17 februari 2026

Review: Momoko Gill - Momoko

Momoko Gill is een zeer getalenteerde muzikante en een geweldige zangeres en levert na het vorig jaar verschenen Clay, dat ze maakte met Matthew Herbert, nu met Momoko een bijzonder knap en wonderschoon solodebuut af
Bij eerste beluistering van Momoko van Momoko Gill was ik vooral onder de indruk van de stem van de Britse muzikante. Het is een jazzy stem, maar ook een stem met veel soul. Alleen door de stem van Momoko Gill vond ik haar solodebuut al een topalbum, maar ook in muzikaal opzicht is het een fascinerend album dat zich beweegt tussen jazz, R&B en soul en elektronische muziek. Het is muziek vol hoogstandjes, maar op een of andere manier klinken de songs van Momoko Gill ook toegankelijk. De Britse muzikante beweegt zich op zich wat buiten mijn muzikale comfort zone, maar op een of andere manier intrigeert het debuutalbum van Momoko Gill me hopeloos.



De Britse componist, multi-instrumentalist en zangeres Momoko Gill maakte vorig jaar met de Britse muzikant en producer Matthew Herbert het album Clay. Het in de zomer van 2025 verschenen Clay is een bijzonder indrukwekkend album met muziek die zich niet in een hokje laat duwen. Het is in muzikaal opzicht een razend spannend en knap album, maar het is ook een album waarop Momoko Gill diepe indruk maakt als zangeres. 

Er is eigenlijk maar één ding jammer aan het album van Momoko Gill en Matthew Herbert en dat is het feit dat ik dit bijzondere album pas deze week heb ontdekt. Ik kwam Clay op het spoor dankzij het deze week verschenen solodebuut van Momoko Gill, dat door Matthew Herbert werd opgenomen, maar door de Britse muzikante zelf werd geproduceerd. 

Clay en het deze week verschenen Momoko hebben één ding gemeen en dat is de echt prachtige stem van Momoko Gill, die zich in één klap schaart onder de beste Britse zangeressen van het moment. In de openingstrack, eigenlijk meer een ouverture, lijkt de Britse muzikante nog even verder te gaan waar haar samenwerking met Matthew Herbert vorig jaar ophield, maar Momoko begeeft zich al snel op andere terreinen, al gaat de vergelijking met Clay zeker niet altijd mank. 

De Britse muzikante was de afgelopen jaren als multi-instrumentalist en zeker als drummer te horen op een aantal aansprekende Britse jazzalbums en ook haar debuutalbum staat vol muzikaal vuurwerk. De namen die opduiken in de imposante lijst met credits zeggen me eerlijk gezegd niet zoveel, maar ik volg de Britse jazz ook zeker niet op de voet. Uit een aantal recensies begrijp ik dat Momoko Gill zich op haar debuutalbum heeft omringd met de crème de la crème van de Britse jazzscene en dat is te horen. 

De muziek op Momoko is echt prachtig en is het grootste deel van de tijd gelukkig niet het soort jazz waar ik nerveus van word. Veel songs op het debuutalbum van Momoko Gill vallen in de categorie lome jazz met uitstapjes richting soul, R&B en psychedelica. Het blijft jazz, wat betekent dat er wel heel veel noten tegelijk worden gespeeld, maar het zit me in tegenstelling tot veel andere jazzmuziek niet in de weg. 

Bij beluistering met de koptelefoon hoor je goed hoe geweldig bijvoorbeeld het drumwerk is, maar ook alle andere instrumenten klinken echt prachtig en bouwen samen een even spannend als gloedvol geluid op. Wanneer Momoko Gill de organische klanken verruilt voor elektronica doen de invloeden uit de jazz een stapje terug en komt Portishead in beeld als vergelijkingsmateriaal, wat minstens even fascinerend klinkt. 

De songs van Momoko Gill zitten knap in elkaar en zijn vaak behoorlijk complex, maar ik vind de songs van de Britse muzikante over het algemeen genomen ook toegankelijk. In muzikaal opzicht vraagt Momoko flink wat aandacht en energie en ook de songs van de Britse muzikante vereisen aandachtige beluistering, maar uiteindelijk draait wat mij betreft alles om de stem van Momoko Gill. 

Het is een stem die vorig jaar opzien baarde op het album dat ze samen met Matthew Herbert maakte, maar op Momoko vind ik de zang van de muzikante uit Londen nog net wat mooier. Momoko Gill zingt niet alleen loepzuiver, maar beschikt ook over een warme stem, die nog een prachtige laag toevoegt aan haar fascinerende muziek, die iedere keer als je denkt te weten waar je aan toe bent nog een keer van kleur verschiet. Wat een album. Erwin Zijleman

De muziek van Momoko Gill is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Britse muzikante: https://momokogill.bandcamp.com/album/momoko.


Momoko van Momoko Gill is verkrijgbaar via de Mania webshop:



16 februari 2026

Review: David Byrne, AFAS Live, Amsterdam, 15 februari 2025

David Byrne maakt indruk met een in visueel opzicht fascinerende show en een knap uitgevoerde setlist, die zwaar leunt op het oeuvre van zijn roemruchte band uit de jaren 70 en 80
David Byrne nam jaren geleden al afscheid van het rockconcert dat we kennen, maar heeft zijn bijzondere show nog wat verder geperfectioneerd. Zijn band wandelt over het podium met draagbare instrumenten, maar zetten moeiteloos het funky en dansbare geluid neer dat Talking Heads in de jaren 70 en 80 op de kaart zette. Het levert anderhalf uur visueel en muzikaal vermaak van hoog niveau op.

            foto door Robert Kloosterman

Direct bij aankomst in de AFAS Live trekt het volledig lege podium de aandacht. Er zijn geen instrumenten te zien en ook verder is het podium helemaal leeg. Dit verandert als David Byrne met drie muzikanten het podium op komt. De drie muzikanten hebben een draagbaar instrument (cello, viool en keyboards) en zijn net als David Byrne gestoken in een oranje overall. Met zijn vieren zijn ze goed voor een wonderschone versie van de Talking Heads song Heaven, die minstens net zo bekend is van het debuutalbum van Simply Red.

In de tweede song, Everybody Laughs, komen ook de andere muzikanten het podium op. Allemaal gekleed in een oranje overall en allemaal voorzien van draagbare instrumenten. Naast vier achtergrondvocalisten (en tevens dansers) laat David Byrne zich bijstaan door een gitarist, een bassiste, een toetsenist en maar liefst vier percussionisten. Het is een bijzondere opstelling, maar het klinkt fantastisch. Dat geldt ook voor de stem van David Byrne, die ook in de openingstrack al indruk maakte met zijn zo herkenbare stem, die de tand des tijd verrassend goed heeft doorstaan.

Met de Talking Heads song And She Was zit de sfeer er direct goed in en wordt ook het scherm op het podium gebruikt voor het visuele spektakel dat David Byrne laat zien tijdens zijn Who Is The Sky? tour. Het visuele spektakel bestaat niet alleen uit achtergrondprojecties, waarin een aantal keren plaats is voor een kritische blik op de huidige politieke toestand in de Verenigde Staten, maar ook uit een zorgvuldig uitgedachte choreografie waarin David Byrne en zijn medemuzikanten steeds weer op net wat andere wijze over het podium bewegen.

David Byrne leunt in de setlist overigens zwaar op het werk van zijn roemruchte band Talking Heads, die tussen 1977 en 1988 tien uitstekende albums maakte. De helft van de setlist bestaat uit Talking Heads songs en het zijn alle bekende songs van de band. Ook de Talking Heads klassiekers doen het uitstekend in de versies van de bijzondere band van David Byrne, waarin de bassiste meerde keren een glansrol opeist en ook de percussionisten een hoofdrol spelen. David Byrne was met het verwerken van invloeden uit de Afrikaanse muziek en de funk zijn tijd ooit ver vooruit, maar ook decennia later klinken de songs van Talking Heads nog fris en energiek.

             foto door Robert Kloosterman

Mooi moment in de set is het moment waarop David Byrne zijn appartement in New York op het scherm projecteert en terugkijkt op de coronapandemie, die New York zwaar trof en die veel impact had op het persoonlijke leven van de Amerikaanse muzikant. David Byrne besteed er twee songs aan, zijn eigen My Appartment Is My Friend en de opvallende Paramore cover Hard Times. Het geeft een mooi inkijkje in de persoon David Byrne, die veel sympathieker over komt dan zijn reputatie doet vermoeden.

Hoogtepunten in de set blijven echter de bekendste songs van Talking Heads, waaronder fantastische versies van Slippery People, Psycho Killer, Life During Wartime (met projecties over demonstraties tegen ICE) en Once In A Lifetime. Het zijn songs waarin niet alleen de bassiste, maar ook de percussionisten een hoofdrol opeisen en het publiek makkelijk uit de stoelen komt voor de nog altijd zeer dansbare muziek van de Amerikaanse muzikant. 

Met een fraaie versie van Everybody's Coming to My House en een energieke versie van Talking Heads klassieker Burning Down The House komt na ruim half uur een einde aan een strak geregisseerde en in visueel opzicht aantrekkelijke show, waarin David Byrne laat horen dat de songs die hij in zijn jonge jaren schreef er nog altijd toe doen en zich er bovendien toe lenen om opnieuw uitgevonden te worden. Alle lof dus voor de inmiddels 73 jaar oude muzikant en zijn geweldige band. Erwin Zijleman