donderdag 21 februari 2019

Tedeschi Trucks Band - Signs

De Tedeschi Trucks Band ontworstelt zich op haar nieuwe plaat aan flink wat vooroordelen en maakt prachtmuziek die recht uit het hart komt
Bands als de Tedeschi Trucks Band hebben in Nederland de schijn altijd wat tegen. De stevig door het verleden beïnvloede muziek van de band wordt snel steriel en degelijk genoemd en krijgt vervolgens het niet altijd positieve etiket retro opgeplakt. Ook ik had altijd enige reserves bij de platen van de band, maar Signs is een topplaat. Het is een plaat vol prachtig gedoseerd muzikaal vuurwerk, een plaat vol aansprekende songs met een hang naar het verleden en een plaat waarop de zangers en zangeressen de noten uit hun tenen halen. Het is ook nog eens een plaat die je altijd op kunt zetten en die altijd goed is voor een lekker gevoel. Ik ben definitief fan.


Ik zal de platen van de Tedeschi Trucks Band tot dusver niet snel in mijn jaarlijstje zetten en het zijn ook geen platen waar ik heel hoog over opgeef. 

De muziek van de flink uit de kluiten gegroeide band uit Jackson, Florida, is vooral degelijk en laat zich bovendien stevig beïnvloeden door muziek uit het verre verleden. De band krijgt hierdoor met grote regelmaat het predicaat retro opgeplakt en wordt hiernaast als jam-band versleten, wat ook niet erg sexy is. 

Op hetzelfde moment zijn de platen van de Tedeschi Trucks band gewoon heel erg goed. Topmuzikanten, goede songs en topzangers en zangeressen. Soms is er niet veel meer nodig voor het maken van een goede plaat. 

Signs volgt op een voor de band zware periode. Vrienden en grote voorbeelden Leon Russell en Gregg Allman overleden en ook in de eigen kring kreeg de band te maken met de nodige tegenslagen. Er is niet veel van te horen op Signs, dat zich laat beluisteren als een typische Tedeschi Trucks Band plaat. 

Het is wel een plaat die nog wat veelzijdiger is dan de vorige platen van de band en de plaat klinkt  bovendien wat toegankelijker, wat voor een band als deze ook een valkuil is, want voor je het weet wordt je weer als mainstream versleten. De band uit Florida verwerkt op haar nieuwe plaat invloeden uit de blues, soul, rock, roots en jazz en dat is nog maar het topje van de ijsberg. 

De uit de kluiten gewassen band herbergt een flink aantal topmuzikanten, die af en toe flink los mogen gaan, maar toch is Signs zeker geen plaat van een aantal topmuzikanten die lekker aan het jammen zijn. Op Signs staat alles in dienst van de songs en die zijn uitstekend. 

Ondanks de focus op de songs is de instrumentatie weer van hoog niveau. De ritmesectie speelt fantastisch, het orgelt smeedt alles aan elkaar, de blazers zorgen voor een stevige soulinjectie, terwijl het gitaarwerk ook op deze plaat weer fenomenaal is, wat nog eens wordt verstrekt door de gastbijdragen van Doyle Bramhall II. 

De band speelt niet alleen geweldig, maar is ook heerlijk veelzijdig. Het ene moment hoor je pure soul, het volgende moment doorleefde blues. Dampende rhythm & blues wordt afgewisseld door stevige rock of door lome jazz en zo hier en daar gooien de topmuzikanten van de band er ook nog wat funk of psychedelica doorheen. Het is muziek die me herinnert aan muziek uit de jaren 70, al kan ik geen band noemen die destijds zo veelzijdig was (of we moeten Little Feat, The Allman Brothers Band, Mother’s Finest en nog wat bands op één hoop gooien). 

De instrumentatie op Signs is geweldig en hetzelfde geldt voor de productie, maar de band heeft ook nog eens vier topvocalisten in huis. Mike Mattison, Alecia Chakour, Mark Rivers en Susan Tedeschi zingen alle vier de sterren van de hemel, waarbij ik, net als bij beluistering van de vorige platen van de Tedeschi Trucks Band, een enorm zwak heb voor de bluesy strot van Susan Tedeschi, die ook met haar soloplaten flink boven het maaiveld uitstak. 

Ook Signs zal worden onthaald met termen als degelijk, jamband en retro, maar de nieuwe van de Tedeschi Trucks Band is voor mij vooral een plaat waarop met hart en ziel grootse muziek wordt gemaakt. En het is ook nog eens muziek die bijzonder aangenaam klinkt. Erwin Zijleman