20 juni 2024

Joana Serrat - BIG WAVE

De Spaanse muzikante Joana Serrat is in Nederland helaas nog altijd vrij onbekend, maar levert ook met het wat ruwere en donkerdere BIG WAVE weer een uitstekend album af, dat echt alle aandacht verdient
Ondanks mijn liefde voor de vorige albums van Joana Serrat had ik het nieuwe album van de Spaanse muzikante bijna gemist. Dat zou doodzonde zijn geweest, want met BIG WAVE voegt Joana Serrat weer een fascinerend hoofdstuk toe aan haar oeuvre. De ooit als folky begonnen muzikante omringt zich dit keer door een veel ruwer en gruiziger geluid, waarin gitaren de hoofdrol spelen. Het is een behoorlijk donker geluid, maar als Joana Serrat zingt schijnt nog altijd de zon. Het is knap hoe de Spaanse muzikante op haar nieuwe album weer flink anders klinkt dan op haar vorige album, maar er ook in slaagt om een bijzonder hoog niveau vast te houden.



Het nieuwe album van de Spaanse muzikante Joana Serrat is eerder deze maand bijna geruisloos verschenen in Nederland. Ondanks het feit dat ik haar vorige albums erg goed vond had ik de release van het nieuwe album daarom bijna gemist, maar gelukkig waren de Britse muziektijdschriften Mojo en Uncut wel bij de les. 

Met name Uncut is bijzonder positief over BIG WAVE en geeft het album de voor het tijdschrift (zeker voor een nieuwe release) redelijk zeldzame 9. Daar valt wat mij betreft niets op af te dingen, al is het maar omdat Joana Serrat op haar nieuwe album weer een andere kant van zichzelf laat horen, zonder aan kwaliteit in te boeten. 

BIG WAVE is het zesde album van de Spaanse muzikante, maar zelf ken ik er vijf. Ik ontdekte Joana Serrat aan het begin van 2015, toen het op dat moment al een jaar oude Dear Great Canyon, het tweede album van Joana Serrat, voor het eerst aandacht kreeg in Nederland. Het is een album waarop de muzikante uit Vic (bij Barcelona) zich vooral laat beïnvloeden door de folk(rock) en country(rock) albums uit de platenkast van haar vader en de invloeden uit het verleden combineert met een beetje dreampop en indierock in een prachtige productie van de van The Arcade Fire bekende Howard Bilerman. 

Het zijn invloeden die ook zijn te horen op het uit 2016 stammende en wederom dor Howard Bilerman geproduceerde Cross The Verge en op het in 2017 verschenen Dripping Sins, waarop Joana Serrat samenwerkt met Israel Nash. Op het samen met leden van Midlake gemaakte Hardcore From The Heart uit 2021 werd het vizier wat meer gericht op pop, maar de muziek van Joana Serrat bleef bijzonder en zeer aansprekend. 

Vorig jaar dook de Spaanse muzikante op met de gelegenheidsband Riders Of The Canyon, maar met BIG WAVE keert ze terug met een eigen album. Joana Serrat nam haar vorige albums op in Texas en ook BIG WAVE werd weer in de zuidelijke Amerikaanse staat opgenomen, met dit keer de van Centro-Matic, John Moreland, Jason Isbell & The 400 Unit en Nikki Lane bekende muzikant en producer Matt Pence achter de knoppen. 

Mojo hoort in de muziek op het nieuwe album van Joana Serrat invloeden van My Bloody Valentine en Cocteau Twins. Dat vind ik persoonlijk wat ver gezocht, al is de muziek op BIG WAVE, waarvoor de Spaanse muzikante een beroep deed op leden van Midlake en Mercury Rev, wel een bijzondere combinatie van dromerige en zweverige en rauwe en gruizige klanken. 

Het bij vlagen vervormde geluid op het album wordt gecombineerd met de mooie stem van Joana Serrat en dat is een bijzondere combinatie. Ik hou persoonlijk wel van het folky geluid van de muzikante uit Catalonië, maar ook het wat donkere en ruwe geluid op BIG WAVE is zeer aansprekend en ook dit geluid past prima bij de stem van Joana Serrat. 

Ik ben zoals gezegd zeer gecharmeerd van de vorige albums van de Spaanse muzikante, die het op het interessante muziekplatform MusicMeter.nl in de meeste gevallen helaas alleen met mijn observatie moeten doen. Ook voor BIG WAVE is er nog geen aandacht in Nederland, maar zoals Mojo en Uncut terecht concluderen is ook het nieuwe album van Joana Serrat weer een uitstekend album. 

Het is een album waarop gruizige gitaren en donkere wolken een belangrijke rol spelen, maar ook dit keer zijn de songs stuk voor stuk zeer aansprekend en hoor je nog steeds de folk- en countryinvloeden uit de platenkast van haar jeugd. Ik zou er zeker eens naar luisteren. Erwin Zijleman

De muziek van Joana Serrat is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van het label van de Spaanse muzikante: https://greatcanyonrecords.bandcamp.com/album/big-wave-lp.



19 juni 2024

Bored At My Grandmas House - Show & Tell

Onder de opvallende naam Bored At My Grandmas House brengt de Britse muzikante Amber Strawbridge met Show & Tell een zeer aangenaam klinkend, maar zeker ook interessant en veelzijdig debuutalbum uit
Show & Tell van Bored At My Grandmas House is de afgelopen week nog niet overladen met aandacht, maar dit is wat mij betreft een album dat je maar beter niet kunt missen. Amber Strawbridge schrijft immers zeer aansprekende songs met persoonlijke teksten en het zijn ook nog eens songs die zijn voorzien van een aantrekkelijk geluid vol mooie gitaarlijnen en van minstens even aansprekende zang. Het knappe van Show & Tell is echter vooral dat de Britse muzikante zich door meerdere genres laat beïnvloeden en alle inspiratie aan elkaar smeedt in een eigen geluid. Het levert twaalf songs op die onmiddellijk overtuigen, maar die ook verrassen en verbazen.


Ik geef eerlijk toe dat mijn interesse voor het album Show & Tell van Bored At My Grandmas House in eerste instantie vooral werd gewekt door de bijzondere bandnaam en vervolgens door het opvallende artwork. Pas hierna kwam de muziek aan bod, maar ook in muzikaal opzicht stimuleerde Show & Tell van Bored At My Grandmas House al snel mijn nieuwsgierigheid en interesse. 

Achter Bored At My Grandmas House gaat de Britse muzikante Amber Strawbridge schuil, die haar debuutalbum opnam met drummer Niall Summerton en bassist Alex Greaves. Laatstgenoemde produceerde het album ook en dat deed hij op fraaie wijze. Show & Tell is voorzien van een mooi geluid dat vooral gevuld wordt met de gitaren en synths van Amber Strawbridge. 

De volle klanken en met name het fraaie, melodieuze en ruimtelijke gitaarwerk op het album riepen bij mij in eerste instantie herinneringen op aan de hoogtijdagen van de dreampop. Die herinneringen werden nog wat duidelijker door de strak spelende ritmesectie en de dromerige stem van Amber Strawbridge. Inhibitions, op Spotify met afstand de meest beluisterde track van Bored At My Grandmas House, nam me onmiddellijk mee terug naar de hoogtijdagen van een band als Lush en vervolgens naar alle andere bands die de dreampop in de jaren 90 kleur gaven. 

Nu heb ik alleen de afgelopen weken al flink wat albums beluistert die de inspiratie zoeken en vinden bij de dreampop pioniers en de meeste van deze albums kunnen niet tippen aan de albums van de grote voorbeelden uit het verleden. Amber Strawbridge blijft op het debuutalbum van haar project Bored At My Grandmas House echter zeker niet hangen in het inmiddels zo bekende stramien van de dreampop. 

De songs van de muzikante uit Leeds schuiven makkelijk op richting 90s indierock, verwerken hier en daar op fraaie wijze invloeden uit de 80s new wave en vinden ook verbazingwekkend makkelijk aansluiting bij de indiepop en indierock van het moment en zijn bovendien niet vies van invloeden uit de bedroom pop. Het zijn allemaal bekende invloeden, waardoor Show & Tell van Bored At My Grandmas House direct bij de eerste kennismaking makkelijk in het gehoor ligt. 

Amber Strawbidge voorziet al haar songs van aantrekkelijke gitaarlijnen en dromerige synths en beschikt bovendien over een aansprekende stem, die haar songs voorziet van nog wat extra verleidingskracht. Het zijn songs die door de verschillende invloeden die worden verwerkt misschien bekend in de oren klinken, maar ik vind de songs van Bored At Grandmas House voldoende onderscheidend en ook voldoende eigenzinnig, wat na de bijzonder mooie en aangename klanken en zang een bonus is. 

Het verbaast me dan ook niet dat met name de Britse muziekpers behoorlijk enthousiast is over het eerste wapenfeit van Bored At My Grandmas House. Het Britse Far Out Magazine slaat wat mij betreft de spijker op de kop wanneer het stelt dat Amber Strawbridge er niet alleen in slaagt om goede en zeer persoonlijke songs te schrijven en deze op fraaie wijze te vertolken, maar bovendien een album heeft gemaakt dat steeds weer een net wat andere weg in slaat, waardoor je nieuwsgierig blijft naar iedere volgende song. Ik ken inmiddels alle twaalf de songs op Show & Tell en vind ze alle twaalf goed. Best een ontdekking dus en dat dankzij die opvallende naam. Erwin Zijleman

De muziek van Bored At My Grandmas House is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Britse muzikante: https://boredatmygrandmashouse.bandcamp.com/album/show-tell-2.



Jess Cornelius - CARE/TAKING

De Nieuw-Zeelandse muzikante Jess Cornelius debuteerde vier jaar geleden bijzonder fraai, maar legt de lat nog flink wat hoger op het veelzijdige en eigenlijk niet in een hokje te duwen CARE/TAKING
Het debuutalbum van de oorspronkelijk uit Nieuw-Zeeland afkomstige maar inmiddels vanuit Los Angeles opererende Jess Cornelius kreeg vier jaar geleden niet heel veel aandacht. Dat is jammer want het was een eigenzinnig album dat op geheel eigen wijze zeer uiteenlopende invloeden verwerkte. Dat doet Jess Cornelius ook weer op het deze week verschenen CARE/TAKING, dat op een of andere manier direct bekend in de oren klinkt, zonder dat je kunt zeggen waar het nu precies op lijkt. Net als op haar debuutalbum laat Jess Cornelius zich door van alles beïnvloeden en nog meer dan op dat album verwerkt ze alle inspiratie op CARE/TAKING in een eigen geluid.



De naam Jess Cornelius, van wie deze week het album CARE/TAKING is verschenen, zei me niet direct iets, terwijl ik in de zomer van 2020 toch echt heel erg enthousiast was over haar solodebuut Distance. Het is een solodebuut dat destijds zeker niet uit de lucht kwam vallen, want de van oorsprong Nieuw-Zeelandse Jess Cornelius was in haar tweede vaderland Australië al behoorlijk bekend dankzij haar band Teeth & Tongue. 

Heen en weer pendelend tussen Melbourne en Los Angeles probeerde Jess Cornelius het in 2020 in haar eentje en dat pakte echt fantastisch uit. Distance werd in de zomer van 2020 vrij makkelijk voorzien van het etiket indierock en Jess Cornelius werd in het hokje geduwd dat ook destijds al werd aangevoerd door Phoebe Bridgers. Het bleek vrij onzinnig, want Jess Cornelius liet zich met Distance niet in een hokje duwen. 

Het album bevatte absoluut invloeden uit de indierock van dat moment, maar Jess Cornelius kon ook uit de voeten met 90s indierock, met Laurel Canyon folk en met jaren 70 new wave en combineerde moeiteloos invloeden van iedereen van Patti Smith tot Siousxie Sioux en van Chrissie Hynde tot Phoebe Bridgers. Het was nog maar het topje van de ijsberg, want Distance sleepte er van alles bij en liet zich beluisteren als een ‘roller coaster ride’ langs een aantal decennia popmuziek. 

Ik ben het allemaal vrij snel vergeten kennelijk (het zal corona zijn geweest), want Distance kreeg uiteindelijk niet de verdiende plek in mijn jaarlijstje en ook het deze week verschenen CARE/TAKING deed op geen enkele manier een belletje rinkelen. Hopelijk blijft het tweede album van de Nieuw-Zeelandse muzikante langer hangen, want ook CARE/TAKING is weer een album dat er toe doet. 

Jess Cornelius heeft zich inmiddels volledig gevestigd in Los Angeles, zag een relatie op de klippen lopen en werd moeder. Het heeft allemaal effect gehad op de songs op CARE/TAKING, dat deels in het verlengde ligt van zijn voorganger. Ook het tweede soloalbum van Jess Cornelius is een album waar je niet zomaar een stempel op drukt. De Nieuw-Zeelandse muzikante verwerkt ook op haar nieuwe album uiteenlopende invloeden en put uit een aantal decennia popmuziek. CARE/TAKING heeft vaak een jaren 70 sfeertje, maar ik kan niet direct zeggen waar het nu op lijkt. 

Jess Cornelius maakte haar tweede album voor het overgrote deel samen met de Amerikaanse muzikant Mikal Cronin, die bekend werd vanwege zijn samenwerking met Ty Segall, maar ook een aantal prima soloalbums maakte. De twee produceerden het album en tekenden voor de meeste instrumenten, waarna alleen voormalig The War On Drugs drummer Steven Urgo nog aanschoof. 

Net als voorganger Distance kan ook CARE/TAKING heerlijk rocken, maar de songs van Jess Cornelius zijn ook niet vies van flink wat pop. De instrumentatie is lekker ruw en zo kunnen ook de expressieve vocalen van Jess Cornelius worden omschreven. Ik ken, buiten Distance, geen enkel album dat zo klinkt als CARE/TAKING van Jess Cornelius, al zitten de songs van de muzikante uit Los Angeles vol echo’s uit het verleden. Het zijn songs die anders klinken dan de songs waar ik meestal naar luister, maar ik moet zeggen dat ik voorlopig heel erg vrolijk word van dit album. Erwin Zijleman

De muziek van Jess Cornelius is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Nieuw-Zeelandse muzikante: https://jesscornelius.bandcamp.com/album/care-taking.


CARE/TAKING van Jess Cornelius is verkrijgbaar via de Mania webshop:



18 juni 2024

Isobel Campbell - Bow To Love

Isobel Campbell maakte veel van haar muziek met anderen, maar op Bow To Love staat ze er weer eens alleen voor en maakt ze indruk met bijzonder sfeervolle songs en uiteraard met haar fluisterzachte prachtstem
Lang niet iedereen zal het met me eens zijn, maar ik vind de albums van Isobel Campbell het mooist wanneer ze haar muziek zonder hulp van al teveel anderen maakt. Dat doet ze ook weer op Bow To Love en het resultaat is echt prachtig. Het vierde echte soloalbum van Isobel Campbell trekt de aandacht met vrij subtiele maar bijzonder mooie klanken en natuurlijk met haar bitterzoete vocalen en melancholische songs. Bow To Love is een behoorlijk ingetogen album, maar het is ook een album dat steeds meer subtiele accenten laat horen wanneer je er vaker naar luistert. Laat je betoveren door de fraaie klanken op Bow To Love en het wordt vanzelf een beetje zomer.



De Schotse muzikante Isobel Campbell was te horen op de eerste vijf albums van Belle And Sebastian, maakte met de hulp van flink wat Belle And Sebastian leden twee fraaie albums onder de naam The Gentle Waves en maakte bovendien drie uitstekende albums met de in 2022 overleden muzikant Mark Lanegan. Hiernaast maakte ze ook nog eens drie soloalbums, die over het algemeen net wat lager worden ingeschat dan haar werk met anderen. 

Daar ben ik het persoonlijk overigens niet mee eens, want ik heb echt een enorm zwak voor de soloalbums van de Schotse muzikante, die haar regenachtige geboortestad Glasgow een paar jaar geleden heeft verruild voor het zonnige Los Angeles. Ook Bow To Love vind ik weer een prachtig album. Het is een album dat Isobel Campbell maakte met haar voormalige geliefde en nog altijd muzikale partner Chris Szczech. Bow To Love is mede hierdoor een wat melancholisch album, maar het is ook een zeer sfeervol album. 

De meeste songs op het album worden gedragen door fraai akoestisch gitaarspel, waarna strijkers, waaronder de cello van Isobel Campbell zelf, zorgen voor wat extra versiering. De vorige soloalbums van Isobel Campbell waren al niet heel uitbundig, maar op Bow To Love ligt het tempo nog wat lager en is de instrumentatie nog wat soberder. Het levert muziek op die uitnodigt tot luieren en dit gevoel wordt versterkt door de zachte en verleidelijke zang van de Schotse muzikante, die ook dit keer prachtig zingt, maar ook indruk maakt met haar teksten die variëren van persoonlijk tot politiek. 

De songs op het vierde soloalbum van Isobel Campbell zijn vooral zacht en folky, maar de Schotse muzikante verwerkt ook andere invloeden in haar songs, waaronder een vleugje jazz en een snufje psychedelica. Ik lees vaak dat de soloalbums van Isobel Campbell als saai worden ervaren. Ik kan me daar wel iets bij voorstellen, want haar soloalbums missen de dynamiek van de albums met Belle And Sebastian en die met Mark Lanegan. Ook Bow To Love is weer een subtiel album, dat je zachtjes in slaap kan wiegen, maar dat ook veel moois te bieden heeft wanneer je er met net wat meer aandacht naar luistert. 

De instrumentatie op het album is in veel songs relatief sober, maar er duiken uiteindelijk toch flink wat invloeden op, die allemaal goed zijn voor fraaie accenten en bijzondere wendingen. Zeker de strijkers voorzien het album van een bijzondere sfeer die uitstekend past bij de stem van Isobel Campbell, maar ook als in de instrumentatie wat meer gas wordt gegeven blijft de fluisterzang van de Schotse muzikante makkelijk overeind. 

Ik heb zoals gezegd altijd een zwak gehad voor de soloalbums van Isobel Campbell en schat ze persoonlijk minstens net zo hoog in als haar andere werk. Ook Bow To Love voldoet volledig aan mijn verwachtingen, al is het maar omdat de meeste soloalbums van Isobel Campbell beter worden wanneer je ze vaker hoort. 

Dat is ook bij Bow To Love het geval, want hoe vaker ik naar het album luister hoe meer ik onder de indruk ben van de intieme songs, van de subtiele maar fantasierijke instrumentatie, van de aangename jaren 60 vibe die hier en daar rondwaart op het album en van de werkelijk prachtige stem van Isobel Campbell, die het oor op haar nieuwe album echt genadeloos streelt en die in de slottrack ook nog eens de ultieme versie van Why Worry van Dire Straits aflevert. De cd-versie bevat overigens ook nog een Franstalige versie van het album. Erwin Zijleman

De muziek van Isobel Campbell is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Schotse muzikante: https://isobelcampbell.bandcamp.com/album/bow-to-love-digital.


Bow To Love van Isobel Campbell is verkrijgbaar via de Mania webshop:



17 juni 2024

The Decemberists - As It Ever Was, So It Will Be Again

De kwaliteit van de albums van The Decemberists zakte het afgelopen decennium wel wat in, maar op het fraaie As It Ever Was, So It Will Be Again presteert de Amerikaanse band weer op de toppen van haar kunnen
Colin Meloy schreef de afgelopen drie bijzondere boeken (verzameld als Wildwood Chronicles), maar ging vervolgens weer aan de slag met zijn band The Decemberists. Ook As It Ever Was, So It Will Be Again bevat mooie verhalen, maar ook in muzikaal opzicht is het ruim een uur durende nieuwe album van de band uit Portland, Oregon, zeer de moeite waard. Ook op haar nieuwe album is de band niet vies van Britse folk(rock), maar de songs van The Decemberists staan dit keer bol van de invloeden. Het zijn invloeden die een plek hebben gevonden in een serie zeer aansprekende songs. Het was lang stil rond The Decemberists, maar de band is gelukkig weer helemaal terug.



De Amerikaanse band The Decemberists maakte tussen 2002 en 2018 een achttal uitstekende albums. Het zijn albums waarop de band uit Portland, Oregon, in eerste instantie vooral haar liefde voor Britse folk(rock) liet horen, maar naarmate de jaren vorderden werd de muziek van de band rond voorman Colin Meloy steeds veelzijdiger. De albums van The Decemberists waren stuk voor stuk van hoog niveau, maar op een of andere manier bleef de band redelijk onbekend, al zou ik het persoonlijk geen cultband noemen. 

De afgelopen zes jaar hoorden we niet veel van The Decemberists, in de tussentijd schreef Colin Meloy wel een drietal succesvolle boeken, maar deze week keert de Amerikaanse band terug met een nieuw album. Op As It Ever Was, So It Will Be Again pakt de band meteen flink uit, want het album bevat ruim een uur muziek. In dat ruime uur passen slechts dertien tracks, waaronder het negentien minuten durende epos waarmee het album afsluit. 

Colin Meloy produceerde het nieuwe album van The Decemberists samen met de gelouterde producer Tucker Martine, met wie de band ook in het verleden werkte, en haalde verder een aantal gastmuzikanten naar de studio, onder wie James Mercer van The Shins en R.E.M.’s Mike Mills. 

As It Ever Was, So It Will Be Again opent met een rijk ingekleurde song, die direct laat horen dat The Decemberists zich al lang niet meer alleen laten beïnvloeden door Britse folkrock. De gitaarlijnen doen denken aan de muziek van R.E.M., de koortjes aan The Beach Boys en als er dan ook nog wat blazers opduiken sleept de band uit Portland er nog wat meer invloeden bij. 

As It Ever Was, So It Will Be Again klinkt als een album dat met minstens één been in het verleden staat, maar wat klinkt het ook lekker. De laatste twee albums van de Amerikaanse band vond ik persoonlijk net wat minder dan zijn voorgangers, maar op haar negende album heeft de band de goede vorm weer gevonden. 

Na de Amerikaans aandoende openingstrack duiken invloeden uit de Britse folkrock op in de tweede track, al geven de wat exotische ritmes en blazers een bijzondere draai aan de song. De sfeer zit er direct goed in, de zon schijnt uitbundig eigenlijk laat alleen de buitentemperatuur het nog even afweten. 

Colin Meloy liet op de vorige albums van zijn band al horen dat hij een uitstekend verhalenverteller is en ook As It Ever Was, So It Will Be Again staat vol prachtige verhalen. Het zijn verhalen die zijn verpakt in uitstekende songs. Het zijn songs die citeren uit de folkrock en Westcoast pop van weleer, maar de meeste songs op het album hebben ook een zeer aangename R.E.M. vibe en zo sleept de band er nog wel wat invloeden bij, om uiteindelijk toch weer vooral als The Decemberists te klinken. 

Ruim een uur muziek is meestal te veel van het goede, maar door de kwaliteit van de songs, de verschillende invloeden en het veelkleurige geluid houdt het album makkelijk de aandacht vast. As It Ever Was, So It Will Be Again is op vinyl een album met vier plaatkanten en die klinken allemaal wat anders. De ene keer wat uitbundiger, de volgende keer grotendeels akoestisch en meer folky, dan weer wat veelzijdiger, om te eindigen met een prachtig, indrukwekkend en bijna proggy epos over Jeanne d’Arc. Sterk album weer van de Amerikaanse band. Erwin Zijleman

De muziek van The Decemberists is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse band: https://thedecemberists.bandcamp.com/album/as-it-ever-was-so-it-will-be-again.


As It Ever Was, So It Will Be Again van The Decemberists is verkrijgbaar via de Mania webshop:



16 juni 2024

Shelby Lynne - I Am Shelby Lynne (1999)

Na een traumatische jeugd in Alabama leed Shelby Lynne een kwakkelend bestaan in Nashville, tot ze in 1999 op de proppen kwam met het in alle opzichten legendarische album I Am Shelby Lynne
De Amerikaanse muzikante Shelby Lynne heeft een fraai stapeltje albums op haar naam staan, maar met afstand haar beste album is wat mij betreft I Am Shelby Lynne uit 1999. Het is een album dat volgde op een aantal matig ontvangen Nashville country albums. Op I Am Shelby Lynne kiest Shelby Lynne voor de Amerikaanse rootsmuziek uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten. Het album is voorzien van een tijdloos en warm klinkend geluid, dat prachtig is geproduceerd door Bill Bottrell. De grootste kracht van I Am Shelby Lynne schuilt echter in de prachtige stem van Shelby Lynne, die de songs op haar doorbraakalbum met veel gevoel vertolkt. Het levert wat mij betreft een klassieker op.



Shelby Lynne Moorer was pas zeventien jaar oud toen haar vader voor haar ogen haar moeder doodschoot en hierna zijn eigen leven beëindigde. Ze nam de verzorging van haar vier jaar jongere zus Allison op zich en verruilde, toen die ook op eigen benen kon staan, het ouderlijk huis in Jackson, Alabama, voor Nashville, Tennessee, om in de voetsporen van haar muzikale ouders te treden. 

In Nashville kreeg de talentvolle muzikante, die zich vanaf dat moment Shelby Lynne noemde, vrijwel onmiddellijk een platencontract, maar echt van de grond kwam haar carrière niet. Tussen 1989 en 1995 maakte Shelby Lynne maar liefst vijf albums, die allemaal in de onderste regionen van de country charts terecht kwamen. Haar carrière leek in de tweede helft van de jaren 90 min of meer ten einde, maar in 1999 sloeg Shelby Lynne keihard terug met het album I Am Shelby Lynne. 

Er zouden nog elf studioalbums volgen en Shelby Lynne maakte bovendien een prachtig album met haar ook in de muziek actieve en eveneens succesvolle Allison Moorer, maar wat mij betreft steekt I Am Shelby Lynne er flink bovenuit in het fraaie oeuvre van de Amerikaanse muzikante. 

Voor I Am Shelby Lynne liet Shelby Lynne haar thuisbasis Nashville tijdelijk achter zich en keerde ze terug naar Alabama, waar ze met de op dat moment vooral van Sheryl Crow bekende producer Bill Bottrell de studio in dook. In deze studio verdween Nashville ook in muzikaal opzicht uit beeld, want op I Am Shelby Lynne eert de Amerikaanse muzikante de muziek die in de jaren 70 in het diepe zuiden van de Verenigde Staten werd gemaakt. 

I Am Shelby Lynne bevat nog wel wat invloeden uit de country, maar is ook geworteld in de soul en rhythm & blues, met hier en daar ook nog een vleugje jazz en rock ‘n roll. Het album moet haast wel beïnvloed zijn door het album dat Dusty Springfield aan het eind van de jaren 60 in Memphis maakte, maar Shelby Lynne eert ook de rijke muziekgeschiedenis van de staat waarin ze opgroeide. 

Bill Bottrell tekent op I Am Shelby Lynne niet alleen voor een prachtige en opvallend warm klinkende productie, maar nam bovendien flink wat koffers met instrumenten mee naar de studio, waarna een aantal gastmuzikanten het album nog wat voller inkleurden. Ik vind vooral het gitaarwerk op het album heel erg mooi, maar ook de sfeervolle bijdragen van strijkers zijn zeer trefzeker. I Am Shelby Lynne werd door de productie van Bill Bottrell vergeleken met Sheryl Crow’s Tuesday Night Music Club, maar het album van Shelby Lynne klinkt authentieker en had ook decennia eerder kunnen zijn gemaakt. 

De songs op het album zijn indrukwekkend en het geluid is prachtig, maar I Am Shelby Lynne is vooral een album waarop de stem van Shelby Lynne imponeert. De Amerikaanse muzikante zingt met veel gevoel en minstens evenveel soul en levert wat mij betreft in vocaal opzicht een van de beste albums aller tijden af. De stem van Shelby Lynne zou nog veel vaker prachtig klinken, maar de zang op I Am Shelby Lynne is me net wat dierbaarder en dat geldt ook voor de songs en de muziek op het album. 

Shelby Lynne trok de afgelopen jaren niet heel veel aandacht met haar albums, maar die aandacht verdient ze wel, want zeker haar laatste albums zijn weer uitstekend. I Am Shelby Lynne verdient nog veel meer, want dit is een album dat eigenlijk iedereen gehoord moet hebben. Erwin Zijleman


I Am Shelby Lynne van Shelby Lynne is verkrijgbaar via de Mania webshop:


The Whiskey Charmers - Streetlights

De Amerikaanse band The Whiskey Charmers draait al een tijdje mee, maar zet een flinke stap vooruit op haar nieuwe album Streetlights, dat opvalt door fraaie alt-country met een hoofdrol voor mooi gitaarwerk en uitstekende zang
Carrie Shepard en Lawrence Daversa vormen de basis van de uit Detroit, Michigan, afkomstige band The Whiskey Charmers. Dat leverde de afgelopen negen jaar een aantal prima albums op, maar zo goed als op Streetlights hoorde ik de band nog niet. Op hun nieuwe album klinken Carrie Shepard en Lawrence Daversa net wat moderner en bovendien is de productie mooier dan op de voorgangers. Streetlights trekt direct de aandacht met fraai en bij vlagen lekker stevig gitaarwerk en ook de mooie stem van Carrie Shepard trekt makkelijk de aandacht. Ook de songs op het album liggen bijzonder lekker in het gehoor, waardoor dit zomaar het doorbraakalbum van The Whiskey Charmers zou kunnen worden.



Ik besprak op de krenten uit de pop nog niet eerder een album van de Amerikaanse band The Whiskey Charmers, maar ik volg de band rond Carrie Shepard en Lawrence Daversa al wel een kleine tien jaar. Ik vond de vorige albums van de band uit Detroit, Michigan, zeker niet slecht, maar er waren altijd albums die ik net wat interessanter vond, waardoor de muziek van The Whiskey Charmers steeds tussen wal en schip viel. 

Het is dit keer anders, want het deze week verschenen vijfde album van de band sprong er voor mij direct in positieve zin uit. Binnen The Whiskey Charmers draait veel om Carrie Shepard en Lawrence Daversa, van wie laatstgenoemde tekent voor het grootste deel van het gitaarwerk en de achtergrondzang, terwijl Carrie Shepard tekent voor ondersteunend akoestisch gitaarwerk en de leadzang. 

De mooie stem van Carrie Shepard, de fraaie ondersteuning van Lawrence Daversa en het uitstekende gitaarwerk van zijn hand trekken nadrukkelijk de aandacht bij beluistering van Streetlights. The Whiskey Charmers maken op hun nieuwe album gitaar georiënteerde Amerikaanse rootsmuziek die af en toe lekker stevig mag klinken en waarin de zang een zeer voorname rol speelt. 

Carrie Shepard en Lawrence Daversa doen niet alles met zijn tweeën, want de band bestaat op Streetlights ook uit een zeer competent spelende ritmesectie, waarna het geluid van The Whiskey Charmers nog wordt aangevuld met de bijzondere klanken van de theremin. Streetlight laat vergeleken met de vorige albums van The Whiskey Charmers geen muzikale aardverschuiving horen, maar desondanks vind ik het album een stuk aansprekender dan zijn voorgangers. 

Streetlights klinkt wat ruwer dan het vorige werk van de band uit Detroit en dat bevalt me uitstekend. De gitaren krijgen op het album alle ruime en benutten deze op fraaie wijze. Het gitaarwerk op Streetlights is melodieus, maar Lawrence Daversa kan ook flink uithalen. Streetlights klinkt niet alleen ruwer, maar ook wat moderner dan de vorige albums van The Whiskey Charmers. De band maakt nog altijd authentiek klinkende alt-country, maar het soms wat oubollige tintje van de vroege albums is verdwenen. 

Het gitaarwerk op het album springt als eerste in het oor bij beluistering van Streetlights, maar ook de prachtige zang van Carrie Shepard draagt stevig bij aan de hoge kwaliteit van het vijfde album van Streetlights. De Amerikaanse muzikante wordt subtiel ondersteund door Lawrence Daversa, die zich vooral concentreert op het snarenwerk, maar de achtergrondzang heeft zeker meerwaarde. 

Ik heb de vorige albums van The Whiskey Charmers voor de zekerheid ook nog maar eens beluisterd. Het zijn prima albums, maar de overtuiging en schoonheid die ik hoor op Streetlights hoor ik net niet op de vorige albums van de band. In Nederland is de band uit Detroit volgens mij niet heel erg bekend, maar Streetlights is een album dat ook hier hoge ogen moet kunnen gooien en dat met name bij liefhebbers van wat stevigere en gitaar georiënteerde Americana zeer in de smaak moet kunnen vallen. Toen ik de releaselijst van deze week zag, hield ik rekening met een bijrol voor The Whiskey Charmers, maar Carrie Shepard en Lawrence Daversa eisen dit keer op fraaie wijze de hoofdrol op. Erwin Zijleman

De muziek van The Whiskey Charmers is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse band: https://thewhiskeycharmers.bandcamp.com/album/streetlights.


15 juni 2024

Jenny Don't & The Spurs - Broken Hearted Blue

Zangeres Jenny Don’t en haar band The Spurs vinden op Broken Hearted Blue de grootse vorm en combineren op fraaie en zeer energieke wijze invloeden uit de garagerock, de rockabilly en de country
Ik was tot dusver nog niet heel erg onder de indruk van de muziek van Jenny Don’t & The Spurs, maar het deze week verschenen vierde album van de band uit Portland, Oregon, vind ik een stuk beter. De band zoekt de inspiratie vooral in het verleden en verwerkt uit dit verleden uiteenlopende invloeden. Countrymuziek staat centraal op Broken Hearted Blue, maar Jenny Don’t & The Spurs voegen er lekker ruwe invloeden aan toe. De ritmesectie speelt prima, maar de gitarist van de band steelt de show met prachtig snarenwerk. Ook Jenny Don’t trekt nadrukkelijk de aandacht met een stem die herinnert aan grote countryzangeressen van weleer. Het levert een heerlijk album op.



Jenny Don’t (echte naam: Jenny Connors) en haar band The Spurs timmeren inmiddels een aantal jaren aan de weg en leveren met Broken Hearted Blue hun vierde album af. De band uit Portland, Oregon, vermengde op haar eerste albums invloeden uit de countrymuziek met invloeden uit de garagerock, een genre dat ook wel wat oneerbiedig ‘cowpunk’ wordt genoemd. 

De albums van Jenny Don’t en haar band werden de afgelopen jaren steeds beter, maar ook het in 2021 verschenen Fire On The Ridge vond ik persoonlijk nog niet meer dan leuk. Ik had dan ook geen overdreven hoge verwachtingen van Broken Hearted Blue, maar op het vierde album laten Jenny Don’t & The Spurs enorme groei horen. 

Het heeft deels te maken met de geluidskwaliteit, want waar de vorige albums nogal rammelden knalt Broken Hearted Blue uit de speakers. Producer Collin Hegna heeft knap werk geleverd, want de muziek en de zang zijn op het album fraai in balans en alles klinkt even ruimtelijk. 

Jenny Don’t & The Spurs hebben naast zang genoeg aan gitaren, bas en drums en vooral het gitaarwerk op Broken Hearted Blue is prachtig. Gitarist Christopher March speelt breed uitwaaiende gitaarlijnen, maar is ook niet vies van stevige riffs. In twee tracks duikt een pedal steel op, maar meestal klinkt de muziek van Jenny Don’t & The Spurs vrij elementair. 

Het is muziek die je meestal ver mee terug neemt in de tijd, zeker wanneer The Spurs zich laten inspireren door rockabilly uit de jaren 50 en garagerock uit de jaren 60. Het zijn invloeden die worden gecombineerd met invloeden uit de countrymuziek uit dezelfde periode. Zeker wanneer het tempo hoog is, is het gitaarwerk op het album imponerend goed, maar ook de ritmesectie speelt ijzersterk. 

Het combineert allemaal prachtig met de stem van Jenny Don’t. De Amerikaanse muzikante roept met haar stem herinneringen op aan countryzangeressen uit vervlogen tijden en combineert heel veel power en energie met een aangename snik. Ik vond het in het verleden zoals gezegd wel leuk, maar Broken Hearted Blue houdt je tien songs lang in een wurggreep. 

Countrymuziek en garagerock zijn wel vaker vermengd, denk bijvoorbeeld aan de geweldige albums van Jason & The Scorchers, maar de stem van Jenny Don’t zorgt toch weer voor een heel ander geluid. Broken Hearted Blue zal vooral in de smaak vallen bij liefhebbers van wat traditionelere en bij voorkeur wat stevigere Amerikaanse rootsmuziek. Dat is normaal gesproken niet de muziek die ik er als eerste uit pik, maar het vierde album van Jenny Don’t & The Spurs kan ik maar moeilijk weerstaan. 

Zowel de muziek als de zang op het album zijn zo energiek dat ook de eigen energie alleen maar een boost kan krijgen wanneer Broken Hearted Blue uit de speakers komt. Ik ging er van uit dat ik het na een paar keer horen wat minder interessant zou vinden, maar dat is zeker niet het geval. Met name de zang en het gitaarwerk zijn zo goed dat ik steeds weer naar het album wordt getrokken, waardoor de songs steeds meer blijven hangen. 

Fire On The Ridge kreeg drie jaar geleden al behoorlijk goede recensies, maar ik vind Broken Hearted Blue een paar klassen beter. Ik luister de laatste tijd vooral naar moderner klinkende Amerikaanse rootsmuziek, met bij voorkeur een beetje pop, maar ook het zeer oorspronkelijk klinkende Broken Hearted Blue van Jenny Don’t & The Spurs gaat er in als koek. Erwin Zijleman

De muziek van Jenny Don't & The Spurs is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse band: https://jennydontandthespurs.bandcamp.com/album/broken-hearted-blue.


Broken Hearted Blue van Jenny Don't And The Spurs Below The Waste van Goat Girl is verkrijgbaar via de Mania webshop:



14 juni 2024

Amanda Bergman - Your Hand Forever Checking On My Fever

Ruim acht jaar na haar zo bijzondere debuutalbum keert de Zweedse singer-songwriter Amanda Bergman terug met het fraaie Your Hand Forever Checking On My Fever, waarop wederom haar bijzondere stem centraal staat
Er verschenen de afgelopen week nogal wat albums van vrouwelijke singer-songwriters, maar het tweede album van Amanda Bergman was voor mij een zekerheid. Dat dankt de Zweedse muzikante, die ook een boerderij runt, aan haar inmiddels ruim acht jaar oude solodebuut Docks, dat indruk maakte met geweldige songs, een fraai geluid en een zeer karakteristieke stem. Het zijn ook de belangrijkste ingrediënten op het deze week verschenen Your Hand Forever Checking On My Fever, dat laat horen dat Amanda Bergman het op bijzondere wijze vertolken van een serie zeer aantrekkelijke songs nog niet is verleerd. Goed dat ze terug is en ook Your Hand Forever Checking On My Fever smaakt naar veel meer.



Aan het begin van 2016 bracht de Zweedse singer-songwriter Amanda Bergman haar debuutalbum Docks uit. Het is een album dat ik zelf pas aan het eind van dat jaar ontdekte, toen Docks opdook in een aantal jaarlijstjes. Die notering in jaarlijstjes begreep ik onmiddellijk, want Docks was in meerdere opzichten een intrigerend album. 

Dat was het allereerst vanwege de stem van Amanda Bergman, die ik zelf omschreef als een combinatie van de stemmen van Marianne Faithfull, Nico, Amanda Lear en Maria McKee. Het was voor mij een stem waaraan ik heel even moest wennen, maar die Docks absoluut voorzag van een eigen geluid. 

Ook in muzikaal opzicht sprak Docks zeer tot de verbeelding. Het debuutalbum van Amanda Bergman werd grotendeels ingekleurd door de leden van haar band Amason en ze werd verder bijgestaan door Kristian Mattsson (aka The Tallest Man on Earth), met wie ze destijds getrouwd was. Het is een geluid dat ik omschreef als muziek waarin de Scandinavische zomer en winter samenkwamen. De aansprekende songs van de Zweedse muzikante lieten zich ook nog eens door van alles en nog wat beïnvloeden en konden zowel uit de voeten met traditioneel klinkende folk en country als met Fleetwood Mac achtige pop. 

Het is allemaal al weer ruim acht jaar geleden, maar toen deze week het nieuwe album van de Zweedse muzikante verscheen was ik onmiddellijk bij de les. Your Hand Forever Checking On My Fever voelde ondanks het verstrijken van al die jaren direct aan als een warm bad. Amanda Bergman runt overdag een boerderij op het Zweedse platteland, maar als de zon onder is, is er gelukkig weer tijd voor muziek. 

Your Hand Forever Checking On My Fever wordt net als Docks voor een belangrijk deel gedragen door de bijzondere stem van Amanda Bergman, die in een Britse recensie wordt omschreven als “a voice that could haunt an empty house”. Het is een stem die niet bij iedereen in de smaak zal vallen, maar ik vind de zang van Amanda Bergman op haar nieuwe album nog een stuk mooier en bovendien toegankelijker dan op haar debuutalbum. Het is een stem met een ruw en hees randje, wat verleidingskracht en doorleving toevoegt aan de zang op het album. 

De Zweedse muzikante liet op haar debuutalbum al horen dat ze een uitstekend songwriter is en die vaardigheid heeft ze geperfectioneerd op Your Hand Forever Checking On My Fever. De songs op het album kregen vorm achter de piano en het zijn songs die deels nogal donker van aard zijn met rouw als terugkerend thema, maar het album kan ook zonnig klinken en reflecteren op het moederschap. 

Het zijn popsongs waarvan je alleen maar zielsgelukkig kunt worden, want wat dringt Your Hand Forever Checking On My Fever zich genadeloos en aangenaam op. Het zijn ook dit keer popsongs die Fleetwood Mac in haar beste jaren (en die strekken zich wat mij betreft uit tot en met de jaren 80) had kunnen maken, maar waarin de vibe van het mondaine Los Angeles is verruild voor die van het Zweedse platteland en waarin ook meer dan eens iets van een jonge Joni Mitchell doorklinkt. 

Het is helaas heel lang stil geweest rond Amanda Bergman, maar ook met Your Hand Forever Checking On My Fever heeft de Zweedse muzikante weer een prachtalbum gemaakt. Erwin Zijleman


Your Hand Forever Checking On My Fever van Amanda Bergman is verkrijgbaar via de Mania webshop:


Margaux - Inside The Marble

Margaux moet concurreren met hele hordes jonge vrouwelijke singer-songwriters in het indiesegment, maar haar debuutalbum Inside The Marble weet zich op alle fronten verrassend makkelijk te onderscheiden
Inside The Marble van Margaux (Bouchegnies) begint als een redelijk standaard indiepop en indierock album, maar naarmate het album vordert maakt de muzikante uit Brooklyn, New York, steeds meer indruk met een fascinerende instrumentatie, mooie zang en songs die de fantasie uitvoerig prikkelen. In muzikaal opzicht slaat Inside The Marble steeds weer andere wegen in, maar de klanken van Margaux en haar medemuzikanten blijven ook bijzonder aangenaam. Het is flink dringen in het genre waarin Margaux opduikt met haar debuutalbum, maar Inside The Marble is een album dat absoluut opvalt in het enorme aanbod van het moment.



De wijk Brooklyn in New York moet inmiddels zo ongeveer op elke straathoek een talentvolle jonge vrouwelijke singer-songwriter met een voorliefde voor indiepop en indierock hebben rondlopen, want de albums van nieuwkomers in het genre blijven maar komen. Ik heb er de afgelopen tijd zo veel gehoord en de lat ligt inmiddels zo hoog dat ik niet meer zo snel onder de indruk ben van het volgende nieuwe talent in de genoemde genres, maar zo af en toe zit er een album tussen dat flink boven het maaiveld uitsteekt. Inside The Marble van Margaux is wat mij betreft zo’n album. 

Margaux is de Amerikaanse singer-songwriter Margaux Bouchegnies, die werd geboren in Seattle en na haar studie psychologie in New York terecht is gekomen in de florerende muziekscene van Brooklyn. Haar debuutalbum Inside The Marble opent ijzersterk met DNA, dat vooral een hele goede popsong is. In muzikaal opzicht klinkt het aangenaam en ook de zang van Margaux is uitstekend, maar in deze opzichten onderscheidt de openingstrack zich nog niet heel nadrukkelijk van alles dat er al is. Uiteindelijk draait er echter veel om de goede popsong en Margaux laat direct horen dat ze deze kunst uitstekend beheerst. 

Dat ze ook in muzikaal en vocaal opzicht niet alleen binnen de lijntjes van de indiepop en indierock van het moment kleurt wordt vervolgens ook snel duidelijk. De muzikante heeft haar debuutalbum samen met de mij onbekende producer Sahil Ansari voorzien van een bijzonder mooi geluid, waar naar verluidt jaren aan is gewerkt. Dat is ook wel te horen, want Inside The Marble is in muzikaal opzicht een fascinerend album. Margaux Bouchegnies kan zelf uit de voeten op flink wat instrumenten, waaronder gitaren, bas en uiteenlopende keyboards, terwijl Sahil Ansari vooral drums, percussie en ritmes toevoegt aan de songs. Gastmuzikanten vullen het geluid op Inside The Marble verder aan met strijkers, blazers en de pedal steel. 

Waar ik bij beluistering van de openingstrack vooral werd gegrepen door een verbluffend goede popsong, raakte ik bij verdere beluistering van het album vooral onder de indruk van de bijzondere instrumentatie. Margaux heeft haar songs volgestopt met instrumenten en creëert een geluid dat soms raakt aan de indiepop en indierock van het moment, maar er soms ook flink ver van verwijderd is. Het is een geluid dat een deel van de tijd bijzonder aangenaam voortkabbelt op de achtergrond en dat, zeker in de meest dromerige tracks, doet verlangen naar broeierige zomeravonden, maar de muziek op Inside The Marble kan ook bont en complex zijn. 

Ook met haar stem maakt Margaux makkelijk indruk. Ze zingt, net als zoveel van haar collega’s in het genre, vrij zacht, maar de zang op Inside The Marble is mooier en beter dan op de meeste andere albums die ik de laatste tijd heb gehoord. Zeker voor een debuutalbum is de kwaliteit van de muziek en de zang verrassend hoog en ook de songs van de New Yorkse muzikante zijn van hoog niveau. Dat de teksten vooral over het volwassen worden gaan is misschien niet heel origineel, maar de songs zijn verrassend complex en avontuurlijk. 

Het zijn songs die zich breed hebben laten beïnvloeden en die zich, met name wanneer de instrumenten de ruimte krijgen, ver buiten de kaders van de indierock en indiepop van het moment bewegen, met uitstapjes richting de klassieke muziek en hierbij zelfs een subtiel laagje progrock. Het levert een bijzonder album op van een wat mij betreft zeer interessant nieuw talent. Erwin Zijleman

De muziek van Margaux is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://margauxtosleep.bandcamp.com/album/inside-the-marble.



13 juni 2024

Rose Hotel - A Pawn Surrender

Het tweede album van Rose Hotel, het alter ego van de Amerikaanse muzikante Jordan Reynolds, valt op door een bijzondere mix van genres, door een lekker vol en tijdloos geluid en zeker ook door een uitstekende stem
De muzikale verrichtingen van de Amerikaanse muzikante Jordan Reynolds waren me tot voor kort ontgaan, maar ik ben zeer gecharmeerd van het tweede album van haar project Rose Hotel. A Pawn Surrender verwerkt zowel invloeden uit het verleden als uit het heden en is niet vies van een genre meer of minder. Het levert een bonte mix van Amerikaanse rootsmuziek, rock, psychedelica en pop op en het is een mix die zich onmiddellijk opdringt. Het klinkt allemaal erg mooi en aangenaam, maar Jordan Reynolds blijkt ook nog eens voorzien van een hele mooie en karakteristieke stem, die het bijzondere karakter van de songs van Rose Hotel nog wat verder versterkt.



Jordan Reynolds is een singer-songwriter uit Atlanta, Georgia, die de afgelopen jaren werkte met onder andere de bands Neighbor Lady en Susto en met de als een komeet omhoog geschoten Faye Webster en die in 2019 bovendien een album afleverde onder de naam Rose Hotel. De Amerikaanse muzikante keert deze week terug met het tweede album van Rose Hotel en A Pawn Surrender is niet alleen een overtuigend, maar ook een heel opvallend album. 

Dat opvallende zit hem vooral in de verschillende genres die Jordan Reynolds voorbij laat komen op het album. A Pawn Surrender is een album met flink wat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, maar ik hoor ook volop invloeden uit de psychedelica, uit de folkrock en uit de indierock en zo zijn er nog wel wat invloeden die voorbij komen op het tweede album van Rose Hotel, waaronder een aangenaam randje pop. 

Het zorgt er voor dat A Pawn Surrender wat lastig is te plaatsen en het album je bovendien wat heen en weer sleurt tussen verschillende muziekstijlen en uiteenlopende decennia uit de geschiedenis van de popmuziek. Op hetzelfde moment zorgen de meeste songs op het album voor een feest van herkenning, want de songs van Jordan Reynolds zijn niet alleen aansprekend maar ook zeer toegankelijk. 

Ik hoor dit jaar heel veel albums die op elkaar lijken, maar daar hoort het tweede album van Rose Hotel in ieder geval niet bij. A Pawn Surrender citeert weliswaar rijkelijk uit het verleden, maar ik ken geen recent album dat zo klinkt als het tweede album van Rose Hotel. Het is een album dat ook nog eens echt geweldig klinkt, want samen met de mij onbekende producers Damon Moon en Graham Tavel en de mij wel bekende Drew Vandenberg heeft Jordan Reynolds een rijk en veelzijdig geluid in elkaar geknutseld. 

Het is een lekker vol en warm geluid, dat de ruimte op aangename wijze vult, waarna wat stekelige accenten van met name gitaren zorgen voor de altijd welkome eigenzinnigheid. De meeste instrumenten zijn lekker stevig aangezet, wat zorgt voor een wat nostalgisch maar ook zeer aangenaam geluid. Wanneer de pedal steel zijn werk doet zit Rose Hotel opeens midden in de Amerikaanse rootsmuziek, maar de Amerikaanse muzikante maakt ook lekker gruizige rootsmuziek als het moet, waarbij het gitaarwerk in positieve zin opvalt. 

Al die mooie klanken zijn onderdeel van een serie aansprekende songs, die niet alleen een tijdloos karakter hebben, maar die ook fris en modern klinken. Het zijn songs die goed bij elkaar passen, maar de songs op A Pawn Surrender zijn ook veelzijdig genoeg om de aandacht makkelijk een album lang vast te houden. 

Dat doet het tweede album van Rose Hotel het makkelijkst met het nog niet besproken sterkste wapen van Jordan Reynolds, want dat is haar stem. Het is een stem die verleidelijk en dromerig kan klinken, maar het is ook een stem die makkelijk overeind blijft in de wat stevigere tracks op het album en die het tijdloze of wat nostalgische karakter van de songs op het album fraai kan versterken. 

Er verschenen de afgelopen week heel veel albums, waaronder albums van een aantal persoonlijke favorieten, maar A Pawn Surrender van Rose Hotel was een van de eerste albums die me overtuigde de afgelopen week en is sindsdien alleen maar beter geworden. Erwin Zijleman

De muziek van Rose Hotel is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://rosehotel.bandcamp.com/album/a-pawn-surrender.


A Pawn Surrender van Rose Hotel is verkrijgbaar via de Mania webshop:



12 juni 2024

Interview Arooj Aftab (mei 2024)

Voor de Mania interviewde ik onlangs de Pakistaanse muzikante Arooj Aftab (gepubliceerd in Mania 408: https://www.platomania.nl/mania-magazine/408/). Het volledige interview is hieronder te vinden.


De Pakistaanse muzikante Arooj Aftab leverde in 2021 met Vulture Prince een van de meest verrassende albums van 2021 af en bereikte hoge noteringen in nogal wat aansprekende jaarlijstjes. Dat deed ze met een uniek eigen geluid, dat in geen enkel hokje paste. Deze maand verscheen haar nieuwe album Night Reign. Ik sprak Arooj Aftab in New York via Zoom.

Je zette jouw eerste stappen in de muziek toen je opgroeide in Lahore in Pakistan. Hoe zag de muziekscene in Lahore er uit?
Ik was een gewone tiener die van gitaar spelen hield en U2 songs coverde, maar ik pikte ook andere dingen op. Pakistan heeft een hele rijke cultuur en een grote liefde voor uiteenlopende vormen van kunst. De muziekscene van Lahore was heel divers met geweldige klassieke muzikanten en ook popmuzikanten, maar er was ook volop toegang tot Westerse popmuziek (redactie: op de Wikipedia pagina over Arooj Aftab wordt een beeld geschetst van een samenleving die geen toegang bood tot invloeden van buiten, maar dit is onjuist).

Op je 19e vertrok je naar de Verenigde Staten en ging je studeren aan het prestigieuze Berklee College of Music in Boston. Wat heb je daar geleerd?
Ik heb er vooral heel veel goede vrienden gemaakt, met wie ik nog steeds muziek maak en van wie ik heel veel heb geleerd. Ik heb er verder geleerd wat jazzmuziek is en hoe je op een vrije manier muziek kunt maken. Ik had geen enkele muziekopleiding gehad toen ik naar Boston ging. Verder weet ik hoe ik een microfoon moet aansluiten en muziek moet opnemen, wat ook vaak van pas komt.

Hoe kwam je vervolgens terecht in de jazz-scene van New York?
Studenten van Berklee College of Music die filmmuziek willen maken gaan naar L.A., songwriters gaan naar Nashville en iedereen die vooral wil improviseren gaat naar New York. Ik kwam er terecht met veel bevriende muzikanten en werd direct verliefd op New York, waar je iedere avond een van je muzikale helden op het podium kunt zien. Ik kwam er in een tijd van een diepe recessie en een tijd waarin niemand geld verdiende, maar muziek maken kon altijd.

Jouw album Vulture Prince groeide in 2021, toch wel verrassend, uit tot de lieveling van de critici en haalde heel veel jaarlijstjes. Hoe heb je dit ervaren?
Het was een hele grote verrassing. Mijn muziek was zo anders dan andere muziek. Het was van alles en tegelijkertijd ook niets. Ik had niet verwacht dat het zo goed ontvangen zou worden, maar ik ben blij dat mensen er naar wilden luisteren en er iets mee konden.

Ik beschreef jouw muziek zelf als een mix van klassieke muziek, new age, minimal music, en wereldmuziek met snufjes jazz en reggae, maar dat zegt iemand die jouw muziek niet kent natuurlijk helemaal niets. Hoe beschrijf je jouw muziek zelf?
Mensen willen muziek in hokjes duwen en dat begrijp ik, maar zelf doe ik het liever niet. Ik hou er ook niet van als mensen mijn muziek mystiek of transcendentaal noemen. Het is een eerlijke mix van allerlei invloeden die me dierbaar zijn. Ik noem het de laatste tijd ‘fun jazz’.

Jouw nieuwe album Night Reign heeft nog steeds het unieke geluid van Vulture Prince, maar het album klinkt ook net wat toegankelijker en zeker ook jazzier. Hoe zie je dit zelf?
Het is inderdaad jazzier en wat scherper, maar het is ook een wat vrolijker album dat het leven viert. Het bevat ook meer invloeden dan het vorige album. Het is voor mij een geëvolueerde versie van Vulture Prince.

Night Reign klinkt als een album van de nacht. Zijn de songs in de nacht geschreven of is het album in de nacht opgenomen, zoals Taylor Swift deed met de songs op Midnights?
Nee, het album is overdag opgenomen, maar de songs gaan wel allemaal over zaken die in de nacht spelen, dat geeft bijna vanzelf een nachtelijke sfeer aan de songs kennelijk.

Op het nieuwe album werk je nog steeds met jouw vaste band, die ook op Vulture Prince was te horen, maar je hebt ook een aantal gastmuzikanten uitgenodigd zoals Cautious Clay, Moor Mother, James Francies en Chocolate Genius. Wat voegen ze toe aan jouw songs?
Ik heb een aantal van mijn nieuwe muzikale vrienden uitgenodigd en ben zo gelukkig dat deze geweldige muzikanten op mijn album willen spelen. Chocolate Genius is bijvoorbeeld echt een genie. Bij het schrijven van de songs probeerde ik na te denken over toevoegingen van andere muzikanten en ze wilden allemaal mee doen. Ze voegen nieuwe kleuren en nieuwe energie toe aan mijn muziek.

Jouw teksten zijn nog steeds voor een groot deel in het Urdu. Hoe belangrijk is het voor jou om in het Urdu te zingen?
Urdu is een bijzondere taal. Het is een hele indirecte, romantische en metaforische taal en een taal waarmee ik heel veel kwijt kan in een paar zinnen zodat ik me op de muziek kan concentreren. Daar hou ik van, maar ik ben steeds meer tweetalig, dus als er een Engelstalige song op komt hou ik die niet langer tegen.

Je speelt dit jaar op veel festivals. Komt jouw muziek niet beter tot zijn recht in intiemere zalen?
Ik hou van allebei. Spelen in de buitenlucht heeft iets speciaals. Je voelt de wind, mensen zitten in het gras. Het geeft vrijheid en je kunt wat harder spelen. Mijn muziek is beeldend en dat komt buiten goed tot zijn recht.

Wat zijn jouw plannen voor de rest van het jaar?
Touren, touren en touren. En als het album uit is ga ik nadenken over nieuwe songs.

Arooj Aftab is dit jaar nog een aantal keren in Nederland te zien, onder andere op North Sea Jazz, Lowlands, Le Guess Who? en November Music.

Check ook haar geweldige album Night Reign:

Erwin Zijleman