Skyline staat vol met songs waarop je direct bij de eerste keer horen verliefd wordt en het is een liefde die niet verdwijnt wanneer je het album vaker beluisterd. Integendeel zelfs, het nieuwe album van Andy Shauf wordt alleen maar mooier. Erwin Zijleman

De muziek van Andy Shauf is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Canadese muzikant: https://andyshauf.bandcamp.com.

   




Blues volgens Peter Vantyghem (365 Albums Die Je Beluisterd Moet hebben)

Peter Vantyghem staat in zijn boek 365 Albums Die Je Beluisterd Moet Hebben stil bij de blues en komt met 31 interessante tips, waarvan ik er twee direct na eerste beluistering omarmd heb
Peter Vantyghem heeft een jaar lang muziektips voor je in petto en begint in januari met de blues. De Vlaamse schrijver hanteert een brede definitie, waardoor je van alles tegenkomt in een maand blues. Natuurlijk komen er de nodige klassiekers voorbij, maar iets meer dan de helft van de albums kende ik niet of nauwelijks. Twee van de 31 albums waren mij onbekend maar zijn zo ontstellend goed dat ik ze blijf beluisteren. Welke dat zijn lees je hieronder. Vanaf morgen ga ik verder met maand twee, waarin de country centraal staat. Ik ben benieuwd.


Op een van de laatste dagen van 2019 besprak ik het boek 365 Albums Die Je Beluisterd Moet Hebben van de Vlaamse auteur Peter Vantyghem. Het boek behandelt iedere maand een genre en geeft in dit genre dagelijks een luistertip. In januari richtte de Vlaamse auteur zich op de blues en iedere dag heb ik het luisteradvies braaf opgevolgd. 

Ik luister niet overdreven vaak naar blues, maar desondanks kende ik voor het lezen van het boek en het opvolgen van de luistertips al 14 van de 31 albums. 

Peter Vantyghem hanteert in zijn boek een brede definitie van het begrip blues. Natuurlijk zijn er oude bluesmannen als Robert Johnson, Muddy Waters, Howlin’ Wolf en John Lee Hooker en blueshelden van recentere datum als Robert Cray en Bonnie Raitt en Joe Bonamassa, maar er zijn ook wel wat albums voorbij gekomen waar ik niet op had gerekend. Dat Afrikaanse woestijn blues en Portugese fado in het hokje blues worden geduwd had ik zelf ook nog wel kunnen bedenken, maar AC/DC?, PJ Harvey? Het is maar net wat je onder blues verstaat kennelijk. 

Na 31 dagen weet ik bovendien dat er ook Griekse en Spaanse blues is, maar welke albums hebben nu de meeste indruk op me gemaakt? Ik beperk me tot de albums die ik nog niet kende, want uiteraard heb ik albums als Are You Experienced van Jimi Hendrix, Strong Persuader van Robert Cray, Texas Flood van Stevie Ray Vaughan, De Stijl van White Stripes en Disraeli Gears van Cream hoog zitten. 

Verrassend goed vond ik Safe As Milk van Captain Beefheart; een band die ik toch vooral met hele andere muziek associeer. Nog verrassender was New Found Sacred Ground van de Vlaamse muzikant Roland van Campenhout, die met blues in de breedste zin van het woord uit de voeten kwam. Twee albums sprongen er wat mij betreft echter uit. 


Allereerst Hard Again van Muddy Waters. De in 1983 overleden bluesmuzikant timmerde al vanaf de jaren 60 aan de weg, maar was in jaren 70 vooral uit vorm. Met Hard Again liet de uit Chicago afkomstige bluesmuzikant horen dat hij het nog niet verleerd was. 

Hard Again knalt uit de speakers, wat mede de verdienste is van producer Johnny Winter, die in de studio zo enthousiast was dat hij maar enthousiaste kreten bleef uitslaken. Het voorziet Hard Again bedoeld of onbedoeld van een live geluid. 

In dit live geluid eist Muddy Waters de hoofdrol op. De oude bluesheld is goed bij stem en ook zijn gitaarspel is om van te smullen. Hard Again is bekend van het weergaloze Mannish Boy, maar ook de anders songs op het album zijn van hoog niveau. 

Een jaar later zou Muddy Waters nog een goed album maken, maar hierna was de koek op. Hard Again is echter in de archieven van de bluesmuziek opgenomen als een ware klassieker. En terecht. 


Een ander album dat er voor mij uitsprong was Truth van Jeff Beck. Ik ken wel wat latere albums van de Britse gitarist, maar Truth had ik nog nooit gehoord. 

Jeff Beck maakte het album nadat hij The Yardbirds had verlaten en maakte een album dat de blauwdruk bevat voor de bluesy hardrock die in de jaren 70 tot volle wasdom zou komen. 

John Paul Jones en Jimmy Page spelen een gastrol op het album en ze hadden hun oren goed open staan. Truth is absoluut een inspiratiebron geweest voor het eerste Led Zeppelin album dat een jaar later zou verschijnen en dat meer invloed zou hebben dan het eerste soloalbum van Jeff Beck. 

Natuurlijk speelt de Britse gitarist zelf de hoofdrol op het album met de ene bluesy gitaarsolo na de andere, maar ook een piepjonge Rod Stewart maakt diepe indruk als zanger, terwijl een jonge Ron Wood bast alsof zijn leven er van af hangt. 

Truth is een van de eerste hardrock albums, maar het hokje blues past ook wel, al is het maar vanwege het bluesy gitaarspel van Jeff Beck. Ik heb Truth de afgelopen weken vaak beluisterd en het album wordt alleen maar beter. Jeff Beck maakte niet alleen een blauwdruk voor 70s hardrock, maar leverde bovendien een album af dat in het genre tot de klassiekers moet worden gerekend. 

En zo levert 365 Albums Die Je Beluisterd Moet hebben van Peter Vantyghem in maand toch twee prachtige tips op. Op naar maand twee. Erwin Zijleman

   


donderdag 30 januari 2020

En Attendant Ana - Juillet

En Attendant Ana maakte een veelbelovend debuut, maar maakt met haar tweede album alle beloften waar met volstrekt onweerstaanbare gitaarpop vol invloeden
Bij Frankrijk denk je aan doorleefde chansons of aan zwoele zuchtmeisjes, maar niet in eerste instantie aan een gitaarplaat die zich genadeloos opdringt en vervolgens leuker en leuker en onweerstaanbaarder en onweerstaanbaarder wordt. En Attendant Ana uit Parijs heeft deze gitaarplaat gemaakt en wat is het een goede gitaarplaat geworden. De Franse band haalt haar inspiratie uit meerdere genres en durft buiten de lijntjes te kleuren. Het geweldige gitaarwerk op het album past uitstekend bij de wat onderkoelde zang en de fraaie accenten van onder andere trompet. Onweerstaanbaar lekker, maar je hoort ook telkens weer nieuwe dingen. Prachtplaat.


En Attendant Ana is een band uit Parijs die twee jaar geleden debuteerde met het absoluut interessante Lost And Found. Het frisse en energieke debuut van de Franse band stond bol van de belofte, maar uiteindelijk rammelde het album me net wat teveel om ook op de wat langere termijn interessant te blijven. Ik was echter wel heel nieuwsgierig naar het tweede album van de band en dit album verscheen deze week. 

Bij beluistering van Juillet kon ik al vrij snel concluderen dat En Attendant Ana de belofte van haar debuut meer dan waar maakt op haar tweede album, waarop flinke stappen of zelfs reuzenstappen worden gezet. Op Juillet heet de band uit Parijs haar frisheid en energie behouden, maar verder is eigenlijk alles beter. 

En Attendant Ana verwerkt op Juillet een bonte mix aan invloeden. Invloeden uit de postpunk, indie-rock en indie-pop domineren, maar ook invloeden uit de dreampop, lo-fi, shoegaze en zelfs Krautrock hebben hun weg gevonden naar het aanstekelijke geluid van de band, waarin ook nog plek was voor een beetje Franse verleiding. 

Juillet heeft een voorkeur voor uptempo gitaarsongs en het zijn gitaarsongs die even melodieus als gruizig klinken, wat associaties oproept met alle bovengenoemde genres. De mooie gitaarlagen in het geluid van de Franse band combineren fraai met de wat onderkoelde zang van frontvrouw Margaux Bouchaudon, die bij herhaalde beluistering van het album steeds meer indruk maakt. 

En Attendant Ana maakt op Juillet energieke en aanstekelijke popsongs die makkelijk verleiden, maar het zijn ook nog eens popsongs die buiten de lijntjes durven te kleuren, op een manier waarop Stereolab dit ook durfde. Hier en daar worden de gruizige gitaren gecombineerd met een trompet of snijdt een new wave orgeltje door het gitaargeluid van de band, maar Juillet is vooral een gitaarplaat. 

Het klinkt allemaal zo fris en energiek dat En Attendant Ana al vanaf de eerste noten een gewonnen wedstrijd speelt, maar hoe goed de Franse band op haar tweede album is heb je dan nog lang niet gehoord. De aanstekelijke popliedjes van de band uit Parijs worden leuker en leuker, de instrumentatie op het album wordt steeds overtuigender, terwijl de gitaarlijnen alleen maar onweerstaanbaarder worden, net als de zang van Margaux Bouchaudon. 

Er zijn de afgelopen jaren natuurlijk heel veel bands die teruggrijpen op genres als postpunk, dreampop, shoegaze, 90s indiepop en rock en lo-fi, maar En Attendant Ana klinkt wat mij betreft toch net anders dan de meeste van haar soortgenoten. Juillet is net wat eigenwijzer en een stuk aanstekelijker en dat is een mooie combinatie. 

De band uit Parijs walst, net als haar debuut, met een stoomwals over je heen, maar laat dit keer genoeg te ontdekken over. Iedere keer als ik naar Juillet van En Attendant Ana luister ben ik nog wat meer overtuigd van de klasse van de Franse band en nog wat meer verliefd op de bijzondere popliedjes van de band. Er verschijnt deze weken zo idioot veel dat het voor een obscuur Frans bandje niet mee zal vallen om de aandacht te trekken, maar het tweede album van En Attendant Ana verdient deze aandacht absoluut. Wat een heerlijk album. Erwin Zijleman

De muziek van En Attendant Ana is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band uit Parijs: https://enattendantana.bandcamp.com/album/juillet.

   




woensdag 29 januari 2020

Eefje de Visser - Bitterzoet

Eefje de Visser vervolmaakt op Bitterzoet haar zo bijzondere geluid met flink wat elektronica en natuurlijk haar heerlijk dromerige manier van zingen
Het is momenteel flink dringen binnen de vrouwelijke Nederlandstalige popmuziek, maar Eefje de Visser steekt er wat mij betreft nog steeds een stukje bovenuit. Ze heeft Bitterzoet voorzien van een wonderschoon en fascinerend elektronisch geluid dat perfect past bij haar stem en manier van zingen, maar dat haar songs ook steeds weer een andere kant op stuurt. Luister naar Bitterzoet en je hoort dat alles net wat beter is dan de vorige albums van Eefje de Visser, wat gezien het hoge niveau van zeker haar vorige twee albums een knappe prestatie is. Bitterzoet sleurt je de nacht in en laat pas los wanneer de zon weer op komt. 


Toen in 2011 het debuut van Eefje de Visser verscheen kon ik daar maar heel weinig mee. Ik was op dat moment absoluut geen liefhebber van Nederlandstalige popmuziek (integendeel zelfs), waardoor de songs van de Nederlandse singer-songwriter bij mij flink tegen de haren in streken. 

Wat me wel opviel bij beluistering van De Koek, was dat het album in muzikaal opzicht interessant klonk, waardoor ik opvolger Het Is twee jaar later niet onmiddellijk terzijde schoof. Ik heb heel lang moeten wennen aan Het Is, maar uiteindelijk had Eefje de Visser me toch te pakken met haar bijzondere popliedjes. Album nummer drie, Nachtlicht, was daarom in 2016 verplichte kost en dat geldt ook weer voor het deze week verschenen Bitterzoet. 

Als je de vier albums van Eefje de Visser achter elkaar beluisterd hoor je dat de singer-songwriter, die haar vorige thuisbasis Utrecht inmiddels heeft verruild voor het Belgische Gent, in de loop der jaren steeds beter is gaan zingen. De zang op Bitterzoet klinkt een stuk zelfverzekerder dan die op het alweer negen jaar oude debuut, maar op hetzelfde moment heeft Eefje de Visser haar karakteristieke stijl en eigen geluid behouden. 

Wat voor de zang van Eefje de Visser geldt, geldt ook zeker voor de instrumentatie op haar nieuwe album. Bitterzoet is voorzien van een fraai en vol elektronisch geluid, dat niet meer zo rammelt als het geluid op haar eerste albums, maar dat de dromerigheid en de charme van dit geluid heeft behouden. Ook de songs van de Nederlandse singer-songwriter klinken op Bitterzoet minder gekunsteld dan in het verleden, maar het zijn nog wel uit de zo herkenbare Eefje de Visser songs. 

Bitterzoet heeft al met al de charme van de vorige albums behouden, maar heeft ook stappen gezet. Eefje de Visser ontwikkelde de afgelopen jaren een dromerig, mysterieus en wat broeierig geluid en dit geluid heeft ze op Bitterzoet vervolmaakt. Bitterzoet is in muzikaal opzicht een spannend album, dat hier en daar wel wat doet denken aan Kate Bush, maar de muziek van Eefje de Visser is warmer en elektronischer. 

Ik heb nog steeds regelmatig twijfels over de geschiktheid van de Nederlandse taal voor het maken van popmuziek, maar de teksten van Eefje de Visser slingeren zich op fascinerende wijze om de mooie klanken op het album heen, waardoor het Nederlands me echt geen moment in de weg zit. 

Het zijn klanken die net wat minder vol en bovendien veel elektronischer klinken dan op het vorige album dat wat zwaarder was aangezet, maar de muziek van Eefje de Visser zit ook dit keer vol subtiele wendingen, waardoor het album spannend blijft. Het elektronische geluid op Bitterzoet maakt het een album van de nacht, wat goed past bij de stem van Eefje de Visser en haar dromerige manier van zingen. 

Eefje de Visser legde de lat drie jaar geleden hoog met het betoverende Nachtlicht, maar na een aantal luisterbeurten komt Bitterzoet al dicht in de buurt, terwijl het net als de vorige albums van de Nederlandse singer-songwriter een album is dat de tijd moet krijgen om te kunnen rijpen en groeien. Het is de afgelopen weken dringen in de vijver met vrouwelijke singer-songwriters die het Nederlands verkiezen boven het Engels, maar Bitterzoet zou ik er zeker uit vissen. Erwin Zijleman

   


dinsdag 28 januari 2020

Wire - Mind Hive

De Britse band Wire gaat inmiddels ruim 40 jaar mee, maar laat op haar nieuwe album horen dat het er nog altijd toe doet en dat het zichzelf nog steeds weet te vernieuwen
Wire leverde aan het eind van de jaren 70 een perfecte trilogie af, verdween vervolgens even uit beeld en bleef vervolgens wat anoniem opereren. De band bleef echter al die jaren actief, wat resulteerde in een aantal prima albums. Met het titelloze album uit 2015 begon Wire wat mij betreft pas echt aan haar tweede jeugd en die tweede jeugd bereikt nu haar hoogtepunt met het bijzonder fraaie Mind Hive. Wire schakelt tussen aanstekelijke gitaarpop, psychedelische songs en wat zwaarder en donkerder werk, maar het blijft in alle gevallen Wire. Ruim 40 jaar na haar debuut klinkt de Britse band fris en urgent, wat maar heel weinig voormalige tijdgenoten kunnen zeggen.


De Britse band Wire dook op in de hoogtijdagen van de punk, maar liet direct op het in 1977 verschenen debuut Pink Flag horen dat het veel meer was dan het zoveelste punkbandje. De muziek van de band uit Londen stak veel knapper in elkaar en sloeg uiteindelijk een brug richting de post-punk. 

Met Chairs Missing en 154 voltooide de band in 1978 en 1979 een bijzonder fraaie en zeer invloedrijke trilogie, maar vervolgens was het bijna acht jaar stil rond Wire. Aan het eind van de jaren 80 pakte de band de draad weer op, maar het hoge niveau van de eerste drie albums werd niet direct gehaald. 

Persoonlijk verloor ik Wire na die fenomenale eerste drie albums uit het oog en was ik pas met het in 2015 verschenen titelloze album weer bij de les. Dit album markeerde wat mij betreft het begin van de tweede jeugd van Wire, die met het in 2017 verschenen Silver/Lead een passend vervolg kreeg (in de tussentijd verscheen nog het bijna volwaardige album Nocturnal Koreans, dat ik voor het gemak maar als EP bestempel). De trilogie van de wederopstanding van Wire wordt deze week voltooid met Mind Hive en het is, net als aan het eind van de jaren 70, het beste album van de drie. 

Mind Hive opent verrassend lichtvoetig. De Britse band maakte nog niet eerder gitaarsongs die zo zonnig en aanstekelijk klinken als de eerste vier songs op het nieuwe album. Het is een verrassende, maar wat mij betreft ook uitstekende openingszet. Mind Hive opent voor Wire begrippen misschien toegankelijk, maar de songs houden iets eigenzinnigs, hoekigs en stekeligs. Het zijn bovendien songs die bij herhaalde beluistering beter en beter worden. 

Na vier verrassend toegankelijke gitaarpopsongs trekt een mistwolk over het album. Het tempo gaat flink omlaag en Wire klinkt opeens dromerig of zelfs psychedelisch. Het is een mistwolk die twee tracks aanhoudt en die aangenaam benevelt. Ook in de wat psychedelisch aandoende tracks blijft Wire natuurlijk gewoon Wire, wat je onder andere hoort in het bijzondere gitaarspel. 

Hierna gaat het roer weer om en horen we de meer experimentele kant van Wire, dat flarden van de muziek uit haar eigen beginjaren combineert met invloeden uit de Berlijnse jaren van Bowie. Wire klinkt twee tracks lang wat donkerder, broeieriger en experimenteler dan op de rest van het album en het zijn absoluut de spannendste momenten op het album. Toch vallen deze twee tracks wat mij betreft niet uit de toon. Wanneer Wire in de slottrack terugkeert naar melodieuze en zweverige klanken, vallen ook deze klanken weer op zijn plek. 

Als het album er na zo’n 35 minuten op zit heb je een album met drie gezichten gehoord. Op zich niet gek voor een band als Wire die altijd al de grenzen opzocht, maar zo dromerig, melodieus en toegankelijk als op Mind Hive klonk de band nog niet vaak. Het bevalt me persoonlijk wel. Wanneer Wire de lijn van de twee wat experimentelere tracks op het album had doorgetrokken was het een loodzwaar album geworden. Nu schiet de band van lichtvoetig naar dromerig naar zwaar om dromerig te eindigen. 

Het springt op een of andere manier zeker niet van de hak op de tak, want het is in alle gevallen Wire en het is wat mij betreft Wire in een uitstekende vorm. Van de bands die vanaf 1977 opdoken in de Britse muziekscene is vrijwel niets meer over, maar Wire klinkt nog altijd urgent en op Mind Hive nog net wat urgenter dan de afgelopen jaren. Erwin Zijleman

 


maandag 27 januari 2020

Sarah Mary Chadwick - Please Daddy

Sarah Mary Chadwick levert een ruw en intens album af, dat overloopt van pijn en melancholie, maar dat ook van een bijzondere schoonheid is
Een ieder die het leven uitsluitend met een roze bril wil bekijken, loopt bij voorkeur met een grote boog om Please Daddy van Sarah Mary Chadwick heen. De vanuit het Australische Melbourne opererende maar vanuit Nieuw-Zeeland afkomstige singer-songwriter heeft immers een aardedonker album gemaakt. Het is een intens en indringend album, maar het is ook een album met een bijzonder fraaie instrumentatie waarin vooral de bijdragen van fluit en trompet opvallen. Het combineert allemaal prachtig met de expressieve en emotievolle vocalen van Sarah Mary Chadwick, die met haar zang diep onder de huid kruipt. Bijzonder indrukwekkend.


Sarah Mary Chadwick is een uit Nieuw-Zeeland afkomstige singer-songwriter, die tegenwoordig vanuit het Australische Melbourne opereert. Ze heeft al een aantal goed ontvangen albums op haar naam staan, waaronder het vorig jaar verschenen The Queen Who Stole The Sky, maar desondanks is Please Daddy pas mijn eerste kennismaking met de muziek van Sarah Mary Chadwick. 

Het is gek dat ik niet eerder in aanraking ben gekomen met de muziek van de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter, want Please Daddy had maar heel even nodig om een onuitwisbare indruk te maken en dat geldt inmiddels ook voor haar andere albums. 

Sarah Mary Chadwick maakt donkere en wat dramatisch aandoende muziek. Het is muziek die bij mij associaties oproept met Patti Smith, PJ Harvey en Siouxsie Sioux, terwijl uit het heden vooral de naam van Torres opduikt. Please Daddy klinkt wat conventioneler dan zijn voorganger, waarop Sarah Mary Chadwick zich liet begeleiden door een imposant kerkorgel, maar de intensiteit van de muziek van de voorganger is gebleven. 

Please Daddy opent met door piano gedragen en verder subtiel met toetsen versierde klanken en het zijn klanken die overlopen van weemoed en melancholie. Sarah Mary Chadwick heeft het leven nooit door een roze bril bekeken en doet dit ook op haar nieuwe album niet. Dat hoor je in de instrumentatie op het album, maar je hoort het vooral in de zang. 

De zang op het nieuwe album van Sarah Mary Chadwick is opvallend intens en komt flink aan, zeker wanneer de singer-songwriter uit Melbourne het uitschreeuwt. Zeker wanneer de muziek uitermate donker klinkt en Sarah Mary Chadwick van haar hart geen moordkuil maakt heeft Please Daddy wel wat van de donkere albums van Nick Cave, maar ook Mazzy Star draagt meer dan eens relevant vergelijkingsmateriaal aan. 

Op haar vorige album trok de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter nadrukkelijk de aandacht met een imposant kerkorgel, maar ook de instrumentatie op haar nieuwe album is indrukwekkend. Please Daddy klinkt uiterst donker of zelfs gitzwart, maar de instrumentatie is hier en daar ook van een bijzondere schoonheid, bijvoorbeeld wanneer donkere en sobere klanken gezelschap krijgen van een trompet of een fluit die prachtig door de muziek snijdt en deze muziek voorziet van nog wat meer weemoed. 

In muzikaal opzicht is Please Daddy van Sarah Mary Chadwick donker maar prachtig en deze kwalificatie is ook van toepassing op de zang op het album. De zang van de singer-songwriter uit Melbourne snijdt hier en daar dwars door de ziel en voorziet de songs van Sarah Mary Chadwick van een bijzondere intensiteit en lading. 

Het zijn songs waarvoor je in de stemming moet zijn, maar als je er voor in de stemming bent maakt Please Daddy diepe, diepe indruk. Please Daddy is een rauw en hier en daar flink rammelend album, maar het is ook een album zonder opsmuk dat puur en eerlijk klinkt. Zeker geen album om vrolijk van te worden, want er wordt nogal wat melancholie over je uitgestort, maar wel een album dat je weet te raken door alle emotie en intensiteit. Wereldberoemd gaat Sarah Mary Chadwick er vast niet mee worden, maar ik ben vanaf nu fan. Erwin Zijleman

De muziek van Sarah Mary Chadwick is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://sarahmarychadwick.bandcamp.com/album/please-daddy-2.

   



zondag 26 januari 2020

Pet Shop Boys - Hotspot

Chris Lowe en Neil Tennant klinken bijna 34 jaar na hun debuut nog altijd fris en aanstekelijk met hun uit duizenden herkenbare Pet Shop Boys geluid
Zo vernieuwend als in hun jonge jaren zijn ze natuurlijk al lang niet meer, maar Chris Lowe en Neil Tennant slagen er na al die jaren nog steeds in om hun unieke geluid fris te houden. Hotspot bevat een mooie mix van aanstekelijke uptempo songs en licht melancholische songs die zich in een langzamer tempo voortslepen. Het klinkt 42 minuten lang als vintage Pet Shop Boys, maar het verveelt echt geen moment. Pet Shop Boys was het spoor na de geweldige eerste vijf albums wel eens bijster, maar de afgelopen jaren verkeert de band weer in topvorm. Hotspot is een prima Pet Shop Boys album en smaakt naar veel meer.


Pet Shop Boys viert volgend jaar de veertigste verjaardag van haar bestaan en de vijfendertigste verjaardag van het debuutalbum van het duo rond Chris Lowe en Neil Tennant. Het tweetal heeft inmiddels een aardig stapeltje albums op haar naam staan, waarvan de eerste vijf de beste zijn. 

Op Please (1986), Actually (1987), Introspective (1988), Behaviour (1990) en Very (1993) kreeg het inmiddels uit duizenden herkenbare Pet Shop Boys geluid vorm en staan ook de bekendste en beste singles van de band. De albums die volgden waren een stuk minder, maar op Electric (2013) en Super (2016) staken Chris Lowe en Neil Tennant weer in ouderwets goede vorm, al waren de albums natuurlijk niet zo baanbrekend als de eerste albums van de band. Dat geldt ook weer voor het deze week verschenen Hotspot, maar net als zijn twee voorgangers is ook het nieuwe album van Pet Shop Boys een sterk album. 

Hotspot is vanaf de eerste noten, en meer dan op de vorige twee albums, een feest van herkenning. Chris Lowe en Neil Tennant openen met een uptempo track die alle ingrediënten van het bijzondere Pet Shop Boys geluid bevat. Natuurlijk pakt Chris Lowe uit met stevige beats en heel veel elektronica, maar het geluid van de Pet Shop Boys ademt op een of andere manier ook altijd rust, wat wordt versterkt door de al even herkenbare en nog altijd heerlijk luie zang van Neil Tennant. Het Britse duo heeft tenslotte ook nog altijd een uitstekend gevoel voor lekker in het gehoor liggende popliedjes, die bovendien direct in het geheugen blijven hangen. 

Wanneer in de tweede track gas wordt teruggenomen horen we de andere kant van Pet Shop Boys. Het tempo ligt flink lager, de instrumentatie is veelkleuriger, de zang van Neil Tennant lomer en de hoeveelheid melancholie flink toegenomen. Uptempo en downtempo tracks zijn op Hotspot in balans en zorgen voor voldoende afwisseling. 

Het is een album waarop Chris Lowe en Neil Tennant vooral doen waar ze inmiddels heel goed in zijn. Hotspot staat vol met memorabele popliedjes, klinkt fantastisch en is in alles een echt Pet Shop Boys album. Je kunt het na al die jaren met geen mogelijkheid meer vernieuwend noemen, maar waar de meeste bands die een kleine veertig jaar mee gaan inmiddels al lang uitgeblust klinken, klinkt Pet Shop Boys op Hotspot vooral fris en energiek. 

Ik heb voor de gelegenheid ook het debuut van het tweetal weer eens beluisterd en hoewel het geluid van Pet Shop Boys op Hotspot vergeleken met de 80s albums niet eens zo heel veel is veranderd, hoor je wel dat de elektronica op Hotspot voller en moderner klinkt, wat het geluid van de band een extra dimensie geeft.

Vanwege de voorliefde voor aanstekelijke popliedjes en de opvallende praatzang van Neil Tennant kreeg Pet Shop Boys nooit evenveel waardering als de elektronica pioniers uit de tijd waarin de band actief was, maar stiekem zijn Chris Lowe en Neil Tennant toch enorm invloedrijk geweest op de evolutie van de elektronische popmuziek. 

Ik grijp nog met enige regelmaat terug op de eerste albums van de band, maar merk dat de songs op Hotspot ook steeds beter worden, wat de conclusie rechtvaardigt dat Pet Shop Boys een van haar betere albums heeft gemaakt. Natuurlijk net wat minder goed dan Please, Actually, Introspective, Behaviour of Very, maar het verschil is niet eens zo gek groot, wat best een prestatie van formaat mag worden genoemd. Erwin Zijleman

   


zaterdag 25 januari 2020

Bonny Light Horseman - Bonny Light Horseman

Het gelegenheidstrio Bonny Light Horseman bundelt de krachten van drie gelouterde muzikanten en heeft wat mij betreft een duidelijke meerwaarde
Eric D. Johnson, Josh Kaufman en Anaïs Mitchell hebben alle drie hun sporen in de muziek verdiend en bundelen nu hun krachten als Bonny Light Horseman. Het gelegenheidstrio vertolkt op haar debuut vrijwel uitsluitend folk traditionals en dat is een beproefd recept. De drie Amerikaanse muzikanten wijken af van dit recept en kiezen voor een wat voller en smaakvoller geluid, waardoor het debuut van Bonny Light Horseman anders klinkt dan vergelijkbare albums, wat nog eens wordt versterkt door de mooie zang van Eric D. Johnson en natuurlijk Anaïs Mitchell. 1+1+1 is hierdoor net iets meer dan 3 wat mij betreft.

Het gaat misschien wat ver om Bonny Light Horseman een supergroep te noemen, maar een bijzonder trio is het zeker. Eric D. Johnson timmert al heel wat jaren aan de weg met zijn band Fruit Bats en is bovendien actief als producer, Josh Kaufman werkte als muzikant met onder andere The National en The War On Drugs en was als producer actief voor bijvoorbeeld The Hold Steady en Josh Ritter en dan is er ook nog eens Anaïs Mitchell, die de afgelopen 15 jaar een aantal fraaie soloalbums afleverde. 

Met zijn drieën zijn ze Bonny Light Horseman, waarvan deze week een titelloos debuut verscheen. Het gelegenheidstrio kwam overigens tot stand nadat Eric D. Johnson, Josh Kaufman en Anaïs Mitchell hadden samengewerkt met Justin Vernon (Bon Iver) en producer Aaron Dessner, die ze stimuleerden om samen een album op te nemen. 

Een wijs advies, want Bonny Light Horseman voegt absoluut iets toe aan de oeuvres van de drie individuele muzikanten. Op het debuut van het trio hoor je vooral ingetogen rootsmuziek. Ondanks de beschikbaarheid van twee producers en een multi-instrumentalist klinkt de muziek van Bonny Light Horseman betrekkelijk sober. Schijn bedriegt hier echter, want het geluid op het debuutalbum van het trio is bijzonder smaakvol en zit vol fraaie accenten. 

In muzikaal opzicht beperkt Bonny Light Horseman zich vooral tot de folk. Het is folk die in eerste instantie is beïnvloed door de rijke historie van het genre. Bonny Light Horseman vertolkt op haar debuut vooral traditionals, maar is niet bang om de kroonjuwelen van de Amerikaanse folk in een wat moderner jasje te steken, waardoor het album af en toe voorzichtig opschuift richting indie-folk. 

De instrumentatie op het album is zoals gezegd betrekkelijk sober maar smaakvol, waardoor de vocalen in de spotlights staan. Natuurlijk valt direct de prachtige stem van Anaïs Mitchell op, maar ook Eric D. Johnson maakt indruk met een mooie stem, die ook nog eens prachtig kleurt bij die van Anaïs Mitchell. Wanneer laatstgenoemde het voortouw neemt schuift het debuut van Bonny Light Horseman op richting de rootsmuziek die we van Anaïs Mitchell kennen, maar wanneer de stem van Eric D. Johnson nomineert doet het debuut van Bonny Light Horseman ook denken aan het wat mij betreft zwaar onderschatte derde album van The Lumineers (voor mij een van de beste albums van 2019). 

De basis van het debuut van het gelegenheidstrio stond snel op de band, maar de twee producers van de band konden het niet laten om er achteraf ook nog flink aan te sleutelen. Mogelijk een gruwel voor folkpuristen, maar het zorgt er wat mij betreft voor dat het album niet alleen maar aangenaam voortkabbelt, maar ook spannend blijft. De instrumentatie op het album is van grote schoonheid en zorgt er voor dat Bonny Light Horseman zich weet te onderscheiden van alle folkalbums met traditionals die er al zijn. 

De stemmige instrumentatie zorgt er bovendien voor dat de stemmen van Eric D. Johnson en Anaïs Mitchell nog net wat beter tot hun recht komen. Het gaat misschien wat ten koste van het ruwe en pure dat dit soort albums normaal gesproken kenmerkt, maar daar heb ik genoeg alternatieven voor. Kortom, prima uitstapje van deze drie gelouterde muzikanten. Erwin Zijleman

   

vrijdag 24 januari 2020

A Girl Called Eddy - Been Around

Bijna 16 jaar was het stil rond A Girl Called Eddy, maar opeens is Erin Moran terug met een tweede album dat net zo tijdloos, zwoel en verslavend klinkt als zijn voorganger
Voor het debuut van A Girl Called Eddy moeten we terug naar 2004. Het is een album dat goed werd ontvangen, niet alleen door de pers en muziekliefhebbers, maar ook door collega muzikanten. Desondanks was het na het album bijna 16 jaar stil. Uit het niets is er een nieuw album en het lijkt of de tijd heeft stil gestaan. A Girl Called Eddy maakt nog steeds tijdloze popmuziek. Zoete popmuziek met een vleugje Burt Bacharach, maar ook tijdloze 70s of 80s pop of pop die prima past in het heden. De songs zijn goed, het klinkt allemaal mooi en de stem van Erin Moran is nog altijd prachtig. Heerlijk album voor een zorgeloze avond.


In 2004 verscheen het titelloze debuutalbum van A Girl Called Eddy. Het alter ego van de uit Neptune, New Jersey, afkomstige Erin Moran werd zeer goed ontvangen en smaakte absoluut naar meer, maar desondanks werd het snel na het, samen met niemand minder dan Richard Hawley gemaakte, debuut snel stil rond de Amerikaanse singer-songwriter. 

Erin Moran deed af en toe nog wel wat in de muziek, maar van A Girl Called Eddy werd de afgelopen 16 jaar niets vernomen. Vorig jaar dook Erin Moran op als lid van het duo The Last Detail, dat naar verluidt een geweldig debuut uitbracht op een Spaans label (en dat het een goed album is kan ik inmiddels bevestigen). Op datzelfde Spaanse label verscheen de afgelopen week, vrijwel uit het niets, een tweede album van A Girl Called Eddy. 

Het wat cynisch getitelde Been Around opent met een stem die “girl where have you been?” verzucht, maar vervolgens is er direct weer het zwoele popgeluid waarmee A Girl Called Eddy bijna 16 jaar geleden zoveel indruk maakte. A Girl Called Eddy maakt nog steeds warmbloedige en wat barokke popmuziek, die uit het verre verleden flarden Burt Bacharach en Karen Carpenter bevat. 

Erin Moran doet echter meer dan het laten herleven van zoete en barokke pop uit de jaren 50 en 60. Haar muziek is stevig beïnvloed door de grote singer-songwriters uit het ver verleden, met Carole King voorop, en is bovendien niet ver verwijderd van de jazzy pop van Everything But The Girl of de frisse pop van Prefab Sprout uit de jaren 80. Been Around sluit bovendien aan op de muziek van vrouwelijke singer-songwriters uit het heden, waarbij de naam van een jonge Feist en natuurlijk Rumer bij mij het meest frequent opduiken. 

Voor de productie van Been Around deed Erin Moran een beroep op Daniel Tashian, die ook het prachtige Golden Hour van Kacey Musgraves produceerde. Waar deze Daniel Tashian het album van Kacey Musgraves voorzag van een eigentijds countrypop geluid, heeft hij de comeback van A Girl Called Eddy voorzien van een wat nostalgisch aandoend softpop geluid met een randje soul. De Amerikaanse producer heeft flink met de polijstkwast gestreken, maar het past prachtig bij de warme stem van Erin Moran, die verder gaat waar haar debuut bijna 16 jaar geleden ophield. 

Been Around klinkt geweldig met volle piano en gitaarklanken, hier en daar wat strijkers, af en toe wat blazers en stemmige koortjes, maar het is de prachtige stem van Erin Moran die het geheel naar een hoger plan tilt. Erin Moran doet dit bovendien met haar songs, die stuk voor stuk tijdloos klinken, maar die ook allemaal net wat anders klinken. De ene keer barok, de andere keer jazzy, dan weer frisse pop of broeierige soul. 

Het is jammer dat iedereen A Girl Called Eddy inmiddels vergeten is, want dit album verdient echt alle aandacht. Been Around slingert je heen en weer tussen genres en sleurt je bovendien van decennium naar decennium. Het ene moment zit je in de 60’s, het volgende moment vol in de 80’s en dan weer in het heden. 

Op het eerste gehoor is het misschien wat gewoontjes en braafjes wat A Girl Called Eddy doet, maar er zijn volop momenten waarop dit album volstrekt onweerstaanbaar is, net overigens als het al lang weer vergeten debuut van Erin Moran van bijna 16 jaar geleden. Ik ben er blij mee. Erwin Zijleman

De muziek van A Girl Called Eddy is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van haar Spaanse label: https://elefantrecords.bandcamp.com/album/been-around-2.

   

donderdag 23 januari 2020

Algiers - There Is No Year

Algiers kiest ook op haar derde album weer voor een bijzondere mix van invloeden en smeedt deze aan elkaar in een geluid met een energie en intensiteit om bang van te worden
Het debuut van Algiers moet, zeker achteraf bezien, worden gerekend tot de meest opzienbarende debuten van 2015. De band uit Atlanta vermengde op dit debuut een groot aantal invloeden met gospel en postpunk als uitersten. Het geluid van Algiers is op het derde album van de band nog wat veelzijdiger en op hetzelfde moment wat toegankelijker dan we gewend zijn. There Is No Year schuift bovendien wat meer op richting soul, maar Algiers is nog altijd lang geen doorsnee soulband. De muziek van de band kan makkelijk ontsporen en valt bovendien op door een bijna beangstigende portie passie, intensiteit en bezwering. Een fascinerend album dat alleen maar beter wordt.


There Is No Year is het derde album van de Amerikaanse band Algiers. De vorige twee albums van de band uit Atlanta, Georgia, verpletterden de nietsvermoedende luisteraar en ook het derde album van de Amerikaanse band komt weer aan als de spreekwoordelijke mokerslag. 

Bij beluistering van het debuut in 2015 was er nog de verbazing over de bijzondere mix van stijlen. Algiers smeedde op haar debuut invloeden uit onder andere de blues, funk, soul, gospel, rock, industrial en postpunk aan elkaar en deed dat ook nog eens met heel veel energie. Het leverde een opvallend intens album op waar de urgentie van af spatte. 

Het tweede album van de band was misschien niet zo verrassend als het debuut, maar het geluid van Algiers was nog wat beter uitgewerkt. Het is een lijn die wordt doorgetrokken op album nummer drie. 

Ook There Is No Year is een album dat je onmiddellijk bij de strot grijpt. Het is wederom vooral de verdienste van zanger Franklin James Fisher, die niet alleen beschikt over een heerlijk soulvolle strot, maar zijn teksten ook nog eens over je uitstort zoals een in trance verkerende voodoo-priester dat zou doen. Ook de instrumentatie op het derde album van Algiers is echter weer van een bijzondere intensiteit en schoonheid. 

Vergeleken met de vorige twee albums klinkt de band uit Atlanta net wat toegankelijker en is het bovendien wat opgeschoven richting de soul. Hier en daar klinkt Algiers als een rauwe en experimentele versie van Black Pumas, wat mij betreft de soulsensatie van 2019. Gelukkig mag de muziek van Algiers ook nog met enige regelmaat ontsporen en schuift de band toch weer op richting het donkere rockgeluid van de vorige twee albums. 

De band loopt hiermee het risico dat het muziek maakt die te duister en experimenteel is voor de liefhebbers van pure soul, maar ook wat teveel binnen de lijntjes kleurt voor een ieder voor wie muziek niet experimenteel genoeg kan zijn. Ik zit kennelijk precies in het midden, want ik vind There Is No Year een geweldig album. Algiers klinkt wat minder militant, waardoor het album je niet zo op de hielen zit als met name het debuut, maar ook in het wat subtielere geluid valt veel moois te ontdekken. 

Franklin James Fisher zingt ook dit keer de sterren van de hemel, terwijl de afwisselend subtiele en overweldigende instrumentatie keer op keer weet te verrassen. Ook de songs op het derde album van Algiers zijn van een hoog niveau en dringen zich makkelijk op. 

Algiers maakt nog altijd muziek die uitnodigt tot het noemen van namen, maar net als bij beluistering van de vorige albums zijn het namen die maar in beperkte mate relevant zijn. Vergeleken met deze vorige albums zijn het namen die wat meer zullen opschuiven richting soul, maar Algiers is geen moment een 13 in een dozijn soulband. Hiervoor klinkt het geluid van de band te dreigend en te vol en hoor je bovendien teveel andere invloeden, waaronder nog steeds invloeden uit de postpunk. 

Algiers klinkt hier en daar als de Fine Young Cannibals die door de duivel op de hielen worden gezeten, maar There Is No Year klinkt ook als een oude soulzanger die in de studio is opgezadeld met een postpunk band. 

Hoe vaker ik er naar luister, hoe duidelijker mijn conclusie dat ook het derde album van Algiers een indrukwekkend en meer dan eens verpletterend album is, dat uiteindelijk een stuk minder voorspelbaar is dan het lijkt. Erwin Zijleman

De  muziek van Algiers is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band: https://algierstheband.bandcamp.com/album/there-is-no-year.

   




Boek: Ani DiFranco - No Walls And The Recurring Dream - A Memoir

Ani DiFranco timmert sinds 1990 aan de weg als compleet onafhankelijk muzikante en vertelt in haar buitengewoon boeiende autobiografie hoe het zover is gekomen
Het duurde een aantal jaren voor ik de muziek van Ani DiFranco op het netvlies kreeg, maar sinds het memorabele Not A Pretty Girl uit 1995 ben ik fan van haar muziek, al raakte deze muziek ook meer dan eens uit het oog door haar oorspronkelijke weigering om zaken te doen met streaming media diensten. Ani DiFranco koos een eigen weg in tijden waarin dat logistiek eigenlijk niet mogelijk was en ook in muzikaal opzicht doet ze precies waar ze zelf zin in heeft. Het maakt nieuwsgierig naar de jongere jaren van de Amerikaanse muzikante en deze worden prachtig beschreven in haar autobiografie, die leest als een trein, maar ook verbaast en verwondert.


Tegenwoordig kan iedere muzikant op een vrij eenvoudige manier zelfstandig zijn of haar muziek aan de man brengen, maar toen de Amerikaanse singer-songwriter Ani DiFranco dit aan het eind van de jaren 80 probeerde, lag dit compleet anders. De macht van de grote platenmaatschappijen was nog erg groot en het publieke Internet stond nog niet eens in de kinderschoenen. 

Toch lukte het de jonge muzikante Ani DiFranco om haar eigen weg te kiezen. Ze was nog geen twintig toen ze zich ontworstelde aan de wurggreep van de platenmaatschappijen en haar eigen label Righteous Babe Records opzette. Het label bestaat tot op de dag van vandaag en heeft niet alleen Ani DiFranco, maar ook andere muzikanten op weg geholpen. 


Ook in muzikaal opzicht koos Ani DiFranco nadrukkelijk haar eigen weg. In haar muziek verwerkte ze steeds weer andere invloeden, terwijl ze in haar teksten fel uithaalde naar de gevestigde orde en naar het seksisme in de samenleving. 


Zeker in haar beginjaren was Ani DiFranco uitermate productief, waardoor ze inmiddels meer dan 25 albums op haar naam heeft staan. Het zijn albums die het de luisteraar niet allemaal even makkelijk maken, maar het zijn ook altijd albums die het avontuur verkiezen boven de gebaande paden en die zich nooit in een hokje laten duwen. 


Ani DiFranco is een voorbeeld voor vele jonge vrouwelijke singer-songwriters, zowel vanwege de eigen weg die ze heeft gekozen als vanwege haar muziek. Het maakt je nieuwsgierig naar de jongere jaren van Ani DiFranco en die staan centraal in haar autobiografie No Walls And The Recurring Dream. 


Ani DiFranco groeide op in Buffalo, New York, en stond al vroeg op eigen benen. Haar kindertijd bracht ze door in een huis en een school zonder muren, een typisch jaren 70 experiment. Ani DiFranco raakte al snel geïnteresseerd in de muziek en bleek talent te hebben. Ze schreef al op jonge leeftijd heel veel songs en werd een bekend gezicht in de muziekscene van Buffalo. 


Al in haar vroege tienerjaren stond ze er betrekkelijk alleen voor, wat niet altijd makkelijk was, maar wat haar wel vormde tot een krachtige en onafhankelijke vrouw. Toen ze Buffalo verruilde voor New York en professioneel muzikant werd, wist Ani DiFranco dan ook zeker dat ze zich niet zou laten beknotten door een platenmaatschappij. Ze begon haar eigen label, wat begin jaren 90 een logistieke uitdaging was, die bovendien flink werd tegengewerkt door de gevestigde orde. 


Het duurde even voordat Ani DiFranco de aandacht wist te trekken met haar muziek, met haar politieke stellingname, haar feminisme en met de openheid over haar seksualiteit, maar met Not A Pretty Girl uit 1995 schaarde ze zich definitief onder de smaakmakers van de alternatieve vrouwelijke muziekscene. 


Het is een verhaal dat prachtig wordt verteld in No Walls And The Recurring Dream. Ani DiFranco vertelt in haar autobiografie persoonlijke verhalen en durft zich ook kwetsbaar op te stellen, zodat het niet de gebruikelijke autobiografie vol borstklopperij is geworden. No Walls And The Recurring Dream leest als een roman en vormt een waardevolle aanvulling op het imposante oeuvre van Ani DiFranco, dat zo langzamerhand overigens wel weer eens aangevuld mag worden, al is naast het boek inmiddels ook een mixtape verschenen. Erwin Zijleman