vrijdag 7 mei 2021

Teenage Fanclub - Endless Aracde

Teenage Fanclub klinkt misschien wat minder urgent dan op haar beste albums, maar ook dit keer is het weer heerlijk wegdromen over een mooie, lange en vooral ook zorgeloze zomer
Iedereen die Teenage Fanclub al heel wat jaren volgt, weet inmiddels wel wat je van de band kunt verwachten. Op haar nieuwe album doet de Schotse band geen hele spannende dingen en vertrouwt het op een beproefd recept. Dat recept klinkt misschien net wat minder pittig dan op enkele albums uit het verleden, maar er valt nog altijd genoeg te genieten. Teenage Fanclub eert de inmiddels bekende helden uit het verleden en tovert het ene na het andere tijdloze popliedje uit de hoge hoed. Het is misschien niet heel spannend, maar het ademt kwaliteit en wat is het weer lekker wegdromen bij de muziek van de Schotse band. Bovendien werd het wel weer eens tijd voor een Teenage Fanclub album.


De Schotse band Teenage Fanclub leverde tussen 1990 en 2000 zeven prachtige albums af, waar er in de afgelopen eenentwintig jaar nog vier bij kwamen. Het deze week verschenen Endless Arcade is het eerste album zonder lid van het eerste uur Gerard Love, maar met Norman Blake en Raymond McGinley heeft de band nog altijd twee uitstekende songwriters binnen de gelederen. 

Het tweetal, dat tekent voor gitaren en zang, wordt op Endless Arcade, de opvolger van het alweer vijf jaar oude Here, bijgestaan door een ritmesectie en door de van Gorky's Zygotic Mynci bekende toetsenist Euros Childs. 

Teenage Fanclub laat zich sinds haar jonge jaren beïnvloeden door bands als The Byrds, Big Star en Buffalo Springfield en dat zijn invloeden die ook op Endless Arcade duidelijk hoorbaar zijn. Teenage Fanclub voegde op haar vroege albums ook nog wat Schotse eigenzinnigheid toe aan haar geluid, maar Endless Arcade klinkt, zeker bij de eerste beluisteringen, wat gezapiger. 

Nu is gezapig over het algemeen geen predicaat om trots op te zijn, maar Teenage Fanclub klinkt op haar nieuwe album aangenaam gezapig, al is het misschien verstandiger om de term te vervangen door predicaten als loom en tijdloos. Direct vanaf de eerste noten neemt Teenage Fanclub je immers mee terug naar zorgeloze tijden en naar de hoogtijdagen van de hier boven genoemde bands. 

Teenage Fanclub verleidt nog altijd met mooie gitaarlijnen en bijzonder fraaie harmonieën. In de openingstrack, waarin de band er ook nog een lange gitaarsolo tegenaan gooit, wijkt het niet zoveel af van de vorige albums van Teenage Fanclub, maar naarmate het album vordert hoor je wel dat er met het vertrek van Gerard Love iets is veranderd, al kan het natuurlijk ook de leeftijd zijn. 

De songs van Teenage Fanclub missen de stekeligheid die in het verleden nog wel eens opdook in de muziek van de band, maar over het algemeen genomen hoor je mij toch niet klagen. We hebben vijf jaar moeten wachten op nieuwe muziek van de Schotse band en na vijf jaar was ik wel weer eens toe aan dit soort klanken. 

Het zijn klanken die hier en daar een eigenzinnige impuls krijgen door de keyboards van Euros Childs, maar over het algemeen genomen vertrouwen Norman Blake en Raymond McGinley toch op de sterke wapens die ze inmiddels ruim dertig jaar in het arsenaal hebben en op de invloeden die ze al sinds hun debuutalbum omarmen. 

Teenage Fanclub doet op Endless Arcade misschien geen hele spannende dingen, maar de meeste songs op het album doen het toch prima op de te koude lentedagen van het moment en laten de zon uitbundig schijnen. Nu zijn er wel meer bands die over dit vermogen beschikken, maar de songwriting skills van Norman Blake en Raymond McGinley mogen net wat hoger aangeslagen worden. 

Endless Arcade is bovendien een album dat na de eerste en misschien wat gezapige indruk nog wel even door kan groeien en uiteindelijk toch de Schotse touch laat horen in de verder vooral Amerikaans aandoende muziek van Teenage Fanclub. Het steekt allemaal weer knap in elkaar, het klinkt altijd aangenaam, de zang is prima en de songs zijn zo tijdloos als je van de band verwacht. Endless Arcade is geen opzienbarend album, maar zo op zijn tijd stiekem wel heel erg lekker. Erwin Zijleman

De muziek van Teenage Fanclub is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Schotse band: https://teenage-fanclub.bandcamp.com/album/endless-arcade.


Endless Arcade van Teenage Fanclub is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

donderdag 6 mei 2021

Carsie Blanton - Love & Rage

Love & Rage is mijn eerste kennismaking met de muziek van Carsie Blanton, maar het is er een die door de veelheid aan invloeden, de mooie zang en de maatschappijkritische teksten naar veel meer smaakt
Luister naar Love & Rage van Carsie Blanton en een bonte lappendeken trekt aan je voorbij. De Amerikaanse muzikante bestrijkt binnen de Amerikaanse rootsmuziek een breed palet, maar is ook niet vies van pop. Het wordt afwisselend ingetogen en uitbundig ingekleurd, waarbij de soepele stem van Carsie Blanton zich met speels gemak lijkt aan te passen. Zeker de ingetogen songs zijn wonderschoon, terwijl de wat uitbundigere songs lijken te strooien met zonnestralen. Het zijn songs die op hetzelfde moment uithalen met maatschappijkritische teksten, waarin Carsie Blanton het nodige onrecht aan de kaak stelt. Het levert een modern protestalbum op dat absoluut gehoord moet worden.


Carsie Blanton is een Amerikaanse singer-songwriter, die inmiddels al meer dan een handvol albums op haar naam heeft staan (ik tel er zeven of zelfs acht). Ze wordt op het Internet geroemd als songwriter, maar ook om haar maatschappijkritische teksten, die uiteenlopend onrecht genadeloos aan de kaak stellen. Carsie Blanton wordt ook nog eens omarmd door muziekliefhebbers die de authentiek klinkende Amerikaanse rootsmuziek hoog hebben zitten en wordt bovendien vergeleken met een aantal grootheden uit de geschiedenis van het genre. 

Op basis van het bovenstaande zou je verwachten dat Carsie Blanton al vele jaren een speciaal plekje in mijn hart heeft, maar ik moet toegeven dat ik een week geleden nog nooit van haar had gehoord. Dankzij een zeer lovende recensie van No Depression werd ik op het spoor gezet van haar vorige week verschenen album Love & Rage en direct bij eerste beluistering begreep ik waarom er op het Internet zoveel jubelverhalen zijn te vinden over de songs en de muziek van Carsie Blanton. 

Ook op Love & Rage haalt de Amerikaanse singer-songwriter, die de afgelopen vijftien jaar vanuit alle uithoeken van de Verenigde Staten heeft geopereerd, stevig uit naar al het onrecht in de wereld en vooral het onrecht dicht bij huis. Love & Rage wordt daarom op meerdere plekken een modern protestalbum genoemd en daar sluit ik me bij aan. 

Het is een protestalbum dat zich met name richt op de bestrijding van het fascisme dat ook in de Verenigde Staten in nieuwe vormen opduikt, witte superioriteit en de ongelijkheid tussen man en vrouw, maar stiekem komt er ook wel een liefdesliedje voorbij. 

Ik heb Love & Rage hierboven een modern protestalbum genoemd, want het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante lijkt in niets op de folky protestalbums uit de jaren 60 en 70. Carsie Blanton neemt in haar teksten geen blad voor de mond, maar ze verpakt deze teksten in songs die op het eerste gehoor aanstekelijk, lichtvoetig en soms zelfs zonnig en uitbundig klinken. 

Love & Rage doet het daarom uitstekend op de achtergrond, maar vergeet niet naar de teksten te luisteren. Ook de muziek verdient overigens wel wat meer aandacht, want Carsie Blanton heeft in een studio in Los Angeles een aantal geweldige muzikanten om zich heen verzameld. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal geweldig, maar wat het meest opvalt bij beluistering van Love & Rage is dat het een album is dat soepel manoeuvreert tussen genres binnen de Amerikaanse rootsmuziek en uiteenlopende invloeden combineert in een veelzijdig geluid dat ook niet vies is van invloeden uit de pop. 

Zeker wanneer Carsie Blanton kiest voor subtielere klanken, imponeert Love & Rage met prachtig gitaarspel, hier en daar aangevuld met strijkers, maar hoor je ook hoe mooi de stem van de Amerikaanse muzikante is. Het is een stem die zich, net als de meeste songs op het album, lastig laat verenigen met de stevige teksten, maar dit is ook de kracht van Love & Rage, dat subtiel verleidt maar je ook aan het denken zet. 

Ik ben er nog niet aan toegekomen om me te verdiepen in het andere werk van Carsie Blanton, maar ik ben blij dat ik Love & Rage, toch min of meer bij toeval, heb ontdekt. Carsie Blanton klinkt in vele opzichten anders, maar het klinkt ook bijzonder aangenaam en zeer doeltreffend. Erwin Zijleman

De muziek van Carsie Blanton is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://carsieblanton.bandcamp.com/album/love-rage-2021.

   

woensdag 5 mei 2021

girl in red - if I could make it go quiet

De Noorse muzikante Marie Ulven levert als girl in red een veelzijdig popalbum op, dat opvalt door een volle instrumentatie, stevige productie, prima zang en boven alles geweldige songs
Je moet van flink vol geproduceerde pop houden om te kunnen genieten van if i could make it go quiet van girl in red. Maar als je hier van houdt, valt er direct ook heel veel te genieten. Het alter ego van de Noorse muzikante Marie Ulven maakt de elektronische popmuziek van het moment, maar schuwt ook uitstapjes in een aantal andere richtingen niet. Ze beschikt bovendien over een prima stem, die haar zeer persoonlijke teksten met veel gevoel vertolkt. En dan schrijft girl in red ook nog eens uitstekende songs, die zo klinken als je van pop van dit moment verwacht, maar die ook enige eigenzinnigheid verraden. Eerder uitgroepen tot grote belofte voor de toekomst en dat maakt ze waar.


De Noorse muzikante Marie Ulven is pas 22, maar timmert inmiddels al een paar jaar aan de weg als girl in red (zonder hoofdletters). Ze schreef haar songs in eerste instantie in haar moedertaal, maar sinds ze in het Engels zingt heeft haar muziek een mondiaal podium gekregen. 
Dat podium kreeg nog wat extra allure kreeg toen de New York Times haar schaarde onder de grote beloften voor de toekomst en de single I Wanna Be Your Girlfriend rekende tot de beste songs van 2018. 

De muziek van girl in red werd in eerste instantie in het hokje “bedroom pop” geduwd, maar sinds de Noorse muzikante eigenzinnige maar ook aanstekelijke popmuziek maakt, wordt ze in één adem genoemd met onder andere Billie Eilish. Net als Billie Eilish wist Marie Ulven wist de afgelopen jaren niet alleen op te vallen met goede songs, maar ook met zeer persoonlijke teksten, waarin zware thema’s als het leven met dwanggedachten en het omgaan met haar seksualiteit centraal stonden. 

Deze week verscheen dan eindelijk het debuut van girl in red en if i could make it go quiet (ook geen hoofdletters) maakt de hooggespannen verwachtingen wat mij betreft meer dan waar. Ook op haar debuutalbum maakt Marie Ulven van haar hart geen moordkuil. De teksten op het album zijn zeer uitgesproken en worden door Spotify in flink wat gevallen gemarkeerd als Explicit. 

De persoonlijke teksten en beladen thema’s voorzien if i could make it go quiet van veel passie en urgentie, waarmee het album zich makkelijk onderscheidt van het gemiddelde popalbum. Dat de muziek van girl in red hier en daar wordt vergeleken met het werk van Billie Eilish verbaast me overigens niet, want zowel in muzikaal als in productioneel opzicht hoor ik hier en daar raakvlakken met de Amerikaanse superster. 

Marie Ulven klinkt echter nergens als een Billie Eilish kloon, maar laat een eigen geluid horen, waarin toch ook iets typisch Scandinavisch doorklinkt en ook het stevigere werk niet vergeten wordt. De instrumentatie en productie zorgen er voor dat if i could make it go quiet uit de speakers knalt. Zowel de productie als de instrumentatie zijn in de meeste tracks behoorlijk overweldigend, waardoor het debuut van girl in red past binnen de succesvolle en vaak zwaar geproduceerde popalbums van het moment. 

Marie Ulven kan binnen de pop echter alle kanten op. De ene keer kiest ze voor zwaar aangezette elektronische klanken, maar de Noorse muzikante is ook niet vies van punky gitaarwerk, voor flirts met dance, voor zwoele en voorzichtig zomerse popmuziek of juist voor meer ingetogen en bijna folky songs waarin ze haar Scandinavische afkomst verraadt. 

Voor liefhebbers van zwaar aangezette en stevig geproduceerde popmuziek valt er op het album veel te genieten, maar Marie Ulven is ook nog eens een prima zangeres, die haar persoonlijke teksten fraai vertolkt. Het sterkste wapen van de Noorse muzikante is echter haar vermogen om songs te schrijven die je onmiddellijk overrompelen, maar die ook bij herhaalde beluistering interessant blijven. 

De Noorse muzikante sluit hierbij aan bij de popprinsessen van het moment, maar ze heeft ook iets eigenzinnigs, waardoor if i could make it go quiet zich makkelijk onderscheidt van alle andere albums in het genre. Er werd veel verwacht van girl in red, maar wat mij betreft overtreft ze de verwachtingen. Erwin Zijleman


if i could make it go quiet van girl in red is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

dinsdag 4 mei 2021

Guided By Voices - Earth Man Blues

De Amerikaanse band Guided By Voices gooit er nog maar eens een album tegenaan en ook Earth Man Blues is weer een uitstekend en bovendien net wat anders klinkend album
De productiviteit van Guided By Voices grenst de afgelopen jaren aan het ongelooflijke. Nog maar net bekomen van de uitstekende drie albums uit 2020, krijgen we ook in 2021 alweer een album van de roemruchte Amerikaanse band voor de kiezen. Earth Man Blues, dat maar weer eens vijftien songs in 37 minuten propt, laat deels het herkenbare Guided By Voices geluid horen, maar door de invloeden uit de rockmuziek uit de jaren 70, met een voorliefde voor rockopera’s, klinkt de Amerikaanse band dit keer ook net wat anders. Wederom met de vaste bezetting van de afgelopen jaren houdt Guided By Voices de goede vorm verrassend makkelijk vast.


We hebben dit keer bijna vijf maanden moeten wachten op een nieuw album van Guided By Voices, maar met Earth Man Blues is het eerste album van de Amerikaanse band in 2021 nu dan eindelijk verschenen. Het is alweer het tiende (!) album sinds August By Cake, dat precies vier jaar geleden verscheen. 

De roemruchte Amerikaanse band is de afgelopen jaren niet alleen ongelooflijk productief, maar steekt ook nog eens in een blakende vorm. De band uit Dayton, Ohio, doet dat ook nog eens met een verrassend stabiele bezetting, die naast voorman Robert Pollard bestaat uit gitaristen Doug Gillard en Bobby Bare Jr. en de door Mark Shue en Kevin March gevormde ritmesectie. 

Net als op de vorige albums klinkt Guided By Voices hierdoor hecht, al kwamen de muzikanten vanwege de coronapandemie nooit bij elkaar in de studio en werden de verschillende bijdragen achteraf gecombineerd. 

Guided By Voices behoort met haar in de jaren 90 uitgebrachte albums tot de pioniers van de lo-fi en daar hoor je ook op Earth Man Blues nog wel wat van terug. Het album jaagt er immers in 37 minuten maar liefst vijftien songs doorheen en hier zit een song van bijna zes minuten tussen. 

In muzikaal opzicht is de muziek van Guided By Voices de laatste jaren wat minder lo-fi en ook Earth Man Blues neemt hier en daar flink afstand van dit genre. De band doet dit nog wat nadrukkelijker dan op de meeste andere albums die het de afgelopen vier jaar uitbracht. Ook Earth Man Blues bevat weliswaar een flink aantal songs die het uit duizenden herkenbare Guided By Voices geluid laten horen, maar de band experimenteert er ook driftig op los en verrast met enige regelmaat met rijk georkestreerde passages. 

Earth Man Blues is naar verluidt beïnvloed door de rockmuziek uit de jaren 70, met hier en daar een duidelijke voorkeur voor de wat pompeuze rock uit dit decennium en een duidelijk zwak voor rockopera’s. Waar de meeste bands in de jaren 70 bij voorkeur hele plaatkanten nodig hadden voor deze pompeuze rock f rockopera’s , slaagt Guided By Voices er in om het in songs van gemiddeld twee minuten te persen.

Net als op de vorige albums van de Amerikaanse band fietst Robert Pollard ook dit keer een beetje progrock in het geluid van zijn band, maar Earth Man Blues bevat ook flink wat aanstekelijke rocksongs zonder poespas. Zeker wanneer Guided By Voices invloeden van The Beatles en invloeden uit de pompeuze of juist recht toe rechtaan rock uit de jaren 70 verwerkt in haar muziek klinkt Earth Man Blues echter anders dan zijn voorgangers. 

Het is goed dat de bijna absurd productieve band een keer kiest voor een ander geluid, maar aan de andere kant raak ik ook nooit uitgekeken op het herkenbare Guided By Voices geluid, dat op Earth Man Blues overigens ook wel te horen is. 

Omdat het feest van herkenning dit keer deels ontbreekt moest ik wel wat langer wennen aan het nieuwe album van Guided By Voices dan de afgelopen jaren gebruikelijk, maar de flirts met de jaren 60 en 70 bevallen me wel en combineren verrassend goed met de muziek die Robert Pollard en zijn medemuzikanten de afgelopen jaren maakten. En zo kan ik ook dit keer en inmiddels voor de tiende keer in nog geen vier jaar tijd alleen maar concluderen dat Guided By Voices wederom een prima album heeft afgeleverd. Erwin Zijleman

De muziek van Guided By Voices is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse band: https://guidedbyvoices.bandcamp.com/album/earth-man-blues.


Earth Man Blues van Guided By Voices is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

maandag 3 mei 2021

The Coral - Coral Island

De Britse band The Coral neemt je op haar nieuwe album mee naar Coral Island en dat blijkt een heerlijke plek vol zonnestralen en vol invloeden uit zowel de Britse als Amerikaanse popmuziek
De Britse band The Coral timmert inmiddels bijna twintig jaar aan de weg en heeft een fraai stapeltje albums op haar naam staan. Die waren niet allemaal even succesvol als het zo geprezen debuut van de band, maar een slecht album maakte The Coral niet. Ook het deze week verschenen conceptalbum Coral Island is weer een uitstekend album. Het is net als alle andere albums van The Coral een omgevallen platenkast, waarin dit keer zowel Britse als Amerikaanse muziek te vinden is. Waar de muziek van de band in het verleden ook wel stekelig kon zijn, word je nu continu beneveld door lome zonnestralen en beelden van zorgeloze zomers aan de kust. Heerlijk album!


Bij de Britse band The Coral denk ik in eerste instantie aan het titelloze debuut van de band uit 2002. De band uit Hoylake ging op dit debuut aan de haal met een aantal decennia Britse popmuziek en sleepte er zoveel invloeden bij dat het je duizelde. Het debuut van The Coral bleef echter moeiteloos overeind door een serie heerlijke popsongs, door een flinke dosis bezwerende psychedelica en door de energie waarmee de jonge honden uit Hoylake aan de haal gingen met alle invloeden. 

Het debuut van The Coral werd in brede kring omarmd en bewierookt en werd hierdoor ook een loden last voor de Britse band. Magic And Medicine uit 2003, Nightfreak And The Sons Of Becker uit 2004, The Invisible Invasion uit 2005, Roots & Echoes uit 2007 en Butterfly House uit 2010 waren echt niet veel minder dan het zo geprezen debuut van de band en in bepaalde opzichten zelfs beter, maar vergeleken met de ontvangst van het debuut was de ontvangst van de latere albums van The Coral vaak wat lauwtjes. 

Butterfly House uit 2010 is het enige album van de band dat op deze BLOG (die is gestart in 2009 en te laat kwam voor de eerste vijf albums van de band) te vinden is en haalde zelfs mijn jaarlijstje in dit jaar. In 2016 en 2018 keerde de band terug met respectievelijk Distance Inbetween en Move Through The Dawn, maar ik kan me niet herinneren dat ik naar deze albums heb geluisterd. 

Ook het deze week verschenen Coral Island stond niet op mijn lijstje favorieten voor deze week, maar dat veranderde vrijwel onmiddellijk nadat de eerste noten van het album uit de speakers kwamen. De Britse band heeft immers de perfecte soundtrack voor een heerlijke zomer afgeleverd. 

Coral Island is een dubbelalbum dat bijna een uur muziek bevat en het is bovendien een heus conceptalbum, waarop de band mijmert over lange zomers aan de Engelse kust. Om het idee van een conceptalbum te versterken voegt de opa van de broers Ian en James Skelly, die nog altijd de basis vormen van de band, wat spoken word toe, maar dit wordt gelukkig niet overdreven (één War Of The Worlds is wel genoeg wat mij betreft). 

The Coral omarmt ook op Coral Island weer vol enthousiasme de archieven van de Britse popmuziek en heeft nog altijd een voorliefde voor psychedelica. De band beperkt zich dit keer echter niet tot de Britse popmuziek, maar sleept er ook invloeden uit de Verenigde Staten bij, zeker wanneer harmonieën worden ingezet die herinneren aan de hoogtijdagen van de Westcoast pop of Hawaiiaanse gitaren nog wat extra zonnestralen toevoegen. 

The Coral klonk op haar debuut zoals gezegd als een stel jonge honden, maar de wilde haren zijn er bijna twintig jaar later wel wat af. Waar de Britse band op haar debuut ook nog ruw en stekelig kon klinken, staat Coral Island vol zoete verleiding. Laat het album uit de speakers komen en de zon begint te schijnen. 

Het geluid van de band is prachtig vol en veelkleurig en de zang van James Skelly is al even aangenaam. Coral Island is een heerlijk zoekplaatje vol invloeden uit de rijke geschiedenis van met name de Britse popmuziek, maar het is ook een heerlijk album om bij weg te dromen in de zomerzon, waarna heel snel duidelijk wordt dat het goed toeven is op Coral Island. Ik zou maar snel boeken. Erwin Zijleman


Coral Island van The Coral is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

zondag 2 mei 2021

Matt Sweeney & Bonnie 'Prince' Billy - Superwolves

Ik ben lang niet altijd gek op de muziek van Will Oldham, maar de herhaalde samenwerking tussen zijn alter ego Bonnie 'Prince' Billy en gitarist Matt Sweeney pakt echt geweldig uit
Van alle platen die Will Oldham tot dusver maakte vond ik het album dat hij als Bonnie 'Prince' Billy maakte met Faun Fables zangeres Dawn McCarthy vooralsnog de beste, al is dat vloeken in de kerk. De tweede samenwerking met gitarist Matt Sweeney vind ik uiteindelijk nog net wat beter. Superwolves staat vol geweldig gitaarspel, kan binnen de Amerikaanse rootsmuziek op een breed terrein uit de voeten en kleurt ook buiten de lijntjes van het genre. Matt Sweeney levert zoals gezegd een topprestatie, maar ook de vocalen van Bonnie 'Prince' Billy en de uitstekende songs die de twee hebben gepend mogen er zijn. Het levert een uitstekend rootsalbum op, maar Superwolves is ook veel meer dan dat.


Will Oldham heeft een aantal albums op zijn eigen naam staan, maar de meeste muziek maakte hij als Palace, Palace Music, Palace Songs en vooral als Bonnie 'Prince' Billy. Het heeft inmiddels een enorme stapel albums opgeleverd en het zijn albums die bijna altijd goed zijn voor zeer positieve recensies. 

Zelf was ik overigens geen groot fan van de verschillende Palace varianten en ook de albums van Bonnie 'Prince' Billy wisten op mij maar zelden een onuitwisbare indruk te maken. Uitzonderingen zijn voor mij het debuut I See A Darkness uit 1999 en vooral het samen met Faun Fables zangeres Dawn McCarthy gemaakte en met songs van The Everly Brothers gevulde What The Brothers Sang uit 2013 en dat laatste album was nou net een Bonnie 'Prince' Billy album dat niet door iedereen op prijs werd gesteld. 

Will Oldham maakte als Bonnie 'Prince' Billy niet alleen een respectabel aantal soloalbums, maar ook flink wat albums waarop hij samenwerkte met een collega muzikant. In 2005 maakte hij al eens een album (Superwolf) met de Amerikaanse gitarist Matt Sweeney, die we kennen van bands als Chavez en Zwan en die ook nog een tijdje in Guided By Voices speelde. Met diezelfde Matt Sweeney maakte Bonnie 'Prince' Billy het afgelopen jaar Superwolves. 

Het is een album dat natuurlijk opvalt door het prima gitaarspel van Matt Sweeney, die vooral een verleden heeft in rockbands, maar ook binnen de Amerikaanse rootsmuziek uitstekend uit de voeten kan. Deze Amerikaanse rootsmuziek staat centraal op Superwolves en als zo vaak bestrijkt het alter ego van Will Oldham binnen het genre een opvallend breed palet. 

Het album bevat een aantal folky songs, met fraai akoestisch gitaarspel van Matt Sweeney, maar ook een aantal songs die opschuiven richting countryrock, songs die net wat steviger klinken en opschuiven richting rock of songs die binnen de bredere noemer Americana vallen. 

Hiermee zijn we er nog niet, want wanneer gastmuzikanten aansluiten kan het ook nog andere kanten op. Door de bijdragen van Toeareg muzikanten Ahmoudou Madassane en Mdou Moctar begeven Matt Sweeney en Bonnie 'Prince' Billy zich op het terrein van de woestijnblues en ook voorzichtige uitstapjes richting jazz en zelfs progrock worden niet geschuwd. 

Het gitaarwerk van Matt Sweeney is keer op keer prachtig en waar ik normaal geen heel groot fan ben van de zanger Will Oldham, klinkt de zang op Superwolves verrassend goed. De twee Amerikaanse muzikanten uit Louisville, Kentucky, hebben op hun nieuwe album gekozen voor een verrassend breed palet aan stijlen, maar desondanks is Superwolves een consistent klinkend album. 

Het is een album dat ik op voorhand niet had opgeschreven voor een gegarandeerde plek op de krenten uit de pop, maar het is een album dat me onmiddellijk overtuigde en dat sindsdien alleen maar mooier is geworden. Het ligt aan het veelzijdige karakter van het album, aan het mooie gitaarspel en de prima zang, maar het ligt ook zeker aan de veertien sterke songs op het album, waaronder twee covers. 

Superwolves zal zeker in de smaak vallen bij liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek in het algemeen en de muziek van Will Oldham in het bijzonder, maar ook liefhebbers van omliggende genres moeten echt eens naar dit album luisteren. Erwin Zijleman

De muziek van Matt Sweeney en Bonnie 'Prince' Billy is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://mattsweeneybonnieprincebilly.bandcamp.com/album/superwolves.


Superwolves van Matt Sweeney & Bonnie 'Prince' Billy is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

zaterdag 1 mei 2021

Luwten - Draft

Luwten maakte in de herfst van 2017 indruk met een dromerig en wat introvert debuut, maar imponeert nu met een extravert en avontuurlijk album dat je maar blijft verrassen en verbazen
Tessa Douwstra gaf drieënhalf jaar geleden een fraai visitekaartje af met het titelloze debuut van Luwten en maakt de belofte van dit debuut nu meer dan waar met het prachtige Draft. Op het tweede album van Luwten is de instrumentatie, die bestaat uit organische en elektronische klanken, dominanter dan op het debuut en ook de zang van Tessa Douwstra is wat expressiever. Desondanks is ook Draft een ruimtelijk klinkend album. Het is een album vol avontuur, want wat gebeurt er veel in de muziek van Tessa Douwstra, die ook nog eens tekent voor verrassend veelzijdige en keer op keer ijzersterke songs. Het levert een even fascinerend als overtuigend album op.


De Nederlandse singer-songwriter Tessa Douwstra debuteerde in de herfst van 2017 met haar project Luwten (vaak geschreven als LUWTEN, maar dat staat zo schreeuwerig). Het titelloze debuut van dit project bleek een uitstekend album, waarop de Nederlandse muzikante dromerige soundscapes en avontuurlijke elektronica combineerde met prachtige vocalen in eigenzinnige songs die een bijzonder of zelfs uniek geluid lieten horen. 

Soms had het wat van Portishead, soms wat van Sevdeliza, soms wat van de eerste Twin Peaks soundtrack, maar uiteindelijk hoorden we toch vooral Luwten. Het debuutalbum van het project van Tessa Douwstra maakte uiteindelijk een onuitwisbare indruk, maar vervolgens hebben we lang moeten wachten op het tweede album van Luwten, dat deze week dan eindelijk is verschenen. 

Op Draft borduurt Luwten voort op de muziek van het geweldige debuut, maar Tessa Douwstra zet ook een reuzenstap. Waar het debuutalbum zich ruim drieënhalf jaar ergens vanuit de verte opdrong, staat Tessa Douwstra nu vanaf de eerste minuten direct vooraan in de spotlights. 

Nog altijd is er de mooie en wat dromerige stem van de Nederlandse muzikante, maar de zang op Draft is wat minder introvert dan die op het debuutalbum van Luwten. Ook de instrumentatie is een stuk uitbundiger en is bovendien wat voller. In deze instrumentatie worden organische klanken en elektronica op fraaie wijze gecombineerd en ondanks het feit dat de instrumentatie veel meer op de voorgrond treedt dan op het debuutalbum, blijft het een instrumentatie die de stem van Tessa Douwstra alle ruimte geeft en die bovendien nog steeds ruimtelijk klinkt. 

Zeker wanneer je Draft met de koptelefoon beluistert hoor je hoe bijzonder en hoe rijk de instrumentatie op het album is en hoor je bovendien hoe knap deze instrumentatie in elkaar steekt. Steeds weer duiken nieuwe geluiden op en steeds weer slaagt Luwten er in om weer net wat anders te klinken. Hier en daar hoor je nog een snufje Portishead, maar Draft is ook een album vol zwoele en zo nu en dan zelfs soulvolle popliedjes die niet alleen de avond en nacht, maar ook een zonnige dag omarmen. 

Vergeleken met het ingetogen debuutalbum is Draft een gedurfd en zelfverzekerd klinkend album. Durf en zelfvertrouwen hoor je ook in de stem van Tessa Douwstra, die niet alleen meer op de voorgrond treedt, maar ook beter is gaan zingen en weet te verrassen wanneer ze meerdere lagen van haar stem op elkaar stapelt. 

Het is allemaal verpakt in songs die stuk voor stuk imponeren met bijzondere klanken en verrassende wendingen. Draft loopt bijna over van de goede ideeën, maar van overdaad is nergens sprake en dat is knap. 

Met Draft heeft Luwten een spannende en avontuurlijke popplaat gemaakt van een niveau dat de meeste muzikanten niet gegeven is. Het is een popplaat die de fantasie gedurende de hele speelduur weer te prikkelen, maar het is ook een popplaat die deze hele speelduur meedogenloos verleidt met even spannende als aangename popliedjes. 

Het debuut van Luwten stond in de herfst van 2017 bol van de belofte, maar met Draft maakt de Nederlandse muzikante de belofte meer dan waar. Draft is een album van eigen bodem vol internationale allure en het is een album waar we in Nederland best heel trots op mogen zijn. Ga dat horen! Erwin Zijleman


Draft van Luwten is verkrijgbaar via de Mania webshop: