dinsdag 11 augustus 2020

Paul Dokter 1961-2020

Een paar dagen geleden overleed de Nederlandse muzikant Paul Dokter. Het is een overlijdensbericht dat niet heel veel aandacht heeft gekregen, want zo bekend was Paul Dokter niet en bovendien was er veel ander nieuws en was het warm. Een ieder die Paul Dokter wel kent weet echter dat hij in 1990 stevig bijdroeg aan een van de wat obscuurdere klassiekers uit de geschiedenis van de Nederlandse popmuziek. 

Het gaat om Barefoot And Pregnant, het debuut van de Friese band The Serenes, de band die Paul Dokter samen met Theo de Jong formeerde. De twee konden helaas al snel (tijdelijk) niet meer door één deur, waarna Paul Dokter uit beeld verdween en Theo de Jong het nog een keer probeerde met Simmer, dat ook maar één album maakte, maar ook dit is een album dat het tot de klassiekers uit de Nederlandse popmuziek schopte. 

Paul Dokter herinner ik me uitsluitend als een van de mannen achter Barefoot And Pregnant, dat de geschiedenisboeken in kan als een van de beste gitaarplaten uit de geschiedenis van de Nederlandse popmuziek. 

Het wrange is dat het Excelsior label, dat in de jaren 90 het patent had op frisse gitaarplaten, slechts een paar weken geleden een vinyl en cd reissue van Barefoot And Pregnant heeft uitgebracht. Het is een feestelijke reissue, die nu een wat wrange ondertoon heeft gekregen. 

Barefoot And Pregnant van The Serenes is echter een prachtig eerbetoon aan Paul Dokter. 

Het album heeft 30 jaar na dato niets van zijn glans en zeggingskracht verloren en imponeert met gitaarsongs die zowel aangenaam als stekelig klinken. De muziek van The Serenes klinkt aan de ene kant zonnig dankzij de heldere gitaarlijnen, maar donkere wolken en melancholie zijn nooit ver weg. Het album past prachtig in het rijtje met de geweldige gitaarplaten die Excelsior destijds uitbracht, maar Barefoot And Pregnant klinkt ook als het album dat het jonge R.E.M. nooit gemaakt heeft.

De muzikale erfenis van Paul Dokter is misschien niet heel groot, maar met het debuut van The Serenes wel wonderschoon. Erwin Zijleman

Even As We Speak - Adelphi

Ooit een van de favoriete bands van John Peel, maar na een goed ontvangen debuut viel direct het doek, tot 27 jaar later dit veelkleurige en aangenaam sprankelende album verschijnt
Het debuut van de Australische band is me aan het begin van de jaren 90 ontgaan, net als de John Peel Sessions van de band. Puur toeval dus dat ik het onlangs verschenen nieuwe album van Even As We Speak heb opgepikt. Het is een album dat meerdere kanten op schiet en vaak een 80s feel heeft, maar het is ook een album dat moeiteloos schakelt tussen jengelende gitaren en elektronica, met altijd de aansprekende zang van de frontvrouw van de band als trekpleister. Het klinkt allemaal heerlijk aangenaam en melodieus, maar het is in muzikaal opzicht ook zeer interessant. Het is niet te laat om te vallen voor de charmes van deze Australische band.

De Australische band Even As We Speak werd in de tweede helft van de jaren 80 opgericht en wist aan het eind van de jaren 80 indruk te maken op de Britse radio DJ John Peel, die de band op sleeptouw nam. 

Even As We Speak werd vervolgens al snel in het inmiddels alweer vergeten hokje C-86 geduwd. Het is een hokje dat is vernoemd naar een cassette die in 1986 werd uitgebracht door het Britse muziektijdschrift NME en een synoniem werd voor rammelende gitaarbands met een voorliefde voor melodieuze popsongs. 

Even As We Speak vloog uiteraard naar Londen voor een aantal John peel Sessions en bracht in 1993 het goed ontvangen debuut Feral Pop Frenzy uit. Net toen de definitieve doorbraak daar bleek viel de band uit elkaar en leek Even As We Speak niet meer te worden dan een voetnoot in de geschiedenis van de popmuziek. Het is me destijds overigens allesmaal ontgaan en dus veerde ik ook niet direct enthousiast op toen een paar weken geleden Adelphi verscheen. 

Adelphi is de opvolger van het inmiddels 27 jaar oude debuut van de band, die een paar jaar geleden bij elkaar kwam voor een reünie. Het hokje C-86 bestaat al lang niet meer, maar het etiket indie-pop past ook uitstekend bij de nieuwe muziek van de Australische band, die gelukkig niet fantasieloos voortborduurt op het inmiddels toch wel wat gedateerd klinkende debuut. 

Even As We Speak heeft de rammelpop op Adelphi grotendeels afgezworen en verrast met stemmige en fantasierijk ingekleurde popliedjes. Op de instrumentatie kom ik later terug, want het is bij eerste beluistering vooral de stem van frontvrouw Mary Wyer die de aandacht trekt. Het is een stem die herinneringen oproept aan bands als Belle & Sebastian, Camera Obscura en The Sundays, om er maar eens drie te noemen, en het is een stem die makkelijk verleidt. 

Even As We Speak opereert nog steeds vanuit het Australische Sydney, maar de band klinkt op Adelphi wat mij betreft vooral Brits of zelfs Schots. Adelphi refereert met grote regelmaat naar de leukere bands uit de jaren 80, maar de band kan op haar comeback album ook heerlijk nostalgisch klinken en nog een paar decennia verder terug gaan in de tijd. Het gaat af en toe de kant op van zoete indie-pop, maar Even As We Speak kan ook nog klinken als het frisse gitaarbandje dat door John Peel werd ontdekt. 

Het klinkt bij eerste beluistering allemaal bijzonder aangenaam en licht nostalgisch, maar bij herhaalde beluistering is Adelphi een album dat zich genadeloos opdringt. Het is deels de verdienste van de mooie heldere stem van Mary Wyer, die de vocalen overigens ook wel eens over laat aan haar mannelijke collega bandleden, maar ook de veelkleurige instrumentatie op het album maakt van Adelphi een interessant album. 

Het is een instrumentatie die af en toe vertrouwt op de jengelende gitaren die John Peel zo aanspraken, maar de Australische band kiest ook met enige regelmaat voor subtiele elektronica, die ook prachtig blijkt te passen bij de mooie vocalen op het album. Wanneer de elektronica wat wordt opgevoerd hoor je zelfs een futuristisch vleugje Pet Shop Boys en ook dat pakt verrassend goed uit. 

Adelphi van Even As We Speak is mijn eerste kennismaking met de muziek van de Australische band en het is een kennismaking die me uitstekend is bevallen. Zeker geen overbodige comeback dus. Erwin Zijleman

De muziek van Even As We Speak is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://evenaswespeak.bandcamp.com/album/adelphi.



Adelphi van Even As We Speak is verkrijgbaar via de Mania webshop:
LP, 39,99 euro
CD, 14,99 euro




maandag 10 augustus 2020

Khruangbin - Mordechai

Mordechai van Khruangbin is de perfecte soundtrack voor de hittegolf van het moment, maar steekt in muzikaal opzicht veel knapper in elkaar dan je op het eerste gehoor zal vermoeden
Een paar weken geleden vond ik alle ophef over het nieuwe album van de Texaanse band Khruangbin nog ongegrond, maar bij de tropische temperaturen van het moment klinkt het allemaal veel lekkerder. Ik vond de band twee jaar geleden vooral een curiositeit, maar wat heeft Khruangbin in muzikaal opzicht een sprong gemaakt. Het gitaarwerk op het album is geweldig en ook de rest klopt, inclusief de toevoeging van vocalen, die de muziek van de band een stuk interessanter maken. Mordechai van Khruangbin doet het geweldig op de achtergrond op een snikhete zomerdag, maar verdient het ook om volledig uitgeplozen te worden.


Mordechai, het vierde album van de Texaanse band Khruangbin, kon een week of zes geleden rekenen op zeer lovende recensies. Ik heb het een paar keer geprobeerd met het album, maar liet me bij de gematigde temperaturen van dat moment nog niet verleiden door de muziek van Khruangbin. Nu we zijn beland in een officiële hittegolf heb ik het nog eens geprobeerd met het album en direct bij de eerste poging beviel het me al een stuk beter. 
Ligt het aan het weer of ben ik inmiddels gewend aan de bijzondere klanken van de band uit Burton, Texas? 

Laat ik met het weer beginnen. Mordechai is absoluut een album dat uitstekend gedijt in een zomerse setting. De muziek van Khruangbin is loom en broeierig en lijkt dankzij de funky injecties gemaakt voor de warmste zomeravonden. De hoge temperaturen van het moment spelen dus zeker een rol bij de makkelijkere acceptatie van Mordechai, maar er is meer. Waar het album bij eerste beluistering voor mij nog wat doelloos voortkabbelde, hoor ik nu de muzikaliteit van de Amerikaanse band. 

Ik kende Khruangbin tot voor kort alleen van Con Todo El Mundo, waarmee de band in 2018 opdook. Het album liet een verassend, voornamelijk instrumentaal geluid vol invloeden horen. Het sprak me destijds wel aan, maar ik moet eerlijk toegeven dat ik het album in de twee jaren die volgden niet meer heb beluisterd. 

Vergeleken met Con Todo El Mundo klinkt Mordechai veel strakker en ook veel zwoeler. Waar de band op het album waarmee het doorbrak in muzikaal opzicht zeker geen onuitwisbare indruk maakte, doet Mordechai dit wel. In de zwoele openingstrack vloeien psychedelica en soul prachtig samen op een manier waarop dit in de jaren 70 gebruikelijk was. De hechte basis van bas, drums en keyboards vormt een mooie ondergrond voor speelse gitaarlijnen, die weer fraai kleuren bij de wat op de achtergrond opgenomen vocalen, die het geluid van de band wel wat toegankelijker maken. Eerder dit jaar liet de band overigens op de EP met Leon Bridges horen hoe goed het klinkt met een goede zanger.

Mordechai richt zich een album lang op broeierige zomeravonden, maar varieert flink met haar geluid. Na de psychedelische of kosmische soul uit de openingstrack volgt in de tweede track de funk, met een duidelijke verwijzing naar de muziek van Chic. In de tracks die volgen gaat de muziek van Khruangbin steeds een andere kant op. Van Caraïbische klanken en reggae en dub tot flirts met de filmmuziek van Serge Gainsbourg, iedere track klinkt weer net wat anders, maar alles bij elkaar genomen is Mordechai een consistente soundtrack van een mooie zomer. 

In eerste instantie hoorde ik vooral de zomerse klanken, maar inmiddels hoor ik ook beter hoe mooi het gitaarwerk op het album is, hoe strak en degelijk de ritmesectie, hoe avontuurlijk de elektronische accenten en hoe functioneel de zang, die de muziek van Khruangbin veel toegankelijker maakt. 

Natuurlijk is het zo dat Mordechai het vooral goed zal doen in een zomerse of zelfs tropische setting, maar in deze setting is het veel meer dan wat zomaar op een hoop gegooide zonnige klanken. Con Todo El Mundo vond ik twee jaar geleden vooral een curiositeit, maar op Mordechai hoor ik ook het muzikaal vakmanschap van de Texaanse band. Erwin Zijleman

De muziek van Khruangbin is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://khruangbin.bandcamp.com/album/mordechai.
Mordechai van Khruangbin is verkrijgbaar via de Mania webshop:
LP (Clear), 24,99 euro
LP, 24,99 euro
CD, 16,99 euro

   


zondag 9 augustus 2020

Mary Chapin Carpenter - The Dirt And The Stars

Een volgend topalbum van Mary Chapin Carpenter, die inmiddels al een aantal decennia hele goede albums maakt, maar de afgelopen jaren in absolute topvorm verkeert
Een beetje melancholie is Mary Chapin Carpenter niet vreemd en daarom is ook The Dirt And The Stars weer een album dat beter past in de herfst dan op een snikhete zomerdag. Toch valt er ook op deze zomerdag weer veel te genieten, want de Amerikaanse singer-songwriter heeft wederom een topalbum afgeleverd. Ook The Dirt And The Stars werd weer geproduceerd door Ethan Johns en die weet precies in welke setting de doorleefde stem van Mary Chapin Carpenter het best tot zijn recht komt. De instrumentatie en productie zijn prachtig en dat geldt ook voor de zang, de songs en de verhalen van de Amerikaanse singer-songwriter, die al decennia met de besten mee kan.

De Amerikaanse singer-songwriter Mary Chapin Carpenter debuteerde in 1987 en heeft sindsdien een bijzonder indrukwekkend CV opgebouwd. In de jaren 90 verzamelde ze de ene na de andere Grammy en gingen haar vooral country getinte albums als warme broodjes over de toonbank, maar als ik een keuze mag maken uit het inmiddels imposante oeuvre van Mary Chapin Carpenter, kies ik voor de albums die ze de afgelopen jaren uitbracht. 

Het in 2015 verschenen en met de gewilde Nashville producer Dave Cobb gemaakte The Things That We Are Made Off en het door Ethan Johns geproduceerde Sometimes Just The Sky uit 2018 haalden mijn jaarlijstje en daar kan ook het deze week verschenen The Dirt And The Stars zomaar in belanden. 

Ook op The Dirt And The Stars werkt de Amerikaanse singer-songwriter samen met de gelouterde producer Ethan Johns. Het nieuwe album van de muzikante uit Virginia werd ook dit keer gemaakt met haar eigen band en ook dit keer verhuisde het hele gezelschap naar de Real World Studios van Peter Gabriel in het Zuid-Engelse Bath, waar het album nagenoeg live werd opgenomen. 

Toch is The Dirt And The Stars niet helemaal te vergelijken met de terecht bejubelde voorganger, want waar Mary Chapin Carpenter op haar vorige album oudere songs uit haar eigen catalogus opnieuw bewerkte, schreef ze voor The Dirt And The Stars een aantal nieuwe songs. 

Ethan Johns tekent ook dit keer voor een prachtig geluid, waarin flink wat instrumenten opduiken, maar dat zeker niet overvol is. Met name het snarenwerk op het album is weer van hoge kwaliteit, wat ook niet zo gek is wanneer je een beroep kunt doen op een topkracht als Duke Levine, die prachtig ingetogen speelt, maar ook een paar keer mag soleren. 

Mary Chapin Carpenter wordt al een aantal decennia geprezen om haar songwriting skills en ook op The Dirt And The Stars zijn de songs van een bijzonder hoog niveau. Het zijn songs die onmiddellijk vertrouwd en memorabel klinken en die warm aanvoelen door de bijzonder mooie instrumentatie en productie. Minstens even mooi is de zang van Mary Chapin Carpenter, die wat donkerder en doorleefder klinkt dan in haar jonge jaren. Het is een stem die wat mij betreft alleen maar aan kracht heeft gewonnen en je op The Dirt And The Stars onmiddellijk grijpt. 

Mary Chapin staat niet bekend om haar vrolijke teksten en ook de songs op haar nieuwe album staan weer deels in het teken van persoonlijk leed, waarna de Amerikaanse singer-songwriter ook nog eens stil staat bij de slechte staat waarin haar vaderland verkeert. 

Ik was zoals eerder gezegd bijzonder onder de indruk van de vorige twee albums van Mary Chapin Carpenter, maar het donkere en doorleefde The Dirt And The Stars is nog net wat mooier en behoort absoluut tot de beste albums die Mary Chapin Carpenter in haar inmiddels vijf decennia bestrijkende carrière heeft gemaakt. Het is ook een veelzijdig album want de muzikante uit Virginia bestrijkt binnen de Amerikaanse rootsmuziek inmiddels een breed palet. Midden in de zomer een album uitbrengen is misschien geen handige keuze en het donkere The Dirt And The Stars past ook niet heel goed bij de temperaturen van het moment, maar het is echt een album om te koesteren. Erwin Zijleman

The Dirt And The Stars van Mary Chapin Carpenter is verkrijgbaar via de Mania webshop:
2LP, 29,99 euro
CD, 16,99 euro



zaterdag 8 augustus 2020

Deep Purple - Whoosh!

Wie verwacht er van Deep Purple nog een album dat er toe doet? Ik zeker niet, maar Whoosh! is echt een heerlijk album vol echo’s uit het verleden en verrassend sterke songs
Ik moest er even in komen, maar als de meedogenloze gitaarriffs van Steve Morse uit de speakers knallen, het orgel van Don Airey ronkt, de door Roger Glover en Ian Paice gevormde ritmesectie het geluid opstuwt en de stembanden van Ian Gillan opeens 50 jaar jonger klinken dan ze zijn, is de magie van de eerste helft van de jaren 70 terug. Deep Purple teert meer dan 50 jaar na de oprichting echter zeker niet alleen op het verleden, maar durft ook stappen te zetten in de uitstekende songs op het nieuwe album. Een oude jeugdliefde keert terug en blijkt bijna net zo mooi en onweerstaanbaar als 45 jaar geleden. Het kan normaal gesproken niet, maar Deep Purple flikt het.

Ik heb het voor de zekerheid maar even opgezocht, maar het meest recente Deep Purple dat ik in de kast heb staan was tot voor kort Burn uit 1974. Na dit album viel de band voor een belangrijk deel uit elkaar en de nieuwe bezetting wist de oude glorie niet in ere te herstellen. 

De band heeft sindsdien in uiteenlopende samenstellingen een flink aantal albums gemaakt, maar ik heb ze allemaal laten liggen. Het geldt ook voor de twee studioalbums die de band de afgelopen tien jaar maakte, al maakten de lovende recensies me in 2013 Now What?!) en 2017 (InFinite) wel wat nieuwsgierig. Deze nieuwsgierigheid was niet meer te bedwingen nadat ik de eerste recensies van Whoosh! had gelezen. 

Van de band die in 1968 werd geformeerd is alleen drummer Ian Paice nog over, maar uit de bezetting die in de eerste helft van de jaren 70 wereldberoemd werd, zijn ook bassist Roger Glover en zanger Ian Gillan nog over, waardoor de huidige bezetting alle recht heeft om de naam Deep Purple te dragen. 

Op Whoosh! moet de band het uiteraard doen zonder de in 2012 overleden toetsenist John Lord en ook zonder stergitarist Ritchie Blackmore, die de band halverwege de jaren 90 definitief de rug toekeerde, maar met gitarist Steve Morse en toetsenist Don Airey heeft de band prima vervangers in huis gehaald en het zijn vervangers die inmiddels al flink wat jaren Deep Purple op hun CV hebben staan. 

Over ervaring heeft Deep Purple anno 20202 dus niet te klagen, maar moeten we van zestigers en zeventigers nog een album verwachten dat de magie van weleer ook maar enigszins kan benaderen? Voor beluistering van Whoosh! was ik geneigd om deze vraag negatief te beantwoorden, maar het nieuwe album van Deep Purple heeft me zeer aangenaam verrast. 

Whoosh! opent wat symfonischer dan ik me de band herinner, maar ook de gitaarriff in de openingstrack is geweldig en de zang van Ian Gillan valt me zeker niet tegen. De flirts met progrock geven de band een net wat ander geluid, al hoor je de bluesy hardrock nog terug in het gitaarwerk. Het oude geluid van de band komt vanaf de tweede track wat nadrukkelijker aan de oppervlakte. Enerzijds vanwege het geweldige gitaarwerk en de zang vol bravoure, maar ook vanwege het voor Deep Purple zo karakteristieke orgel. 

Dat de leden van de band hun muzikale kunsten niet verleerd zijn is op zich niet verbazingwekkend, maar dat de songs zo goed zijn is dat wel. Deep Purple staat op Whoosh! met minstens één been in het verleden, maar de band heeft haar geluid samen met topproducer Bob Ezrin ook flink opgepoetst, zodat je geen moment het idee hebt dat je naar een aantal heren op leeftijd die mijmeren over het verleden aan het luisteren bent. Dat Deep Purple een jeugdliefde was helpt absoluut bij het genieten van het nieuwe album van de band, maar ik ben vast niet de enige die de band ooit bewonderde maar de afgelopen decennia totaal heb genegeerd. 

Zeker in de songs met meedogenloze gitaarriffs, een ronkend orgel en de verrassend lenige stembanden van Ian Gillan teert Deep Purple deels op oude glorie, maar de band verkent op Whoosh! ook zeker nieuwe richtingen, waaronder uitstapjes richting progrock of juist richting wat lichtvoetigere songs. Ik moest er absoluut even in komen, maar sindsdien wordt het nieuwe album van Deep Purple alleen maar leuker en verslavender. Erwin Zijleman

Whoosh! van Deep Purple is verkrijgbaar via de Mania webshop:
2LP+DVD, 26,99 euro
CD+DVD, 19,99 euro
Box-set (collector’s item), 69,99 euro


   

vrijdag 7 augustus 2020

Thanya Iyer - KIND

Thanya Iyer neemt je met haar fascinerende muziek vol invloeden mee naar surrealistische landschappen, die vervolgens sneller van kleur veranderen dan de gemiddelde kameleon
Laat KIND van Thanya Iyer voor het eerst uit de speakers komen en de kans is groot dat je er niet veel mee kunt. De muziek van de Canadese muzikante schiet alle kanten op en knoopt invloeden uit onder andere de folk, jazz, psychedelica, wereldmuziek en avant garde op buitengewoon fascinerende wijze aan elkaar. Soms loom en broeierig, soms gejaagd en tegendraads, maar altijd spannend en intrigerend. Ik ken geen ander album als KIND van Thanya Iyer en hoe vaker ik naar het album luister, hoe mooier ik het vind. Wees vooral geduldig met dit album, want er komt echt een moment dat echt alles op zijn plek valt.

Je hebt albums waarover je meteen een duidelijke mening hebt; je vindt het geweldig of je vindt het helemaal niets. Het zijn de makkelijke albums voor mij als recensent. De albums in de tweede categorie schuif ik heel snel terzijde (ik bespreek immers alleen de krenten uit de pop), terwijl ik over albums in de eerste categorie over het algemeen redelijk snel en makkelijk een recensie schrijf. 

Veel lastiger zijn de albums waarover ik ook na een paar keer luisteren nog geen duidelijke mening heb en als het ook nog eens albums zijn die me op een of andere manier hopeloos intrigeren, heb ik een groot probleem. KIND van Thanya Iyer is zo’n album. 

Thanya Iyer is een uit het Canadese Montreal afkomstige muzikante. De stad heeft een traditie wanneer het gaat om muziek die flink buiten de lijntjes kleurt en Thanya Iyer doet de reputatie van haar thuishaven absoluut eer aan. KIND wordt op veel plekken in het hokje folk geduwd, maar met alleen het etiket folk doe je het album flink tekort. Het tweede album van de Canadese muzikante klinkt af en toe folky, maar ik hoor minstens net zo vaak invloeden uit de jazz en hiernaast verwerkt Thanya Iyer flink wat invloeden uit de psychedelica en avant garde in haar muziek, om het met nog wat invloeden uit de Indiase muziek af te maken. 

Ik kom op het Internet nog maar heel weinig recensies van het album tegen en dat begrijp ik ook wel. Zelf vind ik het ook nog altijd lastig om iets over KIND van Thanya Iyer op te schrijven. KIND is immers een vast vol tegenstrijdigheden. De Canadese muzikante beschikt over een aangenaam stemgeluid en het is een stemgeluid dat uitstekend zou passen in lome folky en jazzy popsongs. Aan deze popsongs begint de singer-songwriter uit Montreal ook met enige regelmaat, maar de songs op KIND ontsporen makkelijk. Soms in jazzy experimenten, soms in bijna klassieke klanken, maar de vooral organische klanken op het album kunnen ook zomaar omslaan in vervreemdende elektronica. Het tempo op het album ligt over het algemeen laag, maar tempowisselingen liggen altijd op de loer. 

KIND is een album dat alle aandacht opeist. Als je het album op de achtergrond laat voortkabbelen ontgaan de meeste details in de muziek je en die details verdienen absoluut aandacht. Bij beluistering met de koptelefoon komt KIND van Thanya Iyer onmiddellijk tot leven. Natuurgeluiden en subtiele akoestische klanken draaien subtiel om de mooie en vooral ook bijzondere stem van de Canadese muzikante heen en als het tempo wat wordt opgevoerd hoor je hoe goed de drummer op het album is, waarna een enorme bak instrumenten over je wordt uitgestort.

KIND is een album dat je meesleurt naar surrealistische landschappen die ieder moment van kleur kunnen veranderen. Bij eerste beluistering klinkt het bijzonder ontoegankelijk, maar wanneer je toegeeft aan de muzikale wetten van Thanya Iyer valt langzaam maar zeker alles op zijn plek. KIND van Thanya Iyer is zeker geen album voor alle momenten, maar bij een zorgvuldige dosering is het een album vol magie. Ik heb er lang over gedaan, maar hoe vaker ik naar dit bijzondere album luister, hoe meer ik er van kan genieten. Dit overigens niet zonder me te verbazen, want KIND blijft ook na gewenning een buitengewoon fascinerende luistertrip vol verrassende wendingen. Erwin Zijleman

De muziek van Thanya Iyer is ook verkrijgbaar via har bandcamp pagina: https://thanyaiyer.bandcamp.com.

KIND van Thanya Iyer is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

Paul McCartney - Flaming Pie, Archive Collection

De volgende release in de Paul McCartney Archives serie en Flaming Pie is een hele mooie die niet al te veel onder doet voor de albums die de Britse muzikant in de jaren 70 uitbracht
Ik grijp niet zo heel snel naar het latere werk van Paul McCartney, maar voor Flaming Pie ga ik vaker een uitzondering maken. Op Flaming Pie grijpt McCartney terug op zijn werk met The Beatles en op zijn oudere solowerk en het pakt fantastisch uit. Het album staat niet alleen vol tijdloze McCartney songs, maar het zijn bovendien McCartney songs van het hoogste niveau. De instrumentatie is prachtig, de productie is vakwerk en McCartney zingt als in zijn beste jaren. Nu ook nog eens fraai geremastered en voorzien van veel bonusmateriaal. Een bijzonder mooie en waardevolle uitgave in de toch al zo mooie Archives Collection.

Als ik een album van Paul McCartney uit de kast trek, speel ik meestal op safe en kies ik er een uit de jaren 70 of hele vroege jaren 80 (tot en met Tug Of War uit 1982 kun je nauwelijks een slechte keuze maken). In de jaren die volgden waren de albums van Paul McCartney van wisselende kwaliteit, maar naast albums die het vooral van momenten moesten hebben, maakte de Britse muzikant ook een aantal uitstekende albums, met name in de late jaren 90 en in het huidige millennium. 

Egypt Station (2018), New (2013), Memory Almost Full (2007), Chaos And Creation In The Backyard (2005), Driving Rain (2001) en Run Devil Run (1999) waren stuk voor stuk prima albums, maar het beste albums in het tweede deel van de carrière van Paul McCartney is wat mij betreft toch Flaming Pie uit 1997. Het is desondanks een album dat ik nauwelijks heb beluisterd de afgelopen 23 jaar, tot vorige week een fraaie reissue van het album verscheen in de McCartney Archive Collection. 

McCartney liet zich tijdens de opnamen van Flaming Pie naar eigen zeggen inspireren door het omvangrijke Beatles Anthology project, dat destijds net was voltooid. Het is hoorbaar, want meer dan op de meeste andere albums die hij in de tweede helft van de jaren 80 en de jaren 90 afleverde, hebben de songs op Flaming Pie een hoog Beatles gehalte. Flaming Pie is een ontspannen klinkend album, waarop Paul McCartney niet probeert te vernieuwen, maar vooral doet waar hij goed in is. 

Ik had Flaming Pie al meer dan 20 jaar niet meer gehoord, maar direct vanaf de eerste noten van de hernieuwde kennismaking valt op hoe goed en tijdloos de songs op het album zijn. McCartney grijpt op Flaming Pie niet alleen terug op zijn beste jaren van zijn solocarrière en op de laatste jaren met de band die de geschiedenis van de popmuziek veranderde, maar weet ook een bijzonder hoog niveau te halen. De songs op het album dringen zich stuk voor stuk genadeloos op en na één keer horen zitten ze voorgoed in het geheugen. Geen loze bewering, want ondanks het feit dat ik Flaming Pie al zo’n 20 jaar niet meer gehoord had was het onmiddellijk een feest van herkenning. 

Paul McCartney wordt op het album bijgestaan door een waslijst aan muzikanten, waaronder de nodige strijkers en blazers, maar ook topkrachten als Steve Miller, Ringo Starr en Jeff Lynne, die het album werkelijk prachtig heeft geproduceerd. De geremasterde versie klinkt werkelijk perfect en laat een glashelder geluid vol nostalgie horen. 

Flaming Pie bevalt me veel beter dan verwacht en gaat nog heel vaak terugkeren. Liefhebbers van extra materiaal hebben van alles te kiezen, want de nieuwe versies van Flaming Pie variëren van uitgebreid tot zeer uitgebreid met voor de liefhebber een schat aan bonusmateriaal. Zelf beperk ik meestal tot het originele album en dat is ook in dit geval een uitstekende keuze (en een voordelige, want de meest luxe versie kost een klein vermogen). Ik ben vast niet de enige die Flaming Pie al tijden niet meer beluisterd heeft, maar ik zou het zeker weer eens doen. Uiteraard kun je hiervoor ook op Spotify terecht. Erwin Zijleman


Flaming Pie, Archives Collection van Paul McCartney is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

donderdag 6 augustus 2020

Lynn Miles - We'll Look For Stars

Lynn Miles draait al een aantal decennia mee, maar maakt diepe indruk met haar nieuwe album dat prachtig klinkt en je bij de strot grijpt met een fraai doorleefd klinkende stem
We’ll Look For The Stars had ik bijna over het hoofd gezien en wat zou dat zonde zijn geweest. Het nieuwe album van de Canadese singer-songwriter is immers een album waarop werkelijk alles klopt. De instrumentatie en productie zijn zeer smaakvol, de songs zijn veelzijdig en aansprekend en dan is er ook nog eens de doorleefde stem van Lynn Miles, die door de ziel snijdt als een warm mes door de boter. We’ll Look For The Stars wordt de afgelopen weken terecht bejubeld door een selecte groep critici en die hebben het absoluut bij het juiste eind. We’ll Look For Stars van Lynn Miles is van de eerste tot en met de laatste noot een uitermate indrukwekkende prachtplaat.

Lynn Miles voert deze maand de EuroAmericana Chart aan met haar laatste album We’ll Look For Stars. Het illustreert dat de muziek van de Canadese singer-songwriter wordt gewaardeerd door een grote groep liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek in Nederland en daarbuiten. 

Zonder de nummer 1 positie in de aansprekende lijst vol rootsmuziek had ik ook het nieuwe album van Lynn Miles waarschijnlijk over het hoofd gezien, want mijn relatie met de muziek van de singer-songwriter uit Ottawa, die al in 1987 debuteerde, is vooralsnog geen gelukkige. 

Als ik kijk naar de stapel albums die Lynn Miles de afgelopen decennia heeft uitgebracht heb ik er maar twee beluisterd. Night In A Strange Town uit 1999 vond ik destijds prachtig (en wordt niet voor niets beschouwd als het meesterwerk van Lynn Miles) en aan Love Sweet Love uit 2006 heb ik eerlijk gezegd geen duidelijke herinneringen, maar ik herken de cover. De rest ken ik eigenlijk niet, maar na beluistering van We’ll Look For Stars kan ik alleen maar concluderen dat ook het nieuwe album van de Canadese singer-songwriter zeer de moeite waard is. 

We’ll Look For Stars opent indringend met een track waarin we alleen een piano en de stem van Lynn Miles horen. De pianoklanken zijn mooi en stemmig, maar het is de stem van de singer-songwriter uit Ottawa die alle aandacht opeist. Het is een stem vol gevoel, emotie en doorleving, maar het is ook een stem met een duidelijk eigen geluid. Alleen het allergrootste ijskonijn krijgt waarschijnlijk geen brok in de keel bij beluistering van de openingstrack van We’ll Look For Stars, maar ik was direct diep onder de indruk. 

Van mij had Lynn Miles een album vol met sober gearrangeerde pianosongs mogen maken, maar in de tweede track laat ze een wat voller, maar nog altijd ingetogen geluid horen, dat haar muziek wat meer de richting van de folk en country op duwt. De instrumentatie blijft ondanks het wat vollere geluid buitengewoon stemmig en bevat nog altijd een randje melancholie. Het is een randje dat fraai verder wordt uitgebouwd met de stem van Lynn Miles, die wederom indruk maakt met doorleefde vocalen. 

Heel af en toe hoor ik wat van Dar Williams, maar Lynn Miles heeft ook een stemgeluid dat herinnert aan het verre verleden, wat van We’ll Look For Stars een tijdloos album maakt. Ook wanneer het geluid nog wat voller wordt en voorzichtig de zon doorbreekt in het geluid van Lynn Miles, blijft de Canadese singer-songwriter indruk maken met mooie klanken en met een stem die zich genadeloos opdringt en al het gevoel moeiteloos weet over te dragen aan de luisteraar. 

Alles op het nieuwe album van Lynn Miles klinkt even smaakvol, zeker wanneer ook pedal steel virtoous Greg Leisz nog eens aanschuift. De instrumentatie is veelzijdig, maar altijd subtiel en trefzeker en ook de veelkleurige stem van de Canadese singer-songwriter weet iedere keer de juiste snaar te raken. We’ll Look For Stars is een rootsalbum dat zich onmiddellijk opdringt, maar het is ook een album dat niet snel verveelt en eigenlijk alleen maar beter wordt. 

Het is vooral de stem van Lynn Miles die me steeds weer kippenvel bezorgt, maar We’ll Look For Stars is uiteindelijk een rootsalbum waarop alles klopt. Goede songs, mooie verhalen, een fraai en verzorgd geluid, voldoende variatie en steeds weer die stem die van alles met je doet. Prachtig. Erwin Zijleman

De muziek van Lynn Miles is verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Nederlandse distributeur: https://continentalrecordservices.bandcamp.com/album/well-look-for-stars-2.


We'll Look For Stars van Lynn Miles is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

woensdag 5 augustus 2020

Land Of Talk - Indistinct Conversations

Indistinct Conversations van Land Of Talk verrast afwisselend met zwoele klanken, gruizig gitaren, het nodige avontuur en experiment en altijd de prachtstem van Elizabeth Powell
Tot voor kort had ik nog nooit van Land Of Talk gehoord, maar inmiddels schaar ik de band onder mijn favorieten. Op Indistinct Conversations draait alles om Elizabeth Powell, die de persoonlijke songs schreef en je in dromenland brengt met haar bijzonder aangename stem. De songs van Land Of Talk zijn toegankelijk, maar zitten ook vol dynamiek en avontuur, het ene moment zwoel en verleidelijk, het volgende moment ruw en gruizig. Indistinct Conversations van Land Of Talk is een album waarop je maar nieuwe dingen blijft ontdekken, maar ondertussen is het ook een prima soundtrack voor een zwoele zomeravond. Heerlijk album.

Ondanks het feit dat ik al vele jaren wekelijks zoveel mogelijk nieuwe releases probeer te beluisteren, kom ik nog altijd met enige regelmaat bands tegen die al aan hun zoveelste album toe zijn, maar me desondanks nooit zijn opgevallen. Land Of Talk is zo’n band. 

De band uit het Canadese Montreal debuteerde in 2006 en bracht deze week met Indistinct Conversations al haar vijfde album uit. Of ik de vorige vier heb beluisterd weet ik niet, maar bij de eerste noten van Indistinct Conversations wist ik wel onmiddellijk dat Land Of Talk een band naar mijn hart is. 

Het vijfde album van de Canadese band opent met prachtig gitaarwerk, een subtiel spelende ritmesectie en de prachtig heldere stem van frontvrouw Elizabeth Powell, het enige vaste lid van de band. Het deed me in eerste instantie wel wat denken aan Mazzy Star, maar het gitaarspel is wat gruiziger, de muziek wat dynamischer en de zang wat minder zwoel. Aan het eind van de openingstrack wordt de muziek van Land Of Talk wat experimenteler en worden de gitaren steviger en speelde Land Of Talk voor mij al een gewonnen wedstrijd. 

Indistinct Conversations klinkt vaak een stuk rauwer dan in de openingstrack en doet dan nauwelijks meer aan Mazzy Star denken. Ik hoor echo’s van een jonge PJ Harvey, maar Land Of Talk verloochent ook haar afkomst niet en experimenteert zoals bands uit Montreal dit zo vaak doen, maar het de band schuurt net zo makkelijk tegen de zwoele pop van The Sundays aan. 

Donker en gruizige gitaarwerk en beukende drums worden afgewisseld met wonderschone gitaarlijnen die zelfs wat jazzy kunnen klinken en Elizabeth Powell zingt afwisselend rauw en lieflijk. De Canadese muzikante heeft voor Indistinct Conversations een aantal zeer persoonlijke songs geschreven, maar de ruwe emotie in de teksten hoor je niet direct terug in de zang, die meestal zacht is. De emotie hoor je op een of andere manier wel in het gitaarspel op het album, het oor lieflijk kan strelen, maar dat het ook ruw uit kan schreeuwen. 

Als ik luister naar Indistinct Conversations kan ik me nauwelijks voorstellen dat ik de vorige albums van de band rond Elizabeth Powell gemist heb, want Land Of Talk sluit uitstekend aan op mijn smaak. De muziek van de Canadese band is betoverend en dromerig, maar het album is ook rauw en dynamisch. Voor de zang van Elizabeth Powell kun je me ’s nachts wakker maken, maar ook de instrumentatie op Indistinct Conversations is van een bijzonder hoog niveau. Soms mysterieus en bezwerend, soms rauw en meedogenloos, maar altijd trefzeker en avontuurlijk. 

Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je hoe veel er gebeurt op het album en hoor je hoe met name het gitaarwerk steeds weer van kleur verschiet telkens het experiment opzoekt. Het wordt fraai ondersteund door drumwerk dat al even makkelijk schakelt tussen subtiele klanken en het stevige werk en altijd is er de prachtige stem van Elizabeth Powell, die alles prachtig met elkaar verbindt en je stiekem keer op keer betovert met fraaie klanken en een laagje emotie. 

Ook de songs op het album zitten vol tegenstrijdigheden. Soms oorstrelend toegankelijk, soms onnavolgbaar en experimenteel. Indistinct Conversations is zoals gezegd mijn eerste kennismaking met de muziek van Land Of Talk, maar het smaakt echt naar veel en veel meer. Erwin Zijleman

De muziek van Land Of Talk is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://landoftalk.bandcamp.com/album/indistinct-conversations.


Indistinct Conversations van Land Of Talk is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

dinsdag 4 augustus 2020

Alanis Morissette - Such Pretty Forks In The Road

Alanis Morissette keert na acht jaar afwezigheid terug met een donker album vol persoonlijke ellende en flink wat drama en bombast, maar ook een aantal prima songs
Alanis Morissette kan na Jagged Little Pill niet meer rekenen op de sympathie van de critici, maar ik vind nagenoeg al haar albums van een heel behoorlijk niveau. Het geldt ook weer voor Such Pretty Forks In The Road, dat natuurlijk niet net zo goed is als Jagged Little Pill, maar absoluut flink wat goede songs bevat. Het zijn songs die donker gekleurd worden door de diepe dalen waar Alanis Morissette doorheen is gegaan en het zijn songs die het bombast af en toe niet schuwen. Piano en strijkers staan vaak centraal en kleuren fraai bij de zo herkenbare zang van de Canadese singer-songwriter, die wat mij betreft gewoon een prima album heeft afgeleverd. 

Precies 25 jaar geleden verscheen Jagged Little Pill van de Canadese muzikante Alanis Morissette. Het is een album dat wat mij betreft behoort tot de beste albums van de jaren 90 en het is een album dat sindsdien hele hordes jonge vrouwelijke muzikanten heeft beïnvloed. 

Jagged Little Pill was overigens niet het echte debuut van Alanis Morissette, ze maakte aan het begin van de jaren 90 als Alanis twee niemendalletjes, maar wel het album waarmee ze zichzelf wereldwijd op de kaart zette. Het is een album dat de Canadese muzikante nooit meer zal overtreffen of zelfs maar benaderen, waardoor de critici vrijwel alle albums die volgden op haar meesterwerk hebben afgebrand. 

Door mijn liefde voor Jagged Little Pill probeer ik Alanis Morissette altijd het voordeel van de twijfel te geven. Ik ben dan ook niet zo negatief over de meeste albums die de muzikante uit Ottawa sinds Jagged Little Pill heeft uitgebracht. Eigenlijk kon ik alleen de akoestische versie van het album niet verdragen, maar alle andere albums hadden minstens hun momenten. Het gold, ondanks alle psychologie van de koude grond, voor het in 2012 verschenen en tot voor kort laatste album Havoc And Bright Lights en het geldt wat mij betreft ook voor het deze week verschenen Such Pretty Forks In The Road, al moet je af en toe wel door wat zure appels heen bijten. 

In een week waarin de zon volop schijnt, komt Alanis Morissette op de proppen met een aardedonker album. De Canadese singer-songwriter ging de afgelopen jaren door hele diepe dalen en moet op haar nieuwe album de nodige ellende van zich af zingen. 

Liefhebbers van een rockende Alanis Morissette komen ook dit keer niet aan hun trekken. Gitaren spelen op Such Pretty Forks In The Road een ondergeschikte rol en moeten hun meerdere herkennen in piano, synths en strijkers. Alanis Morissette kiest op haar nieuwe album vooral voor ballads en het zijn ballads vol melancholie, frustratie en weemoed. 

In de openingstrack Smiling laat Such Pretty Forks In The Road direct het uit duizenden herkenbare Alanis Morissette geluid horen. Deels vanwege de soms aan Uninvited herinnerende instrumentatie, maar vooral door de bijzondere stem van Alanis Morissette, die wel wat doorleefder klinkt dan in de jaren waarin ze doorbrak als ‘angry young woman’. 

In de eerste twee tracks op het album spelen gitaren nog een rol van betekenis en deze tracks overtuigden me dan ook direct. Track 3, Reasons I Drink bevalt me veel minder, al is het maar omdat het me in het refrein aan het Nederlandse songfestival liedje van vorig jaar doet denken. Ook de rest van Such Pretty Forks In The Road is niet van een constant niveau. Een aantal songs zijn echt prima, maar er staan ook wel wat mindere tracks op, al zijn de tracks die er in positieve zin uitspringen wat mij betreft wel verreweg in de meerderheid. 

De productie van Catherine Marks (Foals, Manchester Orchestra, The Killers, Wolf Alice) bevalt me uiteindelijk wel. Het is een productie met een wat in elkaar gedrukt geluid, maar het past goed bij de stem van Alanis Morissette, die soms wat ruw en direct is opgenomen, wat weer past bij de donkere thematiek. 

Natuurlijk mag ook Such Pretty Forks In The Road weer niet in de schaduw staan van Jagged Little Pill, maar ook dit vind ik zeker geen slecht Alanis Morissette album, misschien zelfs wel een van haar betere, maar dat zal de tijd leren. Erwin Zijleman


Such Pretty Forks In The Road van Alanis Morissette is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

maandag 3 augustus 2020

Gillian Welch & Dave Rawlings - Boots No. 2, The Lost Songs, Vol. 1. / All The Good Times

Gillian Welch neemt een duik in haar archieven en levert met Dave Rawlings ook nog eens een intiem lockdown album af, wat in één klap twee geweldige Gillian Welch albums oplevert
Ik volg het nieuws rond Gillian Welch kennelijk niet zo goed, want het samen met Dave Rawlings gemaakte All The Good Times is me twee weken geleden ontgaan. Ik kwam het album op het spoor door de release van de verzameling restmateriaal op Boots No. 2, dat weer onderdeel blijkt van een nog dit jaar te completeren trilogie. Het zijn in kwantitatief opzicht goede tijden voor de liefhebbers van de muziek van Gillian Welch en Dave Rawlings en ook in kwalitatief opzicht valt er niets te klagen. Beide albums bevatten vooral sober ingekleurde songs met de zo herkenbare stemmen van het tweetal uit Nashville. Bij elkaar anderhalf uur smullen van de unieke muziek van Gillian Welch en Dave Rawlings en er is nog veel meer op komst.

Er is de afgelopen 15 jaar veel gesproken over de vermeende writer’s block van Gillian Welch, maar deze zou inmiddels wel erg lang duren en bovendien is er nooit bewijs voor aangedragen. Het lijkt er op dat de Amerikaanse singer-songwriter en haar partner Dave Rawlings vooral erg kritisch zijn op hun werk. 

We moeten daarom blij zijn met alles dat wel komt en dus werd ik een week of twee geleden aangenaam verrast door de aankondiging van de release van Boots No. 2,  The Lost Songs, Vol. 1. Het is de opvolger van Boots No. 1, The Official Revival Bootleg uit 2016 dat restmateriaal bevatte van de sessies die uiteindelijk haar debuut Revival uit 1996 opleverden. 

Het voegde vijf kwartier interessante muziek toe aan het oeuvre van Gillian Welch en daar komt met Boots No. 2 nog eens drie kwartier bij. En er zit nog veel meer in het vat, want Boots No. 2 is pas het eerste deel met “lost songs”. De overige twee delen verschijnen als het goed is de komende maanden zodat 2020 zomaar een prachtig jaar voor de liefhebbers van Gillian Welch lijkt te worden. 

Het wordt nog mooier, want toen ik het album opzocht op de bandcamp pagina van de singer-songwriter uit Nashville, Tennessee, zag ik daar ook All The Good Times staan. Het is een album van Gillian Welch en Dave Rawlings dat een paar weken geleden uit het niets werd uitgebracht en waar ik nog niets over ben tegengekomen. Het maakte de aangename verrassing nog wat groter. 

Goed, eerst Boots No. 2,  The Lost Songs, Vol. 1. Het is net als Boots No. 1 een album dat gevuld is met restmateriaal en dit keer gaat het om restmateriaal dat stamt uit de eerste jaren van het huidige millennium, waarin Gillian Welch twee prachtige albums uitbracht, Time (The Revelator) uit 2001 en Soul Journey uit 2003. Boots No. 2, The Lost Songs. Vol. 1 bevat restmateriaal uit deze periode en het is restmateriaal dat varieert van demo’s tot opgenomen songs die uiteindelijk net de albums niet haalden. 

De meeste songs op het album zijn sober. Akoestische gitaar en zang vormen de belangrijkste bestanddelen van de meeste songs op het album, hier en daar aangevuld met prachtig ander snarenwerk van Dave Rawlings. Het is sober, maar het is ook vanaf de eerste noten het uit duizenden herkenbare Gillian Welch geluid, die uitstekend uit de voeten kan met sobere klanken. 

Time (The Revelator) is mijn favoriete Gillian Welch album en ook het restmateriaal uit de vroege jaren 00 bevalt me uitstekend. Het snarenwerk is sober maar ook warm en de stem van Gillian Welch is er een waarvoor ik nog altijd makkelijk smelt. Boots No. 2 bevalt me nog wat beter dan zijn voorganger en dan is er ook nog het vooruitzicht dat we nog twee delen tegoed hebben. Het is een prachtig vooruitzicht. 

En dan is er dus ook nog All The Good Times, dat volgens de cover All The Good Times Are Past And Gone heet. Het is een album dat Gillian Welch en Dave Rawlings opnamen tijdens de corona lockdown. 
Het met eenvoudige middelen opgenomen album bevat 10 songs en het zijn allemaal covers of bewerkingen van traditionals. 

Ook dit keer moeten we het doen met fraai snarenwerk en de stemmen van Gillian Welch en Dave Rawlings, die elkaar afwisselen en bovendien tekenen voor geweldige harmonieën. 

De songs van onder andere Bob Dylan en John Prine en de door Dave Rawlings en Gillian Welch bewerkte traditionals worden stuk voor stuk voorzien van het unieke stempel van het tweetal uit Nashville en vormen een wat weemoedige maar bijzonder fraaie soundtrack van het leven in corona tijd. 

All The Good Times klinkt meestal nog wat ruwer dan het restmateriaal van Boots No. 2, maar het pakt geweldig uit, al is het maar omdat de stemmen van Gillian Welch en Dave Rawlings in een sobere muzikale setting alleen maar krachtiger worden. 

We kunnen het nog lang hebben over de writer’s block van Gillian Welch, maar met vier albums in een jaar tijd hebben we natuurlijk niets te klagen. Ik teer al vele jaren op al het moois dat Gillian Welch in het verleden maakte, maar ben heel blij met al dit nieuwe werk, dat nog maar eens de unieke talenten van Gillian Welch en Dave Rawlings onderstreept. Erwin Zijleman

De muziek van Gillian Welch is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://gillianwelch.bandcamp.com.

   

   

   

zondag 2 augustus 2020

Fontaines D.C. - A Hero's Death

Fontaines D.C. maakte vorig jaar een onbetwiste jaarlijstjesplaat en doet dat nu nog eens met het donkere en dreigende maar ook spannende en bezwerende A Hero’s Death
Dublin werd vorig jaar weer stevig op de muziekkaart gezet door Dogrel, waarmee de Ierse band Fontaines D.C. op indrukwekkende wijze debuteerde. Na zo’n debuut volgt meestal een moeilijk tweede album, maar A Hero’s Death heeft geen last van de erfenis van zijn zo bewierookte voorganger. De band uit Dublin heeft vooral het donkere deel van Dogrel verder uitgewerkt en kiest wat meer dan op het debuut voor de postpunk. Het is postpunk die zich genadeloos opdringt door de fraaie instrumentatie, de bijna gesproken zang en de onderhuidse spanning die is verwerkt in bijna alles songs. Ik schrijf ook deze alvast op voor het jaarlijstje.

Postpunk associeer ik eerder met de herfst en de winter dan met de lente en de zomer, maar dit jaar is alles anders. De afgelopen weken verschenen met Ultimate Success Today van de Amerikaanse band Protomartyr en Fad van de Ierse band Silverbacks al twee geweldige albums die niet misstaan in het hokje postpunk en deze albums krijgen deze week gezelschap van een volgend geweldig postpunk album. 

Dat album komt zeker niet als een verrassing, want A Hero’s Death van Fontaines D.C. werd een paar maanden geleden al aangekondigd en kan zomaar een van de grote albums van 2020 worden. 

De uit het Ierse Dublin afkomstige band imponeerde vorig jaar met haar prachtige debuut Dogrel, dat terecht opdook in menig jaarlijstje. Op haar debuut verwerkte de Ierse band flink wat invloeden uit de archieven van de postpunk, maar Dogrel schoot ook allerlei andere kanten op, wat een imposant lijstje vergelijkingsmateriaal opleverde. Het was een lijstje dat varieerde van Joy Division tot The Clash en van The Smiths tot The Cure, maar met het noemen van namen deed je de veelzijdigheid van het debuut van Fontaines D.C. vooral tekort. 

A Hero’s Death is het altijd moeilijke tweede album na een in brede kring bejubeld debuut, maar de band uit Dublin lijkt geen last te hebben van het syndroom na een droomdebuut. A Hero’s Death is ook wel een wat ander album dan Dogrel. Het tweede album van Fontaines D.C. is eenvormiger dan zijn voorganger en het is ook een wat donkerder en indringender album. Het is bovendien een album met wat complexere songs, al geldt dat niet voor alle songs op het album.

De openingstrack I Don’t Belong laat direct horen welke kant het op gaat op A Hero’s Death. De bassen zijn diep, de drums straks en monotoon, de gitaarlijnen fraai maar donker en de bijna gesproken zang van voorman Grian Chatten is wederom sfeerbepalend. Er zitten veel repeterende elementen in zowel de zang als de muziek, wat het bezwerende karakter van de openingstrack van A Hero’s Death versterkt. 

Fontaines D.C. overschreed de grenzen van de postpunk op haar debuut met grote regelmaat, maar het tweede album van de band is meer een postpunk album. De ingrediënten van de fraaie openingstrack keren keer op keer terug, maar omdat de Ierse band varieert met de ritmes en met het gitaarwerk en ook een aantal keren flink gas terug neemt met ingetogen songs, is A Hero’s Death zeker geen monotoon album. 

Waar Dogrel een deel van zijn kracht ontleende aan de diversiteit, ontleent het tweede album van Fontaines D.C. zijn kracht juist aan de eenvormigheid, of beter gezegd consistentie. Het levert een album op dat de zonnestralen verdrijft met gitzwarte wolken en het is een album dat zich genadeloos opdringt. 

Fontaines D.C. heeft niet geprobeerd om Dogrel 2 te maken, maar is dieper de postpunk ingedoken en levert een album af dat in het genre met de allerbeste albums mee kan. Het blijft muziek die zich lastig gaat combineren met een mooie zomerdag, maar ook op de mooiste zomerdag ligt een stevige onweersbui altijd op de loer. 

Naarmate het album vordert, duikt er toch nog wat variatie op. De net wat meer ingetogen songs zijn ook net wat lichtvoetiger en verruilen de postpunk iconen eenmaal zelfs voor een vleugje Oasis (You Said), maar het is toch postpunk die domineert op A Hero’s Death, tot de band aan het eind nog een keer gas terug neemt. Het tweede album van Fontaines D.C. moet en zal nog wel even groeien, maar wat mij betreft is de missie nu al geslaagd. Erwin Zijleman

De muziek van Fontaines D.C. is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://fontainesdc.bandcamp.com/album/a-heros-death.


A Hero's Death van Fontaines D.C. is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

zaterdag 1 augustus 2020

Mike Polizze - Long Lost Solace Find

Mike Polizze laat de gruizige rock van zijn bands, met hulp van stadgenoot Kurt Vile, achter zich op zijn eerste soloalbum, dat direct overtuigt maar vervolgens alleen maar beter wordt
Long Lost Solace Find van Mike Polizze verovert je onmiddellijk op een broeierige zomeravond, maar blijkt vervolgens een album met meerdere gezichten. Soms herinnert het album aan vervlogen tijden, maar minstens net zo vaak klinkt het eigentijds. Soms lijkt het heerlijk losjes gespeeld, maar het gitaarwerk is ondertussen om je vingers bij af te likken. Vriend Kurt Vile speelt mee en helpt uiteindelijk een flinke concurrent in het zadel. Long Lost Solace Find is een heerlijk ontspannen album met folky songs, maar het is ook een album dat je iedere keer weer nieuw dingen laat horen. Midden in de zomer verschijnt een debuut dat er zeer toe doet.

De promo cd van Long Lost Solace Find van Mike Polizze heb ik al een groot aantal weken in huis, maar de wat eenvoudig aandoende cover maakte me tot voor kort niet direct nieuwsgierig naar de muziek op het album (het oog wil immers ook wat). 

Mijn interesse voor het album werd eerder deze week wel gewekt door het feit dat het album van de Amerikaanse muzikant het album van de maand is in het september (!) nummer van het gerenommeerde Britse muziektijdschrift Uncut, waardoor ik toch nog vlak voor de release van het album kennis kon maken met het debuutalbum van Mike Polizze. 

Het is een album dat gemaakt lijkt voor de zomerse dagen die we dit jaar met enige regelmaat voorgeschoteld krijgen. De muziek van Mike Polizze is loom, dromerig en het grotendeels akoestische geluid op Long Lost Solace Find is absoluut te omschrijven als warmbloedig of zonnig. 

Long Lost Solace Find is het eerste soloalbum van Mike Polizze, die de afgelopen jaren aan de weg timmerde met zijn bands Birds Of Maya en Purling Hiss. Waar deze bands vooral stevige en vaak wat gruizige rockmuziek maakten, is de muziek op het soloalbum van Mike Polizze te omschrijven als melodieus en folky. 

Het deed me bij eerste beluistering wel wat aan de muziek van Kurt Vile denken en dat is niet alleen een vriend van Mike Polizze, maar hij is ook te horen op diens debuutalbum. De twee bevriende muzikanten bespeelden zelf alle instrumenten die zijn te horen op het album, dat werd opgenomen door de van The War On Drugs bekende opnametechnicus Jeff Ziegler. 

Akoestische en elektrische gitaren domineren het geluid op het album, maar er duiken ook onder andere orgels, een dobro, een harmonica en zelfs een trompet op. Long Lost Solace Find werd opgenomen in Philadelphia, Pennsylvania, ook de thuisbasis van zowel Mike Polizze als Kurt Vile, maar het album klinkt alsof het ergens in een schuur op het platteland werd opgenomen en dat is absoluut positief bedoeld. 

De muziek van Mike Polizze straalt op een of andere manier rust uit, waardoor het album het uitstekend doet op de broeierige zomeravond waarop ik deze recensie type. Je hoort goed dat Mike Polizze en Kurt Vile het album nagenoeg live opnamen, maar de wat losse sfeer op het album komt de kwaliteit alleen maar ten goede. 

Het akoestische fingerpicking gitaarspel op het album is ondertussen bijzonder fraai en ook de lome zang van Mike Polizze bevalt me zeer. Long Lost Solace Find is een album dat nadrukkelijk associaties oproept met folk, folkrock en nog wat andere muziek uit het verleden, maar het sluit ook naadloos aan op de muziek van muzikanten uit het heden als Steve Gunn en natuurlijk Kurt Vile. Het album van de muzikant uit Philadelphia klinkt soms bijna retro, maar het volgende moment is het toch weer muziek die alleen in het heden kan zijn gemaakt. 

Uncut heeft het album zoals gezegd uitgeroepen tot het album van de maand in haar onlangs verschenen nieuwe editie en daar kan ik me volledig in vinden. Het solodebuut van Mike Polizze is immers niet alleen een album dat een broeierige zomeravond voorziet van de juiste soundtrack, maar het is ook een album dat iedere keer dat je het hoort weer net wat beter is. Het uitdrukking “don’t judge a book by its cover” blijkt maar weer eens waar. Erwin Zijleman

De muziek van Mike Polizze is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://mikepolizze.bandcamp.com.


Long Lost Solace Find van Mike Polizze is verkrijgbaar via de Mania webshop: