dinsdag 21 januari 2020

Roosbeef - Lucky

Roosbeef keert na een paar jaar afwezigheid terug met een strakker geluid en vastere zang, maar de eigenzinnigheid is gelukkig gebleven in haar persoonlijke popliedjes
Nederlandstalige popmuziek is nooit een grote liefde voor mij geweest, maar het debuut van Roosbeef vond ik direct charmant en bijzonder. We zijn inmiddels flink wat jaren verder en Roos Reebergen is volwassen geworden. Dat hoor je ook in haar muziek, die strakker klinkt, en je hoort het in haar zang, die zelfverzekerder klinkt. De eigenzinnige popliedjes en de mooie en bijzondere observaties in haar teksten zijn gelukkig gebleven, waardoor Lucky minstens net zo makkelijk verleidt als het debuut van Roosbeef alweer meer dan tien jaar geleden deed.


Mijn eerste kennismaking met de muziek van Roosbeef stamt uit 2008, toen het album Ze Willen Wel Je Hond Aaien Maar Niet Met Je Praten verscheen. Het was het debuut van de band rond of het alter ego van de uit Duiven afkomstige Roos Reebergen. 

In 2008 was ik nog enigszins allergisch voor Nederlandstalige popmuziek en zat ik nog vol vooroordelen over popmuziek in de eigen taal. Ik was echter direct zeer gecharmeerd van de bijzondere popliedjes van Roosbeef. 

De songs van Roos Reebergen hadden iets knulligs (voor Engelstalige bandjes meestal wat respectvoller omschreven als lo-fi), maar ze waren ook reuze charmant en bovendien puur en eerlijk. Ze Willen Wel Je Hond Aaien Maar Niet Met Je Praten heb ik uiteindelijk verrassend vaak beluisterd, al is het maar omdat mijn kinderen, destijds nog klein, gek waren op popliedjes als Te Heet Gewassen (en vooral het zinnetje “speel je koehandel met een ander”). 

Ook het tweede album van Roosbeef, Omdat Ik Dat Wil uit 2011, beviel me goed, al miste ik de pure magie en de charme van het debuut. Na Kalf uit 2015 vertrok Roos Reebergen samen met haar man naar de Verenigde Staten en kreeg ze een kind. Het leek het einde van Roosbeef, maar inmiddels is Roos Reebergen terug in Nederland, gewend aan het moederschap en klaar voor een terugkeer in de muziek. 

Het nieuwe album van Roosbeef heeft een Engelse titel gekregen, maar de songs van Roosbeef zijn nog altijd in het Nederlands. Vergeleken met het charmant knullige geluid van het debuut klinkt Lucky flink anders. Het geluid van Roosbeef is veel strakker en flink elektronischer dan het rammelgeluid op het debuut. Het is een geluid dat hierdoor wat minder eigenzinnig is, maar het is een mooi geluid, dat de ruimte op aangename wijze vult en dat bijzonder knap is geproduceerd door de Vlaming Pascal Deweze. 

Wat voor de muziek op Lucky geldt, geldt ook voor de zang van Roos Reebergen. Waar de zang op het debuut vaak wat onvast klonk, strijken de vocalen op Lucky maar zelden tegen de haren in. 

Roosbeef heeft hiermee afstand genomen van de twee dingen die Ze Willen Wel Je Hond Aaien Maar Niet Met Je Praten zo charmant en aantrekkelijk maakten, maar toch heeft Lucky me makkelijk overtuigd. Een groot deel van de kracht van het debuut van Roosbeef schuilde immers in de bijzondere en persoonlijke teksten en die zijn er op Lucky nog steeds. De teksten op het nieuwe album van Roosbeef verdienen het om uitgeplozen te worden en raken meer dan eens de juiste snaar. 

Ook het vermogen om lekker in het gehoor liggende popliedjes te schrijven is Roos Reebergen nog niet kwijt. Lucky staat vol met aangename popliedjes, maar het zijn ook popliedjes met inhoud. Roosbeef is op Lucky volwassen geworden en daar is niets mis mee. Songs over onhandige liefdes en kleine problemen zijn songs over het moederschap en het leven als volwassene geworden, maar het zijn nog altijd persoonlijke songs die net zo puur en eerlijk klinken als de songs op het charmante debuut, al zijn ze nu verpakt in een opvallend hecht bandgeluid. 

Roosbeef mist op Lucky de ruwe charme van Ze Willen Wel Je Hond Aaien Maar Niet Met Je Praten, maar overtuigt met uitstekende popsongs, die de fantasie minstens evenveel prikkelen. Een groot liefhebber van Nederlandstalige popmuziek ben ik nog steeds niet, maar Roosbeef slaagt er nog steeds in om onze wat harde en a-melodieuze taal zacht en melodieus te maken. Een prima comeback al met al. Erwin Zijleman

   


maandag 20 januari 2020

Aoife Nessa Frances - Land Of No Junction

Bijzonder debuut van de Ierse singer-songwriter Aoife Nessa Frances, die een bijzonder eigen geluid weet te creëren dat steeds weer weet te verrassen en te bezweren
Er komt momenteel veel moois uit Dublin. Het is ook de thuisbasis van Aoife Nessa Frances, die met Land Of No Junction een ijzersterk debuut heeft afgeleverd. De Ierse singer-songwriter maakt op haar debuut indruk met folky muziek vol bijzondere accenten. Het is muziek die vaak wat psychedelisch aan doet, maar het is ook muziek die op bijzondere wijze verschillende instrumenten combineert. Het past allemaal prachtig bij de mooie en bijzondere stem van de Ierse singer-songwriter. Aoife Nessa Frances overtuigt makkelijk met haar debuut, maar het is ook een debuut dat nog lang beter en indrukwekkender wordt.


Land Of No Junction is het debuut van de Ierse singer-songwriter Aoife Nessa Frances. Het debuut van de uit Dublin afkomstige muzikante, die de muziek thuis met de paplepel kreeg ingegoten, verschijnt in een week met heel veel nieuwe releases, waardoor een album onmiddellijk indruk moet maken om niet op de stapel te belanden. 

Aoife Nessa Frances doet dit op Land Of No Junction onmiddellijk in de openingstrack. Mooi gitaarwerk wordt in deze openingstrack gecombineerd met licht vervreemdende elektronica en een drummachine, waardoor de muziek van de singer-songwriter uit Dublin anders klinkt dan die van de meeste andere vrouwelijke singer-songwriters van het moment. 

