31 maart 2023

Kate Davis - Fish Bowl

Kate Davis verruilde de jazzmuziek een paar jaar geleden voor de indierock en maakte direct indruk, wat ze nog veel meer doet met het ijzersterke en gevarieerde Fish Bowl, dat vol staat met prachtsongs
Trophy van de Amerikaanse muzikante Kate Davis moest aan het eind van 2019 concurreren met heel veel andere indierock albums, maar ik vond het album van de voormalige jazzmuzikante er zeker uit springen. Dat doet het deze week verschenen Fish Bowl in nog veel sterkere mate, want Kate Davis is nog flink wat doorgegroeid als popmuzikant. Fish Bowl is een indierock album dat aansluit bij de muziek van de smaakmakers in het genre, maar Kate Davis is in dit genre een eigenzinnig talent, dat zich niet laat beperken door het keurslijf van het genre. Het levert een lekker gevarieerd album op dat bijzonder makkelijk overtuigt, maar bijna stiekem ook steeds leuker en interessanter wordt.


De Amerikaanse muzikante Kate Davis vierde vorige maand pas haar 32e verjaardag, maar heeft er al een flink muzikaal leven op zitten. De in Oregon geboren muzikante leek al op zeer jonge leeftijd klaar voor een carrière in de klassieke muziek of de jazzmuziek. Ze groeide al in haar tienerjaren uit tot een gewild jazz bassiste en maakte een jaar of vijftien geleden haar eerste jazzalbum, waarna er nog twee volgden. 

Toen Kate Davis volwassen werd groeide haar belangstelling voor de popmuziek en deze werd extra gevoed door het meespelen met nogal wat muzikanten van naam en faam, onder wie Ben Folds, Alison Krauss, Jackson Browne en Sharon Van Etten. Het leverde aan het eind van 2019 het indierock album Trophy op en dat vond ik, ondanks de destijds ook al moordende concurrentie in het genre, een verrassend sterk album. 

Het is een album dat in 2021 werd gevolgd door het album Strange Boy, dat ik, ondanks mijn waardering voor het debuutalbum van Kate Davis, echt helemaal heb gemist. Het overkwam me deze week bijna opnieuw, want de naam Kate Davis deed bij het bestuderen van de lijst met nieuwe releases in eerste instantie geen belletje rinkelen. 

Weer eenmaal op het spoor van Kate Davis gezet heb ik eerst maar eens naar Strange Boy geluisterd. Dit blijkt een remake van een album van de cultmuzikant Daniel Johnston en is wat mij betreft een charmant tussendoortje, maar wel een tussendoortje dat wat zegt over de muzikaliteit en eigenzinnigheid van Kate Davis. Die muzikaliteit en eigenzinnigheid hoor je ook terug op haar deze week verschenen nieuwe album Fish Bowl. 

Ook Fish Bowl is een album dat de etiketten indiepop en vooral indierock verdient. Het zijn genres waarin het nog wat meer dringen is dan een paar jaar geleden, maar Kate Davis laat op Fish Bowl, nog meer dan op Trophy, horen dat ze mee kan met de smaakmakers in het genre. Net als op Trophy laat Kate Davis horen dat ze aanstekelijke popsongs kan schrijven die ook in artistiek opzicht interessant zijn. 

Het is een kunst die ze nog veel beter beheerst op haar nieuwe album, want wat liggen de songs op Fish Bowl lekker in het gehoor en wat zijn ze catchy. Op hetzelfde moment doet de Amerikaanse muzikante ook op haar nieuwe album nadrukkelijk haar eigen ding. De songs van Kate Davis op Fish Bowl zijn zeer toegankelijk, maar ondertussen laat de Amerikaanse muzikante zich door van alles en nog wat beïnvloeden, zitten er voldoende verrassingen in haar muziek en kan ze ook nog eens lekker ruw klinken, wat weer fraai contrasteert met haar mooie stem. 

Fish Bowl is ook nog eens een persoonlijk album, dat werd getekend door het isolement van de coronapandemie, die er bij jonge muzikanten als Kate Davis stevig heeft ingehakt. Fish Bowl sluit goed aan bij de smaakmakers van de door jonge vrouwelijke singer-songwriters bevolkte indierock, maar de songs van Kate Davis zijn zeker niet inwisselbaar tegen die van haar soortgenoten, inclusief de meest succesvolle van het stel. 

Qua songs doet Fish Bowl me wel wat denken aan de muziek van Lucy Dacus, maar het album heeft ook het bijzondere dat het briljante Exile In Guyville van Liz Phair had, al is Fish Bowl wel een album van deze tijd. Ik had het tweede album van Kate Davis bijna gemist, maar ik heb het in het genre dit jaar nog niet vaak beter gehoord dan dit. Bijzonder talent deze Kate Davis. Erwin Zijleman

De muziek van Kate Davis is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://katedavis.bandcamp.com/album/fish-bowl.


Fish Bowl van Kate Davis is verkrijgbaar via de Mania webshop:



Caroline Rose - The Art Of Forgetting

Caroline Rose maakte de afgelopen jaren al twee bijzondere albums, maar gaat weer een hele andere kant op met The Art Of Forgetting, dat een intiem en persoonlijk maar ook fascinerend singer-songwriter album is
Caroline Rose ging de afgelopen jaren door diepe dalen en dat heeft zijn weerslag gehad op The Art Of Forgetting, de opvolger van de bijzondere albums LONER en Superstar. Het nieuwe album van Caroline Rose is een persoonlijk album en het is een album dat in muzikaal opzicht nog wat diverser is dan zijn twee voorgangers. De pop van Superstar is op The Art Of Forgetting verruild voor een meer ingetogen maar bijzonder veelzijdig en bij vlagen ook experimenteel geluid, waarmee Caroline Rose zichzelf definitief op de kaart zet als een zeer getalenteerde singer-songwriter. Luister één keer en je bent onder de indruk, maar luister tien keer en de muziek van Caroline Rose laat je niet meer los.


De Amerikaanse muzikant Caroline Rose, die zichzelf ziet als non-binair persoon, maakte twee albums met vooral door Amerikaanse rootsmuziek beïnvloede songs, waarna op het in 2018 verschenen LONER andere wegen in werden geslagen. Op de eerste twee albums maakte de Amerikaanse muzikant enige indruk met een prima stem, maar LONER maakte ook in muzikaal opzicht indruk. 

Het album werd te makkelijk voorzien van het etiket pop, waardoor het derde album van Caroline Rose helaas wat tussen wal en schip viel. Dat was zonde, want LONER was een verrassend gevarieerd album, waarop Caroline Rose niet alleen uit de voeten kon met pop en rock, maar ook invloeden uit onder andere soul, dance, triphop, dub, elektronica, roots en 70s en 80s new wave verwerkte. 

LONER werd in 2020 gevolgd door Superstar, waarop Caroline vol koos voor de pop. Het vooral elektronisch ingekleurde album was een stuk toegankelijker dan zijn voorganger, maar de muziek van Caroline Rose bleef lastig in een hokje te duwen. Met alleen het hokje pop deed je het knap gemaakte album in ieder geval flink te kort, want stiekem verwerkte de Amerikaanse muzikant ook op dit album veel invloeden. 

Deze week verscheen een nieuw album van Caroline Rose en na het bovenstaande zal het waarschijnlijk niemand verbazen dat ook dit album weer totaal anders klinkt dan zijn voorgangers. The Art Of Forgetting opent ingetogen en introvert, wat een flinke koerswijziging is vergeleken met het uitbundige en extraverte Superstar. Wat volgt is een bijzondere roller coaster ride.

Caroline Rose combineert op het nieuwe album alles wat op de vorige albums was te vinden, wat een bonte mix aan klanken en invloeden oplevert, waaraan ook nog invloeden van de Balkan en het nodige experiment aan worden toegevoegd. Vergeleken met Superstar hebben organische klanken flink aan terrein gewonnen, al speelt de elektronica nog altijd een voorname rol op het album. 

The Art Of Forgetting laat zich nog minder makkelijk in een hokje duwen dan zijn voorgangers en is over de hele linie een wat meer naar binnen gekeerd album. Het is een album waarop plaats is voor zeer uiteenlopende invloeden waarmee Caroline Rose een eigen geluid creëert. Het is een geluid dat is getekend door het einde van de liefdesrelatie van Caroline Rose en de hierop volgende depressie. The Art Of Forgetting is hierdoor een heel persoonlijk album, waarop de blinkende lichten van Superstar zijn verruild voor een inkijkje in de zware jaren die Caroline Rose achter de rug heeft. 

Een heftige periode in het leven van een muzikant heeft wel vaker mooie albums opgeleverd en de zwarte bladzijdes in het leven hebben ook in het geval van Caroline Rose een bijzonder album opgeleverd. Caroline Rose laat op The Art Of Forgetting, nog veel meer dan op haar vorige albums horen, dat ze een getalenteerd songwriter en een prima zangeres is. Zeker als de Amerikaanse muzikant het bijna uitschreeuwt van ellende snijdt het album door de ziel, maar het nieuwe album van Caroline Rose heeft gelukkig ook zijn opgewekte momenten, waarop de Amerikaanse muzikant ook zomaar kan kiezen voor lekker in het gehoor liggende pop. 

The Art Of Forgetting is een album dat je echt een paar keer moet horen voordat er het een en ander op zijn plek valt, maar vervolgens heb je er echt een heel mooi en bijzonder en bij vlagen ook behoorlijk singer-songwriter album bij. Echt de hoogste tijd dat het werk van Caroline Rose in veel bredere kring op de juiste waarde wordt geschat. Erwin Zijleman

De muziek van Caroline Rose is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikant: https://carolinerosemusic.bandcamp.com/album/the-art-of-forgetting.


The Art Of Forgetting van Caroline Rose is verkrijgbaar via de Mania webshop:



30 maart 2023

Nickel Creek - Celebrants

Nickel Creek maakte tussen 2000 en 2005 drie baanbrekende albums, keerde pas weer terug in 2014 en keert negen jaar later weer terug met een bijzonder fascinerend en razend knap gemaakt album
Ik was de naam Nickel Creek eerlijk gezegd al lang weer vergeten, al is het maar omdat de drie leden van de band solo en met andere bands geweldige albums hebben afgeleverd de afgelopen tien jaar. Een reünie van Nickel Creek leek dan ook wat overbodig, maar Sara Watkins, Sean Watkins en Chris Thile laten vanaf de eerste noten horen dat dat een zeer voorbarige conclusie was. Celebrants is een album vol muzikaal en vocaal vuurwerk, een album waarop invloeden uit meerdere genres worden verwerkt en een album waarop zoveel gebeurt dat het je een uur lang duizelt. Er kan vervolgens maar één conclusie zijn: Nickel Creek heeft een geweldig comeback album afgeleverd.


De afgelopen negen jaar was het stil rond de band Nickel Creek, die aan het begin van het huidige millennium opdook als een van de vaandeldragers van het nieuwe genre ‘progressive bluegrass’. Deze week komt de band uit California echter met een opvolger van het uit 2014 stammende A Dotted Line, dat overigens ook verscheen na een stilte van negen jaar. 

De beperkte productiviteit van Nickel Creek betekent overigens niet dat de leden van de band stil hebben gezeten de afgelopen twintig jaar. Sara Watkins, Sean Watkins en Chris Thile hebben alle drie flink wat soloalbums afgeleverd en hiernaast waren er projecten als Punch Brothers, Mutual Admiration Society en natuurlijk Watkins Family Hour, dat vorig jaar nog het uitstekende Watkins Family Hour, Vol. 2 afleverde. 

Met name alles dat Sara Watkins de afgelopen jaren heeft gemaakt is erg goed. Alle reden dus om uit te zien naar het nieuwe album van Nickel Creek, dat de band samen maakte met bassist Mike Elizondo, die eerder werkte met onder andere Fiona Apple en Madison Cunningham en met producer Eric Valentine, die ook in het verleden met de band werkte. 

De drie leden van de band zijn het label ‘progressive bluegrass’ inmiddels al lang ontgroeid en ook Nickel Creek maakt op Celebrants muziek die het ooit bedachte hokje op alle fronten ontstijgt. Het betekent overigens niet dat invloeden uit de bluegrass geen rol van betekenis spelen op het album. Bluegrass was de eerste liefde van Sara Watkins, Sean Watkins en Chris Thile en daar maken ze geen geheim van op Celebrants. 

Je hoort dit vooral wanneer de drie muzikanten tekenen voor muzikaal vuurwerk op respectievelijk de viool, gitaar en mandoline, maar ook in de zang hoor je hier en daar flink wat invloeden uit de al dan niet progressieve bluegrass. Nickel Creek verwerkt op haar nieuwe album echter ook uiteenlopende andere invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, waardoor ik ook prima kan leven met het label Americana of Amerikaanse rootsmuziek. 

Sara Watkins, Sean Watkins en Chris Thile zijn sinds de eerste stappen van Nickel Creek enorm gegroeid als muzikant en dat hoor je op Celebrants, wat een ambitieus en in kwalitatief en artistiek opzicht een hoogstaand album is. Ook in kwantitatief opzicht is er overigens niets te klagen, want het nieuwe album van Nickel Creek bevat maar liefst achttien tracks en op een paar seconden na een uur muziek. 

Het zijn songs die zowel in muzikaal als in vocaal opzicht behoorlijk complex in elkaar zitten, maar van overbodig spierballenvertoon is nergens sprake. Ik veer persoonlijk vooral op wanneer Sara Watkins tekent voor de zang, maar ook op de zang van Chris Thile en Sean Watkins heb ik niets aan te merken en de hier en daar toegevoegde harmonieën zijn prachtig. 

Celebrants is echter vooral in muzikaal opzicht een fascinerend album. De songs van de band schieten echt alle kanten op, de arrangementen zijn keer op keer weergaloos en het muzikale vuurwerk houdt maar niet op. Een uur lang zit je op het puntje van je stoel en hoe vaker je het album hoort, hoe interessanter het wordt. 

Ik had door het uitstekende solowerk van met name Sara Watkins en een interessant project als Watkins Family Hour op zich geen heimwee naar de muziek van Nickel Creek, maar Celebrants is een verrassend sterk album en bovendien een album dat iets toevoegt aan het oeuvre van de band en de andere bezigheden van de drie leden. Knap. Erwin Zijleman

De muziek van Nickel Creek is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse band: https://nickelcreek.bandcamp.com/album/celebrants.


Celebrants van Nickel Creek is verkrijgbaar via de Mania webshop:



29 maart 2023

The Reds, Pinks & Purples - The Town That Cursed Your Name

Er zijn veel meer bands die klinken alsof ze rechtstreeks uit de jaren 80 komen overgewaaid, maar er zijn maar weinig bands als The Reds, Pinks And Purples, die ook in de jaren 80 met de allerbesten hadden meegekund
Sinds ik de muziek van de Amerikaanse band The Reds, Pinks And Purples heb ontdekt, strooit de band rond de Amerikaanse muzikant Glenn Donaldson met geweldige albums. Het zijn albums die je onmiddellijk de jaren 80 in sleuren en die zowel strooien met zonnestralen als met melancholie. De bitterzoete songs van The Reds, Pinks And Purples worden alleen maar beter, want ook op The Town That Cursed Your Name zet Glenn Donaldson weer stappen. De nieuwe songs van de Californische muzikant klinken net wat gruiziger, maar zijn nog altijd even onweerstaanbaar. Alsof mijn platenkast uit de jaren 80 is omgevallen en het beste is gecombineerd op één album. Heerlijk, nee onweerstaanbaar.


Aan het eind van 2020 maakte ik, min of meer bij toeval, kennis met de muziek van The Reds, Pinks And Purples. You Might Be Happy Someday, het tweede album van de band rond de Amerikaanse muzikant Glenn Donaldson, strooide in de donkere wintermaanden van 2020 driftig met zonnestralen en verruilde de het door de coronapandemie geteisterde 2020 voor zorgelozere tijden. 

Toen de eerste noten van het album door de speakers kwamen was het geen 2020 meer, maar zat ik weer midden in de jaren 80 en legde ik de ene na de andere LP met bitterzoete gitaarsongs op de platenspeler. The Reds, Pinks And Purples wist op You Might Be Happy Someday niet alleen de sfeer van de muziek uit de jaren 80 (en stiekem ook de jaren 90) perfect te vangen, maar grossierde ook in direct memorabele popsongs, die in de jaren 80 ongetwijfeld tot mijn favorieten zouden hebben behoord. 

You Might Be Happy Someday was zeker geen toevalstreffer, want er ligt inmiddels een bescheiden stapeltje albums van The Reds, Pinks And Purples en ze zijn allemaal even mooi. Vorig jaar bracht Glenn Donaldson zelfs twee albums uit en nog geen half jaar later ligt er al weer een nieuwe worp. 

Het deze week verschenen The Town That Cursed Your Name ligt gelukkig in het verlengde van zijn voorgangers en is, net als deze voorgangers, een album dat mooie muziekherinneringen uit de jaren 80 aan de oppervlakte brengt. Vorig jaar droeg ik The La’s, Felt, The Smiths, Pulp, Aztec Camera, The Lotus Eaters, Lloyd Cole & The Commotions en China Crisis als relevant vergelijkingsmateriaal aan en dit lijstje is ook weer van toepassing op The Town That Cursed Your Name, al kan ik ook een rijtje andere namen noemen. 

Glenn Donaldson en andere recensenten noemen overigens weer hele andere namen (The Magnetic Fields en The Go-Betweens bijvoorbeeld) en ook die zijn absoluut relevant, wat iets zegt over het brede palet dat de Amerikaanse muzikant bestrijkt. De muziek van The Reds, Pinks And Purples lijkt voor mij nog altijd op alles dat ik leuk vond in de jaren 80 en 90 en het knappe is dat de Amerikaanse band ook dit keer met songs op de proppen komt die niet onderdoen voor alles dat ik in deze decennia intens koesterde. 

Zodra de eerste noten van The Town That Cursed Your Name uit de speakers komen begint de zon te schijnen en ben ik weer even terug in het verre verleden. Glenn Donaldson maakt op het nieuwe album van The Reds, Pinks And Puples muziek volgens een inmiddels beproefd recept, maar The Town That Cursed Your Name is zeker niet meer van hetzelfde. Hier en daar klinken de soms net wat gruiziger of incidenteel flink gruiziger dan op de vorige albums van de band uit San Francisco, af en toe is het tempo wat lager en zo nu en dan worden de zonnestralen net wat langer verdreven door wolken melancholie. 

Het zijn subtiele verschillen, maar ze zorgen er voor dat ook The Town That Cursed Your Name weer een album is dat ik weer eindeloos ga koesteren. Het nieuwe album van The Reds, Pinks And Purples lijkt wat breder te worden opgepikt dan zijn voorgangers en ik lees terecht vooral hele positieve woorden. Alles wat Glenn Donaldson inmiddels heeft uitgebracht onder de naam The Reds, Pinks And Purples is me heel dierbaar, maar dit nieuwe album sla ik nog net wat hoger aan. Wat een fantastisch album weer. Erwin Zijleman

De muziek van The Reds, Pinks And Purples is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse band: https://theredspinksandpurples.bandcamp.com/album/the-town-that-cursed-your-name-3.


The Town That Cursed Your Name van The Reds, Pinks And Purples is verkrijgbaar via de Mania webshop:



Darling West - Cosmos

Darling West wordt onder het kopje Nordicana geschaard, maar op Cosmos blijkt de band uit Oslo ook niet vies van Amerikaanse Westcoast pop, wat een bijzonder aangenaam, maar ook knap album oplevert
De Noorse band Darling West draait inmiddels al een aantal jaren mee, maar de vorige albums van de band overtuigden me niet volledig. Het deze week verschenen Cosmos heb ik al wat langer en na wat eerste aarzelingen is het album me steeds dierbaarder geworden. Op Cosmos verwerkt Darling West net wat minder invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en net wat meer uit de Amerikaanse Westcoast pop en met name van Fleetwood Mac en het resultaat mag er zijn. Cosmos is een mooi en fantasierijk album met een bijzonder fraaie instrumentatie, aansprekende songs en zeker ook de mooie en bijzondere stem van Mari Sandvær Kreken. Ik ben om.


Noorwegen en Americana gaan de afgelopen jaren verrassend goed samen, wat de zogenaamde Nordicana scene heeft opgeleverd. Het leverde de afgelopen jaren een stapeltje prachtige albums op van met name The Northern Belle en Silver Lining, maar ook de band Darling West moet niet worden onderschat. De band uit Oslo bracht de afgelopen tien jaar vier studioalbums en een livealbum uit en daar wordt deze week een vijfde studioalbum aan toegevoegd. 

Waar The Northern Belle en Silver Lining me vrijwel onmiddellijk wisten te overtuigen met hun muziek, heb ik wat meer energie moeten steken in de muziek van Darling West. Waarom dat zo is kan ik niet goed uitleggen, want ook Darling west maakt op zich albums die makkelijk tot de verbeelding spreken en die goed in mijn muzikale straatje passen. 

Het geldt ook weer voor het deze week verschenen Cosmos, dat bijzonder aangenaam opent met een toegankelijke popsong die het geluid van Fleetwood Mac uit de jaren 70 combineert met Amerikaanse rootsmuziek en waarin de prima zang van Mari Sandvær Kreken centraal staat. Het zijn invloeden die terugkeren in de meeste songs op het album, dat dit keer zwaarder tegen de Amerikaanse Westcoast pop dan tegen de Amerikaanse rootsmuziek aanleunt. 

Het wat meer pop georiënteerde, hier en daar stevig door Fleetwood Mac beïnvloede en ook wat zonniger klinkende geluid van Darling West overtuigt me kennelijk wat minder makkelijk dan de wat melancholischere en meer roots georiënteerde muziek van de andere Nordicana bands uit Oslo, maar na een paar keer horen raak ik steeds meer gecharmeerd van Cosmos en zeker wanneer de lentezon zich voorzichtig laat zien komt het album makkelijk tot leven. 

Darling West vertrouwt voor een belangrijk deel op de zang van Mari Sandvær Kreken, die beschikt over een mooi en karakteristiek stemgeluid en bovendien over een stem die het goed doet in de zwoele roots- en Westcoast pop die Darling West maakt. Het is een stem waarvoor ik niet direct smolt, maar ik vind de zang op Cosmos bij iedere luisterbeurt mooier. 

Ook in muzikaal opzicht laat Darling West interessante dingen horen. De band uit Oslo maakt bij oppervlakkige beluistering lekker in het gehoor liggende popsongs met een hang naar het California van de jaren 70, maar de prima muzikanten van de band kiezen zeker niet voor de makkelijkste weg en hebben Cosmos niet alleen fraai maar ook zeer inventief ingekleurd. 

Liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek kunnen het album waarschijnlijk net iets minder waarderen dan de vorige albums van de Noorse band of de albums van de eerder genoemde andere bands uit het hoge noorden, al heeft Darling West de invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek zeker niet verloochent op haar nieuwe album. 

De zang van Mari Sandvær Kreken blijft voor mij het sterkste wapen van Darling West, maar sinds ik het album een paar keer met de koptelefoon heb beluisterd, valt me ook steeds meer op hoe mooi en gevarieerd de instrumentatie op het album is, met de strijkers van de momenteel zeer gewilde Rob Moose in twee tracks als kers op de taart. Ik heb de muziek van Darling West tot dusver laten liggen, maar nu ik Cosmos steeds mooier begin te vinden, ga ik ook de rest van het oeuvre van de Noorse band er eens bij pakken. Erwin Zijleman

De muziek van Darling West is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Noorse band: https://darlingwest.bandcamp.com/album/cosmos.


Cosmos van Darling West is verkrijgbaar via de Mania webshop:



28 maart 2023

Depeche Mode - Memento Mori

Depeche Mode keert na een aantal zware jaren terug met Memento Mori, dat dankzij de werkelijk prachtige inkleuring en de persoonlijke en beladen songs niet onder doet voor het beste werk van de band
Depeche Mode behoort absoluut tot de beste live-bands van het moment, maar wat mag je nog verwachten van een nieuw studioalbum van een band die inmiddels meer dan veertig jaar mee gaat en de afgelopen zes jaar geen album uitbracht? Best veel kennelijk, want Memento Mori is een verrassend sterk album, dat al snel niet zo gek veel onder blijkt te doen voor het beste werk van de band. De coronapandemie en met name het overlijden van bandlid Andy Fletcher kleuren het album aardedonker, maar dit past perfect bij de songs van Depeche Mode. De synths op het album klinken prachtig, de zang is uitstekend en de songs zijn stuk voor stuk van een hoog niveau. Echt een zeer aangename verrassing dit nieuwe Depeche Mode album.


De Britse band Depeche Mode bestaat inmiddels al meer dan veertig jaar en heeft in die ruime veertig jaar een zeer imposant oeuvre opgebouwd, dat tot voor kort bestond uit veertien studioalbums. Ik geef eerlijk toe dat ik dit in 1981 bij beluistering van het nog door Vince Clarke gedomineerde Speak & Spell niet had verwacht van een op dat moment redelijk doorsnee synthpop bandje, maar Depeche Mode bleek al snel van vele markten thuis en groeide uit tot een allround rockband. 

Het afgelopen decennium timmerde de Britse band vooral aan de weg op het podium en verschenen van alle albums van Depeche Mode versies met 12” remixes van de bekendste songs van de band. Spirit uit de lente van 2017 was daarom tot voor kort het laatste studioalbum van de band, maar deze week is het vijftiende studioalbum van Depeche Mode verschenen, Memento Mori. 

Er werd in het verleden, zeker in Nederland, vaak wat neerbuigend gedaan over de muziek van Depeche Mode, maar wanneer ik het oeuvre van de band bekijk, kan ik alleen maar constateren dat de Britse band al sinds de vroege jaren 80 een behoorlijk hoog niveau weet vast te houden op de meeste van haar albums en ook op de zwakste albums zeker niet door het ijs zakt. 

Ondanks de geweldige live-reputatie van Depeche Mode is het altijd maar de vraag waar een band die al meer dan veertig jaar bestaat na zes jaar stilte nog mee komt. De meeste generatiegenoten van de band bestaan al lang niet meer of leveren draken van albums af (beluister de nieuwe U2 maar eens), maar na Memento Mori meerdere keren gehoord te hebben, durf ik wel te concluderen dat Depeche Mode op haar vijftiende album juist de lijn naar boven weer heeft gevonden. Memento Mori is nog beter dan Spirit uit 2017 en doet wat mij betreft niet onder voor het beste werk van de band. 

Zoals de titel al doet vermoeden is Memento Mori (gedenk te sterven) geen vrolijk album geworden. De Britse band bekeek het leven op haar meeste albums sowieso niet door een roze bril, maar de coronapandemie en met name de onverwachte dood van lid van het eerste uur Andy Fletcher hebben er stevig ingehakt. Dave Gahan en Martin Gore, de overgebleven leden van de band, staan uitvoerig stil bij het overlijden van hun vriend en medebandlid, wat heeft geresulteerd in een behoorlijk donker album. 

Depeche Mode is al heel lang geen synthpop band meer, maar elektronica speelt nog altijd een zeer voorname rol in de muziek van de band en domineert in vrijwel alle songs op het nieuwe album. De elektronica op Memento Mori klinkt echt prachtig en is hier en daar stevig schatplichtig aan de eerste stappen in het genre die werden gezet door de pioniers, van wie in ieder geval Kraftwerk moet worden genoemd. De wolken elektronica passen prachtig bij de stem van Dave Gahan, die sinds de eerste stappen van Depeche Mode alleen maar beter is gaan zingen. 

Memento Mori wordt nog wat verder opgestuwd door de aansprekende songs op het album, die extra lading krijgen door alle ellende uit het recente verleden. Het zijn songs die me direct aanspraken, maar ze worden echt alleen maar beter en memorabeler. De meeste bands die in de jaren 80 aan de weg timmerden liggen al lang op apegapen of zijn geen schim meer van zichzelf, maar Depeche Mode kan ook met Memento Mori nog met de besten mee, wat een prestatie van formaat is. Erwin Zijleman


Memento Mori van Depeche Mode is verkrijgbaar via de Mania webshop:


27 maart 2023

Pitou - Big Tear

Bijna vijf jaar na haar tweede EP komt de Nederlandse muzikante Pitou op de proppen met haar debuutalbum, dat zowel in muzikaal als in vocaal opzien baart en Pitou definitief op de kaart zet als een groot talent
De Nederlandse muzikante Pitou liet op de EP’s die ze in 2016 en 2018 uitbracht al horen dat ze beschikt over flink wat talent, maar op haar debuutalbum Big Tear laat ze horen dat ze nog veel meer kan. Big Tear laat horen dat Pitou een geweldige zangeres is, die niet alleen veel kan met haar stem, maar bovendien flink wat emotie in haar zang stopt. Ook in muzikaal opzicht is Big Tear een mooi en fascinerend album. Pitou heeft haar muziek rijk en veelzijdig ingekleurd, maar Big Tear is ook een ruimtelijk klinkend album dat ademt. Het is een album met mooie en bijzonder aangenaam klinkende songs, maar het zijn ook songs die durven te experimenteren en te verrassen. Bijzonder knap debuutalbum.


Pitou (Nicolaes) wordt inmiddels al flink wat jaren een van de grote beloften van de Nederlandse popmuziek genoemd. De van oorsprong Amsterdamse muzikante heeft zich niet laten opjagen door alle verwachtingen, maar heeft de tijd genomen voor het maken van haar debuutalbum. Het deze week verschenen Big Tear volgt op een titelloze EP uit 2016 en de EP I Fall Asleep So Fast uit 2018. Beide EP’s kunnen met zeven songs en meer dan twintig minuten muziek overigens net zo goed mini-albums worden genoemd. 

Pitou liet in eerste instantie behoorlijk ingetogen en sober ingekleurde folksongs horen, maar op I Fall Asleep So Fast zocht de Amsterdamse muzikante met enige regelmaat het experiment en was een avontuurlijker geluid te horen. Beide EP’s lieten een getalenteerd songwriter horen, maar boven alles een geweldige zangeres met een stem die meerdere kanten op kan en ook nog eens vol gevoel zit. 

Na I Fall Asleep So Fast hebben we bijna vijf jaar op het debuutalbum van Pitou moeten wachten, waardoor de verwachtingen op zijn minst hooggespannen waren. Het zijn verwachtingen die Pitou onmiddellijk waar maakt. De openingstrack en titeltrack van Big Tear laat horen dat de muzikante, die tegenwoordig in Antwerpen woont. haar muziek nog wat voller en avontuurlijker heeft ingekleurd en laat bovendien horen dat Pitou als zangeres en songwriter is gegroeid. 

Big Tear is in muzikaal opzicht een fascinerend album. Pitou heeft voor haar debuutalbum flink wat instrumenten uit de kast getrokken, wat een bijzonder geluid oplevert. Pitou heeft de akoestische gitaar van haar vroege werk grotendeels verruild voor piano en keyboards en heeft hiernaast onder andere harp, blazers en strijkers toegevoegd aan haar muziek. Ondanks de veelheid aan instrumenten en de inzet van flink wat muzikanten is Big Tear een subtiel ingekleurd album, waarop de details prachtig aan de oppervlakte komen. 

De muziek van Pitou kreeg lange tijd het etiket folk opgeplakt en dat is een etiket dat slechts ten dele van toepassing is op haar muziek. Big Tear bevat ook flink wat invloeden uit de klassieke muziek, de chamber pop en de jazz, waardoor de muziek van Pitou zich lastig in een hokje laat duwen. De songs van de Amsterdamse muzikante zitten over het algemeen complex in elkaar en doen continu dingen die je niet verwacht, maar Big Tear is desondanks een zeer aangenaam klinkend album, dat zich makkelijk opdringt. 

Wat voor de instrumentatie en de songs op het debuutalbum van Pitou geldt, geldt ook zeker voor haar zang. De Nederlandse muzikante liet op haar EP’s al horen dat ze een geweldige zangeres is, maar op Big Tear klinkt de stem van Pitou nog wat mooier en overtuigender. Ook de stem van Pitou doet vaak dingen die je niet verwacht en klinkt net zo veelzijdig als de instrumentatie, maar ondanks de vele wendingen, klinkt de zang op het debuutalbum van Pitou geen moment gekunsteld. 

Pitou heeft zoals gezegd de tijd genomen voor haar eerste album en dat hoor je. Big Tear overstijgt het niveau van een gemiddeld debuutalbum op alle fronten en klinkt als een album van een gelouterde muzikante. Ondanks een lang muzikaal verleden, dat naar verluidt begon bij Kinderen voor Kinderen, is Pitou Nicolaes pas 29 jaar oud, maar wat bereikt ze op Big Tear al een hoog niveau. Erwin Zijleman


Big Tear van Pitou is verkrijgbaar via de Mania webshop:


26 maart 2023

Kathryn Williams - Little Black Numbers (2000)

De Britse singer-songwriter Kathryn Williams heeft inmiddels een respectabel aantal prima albums op haar naam staan, maar haar onbetwiste meesterwerk is het wonderschone Little Black Numbers uit 2000
De Britse folkie Kathryn Williams debuteerde in 1999 nog vrij anoniem met het veelbelovende Dog Leap Stairs, maar trok in 2000 nadrukkelijk de aandacht met het prachtige Little Black Numbers, dat terecht stevig werd bewierookt. Kathryn Williams heeft sindsdien een stapeltje mooie album gemaakt, maar op Little Black Numbers valt alles op zijn plek. De fluisterzachte stem van de Britse muzikante verleidt meedogenloos, de songs op het album liggen lekker in het gehoor maar zitten ook knap in elkaar en dan is er ook nog eens het prachtige organische klankentapijt, dat de songs van Kathryn Williams voorziet van een uniek eigen geluid. Het levert wat mij betreft een onbetwiste klassieker op.


Ik heb de afgelopen tien jaar drie albums van de Britse singer-songwriter Kathryn Williams besproken en heb haar bovendien talloze malen genoemd als relevant vergelijkingsmateriaal of inspiratiebron. Crown Electric uit 2013, Hypoxia uit 2015 en Night Drives uit 2022 zijn stuk voor stuk prima albums, maar Kathryn Williams maakte wat mij betreft haar beste albums tussen 1999 en 2010. Dog Leap Stairs uit 1999 en Old Low Light uit 2002 zijn albums die ik koester, maar er is één album in het oeuvre van Kathryn Williams dat er met kop en schouders bovenuit steekt en dat is Little Black Numbers uit 2000. 

Het is een album dat me in 2000 onmiddellijk betoverde en sindsdien is het tweede album van de singer-songwriter uit Londen alleen maar mooier geworden. Little Black Numbers is hierdoor uitgegroeid tot een van mijn meest dierbare albums. Little Black Numbers is voor mij zo’n bijzonder album geworden door de werkelijk prachtige instrumentatie, door de prachtige stem van Kathryn Williams en door de bijzondere serie songs op het albums. 

Laat ik beginnen bij de instrumentatie. Little Black Numbers is bijzonder sfeervol ingekleurd met vooral organische klanken. Centraal staan de bijzonder mooie baslijnen, die de perfecte kapstok bieden voor de andere instrumenten die op het album zijn te horen. Dit zijn naast akoestische gitaren en piano een aantal bijzondere percussie-instrumenten en verschillende blazers, maar de meeste aandacht op Little Black Numbers wordt getrokken door het wonderschone cello spel van Laura Reid, dat in flink wat tracks op het album de sfeer bepaalt. 

De combinatie van de instrumenten die zijn te horen op Little Black Numbers is zeker niet uniek, maar het album heeft een hele bijzondere sfeer, die absoluut invloed heeft gehad op bijvoorbeeld de muziek van This Is The Kit en op het prachtige What A Boost van Rozi Plain, een van mijn favoriete albums van 2019. 

De instrumentatie, die ook nog eens prachtig door de speakers komt, is een van de sterke punten van Little Black Numbers, maar ook de fluisterzachte zang van de Britse muzikante draagt nadrukkelijk bij aan het fraaie eindresultaat. Er zijn de afgelopen twintig jaar stapels albums met dit soort fluisterzachte vocalen uitgebracht, maar de zang op het tweede album van Kathryn Williams vind ik nog altijd behoren tot de mooiste in zijn soort. 

De prachtige klanken en de al even mooie zang zijn al goed voor een album dat boven het maaiveld uitsteekt, maar Little Black Numbers is ook nog eens een album met een serie uitstekende songs. Ik noemde Kathryn Williams hierboven een folkie, maar de Britse muzikante laat zich op haar tweede album geen moment in het keurslijf van de traditionele Britse folk persen. Little Black Numbers verloochent de kaders van de Britse folk zeker niet, maar heeft ook een geluid dat buiten de lijntjes van deze Britse folk kleurt. 

Kathryn Williams haalde in 2000 terecht een Mercury Price nominatie binnen voor Little Black Numbers, dat werd geprezen door gerenommeerde Britse muziektijdschriften als Mojo en Uncut, maar het is helaas een vrij onbekend album gebleven. Niet voor mij, want het is zoals gezegd een van mijn favoriete albums aller tijden, maar liefhebbers van de Britse folkies die de afgelopen twintig jaar wel stevig aan de weg hebben getimmerd, zouden ook eens moeten luisteren naar het meesterwerk van Kathryn Williams. Erwin Zijleman

De muziek van Kathryn Williams is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Britse muzikante: https://kathrynwilliams1.bandcamp.com/album/little-black-numbers.


Little Black Numbers van Kathryn Williams is verkrijgbaar via de Mania webshop:



Lankum - False Lankum

De Ierse band Lankum begint ook op False Lankum weer bij behoorlijk traditionele (Ierse) folk, maar slaat vervolgens indrukwekkende wegen in met een vaak aardedonkere instrumentatie die je meedogenloos bij de strot pakt
Go Dig My Grave is de ruim acht minuten durende openingstrack van het vierde album van de Ierse band Lankum en het is een track die je wereld op zijn kop zet. Wat begint als een stokoude folk traditional eindigt in een bloedstollende explosie van geluid, die compleet over je heen walst. Het is maar een van de manieren waarop Lankum op False Lankum een geheel eigen draai geeft aan traditionele folk. De band laat traditionele folksongs prachtig ontsporen, maar de donkere songs van de band kunnen ook op meer ingetogen wijze torenhoge spanningsbogen opbouwen. Met The Livelong Day zette de band uit Dublin zichzelf al nadrukkelijk op de kaart, maar False Lankum is nog veel beter.



Ik heb in de laatste maanden van 2019 echt enorm geworsteld met The Livelong Day, het derde album van de Ierse band Lankum. Nieuwsgierig geworden door alle recensies vol superlatieven van met name de Britse muziekpers, begon ik destijds met zeer hoge verwachtingen aan het album, maar bij eerste beluistering hoorde ik toch vooral een behoorlijk traditioneel klinkend folkalbum en dat zijn over het algemeen albums waar ik maar zelden goed mee uit de voeten kan. 

The Livelong Day bleek echter al snel een album dat je niet moet beoordelen na snelle en oppervlakkige beluistering, maar dat je volledig moet ondergaan. Lankum begon op haar doorbraakalbum weliswaar bij de behoorlijk traditionele Ierse folk, maar koos met name in muzikaal opzicht voor verrassende uitstapjes, zonder de tradities van het genre helemaal uit het oog te verliezen. Zeker wanneer de muziek van de band uit Dublin voorzichtig explodeerde in aardedonkere klanken of zelfs dreigende drones, liet The Livelong Day een fascinerend geluid horen en steeg de Ierse band tot grote hoogten. 

Deze week is een nieuw album van Lankum verschenen en ook False Lankum wordt weer onthaald met zeer positieve recensies. Ik wist inmiddels wat ik kon wat verwachten en liet me dus niet afschrikken door de invloeden uit de traditionele folk, die ook op False Lankum weer een belangrijke rol spelen. Lankum gaat ook dit keer aan de haal met enkele stokoude traditionals, die de Ierse band aan de ene kant met respect behandelt, maar aan de andere kant ook op zeer eigenzinnige wijze het heden in sleept. 

Het album opent verpletterend mooi met het door zangeres Radie Peat prachtig gezongen Go Dig My Grave. Het is van oorsprong al een behoorlijk donkere traditional, maar Lankum maakt er op fascinerende wijze een duistere of zelfs spookachtige song van ruim acht minuten van. Het zijn acht minuten waarin Radie Peat prachtig zingt, maar als de instrumentatie compleet ontspoort en ook nog eens van een bijna beangstigende of zelfs bloedstollende intensiteit is, weet je dat Lankum het fascinerende geluid van The Livelong Day op bijzondere wijze heeft doorontwikkeld. 

Falkse Lankum bevat meer traditionals, maar ook songs van recentere datum en een aantal eigen songs. Het zijn songs die worden gedragen door de geweldige stem van Radie Peat, die nog veel beter zingt dan op The Livelong Day, maar ook de mannen in de band tekenen voor mooie vocalen en fraaie harmonieën. Lankum kleurt de songs bij vlagen mooi traditioneel in, maar False Lankum komt tot leven, wanneer de instrumenten aan mogen zwellen en Lankum folk maakt die alleen maar uit de eenentwintigste eeuw kan komen. 

De openingstrack is zo indrukwekkend dat False Lankum na acht minuten al een bijzonder album is, maar ook in de tracks die volgen weet de Ierse band diepe indruk te maken met haar geluid, dat hier en daar het etiket doomfolk opgeplakt heeft gekregen. Zeker in de wat langere tracks, en daar bevat het album er flink wat van, is de muziek van Lankum van een unieke schoonheid en een beangstigende intensiteit, waarbij de band overigens niet alleen kiest voor beklemmende drones, maar ook op meer ingetogen wijze de spanning op kan bouwen. 

Lankum verlegt ook op False Lankum bijna 70 minuten lang de grenzen van de traditionele folk en levert een album af dat je afwisselend lieflijk streelt en ruw bij de strot pakt. Er gebeurt zoveel dat je na afloop naar adem moet happen en iedere keer dat je naar het album luistert hoor en ervaar je nieuwe dingen. Bijzonder indrukwekkend. Erwin Zijleman

De muziek van Lankum is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Ierse band: https://lankum.bandcamp.com/album/false-lankum.


False Lankum van Lankum is verkrijgbaar via de Mania webshop:



25 maart 2023

Lana Del Rey - Did You Know That There's A Tunnel Under Ocean Blvd

Vorig jaar moesten we het doen zonder nieuw album van Lana Del Rey, maar op het deze week verschenen Did You Know That There's A Tunnel Under Ocean Blvd steekt de Amerikaanse muzikante weer in een fantastische vorm
Lana Del Rey levert deze week alweer haar negende album af. Norman Fucking Rockwell! springt er vooralsnog wat uit, maar het album krijgt stevige concurrentie van Did You Know That There's A Tunnel Under Ocean Blvd, dat een stuk beter is dan twee vorige albums. Het is een album waarop alle ingrediënten van het uit duizenden herkenbare Lana Del Rey geluid aanwezig zijn, waaronder natuurlijk de unieke stem en de met melancholie doordrenkte teksten van de Amerikaanse muzikante, maar door de bijdragen van flink wat producers en gastmuzikanten begeeft Lana Del Rey zich ook af en toe buiten haar comfort zone. Het levert een betoverend mooi, maar ook indrukwekkend album op.


Na het briljante Norman Fucking Rockwell! uit 2019 vielen de twee albums die Lana Del Rey in 2021 afleverde misschien een klein beetje tegen, maar persoonlijk vond ik ook Chemtrails Over The Country Club en Blue Banisters nog altijd bovengemiddeld goed. De Amerikaanse muzikante heeft desondanks net wat meer tijd genomen voor haar nieuwe album en dat blijkt een wijs besluit, want het album bevalt me net wat beter dan zijn twee voorgangers. 

Wat direct opvalt bij het bestuderen van de cover van het deze week verschenen Did You Know That There's A Tunnel Under Ocean Blvd is dat de producers en gastmuzikanten die meewerkten aan het album op de cover nadrukkelijk worden genoemd. Dat Lana Del Rey maar liefst vijf producers inschakelde voor haar nieuwe album vond ik op voorhand overigens geen goed nieuws, want wat mij betreft werkt ze altijd met Jack Antonoff, die de credits dit keer moet delen met vier anderen. Ik heb Lana Del Rey persoonlijk ook liever zonder gastmuzikanten en zeker gastvocalisten, al heeft ze met onder andere Jon Batiste, Bleachers (Jack Antonoff), SYML en Father John Misty zeker niet de minsten gestrikt. 

Ondanks het grote aantal producers en meerdere gastmuzikanten voelt Did You Know That There's A Tunnel Under Ocean Blvd voor een belangrijk deel gelukkig aan als een warm bad. Veel tracks op het album hebben de piano en de stem van Lana Del Rey als fundament, waarna strijkers of elektronica voor de versiering mogen zorgen. Zeker de songs met vooral piano en strijkers hebben de nostalgische sfeer, die al vanaf de doorbraaksingle Video Games om de Amerikaanse muzikante heen hangt. 

Het warme bad van Did You Know That There's A Tunnel Under Ocean Blvd zit hem echter vooral in de zang, want de stem van Lana Del Rey herken je uit duizenden en als je vatbaar bent voor de verleiding van haar stem zijn er weinig stemmen mooier. Ik ben al sinds Video Games verliefd op de stem van Lana Del Rey, maar op Did You Know That There's A Tunnel Under Ocean Blvd klinkt haar zang nog wat mooier. Dit geldt niet alleen voor de nostalgisch aandoende songs, maar ook voor de songs waarin de Amerikaanse muzikante de nostalgie verruilt voor de eenentwintigste eeuw. 

Hoewel ik Did You Know That There's A Tunnel Under Ocean Blvd, ondanks alle producers en gastmuzikanten, een verrassend consistent album vind, is het album een stuk diverser dan de vorige albums van Lana Del Rey. Het album bevat een aantal opvallende intermezzo’s en ook in de songs waarin de gastmuzikanten prominent zijn te horen stapt de muzikante, die tegenwoordig weer vooral Los Angeles als thuisbasis heeft, af en toe buiten haar comfort zone. Zeker de tweede helft van het album klinkt wat minder nostalgisch dan de eerste tracks, maar het blijft in alle gevallen vintage Lana Del Rey, al is het maar door de persoonlijke teksten die ook dit keer overlopen van weemoed en melancholie. 

Dat het werken met gastmuzikanten ook verrassend mooi uit kan pakken is overigens te horen in het duet met Father John Misty (die al twee keer eerder opdook in een song van Lana Del Rey), dat ik mooier en indrukwekkender vind dan de andere samenwerkingen op het album. Did You Know That There's A Tunnel Under Ocean Blvd bevat 16 songs en ruim vijf kwartier muziek, maar als je de net wat mindere songs weg laat blijft er nog altijd bijna een uur muziek van een bijzonder hoog niveau over. 

Lana Del Rey kan bij mij maar heel weinig verkeerd doen, maar Did You Know That There's A Tunnel Under Ocean Blvd overtreft de torenhoge verwachtingen die ik op voorhand had en is een album dat behoorlijk dicht in de buurt komt bij het op voorhand onaantastbaar geachte Norman Fucking Rockwell!. Erwin Zijleman


Did You Know That There's A Tunnel Under Ocean Blvd van Lana Del Rey is verkrijgbaar via de Mania webshop:


24 maart 2023

Free Range - Practice

Free Range, het alter ego van de Amerikaanse muzikant Sofia Jensen, heeft met Practice een op het eerste gehoor weinig onderscheidend, maar uiteindelijk toch opvallend mooi debuutalbum afgeleverd
Practice van Free Range verscheen een paar weken geleden, maar heeft in Nederland helaas weinig aandacht gekregen. In de VS was er meer aandacht, met onder andere een zeer positieve recensie van Pitchfork, en dat is volkomen terecht. Het alter ego van Sofia Jensen uit Chicago opereert in een overvol genre, maar wanneer je Practice wat vaker hoort, merk je dat haar songs iets bijzonders hebben. Hoe vaker ik naar dit fraaie ‘coming of age’ album luister, hoe meer ik het idee krijg dat Free Range zich met Practice schaart onder de grote beloften van de indiefolk, indierock en indiepop, want Sofia Jensen kan in alle drie de genres uit de voeten. Absoluut een album dus dat ook in Nederland alle aandacht verdient.


Het is momenteel zo druk in de vijver met jonge en vooral vrouwelijke singer-songwriters die indiepop, indierock of indiefolk maken dat ik noodgedwongen ook albums die boven het maaiveld uit steken moet laten liggen. Het gebeurde vorige maand met Practice, het debuutalbum van Free Range. 

Free Range is het alter ego van Sofia Jensen uit Chicago, Illinois, en Practice is het debuutalbum van de muzikant die zichzelf ziet als een non-binair persoon. Sofia Jensen is pas achttien jaar oud, maar heeft een volwassen klinkend album afgeleverd. Het is een album dat vooral in het hokje indiefolk zal worden geduwd, maar Practice verwerkt ook zeker invloeden uit de indierock en de indiepop. 

De muzikant uit Chicago nam het debuutalbum op uiteenlopende plekken op en deed dit met bescheiden middelen. Desondanks is Practice een mooi en verzorgd klinkend album, dat zich misschien niet kan meten met de albums van de groten in het genre, maar wat mij betreft wel flink wat belofte laat horen. 

Sofia Jensen tekende voor alle songs op het album, bespeelde naast akoestische en elektrische gitaren ook nog het orgel, de piano en keyboards en was uiteraard verantwoordelijk voor de leadvocalen. Bevriende muzikanten tekenden voor bas, drums, pedal steel en achtergrondvocalen, waardoor Practice zeker geen heel sober indiefolk album is geworden. Sofia Jensen maakte in het verleden overigens veel stevigere muziek en dat hoor je op Practice. 

Bij eerste beluistering vond ik het debuutalbum van Free Range een aardig album, maar vond ik de muziek van de singer-songwriter uit Chicago niet heel onderscheidend. Er zijn de afgelopen jaren heel veel albums verschenen in dit genre, dus het valt ook niet mee om je nog te onderscheiden. Ik selecteerde Practice daarom in eerste instantie niet voor een plekje op de krenten uit de pop, maar merkte de afgelopen weken dat mijn aandacht toch steeds weer naar het debuut van Sofia Jensen werd getrokken en dat de songs op het album steeds beter werden. 

De jonge Amerikaanse muzikant beschikt over een hele aangename maar ook karakteristieke stem, die rijper klinkt dan je zou verwachten van iemand van 18 jaar oud. Ook de net wat afwijkende inkleuring van de songs op Practice maakt het album wat mij betreft net wat interessanter dan de meeste albums van de tijd- en leeftijdgenoten van Sofia Jensen. 

Hetzelfde geldt voor de songs, die misschien niet zo heel veel afwijken van de songs die in dit genre de afgelopen jaren gebruikelijk zijn, maar wel bijzonder lekker blijven hangen en een flinke dosis muzikaal talent verraden. Ondanks de melancholie in de zang, die me af en toe wel wat doet denken aan Phoebe Bridgers, is Practice ook nog eens een zonnig klinkend album, dat het steeds beter doet nu de winter langzaam maar zeker uit het land wordt verdreven. 

Practice van Free Range is zoals gezegd een album dat wat mij betreft in het genre boven het maaiveld uitsteekt, maar het album bevat ook een aantal songs die niet onder doen voor die van de smaakmakers in het genre, zeker wanneer de teksten, die met name gaan over alle strubbelingen rond het volwassen worden, nog net iets persoonlijker zijn. 

En omdat ik Practice de afgelopen weken alleen maar leuker en interessanter ben gaan vinden is het volgens mij niet overdreven om de piepjonge Sofia Jensen te scharen onder de beloften in het genre. Wat dat betreft is het jammer dat het debuutalbum van Free Range flink is ondergesneeuwd vorige maand, maar hopelijk komen nog flink wat muziekliefhebbers, net als ik, tot inkeer. Erwin Zijleman

De muziek van Free Range is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikant: https://freerange.bandcamp.com/album/practice.



23 maart 2023

Death And Vanilla - Flicker

De Zweedse band Death And Vanilla maakte al een aantal uitstekende albums, maar legt de lat nog wat hoger op het nog wat mooiere en ook net wat avontuurlijkere Flicker, dat de aandacht van een groot publiek verdient
De muziek van de uit Malmö afkomstige band Death And Vanilla trekt nog niet heel veel aandacht en dat is jammer. Op haar vorige albums wist de band zich makkelijk te onderscheiden van al die bands die fantasieloos voortborduren op de dreampop uit de jaren 90 en dat doet Death And Vanilla nog wat nadrukkelijker op het deze week verschenen Flicker. Flicker bevat absoluut ingrediënten uit de dreampop, waaronder mooie gitaarlijnen, atmosferische synths en fluisterzachte vocalen, maar de Zweedse band kiest ook voor het experiment en creëert een bijzondere sfeer. Het levert een bezwerend album op, dat bij iedere luisterbeurt mooier en fascinerender klinkt.


De Zweedse band Death And Vanilla bracht haar debuutalbum uit in 2012, maar mijn eerste kennismaking met de band uit Malmö stamt uit 2019, toen Are You A Dreamer? verscheen. Op haar derde album maakte Death And Vanilla wat mij betreft indruk met lome en dromerige popsongs, waarin subtiele gitaarlijnen, zweverige elektronica en de fluisterzachte stem van Marleen Nilsson elkaar op fraaie wijze wisten te versterken in een geluid dat in het hokje dreampop werd geduwd, maar dit genre op vele manieren ontsteeg. 

Ik werd in 2019 overigens niet direct betoverd door de muziek van Death And Vanilla, maar toen ik eenmaal was gevallen voor de charmes van Are You A Dreamer? werd het een trouwe metgezel, die met name in kleine uurtjes wonderen kon verrichten. Alle reden dus om heel nieuwsgierig te zijn naar het nieuwe album van de band, dat deze week is verschenen. 

Flicker ligt gelukkig in het verlengde van zijn voorganger, maar Death And Vanilla heeft ook op subtiele wijze gesleuteld aan haar geluid. Ook Flicker trekt direct de aandacht met de zachte zang van Marleen Nilsson en ook de inmiddels van de band bekende subtiele gitaarakkoorden en atmosferische synths zijn van de partij. Nieuw is de wat grotere rol voor baslijnen en ritmes, die het tempo van de muziek van de Zweedse band iets hebben opgevoerd. 

De opvoering van het tempo is in de meeste gevallen zeer subtiel, maar het voorziet de songs op Flicker toch van een net wat andere en vaak wat donkerdere sfeer dan de songs op het vorige album. Net als bij mijn eerste beluistering van Are You A Dreamer? vond ik ook Flicker op het eerste gehoor wat eenvormig, zeker als je het album op de achtergrond laat voortkabbelen, maar wanneer je het album met volledige aandacht en bij voorkeur met de koptelefoon beluistert, heeft ook het nieuwe album van Death And Vanilla een bijna hypnotiserende werking. 

Met haar vorige album paste de band met enige fantasie nog wel in het hokje dreampop, maar op Flicker worden de grenzen van het genre nog veelvuldiger opgezocht. Death And Vanilla klinkt op haar vierde reguliere album (de band maakte ook nog twee soundtracks) psychedelischer dan in het verleden en laat ook duidelijker haar zwak voor zwoele filmmuziek horen. Zeker wanneer de elektronica wat tegendraadser klinkt hoor je dit keer ook een vleugje Krautrock of zelfs een beetje progrock, waardoor Flicker gevarieerder en dynamischer klinkt dan de vorige albums van de Zweedse band, al moeten de verschillen met deze albums zeker niet worden overdreven. 

Flicker klinkt bij vlagen ook zeker wat lichtvoetiger dan de vorige albums van de band, maar dit is niet ten koste gegaan van de kwaliteit van de songs van de band, die ook op het nieuwe album weer hoog is. Door het voorzichtig opvoeren van het tempo, maar zeker ook door de wat experimenteler klinkende elektronica bevalt Flicker me uiteindelijk nog net wat beter dan het uitstekende Are You A Dreamer?, wat gezien het niveau van dat album een prestatie van formaat mag worden genoemd. Dat Death And Vanilla veel meer aandacht verdient voor haar bijzondere muziek dan de Zweedse band tot dusver krijgt zal inmiddels duidelijk zijn. Erwin Zijleman

De muziek van Death And Vanilla is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Zweedse band: https://deathandvanillamusic.bandcamp.com/album/flicker.


Flicker van Death And Vanilla is verkrijgbaar via de Mania webshop: