zondag 23 februari 2020

Young Gun Silver Fox - Canyons

De Nederlandse zomer laat normaal gesproken nog wel even op zich wachten, maar met Canyons van Young Gun Silver Fox haal je de zomer onmiddellijk in huis
AM Waves van Young Gun Silver Fox maakte bijna twee jaar geleden een hele stapel blue-eyed soul albums uit de jaren 70 in één klap overbodig. Het album klonk als een soundtrack uit vervlogen tijden en het was een soundtrack die niet of nauwelijks te weerstaan was. Op Canyons trekt het Brits/Amerikaanse duo de lijn door en strooit het nog wat driftiger met zonnestralen en honingzoete melodieën. De instrumentatie en de zang zijn ook dit keer prachtig, de productie is overdadig maar wonderschoon, terwijl de songs nog wat beter zijn en de grote voorbeelden uit de jaren 70 nadrukkelijk naar de kroon steken. Volstrekt onweerstaanbaar als je het mij vraagt. 


In het verleden greep ik op de vroege zondagochtend nog wel eens naar albums van vooral in de jaren 70 populaire muzikanten als Chicago, The Doobie Brothers, Kenny Loggins & Jim Messina, America, maar zeker ook The Bee Gees, The Eagles, Boz Scaggs, Steely Dan, Toto en Hall & Oates. Het is allemaal niet meer nodig sinds ik in het voorjaar van 2018 AM Waves van het Amerikaanse duo Young Gun Silver Fox in handen kreeg. 

De Britse muzikant Andy Platts (eerder actief met de zwaar onderschatte band Mamas Gun) en de Amerikaanse muzikant en producer Shawn Lee (die onder andere werkte met Lana Del Rey en Jeff Buckley en een beroemd maker van soundtracks voor games is) grepen op het tweede album van hun band schaamteloos terug op de zonnige blue-eyed soul, die in de jaren 70 vooral aan de Amerikaanse westkust werd gemaakt. AM Waves van Young Gun Silver Fox was suikerzoet, maar het album ging er bij mij in als koek. 

Vorig jaar was er het al even aangename soloalbum van Shawn Lee, maar dit jaar staat weer in het teken van Young Gun Silver Fox. Op Canyons zet het Brits/Amerikaanse tweetal geen nieuwe stappen, maar gaat het verder waar het bijna twee jaar geleden was opgehouden. Ook Canyons grijpt terug op de blue-eyed soul van de jaren 70 en strooit driftig met zonnestralen. 

Vergeleken met AM Waves klinkt het allemaal nog wat zoeter en is de productie nog wat voller. Het levert een album op waarvoor heel wat muziekliefhebbers de neus zullen ophalen, maar ik kan ook het nieuwe album van Young Gun Silver Fox met geen mogelijkheid weerstaan. Ik hou zo af en toe immers wel van de muziek van de bovengenoemde inspiratiebronnen en kan ook een lekkere volle productie wel waarderen. 

In muzikaal en productioneel opzicht haalt Young Gun Silver Fox alles uit de kast en laat het zich niet alleen inspireren door alle bovenstaande namen, maar dit keer ook zeker door Earth, Wind & Fire en hier en daar een beperkt vleugje 80s Prince. Invloeden uit de 70s blue-eyed soul en softpop domineren echter op dit album.

Canyons valt op door een vol, maar ook warm en zonnig geluid, dat bijzonder lekker uit de speakers komt. Er is flink gesleuteld aan de muziek van Young Gun Silver Fox en het resultaat is er naar. Laat Canyons uit de speakers komen en de gevoelstemperatuur stijgt tot een graad of 25. De bassen leggen een heerlijke basis, waarop met name het gitaarwerk en de orgeltjes kunnen excelleren, maar ook de blazers (die in tegenstelling tot een aantal beweringen op het Internet zeker niet uit een doosje komen) klinken geweldig. 

Luister naar Canyons en de Nederlandse winter wordt in één keer verruild voor de Californische zomer. Het nieuwe album van Young Gun Silver Fox klinkt in muzikaal en productioneel opzicht fantastisch, maar ook de zang op het album verleidt bijzonder makkelijk en dan zijn er ook nog eens de songs, die in de jaren 70 stuk voor stuk wereldhits zouden zijn geworden. 

De criticus zal beweren dat Young Gun Silver Fox een kunstje beheerst en dat inmiddels wel erg lang uitmelkt, maar ach wat beheersen Andy Platts en Shawn Lee dit kunstje goed en misschien nog wel beter dan veel van hun inspiratiebronnen. Canyons is 40 minuten pure nostalgie, maar ook 40 minuten zorgeloos genieten van laid-back muziek die lichaam en geest op bijzonder aangename wijze tot rust laat komen. Canyons klinkt misschien nog wel beter dan zijn voorganger en is een album dat ik heel vaak ga beluisteren. En zeker niet als guilty pleasure. Erwin Zijleman

De muziek van Young Gun Silver Fox is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://younggunsilverfox.bandcamp.com/album/canyons.

   


zaterdag 22 februari 2020

Guided By Voices - Surrender Your Poppy Field

Guided By Voices verkeert de afgelopen jaren in topvorm en blijft maar geweldige albums afleveren, die alle uithoeken van het imposante oeuvre van de band verkennen
Het vorige album was alweer een maand of vier oud en dus was het zo langzamerhand wel weer eens tijd voor een nieuw album van Guided By Voices. De band rond Robert Pollard heeft de ideale bezetting gevonden en levert in deze bezetting het ene na het andere prachtalbum af. Ook Surrender Your Poppy Field is er weer een. Het is een album dat 15 songs lang alle kanten op schiet. Van gruizige lo-fi gitaarsongs tot uitbundige flirts met progrock en ondertussen wordt het ene na het andere memorabele popliedjes afgeleverd. Het hoge niveau van de vorige albums wordt ook op Surrender Your Poppy Field weer moeiteloos vastgehouden en het volgende album schijnt ook al weer bijna klaar te zijn. Indrukwekkend.


Na de drie albums die in 2019 verschenen werd het zo langzamerhand wel weer eens tijd voor een nieuw album van Guided By Voices. De band rond Robert Pollard bestaat dit jaar 35 jaar en heeft een stapel albums afgeleverd om bang van te worden. 

Daar zit ook echt wel een wat minder album tussen, maar sinds het in de lente van 2017 verschenen August By Cake verkeert Guided By Voices in absolute topvorm. August By Cake en How Do You Spell Heaven uit 2017, Space Gun uit 2018 en Zeppelin Over China, Warp And Woof en Sweating The Plague uit 2019 werden allemaal gemaakt met dezelfde bezetting en ook op het deze week verschenen Surrender Your Poppy Field bestaat Guided By Voices naast voorman Robbert Pollard uit de gitaristen Doug Gillard en Bobby Bare Jr., bassist Mark Shue en drummer Kevin March. 

Het is een mate van continuïteit die uniek is voor Guided By Voices, maar het doet de band goed. Surrender Your Poppy Field voegt nog maar eens 38 minuten en 15 songs toe aan het al zo rijke oeuvre van de band, die mag worden gerekend tot de pioniers van de lo-fi, maar dit hokje al lang is ontgroeid. 

Surrender Your Poppy Field opent rauw en stevig en flirt opzichtig met het lo-fi verleden van de band, maar in de 14 songs die volgen schiet de muziek van Guided By Voices weer alle kanten op. Robert Pollard en zijn medemuzikanten zijn nog altijd goed voor stekelige gitaarsongs, maar net als zijn voorgangers is ook Surrender Your Poppy Field niet vies van uitstapjes richting progrock. 

Het nieuwe album van Guided By Voices is een verrassend veelzijdig album. De 15 tracks, die in lengte variëren van maar net een minuut tot vier minuten, verkennen alle uithoeken van het rijke oeuvre van de band uit Dayton, Ohio. Guided By Voices klinkt in al deze songs vooral als zichzelf, maar waar ik op de vorige albums ook regelmatig aan Peter Gabriel en R.E.M. moest denken, heb ik dit keer bij beluistering van meerdere songs associaties met de muziek van David Bowie. 

De variatie hoor je ook terug in de instrumentatie. In de openingstrack keert Guided By Voices terug naar het lo-fi geluid uit haar jonge jaren, maar de wat complexere songs op het albums zijn volgestopt met bijzondere muzikale uitstapjes, die variëren van ruw tot pompeus,  

De rauwe en gruizige gitaarsongs en de complexere songs met een snufje progrock liggen mijlenver uit elkaar, maar toch slaagt Robert Pollard er weer in om de muziek van zijn band consistent te laten klinken, mede door zijn herkenbare stem, die de afgelopen jaren uitstekend klinkt.

Waar de meeste gitaarbands van het moment er niet in slagen om een heel album te boeien, houdt Guided By Voices ook dit keer de aandacht moeiteloos 15 songs vast. Het is na alle albums van de afgelopen jaren een prestatie van formaat. Op Surrender Your Poppy Field klinkt Guided By Voices net zo energiek, avontuurlijk en urgent als op de in de afgelopen jaren verschenen albums, maar ook net zo essentieel als op haar beste albums. 

Liefhebbers van gitaarplaten worden op het moment niet echt verwend, maar gelukkig hebben we Guided By Voices nog. De band nam naar verluidt al zo’n 100 songs op dit jaar, dus met een beetje geluk ligt er over een paar maanden een volgend prachtalbum van de band klaar. Tot het zover is kan ik uitstekend uit de voeten met het fraaie Surrender Your Poppy Field, dat ik in de serie albums sinds August By Cake schaar onder de betere albums. Erwin Zijleman

De muziek van Guided By Voices is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://guidedbyvoices.bandcamp.com/album/surrender-your-poppy-field.

   




vrijdag 21 februari 2020

Nathaniel Rateliff - And It's Still Alright

Zonder The Night Sweats kiest Nathaniel Rateliff voor een meer folky geluid en voor persoonlijke songs vol weemoed over een scheiding en het verlies van een dierbare
Nathaniel Rateliff beloofde producer Richard Swift ooit om de Harry Nilsson in zichzelf te ontdekken en daar moet hij zich na de trieste dood van de producer natuurlijk aan houden. Het levert een introspectief en ingetogen album op dat volop herinnert aan de grote singer-songwriters uit de jaren 70 en niet of nauwelijks aan het moddervette soulgeluid van The Night Sweats. De persoonlijke songs lijken soms wat ruw en schetsmatig, maar winnen snel aan kracht, zeker als je gevoelig bent voor de folkie in Nathaniel Rateliff. Niet iedereen zal het kunnen waarderen, maar ik vind het een verrassend sterk album.


Nathaniel Rateliff timmerde de afgelopen jaren stevig aan de weg met zijn band The Night Sweats en won zowel met de albums als met de liveoptredens van zijn band heel wat zieltjes. 

Op het zonder The Night Sweats gemaakte And It’s Still Alright is het tijd voor introspectie. Nathaniel Rateliff zag zijn huwelijk op de klippen lopen en werd bovendien diep geraakt door het overlijden van vriend en producer Richard Swift, die het geluid van Nathaniel Rateliff & The Night Sweats zo fraai vormgaf. 

And It’s Still Alright laat door het introspectieve karakter van het album en door het ontbreken van zijn band een flink ander geluid horen dan we gewend zijn van de twee albums die vooraf gingen aan het nieuwe album van de muzikant uit Hermann, Missouri. And It’s Still Alright is overigens niet het eerste soloalbum van Nathaniel Rateliff, want voor het formeren van The Night Sweats maakte hij er ook al twee, waarvan met name Falling Faster Than You Can Run zeer de moeite waard is. 

Met zijn nieuwe album grijpt Nathaniel Rateliff terug op zijn eerste soloalbums. And It’s Still Alright moet het doen zonder het moddervette soulgeluid van de vorige twee albums en klinkt met grote regelmaat als een singer-songwriter album uit de jaren 70. Bij meerdere songs op het album moest ik denken aan de albums van Harry Nilsson en dat is een mooi compliment. 

Helemaal uit de lucht vallen komt de vergelijking met Harry Nilsson overigens niet. Richard Swift vroeg Nathaniel Rateliff een paar jaar geleden om toch vooral die Harry Nilsson deuntjes te blijven schrijven, waarop de Amerikaanse beloofde uit te zoeken hoeveel Harry Nilsson er in hem zat. Het is een belofte die door de trieste dood van Richard Swift meer lading kreeg. 

Op zijn nieuwe soloalbum klinkt de muziek van Nathaniel Rateliff een stuk meer ingetogen dan die van zijn band, maar er is hoorbaar veel aandacht en zorg besteed aan de instrumentatie. Voor And It’s Still Alright werd een heel legioen aan muzikanten opgetrommeld, onder wie flink wat snarenwonders en de nodige strijkers. De instrumentatie op het album zit hierdoor vol mooie details, maar And It’s Still Alright klinkt op hetzelfde moment als een album dat deels genoegen neemt met ruwe schetsen van songs. 

Liefhebbers van het soulvolle geluid van de albums van Nathaniel Rateliff en The Night Sweats zullen flink moeten wennen aan dit album, dat vooral invloeden uit de folk bevat en dat niet alleen refereert naar de catalogus van Harry Nilsson, maar ook naar die van een jonge Leonard Cohen. 

Ik ben persoonlijk niet zo’n heel groot liefhebber van de dampende soul van Nathaniel Rateliff en zijn band, maar dit introspectieve soloalbum bevalt me verrassend goed. Niet alle songs zijn even sterk of even goed uitgewerkt, maar het zijn wel songs vol emotie, die geen moment leunen op de twee zo succesvolle albums die aan And It’s Still Alright vooraf gingen. Het maakt van dit soloalbum van Nathaniel Rateliff een moedig album, maar het is ook een album dat nog lang aan kracht wint en dat uiteindelijk veel meer is dan een trip down Memory Lane. Ik had het niet direct verwacht, maar ik vind dit persoonlijke album van de Amerikaanse muzikant erg mooi. Erwin Zijleman

Het soloalbum van Nathaniel Rateliff is ook verkrijgbaar via zijn bandcamp pagina: https://nathanielrateliff.bandcamp.com/releases.

   




David Gray - White Ladder, 20th Anniversary Edition

White Ladder van David Gray is alweer (meer dan) 20 jaar oud, maar heeft de tand des tijds verrassend goed doorstaan en mag dus best een klassieker worden genoemd
White Ladder maakte van David Gray, na een aantal weinig succesvolle albums, een wereldster en daar viel niets op af te dingen. Het album klonk ruim 20 jaar geleden fris en anders en dat doet het eigenlijk nog steeds. De impulsen van elektronica zijn geslaagd, de stem van de Britse muzikant is aansprekend en de songs op White Ladder zijn ijzersterk. Ter ere van de twintigste verjaardag is het album opgepoetst en zijn een aantal prima bonustracks toegevoegd. Alle reden om het doorbraakalbum van David Gray te scharen onder de klassiekers binnen de geschiedenis van de popmuziek.



De Britse muzikant David Gray had al drie weinig succesvolle albums op zijn naam staan toen hij in 1998 opdook met White Ladder. White Ladder was een paar klassen beter dan de eerste drie album van de Brit en maakte van David Gray in rap tempo een wereldster. Ook ik viel voor de charmes van het album, dat folky songs combineerde met elektronica, en zette White Ladder hoog in mijn jaarlijstje over het betreffende jaar, al kan het ook 1999 geweest zijn, want het album trok niet onmiddellijk de aandacht. 

White Ladder zorgde niet alleen voor de doorbraak van David Gray, maar hing uiteindelijk ook als een molensteen om zijn nek. De albums die volgden waren een stuk minder aansprekend en David Gray zou de goede vorm pas weer hervinden in 2014 toen het bijzonder fraaie Mutineers verscheen. Het album markeerde de start van de tweede jeugd van David Gray en deze kreeg een passend vervolg met het vorig jaar verschenen Gold In A Brass Age. 

Goed, terug naar White Ladder. Het album viel in 1998 allereerst op door de subtiele elektronica die was toegevoegd aan de songs. Fraai klinkende synths en spannende ritmes voorzagen de muziek van David Gray van net wat meer dynamiek dan gebruikelijk was in het genre en tilden het album hoog boven het maaiveld uit. 

De bijzondere elektronische accenten waren echter zeker niet de enige sterke punten van White Ladder. Het album bevatte met onder andere Babylon, Please Forgive Me, My Oh My, Silver Lining, This Year’s Love en Sail Away een serie hele sterke songs en maakte ook nog eens indruk met een bijzonder overtuigende versie van Soft Cell’s Say Hello Wave Goodbye. David Gray bleek bovendien een prima zanger met een bijzonder eigen geluid, dat zo nu en dan iets van Bob Dylan heeft. 

Deze week verscheen, ter ere van de twintigste (eigenlijk bijna 22e) verjaardag van het album een luxe editie van White Ladder. Het is een album dat ik nog met enige regelmaat beluister en het verbaast me dan ook niet dat White Ladder de tand des tijds uitstekend heeft doorstaan. De songs en de zang op het album overtuigen nog altijd bijzonder makkelijk, terwijl de destijds wat atypische instrumentatie tegenwoordig gemeengoed is. 

Vooral de kwaliteit van de songs valt op. White Ladder klinkt na al die jaren nog even fris en urgent als op de dag van de release en zou ook nu nog moeiteloos mee kunnen met de beste albums. Alle reden om White Ladder het predicaat klassieker toe te kennen. 

Het feestje van de ruime twintigste verjaardag van White Ladder wordt gevierd met een bonus-discs met hierop een aantal demo’s en een aantal songs die White Ladder uiteindelijk niet haalden.  Met name de zeven nieuwe tracks laten horen dat het destijds wel goed zat met de inspiratie van David Gray, want een aantal van deze tracks had niet misstaan op het originele album. 

De demo’s zijn leuk, maar ook niet meer dan dat. Het zijn demo’s die laten horen hoe een aantal songs van White Ladder in de steigers worden gezet. David Gray moet tijdens het opnemen van de demo’s al vermoed hebben dat hij goud in handen had, maar de definitieve versies van de songs zijn nog een stuk beter, onder andere omdat de toegevoegde elektronica een stuk subtieler is. Al met al een mooie uitgave van een mooi en invloedrijk album. Erwin Zijleman

   


donderdag 20 februari 2020

Robert Vincent - In This Town You're Owned

De vijver met rootsalbums zit momenteel werkelijk overvol, maar het fraaie nieuwe album van de Britse muzikant Robert Vincent zou ik er zeker uitvissen
Een mooie instrumentatie, een warmbloedige productie, goede en aanstekelijke songs, een veelheid aan invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en ook nog eens een uitstekende stem. Het zijn de basisingrediënten van In This Town You’re Owned van de Britse singer-songwriter Robert Vincent. Aan de hand van de gerenommeerde producer Ethan Johns zet de muzikant uit Liverpool op zijn derde album grote stappen en levert hij een album op dat binnen de Amerikaanse rootsmuziek alle kanten op schiet en stiekem ook nog een beetje van thuisbasis Liverpool meepikt. Luisteren en je bent  verkocht.


Robert Vincent is een Britse singer-songwriter, die met In This Town You’re Owned zijn derde album heeft uitgebracht. De eerste twee ken ik niet, maar het nieuwe album van de Britse muzikant vond ik direct bij eerste beluistering geweldig. 

De titeltrack waarmee het nieuwe album opent, trekt direct de aandacht met de uitstekende stem van Robert Vincent, maar het is ook een aanstekelijke song, die ook nog eens prachtig is ingekleurd, met fraaie vioolklanken als kers op de taart. 

Wat voor de openingstrack geldt, geldt ook voor de rest van het album. Robert Vincent toont zich op In This Town You’re Owned een uitstekend zanger en een getalenteerd songwriter, die tekent voor songs die lekker in het gehoor liggen, maar die ook opvallen door muzikaal vakmanschap. 

Robert Vincent is zoals gezegd Brits, maar op zijn nieuwe album klinkt hij vooral Amerikaans. In This Town You’re Owned maakt de Britse singer-songwriter Amerikaanse rootsmuziek in de breedste zin van het woord. Folk domineert op het album, maar Robert Vincent maakt ook uitstapjes richting omliggende genres en heeft hier en daar een zwak voor oude rock ’n roll. 

In This Town You’re Owned is niet alleen een prachtig klinkend album, maar het is ook een verrassend veelzijdig album. Het ene moment tekent de Britse muzikant voor een uptempo rock ’n roll songs, om vervolgens moeiteloos over te stappen op een zich langzaam voortslepende en soulvolle ballad. De instrumentatie is keer op keer zeer trefzeker en kleurt bovendien prachtig bij de stem van Robert Vincent, die steeds weer indruk maakt als zanger, ook als hij zich laat bijstaan door meerdere achtergrondvocalisten. 

De Britse muzikant kan zoals gezegd in meerdere uithoeken van de Amerikaanse rootsmuziek uit de voeten en staat steeds weer garant voor tijdloze klanken en een emotievolle voordracht. De warmbloedige klanken op het album verraden de hand van een ervaren producer. Dat klopt, want de muzikant uit Liverpool wist niemand minder dan Ethan Johns te strikken voor de productie van zijn nieuwe album. De gelouterde producer (zoon van de legendarische Glyn Johns, die werkte met de groten der aarde) weet zelf heel goed hoe een tijdloos rootsalbum moet klinken, maar heeft ook een indrukwekkend CV, waarop de namen van onder andere Ryan Adams, Paul McCartney, Ray LaMontagne en Laura Marling prijken. 

Ook Robert Vincent profiteert nadrukkelijk van de vaardigheden van Ethan Johns en heeft op zijn nieuwe album een, naar verluidt vrijwel live opgenomen, geluid dat aanvoelt als een warm bad. Het is een warm bad waarin de bijzonder mooie en ook karakteristieke stem van de muzikant uit Liverpool uitstekend gedijt. 

In This Town You’re Owned is een rootsalbum dat direct aangenaam aanvoelt, maar de songs van Robert Vincent worden beter als je ze een paar keer hebt gehoord. Het is de afgelopen jaren dringen in dit genre, maar Robert Vincent kan de concurrentie met zijn Britse en Amerikaanse soortgenoten aan dankzij een betere stem, betere songs en een prachtige instrumentatie en productie. In This Town You’re Owned is pas mijn eerste kennismaking met de muziek van Robert Vincent, maar het is een kennismaking die naar veel en veel meer smaakt. Erwin Zijleman

   


woensdag 19 februari 2020

Tame Impala - The Slow Rush

Tame Impala heeft de neo-psychedelica van tien jaar geleden definitief verruild voor de popmuziek van nu en die klinkt op The Slow Rush werkelijk fantastisch
Na twee geniale albums leverde Tame Impala met Currents vijf jaar geleden een wat teleurstellend album af, maar het was wel een album dat van Kevin Parker een wereldster maakte. Op The Slow Rush werkt de Australische muzikant het geluid van Currents verder uit en dat levert een bijzonder lekker klinkend album op. Tame Impala maakt warmbloedige muziek met een zwak voor softpop, disco en de dansmuziek van nu. Het klinkt misschien wat lichtvoetig of zelfs oppervlakkig, maar wat zit het allemaal knap in elkaar. The Slow Rush bestaat uit heel veel lagen en in iedere laag hoor je weer wat anders moois. Popmuziek met een hoofdletter P.


Tame Impala schaarde zich tien jaar geleden met haar debuut InnerSpeaker direct onder de smaakmakers binnen de neo-psychedelica en bevestigde die status twee jaar later met Lonerism, dat de gitaren deels verruilde voor elektronica. 

De band rond de Australische muzikant Kevin Parker keerde in 2015 terug met het als breakup album gepresenteerde Currents, maar het bleek een verrassend lichtvoetig breakup album. Op Currents flirtte Kevin Parker nadrukkelijk met onder andere soft pop, disco en de elektronische popmuziek van Daft Punk, was er geen rol meer weggelegd voor gitaren en nauwelijks plek voor invloeden uit de neo-psychedelica. 

Je kunt over Currents zeggen wat je wilt, maar het album stak wel knap in elkaar en maakte van Kevin Parker een wereldster. De afgelopen jaren trouwde de Australische muzikant met een jeugdvriendin en had hij het verder druk met een wereldster zijn, waardoor het vierde album van Tame Impala bijna vijf jaar op zich heeft laten wachten. Ik beluisterde het album een aantal dagen voor de release vluchtig en concludeerde vrijwel direct dat Kevin Parker op The Slow Rush verder gaat waar Currents in 2015 ophield. Niet veel aan was mijn tweede conclusie. 

The Slow Rush lag al op de stapel met afgeschreven albums toen iemand me adviseerde om het album vooral eens met de koptelefoon te beluisteren. Dat scheelt een heleboel, want net als Currents zit het geluid op het nieuwe album van Tame Impala bijzonder knap in elkaar. Kevin Parker kiest ook op zijn nieuwe album weer voor een elektronisch geluid, waarin de lagen synths hoog zijn opgestapeld. Liefhebbers van de neo-psychedelica van de eerste twee albums van Tame Impala trekken wederom aan het kortste eind, want ook dit keer kiest Kevin Parker voor een bonte mix van invloeden met een duidelijke voorliefde voor softpop en muziek voor de dansvloer. 

The Slow Rush klinkt, zeker bij beluistering met de koptelefoon, als een omgevallen platenkast en het is een platenkast waarin zwoele popliedjes en tracks voor op de dansvloer domineren. Het is muziek die bij beluistering met de koptelefoon pas echt tot leven komt. Kevin Parker heeft van zijn bonte geluid inmiddels zijn handelsmerk gemaakt en doet op zijn eigen album nog net wat meer zijn best dan op de albums van anderen. 

Het levert een bont zoekplaatje op waarin invloeden uit een aantal decennia popmuziek zijn verstopt. Het zijn invloeden die op knappe wijze aan elkaar worden gesmeed. 70s soul en softpop blijken prima te combineren met moderne elektronica en leveren eigentijdse popliedjes op die je makkelijk de dansvloer op slepen, maar die ook uitnodigen tot het eindeloos uitpluizen van al het moois dat Kevin Parker in zijn muziek heeft verstopt en het is heel veel moois. 

Vergeleken met Currents klinkt The Slow Rush ook nog eens een stuk warmer en nog veel rijker. Vergeet dat Tame Impala ooit heel andere muziek maakte en het is makkelijk om van het nieuwe album van de Australische eenmansband te houden. The Slow Rush schiet als een roller coaster door een aantal decennia popmuziek, maar springt niet van de hak op de tak. Kevin Parker maakt op zijn nieuwe album de popmuziek van de jaren 20 en overtuigt iedere keer dat je naar het album luistert net wat meer. Erwin Zijleman

   



dinsdag 18 februari 2020

The Third Mind - The Third Mind

Gelegenheidsband The Third Mind gaat aan de haal met 60s en 70s psychedelica, jazzrock, folkrock en blues en betovert met muziek die niet van deze tijd is maar wel wonderschoon
Na het lezen van een Miles Davis biografie wilde rootsmuzikant Dave Alvin eens wat anders en ging hij op zoek naar geschikte muzikanten voor de gelegenheidsband The Third Mind. Toen hij deze gevonden had dook het gezelschap de studio in voor een bezwerend album vol invloeden uit de psychedelica, jazzrock, bluesrock en folkrock, om maar eens een aantal invloeden te noemen. Er wordt druk geëxperimenteerd en geïmproviseerd, maar omdat The Third Man heeft gekozen voor een aantal covers zijn er wel degelijk grenzen. Binnen deze grenzen schiet het gelukkig alle kanten op en valt er verschrikkelijk veel te genieten. Mooi project. 


De Amerikaanse muzikant Dave Alvin heeft zijn sporen in de Amerikaanse rootsmuziek ruimschoots verdiend. Hij deed dit in de jaren 80 met zijn band The Blasters en sindsdien solo, wat een imposante stapel uitstekende albums heeft opgeleverd, met Dave Alvin & The Guilty Women uit 2009 als mijn persoonlijke favoriet. 

Voor zijn nieuwe project, The Third Mind, liet Dave Alvin zich inspireren door de Miles Davis biografie So What van John Szwed. In deze biografie wordt uitgebreid beschreven hoe Miles Davis in de vroege jaren 70 een baanbrekend album als Bitches Brew maakte. Experimenteren en improviseren speelde hierbij een belangrijke rol en na het lezen van het boek wilde Dave Alvin ook wel eens met deze werkwijze aan de slag. 

Hij vond geschikte medemuzikanten in Victor Krummenacher (Cracker, Camper Van Beethoven), David Immerglück (Cracker, Counting Crows), Michael Jerome (John Cale, Richard Thompson) en singer-songwriter Jesse Sykes, waarna samen met een beperkt aantal gastmuzikanten het titelloze debuut van The Third Mind werd opgenomen. 

Met het debuut van The Third Mind begeeft Dave Alvin zich ver buiten zijn tot dusver bekende comfort zone. Het debuut van de band klinkt hier en daar bluesy, maar je hoort toch vooral invloeden uit de psychedelica, jazzrock, folkrock en experimentele rockmuziek. Het debuut van The Third Mind bevat zes tracks die in lengte variëren van bijna drie tot ruim zestien minuten. De wat langer uitgesponnen tracks zijn in de meerderheid en dit past ook wel bij de muziek die The Third Mind maakt. 

Het debuut van de gelegenheidsband bevat vooral covers en het zijn covers die aansluiten bij de genres die op het album worden verkend en bij de decennia die de meeste invloeden hebben aangereikt. Met covers van songs van Alice Coltrane, Fred Neil, Tim Rose, The Paul Butterfield Blues Band en The 13th Floor Elevators neemt The Third Mind je mee terug naar de jaren 60 en 70 en de eigen compositie op het album sluit hier goed bij aan. 

The Third Mind maakt op haar debuut zich langzaam voortslepende muziek vol bezwering. Door de keuze voor een aantal bestaande songs lag de richting van de muziek van The Third Mind voor een belangrijk deel vast, waardoor de band wel wat ruimte heeft voor experiment en improvisatie, maar niet al teveel afdwaalt. 

Het geluid van The Third Mind is heerlijk zweverig, maar zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je ook het ene na het andere muzikale hoogstandje. De psychedelische gitaarlijnen op het album zijn van een bedwelmende schoonheid, waarna de synthesizers je nog wat verder richting dromenland helpen. Vocalen spelen op het grootste deel van het album een ondergeschikte rol, maar wanneer Dave Alvin zingt, kleurt de stem van Jesse Sykes, die de hoofdrol vertolkt in het fraaie Morning Dew, hier prachtig bij. 

Het debuut van The Third Mind is een album dat ook makkelijk in de jaren 60 of 70 gemaakt had kunnen worden en staat vol muziek die tegenwoordig nauwelijks meer wordt gemaakt, want waar hoor je nog een jam van ruim 16 minuten vol indrukwekkend gitaargeluid? Je moet er even voor gaan zitten, maar hierna kun je alleen maar concluderen dat het debuut van gelegenheidsband The Third Mind een bijzonder geslaagd experiment is. Erwin Zijleman

   


maandag 17 februari 2020

Grant Peeples - Bad Wife

Grant Peeples doet het dit keer zonder gastzangeressen, maar vertolkt uitsluitend songs van vrouwelijke singer-songwriters en doet dit op zeer fraaie wijze
Grant Peeples maakt inmiddels al een aantal jaren uitstekende albums. Het zijn albums die misschien niet heel veel aandacht trekken, maar wel behoren tot het beste dat de Amerikaanse rootsmuziek te bieden heeft. Bad Wife is een wat vreemde eend in de bijt, want de muzikant uit Florida omringt zich dit keer niet met vrouwenstemmen. De songs op het album zijn echter wel allemaal geschreven door vrouwelijke muzikanten en het zijn songs van hoog niveau. Knap volgespeeld door een beperkt aantal muzikanten, knap geproduceerd door Gurf Morlix en knap gezongen door Grant Peeples.


De Amerikaanse muzikant Grant Peeples wist de afgelopen jaren mijn aandacht te trekken met een aantal uitstekende albums. Op de laatste die ik hoorde, het in 2016 verschenen A Congress Of Treasons (het in 2018 verschenen Settling Scores is me op een of andere manier ontgaan), haalde de muzikant uit Tallahassee, Florida, stevig uit naar de Amerikaanse politiek, maar vertelde hij ook op ontroerende wijze over de donkere kant van de liefde. 

Ook aan het deze week uitgebrachte Bad Wife ging weer een crowdfunding campagne vooraf en deze was gelukkig succesvol. Grant Peeples kon daarom ook dit keer een beroep doen op topproducer Gurf Morlix, die ook een deel van het gitaarwerk en de achtergrondvocalen voor zijn rekening nam. Buiten de bijdragen van Grant Peeples en Gurf Morlix is het instrumentarium op Bad Wife betrekkelijk sober. Incidenteel duikt een viool of een keyboard op en in de slottrack een accordeon, maar over het algemeen genomen is Bad Wife een vrij ingetogen album. 

Het is een album dat stil staat bij 100 jaar kiesrecht voor vrouwen in de VS. Vrouwen hebben altijd een belangrijke rol gespeeld op de albums van Grant Peeples, maar dit keer schitteren de vrouwenstemmen die zo belangrijk waren op zijn vorige albums (helaas) door afwezigheid. Helemaal verdwenen zijn de vrouwen zeker niet, want alle songs op het album zijn geschreven door vrouwelijke singer-songwriters. 

Grant Peeples gaat op Bad Wife aan de haal met songs van bevriende muzikanten als Carrie Elkin, Eliza Gilkyson, Ali Holder, Dayna Kurtz en Rebekah Pulley, waarmee we een deel van de crème de la crème van de Amerikaanse rootsmuziek te pakken hebben. Grant Peeples vertolkt de songs van zijn vrouwelijke collega’s vol gevoel en op fraaie wijze. 

Bad Wife is een wat traditioneel aandoend album, waarop de muzikant uit Tallahassee een brug slaat tussen de folk van Bob Dylan, die hem ooit inspireerde tot het maken van muziek, en de Amerikaanse rootsmuziek van de ouwe rotten in het genre. Het klinkt op het eerste gehoor wat minder urgent dan de meer politiek getinte albums van Grant Peeples, maar de songs op het album zijn meer dan prachtig en worden op bijzonder fraaie wijze vertolkt. 

Bad Wife is zo’n rootsalbum dat in eerste instantie nog aangenaam voortkabbelt op de achtergrond, maar dat de aandacht vervolgens steeds nadrukkelijker opeist. Het is knap hoe de muzikant uit Florida de toch behoorlijk verschillende originelen heeft omgebouwd naar een consistent geluid en er Grant Peeples songs van heeft gemaakt. 

Veel songs waren me al bekend, maar er staan ook een aantal onbekendere parels op het album, zoals 3:52 A.M. van de mij onbekende Phoebe Blume, dat wat donkerder en dreigender klinkt dan de andere songs op het album en opvalt door een vlijmscherpe gitaarsolo. Het gitaarwerk op het album verdient sowieso een pluim, net als de sobere maar gloedvolle productie van Gurf Morlix en de prima zang van Grant Peeples zelf. 

Bad Wife is misschien geen album waarmee de muzikant uit Tallahassee nieuwe zieltjes zal gaan winnen, maar een ieder die zich de afgelopen tien jaar liet overtuigen door prachtalbums als Prior Convictions, Punishing The Myth en A Congress of Treasons zal ook op dit album weer veel moois horen. Erwin Zijleman

   

zondag 16 februari 2020

Habibi - Anywhere But Here

Habibi trok helaas maar weinig aandacht met een geweldig debuut, maar revancheert zich met een fantastisch tweede album dat meedogenloos verleidt en de fantasie eindeloos prikkelt
Habibi, het is een naam die bij niet iedereen een belletje zal doen rinkelen, maar wat heeft de band uit New York met Anywhere But Here een fantastisch album afgeleverd. Habibi begint bij de Phil Spector girlpop uit de jaren 60, maar neemt je via garagerock, Surf en new wave mee naar het heden. De popliedjes van het New Yorkse viertal liggen bijzonder lekker in het gehoor, maar zijn ook veel spannender dan je bij vluchtige beluistering zult vermoeden. De prachtige zang en koortjes zorgen voor de verleiding, terwijl het gitaarwerk constant het avontuur opzoekt. De diepere onderlagen van de muziek van Habibi bevatten nog veel meer invloeden, waardoor dit album groeit en groeit. Habibi, onthouden die naam.


Habibi is een band uit Brooklyn, New York, die al een jaar of negen bestaat. De uit vier vrouwen bestaande band debuteerde in 2014 met een bijzonder lekker klinkend debuut dat een punky attitude combineerde met een vleugje Motown, Surf, Bananarama en Phil Spector girlpop. 

De band werd destijds op één hoop gegooid met bands als Vivian Girls, Dum Dum Girls, Best Coast en noem ze allemaal maar op. Het is een hoop waarop de concurrentie moordend is, waardoor het titelloze album van Habibi in 2014 niet heel veel deed. Ik kan met terugwerkende kracht concluderen dat dit werkelijk doodzonde is, want het debuut van de band uit Brooklyn is een fantastisch debuut. 

Het is een debuut dat duidelijk anders klinkt dan de albums van de bands die in 2014 als vergelijkingsmateriaal werden aangevoerd en het is een debuut dat destijds uitvoerig bejubeld had moeten worden. Ik heb dat helaas niet gedaan, al heb ik het album wel in handen gehad, en stond daar helaas niet alleen in. 

Inmiddels zijn we zes jaar verder en is het tijd voor eerherstel. Habibi keerde deze week terug met haar tweede album Anywhere But Here en ook dit is een geweldig album. Sterker nog, het is een album dat nog veel beter is dan het zo ondergewaardeerde debuut. 

De vier vrouwen uit Brooklyn zijn de invloeden van hun helaas zo genegeerde debuut gelukkig niet vergeten. Ook Anywhere But Here staat vol met aanstekelijke popliedjes, die hier en daar citeren uit de archieven van de garagerock, punk en new wave. Anywhere But Here klinkt met enige regelmaat als Phil Spector girlpop met The Undertones als begeleidingsband en het jonge Bananarama als achtergrondkoortje en dat klinkt verrassend lekker. 

Het is muziek die ook niet zo gek ver verwijderd is van die van Vivian Girls en al haar soortgenoten, maar Habibi klinkt toch net wat anders. Dat hoor je in de gitaren die steeds weer andere invloeden verkennen en een stiekeme voorliefde voor Surf hebben, maar je hoort het vooral in de songs waarin het New Yorkse viertal gas terugneemt en dat gebeurt op Anywhere But Here met grote regelmaat. 

Habibi klinkt dan net wat psychedelischer en verwerkt bovendien op subtiele wijze invloeden uit de muziek uit het Midden Oosten in haar muziek. Het wordt gecombineerd met bijzonder lekker in het gehoor liggende popliedjes en prachtige koortjes, waarin de stemmen elkaar prachtig aanvullen. 

Anywhere But Here heeft de zwoele verleiding van perfecte 60s pop, het stekelige van 70s en 80s new wave en combineert deze invloeden met alles dat momenteel voorhanden is. Door de lekker in het gehoor liggende popliedjes verleidt Anywhere But Here van Habibi meedogenloos, maar het tweede album van de band uit New York is ook een razend spannend album dat steeds weer wat moois voor je in petto heeft. 

Voor mij springen het veelkleurige gitaarwerk en de vocalen er uit, maar als je wat dieper in de muziek van Habibi duikt blijf je mooie dingen horen. Het doet misschien nog wel het meest denken aan de Amerikaanse band La Luz, die in 2018 imponeerde met het prachtige Floating Features, maar het nieuwe album van Habibi is nog wat veelzijdiger en spannender. 

Het valt op het moment niet mee om op te vallen met een nieuw album, maar na het over het hoofd zien van het geweldige debuut van Habibi kunnen we dit veel betere tweede album echt niet laten liggen. Erwin Zijleman

De muziek van Habibi is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://habibitheband.bandcamp.com/album/anywhere-but-here.

   

zaterdag 15 februari 2020

Tami Neilson - CHICKABOOM!

Tami Neilson slingert je een aantal decennia terug in de tijd en imponeert met een geweldige retro sound en een stem die je continu verplettert
Toen ik de muziek van Tami Neilson een paar jaar geleden voor her eerst hoorde vond ik het vooral een gimmick, maar na het beluisteren van SASSAFRASS! was ik anderhalf jaar geleden compleet overtuigd van haar talent. Het deze week verschenen CHICKABOOM! is nog een stuk beter en imponeert met een moddervet geluid vol invloeden uit de jaren 50 en 60. Tami Neilson schakelt moeiteloos tussen country, soul, rockabilly en nog veel meer en doet dit vol overtuiging. De Nieuw-Zeelandse zangeres beschikt over een geweldige stem, die herinnert aan uiteenlopende grootheden, maar blijft ook vooral zichzelf. Wat een geweldig album!


In de zomer van 2018 verscheen SASSAFRASS! van de in Canada geboren maar sinds 2007 vanuit Nieuw-Zeeland opererende Tami Neilson. De kleurige cover van het album en de schreeuwerige titel knalden er uit en hetzelfde gold voor de muziek van Tami Neilson. 

De Nieuw-Zeelandse muzikante moest op haar vierde album niets hebben van vernieuwing, maar greep vol vuur terug op een aantal decennia popmuziek met een voorliefde voor de jaren 50 en 60. De bonte mix van onder andere soul, country, rockabilly, blues, jazz en nog veel meer zat zo vol met verleiding dat je alleen maar als een blok kon vallen voor de retro van Tami Neilson. 

Het was retro die in muzikaal opzicht perfect werd uitgevoerd, maar het sterkste wapen van de Nieuw-Zeelandse muzikante was toch haar stem, die met orkaankracht uit de speakers kwam en herinnerde aan uiteenlopende vocale grootheden.

We zijn anderhalf jaar verder en Tami Neilson keert deze week terug met een nieuw album. Ook CHICKABOOM! is voorzien van een titel in chocoladeletters en heeft een cover die retro ademt. De foto op de cover laat Tami Neilson zien met een imposante suikerspin op haar hoofd en hier blijft het niet bij wanneer het gaat om retro. 

Ook in muzikaal opzicht neemt CHICKABOOM! je vrijwel onmiddellijk mee terug naar een aantal decennia geleden, om in de jaren 50 en 60 te blijven hangen. Tami Neilson wordt op de cover van haar nieuwe album “The Hot Rockin’ Lady of Country, Rockabilly & Soul” genoemd en dat is ze. 

Ook voor CHICKABOOM! wist Tami Neilson een aantal geweldige muzikanten naar de studio in het Nieuw-Zeelandse Auckland te lokken. Het zijn muzikanten die weten hoe de country, rockabilly en soul van een aantal decennia geleden moeten klinken, maar het zijn ook muzikanten die het geluid van weleer vol passie neerzetten en stiekem ook nog wat buiten de lijntjes kleuren. 

Het klinkt in muzikaal opzicht misschien nog wel lekkerder dan SASSAFRASS!, dat ik anderhalf jaar geleden al bestempelde als volstrekt onweerstaanbaar. De band speelt hecht, schakelt met speels gemak tussen stijlen en met name de gitarist tovert de mooiste noten uit zijn instrument. 

Het legt de perfecte basis voor de geweldige stem van Tami Neilson, die ook dit keer het beste van Patsy Cline, Peggy Lee, Etta James, Janis Joplin, Wanda Jackson, Bobbie Gentry en Amy Winehouse, om maar eens een aantal namen te noemen, weet te combineren. Het klinkt niet alleen onweerstaanbaar lekker, maar het blaast je ook compleet van je sokken en tilt CHICKABOOM! bovendien een flink stuk boven het maaiveld uit. 

Tami Neilson imponeert 26 minuten lang met een bonte mix van stijlen en heel veel muzikaal en vocaal vuurwerk. 26 minuten … het lijkt misschien kort, maar na die 26 minuten hap je naar adem. En als je bent bijgekomen begint het feest gewoon nog een keer opnieuw. 

Ik ben lang niet altijd gek op dit soort retro klanken, maar CHICKABOOM! van Tami Neilson slingert je met een tijdmachine een aantal decennia terug in de tijd en laat horen dat het destijds nog best een beetje wilder en gepassioneerder had gekund. CHICKABOOM! is een album om heel, heel erg vrolijk van te worden, maar het is ook heel goed. SASSAFRASS! werd door lang niet iedereen serieus genomen, maar het nieuwe album van Tami Neilson verdient in brede kring diep respect. Erwin Zijleman

De muziek van Tami Neilson is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://tamineilson.bandcamp.com/album/chickaboom.

   




vrijdag 14 februari 2020

John Blek - The Embers

Ik had op een of andere manier niets met het vorige album van John Blek, maar zijn The Embers is wonderschoon en wordt alleen maar mooier en indrukwekkender
Bijzonder hoe muziek je de ene keer totaal niet kan raken en de volgende keer weer wel en nog stevig ook. John Blek viel me vorig jaar tegen, maar zijn nieuwe album vond ik direct prachtig en is nog lang niet uitgegroeid. De Ier vertrouwt nog steeds op een akoestisch geluid, maar het klinkt warmer. Zijn songs vond ik wat gewoontjes, maar van de songs op The Embers krijg ik geen genoeg. En omdat John Blek ook nog beter is gaan zingen maakt de Ierse muzikant ook in vocaal opzicht meer indruk. De verschillen tussen de twee albums is waarschijnlijk niet zo groot als ik denk, maar de ervaring is totaal verschillend. Prachtalbum!


De Ierse singer-songwriter John Blek kreeg vorig jaar de handen op elkaar voor zijn album Thistle & Thorn, dat veel breder werd opgepikt dan de vier albums die de Ierse muzikant hiervoor maakte (waarvan de eerste twee met de band The Rats). 

Ik heb het echt ontelbare keren geprobeerd met Thistle & Thorn, maar het album pakte me maar niet, hoe lovend de almaar opduikende nieuwe recensies ook waren. De songs op het album vond ik net wat te gewoontjes, terwijl de akoestische begeleiding me op een of andere manier wat te kil klonk. De absoluut mooie stem van de singer-songwriter uit het Ierse Cork en zelfs de prachtige vocale bijdragen van de geweldige Joan Shelley konden het album voor mij niet meer redden. 

Ik begrijp het nog steeds niet helemaal, want met zoveel goede ingrediënten moet het eindresultaat normaal gesproken zeker in de smaak vallen, maar het lukte echt niet met Thistle & Thorn. Deze week verscheen alweer een nieuw album van de Ierse muzikant, The Embers. Gezien mijn ervaringen met het vorige album had ik geen hoge verwachtingen, al is het maar omdat John Blek volgens de eerste recensies voortborduurt op zijn vorige album, werkt met dezelfde producer en het dit keer moet doen zonder Joan Shelley. 

Het is mooi hoe subtiel het soms kan liggen met het houden van muziek, want The Embers vond ik direct bij eerste beluistering prachtig. De instrumentatie is ook dit keer volledig akoestisch met een hoofdrol voor het fraaie akoestische gitaar van John Blek en hier en daar sfeervolle toevoegingen van andere instrumenten. Waar ik de instrumentatie op Thistle & Thorn kil vond klinken, slaan de klanken op The Embers zich als een warme deken om me heen. 

Ook de songs op The Embers ervaar ik totaal anders dan die op het vorige album van John Blek. Waar de Ier op zijn vorige album wat mij betreft wat te gewoontjes klonk, komt hij op zijn nieuwe album op de proppen met songs die volstrekt tijdloos klinken, maar die je ook steeds weer weten te verrassen, zeker in de songs waarin John Blek de spanning prachtig opbouwt en toewerkt naar een climax. De verschillen tussen Thistle & Thorn en The Embers zijn objectief bezien waarschijnlijk helemaal niet zo heel groot, maar de twee albums voelen voor mij aan als dag en nacht. 

Ik vond John Blek op zijn vorige album een prima zanger, maar de zang op zijn nieuwe album komt echt aan. Ik ben benieuwd hoe het had geklonken met de fraaie bijdragen van Joan Shelley, maar ook het duet met Mick Flannery is van grote schoonheid. 

Waar Thistle & Thorn me steeds maar weer snel verveelde, had The Embers me direct te pakken en sindsdien is het album alleen maar mooier en indrukwekkender geworden. Ik probeer nog steeds te begrijpen hoe twee redelijk vergelijkbare albums zo’n verschillend effect kunnen hebben, maar ik denk niet dat ik er uit ga komen. In de tussentijd geniet ik maar van het nieuwe album van de jonge Ierse muzikant, die inmiddels al enkele jaren een grote belofte wordt genoemd en die belofte voor mij nu helemaal waar maakt. The Embers van John Blek is een prachtig album, dat wat mij betreft de voorganger doet verbleken. Erwin Zijleman