zondag 3 juli 2022

Duran Duran - Rio (1982)

Duran Duran ging uiteindelijk vol voor de pop en scoorde een imposante serie hits, maar op haar tweede album Rio levert de Britse band kwalitatief hoogstaande songs af, die de tand des tijds prima hebben doorstaan
Ik was Rio, het tweede album van de Britse band Duran Duran, eerlijk gezegd al lang weer vergeten, maar toen ik het album onlangs weer tegen kwam, was ik verrast door de kwaliteit van het album. Duran Duran klinkt op Rio een stuk avontuurlijker dan op de albums die zouden volgen en kruipt dicht tegen bands als Roxy Music en vooral Japan aan. In muzikaal opzicht is het allemaal verrassend goed en ook de zang van Simon Le Bon valt op dit album helemaal niet tegen. De singles van het album zijn natuurlijk bekend, maar het zijn vooral de wat minder bekende tracks die er uit springen op een album dat wat mij betreft niet misstaat tussen de betere albums uit de jaren 80.


Ik was aan het begin van de jaren 80 niet erg geïnteresseerd in de verrichtingen van de Britse band Duran Duran, maar het in 1982 verschenen en in een fraaie hoes gestoken Rio vond ik destijds een prima album. Rio was de opvolger van het in 1981 verschenen titelloze debuut van de band, dat ik destijds niet opmerkte maar dat ook zeker niet slecht is, en legde de basis voor de grote successen die de band uit Birmingham iets later in het decennium zou vieren. 
Die successen gingen helaas samen met in artistiek opzicht duidelijk minder interessante albums, waardoor ik ook Rio al snel uit het oog verloor. 

Met alle andere albums van Duran Duran is wat mij betreft een prima verzamelaar te vullen, maar Rio vind ik als album een stuk interessanter en consistenter dan de rest van het werk van de Britse band. Ik verloor Rio zoals gezegd uit het oog toen Duran Duran in de tweede helft van de jaren 80 vol koos voor de hitgevoelige popmuziek, maar toen ik het album een paar weken geleden opdook in mijn zoektocht naar vergeten albums uit het verleden, was ik direct weer onder de indruk van de hoge kwaliteit van het album. 

Op Rio is Duran Duran geen moment de dertien in een dozijn popband die het een paar jaar later zou worden, maar maakt het muziek die niet eens zo heel ver verwijderd is van die van door de critici bejubelde bands als Roxy Music en met name Japan. Ik herinnerde me nog wel een aantal songs van het album, waaronder de singles Hungry Like The Wolf, Save A Prayer en de titeltrack van het album, maar ik was vergeten hoe knap de rest van het album in muzikaal opzicht in elkaar steekt. 

Bij beluistering van Rio springen de bijzondere en ook prachtige basloopjes direct in het oor en het zijn deze basloopjes die voor een belangrijk deel verantwoordelijk zijn voor de associaties met de  muziek van Japan, maar ook het drumwerk valt in positieve zin op. De uitstekend spelende ritmesectie wordt gecombineerd met een uitgebalanceerde mix van gitaren en synths, die beiden zeer smaakvol klinken. 

Over de vocale verrichtingen van zanger Simon Le Bon zijn de meningen altijd verdeeld geweest, maar op de zang op Rio heb ik niets aan te merken. Ook de productie van Colin Thurston, die in de jaren 80 een paar albums produceerde, maar geen heel indrukwekkend CV opbouwde, verdient overigens alle lof. 

In muzikaal opzicht is Rio een stuk avontuurlijker en interessanter dan het latere werk van de band en dat geldt ook voor de songs op het album. Buiten de singles was ik de meeste songs op Rio al lang weer vergeten, maar het zijn stuk voor stuk songs die zowel aanstekelijk als in artistiek opzicht interessant zijn. De minder bekende tracks op het album doen overigens zeker niet onder voor de hitsingles. Integendeel zelfs. 

Duran Duran slaagt er op Rio in om invloeden uit de rockmuziek en de synthpop uit de jaren 80 met elkaar te verbinden en voegt er hier en daar op smaakvolle wijze een jaren 70 Roxy Music accent aan toe, wat het duidelijkst is te horen wanneer de band een saxofoon van stal haalt. Wat invloeden uit de disco, funk en soft-rock maken het geluid op Rio compleet. 

Duran Duran wordt door de keuze voor veel minder interessante pop halverwege de jaren 80 veel minder serieus genomen dan andere bands uit de jaren 80 die het label New Romantic kregen opgeplakt, maar Rio doet geen moment onder voor vergelijkbare albums uit de jaren 80 die wel uitvoerig werden geprezen. Ik had er lang niet meer naar geluisterd, maar het album staat momenteel op repeat. Erwin Zijleman


Rio van Duran Duran is verkrijgbaar via de Mania webshop:


Gwenno - Tresor

Gwenno schuift op haar derde album Tresor op richting wat subtielere en vaak sprookjesachtige klanken, die prachtig combineren met het gebruik van lokale talen en de bijzondere stem van de muzikante uit Wales
Ik vond de eerste twee albums van Gwenno absoluut bijzonder, maar ze overtuigden me uiteindelijk niet. Het deze week verschenen Tresor doet dat wel en hoe. Gwenno betovert op haar nieuwe album met bijzonder fraaie klanken en arrangementen, waarvan het mysterie nog wat verder wordt versterkt door de teksten in met name het Cornish. Het levert een album op dat geen moment lijkt op andere albums, dat met geen mogelijkheid in een hokje is te duwen, maar dat ondanks alle potentiële drempels die Gwenno opwerpt onmiddellijk overtuigt en vervolgens uitgroeit tot een album dat je tot de laatste noot wilt uitpluizen. Gwenno zet een reuzenstap met dit bijzondere album dat vooralsnog alleen maar indrukwekkender wordt.


Het Britse muziektijdschrift Uncut geeft in het augustusnummer de redelijk zeldzame score van 9/10 aan Tresor, het nieuwe album van de uit Wales afkomstige muzikante Gwenno. De Britse muziekpers was ook al behoorlijk enthousiast over de vorige twee albums van Gwenno, maar Y Dydd Olaf uit 2014 en Le Kov uit 2018 wisten mij uiteindelijk toch onvoldoende te overtuigen. 

Op beide albums zocht Gwenno Saunders, die eerder deel uit maakte van de band Pipettes, nadrukkelijk het avontuur, maar op de momenten dat ze dit in mindere mate deed, klonk haar muziek wat mij betreft juist wat gewoontjes, ondanks de teksten in het Welsh en vooral het Cornish. 

Ook het deze week verschenen Tresor (Treasure) klinkt direct ongewoon in de oren door het gebruik van de lokale talen, die voor buitenstaanders compleet onverstaanbaar zijn en vooral mysterieus klinken. Gwenno zingt op Tresor ook af en toe in het Engels, maar op het overgrote deel van het album maakt ze geen gebruik van haar afkomst en kiest ze voor het Cornish. 

In muzikaal opzicht doet het nieuwe album van Gwenno hier en daar denken aan de vorige albums van de muzikante uit Cardiff, maar ik vind Tresor een stuk beter en veel interessanter. Ook op haar derde album werkt Gwenno samen met Rhys Edwards, maar Tresor klinkt voor het overgrote deel anders dan Y Dydd Olaf en Le Kov. Waar deze albums vooral elektronisch werden ingekleurd, gaan elektronische en organische klanken op Tresor hand in hand en duiken hier en daar klassiek aandoende arrangementen op. 

Zeker wanneer de elektronica stevig werd ingezet konden de eerste twee albums van Gwenno zoals gezegd wat gewoontjes klinken, maar op album nummer drie is de instrumentatie een stuk subtieler. Gwenno combineert op Tresor bovendien uiteenlopende invloeden. Naast invloeden uit de traditionele muziek uit haar geboorteland Wales, hoor je op het album invloeden uit de folk, de new age, de psychedelica en de elektropop. 

Het zijn allemaal invloeden die op uiterst subtiele wijze zijn verwerkt, waardoor Tresor in geen van de genoemde hokjes past. In muzikaal opzicht doet het album me hier en daar denken aan het debuutalbum van Portishead, maar Tresor schiet ook allerlei andere kanten op en kan sprookjesachtige klanken afwisselen met een opeens toch weer redelijk rechttoe rechtaan popliedje. 

Het derde album van Gwenno is niet alleen vooral subtiel ingekleurd, maar heeft ook een voorkeur voor zich langzaam voortslepende en wat dromerig klinkende songs. Het zijn klanken die mooi kleuren bij de al even dromerige vocalen van Gwenno, die betovert met de mysterieuze woorden in haar teksten, maar er ook in slaagt om de luisteraar haar songs in te slepen. Tresor is, zeker vergeleken met zijn twee voorgangers, wat meer naar binnen gericht, wat het resultaat is van het isolement door de coronapandemie en het moederschap van de muzikante uit Cardiff. 

Ik geef eerlijk toe dat ik vooral sceptisch was toen ik de Uncut recensie van het album eerder deze week las en de torenhoge score zag, maar inmiddels kan ik alleen maar concluderen dat er niets op valt af te dingen. Tresor is een album dat drie kwartier lang betovert met bijzondere klanken en mooie zang en met songs die de fantasie stevig prikkelen, maar die ook van een bijzondere of zelfs unieke schoonheid zijn. Prachtig. Erwin Zijleman

De muziek van Gwenno is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de muzikante uit Wales: https://gwenno.bandcamp.com/album/tresor.


Tresor van Gwenno is verkrijgbaar via de Mania webshop:



zaterdag 2 juli 2022

Paolo Nutini - Last Night In The Bittersweet

Ik was tot dusver niet erg onder de indruk van Paolo Nutini, maar het na een stilte van acht jaar verschenen Last Night In The Bittersweet is een fantastisch album en niet alleen door de geweldige zang
Paolo Nutini heeft de tijd genomen voor zijn vierde album, maar pakt wel uit met zestien songs en ruim zeventig minuten muziek. Dat lijkt te veel of zelfs veel te veel, maar Last Night In The Bittersweet is een fantastisch album, dat door alle variatie in stijlen geen moment verveelt. Paolo Nutini koos tot dusver vooral voor de soul en de pop, maar op zijn nieuwe album is de rockmuzikant in hem wakker geworden en met succes. Last Night In The Bittersweet is in muzikaal opzicht een mooi en interessant album, dat nog een stukje verder wordt opgetild door de fantastische stem van de Schotse muzikant, die de noten hier en daar uit zijn tenen haalt. Een klassieker in de dop? Het zou zomaar kunnen.


Ik heb de muziek van de Schotse muzikant Paolo Nutini tot dusver echt volledig genegeerd, maar bij mijn eerste beluistering van zijn nieuwe album Last Night In The Bittersweet was ik direct verkocht. Achteraf bezien denk ik dat ik zijn vorige album, het in 2014 verschenen en door soul gedomineerde Caustic Love, niet helemaal op de juiste waarde heb geschat, maar het nieuwe album van de Schotse muzikant is nog een paar klassen beter. 

Last Night In The Bittersweet is verschenen na een stilte van acht jaar en opent met het bijzondere Afterneath, dat met name door vocale uithalen ook zo op een album van Led Zeppelin had kunnen staan. Paolo Nutini doet me op de rest van het album niet vaak meer aan Robert Plant denken, maar hij laat wel zestien (!) songs lang horen dat hij een uitstekende zanger is. 

Ik heb de vorige albums van de muzikant uit het Schotse Paisley er ook maar eens bij gepakt, maar met name zijn eerste twee albums zijn qua niveau niet te vergelijken met Last Night In The Bittersweet en ook Caustic Love doet me lang niet zoveel als het nieuwe album. Op zijn nieuwe album laat Paolo Nutini niet alleen horen dat hij een zeer getalenteerd zanger is, maar horen we ook de kwaliteiten van de muzikant en de songwriter Paolo Nutini. 

Last Night In The Bittersweet is een verrassend veelzijdig album, dat meerdere genres verkent, maar het geluid op het album is behoorlijk consistent en beweegt zich in vrijwel alle tracks op het terrein van de rock, met uitstapjes richting soul en pop. Paolo Nutini heeft op zijn vierde album gekozen voor een tijdloos en mooi open rockgeluid. De open ruimte in dit geluid vult hij met zijn lekker rauwe en doorleefde stem, die fraai combineert met het vooral door gitaren gedomineerde geluid op het album. 

Last Night In The Bittersweet bevat een aantal toegankelijke en redelijk rechttoe en rechtaan songs, maar Paolo Nutini durft op zijn nieuwe album ook te variëren en te experimenteren. Door de variatie klinkt iedere songs op het album in muzikaal opzicht weer net wat anders, maar ook in vocaal opzicht kan de Schotse muzikant meerdere kanten op. 

Zeker wanneer Paolo Nutini de vocalen uit zijn tenen haalt maakt Last Night In The Bittersweet heel makkelijk indruk en horen we vooral de soulzanger Paolo Nutini, maar ook de wat meer ingetogen popsongs en de juist wat stevigere rocksongs op het album bevallen me steeds beter en ook deze songs vallen op door de geweldige zang van de Schotse muzikant. 

Paolo Nutini heeft zich op de cover van Last Night In The Bittersweet laten afbeelden als een old school muzikant en het is er een die zijn klassiekers kent. Last Night In The Bittersweet citeert nadrukkelijk uit de archieven van de rockmuziek, met een voorkeur voor de jaren 70, maar Last Night In The Bittersweet klinkt zeker niet als een opgewarmde prak van lang geleden. 

Ik was zoals gezegd direct onder de indruk van het nieuwe album van Paolo Nutini, maar de klasse van Last Night In The Bittersweet hoor je pas echt wanneer je het album vaker hoort. Ik schaarde Paolo Nutini tot voor kort onder de succesvolle maar niet bijster interessante jonge Britse muzikanten, maar op zijn nieuwe album hoor ik een singer-songwriter die het in zich heeft om een stapel klassiekers af te leveren. Of Paolo Nutini dit inderdaad gaat doen zal de tijd leren, maar het eerste album met klassieker potentie is er wat mij betreft. Erwin Zijleman

De muziek van Paolo Nutini is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Schotse muzikant: https://paolonutini.bandcamp.com/releases.


Last Night In The Bittersweet van Paolo Nutini is verkrijgbaar via de Mania webshop:



vrijdag 1 juli 2022

Regina Spektor - Home, Before And After

Regina Spektor gooit ook op Home, Before And After zo nu en dan weer alle remmen los, wat een aantal behoorlijk theatrale en bombastische, maar ook bijzonder knap in elkaar stekende songs oplevert
Ik heb altijd een zwak gehad voor de muziek van Regina Spektor, al hik ik op haar laatste albums ook altijd wel wat tegen al het bombast in haar muziek aan. Het is niet anders op Home, Before And After, waarop mooie en ingetogen pianosongs kunnen omslaan in songs waarin de strijkers stevig aanzwellen. Op een of andere manier is het bombast in de muziek van de New Yorkse singer-songwriter echter functioneel en tilt het haar songs een voor een op. Regina Spektor kan op haar nieuwe album muziek maken die honderd jaar oud lijkt, maar ze maakt net zo makkelijk de popmuziek van de toekomst. Het levert wederom een razend knap album op, dat mij na een paar keer horen volledig te pakken had.


Het is zes jaar stil geweest rond Regina Spektor, maar deze week keert de Russisch-Amerikaanse singer-songwriter eindelijk terug met een nieuw album. Home, Before And After is het achtste studioalbum van Regina Spektor en een mooie aanvulling op een bijzonder fascinerend oeuvre. 

Regina Spektor werd geboren en groeide op in Moskou, tot haar ouders de Russische hoofdstad verruilden voor The Bronx in New York. In New York dook ze aan het eind van de jaren 90 op in de inmiddels al weer vergeten anti-folk scene (wie herinnert zich The Moldy Peaches nog?). Het leverde een aantal eigenzinnige albums op, waarvan ik het in 2004 verschenen Soviet Kitsch de beste vind. 

Sindsdien heeft Regina Spektor haar muzikale wegen flink verbreed. In eerste instantie schoof ze op richting de door piano gedomineerde muziek van al even eigenzinnige muzikanten als Fiona Apple en Tori Amos, maar langzaam maar zeker werd de muziek van Regina Spektor steeds theatraler en klonk de muzikante uit New York steeds meer als het vrouwelijke antwoord op Rufus Wainwright. 

Ook op Home, Before And After pakt Regina Spektor flink uit in de arrangementen en instrumentatie. De songs op het album beginnen in veel gevallen relatief sober met piano en zang, maar in vrijwel alle gevallen duurt het niet lang voordat de strijkers aanzwellen en Regina Spektor het bombast opzoekt. Het staat me bij de eerder genoemde Rufus Wainwright de laatste jaren vaak tegen, maar van Regina Spektor kan ik het wel hebben. 

De muzikante uit New York heeft de songs op haar album niet alleen volgestopt met strijkers, maar ook met allerlei andere ingrediënten, wat een aantal theatrale songs, maar ook een aantal geweldige en eigentijdse popsongs oplevert. Home, Before And After schiet zeker in de eerste tracks, en bij eerste beluistering, alle kanten op, maar na een paar keer horen valt alles op zijn plek. 

Regina Spektor heeft voor haar nieuwe album een aantal uitstekende songs geschreven en zingt ze met veel gevoel. Het zijn songs die soms wat overdadig maar toch ook altijd smaakvol worden ingekleurd. De overdaad van Regina Spektor is, net als die van haar bijna naamgenoot Phil Spector, van het soort dat niet schaadt, maar juist steeds mooier wordt. 

De songs van Regina Spektor op Home, Before And After zitten niet alleen knap in elkaar, maar maken ook fascinerende sprongen door de tijd. Net als Rufus Wainwright is Regina Spektor niet vies van de theatrale en wat cabareteske muziek zoals die bijna honderd jaar geleden werd gemaakt, maar op haar nieuwe album maakt ze ook muziek waarvoor een van de hedendaagse en eigenzinnige popprinsessen zich niet zou schamen. 

Ik moet eerlijk toegeven dat ik Home, Before And After bij eerste beluistering behoorlijk over the top vond, met het bijna negen minuten durende Spacetime Fairytale als duidelijkste voorbeeld, maar ook dit keer geldt dat er van alles valt te ontdekken in de muziek van Regina Spektor en dat ze ondanks alle bombast aan de goede kant van de streep blijft. 

Ik ben uiteindelijk altijd gecharmeerd van de muziek van de Russisch-Amerikaanse muzikante en Home, Before And After is geen uitzondering. Regina Spektor werkt inmiddels ruim twintig jaar aan een uniek geluid en heeft het weer wat verder vervolmaakt. Het heeft lang geduurd, maar goed nieuws dat Regina Spektor terug is. Erwin Zijleman


Home, Before And After van Regina Spektor is verkrijgbaar via de Mania webshop:


donderdag 30 juni 2022

Soccer Mommy - Sometimes, Forever

Soccer Mommy behoorde met haar vorige albums al tot de betere jonge vrouwelijke singer-songwriters met een voorliefde voor indie, maar met Sometimes, Forever, schaart ze zich onder de absolute top
Ik maakte een jaar of vijf geleden voor het eerst kennis met de muziek van Soccer Mommy en sindsdien hoorde ik het alter ego van Sophie Allison alleen maar beter worden. De muzikante uit Nashville keert deze week terug met Sometimes, Forever en zet ook op haar nieuwe album weer een flinke stap. Producer Daniel Lopatin heeft het geluid van Soccer Mommy verrijkt met bijzondere accenten en heeft de Amerikaanse muzikante verleid tot een aantal uitstapjes buiten de gebaande paden. Sometimes, Forever klinkt nog een stuk spannender dan zijn voorgangers, maar de aanstekelijke songs en de uitstekende zang van Sophie Allison zijn gebleven. Het beste Soccer Mommy album tot dusver en bovendien een van de beste albums in zijn soort.


De afgelopen jaren is een bijna eindeloze stroom jonge vrouwelijke singer-songwriters met een voorliefde voor indiepop en/of indierock aan ons voorbij getrokken. Hieronder flink wat jonge muzikanten die de middelmaat uiteindelijk niet of onvoldoende wisten te ontstijgen, een aantal eendagsvliegen en een aantal smaakmakers in het genre. Tot deze laatste groep reken ik ook zeker Soccer Mommy. 

Het alter ego van de uit Nashville, Tennessee, afkomstige Sophie Allison trok voor het eerst de aandacht met het in 2017 verschenen Collection, dat de songs die ze op jonge leeftijd schreef verzamelde, maar maakte pas echt indruk met het in 2018 verschenen Clean, dat haar wat mij betreft schaarde onder de besten in het genre. Clean werd in 2020 gevolgd door het minstens even goede Color Theory, dat deze week wordt opgevolgd door Sometimes, Forever. 

Ook op haar nieuwe album laat Sophie Allison het inmiddels bekende Soccer Mommy geluid horen, maar ze doet alles nog beter dan op haar vorige albums. Sometimes Forever werd net als Color Theory deels geproduceerd door de van The War On Drugs bekende Gabe Wax, maar de meeste productionele credits gaan dit keer naar Daniel Lopatin, die werkte met Charli XCX en FKA Twigs, maar ook met David Byrne en Moses Sumney. 

Daniel Lopatin, ook bekend als Oneohtrix Point Never, heeft op het eerste gehoor niet al teveel gesleuteld aan het zo karakteristieke Soccer Mommy geluid, maar beluister Sometimes, Forever met de koptelefoon en je hoort dat het album, mede door het gebruik van meer synths, voller en ook avontuurlijker is ingekleurd dan zijn voorgangers. 

Soccer Mommy laat ook op haar nieuwe album horen dat ze uit de voeten kan met lekker stevige rocksongs met een vleugje 90s indierock, maar ook niet bang is voor uitstapjes richting pop of juist richting meer folky songs. In al deze genres profiteert Sophie Allison van de zeer smaakvolle instrumentatie en productie, al komt de meeste verleiding wat mij betreft van haar stem, die de songs op Sometimes, Forever voorziet van een dromerig sfeertje. Ik was altijd al gecharmeerd van de stem van Sophie Allison, maar op het nieuwe album van Soccer Mommy klinkt de zang nog wat mooier en steekt Soccer Mommy wat mij betreft alle concurrenten naar de kroon. 

Sometimes, Forever ontleent zijn kracht niet alleen aan de mooie instrumentatie, knappe productie en uitstekende zang, want ook de songs zijn van een bijzonder hoog niveau. Soccer Mommy kon op haar vorige albums nog wel eens wat wisselvallig zijn, maar Sometimes, Forever, houdt gedurende de hele speelduur een enorm hoog niveau vast. Gedurende deze speelduur kan het meerdere kanten op, want nog niet eerder klonk de muziek van Soccer Mommy zo gevarieerd. 

Zeker de wat rauwere songs op het album voegen een nieuwe dimensie toe aan het geluid van Soccer Mommy, die er voor zorgt dat de muziek van de muzikante uit Nashville hier en daar zelfs een beetje tegen de muziek van PJ Harvey aan schuurt en dat had ik nog niet eerder achter Sophie Allison gezocht. 

Sometimes, Forever verschijnt op een moment dat verzadiging in het genre dreigt door het momenteel echt idioot grote aanbod, maar die verzadiging gaat zeker niet op voor het nieuwe album van Soccer Mommy, dat een van de allerbeste albums in het genre is. Ondanks mijn hoge verwachtingen heeft Soccer Mommy me toch weten te verrassen. Erwin Zijleman

De muziek van Soccer Mommy is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://sopharela.bandcamp.com/.


Sometimes, Forever van Soccer Mommy is verkrijgbaar via de Mania webshop:
LP (coloured), 26,99 euro
LP, 26,99 euro
CD, 16,99 euro





woensdag 29 juni 2022

Zola Jesus - Arkhon

Zola Jesus staat ook op haar zevende album weer garant voor grootse en donkere klanken, maar Arkhon is ook net wat toegankelijker, waardoor haar muziek wat makkelijker binnen komt en vervolgens door kan groeien
Ik had tot dusver niet zo heel veel met de muziek van de Amerikaanse muzikante Zola Jesus. Bij eerste beluistering vond ik het bijna altijd prachtig, maar als ik vaker naar haar muziek luisterde vond ik over het algemeen te donker en te bombastisch. Ook op haar nieuwe album Arkhon is Zola Jesus niet vies van grootse en meeslepende songs met een donker karakter, maar het klinkt allemaal net wat lichter en toegankelijker dan in het verleden, waardoor zowel de instrumentatie als de zang op het album wat mij betreft beter tot zijn recht komen. Ik was in het verleden vaak snel uitgekeken op de muziek van Zola Jesus, maar Arkhon groeit vooralsnog alleen maar door.


Zola Jesus (geboren als Nika Roza Danilova) is zeker geen vaste gast op de krenten uit de pop, want van haar vorige zes albums besprak ik er slechts één. De muziek van de Amerikaanse muzikante is me vaak wat te donker of zelfs dreigend en veel van haar muziek vind ik bovendien wat te dramatisch of zelfs pompeus. Ik begon dan ook niet met hele hoge verwachtingen aan haar nieuwe album, maar met Arkhon kan ik verrassend goed uit de voeten. 

Ook Arkhon is weer geen album waarmee je een mooie zomerdag opluistert of dat aanzet tot het bekijken van het leven door een roze bril, maar ik heb de muziek van Zola Jesus wel eens donkerder gehoord. Arkhon klinkt ook minder zwaar dan we van de Amerikaanse muzikante gewend zijn, al maakt Zola Jesus nog altijd geen lichtvoetige popsongs. 

Zola Jesus had na haar vorige album last van een serieus writer’s block, wat ze heeft opgelost door de samenwerking met anderen te zoeken. De muzikante uit Merrill, Wisconsin, werkt op Arkhon vooral samen met producer Randall Dunn, die eerder werkte met onder andere Myrkur, Anna von Hausswolff, Sunn O))) en Marissa Nadler, die geen van allen bekend staan om muziek vol zonnestralen. 

Andere kompaan op Arkhon is meesterdrummer Matt Chamberlain, die speelde met alles en iedereen en ook met de muziek van Zola Jesus uitstekend uit de voeten kan. Naast de inventieve drumpartijen van Matt Chamberlain zijn op het nieuwe album van Zola Jesus vooral wolken synths te horen, hier en daar aangevuld met strijkers en blazers. 

Het zijn soms flinke wolkenpartijen elektronica die overtrekken, waaronder een aantal donkere, maar over het algemeen genomen is Arkhon, zeker voor Zola Jesus begrippen, een album waarop het noodweer meestal uitblijft. In de songs waarin de piano of strijkers centraal staan, klinkt de muziek van de Amerikaanse muzikante zelfs behoorlijk toegankelijk en is ze niet al te ver verwijderd van singer-songwriters met een voorliefde voor wat drama en een wat donkere kijk op het leven. 

Arkhon is een album dat pas echt tot leven komt wanneer je de volumeknop wat verder open draait of wanneer je het album beluistert met de koptelefoon. Dan immers hoor je pas hoe mooi de muziek van Zola Jesus is opgebouwd en hoeveel moois er is verstopt in alle wolken synths die overdrijven. Het mooist vind ik zelf overigens de drumpartijen van Matt Chamberlain, die maar weer eens laat horen waarom hij wordt gerekend tot de beste drummers van zijn generatie. 

In muzikaal opzicht is Arkhon bij vlagen behoorlijk overweldigend, maar in vocaal opzicht doet Zola Jesus er nog een schepje bovenop, zeker wanneer ze haar zang in meerdere lagen uit de speakers laat komen en een orkaan aan je voorbij trekt. De Amerikaanse muzikante laat echter ook horen dat ze uit de voeten kan met behoorlijk toegankelijke en mooi gezongen songs of zelfs heuse piano ballads. 

Al met al vind ik Arkhon een stuk toegankelijker dan ik van Zola Jesus gewend ben, zonder dat ze al te ver is afgedwaald van haar unieke eigen geluid. Waar ik in het verleden vaak in eerste instantie gegrepen werd door de muziek van Zola Jesus, maar het bij herhaalde beluistering minder interessant vond, bewandelt Arkhon juist de tegengestelde route, want het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante wordt alleen maar interessanter. Erwin Zijleman

De muziek van Zola Jesus is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://zolajesus.bandcamp.com/album/arkhon.


Arkhon van Zola Jesus is verkrijgbaar via de Mania webshop:



Young Guv - GUV IV

Ben Cook vervolgt zijn zegetocht met zijn band Young Guv met een vierde album vol met psychedelische powerpop, die opvalt door de hoeveelheid zonnestralen, maar zeker ook door het hoge niveau
De coronapandemie legde de band van de Canadese muzikant Ben Cook bijna twee jaar lam, maar een paar maanden geleden was er dan eindelijk de opvolger van de fantastische albums GUV I en GUV II uit 2019. GUV III krijgt nu al gezelschap van GUV IV en ook het vierde album uit de serie is er een om in te lijsten. GUV IV ligt in het verlengde van zijn drie onweerstaanbare voorgangers, maar klinkt ook net wat veelzijdiger en psychedelischer. Ben Cook schudt de tijdloze popliedjes vol zonnestralen ook dit keer in hoog tempo uit de hoge hoed, maar dat hoge tempo gaat niet ten koste van de kwaliteit. Ook GUV IV is immers weer een heerlijk album, dat stiekem doet uitzien naar de volgende delen in de serie.


Na de geweldige albums GUV I en GUV II uit 2019 was het een tijd stil rond Young Guv, de band van de Canadese muzikant Ben Cook. Ben Cook, die in een vorig leven overigens speelde in de Canadese punkband Fucked Up, strandde zonder enige inkomstenbron met zijn band in New Mexico, waar gelukkig wel nieuwe muziek kon worden opgenomen. 

Een maand of drie geleden keerde Young Guv terug met GUV III, dat onmiddellijk even onweerstaanbaar bleek als zijn twee voorgangers. Op GUV III liet Ben Cook, net als op GUV I en GUV II, de prille lentezon zeer uitbundig schijnen met songs vol invloeden uit de powerpop zoals die in de jaren 90 werd gemaakt en invloeden uit zo ongeveer de complete catalogus van The Byrds, maar ook invloeden uit allerlei andere genres, waaronder invloeden uit de countryrock. 

Die laatste invloeden hoor ik ook weer zo af en toe op het deze week verschenen GUV IV, net als de met enige regelmaat opduikende Beatlesque invloeden en natuurlijk alle invloeden uit de powerpop en uit het oeuvre van The Byrds, die ook op dit album weer domineren. GUV IV verschilt niet overdreven veel van zijn voorganger, want ook het nieuwe album van Young Guv is een album dat zeker niet zuinig is met zonnestralen. 

Ik was nog lang niet uitgekeken op GUV IIII, maar ook GUV IV gaat er weer in als koek. Ook het nieuwe album van de band van Ben Cook strooit niet alleen driftig met zonnestralen, maar grossiert ook in onweerstaanbaar lekkere en verrassend veelzijdige popliedjes, die dit keer net wat psychedelischer klinken. Het zijn popliedjes die je bij eerste beluistering al decennia lijkt te kennen, maar de Canadese muzikant slaagt er ook in om zijn muziek fris en fruitig te laten klinken. 

Ook GUV IV werd weer grotendeels opgenomen in New Mexico, waarna het album werd afgemaakt in Los Angeles. GUV IV verleidt makkelijk met een lekker vol geluid dat nadrukkelijk uitnodigt tot heerlijk wegdromen, maar dat toch ook makkelijk de volledige aandacht opeist, al is het maar door steeds weer net wat andere wegen in te slaan. 

Ook GUV IV is een album vol invloeden uit het verleden, die zowel uit de jaren 60 en 70 als uit de jaren 80 en 90 kunnen komen, maar Ben Cook staat op hetzelfde moment meer in het heden dan de meeste muzikanten die zich thuis voelen in het hokje retro, waar ik ook GUV IV dan ook liever niet in stop. 

GUV I en GUV II werden aan het eind van 2019 ook uitgebracht als het dubbelalbum GUV I & II en ook de delen drie en vier zullen nog deze zomer fysiek worden gebundeld als GUV III & IV. Dat levert dan een bijna 80 minuten soundtrack vol zomerse maar ook razend knap gemaakte popliedjes op. 

Na de drie vorige delen is het lastig om nog iets echt nieuws op te schrijven over GUV IV, want in muzikaal opzicht lijken de albums flink op elkaar en ze doen bovendien niet voor elkaar onder. Dat klinkt misschien wat eentonig, maar de grootste kracht van Young Guv schuilt in het feit dat de muziek van Ben Cook nu al vier albums op rij vergelijkbaar maar ook bijzonder leuk en toch ook veelzijdig is, waardoor ik stiekem alweer uitkijk naar GUV V en GUV VI. Zo ver is het nog niet, want de zomer van 2022 mag worden opgeluisterd met GUV III en GUV IV. Het moet haast wel een hele mooie zomer gaan worden. Erwin Zijleman

De muziek van Young Guv is ook verkrijgbaar via de bandcamp van de Canadese band: https://youngguv.bandcamp.com/album/guv-iv.


GUV III & IV van Young Guv is binnenkort verkrijgbaar via de Mania webshop:
2LP (yellow), 39,99 euro





dinsdag 28 juni 2022

Fashion Club - Scrutiny

Fashion Club citeert op haar debuutalbum Scrutiny driftig uit de archieven van de 70s en 80s postpunk, synthpop, new wave en artrock en vermengt dit alles tot nagenoeg onweerstaanbaar lekkere songs
Pascal Stevenson draait al een tijdje mee in de muziekscene van Los Angeles, maar debuteert deze week met haar eigen muziek. Ze noemt zelf een aantal bijzondere inspiratiebronnen voor het debuutalbum van haar band Fashion Club, maar ik hoor zelf hele andere invloeden. Scrutiny vermengt invloeden uit meerdere genres die aan het eind van de jaren 70 en het begin van de jaren 80 groot waren en maakt er een bijzonder geheel van. Het is een geheel dat onmiddellijk vertrouwt klinkt, maar Fashion Club verlegt ook grenzen. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder lekker, waarna de donkere stem van de muzikante uit Los Angeles het helemaal af maakt. Prachtalbum.


Fashion Club is het alter ego van de Amerikaanse muzikante Pascal Stevenson, die we kennen van de band Moaning, maar die de afgelopen jaren ook intensief samenwerkte met onder andere Girlpool, Cherry Glazerr en SASAMI. Als Fashion Club maakt ze de muziek die ze al een aantal jaren in haar hoofd had en het is naar verluidt muziek die zich met name heeft laten beïnvloeden door de muziek van Kate Bush, Brian Eno en Colin Newman (Wire) en door de producties van Jimmy Jam en Terry Lewis van de jaren 80 albums van Janet Jackson (Control uit 1986 en Rhythm Nation 1814 uit 1989). 

Scrutiny, het debuutalbum van Fashion Club, is een persoonlijk album, dat volgt op een aantal jaren van verslavingen, die de muzikante uit Los Angeles inmiddels achter zich heeft gelaten. Ik was op basis van de genoemde inspiratiebronnen erg nieuwsgierig naar de muziek van Fashion Club, maar eerlijk gezegd hoor ik helemaal niets terug van deze inspiratiebronnen. Als ik luister naar Scrutiny hoor ik hele andere inspiratiebronnen en ze stammen vrijwel zonder uitzondering uit de late jaren 70 en vroege jaren 80. 

Luister naar het debuut van Fashion Club en je hoort flarden postpunk, synthpop, new wave, artrock en nog wat meer. Het is de muziek die je zou krijgen als je invloeden van Roxy Music, Japan, Joy Division, New Order, Gary Numan, A Flock Of Seagulls en af en toe een heel klein beetje van Duran Duran in de blender gooit. Door deze invloeden klinkt Scrutiny van Fashion Club of een of andere manier direct bekend in de oren, maar een album als dit werd in de late jaren 70 of vroege jaren 80 niet gemaakt. 

Pascal Stevenson, die het debuutalbum van Fashion vrijwel in haar eentje maakte, levert met Scrutiny een bonte mix van avontuurlijke basloopjes, strakke drums, soms industriële ritmes, bijzonder fraaie gitaarloopjes en alles verslindende wolken synths af en dat klinkt verrassend lekker. 

Ook in vocaal opzicht baart het debuutalbum van Fashion Club opzien. Pascal Stevenson, die als transvrouw door het leven gaat, beschikt over een behoorlijk donker stemgeluid, dat de muziek van Fashion Club het deprimerende geeft dat je in de jaren 80 wel vaker hoorde, al is het niet van het kaliber Ian Curtis. 

Ik was zoals gezegd nieuwsgierig geworden door de invloeden die Pascal Stevenson zelf noemt en was minder snel gaan luisteren als ze mijn rijtje namen zou hebben genoemd. Desondanks vind ik Scrutiny van Fashion Club een fantastisch album. De donkere klanken dringen zich vrijwel onmiddellijk op en de muzikante uit Los Angeles is er ook nog eens in geslaagd om negen uitstekende songs te schrijven. 

Het zijn negen songs die je onmiddellijk een jaartje of veertig mee terugnemen in de tijd, al ben ik zoals gezegd destijds geen album als Scrutiny tegen gekomen, al komt het album dat Japan nooit maakte misschien nog het meest in de buurt. De huidige postpunk golf schijnt niet zonder praatzangers of praatzangeressen te kunnen en daar ben ik inmiddels echt op uitgekeken. 

De met allerlei invloeden verrijkte 'postpunk' van het alter ego van Pascal Stevenson streelt daarentegen voor de zoveelste keer het oor en wordt alleen maar mooier, aanstekelijker en onweerstaanbaarder. Ik lees echt nog veel te weinig over het debuutalbum van Fashion Club, maar dit is echt een pareltje. Erwin Zijleman

De muziek van Fashion Club is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse band: https://fashionclubla.bandcamp.com/album/scrutiny.


Scrutiny van Fashion Club is verkrijgbaar via de Mania webshop:



maandag 27 juni 2022

Ina Forsman - All There Is

De Finse muzikante Ina Forsman liet op haar eerste twee albums al horen dat ze behoort tot de beste soulzangeressen van het moment, maar op het veelzijdige All There Is doet ze er nog een flinke schep bovenop
De eerste twee albums van Ina Forsman werden helaas in betrekkelijk kleine kring opgepikt, maar met haar derde album moet de Finse muzikante de wereld toch aan haar voeten hebben liggen. Met All There Is heeft de muzikante uit Berlijn een veelzijdig album vol tijdloze soulmuziek met hier en daar een vleugje jazz en pop afgeleverd. In muzikaal opzicht klinkt het verzorgd en aangenaam, maar het sterkste wapen van Ina Forsman is haar fantastische stem. Het is een stem met een kracht om bang van te worden, maar de Finse muzikante kan ook prachtig doseren, wat de impact van haar stem enorm vergroot. Op All There Is zingt Ina Forsman tien songs lang de sterren van de hemel en laat ze in het huidige speelveld echt iedereen achter zich.


Met All There Is levert de Finse muzikante Ina Forsman deze week haar derde album af. Het is de opvolger van haar titelloze debuutalbum uit 2016 en Been Meaning To Tell You uit 2019 en dat vond ik twee geweldige albums. Ina Forsman maakte op 17-jarige leeftijd flinke indruk in de Finse editie van de talentenjacht Idols, maar liet een paar jaar later op haar debuutalbum horen dat ze het niveau van de talentenjachten volledig was ontstegen en met de besten mee kon. 

Dat was vooral de verdienste van haar geweldige stem, maar ook het feit dat ze haar eerste twee albums in Austin, Texas, kon opnemen met een stel ervaren topmuzikanten droeg bij aan de kracht van deze albums. All There Is werd, in tegenstelling tot zijn twee voorgangers, niet opgenomen in Austin, maar in haar geboortestad Helsinki en haar huidige thuisbasis Berlijn. De Amerikaanse bluesmuzikanten die waren te horen op de vorige albums zijn verruild voor voornamelijk Finse muzikanten, maar All There Is klinkt zeker niet minder dan de vorige albums van de Finse muzikante. 

Ina Forsman legt op haar derde album wel wat andere accenten. All There Is bevat vooral invloeden uit de soul en het is vaak soul met een wat nostalgisch randje, waardoor het album hier en daar zo lijkt weggelopen uit de jaren 60 en 70. Naast invloeden uit de soul zijn vooral invloeden uit de jazz en de pop hoorbaar, wat van All There Is een lekker veelzijdig album maakt. 

In muzikaal opzicht klinkt het allemaal net wat anders dan we van Ina Forsman gewend zijn, maar zeker na enige gewenning klinkt het wat mij betreft bijzonder lekker. Ook op de songs heb ik niets aan te merken. Ina Forsman liet ook op haar vorige albums al horen dat ze lekker in het gehoor liggende songs kan schrijven en ook All There Is staat er weer vol mee. 

Muziek en songs zijn bij Ina Forsman echter deels bijzaak, want ook op haar derde soloalbum draait weer alles om haar stem (al zijn goede muziek en sterke songs natuurlijk nooit weg). All There Is opent wat voorzichtig met lekker in het gehoor liggende soulpop, maar als de stem van Ina Forsman is warm gedraaid gaan alle registers open. 

De Finse muzikante beschikt over een stem die uit kan pakken tot orkaankracht, maar in tegenstelling tot de meeste soulzangeressen van haar leeftijd weet Ina Forsman wat doseren is. Stevige uithalen worden continu afgewisseld met gevoelige en ingetogen passages, wat niet alleen zorgt voor veel dynamiek, maar ook voor een hele prettige luisterervaring. 

Ina Forsman laat ook op All There Is weer horen dat ze behoort tot de beste zangeressen van het moment en hoewel ze me al van mijn sokken blies met haar eerste twee albums, vind ik All There Is in vocaal opzicht nog een paar klassen beter dan de vorige albums van de Finse muzikante. 

In een aantal tracks hoor je dat Ina Forsman met speels gemak in de voetsporen van Amy Winehouse kan treden, maar bij beluistering van All There Is heb ik toch vooral associaties met Donna Summer in haar allerbeste dagen en dat is wat mij betreft een groot compliment, al hoop ik dat de levenswandel van Ina Forsman wat gelukkiger is en haar niveau een stuk constanter. 

Ina Forsman slaat op haar derde album net wat andere wegen in en het zijn wegen die haar met een beetje geluk wereldberoemd gaan maken, want er kunnen momenteel maar weinig zangeressen tippen aan deze geweldige zangeres uit Finland. Ik begon met idioot hoge verwachtingen aan All There Is, maar Ina Forsman overtreft ze allemaal. Bijzonder indrukwekkend. Erwin Zijleman


All There Is van Ina Forsman is verkrijgbaar via de Mania webshop:
LP, 26,99 euro
CD, 17,99 euro


zondag 26 juni 2022

Prefab Sprout - Steve McQueen (1985)

Paddy McAloon wordt inmiddels door de critici geschaard onder de grote songwriters uit de muziekgeschiedenis en dat hoor je al op Steve McQueen, het in 1985 verschenen doorbraakalbum van Prefab Sprout
Als ik een lijstje moet maken met mijn favoriete albums uit de jaren 80, zit Steve McQueen van Prefab Sprout daar zeker tussen. Het tweede album van de Britse band is met de kennis van nu nog veel beter dan destijds, want wat zijn de songs van Paddy McAloon mooi en bijzonder en wat klinkt de instrumentatie rijk en veelzijdig. De songs op het album zijn nog even mooi en tijdloos als ruim 35 jaar geleden en hebben de afgelopen decennia eigenlijk alleen maar aan kracht gewonnen. Prefab Sprout zou na Steve McQueen verder bouwen aan een klein maar wonderschoon oeuvre, maar het tweede album blijft toch mijn favoriete album van de band rond de geniale Paddy McAloon.


Met toegankelijke popliedjes als When Love Breaks Down, Appetite en Bonny kon de Britse band Prefab Sprout zich gedurende de jaren 80 nog wel verschuilen tussen alle andere bands die het decennium in muzikaal opzicht kleur gaven en vervolgens snel werden vergeten, maar met de kennis van nu hoor je direct dat de band uit totaal ander hout was gesneden. 

De band rond singer-songwriter en multi-instrumentalist Paddy McAloon werd al in 1977 geformeerd, maar debuteerde pas in 1984 met het album Swoon. Het was een album dat destijds niet heel breed werd opgepikt en dat ook minder goed is dan de albums die zouden volgen, maar zo af en toe laat Swoon zeker de belofte van Prefab Sprout horen. 

Die belofte kwam er helemaal uit op het in 1985 verschenen Steve McQueen (dat in de Verenigde Staten vanwege een conflict met de erven Steve McQueen werd uitgebracht als Two Wheels Good). Prefab Sprout bestond op dat moment, naast Paddy McAloon, uit zijn broer Martin McAloon, uit fan van het eerste uur Wendy Smith en uit drummer Neil Conti. Voor de productie van Steve McQueen werd de op dat moment zeer gewilde muzikant en producer Thomas Dolby gerekruteerd. 

Steve McQueen van Prefab Sprout hoort zeker niet bij de best verkochte albums uit de jaren 80, maar in artistiek opzicht zijn er maar weinig betere albums verschenen in het decennium en ook op een lijst met de beste albums aller tijden misstaat het album wat mij betreft niet. Veel muziek uit de jaren 80 klinkt inmiddels behoorlijk gedateerd, maar het doorbraakalbum van Prefab Sprout klinkt ruim 35 jaar na de release misschien zelfs nog wel frisser dan op de dag van de release. 

Steve McQueen laat meerdere dingen horen. Allereerst hoor je dat Paddy McAloon een geniaal songwriter is, die onweerstaanbaar aanstekelijke popliedjes kan schrijven, maar ook popliedjes die diep graven. Ook in muzikaal opzicht was Prefab Sprout in 1985 een stuk verder dan de meeste van haar concurrenten, wat de houdbaarheid van het album flink heeft vergroot. Steve McQueen is, in de originele versie, elf songs en drie kwartier lang van een bijzonder hoog niveau. 

Prefab Sprout musiceert op haar tweede album niet alleen op een hoog niveau, maar is ook een stuk veelzijdiger dan de meeste van haar soortgenoten van destijds, door invloeden uit meerdere genres te verwerken en door ook ver buiten de grenzen van het Verenigd Koninkrijk te kijken en deze invloeden vervolgens op geheel eigen wijze te verwerken.

Ik heb de afgelopen jaren vooral de akoestische versie van Steve McQueen, die een paar jaar geleden verscheen ter ere van Record Store Day, vaak beluisterd, maar de originele versie is veel mooier. Het is een versie die in 2007 is geremasterd en is verrijkt met veel bonusmateriaal, waaronder de later apart uitgebrachte akoestische versies, wat het album nog wat interessanter maakt. 

Prefab Sprout zou op de opvolger van Steve McQueen, het in 1988 verschenen From Langley Park To Memphis wat opschuiven richting muziek uit de Verenigde Staten en zou haar beperkte maar unieke oeuvre vervolgens nog verrijken met Protest Songs (1989), Jordan: The Comeback (1990), Andromeda Heights (1997), The Gunman And Other Stories (2001), Let's Change The World With Music (2009) en Crimson/Red (2013). 

Het zijn stuk voor stuk prachtige albums, maar Steve McQueen steekt er wat mij betreft bovenuit, al is het maar omdat dit het eerste album is waarop het unieke en wonderschone Prefab Sprout geluid is te horen. Het is nog altijd een fantastisch album, maar Steve McQueen laat zich ook prima beluisteren als de soundtrack van een mooie en hopelijk zorgeloze zomer. Erwin Zijleman


Ugly Season van Perfume Genius is verkrijgbaar via de Mania webshop:


Damien Jurado - Reggae Film Star

Het is het inmiddels bekende Damien Jurado geluid dat is te horen op Reggae Film Star, maar het gebrek aan vernieuwing wordt ruimschoots gecompenseerd door de schoonheid van de songs, de muziek en de zang
De muziek van Damien Jurado is me inmiddels al heel lang dierbaar, maar het deze week verschenen Reggae Film Star kwam desondanks verrassend hard binnen. Het nieuwe album van de Amerikaanse muzikant ligt in het verlengde van zijn directe voorgangers, maar ik vind Reggae Film Stars een stuk beter dan deze voorgangers. Het album is, met hulp van multi-instrumentalist Josh Gordon, subtiel maar prachtig ingekleurd, de songs zijn aansprekend en de zang is van het hoge niveau dat we inmiddels van de muzikant uit Seattle gewend zijn. Damien Jurado vertelt op zijn nieuwe album prachtige verhalen en maakt de luisteraar op indrukwekkende wijze deelgenoot van zijn bijzondere muzikante universum.


De Amerikaanse muzikant Damien Jurado heeft de afgelopen vijfentwintig jaar een even omvangrijk als indrukwekkend oeuvre opgebouwd. Het deze week verschenen Reggae Film Star is alweer zijn achttiende album en het zijn bijna allemaal uitstekende albums. Ik ontdekte Damien Jurado zelf in 2000 toen het behoorlijk ingetogen Ghost Of David verscheen en dat is nog altijd een van mijn favoriete albums van de muzikant uit Seattle, Washington. 

Damien Jurado koos, zeker in de jaren waarin hij intensief samenwerkte met producer Richard Swift, voor een wat voller geluid, maar sinds de dood van zijn muzikale kompaan, klinkt de muziek van de Amerikaanse muzikant weer wat meer ingetogen. Reggae Film Star ligt in het verlengde van de vorige albums en is ook niet eens zo gek ver verwijderd van de muziek waarmee Damien Jurado ruim twintig jaar geleden doorbrak. 

Reggae Film Star is, buiten de opvallende titel en de cover waarop de New Yorkse Twin Towers nog overeind staan, een album zonder grote verrassingen, maar dat is in het geval van Damien Jurado wat mij betreft geen probleem. Ook op Reggae Film Star is de Amerikaanse muzikant weer goed voor wonderschone songs en mooie verhalen en zoals we inmiddels van hem gewend zijn, zijn deze songs mooi ingekleurd en prachtig gezongen. 

De stem van de muzikant uit Seattle behoort wat mij betreft al ruim twintig jaar tot de mooiste stemmen in het genre en ook dit keer stelt Damien Jurado ons zeker niet teleur met zang die met grote regelmaat goed is voor kippenvel. Ook in muzikaal opzicht klinkt het allemaal prachtig. Op Reggae Film Star werkt Damien Jurado samen met multi-instrumentalist Josh Gordon die de songs op het album fraai heeft ingekleurd. 

Het door Damien Jurado zelf geproduceerde album klinkt zoals gezegd een stuk soberder dan zijn werk met Richard Swift, maar er valt in muzikaal opzicht genoeg te genieten op het nieuwe album, dat in al zijn eenvoud behoorlijk gevarieerd klinkt. Ook Reggae Film Star krijgt weer het etiket indiefolk opgeplakt, maar ik vind het zelf een album dat niet zomaar in een hokje is te duwen. Een aantal tracks op het album klinkt inderdaad vooral folky, maar Damien Jurado kan op zijn nieuwe album ook soulvol klinken of verrassen met lekkere laidback pop met een 70s vibe, zeker wanneer strijkers en vrouwenstemmen worden ingezet. 

Ik heb de afgelopen jaren zo af en het gevoel gehad dat ik de muziek van Damien Jurado zo langzamerhand wel kende, maar dit gevoel blijft vooralsnog uit bij beluistering van Reggae Film Star, dat ik echt over de hele linie een ijzersterk album vind. De songs op het album zijn stuk voor stuk wonderschoon, wat de verdienste van zowel de zang als de instrumentatie is, maar het zijn ook songs die lekker blijven hangen en die je bij herhaalde beluistering nog een stuk dierbaarder zijn dan bij de eerste kennismaking met het album. Het zijn bovendien beeldende songs, die de fantasie stevig prikkelen en aanzetten tot het visualiseren van de bijzondere songs op het album. 

Damien Jurado zat na het overlijden van Richard Swift een tijdje in zak en as, maar hij heeft zijn goede vorm weer gevonden en levert weer albums af die steeds weer een stukje mooier en beter zijn. Het is nog wat te vroeg om Reggae Film Star goed te kunnen plaatsen in het omvangrijke oeuvre van de Amerikaanse muzikante, maar dit zou zomaar een van zijn beste albums tot dusver kunnen zijn, wat heel veel zegt over de kwaliteit van Reggae Film Star. Erwin Zijleman

De muziek van Damien Jurado is verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikant: https://damienjurado.bandcamp.com/album/reggae-film-star.


Reggae Film Star van Damien Jurado is verkrijgbaar via de Mania webshop:



zaterdag 25 juni 2022

Joan Shelley - The Spur

De Amerikaanse singer-songwriter Joan Shelley vervolgt haar weg met het intieme The Spur, dat vol staat met ingetogen, maar prachtig ingekleurde folksongs, die worden gedragen door haar wonderschone vocalen
Joan Shelley is ondanks de lange pauze na haar vorige album alweer toe aan haar vijfde album in acht jaar tijd. The Spur borduurt voort op de vorige albums van de muzikante uit Kentucky, maar legt ook net wat andere accenten en laat bovendien wederom groei horen. Joan Shelley maakt nog altijd behoorlijk ingetogen folksongs, maar haar songs zijn ook dit keer fraai ingekleurd met vooral veel mooi snarenwerk. Het past allemaal prachtig bij haar stem, die zich soepel beweegt door het vaak aan de folk uit de jaren 60 herinnerende geluid. Het levert een even mooie als indringende luistertrip op die je twaalf songs en ruim veertig minuten lang vastgrijpt en betovert.


De Amerikaanse singer-songwriter Joan Shelley debuteerde alweer tien jaar geleden, maar krijgt pas sinds haar vijf jaar geleden verschenen titelloze derde album veel aandacht van de critici. De muzikante uit Louisville, Kentucky, verdient deze aandacht dubbel en dwars met folky songs, die zo lijken weggelopen uit de jaren 60. 

In het werk van Joan Shelley zijn tot dusver flink wat invloeden uit de Laurel Canyon scene en van met name Joni Mitchell te horen, maar de songs van de Amerikaanse muzikante raken ook aan die van alternatievere folkzangeressen uit het verleden als Linda Perhacs, Karen Dalton en Judee Sill. Nu zijn dit invloeden en namen die ik de afgelopen jaren welk erg vaak moet intypen in recensies, maar Joan Shelley slaagt er vooralsnog in om meer indruk te maken dan de concurrentie. 

Joan Shelley koos op haar titelloze album uit 2017 voor Wilco voorman Jeff Tweedy als producer en werkte op het drie jaar geleden verschenen en op IJsland opgenomen Like The River Loves The Sea samen met multi-instrumentalist James Elkington, die op de meeste van haar albums is te horen. James Elkington keert terug op het deze week verschenen The Spur, waarop ook haar vaste gitarist Nathan Salsburg weer is te horen. 

Joan Shelley was na de tour die volgde op Like The River Loves The Sea het touren en reizen helemaal beu en besloot zich terug te trekken op een boerderij op het platteland van Kentucky. De coronapandemie maakte het mogelijk om het touren zo lang mogelijk uit te stellen, waardoor in een intieme setting de tijd kon worden genomen voor het opnemen van haar nieuwe album, waarop ook gastvocalen van onder andere Meg Baird en Bill Callahan zijn te horen en dat vorig jaar al werd afgerond. 

Joan Shelley werd in de tussentijd ook nog moeder, wat de bijzondere en vaak intieme sfeer op het album nog wat verder heeft versterkt. Het betekent overigens niet dat er in muzikaal opzicht heel veel is veranderd in de muziek van Joan Shelley. Ook op The Spur hoor je immers vooral ingetogen folksongs die herinneren aan folkzangeressen uit een ver verleden. 

Vergeleken met deze folkzangeressen uit het verleden heeft Joan Shelley wel meer aandacht besteed aan de instrumentatie. De akoestische gitaar of piano en de stem van Joan Shelley worden op The Spur omgeven met bijzonder fraaie accenten van andere instrumenten, waaronder het inmiddels bekende prachtige gitaarwerk van Nathan Salsburg en incidenteel stemmige cello bijdragen of bijdragen van blazers. 

The Spur klinkt hierdoor voller dan de folkalbums van weleer, maar van overdaad is nooit sprake, waardoor The Spur nog altijd de sfeer van de jaren 60 kan ademen. Het combineert bijzonder mooi met de prachtige stem van Joan Shelley, die ook met haar stem herinnert aan Amerikaanse folkzangeressen van weleer, maar ook af en toe wel wat heeft van Gillian Welch, zeker wanneer haar stem wordt gecombineerd met fraai rootsy snarenwerk. 

Joan Shelley beschrijft The Spur zelf als een meditatie langs licht en donker, want de lange periode in isolatie leverde niet uitsluitend positieve ervaringen op. Het meditatieve karakter van de muziek herken ik zeker, want The Spur is een heerlijk album om je mee af te zonderen of om bij te ontspannen. 

Ik had eerlijk gezegd verwacht dat ik de ingetogen folk met een hang naar het verleden na zoveel albums inmiddels wel gehoord zou hebben, maar de muziek van Joan Shelley wordt vooralsnog alleen maar mooier en indrukwekkender. The Spur vind ik dan ook haar beste album tot dusver en dat zegt wat. Erwin Zijleman

De muziek van Joan Shelley is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://joanshelley.bandcamp.com/album/the-spur.


The Spur van Joan Shelley is verkrijgbaar via de Mania webshop: