maandag 28 februari 2022

Hattie Briggs - Half Me Half You

Het is heel lang stil geweest rond de Britse singer-songwriter Hattie Briggs, maar op het deze week verschenen Half Me Half You maakt ze indruk met wat voller klinkende songs en prachtige vocalen
Bij Hattie Briggs dacht ik tot voor kort in eerste instantie vooral aan typisch Britse folk, maar invloeden uit dit genre zijn op het deze week verschenen Half Me Half You veel minder dominant aanwezig dan op haar vorige twee albums. Het derde album van Hattie Briggs is wat voller ingekleurd dan deze voorgangers en schuwt invloeden uit de pop en de rock niet. De instrumentatie op het album is wat rijker, maar zeer smaakvol. Het is een instrumentatie die nog altijd alle ruimte biedt aan de prachtige stem van de Britse muzikante, die ook op Half Me Half You weer indruk maakt als zangeres en songwriter. Bij het grote publiek is Hattie Briggs helaas nog onbekend, maar ook Half Me Half You is weer een topalbum.


De Britse singer-songwriter Hattie Briggs heeft met Red & Gold uit 2015 en Young Runaway uit 2016 al twee uitstekende albums op haar naam staan. Het zijn albums die diep zijn geworteld in de wat traditionelere Britse folk uit met name de jaren 60 en 70, maar met name Young Runaway liet ook uitstapjes richting Americana horen. 

De eerste twee albums van de muzikante, die oorspronkelijk uit West-Sussex komt maar momenteel vanuit Londen opereert, vielen op door sterke songs en misschien nog wel meer door de bijzonder mooie stem van Hattie Briggs, die afwisselend deed denken aan een aantal gerenommeerde Britse folkies en aan de Amerikaanse zangeres Eva Cassidy. 

Deze week is dan eindelijk het derde album van Hattie Briggs verschenen en ook Half Me Half You laat weer horen dat Hattie Briggs bulkt van het talent. Er is hoorbaar lang en met veel precisie gewerkt aan het nieuwe album, dat met afstand het meest ambitieuze album van Hattie Briggs tot dusver is. 

Op de vorige albums van de Britse muzikant hoorde je met enige regelmaat nog flarden van haar verleden als straatmuzikant, maar Half Me Half You is voorzien van een mooi vol en fraai geproduceerd geluid. Het is een geluid dat minder goed past in het hokje van de traditionele Britse folk, maar dat invloeden uit de folk en pop fraai laat samenvloeien met hier en daar een vleugje rock. 

Half Me Half You zal waarschijnlijk minder in de smaak vallen bij muziekliefhebbers die leven op een streng dieet van traditionele Britse folk uit de jaren 60 en 70, maar ik ben zelf zeer gecharmeerd van het warme en verzorgde geluid op het album. Het is een geluid waarin de gitaren domineren en deze zijn dit keer vaker elektrisch dan akoestisch. Naast gitaren vallen vooral de fraaie bijdragen van de cello en de subtiele piano akkoorden op, maar ook op Half Me Half You draait veel om de stem van Hattie Briggs. 

Die stem excelleert in de wat soberder ingekleurde songs en in de songs waarin de piano centraal staat, maar ook in de wat rijker ingekleurde songs maakt de Britse singer-songwriter veel indruk met haar zang. Hattie Briggs klonk op haar vorige albums vaak als een typisch Britse folkie, maar nu ze in muzikaal opzicht wat meer afstand neemt van de traditionele Britse folk, herinnert ze ook in vocaal opzicht veel minder aan de folkzangeressen van weleer, zonder dat dit ten koste gaat van de pracht van de vocalen.

Hattie Briggs laat zowel in vocaal als in muzikaal opzicht een wat meer eigen geluid horen en het is een geluid van een bijzondere schoonheid. Ik had altijd al een zwak voor de songs en zeker ook voor de stem van de Britse muzikante, maar op Half Me Half You zet Hattie Briggs in alle opzichte grote stappen. De songs op het nieuwe album zijn mooi, veelzijdig en tijdloos en de zang is bij mij talloze keren goed voor kippenvel. 

Het is wat mij betreft wel de vraag of Hattie Briggs zich met dit album vervreemdt van de folk puristen die met haar vorige twee albums nog redelijk goed uit de voeten konden, maar als dit zo is verdient ze alle aandacht van muziekliefhebbers die zowel met folk als met pop uit de voeten kunnen. Ook voor folk puristen is er wat mij betreft genoeg te genieten op het album, want het laagje pop is over het algemeen dun. Bijna zes jaar zijn verstreken sinds het tweede album van Hattie Briggs, maar Half Me Half You is als je het mij vraagt een voltreffer. Erwin Zijleman

Voor een fysiek exemplaar van Half Me Half You kun je terecht op de website van Hattie Briggs: https://www.hattiebriggs.co.uk/preorder-my-album.html.


zondag 27 februari 2022

The Smashing Pumpkins - Adore (1998)

Na een heleboel ellende sloeg de Amerikaanse band The Smashing Pumpkins op haar vierde album een nieuwe en wat onbegrepen en ondergewaardeerde weg in, maar Adore is echt een prachtig album
Vraag fans van The Smashing Pumpkins naar hun favoriete album van de band en ik verwacht dat Adore, het vierde album van de band, maar weinig genoemd gaat worden. Adore verscheen in 1998, was in dat jaar mijn favoriete Smashing Pumpkins album en dat is het nog steeds. Op Adore slaat de band een andere weg in en het is een weg die op de volgende albums van de band meteen weer zou worden verlaten. Mede door een heleboel persoonlijke misère, klinkt de band uit Chicago op Adore melancholischer en ook ingetogener dan we van de band gewend zijn. De gitaarmuren blijven uit, net als de hard-zacht dynamiek, en elektronica speelt een voornamere rol. Het klinkt anders, maar wat zijn de songs goed en wat klinkt het nog altijd mooi en bijzonder.


Binnen het oeuvre van de Amerikaanse band The Smashing Pumpkins worden de eerste drie albums van de band, Gish uit 1991, Siamese Dream uit 1993 en Mellon Collie And The Infinite Sadness uit 1995, door de critici het hoogst gewaardeerd, gevolgd door de albums die de band de afgelopen tien jaar heeft gemaakt. Mijn persoonlijke favoriet in het oeuvre van de band rond Billy Corgan is echter het in 1998 verschenen Adore, dat destijds door de critici werd verguisd. 

Adore is in het oeuvre van de Amerikaanse band een wat vreemde eend in de bijt. De verschillen met de andere albums van The Smashing Pumpkins moeten ook weer niet overdreven worden, maar Adore klinkt wel wezenlijk anders dan zijn voorgangers en de albums die zouden volgen.

De band maakte Adore in een extreem moeilijke periode. De toetsenist van de band overleed aan een overdosis, terwijl de drummer van de band een te grote hoeveelheid drugs maar net overleefde en vervolgens werd ontslagen. Voorman Billy Corgan kreeg hiernaast ook nog eens te maken met het overlijden van zijn moeder en het einde van zijn huwelijk. Het zijn meer dan voldoende ingrediënten voor een nogal melancholisch album. 

Adore opent met het uiterst ingetogen en akoestische eerbetoon aan Billy Corgan's moeder To Sheila, dat de toon zet voor het album. In de muziek van The Smashing Pumpkins zaten altijd al meer ingetogen passages, maar deze werden altijd gecombineerd met uitbarstingen en hoge gitaarmuren. To Sheila moet het doen zonder deze dynamiek, maar komt daarom alleen maar harder aan. 

De tweede track van het album, de single Ava Adore, past eigenlijk niet zo goed op het album. Het is de ruwste en stevigste track op het album en ook de track die het dichtst bij het vertrouwde Smashing Pumpkins geluid ligt, al is de grotere rol voor elektronica wel opvallend. Ik vind het ook de minste track overigens. 

Adore vervolgt met een serie relatief ingetogen tracks, waarin wederom de rol van elektronica opvalt. De band moest het op Adore doen zonder drummer Jimmy Chamberlain, maar het drumwerk op het album springt er wat mij betreft in positieve zin uit. Het hele albums, waarvoor meerdere producers werden ingeschakeld, klinkt overigens fantastisch.

Het is opvallend dat The Smashing Pumpkins op hun eerste drie albums hadden getekend voor het rockgeluid van de jaren 90, maar op Adore deels terug grijpen op de combinatie van gitaren en synths uit de jaren 80. Het bevalt me persoonlijk net wat beter dan de gitaarmuren en de steeds terugkerende hard-zacht dynamiek op de eerste albums van de band. 

Adore is zoals gezegd veel mooier geproduceerd en heeft mede hierdoor de tand des tijds veel beter doorstaan. Ik vind ook de songs op Adore beter en waar de zang van Billy Corgan op veel albums van The Smashing Pumpkins scherp en soms zelf onaangenaam klinkt, vind ik zijn zang op Adore wel raak. 

Ondanks alle verschillen met de drie voorgangers en de albums die na Adore zouden volgen, vind ik Adore wel een typisch Smashing Pumpkins album, want veel ingrediënten die de muziek van de Amerikaanse band zo bijzonder maakten en maken, zijn ook op dit album te horen. 

Mede dankzij het net wat andere geluid en de wat meer ingetogen en ook melodieuzere songs, kon Adore niet rekenen op de sympathie van de critici en ook onder de fans van de band is het zeker niet het meest populaire album, maar mij raakte het album eigenlijk direct en dat doet het album nog steeds. Het is het enige album van The Smashing Pumpkins dat ik nog geregeld beluister en ik vind het nog minstens net zo mooi als bijna 24 jaar geleden. Erwin Zijleman


Adore van The Smashing Pumpkins is verkrijgbaar via de Mania webshop:


Jamie McDell - Jamie McDell

Jamie McDell verruilde het Nieuw-Zeelandse Auckland tijdelijk voor Nashville en maakte in de country hoofdstad een prachtig authentiek album, dat de Amerikaanse concurrentie het nakijken geeft
Ik was vier jaar geleden al eens enthousiast over een album van Jamie McDell, die destijds de countrypop verruilde voor een wat traditioneler rootsgeluid. Het in Nashville opgenomen titelloze album dat deze week is verschenen is nog veel beter en laat horen dat Jamie McDell zich heeft ontwikkeld tot een van de betere countryzangeressen van het moment. In productioneel en muzikaal opzicht klinkt het titelloze vierde album van de Nieuw-Zeelandse muzikante, mede dankzij de inzet van topkrachten, geweldig, maar het zijn toch vooral haar prachtige stem en haar emotievolle voordacht die het nieuwe album van Jamie McDell naar een hoger plan tillen.


De uit het Nieuw-Zeelandse Auckland afkomstige Jamie McDell viert later dit jaar haar dertigste verjaardag, maar heeft er al een hele carrière in de muziek op zitten. Ze brak als tiener door met songs die ze op YouTube plaatste en via sociale media onder de aandacht bracht van een met name Nieuw-Zeelands publiek. In 2012 debuteerde ze met een album dat het met name in eigen land goed deed en ook de albums die volgden in 2015 en 2018 waren in Nieuw-Zeeland zeer succesvol. 

Het zijn albums waarop Jamie McDell begon met Taylor Swift achtige countrypop, maar vervolgens steeds meer opschoof richting meer traditionele of alternatieve country, wat in 2018 een album opleverde waarover ik erg enthousiast was. Buiten haar vaderland timmerde Jamie McDell vooralsnog nauwelijks aan de weg, maar dat moet gaan veranderen met haar deze week verschenen nieuwe album, dat geen titel heeft meegekregen. 

Titelloze albums wijzen meestal op een nieuwe start en dat is het nieuwe album van Jamie McDell dan ook. De start van een internationale carrière bijvoorbeeld. Direct vanaf de eerste noten klinkt het vierde album van de muzikante uit Auckland als het beste dat momenteel in Nashville wordt gemaakt. Dat is geen toeval, want Jamie McDell nam haar nieuwe album op in de hoofdstad van de Amerikaanse countrymuziek. 

In Nashville werkte ze samen met de van oorsprong Australische producer Nash Chambers, die een aantal topmuzikanten naar zijn studio haalde, waar ook The McCrary Sisters, Robert Ellis en Erin Rae nog eens aanschoven voor een bijdrage. 

Voordat ik wist wie het album produceerde had ik overigens al sterke associaties met de muziek van Kasey Chambers, de jongere zus van Nash Chambers. Net als Kasey Chambers heeft ook Jamie McDell een stem die is gemaakt voor Amerikaanse countrymuziek, al doet laatstgenoemde minder vaak een beroep op de beroemde (of beruchte) countrysnik. 

Waar ik de laatste tijd nogal wat albums heb besproken van vrouwelijke singer-songwriters die de traditionele Amerikaanse rootsmuziek hebben verlaten voor een meer pop of rock georiënteerd geluid, omarmt Jamie McDell de muziek die we kennen uit Nashville met volle overgave. Het levert een prachtig klinkend rootsalbum op dat herinnert aan klassiekers uit het genre. De muziek van Jamie McDell is diep geworteld in de traditionele Amerikaanse rootsmuziek, maar haar nieuwe album laat ook uitstapjes richting Laurel Canyon folk en gospel of juist richting de wat moderne alt-country horen. 

Ik heb al stapels albums in dit genre, maar Jamie McDell heeft iets. Ze beschikt over een prachtige stem en het is een stem die inmiddels een stuk rijper en doorleefder klinkt dan op de albums die ze op jonge leeftijd maakte. Het is een stem die zoals gezegd gemaakt is voor de country, maar dat is nog geen garantie voor het kippenvel waarvoor Jamie McDell meer dan eens goed is. 

Minstens even belangrijk is het feit dat het titelloze album van de Nieuw-Zeelandse muzikante een puur en oprecht album is dat ik woord voor woord geloof. De prachtig klinkende productie van Nash Chambers, de prachtige bijdragen van de topmuzikanten die op het album zijn te horen en de vocale bijdragen van de genoemde gastmuzikanten zijn de kers op de taart. 

Het aanbod binnen de Amerikaanse rootsmuziek is momenteel echt enorm groot, maar het is een Nieuw-Zeelandse muzikante die er wat mij betreft uitspringt met een album zonder frivoliteiten, dat desondanks even authentiek als eigentijds klinkt. Wat een talent deze Jamie McDell. Erwin Zijleman

Voor een fysiek exemplaar van het nieuwe album van Jamie McDell kun je vooralsnog terecht bij de webwinkel van het Nieuw-Zeelandse Flying Out Records: https://flyingout.co.nz/collections/out-this-week/products/jamie-mcdell.


zaterdag 26 februari 2022

Carson McHone - Still Life

Carson McHone maakte met Carousel een van de mooiste rootsalbums van de afgelopen jaren, maar gooit het samen met producer Daniel Romano over een andere boeg op Still Life, dat bij iedere luisterbeurt mooier wordt
Ik moest na het wonderschone Carousel wel even wennen aan het nieuwe album van de Amerikaanse singer-songwriter Carson McHone, maar ben inmiddels behoorlijk onder de indruk van het album. Het is een album dat anders klinkt dan zijn voorganger, wat de verdienste is van producer Daniel Romano, die zijn voorliefde voor een volle instrumentatie en invloeden uit de jaren 70 niet kon onderdrukken. Het blijk na enige gewenning prima te passen bij de geweldige stem van Carson McHone, die wederom indruk maakt als zangeres. Het levert een bijzonder album op, dat na enige gewenning steeds aangenamer, mooier en zeker ook interessanter wordt.


Carson McHone was pas 16 toen ze voor het eerst als muzikante opdook op de podia van haar thuisbasis Austin, Texas. Haar debuutalbum Goodluck Man uit 2015 deed niet heel veel, maar met het eind 2018 in de Verenigde Staten en begin 2019 in Europa verschenen Carousel oogstte de Amerikaanse muzikante flink wat lof. En terecht.
Carson McHone was bij het verschijnen van Carousel nog behoorlijk jong, maar het album klonk verrassend doorleefd en volwassen en hoorde absoluut bij de mooiste rootsalbums van dat moment. 

De tour die volgde op het album had een zegetocht moeten worden, maar eindigde abrupt toen het coronavirus de wereld in haar greep kreeg. 2020 bracht Carson McHone uiteindelijk toch nog wat moois toen ze in het huwelijk trad met de Canadese muzikant Daniel Romano. De twee begonnen aan het eind van 2020 in Ontario al met het opnemen van de opvolger van Carousel en die opvolger is deze week dan eindelijk verschenen. 

Carson McHone heeft het door haar zo geliefde Austin inmiddels verruild voor de Canadese thuisbasis van haar kersverse echtgenoot en deze heeft zich ook stevig bemoeid met het deze week verschenen Still Life. De eerste tracks op het album zijn mijlenver verwijderd van de wat traditionele Amerikaanse rootsmuziek die Carson McHone op Carousel maakte. Het zijn wat stevigere en behoorlijk vol klinkende songs die nadrukkelijk het stempel van Daniel Romano dragen. 

De Canadese muzikant heeft de eerste twee songs op het album volgestopt met scheurende gitaren, keyboards en een saxofoon en laat bovendien zijn liefde voor de jaren 70 maar weer eens blijken. Het zijn songs die zich, zeker bij eerste beluistering, wat minder makkelijk weten te onderscheiden dan de intiemere songs op het vorige album van Carson McHone, maar dankzij haar geweldige stem blijft het bijzonder aangenaam. 

De jonge Texaanse muzikante maakte op haar vorige album al heel veel indruk met haar stem, maar op Still Life klinkt ze nog wat zelfverzekerder en kan ze wat mij betreft mee met de besten in het genre. Dat hoor je nog wat beter wanneer het behoorlijk volle geluid van de eerste tracks wordt verruild voor meer ingetogen klanken en de rootsmuzikante Carson McHone weer hier en daar opduikt, samen met de mooie verhalen. 

Ook de meer ingetogen en wat traditioneler klinkende songs op het album verraden overigens nadrukkelijk de hand van producer Daniel Romano, die de open ruimte vult met uiteenlopende instrumenten en bovendien aanstekelijke 60s en 70s koortjes toevoegt. Het klinkt aangenaam en bekend, maar ondertussen zit het allemaal razend knap in elkaar.

Ik had Carson McHone persoonlijk liever met een wat minder uitbundige instrumentatie gehoord en met een instrumentatie die wat dichter bij de Amerikaanse rootsmuziek blijft, maar de Amerikaanse singer-songwriter houdt zich vrij makkelijk staande en maakt ook met dit album indruk met haar geweldige stem. Het is een stem die eenvoudig verleidt en overtuigt in de rijk ingekleurde songs op het album, maar die wat mij betreft imponeert in de soberder ingekleurde songs als de sobere slottrack, waarin ook de hoeveelheid melancholie flink wordt opgevoerd en ik een vleugje Alison Moorer hoor. 

Na enige gewenning valt er overigens heel veel op zijn plek in het hier en daar stevig door de jaren 70 beïnvloede geluid op het album, dat er voor zorgt dat Carson McHone een rootsalbum heeft gemaakt dat duidelijk anders klinkt dan de meeste andere rootsalbums van het moment, wat haar siert. Ik vind het vooralsnog alleen maar mooier worden, wat de conclusie rechtvaardigt dat Carson McHone het weer heeft geflikt. Erwin Zijleman

De muziek van Carson McHone is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://carsonmchone.bandcamp.com/album/still-life.


Still Life van Carson McHone is verkrijgbaar via de Mania webshop:



vrijdag 25 februari 2022

Modern Studies - We Are There

We Are There van Modern Studies is zeker niet het makkelijkste album van het moment, maar wanneer de songs van de band je eenmaal te pakken hebben, groeit het snel uit tot een bescheiden meesterwerk
Ik heb wel even geworsteld met het vijfde album van de Schots/Engelse band Modern Studies, maar inmiddels blijf ik naar het album luisteren en wordt het alleen maar mooier en indrukwekkender. The Modern Studies maakt muziek met flink wat invloeden uit de traditionele Britse folk, maar de band ontworstelt zich op fascinerende wijze aan het strakke keurslijf van dit genre en verwerkt ook invloeden uit de chamber pop, Laurel Canyon folk en psychedelica. Het levert een album op vol verrassende wendingen, maar ook een album met een werkelijk prachtige instrumentatie en al even mooie vocalen van met name zangeres Emily Scott. Fascinerend album.


Ik ben er meestal behoorlijk snel uit wanneer ik op vrijdag een selectie maak uit de over het algemeen flinke stapel nieuwe releases, maar deze week was er een album dat het me heel lang erg lastig maakte. We Are There van de deels Engelse en deels Schotse band Modern Studies heb ik meerdere keren terzijde geschoven en er vervolgens toch steeds weer bij gepakt. 

Het is een album waar ik maar lastig vat op kon krijgen en dat me maar heen en weer bleef slingeren tussen latente interesse en diepe bewondering. Het is een album dat ik in eerste instantie te Brits, te traditioneel en wat te stijfjes of zelfs te plechtig vond. We Are There is echter ook een album dat vol zit met verborgen schatten, een album dat snel groeit en een album dat niet zo makkelijk in een hokje is te duwen als ik bij eerste beluistering dacht. 

Na de eerste noten duwde ik We Are There in het hokje Britse folk en dan in het bijzonder Britse folk van het pastorale soort. Het vijfde album van Modern Studies past vaak in dit hokje, maar minstens even vaak ook helemaal niet. De Britse band kan goed uit de voeten met wat traditioneel aandoende Britse folk, maar We Are There verwerkt ook volop invloeden uit de Britse chamber pop en uit de psychedelica. Ook invloeden uit de Amerikaanse folk zoals die in de heuvels rond Los Angeles werd gemaakt hebben hun weg gevonden naar het album, dat qua invloeden kris kras door de ruimte en tijd schiet. 

Modern Studies verwerkt niet alleen invloeden uit meerdere genres, maar maakt ook muziek die continu van kleur verschiet en steeds weer dingen doet die je niet verwacht. Het ene moment is de muziek van de band zacht en sfeervol, het volgende moment opeens zwaarder aangezet, waardoor het album op bijzondere wijze heen en weer golft. 

De prachtig bij elkaar kleurende mannen- en vrouwenstem, met een hoofdrol voor de prachtige stem van Emily Scott, geven We Are There het folky en ook het wat pastorale karakter, maar de instrumentatie weigert zich te conformeren aan het keurslijf van de traditionele Britse folk. Modern Studies slaat steeds weer net wat andere wegen in en doet dit met wonderschone klanken en arrangementen met flink wat strijkers. 

Ik ken geen band als Modern Studies en als het me al ergens aan doet denken is het aan de minst zweverige muziek die de Ierse band Clannad ooit maakte, al gaat de vergelijking tussen de twee bands maar zeer ten dele op. We Are There van Modern Studies is een album waar je de tijd voor moet nemen. Bij vluchtige beluistering trok ik keer op keer de verkeerde conclusies, maar nadat ik het album helemaal had gehoord en alles nog eens op me in liet werken, was ik verkocht. 

Modern Studies is er in geslaagd om een album te maken dat noot na noot spannend klinkt, dat je steeds weer op het verkeerde been zet, maar dat je ook enorm vermaakt met een wonderschone instrumentatie, bijzondere arrangementen en zeer fraaie zang. Het is een album waarop je steeds weer nieuwe dingen ontdekt, dat ook niet bang is voor een uptempo popsong en ondertussen wordt het mooier en mooier. 

We Are There is zoals gezegd het vijfde album van Modern Studies, maar mijn eerste kennismaking met de muziek van de band. Het maakt me nieuwsgierig naar de vorige vier albums van de band, die ik absoluut ga ontdekken, maar minstens even nieuwsgierig naar alles dat nog komen gaat. Erwin Zijleman

De muziek van Modern Studies is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Britse band: https://modernstudiesfire.bandcamp.com.


We Are There van Modern Studies is verkrijgbaar via de Mania webshop:



donderdag 24 februari 2022

Dean Owens - Sinner's Shrine

De samenwerking tussen de Schotse singer-songwriter Dean Owens en de twee voormannen van de Amerikaanse band Calexico levert een bijzonder klinkend album op dat makkelijk overtuigt
Ik had echt nog nooit van de Schotse muzikant Dean Owens gehoord, maar het deze week verschenen Sinner’s Shrine is een pareltje. Dat is voor een belangrijk deel de verdienste van de Schotse muzikant zelf, die prima songs schrijft en ze met veel gevoel vertolkt. Het is ook de verdienste van de samenwerking met Joey Burns en John Convertino van de Amerikaanse band Calexico, die het album op bijzondere wijze inkleuren. Calexico houdt de deur op haar laatste albums zelf wat dicht voor Mexicaanse invloeden, maar op Sinner’s Shrine van Dean Owens staat de deur wagenwijd open. Je waant je af en toe op de set van een spaghetti western en dat voelt in deze stormachtige dagen best lekker.


Tussen de nieuwe releases van deze week kwam ik Sinner’s Shrine van Dean Owens tegen. Het is een naam die mij geen belletje deed rinkelen, waardoor ik even uit ging van een debuutalbum, maar ik kwam er al heel snel achter dat ik kennelijk een blinde vlek heb voor de Schotse muzikant. Dean Owens is immers zeker geen debutant. Hij maakte een aantal albums met Schotse countryrock band The Felsons en heeft inmiddels tien (!) soloalbums op zijn naam staan, waarvan er drie in eigen beheer zijn uitgebracht. 

De Schotse muzikant verhuisde een jaar of vijftien geleden al eens naar Nashville, waar hij een aantal prima albums maakte. Een jaar of drie geleden toog hij naar Tuscon, Arizona, waar hij de samenwerking zocht met een aantal leden van de Amerikaanse band Calexico. Het leverde een serie van drie EP’s op, die de gezamenlijke titel The Desert Trilogy mee hebben gekregen. Ik heb het allemaal gemist, maar gelukkig kan ik de schade inhalen met het prachtige Sinner’s Shrine, dat al in 2020 en eveneens in Tucson, Arizona, werd opgenomen. 

In de studio in Tucson kreeg Dean Owens gezelschap van de twee voormannen van Calexico, Joey Burns en John Convertino, en werd de basis gelegd voor een prachtig klinkend album dat de Schotse wortels van Dean Owens verbindt met de Mariachi trompetten uit de woestijn van Arizona. Door de toevoeging van de Mexicaans aandoende trompetten en strijkers en een hier en daar opduikende pedal steel neemt Sinner’s Shrine je zo nu en dan mee naar de set van een ouderwetse spaghetti western, maar Dean Owens is ook nog altijd een Schotse troubadour, die zijn songs met veel gevoel vertolkt. 

Het zijn twee werelden die samenkomen op Sinner’s Shrine en dat pakt perfect uit. In muzikaal klinkt het fantastisch, zeker wanneer de muziek op het album zo weids en beeldend mogelijk is. De combinatie van redelijk intieme en folky songs en de breed uitwaaiende instrumentatie is een bijzondere en het is er bovendien een die faliekant had kunnen mislukken, maar op Sinner’s Shrine is 1+1 minstens 3. 

De Schotse muzikant en de leden van Calexico voelen elkaar op het nieuwe soloalbum van Dean Owens perfect aan, waardoor de songs op het album overlopen van de muzikale chemie. Zeker door de Mexicaanse invloeden in de muziek op het album, klinkt Sinner’s Shrine op het eerste gehoor vooral zomers, maar in de tekst komt ook de nodige melancholie voorbij en wordt de maatschappij hier en daar flink kritisch bekeken 

Calexico bleef in muzikaal opzicht de afgelopen jaren vooral binnen de Amerikaanse landsgrenzen, maar Dean Owens sleurt Joey Burns en John Convertino met enige regelmaat de Mexicaanse grens over, bijvoorbeeld in het fraaie duet met uit Guatemala afkomstige zangeres Gaby Moreno. Ook Grant-Lee Phillips schuift aan voor een mooi duet, maar ondanks de prominente gastbijdragen is Sinner’s Shrine toch vooral een Dean Owens album. 

Ik schaam me wel een beetje dat ik de muziek van de Schot zo lang heb genegeerd, want ook mijn lijfbladen hebben regelmatig over hem geschreven, maar nadat ik wat in zijn oeuvre ben gedoken, kan ik wel concluderen dat ik op het hoogtepunt ben ingestapt. Sinner’s Shrine is een uitstekend singer-songwriter album met een zeer aangename en bijzondere zuidelijke touch. Erwin Zijleman

De muziek van Dean Owens is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Schotse muzikant: https://deanowens.bandcamp.com/album/sinners-shrine.


Sinner's Shrine van Dean Owens is verkrijgbaar via de Mania webshop:



woensdag 23 februari 2022

Intergalactic Lovers - Liquid Love

Op Liquid Love strooit de Belgische band Intergalactic Lovers driftig met onweerstaanbaar lekkere maar ook knap in elkaar stekende popliedjes, die zich stuk voor stuk steeds genadelozer opdringen
Intergalactic Lovers haalde met het uit 2014 stammende Little Heavy Burdens mijn jaarlijstje. Op het deze week verschenen Liquid Love schuift de band wat op richting buitengewoon lekker in het gehoor liggende popliedjes, maar Intergalactic Lovers is een band die je niet moet onderschatten. De popliedjes van de band geven het humeur een enorme boost, maar het zijn ook popliedjes die bij iedere keer horen leuker en interessanter worden. Bij eerste beluistering vond ik het, zeker vergeleken met het geweldige Little Heavy Burdens, wat gewoontjes, maar wat wint dit album snel aan kracht. Intergalactic Lovers is de soundtrack van de prachtige tijden die er hopelijk snel aan komen.


Liquid Love is het vierde album van de Belgische Band Intergalactic Lovers. Het debuutalbum van de band uit 2011 heb ik over het hoofd gezien, maar Little Heavy Burdens uit 2014 en Exhale uit 2017 vielen wat mij betreft in de categorie ‘zeer aangename verrassing’. Het zijn allebei albums die zich makkelijk opdringen met bijzonder aangename popliedjes, maar het blijken ook popliedjes met veel meer inhoud dan je bij eerste beluistering zal vermoeden. 

Ik herinner me de recensie van Little Heavy Burdens van het Humo nog, waarin het Vlaamse tijdschrift stelde dat de verrassing er na 96 luisterbeurten wel wat af was, maar de recensent stiekem toch wel benieuwd was naar de 97e luisterbeurt. Herkenbaar en het zegt wat mij betreft veel over de muziek van de Belgische band. Sinds het fantastische Little Heavy Burdens is het geluid van Intergalactic Lovers wel wat toegankelijker geworden, maar ook het deze week verschenen Liquid Love is weer een heerlijk album geworden, dat langzaam maar zeker steeds beter wordt. 

Er zijn inmiddels zeven jaren verstreken sinds het album dat met veel overtuiging mijn jaarlijstje haalde en in die zeven jaar is er wel wat veranderd in het geluid van de band. Little Heavy Burdens vergeleek ik in 2014 met The Sundays en PJ Harvey. Op zich een wonderlijke vergelijking, want hier zit nogal wat tussen, maar als ik naar het album luister hoor ik het nog steeds. Hoewel de band op Liquid Love zeker niet volledig is vervreemd van de muziek die het zeven jaar geleden maakte, heb ik nu geen associaties meer met PJ Harvey of The Sundays. 

Intergalactic Lovers klinkt wat meer mainstream, heeft de elektronica een prominentere rol gegeven in haar muziek en flirt hier en daar subtiel met de dansvloer. Ook op Liquid Love maakt Intergalactic Lovers echter zeker geen doorsnee popliedjes. De band beschikt over een aantal geweldige muzikanten, die niet alleen een hecht en aanstekelijk geluid laten horen, maar de muziek van hun band ook volstoppen met mooie accenten, waaronder de gitaarlijnen die ik op de vorige albums zo mooi vond. 

Het sterkste wapen van de band is nog altijd zangeres Lara Chedraoui, die soepel om alle accenten in de muziek van de band heen draait en er steeds weer in slaagt om de muziek van de band nog wat hoger op te tillen met haar mooie en warme stem en haar met flink wat gevoel gevulde vocalen, die fraai contrasteren met lichtvoetige koortjes.

Intergalactic Lovers verleidt op Liquid Love met een aantal bijzonder lekker in het gehoor liggende popliedjes met een vleugje synthpop, maar de band graaft ook dieper in een aantal meer ingetogen songs. Dat dieper graven doet de band overigens ook in de meest aanstekelijke songs op het album, want ook deze songs worden nog langer tijd beter. 

Als ik Liquid Love moet vergelijken met het net wat avontuurlijkere Little Heavy Burdens uit 2017, kies ik voor het laatstgenoemde album, al word ik op een of andere manier wel bijzonder vrolijk van Liquid Love, dat flink wat donkere wolken in de wereld om ons heen met speels gemak verdrijft en dat klassen beter is dan de meeste andere albums met dit soort lekker in het gehoor liggende popmuziek. 

Intergalactic Lovers was de afgelopen jaren wat uit beeld verdwenen, maar laat op haar vierde album horen dat het nog steeds behoort tot het beste dat de Belgische popmuziek te bieden heeft. Neem er wel even de tijd voor, want dit album groeit bij herhaalde beluistering met een angstaanjagende vaart. Erwin Zijleman

De muziek van Intergalactic Lovers is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Belgische band: https://intergalacticlovers.bandcamp.com/album/liquid-love.


Liquid Love van Intergalactic Lovers is verkrijgbaar via de Mania webshop:



Hurray For The Riff Raff - LIFE ON EARTH

Net als je denkt dat je weet wat je hebt aan Hurray For The Riff Raff, slaat de band uit New Orleans weer een andere weg in, waaraan je zeker even moet wennen, tot alles opeens op zijn plek valt
Op het geweldige The Navigator deed Hurray For The Riff Raff al voorzichtig afstand van de Amerikaanse rootsmuziek die het omarmde op haar eerste paar albums. Op het deze week verschenen Life On Earth doet de band rond Alynda Segarra dit nog wat nadrukkelijker en flirt het voor het eerst met elektronica. Life On Earth is vooral een rockalbum, maar het is absoluut een bijzonder rockalbum, waarop ook ruimte is voor ingetogen momenten. In muzikaal opzicht schiet het alle kanten op, maar vaste waarde is ook dit keer de geweldige stem van Alynda Segarra en haar gepassioneerde voordracht. Een verrassende wending in het oeuvre van de band, maar het is weer goed.


De Amerikaanse band Hurray For The Riff Raff debuteerde vijftien jaar geleden, maar ik ontdekte de band rond het charismatische boegbeeld Alynda Segarra zelf pas tien jaar geleden, toen het opvallende Look Out Mama, het vierde album van de band uit New Orleans, verscheen. Op Look Out Mama imponeerde Hurray For The Riff Raff met een bijzondere mix van folk, country, blues, bluegrass, cajun, honky tonk, soul, rock en pop. 

Ik omschreef de band destijds als 10,000 Maniacs met een New Orleans injectie en dat is een omschrijving die ook op ging voor het in 2014 verschenen Small Town Heroes, waarop de band het geluid van het vorige album perfectioneerde. Op het in 2017 verschenen The Navigator keerde Alynda Segarra nog een keer terug naar haar jeugd in New York, waarin ze opgroeide in de Puerto Ricaanse gemeenschap in The Bronx. 

Op het voorlopige meesterwerk van Hurray For The Riff Raff werd de Amerikaanse rootsmuziek uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten vermengd met de rockmuziek zoals die in de jaren 60 en met name de jaren 70 in New York werd gemaakt, wat een onbetwist jaarlijstjesalbum opleverde.

Het is een lange tijd stil geweest rond de band, maar deze week keert Hurray For The Riff Raff terug met een nieuw album. Life On Earth (het schijnt allemaal weer met hoofdletters te moeten) is gestoken in een foeilelijke hoes en de hoes is niet het enige waarvan ik als liefhebber van de vorige albums van de band schrok. 

Direct vanaf de eerste noten van het album komen wolken synths je tegemoet en is weinig over van het zo karakteristieke geluid van Hurray For The Riff Raff. Gelukkig is de bijzondere stem van Alynda Segarra niet verdwenen, waardoor het toch weer mooi is. Life On Earth bevat meer songs waarin elektronica een zeer voorname rol speelt, maar hier tegenover staan songs met vooral gitaren, die weer niet zo gek ver verwijderd zijn van de met name door David Bowie en Patti Smith geïnspireerde muziek op The Navigator. 

Invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek zijn alleen met een vergrootglas te vinden dit keer, maar ze zijn er wel. Hoewel ik het geluid waarmee Hurray For The Riff Raff een jaar of tien geleden opdook absoluut mis, vind ik ook dat de band respect verdient voor het steeds weer zoeken naar nieuwe wegen en ik moet zeggen dat na enige gewenning ook dit keer bijna alles op zijn plek valt. Life On Earth verdient ook respect voor de teksten, die kritische noten plaatsen bij de wijze waarop we omgaan met onze planeet en met onze medemens. 

Hurray For The Riff Raff maakte in het verleden albums die als rootsalbums geclassificeerd konden worden. Life On Earth is vooral een rockalbum en dat is mede de verdienste van producer Brad Cook (Waxahatchee, Snail Mail, Big Red Machine), die het album heeft voorzien van een bij vlagen lekker rauw geluid. 

Ik kan niet ontkennen dat ik flink heb moeten wennen aan Life On Earth dat ik in eerste instantie niet eens had geselecteerd voor een plekje op deze BLOG. Nu ik het album een paar keer gehoord heb, beginnen de puzzelstukjes echter op hun plek te vallen en raak ik langzaam maar zeer zeker overtuigd van de kwaliteit van het nieuwe album van de band uit New Orleans, die net als op het geweldige The Navigator uit 2017 vooral in New York is blijven hangen. Blijft toch een uniek talent die Alynda Segarra. Erwin Zijleman

De muziek van Hurray For The Riff Raff is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse band: https://hftrr.bandcamp.com/album/life-on-earth.


LIFE ON EARTH van Hurray For The Riff Raff is verkrijgbaar via de Mania webshop:



dinsdag 22 februari 2022

Mark Lanegan (1964-2022)

 


Wat de afgelopen uren nog rond ging als gerucht is inmiddels bevestigd. De Amerikaanse muzikant Mark Lanegan is overleden op slechts 57-jarige leeftijd. 

Mark Lanegan dook halverwege de jaren 80 op als zanger van de Amerikaanse band Screaming Trees. De band timmerde in en rond Seattle aan de weg met een wilde mix van garagerock, psychedelica, rock en punk, maar leek in de rest van de wereld veroordeeld tot de cultstatus. In de jaren 90 kreeg de band ook voet aan de grond in de rest van de wereld en kon met name het in 1992 verschenen Sweet Oblivion rekenen op goede recensies, waarin met name de stem van Mark Lanegan werd geroemd.

Voordat de band halverwege de jaren 90 uit elkaar was gevallen begon Mark Lanegan al aan een solocarrière, die dankzij zijn imponerende stem wel haast een succes moest worden. Het zou uiteindelijk een imposante stapel soloalbums opleveren, waarvan ik Whiskey for the Holy Ghost uit 1994 met afstand de beste vind.

Naast zijn carrière als solomuzikant dook Mark Lanegan samen met Greg Dulli (The Afghan Whigs) op in de band Gutter Twins en maakte hij enige tijd deel uit van The Queens Of The Stone Age. Hiernaast maakte hij albums met Belle & Sebastian zangeres Isobel Campbell, waarop de twee tegenpolen perfect bij elkaar bleken te passen.

In 2020 publiceerde Mark Lanegan zijn memoires in Sing Backwards and Weep, een bij vlagen huiveringwekkend en indringend boek, dat een inkijkje gaf in de donkere wereld van de Amerikaanse muzikant en zijn leven met verslavingen. Zijn laatste album is het in 2020 verschenen Straight Songs Of Sorrow, dat naadloos aansluit op het zo intense boek. Het is een album dat al het werk van Mark Lanegan leek samen te vatten. Het blijkt helaas ook zijn zwanenzang. Erwin Zijleman

   

   

Sea Power - Everything Was Forever

British Sea Power heet sinds vorig jaar Sea Power, maar het verlies van een deel van de naam wordt gecompenseerd door de muziek, die het vorige werk van de band wat mij betreft overtreft
Ik was eerlijk gezegd een beetje uitgekeken op de albums van British Sea Power, maar sinds de band als Sea Power door het leven gaat, heeft de muziek van de band een flinke boost gekregen. Everything Was Forever klinkt melodieuzer, grootser, dromeriger en toegankelijker dan veel van de vorige albums van de band. Het album bevat flink wat echo’s uit de jaren 80 en 90, maar de voorbeelden liggen er nooit te dik bovenop. British Sea Power bleef altijd een cultband, maar Sea Power klinkt op haar eerste album als een grote band, die een breed publiek moet kunnen aanspreken. Everything Was Forever is een album dat mij enorm verrast heeft en dat nog steeds doet.


De Britse band British Sea Power veranderde vorig jaar haar naam in Sea Power. De band wilde niet langer geassocieerd worden met het groeiende nationalisme in de wereld in het algemeen en in het Verenigd Koninkrijk in het bijzonder, waardoor het eerste woord van de naam sneuvelde. Everything Was Forever is hierdoor het debuutalbum van Sea Power, maar het volgt wel op zeven albums van British Sea Power, waarvan de laatste overigens alweer vijf jaar oud is (de soundtrack bij een computergame niet meegerekend). 

Ik was absoluut gecharmeerd van de eerste paar albums van British Sea Power, maar ben de band in de loop der jaren steeds meer uit het oog verloren en heb de laatste drie albums van de band niet eens meer beluisterd (wat overigens niet helemaal terecht was). Ik had dan ook geen hoge verwachtingen van de eerste worp van Sea Power, maar Everything Was Forever is een geweldig album, dat zich kan meten met alle albums van British Sea Power. 

Net als op de vorige albums van de band is duidelijk hoorbaar dat Sea Power een zwak heeft voor postpunk. Everything Was Forever blijft echter ver verwijderd van de nieuwe generatie Britse postpunk bands. Gelukkig horen we op het eerste album van Sea Power geen overdreven springerige of tegendraadse ritmes en ook geen irritante praatzang. 

De Britse band kiest op Everything Was Forever vooral voor de mooi ingekleurde en groots klinkende songs met een vleugje postpunk. Het zijn songs waarin een flink deel van de Britse rockmuziek tussen de jaren 80 en het heden voorbij komt, maar ik hoor veel meer Echo & The Bunnymen dan U2, om maar eens twee namen te noemen die opduiken in recensies van het album. Ik hoor ook meer The Arcade Fire dan U2 overigens. 

Sea Power klinkt over het algemeen melodieuzer en aanstekelijker dan op de meeste albums van British Sea Power, waardoor het een betrekkelijk toegankelijk album is geworden. Zeker de vooral mooi en sfeervol ingekleurde songs op het album verleiden makkelijk en laten horen dat Sea Power ook hitgevoelige songs kan schrijven. 

Everything Was Forever bevat ook net wat stekeligere songs, waarmee de band net wat meer opschuift richting postpunk, maar het is postpunk van het vriendelijke en grootse soort. Sea Power is het verleden van de band zeker niet vergeten, maar het laten vallen van een deel van de naam, heeft de band ook verlost van wat ballast en heeft gezorgd voor nieuwe energie. 

Direct bij eerste beluistering was het eerste album met de naam Sea Power op de cover een album waar ik heel vrolijk van werd. Het is een album dat me ook weer eens heeft geïnspireerd tot het uit de kast trekken van de briljante eerste vier albums van Echo & The Bunnymen, maar niet voordat Everything Was Forever flink wat keren voorbij was gekomen. 

Het album van Sea Power wordt bij herhaalde beluistering alleen maar beter. De grootse en meeslepende songs op het album verleiden steeds meedogenlozer, maar bij herhaalde beluistering hoor je ook steeds beter hoe mooi de muziek van de Britse band in elkaar steekt. Ik was zoals gezegd wat uitgekeken op de muziek van British Sea Power, maar het eerste album van Sea Power is een daverende verrassing en zeker in de meest dromerige tracks op het album een album van een enorme schoonheid en veelzijdigheid. British Sea Power is dood, leve Sea Power. Erwin Zijleman


Everything Was Forever van Sea Power is verkrijgbaar via de Mania webshop:


maandag 21 februari 2022

Sarah Shook & The Disarmers - Nightroamer

Vier jaar na het geweldige en terecht bejubelde Years keren Sarah Shook & The Disarmers terug met een nieuw album en ook het deze week verschenen Nightroamer is weer een ijzersterk rootsalbum
Years was drie jaar geleden mijn eerste kennismaking met de muziek van Sarah Shook & The Disarmers en het was een buitengewoon indrukwekkende kennismaking. Na worstelingen met drank, drugs en seksualiteit en de ondergang van hun label keert de band deze week terug met Nightroamer. Ook het nieuwe album van de Amerikaanse band is weer een album zonder opsmuk. De wat traditioneel aandoende Amerikaanse rootsmuziek van de band weet zich echter makkelijk te onderscheiden door het twangy gitaargeluid, de ruwe emotie en de ruwe en doorleefde strot van Sarah Shook. Ik was diep onder de indruk van Years en Nightroamer is niets minder.


Nightroamer is het derde album van Sarah Shook & The Disarmers en de opvolger van het in 2018 verschenen en zeer goed ontvangen Years, dat uiteindelijk zelfs de top drie van mijn jaarlijstje bereikte. Years verscheen op het fameuze Bloodshot Records uit Chicago, dat vorig jaar definitief ten onder ging na een #MeToo zaak en een aantal financiële schandalen. De ondergang van het eens zo mooie label had ook gevolgen voor Sarah Shook & The Disarmers, maar gelukkig vond de band onderdak bij het Thirty Tigers label. 

Sarah Shook groeide op in een streng religieuze gemeenschap in Rochester, New York, maar ontworstelde zich, na een kort huwelijk, uiteindelijk aan het strakke keurslijf van deze gemeenschap. Sarah Shook worstelde de afgelopen jaren stevig met drank en drugs en met haar seksualiteit. Inmiddels ziet de Amerikaanse muzikant zichzelf als non-binair persoon, wat binnen de wat traditionele Amerikaanse rootsmuziek helaas nog altijd een curiositeit is. 

Ik had het vier jaar geleden verschenen Years zoals gezegd zeer hoog zitten, waardoor ik met hooggespannen verwachtingen begon aan het deze week verschenen Nightroamer. Ook dit keer hebben Sarah Shook & The Disarmers me niet teleurgesteld, want Nightroamer is een prima rootsalbum. Net als op Years maakt de band Chapel Hill, North Carolina, wat traditioneel aandoende Amerikaanse rootsmuziek en net als op het vorige album bestrijkt de band binnen de Amerikaanse rootsmuziek een breed palet, met een voorliefde voor countrymuziek. 

Het geluid van de band is nog altijd gitaar georiënteerd. Sarah Shook en gitarist Eric Peterson tekenen voor fraaie gitaarpartijen, waarna het geluid van de band nog wat verder wordt ingekleurd door de pedal steel van Adam Kurtz. Nu ik toch namen aan het noemen ben, mogen de namen van bassist Aaron Oliva en drummer Jack Foster niet onvermeld blijven, want ook de ritmesectie speelt prachtig op Nightroamer. Het gitaargeluid van de band is prachtig geproduceerd door Pete Anderson, die hier in de jaren dat hij werkte met Dwight Yoakam al het patent op had. 

Net als Years klinkt ook Nightroamer bijzonder aangenaam en voorziet de band het wat traditioneel aandoende rootsgeluid van voldoende scherpe kantjes. Die scherpe kantjes komen ook van de stem van Sara Shook, die ook op Nightroamer weer ruw en doorleefd klinkt. Nightroamer is een album zonder al teveel opsmuk en dat is ook direct de kracht van het album.

Sarah Shook & The Disarmers kleuren op zich redelijk binnen de lijntjes van de Amerikaanse rootsmuziek en ook in tekstueel opzicht begeeft de band zich op het bekende terrein van de ongelukkige liefdes. Desondanks weet de Amerikaanse band zich ook dit keer redelijk makkelijk te onderscheiden van de moordende concurrentie in het genre. 

De muziek van de band is zoals gezegd muziek zonder al teveel opsmuk, maar veel meer dan een hecht spelende ritmesectie, twangy gitaarwerk, een pedal steel voor de versiersels en een doorleefde strot is ook niet nodig voor een goed rootsalbum. Sarah Shook & The Disarmers maken bovendien muziek die recht uit het hart komt, waardoor het album zich, in ieder geval bij mij, weer genadeloos opdringt. Het zijn een paar heftige jaren geweest voor Sarah Shook, maar Nightroamer staat weer als een huis. Erwin Zijleman


Nightroamer van Sarah Shook & The Disarmers is verkrijgbaar via de Mania webshop:


zondag 20 februari 2022

The Auteurs - New Wave (1993)

De Britse muzikant Luke Haines heeft inmiddels stapels albums op zijn naam staan, maar zo memorabel als op het debuutalbum van zijn band The Auteurs wordt het waarschijnlijk nooit meer
New Wave van The Auteurs prijkte aan het eind van 1993 helemaal bovenaan mijn jaarlijstje en liet flink wat albums die nu klassiekers worden genoemd achter zich. Het debuutalbum van de band rond Luke Haines verdient het predicaat klassieker wat mij betreft ook. Het is een gitaaralbum dat haar klassiekers kent, maar het album heeft ook alles dat een goed Britpop album moet hebben. New Wave ligt lekker in het gehoor, maar heeft ook scherpe kantjes, die bijvoorbeeld komen van de zang van Luke Haines. New Wave is boven alles een album met geweldige songs. Het zijn songs die zowel melodieus als stekelig kunnen zijn en als je ze één keer hebt gehoord vergeet je ze nooit meer. Prachtalbum.


De naam Luke Haines zal niet bij iedere muziekliefhebber een belletje doen rinkelen, maar de Britse muzikant is actief sinds de tweede helft van de jaren 80 en heeft inmiddels een zeer imposant oeuvre op zijn naam staan. 
Luke Haines maakte in de jaren 80 muziek met zijn band The Servants, die gedurende haar zesjarig bestaan niet verder kwam dan een paar EP’s. Vanaf de tweede helft van de jaren 90 was de Britse muzikant actief met zijn bands Baader Meinhof en Black Box Recorder en in het huidige millennium bracht hij ook nog eens een zeer indrukwekkende stapel albums onder zijn eigen naam uit, waarvan het samen met R.E.M. gitarist Peter Buck gemaakte Beat Poetry For Survivalists de meeste aandacht trok. 

Het is vrijwel altijd interessante muziek die Luke Haines maakt, al gaat de kwantiteit wel eens ten koste van de kwaliteit, waardoor veel van zijn albums zich niet aan de obscuriteit wisten te ontworstelen. Ik vind Luke Haines persoonlijk op zijn best in de jaren dat hij de band The Auteurs aanvoerde. Deze band bracht tussen 1993 en 2003 vijf uitstekende albums uit. 

Now I'm a Cowboy uit 1994, After Murder Park uit 1996, How I Learned To Love The Bootboys uit 1999 en Das Capital uit 2003 zijn stuk voor stuk geweldige albums. Het zijn albums die allemaal in mijn jaarlijstje terecht kwamen, maar het beste album van The Auteurs en het beste album uit het oeuvre van Luke Haines vind ik, zonder enige twijfel, het debuutalbum van de Britse band. 

New Wave van The Auteurs verscheen in 1993 en ontdekte ik toen het album op stond in de lokale platenzaak die ik met grote regelmaat bezocht, want zo ontdekte je in het pre-Internet en pre-streaming tijdperk vaak nieuwe muziek. Het is een album dat direct een onuitwisbare indruk op me maakte en uiteindelijk uitgroeide tot mijn favoriete album uit 1993. 

Luke Haines zou later in zijn carrière de aanstekelijke rocksongs wel eens uit het oog verliezen, maar New Wave staat vol met bijzonder lekker in het gehoor liggende rocksongs. New Wave was niet alleen mijn favoriete album van 1993 (wat geen misselijk muziekjaar was), maar is ook een van mijn favoriete gitaarplaten uit de jaren 90 (waarin er nogal wat gemaakt werden) en ook een album dat ik mee zou nemen in het koffertje bij verbanning naar een onbewoond eiland. 

De band rond Luke Haines laat zich op New Wave beïnvloeden door Britse rockmuziek uit de jaren 60, 70 en 80, maar het album is ook een kind van de Britpop van de jaren 90. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal prima en Luke Haines blijft ook als zanger vrij makkelijk overeind (met name op zijn latere albums heb ik nog wel eens moeite met zijn stem), maar het zijn vooral de songs die van New Wave zo’n geweldig album maken. 

De songs van The Auteurs zijn op New Wave zeer melodieus, maar hebben hier en daar ook een gruizig of stekelig randje. Het is muziek die citeert uit de archieven van de betere Britse gitaarmuziek, maar in veel songs hoor je ook flink wat invloeden uit de altijd wat onderschatte glamrock. New Wave bevat een aantal uptempo songs, maar de Britse band neemt ook met grote regelmaat gas terug, wat de schoonheid van New Wave nog wat verder vergroot. 

Ik moet eerlijk toegeven dat ik het album sinds de helaas ondergesneeuwde reissue van zeven jaar geleden niet vaak meer beluisterd had, maar wat is en blijft het debuut van The Auteurs een pareltje. Het is een vergeten album dat niet mag ontbreken in de platenkast van een ieder met een voorliefde voor Britse gitaarmuziek. Erwin Zijleman


Etran de L'Aïr - Agadez

Mdou Moctar zette de Afrikaanse “woestijnblues” vorig jaar weer stevig op de kaart en geeft het stokje door aan zijn landgenoten Etran de L'Aïr, die met Agadez een opwindend en bezwerend album hebben gemaakt
Etran de L'Aïr uit Agadez in Niger speelde 25 jaar op bruiloften en partijen, maar trok twee jaar geleden de aandacht met een veelbelovend debuutalbum, dat helaas wel wat te lijden had onder de matige geluidskwaliteit. Het deze week verschenen Agadez klinkt gelukkig veel beter en maakt de belofte van het debuut meer dan waar. Etran de L'Aïr maakt typische woestijnblues, maar waar de gitaren in het genre wel eens naar de achtergrond verdwijnen, staan ze bij de band uit Niger weer volledig in de spotlights. Het levert een opwindend album op dat stevig bezweert en hypnotiseert en dat laat horen dat de Afrikaanse woestijnblues weer springlevend is.


De Afrikaanse “woestijnblues” leek de afgelopen jaren wat uit beeld te verdwijnen, maar vorig jaar was er Afrique Victime van de uit Niger afkomstige muzikant Mdou Moctar, die met zijn album terecht in menig jaarlijstje opdook. 2022 is voor het genre prachtig begonnen met Aboogi van het uit Algerije afkomstige Imarhan, dat deze week gezelschap krijgt van Etran de L'Aïr, dat met Agadez haar tweede album aflevert. 

Het eerste album van de band, die op dat moment de kost verdiende als bandje voor bruiloften en partijen, verscheen oorspronkelijk in 2018, maar kreeg in 2020 opeens veel aandacht. Het Amerikaanse tijdschrift The New Yorker koos het album in 2020 zelfs als album van het jaar, maar in Nederland deed het debuut van Etran de L'Aïr niet zo veel. 

No. 1 was op zich een bijzonder album, met zeven lange en bezwerende tracks, maar het met een eenvoudige mobiele telefoon opgenomen album klonk echt voor geen meter, wat mijn luisterplezier stevig beperkte. Deze week is het tweede album van de band uit Niger verschenen en Agadez klinkt niet alleen veel beter, maar maakt ook de belofte van het toch wat obscure debuutalbum volledig waar. 

Agadez is een stad in het noorden van Niger en ligt in de Sahara. Het is een eeuwenoude handelsstad in de woestijn, maar het is ook de stad die momenteel de hoofdstad van de woestijnblues wordt genoemd. In deze stad timmert Etran de L'Aïr al zo’n 25 jaar aan de weg in het bruiloftencircuit en al die ervaring hoor je op het tweede album van de band. 

Bij bands voor bruiloften en partijen denk ik vooral aan bands die zouteloze covers spelen en op een gegeven moment de vogeltjesdans inzetten, maar in Niger gaat het er heel wat opwindender aan toe. Etran de L'Aïr laat op Agadez horen dat het mee kan met de smaakmakers binnen de woestijnblues. De muziek van de band uit Niger bevat alle ingrediënten die de woestijnblues zo’n aantrekkelijk genre maken, maar waar de invloed van de gitaren de afgelopen twee decennia wat kleiner leek te worden, staan deze gitaren centraal in de muziek van Etran de L'Aïr. 

Vergeleken met het debuutalbum zijn de songs wat korter en hierdoor ook toegankelijker geworden, maar de muziek van de band uit Niger heeft nog altijd een hoge bezweringsfactor. De band heeft een buitengewoon swingend spelende ritmesectie, maar het zijn de gitaren die de meeste aandacht trekken. Net als bijvoorbeeld Tinariwen in haar jongere jaren hoor je volop invloeden uit de bluesmuziek, waar Etran de L'Aïr vervolgens een geheel eigen draai aan geeft. 

De gitarist van de band soleert er stevig op los, terwijl de rest van de band de geoliede machine laat draaien. Ook de zang op Agadez sluit aan bij de zang die we inmiddels kennen in het genre, maar de gitaren staan in de meeste songs op de eerste plek. Het levert een bezwerende of zelfs hypnotiserende luistertrip op en dit keer klinkt het gelukkig fantastisch, waardoor de muziek van de band niet uit een blikken doosje lijkt te komen, maar je 40 minuten lang eregast bent op een broeierige bruiloft in de woestijn. 

Alle credits voor The New Yorker, dat de kwaliteit van de band twee jaar geleden al op de juiste waarde wist te schatten, maar op het geweldige Agadez hoor je pas echt hoe goed Etran de L'Aïr is. Grote kans dat dit album het ereplekje van Mdou Moctar gaat overnemen dit jaar. Erwin Zijleman

De muziek van Etran de L'Aïr is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band uit Niger: https://etrandelair.bandcamp.com/album/agadez.


Agadez van Etran de L'Aïr is verkrijgbaar via de Mania webshop: