zondag 31 juli 2022

Tracy Chapman - Tracy Chapman (1988)

In eerste instantie werd het debuutalbum van Tracy Chapman nauwelijks opgemerkt, maar uiteindelijk groeide het terecht uit tot een klassieker, die 35 jaar later nog net zo urgent klinkt als op de dag van de release
Tracy Chapman kreeg bij toeval een groot podium voor haar debuutalbum en greep deze kans met beide handen aan. Haar titelloze debuutalbum groeide dankzij singles als Talkin’ Bout A Revolution, Baby Can I Hold You en vooral Fast Car uit tot een van de meest succesvolle albums van 1988 en volgens de critici was het ook een van de beste albums van het betreffende jaar. Er valt weinig tot niets op af te dingen en ook een aantal decennia later heeft het debuut van Tracy Chapman nog niets van zijn kracht verloren. Het debuut van de Amerikaanse muzikante is mooi ingekleurd en geproduceerd, valt op door de bijzondere zang, maar imponeert door de geweldige songs en teksten.


Op 11 juni 1988 was het Londense Wembley Stadium gevuld met 72.000 muziekliefhebbers voor The Nelson Mandela 70th Birthday Tribute Concert. Het concert had misschien niet de impact van het drie jaar eerder georganiseerde Live Aid, maar er zaten wereldwijd toch heel wat mensen voor de buis op de zomerdag in 1988, een dag voor het Nederlands voetbalelftal een valse start zou maken op het uiteindelijk zo goed afgelopen EK 1988. 

Het eerbetoon aan Nelson Mandela, die in 1988 nog in een Zuid-Afrikaanse gevangenis zat, trok flink wat muzikanten van naam en faam, maar backstage wachtte ook de destijds nog volslagen onbekende Tracy Chapman op haar beurt. Aan het begin van het concert mocht ze drie songs spelen, maar Tracy Chapman’s eerste ’15 minutes of fame’ begonnen toen het optreden van Stevie Wonder vertraging opliep en de jonge Amerikaanse muzikante het podium op werd geduwd en Fast Car vertolkte. 

Het maakte haar in één klap wereldberoemd, waardoor haar in de lente van 1988 nauwelijks opgemerkte debuutalbum alsnog zou uitgroeien tot een van de grote albums van het betreffende jaar. Het is een album dat ik al zeker 25 jaar niet meer had beluisterd, maar toen ik dat onlangs deed was ik verrast door de enorme kracht van het titelloze album. 

Tracy Chapman was in 1988 24 jaar oud, maar klonk als de protestzangers die actief waren toen ze nog in de luiers zat. Op haar debuutalbum, waarvoor ze de songs schreef toen ze nog studeerde, vertolkt de Afro-Amerikaanse singer-songwriter vol vuur haar songs over onder andere werkloosheid, discriminatie, armoede en geweld tegen vrouwen in teksten met een mooie mix van uitzichtloosheid en dromen. 

Tracy Chapman kan op haar debuutalbum uit de voeten met behoorlijk sober ingekleurde folksongs (waarvan ze er een a capella vertolkt), maar het album bevat ook net wat voller klinkende songs met invloeden uit de blues, country en soul. In muzikaal opzicht klinkt het na al die jaren verrassend tijdloos, maar het is de stem van de Amerikaanse muzikante die de meeste indruk maakt. Tracy Chapman klinkt strijdbaar, maar ze zingt ook met veel gevoel en beschikt bovendien over een zeer karakteristiek stemgeluid, wat van haar debuutalbum een uniek album maakt. 

Ik had er zoals gezegd al heel lang niet meer naar geluisterd, maar op het debuutalbum van Tracy Chapman is echt alles goed. Dat had haar platenmaatschappij eerder gehoord, want het in eerste instantie lauwtjes ontvangen album werd gemaakt met een aantal topmuzikanten en de zeer ervaren producer David Kershenbaum, die de bijzondere songs van de Amerikaanse muzikante naar een nog wat hoger plan tilt met een werkelijk prachtige productie. 

Het debuutalbum van Tracy Chapman ging in 1988 in grote aantallen over de toonbank en haalde zo ongeveer ieder jaarlijstje, maar het album hing ook als een molensteen om de nek van de jonge Amerikaanse muzikante. Het in 1989 verschenen en politiek getinte Crossroads kreeg terecht positieve recensies, maar was in commercieel opzicht een tegenvaller. De albums die volgden verkochten nog veel minder en ook de meeste fans van het eerste uur haakten af, wat overigens in lang niet alle gevallen terecht was. 

Een kleine vijftien jaar geleden vond Tracy Chapman het na acht albums wel genoeg, al wordt met enige regelmaat gesproken over een comeback. Of die er nog komt gaan we afwachten, maar haar inmiddels tot een klassieker uitgegroeide prachtdebuut neemt niemand haar meer af. Erwin Zijleman


Tracy Chapman van Tracy Chapman is verkrijgbaar via de Mania webshop:


Amanda Shires - Take It Like A Man

Amanda Shires kiest samen met producer Lawrence Rothman voor een duidelijk ander geluid dat de country afwisselend omarmt en wegduwt en dat indruk maakt door de karakteristieke en geweldige zang
Amanda Shires timmert inmiddels al heel wat jaren aan de weg in Nashville en is uitgegroeid tot een van de groten binnen de Amerikaanse rootsmuziek. Die status bevestigt ze met het fraaie Take It Like A Man, dat bijna stiekem toch flink buiten de lijntjes van de Amerikaanse rootsmuziek kleurt. Producer Lawrence Rothman drukt zijn stempel op het album met een volle productie en hier en daar flink wat strijkers en het is een geluid waarin Amanda Shires uitstekend uit de voeten kan met haar bijzondere stem, die gemaakt is voor country tranentrekkers, maar die ook in wat meer pop georiënteerde songs makkelijk indruk maakt. Overtuigend album weer van de eigenzinnige muzikante uit Nashville.


De Amerikaanse muzikante Amanda Shires begon ooit als sessiemuzikante met haar onafscheidelijke viool, maar behoort op het moment tot de groten binnen de Amerikaanse rootsmuziek. Ze heeft inmiddels een respectabel stapeltje soloalbums op haar naam staan, speelt al heel wat jaren in de band van haar echtgenoot Jason Isbell en vormt samen met Brandi Carlile, Maren Morris en Natalie Hemby de supergroep The Highwomen. 

Omdat Amanda Shires haar aandacht moet verdelen over meerdere projecten, hebben we bijna vier jaar moeten wachten op de opvolger van het uitstekende To The Sunset, al verscheen in 2021 nog wel een kerstalbum (die ik overigens zelf nooit meetel). Op To The Sunset koos Amanda Shires vier jaar geleden voor een net wat meer pop georiënteerd geluid, al bleef het wat mij betreft een rootsalbum. 

Dat gaat wat mij betreft ook op voor het deze week verschenen Take It Like A Man, al zijn de meningen hierover verdeeld. Ook op haar nieuwe album neemt Amanda Shires waar het kan afstand van de traditionele countrymuziek, maar ze omarmt het genre ook met grote regelmaat en doet dit met hart en ziel. 

Take It Like A Man is een zeer persoonlijk album van de muzikante die dit jaar 40 is geworden en op haar nieuwe album wederom strijdt voor de rechten van vrouwelijke muzikanten in Nashville en bovendien geen geheim maakt van de hobbelige weg van haar huwelijk. Met dat huwelijk lijkt het overigens nog steeds wel goed te zitten, want echtgenoot Jason Isbell speelt gitaar in de meeste tracks op het album en doet dit geweldig. 

Samen met producer Lawrence Rothman, die in het verleden werkte met onder andere Margo Price, Angel Olsen, Girl in Red, en Soccer Mommy, heeft Amanda Shires een veelzijdig album gemaakt, dat toch weer anders klinkt dan zijn voorgangers. De muzikante uit Nashville, Tennessee, laat, nog meer dan op haar vorige album, horen dat ze binnen de Amerikaanse rootsmuziek op een breed terrein uit de voeten kan en laat bovendien horen dat ze raad weet met tijdloze singer-songwriter pop met een jaren 70 vibe. 

Zeker als de gitaren wat steviger worden aangezet, zoals in de uitstekende openingstrack, klinkt Take It Like A Man bijzonder lekker, met name omdat de stem van Amanda Shires bij wat stevigere klanken goed tot zijn recht komt. De Amerikaanse muzikante beschikt over een bijzondere stem met hier en daar wat bibberige noten of een snik, waar je van moet houden, maar als je er van houdt, is de stem van Amanda Shires een van haar sterkste wapens. 

Producer Lawrence Rothman houdt van strijkers en voegt er hier en daar flink wat toe aan de songs, wat deze songs een wat melancholisch en ook meeslepend karakter geeft. Wanneer de strijkers aanzwellen maakt Amanda Shires tijdloze singer-songwriter pop, maar ze overtuigt op Take It Like A Man ook met broeierige soul en met de country zoals Dolly Parton die maakte in haar beste jaren. 

De instrumentatie en productie zijn hier en daar wat stevig aangezet en klinken bovendien behoorlijk vol en hier en daar wat zoet, maar op een of andere manier bevalt het me wel, al is het maar door de emotievolle zang van Amanda Shires, die het geweldig doet in de tranentrekkers die hier en daar toch weer stevig tegen de country aanleunen. Amanda Shires wordt zoals gezegd momenteel gerekend tot de groten binnen de Amerikaanse rootsmuziek en laat op Take It Like A Man horen waarom dat zo is. Erwin Zijleman

De muziek van Amanda Shires is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://amandashires.bandcamp.com/album/take-it-like-a-man.


Take It Like A Man van Amanda Shires is verkrijgbaar via de Mania webshop:



zaterdag 30 juli 2022

Florist - Florist

Emily Sprague had op het vorige album van Florist de andere leden van de band niet nodig, maar op het met de hele band opgenomen titelloze vierde album, stijgt de band uit New York tot grote hoogten
Emily Alone was drie jaar geleden een prima album van de Amerikaanse band Florist, die op dat moment feitelijk alleen uit zangeres Emily Sprague bestond. Op het deze week verschenen titelloze album overtreft Florist, dat inmiddels weer een echte band is, zichzelf op alle fronten. Het bijna een uur durende album is deels gevuld met sfeervolle instrumentale tracks, die de folky songs met een hoofdrol voor Emily Sprague prachtig ondersteunen. De band creëert een bijzondere sfeer door het gebruik van samples en het opzoeken van experiment en het is een sfeer die wel wat doet denken aan het laatste album van Big Thief, dat er met Florist een serieuze concurrent bij heeft gekregen.


Ik was bijna drie jaar geleden erg onder de indruk van het derde album van de Amerikaanse band Florist, al bleek Emily Alone, zoals de titel van het album eigenlijk al deed vermoeden, feitelijk een soloalbum van zangeres Emily Sprague, die zich tijdelijk had gevestigd in Los Angeles, terwijl de rest van de band in New York was achtergebleven. 

Emily Sprague keerde uiteindelijk terug naar New York en nam samen met de andere leden van de band het deze week verschenen vierde album van Florist op. Het in een huis in de Hudson Valley opgenomen titelloze album van de band is een bijzonder album. Florist heeft maar liefst negentien tracks opgenomen, wat bijna een uur muziek oplevert. 

Het titelloze nieuwe album van de band uit New York bevat een aantal ingetogen folksongs met een hoofdrol voor de stem van Emily Sprague en een aantal instrumentale songs. In deze instrumentale songs creëert de Amerikaanse band een bijzondere sfeer, waar de folky songs met vocalen prachtig op aansluiten. 

Ik was drie jaar geleden zeer gecharmeerd van de behoorlijk sobere songs van Emily Sprague, maar de rest van de band voegt absoluut wat toe op het nieuwe album van Florist en niet alleen in de instrumentale tracks. Ook de folky songs met een basis voor de akoestische gitaar en de stem van Emily Sprague zijn immers verrijkt met natuurgeluiden en bijzondere accenten van met name gitaren en synthesizers en hier en daar een saxofoon. 

Florist zoekt op haar nieuwe album nadrukkelijk het experiment, maar betovert ook met wonderschone folksongs. Het zijn folksongs die worden gedragen door de mooie stem van de frontvrouw van de band, maar die iets unieks krijgen door de bijzondere instrumentatie en alle samples van natuurgeluiden die zijn toegevoegd. 

Ik vergeleek Emily Alone in 2019 met de muziek van andere jonge vrouwelijke singer-songwriters als Hand Habits, Frankie Cosmos, Caroline Says, Japanese Breakfast en Soccer Mommy, maar bij beluistering van het vierde album van Florist komt eigenlijk maar één naam op: Big Thief. 

Net als Big Thief op Dragon New Warm Mountain I Believe in You, wat mij betreft een van de belangrijkste kandidaten voor het aanvoeren van mijn jaarlijstje over 2022, slaagt Florist er in om muziek te maken die je onmiddellijk losweekt van je huidige omgeving en je ergens dumpt in een uitgestrekt natuurgebied in de Verenigde Staten. 

Ook de wijze waarop Florist de bijzondere instrumentatie combineert met de zang van Emily Sprague doet me overigens wel wat denken aan Big Thief. Vergeleken met het laatste album van Big Thief zoekt Florist wel wat meer het experiment, onder andere door het gebruik van instrumentale intermezzo’s en als ik moet kiezen vind ik de stem van Emily Sprague net wat mooier dan die van Adrianne Lenker.

Drie jaar geleden schreef ik in mijn recensie van Emily Alone dat Emily Sprague beter af was zonder de andere leden van de band, maar het deze week verschenen titelloze album van de band bewijst het tegendeel. Zeker bij beluistering met de koptelefoon is het nieuwe album van de band uit New York een betoverend mooie en bezwerende luistertrip, die stijgt tot steeds grotere hoogten. Het is een luistertrip die is opgeknipt in negentien delen, maar deze vormen samen een bijzondere eenheid. Waanzinnig mooi album dit. Erwin Zijleman

De muziek van Florist is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse band: https://florist.bandcamp.com/album/florist.


Florist van Florist is verkrijgbaar via de Mania webshop:



vrijdag 29 juli 2022

Pool Kids - Pool Kids

De Amerikaanse band Pool Kids krijgt allerlei labels opgeplakt, maar geen van deze labels dekt de lading van dit werkelijk wonderschone en bijzonder fascinerende album van de band uit Tallahassee, Florida
Het debuut van de Amerikaanse band Pool Kids heb ik vier jaar geleden helemaal gemist en ook het deze week verschenen tweede album van de band uit Florida ging bijna aan me voorbij. Albums met het etiket ‘emo’ sla ik immers meestal over en dit etiket wordt in de meeste recensies op het album van Pool Kids geplakt. Hiermee doe je de band flink tekort, want wat is het titelloze tweede album van de Amerikaanse band een mooi en avontuurlijk album, dat uitblinkt door schitterend gitaarwerk, emotievolle zang en onnavolgbare wendingen, maar ook door behoorlijk toegankelijke popsongs. Verplichte kost voor iedere liefhebber van de betere indierock.


Music To Practice Safe Sex To, het debuutalbum van de Amerikaanse band Pool Kids, werd in 2018 omschreven als een mix van emo en mathrock en dat was en is voor mij geen aanbeveling. Toen ik het album deze week alsnog beluisterde kon ik alleen maar concluderen dat de labels die vier jaar geleden op het debuut van de band uit Tallahassee, Florida, werden geplakt op zijn minst gezegd kort door de bocht waren. Music To Practice Safe Sex To is immers een avontuurlijk en werkelijk wonderschoon album, waarop de band rond Christine Goodwyne, die op het album alle gitaren, bassen en vocalen voor haar rekening nam, diepe indruk maakt. 

Het is me door de onjuiste labels destijds ontgaan en ik ben zeker niet de enige die het debuutalbum van Pool Kids heeft gemist. De band uit Florida keert deze week terug met een tweede en titelloos album, dat aanvoelt als een nieuwe start. Pool Kids was vier jaar geleden nog vooral een project van Christine Goodwyne, maar is inmiddels een echte band. Vergeleken met Music To Practice Safe Sex To klinkt het titelloze tweede album van Pool Kids een stuk voller. Er zijn nog wat extra lagen gitaren toegevoegd aan het geluid van de band, dat verder is versierd met wat extra keyboards. 

Ook in recensies van het nieuwe album van Pool Kids duiken de namen van genres als emo en mathrock op. Christine Goodwyne zingt inderdaad met veel emotie en met name het gitaarwerk op het album is behoorlijk complex, maar ik hoor toch vooral indierock zoals die in de jaren 90 werd gemaakt door bands met een vrouwelijk boegbeeld, met hier en daar een vleugje Paramore, de band waarmee Pool Kids het vaakst wordt vergeleken. 

Bij eerste beluistering vond ik het nieuwe album van Pool Kids een behoorlijk overweldigend album. Zeker wanneer de band op alle fronten voluit speelt en ook de zang niet inhoudt, komt het album als een muur van geluid uit de speakers en daar moet je voor in de stemming zijn. Zeker bij herhaalde beluistering blijkt het tweede album van Pool Kids een bijzonder fascinerende muur van geluid en bovendien een muur van geluid waarin met enige regelmaat de nuance wordt opgezocht. 

Pool Kids is op haar tweede album verder niet vies van invloeden uit de pop, wat een aantal zeer toegankelijke songs oplevert. Zowel in de meer pop georiënteerde songs als in de songs waarin de rock of zelfs een vleugje progrock domineert laat Pool Kids horen dat het bulkt van het talent. Dit gaat vooral op voor Christine Goodwyne die imponeert als gitarist, als songwriter en als zangeres. 

Het nieuwe album van Pool Kids put hier en daar uit de archieven van de 90s indierock, maar het maakt ook muziek die met beide benen in 2022 staat. Het is muziek die bij vluchtige beluistering misschien niet heel bijzonder klinkt, maar wat is er veel moois verstopt op dit album, ook voor muziekliefhebbers die zich net als ik laten afschrikken door etiketten als emo en mathrock. 

Dat de band zo getergd klinkt is overigens niet zo gek: toen het album bijna op de band stond, liep de studio waar het album werd opgenomen onder en kon de band opnieuw beginnen. Het zal ongetwijfeld niet vanzelf zijn gegaan, maar het heeft de songs van Pool Kids voorzien van een heerlijke dosis woede, frustratie, energie en passie. Vooral niet te snel oordelen over dit bijzondere album. Erwin Zijleman

De muziek van Pool Kids is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse band: https://poolkidsband.bandcamp.com/album/pool-kids.



donderdag 28 juli 2022

The Soft Hills - Viva Chi Vede

De Amerikaanse band The Soft Hills heeft al een aantal slechts in kleine kring opgemerkte albums op haar naam staan, maar het deze week verschenen Viva Chi Vede verdient echt alle aandacht
Garrett Hobba maakt inmiddels al een jaar of twaalf met wisselende muzikanten albums als The Soft Hills. Het deze week verschenen zevende album van de band, Viva Chi Vede, is een hele mooie. The Soft Hills maakt muziek met vooral invloeden uit de jaren 60 en 70, maar omdat de band ook invloeden van recentere datum verwerkt is het zeker geen doorsnee retro. Ook qua genres laat het project van de muzikant uit Los Angeles zich niet makkelijk in een hokje duwen. De muziek van The Soft Hills heeft vaak een zonnig en psychedelisch tintje, maar laat zich door van alles en nog wat beïnvloeden. Het levert een bijzonder aangenaam, maar ook fascinerend en avontuurlijk album op.


Er verschenen de afgelopen week een aantal zonnige en laidback albums met een vleugje psychedelica, wat gezien het seizoen ook niet zo gek is. In eerste instantie vond ik het lastig kiezen tussen deze albums, maar uiteindelijk vond ik Viva Chi Vede van The Soft Hills met afstand de beste van het stel. 

Het is volgens Spotify al het zevende album van The Soft Hills, maar de naam van de band zei me echt helemaal niets. The Soft Hills blijkt een project van de Amerikaanse muzikant Garrett Hobba, die zijn project ooit startte in Seattle, maar inmiddels is neergestreken in het zonnige Los Angeles. 

The Soft Hills bestaat naast Garrett Hobba uit steeds weer andere muzikanten en ook voor het deze week verschenen Viva Chi Vede zijn er weer flink wat aangeschoven. Garrett Hobba vergelijkt zijn muziek op zijn bandcamp pagina met die van Red House Painters, Grizzly Bear en Radiohead. Daar is hier en daar wel wat voor te zeggen, maar het zijn niet de namen die ik zelf zou verzinnen. 

Dat verzinnen van namen is overigens niet eens zo makkelijk, want de muziek van The Soft Hills laat zich, in ieder geval door mij, niet vangen met een paar namen. Ik zou bij het zoeken naar vergelijkingsmateriaal zelf wel een aantal decennia eerder beginnen dan de band zelf doet, want Viva Chi Vede neemt je vaak mee terug naar de jaren 60 en 70, met een mix van vooral psychedelica en soft-rock. 

The Soft Hills houdt het zeker niet bij deze twee genres, want ook invloeden uit de folk, flink wat invloeden uit de countryrock, en hier en daar hints Westcoast pop en elektronica hebben hun weg gevonden naar dit bijzondere album, dat hier en daar ook nog een toegankelijk randje prog bevat, maar dat ondanks alle invloeden klinkt als een eenheid.

Het is een album dat je op twee manieren kunt beluisteren. Je kunt je allereerst laten benevelen door alle mooie en dromerige klanken en de al even dromerige zang van Garrett Hobba. Viva Chi Vede is dan een heerlijk album om bij te ontspannen, zeker als de zon uitbundig schijnt. 

Het nieuwe album van The Soft Hills wordt een stuk interessanter wanneer je het album met volledige aandacht en bij voorkeur met de koptelefoon beluistert. Dan immers hoor je hoe Garrett Hobba en de uitstekende muzikanten die hem vergezellen op Viva Chi Vede niet alleen prachtige muziek maken, maar ook steeds dingen doen die je niet verwacht, waardoor het album met bijzondere sprongen door genres en door de tijd springt. The Soft Hills maakt absoluut muziek met een hoog jaren 60 en 70 gehalte, maar ook de door de band zelf genoemde invloeden uit de jaren 90 en 00 zijn absoluut hoorbaar. 

Viva Chi Vede is mijn eerste kennismaking met de muziek van de band uit Los Angeles, maar het is een kennismaking die nieuwsgierig maakt naar het stapeltje albums dat de band eerder maakte. Voorlopig ben ik echter nog lang niet klaar met het fascinerende Viva Chi Vede, dat me niet alleen blijft verrassen, maar me bovendien steeds aangenamer vermaakt met een bonte mix van klanken en invloeden. 

Er verschenen deze week meer van dit soort aangenaam dromerige albums en een aantal van deze albums kan op veel meer aandacht rekenen dan de muziek van The Soft Hills. Viva Chi Vede is echter een album dat alle aandacht verdient en niet alleen omdat dit album deze week de beste in zijn soort is, maar bovendien een album is dat over aanzienlijk meer groeipotentie beschikt dan de albums van soortgenoten. Erwin Zijleman

De muziek van The Soft Hills is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse band: https://thesofthills.bandcamp.com/album/viva-chi-vede.



woensdag 27 juli 2022

Nicolle Galyon - firstborn

Nicolle Galyon draait achter de schermen al heel wat jaren mee in Nashville, maar laat op haar eerste soloalbum firstborn horen dat ze ook als singer-songwriter binnen de countrypop uitstekend uit de voeten kan
Het is nog altijd flink dringen binnen de Nashville countrypop, waarin wekelijks vele nieuwkomers worden geïntroduceerd. Nicolle Galyon is in deze groep een wat vreemde eend in de bijt. Ze timmert immers al heel wat jaren aan de weg in de hoofdstad van de countrymuziek, maar nam genoegen met een rol achter de schermen. Met firstborn eist ze eindelijk haar plekje in de spotlights op en dat doet ze met heel veel overtuiging. Nicolle Galyon vertelt op haar debuutalbum mooie verhalen, vertolkt ze met veel gevoel en heeft ze verpakt in aansprekende songs. Het zijn mooi ingekleurde songs die voor de afwisseling eens niet te glad geproduceerd zijn. Mooi album.


Veel liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek en zeker de liefhebbers van de traditionele of juist alternatieve Amerikaanse rootsmuziek moeten er niets van hebben, maar persoonlijk heb ik een zwak voor Nashville countrypop. Het is echter zeker niet zo dat ik alles dat momenteel in dit genre wordt gemaakt, en dat is de laatste jaren echt heel erg veel, kan waarderen, maar voor goed gemaakte countrypop ben ik altijd wel te porren. 

Bij goed gemaakte countrypop denk ik aan albums waarop de country het makkelijk wint van de pop, waarop in muzikaal opzicht veel te genieten valt, waarop mooie en bij voorkeur persoonlijke verhalen worden verteld, waarop de songs lekker in het gehoor liggen maar niet te eenvormig zijn, waarop de zang uitblinkt en waarop de productie mooi verzorgd maar niet al te glad is. 

Bovenstaande criteria reduceren het enorme aanbod in het genre stevig, maar ik kom iedere week nog wel een kleine handvol albums tegen die zich niet schamen voor het predicaat ‘Nashville countrypop’ en zo af en toe zit er een hele goede tussen. In de laatste categorie valt firstborn (geen hoofdletter) van de Amerikaanse muzikante Nicolle Galyon. 

Deze Nicolle Galyon draait al een tijd mee in de muziekscene van Nashville, maar nam tot dusver genoegen met een rol achter de schermen. Met een eigen platenlabel en het nodige talent als songwriter besloot ze op haar 38e dat het tijd werd voor een eerste soloalbum, waarmee ze tussen alle jonkies in het genre een wat vreemde eend in de bijt is. 

Nicolle Galyon maakte haar eerste album niet alleen voor zichzelf, maar ook voor haar dochters, voor wie ze haar levensverhaal vertelt. In de openingstrack van het album vertelt de Amerikaanse muzikante hoe ze opgroeide in Winner, Kansas, en geeft ze zichzelf direct bloot. Het debuutalbum van Nicolle Galyon staat vol met persoonlijke verhalen, waardoor het album zich weet te onderscheiden van de bulk van de albums in het genre. 

De Amerikaanse kent de weg in Nashville en het is dan ook niet verbazingwekkend dat firstborn bijzonder mooi klinkt. Het debuutalbum van Nicolle Galyon hoort onmiskenbaar thuis in het hokje Nashville countrypop, maar het album is gemaakt met veel respect voor de countrymuziek van weleer en in tegenstelling tot de meeste albums in het genre klinkt firstborn niet te glad. 

Nicolle Galyon heeft hiermee al heel wat van de hierboven vereiste vinkjes binnen, maar maakt ook als zangeres en als songwriter makkelijk indruk. De Amerikaanse muzikante beschikt over een stem die is gemaakt voor het genre, maar waar deze stemmen in de countrypop wel eens zoetsappig kunnen klinken of een overdreven snik inzetten, overtuigt Nicolle Galyon makkelijk met mooie zang. 

Dat overtuigen doet ze ook met haar songs, die ze in het verleden schreef voor anderen, maar die ze zelf met net wat meer overtuiging en gevoel vertolkt. Het levert een mooi countrypop album op, waarop de Amerikaanse muzikante hier en daar voorzichtig de grenzen opzoekt, waardoor firstborn wat mij betreft niet klinkt als een dertien in een dozijn countrypop album. Nicolle Galyon moet als bijna veertiger concurreren met een heel legioen aan jonge en veelbelovende countrypop zangeressen, maar het gaat er gemakkelijk af op een van de betere albums in het genre dit jaar. Erwin Zijleman


The Sadies - Colder Streams

Door het overlijden van voorman Dallas Good eerder dit jaar is Colder Streams waarschijnlijk de zwanenzang van de Canadese band The Sadies, maar het is gelukkig een afscheid in stijl geworden
De Canadese band The Sadies heeft de afgelopen 25 jaar een bijzonder oeuvre opgebouwd. Het is een oeuvre dat zo lijkt weggelopen uit de jaren 60 en dat uit dit decennium zeer uiteenlopende invloeden verwerkt. De band verkeerde in topvorm op het in 2017 verschenen Northern Passages en werkte door de coronapandemie lang aan de opvolger Colder Streams, dat vorig jaar werd aangekondigd. Door het onverwachte overlijden van voorman Dallas Good eerder dit jaar is de terugkeer van The Sadies helaas ook direct een afscheid geworden. Het levert een typisch The Sadies album op met een veelheid aan invloeden, waarvan de meeste uit de jaren 60 komen.


Begin dit jaar overleed de Canadese muzikant Dallas Good. Het is een naam die niet bij iedereen een belletje zal doen rinkelen, maar liefhebbers van de Canadese band The Sadies kennen hem als de zanger en gitarist van deze bijzondere band. Dallas Good formeerde de band samen met zijn broer Travis aan het begin van de jaren 90 en bouwde vanaf de tweede helft van de jaren 90 aan een bijzonder oeuvre. 
The Sadies maakten tussen 1998 en 2017 negen studioalbums, maar trokken minstens evenveel aandacht met de samenwerking met andere muzikanten, onder wie Andre Williams, John Doe, Neko Case en The Tragically Hip zanger Gord Downie. 

Het in 2017 verschenen en zeer overtuigende Northern Passages leek door de trieste dood van Dallas Good de zwanenzang van de Canadese band te worden, maar deze week verscheen dan toch nog het album waar de band tijdens de coronapandemie aan werkte. De overgebleven leden van de band zijn inmiddels begonnen aan een tour ter promotie van het tiende album van de band, maar dat Colder Streams de zwanenzang van The Sadies is lijkt zeker. 

De Canadese band verkeerde op het in 2017 verschenen Northern Passages in topvorm en begon dan ook vol vertrouwen aan het opnemen van Colder Streams. In 2019 dook de band voor het eerst de studio in Montreal in, waar Richard Reed Parry plaats nam achter de knoppen. De Canadese muzikant en producer is vooral bekend van The Arcade Fire, maar hij is ook een groot fan van The Sadies. 

The Sadies en Richard Reed Parry waren nog maar net begonnen aan het opnemen van het album toen de coronapandemie de wereld in haar greep kreeg en het opnemen van muziek opeens een stuk lastiger werd. De band nam de tijd voor Colder Streams, maar eind vorig jaar kondigde Dallas Good het album vol trots aan. De trieste dood van de pas 48 jaar oude muzikant leek roet in het eten te gooien, maar gelukkig kon het album toch worden afgerond en uitgebracht. 

Colder Streams ligt in het verlengde van het zo goede Northern Passages, dat zo leek weggelopen uit de jaren 60. Dat geldt ook weer voor Colder Streams, dat niet van deze tijd lijkt. The Sadies vinden ook op Colder Streams hun inspiratie weer vooral in de jaren 60, waarbij er niet wordt gekeken op een genre meer of minder. The Sadies maken ook op Colder Streams geen geheim van hun liefde voor psychedelica, maar de Canadese band kan ook overweg met invloeden uit de folkrock, country, surf en rock, om maar eens een paar invloeden te noemen, en gaat zelfs een vleugje reggae niet uit de weg. 

The Sadies speelden de afgelopen twee decennia in dezelfde samenstelling en dat hoor je, want wat klinkt de band weer hecht en gedreven, met vaak een glansrol voor multi-instrumentalist en snarenwonder Travis Good en hier en daar bijdragen van gastmuzikanten, onder wie Jon Spencer. De inspiratie ligt misschien in het verleden, maar The Sadies zijn zeker geen gezapig retro bandje.

Dallas Good schreef eind vorig jaar de begeleidende tekst voor het album op de bandcamp pagina van The Sadies en zegt het volgende over het album: “Colder Streams' is, by far, the best record that has ever been made by anyone. Ever.”. Dat is misschien wat overdreven, maar het is een album dat binnen het oeuvre van de band met de beste albums mee kan, wat van Colder Streams een mooi en waardig slotakkoord maakt. Erwin Zijleman

De muziek van The Sadies is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Canadese band: https://thesadies.bandcamp.com/album/colder-streams.


Colder Streams van The Sadies is verkrijgbaar via de Mania webshop:



dinsdag 26 juli 2022

Jenny Mitchell - Tug Of War

De nog altijd zeer jonge Nieuw-Zeelandse muzikante Jenny Mitchell (23) legt de lat op haar derde album Tug Of War nog wat hoger met songs die er in muzikaal opzicht uitspringen en die in vocaal opzicht imponeren
De Nieuw-Zeelandse singer-songwriter Jenny Mitchell debuteerde knap op slechts 16-jarige leeftijd en schaarde zich met haar tweede album Wildfires op slechts 19-jarige leeftijd onder de smaakmakers binnen de country en de folk. Ze is nog altijd piepjong, maar op het deze week verschenen Tug Of War doet de muzikante uit Wellington er nog een schepje bovenop. Tug Of War is een zeer persoonlijk ‘coming of age’ album dat niet is gemaakt in de makkelijkste tijden, maar dat warm en geïnspireerd klinkt. In muzikaal opzicht is het allemaal dik in orde, maar het is ook dit keer de bijzonder mooie zang die de muziek van Jenny Mitchell ver boven het maaiveld uit tilt.


De Nieuw-Zeelandse singer-songwriter Jenny Mitchell was pas 16 jaar oud toen ze in 2015 haar debuutalbum The Old Oak uitbracht. Het vooral met country en folk gevulde debuutalbum van de muzikante uit het Nieuw-Zeelandse Dunedin stond bol van de belofte en imponeerde voorzichtig met de verrassend volwassen klinkende stem van Jenny Mitchell. 

In 2018 keerde de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter terug met het werkelijk prachtige Wildfires, waarop Jenny Mitchell de belofte van haar debuut ver voorbij was en haar stem nog wat indrukwekkender klonk, zeker wanneer je je bedenkt dat ze bij de release van het album pas 19 jaar oud was. 

Inmiddels zijn we weer vier jaar verder en is het tijd voor het derde album van Jenny Mitchell. Ze heeft haar oude thuisbasis Dunedin inmiddels verruild voor Wellington en is volwassen geworden. Het is een proces dat ook voor Jenny Mitchell samenging met pieken en dalen, waarbij ontwikkeling, liefde en verlies een voorname rol speelden. Het gebeurde allemaal ook nog eens in een tijd waarin het leven van een muzikant grotendeels stil lag door de coronapandemie, maar Jenny Mitchell is er sterker uit gekomen. 

Op Tug Of War gaat de Nieuw-Zeelandse muzikante verder waar het prachtige Wildfires vier jaar geleden ophield. Ook Tug Of War bevat voornamelijk ingetogen songs die vooral zijn beïnvloed door de folk en de country, waarbij de balans wat is uitgeslagen in de laatste richting, al kan Jenny Mitchell binnen de rootsmuziek op een breed terrein uit de voeten. Jenny Mitchell is nog altijd pas 23 jaar oud, maar ze klinkt op haar derde album als een gelouterde muzikante. 

Tug Of War werd nog voor een belangrijk deel in periodes van lockdowns en reisbeperkingen opgenomen, waardoor de muzikanten die bijdroegen aan het album dit in de meeste gevallen van afstand deden. Hetzelfde geldt overigens voor de productie van de Australische producer Matt Fell. Het is geen moment te horen, want Tug Of War is een hecht en intiem klinkend album vol fraaie klanken. 

Jenny Mitchell vertrouwde op haar eerste twee albums vooral op haar sensationeel goede stem, maar op Tug Of War is hoorbaar meer aandacht besteed aan de instrumentatie en productie. Het album klinkt bijzonder sfeervol en met name de bijdragen van verschillende snareninstrumenten zijn prachtig. 

Ook de stem van Jenny Mitchell is de afgelopen jaren alleen maar mooier geworden. De Nieuw-Zeelandse muzikante klonk op haar eerste twee albums al een stuk volwassener dan ze daadwerkelijk was, maar op Tug Of War is haar stem verder gerijpt en maakt ze met name in de zachtere passages nog meer indruk. De bijdragen van haar zussen laten horen dat het zangtalent via de genen is doorgegeven, want ook de zussen Mitchell kunnen er wat van. 

Jenny Mitchell opereert op grote afstand van Nashville, Tennessee, maar ze heeft met Tug Of War een album afgeleverd, waarop heel wat muzikanten uit de hoofdstad van de Amerikaanse rootsmuziek stikjaloers zullen zijn. Tug Of War klinkt in muzikaal opzicht prachtig en imponeert tien tracks lang met de fantastische zang, maar ook de songs op het derde album van Jenny Mitchell zijn van een bijzonder hoog niveau. Zeker na het geweldige Wildfires waren mijn verwachtingen hooggespannen, maar het ijzersterke Tug Of War gaat er echt met gemak overheen. Erwin Zijleman

De muziek van Jenny Mitchell is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Nieuw-Zeelandse muzikante: https://jennymitchell.bandcamp.com/album/lucy.


maandag 25 juli 2022

Alex The Astronaut - How To Grow A Sunflower Underwater

Alex The Astronaut verrast op haar tweede album How To Grow A Sunflower Underwater met persoonlijke en eigenzinnige popsongs, die na enige gewenning ook bijzonder aangenaam en aanstekelijk blijken
De Australische muzikante Alexandra Lynn maakt inmiddels een aantal jaren muziek als Alex The Astronaut. Dat leverde twee jaar geleden een veelbelovend debuutalbum op, dat nu een vervolg krijgt met het wat mij betreft veel betere How To Grow A Sunflower Underwater. Op haar tweede album maakt de muzikante uit Sydney indruk met persoonlijke songs, maar het zijn ook songs die een breed publiek aan moet kunnen spreken, al is How To Grow A Sunflower Underwater meer indie dan mainstream. Ik moest even wennen aan de zang, maar het is uiteindelijk juist deze zang waarmee Alex The Astronaut zich weet te onderscheiden van al haar concurrenten.


Alex The Astronaut, het alter ego van de Australische muzikante Alexandra Lynn, draait inmiddels een aantal jaren mee. Twee EP’s uit 2017 werden gevolgd door een live-album in 2019 en het debuutalbum The Theory Of Absolutely Nothing in 2020. Zeker het laatste album was goed genoeg om mijn aandacht te trekken, maar echt overtuigd werd ik nog niet door de muziek van Alex The Astronaut. 

Ook het deze week verschenen tweede album van de muzikante uit het Australische Sydney had me niet onmiddellijk te pakken. Dat is op zich best bijzonder, want How To Grow A Sunflower Underwater is een geweldig album met een eigenzinnig geluid en een serie ijzersterke songs. 

Ik denk dat ik de zang op het album in eerste instantie misschien net wat te eigenzinnig vond, want de bijzondere manier van zingen en het bijzondere accent van de Australische muzikante zaten me bij eerste beluisteringen van het album wat in de weg. Uiteindelijk is het deze zang waarmee Alexandra Lynn zich juist weet te onderscheiden en het accent hoor ik inmiddels nauwelijks meer. 

How To Grow A Sunflower Underwater is een heel persoonlijk album waarop de muzikante uit Sydney je deelgenoot maakt van haar worstelingen met haar seksualiteit en de diagnose autisme en je bovendien mee terug neemt naar haar kindertijd, die ze deels in Londen en New York doorbracht. 

De bijzondere manier van zingen versterkt het persoonlijke karakter van het album en na enige gewenning vind ik de zang op How To Grow A Sunflower Underwater alleen maar heel mooi. Alex The Astronaut raakt misschien niet alle noten op haar tweede album, maar ze zingt ze wel met veel gevoel en kan bovendien knap variëren met haar stem. De soms bijna gesproken teksten versterken het verhalende karakter van haar songs, maar de Australische muzikante durft ook voluit te zingen. Even wennen dus, maar uiteindelijk bevalt de zang me zeer. 

In muzikaal opzicht en met haar songs werpt Alex The Astronaut minder hoge drempels op. How To Grow A Sunflower Underwater bevat tien uitstekende popliedjes en het zijn ook nog eens zeer gevarieerde popliedjes. Alex The Astronaut kan op haar tweede album uit de voeten met betrekkelijk ingetogen en stemmig ingekleurde indie folksongs, maar ze maakt ook grootser klinkende popliedjes met flink wat zonnestralen, die het uitstekend doen in het huidige seizoen. 

Op haar tweede album werkt Alexandra Lynn samen met de Australische band Ball Park Music, die haar songs afwisselend lekker vol en stemmig inkleurt. Het sluit allemaal goed aan bij de muziek van de grote popprinsessen van het moment, maar de muziek van Alex The Astronaut is wel wat eigenzinniger en vindt ook aansluiting bij de vrouwelijke singer-songwriters in de indie hoek, van wie ze Phoebe Bridgers noemt als voorbeeld in een van de songs op het album. 

De meeste songs op How To Grow A Sunflower Underwater klinken aangenaam en aanstekelijk, maar het zijn ook songs die knapper in elkaar zitten dan bij snelle beluistering het geval lijkt. Twee jaar geleden heb ik het een paar keer geprobeerd met het debuutalbum van de Australische muzikante, maar wilde het uiteindelijk maar niet klikken. Met How To Grow A Sunflower Underwater klikte het uiteindelijk verrassend makkelijk en goed. Erwin Zijleman

Riderless Horse van Nina Nastasia is verkrijgbaar via de Mania webshop:


zondag 24 juli 2022

Fleetwood Mac - Tango In The Night (1987)

Fleetwood Mac leverde na een bestaan als bluesband in de tweede helft van de jaren 70 een nagenoeg perfecte poptrilogie af, maar ook het uitstekende Tango In The Night uit 1987 mag best een klassieker worden genoemd
Ik was in 1987 niet zo onder de indruk van Tango In The Night van Fleetwood Mac, maar na de fraaie reissue uit 2017 ben ik het album anders gaan zien en horen en ben ik steeds meer onder de indruk geraakt van het album. Op Tango In The Night neemt Lindsey Buckingham de regie en sleept hij het succesvolle jaren 70 geluid van de band op knappe wijze de jaren 80 in. Lindsey Buckingham heeft het geluid van de band op Tango In The Night grondig gemoderniseerd, maar het klinkt nog altijd onmiskenbaar als Fleetwood Mac. De band leverde met Fleetwood Mac, Rumours en Tusk drie onbetwiste klassiekers af, maar Tango In The Night uit 1987 is er wat mij betreft ook een.


Fleetwood Mac heeft tussen 1968 en 2003 een fraai en buitengewoon fascinerend oeuvre opgebouwd. Het is een oeuvre dat in twee delen uiteenvalt, want de albums van de Britse bluesband (1967-1974) en de albums van de Brits-Amerikaanse popband (1975-heden) zijn niet met elkaar te vergelijken. De bluesband Fleetwood Mac kwam volgens de critici tot een ruime handvol vijfsterrenalbums, terwijl de popband Fleetwood Mac volgens dezelfde critici blijft steken op drie klassiekers. 

Fleetwood Mac uit 1975, Rumours uit 1977 en Tusk uit 1979 zijn inderdaad drie geweldige albums, die decennia later nog niets van hun kracht hebben verloren, maar aan dit drietal voeg ik persoonlijk het in 1987 verschenen Tango In The Night toe. Daar dacht ik in 1987 overigens nog heel anders over, want toen de band in dat jaar eindelijk de opvolger van het in 1982 verschenen Mirage uitbracht, vond ik Tango In The Night, net als Mirage, een album met een paar aardige tracks, maar ook echt niet veel meer dan dat. Ik leerde Tango In The Night eigenlijk pas waarderen in 2017 toen de 40th Anniversary Edition van het album verscheen en sindsdien is de liefde voor het laatste echt goede album van de roemruchte band alleen maar gegroeid. 

Tango In The Night is gemaakt met de bezetting die in de tweede helft van de jaren 70 met zoveel succes aan de weg timmerde en het is een album waarop Lindsey Buckingham, die in eerste instantie werkte aan een soloalbum, maar uiteindelijk besloot om er een bandalbum van te maken, de touwtjes stevig in handen heeft. Hij zou de band na het album (tijdelijk) verlaten, maar op Tango In The Night is hij bepalend als songwriter, zanger, gitarist en producer. 

De Amerikaanse muzikant zou in zijn huisstudio zo’n anderhalf jaar sleutelen aan het album en hierbij gebruik maken van de opnametechnieken en apparatuur die sinds de tweede helft van de jaren 70 een reuzensprong hadden gemaakt. Lindsey Buckingham slaagt er op Tango In The Night in om het zo succesvolle en in artistiek opzicht zeer geslaagde jaren 70 geluid van Fleetwood Mac de jaren 80 in te trekken. Dat hoor je vooral in de nadrukkelijke aanwezigheid van synthesizers op het album, maar ook de productie van het album en het geweldige gitaarwerk verschillen flink van die van de albums uit de jaren 70. 

Tango In The Night leverde met Big Love, Everywhere, Seven Wonders en Little Lies een fraaie serie hitsingles op, maar het album is, net als de albums uit de jaren 70, veel meer dan een serie singles. Het is een album dat eigenlijk geen zwakke momenten kent, al vind ik de singles wel de sterkste tracks.

Op Tango In The Night springen de bijdragen van Lindsey Buckingham en Christine McVie het meest in het oor. Stevie Nicks kon slechts in beperkte mate meewerken aan het album vanwege haar worsteling met een cocaïneverslaving, maar gelukkig is haar zo karakteristieke stem wel te horen. 

Ik was in 1987 zoals gezegd maar matig te spreken over de songs op Tango In The Night, maar zeker bij beluistering met de koptelefoon (die in 1987 ook nog lang niet zo goed waren als nu) hoor je goed hoe knap het allemaal in elkaar steekt, hoe mooi het geluid op het album is en hoe goed de songs zijn. 

Fleetwood Mac zou na Tango In The Night nog drie studioalbums maken. Behind The Mask (1990) en Time (1995) werden gemaakt zonder Lindsey Buckingham (de laatste ook zonder Stevie Nicks) en zijn de zwakke broeders in het oeuvre van de popband Fleetwood Max. De wel weer met Lindsey Buckingham en Stevie Nicks gemaakte zwanenzang Say You Will (2003) was een stuk beter, maar het hoge niveau van Tango In The Night en de drie albums uit de jaren 70 werd niet meer gehaald. Erwin Zijleman


Tango In The Night van Fleetwood Mac is verkrijgbaar via de Mania webshop:


Nina Nastasia - Riderless Horse

Nina Nastasia keert na een afwezigheid van twaalf jaar terug met een uiterst sober, zeer persoonlijk en vaak donker album, dat laat horen dat de singer-songwriter uit New York nog altijd bijzondere muziek maakt
Bij Nina Nastasia denk ik vrijwel direct aan het briljante The Blackened Air, dat dit jaar alweer twintig jaar oud is. De afgelopen twaalf jaar was het stil rond de Amerikaanse muzikante, die vocht tegen diverse demonen en ook nog te maken kreeg met een traumatische gebeurtenis toen haar vaste muzikale kompaan en voormalig partner een einde maakte aan zijn leven. Het heeft zijn sporen nagelaten op het uiterst sober en vaak ook donkere The Riderless Horse, al laat Nina Nastasia ook horen dat ze haar leven weer op de rails heeft. Ik had niet verwacht dat er nog een zevende album van de muzikante uit New York zou komen, maar het is een welkome en zeer fraaie aanvulling op haar oeuvre.


Voor het laatste wapenfeit van de Amerikaanse singer-songwriter Nina Nastasia moesten we tot voor kort heel ver terug in de tijd. In 2010 verscheen immers haar zesde album Outlaster, waarna het stil werd rond de muzikante die werd geboren in Los Angeles, maar al sinds het begin van haar carrière vanuit New York opereert. 

De door Nina Nastasia zelf verkozen stilte volgde naar eigen zeggen op een lange periode vol mentale problemen, ongeluk en chaos, deels veroorzaakt door haar complexe of zelfs disfunctionele relatie met Kennan Gudjonsson, die niet alleen haar partner was, maar ook haar producer en muzikale compagnon. 

In 2020 besloot Nina Nastasia definitief te breken met Kennan Gudjonsson, die een dag later een einde maakte aan zijn leven. Het is een ingrijpende gebeurtenis, die uiteraard diepe sporen heeft nagelaten op het deze week verschenen Riderless Home, dat Nina Nastasia op haar bandcamp pagina haar eerste soloalbum noemt. Het is een album dat ze samen maakte met producer Steve Albini, die zich weer liet assisteren door Greg Norman. 

Het is twaalf jaar stil geweest rond Nina Nastasia, maar voor mij duurde de stilte nog een paar jaar langer, want haar vijfde en zesde album ken ik eerlijk gezegd niet. Ik ken de muzikante uit New York van haar eerste vier albums, waarvan The Blackened Air uit 2002 met afstand de mooiste is. 

Het is een aardedonker album, dat destijds opviel door de combinatie van sobere klanken en bijzondere accenten en door de heldere stem van Nina Nastasia die haar donkere teksten met veel gevoel vertolkte. Op Riderless Horse hoor ik hier en daar nog flarden van de vroege albums van Nina Nastasia, maar het is ook een duidelijk ander soort album. 

Op haar zevende album horen we niet meer dan de akoestische gitaar en de stem van de Amerikaanse muzikante. Door het ontbreken van de bijzondere accenten klinkt Riderless Horse wat lichter en ook wat traditioneler dan de vroege albums van Nina Nastasia. De folksongs op het album zouden met gemak enkele decennia oud kunnen zijn, maar het zijn ook tijdloze songs, die makkelijk overtuigen. 

Nina Nastasia zingt met nog wat meer gevoel dan op haar vorige albums en doet op Riderless Horse een poging om de dramatische gebeurtenis uit 2020 een plek te geven. De muziek van Nina Nastasia klonk in het verleden aardedonker en ook Riderless Horse is, alleen door de thematiek, een behoorlijk donker album. 

Waar er op de vroege albums van de muzikante uit New York geen licht gloor aan het eind van de tunnel, is dat licht er nu wel. Riderless Horse staat deels in het teken van verlies en rouw, maar Nina Nastasia slaagt er ook in om haar leven weer op te pakken en met vertrouwen naar de toekomst te kijken. 

Het maken van een album met alleen akoestische gitaar en zang is, zeker in deze tijd van blinkende producties en volle klankentapijten, geen gemakkelijke opgave en ik ken ook niet veel recente albums in het genre die me ook na meerdere keren horen blijven boeien, maar Nina Nastasia heeft met Riderless Horse een album gemaakt dat makkelijk indruk maakt en dat ook blijft overtuigen wanneer je het vaker hoort. 

Het zorgt ervoor dat de verrassende terugkeer van Nina Nastasia na twaalf lange jaren anders klinkt dan verwacht of misschien zelfs gehoopt, maar uiteindelijk een wonderschoon album oplevert, dat toch ook onmiskenbaar klinkt als een Nina Nastasia album. Goed dat ze terug is. Erwin Zijleman

De muziek van Nina Nastasia is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://ninanastasia.bandcamp.com/album/riderless-horse.


Riderless Horse van Nina Nastasia is verkrijgbaar via de Mania webshop:



zaterdag 23 juli 2022

ZZ Top - RAW: ‘That Little Ol' Band From Texas’ Original Soundtrack

RAW leek op voorhand een wat overbodige soundtrack bij een documentaire over ZZ Top, maar de band speelt op de toppen van haar kunnen en imponeert met een opvallend ruwe portie bluesy rock ’n roll van wereldklasse
ZZ Top moet het inmiddels een jaar zonder bassist van het eerste uur Dusty Hill doen, maar op RAW is de bassist nog van de partij. Samen met Billy Gibbons en Frank Beard speelt hij de pannen van het dak op de soundtrack RAW. De drie ouwe rotten spelen songs uit de jongere jaren van de band, waarbij uiteraard een aantal publieksfavorieten en hits voorbij komen. Meer dan gitaar, bas, drums en de rauwe strot van Billy Gibbons heeft ZZ Top niet nodig op een album vol rock ’n roll zonder opsmuk. Het klinkt een stuk ruwer dan de reguliere albums van de band, maar het resultaat mag er zijn. RAW laat ZZ Top op haar allerbest horen en dat is een bijzonder indrukwekkende prestatie van het Texaanse drietal.


Een jaar geleden overleed ZZ Top bassist Dusty Hill, waarmee na 51 jaar een einde kwam aan de originele bezetting van de band. ZZ Top heeft de draad inmiddels weer opgepakt met de voormalige gitaartechnicus van de band Elwood Francis als bassist, maar op het deze week verschenen RAW is Dusty Hill nog te horen met zijn kompanen Billy Gibbons en Frank Beard. 

RAW: ‘That Little Ol' Band From Texas’ Original Soundtrack is de soundtrack bij de gelijknamige Netflix documentaire over de band uit Houston, Texas. Deze documentaire is momenteel helaas niet te bekijken in Nederland, maar het beschikbaar komen van de soundtrack maakt heel veel goed. 

RAW is een goed gekozen titel voor het album, want ZZ Top klinkt op het album een stuk ruwer dan op haar studioalbums. RAW werd live opgenomen in de oudste concertzaal van Texas, de Gruene Hall in New Braunfels. De band werd hier door de makers van de documentaire naar toe gehaald voor een fotoshoot, maar toen de instrumenten van de band er ook bleken te staan, besloten Dusty Hill, Frank Beard en Billy Gibbons om direct maar de soundtrack bij de documentaire vol te spelen. 

RAW heeft de ruwe energie van een live optreden van de band, al ontbrak het publiek, maar het is ook een geweldig klinkend album. Billy Gibbons tekende voor de productie van het album, terwijl ene Ryan Hewitt verantwoordelijk was voor de mix. Deze Ryan Hewitt verdient een standbeeld, want RAW knalt werkelijk uit de speakers en klinkt alsof ZZ Top in de eigen woonkamer staat te spelen. De drie leden van de band waren tijdens de opnamen natuurlijk al aardig op leeftijd, maar klinken als een stel jonge honden die met veel passie en plezier een eerste demo opnemen. 

RAW klinkt niet alleen geweldig, maar bevat ook een fraaie selectie uit het oeuvre van de band. De twaalf tracks komen van albums die de band maakte tussen 1970 en 1983 (ZZ Top’s First album, Rio Grande Mud, Tres Hombres, Fandango, Degüello, El Loco en Eliminator) en dat zijn ook de beste albums van de band, al vind ik La Futura uit 2012 ook geweldig). 

ZZ Top omringde zich in de jaren 80 met flink wat synthesizers, maar op RAW hebben Billy Gibbons, Dusty Hill en Frank Beard genoeg aan de drie-eenheid gitaar, bas en drums. Dusty Hill en Frank Beard leggen een solide, strakke en vaak moddervette basis, waarop Billy Gibbons zijn geweldige gitaarwerk en zijn rauwe strot tegenaan kan leggen. 

De drie ouwe rotten spelen op RAW met heel veel plezier en energie, maar ze spelen ook de veters uit je schoenen, met in vrijwel alle tracks een glansrol voor Billy Gibbons die er heerlijk op los soleert. RAW is helaas de zwanenzang van de originele bezetting van de band, maar het album laat ook ZZ Top in absolute topvorm horen. 

Op voorhand leek dit me een totaal overbodig album, waardoor ik het in eerste instantie niet eens op mijn lijstje met te beluisteren nieuwe albums had gezet, maar toen ik dit uit nieuwsgierigheid alsnog deed, was ik onmiddellijk om. RAW staat garant voor ruim drie kwartier bluesy rock ’n roll met ballen en zonder opsmuk. 

Het geluid van de band klinkt vaak vertrouwd, maar met name de songs van Eliminator zijn veel beter dan op het originele album, al is in Legs ook dit keer nog wel wat elektronica toegevoegd. De meeste bands die zo lang meegaan als ZZ Top zijn inmiddels ver verwijderd van hun topvorm, maar ZZ Top hoorde ik nog niet vaak of zelfs nooit beter dan dit. Geweldig album. Erwin Zijleman


RAW van ZZ Top is verkrijgbaar via de Mania webshop:


vrijdag 22 juli 2022

The Local Honeys - The Local Honeys

The Local Honeys uit Kentucky staan met één been in de Appalachen folk uit een ver verleden, maar slagen er ook in om zich in vocaal en muzikaal opzicht te onderscheiden van alles dat er al is in dit genre
Ik ben de afgelopen jaren wat uitgekeken geraakt op de traditionele Amerikaanse rootsmuziek met invloeden uit de Appalachen folk, maar bij de eerste noten van het derde album van The Local Honeys veerde ik direct enthousiast op. Linda Jean Stokley en Montana Hobbs wisten in vocaal opzicht direct de juiste snaar te raken, maar ook in muzikaal opzicht is het titelloze album van het tweetal uit Kentucky een zeer aansprekend album. Het titelloze album is gevarieerd ingekleurd en schuwt voorzichtige uitstapjes buiten de lijntjes niet, waardoor The Local Honeys frisser klinken dan de meeste van hun soortgenoten. Bijzonder album.


Het deze week verschenen titelloze album van The Local Honeys is al het derde album van het duo uit Kentucky. De vorige twee albums, Little Girls Actin’ Like Men uit 2017 en The Gospel uit 2019, zijn me niet opgevallen, maar het nieuwe album van The Local Honeys bevalt me erg goed. 

The Local Honeys bestaat Linda Jean Stokley en Montana Hobbs. Eerstgenoemde speelt gitaar en harmonium, laatstgenoemde de banjo en beide dames zingen op het album. Het album is geproduceerd door Jesse Ray Welles, die ook gitaren, mandoline en viool toevoegt aan het geluid van het tweetal. 

The Local Honeys maken op hun nieuwe album Amerikaanse rootsmuziek met veel respect voor de tradities van het genre. Met een uitvalsbasis aan de voet van de Appalachen is het niet zo gek dat stokoude folk uit deze Appalachen een belangrijke rol speelt op het album. Daar ben ik lang niet altijd gek op, maar er zijn uitzonderingen en dit album van The Local Honeys is er een. 

Dat is allereerst de verdienste van de zang op het album. Met twee zangeressen verwacht je dat de harmonieën je om de oren vliegen, maar The Local Honeys zetten ze redelijk spaarzaam in. Linda Jean Stokley en Montana Hobbs beschikken allebei over een karakteristiek en expressief stemgeluid, dat voor de afwisseling eens niet lijkt op de bekende stemmen in het genre. Het zijn stemmen die het solo prima doen, maar in de af en toe opduikende harmonieën kleuren ze ook mooi bij elkaar. 

Ook de instrumentatie op het album draagt nadrukkelijk bij aan de kwaliteit van het derde album van The Local Honeys. Het tweetal uit Kentucky maakt zoals gezegd behoorlijk traditionele Amerikaanse rootsmuziek met hier en daar uitstapjes naar de muziek zoals die meer dan een eeuw geleden werd gemaakt in de Appalachen. 

Het is muziek die vaak wat eenvormig kan klinken, maar The Local Honeys variëren op hun nieuwe album flink met de instrumentatie door een groot deel van het arsenaal aan instrumenten dat wordt gebruikt in het genre in te zetten, waarvoor overigens de band van Tyler Childers tekent.

De ene keer domineert de banjo, de volgende keer de gitaren of toch de viool, wat een veelzijdig geluid oplevert. Het klinkt allemaal uitstekend en het wordt alleen maar beter als Linda Jean Stokley en Montana Hobbs stiekem het pad van de hele traditionele Amerikaanse rootsmuziek verlaten en wat eigentijdse invloeden toevoegen, bijvoorbeeld door net wat steviger te klinken. 

Het derde album van The Local Honeys varieert overigens niet alleen met de fraaie stemmen van de twee en met de vele instrumenten, maar wisselt bovendien zich langzaam voortslepende songs af met meer uptempo songs, wat het album voorziet van de broodnodige dynamiek. 

Ook de songs van het tweetal zijn van hoog niveau en doen niet onder voor de fraaie cover waarmee het album opent, waardoor Linda Jean Stokley en Montana Hobbs zich met hun derde album weten te onderscheiden van de concurrentie in een overvol genre. Ik laat heel traditioneel klinkende rootsalbums vaak liggen, maar het derde album van The Local Honeys overtuigt me steeds meer, al is het maar omdat de fraaie klanken en mooie stemmen het ook uitstekend doen bij de zomerse temperaturen van het moment. Erwin Zijleman


The Local Honeys van The Local Honeys is verkrijgbaar via de Mania webshop: