maandag 30 november 2020

Oklou - Galore

De Franse muzikante Oklou begint op haar debuutalbum Galore bij de hitgevoelige elektronische popmuziek van het moment, maar schiet vervolgens met een bak avontuur de toekomst in
Heel even dacht ik te maken met de zoveelste door A.G. Cook geproduceerde popprinses, maar de Franse muzikante Oklou blijkt een stuk eigenzinniger. Haar songs klinken soms toegankelijk, maar kunnen ook stevig het experiment opzoeken. Elektronische popmuziek klinkt vaak wat kil, maar Oklou verrast met een warm en stiekem toch ook organisch geluid vol elektronische uitbarstingen. Het zit soms heel dicht tegen de andere popprinsessen van A.G. Cook aan, maar iedere keer dat het wat gewoontjes dreigt te worden, komt de verrassing weer uit alle hoeken en gaten. Enige liefde voor moderne pop is onontbeerlijk, maar wat heb je vervolgens een mooi en eigenzinnig album in handen.


Oklou is het alter ego van de Franse muzikante Marylou Maynie en debuteert deze week met Galore. Het is mijn eerste kennismaking met de muziek van Oklou en het is absoluut een fascinerende kennismaking. 

Voor zwoele Franse zuchtmeisjes pop ben je bij Oklou aan het verkeerde adres en ook met de rijke historie van het Franse chanson heeft ze niet veel op. Galore is een volledig Engelstalig album en het is een album dat vooral zal worden omschreven als pop. Alledaags is de pop van Oklou echter zeker niet. 

Het Britse muziektijdschrift NME omschreef Galore van Oklou een tijdje geleden al als “an avant-garde mixtape that hints at the future of pop”. Daar is wel wat voor te zeggen, al is de muziek van de Franse muzikante voor een belangrijk deel samengesteld uit ingrediënten die we ook in de hitgevoelige popmuziek van het moment tegen komen. 

Het is popmuziek die wordt gedomineerd door elektronica. Aan de ene kant hoor je het elektronische geluid dat je tegenwoordig wel vaker hoort, net als de wat lome beats. Aan de andere kant zoekt Oklou de net wat meer door experiment gedreven elektronische muziek op, waardoor Galore niet alleen klinkt als een hitgevoelig popalbum, maar ook als een album waarop ruimte is voor avontuur en experiment. 

De zang van Marylou Maynie zoekt eveneens de middenweg tussen de platgetreden paden en flink wat avontuur. Haar stem wordt op vrijwel het hele album flink vervormd en hiernaast zijn ook de vocoder en de auto-tune maximaal ingezet. 

Het zijn stuk voor stuk geen ingrediënten waar ik heel gek op ben, maar Galore vind ik een bijzonder fascinerend album. Het is knap hoe de Franse muzikante dicht tegen de net wat eigenzinnigere popprinsessen aan kan kruipen met melodieuze songs, moderne synths en aangename beats, maar net zo makkelijk het avontuur kan opzoeken. Oklou slaagt er bovendien in om haar elektronische muziek organisch te laten klinken door subtiel wat akoestische instrumenten en natuurgeluiden toe te voegen. 

Dat laatste doet Oklou vooral met wat voller en eigenzinniger klinkende elektronica. Het is elektronica die de ruimte volledig kan vullen, maar Oklou zoekt minstens net zo vaak de leegte in haar muziek. Galore bevat een aantal songs die naadloos aansluiten bij de popmuziek van het moment en dat geldt vooral voor de songs waarin invloeden uit de R&B een belangrijke rol spelen, maar steeds als je denkt dat Oklou vast gaat houden aan de toegankelijke popmuziek uit het heden slaat ze toch weer nieuwe wegen in en het is vaak de afslag richting de toekomst. 

Dat Galore soms klinkt als de hitgevoelige popmuziek is overigens niet zo gek, want Galore werd geproduceerd door de popproducer van het moment, A.G. Cook. Oklou slaagt er, in tegenstelling tot de gemiddelde popprinses in om zich te ontworstelen aan het strakke keurslijf van deze topproducer. Galore is een album dat je steeds weer weet te verrassen en de muzikante uit Parijs doet dit aan de enen kant met goede songs en aan de andere kant met een steeds weer bijzonder klinkend geluid. 

De elektronische popalbums van het moment vind ik meestal wat kil en vaak ook wat zielloos klinken, maar Oklou heeft een album gemaakt waar je het niet alleen warm van krijgt, maar het is ook een album dat vol leven zit en steeds weer wegspringt als je er vat op lijkt te hebben. Of Oklou er direct wereldberoemd mee gaat worden durf ik niet te voorspellen, maar de eigenzinnige Franse muzikante is er absoluut een voor de toekomst. Erwin Zijleman

De muziek van Oklou is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://oklou.bandcamp.com/album/galore.

   

zondag 29 november 2020

Young Marble Giants - Colossal Youth

Young Marble Giants maakte in 1980 met Colossal Youth een onbetwiste klassieker en het is er een die met de dag invloedrijker wordt en het daarom absoluut verdient om gehoord te worden
Als iedereen die nu hoog opgeeft over het debuutalbum van Young Marble Giant het album in 1980 had gekocht, was het waarschijnlijk een stuk beter afgelopen met het trio uit Wales. In 1980 was de muziekwereld nog niet echt klaar voor Colossal Youth. De muziek van het trio is bijna minimalistisch te noemen, maar wat zijn met name de bijdragen van bas, gitaar en ritmebox trefzeker. De enige verdere opsmuk zijn een eenvoudig orgeltje en de al even minimalistische zang van Alison Statton. Colossal Youth van Young Marble Giants zou verrassend invloedrijk blijken, maar het debuut van de band uit Wales is nog altijd volkomen uniek.


Er zijn een heleboel klassiekers die in vrijwel iedere goed gevulde platenkast zijn te vinden, maar je hebt ook klassiekers die in vrijwel iedere goed gevulde platenkast ontbreken. Vervang platenkast door playlist en ook muziekliefhebbers van een redelijk recent bouwjaar weten waar ik het over heb. Een van die onbekende klassiekers is absoluut Colossal Youth van de Britse band Young Marble Giants. 

Dat het debuut van de band uit Wales relatief onbekend is gebleven, heeft de band overigens grotendeels aan zichzelf te danken. Colossal Youth was in 1980 niet alleen een wat vreemde eend in de bijt, zeker binnen het hokje postpunk waar de band werd ingeduwd, maar het is ook het enige album van een band die uiteindelijk nog geen drie jaar bestond (al werd de band een jaar of tien geleden heropgericht voor een aantal optredens. 

Colossal Youth ging in 1980 zeker niet in enorme aantallen over de toonbank, maar toen aan het eind van de jaren 80 de balans van het decennium werd opgemaakt, dook het album verrassend op in flink wat lijstjes met de beste en meest invloedrijke albums uit het decennium. 

Ik pikte het album toen ook pas voor het eerst op en begreep direct waarom het debuut en de zwanenzang van Young Marble Giants achteraf bezien zo werd geprezen. Colossal Youth is nog altijd een album met een bijzonder geluid, maar het is ook een album dat de afgelopen decennia meerdere bands heeft beïnvloed, met de The xx als het wat mij betreft meest aansprekende voorbeeld. 

Luister naar Colossal Youth en je hoort muziek die absoluut als minimalistisch is te omschrijven. Het geluid op Colossal Youth bestaat uit niet veel meer dan klanken van een eenvoudig orgeltje, voorzichtig funky baslijnen, puntige gitaarakkoorden en een ritmebox. Dit eenvoudige of zelfs minimalistische geluid krijgt gezelschap van al even sobere zang. 

Alison Statton, Philip Moxham, Stuart Moxham bleven na het uit elkaar vallen van Young Marble Giants muziek maken, maar zo goed en urgent als op Colossal Youth werd het nooit meer. Ter ere van de veertigste verjaardag van het inmiddels wel in bredere kring als klassieker bestempelde debuutalbum van Young Marble Giants, is het album deze week verschenen in een luxe editie, die al het werk van de band bevat. 

De vijftien tracks van Colossal Youth krijgen gezelschap van veertien extra tracks en als bonus is ook nog een live-DVD bijgevoegd. Het interessantst blijft wat mij toch het zo memorabele debuut uit 1980, dat nog net zo eigenzinnig klinkt als op de dag van de release, al is het misschien nog wel minimalistischere bonusmateriaal ook zeker de moeite waard. 

Alison Statton, Philip Moxham, Stuart Moxham hebben genoeg aan minimale middelen, maar het effect dat ze sorteren is maximaal. Vooral de songs die gedragen worden door vlijmscherpe gitaarakkoorden, bijzondere ritmes, funky basloopjes en de heldere zang van Alison Statton vind ik geweldig, maar dat ligt vooral aan het feit dat ik niet zo gek ben op het wat zeurende orgeltje. Het is muziek teruggebracht tot de essentie, maar wat klinkt het nog altijd krachtig. 

Colossal Youth van Young Marble Giants is zoals gezegd een klassieker die wat minder bekend is dan de gemiddelde klassieker. De deze week verschenen luxe editie is een mooie gelegenheid om hier wat aan te doen. En je hebt direct zo ongeveer alles van de band in huis. Erwin Zijleman


De 40th Anniversary Edition van Colossal Youth van Young Marble Giants is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

zaterdag 28 november 2020

Ane Brun - How Beauty Holds The Hand Of Sorrow

Ane Brun bracht een maand geleden een even verrassend als prachtig album uit en herhaalt dat kunstje nu met een album dat weer totaal anders klinkt maar eveneens wonderschoon is
Ane Brun koos tijdens de lockdown dit voorjaar voor een verblijf op het Noorse platteland en schreef hier voldoende songs voor twee albums. De eerste verscheen een maand geleden en klonk verrassend vol en elektronisch, de tweede verschijnt nu en klinkt juist verrassend sober. Wat is gebleven is de geweldige stem van Ane Brun, die ook de songs op How Beauty Holds The Hand Of Sorrow weer tot grote hoogten optilt. Het levert in een maand tijd twee albums op van jaarlijstjesniveau. Het zijn twee albums waartussen ik niet wil kiezen en dat hoeft dat ook niet. Ik was een beetje uitgekeken op Ane Brun, maar deze twee albums zijn van een angstaanjagend hoog niveau.


Ik was ruim zeventien jaar geleden behoorlijk onder de indruk van het debuut van de Noorse singer-songwriter Ane Brun, maar sindsdien werd ik lang niet altijd overtuigd door haar albums en de laatste jaren liet ik er zelfs een aantal liggen. Het eind oktober verschenen After The Great Storm kwam daarom voor mij als een donderslag bij heldere hemel. 
Ane Brun had me onmiddellijk te pakken met de songs op het album en met haar stem en wist ook nog eens enorm te verrassen met een avontuurlijk en bezwerend elektronisch klankentapijt. 

We zijn inmiddels pas een maand verder en wederom zit er een nieuw album van Ane Brun tussen de nieuwe releases. How Beauty Holds The Hand Of Sorrow klinkt flink anders dan After The Great Storm, maar ook dit keer was ik onmiddellijk onder de indruk van de muziek van de Noorse muzikante. 

De songs voor After The Great Storm en How Beauty Holds The Hand Of Sorrow werden het afgelopen voorjaar geschreven tijdens de lockdown op het Noorse platteland en een van de songs (Don’t Run And Hide) komt op beide albums terug. Ane Brun wilde eigenlijk maar één album maken, maar toen de songs vorm kregen en de Noorse muzikante experimenteerde met verschillende instrumentaties, werd snel duidelijk dat het twee, behoorlijk verschillende albums, moesten gaan worden. 

How Beauty Holds The Hand Of Sorrow opent fraai met Last Breath, waarin subtiele pianoklanken worden gecombineerd met prachtig gearrangeerde strijkers. De fraaie strijkersarrangementen waren er ook op After The Great Storm, maar waar ze op dit album werden gecombineerd met atmosferische elektronische klanken, zijn er nu slechts wat subtiele pianoakkoorden en vooral stilte. 

In het volle elektronische geluid van After The Great Storm viel de stem van Ane Brun me in positieve zin op, maar die stem klinkt misschien nog wel mooier op het soberder ingekleurde How Beauty Holds The Hand Of Sorrow. Dat hoor je direct in de openingstrack, maar je hoort het nog beter in de songs waarin ook de strijkers zwijgen en de indringende vocalen van Ane Brun alleen worden begeleid door de piano en hier en daar een akoestische gitaar. 

Ik noemde After The Great Storm een paar weken geleden al een typisch herfstalbum, maar ook How Beauty Holds The Hand Of Sorrow lijkt gemaakt voor dit seizoen, al voldoet het album misschien nog wel beter in een ijskoude en donkere winter. Ook op haar nieuwe album kiest Ane Brun voor een wat melancholisch aandoend geluid en zingt ze vol gevoel en weemoed, hier en daar ondersteund door al even fraaie achtergrondzang. 

Ik werd een paar weken zoals gezegd enorm aangenaam verrast door het nieuwe geluid van Ane Brun, dat absoluut naar meer smaakte. Dat meer krijgen we niet op How Beauty Holds The Hand Of Sorrow, maar ik vind het nieuwe album van Ane Brun misschien nog wel indrukwekkender dan zijn voorganger. 

Er zijn dit jaar al meerdere lockdown albums verschenen, maar Ane Brun weet alle onzekerheid uit deze lockdown het best te vangen in haar muziek. De instrumentatie is prachtig, vooral als deze zo sober mogelijk wordt gehouden en Ane Brun onder de huid kan kruipen met wonderschone zang en indringende klanken. 

Het is niet veel muzikanten gegeven om in een jaar twee albums uit te brengen die goed genoeg zijn voor de jaarlijstjes (Big Thief deed het vorig jaar wel overigens), maar Ane Brun doet het en vooralsnog vind ik How Beauty Holds The Hand Of Sorrow nipt de mooiste van de twee. Erwin Zijleman

De muziek van Ane Brun is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van haar label, dat een hoge kwaliteit digitale versie aanbiedt voor een prikkie: https://balloonrangerrecordings.bandcamp.com/album/how-beauty-holds-the-hand-of-sorrow.


How Beauty Holds The Hand Of Sorrow van Ane Brun is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

vrijdag 27 november 2020

Babeheaven - Home For Now

Naar het debuut van het Londense duo Babeheaven werd al een tijdje uitgekeken en dat was terecht, want wat klinkt de mix van zwoele R&B en triphop met soulvolle vocalen lekker
Ik was al een tijd naar het debuutalbum van Babeheaven aan het luisteren en genoot van de lome en zwoele klanken, maar opeens hoorde ik hoe goed het ook allemaal is. Het Londense duo heeft een geweldige zangeres en ook in muzikaal en productioneel opzicht steekt het debuut van Babeheaven knap in elkaar. Soms hoor je wat triphop, soms wat R&B, soms wat lome soulpop en steeds raakt het Londense duo de juiste snaar. En ondertussen breekt ook nog eens de zon door en stijgt de temperatuur met flink wat graden. Home For Now is hierdoor de opkikker die we allemaal wel kunnen gebruiken op het moment.


Babeheaven is een duo uit Londen dat momenteel flink wat aandacht krijgt aan de overzijde van de Noordzee. En dat is niet voor niets. Het duo dat bestaat uit zangeres Nancy Andersen en multi-instrumentalist en producer Jamie Travis heeft met Home For Now immers een bijzonder aangenaam klinkend debuut afgeleverd. 

Jamie Travis zorgt op het debuut van Babeheaven voor een warm klinkend geluid waarin elektronica en bijzondere ritmes een voorname rol spelen, maar waarin incidenteel ook bijzonder fraaie gitaarlijnen opduiken, terwijl Nancy Andersen zorgt voor bijzonder aangename vocalen, die absoluut zijn te karakteriseren als loom en soulvol. 

De muziek van Babeheaven werd bij de eerste EP’s van de band nog omschreven als “bedroom pop”, maar dit is slechts deels passend wanneer ik het debuutalbum van het Londense duo moet beschrijven. De muziek van Babeheaven is bijna altijd zwoel en dromerig, maar waar “bedroom pop” vaak wordt gemaakt met eenvoudige middelen en ook zo klinkt is het debuut van Babeheaven in instrumentaal en productioneel album een hoogstandje. Ook de soulvolle zang past overigens niet in het genoemde hokje, want Nancy Andersen is zeker niet de zoveelste zacht fluisterende zangeres. 

De critici zijn het er nog niet over eens of Home For Now nu in het hokje triphop of R&B moet worden geduwd. Ik hoor zelf invloeden uit beide hokjes en wil geen keuze maken. Met name wanneer de ritmes een belangrijke rol spelen hoor ik meer invloeden uit de triphop, waarbij Babeheaven zich ergens tussen Massive Attack en Portishead positioneert. Het duo uit Londen is echter ook niet vies van soulvolle pop die hier en daar dicht tegen de R&B aan schuurt en ik hoor tenslotte hier en daar ook wel raakvlakken met de muziek van Sade. 

Home For Now is een bijzonder lekker klinkend album. Heerlijk voor niet meer bestaande vrijdagmiddagborrels en zomerse feestjes, maar ook heerlijk voor de late avond of vroege ochtend. Het debuut van Babeheaven is echter meer dan alleen aangenaam. De instrumentatie en productie verdienen het echt om gehoord te worden, zeker als de ritmes loom zijn, de elektronica atmosferisch en de gitaarlijnen wonderschoon. 

Ook de zang op Home For Now is van een bijzonder hoog niveau. Nancy Andersen klinkt heerlijk soulvol, maar ze doet zeker niet aan vocale krachtpatserij, waardoor alles op het debuut van Babeheaven even loom en dromerig klinkt. 

Ik ben al met al best onder de indruk van het debuut van Babeheaven, al is bijna drie kwartier muziek net wat teveel. Babeheaven varieert niet heel veel op haar debuut en had dus best wat selectiever kunnen zijn. Aan de andere kant klinkt het allemaal zo aangenaam dat het na een half uurtje intensief luisteren nog best even een kwartier wat voor mag kabbelen. 

Heel aangenaam maar niet heel bijzonder is tot dusver een breed gedragen mening over dit album, maar ik vind het bijzonder hoe Babeheaven wat soul, warmte en lichtvoetigheid de triphop in sleept of hoe soulvolle pop wordt voorzien van een vleugje triphop. In een week waarin de melancholie overheerste in de muziek (en zoals gewoonlijk in het nieuws, al waren er zeker lichtpuntjes) bevalt deze dosis zwoele warmte me uitstekend. Erwin Zijleman

De muziek van Babeheaven is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://babeheaven.bandcamp.com/album/home-for-now-2.

 

Tomberlin - Projections

Tomberlin imponeerde twee jaar geleden met een intiem en indringend debuut en de Amerikaanse singer-songwriter laat op haar nieuwe EP horen dat er nog veel meer in zit
Ik besteed normaal gesproken op deze BLOG geen aandacht aan EP’s, zeker niet als het aanbod van nieuwe en uitstekende albums zo groot is als dit jaar vrijwel continu het geval is. Voor nieuwe EP’s van persoonlijke favorieten maak ik natuurlijk graag een uitzondering. Onlangs verscheen een nieuwe EP van Tomberlin, die twee jaar geleden debuteerde met een album dat me tot op de dag van vandaag steeds dierbaarder wordt. Projections is misschien nog wel mooier en houdt de aandacht 18 minuten lang vast met prachtig ingekleurde en vol gevoel gezongen popliedjes die overlopen van melancholie en intimiteit. Wat een talent deze Tomberlin.


Tomberlin, het alter ego van de Amerikaanse singer-songwriter Sarah Beth Tomberlin, debuteerde twee jaar geleden met At Weddings. Op haar debuut rekende Tomberlin af met haar jeugd in een streng religieus gezin op het Amerikaanse platteland, waarvan ze vervreemde in haar puberjaren. Het leverde een wonderschoon, maar ook bijzonder indringend debuut op. Het is een debuut dat ik in 2018 schaarde onder de betere albums van het jaar, maar sindsdien heeft At Weddings van Tomberlin alleen maar aan kracht en diepgang gewonnen. 
We moeten helaas nog even wachten op het tweede album van de jonge Amerikaanse singer-songwriter, maar onlangs verscheen wel een nieuwe EP van Tomberlin, Projections. 

Op haar debuut maakte Sarah Beth Tomberlin indruk met uiterst ingetogen en zeer intieme songs vol emotie en doorleving. At Weddings leek op het eerste gehoor behoorlijk sober ingekleurd, maar het door de Canadese muzikant en producer Owen Pallett geproduceerde At Weddings bleek voorzien van een bijzonder smaakvol geluid vol mooie details. Het was een instrumentatie de mooie en indringende stem van Sarah Beth Tomberlin op fraaie wijze versterkte. 

Alles dat ik twee jaar geleden opschreef over At Weddings geldt ook voor Projections, al laat Tomberlin ook groei horen. Net als At Weddings valt ook Projections op door een bijzonder smaakvolle instrumentatie en productie. Sarah Beth Tomberlin deed de productie dit keer samen met Alex G en zijn bandgenoot Sam Acchione en het geluid is nog wat mooier en veelzijdiger dan op haar debuut. 

Het is een instrumentatie die bestaat uit een ingetogen akoestische onderlaag, waarop fraaie accenten van onder andere strijkers, gitaren, drums en keyboards zijn geplaatst. Het klinkt nog net wat warmer en trefzekerder dan op het debuut van Tomberlin en dat warmere geluid past perfect bij de mooie stem van de muzikante uit Los Angeles. Het is nog altijd een stem vol emotie, maar het is ook een stem die de afgelopen twee jaar flink aan kracht en schoonheid heeft gewonnen. 

Sarah Beth Tomberlin is inmiddels twee jaar ouder en staat dit keer stil bij zaken die haar in het heden bezig houden en relaties maken hier een belangrijk deel van uit. Ook dit thema weet de Amerikaanse singer-songwriter te verpakken in zeer aansprekende songs vol gevoel.

Projections bevat vijf songs en heeft een speelduur van 18 minuten. Dat is niet veel, maar wat is het mooi. De vijf songs op de nieuwe EP zijn me inmiddels al net zo dierbaar als de songs op het debuut van Tomberlin en de rek is er nog lang niet uit. En het zijn songs die zoveel moois bevatten dat twee keer achter elkaar luisteren geen probleem is.

Vergeleken met haar debuut heeft Tomberlin zich de kunst van het schrijven van aansprekende songs nog wat beter aangeleerd, wat een vijftal tijdloze en wonderschone popsongs oplevert. Ik schaarde de jonge singer-songwriter twee jaar geleden al onder de grote beloften in het genre, maar Projections laat horen dat Tomberlin met de beste van haar soortgenoten mee kan. Denk hierbij aan Phoebe Bridgers, Julien Baker en noem ze maar op. 

Projections doet enorm uitzien naar het tweede album van Sarah Beth Tomberlin en wanneer de Amerikaanse muzikante de lijn van deze EP weet door te trekken, kunnen we rekenen op een jaarlijstjesalbum. Zover is het nog niet helaas, maar wat is deze prachtige EP een mooi voorproefje. Erwin Zijleman

De muziek van Tomberlin is verkrijgbaar via bandcamp: https://tomberlin.bandcamp.com/album/projections.

   

donderdag 26 november 2020

The Cribs - Night Network

Een nieuw album van de Britse band The Cribs werd eigenlijk niet meer verwacht, maar Night Network is gekomen en is wat mij betreft een van de leukste albums van de band tot dusver
De kans dat The Cribs over een aantal decennia in één adem worden genoemd met de allergrootste Britse bands is klein, maar wat heeft de band uit Yorkshire inmiddels een mooi stapeltje albums op haar naam staan. De band zat de afgelopen jaren in een diep dal, maar Foo Fighters voorman Dave Grohl trok band er uit en stelde de band in staat om een van haar leukste albums tot dusver te maken. Het is een album dat zich stevig heeft laten inspireren door de goed gevulde archieven van de Britse maar ook zeker de Amerikaanse rockmuziek. Het komt allemaal samen in heerlijk melodieuze songs die je direct wilt koesteren en nooit meer wilt vergeten. Prachtalbum.


Toen de Britse band The Cribs iets meer dan 15 jaar geleden voor het eerst opdook, voorspelde ik de band uit Wakefield in het Britse Yorkshire direct een geweldige toekomst en ik was zeker niet de enige. In de geschiedenis van de Britse rockmuziek duiken ieder decennium nieuwe helden op en na de jaren 90 van onder andere Blur en Oasis, zouden de jaren 00 wel eens het decennium van The Cribs kunnen worden. 

Vijftien jaar later kunnen we concluderen dat de populariteit van de band helaas nooit mythische proporties heeft aangenomen. Het is bijzonder, al is het maar omdat de albums van The Cribs stuk voor stuk prima albums zijn. Veel verder dan de cultstatus kwam de band rond de broers Ryan, Gary en Ross Jarman echter niet, zelfs niet toen niemand minder dan Johnny Marr werd gecontracteerd als extra gitarist. 

De afgelopen jaren kreeg de band ook nog eens te maken met juridisch getouwtrek over de eigendomsrechten van de catalogus van de band en leek het er op dat The Cribs het bijltje er bij neer zouden gooien. Het was uiteindelijk Foo Fighters voorman Dave Grohl, die de band van de ondergang redde door zijn studio in Los Angeles aan te bieden. In Los Angeles werden de eerste zaadjes geplant die uiteindelijk hebben geleid tot het deze week verschenen Night Network. 

De band uit Yorkshire werkte in het verleden met producers van naam en faam als Edwyn Collins, Alex Kapranos (Franz Ferdinand), Nick Launay, Dave Fridmann, Ric Ocasek en Steve Albini, maar doet het op Night Network allemaal zelf. Het levert een verrassend veelkleurig album op. 

Night Network opent opvallend met harmonieën die je mee terug nemen naar de jaren 50 van de vorige eeuw en die klinken alsof dit keer Brian Wilson is ingehuurd voor de productie van het album. Het is een aardig en opvallend begin, maar het was voor mij toch goed nieuws dat de band vanaf de tweede track kiest voor een wat steviger geluid, al keren de fraaie koortjes nog een paar keer terug. 

The Cribs klonken nooit als een typisch Britse band, maar op het in de VS opgenomen Night Network klinkt de band soms zo Amerikaans als het maar kan en steekt het onder andere Weezer naar de kroon. Invloeden uit de Britpop zijn zeker niet helemaal verdwenen op het nieuwe album van The Cribs, maar hebben gezelschap gekregen van flink wat invloeden uit de Amerikaanse indie-rock uit de jaren 90, al worden ook flink wat decennia Britse rockmuziek niet vergeten. 

Het wordt nog wat voller en steviger wanneer Sonic Youth’s Lee Ranaldo opduikt, maar de songs van The Cribs blijven gelukkig heerlijk melodieus. De songs op Night Network zijn niet alleen veelzijdig en melodieus, maar zijn bovendien van een opvallend hoog niveau. The Cribs toveren op hun nieuwe album het ene na het andere memorabele popliedje uit de hoge hoed en de een is nog onweerstaanbaarder dan de ander. 

Ondanks het feit dat er dit keer geen gerenommeerde producer achter de knoppen zat, klinkt Night Network bijzonder lekker. Het levert een feelgood album op dat direct leuk is en leuk blijft. 

Of het genoeg is om The Cribs alsnog om te toveren tot een van de grootste bands van het moment durf ik te betwijfelen, maar de belofte die er ooit in zat wordt wel weer voor de zoveelste keer vervuld. The Cribs werden de afgelopen twee jaar al door menigeen afgeschreven, maar met Night Network leveren de Britten zomaar een van hun beste albums op. Erwin Zijleman


Night Network van The Cribs is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

Phoebe Bridgers (featuring Rob Moose) - Copycat Killer

Phoebe Bridgers is absoluut een van de grootste talenten van de hedendaagse muziekscene en bewijst dat nog maar eens met een fraaie EP met nieuwe bewerkingen van songs van Punisher
Ik besteed normaal gesproken op deze BLOG geen aandacht aan EP’s, zeker niet als het aanbod van nieuwe en uitstekende albums zo groot is als dit jaar vrijwel continu het geval is. Voor nieuwe EP’s van persoonlijke favorieten maak ik natuurlijk graag een uitzondering. Deze week verscheen een nieuwe EP van Phoebe Bridgers, die misschien wel het beste album van 2020 heeft gemaakt en ook met haar nieuwe EP weer verrast. Copycat Killer bevat geen nieuwe songs, maar vier songs die we kennen van Punisher, maar dan in een flink andere versie, waarin de fraaie strijkersarrangementen van Rob Moose domineren. Fraai herfstplaatje.


Phoebe Bridgers debuteerde in 2015 met de EP Killer en maakte de belofte van die EP meer dan waar met haar in 2017 verschenen debuutalbum Stranger In The Alps, dat de top drie van mijn jaarlijst haalde en dat was zeker niet de enige jaarlijst waarin het debuut van Phoebe Bridgers opdook. 

Na de uitstapjes met de gelegenheidsbands Boygenius (samen met Julien Baker en Lucy Dacus) en Better Oblivion Community Center (samen met Conor Oberst) in 2018 en 2019, ook goed voor twee prachtplaten, keerde Phoebe Bridgers eerder dit jaar terug met haar tweede album, Punisher. Ook Punisher gaat hoge ogen gooien in mijn jaarlijstje en maakte de bijzonder hooggespannen verwachtingen wat mij betreft meer dan waar. 

Als toetje verscheen deze week ook nog de EP Copycat Killer. Het is een EP die Phoebe Bridgers samen heeft gemaakt met de New Yorkse muzikant Rob Moose, een van de oprichters van het eigenzinnige New Yorkse strijkersensemble yMusic. 

Deze Rob Moose is een van de meest gevraagde muzikanten van het moment. Zijn bijzonder fraaie strijkersarrangementen waren dit jaar al te horen op de albums van onder andere Bon Iver, Taylor Swift, Laura Marling, Moses Sumney, Perfume Genius en Blake Mills en natuurlijk op Punisher van Phoebe Bridgers. Op Copycat Killer komen vier songs van Punisher terug en het zijn songs die nu volledig door Rob Moose worden ingekleurd. 

Kyoto is op Punisher een van de stevigere en meer uptempo songs, maar klinkt flink anders in de nieuwe versie waarin de gitaren zijn vervangen door strijkers. Het resultaat is prachtig. De verschillen met de originelen zijn in de andere drie gevallen net wat minder groot. Savior Complex, Chinese Satellite en Punisher waren op het album al betrekkelijk sober en deels met strijkers gearrangeerd, maar in de nieuwe versie doet Rob Moose er nog een flinke schep bovenop met hier en daar stevig aangezette en klassiek aandoende arrangementen. 

Het is zoals gezegd maar een toetje na het prachtige album, maar ook de vier songs op Copycat Killer laten weer horen hoe groot het talent van Phoebe Bridgers is. De kwaliteit van de songs komt nog wat nadrukkelijker naar voren en de stem van de Amerikaanse muzikante kleurt fraai bij de stemmige strijkers. 

De muziek van Phoebe Bridgers is altijd al donker getint en dat verandert zeker niet door de nieuwe instrumentatie en arrangementen. Ook de fraaie strijkers van Rob Moose passen prachtig bij de melancholische songs van Phoebe Bridgers en slepen een deel van Punisher op overtuigende wijze de herfst en winter in. 

Ik hoop niet dat Phoebe Bridgers op haar volgende album volledig deze kant op gaat, want daarvoor hoor ik de gitaren in haar muziek te graag, maar over een bonusalbum met strijkers hoor je mij niet klagen. Punisher gaat in de komende weken, waarin ik flink na ga denken over mijn jaarlijst nog vaak voorbij komen als een van de mooiste albums van het jaar, maar Copycat Killers plak ik er zeker achteraan. Ik ben nu al benieuwd waarmee Phoebe Bridgers ons in 2021 gaat verrassen. Erwin Zijleman

De muziek van Phoebe Bridgers is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://phoebebridgers.bandcamp.com/album/copycat-killer.

   

woensdag 25 november 2020

Kacey Johansing - No Better Time

Kacey Johansing maakte twee jaar geleden met The Hiding een prachtig album en herhaalt dat kunstje nu met het nog wat mooier ingekleurde en nog wat overtuigendere No Better Time
Luister naar het nieuwe album van de Amerikaanse singer-songwriter Kacey Johansing en je hoort haar Californische roots. No Better Time laat zich inspireren door zowel Laurel Canyon folk als Californische pop en smeedt beide invloeden aan elkaar in songs vol zonnestralen. No Better Time is bijzonder fraai ingekleurd met zowel organische als elektronische klanken en staat garant voor voldoende vitamine D. De mooie stem van Kacey Johansing tilt het aangename geluid op No Better Time nog wat verder op en laat je heerlijk wegdromen bij de lome klanken op dit persoonlijke album, dat ook nog vertelt dat zelfs na hele donkere wolken de zon weer gaat schijnen.


Kacey Johansing maakte in de eerste helft van het huidige decennium twee nauwelijks opgemerkte albums, maar trok in 2018 in verrassend brede kring de aandacht met het sterke The Hiding. Op The Hiding verloochende de Californische singer-songwriter haar afkomst zeker niet en vermengde ze op fraaie wijze invloeden uit de Laurel Canyon folk met invloeden uit de Californische pop uit de jaren 70. 

Deze week verscheen de opvolger van The Hiding en No Better Time trekt de lijn van The Hiding door. Ook het nieuwe album van Kacey Johansing laat zich nadrukkelijk inspireren door de muziek zoals die in de jaren 60 en 70 in Californië werd gemaakt. Kacey Johansing noemt No Better Time zelf haar “LA record”, maar dat is een omschrijving die wat mij betreft ook al van toepassing was op The Hiding. 

No Better Time is een optimistisch album waarop de Californische zon nadrukkelijk mag schijnen, maar die zonnestralen kwamen voor Kacey Johansing niet vanzelf. Op No Better Time draait alles om het hervinden van liefde na een traumatische gebeurtenissen, wat neerslaat in persoonlijke teksten. Op haar nieuwe album mag de zon gelukkig weer schijnen en dat doet hij direct volop. 

Kacey Johansing werkt op haar nieuwe album samen producer en multi-instrumentalist Tim Ramsey, die eerder werkte met onder andere Vetiver en Fruit Bats. Tim Ramsey trok een aantal al even gelouterde technici aan, waardoor No Better Time echt prachtig klinkt. De Californische singer-songwriter kreeg in de studio bovendien gezelschap van een aantal ervaren muzikanten, die haar nieuwe album prachtig hebben ingekleurd. 

No Better Time is zoals gezegd een zonnig klinkend album, wat wordt versterkt door een warm klinkende organische onderlaag. Op deze onderlaag zorgt subtiel aangebrachte elektronica voor de eerste betovering. Die betovering wordt versterkt door de prachtige stem van Kacey Johansing, die de Californische zonnestralen als een engeltje omarmt met mooie heldere maar ook warme vocalen. 

Op The Hiding manoeuvreerde Kacey Johansing zich ergens tussen de vrouwelijke singer-songwriters uit de Laurel Canyon en de zwoele pop van Fleetwood Mac in en ook No Better Time laat zich zowel door Californische pop als door Laurel Canyon folk beïnvloeden. De muziek van de Californische muzikante is wat lichtvoetiger dan die van de pure folkies uit de jaren 60, maar weer wat serieuzer dan de toegankelijke pop die halverwege de jaren 70 in Los Angeles werd gemaakt. 

Op het moment dat ik deze recensie schrijf is het buiten guur en donker, maar Kacey Johansing verwarmt op aangename wijze de ruimte. No Better Time is echter niet alleen een aangenaam, maar ook een wonderschoon album. De mooie instrumentatie, die varieert van vol tot subtiel, kleurt steeds prachtig bij de al even mooie stem van Kacey Johansing en de songs op het album zijn in vrijwel alle gevallen van het soort dat je direct bij eerste beluistering dierbaar is en vervolgens niet meer aan kracht verliezen. 

Kacey Johansing trok in 2018 zoals gezegd verrassend veel aandacht met The Hiding en verdient deze aandacht ook absoluut voor No Better Time, dat ik over de hele linie nog net wat mooier en overtuigender vind. Erwin Zijleman

De muziek van Kacey Johansing is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://kaceyjohansing.bandcamp.com/album/no-better-time.


No Better Time van Kacey Johansing is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

dinsdag 24 november 2020

Larkin Poe - Kindred Spirits

Op voorhand lijkt het een tussendoortje met een niet al te veilige keuze van songs, maar Larkin Poe zet op Kindred Spirits vrijwel alles naar haar hand en maakt indruk met een rauw en bluesy geluid
Het vorige album van Larkin Poe is pas een paar maanden oud, maar Rebecca en Megan Lovell zijn al weer terug met een nieuw album. Kindred Spirits is een typisch tussendoortje met uitsluitend songs van anderen, maar Larkin Poe maakt zich er zeker niet makkelijk van af. De zussen hebben een aantal songs geselecteerd waar je eigenlijk van af moet blijven of die totaal ongeschikt lijken, maar wanneer alles in het bluesy keurslijf van het Amerikaanse duo is geperst valt vrijwel alles op zijn plek. Geweldig gitaarwerk, geweldige zang en het vermogen om van de songs van anderen Larkin Poe songs te maken. Larkin Poe blijft dit jaar verbazen met geweldig werk.


Het Amerikaanse duo Larkin Poe blijft me maar verbazen. Rebecca en Megan Lovell maakten met hun zus Jessica ooit indruk als The Lovell Sisters, dat imponeerde met bluegrass vol wonderschone harmonieën, maar toen Jessica het voor gezien hield, gingen Rebecca en Megan hun eigen weg en verder als Larkin Poe. 

De twee zussen waren in eerste instantie niet vies van folky pop, maar kozen langzaam maar zeker voor een wat rauwer en steviger geluid vol invloeden uit de blues en de Southern Rock. Het leverde eerder dit jaar het geweldige Self Made Man op en dat is een album dat ik echt steeds beter ben gaan vinden. 

Omdat de twee zussen in coronatijd niet veel anders konden dan nieuwe muziek opnemen, worden we een maand of vijf na Self Made Man alweer getrakteerd op een nieuw album van Larkin Poe. Kindred Spirits is gevuld met songs van anderen en zal daarom een tussendoortje worden genoemd. 

Het is een tussendoortje dat ik in eerste instantie met enige argwaan bekeek, want de zussen Lovell hebben gekozen voor een bijzondere serie songs. Hieronder een aantal songs waaraan je eigenlijk alleen maar kunt vertillen als Rockin’ In The Free World van Neil Young, (You’re The) Devil In Disguise van Elvis Presley en Ramblin’ Man van The Allman Brothers, maar ook een aantal songs die op voorhand totaal niet lijken te passen bij Larkin Poe als In The Air Tonight van Phil Collins, Nights In White Satin van The Moody Blues en Crocodile Rock van Elton John. 

Ik begon daarom met niet al te hoge verwachtingen aan Kindred Spirits, maar net als eerder dit jaar bliezen Rebecca en Megan Lovell me al snel van mijn sokken. Kindred Spirits opent met rauwe akoestische blues met de Larkin Poe versie van Hellhound On My Trail van Robert Johnson en dat smaakt naar meer. 

Dat meer krijg je in de tweede track waarin Larkin Poe aan de haal gaat met Fly Away van Lenny Kravitz. Het recept van Larkin Poe op Kindred Spirits wordt in deze track duidelijk. Akoestische gitaren als basis, aangevuld met akoestisch bluesy gitaarwerk, hier en daar een uithaal van de elektrische gitaar en natuurlijk de krachtige en fraai bij elkaar kleurende stemmen van de zussen. 

Het eerste hoogtepunt is een ingetogen versie van Neil Young’s Rockin’ In The Free World, waarin een bijzonder fraaie gitaarsolo is verstopt en al snel sleept het tussendoortje van Larkin Poe zich van hoogtepunt naar hoogtepunt. Het gitaarwerk is prachtig en ook in vocaal opzicht maken de zussen Lovell keer op keer indruk. 

Ook de op het eerste gezicht wat onhandige selectie van songs pakt uitstekend uit. (You’re The) Devil In Disguise is prachtig, In The Air Tonight vind ik net wat minder, maar Nights In White Satin past weer prima in het bluesy keurslijf van Larkin Poe. In de echte bluessongs op het album vertrouwt Larkin Poe vooral op geweldig gitaarwerk, maar ook de zang zorgt keer op keer voor vuurwerk. 

De gitaarsolo’s vliegen je om de oren en steeds maar weer laten Rebecca en Megan Lovell horen hoe mooi hun stemmen bij elkaar passen, vooral ook als ze ingetogen zingen. Wanneer het gevoel en de passie met steeds grotere regelmaat uit de speakers knallen, is al snel duidelijk dat Larkin Poe zeker geen lauwwarm tussendoortje heeft gemaakt, maar een geïnspireerd album vol geweldige vertolkingen van songs van anderen. Erwin Zijleman

De muziek van Larkin Poe is verkrijgbaar via hun Britse webstore: https://larkin-poe-uk.myshopify.com.

   

maandag 23 november 2020

Laura Fell - Safe From Me

De Britse singer-songwriter Laura Fell komt op de proppen met een knap debuutalbum dat een fraai evenwicht weet te vinden tussen tijdloze songs en een avontuurlijk eigen geluid
Het is al een tijd dringen in het land van de vrouwelijke singer-songwriters, maar de Britse Laura Fell weet direct op te vallen. Ze doet dat met een warm en loom stemgeluid, met een vol klinkende instrumentatie waarin ruimte is voor avontuur en met songs die kwaliteit ademen. Safe From Me is aan de ene kant een tijdloos klinkend album, maar aan de andere kant ook een album met een duidelijk eigen geluid, dat zich niet zo makkelijk in een hokje laat duwen. Laura Fell is nog werkzaam als psychotherapeut, maar als ze wil kiezen voor een bestaan als fulltime professioneel muzikant lijkt me dat op basis van dit fraaie debuut absoluut kansrijk.



Laura Fell komt uit Londen en heeft overdag een drukke baan als psychotherapeut. In de avonduren maakt ze muziek en dat levert nu een bijzonder fraai debuutalbum op. We worden de afgelopen jaren overspoeld met uitstekende albums van eigenzinnige vrouwelijke singer-songwriters, maar direct bij beluistering van de openingstrack van Safe From Me is duidelijk dat ook Laura Fell haar plekje in de spotlights verdient. 

Zowel de bijzondere stem van de Britse muzikante als de inkleuring van de openingstrack van haar debuut laten direct iets bijzonders horen. De inkleuring begint sober met vooral een akoestische gitaar, maar naarmate de track vordert wordt deze steeds wat voller ingekleurd met zwaar aangezette klanken en repeterende gitaarlijnen, om uiteindelijk weer net zo ingetogen te eindigen als de track begon. 

Laura Fell durft hierin opvallende keuzes te maken, waardoor een song die begint als folky uiteindelijk meerdere kleuren van kleur verschiet en een fraai evenwicht vindt tussen avontuur en fraaie klanken. Ook de zang van Laura Fell valt op. De Britse muzikante beschikt over een warm, loom en karakteristiek stemgeluid dat haar songs voorziet van nog wat extra onderscheidingskracht. 

Safe From Me bevat slechts acht tracks en ruim een half uur muziek, maar het is een half uur van hoog niveau en het is een half uur dat doet uitzien naar de volgende verrichtingen van Laura Fell. 

Het debuut van de Britse muzikante zoekt continu naar bijzondere wegen in de instrumentatie, onder andere door de inzet van blazers, elektronische en bijzondere percussie, maar Laura Fell schrijft ook lekker in het gehoor liggende popliedjes. Deze popliedjes worden met veel gevoel en toewijding vertolkt. De zang van Laura Fell is meestal warm en zacht, maar ze kan ook gepassioneerd en gedreven klinken. 

Safe From Me is gemaakt met flink wat muzikanten en dat hoor je. De instrumenten buitelen hier en daar bijna over elkaar heen, wat het debuut van Laura Fell voorziet van een bijzonder eigen geluid, waarin gitaren en synths steeds fraai samensmelten. 

Laura Fell zoekt op haar debuut hier en daar het avontuur, maar Safe From Me is ook een album dat het hart verwarmt op een koude winteravond. Het is ook een album dat veel beter wordt wanneer je er met volledige aandacht naar luistert. Bij oppervlakkige beluistering klinkt het allemaal bijzonder aangenaam, maar zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je hoe mooi en bijzonder de instrumentatie is, hoe Laura Fell durft te experimenteren en hoe warm en bedwelmend haar stem is. 

Het is niet makkelijk om in 2020 muziek te maken die niet hoorbaar is beïnvloedt door een aantal decennia popmuziek, maar Laura Fell slaagt er wat mij betreft in door met grote regelmaat buiten de gebaande paden te treden, maar ook songs te schrijven die vrijwel nooit tegen de haren in strijken en op een of andere manier tijdloos klinken.

Zeker wanneer het tempo wat omhoog gaat verrast de muzikante uit Londen met bijzondere accenten, maar ook in een behoorlijk ingetogen folksong blijft ze makkelijk overeind. Ik had tot een paar dagen geleden nog nooit van Laura Fell gehoord, maar na herhaalde beluistering van haar debuutalbum schrijf ik de naam van de Britse muzikante toch op als naam om in de gaten te houden de komende jaren. Haar debuut zou ik in de tussentijd zeker niet laten liggen. Erwin Zijleman

De muziek van Laura Fell is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://laurafell.bandcamp.com/releases.

   

zondag 22 november 2020

Nick Cave - Idiot Prayer: Nick Cave Alone At Alexandra Palace

Nick Cave heeft in een leeg Alexandra Palace in Londen genoeg aan zijn piano en zijn stem om je anderhalf uur bij de strot te grijpen met buitengewoon indringende songs vol weemoed
De 2020 tour van Nick Cave en The Bad Seeds zat er op voor hij begonnen was, maar in juli zat Nick Cave in zijn uppie in een leeg en desolaat Alexandra Palace in Londen. Anderhalf uur lang vertolkt hij een fraaie selectie songs uit zijn buitengewoon indrukwekkende oeuvre en heeft hij genoeg aan zijn indringende stem en fraai pianospel. Geen muziek om vrolijk van te worden, maar een regenachtige herfstdag wordt fraai ingekleurd met aardedonkere klanken vol weemoed. De bijna beangstigende leegte van het Alexandra Palace maakt de sobere vertolkingen van de songs van Nick Cave alleen maar indringender en indrukwekkender.


Nick Cave en zijn band The Bad Seeds hadden voor 2020 een uitgebreide Europese en Amerikaanse tournee in de agenda staan, maar de corona pandemie gooide roet in het eten. De tour werd uiteindelijk volledig geannuleerd, maar in juli was er één concert in het Londense Alexandra Palace. 

Het is de zaal die rond de jaarwisseling uitpuilt van schreeuwende en bier drinkende dart fans, maar in juli was er in de immense zaal slechts ruimte voor Nick Cave, zijn piano en een cameraman. Het concert werd in juli gestreamd voor iedereen die een kaartje voor een van de oorspronkelijk geplande concerten had gekocht, maar de live-registratie is nu ook fysiek verkrijgbaar. Idiot Prayer: Nick Cave Alone At Alexandra Palace komt in de boeken als live-album, maar het is zeker geen alledaags live-album. 

Het is niet nieuw dat Nick Cave in zijn eentje achter de piano zijn songs vertolkt, want tijdens de Conversations Tour van 2019 deed hij dit ook al. Idiot Prayer is hiermee deels een logisch vervolg op de tour van vorig jaar, al ontbreken de verhalen en de gesprekken met het publiek. Idiot Prayer bevat een fraaie selectie uit het oeuvre van Nick Cave & The Bad Seeds en hiernaast een song van gelegenheidsband Grinderman en een gloednieuwe song (Euthanasia). 

Nick Cave heeft na de trieste dood van zijn zoon Arthur in 2015 twee aardedonkere albums gemaakt die in het teken stonden van verlies en rouw. Skeleton Tree (2016) en Ghosteen (2019) waren zelfs voor Nick Cave begrippen opvallend donkere albums, maar de Britse muzikant maakte ook voor het voor hem zo dramatische jaar 2015 al aardedonkere albums. Het is goed te horen op Idiot Prayer, dat zoals gezegd een dwarsdoorsnede biedt van het werk van Nick Cave en zijn band. 

Het is niet veel muzikanten gegeven om anderhalf uur lang te imponeren met slechts een piano en een stem, maar Nick Cave slaagt er op Idiot Prayer moeiteloos in. Het pianospel is altijd stemmig maar ook veelzijdig, terwijl de indringende stem van Nick Cave de vertolkte songs voorziet van emotie, drama en urgentie. 

Idiot Prayer is door het ontbreken van publiek en interactie geen doorsnee live-album, maar het live vertolken en opnemen van de songs heeft zeker meerwaarde. Idiot Prayer is ruw en direct en komt hier en daar aan als een mokerslag. Alle songs blijven makkelijk overeind in de sobere muzikale setting waarin The Bad Seeds werkloos toekijken. Het stemmige pianospel past uitstekend bij de donkere songs op het album en ook de donkere stem van Nick Cave gedijt uitstekend bij de uiterst sobere klanken. 

Hier en daar hoor je goed dat het album live is opgenomen in een enorme ruimte. Je hoort Nick Cave zo nu en dan zijn papieren omslaan, hier en daar hoor je wat ruis en galm uit de lege ruimte en ook schoonheidsfoutjes ontbreken niet. De enorme leegte om Nick Cave heen heeft iets onheilspellends en voorziet het album van nog wat meer lading. 

Net als Skeleton Tree en Ghosteen, maar eerlijk gezegd ook vrijwel alle andere albums van de in Australië geboren muzikant, is Idiot Prayer geen album om heel vrolijk van te worden, maar wat is het een intens en indringend album. Idiot Prayer is een album om ademloos naar te luisteren. Niet geschikt voor alle momenten en gemoedstoestanden, maar op het juiste moment is het goed voor anderhalf uur kippenvel. Erwin Zijleman


Idiot Prayer: Nick Cave Alone At Alexandra Palance is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

zaterdag 21 november 2020

Jewel - Pieces Of You, 25th Anniversary Edition

Pieces Of You, vijfentwintig jaar geleden de sensationele eerste kennismaking met Jewel, verschijnt nu in een 25th Anniversary Edition en het is een schatkist vol geweldig bonusmateriaal
Pieces of You, het debuut van de Amerikaanse singer-songwriter Jewel, had vijfentwintig jaar geleden een enorme impact op mijn muzieksmaak. Het is ook een album dat ik reken tot mijn favoriete albums aller tijden. Het album is vijfentwintig jaar na de release nog een beetje mooier geworden met een wat opgepoetst geluid en een karrenvracht aan interessant bonusmateriaal. Het originele album blijft voor mij het meest waardevol, maar waar luxe edities van albums me lang niet altijd kunnen boeien, fascineert de 25th Anniversary Edition van Pieces Of You me vijf uur lang met intieme demo’s, outtakes en waardevol live-materiaal.


Stel je mag tien albums meenemen naar een onbewoond eiland, welke neem je mee? Het is een vreselijke vraag die nauwelijks te beantwoorden is en waarschijnlijk verschilt het antwoord per dag. Verbanningen naar onbewoonde eilanden zijn gelukkig zeldzaam tegenwoordig, maar als ik de vraag zou krijgen is de kans groot dat Pieces Of You van Jewel deel zou uitmaken van de tien albums die mee mogen. 

Pieces Of You verscheen in 1995 en veranderde mijn muzieksmaak volledig en vooralsnog voorgoed. Jewel (Kilcher) was een van de eerste vrouwelijke singer-songwriters die ik serieus omarmde en er zouden er velen volgen. 

Jewel was al een icoon in San Diego toen Pieces Of You verscheen, maar de twintig jaar oude muzikante was verder nog relatief onbekend. De in Alaska opgegroeide singer-songwriter verwierf die legendarische status in San Diego met haar wekelijkse optredens in het Inner Change Coffeehouse, maar toen was er Pieces Of You. 

Het debuut van Jewel is wat oneerbiedig beschouwd een wat bij elkaar geraapt zooitje van haar eerste studio opnamen en een aantal live-opnamen, maar wat had een album een impact, eerst in de Verenigde Staten, maar later ook in Europa. Toen Jewel aan het eind van het jaar ook nog het hoofdstedelijke Paradiso bezocht voor een zeer memorabel concert was ik definitief verkocht en werd Pieces Of You mijn favoriete album gedurende een aantal jaren. 

Het album viert nu, iets verlaat, zijn vijfentwintigste verjaardag en ter ere van deze verjaardag wordt flink uitgepakt met een 25th Anniversary Edition op maar liefst vier LP’s of CD’s (die nog wat meer bonusmateriaal bevatten). 

Het begint allemaal met de originele, maar uiteraard wel geremasterde, versie van Pieces Of You, dat voor mij in die vijfentwintig jaar niets van zijn charme, kracht en urgentie heeft verloren. Pieces Of You is met afstand het meest persoonlijke en ook meest intieme album van Jewel en hierdoor ook het meest aansprekende. 

De akoestische songs op het album zijn relatief sober ingekleurd met vooral akoestische gitaar en een enkele keer piano zodat de nadruk ligt op de zang van Jewel. Van die zang is niet iedereen gecharmeerd, maar ik viel vijfentwintig jaar geleden als een blok voor de zang van de Amerikaanse singer-songwriter en doe dat nog steeds. 

Ik ben normaal gesproken niet zo heel gek op uitgebreide luxe edities van albums en ook in de 25th Anniversary Edition van Pieces Of You vind ik het originele album, met een groot aantal klassiekers binnen het oeuvre van Jewel, het meest waardevol. Ook aan de drie schijven met bonusmateriaal heb ik echter verrassend veel plezier beleefd. 

De 25th Anniversary Edition van Pieces Of You bevat ruim vijf uur muziek en bestaat naast het originele album uit wat opgepoetste radiomixen van de songs van het album, songs die het album niet haalden, demo’s en flink wat live-opnamen, deels gemaakt in het Inner Change Coffeehouse in San Diego in de tijd voor de release van het album. 

Met name de ruwe demo’s van songs zijn geweldig omdat die nog wat intiemer en persoonlijker klinken dan de versies die op het album terecht kwamen en laten horen hoe mooi imperfectie kan zijn. Hetzelfde geldt overigens voor de live-opnamen. Deze live-opnamen ken ik nog voor een belangrijk deel van wat obscure cassettebandjes die ik in 1995 of 1996 uit de VS liet komen en het is een feest van herkenning om ze weer eens te horen. 

Al met al ben ik zielsgelukkig met deze luxe editie, maar voor de minder fanatieke fans volstaat de geremasterde versie van het originele album ook wel. De vraag welke tien albums ik mee zou nemen naar een onbewoond eiland blijft een hopeloze en nauwelijks te beantwoorden vraag, maar na ruim vijf uur Pieces Of You weet ik nog wat zekerder dat ik maar over negen albums hoef na te denken. Erwin Zijleman


De 25th Anniversary Edition van Pieces Of You van Jewel is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

vrijdag 20 november 2020

Katy J Pearson - Return

Katy J Pearson verrast met een veelzijdig en prachtig ingekleurd geluid en met songs die direct blijven hangen, maar de meeste indruk maakt de Britse muzikante met haar heerlijke stem
Katy J Pearson draait al een aantal jaren mee, maar de muziek die ze samen met haar broer maakte was me nog niet opgevallen. Haar solodebuut is echter een voltreffer. Enerzijds vanwege de bonte mix aan invloeden en de al even bonte instrumentatie en anderzijds vanwege haar geweldige stem. En omdat Return ook nog eens vol staat met bijzonder lekker in het gehoor liggende en knap in elkaar stekende popsongs is het solodebuut van Katy J Pearson een album dat alleen maar leuker wordt. Het is een overvolle vijver waar de Britse muzikante in zit, maar dit sprankelende en verslavende debuut zou ik er zeker uit pikken. Katy J Pearson, onthouden die naam.


Return is het solodebuut van de Britse muzikante Katy J Pearson, die eerder samen met haar broer Rob het duo Ardyn vormde. Ardyn kwam uiteindelijk tot drie EP’s en is me eerlijk gezegd nooit opgevallen. Het solodebuut van Katy J Pearson deed dat wel direct en goed ook. 
De muzikante uit het Britse Bristol heeft een bijzonder aangenaam album afgeleverd en het is ook een album van hoge kwaliteit. 

Het is een album dat allereerst opvalt door een enorme veelzijdigheid. Katy J Pearson kan uit de voeten met ingetogen en voorzichtig traditioneel aandoende folk en is niet vies van een snufje country, maar ze heeft ook een goed gevoel voor pop en rock. Het is pop die herinnert aan de hoogtijdagen van Fleetwood Mac, al is het maar omdat je soms een vleugje Stevie Nicks hoort in de stem van de Britse muzikante, maar wanneer de instrumentatie een flink stuk voller en ook wat zoeter wordt door de inzet van strijkers en blazers, verrast Return ook met indie-pop van het soort dat Belle & Sebastian maakt. In een aantal songs blijft Katy J Pearson binnen de genoemde individuele hokjes, maar in een aantal anders songs smeedt ze alles aan elkaar. 

Een veelzijdig album vraagt om een veelzijdige instrumentatie en die krijg je op Return. Het debuutalbum schiet in muzikaal opzicht alle kanten op, maar Katy J Pearson komt er mee weg. Dat heeft ook te maken met haar stem, die al net zo veelzijdig is. De Britse muzikanten kan een folky songs prachtig ingetogen vertolken, maar in de veel bonter ingekleurde songs kan ze het ook geweldig uitschreeuwen. Haar stem is absoluut het sterkste wapen van Katy J Pearson, want met name door die stem hang ik iedere keer weer 10 songs en 40 minuten lang aan de lippen van de Britse muzikante. 

Liefhebbers van vrouwelijke singer-songwriters worden de afgelopen jaren enorm verwend, maar het gevaar van overdaad ligt op de loer en overdaad schaadt. Katy J Pearson houdt zich, ondanks alles dat er al is, makkelijk staande. Return is een album vol met aansprekende popliedjes die hun klassiekers kennen, maar die ook fris en eigentijds klinken. 

Het zijn popliedjes die al even aansprekend zijn ingekleurd op een bijzonder trefzeker geproduceerd album. Voor deze productie tekent overigens Ali Chant, die eerder werkte met onder andere Ali Chant PJ Harvey en Perfume Genius. 

En als er dan nog twijfel is, neemt de muzikante uit Bristol die onmiddellijk weg met haar heerlijke stem waarin ik Julia Jacklin, Belinda Carlisle, Stevie Nicks en ook steeds meer Kate Bush hoor. In eerste instantie vond ik Return vooral een erg lekker album, dat een goed tegenwicht vormde voor al die sombere herfstalbums, maar hoe vaker ik naar het solodebuut van Katy J Pearson luister, hoe meer ik er van overtuigd raak dat Return niet alleen een erg lekker, maar ook een bijzonder knap album is. 

Katy J Pearson smeedt op dit bijzonder knappe album van alles aan elkaar tot een aangenaam maar ook eigenzinnig eigen geluid, dat in alle opzichten een fraai rapportcijfer verdiend. De totaalscore valt nog wat hoger uit, want Return is nog net wat meer dan de som der delen. Ik lees er nog veel te weinig over, maar dit heerlijke maar ook in kwalitatief hoogstaande debuut verdient echt alle aandacht. Erwin Zijleman

De muziek van Katy J Pearson is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://katyjpearson.bandcamp.com/album/return.


Return van Katy J Pearson is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

Yukon Blonde - Vindicator

Yukon Blonde verraste vijf jaar geleden al eens met een omgevallen platenkast vol aanstekelijke invloeden uit een aantal decennia popmuziek en doet dat nogmaals met Vindicator
Bij eerste beluistering van het nieuwe album van Yukon Blonde vroeg ik me vooral of dit nu kunst of kitsch is, maar als een album zo lekker klinkt als dat van de Canadese band is dat een vraag die er eigenlijk niet toe doet. Yukon Blonde citeert ook dit keer uit een aantal decennia popmuziek en lijkt een voorkeur te hebben voor aanstekelijke popsongs die tegen cheesy aan zitten. Dit keer domineren vooral de jaren 70 en 80, maar de omliggende decennia zijn nooit ver weg. Yukon Blonde maakt muziek met een hele dikke laag chroom. Het blinkt en schittert, maar onder de blinkende laag zit ook vakkundig gemaakte popmuziek verstopt en man wat klinkt het lekker.


Een jaar of vijf geleden besprak ik al eens een album van de Canadese band Yukon Blonde. Het was een album waarop ik een aantal decennia aangename popmuziek voorbij hoorde komen. Uit de jaren 60 hoorde ik een flinke dosis psychedelica en fraaie harmonieën, de jaren 70 droegen radiovriendelijke pop en zo af en toe een funky injectie bij, de jaren 80 voorzagen de pop van Yukon Blonde van typische 80s synths en een heel dun laagje kitsch, terwijl de jaren 90 invloeden uit de power pop en de indie-pop aandroegen. 

Ik omschreef de muziek van Yukon Blonde als The Flaming Lips dat flirt met pure pop, als 10CC dat de muziek uit de 80s heeft omarmd en als een willekeurig leuk 80s bandje dat ook invloeden uit de jaren 60 en 70 durft te verwerken. Ik geloof niet dat ik na mijn recensie nog vaak naar het album van de Canadese band heb geluisterd, maar deze week dook Yukon Blonde op met een nieuw album en was ik toch weer nieuwsgierig. 

On Blonde sloeg zich vijf jaar geleden als de spreekwoordelijke warme deken om me heen en Vindicator deed direct bij eerste beluistering niet anders. Ondanks het feit dat het nieuwe album van de band uit Vancouver weer anders klinkt dan het vorige album dat ik ken (ik heb ook nog een album gemist), gaat mijn recensie van dat album in grote lijnen ook op voor Vindicator. Ook dit keer gaat Yukon Blonde aan de haal met een aantal decennia popmuziek, maakt het vooral schaamteloos aanstekelijke popmuziek en is de band niet bang om zich op de grens van kunst en kitsch te bewegen. 

Vindicator haalt flink wat inspiratie uit de jaren 80, maar de Canadese band voegt hier zwoele klanken uit de jaren 70 en elektronische klanken uit de jaren 90 aan toe. Hier en daar klinkt het als het blue-eyed popalbum dat Prince nooit heeft gemaakt, als Air of Daft Punk dat in de tijdmachine is teruggeschoten naar de jaren 70 en 80, of juist als laatstgenoemde bands in het heden, maar geen enkele vergelijking gaat heel lang mee. 

Yukon Blonde maakte Vindicator zonder hulp van anderen, maar dat is zeker niet ten koste gegaan van de kwaliteit van het album. Het klinkt vanaf de eerste tot en met de laatste noot bijzonder lekker en het klinkt bovendien als een album dat je al een eeuwigheid kent. 

Bij eerste beluistering van Vindicator vroeg ik me wel constant af of Yukon Blonde met haar aanstekelijke songs en de overdadig blinkende productie aan de goede kant van de streep blijft of niet, maar dat is een vraag die uiteindelijk niet relevant is. Yukon Blonde heeft een album gemaakt dat lijkt op van alles en nog wat en op hetzelfde moment op helemaal niets. Het is een album dat licht kitscherige invloeden uit een decennia popmuziek vermengt tot een serie popsongs waarvan je alleen maar zielsgelukkig kunt worden. 

En luister net wat beter en je hoort dat de songs van Yukon Blonde vaak beschikken over een dubbele bodem en verrassend knap in elkaar steken. Dit geldt overigens ook voor de instrumentatie en de zang op het album. Het klinkt allemaal bijzonder verleidelijk, maar het is ook absoluut van hoog niveau. Yukon Blonde maakte vijf jaar geleden een album dat ik na mijn recensie direct weer vergeten was. Ik hoop dat Vindicator wat langer mee gaat, want dit album wordt echt alleen maar knapper …. en aangenamer. Erwin Zijleman

De muziek van Yukon Blonde is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://yukonblonde.bandcamp.com/album/vindicator.


Vindicator van Yukon Blonde is verkrijgbaar via de Mania webshop: