maandag 31 augustus 2020

Ulver - Flowers Of Evil

De Noorse band Ulver verrast nog maar een keer met behoorlijk toegankelijke, maar ook zeer knap in elkaar stekende songs vol invloeden uit de 80s en 90s synthpop, postpunk en rock
De uit het Noorse Oslo afkomstige band Ulver is van vele markten thuis, maar zelf hoor ik de band het liefst zoals op het in 2017 verschenen The Assassination Of Julius Caesar, dat vol stond met door 80s en 90s synthpop beïnvloede muziek. Flowers Of Evil trekt de lijn van de voorganger door en is misschien nog wel toegankelijker dan deze voorganger. Ook op Flowers Of Evil klinken invloeden van met name Depeche Mode door, maar ik hoor ook wel wat van Talk Talk, om maar eens twee namen te noemen. Ulver is niet vies van synthpop, maar schuwt ook de gitaren niet in songs die weliswaar toegankelijk zijn, maar ook vol bijzondere accenten en wendingen zitten. Fascinerende band, geweldige plaat.


De Noorse band Ulver bestaat al ruim 25 jaar en heeft inmiddels een behoorlijk uit de kluiten gewassen oeuvre op haar naam staan. De band uit Oslo begon ooit als black metal band, maar heeft zich de afgelopen 25 jaar in meerdere genres bekwaamd, waaronder ambient en avant garde. Ik heb er overigens zelf niet veel van meegekregen, want ik ken Ulver uitsluitend van het in 2017 verschenen The Assassination Of Julius Caesar, waarop de Noorse band indruk maakte met behoorlijk toegankelijke songs vol invloeden uit met name de 80s en 90s synthpop. 

The Assassination Of Julius Caesar werd drie jaar geleden vergeleken met de muziek van bands als Human League, Orchestral Manoeuvres In The Dark en New Order, maar vooral met Depeche Mode en dan vooral met Depeche Mode in de jaren waarin de band zich ontworstelde aan de kaders van de pure synthpop. Op het deze week verschenen Flowers Of Evil trekt Ulver de lijn van het vorige album door en verleidt het wederom redelijk makkelijk met toegankelijke songs met invloeden uit de 80s en 90s synthpop en rock. 

Ook dit keer hoor ik vooral flarden van Depeche Mode in de muziek van Ulver, zeker wanneer de synths een belangrijke plek in nemen in het geluid van Ulver. Dat is op een groot deel van het album, dat niet voor niets in het hokje synthpop wordt geduwd, het geval, maar Ulver laat op Flowers Of Evil veel meer horen dan synthpop. 

Vergeleken met The Assassination Of Julius Caesar lijken de songs nog wat toegankelijker geworden en is Ulver nog wat verder verwijderd geraakt van haar experimentele of door metal gedomineerde dagen. Het gaat de band uitstekend af. Flowers Of Evil staat vol met songs die herinneren aan de jaren 80 en 90. Het zijn songs die vaak aan Depeche Mode doen denken, maar bij beluistering van Flowers Of Evil heb ik ook associaties met de muziek van Talk Talk. De Noorse band kan echter ook opschuiven richting postpunk, doom of industrial en klinkt dan opeens een stuk donkerder. 

In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder lekker. De synths klinken heerlijk vol, wat prachtig contrasteert met de wat rauwere gitaarlijnen en de diepe bassen en drums. Het klinkt zoals gezegd verrassend toegankelijk, maar Ulver kiest niet altijd voor de makkelijkste weg en voegt ook nog het nodige avontuur toe aan haar muziek. Ook in vocaal opzicht klinkt het allemaal uitstekend. Zanger en voorman Kristoffer "Garm" Rygg beschikt over een aangename stem en laat zich hier en daar fraai ondersteunen. 

Flowers Of Evil is een album dat met een beetje fantasie ook in de jaren 80 of 90 gemaakt zou kunnen zijn en had destijds met de beste albums meegekund. Voor een album met zoveel flarden uit de jaren 80 en 90 klinkt het nieuwe album van Ulver echter ook verrassend fris. Het heeft alles te maken met al het avontuur dat de Noorse band heeft toegevoegd aan de op het eerste gehoor redelijk toegankelijke klanken. 

Het heeft bovendien alles te maken met de geweldige songs die de band uit Oslo heeft geschreven voor haar nieuwe album. Ik heb de muziek van Ulver nu al een paar keer vergeleken met Depeche Mode, maar ik ken geen Depeche Mode waarop zoveel memorabele songs staan als op Flowers Of Evil. Ulver was voor mij drie jaar geleden nog een enorme ontdekking, waarna het afwachten was of de band nog een vergelijkbaar album zou maken. Dat album is er nu en het is nog een stuk beter dan zijn voorganger. Erwin Zijleman

De muziek van Ulver is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://ulver.bandcamp.com/album/flowers-of-evil.


Flowers Of Evil van Ulver is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

zondag 30 augustus 2020

Sevdaliza - Shabrang

De Nederlandse muzikante Sevdaliza debuteerde drie jaar geleden al razend knap, maar zet op haar prachtig klinkende en uiterst veelzijdige tweede album nog een paar flinke stappen
Sevdaliza imponeerde in 2017 met een debuutalbum dat deels in het hokje triphop was te duwen, maar dat dit hokje ook continu probeerde te overstijgen. Dat is definitief gelukt op het razend knappe Shabrang, dat veel subtieler klinkt en dat bijzonder klinkende gitaren en vooral de piano alle ruimte geeft. Het wordt fraai gecombineerd met elektronica, subtiele beats en vooral met de zang van Sevdaliza, die mooier en gevoeliger klinkt dan op haar debuut. Soms doet Shabrang bijna klassiek aan, soms hoor je toch weer de triphop, maar de muziek van Sevdaliza past ook in talloze andere hokjes en op hetzelfde moment in geen enkele. Shabrang is een album waar je wat tijd en energie in moet investeren, maar het wordt dubbel en dwars terug betaald.

Ison, het debuut van de Iraans-Nederlandse muzikante Sevdaliza (Sevda Alizadeh), pakte ik in de zomer van 2017 pas op nadat het album werkelijk was bedolven onder de positieve recensies. Op die positieve recensies bleek gelukkig helemaal niets af te dingen. Het debuut van Sevdaliza bleek een buitengewoon fascinerend album, dat zelfs het altijd kritische Pitchfork wist te verleiden tot superlatieven. Ison haalde uiteindelijk de hoogste regionen van mijn jaarlijstje over 2017 en is sindsdien alleen maar doorgegroeid. 

Sevdaliza keert deze week terug met een nieuw album, Shabrang. Het is een album dat deels in het verlengde ligt van zijn voorganger, maar het is ook een album dat het geluid van deze voorganger verder perfectioneert. Sevdaliza werkt ook dit keer samen met producer Mucky en heeft wederom gekozen voor een album met speelduur van meer dan een uur. Ison werd uiteindelijk vooral in het hokje triphop geduwd en ook Shabrang krijgt dit etiket nu al veelvuldig opgeplakt. Ison was echter zeker geen 13 in een dozijn triphop album en ook bij beluistering van Shrabang past het hokje triphop maar zeer ten dele. 

Direct in de openingstrack Joanna valt op dat Sevdaliza weliswaar voortborduurt op haar debuut, maar ook kiest voor een wat ander geluid. De instrumentatie in de openingstrack schiet alle kanten op, maar is ook verrassend subtiel. Heldere gitaarlijnen, dromerige synths, fraai gearrangeerde strijkers, piano en hier en daar wat elektronische uithalen strijden afwisselend om de aandacht en zorgen voor een openingstrack die fascineert en betovert. 

Dat doet deze openingstrack niet alleen met de spannende instrumentatie, maar ook met de mooie zang van Sevdaliza, die ingetogen zingt, maar ook prachtig aansluit bij de soms klassiek aandoende klanken. Het is een openingstrack die direct de toon zet en vrijwel alle ingrediënten bevat van de rest van het album. 

Wanneer diepe bassen en springerige ritmes hun intrede doen, schuurt Sevdaliza weer wat dichter tegen de triphop aan en doet dan direct aan Portishead denken, maar de instrumentatie op Shrabang blijft vooral opvallen door subtiele klanken die afwisselend elektronisch en organisch zijn, waarbij de uitersten flink kunnen worden opgezocht. 

Ook de zang van Sevdaliza is prachtig subtiel. Het is op hetzelfde moment zang waarin emotie nooit ver weg. Het is fraai hoe Sevdaliza haar gevoel in haar zang weet te leggen en de bijzondere instrumentatie op bijzondere wijze om deze zang heen draait. 

Voor de productie deed Sevdaliza zoals gezegd wederom op producer Mucky en die is er niet alleen in geslaagd om het geluid van de Nederlandse muzikante vol te stoppen met bijzondere geluiden, maar deze geluiden ook fraai in balans te houden. 

Mucky en Sevdaliza zijn er verder in geslaagd om een opvallend gevarieerd album te maken. Alle songs op het album gebruiken vergelijkbare ingrediënten, maar waar Ison over de hele linie consistent klonk, klinkt Shrabang steeds weer anders en is het album met geen mogelijkheid in een hokje te duwen. De ene keer domineren de hele bijzondere gitaarlijnen, de volgende keer serene pianoplanken of zweverige elektronische klanken, die zomaar flink uit kunnen pakken. Van triphop naar indie-rock, naar jazz, naar R&B naar pop, naar elektronica, maar wereldmuziek, naar avant garde, naar neoklassiek en naar wat eigenlijk niet.

Je moet de songs op het nieuwe album van Sevdaliza waarschijnlijk een paar keer horen, maar als je dat eenmaal gedaan hebt is Shrabang een album dat je niet snel los zal laten en dat uiteindelijk nog een flink stuk boven het zo bewierookte debuut uit stijgt. Erwin Zijleman


Shabrang van Sevdaliza is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

zaterdag 29 augustus 2020

Karen Jonas - The Southwest Sky And Other Dreams

Ook met soloalbum nummer vijf kan de Amerikaanse singer-songwriter Karen Jonas weer makkelijk mee met de besten binnen de Amerikaanse rootsmuziek van het moment
De naam Karen Jonas zal niet bij iedereen een belletje doen rinkelen, maar iedereen die haar heeft gevolgd, weet dat ze al een jaar of zes garant staat voor kwaliteit. Ook The Southwest Sky And Other Dreams is weer een uitstekend rootsalbum dat opvalt door uitstekende songs, een gloedvol spelende band met een hoofdrol voor gitarist Tim Bray en natuurlijk de uitstekende stem van Karen Jonas, die haar songs met veel gevoel en passie vertolkt. Ook op The Southwest Sky And Other Dreams heeft de singer-songwriter uit Fredericksburg, Virginia, een voorliefde voor traditionele Amerikaanse rootsmuziek, maar ze vergeet geen moment om fris en eigentijds te klinken.


Karen Jonas bouwde de afgelopen jaren niet alleen aan een groot gezin, maar ook aan een prachtig oeuvre. Ik ontdekte de singer-songwriter uit Fredericksburg, Virginia, ruim acht jaar geleden, toen ze nog deel uitmaakte van het duo The Parlor Soldiers. Dit duo bleef uiteindelijk steken op één prima album, maar Karen Jonas is met The Southwest Sky And Other Dreams alweer toe aan haar vijfde album. 

Na Oklahoma Lottery uit 2014, Country Songs uit 2016 en Butter uit 2018, moesten we het vorig jaar doen met, overigens bijzonder fraaie, herbewerkingen van songs van de eerste drie albums op Lucky, Revisited, maar op The Southwest Sky And Other Dreams krijgen we weer nieuwe Karen Jonas songs voorgeschoteld. Iedereen die de vorige albums van Karen Jonas kent, weet inmiddels wel wat we mogen verwachten van een nieuw album van de singer-songwriter uit Virginia en dat is ook precies wat we krijgen op The Southwest Sky And Other Dreams. 

Karen Jonas nam ook haar nieuwe album op in haar thuisbasis Fredericksburg met haar man E.P. Jackson achter de knoppen. In de studio in Fredericksburg kon de Amerikaanse muzikante ook dit keer een beroep doen op een aantal prima muzikanten. Naast een prima ritmesectie en de in het genre onmisbare pedal steel, is er ook dit keer een plekje voor het fraaie en veelzijdige gitaarwerk van gitarist Tim Bray, die op alle soloalbums van Karen Jonas is te horen. 

Deze Tim Bray moet absoluut met naam en toenaam worden genoemd, want het gitaarwerk op The Southwest Sky And Other Dreams is keer op keer prachtig en voorziet de songs van Karen Jonas steeds van een net wat ander geluid. Tim Bray verdient alle credits, maar de grote ster op The Southwest Sky And Other Dreams is natuurlijk Karen Jonas zelf. De Amerikaanse singer-songwriter schreef ook dit keer een aantal zeer aansprekende songs, die zich ook dit keer onmiddellijk opdringen.

Het zijn songs die zich vooral in de wat traditionelere regionen van de Amerikaanse rootsmuziek bewegen, maar gedateerd klinkt het geen moment. Karen Jonas heeft ook op haar vijfde album een voorkeur voor countrymuziek, maar ook invloeden uit de folk, rock ’n roll en rockabilly sijpelen door in haar muziek. 

In muzikaal opzicht klinkt het allemaal prachtig, want het is niet alleen het gitaarwerk dat in positieve zin opvalt, maar het onderscheidend vermogen van de muziek van Karen Jonas komt ook zeker uit haar zang. Karen Jonas kan prachtig ingetogen zingen, maar kan het tempo ook stevig opvoeren. De singer-songwriter uit Fredericksburg legt hiernaast veel gevoel in haar zang, waardoor The Southwest Sky And Other Dreams song na song de juiste snaar weet te raken. Dat doet Karen Jonas overigens ook met haar teksten, want ook op haar nieuwe album staat ze weer garant voor mooie verhalen, soms persoonlijk, soms fraai beschouwend.

De muziek van Karen Jonas was lange tijd slecht te krijgen in Nederland, wat met de torenhoge verzendkosten vanuit de VS geen goed nieuws was, maar gelukkig duikt haar nieuwe album ook in de Nederlandse platenzaken op, wat hopelijk iets zegt over de populariteit van de Amerikaanse muzikante in ons land. Ik heb een zwak voor Karen Jonas sinds de eerste noten van het debuut en zwanenzang van The Parlor Soldiers en sindsdien worden haar albums alleen maar beter. Het geldt ook weer The Southwest Sky And Other Dreams dat absoluut mee kan met de allerbeste rootsalbums van het moment. Erwin Zijleman

De muziek van Karen Jonas is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://karenjonasmusic.bandcamp.com/album/the-southwest-sky-and-other-dreams.


The Southwest Sky And Other Dreams van Karen Jonas is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

vrijdag 28 augustus 2020

Will Johnson - El Capitan

Will Johnson imponeerde vorig jaar met het prachtige Wire Mountain en doet nu hetzelfde met het uiterst sobere en tijdens de corona lockdown opgenomen El Capitan
Will Johnson dook ooit op met de geweldige band Centro-Matic, maar de afgelopen jaren was het wat stil rond de Amerikaanse muzikant. Vorig jaar ontdekte ik, min of meer bij toeval, het werkelijk prachtige Wire Mountain, waardoor El Capitan er direct uitsprong in de goed gevulde release lijsten van de afgelopen weken. El Capitan is een uiterst sober album, dat in drie dagen werd opgenomen tijdens de Texaanse lockdown. De instrumentatie is spaarzaam, maar dat komt de intensiteit van het album alleen maar ten goede. Will Johnson grijpt je onmiddellijk bij de strot met zijn wat weemoedige zang en laat pas los wanneer de laatste noten van dit bijzonder fraaie album wegsterven.


Nu de corona pandemie ons al enkele maanden in zijn greep houdt, duiken langzaam maar zeker de eerste corona albums op. Het zijn albums met songs die zijn geschreven tijdens de lockdown of albums die zijn opgenomen tijdens de lockdown, omdat er verder nu eenmaal niet zo gek veel te doen was. El Capitan van de Amerikaanse muzikant Will Johnson valt grotendeels in de laatste categorie. Een aantal songs op het album werd jaren geleden al geschreven, maar het album bevat ook een aantal songs die de sporen van de lockdown wat nadrukkelijker dragen. 

Het album werd wel opgenomen tijdens de Texaanse lockdown en stond uiteindelijk in slechts drie dagen op de band. In de anderhalve meter samenleving was er niet veel ruimte om extra muzikanten in te schakelen, wat een behoorlijk sober album oplevert. El Capitan werd gemaakt met producer Britton Beisenherz, die ook een orgel, een eenvoudig keyboard en een piano meenam naar de Ramble Creek Recording Studio in Austin, Texas. Will Johnson, die zelf tekent voor de akoestische gitaar en zang, kreeg hier verder gezelschap van Thor Harris, die de vibrafoon en de klarinet bespeelt en van Lindsey Verrill, die tekent voor spaarzame cello bijdragen en wat vocalen. 

Nog geen jaar geleden zou ik een nieuw album van Will Johnson waarschijnlijk over het hoofd hebben gezien, want de Amerikaanse muzikant die vanaf het eind van de jaren 90 indruk maakte met de albums van zijn bands Centro-Matic en South San Gabriel, was de laatste jaren wat van de radar verdwenen. Het vorig jaar verschenen Wire Mountain lag daarom weken op de stapel, maar bleek uiteindelijk jaarlijstjeswaardig. 

Dankzij Wire Mountain was ik direct nieuwsgierig naar El Capitan en dat is maar goed ook, want Will Johnson heeft wederom een prachtig album afgeleverd. Het is zoals gezegd een uiterst sober en grotendeels akoestisch album. De basis van de meeste songs bestaat uit het akoestische gitaarspel van de Amerikaanse muzikant en zijn wat melancholisch aandoende stem. Het was misschien al genoeg geweest, maar de fraaie accenten die zijn aangebracht in de instrumentatie geven de songs op El Capitan net wat meer glans. 

Het is niet veel muzikanten gegeven om de aandacht vast te houden in een sobere setting als die op El Capitan, maar Will Johnson voelt zich als een vis in het water. El Capitan is een sober en wat weemoedig klinkend album, maar het is ook een album dat opvalt door een enorme intimiteit en intensiteit. Will Johnson was in het verleden geen heel groot zanger, maar de songs op El Capitan vertolkt hij op grootse en meeslepende wijze. 

El Capitan is een album dat je vanaf de eerste noten in een wurggreep houdt. Waarom dat zo is, is niet makkelijk uit te leggen of te verklaren. El Capitan is een sober singer-songwriter album zoals er zoveel zijn, maar op een of andere manier doet het album meer met mij dan het gemiddelde album in het genre, ook bij herhaalde beluistering.

Ik werd vorig jaar enorm verrast door de kwaliteit van Wire Mountain en ook El Capitan is een uitstekend album. Het is een album dat de leegte van de lockdown laat voelen, maar het is ook gewoon een prima album van een singer-songwriter die de laatste jaren niet heel veel aandacht trekt, maar toch heel veel moois op zijn naam heeft staan. Erwin Zijleman

De muziek van Will Johnson is verkrijgbaar via bandcamp: https://willjohnson.bandcamp.com/album/el-capit-n.

   

The Waterboys - Good Luck, Seeker

Zo goed als in de jaren 80 worden The Waterboys nooit meer, maar net als de vorige albums heeft ook Good Luck, Seeker weer absoluut zijn momenten en toont Mike Scott wederom lef
Ik trek nog met grote regelmaat de beste albums van The Waterboys uit de kast, maar ben toch ook nog steeds benieuwd naar de nieuwe verrichtingen van de band rond Mike Scott. Het zijn verrichtingen die de afgelopen jaren alle kanten op schieten, want Mike Scott slaat graag nieuwe wegen in en dat siert hem. Die nieuwe wegen zijn ook op Good Luck, Seeker niet allemaal even geslaagd, maar de dalen zijn op het nieuwe album niet heel diep, terwijl de pieken toch weer verrassend hoog zijn. Mike Scott verdiende een heleboel krediet in de jaren 80, waardoor ik ook de nieuwe en wat wisselvalligere nieuwe albums van The Waterboys een warm hart toedraag, maar ook zonder dat is Good Luck, Seeker gewoon een prima album.


The Waterboys is een band waarvoor ik volgens mij altijd een zwak zal blijven houden. Dat zwak heeft de Schotse band vrijwel volledig verdiend met haar eerste albums. The Waterboys uit 1983, A Pagan Place uit 1984, This Is The Sea uit 1985, Fisherman’s Blues uit 1988 en in iets mindere mate Room To Roam uit 1990 zijn albums die ik nog met grote regelmaat uit de kast trek en die ik schaar onder de hoogtepunten van de jaren 80. 

De band rond voorman Mike Scott is sindsdien albums blijven maken en het zijn bijna allemaal albums die de moeite waard zijn, al zijn het ook albums die wat minder goed zijn dan het bovengenoemde rijtje uit de beginjaren van de band, wat ook niet zo gek is na meer dan 35 jaar in de muziek. 

Het belangrijkste probleem met vrijwel alle recentere albums van The Waterboys is de wat mindere consistentie van het geluid van de band, want het schrijven van goede songs is Mike Scott zeker niet verleerd. De Schotse muzikant experimenteert de afgelopen jaren driftig met meerdere genres en soms werkt dat voor mij niet, zeker wanneer moderne elektronica overheerst of er zelfs wordt gerapt, zoals op het dieptepunt van Where The Action Is, het alles bij elkaar genomen best aardige vorige album van de band. 

In de openingstrack van Good Luck, Seeker kleurt Mike Scott direct weer stevig buiten de lijntjes van het authentieke Waterboys geluid. The Soul Singer is een uptempo soulsong, waarin de instrumentatie wordt gedomineerd door moddervette blazers. Het klinkt absoluut lekker en het past verrassend goed bij de stem van Mike Scott, achter wie ik toch nooit een soulzanger had gezocht. 

The Waterboys springen op hun laatste albums vaak van de hak op tak, maar Good Luck, Seeker houdt het soulvolle geluid in de tweede track nog even vast en verrast nu met bijna gesproken zang van Mike Scott, die wederom overeind blijft. Het klinkt geen moment als The Waterboys, maar er is ook niets mis mee. 

Toch was het voor mij goed nieuws toen in de derde track eindelijk iets van het vertrouwde geluid opdook. Invloeden uit de folk en Keltische muziek doen het toch het best in combinatie met de wat nasale stem van Mike Scott en ook de wat vollere en soms wat psychedelisch aandoende instrumentatie herinnert meer aan het authentieke Waterboys geluid dan de zwoelere klanken uit de eerste twee tracks. Het is het eerste hoogtepunt op een album, dat direct weer wat wegzakt door een funky track die wat mij betreft minder goed uitpakt. 

Na een track die zich bijna op het terrein van de hip-hop begeeft, keren de soulvollere klanken terug, maar gelukkig horen we ook nog wat meer folk georiënteerde songs en wat rocksongs als het heerlijke My Wanderings In The Weary Land, die meer herinneren aan het oudere werk van de band dan de tracks met een soulinjectie. Een aantal bezwerende songs en een zeer fraaie cover van Why Should I Love You? van Kate Bush laten de balans definitief in de goede richting doorslaan. 

Ook Good Luck, Seeker is alles bij elkaar genomen niet zo goed en vooral consistent als mijn favoriete Waterboys albums, maar dat had ik ook niet verwacht. Het album bevat een aantal zwakke songs, een aantal wat atypische songs die verassend goed uitpakken en een aantal sterke songs. Het zijn die sterke songs die Good Luck, Seeker wat mij betreft toch weer boven de middelmaat uit tillen. Deels ook vanwege mijn zwak voor de band, maar zeker ook vanwege het lef van Mike Scott om steeds weer nieuwe wegen in te slaan, wat uiteindelijk toch beter werkt dan voortborduren op roem van weleer. Erwin Zijleman

De muziek van The Waterboys is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://thewaterboys.bandcamp.com/album/good-luck-seeker-deluxe.


Good Luck, Seeker van The Waterboys is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

donderdag 27 augustus 2020

Bebel Gilberto - Agora

Bebel Gilberto keert na zes jaar afwezigheid terug met een album dat sprankelt, betovert en intrigeert en dat de Braziliaanse muzikante voorziet van een fris nieuw geluid
Het aangename bossa nova geluid van Bebel Gilberto bleef aangenaam, maar de glans van het prachtige Tanto Tempo was er zo langzamerhand toch wel wat af. Tijd voor een nieuwe impuls dus en die is gekomen van producer Thomas Bartlett, die Agora heeft voorzien van een uit meerdere lagen bestaand geluid, waarin zowel plek is voor elektronica als voor organische klanken en waarin ook de invloeden uit de Braziliaanse muziek niet zijn vergeten. Het is een veelkleurig maar subtiel geluid dat zich vol liefde om de mooie stem van Bebel Gilberto heen slaat. Agora is onmiskenbaar een Bebel Gilberto album, maar wel een totaal ander album dan we van haar gewend zijn. Knap!


Voor het laatste wapenfeit van de Braziliaanse muzikante Bebel Gilberto moesten we tot voor kort ruim zes jaar terug in de tijd, toen het album Tudo verscheen. Hoogste tijd dus voor een nieuw album, al werd het door de corona pandemie uiteindelijk nog bijna een half jaar uitgesteld. 

Bebel Gilberto groeide op als kind van de Braziliaanse muzikale legendes João Gilberto en Miúcha en stond zelf ook al jong op het podium. Ze debuteerde halverwege de jaren 80 met een eerste album, maar haar muzikale carrière kwam pas echt van de grond toen ze Brazilië verruilde voor New York (waar ze overigens ook geboren is). 

In 2000 verscheen het album Tanto Tempo dat wereldwijd enthousiast werd ontvangen. Op het voornamelijk met Braziliaanse muzikanten gemaakte album bleef Bebel Gilberto de, deels door haar vader op de kaart gezette, bossa nova trouw, maar de Braziliaanse muzikante slaagde er in om zowel authentiek als eigentijds te klinken, waardoor bossa nova door een opvallend breed publiek werd omarmd. 

Bebel Gilberto maakte sindsdien nog een aantal albums, die allemaal goed zijn, al mis ik de magie van Tanto Tempo. Na het in 2014 verschenen Tudo leek de rek er wel wat uit, maar de terugkeer van Bebel Gilberto is een hele opvallende. Agora werd gemaakt met Thomas Bartlett, die ooit furore maakte als de muzikant Doveman, maar die de afgelopen jaren vooral als producer actief is, onder andere voor Norah Jones, The Gloaming, Sufjan Stevens, St. Vincent en Rhye. De tracks op Agora kregen voor een groot deel al in 2018 en 2019 vorm in een voor Bebel Gilberto zware periode waarin ze haar beide ouders en haar beste vriend verloor. 

Direct bij eerste beluistering van het album is duidelijk dat Thomas Bartlett er in is geslaagd om het geluid van Bebel Gilberto grondig te moderniseren. Agora wordt hier en daar al het elektronische album van Bebel Gilberto genoemd, maar daarmee doe je de kunsten van Thomas Bartlett tekort. 

Agora is een album dat in muzikaal opzicht uit meerdere lagen bestaat. Er is een laag met subtiele elektronica en hier en daar subtiele beats, er is een laag met stemmige organische klanken en een vleugje jazz, en er is een laag waarin vooral invloeden uit de Cubaanse en Braziliaanse muziek aan de oppervlakte komen. De verschillende lagen in de muziek van Bebel Gilberto zijn subtiel en vloeien bovendien op fraaie wijze samen, wat een bijzonder geluid oplevert. 

Agora klinkt flink anders dan de vorige albums van Bebel Gilberto, al is er natuurlijk altijd haar herkenbare stem, die de liefde voor de bossa nova die door haar vader werd uitgevonden nooit kwijt is geraakt. Toch past Agora maar ten dele in het hokje bossa nova. Het Braziliaanse genre is slechts een van de vele invloeden die op Agora worden verwerkt en door Thomas Bartlett op bijzonder knappe wijze aan elkaar zijn gesmeed. 

Op de vorige albums van Bebel Gilberto ontbrak wat mij betreft de magie van Tanto Tempo, maar op Agora strooien de Braziliaanse muzikante en haar Amerikaanse producer driftig met magie. Agora sprankelt en vermaakt, maar is ook een avontuurlijk album vol verrassende wendingen, met de mooie stem van Bebel Gilberto als kers op de taart. Een glorieuze terugkeer van de Braziliaanse muzikante. Erwin Zijleman


Agora van Bebel Gilberto is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

woensdag 26 augustus 2020

Bully - SUGAREGG

Bully keert terug met rauw en opvallend stevig album vol dynamiek, waarop frontvrouw Alicia Bognanno op indrukwekkende wijze afrekent met de nodige persoonlijke ellende en demonen
Na de jaarlijstjesplaat Losing hakt het nieuwe album van Bully er stevig in. SUGAREGG is een stuk rauwer dan zijn voorganger en schakelt wat minder frequent tussen gruizige gitaarmuren en honingzoete melodieën. Alicia Bognanno staat er dit keer vrijwel alleen voor en heeft een zeer persoonlijk album afgeleverd, waarop moet worden afgerekend met de nodige demonen. Voor een ieder die geen genoeg kon krijgen van Losing is het stevigere werk wel even wennen, maar uiteindelijk valt er veel op zijn plek en dwingt Alicia Bognanno wederom respect af. SUGAREGG is een rauwe gitaarplaat op zonder al te veel poespas, al blijft de honingpot gelukkig niet het hele album dicht.


Losing van de Amerikaanse band Bully haalde in 2017 vol overtuiging mijn jaarlijstje. De band uit Nashville positioneerde zich met Losing ergens tussen The Pixies, Hole en The Breeders in en grossierde in aanstekelijke rocksongs, waarin hoge gitaarmuren en de verleidelijke vocalen van frontvrouw Alicia Bognanno de uitersten vormden. 

Deze Alicia Bognanno liep ooit stage bij Steve Albini en bleek in productioneel opzicht de kunst te hebben afgekeken bij de legendarische producer, waardoor Losing klonk als een stapeltje Steve Albini klassiekers. 

Deze week keert Bully terug met SUGAREGG en het is een album dat er stevig inhakt. Alicia Bognanno zette na Losing haar band aan de kant en heeft op SUGAREGG bijna alle touwtjes in handen. Bijna alle touwtjes, want ondanks het feit dat ze kunst van het produceren van een album uitstekend beheerst, liet ze dat dit keer over aan de gelouterde producer John Congleton, die eerder werkte met onder andere St. Vincent, Sleater Kinney en The War on Drugs. 

Alicia Bognanno worstelt sinds enkele jaren met een bipolaire stoornis en schreeuwt op SUGAREGG alle persoonlijke misère van zich af. Het nieuwe album van Bully opent direct meedogenloos. De openingstrack van het album is veel rauwer en steviger dan de songs op Losing en combineert een razend tempo met gruizige gitaren en de felle zang van Alicia Bognanno, die het hier en daar uitschreeuwt. 

Ik was op Losing vooral gecharmeerd van het contrast tussen gruizige gitaren en honigzoete vocalen, waardoor SUGAREGG in eerste instantie wat rauw op mijn dak viel, maar gelukkig is niet het hele album zo meedogenloos als de openingstrack. Net als Losing roept SUGAREGG associaties op met heel wat gitaarplaten uit de jaren 90 waarbij de bovengenoemde namen nog steeds relevant vergelijkingsmateriaal aandienen, maar ik af en toe ook aan My Bloody Valentine en Dinosaur Jr. moet denken. 

SUGAREGG is over de hele linie wel wat steviger dan zijn voorganger, maar na de stevige openingstrack smeert Alicia Bognanno toch weer met enige regelmaat wat honing op haar stembanden en keert de fraaie dynamiek die Losing zo aangenaam maakte terug. 

Alicia Bognanno laat zich op het nieuwe album van Bully begeleiden door een uitstekende ritmesectie die het stevige gitaarwerk op het album en de expressieve vocalen voorziet van een lekker zwaar aangezette basis. Ik was bij beluistering van de openingstrack niet onder de indruk van het geluid, maar zeker wanneer Bully kiest voor wat melodieuzere songs en Alicia Bognanno klinkt als Juliana Hatfield hoor je dat John Congleton fraai werk heeft geleverd. 

Losing van Bully noemde ik drie jaar geleden een zwaar verslavende gitaarplaat. SUGAREGG ligt vaak wat zwaarder op de maag, maar eenmaal bekomen van de eerste schrik hoor ik toch steeds meer moois op het nieuwe album van de band uit Nashville en ben ik steeds meer onder de indruk van de persoonlijke teksten van Alicia Bognanno en van haar songs, die nog lang aan kracht winnen en niet alleen dik hout planken zagen. 

Bij eerste beluistering vond ik SUGAREGG geen schim van Losing, maar de ene na de andere song valt op zijn plek, al blijft enige liefde van het zwaardere werk nodig om van de nieuqwe kunsten van Bully te kunnen genieten. Erwin Zijleman

De muziek van Bully is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://bullythemusic.bandcamp.com/album/sugaregg.


SUGAREGG van Bully is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

dinsdag 25 augustus 2020

Siv Jakobsen - A Temporary Soothing

Siv Jakobsen kleurt de aankomende seizoenen alvast bijzonder fraai in met fraai gearrangeerde songs vol bijzondere klanken en een stem vol betovering en melancholie
Siv Jakobsen maakte drie jaar geleden veel indruk met het prachtige The Nordic Mellow, maar levert nu met A Temporary Soothing een nog veel mooier album af. Op haar nieuwe album verwerkt de Noorse singer-songwriter meer invloeden, steken haar songs nog net wat knapper in elkaar, is de instrumentatie nog mooier en is de zang van een unieke schoonheid. Het kabbelt bijzonder aangenaam voort, maar je hoort pas hoe mooi en bijzonder de muziek van Siv Jakobsen is wanneer je je er volledig in onderdompelt. Vervolgens blijf je nieuwe dingen horen op een album dat tot steeds grotere hoogten stijgt. Een prachtige soundtrack voor de seizoenen die er aan komen.


Na de hoge temperaturen van de afgelopen weken begint de herfst langzaam maar zeker zijn intrede te doen in Nederland. Het koelt flink af, het regent, het stormt, het wordt eerder donker en later licht. Wederom merk ik dat het direct effect heeft op mijn muzieksmaak. Zonnige en uitbundige klanken komen opeens minder goed tot zijn recht, terwijl wat donkerdere en meer ingetogen muziek opleeft. 

Het doet me denken aan precies drie jaar geleden toen de Noorse singer-songwriter Siv Jakobsen met The Nordic Mellow een van de eerste herfstsoundtracks van het betreffende jaar afleverde. Siv Jakobsen is nu terug met een nieuw album en ook A Temporary Soothing is weer een album dat de overgang naar de herfst prachtig inkleurt. 

The Nordic Mellow omschreef ik drie jaar geleden als een album dat op fraaie wijze een brug sloeg tussen traditionele Britse (en soms ook Amerikaanse) folk en Scandinavische muziek. Het is een album dat sindsdien alleen maar aan kracht heeft gewonnen, want wat heeft Siv Jakobsen veel mooie details verstopt op het album waarmee ze drie jaar geleden opdook. Het geldt in nog veel sterkere mate voor A Temporary Soothing, dat zijn voorganger qua schoonheid en betovering makkelijk overtreft. 

Voor haar nieuwe album werkte de Noorse singer-songwriter samen met producer Chris Bond (vooral bekend van Ben Howard) en technicus Zach Hanson (bekend van Bon Iver en Waxahatchee). De twee hebben A Temporary Soothing voorzien van een prachtig geluid vol fraaie details. 

Ook op haar nieuwe album verwerkt Siv Jakobsen invloeden uit de Britse en Amerikaanse folk van weleer, maar het is ook absoluut een album uit het hoge noorden. Het klinkt allemaal nog wat rijker en veelzijdiger dan op het vorige album, zeker wanneer ook nog invloeden uit de Keltische muziek en uit de psychedelica opduiken. 

De instrumentatie op A Temporary Soothing is van een bijzondere schoonheid en het is er wederom een die uit vele lagen en details bestaat. Het is een instrumentatie die vooral bij beluistering met de koptelefoon goed tot zijn recht komt, al zijn er ook dan nog meerdere luisterbeurten nodig om alle geheimen van het album te ontdekken. 

Ik heb het nog niet eens gehad over de stem van Siv Jakobsen, terwijl de prachtige vocalen wat mij betreft het meest in het oor springen bij beluistering van A Temporary Soothing. Siv Jakobsen is ook op haar nieuwe album zowel een traditionele folkie als een Scandinavische ijsprinses en imponeert met fluisterzachte vocalen vol diepte. 

Het wordt allemaal gecombineerd in songs die aangenaam voortkabbelen, maar ook vol lagen en verrassende wendingen zitten. A Temporary Soothing is net als zijn voorganger een album waarbij het heerlijk wegdromen is, maar het is ook een album waarin steeds weer nieuwe dingen zijn te horen en dat hierdoor steeds mooier en indrukwekkender wordt. En vergeleken met deze voorganger zit alles nog net wat knapper in elkaar en klinkt het nog net wat voller en rijker.

Het is zoals gezegd de perfecte soundtrack voor de herfst en de winter, maar de fraaie combinatie van Scandinavische melancholie en pure schoonheid moet ook de andere seizoenen makkelijk kunnen overleven. Siv Jakobsen maakte, zeker achteraf bezien, een van de mooiste albums van 2017 en herhaalt dit kunstje met het wat mij betreft nog mooiere A Temporary Soothing. Erwin Zijleman

De muziek van Siv Jakobsen is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://sivjakobsen.bandcamp.com.


A Temporary Soothing van Siv Jakobsen is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

maandag 24 augustus 2020

H.C. McEntire - Eno Axis

H.C. McEntire overtreft met haar tweede album haar terecht zo goed ontvangen debuut en slaat op fraaie wijze een brug tussen rootsmuziek uit een ver verleden en het heden
Eno Axis was pas een paar noten onderweg, maar ik was al verkocht. Het lukte Heather McEntire ook met de vorige albums waarop ze te horen was, maar haar nieuwe album is nog wat mooier. Invloeden uit de countryrock van weleer worden fraai gecombineerd met invloeden van recentere datum en verpakt in een broeierig geluid waarin de gitaren af en toe flink mogen schuren en de stem van H.C. McEntire wederom imponeert. Het is muziek die zich direct als een warme deken om je heen slaat, maar de singer-songwriter uit North Carolina prikkelt ook dit keer stevig de fantasie met een geluid dat fraai ingetogen kan uitbarsten.


Sinds deze week worden we weer overspoeld met nieuwe releases en valt het, met name voor de wat minder bekende muzikanten, niet mee om aandacht te trekken met nieuwe muziek. De kans is daarom aanwezig dat het deze week verschenen nieuwe album van H.C. McEntire gaat ondersneeuwen en dat zou echt heel jammer zijn. Eno Axis wordt door het gerenommeeerde PopMatters een meesterwerk genoemd en dat is het.

Zelf ken ik Heather McEntire al heel wat jaren. Eerst als zangeres van de cultband Bellafea en later van de band Mount Mariah, die tussen 2011 en 2016 drie prachtige maar helaas slechts in kleine kring opgepikte albums afleverde. De meeste indruk maakte de singer-songwriter uit Durham, North Carolina, echter met haar in 2018 verschenen solodebuut Lionheart. 

Het was een debuut waarop invloeden uit de countryrock domineerden, maar waarop ook uitstapjes richting zuidelijke soul en gospel niet werden geschuwd. Het was een debuut dat met één been in het verleden stond, maar dat ook aansluiting vond bij de rootsmuziek van dit moment. 

Met Eno Axis gaat H.C. McEntire verder waar haar terecht geprezen debuut twee jaar geleden ophield. Ook op haar nieuwe album heeft de Amerikaanse singer-songwriter een zwak voor countryrock, maar ook andere invloeden uit de rootsmuziek zoals die in het diepe zuiden van de Verenigde Staten wordt gemaakt sijpelen met enige regelmaat door. 

Op het in haar thuisbasis opgenomen Eno Axis laat Heather McEntire zich begeleiden door een degelijk ritmesectie, door een pedal steel en banjo speler en door gitarist Luke Norton, die ook de keyboards en een deel van de productie voor zijn rekening nam. Ook Heather McEntire tekende voor deze productie en neemt hiernaast een deel van het gitaarwerk en de vocalen voor haar rekening. 

Eno Axis is voorzien van een smaakvol geluid, met een hoofdrol voor veelkleurig gitaarwerk dat hier en daar heerlijk mag ontsporen, en het is ook dit keer een geluid dat zich niet heel makkelijk laat typeren. In een aantal songs herleven de gloriejaren van de Amerikaanse countryrock, maar H.C. McEntire kan ook uit de voeten met wat stevigere en donker getinte songs, die herinneren aan de muziek waarmee Lera Lynn ooit opdook in de beklemmende tv-serie True Detective. 

Ook op Eno Axis schakelt de muzikante uit North Carolina weer makkelijk tussen verleden en heden en tussen countryrock en omliggende genres en maakt ze indruk met haar prachtige stem. Eno Axis is hierdoor een album dat zich makkelijk opdringt aan liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek, maar net als met haar debuut weet H.C. McEntire ook met haar tweede album de fantasie weer te prikkelen. 

Net als bij de eerste beluistering van Lionheart was ik weer onmiddellijk verkocht en na een paar keer horen vind ik Eno Axis nog wat indrukwekkender dan zijn voorganger, vooral omdat het album beter klinkt, de songs nog wat dieper graven en de stem van Heather McEntire nog wat harder aankomt. 

Ook de productie van het album verdient overigens een pluim, want het broeierige en soms wat zompige geluid op Eno Axis herinnert met enige regelmaat aan de fraaie producties van Daniel Lanois. 

De concurrentie is zoals gezegd moordend deze week, want wat is er veel nieuws verschenen, maar dit fraaie tweede album van H.C. McEntire zou ik zeker niet laten liggen, zeker niet als je de Amerikaanse rootsmuziek een warm hart toedraagt. Erwin Zijleman

De muziek van H.C. McEntire is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://hcmcentire.bandcamp.com/album/eno-axis.


Eno Axis van H.C. McEntire is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

Justin Townes Earle (1982-2020)

 


Toen ik vanochtend de Facebook app opende viel mijn oog direct op de talloze berichten van met name Amerikaanse muzikanten over het trieste overlijden van Justin Townes Earle. Justin Townes Earle, pas 38 jaar oud, zoon van de grote Steve Earle en vernoemd naar de vriend en held van zijn vader, Townes van Zandt, die ook niet oud werd (52), maar toch nog een stuk ouder dan Justin Townes Earle.

Justin Townes Earle twijfelde lang of hij een carrière in de muziek zou moeten ambiëren. Hij zag zijn vader als kind bijna ten onder gaan aan het zware leven als muzikant en alle verleidingen die daar bij horen en hij was zich bewust van de druk die kinderen van beroemde muzikanten ervaren bij een keuze voor de muziek.

Het bloed kroop echter waar het niet gaan kan. In 2008 debuteerde Justin Townes Earle met het veelbelovende The Good Life, dat liet horen dat de Amerikaanse muzikant zeker wat van het muzikale talent van zijn vader had geërfd. 

Het werd vervolgens alleen maar beter op de albums die volgden. Met Midnight At The Movies (2009), mijn persoonlijke favoriet Harlem River Blues (2010), Nothing's Gonna Change The Way You Feel About Me Now (2012), Single Mothers (2014), Absent Fathers (2015), Kids in the Street (2017) en het vorig jaar verschenen The Saint Of Lost Causes bouwde Justin Townes Earle de afgelopen 12 jaar aan een fraai en waardevol oeuvre dat abslouut bestaansrecht had naast het werk van zijn vader.

Makkelijk ging het niet. De jonge Amerikaanse muzikant vocht vrijwel continu tegen verslavingen en overleefde meerdere drug overdoses. Verder was er altijd de onzekerheid over zijn muziek en de niet te vermijden vergelijking met de muziek van zijn vader. Het leverde een aantal aardedonkere albums op.

De laatste jaren leek het beter te gaan met Justin Townes Earle en vorig jaar nog maakte hij een van zijn beste albums, The Saint Of Lost Causes. Het blijkt helaas de zwanenzang van de veel te vroeg overleden Amerikaanse muzikant. Erwin Zijleman

zondag 23 augustus 2020

Guided By Voices - Mirrored Aztec

Alsof het niets is gooit Guided By Voices er nog maar eens een album tegenaan (de achtste in iets meer dan drie jaar tijd) en ook Mirrored Aztec is weer een uitstekend album
Je gaat je bijna zorgen maken als er zes maanden geen nieuw Guided By Voices album verschijnt, maar gelukkig is er weer een. Ook Mirrored Aztec werd weer gemaakt met de bezetting die de afgelopen drie jaar zo goed in vorm is en ook het nieuwe album van de band rond Robert Pollard is weer een album dat er mag zijn. Dit keer domineren de redelijk rechttoe rechtaan rocksongs, maar het zijn stuk voor stuk echte Guided By Voices songs. Robert Pollard heeft niet veel tijd nodig voor een memorabele rocksong en propt er 18 in 40 minuten. De meeste songs liggen makkelijk in het gehoor, maar ook dit keer is er ruimte voor experiment. Ik vind het wederom geweldig.



Het werd zo langzamerhand natuurlijk wel weer eens tijd voor een nieuw album van Guided By Voices. Surrender Your Poppy Field, het vorige album van de Amerikaanse band, stamt immers uit februari van dit jaar en dat is, in ieder geval gevoelsmatig, heel lang geleden en stamt gevoelsmatig bovendien uit een andere wereld, waarin het corona virus voor grote delen van de wereld nog heel ver weg leek. 

De huidige bezetting van de legendarische band rond Robert Pollard gaat inmiddels al een paar jaar mee en heeft sinds de lente van 2017 maar liefst acht albums uitgebracht, waarmee het aantal albums dat Robert Pollard op zijn naam heeft staan de honderd inmiddels ruim is gepasseerd. Kwantitatief zit het allemaal wel goed dus, maar ook kwalitatief laat Guided By Voices de afgelopen drie jaar geen steken vallen. 

Het deze week verschenen Mirrored Aztec voegt weer 18 songs toe aan het enorme oeuvre van Guided By Voices en heeft hier 40 minuten voor nodig. Ondanks het feit dat de Guided By Voices albums elkaar de afgelopen jaren in zeer rap tempo opvolgen, is het zeker geen eenheidsworst die de band uit Dayton, Ohio, ons voorschotelt. Alle albums die de band de afgelopen drie jaar heeft uitgebracht werden gemaakt met dezelfde bezetting, wat voor Robert Pollard best bijzonder is, maar leggen allemaal net wat andere accenten, waardoor ieder nieuw Guided By Voices album weer een album is om naar uit te kijken. 

Op Mirrored Aztec lijken zanger Robert Pollard, gitaristen Doug Gillard en Bobby Bare Jr., bassist Mark Shue en drummer Kevin March in eerste instantie te kiezen voor redelijk rechttoe rechtaan rocksongs met flarden powerpop en lo-fi. Het zijn rocksongs die soms genoeg hebben aan een ruime minuut en soms ruim drie minuten duren, maar de meeste songs klokken rond de 2 minuten. Dat is kort voor een rocksong met een kop en een staart, maar Robert Pollard is er inmiddels een meester in levert ook dit keer redelijk afgeronde rocksongs af, wat in de begindagen van Guided By Voices nog wel eens anders was. 

Zeker de eerste songs op het album zijn redelijk rechttoe rechtaan, maar naarmate het album vordert, duiken ook dit keer hier en daar wat flarden progrock op en klinkt de voorman van de band opeens verdacht veel als Peter Gabriel. Minstens net zo vaak heb ik overigens associaties met Michael Stipe, vooral in de zang, maar ook een aantal van de songs had niet misstaan op een aantal van de vroege R.E.M. albums. 

De songs van Guided By Voices zijn vaak in een vloek en een zucht voorbij, maar 40 minuten is nog best een hele zit. Ook Mirrored Aztec is echter weer een album dat maar zelden verslapt en dat de aandacht 18 songs lang makkelijk vast weet te houden. Het is een onwaarschijnlijk goede prestatie van een band die in 1985 werd geformeerd, zeker wanneer je je bedenkt dat de band de afgelopen tijd jaarlijks goed is voor twee of soms zelfs drie uitstekende albums. 

Of Guided By Voices ook dit jaar drie albums gaat afleveren is onzeker, maar na het uitstekende Mirrored Aztec is ook het volgende album welkom. En als het niet komt is er ook geen man overboord, want het uitstekende nieuwe album van Guided By Voices gaat als het moet nog best even mee. Wat een geweldige band is dit toch. Erwin Zijleman


Mirrored Aztec van Guided By Voices is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

zaterdag 22 augustus 2020

Chuck Prophet - The Land That Time Forgot

Chuck Prophet draait inmiddels al een jaar of 40 mee, maar maakt nog altijd geweldige albums, die zich onderscheiden door geweldige songs en zijn zo herkenbare eigen geluid
Chuck Prophet krijgt lang niet altijd de waardering die hij verdient, maar wat heeft hij inmiddels een bijzonder oeuvre. Eerst met de band Green On Red en de afgelopen dertig jaar als solomuzikant. Ook de laatste jaren steekt de Amerikaanse muzikant in een geweldige vorm en die vorm heeft hij vast weten te houden op The Land That Time Forgot. Chuck Prophet bestrijkt binnen de roots en rock een breed palet, schrijft geweldige songs en vertolkt ze op herkenbare wijze. Het klinkt weer heel degelijk, maar ook op zijn nieuwe album zijn de songs van Chuck Prophet weer van hoge kwaliteit. Het dringt zich direct op, maar pas veel later hoor je hoe ontzettend goed het weer is.


De Amerikaanse muzikant Chuck Prophet bracht precies 30 jaar geleden zijn eerste soloalbum uit, maar had er op dat moment ook al tien jaar op zitten met zijn band Green On Red, die moet worden geschaard onder de smaakmakers van de American Underground (ook wel Paisley Underground genoemd). 

De tegenwoordig vanuit het Californische San Francisco opererende muzikant heeft inmiddels een ruim dozijn soloalbums op zijn naam staan en ze zijn vrijwel allemaal goed. Toch ontbreken de albums van Chuck Prophet in flik wat goed gevulde platenkasten en ik moet direct toegeven dat ik ook lang niet alles van de Amerikaanse muzikant in huis heb. 

Drie jaar geleden liet Chuck Prophet voor het laatst van zich horen en Bobby Fuller Died For Your Sins vind ik persoonlijk een van zijn beste albums. Het is een album dat stevige concurrentie krijgt van het deze week verschenen The Land That Time Forgot, want ook op zijn nieuwe album steekt Chuck Prophet weer in een uitstekende vorm. 

The Land That Time Forgot is op hetzelfde moment een oerdegelijk album en die degelijkheid verklaart wat mij betreft dat de albums van de Californische muzikant niet al decennia in zeer brede kring worden geprezen. Nu kan oerdegelijk een synoniem zijn voor saai, maar in het geval van Chuck Prophet associeer ik het begrip toch vooral met kwaliteit. 

Ook op The Land That Time Forgot wordt weer het ene na het andere memorabele popliedje uit de hoge hoed getoverd. Het zijn popliedjes die je al jaren lijkt te kennen, zeker als je bekend bent met het oeuvre van Chuck Prophet. Ook op The Land That Time Forgot etaleert de Amerikaanse muzikant nadrukkelijk zijn talent als songwriter. Het zijn songs die altijd wel wat aan Bob Dylan of aan Bruce Springsteen doen denken, maar Chuck Prophet heeft ook een uit duizenden herkenbaar geluid. 

Het is een geluid dat voor een belangrijk deel wordt bepaald door de stem van Chuck Prophet, die altijd wat nasaal en ook altijd wat melancholisch klinkt. Het is ook een stem die gevoel en doorleving toevoegt aan de songs van de muzikant uit San Francisco. 

Chuck Prophet vertrouwt meestal op de drie-eenheid van bas, drums en gitaren, maar The Land That Time Forgot is wat rijker ingekleurd met bijdragen van onder andere orgels, keyboards, saxofoon en nog flink wat andere snareninstrumenten waaronder de pedal steel, dobro, mandoline en zelfs een sitar en zoals gewoonlijk tekent vrouwlief Stephanie Finch voor mooie extra vocalen. 

Chuck Prophet heeft voor The Land That Time Forgot niet alleen een aantal aansprekende songs geschreven, maar vertelt ook dit keer mooie verhalen, waarvoor hij dit keer ook flink in de Amerikaanse geschiedenisboeken is gedoken. 

Het levert een album op dat zich direct bij eerste beluistering genadeloos opdringt, als je tenminste vatbaar bent voor de tijdloze songs van de Amerikaanse muzikant, maar net als bijna alle andere albums van Chuck Prophet is ook The Land That Time Forgot er een die nog lang beter wordt. 

Een ieder die het nieuwe album van Chuck Prophet ervaart als wat gewoontjes adviseer ik dan ook met klem om het nog een paar keer te proberen, want op een gegeven moment komt de kwaliteit van The Land That Time Forgot zeker boven drijven. Een van de betere albums van Chuck Prophet; het moet genoeg zeggen. Erwin Zijleman

De muziek van Chuck Prophet is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://chuckprophet.bandcamp.com/album/the-land-that-time-forgot.


The Land That Time Forgot van Chuck Prophet is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

vrijdag 21 augustus 2020

Kestrels - Dream Or Don't Dream

De zomer van 2020 is zeker niet de zomer van de geweldige gitaarplaten, maar het even melodieuze als gruizige Dream Or Don’t Dream van Kestrels is er absoluut een
Kestrels is een Canadese band die alweer toe is aan haar vierde album. Voor dit nieuwe album stond de voorman van de band er vrijwel alleen voor, maar dankzij een geweldige drummer, topproducer John Agnello en een bijdrage van Dinosaur Jr. gitarist J. Mascis is het toch een geweldig album geworden. Dream Or Don’t Dream van Kestrels is geworteld in de 90s rock en de shoegaze en vindt de perfecte balans tussen gruizige gitaarmuren, uit de bocht vliegende gitaarsolo’s, geweldig drumwerk, dromerige vocalen en heerlijk melodieuze songs. Direct bij eerste beluistering zwaar verslavend, maar vervolgens wordt het nieuwe album van Kestrels alleen maar beter.

Er is deze zomer zeker geen sprake van komkommertijd wanneer het gaat om nieuwe releases, want iedere week verschenen er veel meer nieuwe releases dan gebruikelijk in deze tijd van het jaar. Het heeft alles te maken met de corona pandemie, die in maart en april nog zorgde voor veel uitgestelde releases. Het zijn releases die de afgelopen twee maanden toch maar zijn verschenen, je kunt immers niet blijven uitstellen en het virus is nog wel even onder ons helaas. 

Het grote aanbod gold voor vrijwel alle genres, maar gruizige gitaarplaten waren helaas wat schaars de laatste weken. Het is misschien ook niet het juiste seizoen voor de betere gitaarplaten, maar zo op zijn tijd gaat wat gitaargeweld er bij mij in ieder geval wel in. Ik ben daarom blij dat ik toch nog een geweldige gitaarplaat heb gevonden. Het is een album van de Canadese band Kestrels en het is al het vierde album van de band uit Halifax, Nova Scotia. 

Band is overigens een groot woord, want vlak voor de opnames van Dream Or Don’t Dream was voorman Chad Peck het enige overgebleven lid van de band. Samen met Tim Wheeler van de Britse band Ash slaagde deze Chad Peck er gelukkig toch in om een serie nieuwe songs te schrijven, die vervolgens werden opgenomen met een uitstekende sessiedrummer en met producer John Agnello, die we natuurlijk vooral kennen van zijn werk voor Dinosaur Jr., maar die ook flink wat andere fraaie albums op zijn CV heeft staan. 

Met Dinosaur Jr. hebben we overigens direct goed vergelijkingsmateriaal te pakken, want net als de Amerikaanse cultband weet ook Kestrels opvallend melodieuze songs te verbinden met gruizig gitaargeweld. Wanneer Dinosaur Jr. gitarist J. Mascis in de tweede track nog eens aanschuift voor een geweldige gitaarsolo, krijg je de vergelijking met Dinosaur Jr. helemaal niet meer uit je systeem. 

Toch is Kestrels wel uit wat ander hout gesneden dan het grote voorbeeld. Gruizig gitaargeweld wordt met enige regelmaat afgewisseld met atmosferisch klinkende elektronica en bovendien wisselt Kestrels op Dream Or Don’t Dream de stevige rocksongs af met wat meer ingetogen songs. Hier en daar klinken wat invloeden uit de shoegaze of zelfs dreampop door, zeker als de zang loom en dromerig klinkt, maar als het allemaal net wat te zweverig dreigt te worden duikt er altijd wel een geweldige gitaarsolo of een gruizige gitaarmuur op. 

Het is smullen voor de liefhebbers van het genre, die nog eens extra verwend worden door bijzonder aangename songs, die soms voorzichtig ontsporen, maar ook altijd blijven vasthouden aan de popsong met een kop en een staart. Dream Or Don’t Dream van Kestrels heeft absoluut een hoog nineties gehalte, zeker wanneer invloeden van Dinosaur Jr. stevig worden omarmd, maar de Canadese band heeft ook absoluut een eigentijds klinkende gitaarplaat gemaakt. 

Het is een gitaarplaat die mij heel makkelijk heeft overtuigd, maar het is ook een gitaarplaat die nog lang beter wordt. Ik heb Dream Or Don’t Dream van Kestrels de afgelopen weken flink laten rijpen en zowel in muzikaal als in vocaal opzicht maakt het album steeds wat meer indruk, net als de zeer aansprekende songs op het album. In het genre gaat het de komende maanden vast weer drukker worden, maar ook met dit album kan ik nog wel even vooruit. Erwin Zijleman

De muziek van Kestrels is verkrijgbaar via bandcamp: https://kestrelsdream.bandcamp.com/album/dream-or-don-t-dream.