zaterdag 29 februari 2020

David Roback (1958-2020)


Eerder deze week overleed David Roback op slechts 61 jarige leeftijd. Het bericht van zijn overlijden haalde het Nederlandse nieuws niet en ook op Amerikaanse muzieksites kwam ik het trieste bericht van zijn overlijden slechts in de marge tegen. 

De naam David Roback zei me in eerste instantie ook niet direct wat en dat is gek. Heel gek zelfs. De Amerikaanse muzikant vormde immers lange tijd de helft van de Amerikaanse band Mazzy Star en dat is een van mijn favoriete bands aller tijden. 

Net als op de bovenstaande foto stond David Roback binnen Mazzy Star wat in de schaduw van boegbeeld Hope Sandoval, maar met zijn bijzondere gitaargeluid bepaalde hij het geluid van de band bijna net zoveel als Hope Sandoval met haar zwoele vocalen. Gezamenlijk schreven ze de songs van de band.

Ook voor de oprichting van Mazzy Star deed David Roback aansprekende dingen in de popmuziek. Zijn eerste bandje Unconscious, met ene Susanna Hoffs (The Bangles) als zangeres, deed nog niet zoveel, maar met zijn bands Rain Parade, Rainy Day en Opal speelde David Roback een belangrijke rol in de Paisley Underground scene van Los Angeles. Stuk voor stuk helaas bands die je op Spotify niet of nauwelijks tegenkomt.

Opal werd na de komst van Hope Sandoval al snel Mazzy Star en de band maakte in de jaren 90 drie albums die ik stuk voor stuk schaar onder mijn favoriete albums aller tijden. De band keerde in 2013 nog een keer terug met het eveneens fraaie Seasons Of Your Day, dat nu dan helaas echt de zwanenzang van Mazzy Star moet worden genoemd. 

Ik zag de band helaas maar één keer live. David Roback liet de spotlights aan Hope Sandoval, maar speelde prachtige psychedelische gitaarlijnen. Met David Roback verliest de popmuziek misschien geen hele grote naam, maar wel een bijzonder getalenteerd muzikant. Erwin Zijleman

   

   

Robert Cray Band - That's What I Heard

Robert Cray vierde zijn grootste successen misschien in de jaren 80, maar zijn beste albums maakt de Amerikaanse muzikant in het recente verleden en het heden
Met Right Next Door kreeg Robert Cray in de jaren 80 zijn wereldhit, maar een eendagsvlieg is het zeker niet. De Amerikaanse muzikant heeft inmiddels een enorme stapel albums op zijn naam staan en de albums die hij de laatste jaren maakte met producer Steve Jordan zijn wat mij betreft de beste van het stel. Ook op That's What I Heard maakt Robert Cray indruk met een mix van blues en heel veel soul en imponeert hij als zanger en als gitarist. That's What I Heard is vooral een laidback album en in de lome mix van soul en blues voelt de Amerikaanse muzikant zich als een vis in het water. Weer een topalbum.


Noem de naam Robert Cray en vrijwel iedereen zal direct denken aan het album Strong Persuader uit 1986 en de hiervan afkomstige single Right Next Door. Ook ik kende de Amerikaanse muzikant overigens lange tijd vooral van het betreffende album en het wat mij betreft nog betere Bad Influence uit 1983. 

Na de succesvolle albums uit de jaren 80, die Robert Cray uiteindelijk een plekje in de Blues Hall Of Fame opleverden (in 2011), verloor ik de bluesmuzikant vrijwel volledig uit het oog, tot in 1999 het uitstekende Take Your Shoes Off verscheen. Het samen met producer Steve Jordan gemaakte Take Your Shoes Off schat ik veel hoger in dan de in commercieel opzicht veel succesvollere albums van Robert Cray uit de jaren 80, maar het album verkocht beduidend minder. 

Het is een album dat er de afgelopen tien jaar een aantal stevigere concurrenten heeft bijgekregen. Robert Cray dook in 2012 op het met het verassend sterke Nothin But Love, maar de grootse vorm vond hij op het in 2014 verschenen In My Soul en op het in 2017 uitgebrachte Robert Cray & Hi Rhythm. 

Laatstgenoemde twee albums werden, net als Take Your Shoes Off, geproduceerd door Steve Jordan en de combinatie Robert Cray en Steve Jordan is er een die wat mij betreft uitstekend werkt. Het is een combinatie die de blues van Robert Cray wat meer de kant van de soul heeft opgetrokken en dat is een genre dat hem uitstekend ligt. De Amerikaanse muzikant beschikt immers over een prachtig soulvolle stem, die met enige regelmaat herinnert aan de grote soulzangers uit de jaren 60 en 70, met Sam Cooke als het meest relevante vergelijkingsmateriaal.

In My Soul en Robert Cray & Hi Rhythm zijn helaas wat onderschatte albums en ook met zijn nieuwe album zal Robert Cray het succes van Strong Persuader waarschijnlijk niet gaan evenaren. Ook op That's What I Heard werkt Robert Cray weer samen met Steve Jordan en ook dit keer is het een samenwerking die uitstekend werkt. That's What I Heard is net als zijn directe voorgangers een album waarop de Amerikaanse muzikant de blues uit zijn jongere jaren vermengt met invloeden uit de soul. 

Net als op deze voorgangers heeft Robert Cray zich weten te omringen met topmuzikanten, onder wie Steve Jordan, die het album niet alleen produceerde, maar ook plaatsnam achter de drumkit. That's What I Heard bevat flink wat lome en laidback soultracks en met name in deze tracks hoor je goed hoe mooi en soulvol de stem van Robert Cray is. De muzikant uit Oregon treedt ook dit keer in de voetsporen van de grote soulzangers uit het verleden en overtuigt bijzonder makkelijk. 

Dat doet hij niet alleen met zijn stem, maar natuurlijk ook met zijn gitaarspel, dat heerlijk bluesy kan klinken, maar ook buiten de lijntjes van de blues durft te kleuren. That's What I Heard is een voornamelijk ingetogen en subtiel album en het gitaarspel is vaak even ingetogen en subtiel. Het is gitaarspel dat nadrukkelijk de handtekening van Robert Cray bevat, maar ik vind het veel mooier en trefzekerder dan het wat stevigere gitaarwerk uit de jaren 80. 

Robert Cray heeft de pensioengerechtigde leeftijd inmiddels bereikt en heeft de veertig dienstjaren er inmiddels ruimschoots opzitten, maar ook op That's What I Heard klinkt de Amerikaanse muzikant weer bijzonder geïnspireerd. Mooi album. Erwin Zijleman

   


vrijdag 28 februari 2020

Rebecca Foon - Waxing Moon

Rebecca Foon maakt op haar solodebuut zich langzaam voortslepende en beeldende muziek die het oor betovert en de fantasie stevig prikkelt met bijzondere klanken
De muziekscene van het Canadese Montreal heeft al heel veel bijzondere muziek opgeleverd en ook het debuut van Rebecca Foon past in deze categorie. De Canadese muzikante speelde tot dusver vooral voor en met anderen, maar eist nu zelf haar plekje in de spotlights op. Dit doet ze aan de ene kant met filmische instrumentale tracks en hiernaast met uiterst ingetogen tracks met zang. Het is ingetogen en subtiele muziek, maar ook muziek die bestaat uit meerdere lagen en muziek waarin de spanning op bijzondere wijze wordt opgebouwd. Een album om langzaam te ontdekken en je steeds verder in te verliezen.


Rebecca Foon is een Canadese muzikante, die al een aantal jaren opereert in de avontuurlijke muziekscene van Montreal. De klassiek geschoold celliste maakte deel uit van onder andere Set Fire To Flames, A Silver Mt. Zion en Esmerine, maakte muziek als Saltland en speelde met onder andere Patti Smith en Nick Cave & The Bad Seeds. Waxing Moon is het eerste album dat Rebecca Foon onder haar eigen naam uitbrengt en het is een heel bijzonder album geworden. 

Waxing Moon opent met track die in het hokje neoklassiek past. Het is een door piano gedragen track waarin noten en stilte in eerste instantie in balans zijn, waarna het pianospel losbarst en strijkers worden toegevoegd. Het levert beeldende klanken op die me doen denken aan Michael Nyman’s soundtrack bij de film The Piano; een soundtrack waarbij je ook prima je eigen beelden kunt verzinnen (al is de film ook prachtig). Rebecca Foon bouwt in de openingstrack van haar eerste soloalbum de spanning fraai op en breekt deze net zo makkelijk weer af. 

Met de fraaie pianoklanken in de openingstrack zou de Canadese muzikante best een heel album kunnen vullen en ook een album lang interessant kunnen blijven, maar in de tweede track horen we een andere kant van de muzikante uit Montreal. Repeterende akoestische gitaarakkoorden worden in deze track gecombineerd met de zachte zang van Rebecca Foon. Het levert een track op met een bijna hypnotiserende uitwerking. Het is ook een track die uitnodigt tot aandachtige beluistering, want de atmosferische klanken onder de akoestische gitaar en de stem van Rebecca Foon zijn van een al even bijzondere schoonheid. 

Ook de derde track op het album laat beeldende muziek horen die niet zou misstaan op een filmsoundtrack. Een laag strijkers die klinkt als een drone, wordt gecombineerd met subtiele pianoklanken en achtergrondvocalen van Rebecca Foon. Het is een track die net als zijn twee voorgangers de fantasie stevig prikkelt en die ondanks de vele repeterende elementen steeds weer net wat anders klinkt. 

De wat experimentelere instrumentale tracks worden afgewisseld met wat toegankelijkere songs met vocalen, maar ook in deze songs creëert Rebecca Foon een bijzondere sfeer en maakt ze muziek die bijna dwingt tot luisteren. De songs met vocalen zijn uiteindelijk in de meerderheid en zijn meestal piano gedreven met atmosferische klanken ter ondersteuning. 

De Canadese muzikante maakt deze muziek niet alleen, want met Richard Reed Parry (The Arcade Fire), Jace Lasek (The Besnard Lakes), Sophie Trudeau (Godspeed You Black Emperor) en Patrick Watson en zijn vaste bassist heeft Rebecca Foon zich verzekerd van een aantal zeer competente muzikale medestanders, die de muziek op Waxing Moon prachtig en op avontuurlijke wijze inkleuren. Ik heb het de laatste tijd al vaker gezegd, maar ook Waxing Moon van Rebecca Foon is weer zo’n album dat aan kracht wint wanneer je de volumeknop wat open draait of het album met de koptelefoon beluistert. 

Het tempo in de instrumentale tracks en in de tracks met vocalen en akoestische begeleiding ligt laag, maar in het aanstekelijke Wide Open Eyes sleurt Rebecca Foon je ook nog even de dansvloer op. Het is een incidenteel uitstapje, want het grootste deel van Waxing Moon bevat muziek die goed is voor totale onthaasting. De opbrengst van al dit moois is overigens voor het goede doel en gaat naar Pathway To Paris, een organisatie die zich inzet voor de uitvoering van het klimaatakkoord van Parijs. Erwin Zijleman

De muziek van Rebecca Foon is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van Saltland: https://saltland.bandcamp.com/album/waxing-moon.

   




Country volgens Peter Vantyghem (365 Albums Die Je Beluisterd Moet hebben)

Peter Vantyghem staat in zijn boek 365 Albums Die Je Beluisterd Moet Hebben in de maand februari stil bij de country en komt met 28 tips, waartussen toch nog wel wat verrassingen
Peter Vantyghem heeft in zijn boek een jaar lang muziektips voor je in petto en richt zich in februari op de country. De Vlaamse schrijver hanteert wederom een brede definitie, waardoor je van alles tegenkomt in een maand lang countrymuziek. Natuurlijk komen er de nodige klassiekers uit het verre en het recentere verleden voorbij, maar ook wel wat minder bekende albums. Vanwege mijn liefde voor het genre was het merendeel me bekend, maar ook dit keer kwam er weer een hele mooie verrassing voorbij en heb ik weer een klassieker toegevoegd aan mijn collectie.


Op een van de laatste dagen van 2019 besprak ik het boek 365 Albums Die Je Beluisterd Moet Hebben van de Vlaamse auteur Peter Vantyghem. Het boek behandelt iedere maand een genre en geeft in dit genre dagelijks een luistertip. 

In februari richtte de Vlaamse auteur zich op de country en iedere dag heb ik het luisteradvies braaf opgevolgd. Waar ik niet heel goed thuis was in de in januari besproken blues, bleek de countrymuziek grotendeels gesneden koek. Vrijwel alle 28 besproken albums waren me bekend. 

Vantyghem kiest voor oude klassiekers van onder andere Hank Williams, Johnny Cash, Gram Parsons, The Eagles, The Band, CSNY en Neil Young en voor klassiekers van iets recentere datum van onder andere Emmylou Harris, Lucinda Williams, Ryan Adams, Wilco (al vind ik Yankee Hotel Foxtrot niet echt een countryalbum), Alison Krauss en Chris Stapleton. 

Vantyghem hanteert ook dit keer een brede definitie van het genre, want waar ik bij Wilco al wat twijfels had, zou ik André Hazes en Guido Belcanto zelf niet in het hokje country duwen. Violent Femmes en Roy Orbison overigens ook niet. Ik zou zelf absoluut andere keuzes hebben gemaakt (want ik heb niets met Shania Twain en niet zo veel met het geselecteerde album van Dolly Parton), maar de Vlaamse schrijver heeft absoluut een mooi lijstje opgesteld. 


De wat bredere definitie van het genre heeft ook dit keer zijn waarde, want het album dat me het meest heeft verrast de afgelopen maand zou ik zelf nooit in het hokje country hebben geduwd. 

(Pronounced 'Lĕh-'nérd 'Skin-'nérd) van de Amerikaanse band Lynyrd Skynyrd, want daar gaat het om, is volgens velen de oorsprong van de Southern Rock (samen met het debuut van The Allman Brothers Band). Op het debuutalbum van de Amerikaanse band uit 1973 krijgt deze Southern Rock vorm. 

Het debuut van Lynyrd Skynyrd is niet zo bekend als het tweede album van de band (waarop Southern Rock klassieker Sweet Home Alabama is te vinden) en in commercieel opzicht niet zo succesvol als Street Survivors, dat een paar dagen voor de vliegtuigcrash die een aantal leden van de band het leven zou kosten verscheen. 

Op (Pronounced 'Lĕh-'nérd 'Skin-'nérd) is de band uit Jacksonville, Florida, de Southern Rock nog aan het uitvinden. De band doet dit door met name bluesrock en hardrock met elkaar te vermengen, met hier en daar uitstapjes richting garagerock en, jawel, countryrock. Die laatste invloeden hoor je vooral in de songs waarin de band wat gas terugneemt, waardoor (Pronounced 'Lĕh-'nérd 'Skin-'nérd) een lekker veelzijdig album is.  

Het is een album dat ik nog nooit had gehoord, maar het bevalt me uitstekend. Lynyrd Skynyrd is op haar debuut uit 1973 van vele markten thuis en overtuigt met geweldige songs en het nodige muzikale vuurwerk. (Pronounced 'Lĕh-'nérd 'Skin-'nérd) is een album waarvoor de Rolling Stones zich in 1973 zeker niet zouden hebben geschaamd. Het moet genoeg zeggen.

Het debuut van de Amerikaanse band is een uitstekend rockalbum en het is een album dat achteraf bezien flink wat invloed heeft gehad. Of het hokje country past bij het album is de vraag, want invloeden uit de country spelen een bescheiden rol, maar wat ben ik blij dat ik dit album heb opgepikt. De meerwaarde van het boek van Peter Vantyghem was de afgelopen maand misschien wat minder groot dan de maand ervoor, maar ook één nieuwe klassieker oppikken is een zeer acceptabele score. Op naar een maand soul. Erwin Zijleman

   


donderdag 27 februari 2020

Wilsen - Ruiner

De Amerikaanse band Wilsen kruipt na twee toch wat gezapige albums uit haar schulp met een album dat woest betovert, ingetogen streelt en stevig imponeert
Het nieuwe album van Wilsen doet me af en toe wel wat aan Big Thief denken en laat dat nu net de band zijn die vorig jaar met maar liefst twee albums opdook in de top tien van mijn jaarlijst. Net als Big Thief maakt Wilsen muziek vol subtiele dynamiek, maar verder lijken de bands eigenlijk niet eens zoveel op elkaar. Ruiner is een album vol prachtige gitaarlijnen, schurende synths en honingzoete vocalen en dit alles is verpakt in songs die zich steeds wat nadrukkelijker opdringen. De vorige albums van de band maakten op mij nauwelijks indruk, maar het derde album van Wilsen is een voltreffer.


De uit Brooklyn, New York, afkomstige band Wilsen bracht de afgelopen jaren al twee albums en twee EP’s uit, maar deze maakten op mij zeker geen onuitwisbare indruk. Het Amerikaanse trio maakte op deze albums en EP’s voornamelijk ingetogen popliedjes, waarin vooral de stem van zangeres Tamsin Wilson opviel. Slecht was het zeker niet en bij vlagen zelfs heel aardig, maar ik vond het uiteindelijk niet voldoende onderscheidend en bovendien niet spannend genoeg om de aandacht lang vast te houden. 

De openingstrack van het deze week verschenen derde album van Wilsen bevalt me direct een stuk beter. Het is een track waarin een, zeker voor Wilsen begrippen, flinke muur van geluid wordt afgewisseld met meer ingetogen klanken. Mooie gitaren en stevig aangezette drums trekken de aandacht, waarna meer ingetogen klanken en de mooie stem van Tamsin Wilson je betoveren. De openingstrack van Ruiner klinkt enigszins bekend in de oren, maar het is ook een track vol dynamiek en een track waarin Wilsen laat horen dat het een flinke stap heeft gezet. 

De prima Britse muzieksite The Line Of Best Fit noemt het nieuwe album van Wilsen “a quietly tumultuous storm of a record” en dat is een mooie beschrijving. Ook op haar derde album vertrouwt Wilsen voor een deel op ingetogen en wat zoet klinkende popliedjes, maar waar deze popliedjes in het verleden vaak wat gezapig voortkabbelden, is de muziek van Wilsen op Ruiner licht ontvlambaar. Zoete akoestische gitaarakkoorden kunnen zomaar omslaan in fraaie elektrische gitaarloopjes met een dreampop feel en hier en daar voert Wilsen het tempo flink op en klinkt het voorzichtig gruizig. 

De voorzichtige uitbarstingen in het nieuwe geluid van Wilsen voorzien het album niet alleen van dynamiek, maar zorgen er ook voor dat de meer ingetogen passages beter tot zijn recht komen. Met name de zang van Tamsin Wilson maakt veel meer indruk dan in het verleden en draagt stevig bij aan het verslavende karakter van het nieuwe album van de band uit Brooklyn. 

Het prachtige geluid is overigens deels de verdienste van producer Andrew Sarlo, die eerder indruk maakte met Bon Iver en vooral Big Thief. Het nieuwe album van Wilsen heeft soms wel wat van Big Thief, al is Tamsin Wilson een totaal andere zangeres dan Adrienne Lenker van Big Thief. Andrew Sarlo heeft ervoor gezorgd dat de zwoele vocalen prachtig centraal in de mix staan, maar het prachtige gitaarwerk op het album is minstens even sfeerbepalend en ook de bezwerende werking van de synths mag niet worden uitgevlakt. 

Ik vond de vorige albums van Wilsen wat saai, maar Ruiner houdt de aandacht makkelijk vast met een serie uitstekende popliedjes. Het geldt zeker niet alleen voor de songs waarin de band hier en daar kiest voor een wat voller geluid, maar ook voor de uiterst ingetogen songs die folky klinken en weer een andere kant van Wilsen laten horen. 

Gezien mijn eerdere ervaringen met de band had ik geen hoge verwachtingen rond het nieuwe album van het Amerikaanse trio en was het bijna onbeluisterd op de stapel beland. Wat ben ik blij dat dit niet gebeurd is, want Ruiner van Wilson wordt me bij iedere luisterbeurt dierbaarder. Kan zomaar een Big Thiefje worden dit album. Erwin Zijleman

De muziek van Ruiner is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://wilsen.bandcamp.com/album/ruiner.

   

woensdag 26 februari 2020

Letitia VanSant - Circadian

Door de Amerikaanse website Paste uitgeroepen tot een van de muzikanten om in de gaten te houden in 2020 en Letitia VanSant maakt de belofte op Circadian meer dan waar
Het is momenteel enorm dringen in kringen van jonge vrouwelijke singer-songwriters in het rootssegment, maar Circadian van Letitia VanSant stak er de afgelopen week een stuk bovenuit. Het is de verdienste van de prachtige instrumentatie, met een hoofdrol voor snarenwonder Will Kimbrough, maar ook de prachtige stem en de doorleefde wijze waarop Letitia VanSant haar songs vertolkt dragen stevig bij aan het prachtige eindresultaat. Circadian is een rootsplaat die bijzonder makkelijk overtuigt, maar het is ook een rootsplaat die bij herhaalde beluistering nog veel beter wordt.


De afgelopen week werd ik verblijd met albums van een heel legioen aan jonge vrouwelijke singer-songwriters in het rootssegment. Hiertussen zat minstens een handvol albums die niet hadden misstaan op deze BLOG, maar ik heb in eerste instantie alleen de beste gekozen. Deze kwam de afgelopen week wat mij betreft van Letitia VanSant, die met Circadian een prachtalbum heeft afgeleverd. 

Circadian is zeker niet het debuut van de singer-songwriter uit Baltimore, Maryland. Letitia VanSant debuteerde al in 2012, maakte in 2015 een album met haar band The Bonafides en trok in 2018, met name in de Verenigde Staten, flink wat aandacht met haar album Gut It To The Studs, dat overladen werd met positieve recensies. 

Het album is mij destijds niet opgevallen, maar dat moet in Amerikaanse rootskringen anders zijn geweest. Voor haar nieuwe album kon de Amerikaanse singer-songwriter immers beschikken over de diensten van topgitarist Will Kimbrough, die het album met zijn fraaie gitaar en mandoline spel direct een flink stuk optilt. Met onder andere producer Neilson Hubbard (Caroline Spence, Mary Gauthier) en pedal steel en slide gitaar virtuoos Juan Solorzano beschikt Letitia VanSant overigens ook nog over een aantal andere smaakmakers uit de Amerikaanse rootsmuziek van het moment. Het wekt daarom geen verbazing dat Circadian prachtig klinkt. 

Zelf pikte ik het nieuwe album van Letitia VanSant er deze week overigens direct uit omdat ze een tijdje geleden opdook in het lijstje met de 10 muzikanten die we volgens de aansprekende website Paste in de gaten moeten houden in 2020. De Amerikaanse website had het al vaker bij het juiste eind en heeft ook met Letitia VanSant weer een voltreffer in handen. 

Het in Nashville opgenomen Circadian is een vrij ingetogen album dat het best past in het hokje folk, maar ook invloeden uit de country bevat. Waar veel van haar soortgenoten kiezen voor een uiterst sober geluid, kleurt Letitia VanSant haar album niet alleen in met akoestische gitaren, maar ook met elektrische gitaren, mandoline, pedal steel, bas, drums en orgel, wat een subtiel, maar ook bijzonder fraai en ruimtelijk geluid oplevert. Het is een geluid met vaak een hoofdrol voor het snarenwerk van Will Kimbrough, die al vele jaren behoort tot de besten in het genre, maar ook de pedal steel klanken zijn prachtig. 

De fraaie instrumentatie krijgt gezelschap van de krachtige stem van Letitia VanSant die met veel gevoel zingt en zich hier en daar fraai laat ondersteunen door achtergrondvocalisten. Door de wat stevigere instrumentatie moet de Amerikaanse singer-songwriter hier en daar wat krachtiger zingen en dat bevalt me wel. Circadian is een fraai en doorleefd klinkend album vol uitstekende songs. Zoals het een goed folkie betaamt vertelt Letitia VanSant op haar album mooie verhalen en het zijn verhalen die zowel de persoonlijke als de politieke thema’s niet schuwen. 

Circadian is door de fraaie instrumentatie, de prima productie, de uitstekende zang en de mooie verhalen een rijk album, maar het is ook een album vol songs die je vrijwel onmiddellijk dierbaar zijn. Ook ik was bij eerste beluistering behoorlijk onder de indruk van het nieuwe album van Letitia VanSant en Circadian is sindsdien zeker niet minder geworden. Integendeel zelfs. Erwin Zijleman

De muziek van Letitia VanSant is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://letitiavansant.bandcamp.com/album/circadian.

   

dinsdag 25 februari 2020

Lanterns On The Lake - Spook The Herd

De Britse band Lanterns On The Lake imponeert met een album vol dynamiek en avontuur, wonderschone zang en songs die overlopen van intensiteit en schoonheid
De muziek van Lanterns On The Lake is me tot dusver wat ontgaan, maar wat maakt de band uit Newcastle indruk met haar vierde album. De instrumentatie varieert van groots en dreigend tot ingetogen en indringend en kleurt altijd prachtig bij de geweldige zang van Hazel Wilde, die keer op keer garant staat voor kippenvel. De songs van de band lopen over van dynamiek, intensiteit en schoonheid en sleuren je mee op een rollercoaster rit langs een handvol invloeden. Spook The Herd ontroert en grijpt je bij de strot, maar het album blaast je ook van je sokken met imposante geluidsmuren. Bijzonder indrukwekkend album van deze Britse band.


Lanterns On The Lake. Ik denk dat ik alle albums van de Britse band wel eens in handen heb gehad (de covers van de albums kwamen me in ieder geval stuk voor stuk bekend voor), maar ik kan me niet herinneren dat ik ooit (goed) heb geluisterd naar de muziek van de band uit Newcastle. Tot nu dan, want het deze week verschenen Spook The Herd kwam wel direct uit de speakers en maakte ook direct een onuitwisbare indruk. 

Lanterns On The Lake combineert in de openingstrack van haar vierde album grootse klanken met invloeden uit de dreampop met subtiele pianoklanken en de prachtige stem van zangeres Hazel Wilde, die diepe indruk maakt als zangeres. 

In de openingstrack klinkt het geluid van Lanterns On The Lake nog als dat van bijvoorbeeld Beach House, maar in de tweede track nemen subtiele gitaarlijnen, stevige gitaarlijnen, complexe ritmes en stevig aangezette strijkers het over. Ook in deze tweede track, die werkelijk prachtig in elkaar zit, maakt Hazel Wilde indruk met haar stem en speelt Lanterns On The Lake eigenlijk al een gewonnen wedstrijd. 

De band uit Newcastle schetst op Spook The Herd geen rooskleurig beeld van de Britse samenleving. De Brexit heeft de land tot op het bot verdeeld, de toename van geweld en de opkomst van extreem rechts boezemen angst in en met Boris Johnson heeft het Verenigd Koninkrijk een premier die op Trumpiaanse wijze regeert. Lanterns On The Lake wordt er niet vrolijk van, maar verpakt de maatschappijkritische teksten op haar vierde album in werkelijk wonderschone muziek. 

Het is muziek die aan van alles doet denken, maar uiteindelijk op niets lijkt. Het is muziek waarin subtiliteit en grootse klanken hand in hand gaan, wat zorgt voor heel veel dynamiek. Lanterns On The Lake kan een muur van geluid laten omslaan in een enkel pianoakkoord en omgekeerd en kan zowel betoveren met grootse als met behoorlijk ingetogen songs. 

Met name de drummer van de band maakt indruk met subtiel maar uiterst trefzeker drumwerk, maar ook het gitaarwerk op het album is van een bijzondere schoonheid en subtiliteit. Het combineert prachtig met de groots en meeslepend klinkende synths, die steeds weer wolken dreampop en postrock over laten drijven. Het klinkt fantastisch, maar de muziek van Lanterns On The Lake is ook spannend, waardoor je geen moment van dit album wilt missen. 

In muzikaal opzicht maakt de band uit Newcastle indruk, maar de zang van Hazel Wilde vind ik nog veel indrukwekkender. De Britse zangeres kan fluisterzacht zingen, maar blijft ook makkelijk overeind wanneer de instrumentatie op Spook The Herd los gaat. De zang op het album staat ook nog eens bijna continu voor kippenvel.

Spook The Herd is eens een album vol invloeden. Dreampop is al genoemd, maar ook psychedelica, postpunk en postrock dragen een steentje bij en daar blijft het zeker niet bij. De lijst met relevant vergelijkingsmateriaal blijft ook maar groeien. Van Siouxsie & The Banshees tot Mazzy Star en van Cowboy Junkies tot Weyes Blood, het is allemaal relevant, maar ook altijd maar heel even treffend. 

Lanterns On The Lake maakt 40 minuten muziek die opvalt door een enorme intensiteit en een enorme schoonheid. En beiden worden naarmate het album vordert en intiemere songs een belangrijkere rol gaan spelen alleen maar verder opgevoerd. Spook The Herd is mijn eerste serieuze kennismaking met de muziek van Lanterns On The Lake en ik ben diep, diep onder de indruk. Erwin Zijleman

De muziek van Lanterns On The Lake is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Britse band: https://lanternsonthelake.bandcamp.com/album/spook-the-herd.

   




maandag 24 februari 2020

Grimes - Miss Anthropocene

Grimes maakt op haar nieuwe album buitengewoon intrigerende muziek, die zich laat beluisteren als de elektronische popmuziek van de toekomst
Luister naar de luxe versie van Miss Anthropocene en je wordt ruim een uur lang heen en weer geslingerd tussen uitersten. Van prachtig zweverige popliedjes vol atmosferische klanken tot zwaar aangezette elektronische popliedjes vol meedogenloze beats. Grimes maakt op haar nieuwe album popmuziek die je nog nooit gehoord hebt. Het is muziek die bestaat uit talloze lagen elektronica, waarop ook nog eens lagen van de prachtige stem van Claire Boucher zijn gestapeld. Miss Anthropocene is een behoorlijk overweldigend album, maar het is ook een album dat je iedere keer weer net wat meer betovert.


Grimes, het alter ego van de Canadese muzikante Claire Boucher, leverde in 2012 een bescheiden meesterwerk af met het bijzondere Visions, dat op fraaie wijze een brug sloeg tussen moderne elektronische popmuziek en de in artistiek opzicht interessante popmuziek uit de jaren 80. 

Het op het roemruchte 4AD label uitgebrachte Visions eerde de rijke historie van het label (onder andere de thuisbasis van Cocteau Twins en This Mortal Coil), maar introduceerde op hetzelfde moment de elektronische popmuziek van de toekomst. Het in 2015 verschenen Art Angels was misschien niet zo bijzonder als Visions, maar liet wel horen dat Grimes het schrijven van hitgevoelige popliedjes in de vingers had gekregen. 

De afgelopen vijf jaar was het wachten op een nieuw album van Claire Boucher, die een paar maanden geleden nog het nieuws haalde met het bericht dat ze een kind verwacht van de eigenzinnige Amerikaanse ondernemer Elon Musk, maar nu alvast een nieuw album heeft gebaard. Miss Anthropocene is, nog eer dan zijn twee voorgangers, een buitengewoon fascinerend album, dat meerdere luisterbeurten nodig heeft om goed te kunnen landen. 

Miss Anthropocene is een conceptalbum met klimaatverandering als onderwerp. Het album opent donker en elektronisch met het geluid dat we kennen van Visions. Het klankentapijt is niet alleen donker, maar ook bijzonder fascinerend, zeker wanneer je de vele lagen in de muziek van Grimes probeert te ontrafelen en ook hier en daar prachtige gitaarlijnen ontwaart. 

Grimes ontdekte op Art Angels de kunst van het schrijven van hitgevoelige popliedjes en die kunst etaleert ze ook op haar nieuwe album, dat de concurrentie met de popprinsessen van het moment aan kan gaan. Op hetzelfde moment maakt Grimes muziek die in artistiek opzicht veel interessanter en veel complexer is dan die van deze popprinsessen. De Canadese muzikante heeft een geluid in elkaar gesleuteld dat vanaf de eerste noot intrigeert en de spanning vast weet te houden tot de luxe versie van het album na ruim een uur ophoudt. 

Miss Anthropocene bestaat uit meerdere lagen elektronica en iedere laag, van de betoverende atmosferische bovenlaag tot de diepe en indringende onderlaag is even fascinerend en intens. De elektronica wordt hier en daar versierd met al even mooie gitaarlijnen, die nog wat meer magie toevoegen aan het unieke geluid van Grimes, die ook diepe beats en experimentele uitbarstingen niet schuwt. Koptelefoon muziek, het zal duidelijk zijn.

Het is een geluid dat nog wat unieker wordt door de prachtige stem van Claire Boucher, die alle kanten op kan en dit ook doet. De Canadese muzikante imponeert met engelachtige vocalen en intrigeert met zwaar vervormde vocalen. En dan zijn er ook nog eens de songs die stuk voor stuk lijken weggelopen vanuit de toekomst. Het zijn songs die lekker in het gehoor liggen, maar het zijn ook songs die de fantasie eindeloos prikkelen en die ook na talloze keren horen nog nieuwe dingen laten horen. 

Van de zweverige klanken van Cocteau Twins tot de electropop muziek van het moment tot experimenten met wereldmuziek om uiteindelijk uit te komen bij de popmuziek van de toekomst. Miss Anthropocene van Grimes is een album waarop zoveel gebeurt dat het je bijna continu duizelt, maar het is ook een album dat beter en beter wordt en nu alvast opgeschreven kan worden voor de jaarlijstjes. Erwin Zijleman

   


zondag 23 februari 2020

Young Gun Silver Fox - Canyons

De Nederlandse zomer laat normaal gesproken nog wel even op zich wachten, maar met Canyons van Young Gun Silver Fox haal je de zomer onmiddellijk in huis
AM Waves van Young Gun Silver Fox maakte bijna twee jaar geleden een hele stapel blue-eyed soul albums uit de jaren 70 in één klap overbodig. Het album klonk als een soundtrack uit vervlogen tijden en het was een soundtrack die niet of nauwelijks te weerstaan was. Op Canyons trekt het Brits/Amerikaanse duo de lijn door en strooit het nog wat driftiger met zonnestralen en honingzoete melodieën. De instrumentatie en de zang zijn ook dit keer prachtig, de productie is overdadig maar wonderschoon, terwijl de songs nog wat beter zijn en de grote voorbeelden uit de jaren 70 nadrukkelijk naar de kroon steken. Volstrekt onweerstaanbaar als je het mij vraagt. 


In het verleden greep ik op de vroege zondagochtend nog wel eens naar albums van vooral in de jaren 70 populaire muzikanten als Chicago, The Doobie Brothers, Kenny Loggins & Jim Messina, America, maar zeker ook The Bee Gees, The Eagles, Boz Scaggs, Steely Dan, Toto en Hall & Oates. Het is allemaal niet meer nodig sinds ik in het voorjaar van 2018 AM Waves van het Amerikaanse duo Young Gun Silver Fox in handen kreeg. 

De Britse muzikant Andy Platts (eerder actief met de zwaar onderschatte band Mamas Gun) en de Amerikaanse muzikant en producer Shawn Lee (die onder andere werkte met Lana Del Rey en Jeff Buckley en een beroemd maker van soundtracks voor games is) grepen op het tweede album van hun band schaamteloos terug op de zonnige blue-eyed soul, die in de jaren 70 vooral aan de Amerikaanse westkust werd gemaakt. AM Waves van Young Gun Silver Fox was suikerzoet, maar het album ging er bij mij in als koek. 

Vorig jaar was er het al even aangename soloalbum van Shawn Lee, maar dit jaar staat weer in het teken van Young Gun Silver Fox. Op Canyons zet het Brits/Amerikaanse tweetal geen nieuwe stappen, maar gaat het verder waar het bijna twee jaar geleden was opgehouden. Ook Canyons grijpt terug op de blue-eyed soul van de jaren 70 en strooit driftig met zonnestralen. 

Vergeleken met AM Waves klinkt het allemaal nog wat zoeter en is de productie nog wat voller. Het levert een album op waarvoor heel wat muziekliefhebbers de neus zullen ophalen, maar ik kan ook het nieuwe album van Young Gun Silver Fox met geen mogelijkheid weerstaan. Ik hou zo af en toe immers wel van de muziek van de bovengenoemde inspiratiebronnen en kan ook een lekkere volle productie wel waarderen. 

In muzikaal en productioneel opzicht haalt Young Gun Silver Fox alles uit de kast en laat het zich niet alleen inspireren door alle bovenstaande namen, maar dit keer ook zeker door Earth, Wind & Fire en hier en daar een beperkt vleugje 80s Prince. Invloeden uit de 70s blue-eyed soul en softpop domineren echter op dit album.

Canyons valt op door een vol, maar ook warm en zonnig geluid, dat bijzonder lekker uit de speakers komt. Er is flink gesleuteld aan de muziek van Young Gun Silver Fox en het resultaat is er naar. Laat Canyons uit de speakers komen en de gevoelstemperatuur stijgt tot een graad of 25. De bassen leggen een heerlijke basis, waarop met name het gitaarwerk en de orgeltjes kunnen excelleren, maar ook de blazers (die in tegenstelling tot een aantal beweringen op het Internet zeker niet uit een doosje komen) klinken geweldig. 

Luister naar Canyons en de Nederlandse winter wordt in één keer verruild voor de Californische zomer. Het nieuwe album van Young Gun Silver Fox klinkt in muzikaal en productioneel opzicht fantastisch, maar ook de zang op het album verleidt bijzonder makkelijk en dan zijn er ook nog eens de songs, die in de jaren 70 stuk voor stuk wereldhits zouden zijn geworden. 

De criticus zal beweren dat Young Gun Silver Fox een kunstje beheerst en dat inmiddels wel erg lang uitmelkt, maar ach wat beheersen Andy Platts en Shawn Lee dit kunstje goed en misschien nog wel beter dan veel van hun inspiratiebronnen. Canyons is 40 minuten pure nostalgie, maar ook 40 minuten zorgeloos genieten van laid-back muziek die lichaam en geest op bijzonder aangename wijze tot rust laat komen. Canyons klinkt misschien nog wel beter dan zijn voorganger en is een album dat ik heel vaak ga beluisteren. En zeker niet als guilty pleasure. Erwin Zijleman

De muziek van Young Gun Silver Fox is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://younggunsilverfox.bandcamp.com/album/canyons.

   


zaterdag 22 februari 2020

Guided By Voices - Surrender Your Poppy Field

Guided By Voices verkeert de afgelopen jaren in topvorm en blijft maar geweldige albums afleveren, die alle uithoeken van het imposante oeuvre van de band verkennen
Het vorige album was alweer een maand of vier oud en dus was het zo langzamerhand wel weer eens tijd voor een nieuw album van Guided By Voices. De band rond Robert Pollard heeft de ideale bezetting gevonden en levert in deze bezetting het ene na het andere prachtalbum af. Ook Surrender Your Poppy Field is er weer een. Het is een album dat 15 songs lang alle kanten op schiet. Van gruizige lo-fi gitaarsongs tot uitbundige flirts met progrock en ondertussen wordt het ene na het andere memorabele popliedjes afgeleverd. Het hoge niveau van de vorige albums wordt ook op Surrender Your Poppy Field weer moeiteloos vastgehouden en het volgende album schijnt ook al weer bijna klaar te zijn. Indrukwekkend.


Na de drie albums die in 2019 verschenen werd het zo langzamerhand wel weer eens tijd voor een nieuw album van Guided By Voices. De band rond Robert Pollard bestaat dit jaar 35 jaar en heeft een stapel albums afgeleverd om bang van te worden. 

Daar zit ook echt wel een wat minder album tussen, maar sinds het in de lente van 2017 verschenen August By Cake verkeert Guided By Voices in absolute topvorm. August By Cake en How Do You Spell Heaven uit 2017, Space Gun uit 2018 en Zeppelin Over China, Warp And Woof en Sweating The Plague uit 2019 werden allemaal gemaakt met dezelfde bezetting en ook op het deze week verschenen Surrender Your Poppy Field bestaat Guided By Voices naast voorman Robbert Pollard uit de gitaristen Doug Gillard en Bobby Bare Jr., bassist Mark Shue en drummer Kevin March. 

Het is een mate van continuïteit die uniek is voor Guided By Voices, maar het doet de band goed. Surrender Your Poppy Field voegt nog maar eens 38 minuten en 15 songs toe aan het al zo rijke oeuvre van de band, die mag worden gerekend tot de pioniers van de lo-fi, maar dit hokje al lang is ontgroeid. 

Surrender Your Poppy Field opent rauw en stevig en flirt opzichtig met het lo-fi verleden van de band, maar in de 14 songs die volgen schiet de muziek van Guided By Voices weer alle kanten op. Robert Pollard en zijn medemuzikanten zijn nog altijd goed voor stekelige gitaarsongs, maar net als zijn voorgangers is ook Surrender Your Poppy Field niet vies van uitstapjes richting progrock. 

Het nieuwe album van Guided By Voices is een verrassend veelzijdig album. De 15 tracks, die in lengte variëren van maar net een minuut tot vier minuten, verkennen alle uithoeken van het rijke oeuvre van de band uit Dayton, Ohio. Guided By Voices klinkt in al deze songs vooral als zichzelf, maar waar ik op de vorige albums ook regelmatig aan Peter Gabriel en R.E.M. moest denken, heb ik dit keer bij beluistering van meerdere songs associaties met de muziek van David Bowie. 

De variatie hoor je ook terug in de instrumentatie. In de openingstrack keert Guided By Voices terug naar het lo-fi geluid uit haar jonge jaren, maar de wat complexere songs op het albums zijn volgestopt met bijzondere muzikale uitstapjes, die variëren van ruw tot pompeus,  

De rauwe en gruizige gitaarsongs en de complexere songs met een snufje progrock liggen mijlenver uit elkaar, maar toch slaagt Robert Pollard er weer in om de muziek van zijn band consistent te laten klinken, mede door zijn herkenbare stem, die de afgelopen jaren uitstekend klinkt.

Waar de meeste gitaarbands van het moment er niet in slagen om een heel album te boeien, houdt Guided By Voices ook dit keer de aandacht moeiteloos 15 songs vast. Het is na alle albums van de afgelopen jaren een prestatie van formaat. Op Surrender Your Poppy Field klinkt Guided By Voices net zo energiek, avontuurlijk en urgent als op de in de afgelopen jaren verschenen albums, maar ook net zo essentieel als op haar beste albums. 

Liefhebbers van gitaarplaten worden op het moment niet echt verwend, maar gelukkig hebben we Guided By Voices nog. De band nam naar verluidt al zo’n 100 songs op dit jaar, dus met een beetje geluk ligt er over een paar maanden een volgend prachtalbum van de band klaar. Tot het zover is kan ik uitstekend uit de voeten met het fraaie Surrender Your Poppy Field, dat ik in de serie albums sinds August By Cake schaar onder de betere albums. Erwin Zijleman

De muziek van Guided By Voices is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://guidedbyvoices.bandcamp.com/album/surrender-your-poppy-field.

   




vrijdag 21 februari 2020

Nathaniel Rateliff - And It's Still Alright

Zonder The Night Sweats kiest Nathaniel Rateliff voor een meer folky geluid en voor persoonlijke songs vol weemoed over een scheiding en het verlies van een dierbare
Nathaniel Rateliff beloofde producer Richard Swift ooit om de Harry Nilsson in zichzelf te ontdekken en daar moet hij zich na de trieste dood van de producer natuurlijk aan houden. Het levert een introspectief en ingetogen album op dat volop herinnert aan de grote singer-songwriters uit de jaren 70 en niet of nauwelijks aan het moddervette soulgeluid van The Night Sweats. De persoonlijke songs lijken soms wat ruw en schetsmatig, maar winnen snel aan kracht, zeker als je gevoelig bent voor de folkie in Nathaniel Rateliff. Niet iedereen zal het kunnen waarderen, maar ik vind het een verrassend sterk album.


Nathaniel Rateliff timmerde de afgelopen jaren stevig aan de weg met zijn band The Night Sweats en won zowel met de albums als met de liveoptredens van zijn band heel wat zieltjes. 

Op het zonder The Night Sweats gemaakte And It’s Still Alright is het tijd voor introspectie. Nathaniel Rateliff zag zijn huwelijk op de klippen lopen en werd bovendien diep geraakt door het overlijden van vriend en producer Richard Swift, die het geluid van Nathaniel Rateliff & The Night Sweats zo fraai vormgaf. 

And It’s Still Alright laat door het introspectieve karakter van het album en door het ontbreken van zijn band een flink ander geluid horen dan we gewend zijn van de twee albums die vooraf gingen aan het nieuwe album van de muzikant uit Hermann, Missouri. And It’s Still Alright is overigens niet het eerste soloalbum van Nathaniel Rateliff, want voor het formeren van The Night Sweats maakte hij er ook al twee, waarvan met name Falling Faster Than You Can Run zeer de moeite waard is. 

Met zijn nieuwe album grijpt Nathaniel Rateliff terug op zijn eerste soloalbums. And It’s Still Alright moet het doen zonder het moddervette soulgeluid van de vorige twee albums en klinkt met grote regelmaat als een singer-songwriter album uit de jaren 70. Bij meerdere songs op het album moest ik denken aan de albums van Harry Nilsson en dat is een mooi compliment. 

Helemaal uit de lucht vallen komt de vergelijking met Harry Nilsson overigens niet. Richard Swift vroeg Nathaniel Rateliff een paar jaar geleden om toch vooral die Harry Nilsson deuntjes te blijven schrijven, waarop de Amerikaanse beloofde uit te zoeken hoeveel Harry Nilsson er in hem zat. Het is een belofte die door de trieste dood van Richard Swift meer lading kreeg. 

Op zijn nieuwe soloalbum klinkt de muziek van Nathaniel Rateliff een stuk meer ingetogen dan die van zijn band, maar er is hoorbaar veel aandacht en zorg besteed aan de instrumentatie. Voor And It’s Still Alright werd een heel legioen aan muzikanten opgetrommeld, onder wie flink wat snarenwonders en de nodige strijkers. De instrumentatie op het album zit hierdoor vol mooie details, maar And It’s Still Alright klinkt op hetzelfde moment als een album dat deels genoegen neemt met ruwe schetsen van songs. 

Liefhebbers van het soulvolle geluid van de albums van Nathaniel Rateliff en The Night Sweats zullen flink moeten wennen aan dit album, dat vooral invloeden uit de folk bevat en dat niet alleen refereert naar de catalogus van Harry Nilsson, maar ook naar die van een jonge Leonard Cohen. 

Ik ben persoonlijk niet zo’n heel groot liefhebber van de dampende soul van Nathaniel Rateliff en zijn band, maar dit introspectieve soloalbum bevalt me verrassend goed. Niet alle songs zijn even sterk of even goed uitgewerkt, maar het zijn wel songs vol emotie, die geen moment leunen op de twee zo succesvolle albums die aan And It’s Still Alright vooraf gingen. Het maakt van dit soloalbum van Nathaniel Rateliff een moedig album, maar het is ook een album dat nog lang aan kracht wint en dat uiteindelijk veel meer is dan een trip down Memory Lane. Ik had het niet direct verwacht, maar ik vind dit persoonlijke album van de Amerikaanse muzikant erg mooi. Erwin Zijleman

Het soloalbum van Nathaniel Rateliff is ook verkrijgbaar via zijn bandcamp pagina: https://nathanielrateliff.bandcamp.com/releases.

   




David Gray - White Ladder, 20th Anniversary Edition

White Ladder van David Gray is alweer (meer dan) 20 jaar oud, maar heeft de tand des tijds verrassend goed doorstaan en mag dus best een klassieker worden genoemd
White Ladder maakte van David Gray, na een aantal weinig succesvolle albums, een wereldster en daar viel niets op af te dingen. Het album klonk ruim 20 jaar geleden fris en anders en dat doet het eigenlijk nog steeds. De impulsen van elektronica zijn geslaagd, de stem van de Britse muzikant is aansprekend en de songs op White Ladder zijn ijzersterk. Ter ere van de twintigste verjaardag is het album opgepoetst en zijn een aantal prima bonustracks toegevoegd. Alle reden om het doorbraakalbum van David Gray te scharen onder de klassiekers binnen de geschiedenis van de popmuziek.



De Britse muzikant David Gray had al drie weinig succesvolle albums op zijn naam staan toen hij in 1998 opdook met White Ladder. White Ladder was een paar klassen beter dan de eerste drie album van de Brit en maakte van David Gray in rap tempo een wereldster. Ook ik viel voor de charmes van het album, dat folky songs combineerde met elektronica, en zette White Ladder hoog in mijn jaarlijstje over het betreffende jaar, al kan het ook 1999 geweest zijn, want het album trok niet onmiddellijk de aandacht. 

White Ladder zorgde niet alleen voor de doorbraak van David Gray, maar hing uiteindelijk ook als een molensteen om zijn nek. De albums die volgden waren een stuk minder aansprekend en David Gray zou de goede vorm pas weer hervinden in 2014 toen het bijzonder fraaie Mutineers verscheen. Het album markeerde de start van de tweede jeugd van David Gray en deze kreeg een passend vervolg met het vorig jaar verschenen Gold In A Brass Age. 

Goed, terug naar White Ladder. Het album viel in 1998 allereerst op door de subtiele elektronica die was toegevoegd aan de songs. Fraai klinkende synths en spannende ritmes voorzagen de muziek van David Gray van net wat meer dynamiek dan gebruikelijk was in het genre en tilden het album hoog boven het maaiveld uit. 

De bijzondere elektronische accenten waren echter zeker niet de enige sterke punten van White Ladder. Het album bevatte met onder andere Babylon, Please Forgive Me, My Oh My, Silver Lining, This Year’s Love en Sail Away een serie hele sterke songs en maakte ook nog eens indruk met een bijzonder overtuigende versie van Soft Cell’s Say Hello Wave Goodbye. David Gray bleek bovendien een prima zanger met een bijzonder eigen geluid, dat zo nu en dan iets van Bob Dylan heeft. 

Deze week verscheen, ter ere van de twintigste (eigenlijk bijna 22e) verjaardag van het album een luxe editie van White Ladder. Het is een album dat ik nog met enige regelmaat beluister en het verbaast me dan ook niet dat White Ladder de tand des tijds uitstekend heeft doorstaan. De songs en de zang op het album overtuigen nog altijd bijzonder makkelijk, terwijl de destijds wat atypische instrumentatie tegenwoordig gemeengoed is. 

Vooral de kwaliteit van de songs valt op. White Ladder klinkt na al die jaren nog even fris en urgent als op de dag van de release en zou ook nu nog moeiteloos mee kunnen met de beste albums. Alle reden om White Ladder het predicaat klassieker toe te kennen. 

Het feestje van de ruime twintigste verjaardag van White Ladder wordt gevierd met een bonus-discs met hierop een aantal demo’s en een aantal songs die White Ladder uiteindelijk niet haalden.  Met name de zeven nieuwe tracks laten horen dat het destijds wel goed zat met de inspiratie van David Gray, want een aantal van deze tracks had niet misstaan op het originele album. 

De demo’s zijn leuk, maar ook niet meer dan dat. Het zijn demo’s die laten horen hoe een aantal songs van White Ladder in de steigers worden gezet. David Gray moet tijdens het opnemen van de demo’s al vermoed hebben dat hij goud in handen had, maar de definitieve versies van de songs zijn nog een stuk beter, onder andere omdat de toegevoegde elektronica een stuk subtieler is. Al met al een mooie uitgave van een mooi en invloedrijk album. Erwin Zijleman