maandag 31 mei 2021

Shannon McNally - The Waylon Sessions

Shannon McNally eert op The Waylon Sessions de songs van Waylon Jennings, een van haar muzikale helden, en doet dat, samen met een aantal geweldige muzikanten, met hart en ziel
De Amerikaanse singer-songwriter Shannon McNally is nog niet wereldberoemd, maar maakt echt alleen maar hele goede albums. Op The Waylon Sessions eert ze de songs van de legendarische Waylon Jennings. De muzikante uit Nashville doet dit met een aantal gastmuzikanten van naam en faam en een geweldig spelende band, die hier en daar de veters uit je schoenen speelt. Shannon McNally vertolkt de songs van Waylon Jennings vol vuur en emotie en beschikt over de rauwe strot die je verwacht bij de songs van de countrymuzikant. Het is misschien maar een tussendoortje, maar het is wel een heel erg goed en aangenaam tussendoortje.


De Amerikaanse singer-songwriter Shannon McNally debuteerde 19 jaar geleden en heeft inmiddels een stapeltje bijzonder fraaie albums op haar naam staan, met het samen met Neal Casal gemaakte Ran On Pure Lightning uit 2002 en Geronimo uit 2005 als mijn persoonlijke favorieten. 

Al sinds haar vroege albums weet de singer-songwriter uit Nashville, Tennessee, aansprekende muzikanten te strikken voor haar albums, wat gastbijdragen van onder andere Jim Keltner, Greg Leisz, Neal Casal, Dr. John, Derek Trucks, Luther Dickinson en Rodney Crowell heeft opgeleverd. Laatstgenoemde is ook van de partij op het deze week verschenen The Waylon Sessions, waarop ook ruimte is voor gastbijdragen van Buddy Miller, Lukas Nelson en Jessi Colter, de weduwe van Waylon Jennings. 

Die laatste is niets voor niets van de partij, want op haar nieuwe album eert Shannon McNally het werk van de in 2002 overleden countrymuzikant Waylon Jennings. Naast de muzikanten van naam en faam heeft Shannon McNally zich op The Waylon Sessions omringd met een aantal ervaren muzikanten uit Nashville, die precies weten hoe countrymuziek moet klinken. In muzikaal opzicht klinkt The Waylon Sessions dan ook geweldig, zeker voor de liefhebbers van een wat traditioneler aandoend countrygeluid. 

Het is een warm en gloedvol geluid, met uiteraard een hoofdrol voor de pedal steen, en het is een geluid dat herinnert aan de hoogtijdagen van de Amerikaanse muzikant die wordt geëerd. Zeker in de uptempo tracks speelt de band de pannen van het dak en hoeft Shannon McNally alleen maar geweldig te zingen. 

Bij de songs van Waylon Jennings dacht ik overigens niet direct aan een vrouwenstem, maar iedereen die Shannon McNally kent, weet dat ze is voorzien van een lekker rauwe strot. Ook de zang op The Waylon Sessions klinkt weer fraai doorleefd en misstaat zeker niet in de songs van Waylon Jennings, zeker omdat Shannon McNally de songs van een van haar muzikale helden met hart en ziel vertolkt. In een aantal songs wordt Shannon McNally ook nog eens vocaal bijgestaan door Rodney Crowell, Jessi Colter en Buddy Miller, wat de kwaliteit van de zang op het album nog wat verder opkrikt. 

Shannon McNally heeft een bijzondere greep uit het werk van Waylon Jennings gedaan. Ze durfde zich niet te wagen aan alle klassiekers van de Amerikaanse countryheld en heeft daarom ook wat obscuurdere songs gekozen. Voor het geluid op The Waylon Sessions maakt het allemaal niet zoveel uit. Er wordt echt geweldig gemusiceerd op het album en ook in vocaal opzicht is het allemaal dik in orde. 

Een album met covers wordt meestal als tussendoortje bestempeld en dat etiket zal ook op The Waylon Sessions van Shannon McNally worden geplakt. Tussendoortje of niet, Shannon McNally laat maar weer eens horen hoe goed ze is. Ik heb ook de rest van haar oeuvre er maar weer eens bij gepakt en wat zit er veel moois tussen. Met zoveel goede albums had de muzikante uit Nashville al lang onder de groten binnen de Amerikaanse rootsmuziek moeten worden geschaard en ook The Waylon Sessions onderstreept maar weer eens hoe goed Shannon McNally is. Het is bovendien een goede reden om de muziek van Waylon Jennings er weer eens bij te pakken, maar ook The Waylon Sessions is smullen. Erwin Zijleman

De muziek van Shannon McNally is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://shannonmcnally.bandcamp.com/album/the-waylon-sessions.


The Waylon Sessions van Shannon McNally is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

zondag 30 mei 2021

The Calicos - The Soft Landing

De eerste echte lentedagen van 2021 worden prachtig ingekleurd door de Belgische band The Calicos, die uit de voeten kan met roots en rock en deze genres op bijzondere wijze aan elkaar smeedt
Zeker bij onze zuiderburen wordt inmiddels al een aantal jaren veel verwacht van The Calicos, dat op in 2018 de prestigieuze Humo’s Rock Rally op haar naam schreef. De hooggespannen verwachtingen worden waargemaakt op The Soft Landing, het debuutalbum van de band uit Antwerpen. The Calicos strooit op haar debuut driftig met prachtig melodieuze popliedjes met invloeden uit de pop, rock en roots. Het zijn popliedjes die de zon aangenaam laten schijnen, maar het zijn ook popliedjes waarin de spanning vaak fraai wordt opgebouwd. In muzikaal opzicht is het smullen, maar ook in vocaal opzicht maakt de Belgische band makkelijk indruk. Fraai debuut.


De Belgische band The Calicos was net iets meer dan drie jaar geleden de onbetwiste winnaar van Humo’s Rock Rally, de Belgische variant van de Grote Prijs van Nederland. Het winnen van deze prijs is zeker geen garantie op succes, maar The Calicos is er in ieder geval in geslaagd om een debuutalbum op te nemen. 

The Calicos maakte drie jaar geleden indruk met de Vlaamse variant op Amerikaanse rootsmuziek met een vleugje rock en die combinatie is ook terecht gekomen op het deze week verschenen The Soft Landing. De band uit Antwerpen heeft de tijd genomen voor haar debuutalbum, maar het resultaat is er naar. The Soft Landing is een album dat niet misstaat in hokjes als alt-country en Americana, maar The Calicos is ook niet vies van bijzonder lekker in het gehoor liggende pop en rock. 

Direct in de ruim zeven minuten durende openingstrack How Was I To Know? laat The Calicos horen hoe goed het is. De eerste track op het debuut van de Belgische band betovert met bijzonder mooie en zomers aandoende klanken, waarin vooral de soms bijna proggy gitaren opvallen, maar ook met fraaie melodieën en uitstekende zang. Het schuurt af en toe tegen de Amerikaanse rootsmuziek aan, maar minstens net zo vaak hoor ik raakvlakken met de indierock van bands als The War On Drugs of met pop van een band als Keane in haar beste dagen, maar ook met softpop kan de band uit de voeten.

De rock wint het in de openingstrack van de roots wanneer aan het eind van de songs het ruwere gitaarwerk de zonnige klanken overstemt en The Calicos wat de kant van Wilco of juist van landgenoten dEUS op gaat. Wanneer de fraaie harmonieën invallen wordt rock toch weer roots en is de cirkel rond. Het is een indrukwekkende start van een album dat er in slaagt om het hoge niveau van de eerste noten een album lang vast te houden. 

Negen songs en 40 minuten lang opereert de band op het snijvlak van roots en pop en rock en keer op keer slaagt The Calicos er in om te betoveren met melodieuze en vaak zwoele en dromerige songs met evenveel zonnestralen als weemoed. Op hetzelfde moment slaat de band uit Antwerpen er ook in om vooral met het gitaarwerk fraaie spanningsbogen op te bouwen in haar muziek, waardoor The Soft Landing zich makkelijk opdringt, maar ook spannend blijft. 

The Soft Landing is pas het debuut van de Belgische band, maar het album klinkt geen moment als een debuut. In muzikaal opzicht weet The Calicos steeds weer te verrassen met wonderschone klanken van gitaren en keyboards en hier en daar de pedal steel, in vocaal opzicht overtuigt The Soft Landing makkelijk en het is ook nog eens een album vol songs die je na één keer horen wilt koesteren, maar die ook nog heel lang mooier worden. Als klap op de vuurpijl is het album ook nog eens buitengewoon vakkundig geproduceerd. 

Humo’s Rock Rally heeft een indrukwekkende erelijst, maar ik kom ook wel wat namen tegen die we na het uitreiken van de bokaal niet vaak meer gehoord hebben. The Calicos heeft alles dat nodig heeft voor een glanzende carrière, al is het maar omdat de band uit Antwerpen er op The Soft Landing in slaagt om zowel liefhebbers van rootsmuziek als rockmuziek aan zich te binden en dat doet met een debuutalbum van een bijzonder hoog niveau. Ik heb de eerste zegetocht van The Calicos in 2018 gemist, maar het bijzonder fraaie The Soft Landing laat ik niet zomaar los. Erwin Zijleman


The Soft Landing van The Calicos is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

zaterdag 29 mei 2021

Evans McRae - Only Skin

Lowri Evans en Tom McRae kwamen elkaar bij toeval tegen, besloten samen muziek op te nemen en laten op hun fraaie debuut als Evans McRae horen dat 1+1 soms meer dan 2 is
Ik was de Britse singer-songwriter Tom McRae, die in de eerste tien jaar van het huidige millennium garant stond voor geweldige albums, wat uit het oog verloren, maar deze week keert hij, samen met de eveneens Britse singer-songwriter Lowri Evans, terug als het duo Evans McRae. Met Only Skin hebben de twee Britse muzikanten een uitstekend album afgeleverd. Het is een album dat varieert van ingetogen tot wat steviger, dat met name in de ingetogen songs fraai de spanning opbouwt en dat in alle tracks verrast met uitstekende vocalen en subtiele harmonieën. Het is een album dat vaak een tijdloos karakter heeft, maar dat ook voldoende van de eigenzinnigheid van de twee bevat.


Ik dacht even dat Evans McRae een persoon was, maar het is een duo dat bestaat uit de Britse singer-songwriters Lowri Evans en Tom McRae. Eerstgenoemde ken ik eerlijk gezegd niet, maar aan de muziek van Tom McRae heb ik warme herinneringen. Het zijn herinneringen die teruggaan tot het jaar 2000, toen zijn titelloze debuutalbum verscheen. Tom McRae maakte in de eerste tien jaar van het huidige millennium een aantal geweldige albums, maar raakte vervolgens helaas wat uit beeld. 

Tom McRae en Lowri Evans kwamen elkaar een jaar of vijf geleden tegen op een feestje van de Britse singer-songwriter Kathleen Williams en besloten samen muziek op te nemen. Het onlangs verschenen Only Skin werd al in 2019 opgenomen, toen de wereld er nog heel anders uit zag, en is een erg mooi album geworden. 

In de ingetogen openingstrack hoor je direct dat zowel Lowri Evans als Tom McRae beschikt over een karakteristiek en expressief stemgeluid, maar de stemmen van de twee blijken ook prachtig bij elkaar te passen, wat fraaie harmonieën oplevert, die hier en daar bijna bombastisch klinken, maar altijd aan de goede kant van de streep blijven.

Tom McRae was op zijn vroege albums een meester in het opbouwen van de spanning en in het inkleuren van zowel ingetogen als meer uitbundige songs en die kunst is ook op Only Skin te horen. In de wat ingetogen songs zijn de klanken in eerste instantie uiterst sober en akoestisch, maar op de achtergrond zorgt subtiele elektronica voor een bijzondere en vaak wat donkere sfeer. 

Only Skin bevat flink wat ingetogen en zeer stemmige songs, waarin piano en elektrische gitaar en solide basis vormen voor de doorleefde vocalen van het Britse tweetal. De harmonieën van Lowri Evans en Tom McRae zijn over het algemeen vrij subtiel, maar wat mij betreft prachtig. In de meest ingetogen momenten klinkt Only Skin vooral folky, maar het kan bij de twee Britse muzikanten meerdere kanten op. 

Waar de ingetogen songs vooral subtiel worden verrijkt met afwisselend atmosferische elektronica, prachtig elektrisch gitaarwerk, fraaie blazers of stemmige strijkers, bevat het album ook een aantal songs waarin het tempo wat wordt opgevoerd en invloeden uit de voorzichtig bombastische pop aan terrein winnen. De instrumentatie is in deze tracks wat steviger, terwijl ook de zang wat uitbundiger is. 

Het zijn tracks die zich bij mij in eerste instantie net wat minder opdrongen dan de ingetogen tracks, maar ook in deze tracks blijft de instrumentatie smaakvol en vullen de stemmen van Lowri Evans en Tom McRae elkaar fraai aan. Aan de stem van Lowri Evans moest ik overigens wel even wennen, maar het is een stem die groeit. 

Wat voor de vocalen geldt, geldt ook voor de rest van het album, want de songs op Only Skin worden wat mij betreft alleen maar mooier, wat vooral geldt voor de tijdloze songs op het album en daar zijn er flink wat van. Een of twee keer weten de Britse muzikanten me niet te raken met net wat te aanstekelijk of pompeus klinkende songs, maar er staat bijzonder veel moois tegenover. 

Lowri Evans en Tom McRae kwamen bij toeval met elkaar in aanraking, maar hebben de muzikale chemie tussen hun beiden goed aangevoeld. Only Ski is een met veel passie en gevoel gemaakt album, dat wat dreigt onder te sneeuwen in de laatste week van mei, maar dat het zeker verdient om beluisterd te worden. Erwin Zijleman

De muziek van Evans McRae is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van het Britse tweetal: https://evansmcrae.bandcamp.com.


Only Skin van Evans McRae is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

vrijdag 28 mei 2021

Jazmine Mary - The Licking Of A Tangerine

Wat van ver komt is echt niet altijd lekkerder, maar het fraaie The Licking Of A Tangerine van de vanuit Nieuw-Zeeland opererende Jazmine Mary verdient het om ook hier gekoesterd te worden
De nieuwsbrief van het Nieuw-Zeelandse Flying Out Records onthaalde The Licking Of A Tangerine van Jazmine Mary een paar weken geleden met superlatieven en dat is niet overdreven. The Licking Of A Tangerine is in muzikaal opzicht een bijzonder album, maar in vocaal opzicht doet de van oorsprong Australische Jazmine Mary er nog een schepje bovenop. De tegenwoordig vanuit Nieuw-Zeeland opererende muzikante kiest steeds weer voor een net wat andere invalshoek en vertolkt haar songs niet alleen op eigenzinnige wijze, maar bovendien vol gevoel en urgentie. Het is een album dat je steeds op het verkeerde been zet, maar dat zich ook genadeloos opdringt.


Ik kijk iedere vrijdag weer reikhalzend uit naar de nieuwsbrief van het Nieuw-Zeelandse Flying Out Records, waarin met enige regelmaat parels uit Australië en Nieuw-Zeeland opduiken, die onze kant van de wereld niet zomaar bereiken. Het begon zeven jaar geleden met het debuut van de destijds hier nog totaal onbekende Aldous Harding, maar ook de albums van Marlin’s Dreaming, Mel Parsons, Alae, Tiny Ruins, Jenny Mitchell en Reb Fountain had ik waarschijnlijk niet ontdekt zonder de nieuwsbrief van Flying Out Records en dit is nog zeker geen uitputtende lijst. 

Een paar weken geleden dook The Licking Of A Tangerine van Jazmine Mary op in deze nieuwsbrief en ook dit is een album dat aan deze kant van de wereld alle aandacht verdient, maar deze aandacht vooralsnog helaas niet krijgt. Jazmine Mary is het alter ego van Jazmine Rose Phillips, die opgroeide in het Australische Gippsland, maar tegenwoordig in Nieuw-Zeeland woont. Ze maakte in het verleden muziek als Him. en bracht als Jazmine Mary ook al een album uit, maar The Licking Of A Tangerine vind ik met afstand haar beste werk. 

Op haar bandcamp pagina beschrijft de muzikante uit Nieuw-Zeeland haar muziek als dreamfolk, wat ik er maar zelden in hoor, maar ze beschrijft haar muziek ook als “haunting” en dat is haar album zeker. Jazmine Mary trekt op The Licking Of A Tangerine allereerst de aandacht met bijzondere klanken. Het geluid op haar album bestaat in de basis uit ingetogen akoestische gitaarlijnen, subtiele drums en vaak wat atmosferische synths of pianoklanken, maar het album wordt verder ingekleurd met saxofoons en strijkers. 

Zeker wanneer de saxofoons een prominente rol opeisen klinkt haar muziek jazzy, maar Jazmine Mary is ook niet vies van rock en folk. In haar songs kiest ze geen moment voor de makkelijkste weg. De songstructuren zijn op The Licking Of A Tangerine vaak complex, terwijl de instrumentatie in veel gevallen opvallend en veelkleurig, maar ook wat minimalistisch is. 

Jazmine Mary vult de leegte in de instrumentatie op met haar stem, die hier en daar al even onconventioneel klinkt als de muziek. De zang op The Licking Of A Tangerine is mooi, maar is vooral krachtig en urgent. Hier en daar doet het me in vocaal opzicht denken aan een jonge PJ Harvey, maar in muzikaal opzicht kiest Jazmine Mary nadrukkelijk haar eigen weg. 

The Licking Of A Tangerine klinkt soms rijk en sprookjesachtig mooi, maar klinkt net zo makkelijk ruw en elementair. De stem van de muzikante uit Nieuw-Zeeland sluit naadloos aan bij de bijzondere klanken, waarin het soms even zoeken is naar houvast, maar na een paar keer horen valt alles op zijn plek. 

Muziekliefhebbers die vooral af zijn gegaan op het etiket dreamfolk zullen The Licking Of A Tangerine mogelijk ervaren als zware kost, maar investeren in dit album loont. Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je goed hoe mooi de verschillende instrumenten in het geluid van Jazmine Mary samenvloeien en hoe de bijzondere vocalen het album steeds weer naar een hoger plan tillen. 

In Europa blijft het vooralsnog stil rond dit fascinerende album, maar The Licking Of A Tangerine van Jazmine Mary verdient ook hier alle aandacht, al is het maar omdat het album bij herhaalde beluistering alleen maar mooier en indrukwekkender wordt. Erwin Zijleman

De muziek van Jazmine Mary is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de muzikante uit Nieuw-Zeeland: https://jazminemary.bandcamp.com/album/the-licking-of-a-tangerine.

   

Olivia Rodrigo - SOUR

Olivia Rodrigo is misschien pas 18 jaar oud, maar laat op haar debuutalbum met invloeden uit de pop, rock en folk horen dat ze als zangeres en als songwriter werkelijk bulkt van het talent
Olivia Rodrigo timmert al een paar jaar aan de weg als actrice, maar ze heeft meer talenten. Haar debuutalbum SOUR schiet misschien net wat teveel kanten op, maar er staan toch flink wat songs van een verrassend hoog niveau op. SOUR is een stuk eigenzinniger dan de albums van de gemiddelde popprinses en laat bovendien een veel betere zangeres horen. Met SOUR kan Olivia Rodrigo aansluiten bij de smaakmakers binnen de hedendaagse pop en dat is een knappe prestatie, zeker als je je bedenkt dat de beste songs op het album niet hadden misstaan op de beste albums van deze smaakmakers. Ik geef eerlijk toe dat ik het niet had verwacht, maar SOUR is echt een knap album.


Ik moet eerlijk toegeven dat ik voor deze week echt nog nooit van Olivia Rodrigo had gehoord. Dat is ook niet zo gek want de pas 18 jaar oude actrice en muzikante is tot dusver vooral bekend van haar rollen in onder andere de Disney films Bizaardvark en High School Musical en dat zijn geen dingen waar ik naar kijk. Sinds kort maakt Olivia Rodrigo ook muziek en dat levert deze week haar debuutalbum SOUR op. 

Het is een album waar muziekliefhebbers met een allergie voor eigentijdse popmuziek met een grote boog omheen moeten lopen, maar de muzikante uit California is zeker geen 13 in een dozijn popprinses. Het debuut van Olivia heeft me enorm verrast. De 18 jaar oude muzikante bulkt van het talent en overtuigt op SOUR als songwriter en als zangeres. 

Het album opent verrassend stevig, maar uiteindelijk gedijt de stem van de jonge Amerikaanse muzikante toch het best in de wat meer pop georiënteerd songs, die ruim vertegenwoordigd zijn op het album. Met de ruwe openingstrack van haar debuutalbum geeft Olivia Rodrigo echter wel direct haar visitekaartje af. 

Het is direct duidelijk dat ze zich niet in een keurslijf laat persen, het is direct duidelijk dat ze van haar hart geen moordkuil maakt, het is direct duidelijk dat ze eigenzinnige songs met expliciete teksten schrijft en het is direct duidelijk dat ze een uitstekend zangeres is. Al die talenten hoor je terug op een album dat hier en daar flink piekt en nergens echt door het ijs zakt. 

Niet alle songs op SOUR zijn even sterk, maar kun je dit verwachten van een pas 18 jaar oude muzikante die haar eerste stappen zet in de muziek? Een aantal songs op het album spreekt misschien niet direct zo tot de verbeelding als de uitschieters op het album, maar in een aantal gevallen zijn het ruwe diamanten, waar nog wat aan te slijpen valt. 

SOUR doet afwisselend denken aan de muziek van Birdy, Taylor Swift, Carly Rae Jepsen, Phoebe Bridgers en Lorde en dat zijn stuk voor stuk vrouwelijke muzikanten die zich wisten en weten te onderscheiden van de concurrentie. Hoe groot Olivia Rodrigo gaat worden is lastig te voorspellen, maar de voortekenen zijn goed. 

De jonge Amerikaanse overtuigt bijzonder makkelijk als zangeres, zeker wanneer ze met flink wat gevoel zingt. Ze kan prachtig fluisteren, maar ook als ze vol gas geeft haalt ze met gemak alle noten. SOUR bevat elf songs, die zoals gezegd niet allemaal even goed zijn, maar het album bevat een aantal vijfsterrenpopliedjes die normaal gesproken niet binnen het bereik liggen van een pas 18 jaar oude muzikante. Zeker wanneer Olivia Rodrigo kiest voor uiterst ingetogen of zelfs folky songs betovert ze makkelijk met haar stem en zorgt ze bovendien voor een glimlach met haar persoonlijke teksten, waarin de liefde en groeipijnen de hoofdrol spelen. 

Vanwege haar achtergrond als Disney actrice en haar leeftijd had ik geen wonderen verwacht van dit debuutalbum van Olivia Rodrigo, al waren er in het verleden natuurlijk wel vaker toptalenten van haar leeftijd. SOUR is ook zeker geen onbetwist meesterwerk, maar ik ben toch behoorlijk onder de indruk van het talent van de jonge Amerikaanse, die een bonte lappendeken heeft afgeleverd, soms vooral vermaakt, maar ook flink kan ontroeren met vol emotie gezongen popliedjes. Allemaal lekker eigenzinnig geproduceerd door Daniel Leonard Nigro, die vooral bekend is als voorman van de band As Tall As Lions. Zeker niet onderschatten dus deze Olivia Rodrigo. Erwin Zijleman


Sour van Olivia Rodrigo is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

donderdag 27 mei 2021

Libby DeCamp - Westward And Faster

De jonge Amerikaanse muzikante Libby DeCamp sleept je op haar buitengewoon fascinerende debuut het diepe zuiden van de Verenigde Staten in en bovendien een aantal decennia terug in de tijd
Libby DeCamp is pas 22, maar klinkt op haar debuutalbum als een oude ziel. Ze gaat op fraaie wijze aan de haal met Amerikaanse rootsmuziek uit het verleden en smelt invloeden uit de country, folk, blues en rock ’n roll samen in een bijzonder eigen geluid. Het is een geluid vol prachtig gitaarwerk, maar het is ook een geluid vol bijzondere accenten en een geluid dat goed laat horen dat Libby DeCamp een getalenteerd zangeres is. Westward And Faster lijkt af en toe weggelopen uit een ver verleden, maar het album doet het ook in 2021 uitstekend. Direct bij eerste beluistering was ik onder de indruk, maar inmiddels vind ik Libby DeCamp geweldig en ben ik heel benieuwd wat we nog van haar kunnen verwachten.


De Amerikaanse muzikante Libby DeCamp is pas 22 jaar oud, maar brengt desondanks al een jaar of zes muziek uit. Deze week verscheen haar debuutalbum en het is een album dat direct vanaf de eerste noten iets met me deed en sindsdien alleen maar beter is geworden,

De wieg van Libby DeCamp stond op het platteland in Michigan, waar ze al op jonge leeftijd geïnteresseerd raakte in de wat traditionelere Amerikaanse rootsmuziek. De Amerikaanse muzikante opereert inmiddels vanuit Detroit, maar haar voorliefde voor traditionele Amerikaanse rootsmuziek is Libby DeCamp niet verloren. 

Op Westward And Faster klinkt de jonge Amerikaanse muzikante een stuk ouder dan ze daadwerkelijk is, want de meeste songs op het album klinken niet alleen traditioneel, maar ook rauwer en doorleefder dan je van een 22 jaar oude muzikante zou verwachten. 

Libby DeCamp opereert voor de afwisseling eens niet uit Nashville en dat hoor je. Het overigens in California opgenomen Westward And Faster klinkt anders dan de meeste andere rootsalbums van het moment en weet zich daarom vrij makkelijk te onderscheiden. 

Vergeleken met alle frisse countrypop van het moment is het debuut van Libby DeCamp een album dat uit een ver verleden lijkt te komen, vaak zelfs vanuit de jaren 50. De muzikante put uit de archieven van de country, de folk, de blues en de rock ’n roll, maar geeft ook haar eigen draai aan alle invloeden uit het verleden. 

Dat hoor je in de instrumentatie, die meestal wat donker aan doet en uiteenlopende invloeden combineert. Het zijn vooral invloeden uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten, wat een heerlijk broeierig geluid oplevert. Het is een vrij ingetogen en open geluid, dat grotendeels vrij is van opsmuk. De bassist speelt geen noot teveel, de percussie is opvallend maar trefzeker en de schitterende gitaarlijnen waaieren over het algemeen breed uit, maar kunnen ook elementair klinken. 

Hier en daar worden wat bijzondere accenten toegevoegd, waaronder zeer karakteristieke bijdragen van blazers, een banjo en de onmisbare pedal steel, maar over het algemeen geldt het devies “less is more” op Westward And Faster. 

Het vooral door lekker rauw klinkende gitaren gedomineerde geluid van Libby DeCamp bevalt me uitstekend. Het is een geluid dat we tegenwoordig niet al te vaak meer horen, maar wat klinkt het lekker en wat past het goed bij de stem van de Amerikaanse singer-songwriter. Het is een stem die enerzijds past bij de jonge muzikante die Libby DeCamp is, maar wanneer je Westward And Faster vergelijkt met de albums van haar leeftijdsgenoten klinkt het album een stuk oorspronkelijker en doorleefder. 

Persoonlijk ben ik zeer gecharmeerd van de stem van de muzikante uit Detroit, die in combinatie met de bijzondere instrumentatie een geheel eigen geluid creëert. Libby DeCamp schrijft ook nog eens songs die een flink aantal decennia oud hadden kunnen zijn, maar die zeker niet gedateerd klinken. Het doet me af en toe wel wat denken aan het geweldige debuut album van Sarah Borges uit 2005 (Silver City) al was dat wat meer rock ’n roll dan roots. 

Ik heb al veel sterke punten genoemd, maar Westward And Faster is ook nog eens een beeldend album, dat je afwisselend meeneemt naar de oevers van de Mississippi of naar een duistere nachtclub vol ongure types en Libby DeCamp als enige lichtpunt. Al met al een prachtig en zeer veelbelovend debuut van deze jonge Amerikaanse muzikante, die me nu al nieuwsgierig maakt naar alles dat nog in het vat zit. Erwin Zijleman

De muziek van Libby DeCamp is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://libbydecamp.bandcamp.com/album/westward-and-faster-2.

   

woensdag 26 mei 2021

John Hiatt with The Jerry Douglas Band - Leftover Feelings

John Hiatt voegt, samen met snarenwonder Jerry Douglas en zijn band, nog maar eens topalbum toe aan zijn inmiddels imposante oeuvre en onderstreept wederom de topvorm van de afgelopen jaren
John Hiatt is misschien niet meer zo productief als in zijn jonge jaren, maar de afgelopen twintig jaar heeft de Amerikaanse muzikant geen slecht album gemaakt. Ook Leftover Feelings is weer een prachtalbum. Dat is deels de verdienste van John Hiatt zelf, die weer een aantal uitstekende songs heeft geschreven en deze vol gevoel vertolkt, maar ook de bijdragen van muzikant Jerry Douglas en zijn band mag niet worden onderschat. Het Amerikaanse snarenwonder en zijn band tekenen voor een prachtig geluid dat de songs van John Hiatt van nog wat extra kracht voorziet. John Hiatt behoort al vele jaren tot de smaakmakers binnen de rootsmuziek en laat nogmaals horen waarom.


De Amerikaanse muzikant John Hiatt bracht zijn debuutalbum uit in 1974 en gaat inmiddels dus al bijna vijftig jaar mee in de muziek. In de jaren 70 wist hij nog niet heel erg op te vallen met albums die wat flirtten met new wave, maar in de jaren 80 leverde hij met Riding With The King (1983), Bring The Family (1987) en Slow Turning (1988) drie van zijn beste albums af. 

In de jaren 90 was het allemaal wat wisselvallig, maar de afgelopen twintig jaar verkeert John Hiatt in een uitstekende vorm en heeft hij nog flink wat uitstekende albums toegevoegd aan zijn inmiddels imposante oeuvre. Het deze week verschenen Leftover Feelings is de opvolger van het in 2018 verschenen The Eclipse Sessions en is een bijzonder album. Op de cover prijkt immers niet alleen de naam van John Hiatt, maar ook de naam van snarenwonder Jerry Douglas en zijn band. 

De naam Jerry Douglas zal niet bij iedereen een belletje doen rinkelen, maar liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek in het algemeen en bluegrass in het bijzonder, die ook nog eens zijn voorzien van een goed gevulde platenkast, hebben waarschijnlijk stapels albums in de kast staan waarop Jerry Douglas is te horen. Het Amerikaanse snarenwonder speelde met de groten der aarde, van Emmylou Harris tot Alison Krauss, maar bracht ook stapels albums uit onder zijn eigen naam. 

Op Leftover Feelings kleurt Jerry Douglas samen met zijn band de songs van John Hiatt in en het resultaat is prachtig. De instrumentatie op Leftover Feelings moet het doen zonder drums, waardoor de snareninstrumenten domineren. Jerry Douglas tekent uiteraard voor bijdragen van de dobro, maar is ook de man achter de fraaie pedal steel accenten op het album. Naast de bas en een viool hoor je verder vooral gitaren op het album en het is gitaarwerk om je vingers bij af te likken. 

Het herinnerde me aan de genoemde albums uit de jaren 80, waarop John Hiatt een beroep kon doen op topgitaristen als Ry Cooder en Sonny Landreth, maar Leftover Feelings klinkt flink anders dan deze albums. John Hiatt, Jerry Douglas en zijn band maken op het album vooral traditioneel aandoende rootsmuziek met vooral invloeden uit de country en hier en daar een vleugje bluegrass of rock ’n roll. 

Het album is hierdoor niet eens zo heel ver verwijderd van zijn voorganger, maar wordt op unieke wijze ingekleurd. Op Leftover Feelings hoor je een stel topmuzikanten aan het werk, maar er wordt ook hoorbaar met veel plezier en passie muziek gemaakt in de legendarische RCA Studios in Nashville. 

Het wat traditioneel aandoende geluid past uitstekend bij de stem van John Hiatt, die naarmate de jaren verstrijken alleen maar beter gaat zingen. Het levert een geïnspireerd en doorleefd klinkend rootsalbum op, dat laat horen dat John Hiatt de goede vorm van de afgelopen twintig jaar nog niet kwijt is. 

Leftover Feelings bevalt me zelfs nog wat beter dan de vorige albums van de Amerikaanse muzikant en doet echt niet veel onder voor zijn onbetwiste meesterwerken uit de jaren 80. Bij een samenwerking tussen twee grootheden, want zo mogen we John Hiatt en Jerry Douglas inmiddels toch wel noemen, moet je maar afwachten of het werkt of niet, maar Leftover Feelings is in alle opzichten een prachtalbum. Erwin Zijleman

De muziek van John Hiatt is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikant: https://johnhiatt.bandcamp.com/album/leftover-feelings.


Leftover Feelings van John Hiatt is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

dinsdag 25 mei 2021

Allison Russell - Outside Child

Allison Russell heeft de afgelopen twintig jaar een indrukwekkend CV opgebouwd, maar van een soloalbum kwam het nog niet, tot de release deze week van het uitstekende Outside Child
Iedereen die het muzikale verleden van Allison Russell kent, weet dat de Canadese muzikante binnen de Amerikaanse rootsmuziek echt alle kanten op kan. Dat deed ze met Po’ Girl en Birds Of Chicago en dat doet ze op haar eerste soloalbum. Bijgestaan door een ervaren producer en een stel prima muzikanten uit Nashville beweegt Allison Russell zich soepel tussen jazz, soul, folk, country en blues. In muzikaal en productioneel opzicht maakt het album makkelijk indruk, maar het is de geweldige stem van de Canadese muzikante die keer op keer de show steelt. Door de muziek die Allison Russell al op haar naam had staan lag de lat hoog, maar Outside Child valt geen moment tegen.


De Canadese muzikante Allison Russell timmert inmiddels al ruim twintig jaar stevig aan de weg, maar brengt deze week haar eerste soloalbum uit. Ze maakte in het verleden deel uit van het geweldige Po’ Girl, vormde samen met haar partner JT Nero het duo Birds Of Chicago en maakte samen met onder andere Rhiannon Giddens en Leyla McCalla ook nog eens deel uit van de gelegenheidsband Our Native Daughters. Het heeft een stapeltje prachtige albums opgeleverd en daar kan nu het eerste soloalbum van Allison Russell aan worden toegevoegd. 

De muzikante die lange tijd opereerde vanuit het Canadese Montreal liet in het verleden al horen dat ze in vele genres uit de voeten kan en nagenoeg al deze genres komen ook voorbij op Outside Child. Het album opent met een deels in het Engels en deels in het Frans gezongen ode aan haar voormalige thuisbasis Montreal. Het is een subtiel ingekleurde en in eerste instantie wat jazzy aandoende ode, maar ondanks de bijzonder mooie en sfeervolle instrumentatie, is het vooral de prachtige stem van Allison Russell die de aandacht trekt. 

De Canadese singer-songwriter kan prachtig ingetogen zingen, maar klinkt ook krachtig en soulvol. Met haar zang tilt Allison Russell alle songs op haar solodebuut naar een hoger niveau, waarbij het niet uitmaakt of deze songs worden gedomineerd door invloeden uit de jazz, soul, country of folk. In een tijd waarin veel zangeressen alleen maar voluit kunnen zingen, laat Allison Russell prachtig horen wat de kunst van doseren is. Het voorziet haar songs van veel dynamiek, maar de zang van de Canadese muzikante is ook met grote regelmaat goed voor kippenvel. 

Outside Child is een album vol vocale hoogstandjes, maar ook in muzikaal en productioneel opzicht maakt het debuut van Allison Russell indruk. Outside Child werd gemaakt in Nashville, Tennessee, de nieuwe thuisbasis van Allison Russell. Samen met de ervaren producer Dan Knobler en een aantal gelouterde muzikanten uit de Nashville scene, creëert Allison Russell op Outside Child een warm en authentiek klinkend geluid, dat zich als een warme deken om haar prachtige stem heen slaat. Het is ook een geluid vol muzikale hoogstandjes, waarbij met name de subtiele en werkelijk wonderschone gitaarlijnen opvallen. 

Het warm klinkende geluid op het album contrasteert flink met de zeer persoonlijke teksten van Allison Russell, waarin ze terugkijkt op het misbruik waarin ze in haar jeugd mee te maken kreeg. Het voorziet het album van een emotionele lading, maar het voorziet de songs en de stem van Allison Russell ook van veel kracht. 

Ik heb persoonlijk een duidelijke voorkeur voor de ingetogen songs op de afdeling, waarin de instrumentatie subtiel en broeierig is en waarin de productie van de hand van Daniel Lanois lijkt, maar ook als Allison Russell wat meer gas geeft onderscheidt ze zich met speels gemak van het contingent aan jonge soulzangeressen dat momenteel aan de weg timmert. 

Gezien haar muzikale verleden had ik van Allison Russell alleen maar een topalbum verwacht, maar Outside Child overtreft deze verwachtingen. De Canadese muzikante heeft een soloalbum gemaakt dat zo divers is als je van haar verwacht en dat van de eerste tot en met de laatste noot kwaliteit ademt. Erwin Zijleman

De muziek van Allison Russell is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://allisonrussell.bandcamp.com.


Outside Child van Allison Russell is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

maandag 24 mei 2021

Sam & Julia - Somewhere Something

De Amsterdamse muzikanten Sam & Julia hebben een debuutalbum afgeleverd dat de zon uitbundig laat schijnen, maar dat ook steeds weer weet te verrassen met geweldige songs
De eerste EP van Sam & Julia heb ik twee jaar geleden niet opgemerkt, maar hun debuutalbum is een geweldige verrassing. Het is een album dat in het hokje rootsmuziek past, maar de Amsterdamse muzikanten slepen er ook aangename invloeden uit de pop en een snufje indierock bij. Het levert een serie geweldige popliedjes op, die fraai zijn ingekleurd, prachtig zijn gezongen en ook nog ergens over gaan. Steeds weer verrassen Sam, Julia en hun medemuzikanten met zeer smaakvolle popliedjes waarin zowel in muzikaal als in vocaal opzicht van alles gebeurt. Een heerlijk album om een hopelijk lange en zorgeloze zomer mee te omarmen, maar ook een album van eigen bodem om heel trots op te zijn.


Achter Sam & Julia gaan de Nederlandse muzikanten Sam van Ommen en Julia Schelleken schuil. De twee Amsterdamse muzikanten brachten een jaar of twee geleden al eens een EP uit op het label van Tim Knol, maar debuteren nu op ditzelfde label met een volwaardig debuut, Something Somewhere. 

Bij de naam Sam & Julia denk je mogelijk aan honingzoete Nederlandstalige popliedjes, wat ook mijn eerste associatie was, maar die zijn op het uitstekende Somewhere Something gelukkig niet te vinden. Denk bij Sam & Julia niet aan de bekende en minder bekende duo's die de Nederlandstalige muziek hebben omarmd, maar eerder aan Angus & Julia (Stone). Op het debuutalbum van de twee Nederlandse muzikanten zijn immers uitsluitend Engelstalige songs te horen en het zijn songs vol invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, met een voorliefde voor folk. 

Sam & Julia klinkt als een duo, maar de twee hebben zich omringd met een aantal prima muzikanten, wat een mooi vol en warm geluid oplevert, met vaak een hoofdrol voor bijzonder fraai gitaarwerk. Het is een geluid dat zich uiteindelijk ook slechts in beperkte mate laat vergelijken met de eerder genoemde Angus & Julia, want op Somewhere Something horen we toch vooral een bandgeluid, met Sam en Julia in de hoofdrol. 

Het debuutalbum van de twee opent veelbelovend met geweldige gitaarlijnen en subtiele pianoaanslagen, maar als eerst Sam en later ook Julia begint te zingen is eigenlijk al duidelijk dat het debuutalbum van de twee er een is om in te lijsten. Sam en Julia beschikken over mooie stemmen, maar het zijn ook stemmen met een rauw randje en het zijn stemmen die fraai bij elkaar kleuren. Het zijn bovendien expressieve stemmen die een verhaal kunnen vertellen. Alleen vanwege de zang heeft het debuut van Sam & Julia je snel te pakken, maar het album heeft nog veel meer te bieden.

Sam & Julia schreven de songs voor hun debuutalbum afgelopen zomer op een snikhete zolder. Dat het hartje zomer was is goed te horen, want de meeste songs op Somewhere Something strooien driftig met zonnestralen. Het schrijven van songs op een te warme zolderkamer geeft het debuutalbum van Sam & Julia ook iets intiems, al hoor je goed dat de twee Amsterdamse muzikanten na het schrijven van de songs nog ruim de tijd hebben genomen voor de inkleuring van deze songs. 

Het is een inkleuring waarin het prachtige gitaarwerk vaak een prominente rol speelt, maar ook de warm klinkende orgels en de juist wat atmosferisch klinkende synths dragen nadrukkelijk bij aan het mooie geluid op het album, dat steeds weer een brug slaat tussen nostalgische en eigentijdse klanken. Het is bovendien een geluid dat in iedere track weer net wat anders klinkt, wat de kwaliteit van het album positief beïnvloedt.

Somewhere Something heeft zich absoluut laten inspireren door de Amerikaanse rootsmuziek, met een duidelijk zwak voor folk(rock) en hier en daar wat country, maar Sam & Julia gaan net zo makkelijk aan de haal met invloeden uit de pop en de indierock. Over het algemeen genomen klinkt Somewhere Something echter vooral als een zonnig album met flink wat rootsy accenten. 

In muzikaal opzicht klinkt het allemaal geweldig, maar het zijn toch vooral de stemmen van Sam en Julia die hun debuutalbum flink optillen. Het zijn mooie stemmen, maar het zijn ook stemmen die met veel gevoel en expressie de mooie persoonlijke verhalen over het ouder worden vertellen, wat het album nog wat mooier en indrukwekkender maakt. 

Elf songs staan er op het debuut van Sam & Julia en ze zijn me inmiddels allemaal dierbaar. Somewhere Something doet verlangen naar mooie zomerdagen, maar het is ook een album waarvan je hoopt dat iedere muziekliefhebber het hoort. Zoals gezegd verschenen op het label van Tim Knol, die de potentie van Sam & Julia heel goed heeft ingeschat. Erwin Zijleman


Somewhere Something van Sam & Julia is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

zondag 23 mei 2021

Mdou Moctar - Afrique Victime

De Afrikaanse muzikant Mdou Moctar vindt aansluiting bij de smaakmakers binnen de “woestijnblues” met een meeslepend en bezwerend album dat ook nog eens uitblinkt door geweldig gitaarwerk
De muziek van de uit Niger afkomstige Mdou Moctar was me tot dusver ontgaan, maar het deze week verschenen Afrique Victime is echt een geweldig album. Het is een album vol met de woestijnblues zoals die ook door een band als Tinariwen wordt gemaakt. Het is muziek vol verwijzingen naar de muzikale tradities van de Tuareg en het is muziek vol geweldige spanningsbogen en bijna hypnotiserende passages. Bij woestijnblues hoort geweldig gitaarwerk en daar weet Mdou Moctar wel raad mee, want hij strooit met geweldige akkoorden en fenomenale solo’s. Liefhebbers van het genre hebben er met Afrique Victime van Mdou Moctar een topalbum bij.


Bands als Tamikrest en Tinariwen volg ik inmiddels al een aantal jaren op de voet, maar veel verder ben ik nog niet gekomen met muzikanten die opereren in het genre dat wat oneerbiedig woestijnblues of woestijnrock wordt genoemd. Het deze week verschenen Afrique Victime is daarom mijn eerste kennismaking met de uit Niger afkomstige Mdou Moctar (echte naam: Mahamadou Souleymane), die inmiddels vijf albums op zijn naam heeft staan. 

Het nieuwe album van de Afrikaanse muzikant is verschenen op het roemruchte Matador label, maar Mdou Moctar is zijn Afrikaanse roots ook op zijn nieuwe album trouw gebleven. Net als bijvoorbeeld de leden van Tinariwen is Mdou Moctar een Toeareg en dat is goed te horen. In muzikaal opzicht schuurt Afrique Victime vaak dicht tegen de muziek van Tinariwen aan. Dat is ook niet zo gek, want ook Mdou Moctar laat zich stevig beïnvloeden door de traditionele muziek van de Toeareg, wat goed te horen is in het bluesy gitaarspel, in de bezwerende ritmes en in de al even bezwerende zang op het album. 

Afrique Victime sluit daarom goed aan op veel andere albums die de afgelopen twee decennia in het genre zijn verschenen, maar Mdou Moctar heeft nog minstens één bijzonder wapen in zijn arsenaal, waardoor Afrique Victime iets toevoegt aan alles dat er al is. Fenomenaal gitaarspel is een essentieel onderdeel van de meest aansprekende albums in het genre, maar Mdou Moctar doet er op zijn nieuwe album nog een flinke schep bovenop en soleert er driftig op los. 

De Afrikaanse muzikant wordt daarom hier en daar al de “Jimi Hendrix van de Sahara” genoemd en dat is een eretitel om trots op te zijn. Het is een eretitel die echter al eens werd vergeven aan Vieux Farka Touré en er kan natuurlijk maar één Jimi Hendrix van de Sahara zijn. Mdou Moctar is daarom wat mij betreft de “Eddie Van Halen van de Sahara”. Zeker als de Afrikaanse muzikant opschuift richting de rockmuziek uit het Westen speelt hij net zo virtuoos als de vorig jaar overleden gitarist, maar Mdou Moctar kan ook nog eens uitstekend uit de voeten met de traditionele Afrikaanse muziek. 

Het is muziek die ik hierboven al als bezwerend beschreef en bezwerend is het. Zeker wanneer Afrique Victime de tijd neemt voor de songs wordt de spanning op bijzonder fraaie wijze opgebouwd en wordt je eerst voorzichtig en later ruw meegesleept in de soms bijna hypnotiserende muziek van de Afrikaanse muzikant. Het is muziek die ons een jaar of twintig geleden nog wat vreemd in de oren klonk, maar inmiddels vormt de woestijnblues, zoals die ook op Afrique Victime is te horen vanaf de eerste noten aan als een warm bad. 

Het is een warm bad dat langzaam maar zeker begint te kolken, met de gitaarsolo’s van de muzikant uit Niger als de kers op de taart. Ook in tekstueel opzicht is het overigens een interessant album dat stil staat bij alle misstanden die het Afrikaanse continent teisteren. Mdou Moctar klinkt op een of andere manier net wat moderner en psychedelischer dan zijn collega’s in het genre, maar de verschillen moeten niet worden overdreven. Afrique Victime staat garant voor een portie geweldige woestijnblues en het is woestijnblues van een niveau dat niet onder doet voor het niveau van de grote bands in het genre. Erwin Zijleman

De muziek van Mdou Moctar is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de muzikant uit Niger: https://mdoumoctar.bandcamp.com/album/afrique-victime.


Afrique Victime van Mdou Moctar is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

zaterdag 22 mei 2021

Lula Wiles - Shame And Sedition

Lula Wiles maakte twee jaar geleden al diepe indruk, maar gaat er op album nummer drie nog eens dik overheen met een album dat in muzikaal opzicht intrigeert en in vocaal opzicht imponeert
Na het fraaie tweede album van Lula Wiles waren mijn verwachtingen rond album nummer drie hooggespannen, maar met een album als Shame And Sedition had ik geen moment rekening gehouden. Lula Wiles heeft de Amerikaanse rootsmuziek zeker niet afgezworen, maar wel flink gemoderniseerd. Dat hoor je het best in de songs die een indierock injectie hebben gekregen, wat ik op voorhand niet snel gecombineerd zou hebben met Lula Wiles, maar het werkt. Gebleven zijn de sterke songs en vooral de wonderschone vocalen en harmonieën, die het album steeds verder optillen. Shame And Sedition is jaarlijstjesmateriaal, maar ook een album dat nog wel even door groeit.


What Will We Do, het tweede album van het uit Boston, Massachusetts, afkomstige trio Lula Wiles, behoorde wat mij betreft bij de allermooiste albums van 2019 en dook dan ook terecht op in mijn jaarlijstje over het betreffende jaar. Lula Wiles imponeerde op What Will We Do met geweldige vocalen en harmonieën, maar ook met songs die op fraaie wijze een brug sloegen tussen traditionele en eigentijdse Amerikaanse rootsmuziek. 

Dat had ik op voorhand eerlijk gezegd niet verwacht van een op het roemruchte Smithsonian Folkways label verschenen album. Dat Smithsonian Folkways niet langer een synoniem is voor stokoude folkmuziek, laat Lula Wiles horen op Shame And Sedition, het deze week verschenen derde album van het Amerikaanse drietal. 

Eleanor Buckland, Isa Burke en Mali Obomsawin maken op dit derde album nog steeds indruk met prachtige zang en wonderschone harmonieën, maar in muzikaal opzicht hebben invloeden uit de moderne Amerikaanse rootsmuziek gezelschap gekregen van invloeden uit de indierock, terwijl invloeden uit de stokoude Appalachen folk grotendeels zijn verdwenen. Het toevoegen van invloeden uit de indierock is eerlijk gezegd het laatste dat ik had verwacht van Lula Wiles en op voorhand misschien ook wel het laatste waarop ik had gehoopt, maar het pakt echt fantastisch uit. 

Shame And Sedition opent met een akoestische gitaar en prachtige stemmen, maar je hoort direct dat de muziek van Lula Wiles minder traditioneel klinkt. In de openingstrack, waarin ook fraaie elektrische gitaarlijnen zijn te horen, blijft Lula Wiles de Amerikaanse rootsmuziek nog lang redelijk trouw, maar aan het eind van de track gaan de gitaren los en flirten Eleanor Buckland, Isa Burke en Mali Obomsawin voor het eerst opzichtig met invloeden uit de rockmuziek. 

Dat doet het drietal de ene keer wat opzichtiger dan de andere keer, waardoor Shame And Sedition af en toe klinkt als een rootsalbum en af en toe als een rockalbum. Het grootste deel van de tijd slaagt Lula Wiles er echter in om beide werelden te verenigen in het nieuwe geluid van de band. Het klinkt vooral minder traditioneel dan het vorige en met name het debuutalbum van het drietal en een stuk aanstekelijker, maar het drietal uit Boston is er ook in geslaagd om de sterke punten van deze albums te behouden. 

Ook wanneer de gitaren ronken of zelfs uit de bocht vliegen, blijven Eleanor Buckland, Isa Burke en Mali Obomsawin in vocaal opzicht makkelijk overeind en zorgen ze voor kippenvel wanneer hun stemmen worden gecombineerd. Het is knap hoe Lula Wiles haar muziek heeft verrijkt met wat stevigere invloeden en het bijbehorende gitaarwerk, maar het is nog veel knapper hoe het drietal er in slaagt om verschillende invloeden te combineren in een eigen geluid, dat niet alleen mooi en aanstekelijk, maar ook spannend is. 

Ik was twee jaar geleden in één klap verliefd op What Will We Do en ondanks het feit dat Shame And Sedition een totaal ander album is geworden, had Lula Wiles me ook dit keer onmiddellijk te pakken. Het drietal doet dit niet alleen met een mooi geluid, sterke songs en zang om van te watertanden, maar ook nog eens met teksten die stil staan bij het leed en onrecht in de wereld. 

Shame And Sedition zal even wennen zijn voor rootspuristen, maar liefhebbers van zowel rock als roots kunnen zomaar als een blok vallen voor het geweldige derde album van Lula Wiles. Het overkwam mij binnen een paar noten en het album is sindsdien alleen maar beter geworden. Erwin Zijleman

De muziek van Lula Wiles is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van het Amerikaanse drietal: https://lulawiles.bandcamp.com/album/shame-and-sedition.


Shame And Sedition van Lula Wiles is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

vrijdag 21 mei 2021

Damien Jurado - The Monster Who Hated Pennsylvania

De term lockdownalbum moeten we niet al te vaak gebruiken, maar The Monster Who Hated Pennsylvania van Damien Jurado is er wel een en het is wat mij betreft een hele mooie
Damien Jurado kwam ruim twintig jaar geleden uit het niets en leverde vervolgens het ene na het andere mooie album af. Dat is de Amerikaanse muzikant blijven doen, waarbij zijn muziek alle kanten op schoot. Na een aantal geweldige albums met producer Richard Swift is Damien Jurado de afgelopen jaren weer op zichzelf aangewezen, wat nu een behoorlijk ingetogen album oplevert, al is een verrassende wending nooit ver weg. Het ingetogen geluid herinnert hier en daar aan de vroege albums van de Amerikaanse muzikant en dat bevalt me wel. De songs zijn sterk, de instrumentatie is stemmig en de stem van Damien Jurado is erg mooi. Topalbum. De zoveelste van de muzikant uit Seattle.


Ik ben, zeker de laatste jaren, niet altijd even snel met het recenseren van de albums van de Amerikaanse muzikant Damien Jurado, maar inmiddels is hij toch met heel wat albums te vinden op de krenten uit de pop. Ook voor het bestaan van deze BLOG maakte Damien Jurado al een aantal geweldige albums, waardoor hij inmiddels een behoorlijk indrukwekkend oeuvre heeft opgebouwd. 
Het is een oeuvre dat meerdere kanten op is geschoten met als uitersten de behoorlijk ingetogen folkalbums uit zijn beginjaren en de juist zeer rijk ingekleurde albums die hij maakte met goede vriend en meesterproducer Richard Swift. 

Sinds het trieste overlijden van Richard Swift is Damien Jurado weer op zichzelf aangewezen en horen we weer wat meer de singer-songwriter in de Amerikaanse muzikant. Ook dat leverde een aantal prima albums op en het zijn albums die door een deel van de critici wat hoger worden ingeschat dan het deze week verschenen The Monster Who Hated Pennsylvania. 

Net als op zijn vorige albums werkt Damien Jurado ook op zijn nieuwe album weer samen met multi-instrumentalist Josh Gordon en tekende hij zelf voor de productie. Toch klinkt The Monster Who Hated Pennsylvania anders dan zijn directe voorgangers. Damien Jurado nam zijn nieuwe album op tijdens de Amerikaanse lockdown en dat heeft zijn sporen nagelaten op het album. Het is een album dat zo nu en dan herinnert aan de albums waarmee Damien Jurado ooit opdook en dat zijn albums die me zeer dierbaar zijn. 

The Monster Who Hated Pennsylvania bevat een aantal songs die herinneren aan de folky albums van de Amerikaanse muzikant, maar hier en daar kan het album verrassen met onverwachte impulsen en in het indrukwekkende Johnny Caravella ontspoort de instrumentatie op indrukwekkende wijze. 

Ik lees in meerdere recensies dat The Monster Who Hated Pennsylvania bij al die briljante voorgangers wat gewoontjes afsteekt, maar ik vind het zelf een prachtig album. Het is een album met aan de ene kant ingetogen maar wonderschone singer-songwriter muziek, maar aan de andere kant ook een aantal songs die refereren aan de muziek die Damien Jurado maakte met Richard Swift. 

De ingetogen songs vallen op door een subtiele maar zeer trefzekere instrumentatie en vooral door de bijzondere en wat mij betreft erg mooie stem van de muzikant uit Seattle. Damien Jurado had wat mij betreft een album vol dit soort ingetogen songs mogen maken en bovendien een album dat veel langer duurt dan de bijna 30 minuten die The Monster Who Hated Pennsylvania telt, maar de incidentele uitstapjes buiten de gebaande paden maken het album net wat spannender en ook dat is in het geval van Damien Jurado nooit verkeerd. En het is een album dat je meerdere keren achter elkaar kunt horen.

De Amerikaanse muzikant heeft het deprimerende van een eindeloze lockdown wat mij betreft fraai weten te vangen en de songs worden voor mij alleen maar mooier en indrukwekkender. The Monster Who Hated Pennsylvania wordt op meerdere plekken beschreven als een zwakkere broeder, maar dat hoor ik er zelf geen moment in. Sterker nog, The Monster Who Hated Pennsylvania zou zomaar uit kunnen groeien tot een van mijn favoriete Damien Jurado en kan bovendien wel eens een schoolvoorbeeld van een lockdownalbum worden. Erwin Zijleman

Het nieuwe album van Damien Jurado is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van zijn nieuwe label: https://maraqoparecords.bandcamp.com/album/the-monster-who-hated-pennsylvania.


The Monster Who Hated Pennsylvania van Damien Jurado is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

Lindsay Ellyn - Queen Of Nothing

Het valt voor een debuterend muzikant niet mee om aandacht te trekken, maar het door mij bij toeval ontdekte Queen Of Nothing van Lindsay Ellyn verdient deze aandacht absoluut
Na beluistering van een rootsalbum dat niet al te veel indruk maakte, werd ik door Spotify verrast met het debuutalbum van de uit Nashville afkomstige Lindsay Ellyn. Het is een album dat opvalt door een mooi vol en warm geluid, door bijzonder aangenaam klinkende vocalen en door een stel prima songs, die passen binnen de muzikale tradities in Nashville, maar die gelukkig niet al te glad, maar juist heerlijk oorspronkelijk klinken. Het luistert direct bijzonder lekker weg, maar de songs van Lindsay Ellyn weten zich ook op de wat langere termijn makkelijk staande te houden. Het is dringen binnen de Amerikaanse rootsmuziek, maar deze zou ik niet laten liggen.


Het aanbod binnen de Amerikaanse rootsmuziek is momenteel zo groot dat ik onmogelijk alles kan beluisteren. Je moet als beginnend muzikant in het genre daarom soms een beetje geluk hebben. De Amerikaanse singer-songwriter Lindsay Ellyn had dat geluk, want als Spotify haar debuutalbum niet had afgespeeld na het beluisteren van een ander album in het genre, was ik dit debuutalbum waarschijnlijk nooit op het spoor gekomen. 
Toen het album van de muzikante uit Nashville opeens uit de speakers kwam, was ik echter direct onder de indruk van haar warme stem en van het mooie en volle geluid op Queen Of Nothing. 

Queen Of Nothing is door de uitstekende vocalen en het aangename geluid een album dat het waarschijnlijk goed zal doen op de Amerikaanse countrystations, maar waar ik albums in deze hoek van de country vaak wat te zoet en glad vind, blijft Queen Of Nothing tien songs lang aan de juiste kant van de streep. Lindsay Ellyn doet uiteindelijk veel meer dan dat, want de songs op haar debuutalbum blijken zich al snel genadeloos op te dringen. 

Dat doen deze songs allereerst door de stem van de Amerikaanse muzikante. Het is een stem die gemaakt is voor de countrymuziek, maar Lindsay Ellyn klinkt warmer en doorleefder dan de gemiddelde countrypopprinses. Ze beschikt niet alleen over een hele aangename stem, maar het is bovendien een expressieve stem, die de teksten van de songs met veel gevoel en urgentie vertolkt. 

Lindsay Ellyn is niet alleen een prima zangeres, maar ook een getalenteerd songwriter. Ze schrijft mooie persoonlijke teksten zonder al te veel clichés (die in de country altijd in ruime mate voorhanden zijn) en schrijft ook nog eens songs die direct lekker in het gehoor liggen, zich snel opdringen en die ook bij herhaalde beluistering nog eens leuk en interessant blijven. Het zijn songs die absoluut over airplay- of zelfs hitpotentie beschikken en die nooit al te ver buiten de lijntjes van de Nashville country kleuren, maar het past evenmin perfect in het strakke Nashville keurslijf wat haar sound van iets persoonlijks voorziet. 

Het is een sound die ook opvalt door een mooi en rijk geluid. Lindsay Ellyn heeft voor haar debuutalbum een flink aantal ervaren muzikanten opgetrommeld, die haar songs gloedvol inkleuren. In het geluid van de muzikante uit Nashville staan de gitaren centraal, maar ook de bijdragen van het andere snarenarsenaal binnen de Amerikaanse rootsmuziek en de bijdragen van authentiek klinkende orgels, brengen het warme geluid van Lindsay Ellyn op trefzekere wijze op smaak. 

Lindsay Ellyn doet op haar debuutalbum geen nieuwe of spannende dingen, maar ze laat zich ook niet fantasieloos in de Nashville mal persen. Het levert een album op dat door het zeer aangename geluid en de mooie stem van Lindsay Ellyn direct aanvoelt als een warm bad, maar het is wat mij betreft ook een album dat nog verrassend lang door kan groeien en dat zich ook verrassend snel in het hoofd nestelt. 

Liefhebbers van wat rauwere of meer traditionele rootsmuziek zullen Queen Of Nothing misschien nog steeds wat te zoet en te glad vinden, maar uiteindelijk is dit een album dat ook deze liefhebbers van het genre aan moet kunnen spreken, al is het maar omdat het album hier en daar de net wat rauwere randjes ook durft op te zoeken en bovendien continu kwaliteit ademt. Erwin Zijleman