Hier blijft het niet bij, want ook de stem van de jonge Ierse muzikante is bijzonder. Het is een wat donkere stem die zich vrijwel onmiddellijk opdringt en die verrassend goed past in het bijzondere geluid op het debuut van Aoife Nessa Frances. 

Dit bijzondere geluid blijft zeker niet beperkt tot de openingstrack. De instrumentatie op Land Of No Junction bestaat steeds uit klanken die in eerste instantie niet zo goed bij elkaar lijken te passen, maar als je er eenmaal aan gewend bent, zijn het steeds klanken die elkaar versterken. 

Aoife Nessa Frances speelt op haar debuut met contrasten. Het zijn contrasten tussen akoestische instrumenten en elektronica, maar ook contrasten tussen betrekkelijk spaarzame klanken en een overvol en stevig aangezet geluid. Het doet vaak wat psychedelisch aan, maar over het algemeen genomen is Land Of No Junction toch een album dat ik in het hokje folk zou stoppen. 

Het bovenstaande suggereert misschien dat de muziek van Aoife Nessa Frances niet heel toegankelijk is, maar dat valt reuze mee. De singer-songwriter uit Dublin maakt lekker in het gehoor liggende songs die zijn voorzien van een subtiele twist, die maar zelden tegen de haren in strijkt. Het ene moment kiest ze voor zwaar aangezette strijkers, het volgende moment voor zweverige elektronica of juist voor mooie gitaarlijnen. 

Het zorgt er voor dat het samen met producer en in multi-instrumentalist Cian Nugent gemaakte Land Of No Junction steeds net wat anders klinkt en ook steeds weet te verrassen. Op hetzelfde moment beschikt de jonge Ierse singer-songwriter over een consistent eigen geluid dat afwisselend aards en zweverig is. 

Aoife Nessa Frances raakt met haar debuut aan de eigenzinnige folkies van het moment (denk aan Aldous Harding en Cate Le Bon), maar haar debuut heeft ook passages die zo lijken weggelopen uit de jaren 60 en herinneren aan de psychedelische folkzangeressen uit deze periode (onder wie Karen Dalton, Linda Perhacs). 

Land Of No Junction heeft vaak iets looms en bezwerends, maar vergeet zeker niet te luisteren naar de prachtige gitaarlijnen op het album of naar de fraaie gitaarsolo in het fraaie Heartbreak, voor mij een van de prijsnummers op het album. 

Het debuut van Aoife Nessa Frances is door de bijzondere instrumentatie en de indringende vocalen geen album dat je rustig op de achtergrond kunt laten voortkabbelen, maar is een album dat de aandacht nadrukkelijk opeist. Ik was er op voorhand niet van overtuigt dat het album ook bij tweede en derde beluistering leuk en interessant zou blijven, maar dat is zeker het geval. 

De gerenommeerde Britse muziektijdschriften schaarden het album eind vorig jaar al onder de memorabele debuten van 2020 en daar valt niet zo gek veel op af te dingen. Erwin Zijleman

De muziek van Aoife Nessa Frances is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van haar Amerikaanse label: https://badabingrecords.bandcamp.com/album/land-of-no-junction.

   




zondag 19 januari 2020

Bill Fay - Countless Branches

Bill Fay is inmiddels 76 jaar oud, maar nog druk bezig met zijn tweede jeugd, die nu een uiterst sober maar ook wonderschoon en emotievol album oplevert
Het verhaal van Bill Fay is bijzonder. De Britse muzikant werd helemaal aan het begin van de jaren 70 warm onthaald door de critici, maar zijn twee albums verkochten voor geen meter. De Brit verdween uit de muziek en keerde pas ruim 40 jaar later weer terug. Countless Branches is het derde album uit de tweede jeugd van Bill Fay en het is zijn mooiste tot dusver. De Brit was in het verleden niet vies van uitbundige arrangementen, maar kiest nu voor sobere en stemmige klanken, die perfect passen bij zijn wat breekbare maar nog altijd zeer trefzekere vocalen. Een album zonder opsmuk, maar ook een album vol emotie, urgentie en doorleving.


De Britse singer-songwriter Bill Fay bracht helemaal aan het begin van de jaren 70 twee albums uit. Het zijn albums die hem de vergelijking opleverden met roemruchte tijdgenoten als Bob Dylan en Leonard Cohen, maar omdat de Brit, onder andere met wat uitbundigere arrangementen, net wat nadrukkelijker buiten de lijntjes van de singer-songwriter muziek van dat moment kleurde, wist Bill Fay de cultstatus, ondanks zeer lovende woorden van de critici, nooit te ontstijgen. 

De Britse muzikant werd vervolgens gedumpt door zijn platenlabel en verdween gedesillusioneerd uit de muziek. Toen de twee albums aan het eind van de jaren 90 opnieuw werden uitgebracht, werden ze wel omarmd door een breder publiek en bovendien door invloedrijke muzikanten als Jeff Tweedy (Wilco) en David Tibet (Current 93). 

Een derde album dat 30 jaar op de plank had gelegen werd door toedoen van David Tibet alsnog uitgebracht en een aantal jaren later, het was inmiddels 2012, dook Bill Fay na een afwezigheid van ruim 40 jaar op met een nieuw album, Life Is People. Bill Fay begon aan een tweede jeugd, die gelukkig een stuk succesvoller verliep dan zijn eerste. 

Sinds het in 2015 verschenen Who Is The Sender? was het helaas stil rond de Brit, maar na een afwezigheid van bijna vijf jaar keert de inmiddels 76 jaar oude Bill Fay terug met een nieuw album. Op zijn eerste twee comeback albums werkte Bill Fay met producer Joshua Henry (zoon van Joe), met een aantal muzikanten die hem ook in de jaren 70 al bij stonden en met de Britse muzikant Matt Deighton (Mother Earth). Allen zijn ook weer van de partij op album nummer drie, dat echter anders klinkt dan zijn twee voorgangers. 

Countless Branches laad een flink meer ingetogen geluid horen dan zijn voorgangers en klinkt nauwelijks geproduceerd. Veel tracks op het album hebben in eerste instantie genoeg aan relatief sober pianospel en de stem van Bill Fay, maar hier en daar worden nog wat akoestische gitaren, percussie, orgels en strijkers toegevoegd, maar ook dan blijft het geluid van het nieuwe album van de Brit sober. 

Bill Fay klinkt door het sober ingekleurde geluid voor het eerst als de conventionele singer-songwriter die hij in de jaren 70 niet was, maar Countless Branches doet zeker niet onder voor de voller ingekleurde voorgangers. Integendeel. Het wat sobere en over het algemeen stemmige geluid kleurt prachtig bij de zo langzamerhand wat breekbaarder klinkende stem van de Britse muzikant. Het is een stem die wat mij betreft alleen maar aan schoonheid en zeggingskracht heeft gewonnen. 

Bill Fay vertelt op Countless Branches zijn bijzondere levensverhalen en doet dat vol liefde en melancholie en wat mij betreft met meer doorleving en urgentie dan de meeste van zijn jongere soortgenoten. Iedere noot die de Brit zingt komt aan.

De meeste van de tien songs op Countless Branches klokken onder de drie minuten, waardoor het album uitkomt op een schamele speelduur van nog geen 27 minuten. Gelukkig is er een luxe versie die ruim 20 minuten muziek toevoegt. Hierbij gaat het om een deel van banduitvoeringen van de songs van het originele album, die laten horen dat de songs van de Brit ook met een vollere instrumentatie goed uit de verf komen, al heb ik toch een duidelijke voorkeur voor het sober ingekleurde originele album, dat wat mij betreft het mooiste album is dat de Britse muzikant tot dusver heeft gemaakt. En dat zegt wat. Erwin Zijleman

De muziek van Bill Fay is ook verkrijgbaar via zijn bandcamp pagina: https://billfay.bandcamp.com.

   




zaterdag 18 januari 2020

The Innocence Mission - See You Tomorrow

The Innocence Mission maakt inmiddels al meer dan 30 jaar bijzondere muziek en ook op het nieuwe album van het Amerikaanse duo zijn de songs weer wonderschoon
The Innocence Mission is na 30 jaar nog steeds niet wereldberoemd, maar de fans van de band koesteren ieder nieuw album. See You Tomorrow is nog wat mooier dan de terecht geprezen voorganger en combineert mooie stemmige klanken met de expressieve stem van Karen Peris. De muziek van The Innocence Mission klinkt op See You Tomorrow ontspannen, ruimtelijk, weemoedig en dromerig en sleurt je mee naar het bijzondere muzikale universum van de band uit Pennsylvania. Niet iedereen zal er ontvankelijk voor zijn, maar als dit album je raakt, raakt het je stevig.


The Innocence Mission is een band uit Lancaster, Pennsylvania, die inmiddels al meer dan 30 jaar garant staat voor hele mooie muziek. De band rond het echtpaar Karen en Don Peris debuteerde in 1989 en is dit jaar alweer toe aan haar dertiende album. 

De vorige twaalf waren niet allemaal even goed, maar het Amerikaanse duo is inmiddels toch goed voor een zeer ruime handvol albums van een bijzonder hoog niveau. See You Tomorrow is de opvolger van het in 2018 verschenen Sun On The Square, dat ik een stuk beter vond dan zijn directe voorgangers. Het nieuwe album van het Amerikaanse duo vind ik nog net wat mooier en is nog zeker niet uitgegroeid. 

See You Tomorrow laat het inmiddels herkenbare geluid van The Innocence Mission horen. Don en Karen Peris zorgen voor buitengewoon sfeervolle klanken, die meestal ook wel wat weemoedig klinken. Door het grotendeels akoestische geluid van The Innocence Mission, dat wordt gedomineerd door piano en akoestische gitaar en vervolgens is aangevuld met keyboards, percussie en strijkers, doet de muziek van de band op het eerste gehoor wat folky aan. 

Waar het geluid van de band uit Pennsylvania vooral sfeervol en ingetogen is, trekt de stem van Karen Peris ook op het nieuwe album van de band weer nadrukkelijk de aandacht. Het is een stem die altijd al bestond uit gelijke delen Edie Brickell en Harriet Wheeler (The Sundays), maar het is ook een stem vol emotie, die in de verte iets heeft van Joni Mitchell. Het is een stem die niet iedereen mooi zal vinden, maar mij had Karen Peris direct weer te pakken. 

De combinatie van uiterst sfeervolle klanken en een expressieve stem zorgt er voor dat de muziek van The Innocence Mission soms wel wat heeft van 10,000 Maniacs, maar ik heb ook altijd wel wat associaties met Mazzy Star. Boven alles heeft The Innocence Mission een eigen geluid en het is een geluid dat op See You Tomorrow prachtig klinkt. 

Karen en Don Peris namen het nieuwe album van hun band thuis op en deden dat in alle rust. Het zorgt ervoor dat de muziek van het tweetal ontspannen klinkt, maar je hoort ook dat er veel zorg is besteed aan de instrumentatie. Het is een instrumentatie die zoals gezegd stemmig en wat weemoedig is, maar The Innocence Mission heeft het geluid op haar nieuwe album ook prachtig ingekleurd. 

De instrumentatie is bovendien volledig in balans met de bijzondere stem van Karen Peris, die nog wat extra melancholie kan toevoegen aan de songs op See You Tomorrow, maar die ook mooi dromerig kan zingen. 

Als ik naar de muziek van The Innocence Mission luister verwonder ik me altijd over het feit dat de band uit Pennsylvania na al die jaren nog zo onbekend is. Na beluistering van See You Tomorrow doe ik dat nog wat meer, want wat is het een mooi en bijzonder album. De breed uitwaaiende klanken en de emotievolle vocalen slepen je direct bij de eerste noten mee naar een ander muzikaal universum en laten pas weer los wanneer het album na 11 songs en 34 minuten ophoudt. 

See You Tomorrow is hiermee geen heel lang album, maar het is wel een album dat 34 minuten lang betovert met muziek zoals alleen The Innocence Mission die kan maken. Het feit dat het album werd opgenomen in een aantal ruimtes in het huis van Karen en Don Peris voorziet See You Tomorrow ook nog eens van een ruimtelijk en beeldend geluid en het is bovendien een intiem geluid. Als je de band niet kent zal het even wennen zijn, maar voor de fans van het eerste uur is het weer smullen. Erwin Zijleman

De muziek van The Innocence Mission is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band: https://theinnocencemission.bandcamp.com/album/see-you-tomorrow.

 

vrijdag 17 januari 2020

Marcus King - El Dorado

Marcus King is pas 25, maar zingt als een doorleefde soulzanger en speelt ook nog eens geweldig gitaar, waarna Dan Auerbach de rest doet
Na drie albums met de Marcus King Band is het tijd voor het eerste echte soloalbum van Marcus King. De jonge Amerikaanse muzikant werkt hierop samen met topproducer Dan Auerbach, die El Dorado natuurlijk heeft voorzien van een bijzonder aangenaam klinkend retro geluid. Op zijn eerste soloalbum gaat Marcus King wat meer de kant van de laid-back soul op. Op zich een verstandige keuze, want het soulgeluid van Dan Auerbach slaat zich als een warme deken om je heen terwijl Marcus King de sterren van de hemel zingt. Ook jammer, want wat is Marcus King ook een geweldige bluesgitarist; een kwaliteit die hij dan maar moet bewaren voor zijn volgende album.


De Amerikaanse muzikant Marcus King maakte de afgelopen jaren indruk met zijn Marcus King Band, die drie albums met een tijdloze mix van onder andere soul, blues, rock en jazz uitbracht. 

Het nieuwe album van de muzikant uit Greenville, South Carolina, verschijnt niet onder de naam Marcus King Band, maar alleen onder zijn eigen naam. El Dorado is hiermee het eerste soloalbum van Marcus King en het is een soloalbum dat voortborduurt op het werk van zijn band. 

Voor El Dorado toog Marcus King naar Nashville, Tennessee, waar hij de studio in dook van Dan Auerbach (The Black Keys) die het album ook produceerde. 

Iedereen die de albums van de Marc King Band kent, weet de jonge Amerikaanse muzikant een verdienstelijk gitarist is en dat hij bovendien is gezegend met een opvallend soulvolle strot. Dan Auerbach weet de sterke punten van de pas 25 jaar oude muzikant nog wat beter te benadrukken en heeft El Dorado voorzien van een bijzonder aangenaam klinkend retro geluid. 

Het is een retro geluid waarin Marcus King nog altijd invloeden uit de blues(rock), Southern rock en soul verwerkt. Invloeden uit de soul hebben wat aan terrein gewonnen op El Dorado en worden meestal gegoten in soulvolle ballads. Het is een begrijpelijke keuze van Dan Auerbach, want de geweldige stem van Marcus King gedijt uitstekend in het warmbloedige soulgeluid op het album. Het is een soulgeluid dat wat aan de zoete kant is, al blijft alles door de rauwe strot van Marcus King makkelijk aan de goede kant van de streep. 

In een aantal songs kiest de muzikant uit South Carolina voor een wat rauwer en meer bluesy geluid en dat bevalt mij persoonlijk beter dan de zoete soul. In deze tracks mag Marcus King laten horen wat een geweldige gitarist hij is, maar de meeste tracks op El Dorado zijn betrekkelijk ingetogen. Dan Auerbach heeft op het eerste soloalbum van Marcus King vooral gestuurd in de richting van zwoele soul, maar heeft het geluid op het album ook voorzien van accenten uit onder andere de gospel en de country. 

Marcus King mag misschien niet altijd laten horen wat hij als gitarist in huis heeft, maar in vocaal opzicht is El Dorado een groots album. De jonge Amerikaanse muzikant herinnert aan de grote soulzangers uit een ver verleden en stop veel gevoel in zijn zang, die ook nog eens prachtig gedoseerd wordt. 

Door alle muzikale invloeden en de aan grote soulzangers herinnerende zang heeft El Dorado een 70s feel, maar overbodige retro is het geen moment. Ik was bij eerste beluistering best gecharmeerd van de albums van de Marcus King Band, maar vond het na een paar keer horen net wat te weinig onderscheidend. Dat onderscheidende hoor ik wel op het eerste soloalbum van de Amerikaanse muzikant, al was hij misschien beter af geweest met een producer die wat meer had gefocust op het rauwere werk. Aan de andere kant is de pure soul op El Dorado ook bijzonder lekker.

Wanneer het volume wat wordt opgeschroefd en de gitaren aan terrein winnen, maakt Marcus King op mij net wat meer indruk en klinkt hij als een grote soulzanger uit het verleden, begeleid door ZZ Top. Marcus King is pas 25 en heeft nu al een viertal albums gemaakt waar het talent van af spat. Toch denk ik dat de Amerikaanse muzikant nog veel beter kan, wat gezien het hoge niveau van El Dorado een prestatie van formaat zou zijn. Erwin Zijleman

   


Boek: Sid Smith - In The Court Of King Crimson - An Observation Over Fifty Years

Sid Smith beschrijft de lange geschiedenis van King Crimson in een lijvig boek dat recht doet aan de status van deze unieke band
King Crimson dook op in 1969 en maakte in een aantal perioden een flinke stapel eigenzinnige albums die talloze en zeer uiteenlopende bands hebben beïnvloed. Het is muziek die nooit in een hokje was te duwen en ook op de individuele albums van de band alle kanten op schoot. De muziek van de band is bijzonder, maar ook de geschiedenis van de band is goed voor mooie verhalen. Sid Smith bespreekt de vele wijzigingen van de samenstelling van de band, maar gaat ook in op de opnames van de verschillende albums en natuurlijk op de grillige persoonlijkheden in de band met gitarist en voorman Robert Fripp voorop. Mooi boek. 


In zijn boek In The Court Of King Crimson: An Observation Over 50 Years beschrijft Sid Smith in ruim 600 pagina’s de geschiedenis van de Britse band King Crimson. Het is een geschiedenis die nog dagelijks geactualiseerd wordt, waardoor een herziene versie van het boek noodzakelijk was. 

In The Court Of King Crimson is zeker geen makkelijk leesvoer. Sid Smith beschrijft de geschiedenis van de invloedrijke Britse band zeer gedetailleerd en gaat ook nog eens diep in op de achtergrond van de leden van de band, die met grote regelmaat van samenstelling wijzigde. 

King Crimson debuteerde in 1969 met In The Court Of The Crimson King. De band bestond op dat moment nog niet heel lang, maar door een aantal spectaculaire optredens was een bescheiden hype ontstaan rond de band. Het debuut van de band trok de aandacht door de spectaculaire cover, maar ook door de muziek op het album. 

King Crimson is de afgelopen decennia in vele hokjes geduwd, maar geen enkel hokje past volledig. Het debuut van de band zette de eerste stappen in het nieuwe genre progrock (destijds nog symfonische rock genoemd), maar verwerkte minstens net zoveel invloeden uit de jazz, rock en de psychedelica in haar eclectische muziek waarin het eigenzinnige gitaarspel van Robert Fripp een voorname rol speelt. 

Tussen 1969 en 1975 maakte de band 9 albums, waaronder twee live-albums. King Crimson wijzigde vrijwel continu van samenstelling en zag vele muzikanten komen en vertrekken, onder wie legendarische muzikanten als Greg Lake, John Wetton, Bill Bruford en Mel Collins. 

Na 1975 was het een aantal jaren stil rond King Crimson, tot de enige constante factor, gitarist Robert Fripp, die in de tussenliggende jaren als producer en gitarist actief was, in 1981 de band Discipline formeerde met Bill Bruford, Tony Levin en Adrian Belew. Discipline werd al snel King Crimson en begon aan een tweede jeugd met de trilogie Discipline (1981), Beat (1982) en Three Of A Perfect Pair (1984). 

King Crimson Mk II liet een totaal ander geluid horen dan het jaren 70 geluid van de band (dat ook al zeer divers was) en bleef zich vernieuwen, waardoor ook de jaren 80 albums van de band tot op de dag van vandaag invloedrijk zijn. 

Na de fraaie trilogie uit de jaren 80 was het weer lang stil rond de band, tot in 1995 THRAK verscheen. Ook de afgelopen 25 jaar bracht King Crimson nog een aantal albums uit, met Robert Fripp als het enige vaste bandlid. Ook in haar latere jaren is de band zich blijven vernieuwen en is het de luis in de pels gebleven die het al vanaf 1969 is. De afgelopen tien jaar brengt de band vooral live-albums uit, waarop vaak interessante bewerkingen van oud materiaal voorbij komen. 

Het wordt allemaal prachtig beschreven in het lijvige boekwerk van Sid Smith, die eerst de geschiedenis van de band gedetailleerd beschrijft in ruim 350 pagina’s. De rest van het boek vertelt hoe het de belangrijkste leden van de band verging na het verlaten van King Crimson, bespreekt het oeuvre van de band track voor track en doet verslag van een groot aantal legendarische concerten van de band. 

Met name de laatste delen zijn vooral interessant voor de fanatieke fans van de band, maar de geschiedenis van de band is fascinerend voor iedereen die de muziek van de band een warm hart toedraagt en nodigt uit tot het weer eens verkennen van het imposante oeuvre van de legendarische band. Erwin Zijleman


   

donderdag 16 januari 2020

Georgia - Seeking Thrills

Georgia kiest op haar tweede album voor een wat toegankelijker geluid met flink wat synthpop invloeden, maar stiekem is er ook veel bijzonders verstopt in haar muziek
Georgia (Barnes) debuteerde ruim vier jaar geleden met een lastig te doorgronden debuut dat alle kanten op schoot. Op haar nieuwe album kiest ze voor een wat toegankelijker geluid, waarin zowel invloeden uit de synthpop als uit de techno zijn verwerkt. Hier blijft het niet bij, want Georgia verwerkt nog altijd veel invloeden in haar muziek, die net zo makkelijk naar Kraftwerk als naar Chvrches verwijst en hier en daar ook nog een vleugje Kate Bush toevoegt. Op hetzelfde moment staat Georgia garant voor aanstekelijke songs die je de dansvloer op slepen. Liefhebbers van veelzijdige elektronische pop vallen hier zich geen buil aan.


Het titelloze debuut van Georgia uit 2015 wist me zeker niet volledig te overtuigen, maar het debuut van de jonge Britse muzikante was wel interessant genoeg om nieuwsgierig te zijn naar haar nieuwe album, dat momenteel stevig gehyped wordt. Seeking Thrills verscheen deze week en is wat mij betreft een stuk evenwichtiger en beter dan het debuut van de muzikante uit Londen. 

Georgia (Barnes) kreeg de elektronische popmuziek thuis met de paplepel ingegoten, want haar vader maakt deel uit van de invloedrijke band Leftfield. Ook Georgia heeft een zwak voor elektronische muziek en een liefde voor synthpop en techno. 

Seeking Thrills staat vol met aanstekelijke synthpop zoals die in de jaren 80 werd uitgevonden en zich in de decennia die volgden verder ontwikkelde, maar ook invloeden uit de house en techno uit de jaren 90 hebben hun weg gevonden naar het album. Bij beluistering van Seeking Thrill duiken bij mij meerdere namen op. In eerste instantie vooral Robyn, maar op kleine afstand volgen onder andere Santigold, Chvrches en M.I.A., om me te tot drie te beperken. 

Op haar tweede album maakt Georgia net wat toegankelijkere muziek dan op haar debuut. Een aantal songs op het album is bijzonder aanstekelijk en zeer geschikt voor de dansvloer, maar Seeking Thrill heeft ook zeker een experimentelere kant. In de wat lastiger te doorgronden songs op het album schuift Georgia wat meer op richting de elektronische popmuziek uit de afgelopen twee decennia, om er vervolgens toch ook wat invloeden uit de jaren 70 tegenaan te gooien. De Britse muzikante combineert dan op fraaie wijze invloeden van onder andere Kraftwerk en Giorgio Moroder uit de jaren 70 met synthpop uit de jaren 80, techno uit de jaren 90 en elektropop van deze tijd. 

In muzikaal opzicht klinkt het afwisselend aanstekelijk en avontuurlijk en ook in vocaal opzicht kan het meerdere kanten op. Georgia kan in een aantal tracks uit de voeten als ware elektropop prinses, maar laat zich in de wat meer tegen de haren in strijkende tracks net zo makkelijk beïnvloeden door Kate Bush, zeker wanneer het tempo wat lager ligt en Georgia zich laat begeleiden door bezwerende klanken. 

Enige liefde voor elektronische popmuziek en de dansvloer is zeker nodig om te kunnen genieten van Seeking Thrills van Georgia. Ik pik zelf maar zeer zelden een album met deze kwalificaties van de stapel, maar het tweede album van Georgia blijft me intrigeren en tegelijkertijd ook vermaken. Het is een verschil met haar debuut dat mij vooral intrigeerde, maar uiteindelijk nauwelijks vermaakte. 

Het knappe van het tweede album van Georgia is dat de aanstekelijke tracks domineren, maar dat er ook altijd volop te ontdekken valt. Buiten de lekker in het gehoor liggende beats, sequencers en wolken synths, zijn er ook altijd uitstapjes buiten de gebaande paden. Georgia was op haar debuut niet bepaald stijlvast en ook op Seeking Thrills sleept ze er van alles bij en verrijkt ze haar synthpop met van alles en nog wat. 

Ik ben zoals eerder gezegd geen heel groot liefhebber van het genre, maar zo af en toe zit er een album tussen dat net wat meer met me doet en dat uiteindelijk behoorlijk verslavend blijft. Seeking Thrills van Georgia is zo’n album. Erwin Zijleman

   


woensdag 15 januari 2020

David Keenan - A Beginner's Guide To Bravery

De Ierse muzikant David Keenan toont zich op zijn fraaie debuut A Beginner's Guide To Bravery een waar fenomeen en imponeert met mooie verhalen, knappe songs en hartverscheurend mooie vocalen
2020 is nog maar net begonnen, maar de eerste geweldige singer-songwriter dient zich aan. David Keenan laat op zijn debuut A Beginner's Guide To Bravery horen dat hij een getalenteerd songwriter en een groot zanger is. De Ierse muzikant vertolkt zijn verhalen met hart en ziel en heeft deze verhalen ook nog eens voorzien van prachtige klanken, die soms uiterst ingetogen en soms uitbundig zijn. Luister naar A Beginner's Guide To Bravery en het talent, de emotie en de urgentie spatten er van af. Groots debuut, dat is zeker.


A Beginner's Guide To Bravery is de fraaie titel van het debuut van de Ierse singer-songwriter David Keenan. De jonge muzikant verliet zijn vaderland Ierland toen hij na de middelbare school vast dreigde te lopen en diep ongelukkig dreigde te worden van een burgermansbestaan. Hij besloot zijn geluk te zoeken in Liverpool, waar hij als muzikant een stuk kansrijker was dan in de Ierse provinciestad waarin hij opgroeide. 

Inmiddels zijn we een paar jaar verder, heeft David Keenan flink wat podiumervaring en werd het zo langzamerhand wel eens tijd voor een debuutalbum. 

A Beginner's Guide To Bravery is niet alleen een fraaie titel voor een album, maar het debuut van de Ierse muzikant is ook nog eens gestoken in een bijzonder fraaie cover, vol symboliek. Die symboliek gebruikt David Keenan ook in zijn teksten. Net als flink wat gerenommeerde singer-songwriters uit het verleden is David Keenan een belezen man, die zijn eigen literaire ambities kwijt kan in zijn teksten. 

De tegenwoordig vanuit Dublin opererende muzikant verloochent zijn Ierse wortels op zijn debuut zeker niet. Hij beschikt over een duidelijk Iers accent en verwerkt bovendien Keltische invloeden in zijn muziek. 

A Beginner's Guide To Bravery is in muzikaal opzicht een veelzijdig album. David Keenan heeft in een aantal songs genoeg aan zijn akoestische gitaar en zijn stem, maar een aantal songs op het album zijn veel voller en wat steviger ingekleurd. In de sober klinkende songs roept A Beginner's Guide To Bravery onmiddellijk herinneringen op aan de grote singer-songwriters uit de late jaren 60 en vroege jaren 70, maar het debuut van David Keenan kan ook een stuk eigentijdser klinken. 

De instrumentatie is niet alleen veelzijdig, maar ook zeer smaakvol. A Beginner's Guide To Bravery klinkt over het algemeen wat melancholisch, zeker wanneer violen worden ingezet, wat uitstekend past bij de expressieve en emotievolle zang van de Ierse muzikant. David Keenan kan prachtig ingetogen zingen, maar kan het ook voorzichtig uitschreeuwen. Zijn Ierse tongval geeft de zang op zijn debuut nog wat extra lading. 

De singer-songwriter uit Dublin heeft een debuut afgeleverd dat zich makkelijk weet te onderscheiden van het gemiddelde debuut in het genre. Zowel de instrumentatie als de zang zijn van een opvallend hoog niveau en hetzelfde geldt voor de verhalen die David Keenan vertelt. 

A Beginner's Guide To Bravery is een album dat aanzet tot associëren. Ik hoor wat van Van Morrison, David Gray, Tim Buckley, The Waterboys en de briljante Gavin Friday, maar zo kan ik nog wel even doorgaan, zonder dat ik een naam kan noemen die het hele album relevant is. Laten we het er maar op houden dat David Keenan zijn klassiekers kent en alle invloeden verwerkt in een persoonlijk geluid. 

Ik hou persoonlijk niet zo van zangers die het zo af en toe uitschreeuwen, maar de uithalen van David Keenan zijn van een bijzondere intensiteit en intimiteit en komen stuk voor stuk aan. Hetzelfde geldt voor de instrumentatie, die het album steeds weer een net wat andere kant op sleurt, zonder dat het ten koste gaat van de consistentie. 

Het nieuwe jaar is nog jong, maar David Keenan heeft de lat in het genre direct hoog gelegd met een uitstekend debuut, dat me de afgelopen weken bij herhaalde beluistering alleen maar dierbaarder is geworden. Erwin Zijleman

De muziek van David Keenan is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://davidkeenan.bandcamp.com.

   




dinsdag 14 januari 2020

DeWolff - Tascam Tapes

Het nieuwe album van DeWolff werd met zeer bescheiden middelen “on the road” opgenomen, maar het verrassend soulvolle album, dat zo lijkt weggelopen uit de jaren 70, is zeker geen tussendoortje, misschien wel hun beste album zelfs
De Limburgse band DeWolff blijft verbazen. De band verrijkt haar door 70s bluesrock geïnspireerde muziek dit keer met flink wat soul, funk en zelf een beetje disco, maar ook voor de liefhebber van rauwe bluesrock valt er genoeg te genieten op dit met eenvoudige middelen opgenomen album. Bas en drums kwamen uit de sampler, waarna gitaar, keyboard, mondharmonica en zang live werden toegevoegd. “A 50$ album that sounds like a million bucks” noemt de band het zelf en daar kan ik na enige gewenning alleen maar in mee gaan. DeWolff zet weer een volgende stap en het is er een die steeds mooier en onmisbaarder wordt.


Op de cover van het nieuwe album van de Nederlandse band DeWolff prijkt de volgende tekst: “This is DeWolff’s New Album. It Was Recorded On The Road For Less Than 50$. But It Sounds Like A Million Bucks!” Voor net geen 50$ kocht de band een stokoude Tascam viersporen-cassetterecorder op batterijen, die “on the road” werd gebruikt voor het opnemen van het nieuwe album van de band. 

Bij het opnemen van Tascam Tapes liet de band zich inspireren door de muziek die eerder in de toerbus voorbij was gekomen en dat was zo te horen opvallend veel soul, disco en funk, al is de band de blues en de rock gelukkig ook niet vergeten. 

Tascam Tapes werd met beperkte middelen opgenomen en dat hoor je ook wel. Drums en bas kwamen uit de sampler, waarna gitaar, keyboards, mondharmonica en zang live werden toegevoegd. Het is een opnameproces dat goed past bij de muziek van DeWolff. Tascam Tapes opent rauw en bluesy, maar staat ook vol zwoele soul, moddervette funk en een vleugje disco. 

De muziek van DeWolff leek altijd al muziek van een paar decennia geleden en het gevoel dat je naar een album uit de jaren 70 aan het luisteren bent is bij beluistering van Tascam Tapes alleen maar sterker geworden. De bluesy wortels van de band komen goed tot zijn recht in het voor DeWolff begrippen betrekkelijk ingetogen geluid. 

De bluesy gitaarlicks komen prachtig uit de speakers en combineren fraai met de heerlijk soulvolle zang op het album. Wanneer DeWolff kiest voor de blues schuurt het dicht tegen The Black Keys aan, zonder ook maar een moment onder te doen voor de Amerikaanse band. In de meeste tracks heeft het bluesy geluid van DeWolff echter een soulinjectie gekregen. 

Het heerlijk zompige gitaargeluid wordt gecombineerd met soulvolle samples van bas en drums, waarna zweverige synths het geluid van DeWolff hier en daar ook nog eens voorzien van een psychedelisch tintje of een snufje disco. Nog meer dan de vorige albums van DeWolff heeft Tascam Tapes een 70s feel, maar het is een 70s album dat ik nog niet in de kast had staan. 

Tascam Tapes klinkt aan de ene kant als een snel in elkaar gefrommeld tussendoortje dat de verveling in de toerbus, in motels en backstage moest tegengaan, maar aan de andere kant is het een ijzersterk album dat ondanks de speelduur van maar net iets meer dan een half uur een waardevolle aanvulling vormt op de vorige albums van de band. 

Het gitaarwerk op het album is net als op de vorige albums onweerstaanbaar lekker, de zang is door de soulvolle accenten uitstekend en ook de synths vallen in positieve zin op, maar het knapst vind ik misschien nog wel de gesampelde ritmes, die steeds weer net wat anders klinken, maar er ook steeds weer in slagen om de muziek van DeWolff een groovy feel te geven. De samples waren waarschijnlijk een stuk duurder dan de eenvoudige viersporenrecorder die werd gebruikt voor het opnemen van het album, maar het was het geld waard. 

In het begin is het misschien even wennen, maar hoe vaker ik naar Tascam Tapes luister, hoe beter ik het album vind. Het is een album dat ik waarschijnlijk vaker ga beluisteren dan de vorige albums van de band, die in het genre in Nederland op eenzame hoogte staat, maar ook internationaal gezien opzien moet gaan baren met het soulvolle Tascam Tapes. Erwin Zijleman

   



maandag 13 januari 2020

Alexandra Savior - The Archer

Alexandra Savior trekt de lijn van haar debuut door, maar zet ook stappen op haar prachtig klinkende tweede album, waarop nog meer invloeden worden verwerkt en ze ook nog eens veel beter is gaan zingen
Luister oppervlakkig naar The Archer van Alexandra Savior en je hoort een album dat voortborduurt op Lana Del Rey’s Norman Fucking Rockwell, dat waarschijnlijk meer jaarlijstjes aanvoerde dan elk ander album uit 2019. Alexandra Savior raakt hier en daar aan de muziek van Lana Del Rey, maar kan ook nog heel veel andere kanten op. The Archer laat zich inspireren door meerdere genres en loopt met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van de popmuziek. Het klinkt allemaal prachtig en opvallend beeldend, maar ook de zang van de jonge Amerikaanse singer-songwriter is van een bijzondere schoonheid. Prachtplaat. 


Alexandra Savior debuteerde alweer bijna drie jaar geleden met het door Alex Turner (Arctic Monkeys) geproduceerde Belladonna Of Sadness. De piepjonge singer-songwriter had net Portland, Oregon, verruild voor Los Angeles, California, en maakte indruk met een geluid dat invloeden uit een aantal decennia popmuziek bevatte. 

De invloeden, die teruggingen tot de jaren 50, zorgden voor een bijzonder klankentapijt, waarin de bijzondere stem van Alexandra Savior uitstekend gedijde. Belladonna Of Sadness was niet alleen een album vol invloeden, maar ook een filmisch album dat het uitstekend had gedaan bij een obscure film of serie. 

Op het deze week verschenen The Archer heeft Alexandra Savior Alex Turner verruild voor muzikant en producer Sam Cohen, die als producer vooral bekend is vanwege zijn werk voor Kevin Morby, Andrew Combs en Curtis Harding. Het heeft niet eens zo heel veel gevolgen gehad voor haar geluid. Ook The Archer springt kriskras door een aantal decennia popmuziek en citeert net zo makkelijk uit de jaren 50 als uit het heden. 

Zeker wanneer de Amerikaanse singer-songwriter kiest voor nostalgische klanken en voor wat lome en melancholische zang is de vergelijking met Lana Del Rey nauwelijks te onderdrukken, maar Alexandra Savior blijft nooit lang in een bepaald geluid hangen. Wanneer de muzikante uit Los Angeles kiest voor bezwerende en meer psychedelische klanken hoor ik ineens minder van Lana Del Rey en meer van Mazzy Star en Portishead, maar The Archer kan ook opschuiven richting de avontuurlijke muziek van Fiona Apple of juist verrassen met lichtvoetige Motown achtige klanken. 

The Archer schiet alle kanten op, maar het is ook een album vol beeldende klanken en hierdoor een album dat zich als een filmsoundtrack laat beluisteren. Vergeleken met haar debuut is het geluid van Alexandra Savior op haar tweede album verzorgder en veelzijdiger en vergeleken met dit debuut is ze ook veel beter gaan zingen. 

Een enkeling zal zich misschien storen aan de zich af en toe wel erg nadrukkelijk opdringende vergelijking met Lana Del Rey, maar persoonlijk hoor ik ook een duidelijk eigen geluid, waarin de singer-songwriter uit Los Angeles ook andere kanten van zichzelf laat horen. 

Zeker wanneer The Archer betovert met klanken die zo lijken weggelopen uit een ver verleden, lijk je hier en daar de hand van Danger Mouse te horen, op wiens label het nieuwe album van Alexandra Savior is verschenen. De psychedelisch aandoende klanken passen prachtig bij de hoge, dromerige en zachte zang van Alexandra Savior, die als zangeres zoals gezegd flinke stappen heeft gemaakt. 

Zowel de zang als de instrumentatie op The Archer nodigen uit tot zeer aandachtige beluistering. In de instrumentatie zijn wonderschone gitaarlijnen verstopt, maar ook het volle elektronische klankentapijt is van een bijzondere schoonheid en hetzelfde geldt voor de fraai gearrangeerde strijkers en blazers.Maar ook de zang op het album wordt mooier en mooier en sleurt je langzaam maar zeker mee naar dromenland. 

The Archer is een album dat prachtige beelden op het netvlies tovert, maar het is ook een album dat zich steeds nadrukkelijker opdringt en je zomaar net zo dierbaar zou kunnen worden als het album van Lana Del Rey, dat vorig jaar nogal wat jaarlijstjes aanvoerde. 2020 is nog maar net begonnen, maar de eerste vijfsterren plaat is wat mij betreft daar. Erwin Zijleman

De muziek van Alexandra Savior is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://alexandrasavior.bandcamp.com/album/the-archer.

   

zondag 12 januari 2020

Tenille Arts - Love, Heartbreak & Everything In Between

Countrypop, je moet er van houden, maar als je er van houdt is Love, Heartbreak & Everything In Between van Tenille Arts een prima album van een uitstekende zangeres
De vijver met jonge countrypop zangeressen is de afgelopen jaren overvol en de muzikanten en albums die je er uit kunt vissen zijn lang niet altijd even interessant, zeker niet wanneer je een voorkeur hebt voor traditionelere Amerikaanse rootsmuziek. Love, Heartbreak & Everything In Between van Tenille Arts is in die overvolle vijver wel een album dat er toe doet. De Canadese singer-songwriter heeft zich omringd met gelouterde producers en songwriters, maar het is haar stem waarmee ze zich weet te onderscheiden van de meeste van haar concurrenten. Het levert een prima countrypop album met bovengemiddeld goede zang op. Ik ga er voor.


Kijk naar de cover van Love, Heartbreak & Everything In Between van Tenille Arts en je weet eigenlijk al wat je kunt verwachten: countrypop. Het is gruwel voor de puristen binnen de liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek, maar het is ook een genre dat de afgelopen jaren flink aan populariteit heeft gewonnen en dat, bijvoorbeeld via de prachtalbums van Kacey Musgraves, heeft laten horen dat er zoals iets bestaat als in artistiek opzicht interessante countrypop. 

Het is een genre dat ik persoonlijk wel kan waarderen, waardoor ik met, weliswaar bescheiden, verwachtingen begon aan de beluistering van Love, Heartbreak & Everything In Between. Bescheiden verwachtingen, want countrypop kan goed tot heel goed zijn, maar ook aalglad en honingzoet. 

Tenille Arts is zeker niet de zoveelste piepjonge countryzangeres die via een spoedcursus in Nashville, Tennessee, is omgetoverd tot de volgende countrypop prinses. De muzikante uit het Canadese Weyburn in de provincie Saskatchewan staat al sinds haar dertiende op de planken en bracht drie jaar geleden haar debuut uit. Na een karrenvracht aan Canadese muziekprijzen is het nu tijd om aan de stoelpoten van de meest succesvolle countrypop zangeressen van het moment te zagen. 

Hiervoor zijn kosten noch moeite bespaard. Tenille Arts kon voor Love, Heartbreak & Everything In Between, dat oorspronkelijk zou bestaan uit drie afzonderlijke EP’s, een beroep doen op meerdere gelouterde producers en tekstschrijvers. Dat is overigens lang niet altijd een pre, want versnippering en egotripperij van songwriters en producers liggen op de loer. 

Het zijn gevaren die Tenille Arts op knappe wijze heeft weten te omzeilen. De Canadese singer-songwriter schreef mee aan alle songs en heeft er bovendien voor gezorgd dat Love, Heartbreak & Everything In Between een consistent album met een duidelijk eigen geluid is. Tenille Arts maakt muziek die bij een ieder met een allergie voor countrypop waarschijnlijk niet in de smaak zal vallen, maar liefhebbers van het genre hebben er een nieuwe ster bij. 

Love, Heartbreak & Everything In Between is voorzien van een warm en vaak wat gepolijst countrypop geluid. Het is een geluid dat, afhankelijk van de producer, net wat traditioneler kan klinken of net wat meer op kan schuiven richting pop of juist rock, maar het label countrypop past op alle songs op het album. Het geluid op het album van Tenille Arts is misschien wat gepolijst, maar het is ook vol, warm en smaakvol, waardoor Love, Heartbreak & Everything In Between zich makkelijk als een warme deken om je heen slaat. 

Het belangrijkste wapen van Tenille Arts is echter haar stem. De Canadese muzikante beschikt over een krachtige stem die gemaakt is voor countrymuziek, maar vergeleken met de meeste van haar soortgenoten klinkt Tenille Arts ook soulvol. Het is een stem die, ondanks de volle instrumentatie en productie, alle ruimte krijgt en die steeds weer indruk mag maken in songs die afwisselend gaan over de liefde, liefdesverdriet en alles hier tussenin. 

Ik begon zoals gezegd met bescheiden verwachtingen aan Love, Heartbreak & Everything In Between, maar het album van Tenille Arts bevalt me uitstekend en past prima tussen de countrypop albums die ik koester. In veel lijstjes genoemd als een van de country zangeressen om in de gaten te houden dit jaar en dat maakt ze wat mij betreft meer dan waar. Erwin Zijleman