vrijdag 31 juli 2020

Zoë Nutt - How Does It Feel

Op het eerste gehoor misschien erg lichtvoetig, maar luister wat vaker naar het tweede album van de Amerikaanse singer-songwriter Zoë Nutt en er valt steeds meer op zijn plek
Ik had mijn eerste oordeel snel klaar: zoete countrypop met een wat atypisch stemgeluid. Het was een te snel te makkelijk oordeel. Het album van Zoë Nutt past maar zeer ten dele in het hokje countrypop en de bijzondere stem van de Amerikaanse muzikante kan meerdere kanten op. Mijn oordeel schoof snel op naar mogelijke ‘guilty pleasure’, maar inmiddels vind ik het nieuwe album van Zoë Nutt echt een prima album. Het is een album met roots, pop en rock, met een aangenaam geluid, met een bijzondere stem en het is een album met prima songs. Prima voor een zomeravond, maar ook daarbuiten weet Zoë Nutt de juiste snaar te raken.

How Does It Feel is het tweede album van de Amerikaanse muzikante Zoë Nutt, maar mijn eerste kennismaking met haar muziek. Bij eerste beluistering was ik zeker niet direct overtuigd van de kwaliteiten van de singer-songwriter die werd geboren in Knoxville, Tennessee, maar inmiddels is verhuisd naar het nabij gelegen Nashville. 

Bij deze eerste beluistering hoorde ik net meer pop dan me normaal gesproken lief is en bovendien klonk de stem van Zoë Nutt me in eerste instantie wat vreemd in de oren. How Does It Feel overtuigde me misschien niet direct, maar maakte me op een of andere manier wel nieuwsgierig naar de muziek Zoë Nutt. Ik heb het album sindsdien nog flink wat keren beluisterd en inmiddels ben ik zeer gecharmeerd van het tweede album van de Amerikaanse singer-songwriter, dat zich in eerste instantie opdrong als ‘guilty pleasure’, maar inmiddels veel meer is dan dat. 

Laat ik eens beginnen bij de zang van Zoë Nutt. De muzikante uit Nashville is zeker niet voorzien van het standaard stemgeluid dat het momenteel zo goed doet in Nashville. Voor zoetgevooisde countrypop ben je bij Zoë Nutt niet helemaal aan het juiste adres, maar ze klinkt ook niet zo als de gemiddelde popprinses. De zang op How Does It Feel klinkt absoluut poppy, maar is ook soulvol, terwijl hier en daar toch ook flink wat southern twang opduikt. 

Ook in muzikaal opzicht is How Does It Feel niet zo makkelijk te categoriseren. Zoë Nutt opereert op het snijvlak van pop, rock en roots, maar heeft zeker geen doorsnee geluid. De Amerikaanse singer-songwriter heeft een goed gevoel voor lekker in het gehoor liggende popliedjes, maar waar dit soort popliedjes makkelijk kunnen vervliegen houden de songs van Zoë Nutt makkelijk de aandacht vast. 

Dat doen deze popliedjes onder andere door het tijdloze karakter en door flink te variëren. De ene keer is er wat meer pop, de andere keer wat meer rock, dan weer wat meer roots, waarbij Zoë Nutt makkelijk wisselt tussen de verschillende genres en ook zomaar vintage country kan maken. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal niet heel spannend, maar wel mooi verzorgd en van de stem van de singer-songwriter uit Nashville moet je houden of leren houden; bij mij viel alles pas na een paar keer horen op zijn plek. 

Zoë Nutt heeft ook nog eens een aantal persoonlijke songs geschreven. De Amerikaanse muzikante verloor een paar jaar geleden van de ene op de andere dag een groot deel van haar gehoor en dat was niet zonder medische ingrepen terug. Niet handig voor een muzikant en het heeft dan ook sporen nagelaten, al ben je op How Does It Feel vooral voor liefdesliedjes bij Zoë Nutt aan het juiste adres. 

How Does It Feel is een album dat op het eerste gehoor erg lichtvoetig en zelfs wat gewoontjes klinkt, maar hoe vaker ik naar het album luister hoe aangenamer maar ook hoe interessanter het allemaal wordt. How Does It Feel is hiernaast een mooie soundtrack voor een broeierige zomeravond. Het was een paar jaar geleden nog maar de vraag of Zoë Nutt een tweede album zou kunnen maken, maar haar tweede album is er en mag er zijn. Enige voorliefde voor pop is nodig om te kunnen houden van How Does It Feel, maar ook de niet al te puristisch ingestelde liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek kunnen mogelijk best uit de voeten met dit album. Erwin Zijleman

   

Fiona Apple - Fetch The Bolt Cutters


Aan mijn recensie van april, zie de onderstaande link, heb ik niet zo gek veel toe te voegen. Fetch The Bolt Cutters is ook drie maanden later nog een buitengewoon fascinerende luistertrip. Het is een luistertrip die het je niet altijd makkelijk maakt en die ook zeker niet altijd mooi is, maar als je een zwak het voor de muziek van Fiona Apple houdt het album je de hele speelduur in een wurggreep. 


De afgelopen maanden moesten we het doen met de digitale versie van Fetch The Bolt Cutters, maar deze week verscheen het album dan ook eindelijk op vinyl en op cd. Het voegt absoluut iets toe aan het toch al zo fascinerende album, dat vooralsnog met afstand mijn jaarlijst over 2020 aanvoert.

Fetch The Bolt Cutters van Fiona Apple is verkrijgbaar via de Mania webshop:

donderdag 30 juli 2020

PJ Harvey - Dry / Dry - Demos

De reissue van Dry van PJ Harvey laat nog maar eens horen hoe goed haar debuut was, maar de ook deze week uitgebrachte verzameling demo’s is zeker net zo bijzonder en indrukwekkend
PJ Harvey heeft inmiddels een prachtig oeuvre op haar naam staan, maar het begon allemaal in 1992 met Dry. Het album is nu op vinyl verkrijgbaar en klinkt nog net zo urgent als 28 jaar geleden. Samen met de reissue van Dry verscheen ook Dry - Demos. Het bevat dezelfde tracks als Dry maar dan in de vorm van ruwe demo’s. Het is een stuk minder stevig dan het debuut van PJ Harvey, maar het klinkt minstens net zo rauwe en oorspronkelijk. Door de schoonheidsfoutjes in de instrumentatie en de zang komen de demo’s minstens net zo hard aan als de meer uitgewerkte versies van de songs, waardoor Dry - Demos absoluut iets toevoegt aan het oeuvre van PJ Harvey.


Dry werd in 1992 bejubeld door de critici en terecht. PJ Harvey heeft sinds Dry een rijk en veelkleurig oeuvre opgebouwd, maar ik heb persoonlijk nog altijd vooral een zwak voor het album waarmee ze 28 jaar geleden voor het eerst opdook. 

Dry werd is deze week opnieuw uitgebracht en heeft nog niets van zijn glans verloren. Het is nog altijd een recht voor zijn raap album zonder opsmuk, maar het is ook een album dat in muzikaal en vocaal opzicht indruk maakt en waar de urgentie nog altijd van af spat. Met name het gitaarwerk en de zang van PJ Harvey klinken heerlijk, maar ook de ritmesectie speelt vol vuur, terwijl producer Rob Ellis alles heeft gevangen in een overweldigend geluid met flarden punk, postpunk en indie-rock. 

PJ Harvey nam op haar debuut ook zeker gas terug en dat leverde wat mij betreft songs met nog meer zeggingskracht op. Dry is ruw, donker en indringend, maar het is ook een album vol geweldige songs, waardoor het ook geen verbazing wekt dat PJ Harvey in de jaren die volgden uitgroeide tot de smaakmakers binnen de Britse rockmuziek. 

De nieuwe uitgave van Dry klinkt net zo lekker als het origineel uit 1992, maar het is een andere nieuwe release van PJ Harvey die ik net wat interessanter vind, Dry had ik immers al. Dry - Demos bevat dezelfde songs als het debuut van PJ Harvey, maar dan in een veel ruwere vorm. 

Dry - Demos, bevat, zoals de titel van het album al doet vermoeden, de demo’s die de jonge PJ Harvey maakte voor ze haar debuut opnam. De instrumentatie is uiterst sober met vooral een akoestische gitaar en hier en daar uithalen op de elektrische gitaar, aangevuld met een krassende cello of wat belletjes. Hier en daar hoor je meerdere lagen van de stem van PJ Harvey, maar meestal zijn ook de vocalen rauw en puur. 

Het rammelt hier en daar aan alle kanten, zowel in de instrumentatie als in de zang, maar de songs van Dry blijven ook in deze demo vorm makkelijk overeind. Een aantal songs op deze verzameling demo’s klinkt zelfs nog wat indringender en urgenter dan de uitvoeringen op het officiële debuut. 

Ik vind ruwe demo’s meestal overbodig, maar van de ruwe versies van de songs op Dry ben ik zeer gecharmeerd. Dry - Demos is een ruwe diamant die je zelf nog mag slijpen, maar ook zonder verder slijpwerk is het een indrukwekkend album. Ondanks de sobere instrumentatie hoor je de ruwe energie die Dry kenmerkt en in de zang doet de piepjonge Polly Jean Harvey er hier en daar zelfs nog een schepje bovenop. Hier en daar mist ze een noot, maar het meeste komt toch trefzeker en meedogenloos uit de speakers.

Door het grotendeels akoestische karakter van Dry - Demos is het echt een ander album dan het officiële debuut van PJ Harvey, maar het is een album dat absoluut meerwaarde heeft naast het inmiddels tot een klassieker uitgegroeide Dry. Behoorlijk indrukwekkend. Erwin Zijleman



Dry en Dry - Demos van PJ Harvey zijn verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

woensdag 29 juli 2020

Eliot Bronson - Empty Spaces

Eliot Bronson wordt binnen de Amerikaanse rootsmuziek al jaren een grote belofte genoemd, maar is de belofte absoluut voorbij op het ijzersterke breakup album Empty Spaces
Ondanks het feit dat het zes jaar geleden was dat ik voor het laatst naar een album van Eliot Bronson luisterde, associeerde ik zijn naam direct met kwalitatief uitstekende Amerikaanse rootsmuziek. En terecht, want Empty Spaces is een ijzersterk album met prima songs, een veelheid aan invloeden, een fraaie instrumentatie, een aansprekende stem en geweldige songs. Eliot Bronson kent op zijn breakup album zijn klassiekers, maar maakt ook Amerikaanse rootsmuziek die aansluit bij die van de nieuwe smaakmakers in het genre. De weemoed spat er af en toe van af, maar in muzikaal opzicht schijnt ook vrijwel continu de zon.

Eliot Bronson ken ik eigenlijk alleen van zijn titelloze derde album, dat verscheen in 2014. Het album werd gevolgd door het drie jaar geleden verschenen en vreemd genoeg niet door mij opgemerkte James en nu is er dan Empty Spaces. 

Ik was alweer zes jaar geleden zeer gecharmeerd van het titelloze en derde album van de Amerikaanse muzikant, dat fraai geproduceerd werd door Nashville topproducer Dave Cobb. 

Ik vergeleek de muziek van Eliot Bronson zes jaar geleden met de muziek van Chris Isaak en vooral Ryan Adams, die op dat moment nog een voorbeeld was voor beginnende rootsmuzikanten. Ook Empty Spaces doet af en toe nog wel wat denken aan Chris Isaak en Ryan Adams, maar Eliot Bronson heeft inmiddels ook een duidelijk eigen geluid. 

Empty Spaces volgt op roerige tijden voor de Amerikaanse muzikant. Eliot Bronson zag een lange relatie op de klippen lopen en nam bovendien afscheid van zijn vorige thuisbasis, Atlanta, Georgia. De Amerikaanse muzikant opereert inmiddels vanuit Nashville, Tennessee, en heeft met Empty Spaces een album afgeleverd, waarmee hij zich kan scharen onder de groten binnen de Amerikaanse rootsmuziek van het moment. 

Eliot Bronson doet dat dit keer zonder de hulp van Dave Cobb, die de vorige twee albums produceerde. Het is niet direct te horen, want Empty Spaces klinkt prachtig vol en hier en daar fraai nostalgisch. Eliot Bronson nam het album op met zijn volledige band en produceerde Empty Spaces met bandlid Wil Robertson. 

Of het door de corona pandemie komt weet ik niet, maar we worden momenteel overspoeld met breakup albums. Ook Empty Spaces van Eliot Bronson is er absoluut een. De teksten van de songs gaan vooral over een gebroken hart, verlies en verwerking, wat zorgt voor een wat melancholische sfeer. Het is een sfeer die wordt benadrukt door een behoorlijk ingetogen, maar ook zeer smaakvolle instrumentatie, waarin de gitaren domineren, maar af en toe ook een mellotron opduikt. 

Ook in vocaal opzicht is Empty Spaces een album waar de melancholie van af druipt. Eliot Bronson beschikt over een hele mooie stem, maar het is ook een stem die altijd wat weemoedigs heeft. Het is een stem die me zes jaar geleden al opviel, maar in vocaal opzicht is de muzikant uit Nashville flink gegroeid. Bovendien probeert Eliot Bronson niet meer te klinken als zijn grote voorbeelden, waardoor het vleugje Bob Dylan in zijn stem dit keer ontbreekt. 

Empty Spaces bevat in de ingetogen tracks vooral invloeden uit de folk, maar Eliot Bronson kan ook in omliggende genres uit de voeten, waardoor het etiket Amerikaanse rootsmuziek net wat beter voldoet dan folk, zeker wanneer de Amerikaanse muzikant kiest voor een net wat steviger geluid en zich dan voorzichtig op het terrein van een muzikant als Tom Petty begeeft. 

Empty Spaces is al met al een zelfverzekerd klinkend album waarop Eliot Bronson de belofte van zijn vorige twee albums inlost, maar ook nog groei laat horen. Je hoort het in de zang en in de instrumentatie, maar vooral in de veelzijdigheid en de diepgang van de songs. Het is een album dat het uitstekend doet in de kleine uurtjes, maar het is ook een album dat je stiekem iedere keer weer net wat dierbaarder wordt. Ik reken Eliot Bronson in ieder geval definitief tot de smaakmakers in het genre. Erwin Zijleman

   

dinsdag 28 juli 2020

Lori McKenna - The Balladeer

Lori McKenna verkeert de afgelopen jaren in topvorm en ook haar elfde album The Balladeer is weer een album dat binnen de Amerikaanse rootsmuziek met de allerbesten mee kan
Lori McKenna schreef jarenlang de ene na de andere hit in Nashville, maar met haar eigen albums wilde het niet meer zo lukken. Met het in 2016 verschenen The Bird And The Rifle keerde de Amerikaanse singer-songwriter terug op het hoogste niveau en die vorm hield ze vast op het twee jaar geleden verschenen The Tree. Ook het wederom door topproducer Dave Cobb geproduceerde The Balladeer is weer een uitstekend album van Lori McKenna. Natuurlijk vanwege de geweldige songs, maar ook de instrumentatie, productie en prachtig doorleefd klinkende zang zijn van zeer hoog niveau. Topalbum weer van Lori McKenna.

De Amerikaanse singer-songwriter Lori McKenna kende ik lange tijd alleen van haar geweldige maar helaas wat ondergesneeuwde album Bittertown uit 2004. Sinds het 2016 verschenen The Bird And The Rifle, al het negende album van de singer-songwriter uit Stoughton, Massachusetts, krijgt ze echter eindelijk de aandacht die ze als singer-songwriter verdient en sindsdien ben ook ik bij de les. 

The Bird And The Rifle hoorde bij de mooiste albums van 2016, terwijl opvolger The Tree een plekje in de jaarlijstjes van 2018 verdiende. Beide albums werden terecht overladen met superlatieven en prijzen en die haalde Lori McKenna ook nog eens binnen met de songs die ze schreef voor een bijzonder indrukwekkende waslijst met muzikanten die er toe doen in de Amerikaanse folk- en country scene. 

Twee jaar na The Tree is er The Balladeer en ook dit is weer een geweldig album van Lori McKenna. Op haar elfde album kijkt Lori McKenna terug op haar leven als muzikant en als moeder. De in Stoughton, Massachusetts, geboren en getogen muzikante trouwde jong en kreeg maar liefst vijf kinderen. Haar drukke bestaan als moeder combineert Lori McKenna inmiddels al ruim 20 jaar met een leven als muzikant. 

Ook voor haar nieuwe album toog ze weer naar Nashville, waar ook veel van haar eerdere albums werden opgenomen. In de hoofdstad van de Amerikaanse countrymuziek kreeg ze gezelschap van topproducer Dave Cobb, die ook tekende voor de productie van The Bird And The Rifle en The Tree. Dave Cobb heeft ook het nieuwe album van Lori McKenna weer voorzien van een mooie productie, waarin sober ingekleurde songs worden afgewisseld met net wat voller gearrangeerde songs. Het mooie en warme geluid kleurt perfect bij de mooie stem van Lori McKenna, die weer net wat meer emotie en doorleving laat horen in haar stem. 

The Balladeer is in muzikaal opzicht misschien geen heel spannend album, maar de instrumentatie is steeds aangenaam en bijzonder trefzeker. Het is bovendien een instrumentatie die groeit wanneer je vaker naar het album luistert, want waar het in eerste instantie vooral aangenaam klinkt, hoor ik inmiddels steeds meer mooie accenten in het vakkundig geproduceerde geluid op het album, met een hoofdrol voor bijzonder fraai gitaarwerk van producer Dave Cobb zelf. 

In vocaal opzicht maakt Lori McKenna ook dit keer indruk met een stem die meerdere kanten op kan en die altijd vol gevoel zit en hiernaast zijn er natuurlijk de uitstekende songs met vooral invloeden uit de folk en de country. Lori McKenna moet inmiddels worden geschaard onder de betere en de meest succesvolle songwriters in Nashville, maar ze heeft ook nog een aantal prima songs voor haar eigen album bewaard. 

Het zijn songs die lekker in het gehoor liggen, maar die ook over het vermogen beschikken om de luisteraar te raken. The Balladeer is een album dat fraai terugkijkt op een leven als muzikant, vrouw en moeder. Natuurlijk is er af en toe een vleugje melancholie, maar over het algemeen genomen is het een positief album, wat in het hoogseizoen van de breakup albums ook wel eens prettig is. The Balladeer is het derde album op rij dat Lori McKenna heeft gemaakt met Dave Cobb en het is ook het derde uitstekende album op rij van de Amerikaanse singer-songwriter. Erwin Zijleman


The Balladeer van Lori McKenna is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

maandag 27 juli 2020

Jess Cornelius - Distance

Jess Cornelius timmerde al enkele jaren aan de weg met haar band, maar zet nu een indrukwekkende nieuwe stap met een verrassend veelzijdig soloalbum
Distance wordt makkelijk in hetzelfde hokje geduwd als de albums van alle getergde jonge vrouwelijke singer-songwriters van het moment, maar klinkt toch duidelijk anders. Het is een album dat met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van de popmuziek stapt en dat indruk maakt met een mooie instrumentatie, een krachtige stem en uitstekende songs. Het levert een persoonlijk album op dat het talent van Jess Cornelius keer op keer aan de oppervlakte laat komen. Distance staat bol van de invloeden, variërend van de jaren 50 tot en met 90, maar het is op hetzelfde moment een eigentijds album. Ik lees er in Nederland helemaal niets over, maar dit album is echt de moeite waard.

Jess Cornelius werd geboren in Nieuw-Zeeland, groeide op in het Australische Melbourne en woont sinds kort in Los Angeles. In Australië voerde ze een aantal jaren de rockband Teeth & Tongue aan en timmerde ze met name in haar tweede vaderland stevig aan de weg. Het is me allemaal ontgaan, maar het eerste soloalbum van Jess Cornelius heb ik gelukkig wel opgepikt, want wat is dit een goede plaat. 

Distance wordt makkelijk in hetzelfde hokje geduwd als het laatste album van stadgenoot Phoebe Bridgers en al haar soortgenoten, maar Jess Cornelius is wat mij betreft toch uit ander hout gesneden. Openingstrack Kitchen Floor klinkt direct krachtiger en minder melancholisch dan de muziek van bijvoorbeeld Phoebe Bridgers en is bovendien minder bang voor een aanstekelijke rocksong. 

Kitchen Floor klinkt opent met een eenvoudige en trefzekere gitaarlijn en de krachtige stem van Jess Cornelius, die me afwisselend voorzichtig aan Patti Smith, Siouxsie Sioux en Chrissie Hynde doet denken. De track eindigt zoals hij is begonnen, maar hier tussen in kiest Jess Cornelius voor een voller geluid en voor een aanstekelijk refrein. Het is een beproefd concept op Distance. 

Het debuutalbum van Jess Cornelius klinkt aan de ene kant eigentijds, maar in haar songs hoor ik ook flink wat echo’s uit het verleden. Zeker wanneer de tegenwoordig vanuit Los Angeles opererende muzikante haar teksten met enige urgentie zingt, hoor ik flarden van de new wave zoals die in de tweede helft van de jaren 70 in New York werd gemaakt, maar Jess Cornelius schuwt ook zeker het lekker in het gehoor liggende popliedje niet. 

Wanneer een ritmebox, diepe bassen en synths opduiken hoor je flarden postpunk op Distance, maar steeds als je denkt dat je het album in een hokje kunt duwen, gaat de muziek van Jess Cornelius weer een andere kant op. Het zijn uiteindelijk de gitaarsongs die domineren op Distance en het zijn gitaarsongs die een rauwe ondertoon combineren met lekker in het gehoor liggende klanken. Het is allemaal behoorlijk verslavend, want Jess Cornelius houdt haar songs niet alleen ruw en spannend, maar het zijn ook songs waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden. 

Ik hou persoonlijk wel van de nieuwe generatie getergde vrouwelijke singer-songwriters met fluisterzachte stemmen, maar de kracht van Jess Cornelius bevalt me ook wel. Ook de persoonlijke songs op het album spreken me aan. De in Australië opgegroeide singer-songwriter zingt over de grote afstand tussen Melbourne en Los Angeles maar staat ook stil bij volwassen worden en alle ellende die daar bij hoort. 

In muzikaal opzicht blijft Distance me maar verrassen door steeds weer net wat anders te klinken en door met reuzenstappen door de tijd te bewegen. Van nostalgische 50s pop tot Laurel Canyon folk uit de jaren 60, tot 70s new wave, 80’s postpunk, 90s rock of de eigenzinnige vrouwelijke singer-songwriter muziek uit het huidige millennium. 

Distance schiet alle kanten op, maar het wat inconsistente karakter van het album zit me geen moment in de weg. Jess Cornelius is van vele markten thuis en laat zich op haar eerste soloalbum niet beperken. Het levert een album op dat zich in muzikaal en vocaal opzicht en ook qua songs en invloeden makkelijk weet te onderscheiden van de andere albums die deze week zijn verschenen. ik ben onder de indruk. Erwin Zijleman

De muziek van Jess Cornelius is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://jesscornelius.bandcamp.com/album/distance.

   

zondag 26 juli 2020

Taylor Swift - Folklore

De corona lockdown inspireert Taylor Swift tot een opvallend ingetogen en sfeervol album dat veel interessanter, avontuurlijker en mooier is dan haar vorige albums
Wat doe je als een wereldtour wordt geannuleerd vanwege de corona pandemie? Het inspireerde Taylor Swift tot het maken van een album dat een stuk spannender en intiemer is dan haar vorige albums. Folklore kwam van de grond nadat Taylor Swift samen met The National’s Aaron Dessner een aantal songs had geschreven, waarna ze samen met producer Jack Antonoff nog een aantal songs toevoegde. Het levert ruim een uur muziek op en het is een uur lang goed. In muzikaal opzicht is het een stuk interessanter dan het meeste andere werk van Taylor Swift en ook in vocaal opzicht maakt ze meer indruk. Folklore kwam uit het niets, maar is een geweldige verrassing.

Van Taylor Swift leerden we de afgelopen vijftien jaar minstens twee gezichten kennen. De jonge Amerikaanse muzikante was in eerste instantie de grootste belofte van en uiteindelijk ook het grootste talent binnen de Nashville countrypop, maar ze koos in 2012 vol voor de pop. 

Het heeft haar zeker geen windeieren gelegd, maar ik had tot dusver altijd een wat dubbel gevoel bij haar albums. Aan de ene kant hoorde ik vooral wat eendimensionale en niet bijster interessante pop, terwijl Taylor Swift aan de andere kant ook altijd wel liet horen dat ze een prima zangeres en een uitstekend songwriter is. 

Hoe goed haar songs zijn werd fraai geïllustreerd door voormalig wonderkind Ryan Adams, die in 2015 Taylor Swift’s album 1989 uit 2014 opnam met zijn versies van de songs op het album. 1989 van Ryan Adams is daarom met afstand mijn favoriete Taylor Swift album. Het is een album dat nu concurrentie krijgt van een echt Taylor Swift album, want deze week verscheen uit het niets een nieuw album van de Amerikaanse muzikante. 

Taylor Swift had eigenlijk een wereldtour ter promotie van het vorig jaar verschenen Lover in haar agenda staan, maar de corona pandemie gooide roet in het eten. Taylor Swift zat, net als zovelen van ons, thuis in lockdown, toen de van The National bekende Aaron Dessner haar benaderde met het verzoek om samen muziek te maken. Uiteindelijk schreven de twee een flink aantal songs, waarvan er negen op Folklore zijn terecht gekomen. Voor de andere songs werkte Taylor Swift met topproducer Jack Antonoff, maar ook Justin Vernon (Bon Iver) schoof nog aan voor een duet. 

Ik lees hier en daar dat Taylor Swift haar eerste indie-folk of zelfs indie-rock album heeft gemaakt, maar persoonlijk hoor ik vooral pop op Folklore. Het is gelukkig wel hele interessante en hele goede pop met flarden indie-folk. Waar de vorige albums van Taylor Swift zwaar geproduceerd waren en alle kanten op schoten, is Folklore een betrekkelijk ingetogen en behoorlijk consistent album, maar de productionele hoogstandjes schieten als paddestoelen uit de grond.

Dat Taylor Swift geweldige songs kan schrijven en prima kan zingen, weten we al lang, maar het kwam nog nooit zo goed uit de verf als op Folklore. Ook Folklore is een knap geproduceerd album, maar het is wel een stuk subtieler en een stuk spannender dan we van Taylor Swift gewend zijn. Het zorgt ervoor dat Folklore keer op keer verrast met mooie klanken en arrangementen, met vaak een hoofdrol voor de piano, en dat haar stem veel mooier klinkt dan op de wat schreeuwerige popplaten die ze de afgelopen jaren uitbracht. 

Het spannende hoor je niet alleen in de instrumentatie, maar ook in de songs, die absoluut lekker in het gehoor liggen, maar veel dieper graven dan de songs op haar vorige albums. Dat doen ze overigens ook in tekstueel opzicht, want Folklore is een persoonlijk en emotioneel album. Het is een album dat me af en toe wel wat doet denken aan het briljante Norman Fucking Rockwell van Lana del Rey, dat overigens ook door Jack Antonoff geproduceerd werd. 

Ik was eigenlijk direct onder de indruk van Folklore, maar het is een album waarop veel te ontdekken valt en dat groeit en groeit. Zeker bij beluistering met het koptelefoon hoor je goed hoe knap het allemaal in elkaar steekt en hoe mooi het klinkt. Het is na de Taylor Swift van de countrypop en de Taylor Swift van de pure pop weer een andere Taylor Swift die opduikt op Folklore en het levert een onverwacht sterk album op. Erwin Zijleman

Folklore is vooralsnog alleen verkrijgbaar via de streaming media diensten. Cd en vinyl volgen in november, maar kunnen alleen deze maand besteld worden via https://store.taylorswift.com/. Er zijn een aantal verschillende uitvoeringen beschikbaar.

   

zaterdag 25 juli 2020

Courtney Marie Andrews - Old Flowers

Courtney Marie Andrews maakt indruk met een relatief sober ingekleurd breakup album met indringende songs en vocalen die overlopen van gevoel en melancholie
Sinds Honest Life staat Courtney Marie Andrews op het netvlies van een grote groep liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek en net als zijn twee voorgangers maakt ook Old Flowers weer indruk met de prachtige stem van de Amerikaanse singer-songwriter en haar van melancholie overlopende songs. Op Old Flowers doet Courtney Marie Andrews er nog een schepje bovenop, want ze levert een breakup album vol weemoed af. Het is een album dat in vocaal opzicht imponeert, maar ook de sobere en wat eigentijdsere instrumentatie zorgt er voor dat Old Flowers me nog net wat beter bevalt dan de twee uitstekende voorgangers.

De Amerikaanse singer-songwriter Courtney Marie Andrews maakte flink wat jaren zonder al te veel succes muziek, maar sinds het in 2016 verschenen Honest Life stevig werd bewierookt door zowel de critici als door liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek, wordt ze gerekend tot de groten in het genre. 

Zowel Honest Life als de in 2018 verschenen opvolger May Your Kindness Remain leverden de singer-songwriter uit Phoenix, Arizona, de vergelijking op met grootheden als Emmylou Harris, Linda Ronstadt, Joni Mitchell en Carole King. Dat is misschien net wat teveel eer, zelf dacht ik vooral aan Maria McKee, maar de vorige twee albums van Courtney Marie Andrews waren absoluut indrukwekkend te noemen. 

Na het vooral door folk en country beïnvloedde Honest Life, schoof de Amerikaanse singer-songwriter op May Your Kindness Remain voorzichtig op richting soul en gospel, maar wat bleef was haar geweldige stem en een flinke dosis weemoed en melancholie. De fraaie stem van Courtney Marie Andrews en flink wat melancholie zijn ook sfeerbepalend op Old Flowers. Waar Honest Life vier jaar geleden nog wat gedreven door heimwee, is Old Flowers een echt breakup album en het is er een die door de ziel snijdt. Courtney Marie Andrews verwerkt op haar nieuwe album het op de klippen lopen van een lange relatie en doet dit op indringende wijze. 

Ook in muzikaal opzicht is Old Flowers een bijzonder album. Waar op haar vorige album nog flink wat muzikanten aanschoven, werd Old Flowers gemaakt met slechts twee muzikanten en een producer. De van Bon Iver en Big Thief bekende Andrew Sarlo tekende voor de productie, terwijl Matthew Davidson (Twain) en James Krivchenia (Big Thief) de meeste instrumenten voor hun rekening namen. 

Het levert een geluid op dat afwijkt van de vorige twee albums, al hoor je dat nog niet direct in de vol ingekleurde openingstrack. In veel tracks op het album kiest Courtney Marie Andrews voor vooral met piano ingekleurde songs, al zijn er meestal ook wel accenten van drums en bas en duiken afwisselend onder andere een pedal steel, een pomporgel, een mellotron en een akoestische gitaar op. Het relatief sobere geluid past goed bij de met melancholie doordrenkte songs op het breakup album Old Flowers en het is bovendien een geluid dat de stem van de singer-songwriter uit Phoenix alle ruimte geeft. 

Door het wat meer door piano en zang gedomineerde geluid schuift Old Flowers wat op van country en folk naar 70s singer-songwriter muziek, al zijn invloeden uit de country en folk zeker niet verdwenen uit de muziek van Courtney Marie Andrews. 

De keuze voor producer Andrew Sarlo heeft ook absoluut invloed gehad op het geluid op Old Flowers. Zeker wanneer synths worden ingezet, zoals in het wonderschone Together Or Alone, klinkt het album moderner dan de vorige albums, die nog wat meer in de jaren 70 bleven hangen. Hier en daar schuurt het wat en hier en daar klinkt het zelfs wat lo-fi, met hier en daar een vleugje Big Thief, maar het past verrassend goed bij de stem van Courtney Marie Andrews. 

Het is deze stem die Old Flowers uiteindelijk weer ver boven het maaiveld uit tilt en die er voor zorgt dat ook het nieuwe album van Courtney Marie Andrews niet alleen van hoog niveau is, maar ook nog eens keihard binnen komt. Bijzonder indrukwekkend. Erwin Zijleman

De muziek van Courtney Marie Andrews is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://courtneymarieandrews.bandcamp.com.


Old Flowers van Courtney Marie Andrews is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

vrijdag 24 juli 2020

Silverbacks - Fad

Geen idee wat er in het water zit in Dublin, maar de Ierse hoofdstad levert met Silverbacks nog maar eens een onweerstaanbaar lekker en stronteigenwijs gitaarbandje af
Luister naar de eerste noten van Fad van Silverbacks en je waant je in het geboortejaar van de Britse postpunk. Je blijft daar vervolgens maar even hangen, want het debuut van Silverbacks schiet alle kanten op. Soms is het net zo aanstekelijk als Franz Ferdinand of zelfs The Strokes, maar Silverbacks kiest ook nadrukkelijk voor ruwe randjes en het experiment. Het schuurt dicht tegen stadgenoten Fontaines D.C. en The Murder Capital aan, maar het klinkt allemaal weer net wat anders. Soms onweerstaanbaar lekker en reuze aanstekelijk, soms stekelig en tegendraads, maar altijd fris en urgent. Weer een leuk bandje uit Dublin.

Wanneer het gaat om leuke nieuwe gitaarbands wordt de strijd tussen Engeland en Ierland de afgelopen jaren met glans gewonnen door de Ieren. Met een nieuw album van Fontaines D.C. op komst hebben de Ieren ook dit jaar verreweg de beste papieren, maar Dublin heeft nog meer jonge gitaarbands achter de hand. 
Vorig jaar waren er het baanbrekende album van Girl Band en het prima album van The Murder Capital en deze week is er het debuut van de eveneens uit Dublin afkomstige band Silverbacks. 

Op Fad laat Silverbacks horen dat het deels in dezelfde vijver vist als Fontaines D.C en The Murder Capital. Het debuut van de Ierse band laat immers een duidelijke voorliefde horen voor de postpunk zoals die aan het eind van de jaren 70 in het Verenigd Koninkrijk werd gemaakt. En net als haar stadgenoten kiest Silverbacks niet voor grootse en meeslepende postpunk die (mogelijk ooit weer) stadions kan vullen, maar voor rauwe en stekelige songs vol venijn. 

Het album opent direct heerlijk met een springerig ritme en een al even springerig gitaarloopje, dat wordt gecombineerd met lekker nonchalante zang. Het neemt je aan de ene kant mee terug naar de hoogtijdagen van de eerste postpunk golf, maar Silverbacks klinkt ook zeker eigentijds. Bovendien beperkt de Ierse band zich zeker niet tot de vaste kaders en gebaande paden van de postpunk. 

Openingstrack Dunkirk kiest na een postpunk start voor flink wat experiment, waarbij uitstapjes richting indiepop, indierock, noiserock, 70s New Wave (hier en daar hoor je flink wat van Television), lo-fi en psychedelica niet uit de weg worden gegaan. Het houdt de muziek van Silverbacks spannend en sprankelend. Fad heeft ook nog eens de ruwe energie en spontaniteit van een stel jonge honden, maar spelen kunnen ze absoluut. 

De basloopjes klinken heerlijk donker, de drums zijn even doeltreffend als speels en met name het gitaarwerk schiet alle kanten op, maar weet steeds weer te verleiden met onweerstaanbare loopjes en riffs, die steeds weer genres overstijgen. Ook de zang vind ik dik in orde, zeker wanneer je gewend bent aan de bijna gesproken teksten. De songs van de band zijn absoluut aanstekelijk te noemen en zijn hier en daar niet vies van een vleugje Franz Ferdinand of zelfs The Strokes, maar het blijft toch ook allemaal heerlijk eigenwijs en prikkelend. Als er opeens dromerige vrouwenvocalen opduiken in de muziek van Silverbacks, schuift de band zomaar op richting Belle & Sebastian of toch de Pixies, totdat de zanger de band weer terug sleurt naar de postpunk. 

In 35 minuten jaagt de Ierse band er maar liefst dertien tracks doorheen, waartussen een drietal intermezzo’s. Het zijn niet allemaal instant klassiekers, maar het debuut van Silverbacks bevat absoluut een bovengemiddeld aantal geweldige songs. Met name wanneer de band vol kiest voor de postpunk is de overredingskracht van de Ieren groot, maar aan de andere kant zijn het juist de uitstapjes buiten het genre die de band bestaansrecht geven en als de band even U2 naar de kroon steekt, klinkt de muziek van laatstgenoemden opeens wel erg gezapig. Volgende week weten we hoe Fad van Silverbacks zicht verhoudt tot het nieuwe album van Fontaines D.C., maar dat de Britten ook dit jaar weer een flinke nederlaag lijden is wel zeker. Erwin Zijleman

De muziek van Silverbacks is ook  verkrijgbaar via bandcamp: https://silverbacks.bandcamp.com/album/fad.


Fad van Silverbacks is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

Joy Division - Closer, 40th Anniversary Edition

Veertig jaar geleden kon ik er niet zo veel mee, maar bij de hernieuwde kennismaking met Joy Division’s Closer kan ik alleen maar concluderen dat het een prachtplaat is
Veertig jaar geleden verscheen Closer, het tweede album van de Britse band Jo Division. Zanger Ian Curtis zou de release niet meer mee maken, wat het album nog wat extra lading mee gaf. Closer was me veertig jaar geleden veel te donker of zelfs deprimerend, maar wat is het een prachtalbum. De drums, de bassen, de gitaren, de synths; alles vormt een blauwdruk voor veel muziek die in de jaren 80 gemaakt zou worden. En dan is er ook nog de bijna wanhopige zang van Ian Curtis. Ik kon er veertig jaar geleden niet veel mee, maar inmiddels vind ik het echt prachtig. Zijn die reissues er toch niet helemaal voor niets, want dit album moet je gehoord hebben.

In mijn platenkast staan al een jaar of veertig de eerste twee albums van Joy Division. Het waren albums waar je in 1979 en 1980 vrijwel niet omheen kon, al was het maar vanwege de zeer lovende recensies, maar als ik heel eerlijk ben, kon ik er destijds niet zo heel veel mee. De donkere bassen, de vervormde gitaren en dan ook nog eens de gedeprimeerde zang van Ian Curtis; je moest er absoluut tegen kunnen en dat kon ik destijds niet. 

Ik heb de platen van Joy Division ook nooit meer uit de platenkast gehaald, maar ze kregen deze week wel gezelschap van de reissue van Closer, dat dit jaar zijn veertigste verjaardag viert. Ian Curtis zou de geboorte van het album niet eens meer mee maken, want hij maakte een eind aan zijn leven voordat Closer het daglicht zag. 

Ik heb het album voor mijn gevoel maar een paar keer beluisterd, maar het moet vaker zijn geweest, want zodra de eerste noten van het nieuwe vinyl uit de speakers kwamen, was het een feest van herkenning, al gaan Joy Division en feest eigenlijk niet samen. Openingstrack Atrocity Exhibition joeg me veertig jaar geleden direct op de kast, maar wat is het goed. De roffelende drums van Stephen Morris (die vorig jaar een prachtig boek schreef over zijn jaren in Joy Division), de diepe baslijnen van Peter Hook, de zwaar vervormde gitaren van Bernard Albrecht en de aardedonkere zang van Ian Curtis; het valt voor mij opeens allemaal op zijn plek, net als de al even mooie als ruwe productie van de legendarische Martin Hannett. 

Wat mij veertig jaar geleden niet wist te raken, komt nu opeens hard binnen. In muzikaal opzicht is het spannend maar ook uiterst trefzeker en in de stem van Ian Curtis hoor je de ellende en de wanhoop. Het is een prachtig begin van een album dat al veertig jaar een klassieker is, maar nu ook voor mij dit predicaat verdient. 

Closer vervolgt met het lichtvoetigere Isolation dat nog steeds opvalt door diepe bassen, maar de roffelende drums heeft verruild voor een strak ritme en de vervormde gitaren voor wat kleurigere synths. Ian Curtis klinkt ook net wat opgewekter, al is dat in zijn geval een relatief begrip. Passover is wat meer ingetogen en stemmiger, met een wat subtielere instrumentatie en bijzonder indringende vocalen. Colony is weer wat steviger, maar waar ik de track 40 jaar geleden nauwelijks kon verdragen is het nu vooral indrukwekkend. 

A Means To An End is zowaar dansbaar en brengt direct herinneringen naar de doomy dansvloeren van de jaren 80 naar boven. Heart And Soul is wat experimenteler, maar is ook een blauwdruk voor de betere 80s new wave, net als Twenty Four Hours dat klinkt als de jonge Simple Minds met levenservaring. The Eternal klinkt weer totaal anders. Donkerder, ingetogener en bijna sereen wanneer de stem van Ian Curtis, die opeens minder gedeprimeerd klinkt wordt begeleid door piano, waarna het door synths gedomineerde Decades fraai afsluit met een vleugje Kraftwerk en de indringende laatste noten van Ian Curtis. 

Ik had er veertig jaar geleden maar weinig mee, maar vind het nu allemaal even mooi en indrukwekkend. Toch ook nog maar eens naar Unknown Pleasures luisteren, want daarvan heb ik de reissue vorig jaar nog laten liggen. Erwin Zijleman


De 40th Anniversary Edition van Closer van Joy Division is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

donderdag 23 juli 2020

S.G. Goodman - Old Time Feeling

Wat een geweldig debuut van S.G. Goodman, die zich met haar mooie geluid, haar geweldige zang en haar sterke songs in één keer schaart onder de smaakmakers in het genre
Ik had een week geleden nog nooit van S.G. Goodman gehoord, maar wat ben ik onder de indruk van haar debuut Old Time Feeling. Ik werd onmiddellijk gegrepen door haar geweldige stem vol emotie, maar ook het geluid van haar band is prachtig, net als de productie van My Morning Jacket voorman Jim James. Old Time Feeling staat ook nog eens vol met geweldige songs en kan bovendien in meerdere hoeken van de Amerikaanse rootsmuziek uit de voeten. In eerste instantie is het vooral de stem van S.G. Goodman die je bij de strot grijpt, maar vaker ik luister hoe beter het debuut van de singer-songwriter uit Kentucky wordt.

Er zijn niet heel veel debuutalbums die binnen slechts een paar noten een onuitwisbare indruk maken, maar Old Time Feeling van S.G. Goodman is er absoluut een. Het debuutalbum van Shania Goodman uit Murray, Kentucky, opent met prachtige ruimtelijke gitaarlijnen, waarna S.G. Goodman invalt met haar stem. Het is een stem vol vuur, emotie en doorleving en het is een stem die mij onmiddellijk in een wurggreep hield. 

Ik hield direct van de stem van S.G. Goodman, maar ook de muzikanten die haar begeleiden in de openingstrack van haar debuutalbum maken indruk met even subtiel als trefzeker spel, met een prachtige gitaarsolo als kers op de taart. 

S.G. Goodman had van mij nog negen keer mogen variëren op de prachtige openingstrack, die ik in het hokje country-noir zou duwen, maar in de tweede track laat ze horen dat ze op meerdere terreinen uit de voeten kan. In deze tweede track laten haar muzikanten horen dat ze ook kunnen rocken en dat past verrassend goed bij de stem van S.G. Goodman, die in eerste instantie gemaakt lijkt voor de countrymuziek. 

In alle tracks op het album hoor je dat Shania Goodman opgroeide aan de oevers van de Mississippi en de muziek met de paplepel kreeg ingegoten. Net zoals zoveel van haar soortgenoten begon ze in het lokale kerkkoor, maar met haar debuut kan ze zomaar uitgroeien tot de selecte groep van smaakmakers binnen de Amerikaanse rootsmuziek. 

Old Time Feeling bestrijkt binnen de Amerikaanse rootsmuziek een breed palet, maar S.G. Goodman kan het allemaal makkelijk aan en blijft maar de sterren van de hemel zingen. De muzikanten die haar omringen maken bijna net zoveel indruk, want wat klinkt de instrumentatie op Old Time Feeling fantastisch. Het verraadt de hand van een groot muzikant en producer en dat blijkt te kloppen, want niemand minder dan My Morning Jacket voorman Jim James produceerde het debuut van S.G. Goodman. Het is met name het bij vlagen heerlijk rauwe gitaarwerk dat keer op keer diepe indruk maakt. Het is gitaarwerk dat volgens S.G. Goodman is geïnspireerd door het titelloze debuut van Link Wray uit 1971, fantastische plaat overigens, al hoor ik dat niet echt. 

Old Time Feeling bestrijkt niet alleen verschillende genres, maar varieert ook flink met het tempo. Vooral in de wat meer ingetogen tracks hoor je goed dat de stem van S.G. Goodman niet alleen krachtig maar ook gevoelig kan klinken, wat weer prachtig contrasteert met de jankende pedal steel op de achtergrond, maar ook als het tempo flink wordt opgevoerd imponeert S.G. Goodman met haar stem. 

Het debuut van de singer-songwriter uit Kentucky heeft nog meer te bieden dan prachtige klanken en zang die je bij de strot grijpt, want ook de verhalen die S.G. Goodman op haar debuut vertelt verraden veel talent. En dan zijn er ook nog eens de songs, die zich in de meeste gevallen net zo genadeloos opdringen als de zang van de Amerikaanse singer-songwriter en keer op keer prachtig zijn opgebouwd. 

Old Time Feeling van S.G. Goodman is een debuut dat in deze rare tijden makkelijk over het hoofd gezien kan worden, maar dat zou doodzonde zijn. Het is immers ook een debuut dat aan het eind van het jaar mee kan met de beste albums in het genre en dat bovendien veel belooft voor de toekomst. S.G. Goodman: onthouden die naam! Erwin Zijleman

Voor een LP of cd ben je vooralsnog aangewezen op de webshop van S.G. Goodman: https://shop.sggoodman.net/.

   

woensdag 22 juli 2020

Lianne La Havas - Lianne La Havas

Lianne La Havas verleidt wederom met lome, zwoele en zonnige klanken en met haar geweldige stem, maar ze laat dit ook meer van zichzelf zien
Het derde album van Lianne La Havas heeft geen titel mee gekregen en wordt een breakup album genoemd. Dat hoor je ten dele in de teksten, maar in muzikaal en vocaal opzicht is ook het nieuwe album van de Britse singer-songwriter weer loom, warmbloedig, zonnig en aangenaam. In de openingstrack lijkt het nog even zwaar geproduceerd, maar langzaam maar zeker hoor je steeds meer van Lianne La Havas, die niet alleen een geweldige zangeres is, maar ook een getalenteerde muzikante en een uitstekend songwriter. Haar nieuwe album is de perfecte soundtrack voor een mooie zomeravond, maar ook een album dat verder uitpluizen verdient.

De Britse singer-songwriter Lianne La Havas neemt tot nu toe de tijd voor haar albums. Ze debuteerde acht jaar geleden met het warm onthaalde Is Your Love Big Enough? en is na Blood uit 2015 deze week pas toe aan haar derde album. 

Ik moet eerlijk toegeven dat, hoewel ik zeer gecharmeerd was van de eerste twee albums van de Britse singer-songwriter, ik eigenlijk nooit meer luister naar de muziek van Lianne La Havas, waardoor haar derde album voelt als een hernieuwde kennismaking. 

Het derde album van Lianne La Havas heeft geen titel mee gekregen, wat bijdraagt aan het gevoel van een nieuwe start. Toch ligt het nieuwe album van Lianne La Havas voor een belangrijk deel in het verlengde van zijn twee voorgangers. De Britse singer-songwriter gaat ook op haar nieuwe titelloze album vooral aan de haal met invloeden uit de soul, pop en R&B en opereert hiermee in hetzelfde straatje als landgenoten Corinne Bailey Rae en Joss Stone, waarvan overigens de laatste jaren maar heel weinig is vernomen. 

Op het eerste gehoor is er misschien niet veel nieuws onder de zon, maar dat betekent ook dat Lianne La Havas makkelijk verleidt met heerlijk lome en zonnige klanken, die worden gedragen door haar prachtige en heerlijk soulvolle stem. Het wederom door Matt Hales (in het verleden bekend als Aqualung) geproduceerde nieuwe album voelt direct vanaf de eerste noten aan als het spreekwoordelijke warme bad en nodigt nadrukkelijk uit tot luieren op een warme zomerdag. 

De zwoele en lome klanken liggen niet alleen bijzonder lekker in het gehoor maar worden ook fraai gecombineerd met de prachtige stem van Lianne La Havas, die vergeleken met de meeste jonge soulzangeressen van het moment ook prachtig zwoel en ingetogen kan zingen. Het nieuwe album van de Britse singer-songwriter is in essentie een breakup-album, maar de songs op het album blijven zeker niet steken in verdriet. Een aantal tracks op het album kijkt terug op de liefde die inmiddels achter Lianne La Havas ligt, maar nieuwe liefde ligt nadrukkelijk op de loer. 

Het derde album van de muzikante uit Londen opent met een nogal zwaar aangezette productie, die uitstekend zou passen bij Joss Stone, maar ik voor Lianne La Havas net wat ze zwaar vind. Het wordt al snel aangepast in de volgende songs, waarin meer ruimte is voor het folky en jazzy gitaarspel dat we kennen van haar vorige albums en waarin het geluid net wat lichtvoetiger is. 

Je hoort dan dat Lianne La Havas geen 13 in een dozijn zangeres is, maar een getalenteerd muzikante en zangeres, die interessante eigen keuzes durft te maken, waaronder het coveren van Radiohead’s Weird Fishes. Het album klinkt zoals gezegd loom, zonnig en aangenaam, maar in muzikaal en vocaal opzicht steekt het allemaal razend knap in elkaar, zeker wanneer jazzy accenten worden toegevoegd aan de muziek en ook de productie van Matt Hales verdient een pluim. 

Zoals eerder gezegd was ik ook te spreken over de eerste twee albums van Lianne La Havas, maar waren het ook albums die betrekkelijk snel vervlogen. De tijd zal leren of dat dit keer anders is, maar vooralsnog heb ik goede hoop. Het derde album van Lianne La Havas laat immers nog wat meer een eigen geluid horen en bevat bovendien flink wat songs die al snel veel meer doen dan vermaken. Erwin Zijleman


Lianne La Havas van Lianne La Havas is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

dinsdag 21 juli 2020

Protomartyr - Ultimate Success Today

Protomartyr zet een indrukwekkende volgende stap op een vooral donker of zelfs duister album vol muzikaal en vocaal vuurwerk en songs die zich genadeloos opdringen
Protomartyr leverde de afgelopen jaren al twee geweldige albums af, maar Ultimate Succes Today is nog veel indrukwekkender. De band uit Detroit vermengt invloeden uit de postpunk, noiserock en indie-rock en combineert loodzware bassen met inventief drumwerk, prachtige gitaarmuren en een tegendraadse saxofoon. Het kleurt prachtig bij de zang van voorman Joe Casey, die zijn teksten met veel venijn en urgentie uitspuugt. Het komt allemaal samen in songs die je onmiddellijk bij de strot grijpen en vervolgens steeds mooier en imposanter worden. Wederom jaarlijstjesmateriaal van Protomartyr, dat is meer dan duidelijk.

De Amerikaanse band Protomartyr haalde ik een jaar of vijf geleden uit een aantal, met name Amerikaanse, jaarlijstjes, waarin The Agent Intellect, het derde album van de band uit Detroit, Michigan, terecht de hemel in werd geprezen. 

Protomartyr maakte op The Agent Intellect muziek die absoluut viel te omschrijven als postpunk, maar waar dit genre in de tweede en derde postpunk golf steeds grootser en meeslepender, maar ook steeds toegankelijker werd, zat de muziek van Protomartyr dichter tegen de postpunk uit de late jaren 70 aan. The Agent Intellect was donker en dreigend, maar ook rauw en tegendraads, wat het album inderdaad jaarlijstjeswaardig maakte. 

Vreemd genoeg heb ik het in 2017 verschenen Relatives In Descent ook pas opgepikt toen het aan het eind van het betreffende jaar in jaarlijstjes opdook, waar overigens niets op viel af te dingen, want het vierde album van de band uit Detroit was nog beter dan zijn voorganger. Ik laat het dit jaar voor de afwisseling maar eens niet op de jaarlijstjes aan komen. Dat het deze week verschenen Ultimate Success Today hier in gaat terecht komen lijkt me overigens zeker, want wat heeft Protomartyr weer een indrukwekkend album afgeleverd. 

Direct in de openingstrack maakt de Amerikaanse band een onuitwisbare indruk met een aardedonkere track vol diepe bassen, stuwende drums en gitaarlijnen die steeds breder uitwaaien maar ook steeds steviger worden. Het zijn vaste ingrediënten binnen de postpunk, maar het klinkt bij Protomartyr net wat interessanter en dreigender. Wat tegendraadse saxofoon uithalen laten horen dat de band uit Detroit een stuk eigenzinniger is dan de meeste van haar soortgenoten. Dat hoor je ook nadrukkelijk in de zang. Voorman Joe Casey spuugt zijn teksten met veel venijn uit en doet dat, wanneer de gitaren aanzwellen, met steeds wat meer nadruk. 

Hoe goed de band is hoor je goed in de tweede track waarin Protomartyr imponeert met een meedogenloze gitaarriff, die wordt gecombineerd met fantastisch drumwerk, een dit keer prachtig melodieus spelende saxofoon en met nog wat venijniger klinkende zang van Joe Casey. Het doet wel wat denken aan de muziek van The Clash of Big Audio Dynamite, maar het is ook onmiskenbaar Protomartyr. 

Invloeden uit de postpunk spelen nog altijd een belangrijke rol in de muziek van de Amerikaanse band, maar vergeleken met de vorige albums hebben invloeden uit de noiserock en de indie-rock aan terrein gewonnen en kiest Protomartyr bovendien voor een wat ruimtelijker geluid. Het pakt allemaal fantastisch uit. Ultimate Success Today is een donker album waar de urgentie van af spat, maar het is ook een album vol muzikaal en vocaal vuurwerk en een album vol songs die aankomen als de spreekwoordelijke mokerslag. 

De drummer en de gitarist van de band blijven maar salvo’s op je afvuren en zanger Joe Casy doet vrolijk mee met vocalen die inslaan als granaten. Het is de perfecte soundtrack voor deze donkere en onzekere tijden, al hoop ik toch dat de toekomst er beter uitziet dan Protomartyr op haar nieuwe album schetst. Met wat muzikaal doemdenken is echter niets mis, zeker niet als het wordt gecombineerd met zoveel muzikaal avontuur. Het is avontuur dat uiteindelijk nog omslaat in wat meer ingetogen en eveneens klanken, al worden de donkere wolken nooit helemaal verdreven. Prachtplaat, dat zal duidelijk zijn. Erwin Zijleman

De muziek van Protomartyr is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://protomartyr.bandcamp.com/album/ultimate-success-today.


Ultimate Success Today van Protomartyr is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

maandag 20 juli 2020

Samantha Crain - A Small Death

Samantha Crain keert na een aantal jaren vol tegenslag terug met een mooi en persoonlijk album, waarop ze ook haar muzikale grenzen nog eens weet te verleggen
Samantha Crain leek een paar jaar geleden nog op weg naar een glanzende carrière als singer-songwriter, maar een aantal auto-ongelukken gooiden roet in het eten. Na lange revalidatie is ze nu terug met A Small Death en het blijkt een bijzonder fraai album. Het is een album dat wordt gedragen door de zo karakteristieke stem van Samantha Crain en haar expressieve voordracht, maar het is ook een album dat indruk maakt met persoonlijke songs die in e meeste gevallen bijzonder fraai zijn ingekleurd en die zich zeker niet uitsluitend in het hokje folk laten duwen. We hebben er drie jaar op moeten wachten, maar A Small Death was het wachten zeker waard.

Samantha Crain dook in 2013 op met het bijzonder fraaie Kid Face, dat terecht zeer warm werd onthaald door liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek. Vervolgens bleek dat ze in de voorliggende jaren ook al twee uitstekende albums had gemaakt, die alsnog de waardering kregen die ze al eerder verdienden. Een nieuwe ster in het genre leek geboren. 

Kid Face werd in 2015 gevolgd door Under Branch And Thorn And Tree en in 2017 door You Had Me At Goodbye. Ook de opvolgers van Kid Face waren prima albums, die niet onderdeden voor de eerdere albums, maar ze kregen toch net wat minder aandacht dan het album waarmee Samantha Crain in 2013 zo opvallend opdook. 

De afgelopen drie jaar was het betrekkelijk stil rond de singer-songwriter uit Shawnee, Oklahoma, en dat was niet voor niets. Haar gezondheid liet haar vanaf 2017 in de steek na een aantal (!) auto-ongelukken, die het haar lange tijd onmogelijk maakten om gitaar te spelen. Een periode van lange revalidatie en therapieën volgde, maar in het voorjaar van 2019 kon Samantha Crain weer de studio in en werd in Oklahoma City, Oklahoma, de basis gelegd voor A Small Death. 

De Amerikaanse singer-songwriter heeft haar nieuwe album grotendeels zelf gemaakt, want ze tekende niet alleen voor de songs, de gitaren en de zang, maar nam ook een aantal andere instrumenten en de productie van het album voor haar rekening. Uiteindelijk werd A Small Death verrijkt met de bijdragen van andere muzikanten, waardoor de relatief sobere songs op het album toch nog zijn voorzien van fraaie versiersels van onder andere bas, pedal steel, synths, accordeon en verschillende blazers. 

De vorige albums van Samantha Crain ontleenden een deel van hun kracht aan de expressieve voordracht van de singer-songwriter uit Oklahoma en aan haar bijzondere stem en die stem en voordracht spreken ook op A Small Death weer zeer tot de verbeelding. Het zorgt er voor dat het album zich makkelijk weet te onderscheiden van vergelijkbare albums.

Samantha Crain heeft Indiaanse wortels (je hoort het in de voorlaatste track), maar kreeg thuis met name de Amerikaanse folk met de paplepel ingegoten. Je hoort het nog altijd in haar songs, die ook dit keer gedreven en urgent klinken en die zich ondanks de sobere instrumentatie stevig opdringen. 

Samantha Crain heeft een aantal zware jaren achter de rug en dat hoor je op A Small Death, dat over de hele linie melancholisch klinkt. Op A Small Death kijkt Samantha Crain zeker niet alleen terug op de jaren van revalidatie, maar zeker ook op haar jeugd, die ook niet altijd makkelijk was. Ondanks alle ellende straalt A Small Death vooral kracht en optimisme uit. 

Het album valt verder op door de veelzijdigheid. Een aantal ingetogen folksongs sluit naadloos aan op het eerdere werk van Samantha Crain, maar zeker de songs waarin blazers een belangrijke rol spelen doen ook wat jazzy aan. A Small Death experimenteert incidenteel ook nog eens met net wat steviger werk en ook dat is bij Samantha Crain in goede handen. 

A Small Death is wel een album dat aandacht vraagt. Wanneer het op de achtergrond blijft er bij mij niet zo gek veel hangen, terwijl het album een enorme impact heeft wanneer je het met volledige aandacht en met de koptelefoon beluistert, waarna de bijzondere zang en de fraaie instrumentatie pas goed te horen zijn. A Small Death is al met al een waardig opvolger van de vorige albums van Samantha Crain, die nog altijd niet heel bekend is, maar inmiddels toch een mooi en indrukwekkend stapeltje albums op haar naam heeft staan. Ook dit is er weer een. Erwin Zijleman

De muziek van Samantha Crain is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://samanthacrain.bandcamp.com/album/a-small-death.


A Small Death van Samantha Crain is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

zondag 19 juli 2020

The Chicks - Gaslighter

Na lange afwezigheid keren The Dixie Chicks terug als The Chicks met een album dat hun wat traditioneel aandoende rootsgeluid op bijzonder overtuigende wijze het heden in sleurt
De afgelopen weken ging het vooral om het laten vallen van het woord Dixie uit hun naam, maar nu is er Gaslighter, de opvolger van Taking The Long Way uit 2006. The Chicks hebben hun vertrouwde geluid deels behouden, maar hebben het, samen met producer Jack Antonoff, ook grondig gemoderniseerd. Het pakt verrassend goed uit. Zowel in muzikaal, vocaal als productioneel opzicht is Gaslighter een indrukwekkend album, maar ook de songs en de persoonlijke teksten van Natalie Maines, die een vechtscheiding van zich af zingt, spreken zeer tot de verbeelding. Al met al een glorieuze terugkeer van The Chicks.

Dit jaar zou het Amerikaanse trio The Dixie Chicks ruim 14 jaar na Taking The Long Way dan eindelijk terugkeren met een nieuw studioalbum. Ten tijde van het vorige album lagen Natalie Maines, Emily Strayer en Martie Maguire nog altijd flink onder vuur in het conservatieve deel van de Verenigde Staten omdat ze de oorlogen van George W. Bush in twijfel durfden te trekken. 

Dit conservatieve deel van de VS zal waarschijnlijk ook niet veel goede woorden over hebben voor het besluit van de band om het woord Dixie (een verwijzing naar de zuidelijke staten van de VS ten tijde van de Amerikaanse burgeroorlog) uit haar naam te halen. Daarom prijkt op Gaslighter niet de naam van The Dixie Chicks, maar vormen Natalie Maines, Emily Strayer en Martie Maguire nu The Chicks. 

Gaslighter kwam er zeker niet zonder slag of stoot. The Chicks begonnen al in 2016 aan de opvolger van Taking The Long Way, maar het was na lange afwezigheid niet makkelijk om de draad weer op te pakken. Het ging pas lopen toen het trio de samenwerking zocht met topproducer Jack Antonoff. Het is de producer die Taylor Swift transformeerde in een popprinses, maar het is ook de man achter onder andere Carly Rae Jepsen, Lana Del Rey en Lorde. 

Ook de samenwerking tussen The Chicks en Jack Antonoff is wat mij betreft een geslaagde. Natalie Maines, Emily Strayer en Martie Maguire zijn er op Gaslighter in geslaagd om hun zo herkenbare geluid te behouden, maar het album klinkt ook fris en eigentijds. Amerikaanse rootsmuziek stroomt nog altijd nadrukkelijk door de aderen van The Chicks, maar Gaslighter schuwt ook uitstapjes richting pop niet. Dat laatste hoor je vooral in de instrumentatie, die voller, elektronischer en moderner klinkt dan die op de vroege albums van The Dixie Chicks (wonderlijk hoe Allmusic.com doet alsof de band altijd al The Chicks heet). 

Het akoestische geluid van Natalie Maines, Emily Strayer en Martie Maguire is overgoten met een eigentijds klinkend Jack Antonoff sausje en dat pakt verrassend goed uit. De combinatie van organische klanken, elektronica en een flink laagje chroom past nog altijd prachtig bij de rootsy vocalen van Natalie Maines en de harmonieën van het drietal. The Chicks zijn er in geslaagd om een aantal karakteristieke kenmerken van het oude geluid van het drietal te behouden, maar ze slepen dit geluid ook op overtuigende wijze het heden in en raken hier en daar aan landgenoten HAIM. 

Gaslighter is daarom zeker geen 13 in een dozijn popalbum, maar een album waarop pop en roots op fraaie wijze worden gecombineerd met de instrumentale en vocale kwaliteiten van The Chicks en met het vermogen van het trio om memorabele songs te schrijven. Gaslighter is een album vol lekker in het gehoor liggende songs, maar het zijn ook songs waarin The Chicks verrassend diep graven, met grote regelmaat het experiment opzoeken en Natalie Maines ook nog haar frustraties over een vervelende echtscheiding kwijt kan. 

Ook in productioneel opzicht is Gaslighter een kunststukje. Het is knap hoe Jack Antonoff er steeds weer in slaagt om flarden van het oude Dixie Chicks geluid op te laten borrelen en dit vervolgens te voorzien van zijn eigen hand. Het is na lange afwezigheid altijd even afwachten of de oude magie nog aanwezig is, maar Gaslighter van The Chicks loopt over van deze magie. Erwin Zijleman


Gas Lighter van The Chicks is verkrijgbaar via de Mania webshop: