30 november 2023

Shane MacGowan (1957-2023)


Ik zag de Britse band The Pogues ergens halverwege de jaren 80 in Amsterdam. Bij de eerste paar songs moest de band het doen zonder zanger Shane MacGowan, maar na een paar songs kwam hij dan toch het podium op gestrompeld. Het was een klein wonder dat hij nog kon staan en een nog groter wonder dat hij nog kon zingen, zeker in het tempo dat The Pogues destijds aanhielden. Het werd al snel een feestje, maar lang duurde het niet, want de Britse muzikant hield het na een paar tracks alweer voor gezien.
Wat dat betreft is het een klein wonder dat het kerstkind Shane MacGowan nog 65 jaar oud is geworden, maar ondanks het feit dat zijn gezondheid al jaren broos was kwam zijn overlijden vandaag toch als een schok. 

The Pogues werden in 1982 geformeerd in Londen, nadat Shane MacGowan zijn vorige band Nipple Erectors achter zich had gelaten. Het in 1984 verschenen debuutalbum van de Britse band trok nog niet heel veel aandacht, maar met Rum Sodomy & the Lash (1985) en If I Should Fall From Grace With God (1988) leverden The Pogues twee klassiekers af. Het zijn albums die stevig waren beïnvloed door de Ierse folk, maar dan uitgevoerd met een punky energie. 

Shane MacGowan drukte als songwriter en als zanger stevig zijn stempel op de muziek van de band, die met Peace And Love (1989) en Hell's Ditch (1990) nog twee uitstekende albums afleverde. Aan het begin van de jaren 90 was de positie van Shane MacGowan binnen The Pogues echter onhoudbaar geworden. Hij probeerde het nog wel als solomuzikant en met zijn band The Popes, maar drank en drugs hadden hun tol geëist. De afgelopen 25 jaar werd niet veel meer van Shane MacGowan vernomen en vandaag overleed hij op slechts 65-jarige leeftijd. De popmuziek heeft weer afscheid moeten nemen van een zeer markant persoon, die met name in de jaren 80 tot grootse daden in staat was. Erwin Zijleman


Hank Woji - Highways, Gamblers, Devils & Dreams

Hank Woji heeft de tijd genomen voor zijn zesde album, maar het bijna twee uur durende Highways, Gamblers, Devils & Dreams laat horen dat de Amerikaanse muzikant alleen maar beter is geworden
De uit Terlingua, Texas, afkomstige singer-songwriter Hank Woji trok tien jaar geleden de aandacht met zijn vierde album. Een jaar later volgde een vijfde album, maar sindsdien was het stil. Tot nu dan, want met een heus dubbelalbum laat de Amerikaanse muzikant nadrukkelijk van zich horen. Hank Woji maakt tijdloos klinkende Amerikaanse rootsmuziek met vooral invloeden uit de folk en de country en hij vertolkt zijn songs met veel gevoel. Heel vernieuwend is het misschien niet, maar wat vertelt Hank Woji mooie verhalen, wat schrijft hij goede songs en wat worden ze mooi uitgevoerd. Wordt het niet eens tijd voor de doorbraak van deze uitstekende singer-songwriter?



In 2013 en 2014 besprak ik twee albums van de Amerikaanse muzikant Hank Woji. Holy Ghost Town uit 2013 en The Working Life uit 2014 waren al het vierde en het vijfde album van de muzikant uit Terlingua, Texas, vlak bij de Mexicaanse grens. De muziek van Hank Woji werd in 2013 aangeprezen met de vergelijking met een groot aantal singer-songwriters van naam en faam, maar desondanks viel zijn muziek me zeker niet tegen. 

De Texaanse muzikant liet op deze albums horen dat hij een uitstekend songwriter was, vertelde prachtige verhalen, vertolkte zijn songs met hart en ziel, kon binnen de Amerikaanse rootsmuziek op een breed terrein uit de voeten en liet zich ook nog eens begeleiden door een aantal geweldige muzikanten, die tekenden voor een vooral door snareninstrumenten gedomineerd geluid. 

Sinds 2014 was het helaas stil rond Hank Woji, maar drie maanden geleden dook hij weer op. Dat was me in eerste instantie ontgaan, want het van een weinig aansprekende cover voorziene Highways, Gamblers, Devils & Dreams had mijn brievenbus weliswaar weten te vinden, maar was onder op de stapel terecht gekomen. Dankzij een reminder op MusicMeter kwam het album gelukkig toch nog van deze stapel af, want Hank Woji is de kunst van het schrijven en vertolken van geweldige songs zeker niet verleerd. 

Het is lang stil geweest rond de Texaanse muzikant, maar hij keert terug met maar liefst 23 songs en een kleine twee uur muziek. Het dubbelalbum Highways, Gamblers, Devils & Dreams ligt in het verlengde van de twee voorgangers, die ik in 2013 en 2014 zo goed vond, maar Hank Woji is alleen maar beter geworden. 

Ook op zijn nieuwe album maakt de Amerikaanse muzikant indruk met een serie geweldige songs, waarin hij ook dit keer mooie verhalen vertelt. Het zijn songs die ook een aantal decennia geleden gemaakt hadden kunnen worden, want Hank Woji heeft een voorliefde voor authentiek kllinkende songs. Het zijn songs met invloeden uit vooral de country en de folk, maar ook invloeden uit de blues, bluegrass, rock ‘n roll en jazz hebben hun weg gevonden naar het album. 

Highways, Gamblers, Devils & Dreams werd gedurende een langere periode overal en nergens opgenomen en klinkt fantastisch. Hank Woji laat zich steeds weer begeleiden door een aantal uitstekende muzikanten die een gloedvol en veelzijdig geluid laten horen. Het is een geluid waarin de snareninstrumenten nog altijd domineren, maar het geluid op Highways, Gamblers, Devils & Dreams is nog wat gevarieerder dan op de albums uit het verleden. 

Hank Woji is een verdienstelijk zanger, maar hij maakt ook op zijn nieuwe album weer vooral indruk als songwriter, al kan hij ook prima uit de voeten met de songs van anderen. Voor muzikale vernieuwing moet je niet bij Hank Woji zijn, maar liefhebbers van tijdloze en met veel passie gespeelde Amerikaanse rootsmuziek zullen smullen van Highways, Gamblers, Devils & Dreams, dat de aandacht verrassend makkelijk een uur en vijftig minuten lang vast weet te houden. 

Hank Woji begon in 2014 net wat aandacht te trekken met zijn muziek, maar is door de lange stilte helaas weer wat uit beeld verdwenen. Met Highways, Gamblers, Devils & Dreams verdient de Amerikaanse muzikant echter weer met onmiddellijke ingang zijn plekje in de spotlights. Erwin Zijleman

De muziek van Hank Woji is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikant: https://hankwoji.bandcamp.com/album/highways-gamblers-devils-and-dreams.



29 november 2023

Katja Kruit - Live A Little More

Katja Kruit laat op haar debuutalbum Live A Little More horen dat een uitstekend country en bluegrass album echt niet alleen in het diepe zuiden van de Verenigde Staten kan worden gemaakt
2023 leverde al veel mooie countryalbums op, maar op de valreep komt er nog een bij. Ook dit jaar kwamen de meeste goede countryalbums uit het zuiden van de Verenigde Staten, maar Katja Kruit komt uit Delft. Met Live A Little More heeft de Nederlandse muzikante echt een prima countryalbum afgeleverd. Het is een album dat opvalt door fraai snarenwerk, met een hoofdrol voor de dobro en lap steel van Katja Kruit, maar ook de zang van de Nederlandse singer-songwriter mag er zijn. En omdat Live A Little More ook nog eens een serie fraaie songs bevat kan Katja Kruit de internationale concurrentie wat mij betreft best aan. Een aangename verrassing in de laatste weken van 2023.



Dat goede countrymuziek niet alleen binnen de stadsgrenzen van Nashville, Tennessee, wordt gemaakt is algemeen bekend, maar countrymuziek uit Delft ben ik volgens mij nog niet eerder tegengekomen. Delft is de thuisbasis van de Nederlandse singer-songwriter Katja Kruit, die deze week haar debuutalbum Live A Little More heeft afgeleverd. 

Katja Kruit heeft Amerikaanse wortels en al sinds haar jeugd een voorliefde voor Amerikaanse rootsmuziek. Die liefde werd vergroot toen ze in de Verenigde Staten een aantal workshops volgde om het bespelen van de dobro onder de knie te krijgen, waarbij ze onder andere dobro legende Jerry Douglas tegen het lijf liep. 

Tijdens de leegte van de coronapandemie schreef de Nederlandse muzikante een flinke serie songs, waarvan er dertien zijn terecht gekomen op haar debuutalbum. Het is een debuutalbum dat me zeer aangenaam heeft verrast en Katja Kruit wat mij betreft op de kaart zet als smaakmaker binnen de Nederlandse country scene. 

Live A Little More maakt om te beginnen indruk met een mooi en authentiek klinkend rootsgeluid. Katja Kruit blijft ver weg van de wat gladde Nashville countrypop en eert op haar debuutalbum de tradities van de countrymuziek, met hier en daar wat uitstapjes richting bluegrass en af en toe een vleugje blues. 

Het geluid van de Nederlandse muzikante wordt gedomineerd door snareninstrumenten, met een hoofdrol voor de dobro en de lap steel van Katja Kruit zelf. Het geluid op Live A Little More wordt vervolgens verrijkt met akoestische en elektrische gitaren, mandoline, piano, viool, contrabas en drums. Het is een geluid zonder opsmuk, maar door de bijdragen van nogal wat snareninstrumenten en het resonerende geluid van de dobro en de lap steel klinkt het debuutalbum van Katja Kruit aangenaam warm. 

In muzikaal opzicht sluit het debuutalbum van de muzikante uit Delft naadloos aan bij de authentieke country en bluegrass zoals die in het zuiden van de Verenigde Staten wordt gemaakt en dat doet Katja Kruit ook met haar zang. De stem van Katja Kruit leent zich uitstekend voor de countrymuziek die ze maakt op haar eerste album. Het is een stem die krachtig en gloedvol kan klinken, maar er klinkt ook flink wat emotie door in de zang, wat de songs op Live A Little More voorziet van een puur en oprecht karakter. 

Met de songs hebben we nog een sterk punt van het debuutalbum van de Nederlandse muzikante te pakken. Katja Kruit schreef het merendeel van de songs op het album in een tijd waarin de coronapandemie flink wat beperkingen oplegde, wat een serie persoonlijke songs heeft opgeleverd. 

Zeker in de wat melancholisch aandoende songs versterken de stem van Katja Kruit en het geweldige snarenwerk op het album elkaar op zeer fraaie wijze en doet de muzikante uit Delft met haar debuutalbum niet onder voor de betere countryalbums die dit jaar in de Verenigde Staten werden gemaakt. 

Eind november een album uitbrengen is meestal niet de handigste zet, maar het biedt Katja Kruit de kans om wat makkelijker aandacht te trekken nu de spoeling relatief dun is. Hopelijk zijn liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek en countrymuziek en bluegrass in het bijzonder nog bij de les aan het einde van het jaar, want Live A Little More van Katja Kruit is een album dat ze echt niet willen missen. Erwin Zijleman

De muziek van Katja Kruit is verkrijgbaar via de website van de Nederlandse muzikante: https://www.katjakruit.nl.


wh^rl - wh^rl

Het debuutalbum van wh^rl, een project van Jurgen Veenstra, begon met een serie hele sobere demo’s, die vervolgens prachtig zijn uitgewerkt zonder de charme van de ruwe eenvoud van de originelen te verliezen
De Groningse muzikant Jurgen Veenstra maakt normaal gesproken behoorlijk stevige muziek, maar tijdens de coronapandemie nam hij ook een aantal lo-fi songs op. Deze werden vervolgens verrijkt door een aantal extra muzikanten, wat een bijzonder klinkend album oplevert. Ondanks de bijdragen van een hele waslijst aan instrumenten heeft het debuutalbum van wh^rl haar lo-fi karakter behouden. De songs van Jurgen Veenstra zijn ruw en elementair, maar het zijn ook songs vol urgentie en songs die door de fraaie bijdragen van gastmuzikanten steeds weer weten te verrassen. Jurgen Veenstra timmert al heel wat jaren aan de weg, maar heeft met het debuut van wh^rl een interessante nieuwe kant van zichzelf ontdekt.



VPRO’s 3voor12 noemde Jurgen Veenstra vorige week één van de ‘godfathers’ van de Noordelijke underground-scene. Het is een scene die ik eerlijk gezegd niet of nauwelijks ken, maar ik ben erg gecharmeerd van het nieuwe project van de muzikant uit Groningen, die eerder speelde in de band Moonlizards en tegenwoordig deel uitmaakt van de bands Avery Plains en MOAN. 

Het debuutalbum van zijn project wh^rl kreeg vorm tijdens de coronapandemie, toen Jurgen Veenstra als muzikant opeens volledig op zichzelf was aangewezen. Hij maakte een aantal ruwe demo’s en stuurde deze vervolgens naar twee bevriende muzikanten, de broers Arno en Stefan Breuer, die hij kende van bands als Combo Qazam en voorganger Lost Bear (dat met Limshasa uit 2011 en Inside The Dragon uit 2016 twee miskende meesterwerken afleverde). 

De broers Breuer gingen vervolgens aan de slag met de ruwe tracks en voegden flink wat instrumenten toe, waaronder een aantal bijzondere. Later werden nog wat extra muzikanten benaderd en werden onder andere bijdragen van harmonium, gitaren, cello en harmonium en achtergrondzang opgenomen. Jurgen Veenstra voegde zelf nog wat unheimisch klinkende geluiden toe. 

Al deze grotendeels thuis opgenomen ingrediënten werden uiteindelijk samengevoegd met het zeer fraaie titelloze debuutalbum van wh^rl als resultaat. Het album, dat is uitgebracht op het Tiny Room Records label van Stefan Breuer, klinkt vast totaal anders dan de ruwe demo’s waarmee Jurgen Veenstra begon, maar het debuutalbum van wh^rl heeft nog altijd een hoog lo-fi karakter en herinnert hier en daar aan het vroege werk van Guided By Voices, dat deze week maar weer eens een nieuw album afleverde. 

Vergeleken met de lo-fi op de vroege albums van de pioniers van het genre heeft Jurgen Veenstra zijn songs wel wat verder uitgewerkt. Op het debuutalbum van wh^rl staan maar weinig hele korte tracks met flarden van een popsong en het album sluit af met twee lange tracks van respectievelijk meer dan zeven en meer dan vijf minuten. 

Op het debuutalbum van wh^rl schakelt Jurgen Veenstra makkelijk tussen ingetogen en sober ingekleurde en wat stevigere en gruizig klinkende songs en hiernaast zoekt hij zo nu en dan het experiment. Alle uitersten die zijn te horen op het album hebben hun charme. Ik hou persoonlijk wel van de ruwe eenvoud van de meer ingetogen songs op het album, maar ook als de gastmuzikanten de lo-fi schetsen van de Groningse muzikant een stuk uitbundiger hebben ingekleurd overtuigt wh^rl bijzonder makkelijk. 

Ik noemde eerder Guided By Voices als vergelijkingsmateriaal, maar dat gaat maar ten dele op. Jurgen Veenstra heeft een behoorlijk veelzijdig album gemaakt waarop steeds weer andere namen opduiken (Gavin Friday hoor ik ook een paar keer), maar dat uiteindelijk toch vooral origineel klinkt. De Groningse muzikant maakt met zijn bands muziek die een flink stuk steviger is, maar op wh^rl overtuigt hij makkelijk als songwriter. 

Ik ben op zich wel benieuwd naar de ruwe demo’s die de basis vormden voor dit album, maar ben op hetzelfde moment enorm onder de indruk van de wijze waarop de gastmuzikanten de ruwe demo’s tot leven hebben gebracht, zonder afbreuk te doen aan het persoonlijke en lo-fi karakter dat Jurgen Veenstra voor ogen had. Het levert een bijzonder album op. Erwin Zijleman

De muziek van wh^rl is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van het label van de Groningse muzikant: https://tinyroomrecords.bandcamp.com/album/wh-rl.


wh^rl van wh^rl is verkrijgbaar via de Mania webshop:



28 november 2023

The Bluebells - In The 21st Century

De Schotse band The Bluebells scoorde in 1984 een hit met het aanstekelijke Young At Heart, maar laat op het eerder dit jaar verschenen In The 21st Century horen dat het ten onrechte een eendagsvlieg wordt genoemd
Het heeft de Schotse band The Bluebells nooit echt mee gezeten. De band viel uit elkaar voor het in de jaren 80 kon uitgroeien tot een respectabele band, de comeback in 2010 werd nauwelijks opgemerkt en ook het eerder dit jaar verschenen derde album is zeker niet overladen met aandacht. Het is jammer, want de band uit Glasgow heeft absoluut meer te bieden dan die onweerstaanbare oorwurm uit 1984. In The 21st Century staat vol met tijdloze popsongs en het zijn popsongs van hoog niveau. Ik vond het bij eerste beluistering een lekker album voor op de achtergrond, maar de uitstekende songs van The Bluebells verdienen meer aandacht. Verrassend sterk album van deze ondergewaardeerde Schotse band.



Deze week verscheen een reissue van het debuutalbum van de Schotse band The Bluebells. Het is een band die ik tot voor kort eigenlijk alleen kende van de zeer aanstekelijke single Young At Heart uit 1984. De single, die werd geschreven door The Bluebells voorman Robert Hodgens (aka Bobby Bluebell) en zijn toenmalige vriendin Siobhan Fahey, was, mede dankzij veel aandacht op het net gelanceerde MTV, behoorlijk succesvol. Siobhan Fahey zou niet veel later overigens doorbreken met Bananarama, dat een, wat minder geslaagde, versie van Young At Heart op haar debuutalbum zette. 

Het in 1984 verschenen debuutalbum van The Bluebells deed het een stuk minder goed. Ten onrechte, want de reissue van Sisters uit 1984 laat horen dat de band uit Glasgow niet onder deed voor een aantal van haar zeer succesvolle tijdgenoten, die vergelijkbare muziek maakten, waaronder bands als Aztec Camera en Lloyd Cole & The Commotions. Sisters had in 1984 zomaar uit kunnen groeien tot een van mijn favoriete albums uit de jaren 80, maar verder dan Young At Heart kwam ik destijds helaas niet. 

Ik was destijds niet de enige die de potentie van The Bluebells niet erkende, want het album flopte, waarna snel het doek viel voor de band. Pas in 2010 verscheen het tweede album van de Schotse band, waarna in 2014 nog een album met demo’s en restmateriaal volgde. Ook de eerste comeback van The Bluebells heb ik gemist en ook de tweede comeback van de band eerder dit jaar had zomaar aan me voorbij kunnen gaan. Door de reissue van Sisters kwam ik echter toch nog in aanraking met het afgelopen voorjaar verschenen In The 21st Century. 

Gelukkig maar, want ik vind het derde reguliere album van de Schotse band nog een stuk beter dan het debuutalbum uit 1984 of het tweede album uit 2010. Op In The 21st Century bestaan The Bluebells naast voorman Robert Hodgens uit leden van het eerste uur Ken en David McCluskey en voormalig bandlid Russell Irvine. Het zijn inmiddels allemaal gelouterde muzikanten en dat hoor je op het derde album van The Bluebells. 

Het is een album dat slechts ten dele terug grijpt op het jaren 80 geluid van de band. Op In The 21st Century klinkt de Schotse band vooral tijdloos en met enige regelmaat verrassend soulvol. The Bluebells klinken in 2023 vooral bijzonder aangenaam, waardoor het nieuwe album van de band het uitstekend doet op de achtergrond, maar de songs van de band verdienen het om gehoord te worden. 

De band uit Glasgow doet op haar nieuwe album misschien geen hele spannende dingen, maar de songs op het album zijn stuk voor stuk van hoog niveau en ook op de uitvoering valt niets aan te merken. In The 21st Century kon in de Schotse muziekpers rekenen op lovende recensies en ook in de Engelse muziekpers kreeg het album hier en daar lof toegezwaaid, maar in Nederland bleef het helaas angstvallig stil rond het album. 

Misschien dat de reissue van Sisters uit 1984 de aandacht vestigt op het eerder dit jaar verschenen album, maar ook de nieuwe uitgave van het debuutalbum van The Bluebells heeft vooralsnog nog niet voor veel opwinding gezorgd. Persoonlijk ben ik echter wel blij met de ontdekking van de band, die ik in een paar dagen tijd een stuk hoger heb zitten dan de vermeende eendagsvlieg van Young At Heart uit 1984. Erwin Zijleman


27 november 2023

Guided By Voices - Nowhere To Go But Up

De Amerikaanse band Guided By Voices is de afgelopen jaren idioot productief, maar ook op het derde album dit jaar slaagt de band er weer in om een hoog niveau vast te houden en stiekem weer net wat anders te klinken
In 2017 formeerde Robert Pollard de huidige versie van zijn band Guided By Voices, die zijn ultieme bezetting lijkt te hebben gevonden. De huidige bezetting leverde inmiddels zestien (!) albums af en ze zijn me allemaal dierbaar. Guided By Voices klinkt op al deze albums als zichzelf, maar klinkt zeker niet op alle albums hetzelfde. Ook Nowhere To Go But Up bevat een aantal vaste ingrediënten van het Guided By Voices geluid, maar in productioneel opzicht pakt de band dit keer meer uit dan in het verleden, terwijl de nadruk net wat minder op de 90s indierock ligt. Het leverde het zoveelste interessante album op van een band die vooralsnog gelukkig niet te stoppen is.



Guided By Voices bracht dit jaar al twee albums uit en nog niet zo heel lang geleden was er ook nog een nieuw album van Circus Devils, dat eveneens een project is van Guided By Voices Robert Pollard. Het heeft de Amerikaanse band er niet van weerhouden om er nog maar een album tegenaan te gooien dit jaar. Als een verrassing komt dat natuurlijk niet, want de band uit Dayton, Ohio, is altijd al zeer productief geweest, maar heeft er de afgelopen jaren nog een tandje bij gezet. 

Ook Nowhere To Go But Up werd weer gemaakt met de inmiddels ultieme bezetting van de band, met naast zanger Robert Pollard de gitaristen Bobby Bare Jr. en Doug Gillard en de ritmesectie die bestaat uit bassist Mark Shue en drummer Kevin March. Voor de productie werd wederom een beroep gedaan op Travis Harrison, waardoor het nieuwe album van Guided By Voices in ieder geval geen verrassingen biedt wanneer het gaat om de personele invulling. 

Ook in muzikaal opzicht klinkt Nowhere To Go But Up vooral vertrouwd, al is het maar door de herkenbare stem van Robert Pollard. Van een muzikale aardverschuiving is misschien geen sprake, maar het betekent niet dat het nieuwe album van Guided By Voices inwisselbaar is tegen de vorige albums van de band en het betekent al helemaal niet dat de Amerikaanse band een overbodig album heeft afgeleverd. 

Ook op Nowhere To Go But Up steekt de band weer in een grootse vorm, wat je vooral hoort in het gitaarwerk. Waar de band op haar vorige album wat zwaarder leunde op de 90s indierock, hoor ik op het nieuwe album juist weer wat meer powerpop en hoor ik bovendien echo’s uit het vroege werk van Guided By Voices, zonder dat de band vervalt in lo-fi rocksongs van een minuut of hooguit twee minuten. Guided By Voices heeft dit keer bijna veertig minuten nodig voor slechts elf songs, wat een serie goed uitgewerkte rocksongs oplevert. 

Het tempo ligt in veel tracks net wat lager en ook invloeden uit de psychedelica hebben wat aan terrein gewonnen, maar op hetzelfde moment klinkt ook Nowhere To Go But Up weer onmiskenbaar als Guided By Voices. Robert Pollard schudt de aanstekelijke maar ook interessante rocksongs nog altijd uit de mouw en zingt met veel overgave, waardoor de muziek van zijn band nog steeds makkelijk opdringt. Er zijn wel meer bands die er in slagen om in een jaar drie albums of zelfs meer uit te brengen, maar er zijn maar heel weinig bands die er in slagen om een hoog niveau vast te houden en ik ken eigenlijk geen enkele andere band die hier al vele decennia lang in slaagt. 

Nowhere To Go But Up moet het, net als zijn directe voorgangers, vooral hebben van lekker in het gehoor liggende rocksongs, maar een randje prog of een snufje 70s hardrock kan zomaar opduiken. Over de hele linie is het album wat zwaarder geproduceerd dan we van de band gewend zijn, zeker uit het lo-fi verleden van de band. Het pakt verrassend goed uit, want ondanks de inspiratie van Phil Spector’s Wall Of Sound klinkt Nowhere To Go But Up geen moment overgeproduceerd. 

Ik ben stiekem al weer benieuwd naar het volgende album van Amerikaanse band, dat vast niet lang op zich zal laten wachten, maar kan ook nog wel even uit de voeten met de trilogie uit 2023, waarvan ik dit nieuwe album uiteindelijk toch het hoogst inschat. Erwin Zijleman

De muziek van Guided By Voices is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse band: https://guidedbyvoices.bandcamp.com/album/nowhere-to-go-but-up.


Nowhere To Go But Up van Guided By Voices is verkrijgbaar via de Mania webshop:



26 november 2023

Camel - Nude (1981)

De Britse band Camel moderniseerde haar geluid vanaf het eind van de jaren 70, wat in 1981 resulteerde in het fraaie conceptalbum Nude, dat gelukkig weer beschikbaar is in fysieke en digitale vorm
De Britse band Camel stond in de jaren 70 wat in de schaduw van de grote symfonische rockbands, maar deed met haar albums zeker niet onder voor de grote bands in het genre. Net als deze bands moderniseerde Camel haar geluid vanaf het eind van de jaren 70 en deed dat, zeker achteraf bezien op prachtige wijze. Ik was aan het begin van de jaren 80 vooral gecharmeerd van Nude uit 1981 en het conceptalbum, dat deze week gelukkig weer opdook op de streaming media diensten, heeft de tand des tijds wat mij betreft verrassend goed doorstaan en doet zeker niet onder voor de door symfonische rock beïnvloede albums die destijds door de concurrentie werden gemaakt.



Aan het begin van de jaren 80 begon mijn muzieksmaak wat te verbreden, maar hield ik nog vooral van de breed uitgesponnen symfonische rock uit de jaren 70. De bands die verantwoordelijk waren voor deze muziek waren aan het begin van de jaren 80 overigens zelf al nadrukkelijk de grenzen van het genre aan het opzoeken. Een van de bands die hier achteraf bezien het best in slaagde was de Britse band Camel. 

De band rond gitarist en zanger Andrew Latimer maakte halverwege de jaren 70 nog grootse en meeslepende symfonische rock op albums als Snowgoose en Moonmadness, maar koos op het in 1978 verschenen Breathless voor een lichtvoetiger geluid, waarin invloeden uit de symfonische rock werden vermengd met invloeden uit de jazz en zeker ook de pop. Breathless was in de vroege jaren 80 zeker niet mijn favoriete album van Camel, maar opende wel de deur naar de albums die de band in de jaren 80 zou uitbrengen. 

Breathless wordt op AllMusic.com inmiddels het beste album van de Britse band genoemd, maar persoonlijk heb ik nog altijd meer met het in 1982 verschenen The Single Factor, dat volgens datzelfde AllMusic.com het minst geslaagde Camel album is, en vooral met het in 1981 uitgebrachte Nude, dat er wel goed van af komt op de Amerikaanse muziekwebsite. 

Liefhebbers van de muziek van de Britse band kwamen er op de streaming media diensten tot voor kort overigens bekaaid van af, want er was nauwelijks een album van de band te vinden. Dat veranderde deze week met de release van de lijvige box-set Air Born, waarin een heel groot deel van de muziek van de band is verzameld. Op hetzelfde moment is een groot deel van de catalogus van de band ook beschikbaar gemaakt op de streaming media diensten, waaronder Nude. 

Nude is voor mij met afstand het meest beluisterde album van de band rond Andrew Latimer, maar omdat de LP ergens op zolder staat had ik er echt al decennia niet meer naar geluisterd. Het was direct bij de hernieuwde kennismaking een feest van herkenning en wat mij betreft ook een geslaagde nieuwe kennismaking. Nude klinkt ruim veertig jaar later misschien wel wat gedateerd, maar ik vind het ook nog altijd een fris klinkend album. 

Nude is een conceptalbum dat het verhaal vertelt van de Japanner Hiroo Onoda. De Japanse militair maakte in 1945 deel uit van de Japanse strijdkrachten die waren gelegerd op de Filippijnen, maar toen er in augustus 1945 definitief een einde kwam aan de Tweede wereldoorlog zat Hiroo Onoda diep verscholen in de jungle. De Tweede wereldoorlog eindigde voor Hiroo Onoda pas in 1974, toen zijn toenmalige commandant hem wist te overtuigen van het einde van de oorlog bijna dertig jaar eerder. Het is een bijzonder verhaal dat prachtig wordt uitgewerkt door Camel. 

De Britse band leunt op Nude hier en daar nog zwaar tegen de symfonische rock uit de jaren 70 aan, maar slaagt er in om invloeden uit het genre te combineren met invloeden uit de pop. Met name het melodieuze gitaarwerk van Andrew Latimer, dat wel wat lijkt op het gitaarwerk van David Gilmour van Pink Floyd, en zijn wat dromerige zang klinken prachtig in de geremasterde versie en nog mooier in de als bonus toegevoegde nieuwe mix, maar ook de beeldende instrumentale, de saxofoon partijen van Mel Collins en de wat ambient klinkende passages en keyboard partijen komen beter uit de verf. Wat mij betreft dus heel goed nieuws dat een groot deel van het oeuvre van de Britse band eindelijk weer te beluisteren is op Spotify en de andere streaming media diensten. En wat beleef ik zelf weer veel plezier aan Nude. Erwin Zijleman


Nude van Camel is verkrijgbaar via de Mania webshop:
LP (2023 remastered), 29,99 euro
CD, 19,99 euro


Happy Camper - The Both Of Us

Happy Camper maakt de wereld op The Both Of Us weer een beetje mooier met onweerstaanbaar lekkere popsongs, betoverende klanken, geweldige stemmen en zonnestralen met een flinke rand melancholie
The Both Of Us, het vierde album van de Nederlandse band Happy Camper, had in september zomaar de soundtrack van de nazomer kunnen worden, maar het album kreeg minder aandacht dan het album verdient. The Both Of Us is een album waarop de zon af en toe uitbundig schijnt, maar ook wanneer donkere wolken overdrijven is het vierde album van Happy Camper een album waarvan je alleen maar zielsveel kunt houden. Het is voor een belangrijk deel de verdienste van de geweldige zang van Leine, maar ook Job Roggeveen laat horen dat hij prima kan zingen en tekent bovendien voor een aantal geweldige en ook nog eens prachtig klinkende songs. Absoluut een van de beste albums van eigen bodem dit jaar.



In september, toen de temperaturen nog makkelijk opliepen tot dertig graden, verscheen The Both Of Us van Happy Camper. Ik denk dat ik het album destijds niet eens heb beluisterd, maar toen ik het album deze week tegen kwam bij het opruimen van de fysieke en digitale stapels met nieuwe albums, viel ik direct als een blok voor de muziek van de Nederlandse band. 

The Both Of Us is al het vierde album van Happy Camper, wat in eerste instantie een project van de Nederlandse muzikant Job Roggeveen was. De muziek van Happy Camper is voor mij al jaren een blinde vlek en dat is best bijzonder. De muziek van de band wordt immers al sinds het prille begin uitgebracht op het Excelsior label, wat vrijwel altijd een keurmerk voor kwaliteit is. 

Job Roggeveen vertrouwde op de eerste albums van Happy Camper niet op zijn eigen stem en koos voor het inschakelen van gastzanger en gastzangeressen, wat uitstekend uitpakte, al ging het bonte palet aan stemmen wel wat ten koste van de consistentie. Op The Both Of Us heeft Job Roggeveen zijn stem weer gevonden en doet hij verder alleen een beroep op de prachtige stem van Leine, die al sinds het eerste album van Happy Camper van de partij is. 

The Both Of Us opent met de zonnestralen die we momenteel zo missen en herinnert aan de vrolijkste dagen van Belle And Sebastian, maar op een op andere manier heb ik ook associaties met de beste Franse zuchtmeisjes pop. De stemmen van Job Roggeveen en Leine passen prachtig bij elkaar en worden versterkt door de opgewekte klanken, waar vaak fraaie strijkers aan zijn toegevoegd. 

Na het beluisteren van de openingstrack van het vierde album van Happy Camper heb je direct de zomer in je bol en dat voelt echt heerlijk. The Both Of Us opent met zonnestralen, maar het is uiteindelijk een behoorlijk melancholisch album, waarop Job Roggeveen het einde van zijn huwelijk verwerkt. Toch is The Both Of Us zeker geen standaard breakup album, al is het maar omdat Happy Camper een album lang goed is voor onweerstaanbaar lekkere popsongs, die eventuele winterdepressies direct verdrijven. 

Ook wanneer de zonnestralen worden verruild voor wat donkerdere wolken kan ik alleen maar heel blij worden van de songs van Happy Camper. Het zijn songs die bijzonder smaakvol zijn ingekleurd met vaak de piano als basis en strijkers als extra laag versiering. Het zijn songs die direct bij eerste beluistering memorabel zijn, want Job Roggeveen beheerst de kunst van het schrijven van geweldige popsongs net zo goed als zo veel van zijn collega’s op het Excelsior label. 

De Nederlandse muzikant vertrouwde in het verleden vooral op de stemmen van anderen, maar ik vind de zang op The Both Of Us echt geweldig. Leine, die ooit de Grote Prijs van Nederland won (tweemaal zelfs) en vervolgens een prachtig solodebuut afleverde, laat met haar prachtige stem nog maar eens horen dat het doodzonde is dat haar solocarrière destijds niet echt van de grond kwam, maar ook de zang van Job Roggeveen draagt bij aan de hoge kwaliteit van The Both Of Us. 

Sinds mijn eerste kennismaking met het vierde album van Happy Camper kan ik niet stoppen met luisteren naar dit onweerstaanbaar lekkere en tegelijkertijd wonderschone album, dat in september helaas wat ondersneeuwde (en niet alleen bij mij). In het rijtje geweldige albums van eigen bodem dit jaar mag The Both Of Us wat mij betreft zeker niet ontbreken. Erwin Zijleman


The Both Of Us van Happy Camper is verkrijgbaar via de Mania webshop:



25 november 2023

Tin Fingers - Rock Bottom Ballads

De Belgische band Tin Fingers imponeert op haar tweede album Rock Bottom Ballads met werkelijk prachtige muziek, emotievolle zang en avontuurlijke songs die je steeds weer nieuwe dingen laten horen
Voor de meeste jaarlijstjes zal Rock Bottom Ballads van Tin Fingers te laat komen, maar voor de geduldigere samenstellers van deze lijstjes heeft de band uit Antwerpen een fascinerend album afgeleverd. Het is een album met stemmige klanken van een bijzondere schoonheid. Met name het gitaarwerk op het tweede album van de Belgische band is prachtig, maar ook de ritmesectie trekt nadrukkelijk de aandacht. Dat doet de band ook met de bijzondere zang en misschien nog wel meer met de fascinerende songs, die een winteravond voorzien van de juiste soundtrack, maar die ook vol bijzondere wendingen zitten. Rock Bottom Ballads imponeert direct, maar wordt hierna alleen maar mooier.



Waar de muziekindustrie in de meeste landen inmiddels in een diepe winterslaap is terecht gekomen, wordt er bij onze zuiderburen nog opvallend veel mooie muziek uitgebracht in de laatste weken van het jaar. Vorige week was er het prachtige album van Alderson, dat ik schaar onder de betere singer-songwriter albums van het jaar, en in dezelfde week verscheen ook het nieuwe album van Tin Fingers, dat minstens even mooi is. 

Tin Fingers is een band uit Antwerpen die in de zomer van 2021 debuteerde met het bij vlagen veelbelovende Groovebox Memories, maar dat nu een verpletterende indruk maakt met haar tweede album Rock Bottom Ballads. Waar het donker getinte debuutalbum van de Belgische band in de zomer van 2021 niet helemaal op het juiste moment kwam, komt het nog wat donkerder ingekleurde Rock Bottom Ballads precies op tijd. Het nieuwe album van Tin Fingers komt tot leven wanneer de zon onder is en het buiten guur, stormachtig en nat is. 

Zeker wanneer Tin Fingers kiest voor betrekkelijk ingetogen klanken met een subtiel en fantasierijk spelende ritmesectie, bijzonder fraaie ruimtelijke gitaarlijnen en stemmige pianoakkoorden maakt de band uit Antwerpen muziek voor de nacht. Het is muziek die opvalt door een bijzondere ingehouden spanning en door de opvallende stem van voorman Felix Machtelinckx, die met veel gevoel zingt. 

De spanning op Rock Bottom Ballads is niet continu ingehouden, want hier en daar zijn de songs van Tin Fingers voorzien van subtiele uitbarstingen, die incidenteel worden ingekleurd met synths of steviger gitaarwerk. Vooral wanneer de muziek van Tin Fingers het tempo laag houdt en maximaal inzet op sfeervolle klanken is Rock Bottom Ballads van een bijzondere schoonheid. Die schoonheid wordt alleen maar versterkt door de uitstekende zang van Felix Machtelinckx en door de aaneenschakeling van tempowisselingen en bijzondere wendingen. 

Met name door de zang heeft de muziek van Tin Fingers af en toe een hoog Radiohead gehalte, al ken ik geen Radiohead album dat klinkt als Rock Bottom Ballads. Ander relevant en veelgenoemd vergelijkingsmateriaal werd dichter bij huis gevonden, want ik hoor ook veel van stadgenoten dEUS in de muziek van Tin Fingers. Een aantal tracks heeft verder het desolate van Sparklehorse, maar over het algemeen genomen is Tin Fingers er wat mij betreft in geslaagd om een origineel geluid te creëren. 

Het is een geluid met subtiele invloeden uit de folk en de jazz, maar uiteindelijk past het etiket indierock het best op de muziek van de Belgische band. Het is knap hoe de band de tijd neemt voor haar songs en in een aantal gevallen zelfs lijkt te improviseren en op hetzelfde moment de popsong nergens uit het oog verliest. Het is ook knap hoe de band verstilde passages binnen een paar noten tot uitbarsting te laten komen, om met net zoveel noten weer bij de verstilling terug te keren. 

Dankzij de voornamelijk sfeervolle klanken en de karakteristieke zang is Rock Bottom Ballads een album dat makkelijk de aandacht trekt en ook makkelijk imponeert, maar het is ook een album waarop je nog lange tijd bijzondere dingen blijft ontdekken, met name in de echt prachtige instrumentatie. En zo levert België op de valreep in één week tijd nog even twee jaarlijstjesalbums af, want net als het debuutalbum van Alderson is ook het tweede album van Tin Fingers er wat mij betreft een voor de jaarlijstjes. Erwin Zijleman

De muziek van Tin Fingers is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Belgische band: https://tinfingers.bandcamp.com/album/rock-bottom-ballads.


Carried In Sound van Smoke Fairies is verkrijgbaar via de Mania webshop:



24 november 2023

Dori Freeman - Do You Recall

Do You Recall is al het vijfde album van de Amerikaanse singer-songwriter Dori Freeman, die, nog net wat meer dan op haar vorige albums, laat horen dat ze binnen de Amerikaanse rootsmuziek met de besten mee kan
Ik heb Dori Freeman al een paar keer een grote toekomst voorspeld, maar helaas is de Amerikaanse muzikante nog altijd behoorlijk onbekend. Hopelijk gaat het veranderen met haar vijfde album Do You Recall, dat de lat weer net een stukje hoger legt en niet onder doet voor de betere rootsalbums van 2023. Dori Freeman maakt op haar nieuwe album authentiek klinkende Amerikaanse rootsmuziek, kleurt deze prachtig in en betovert vervolgens met haar bijzonder mooie stem. De oude liefde voor de Appalachen folk is wat verdwenen, maar persoonlijk vind ik de wat eigentijdser klinkende songs op Do You Recall beter dan de songs op haar eerdere albums.


De Amerikaanse muzikante Dori Freeman debuteerde aan het begin van 2016 en maakte wat mij betreft direct indruk. Het titelloze debuutalbum van de muzikante uit Galax, Virginia, werd in een vloek en een zucht opgenomen met producer Teddy Thompson, maar klonk echt prachtig. Dori Freeman schakelde op haar debuutalbum makkelijk tussen Appalachen folk en Amerikaanse rootsmuziek van recentere datum en maakte vooral indruk met haar mooie en heldere stem, die af en toe aan Alison Krauss deed denken, maar ook herinnerde aan Emmylou Harris. 

De albums van Dori Freeman worden vooralsnog zeker niet bedolven onder de aandacht, maar ook met Letters Never Read uit 2017, Every Single Star uit 2019 en Ten Thousand Roses uit 2021 leverde de muzikante uit Virginia uitstekende albums af, die een beter lot verdiend hadden. Na drie albums die werden geproduceerd door Teddy Thompson koos Dori Freeman op Ten Thousand Roses voor haar echtgenoot Nicholas Falk, die ook het deze week verschenen Do You Recall produceerde. 

Op haar vorige album koos de Amerikaanse muzikante voor een net wat moderner en ook wat gevarieerder geluid en dat geluid is ook weer te horen op haar nieuwe album. Do You Recall doet me met enige regelmaat denken aan Loose Future van Courtney Marie Andrews, die ook niet meteen werd omarmd door de liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek, maar met haar vorig jaar verschenen album flink wat jaarlijstjes haalde. Ook Dori Freeman is met vijf uitstekende albums op haar naam klaar voor de doorbraak naar een groter publiek en haar nieuwe album is wat mij betreft haar beste album tot dusver. 

Do You Recall klinkt wat warmer en moderner dan met name de eerste drie albums van Dori Freeman, maar verwacht geen heftige flirts met pop op het album. Het is een album dat binnen de Amerikaanse rootsmuziek in meerdere hoeken uit de voeten kan, maar Do You Recall blijft de rootsmuziek elf tracks lang trouw. Dori Freeman maakte haar nieuwe album in haar thuisbasis Galax, Virginia, en tekende samen met haar echtgenoot Nicholas Falk voor een groot deel van de instrumenten. 

Snareninstrumenten domineren in het geluid van Dori Freeman op Do You Recall, maar net als op het eerder genoemde album van Courtney Marie Andrews zijn ook op dit album subtiele elektronische impulsen toegevoegd. In muzikaal opzicht klinkt Do You Recall bijzonder aangenaam en ook de songs van Dori Freeman zijn zeer aansprekend, maar ook dit keer trekt de Amerikaanse singer-songwriter vooral de aandacht met haar stem, die sinds haar debuutalbum uit 2016 alleen maar aan kracht heeft gewonnen. 

Bij ieder nieuw album van Dori Freeman begrijp ik niet waarom ze niet veel bekender is, maar zo sterk als bij haar nieuwe album heb ik dit nog niet gehad. Do You Recall is zo’n album dat je direct na eerste beluistering wilt koesteren en dat vervolgens zeker niet verzwakt, bijvoorbeeld omdat de persoonlijke teksten de aandacht trekken, prachtig snarenwerk je nog wat meer betovert of je nog wat steviger wordt gegrepen door de prachtige stem van Dori Freeman. Eind november is geen hele handige tijd voor het uitbrengen van een nieuw album, al is het ook een tijd waarin een prachtalbum als dit hopelijk net wat minder makkelijk ondersneeuwt. Erwin Zijleman

De muziek van Dori Freeman is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://dorifreeman1.bandcamp.com/album/do-you-recall.



Rosie Darling - Lanterns

Rosie Darling is de zoveelste jonge vrouwelijke muzikante die het dit jaar probeert met een mix van aanstekelijke pop en licht eigenzinnige indiepop, maar haar debuutalbum Lanterns heeft op een of andere manier iets
Ook Lanterns van de jonge Amerikaanse muzikante Rosie Darling is weer zo’n pop en indiepop album dat direct bij eerste beluistering vertrouwd klinkt. De muzikante uit Los Angeles vertrouwt op een aantal inmiddels zeer bekende ingrediënten, waardoor Lanterns niet in aanmerking gaat komen voor de originaliteitsprijs. Rosie Darling beschikt echter absoluut over talent, want ze schrijft prima songs, die ook nog eens mooi worden uitgevoerd. De stem van Rosie Darling zal niet bij iedereen in de smaak vallen, maar als je houdt van haar zang, tilt deze de songs op Lanterns een flink stuk op. Misschien niet een van de beste popalbums van 2023, maar de grauwe middelmaat ontstijgt Rosie Darling heel makkelijk.



Bij mijn eerste beluistering van Lanterns van Rosie Darling schoof ik het album vrijwel direct terzijde. Door het beperkte aanbod van deze week kwam er echter ook nog een tweede en derde beluistering en ook deze keer kwam het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante niet door mijn selectie. Niet omdat Lanterns een slecht album is, want dat is het zeker niet, maar wel omdat ik dit jaar al heel veel albums als Lanterns heb gehoord en verzadiging nadrukkelijk op de loer ligt. 

Rosie Darling opereert op haar debuutalbum op het snijvlak van indiepop en pop en bewandelt, zeker op het eerste gehoor, de inmiddels platgetreden paden. Met haar zachte zang, het afwisselend elektronisch en organisch klinkende geluid, de afwisselend blinkende en sobere productie en de bijzonder lekker in het gehoor liggende songs vond ik de muziek van Rosie Darling op het eerste gehoor inwisselbaar tegen een hele stapel andere popalbums van recente datum, zeker als ze ingrediënten van een aantal andere popalbums nauwgezet reproduceert. 

Toch keerde Lanterns nog een paar keer terug en op een of andere manier kreeg ik toch stiekem een zwak voor het debuutalbum van de muzikante die werd geboren in Boston, Massachusetts, maar inmiddels, net als zo veel van haar collega’s, haar geluk beproeft in Los Angeles. Dat zwak ontstond door een aantal onweerstaanbare oorwurmen op Lanterns, maar vooral door een aantal meer ingetogen en met veel gevoel gezongen songs. 

De zang van Rosie Darling klinkt bij eerste beluistering van het album wel erg meisjesachtig en bovendien weinig onderscheidend, maar nu ik het album vaker heb gehoord raak ik steeds meer gecharmeerd van de over het algemeen fluisterzachte maar ook emotievolle zang op het album. Lanterns bevat een mooie mix van aanstekelijke popsongs en gevoeligere ballads. 

In de aanstekelijke popsongs kiest de Amerikaanse muzikante gelukkig niet voor een overdosis elektronica en beats, waardoor de songs er in het genre voor mij in positieve zin uit springen. Rosie Darling is echter op haar best wanneer ze kiest voor ingetogen en vaak wat melancholisch aandoende songs. Het zijn aan de ene kant songs die herinneren aan flink wat andere songs die dit jaar voorbij zijn gekomen, maar Rosie Darling behoort als zangeres en songwriter tot de betere helft binnen het aanbod van het moment. 

Ik krijg nog zeker niet het euforische gevoel dat ik recent kreeg bij beluistering van de albums van bijvoorbeeld IAN SWEET en Chappel Roan, die beiden van jaarlijstjesniveau zijn, maar ik heb dit jaar heel veel popalbums gehoord die minder goed zijn dan Lanterns. Vergeleken met de geweldige albums van bijvoorbeeld IAN SWEET en Chappel Roan scoort Rosie Darling wat minder hoog wanneer het gaat om originaliteit en eigenzinnigheid, maar de Amerikaanse muzikante schrijft zonder meer knappe songs en heeft ook nog wat te melden, waardoor met name haar intieme en persoonlijke songs langzaam maar zeker toch wel binnen komen. 

Het aanbod in het genre is op het moment echt heel erg groot, waardoor ik niet durf te voorspellen of Rosie Darling het uiteindelijk gaat maken of niet, maar op basis van de kwaliteit van Lanterns durf ik haar wel voorzichtig een belofte voor de toekomst te noemen. Ik benieuwd wat er nog in het vat zit. Erwin Zijleman


23 november 2023

Raveloe - Exit Light

De Schotse muzikante Kim Grant levert als Raveloe een interessant debuutalbum af, dat begint bij wat traditioneel aandoende Schotse folk, maar vervolgens stiekem en minder stiekem de grenzen van het genre opzoekt
Ik luister dit jaar meer naar folkalbums dan in het verleden en raakte door het etiket folk ook geïnteresseerd in het debuutalbum van Raveloe. Exit Light van Raveloe is een album dat zal worden gewaardeerd door liefhebbers van het genre, maar het debuutalbum van Raveloe is zeker geen album dat alleen geschikt is voor folkies. De muzikante uit Glasgow zoekt continu de grenzen op van het genre en dat kan alle kanten op. Het ene moment duikt het project van Kim Grant dieper de Keltische folk in, maar Exit Light schuift ook met grote regelmaat op richting indierock. Exit Light is in muzikaal en vocaal opzicht een interessant album en staat ook nog eens vol met uitstekende songs. Aanrader!



Achter Raveloe gaat de Schotse singer-songwriter Kim Grant schuil. De muzikante uit Glasgow bracht de afgelopen drie jaar al een aantal losse tracks en een EP uit en levert deze week haar debuutalbum Exit Light af. Het is een album waarop Kim Grant zelf tekent voor de songs en de zang en voor piano, gitaar, synths, percussie en field recordings, terwijl Paul Gallagher tekent voor percussie, synths en de productie van het album. Een aantal gastmuzikanten voegt nog bijdragen van onder andere bas, drums, harmonium en viool en achtergrondvocalen toe. 

Exit Light opent met een akoestische gitaar, een mooie stem en de charmante Schotse tongval van Kim Grant, waardoor ik er vrijwel onmiddellijk van uit ging dat ik te maken had met een typisch Schots folkalbum. Dat is Exit Light echter maar anderhalve minuut, want direct in de openingstrack laat Kim Grant horen dat ze zich niet makkelijk in een hokje laat dringen. Door de stevige gitaren die na anderhalve minuut opduiken schuift Raveloe in de openingstrack op richting indierock, maar ik zou Exit Light uiteindelijk zeker geen indierock album noemen, al is het maar omdat de uitbarstingen in de openingstrack later op het album nog maar een paar keer terugkeren. 

Op Exit Light domineren uiteindelijk de invloeden uit de folk, met hier en daar flink wat Keltische folk, maar Raveloe geeft een eigen draai aan deze invloeden. Deze eigen draai komt vooral van de instrumentatie op het album, die vaak wat atmosferisch klinkt, maar waarin ook het experiment wordt gezocht. Dat doet Raveloe in de tweede track op het album, het prachtige The Chair Is Nowhere, met bijzonder vioolspel en dit vioolspel speelt vaker een belangrijke rol op het album. Kim Grant en haar medemuzikanten experimenteren bovendien op subtiele wijze met elektronica en geluidsopnamen, wat Exit Light voorziet van een bijzondere sfeer. 

De hoeveelheid experiment moet ook weer niet overdreven worden, want de songs op het debuutalbum van Raveloe liggen lekker in het gehoor. De niet standaard instrumentatie met geregeld een bijzondere wending zorgt er wel voor dat het debuutalbum van Raveloe zich makkelijk weet te onderscheiden van het gemiddelde album in het genre en ook in andere genres goed mee kan.

Dat onderscheiden doet Kim Grant niet alleen met de fantasierijke instrumentatie en het niveau van haar songs, maar ook zeker met haar zang. De singer-songwriter uit Glasgow beschikt over een karakteristiek en ook expressief stemgeluid dat direct de aandacht opeist en uitstekend past bij de meer richting indierock opschuivende tracks op het album, maar Kim Grant kan ook prachtig ingetogen zingen en heeft dan een stem die gemaakt is voor folk. 

Wanneer de muziek van Raveloe net wat stekeliger is hoor ik wel wat raakvlakken met een deel van het oeuvre van PJ Harvey, die overigens ook uit de voeten kan met de meer folky tracks, die ook zijn te horen op Exit Light. In eerste instantie was het vooral de veelzijdigheid van het album dat me aantrok, maar de songs van Kim Grant beschikken ook over veel diepgang, waardoor Exit Light een steeds interessanter album wordt. Het is een album dat komt op een moment dat de meeste critici al aan het terugkijken zijn, maar achteraf zal blijken dat het uitstekende debuutalbum van Raveloe niet had misstaan in deze terugblik. Erwin Zijleman

De muziek van Raveloe is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Schotse muzikante: https://raveloemusic.bandcamp.com/album/exit-light.



22 november 2023

Alderson - Erinyes

De Belgische muzikante Nel Ponsaers levert als Alderson een bijzonder mooi, maar ook avontuurlijk debuutalbum af, waarop beeldende klanken worden gecombineerd met een mooie en gevoelige stem
Voor aanstekelijke popsongs ben je bij Alderson aan het verkeerde adres, maar liefhebbers van stemmige en fantasierijke klanken en een mooie stem zijn bij het project van de Antwerpse muzikante Nel Ponsaers aan het juiste adres. Haar debuutalbum Erinyes is relatief sober ingekleurd, maar er gebeurt echt van alles in de muziek op het album. Dat geldt ook voor de zang,  die aan de ene kant ingetogen en gevoelig is, maar aan de andere kant ook steeds de juiste snaar weet te raken. Erinyes is een album vol beeldende en bezwerende kracht en naarmate je het album vaker hoort wordt het alleen maar beter. Alderson is een enorme aanwinst voor de Belgische popmuziek.



Alderson is de artiestennaam van de Belgische muzikante Nel Ponsaers, die deze week prachtig debuteert met haar debuutalbum Erinyes. Het is een naam die ik volgens mij nog niet eerder ben tegengekomen, maar de muzikante uit Antwerpen is al enige tijd actief in de muziekscene van de stad, onder andere bij The Golden Glows en Stef Kamil Carlens, en probeert het nu solo. Een solocarrière lijkt me zeer kansrijk, want als Alderson heeft Nel Ponsaers een mooi en onderscheidend debuutalbum afgeleverd. 
Het is een album waarvan de basis twee jaar geleden al werd opgenomen, maar dat de afgelopen tijd nog wat is opgepoetst. En met resultaat, want Erinyes klinkt echt prachtig. 

Het is een album dat om meerdere reden makkelijk overtuigt. Om te beginnen beschikt Nel Ponsaers over een mooie en aangename stem. Het is een stem die de ruimte op prachtige wijze vult, maar de Belgische muzikante zingt ook met veel gevoel en precisie. De zang op Erinyes is over het algemeen zacht, maar het debuutalbum van Alderson is zeker niet het zoveelste album dit jaar met standaard fluistervocalen. Wat ik persoonlijk erg mooi vind aan het debuutalbum van de muzikante uit Antwerpen is dat ze haar stem gedoseerd inzet. Erinyes is een ruimtelijk klinkend album en Nel Ponsaers vult lang niet alle ruimte in met haar stem, wat Erinyes voorziet van een bijzonder geluid. Ze zet haar stem bovendien veelzijdig in, want de zang op het album varieert van gesproken woord tot fluisterzachte zang tot veel expressievere zang. 

De diversiteit in de zang hoor je terug in de muziek op het debuutalbum van Alderson. Nel Ponsaers en haar medemuzikanten kiezen over het algemeen genomen voor een behoorlijk ingetogen en sober of zelfs minimalistisch geluid, maar de klanken op het album zijn wel zeer gevarieerd. Er zijn flink wat instrumenten ingezet voor de inkleuring van de fraaie en vaak relatief lange songs op Erinyes, waaronder bijzondere instrumenten als de mellotron, de zingende zaag, het klokkenspel, de bouzouki, die fraai samenvloeien met de basis van gitaar, piano, bas, drums en synths. Bijdragen van cello en viool maken het rijke geluid op Erinyes compleet. 

Nel Ponsaers koos voor de inkleuring van haar debuutalbum voor een aantal gelouterde muzikanten uit de Belgische muziekscene, wat een wonderschoon en avontuurlijk geluid oplevert. Alderson kiest vaak voor stemmige klanken die soms klassiek aandoen en soms atmosferisch klinken, maar heel af en toe ontspoort de muziek ook, wat het album voorziet van veel dynamiek, die overigens ook heel subtiel kan zijn. De bijzondere instrumentatie krijgt dankzij de gedoseerde zang alle ruimte, waardoor de songs op Erinyes een beeldend of zelfs hypnotiserend karakter krijgen. 

De Belgische muzikante heeft voor haar debuutalbum een aantal net wat toegankelijkere songs geschreven, maar ook een aantal songs die wat verder zijn afgedreven van de popsong met een kop en een staart. Beide soorten songs weten vrij makkelijk te overtuigen omdat ze stuk voor stuk de fantasie prikkelen en zonder uitzondering wonderschoon zijn. Het zijn persoonlijke songs, die dankzij de zang intiem klinken. 

Ik lees in Nederland nog niet heel veel over het debuutalbum van Alderson, maar in een jaar waarin de vrouwelijke muzikanten in Nederland tekenen voor een substantieel aantal jaarlijstjesalbums, doen ook onze zuiderburen een fraaie duit in het zakje. onder andere dankzij het prachtige debuutalbum van Alderson. Erwin Zijleman

De muziek van Alderson is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Belgische muzikante: https://aldersonmusic.bandcamp.com/album/erinyes.