24 mei 2026

Review: Warren Zevon - Warren Zevon (1976)

De Amerikaanse singer-songwriter Warren Zevon brak door met het in 1978 verschenen Excitable Boy, maar ik vind persoonlijk zijn in 1976 uitgebrachte titelloze album nog een stuk indrukwekkender
Warren Zevon maakte zijn zwanenzang in 2003 met flink wat muzikale vrienden. Veel van deze vrienden waren ook al te horen op het in 1976 verschenen titelloze album. Het album wordt inmiddels het debuutalbum van Warren Zevon genoemd, maar het was feitelijk zijn tweede album. Het album deed in 1976 niet heel veel en dat is opmerkelijk, zeker als je ziet wie er allemaal meespelen op het album. De donkere songs van Warren Zevon vielen minder in de smaak bij het grote publiek, maar het album uit 1976 is echt in alle opzichten een geweldig album. De carrière van Warren Zevon ging met ups en downs en hij werd slechts 53 jaar oud, maar het oeuvre van de Amerikaanse muzikant is het ontdekken zeker waard,



Tot voor kort had ik maar naar één album van de Amerikaanse singer-songwriter Warren Zevon geluisterd. Het is het album The Wind, dat een paar weken voor het overlijden van de Amerikaanse muzikant verscheen. Warren Zevon had een jaar eerder gehoord dat hij niet lang meer te leven had en zette alles op alles om zijn laatste album te maken. 

The Wind, dat hem postuum twee Grammy Awards zou opleveren, werd gemaakt met een flink aantal muzikale vrienden, onder wie grootheden als Bruce Springsteen, Jackson Browne, Tom Petty, Dwight Yoakam, Ry Cooder en Don Henley. The Wind is een uitstekend album, maar het album inspireerde me in 2003 kennelijk niet om dieper in het oeuvre van Warren Zevon te duiken. 

Het is een oeuvre dat bestaat uit een dozijn studioalbums, waaronder een handvol echt hele goede albums. Naast The Wind ben ik inmiddels vooral gecharmeerd van Bad Luck Streak in Dancing School uit 1980, Sentimental Hygiene uit 1987 en Life'll Kill Ya uit 2000, maar ik vind het titelloze album dat Warren Zevon in 1976 uitbracht nog net wat beter. 

Het is niet het debuutalbum van Warren Zevon, want in 1969 maakte hij met de eigenzinnige producer Kim Fowley het album Wanted Dead or Alive, dat echter hopeloos flopte (en dat was niet helemaal onterecht). Warren Zevon ging vervolgens als pianist aan de slag bij The Everly Brothers, woonde een tijdje in een huis met twee andere talentvolle popmuzikanten die ook maar niet aan de bak kwamen (maar dat zou snel veranderen voor Stevie Nicks en Lindsey Buckingham) en raakte bevriend met Jackson Browne, die hem uiteindelijk aan een platencontract hielp. 

Jackson Browne produceerde ook het in 1976 verschenen titelloze en officiële debuutalbum van Warren Zevon, dat de Amerikaanse muzikant wel op de kaart zette als een talentvolle singer-songwriter. Het album werd gemaakt met een cast waarvan je nu alleen maar kunt kwijlen. Bonnie Raitt, Carl Wilson, David Lindley, Don Henley, Glenn Frey, Jackson Browne, Lindsey Buckingham, Phil Everly en Stevie Nicks zijn allemaal te horen op het album en het zijn niet eens alle grote namen die in de credits zijn terug te vinden. 

Het zorgt ervoor dat het album van Warren Zevon fantastisch klinkt, maar de Amerikaanse muzikant draagt ook zelf stevig bij aan de kwaliteit van het album. Het is een album dat deels klinkt als de albums die in de tweede helft van de jaren 70 werden gemaakt in en rond Los Angeles, maar de songs van Warren Zevon zijn eigenzinniger dan die van de meeste van zijn collega’s. 

Je hoort het in de soms venijnige of donkere teksten en je hoort het ook in de stem van de Amerikaanse muzikant, die wat rauwer klinkt. Het doet af en toe wel wat denken aan de cynische songs van Randy Newman, maar in muzikaal opzicht zit Warren Zevon dichter aan tegen de muziek van zijn muzikale vrienden. 

In commercieel opzicht was het titelloze album van Warren Zevon geen succes. Dat is aan de ene kant best wonderlijk gezien de hoge kwaliteit van de songs en de sterrencast op het album, maar aan de andere kant was de concurrentie in het genre moordend en lag de muziek van deze concurrentie vaak net wat makkelijk in het gehoor. De critici waren wel extreem lovend over het album van Warren Zevon uit 1976 en dat begrijp ik inmiddels volledig. Erwin Zijleman


Warren Zevon van Warren Zevon is verkrijgbaar via de Mania webshop:


Review: Thomas Dollbaum - Birds of Paradise

De Amerikaanse muzikant Thomas Dollbaum heeft, samen met onder andere MJ Lenderman, een geweldige gitaarplaat gemaakt die op prachtige wijze een brug slaat tussen met name Americana en indierock
De naam Thomas Dollbaum zal niet iedereen iets zeggen, maar ik verwacht dat dit de komende maanden absoluut gaat veranderen. Met zijn tweede album Birds of Paradise heeft de muzikant uit New Orleans immers een album gemaakt dat met een beetje geluk hoge ogen gaat gooien dit jaar. Het in een paar dagen opgenomen album klinkt lekker ruw, maar de mix van wat gruizige indierock en gloedvolle Amerikaanse rootsmuziek is ook van hoog niveau en dat geldt zeker voor de stem van Thomas Dollbaum. Dat MJ Lenderman een handje heeft geholpen, geeft het album waarschijnlijk een handig zetje in de rug, maar er valt echt niets af te dingen op de talenten van Thomas Dollbaum.



Het Britse muziektijdschrift Uncut koos deze maand het album Birds of Paradise van Thomas Dollbaum als het album van de maand. Het is het tweede album van de Amerikaanse muzikant, van wie ik eerlijk gezegd nog niet eerder had gehoord. Ik begrijp wel dat Uncut zo enthousiast is over het nieuwe album van de muzikant uit New Orleans, Louisiana, want Birds of Paradise is een album dat veel te bieden heeft. 

Bij mijn eerste kennismaking met de muziek van Thomas Dollbaum vond ik eigenlijk direct alles goed aan Birds of Paradise, maar de stem van de Amerikaanse muzikant viel me het meest op. Thomas Dollbaum beschikt over een bijzondere stem, maar de zang op het album is ook gewoon erg goed, zeker als er wat steviger wordt uitgehaald of de hogere regionen worden opgezocht. 

De stem van Thomas Dollbaum wist me direct te verrassen en te overtuigen, maar nu ik het album wat vaker heb gehoord, vind ik de zang op Birds of Paradise nog een stuk indrukwekkender. Ook in muzikaal opzicht is het tweede album van de Amerikaanse muzikant een zeer aansprekend album. 

Thomas Dollbaum formeerde voor het opnemen van zijn tweede album een compacte band met onder andere topgitarist MJ Lenderman. De voormalige gitarist van Wednesday hield zijn gitaar overigens het grootste deel van de tijd in de koffer, want op Birds of Paradise is hij vooral als drummer te horen. In Dozen Roses pakt MJ Lenderman de gitaar er wel even bij en dat hoor je direct, al is ook op het gitaarwerk van Thomas Dollbaum niets aan te merken. 

Thomas Dollbaum en zijn medemuzikanten namen het tweede album van de Amerikaanse muzikant in slechts een paar dagen op en dat zorgt voor een lekker ruw en gruizig geluid. Het is een geluid met flink wat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, maar ook hokjes als alt-country en indierock zijn van toepassing op de muziek op Birds of Paradise. 

Het album werd opgenomen in de studio van Drive-By Truckers bassist Matt Patton in Mississippi, waar producer Clay Jones achter de knoppen zat. Er is volgens mij niet al teveel gesleuteld aan het geluid op het album, waardoor Birds of Paradise ruw en energiek klinkt. 

Door het ruwe karakter van het gitaarwerk is het tweede album van Thomas Dollbaum een album dat in de smaak zal vallen bij liefhebbers van echte gitaarplaten. Het is een gitaarplaat die zich beweegt tussen genres en die ook door de tijd wandelt. Het tweede album van de muzikant uit New Orleans heeft soms een duidelijke jaren 90 vibe, maar past ook prima in deze tijd. 

MJ Lenderman speelt volgens mij een redelijk bescheiden rol op het album, maar het bevat in muzikaal opzicht ook zijn stempel, waardoor liefhebbers van zijn muziek ook het album van Thomas Dollbaum zullen kunnen waarderen. Birds of Paradise klinkt als een album dat met veel passie op de band is geslingerd in de paar dagen dat het album werd opgenomen, maar intussen klopt ook alles in de muziek en in de zang van Thomas Dollbaum. 

Het levert een album op dat zomaar kan ondersneeuwen, maar Birds of Paradise kan ook zomaar uitgroeien tot een van de grote verrassingen in de jaarlijstjes aan het einde van het jaar. Uncut maakt meestal behoorlijk veilige keuzes wanneer het gaat om de keuze voor het album van de maand, maar Birds of Paradise van Thomas Dollbaum is een verrassende keuze, die absoluut navolging verdient. Erwin Zijleman

De muziek van Thomas Dollbaum is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikant: https://thomasdollbaum.bandcamp.com/album/birds-of-paradise.


Birds of Paradise van Thomas Dollbaum is verkrijgbaar via de Mania webshop:



23 mei 2026

Review: Mia Kelly - Big Time Roller Coaster Feeling

De Canadese muzikante Mia Kelly is buiten haar moederland helaas nog niet heel bekend, maar heeft met het uitstekende Big Time Roller Coaster Feeling een rootsalbum gemaakt dat een groot publiek moet kunnen aanspreken
Dat Canada beschikt over een hele interessante muziekscene waarin ook geweldige rootsmuziek wordt gemaakt is bekend, maar toch trekken Canadese muzikanten in Nederland helaas minder aandacht dan hun Amerikaanse collega’s. Ook Big Time Roller Coaster Feeling van Mia Kelly krijgt nog niet heel veel aandacht, maar het is in alle opzichten een geweldig album. De songs zijn aansprekend, de muziek op het album klinkt bijzonder mooi, de productie is fraai en dan is er ook nog eens de prachtige stem van de Canadese muzikante, die je elf songs lang ontroert en betovert. Mia Kelly leverde twee jaar geleden een prachtig debuutalbum af en ook haar nieuwe album is ijzersterk.



In de week voorafgaand aan “Release Friday” maak ik een eerste selectie op basis van een flink aantal releaselijsten uit binnen- en buitenlands, die ik wekelijks bestudeer. In een van deze lijsten kwam ik de afgelopen week de naam van Mia Kelly tegen, die ik voor de zekerheid toch maar even heb opgezocht.

Op Spotify vond ik een aantal interessante recente singles van de mij tot voor kort onbekende Canadese singer-songwriter, maar ik was eigenlijk vooral onder de indruk van het mini-album Garden Through the War dat ze in 2022 uitbracht en nog wat meer van haar debuutalbum To Be Clear dat in 2024 verscheen. 

Het door Jim Bryson (Kathleen Edwards) geproduceerde To Be Clear is een album dat twee jaar geleden zomaar uit had kunnen groeien tot een van mijn favoriete albums van het jaar, wat voor mij nog maar eens duidelijk maakt dat ik de Canadese muziekscene veel beter in de gaten moet houden. 

Ook met het deze week verschenen Big Time Roller Coaster Feeling heeft Mia Kelly een uitstekend album gemaakt. De Canadese muzikante heeft in eigen land inmiddels een aantal muziekprijzen binnengesleept en dat begrijp ik, want Mia Kelly beschikt over meerdere talenten, die op haar nieuwe album optimaal uit de verf komen. 

Haar nieuwe album krijgt nog niet heel veel aandacht, maar de Britse muziekwebsite Americana UK heeft het album inmiddels wel gerecenseerd. Het is een website die ik hoog heb zitten, maar in de recensie van Big Time Roller Coaster Feeling kan ik me niet vinden. Americana UK heeft veel minder met pop dan ik heb, maar de flirts met pop die de Britse muziekwebsite hoort en waar het zich kennelijk aan stoort, hoor ik eerlijk gezegd echt niet op het nieuwe album van Mia Kelly. 

Vergeleken met To Be Clear klinkt Big Time Roller Coaster Feeling soms wat voller en verder zijn de songs misschien net wat lichter dan op het vorige album, maar ik vind het echt een 100% rootsalbum. De songs van de muzikante uit Gatineau, Québec, klinken in een aantal gevallen voor mij zelfs als redelijk traditionele aandoende rootssongs, zeker als ze wat minder uitbundig zijn ingekleurd en wanneer de instrumenten die domineren in de Amerikaanse rootsmuziek het voortouw nemen, wat in de meeste songs het geval is. 

Ik vind het nieuwe album van Mia Kelly persoonlijk juist prachtig klinken. Het album is voorzien van een warm geluid en ook wanneer de muziek net wat voller klinkt, blijven de songs van Mia Kelly intiem klinken. De mij onbekende producer Connor Seidel heeft niet de status van Jim Bryson, die het vorige album produceerde, maar ik heb wel wat met de productie van Big Time Roller Coaster Feeling. 

Ik heb nog meer met de stem van Mia Kelly, die mij met de eerste noten te pakken had en sindsdien alleen maar meer indruk maakt met haar prachtige stem. De Canadese muzikante zingt redelijk ingehouden, maar met veel gevoel, waardoor haar songs mij direct wisten te raken. Het zijn stuk voor stuk aansprekende songs en het zijn songs die gevarieerder klinken dan op de meeste andere rootsalbums. 

Ik vond Big Time Roller Coaster Feeling nog wat mooier toen ik het album met de koptelefoon beluisterde, want toen raakte ik nog wat meer onder de indruk van de zeer smaakvolle muziek op het album, van de prachtige productie en vooral van de imponerende stem van Mia Kelly. De flirts met pop hoor ik nog steeds niet op dit album, dat ik zelf schaar onder de beste rootsalbums van het moment. Erwin Zijleman

De muziek van Mia Kelly (het nieuwe album zie ik nog niet) is verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Canadese muzikante: https://miakelly.bandcamp.com.


22 mei 2026

Review: Towa Bird - Gentleman

Towa Bird is al een aantal jaren groot op TikTok, maar met haar deze week verschenen tweede album Gentleman moet de Britse muzikante ook buiten het Chinese social media platform hoge ogen kunnen gaan gooien
Bij beluistering van Gentleman, het nieuwe album van Towa Bird, hoor je direct veel bekends. Ik hoor flarden uit de jaren 80, heel veel uit de jaren 90, maar ook heel veel uit het nu. De Britse muzikante is niet vies van rockmuziek, waaronder de indierock uit de jaren 90, maar ze heeft ook een heel goed gevoel voor de (indie) popmuziek van het moment. Het knap geproduceerde Gentleman staat vol met songs die zich genadeloos opdringen en die vervolgens ook blijven hangen. Het zijn songs waarvoor de grote popzangeressen van het moment zich niet zouden schamen en dat zegt iets over het talent van Towa Bird. Het is dringen in het genre, maar dit album zou ik als liefhebber van pop niet laten liggen.



Het debuutalbum van de Britse muzikante Towa Bird verscheen in de zomer van 2024, maar ik ontdekte het album pas aan het begin van 2025, toen de op TikTok populaire muzikante ook werd aangeprezen door supersterren als Olivia Rodrigo en Billie Eilish, die ik in tegenstelling tot TikTok wel volg. 

Ik besprak American Hero, het debuutalbum van Towa Bird, alsnog en noemde het in mijn recensie een prima album met een mix van de indiepop en indierock van het moment en nog wat echo’s uit de indierock van de jaren 90. Towa Bird viel hiernaast op met expliciete teksten waarin ze haar queer identiteit benadrukte, iets wat inmiddels overigens gemeengoed is in de popscene. 

Towa Bird, die overigens naast Brits ook Filipijns bloed heeft, klonk op haar debuutalbum overigens meer Amerikaans dan Engels, waardoor ze makkelijk aansluiting vond bij de grote Amerikaanse popsterren van het moment. De Britse muzikante duikt deze week op met haar tweede album en Gentleman is, nog meer dan American Hero, een album waarmee Towa Bird zich weet te onderscheiden. 

Het is een album dat deels nog wat zwaarder leunt op de rockmuziek en zeker ook de indierock uit de jaren 90, al omarmt de Britse muzikante ook zeker de popmuziek van het moment en schuwt ze ook de dansvloer niet in een aantal met meer elektronica ingekleurde songs. 

Het album is geproduceerd door Patrick Wimberly, die ooit samen met Caroline Polachek het zwaar onderschatte en ondergewaardeerde duo Chairlift vormde. Sinds de solocarrière van Caroline Polachek timmert Patrick Wimberly aan de weg als producer en zat hij achter de knoppen voor de albums van onder andere Soko, Beyoncé, Solange, MGMT en nu dus Towa Bird. 

Opvallendste gast op Gentleman is Kathleen Hanna, het boegbeeld van de band Bikini Kill, die in de jaren 90 het genre Riot grrrl op de kaart zette. Vergeleken met de muziek van Bikini Kill klinkt de muziek van Towa Bird behoorlijk braaf en de Britse muzikante maakt bovendien nog altijd muziek met heel veel pop. In tekstueel opzicht is Gentleman in een aantal tracks wel wat venijniger en ook de persoonlijke thema’s schuwt Towa Bird niet. 

Towa Bird wist met haar debuutalbum al de aandacht te trekken, maar dat doet ze wat mij betreft nog veel nadrukkelijker met haar tweede album. Gentleman is een heel goed popalbum geworden, dat mee kan met de albums van de groten, van wie er overigens heel veel een album uitbrengen dit jaar. 

Towa Bird combineert op haar tweede album met veel smaak invloeden uit de pop en de rock en verpakt deze in aanstekelijke songs, die zich eigenlijk direct genadeloos opdringen. In een aantal meer rock georiënteerde songs is de Britse muzikante niet vies van lekker ouderwets klinkende gitaarsolo’s, maar ik vind Gentleman misschien nog wel beter als ze vol voor de pop gaat. 

Het is allemaal bijzonder lekker geproduceerd door Patrick Wimberly, die Towa Bird op haar nieuwe album een eigen geluid geeft, maar de Britse muzikante is ook een prima zangeres, met een herkenbaar stemgeluid en voldoende eigenzinnigheid.

Ik ben door het grote aanbod behoorlijk kritisch wanneer het gaat om nieuwe popalbums, maar Towa Bird heeft er een gemaakt die makkelijk opvalt binnen dit aanbod. Ik vond American Hero ruim een jaar geleden boven de middelmaat uitsteken, maar met Gentleman schaart Towa Bird zich onder de smaakmakers binnen de indiepop en indierock van het moment. Erwin Zijleman


Review: I'm Kingfisher - Give Up Together

De Zweedse muzikant Thomas Denver Jonsson gaat verder met zijn project I’m Kingfisher en levert met het fraaie Give Up Together wederom een album af dat prachtige klanken combineert met de melancholische stem van de Zweedse muzikant
Als ik de muziek van I’m Kingfisher moet koppelen aan beelden, kom ik waarschijnlijk uit bij beelden van donkere Zweedse winterlandschappen. Give Up Together is een album vol stemmige en ook bijzonder mooie klanken en die passen perfect bij de emotievolle stem van de Zweedse muzikant. De muziek van I’m Kingfisher bevat invloeden uit de folk en de Americana, maar het klinkt anders dan de muziek die in de Verenigde Staten in het genre wordt gemaakt. Het wederom met uitstekende muzikanten gemaakte album laat nog maar eens horen dat Thomas Denver Jonsson met I’m Kingfisher uitstekende en zeer sfeervolle albums maakt, die een veel groter publiek verdienen.



I’m Kingfisher is een project van de Zweedse muzikant Thomas Denver Jonsson, die tussen 2003 en 2005 drie uitstekende soloalbums uitbracht. Vanaf 2010 brengt hij albums uit onder de naam I’m Kingfisher en dat zijn albums die ik niet direct op het netvlies had. Het vierde en het vijfde album van I’m Kingfisher, The Past Has Begun uit 2020 en Glue uit 2023, ken ik gelukkig wel. 

Ik omschreef de muziek van I’m Kingfisher tweemaal als muziek met invloeden uit de folk uit het verleden en het heden en als muziek met een flinke dosis Zweedse melancholie. The Past Has Begun verscheen in de herfst, terwijl Glue in de winter verscheen. Het zijn twee seizoenen die uitstekend passen bij de muziek van Thomas Denver Jonsson, waardoor beide albums goed waren voor beelden van donkere en koude Zweedse winterlandschappen. 

Het was de laatste tijd nog behoorlijk fris, maar mijn recensie van het nieuwe album van I’m Kingfisher verschijnt op de eerste zomerse dag van het jaar. Wanneer Give Up Together uit de speakers komt lijkt de zomer echter nog even ver weg. Ook op het zesde album van I’m Kingfisher maakt Thomas Denver Jonsson muziek met vooral invloeden uit de folk en het is ook dit keer behoorlijk donkere muziek vol melancholie. 

De Zweedse muzikant omringde zich op zijn vorige album met jazzmuzikanten, waardoor Glue naast folky ook jazzy klonk. Give Up Together schuift weer wat op richting folk, al hoor ik ook flink wat invloeden uit de Americana. Centraal op Give Up Together staat de stem van Thomas Denver Jonsson. Het is een mooie, maar ook bijzonder klinkende stem en het is een stem die de songs op het album voorziet van weemoed en melancholie. 

Het is een stem die niet bij iedereen in de smaak zal vallen, maar de zang op het nieuwe album van I’m Kingfisher weet mij zeker te raken. De muzikant uit het Zweedse Lund heeft ook dit keer een aantal uitstekende muzikanten om zich heen verzameld en zij hebben het nieuwe album voorzien van een relatief sober, maar ook stemmig geluid. Het is een geluid dat zoals gezegd goed past bij kille herfstavonden en ijskoude winteravonden, maar ook op de eerste zomerse dag van 2026 komen de fraaie klanken op Give Up Together goed tot zijn recht. 

Thomas Denver Jonsson heeft op zich genoeg aan de akoestische gitaar en zijn emotievolle stem, maar Give Up Together valt op en wordt, wat mij betreft, opgetild door alle fraaie accenten van onder andere strijkers en blazers die zijn toegevoegd aan de muziek op het album. 

De Zweedse muzikant omringde zich in het verleden vaak met vrouwenstemmen, maar dat doet hij op het nieuwe album van I’m Kingfisher alleen op het prachtige Winter of '85/'86, waarin Alina Björkén van Tiny Oceans opduikt. Het is voor mij de meest memorabele song op het album, maar de andere songs op Give Up Together doen er nauwelijks voor onder. 

Folk met een randje Americana wordt natuurlijk vooral in de Verenigde Staten gemaakt, maar de muziek van I’m Kingfisher doet er qua niveau echt niet voor onder. Het is dan ook jammer dat de muziek van Thomas Denver Jonsson vooralsnog slechts in kleine kring wordt opgemerkt, want ik weet zeker dat heel veel liefhebbers van dit genre zullen smullen van dit nieuwe album van I’m Kingfisher. Erwin Zijleman

De muziek van I'm Kingfisher is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Zweedse muzikant: https://imkingfisher.bandcamp.com/album/give-up-together.



21 mei 2026

Review: Suzanne Jarvie - mother's day

Suzanne Jarvie heeft ons lang laten wachten op haar nieuwe album, maar ook mother’s day is weer een indrukwekkende serie songs van de Canadese muzikante die gelukkig nog altijd nadrukkelijk haar eigen weg kiest
Toen ik de naam van Suzanne Jarvie zag opduiken in de releaselijsten van deze week, moest ik direct weer denken aan haar album Spiral Road, dat aan het eind van 2014 zo wist te verrassen. Het tweede album van de Canadese muzikante was misschien wat minder verrassend, maar wederom erg goed en nu is er mother’s day. Ik vind het nieuwe album van Suzanne Jarvie weer wat eigenzinniger. De door de piano gedreven instrumentatie is redelijk sober, terwijl de stem van de Canadese muzikante nog wat ruwer en doorleefder klinkt. mother’s day is een tijdloos klinkend album vol geweldige songs en het zijn songs die vooralsnog alleen maar aan kracht winnen en mother’s day steeds wat indrukwekkender maken.


De Canadese singer-songwriter Suzanne Jarvie neemt de tijd voor haar albums. Aan het eind van 2014 maakte ze wat mij betreft een verpletterende indruk met haar debuutalbum Spiral Road. Het is niet het enige album op De Krenten uit de pop dat ik tweemaal recenseerde, eerst bij de officiële release eind 2014 en opnieuw bij de Nederlandse release aan het begin van 2015, maar het is wel het enige album dat twee opeenvolgende jaren mijn jaarlijstje haalde. 

Aan het begin van 2019 verscheen het tweede album van de vrouw, die een paar jaar voor de release van haar debuutalbum als advocaat werkte en nog nooit een song had geschreven. Ook In the Clear was een prachtig album, waarop Suzanne Jarvie wederom liet horen dat ze binnen de Amerikaanse rootsmuziek met de besten mee kon. Op beide albums hoorde ik een geweldige zangeres en een getalenteerde songwriter en tekstschrijver en ook in muzikaal opzicht waren zowel Spiral Road als In the Clear zeer aansprekende albums. 

Deze week is, na een stilte van meer dan zeven jaar, het derde album van Suzanne Jarvie verschenen. mother’s day verschijnt een week te laat om samen te vallen met onze Moederdag, maar in de Verenigde Staten verscheen het album al een paar maanden geleden. 

Ik ben altijd blij als een muzikant een bandcamp pagina heeft, want deze biedt vaak veel informatie over de achtergrond van een album, het opnameproces, de productie en de muzikanten die op het album te horen zijn. Suzanne Jarvie heeft een bandcamp pagina, maar de informatie over mother’s day is zeer beperkt. 

mother’s day, out February 20, 2026 in North America, conjures something atypical, bold, life-affirming and rich in symbolism. Going beyond folk and Americana, Jarvie delves into the mystical and subconscious dream-like terrain that often strikes fear and hesitation in most. Her voice captivates in the dark, mesmerizing uncharted areas of the listener’s awareness”. 

Op haar Facebook pagina vertelt de muzikante uit Toronto wel uitgebreid over het artwork, waar lang aan gewerkt is, maar zie ik verder ook niet veel informatie over het album. Gelukkig spreekt de muziek voor zich en die is ook op het derde album van Suzanne Jarvie (ze noemt het zelf overigens haar vierde album) weer prachtig. 

Het album opent met Honeycomb, dat direct goed laat horen wat de Canadese muzikante te bieden heeft. De song imponeert met de karakteristieke en emotievolle stem van Suzanne Jarvie, maar ook de fraaie achtergrondvocalen en de tijdloze klanken trekken de aandacht, zeker wanneer er een melodieuze gitaarsolo uit wordt gegooid. 

Veel songs op mother’s day hebben pianospel en de stem van Suzanne Jarvie als basis en dat is in principe genoeg om indruk te maken. De zang op het album is echt prachtig en hetzelfde geldt voor de teksten die deels persoonlijk van aard zijn, maar ook de maatschappelijke thema’s niet schuwen, zoals in het indringende en bijzondere Polonium. 

Het klinkt allemaal wat soberder dan de vorige twee albums, maar ook mother’s day klinkt prachtig en laat wat mij betreft nog beter horen hoe krachtig en trefzeker de stem en de voordracht van Suzanne Jarvie zijn. 

mother’s day is een singer-songwriter album dat geen moment zijn best doet om aan te sluiten bij de trends van het moment en herinnert aan klassieke singer-songwriter albums uit de tijd dat alles draaide om een stem, muziek en een song. Ik moest even wennen aan het sobere karakter van mother’s day in een groot deel van de songs, maar inmiddels vind ik ook het nieuwe album van Suzanne Jarvie weer indrukwekkend mooi. Erwin Zijleman

De muziek van Suzanne Jarvie is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van het label van de Canadese muzikante: https://continentalrecordservices.bandcamp.com/album/mothers-day.


mother's day van Suzanne Jarvie is verkrijgbaar via de Mania webshop:



20 mei 2026

Review: Kevin Morby - Little Wide Open

Voor zijn nieuwe album Little Wide Open wist de Amerikaanse singer-songwriter Kevin Morby niemand minder dan Aaron Dessner als producer te strikken en dat geeft zijn songs nog net wat meer glans
Ik omarm albums van vrouwelijke singer-songwriters net wat makkelijker dan albums van hun mannelijke collega’s, maar ik ben zeer gecharmeerd van het nieuwe album van Kevin Morby, die in het verleden natuurlijk ook al een aantal prima albums afleverde. De Amerikaanse muzikant maakt songs die op het eerste gehoor niet heel opvallend zijn en dat is dit keer niet anders. Zijn stem is oké maar niet geweldig en de muziek lijkt betrekkelijk eenvoudig, maar er valt steeds meer op zijn plek in de songs van de Amerikaanse muzikant, waardoor Little Wide Open een steeds aangenamer album wordt. Het is een album dat nog wat verder wordt opgetild door de fraaie productie van een van de meest gewilde producers van het moment.



Het deze week uitgebrachte Little Wide Open is het negende studioalbum van de Amerikaanse muzikant Kevin Morby. Van de vorige acht besprak ik er slechts drie, hetgeen op zijn minst iets zegt over mijn liefde voor zijn muziek. Het zegt niet alles, want vanwege mijn duidelijke voorkeur voor vrouwenstemmen vallen albums van mannelijke muzikanten makkelijker buiten de boot. 
Verder was ik wel zeer gecharmeerd van de albums van Kevin Morby die ik wel besprak, waarvan ik Singing Saw uit 2016 zelfs opnam in mijn jaarlijstje. 

Kevin Morby verruilde het mondaine Los Angeles een paar jaar geleden voor Kansas City, Missouri, maar brengt tegenwoordig ook weer veel tijd door in Californië, waar hij samenleeft met Katie Crutchfield, beter bekend als Waxahatchee. Little Wide Open werd niet opgenomen in Missouri of Californië, maar in Stuyvesant, New York. 

Kevin Morby nam het album gedurende het grootste deel van 2025 op en kreeg in de studio gezelschap van flink wat muzikanten van naam en faam, onder wie Lucinda Williams, Meg Duffy (aka Hand Habits) en Justin Vernon (aka Bon Iver). De grootste verrassing is echter de naam van de producer, want niemand minder dan Aaron Dessner produceerde het album. 

Aaron Dessner werkte de afgelopen jaren met een aantal grote popsterren, maar werkt gelukkig ook nog met muzikanten als Kevin Morby. Aaron Dessner heeft Little Wide Open van Kevin Morby betrekkelijk sober geproduceerd, maar zeker als je het album met de koptelefoon beluistert hoor je wel het vakwerk van de Amerikaanse topproducer. 

Bij beluistering van de vorige albums van Kevin Morby kwam ik snel tot de conclusie dat zijn songs op het eerste gehoor misschien niet heel opzienbarend klinken, maar zich uiteindelijk verrassend makkelijk opdringen. Het is niet anders bij beluistering van Little Wide Open, dat me steeds beter bevalt.

Kevin Morby heeft zijn songs betrekkelijk sober ingekleurd met vooral snareninstrumenten. Het grotendeels akoestische geluid klinkt redelijk eenvoudig, maar ook zeer aangenaam. Het geldt ook voor de zang van de Amerikaanse muzikant. Kevin Morby beschikt op het eerste gehoor niet over een hele mooie of bijzondere stem. Het is een stem met een randje Bob Dylan en een redelijk beperkt bereik, maar net als de muziek klinkt ook de zang op Little Wide Open steeds aangenamer als je het album vaker hoort. 

Kevin Morby bezingt ook op zijn nieuwe album het leven op het Amerikaanse platteland in het voor buitenstaanders dodelijk saaie midden van de Verenigde Staten. Het is inmiddels een bekend thema, maar het past uitstekend bij zijn songs, die in het hokje Amerikaanse rootsmuziek passen en vrij zijn van opsmuk. De productie van Aaron Dessner is subtiel, maar het doet veel voor de songs van Kevin Morby. 

Het zijn van die songs die je snel overtuigen en je vervolgens alleen maar dierbaarder worden. Dat ligt deels aan de productionele vaardigheden van Aaron Dessner en zeker ook aan de kwaliteit van de muzikanten die hebben bijgedragen aan het album, maar het ligt toch vooral aan de songwriting skills van Kevin Morby, die een groot deel van de bijna 60 minuten die Little Wide Open duurt weet te overtuigen. Ik heb de laatste jaren niet zo veel meer naar zijn muziek geluisterd, maar na beluistering van zijn nieuwe album sla ik Kevin Morby toch weer wat hoger aan. Erwin Zijleman

De muziek van Kevin Morby is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikant: https://kevinmorby.bandcamp.com/album/little-wide-open.


Little Wide Open van Kevin Morby is verkrijgbaar via de Mania webshop:



Review: Éléonore Dessureault - Le sentier des fougères

De Canadese muzikante Éléonore Dessureault heeft met Le sentier des fougères een indrukwekkend debuutalbum afgeleverd dat verrast met bijzondere arrangementen en opvalt door haar geweldige zang
Mede door mijn beperkte kennis van het Frans houd ik de Franstalige popmuziek minder goed bij dan de Engelstalige variant, maar gelukkig dwing ik mezelf af en toe om me te verdiepen in Franstalige albums. De tip die ik kreeg om eens te luisteren naar het debuutalbum van de Canadese muzikante Éléonore Dessureault pakte vervolgens uitstekend uit, want wat heeft ze een mooi album gemaakt. Het debuutalbum van de muzikante uit Québec klinkt als een tijdloos singer-songwriter album, maar is ook veel meer dan dat. In muzikaal opzicht gebeurt er van alles op het werkelijk prachtige ingekleurde album en ook de songs en de stem van Éléonore Dessureault zijn van een bijzonder hoog niveau. Prachtig album.



Ik heb af en toe een bijna onweerstaanbare behoefte aan Franstalige popmuziek. Het is een behoefte die meestal bevredigd kan worden door een bezoek te brengen aan de website Filles Sourires (https://fillessourires.com) van muziekjournalist Guuz Hoogaerts, ook bekend als Guuzbourg. Ik kwam er vorige week weer eens langs en mijn aandacht werd getrokken door een bericht over de Canadese muzikante Éléonore Dessureault. 

Toen ik haar naam eenmaal goed had overgetypt in Spotify, kwam ik haar debuutalbum Le sentier des fougères tegen, dat op de eerste dag van deze maand is verschenen. Het is een album met acht songs en bijna 28 minuten muziek, wat ik persoonlijk wat aan de korte kant vind, maar in die kleine 28 minuten maakt de muzikante uit het Canadese Saint Gédéon in Québec wat mij betreft wel veel indruk. 

Veel van de Franstalige albums die momenteel in Frankrijk worden gemaakt leunen sterk tegen de (dansbare) elektronische popmuziek van het moment aan, maar daar moet Éléonore Dessureault op haar debuutalbum niet veel van hebben. Op Le sentier des fougères maakt ze vooral organisch klinkende singer-songwriter muziek met een hoofdrol voor haar piano. 

Bij eerste beluistering van het album had ik vooral associaties met de muziek die Kate Bush op haar eerste twee albums maakte. Deels door de hoge en bijzondere stem van Éléonore Dessureault, maar ook zeker vanwege de sfeer. De Canadese muzikante gaat ook nog wat verder terug in de tijd met wat jazzy singer-songwriter muziek zoals die ook in de jaren 70 werd gemaakt. 

Het debuutalbum van de singer-songwriter uit Québec maakt, zeker op het eerste gehoor, een wat nostalgische indruk en daar ben ik persoonlijk niet vies van. Ik vond Le sentier des fougères direct een bijzonder aangenaam album, maar toen ik wat vaker naar de songs van de Canadese muzikante luisterde, raakte ik steeds meer onder de indruk van haar muzikaliteit. 

Éléonore Dessureault neemt zelf een deel van het prachtige pianospel op het album voor haar rekening, maar laat zich ook begeleiden door een flink aantal muzikanten, die de rijke arrangementen van de songs prachtig inkleuren met onder andere synths, een pedal steel en flink wat strijkers. 

Het debuutalbum van Éléonore Dessureault heeft een groot deel van de tijd een duidelijke jaren 70 vibe, waarbij invloeden uit de singer-songwriter muziek uit het decennium een belangrijke rol spelen, maar Le sentier des fougères heeft ook het beeldende van de Franse filmmuziek uit deze periode. 

Ik vind het in muzikaal opzicht een bijzonder album, maar de stem van Éléonore Dessureault maakt haar debuutalbum nog wat specialer. De website van Guuz Hoogaerts richtte zich oorspronkelijk op de Franse zuchtmeisjes en daar behoort Éléonore Dessureault zeker niet toe. Ze klinkt als een klassiek geschoolde zangeres, die met veel precisie zingt. Haar stem past echt prachtig bij de sfeervolle klanken op het album en bij haar avontuurlijke en diepgravende songs. 

Toen ik de website Filles Sourires bezocht, was ik eerlijk gezegd op zoek naar veel lichtvoetiger Franstalig vermaak dan wordt geboden op Le sentier des fougères, maar het is echt een prachtig album, dat iets toevoegt aan de andere Franstalige albums van de afgelopen jaren die ik koester. Le sentier des fougères is op zijn minst een veelbelovend debuut, maar is de belofte wat mij betreft ook al voorbij. Erwin Zijleman

De muziek van Éléonore Dessureault is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Canadese muzikante: https://eleonoredessureault.bandcamp.com/album/le-sentier-des-foug-res.





19 mei 2026

Review: Lucy Clearwater - People ≠ Possessions

People ≠ Possessions is het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Lucy Clearwater, maar wat tikt ze in muzikaal en vocaal opzicht een hoog niveau aan en wat schrijft ze goede songs vol invloeden uit verleden en heden
Bij beluistering van People ≠ Possessions van Lucy Clearwater had ik af en toe associaties met de Laurel Canyon folk van vele decennia geleden, maar het is ook een eigentijds klinkend folkalbum. Het is eigenlijk meer dan een folkalbum, want Lucy Clearwater verwerkt ook andere invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en af en toe hoor ik ook een subtiel vleugje pop. Samen met flink wat geweldige muzikanten zet Lucy Clearwater een mooi en sfeervol geluid neer en het is een geluid dat uitstekend past bij de mooie, heldere en warme stem van de Amerikaanse muzikante. Alles op People ≠ Possessions ademt kwaliteit en het is kwaliteit van een soort die je niet vaak hoort op een debuutalbum.



De Amerikaanse muzikante Lucy Clearwater is geboren in North Carolina, maar werkt momenteel vanuit het Californische Los Angeles. Zowel de geboortegrond als de huidige woonplaats van Lucy Clearwater hoor je terug in haar muziek. Haar deze week verschenen debuutalbum People ≠ Possessions sluit deels aan bij de folk en andere Amerikaanse rootsmuziek die momenteel onder andere in North Carolina wordt gemaakt, maar je hoort ook invloeden uit de folkmuziek die lang geleden in de heuvels rond Los Angeles werd gemaakt. 

People ≠ Possessions is het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante, maar ze wist voor het album een aantal aansprekende namen aan zich te verbinden. Een snelle blik op de bandcamp pagina van de muzikante uit Los Angeles laat de namen zien van onder andere Sean Watkins, Will Graefe, Madison Cunningham, Dodie en Rob Moose en dat zijn namen die je niet tegenkomt op het gemiddelde debuutalbum. 

Naast de bekende namen zie ik ook nog een hele waslijst andere muzikanten, waardoor het geen verbazing wekt dat het debuutalbum van Lucy Clearwater werkelijk prachtig is ingekleurd. People ≠ Possessions klinkt daarom anders dan het gemiddelde folkalbum, al gaat Lucy Clearwater de sober klinkende folk zeker niet uit de weg. 

Ik had de naam van de Amerikaanse muzikante nog niet eerder gehoord, maar ik weet inmiddels dat ze al een aantal jaren actief is. Op haar bandcamp pagina staat alles wat ze sinds 2020 heeft uitgebracht en dat is best veel. Naast flink wat losse tracks bracht Lucy Clearwater ook twee EP’s uit, maar voor haar debuutalbum heeft ze de tijd genomen. Dat is goed te horen, want People ≠ Possessions klinkt geen moment als een debuutalbum. 

Het album imponeert niet alleen met prachtige klanken, met een hoofdrol voor gitaren, maar straalt ook een enorme rust uit. Lucy Clearwater heeft niet alleen de tijd genomen om haar songs op te nemen, maar neemt ook in deze songs de tijd. Haar songs zitten vol fraaie accenten en ze zijn allemaal functioneel. 

Het is knap hoe het album met enige regelmaat terug kan keren naar de hoogtijdagen van de Laurel Canyon folk uit de jaren 60 en 70 om vervolgens moeiteloos over te schakelen naar de Amerikaanse rootsmuziek van het moment. In muzikaal opzicht valt er echt heel veel te genieten in het rijke geluid op People ≠ Possessions, dat niet alleen moeiteloos door de tijd stapt, maar ook makkelijk schakelt tussen genres en met name tussen country en folk en één keer een wat ruw uitstapje. 

De mooie klanken zijn verpakt in songs die zich makkelijk opdringen, maar die ook memorabel blijken. Het zijn songs met mooie en over het algemeen persoonlijke teksten, maar wat het meest opvalt bij beluistering van People ≠ Possessions is de stem van Lucy Clearwater. Ook de zang op het album klinkt geen moment als de zang op het gemiddelde debuutalbum, want wat zingt de muzikante uit Los Angeles met veel gevoel en precisie en wat klinkt haar stem mooi en warm. 

Flink wat muzikanten van naam en faam zijn inmiddels kennelijk overtuigd van het talent van Lucy Clearwater, wat het onbegrijpelijk maakt dat er tot dusver nog niet heel veel of zelfs bijna niets is geschreven over dit in kwalitatief opzicht hoogstaande album. Ik kwam People ≠ Possessions zelf ook bij toeval tegen, maar wat is dit een goed album. Erwin Zijleman

De muziek van Lucy Clearwater is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://lucyclearwater.bandcamp.com/album/people-possessions.



18 mei 2026

Review: Dua Saleh - Of Earth & Wires

Dua Saleh heeft met Of Earth & Wires een album gemaakt dat zich makkelijk beweegt tussen genres, dat soms wat tegen de haren instrijkt, maar dat ook intrigeert en vermaakt met even bijzondere als aangename songs
Ik heb een zwak voor R&B die de grenzen van het genre opzoekt. Ik ben er nog niet helemaal uit of Of Earth & Wires van Dua Saleh zo’n album is, want een echt R&B album is het niet. De muzikant uit Los Angeles verwerkt wel invloeden uit de R&B in de songs op het album, maar het zijn songs die zich in diverse richtingen bewegen. Ik moest wel even wennen aan de stem van de Soedanees-Amerikaanse muzikant, maar het is een stem die de songs een eigen geluid geeft. Of Earth & Wires is een spannend album dat wat tijd vraagt van de luisteraar, zeker als deze niet vaak naar dit soort muziek luistert, maar het is absoluut een album dat veel te bieden heeft.



De muziek van de Soedanees-Amerikaanse muzikant Dua Saleh werd tot dusver vooral in hokjes als hiphop en rap geduwd en dat zijn hokjes die zich te ver buiten mijn muzikale comfort zone bevinden. Op het deze week verschenen nieuwe album werkt de muzikant uit Los Angeles, die zichzelf ziet als non-binair persoon, in een aantal tracks samen met de Amerikaanse singer-songwriter Bon Iver en wordt wat mij betreft hele andere muziek gemaakt. 

Nu ben ik op zich geen groot fan van Bon Iver, dus zijn naam was voor mij nog niet direct een aanbeveling, maar bij snelle beluistering van het tweede album van Dua Saleh was ik op zijn minst geïntrigeerd door de muziek op het album. Ik heb Of Earth & Wires vervolgens nog wel een paar keer moeten beluisteren voor er iets op zijn plek viel, maar inmiddels vind ik het een bijzonder album. 

Ik heb intussen ook nog even naar de eerdere muziek van Dua Saleh geluisterd en hoewel ik die muziek zelf niet snel als hiphop of rap zal bestempelen, kan ik met de vorige albums niet goed uit de voeten. Het grootste verschil tussen deze albums en het deze week verschenen Of Earth & Wires is de inzet van elektronica en de dichtheid van de productie. 

Elektronica werd behoorlijk zwaar ingezet in de eerdere muziek van de muzikant uit Los Angeles, waarbij ook de zang werd vervormd in de wat mij betreft wel erg volle productie. Op het nieuwe album vertrouwt Dua Saleh in eerste instantie op uiterst sober akoestisch getokkel en lijkt een folkalbum in de maak. Het is getokkel dat wordt gecombineerd met mooie ingehouden zang, maar de muziek op Of Earth & Wires verschiet sneller van kleur dan de gemiddelde kameleon. 

De openingstrack 5 Days begint als een uiterst sobere folksong, maar in de tweede helft van de track duikt alsnog de elektronica op en schreeuwt de Soedanees-Amerikaanse muzikant het uit. B r e a t h e (met spaties) klinkt opeens weer als een redelijk rechttoe rechtaan popliedje, maar als in Flood Bon Iver voor het eerst opduikt, gaat het tempo weer flink omlaag, al bevat de track ook lome beats. 

De stem van Bon Iver kleurt prachtig bij de bijzondere stem van Dua Saleh, die ook in de derde track dicht tegen de pop aan schuurt. Ertegenaan schuren is het juiste woord, want de popsongs van Dua Saleh klinken op zich toegankelijk, maar schuren ook altijd wat, met name door het bijzondere stemgebruik. 

Ook op Of Earth & Wires is er uiteindelijk weer een voorname rol voor elektronica, maar de muziek op het album is over het algemeen genomen redelijk ingetogen. Zeker in de met lome beats ingekleurde songs schuift Dua Saleh wat op richting met R&B invloeden verrijkte pop, maar het blijft eigenzinnig. 

Dat geldt ook voor de hoge stem van de muzikant uit Los Angeles, die af en toe de grenzen van het aangename opzoekt met de zang, maar altijd aan de goede kant van de streep blijft. Ik vind persoonlijk de combinatie van akoestische klanken en de soulvolle stem van Dua Saleh het mooist, maar ook als het experiment wordt opgezocht en het album zich verder buiten mijn muzikale comfort zone begeeft vind ik Of Earth & Wires een interessant album. 

Zeker de sterkste songs op het album laten horen dat Dua Saleh veel te bieden heeft en een bijzonder eigen geluid creëert. Dat komt nog niet altijd uit de verf, waardoor ik de muzikant uit Los Angeles vooralsnog vooral zie als een belofte voor de toekomst en nieuwsgierig ben naar het volgende album. Erwin Zijleman

De muziek van Dua Saleh is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Soedanees-Amerikaanse muzikant: https://duasaleh.bandcamp.com/album/of-earth-wires.


Of Earth & Wires van Dua Saleh is verkrijgbaar via de Mania webshop:



17 mei 2026

Review: Yazoo - Upstairs at Eric's (1982)

De combinatie van kille elektronica en een warme en soulvolle stem was aan het begin van de jaren 80 niet gangbaar, wat van het debuutalbum van het Britse duo Yazoo een bijzonder en ook invloedrijk album maakt
Vince Clarke zocht, nadat hij uit Depeche Mode was gestapt, de samenwerking met de Britse zangeres Alison Moyet. Het was een wonderlijke combinatie, maar de mix van vooral door Kraftwerk geïnspireerde elektronica van Vince Clarke en de rauwe soulstem van Alison Moyet werkte verrassend goed. Upstairs at Eric’s is bijna 45 jaar na de release een wat vergeten album, maar het is een album dat verrassend goed houdbaar blijkt en dat meer invloed heeft gehad dan we in 1982 konden vermoeden. De samenwerking tussen Alison Moyet en Vince Clarke hield niet lang stand, maar Upstairs at Eric’s is een uitstekend album dat nog altijd de aandacht verdient.



De elektronische popmuziek die in de jaren 70 ontstond was in eerste instantie niet erg gericht op popsongs met een kop en een staart. De grotendeels instrumentale elektronische popmuziek uit het decennium had wel grote invloed op de synthpop die aan het begin van de jaren 80 vorm kreeg en die wel was gericht op het maken van echte popsongs. 

De menselijke stem speelde in de synthpop uit de jaren 80 in eerste instantie een bescheiden rol en werd bij voorkeur elektronisch vervormd. Dat veranderde vooral met één album, dat opzichtig brak met alles dat in de elektronische popmuziek gewoon was. Ik had in de jaren 70 en 80 heel weinig met puur elektronische popmuziek, maar ik viel in 1982 wel direct voor de charmes van Upstairs at Eric’s van Yazoo. 

De Britse muzikant Vince Clarke maakte deel uit van de originele bezetting van Depeche Mode en schreef bijna alle songs die zijn terug te vinden op het debuutalbum van de band. Hij was echter niet tevreden met de koers die Depeche Mode insloeg en ging zijn eigen weg. Voor deze eigen weg zocht hij de samenwerking met de Britse zangeres Alison Moyet, die tot dat moment met niet heel veel succes aan de weg timmerde als blues- en soulzangeres. 

De combinatie van de kille elektronica van Vince Clarke en de warme en soulvolle strot van Alison Moyet was in 1982 een wonderlijke, al had Soft Cell vergelijkbare ingrediënten, maar het werkte verrassend goed. Yazoo scoorde direct een hit met de track Don’t Go, die het ook goed deed op de dansvloer. Situation, dat overigens niet is terug te vinden op Upstairs at Eric’s, deed het daar nog beter, maar het debuutalbum van Yazoo bevatte ook een aantal meer ingetogen songs, waaronder de hitsingle Only You. 

In muzikaal opzicht is het debuutalbum van Yazoo zwaar schatplichtig aan de muziek van Kraftwerk, die in alle songs op het album doorklinkt. Mede door de invloeden van Kraftwerk klinkt Upstairs at Eric’s, waar ik al vele jaren niet meer naar had geluisterd, na al die jaren nog verrassend fris en dat kan ik niet van alle synthpop uit de jaren 80 zeggen. 

Niet alleen in muzikaal opzicht is het debuutalbum van Yazoo een knap album, want ook de krachtige en soulvolle strot van Alison Moyet maakt van Upstairs at Eric’s een bijzonder album. De Britse zangeres zou later kiezen voor een mix van soul, jazz en pop en dat is een mix die je verwacht bij haar stem, maar de zang van Alison Moyet past ook verrassend goed bij de batterij elektronica van Vince Clarke. 

Het debuutalbum van Yazoo was zeer succesvol en werd enthousiast binnengehaald door de critici, maar de formule werkte helaas niet lang. Het in 1983 verschenen You and Me Both deed het veel minder goed dan het debuutalbum en ondanks het feit dat het album niet veel verschilde van het debuut had ik een jaar later ook weinig met het album. Yazoo werd toen de spanningen tussen Alison Moyet en Vince Clarke ook nog eens opliepen helaas snel opgedoekt, waarna Vince Clarke samen met Andy Bell de band Erasure formeerde, die deels hetzelfde deed als Yazoo, en Alison Moyet begon aan een in eerste instantie zeer succesvolle solocarrière. 

Yazoo is inmiddels grotendeels vergeten, al duikt Situation nog wel eens op als muziek bij beelden uit de jaren 80, maar Upstairs at Eric’s is absoluut een interessant en achteraf bezien invloedrijk album, dat de tand des tijds verrassend goed heeft doorstaan. Erwin Zijleman


Upstairs at Eric's van Yazoo is verkrijgbaar via de Mania webshop:

Review: Carly King - Loving you is Easy

De naam Carly King klinkt als de combinatie van de legendarische singer-songwriters Carly Simon en Carole King en ook in muzikaal opzicht herinnert het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante aan grootheden uit het verleden
Loving you is Easy, het debuutalbum van de Amerikaanse singer-songwriter Carly King, is een mooi voorbeeld van ‘less is more’. Het album is relatief sober ingekleurd en bevat ook songs zonder al te veel opsmuk. Bijna alles draait om de mooie stem van Carly King en om haar persoonlijke verhalen. Loving you is Easy is een singer-songwriter album dat herinnert aan albums uit het verleden, maar de songs van Carly King klinken zeker niet gedateerd. Ik was direct bij de eerste kennismaking met de muziek van de singer-songwriter uit Nashville gecharmeerd van dit debuutalbum, maar het blijkt ook een album vol diepgang, net als de singer-songwriter albums die ik al decennia koester.



Ik heb eigenlijk geen idee hoe ik op het album Loving you is Easy van Carly King ben gestuit. Ik sla met enige regelmaat afbeeldingen van albumcovers op en de cover van het debuutalbum van Carly King zat in het mapje met de nieuwe albums van deze week. Kennelijk heb ik onlangs ergens iets gelezen over het album, maar ik kan me niet meer herinneren waar dat was. 
Het belangrijkste is dat ik Loving you is Easy heb ontdekt, want ik vind het een interessant en ook bijzonder lekker in het gehoor liggend album. 

Direct in de openingstrack Three Martinis laat Carly King weten dat ze is opgegroeid zonder vader. De vader van de in een forensenstad in New Jersey opgegroeide muzikante kwam om het leven bij de terroristische aanslagen van 11 september 2001 en liet de vierjarige Carly King achter. Het heeft zijn sporen nagelaten in de songs van de Amerikaanse muzikante, die sowieso de persoonlijke thema’s niet schuwt op haar debuutalbum. 

Carly King verruilde de Amerikaanse oostkust uiteindelijk voor Nashville, Tennessee, waar ze probeert door te breken als singer-songwriter. Daar is naast talent ook een flinke dosis geluk voor nodig, maar met het talent zit het alvast goed bij Carly King, die wat mij betreft indruk maakt met haar debuutalbum.

Vergeleken met de meeste albums die het momenteel goed doen in de muziekscene van Nashville is het debuutalbum van Carly King een wat atypisch album. Loving you is Easy klinkt een groot deel van de tijd als een singer-songwriter album van heel lang geleden. Daar hou ik persoonlijk wel van, waardoor het debuutalbum van Carly King mij makkelijk wist te overtuigen. 

De Amerikaanse muzikante heeft haar eerste album voorzien van betrekkelijk sobere klanken. Het album werd geproduceerd door de mij onbekende Shane Travis, die het album heeft voorzien van een wat nostalgisch aandoend maar zeer smaakvol geluid. Deze Shane Travis bespeelt ook de meeste instrumenten op het album, waarop Kapli Long bijdragen van de pedal steel toevoegt en Heather Mae achtergrondvocalen toevoegt. 

De piano of de akoestische gitaar staat meestal centraal in de songs op Loving you is Easy, wat alle ruimte biedt aan de stem van Carly King. Dat komt goed uit, want de zang op Loving you is Easy vind ik nog wat aansprekender dan de muziek op het album. Carly King beschikt over een hele mooie en karakteristieke stem en het is een stem die de ruimte fraai vult. 

Ook de stem van de Amerikaanse muzikante herinnert eerder aan singer-songwriters uit het verleden dan aan muzikanten van het moment, al misstaat de mix van folk en country die Carly King op haar eerste album laat horen zeker niet in het heden. De stem van Carly King trekt makkelijk de aandacht en verleidt vervolgens meedogenloos, mede door haar licht zuidelijke tongval. 

Het levert het soort album op dat tegenwoordig te weinig meer wordt gemaakt. Het is een album zonder opsmuk, maar ook een album met sfeervolle klanken, een zeer aansprekende stem en persoonlijke songs die ergens over gaan. Van dat soort albums zijn er in het verleden veel gemaakt en er komt er af en toe nog wel eens een voorbij, maar het debuutalbum van Carly King heeft iets speciaals. 

Het is iets waarvoor ik zeer vatbaar ben en ik ga er niet van uit dat ik de enige ben die een enorm zwak heeft voor de prachtige stem en de sterke songs van de Amerikaanse muzikante. Mooi dus dat ik de albumcover een tijdje geleden heb opgeslagen. Doe er je voordeel mee. Erwin Zijleman