zondag 20 september 2020

Gillian Welch - Boots No. 2, The Lost Songs, Vol. 2

Gillian Welch gooit er nog maar eens een verzameling restmateriaal tegenaan, maar dit is restmateriaal dat echt geen moment onder doet voor haar allerbeste werk
Rond Gillian Welch was het de afgelopen jaren vooral stil, maar dit jaar kan het niet op. Allereerst was er de samen met Dave Rawlings gemaakte serie lockdown covers en hierna volgde het eerste deel van Boots No. 2, The Lost Songs. Deel 3 volgt later dit jaar, maar deel 2 verscheen deze week. Ik vond het eerste deel van Boots No. 2, The Lost Songs al prachtig, maar het tweede deel is nog veel mooier en misstaat niet tussen het allerbeste werk van de singer-songwriter uit Nashville, Tennessee. De instrumentatie is prachtig, de zang is geweldig en de songs behoren tot de mooiste die Gillian Welch schreef. Wat een traktatie deze verzameling restjes.



Afgelopen zomer werden we twee keer verrast door Gillian Welch. Eerst met het samen met haar partner Dave Rawlings gemaakte All The Good Times en nog geen twee weken later met de release van Boots No. 2, The Lost Songs, Vol. 1. All The Good Times bevatte een tijdens de Amerikaanse lockdown opgenomen serie covers, terwijl het eerste deel van Boots No. 2, The Lost Songs restmateriaal bevatte van de twee albums die Gillian Welch aan het begin van het huidige millennium maakte. 

Gillian Welch liet een paar jaar geleden op Boots No. 1 al horen dat haar restmateriaal niet onder doet voor de muziek die ze wel heeft uitgebracht en het eerste deel van Boots No. 2 onderstreepte dat nadrukkelijk. Prettige bijkomstigheid was dat het ging om restmateriaal uit de tijd van Time (The Revelator) uit 2001 en Soul Journey uit 2003, twee van mijn persoonlijke favorieten in het oeuvre van Gillian Welch. 

Waar we vorige maand nog werden verrast door Boots No. 2, The Lost Songs, Vol. 1, komt het tweede deel niet als een verrassing. Vol. 2 werd immers vorige maand al aangekondigd, net als Vol. 3 dat ook nog dit jaar zal verschijnen. Dat Boots No. 2, The Lost Songs, Vol. 2 er aan zat te komen is misschien geen verrassing, maar de hoge kwaliteit van het album is dat wat mij betreft wel. 

De songs die Gillian Welch, uiteraard bijgestaan door Dave Rawlings, opnam tussen de release van Time (The Revelator) en Soul Journey in, had wat mij betreft niet misstaan als reguliere release. Sterker nog, de verzameling sterke songs op Boots No. 2, The Lost Songs, Vol. 2 had zomaar uit kunnen groeien tot een van de betere albums van Gillian Welch. 

In muzikaal opzicht is ook deze serie songs minder verrassend. Ook op Boots No. 2, The Lost Songs, Vol. 2 horen we het inmiddels uit duizenden herkenbare Gillian Welch geluid. Het is een geluid dat teruggrijpt op de folk zoals die aan het begin van de vorige eeuw werd gemaakt in de Amerikaanse Appalachen. Het is de folk die met name door Gillian Welch op de kaart werd gezet aan het eind van de jaren 90 en de eerste jaren van het huidige millennium, ook via haar bijdrage aan de soundtrack van de film O Brother, Where Art Thou? 

Ook de instrumentatie op Boots No. 2, The Lost Songs, Vol. 2 zal niemand verrassen. Ook de songs op deze tweede selectie restmateriaal uit de vroege jaren 00 zijn volledig akoestisch en betrekkelijk sober ingekleurd met vrijwel uitsluitend en overigens prachtig klinkende akoestische gitaren en incidenteel wat accenten van onder andere een mondharmonica en een elektrische gitaar. 

Natuurlijk horen we op Boots No. 2, The Lost Songs, Vol. 2 ook de uit duizenden herkenbare stem van Gillian Welch, hier en daar op de achtergrond ondersteund door Dave Rawlings. Over de vocale kwaliteiten van de singer-songwriter uit Nashville zijn de meningen verdeeld, maar mij weet ze iedere keer weer diep te raken. 

Boots No. 2, The Lost Songs, Vol. 2 moet dus haast wel in positieve zin opvallen door een serie uitstekende songs. Het is het soort songs dat we inmiddels al bijna 25 jaar van Gillian Welch kennen, maar de songs op Boots No. 2, The Lost Songs, Vol. 2 doen niet onder voor haar beste werk en hoe vaker ik ze hoor, hoe beter ze worden.

Gillian Welch staat zeker niet bekend om haar enorme productiviteit, maar dit jaar krijgen we er toch flink wat songs bij, waarvan die 15 van Boots No. 2, The Lost Songs, Vol. 2 mij vooralsnog het best bevallen, maar Vol. 3 moet nog komen. Dat 2020 een opvallend mooi Gillian Welch jaar is, is echter al lang zeker. Erwin Zijleman

De muziek van Gillian Welch is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://gillianwelch.bandcamp.com.


De drie delen van Boots No. 2, The Lost Songs zijn in eerste instantie alleen digitaal verkrijgbaar, maar aan het eind van het jaar verschijnt een fraaie box-set, die helaas alleen via de website van Gillian Welch verkrijgbaar is, waardoor rekening moet worden gehouden met forse portokosten en met een beetje pech douanekosten: https://gillianwelch.com.

   

zaterdag 19 september 2020

The Apartments - In And Out Of The Light

De Australische band The Apartments keert na een stilte van vijf jaar terug met een stemmig album, dat de aankomende herfst en winter op ongekend fraaie wijze inkleurt
De Australische band The Apartments maakte vijf jaar geleden met No Song, No Spell, No Madrigal een van mijn favoriete albums aller tijden. De lat lag dus hoog, maar ook met het deze week verschenen In And Out Of The Light had de band rond Peter Milton Walsh me weer onmiddellijk te pakken. Het nieuwe album van de band sluit naadloos aan op zijn voorganger. Ook dit keer wordt de muziek van de band gedomineerd door stemmige klanken, zijn de melodieën wonderschoon en is er de zo karakteristieke stem van Peter Milton Walsh. Het is donkere muziek die het vooral goed doet als de zon onder is en die, net als zijn voorganger, op moet gaan duiken in de jaarlijstjes.


Ruim vijf jaar geleden verscheen No Song, No Spell, No Madrigal van de Australische band The Apartments. Het was misschien wel het mooiste album van het betreffende jaar en omdat het album in Nederland pas in 2016 officieel werd uitgebracht zette ik No Song, No Spell, No Madrigal ook nog eens in mijn jaarlijstje over 2016. 
De afgelopen vijf jaar was het, buiten de reissue van het al even fraaie Fête Foraine uit 1996, stil rond The Apartments, maar gelukkig is de band rond Peter Milton Walsh terug met een nieuw album. 

Deze Peter Milton Walsh maakte aan het eind van de jaren 70 kort deel uit van de legendarische Australische band The Go-Betweens, maar hij verschilde uiteindelijk teveel van Robert Forster en Grant McLennan, de twee voormannen van de band, en ging zijn eigen weg. Met The Apartments maakte hij in de jaren 80 en 90 een aantal uitstekende albums, waarna het helaas lang stil was rond de band. Deze stilte werd definitief doorbroken met het prachtige No Song, No Spell, No Madrigal en nu is er In And Out Of The Light, dat ondanks de stilte van vijf jaar naadloos voortborduurt op zijn voorganger. 

De leden van de band wonen in Australië, Frankrijk en Engeland en in plaats van de wereld over te reizen bleef iedereen thuis en werden de verschillende onderdelen later samengevoegd. Het is in de coronatijd een heel normale werkwijze, maar In And Out Of The Light werd net voor het uitbreken van de corona pandemie afgerond. 

Iedereen die No Song, No Spell, No Madrigal vijf jaar geleden koesterde, zal ook smullen van No Song, No Spell, No Madrigal. De band van Peter Milton Walsh maakt ook dit keer buitengewoon sfeervolle muziek en tekent ook op In And Out Of The Light voor hemeltergend mooie melodieën. De instrumentatie is ook dit keer wonderschoon en vaak wat broeierig en dromerig van aard. 

Zeker wanneer fraaie bijdragen van strijkers en blazers worden toegevoegd en een regen- of onweersbui losbarst, maakt The Apartments muziek van de nacht, maar de band houdt het tempo niet altijd laag en tekent ook voor veelkleurig gitaarspel en stemmige pianoklanken. De prachtige klanken op het album passen uitstekend bij de karakteristieke stem van Peter Milton Walsh, die ook dit keer indringende verhalen vertelt en de muziek van The Apartments voorziet van een ziel. Het is een ruwe ziel die prachtig wordt gecontrasteerd met de dromerige vrouwenstem van Natasha Penot. 

Ook In And Out Of The Light zal weer worden vergeleken met de muziek van onder andere American Music Club, Spain en Tindersticks, maar ik vind zelf de Schotse band The Blue Nile het meest treffende vergelijkingsmateriaal, al klinkt The Apartments inmiddels vooral als zichzelf. 

No Song, No Spell, No Madrigal is de afgelopen vijf jaar tot ongekende hoogten gestegen en heeft zich geschaard onder mijn favoriete albums aller tijden, maar ook In And Out Of The Light heb ik weer onmiddellijk omarmd. Het is een album om je eindeloos mee op te sluiten, dat de avond keer op keer prachtig inkleurt en dat laat horen dat je nooit genoeg songs van The Apartments kunt hebben. 

Fans van de band weten al lang hoe mooi de muziek van de band van Peter Milton Walsh is, maar In And Out Of The Light verdient het om in veel bredere kring te worden opgepikt en verdient een plekje in de jaarlijstjes. Enig minpunt: met 35 minuten is het album wat kort, maar zet het nog een keer op en de bezwerende kracht is alleen maar groter. Erwin Zijleman

De muziek van The Apartments is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://theapartments.bandcamp.com/album/in-and-out-of-the-light.


In And Out Of The Light van The Apartments is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   


vrijdag 18 september 2020

Robin Kester - This Is Not A Democracy

We moeten het voorlopig doen met een mini-album van Robin Kester, maar het is wel een hele mooie, die van de Nederlandse muzikante een hele grote belofte voor de toekomst maakt
This Is Not A Democracy van de Nederlandse singer-songwriter Robin Kester bevat 22 minuten muziek en het zijn 22 minuten van een bijzondere schoonheid. Het zijn 22 minuten waarin de instrumentatie altijd bijzonder is. Soms domineren de gitaren, soms overheersen de synths, soms klinkt het psychedelisch, soms is het folky, maar het is altijd spannend. De mooie stem van Robin Kester past prima bij de vaak dromerige klanken en tilt de tweede release van de Nederlandse muzikante nog wat verder op. This Is Not A Democracy laat een eigen geluid horen en het is een geluid dat zeer nieuwsgierig maakt naar de volgende muzikale verrichtingen van Robin Kester.


Er komt op het moment zoveel uit dat ik me noodgedwongen beperk tot volledige albums en EP’s of mini-albums al bij voorbaat terzijde schuif. Dat er vandaag toch een mini-album opduikt is dan ook best bijzonder en het heeft alles te maken met de kwaliteit van de muziek op dit album Het is muziek van de Nederlandse singer-songwriter Robin Kester, die twee jaar geleden met Peel The Skin ook al een prima EP afleverde en nu met This Is Not A Democracy haar oeuvre meer dan verdubbelt. 

This Is Not A Democracy bevat zeven songs en heeft een speelduur van 22 minuten, wat voor een mini-album een heel behoorlijke speelduur is. De Nederlandse singer-songwriter maakte haar nieuwe muziek samen met de van Moss bekende Marien Dorleijn, die over een eigen studio beschikt. De twee hebben een mooi en bijzonder geluid in elkaar geknutseld. 

Het is een geluid dat opvalt door zweverige en wat ouderwets klinkende synths, soms diepe bassen en heerlijk gitaarwerk. Het is een geluid dat vaak wat psychedelisch en nostalgisch (denk vooral aan de jaren 70) aan doet en dat past weer prachtig bij de dromerige stem van Robin Kester. 

Die heldere en dromerige stem is een constante op This Is Not A Democracy en dat geldt ook voor de bijzondere sfeer op het album, maar verder kan het meerdere kanten op. De fraaie openingstrack wordt gedragen door zweverige synths en heeft een bijna bezwerende uitwerking, maar in de track die volgt domineren de gitaren en laat Robin Kester horen dat ze ook met dromerige folky songs uit de voeten kan. 

In alle songs op This Is Not A Democracy speelt de instrumentatie een voorname rol. Gitaren draaien prachtig tegen elkaar in, worden verder omhoog getild door een fraaie blazerspartij of worden langzaam maar zeker verdrongen door de bijzonder klinkende synths op het album, die je vaak mee terug nemen naar elektronische muziek van een aantal decennia geleden, maar die ook opeens verrassend eigentijds kunnen klinken. 

Met de bijzondere instrumentatie op haar mini-album slaagt Robin Kester er in om een bijzonder muzikaal universum te creëren en met dit universum onderscheidt ze zich makkelijk van haar talloze soortgenoten, want aan jonge vrouwelijke singer-songwriters is er momenteel nationaal en internationaal zeker geen gebrek. 

This Is Not A Democracy klinkt vaak sprookjesachtig en dromerig, maar wanneer de elektronica wat donkerder van tint is, kan de muziek van de Nederlandse singer-songwriter ook dreigend of zelfs beklemmend klinken. Het zorgt er voor dat This Is Not A Democracy je steeds weer weet te verrassen en hoe vaker ik naar de muziek van Robin Kester luister, hoe mooier het allemaal wordt, ook omdat de stem van Nederlandse muzikante minstens net zo betovert als de fraaie instrumentatie. 

Het is een stem die het eigen gezicht van This Is Not A Democracy nog wat meer vorm geeft. Af en toe heeft het wel wat van Kate Bush, zonder dat het op de muziek van de Britse muzikante lijkt, wat moet worden beschouwd als een enorm compliment aan Robin Kester. Het zijn misschien maar 22 minuten, maar het zijn 22 minuten van een hele bijzondere schoonheid. This Is Not A Democracy doet absoluut uitzien naar een volwaardig album van de Nederlandse muzikante, maar dit prachtige mini-album zou ik ook zeker niet laten liggen. Erwin Zijleman

De muziek van Robin Kester is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://robinkester.bandcamp.com/album/this-is-not-a-democracy.


This Is Not A Democracy van Robin Kester is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

PJ Harvey - To Bring You My Love - Demos

PJ Harvey gooit er nog maar eens wat demo’s tegenaan en ook die van Bring You My Love voegen weer iets toe aan de fraaie originelen die we kennen
Fans van PJ Harvey moeten deze maanden diep in de buidel tasten, want opnieuw verschijnt een album met demo’s. Dit keer gaat het om demo’s van de songs op To Bring You My Love, in 1995 het derde album van de Britse muzikante. We weten inmiddels wat we kunnen verwachten, na de release van de demo’s van Dry en Rid Of Me (wat verwarrend uitgebracht als 4-Track Demos). Ook de ruwe versies van de songs van To Bring You My Love klinken weer heerlijk rauw en elementair. Soms mis je de inkleuring van de originelen, maar soms klinken de ruwe versies net zo essentieel. Al met al zeker interessant dus.


Waar de meeste muzikanten wachten met het opnieuw brengen van een album tot een echt jubileum gevierd kan worden en dan kiezen voor een luxe-editie die is aangevuld met allerlei extra’s, doet PJ Harvey het deze zomer totaal anders. In juli verscheen niet alleen een heruitgave van haar debuut Dry, maar ook een afzonderlijk album met demo’s van de songs op dit album, Dry - Demos. 

In augustus volgde een reissue van het tweede album van de Britse muzikante, Rid Of Me, dit keer wat onhandig gecombineerd met een selectie demo’s onder de naam 4-Track Demos. Het is een album dat ik zeker niet had gemist onder de naam Rid Of Me - Demos, maar het wat onhandig getitelde album heb ik helaas wel gemist, mede omdat het op Spotify ook wat verstopt staat. Dat ga ik zeker nog inhalen, want Rid Of Me is misschien wel het beste album van PJ Harvey, zeker volgens de critici. 

Eerst is het deze maand echter de beurt aan het derde album van PJ Harvey, To Bring You My Love. De reissue van het derde album van de Britse muzikante wordt wel weer gecombineerd met een afzonderlijk album met demo’s van de songs op dit album met een logische titel, To Bring You My Love - Demos. 

Na de release van Dry - Demos weten we precies wat we kunnen verwachten. To Bring You My Love - Demos laat zeer ruwe versies horen van de songs die in 1995 uiteindelijk op het originele album terecht kwamen. Het zijn demo’s die net wat minder ruw zijn dan die op Dry - Demos, maar omdat To Bring You My Love een stuk minder ruw was dan Dry is het contrast tussen de verschillende versies minstens even groot en wat mij betreft zelfs groter. 

Ik hou normaal gesproken wel van mooi geproduceerde albums, maar ik ben ook zeer gecharmeerd van de buitengewoon ruwe versies van de songs van To Bring You My Love, dat behoort tot mijn favoriete PJ Harvey albums. Net als bij Dry - Demos heb ik overigens niet de behoefte om het vinyl aan te schaffen, want daarvoor is de kwaliteit van de opnamen wat te mager, maar ook deze selectie demo’s heeft absoluut bestaansrecht naast het originele album, dat ook opnieuw is uitgebracht, en voegt voor mij wat toe aan de versies van de songs die ik al ken. 

Het klinkt allemaal heerlijk ruw en direct, waardoor met name de zang niet per se mooier is, maar wel een stuk intenser. Een paar keer komt PJ Harvey heel dicht in de buurt voor de wat meer opgepoetste originelen en een of twee keer prefereer ik zelfs de demo versie, die van Down By The Water bijvoorbeeld, die een stuk intenser is dan het origineel of die van Teclo die veel rauwer is. 

Ik had de demo’s zelf liever in een gunstig geprijsde luxe editie gezien, al is het maar omdat vinyl in 1995 vrijwel niet meer bestond en om nu twee keer de portemonnee te trekken, maar het is niet anders. Ik ben overigens benieuwd of de Britse muzikante dit moordende tempo vol gaat houden, wat zou betekenen dat ook het fantastische Stories From The City, Stories From The Sea dit jaar nog voorbij gaat komen in demo vorm. Erwin Zijleman



   

donderdag 17 september 2020

Susanna - Baudelaire & Piano

De Noorse muzikante Susanna eert op fraaie wijze de Franse dichter Baudelaire op een sober en intens album zonder enige opsmuk, maar vol gevoel en emotie
Susanna maakt het je nooit echt makkelijk, maar haar muziek integreert wel. Soms is het me wat te zweverig, maar daar is op Baudelaire & Piano geen sprake van. Het is een puur en uiterst sober ingekleurd album. Susanna heeft op haar nieuwe album genoeg aan haar piano, haar stem en de gedichten van Baudelaire en het is genoeg. De teksten en het pianospel zijn prachtig, maar het is de bezwerende voordracht van de Noorse muzikante die de meeste indruk maakt en die er voor zorgt dat Baudelaire & Piano niet zo kaal klinkt als het op basis van het bovenstaande misschien lijkt. Susanna brengt haar muziek terug tot de essentie en overtuigt met speels gemak.


De Noorse muzikante Susanna (Wallumrød) brengt inmiddels al ruim 15 jaar muziek uit en heeft inmiddels een respectabel aantal albums op haar naam staan. Ik was persoonlijk erg onder de indruk van haar eerste paar albums, die verschenen tussen 2004 en 2008 en dus voor het bestaan van deze BLOG, en was minder gecharmeerd van de albums die de Noorse muzikante de afgelopen jaren heeft uitgebracht, al moet ik eerlijk toegeven dat ik deze niet allemaal even goed heb beluisterd. 

Echt heel toegankelijk is de muziek van Susanna nooit geweest, maar de afgelopen jaren maakte ze het mij in ieder geval wel wat moeilijker dan in haar vroegere jaren. Dat doet Susanna ook weer met Baudelaire & Piano, al doet ze het dit keer niet met complexe muziek, maar met pure eenvoud. 

Baudelaire & Piano is een vlag die de lading behoorlijk goed dekt. Susanna heeft zich dit keer voor haar teksten laten inspireren door de poëzie van de Franse dichter Charles Pierre Baudelaire, die in de tweede helft van de 19e eeuw zijn belangrijkste werk schreef. Naast de gedichten van Baudelaire (overigens zeer geliefd in popkringen, onder andere Jim Morrison had meestal een dichtbundel van Baudelaire binnen handbereik en ook Bob Dylan is een liefhebber van het werk van de Franse dichter) is er een hoofdrol voor de piano van Susanna, die volledig verantwoordelijk is voor de instrumentatie op Baudelaire & Piano. Baudelaire, Voice & Piano was overigens een nog betere titel geweest voor het album, want uiteraard is er ook een belangrijke rol weggelegd voor de stem van de Noorse muzikante. 

Susanna kleurde haar muziek ook in het verleden betrekkelijk sober in, maar op Baudelaire & Piano kan het nog net wat soberder, door elektronica achterwege te laten. Het zorgt er voor dat Susanna op haar nieuwe album net wat minder klinkt als een Scandinavische ijsprinses en wat meer als een klassieke singer-songwriter, al hoort de Britse kwaliteitskrant The Guardian nog altijd “a cool breath of Nordic autumn” en daar is wel wat voor te zeggen. 

In muzikaal opzicht heeft Susanna haar muziek teruggebracht tot de essentie. Het pianospel op het album is prachtig, maar het vraagt wel wat van de zang. Die is bij Susanna in goede handen, want ze vertolkt de woorden van Baudelaire vol gevoel en emotie. Ik heb wel meer albums van vrouwelijke singer-songwriters die genoeg hebben aan een piano en een stem, maar Baudelaire & Piano is toch net een wat ander soort album. 

Het heeft alles te maken met het voordragen van gedichten, maar ook de bezwerende stem van Susanna is zeker niet alledaags. Het is een stem die je makkelijk meesleept in de wereld van Baudelaire en het is een stem die er voor zorgt dat de uiterst sober ingekleurde songs op het album niet snel gaan vervelen en het album de hele speelduur de volledige aandacht opeist. 

Het is natuurlijk ook een album dat past in deze tijd, want Susanna maakte Baudelaire & Piano in isolement, wat haar interpretatie van de donkere teksten van Baudelaire nog wat meer lading geeft. Door de goede ervaringen met Baudelaire & Piano ben ik overigens ook in Susanna’s albums van de afgelopen jaren gedoken en kan inmiddels wel concluderen dat die bij mij een beter lot hadden verdiend. Gelukkig heb ik het fraaie Baudelaire & Piano direct opgepikt. Erwin Zijleman

De muziek van Susanna is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://susannamagical.bandcamp.com/album/baudelaire-piano.


Baudelaire & Piano van Susanna is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

woensdag 16 september 2020

Mammal Hands - Captured Spirits

De Britse band Mammal Hands wordt in het hoekje jazz geduwd, maar Captured Spirits is veel meer dan alleen een jazzalbum en imponeert met flink wat avontuur en muzikaal vuurwerk
Captured Spirits van Mammal Hands is een fascinerend album dat alle kanten op schiet. Van rustgevende en bijna ambient klanken tot eclectisch muzikaal vuurwerk. De band past in het hokje jazz, maar de pianist, saxofonist en de drummer van de band verkennen ook andere genres en spelen bovendien de sterren van de hemel. Captured Spirits is een beeldend album dat wegdromen toestaat, maar het is ook een intrigerend album dat je tot op de laatste noot wilt uitpluizen. Ik loop de bak met jazz meestal voorbij, maar wat ben ik blij dat ik het nieuwe album van Mammal Hands niet heb laten liggen. Wat een prachtplaat.


Van jazz kan ik erg nerveus worden, zeker als het van de hak op de tak springt, wat in het genre zeker niet ongebruikelijk is. Ik had Captured Spirits van de Britse band Mammal Hands daarom in eerste instantie aan de kant geschoven, maar toen ik het album voor de zekerheid toch even beluisterde, was ik direct verkocht. 

Mammal Hands staat te boek als jazzband, maar de jazz op Captured Spirits is meestal niet van het gejaagde soort. Het album opent met fraaie en rustgevende pianoklanken en het zijn pianoklanken die je verwacht in de neoklassieke muziek en in de ambient. Het wordt gecombineerd met een al even mooie bijdrage van een blazer, in het geval van Mammal Hands een saxofoon. Alleen de drummer van de band voert het tempo wat op en verrast met geweldige en soms onnavolgbare ritmes. 

Mat name door het fantastische drumwerk is de openingstrack van Captured Spirits er een vol dynamiek en hoewel de pianoklanken en de bijdragen van de saxofoon niet heel veel variëren, laten ze zich uiteindelijk toch wat opjagen door de fascinerende ritmes. Mammal Hands heeft op haar nieuwe album niet heel veel meer nodig dan piano, saxofoon en drums, maar toch verveelt Captured Spirits geen moment. Het album van de Britse band heeft zo nu een voorzichtig rustgevende uitwerking, maar op hetzelfde moment gebeurt er zoveel spannends in de muziek van de Britse band dat je wegdromen nog maar even uitstelt. 

Het begint overigens bij een stel geweldige muzikanten, want de pianist, saxofonist en drummer van de band kunnen er wat van. Het leidt in de jazz met enige regelmaat tot ongeremd muzikaal spierballenvertoon, maar bij Mammal Hands staan de songs centraal. Het zijn songs die het prima doen op de achtergrond, maar die volledige aandacht verdienen. Het zijn ook songs die niet zouden misstaan op een soundtrack, want de instrumentale songs van Mammal Hands beschikken absoluut over beeldend vermogen. 

Captured Spirits is zeker niet over de hele linie een ingetogen album. In Late Bloomer gaat de band volledig los en schieten met name de drummer en de saxofonist alle kanten op. Ik ben er in de jazzmuziek meestal niet gek op, maar dit is prachtig vuurwerk. De drummer van de band kan ook nog op de tabla uit de voeten, wat de muziek van Mammal Hands een zetje geeft richting wereldmuziek. 

Het zorgt ervoor dat de muziek die bestaat uit drie hoofdingrediënten met hier en daar een snufje elektronica verrassend veelzijdig is en je steeds weer weet te verrassen met nieuwe invalshoeken. Van kabbelende beekjes, fluitende vogeltjes en bijpassende rustgevende klanken tot buitengewoon enerverend muzikaal vuurwerk vol dynamiek. Het steekt allemaal zo ongelooflijk knap in elkaar dat je ook na meerdere luisterbeurten nog lang niet alles gehord hebt, waardoor het album maar aan kracht blijft winnen. 

Met jazz wil het bij mij lang niet altijd lukken, maar van Captured Spirits van Mammal Hands krijg ik vooralsnog geen genoeg. Het is een prachtig album voor de kleine uurtjes, al is het dan even schrikken wanneer het toch even losbarst, maar ook de rest van de dag fascineert de muziek van het Britse drietal meedogenloos. Het is smullen voor liefhebbers van dit soort jazz, maar ook een ieder die de bak met jazz normaal gesproken voorbij loopt, zou dit echt eens moeten proberen. Erwin Zijleman

De muziek van Mammal Hands is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band: https://mammalhands.bandcamp.com/album/captured-spirits.


Captured Spirits van Mammal Hands is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

dinsdag 15 september 2020

Delta Spirit - What is There

Delta Spirit put rijkelijk uit de archieven van de pop en de rock, maar de aanstekelijke en fraai ingekleurde songs van de band lijken tegelijkertijd op alles en nog wat en helemaal niets
Delta Spirit maakte het afgelopen decennium op mij nog geen onuitwisbare indruk, maar doet dat nu wel met het geweldige What Is There. De band uit San Diego is al lang geen rootsband meer, maar gaat aan de haal met invloeden uit decennia pop en rock en vergeet ook niet om eigentijds te klinken. De band bestaat uit geweldige muzikanten, waardoor alles even mooi en aangenaam klinkt, maar Delta Spirit maakt toch de meeste indruk met songs die je direct vrolijk maken en die je vanaf de eerste beluistering al jaren denkt te kennen. Delta Spirit maakt op What Is There tijdloze popmuziek en het is popmuziek van een bijzonder hoog niveau. Voor mij onweerstaanbaar en dit album wordt alleen maar leuker.


De Amerikaanse band Delta Spirit is absoluut een bijzondere band. De band uit het Californische San Diego dook een jaar of 13 geleden op als rootsband, maar schoof in de loop der jaren op naar rock en pop, waaraan op het in 2014 verschenen Into The Wide ook nog een flinke hoeveelheid elektronica werd toegevoegd. Voor verrassing ben je bij Delta Spirit inmiddels al heel wat jaren aan het juiste adres, maar echt imponeren deed de band wat mij betreft nog niet. 

Ik had dan ook geen hele hoge verwachtingen van het nieuwe album van de band, als ik goed heb geteld het vijfde album, maar What is There werd de afgelopen weken vooraf gegaan door flink wat hele positieve verhalen, waardoor ik toch nieuwsgierig werd naar de nieuwe verrichtingen van de band. Van die positieve verhalen blijkt niets gelogen, want wat is het nieuwe album van Delta Spirit een lekker album. 

Invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek spelen inmiddels nauwelijks een rol van betekenis meer in het werk van de band, want What is There past toch vooral in de hokjes pop en rock. Delta Spirit bestaat al een tijdje en dat hoor je, want zo hecht als op haar nieuwe album klonk de band uit San Diego nog niet. What Is There laat ook horen dat Delta Spirit bestaat uit een aantal gelouterde muzikanten en dat de band bovendien beschikt over twee uitstekende zangers, wat er voor zorgt dat je steeds weer op het puntje van je stoel zit.

Ook het produceren van een album kan je inmiddels met een gerust hart aan de band overlaten, want What Is There lijkt de hand van een topproducer te verraden. Om alles ook nog eens goed te laten klinken werd de gelouterde technicus Tchad Blake ingehuurd voor de finishing touch. Het heeft absoluut effect gehad, want What is There klinkt werkelijk prachtig. 

Het is bij eerste beluistering misschien duidelijk in welke hokjes je het vijfde album van Delta Spirit moet stoppen, maar de muziek van de band laat zich veel lastiger vergelijken met die van anderen. Het lijkt wel of de Amerikaanse band steeds een andere greep doet uit de archieven van de pop en rock en alles wat Delta Spirit aanraakt verandert in goud. 

Op het Internet zijn inmiddels al een aantal recensies verschenen en in alle recensies worden andere namen genoemd. Ik vind ze geen van allen treffend, maar kan niets beter bedenken (The Cars, The Stills, The National en 10cc was mijn eerste gok, maar deze mag direct weer vergeten worden), wat de conclusie rechtvaardigt dat Delta Spirit alle inspiratie uit de rijke historie van de pop en rock heeft samengesmeed tot een eigen geluid, dat overigens ook absoluut eigentijds klinkt. 

Het is een geluid dat de kant van de pop op kan gaan, maar dat ook steviger kan rocken en, net als je het echt niet meer verwacht, duiken toch ook nog wat rootsinvloeden op. In muzikaal opzicht is het smullen, vooral van het gitaarwerk, maar ook de gevarieerde zang op het album is van hoog niveau, net als de bijzonder lekker klinkende koortjes. 

Het sterkste wapen van Delta Spirit op What Is There zijn echter de geweldige songs. Het zijn van die songs die je bij de eerste keer horen al jaren lijkt te kennen en het zijn bovendien songs die zorgen voor een brede glimlach, die de hele speelduur van het album aan houdt. Een serie geweldige popsongs derhalve en het zijn popsongs die met veel fantasie en gevoel zijn ingekleurd, wat het nieuwe album van Delta Spirit nog wat meer glans geeft. Bij Delta Spirit overheerste bij mij tot voor kort de twijfel, maar die heeft inmiddels plaatsgemaakt voor diepe bewondering. Erwin Zijleman

De muziek van Delta Spirit is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://delta-spirit.bandcamp.com/album/what-is-there.


What is There van Delta Spirit is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

maandag 14 september 2020

Doves - The Universal Want

Na een lange stilte keert Doves terug met een groots en meeslepend klinkend album, dat laat horen dat de Britse band ooit niet voor niets werd geschaard onder de smaakmakers
Als ik denk aan Doves, denk ik vooral aan het prachtige Lost Souls dat dit jaar alweer 20 jaar oud is. De band zou nog een paar uitstekende albums te maken, maar ging een jaar of elf geleden toch behoorlijk roemloos ten onder. Doves is nu terug met een nieuw album en The Universal Want is verrassend goed. Doves is haar eigen verleden natuurlijk niet helemaal vergeten, maar durft ook verder terug te kijken en verwerkt hiernaast volop invloeden uit het heden in haar muziek. Het is allemaal behoorlijk stevig aangezet, maar er zit ook voldoende lucht in de muziek van de Britse band, die er flink wat nieuwe invloeden bij sleept, maar ook gewoon de geweldige band van twintig jaar geleden blijft.


Een jaar voordat Elbow debuteerde met Asleep In The Back, debuteerde de eveneens uit Manchester afkomstige band Doves met het wonderschone Lost Souls. Het zou nog een paar jaar duren voordat Elbow een album van het niveau van het debuut van Doves zou maken, maar waar Elbow al snel uitgroeide tot een van de smaakmakers binnen de alternatieve Britse popmuziek, verloor Doves langzaam maar zeker terrein. 

Het geweldige Lost Souls kreeg overigens een bijzonder fraai vervolg met het in 2002 verschenen The Last Broadcast en het uit 2005 stammende Some Cities, maar toen de band het in 2009 nog eens probeerde met het overigens ook uitstekende Kingdom Of Rust was bijna iedereen Doves alweer vergeten en werd de band alleen in de geschiedenisboeken nog in één adem genoemd met Elbow en Radiohead. 

De afgelopen elf jaar was het stil rond de band, maar uit het niets is Doves terug met een nieuw album. The Universal Want opent met donkere en atmosferische klanken, waarna een spannend ritme wordt ingezet, een batterij elektronica wordt opgestart en de eerste vocalen opduiken. 

Ik moet eerlijk toegeven dat ik de afgelopen elf jaar nooit meer naar de muziek van Doves heb geluisterd, maar The Universal Want klinkt op een of andere manier direct vertrouwd. De muziek van Doves is altijd wat minder verfijnd geweest dan die van Elbow en was ook nooit vies van uitstapjes richting de grootse en meeslepende muziek van Coldplay. Het is niet anders op The Universal Want, dat hier en daar alle registers open trekt, maar dat wat mij betreft ook altijd aan de juiste kant van de streep blijft wanneer het gaat om avontuur. 

Er zijn twintig lange jaren verstreken sinds het debuut van de band en dat hoor je. The Universal Want klinkt een stuk moderner dan Lost Souls en teert niet al teveel op het oude succes. Het valt meestal niet mee om na lange afwezigheid terug te keren met een album dat nog enigszins in de buurt komt van de albums uit het verleden, maar de terugkeer van Doves is wat mij betreft geslaagd. 

De band heeft gekozen voor een lekker vol geluid waarin flink wordt uitgepakt met zowel gitaren als elektronica en waarin ook de ritmesectie van zich mag laten horen, met wat mij betreft een glansrol voor de drummer van de band. Zanger Jimi Goodwin heb ik nooit een heel groot zanger gevonden, maar hij heeft wel een duidelijk eigen geluid en slaat zich prima door de songs op The Universal Want heen. 

Doves grijpt hier en daar terug op haar eigen geluid van weleer, maar duikt ook in de archieven van de Britse popmuziek en durft ook eigentijds te klinken. De meeste songs op het album klinken groots en meeslepend, waardoor The Universal Want een behoorlijk overweldigende indruk maakt, maar het flink volle geluid is wat mij betreft ook functioneel en biedt ook ruimte aan experiment. De productie verdient overigens een pluim, want zeker wanneer wat gas terug wordt genomen komt alles even helder uit de speakers. Een vleugje prog en psychedelica brengen het geluid van Doves nog wat verder op smaak.

De release van The Universal Want was voor mij een mooie gelegenheid om de eerdere albums van de band weer eens uit de kast te trekken. Die albums zijn nog altijd geweldig, maar ook met het verrassend sterke The Universal Want blijft Doves wat mij betreft makkelijk overeind tussen de betere Britse bands van het huidige millennium. Heel goed nieuws dus dat de band terug is dus. Erwin Zijleman


The Universal Want van Doves is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

zondag 13 september 2020

The Flaming Lips - American Head

De muziek van The Flaming Lips schuurde de afgelopen jaren wel wat, maar betovert nu met dromerige, melodieuze en wonderschone klanken vol invloeden uit de jaren 70
The Flaming Lips nemen je op American Head mee terug naar de jaren 70 en doen dit met fraaie arrangementen, prachtige psychedelische klanken en verrassend melodieuze songs. American Head is een album om heerlijk bij weg te dromen, maar het is ook een Flaming Lips album, dat de fantasie zo nu en dan stevig prikkelt. De band maakte het ons de afgelopen jaren wel eens moeilijk, maar American Head is vooral een buitengewoon aangenaam album dat je mee terug neemt naar de zorgeloze jaren uit de jeugd van voorman Wayne Coyne. American Head is een album waarop heel veel moois valt te ontdekken, met de gastvocalen van Kacey Musgraves als kers op de taart.


De tijd dat een nieuw album van The Flaming Lips al bij voorbaat zeker was van een plekje in de jaarlijstjes ligt al een tijd achter ons. Hiervoor moeten we terug naar albums als The Soft Bulletin uit 1999 en Yoshimi Battles The Pink Robots uit 2002 die menig aansprekend jaarlijstje aanvoerden. Sindsdien is het oeuvre van de band uit Oklahoma City, Oklahoma, een stuk wisselvalliger. Wisselvallig of niet, saai zijn de albums van The Flaming Lips nooit, waardoor ik altijd nieuwsgierig ben naar nieuw materiaal van de Amerikaanse band. 

Dit keer was ik extra nieuwsgierig want American Head werd in de aankondigingen die aan de release van het album vooraf gingen vergeleken met de bovengenoemde twee albums, die inmiddels best klassiekers mogen worden genoemd. American Head is volgens voorman Wayne Coyne’s geïnspireerd door zijn zorgeloze jeugd in Oklahoma in de vroege jaren 70, al gaat tegelijkertijd het verhaal dat de belangrijkste inspiratie kwam van een documentaire waarin ook de jonge jaren van Tom Petty, een van de helden van Wayne Coyne, werd belicht. 

Wat het ook is, het heeft The Flaming Lips geïnspireerd tot een opvallend melodieus en toegankelijk album. De wat zweverige psychedelische klanken op het album doen inderdaad wel wat denken aan The Soft Bulletin en Yoshimi Battles The Pink Robots, al vind ik vergelijken met het beste werk van de band lastig en hoor ik net zo veel verschillen als overeenkomsten. Het tempo op American Head ligt laag, het geluid is vol en in muzikaal opzicht duiken meer dan eens invloeden uit de jaren 70 op, wat ook niet zo gek is voor een album dat Wayne Coyne de soundtrack van zijn jeugd noemt. 

De muziek van The Flaming Lips streek de afgelopen jaren met grote regelmaat flink tegen de haren in, maar op American Head klinkt alles even mooi, melodieus en aards. Het is muziek om heerlijk bij weg te dromen, zeker als de klanken en vocalen breed uit mogen waaien, wat nogal eens het geval is op American Head. 

Een volgende verrassing duikt op wanneer Wayne Coyne in vocaal opzicht voor het eerst gezelschap krijgt van niemand minder dan Kacey Musgraves. Bij Kacey Musgraves denk ik onmiddellijk aan countrypop, maar ook in het psychedelische klankentapijt van The Flaming Lips gedijt haar uitstekende stem uitstekend. 

The Flaming Lips maakte de afgelopen jaren ook een aantal wat tegendraadse en spacy albums, maar op American Head klinkt alles even aards en harmonieus. Dat kunnen we in deze bijzondere tijden best gebruiken en ik heb het nieuwe album van The Flaming Lips daarom ook direct vol liefde omarmd. 

Of het album uiteindelijk dezelfde status weet te bereiken als The Soft Bulletin of Yoshimi Battles The Pink Robots zal de tijd moeten leren, maar vooralsnog word ik volop betoverd door de rijk gearrangeerde en ingekleurde en heerlijk melodieuze songs op het nieuwe album van de Amerikaanse band. Het is een album dat aan de ene kant associaties oproept met heel veel psychedelische popmuziek uit de jaren 70, maar aan de andere kant is het toch ook een typisch Flaming Lips album, waarop het aan het einde toch nog even schuurt. 

Het is een album waarop de elektronica in dikke wolken op je af komt en waarop strijkers een belangrijke rol spelen, maar hier en daar is er ook zeker ruimte voor heerlijk gitaarwerk. En dit alles verpakt in songs die verleiden en betoveren. Al met al een van de betere albums van The Flaming Lips, zeker een van de meest aangename en waarschijnlijk de makkelijkste. Erwin Zijleman


American Head van The Flaming Lips is verkrijgbaar via de Mania webshop:

zaterdag 12 september 2020

Matt Costa - Yellow Coat

De Amerikaanse muzikant Matt Costa grossiert op zijn nieuwe album Yellow Coat in kwalitatief hoogstaande maar ook volstrekt tijdloze popliedjes, wat een ultiem feelgood album oplevert
Ik heb Matt Costa inmiddels al vijftien jaar hoog zitten, maar het lijkt er op dat zijn nieuwe albums iedere keer weer net wat beter zijn. Het geldt ook weer voor Yellow Coat dat vanaf de eerste noten een echt feelgood album is vol tijdloze popmuziek. Het is ook een album vol buitengewoon knap in elkaar stekende en prachtig gearrangeerde popliedjes. Duw een met smaak gevulde platenkast om, hussel alles door elkaar en je krijgt Yellow Coat van Matt Costa, die zichzelf weer weet te overtreffen en die direct vanaf de eerste beluistering met kracht aan de deur van mijn jaarlijstje rammelt. Wat een heerlijk album weer van de muzikant uit Los Angeles.


Ik heb inmiddels al een kleine vijftien jaar een enorm zwak voor de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter Matt Costa. De muzikant uit het Californische Los Angeles dook in 2005 op in het kielzog en op het label van Jack Johnson en leek direct verzekerd van een minstens even blinkende carrière als die van zijn platenbaas. Daar is het misschien niet van gekomen, maar Matt Costa heeft inmiddels een oeuvre op zijn naam staan dat ik persoonlijker een stuk indrukwekkender vind dan dat van Jack Johnson. 

Na Songs We Sing (2006), Unfamiliar Faces (2007), Mobile Chateau (2010), Matt Costa (2013) en Santa Rosa Fangs (2018) is ook het deze week verschenen Yellow Coat weer een prachtig album. Matt Costa is op al zijn albums een meester in het schrijven en vertolken van prachtige en volstrekt tijdloze popliedjes. Het zijn albums die stuk voor stuk zijn te karakteriseren als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast en het is een platenkast die opvalt door een uitstekende smaak. 

Ieder album van Matt Costa wist me direct bij eerste beluistering te overtuigen en was me vervolgens ook direct dierbaar. Het is met Yellow Coat niet anders. Ook op zijn zesde album stapt Matt Costa met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van de popmuziek en maakt hij indruk met popliedjes waarvoor de allergrootsten zich niet zouden schamen. 

Matt Costa laat zich ook op Yellow Coat weer door van alles en nog wat beïnvloeden. De Amerikaanse muzikant gaat ook dit keer ver terug in de tijd, want een aantal songs op het album ademt nadrukkelijk de sfeer van de jaren 50. De muzikant uit Los Angeles blijft echter zeker niet steken in de jaren 50 en overbrugt ook op zijn nieuwe album weer makkelijk een kloof van zeven decennia, waarbij ook de jaren 60 en 70 overigens flink wat inspiratie aandragen. Het levert een album op dat vaak nostalgisch klinkt, maar Matt Costa maakt ook popmuziek van nu. 

Voor liefhebbers van mooie arrangementen, een volle productie en een veelkleurige instrumentatie is het ook dit keer weer smullen, want Matt Costa en producer Alex Newport (Death Cab For Cutie, City And Colour, At The Drive-In) pakken ook dit keer flink uit met een rijk ingekleurd geluid, wat overigens niet betekent dat Matt Costa zijn songs niet klein en ingetogen kan houden. Het zijn echter alle fraaie tierelantijntjes die de muziek van Matt Costa extra aangenaam maken. 

Luister naar Yellow Coat van Matt Costa en je hoort een singer-songwriter die zijn klassiekers kent, maar die zelf ook overloopt van talent. Ik koester zoals gezegd alle albums van Matt Costa, maar de Amerikaanse muzikant doet er op Yellow Coat op alle fronten nog een schepje bovenop en verrast niet alleen met een prachtig vol geluid en tijdloze songs, maar ook met een uitstekende stem, die de songs op Yellow Coat voorziet van een eigen geluid. 

Yellow Coat haalt het beste uit een heleboel decennia popmuziek en verpakt dit alles in popliedjes die je na één keer horen niet meer wilt vergeten en die steeds maar weer blijven verbazen door de torenhoge kwaliteit. Omdat Yellow Coat ook nog eens vol groeibriljanten staat, zou het me niet verbazen als ook dit album weer opduikt in mijn jaarlijstje, maar het zou me ook niet verbazen als veel meer muziekliefhebbers smelten voor dit uitstekende album vol tijdloze popmuziek. Erwin Zijleman

De muziek van Matt Costa is ook verkrijgbaar via zijn bandcamp pagina: https://mattcosta.bandcamp.com.


Yellow Coat van Matt Costa is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

vrijdag 11 september 2020

Hannah Georgas - All That Emotion

De Canadese singer-songwriter Hannah Georgas heeft topproducer Aaron Dessner gestrikt voor haar nieuwe album en levert haar meest veelzijdige en ook beste album tot dusver af
Hannah Georgas vond ik tot dusver altijd een twijfelgeval. Een mooie stem, degelijke songs en een aangenaam geluid, maar het was me vaak net niet onderscheidend genoeg. Aan de hand van The National voorman Aaron Dessner, die deze zomer ook al mooie dingen deed met Taylor Swift, heeft Hannah Georgas een flinke stap gezet en komt ze op de proppen met een album dat zich wel makkelijk weet te onderscheiden. De instrumentatie met zowel elektronische als organische accenten is een stuk spannender en het kleurt prachtig bij de aangenaam dromerige stem van de Canadese singer-songwriter. Het lijkt even wat eenvormig, maar vervolgens komt er alleen maar moois aan de oppervlakte.


De Canadese singer-songwriter Hannah Georgas bracht de afgelopen jaren al drie albums uit, maar wist tot dusver nog geen plekje af te dwingen op deze BLOG. Dat is op zich best gek. Ik heb immers niet alleen een enorm zwak voor vrouwelijke singer-songwriters, maar hou normaal gesproken ook zeer van het soort muziek dat Hannah Georgas maakt en ook haar dromerige stem valt bij mij absoluut in de smaak. Het is ook nog eens muziek die in haar vaderland hoog wordt gewaardeerd, wat inmiddels meerdere Juno nominaties heeft opgeleverd en die krijg je niet zomaar. Laten we het er maar op houden dat Hannah Georgas in Nederland tot dusver nog geen potten wist te breken, wat natuurlijk ook zo is. 

Dat zou best eens kunnen veranderen met All That Emotion, het vierde album van de singer-songwriter, die tegenwoordig opereert vanuit het Canadese Toronto. All That Emotion trekt immers nadrukkelijk de aandacht en dat is in eerste instantie vooral dankzij het feit Hannah Georgas niemand minder dan The National’s Aaron Dessner heeft weten te strikken als producer. Belangrijkste reden om aandacht te besteden aan het vierde album van Hannah Georgas is echter de constatering dat All That Emotion een uitstekend album is geworden. 

Je moet met de keuze voor een producer altijd maar afwachten of het klikt, maar Aaron Dessner heeft goede papieren. Dat maakte hij afgelopen zomer nog eens waar met het verrassend sterke lockdown-album van Taylor Swift en dat doet de Amerikaanse muzikant en producer nu opnieuw met het nieuwe album van Hannah Georgas. 

De Canadese muzikante was op haar vorige albums niet vies van pop en klonk hierdoor zo nu en dan net wat te gewoontjes, wat met het enorme aanbod van het moment geen pré is. Aaron Dessner geeft Hannah Georgas op All That Emotion een klein zetje richting indiepop en het is wat mij betreft een flinke zet in de goede richting. 

All That Emotion is voorzien van een zeer smaakvolle en ook spannende instrumentatie, waarin organische klanken, met een hoofdrol voor prachtige gitaarlijnen en elektronica prachtig samenvloeien. Het is een ruimtelijk of zelfs atmosferisch geluid dat vaak wat broeierig aan doet. De net wat spannendere instrumentatie geeft de muziek van Hannah Georgas een positieve impuls en het is ook nog eens een instrumentatie die uitstekend past bij haar stem. 

De Canadese muzikante is voorzien van een wat lijzig en dromerig stemgeluid, maar dankzij de fraaie accenten in de instrumentatie is All That Emotion zeker geen slaperig of slaapverwekkend album, al vond ik het bij eerste beluistering nog wel een wat lange zit. Wanneer je wat vaker naar het nieuwe album van Hannah Georgas luistert, eisen alle subtiele accenten in de instrumentatie op het album steeds wat nadrukkelijker de aandacht op en worden de songs op het album steeds interessanter en aantrekkelijker. En dat gaat inmiddels al een tijdje zo door. 

Het is duidelijk dat Aaron Dessner, na zijn werk voor Taylor Swift, ook voor Hannah Georgas vakwerk heeft afgeleverd, maar de Canadese muzikante laat zelf ook horen dat ze nog veel meer kan dan op haar eerste drie albums. Ik ga haar vanaf nu zeker in de gaten houden, maar de lat ligt nu hoog. Erwin Zijleman

De muziek van Hannah Georgas is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://hannahgeorgas.bandcamp.com/album/all-that-emotion.

   

Boek: Chris Frantz - Remain In Love

Remain In Love vertelt het verhaal van Talking Heads en Tom Tom Club, maar sleept de liefde van Chris Frantz voor Tina Weymouth er op mooie wijze bij
Remain In Love van Chris Frantz is een boek vol feitjes. Chris Frantz beschrijft met name de eerste jaren van de band zo gedetailleerd dat je je afvraagt hoe de man aan zo’n goed geheugen komt, maar de beelden die Chris Frantz op het netvlies tovert zijn boeiend. Met name de eerste stappen van Talking Heads in de urbane jungle van New York in de jaren 70 worden prachtig beschreven. Van een stel jonge honden die proberen te overleven in New York, tot een zeer succesvolle band, tot een band die volledig is overgeleverd aan de grillen van haar voorman. Chris Frantz is geen heel groot schrijver, maar Remain In Love houdt de aandacht toch vrij makkelijk vast. Mooi boek.


Remain In Love is het eerste boek van Talking Heads drummer Chris Frantz en heeft als ondertitel Talking Heads, Tom Tom Club, Tina. Het is een vlag die de lading dekt, want Chris Frantz beschrijft in zijn autobiografie niet alleen zijn leven in de muziek, maar ook zijn liefde voor Tina Weymouth, die als bassist ook in de muziek een tandem vormt met de Amerikaanse drummer. 

Chris Frantz is geen heel groot schrijver, maar Remain In Love leest als een trein. Het boek heeft een hoog “toen deden we dit en daarna deden we dat” gehalte, maar het zat me niet echt in de weg, al vraag ik me wel af hoe Chris Frantz het allemaal heeft onthouden, zeker als je je bedenkt dat hij destijds niet leefde op twee ons groenten en twee ons fruit. 

Dat alle anekdotes niet in de weg zitten heeft alles te maken met het feit dat Chris Frantz veel te vertellen heeft. In het begin draait het nog even om kleine bandjes, studeren en Tina, maar het wordt echt interessant wanneer David Byrne opduikt en we een inkijkje krijgen in de conceptie en de geboorte van Talking Heads. 

Ik heb de afgelopen jaren meer boeken gelezen over de muziekcultuur in New York halverwege de jaren 70, met als onbetwist hoogtepunt The Girl In The Back van Laura Davis-Chanin, en ook de verhalen van Chris Frantz spreken weer tot de verbeelding, zeker wanneer de eerste stappen van een kleine band in de urbane jungle van New York in de jaren 70 worden besproken. 

Zeker de eerste stappen van Talking Heads waren niet makkelijk, maar langzaam maar zeker krijgt de band voet aan de grond in de muziekscene van New York, onder andere in roemruchte clubs als CBGB (nooit geweten dat het stond voor Country Bluegrass Blues) en Max’s Kansas City, waar de New Yorkse punk en new wave werd geboren

De verhalen over de Europese tour in het voorprogramma van The Ramones zijn prachtig, maar ook de beschrijving van het opnameproces van de eerste albums van de band spreken zeer tot de verbeelding. Het nodigde me direct uit tot het weer eens beluisteren van het oeuvre van de band, wat zeker geen straf is. 

Remain In Love beschrijft mooi de liefde tussen Chris Frantz en Tina Weymouth, maar minstens even treffend de lastige relatie met David Byrne, die bij het uitdelen van sociale vaardigheden niet vooraan heeft gestaan (al is het natuurlijk het verhaal van Chris Frantz). 

Remain In Love beschrijft mooi wat er verandert wanneer een beginnende band een grote band wordt. In eerste instantie kan er niets, het volgende moment kan alles. Van een in de aftandse leefruimte van de band opgenomen album tot lange verblijven in een studio op de Bahama’s. 

Chris Frantz neemt ruim te tijd voor de eerste jaren van de band, maar naarmate het boek vordert neemt het detailniveau wat af. Het is geen ramp, want de eerste jaren van de band vind ik persoonlijk het interessantst. Remain In Love wakkerde ook de interesse aan voor Tom Tom Club, de eigen band van Tina Weymouth en Chris Frantz en die band is toch een stuk interessanter dan ik in de jaren 80 dacht. 

Aan het bestaan van Talking Heads kwam in 1991 al een einde, maar de band is tot op de dag van vandaag invloedrijk. De albums van de band ken ik stuk voor stuk sinds de dag waarop ze werden uitgebracht, maar het verhaal van de band kende ik nog niet. Het wordt mooi verteld door Chris Frantz. Erwin Zijleman


donderdag 10 september 2020

Bill Callahan - Gold Record

Bill Callahan brengt rust met een uiterst ingetogen en zich langzaam voortslepend, maar ook bijzonder fraai ingekleurd album waarop zijn bijzondere stem centraal staat
Het solowerk van Bill Callahan vond ik tot dusver een flink stuk minder dan de albums die hij maakte als Smog, maar Gold Record bevalt me zeer. Het is een album dat de Amerikaanse band Spain gemaakt zou kunnen hebben. Het tempo ligt laag, de instrumentatie is sober maar sfeervol en de songs zijn bezwerend. Hier boven op komt de bijzondere stem van Bill Callahan, die zijn teksten soms bijna voordraagt, maar die er ook keer op keer in slaagt om de juiste snaar te raken. Gold Record roept wat gemengde reacties op. Je vindt het saai of je vindt het prachtig. Ik behoor absoluut en zonder enige twijfel tot de laatste categorie.


Bill Callahan bracht in 1988 een cassettebandje met muziek uit onder de naam Smog. Het was het begin van een carrière, die tussen 1993 en 2005 een serie geweldige albums opleverde. A River Ain't Too Much To Love was in 2005 de zwanenzang van Smog en sindsdien moeten we het doen met de soloalbums van Bill Callahan. 

Nu was Smog ook voornamelijk een eenmansproject dus je zou zeggen dat er niet zoveel verschil zit tussen de albums van Smog en die van Bill Callahan, maar zeker de eerste jaren na 2005 sloeg ik de albums van Smog toch een stuk hoger aan dan de albums die Bill Callahan onder zijn eigen naam uitbracht. Daar komt de afgelopen jaren langzaam verandering in, maar het niveau van de beste jaren van Smog blijft vooralsnog een niet te nemen horde. 

Bill Callahan dook vorige week op met alweer zijn zevende soloalbum en het valt me op dat Gold Record gemengde reacties oplevert, waarbij aan beide kampen de uitersten worden opgezocht. Van intiem en wonderschoon tot gezapig of zelfs saai; de meningen zijn verdeeld. Ik was er zelf snel uit: ik vind Gold Record prachtig. 

Bill Callahan heeft een album gemaakt waarop het tempo uiterst laag ligt en waarop de instrumentatie sober is, waardoor de bijzondere stem van de Amerikaanse muzikant centraal staat. Ook de zang op Gold Record is behoorlijk ingetogen en zacht, zodat ik een ieder die beweert dat Bill Callahan een wat gezapig album heeft gemaakt wel begrijp, al ben ik het er niet mee eens. 

Gold Record mist in vrijwel alle tracks het grillige en rauwe van Smog en mist ook de dynamiek van de albums van Smog. Bill Callahan heeft een uiterst laid-back album gemaakt, waarop de akoestische gitaar het belangrijkste instrument is en de zang vaak zo loom is dat het meer praten dan zingen is. 

Bill Callahan eert op Gold Record helden als Johnny Cash, Leonard Cohen en Ry Cooder en keert ook even terug naar de hoogtijdagen van Smog in de nieuwe bewerking van Let's Move To The Country, dat ook op Smog’s Knock Knock uit 1999 is te vinden. 

Gold Record klinkt alsof Bill Callahan en zijn medemuzikanten het album in de woonkamer komen spelen. De instrumentatie is zoals gezegd sober, maar er zit meer in dan je op het eerste moment hoort en met name het gitaarwerk is prachtig. Het beviel me direct bij eerste beluistering goed, maar hoe vaker ik naar Gold Record luister, hoe mooier ik het album vind. 

Bill Callahan heeft een album gemaakt dat natuurlijk flarden bevat van de vele albums die hij op zijn naam heeft staan, maar het is ook een album dat de Amerikaanse band Spain zou kunnen hebben gemaakt, met hier en daar een twist uit de woestijn van Arizona. De albums van Spain zijn een perfecte metgezel in de kleine uurtjes en met name in de late avond en op ook Gold Record van Bill Callahan komt op deze momenten uitstekend tot zijn recht. 

Als ik wat grilliger werk van de Amerikaanse muzikant wil horen, heb ik een stapel Smog albums om uit te kiezen, maar als ik behoefte heb aan rust grijp ik naar dit nieuwe soloalbum waarop echt steeds meer moois aan de oppervlakte komt. Ik was tot dusver niet de grootste fan van het solowerk van Bill Callahan, maar waar in grote kring de twijfel toeslaat over Gold Record, vind ik het het meest geslaagde soloalbum van Bill Callahan tot dusver en misschien wel het eerste soloalbum dat niet zorgt voor heimwee naar Smog. Erwin Zijleman

De muziek van Bill Callahan is ook verkrijgbaar via zijn bandcamp pagina: https://billcallahan.bandcamp.com/album/gold-record.


Gold Record van Bill Callahan is verkrijgbaar via de Mania webshop: