dinsdag 30 juni 2020

Becca Mancari - The Greatest Part

De Amerikaanse singer-songwriter Becca Mancari verwerkt het nodige leed uit haar jeugd op een album met een vleugje melancholie, maar uiteindelijk toch ook flink wat zonnestralen
Ik had The Greatest Part van Becca Mancari al omarmd als de volgende soundtrack van een mooier zomer, toen ik door kreeg dat er ook wel wat donkere wolken voorbij komen op dit album. Becca Mancari leek een paar jaar geleden nog voorbestemd voor een carrière binnen de rootsmuziek, maar kiest op The Greatest Part toch vooral voor pop en rock. Mooie subtiele gitaarlijnen worden gecombineerd met uitbundigere synths ritmes. Het combineert prachtig met de heldere en warme stem van Becca Mancari, die de songs stuk voor stuk makkelijk naar haar hand zet. Haar debuut overtuigde me maar ten dele, maar album nummer twee is een voltreffer.

Becca Mancari heeft Ierse, Italiaanse en Puerto Ricaanse wortels en groeide op in een strenge of zelfs fundamentalistische christelijke gemeenschap op Staten Island, New York, die haar seksuele geaardheid niet accepteerde. Ze verliet Staten Island daarom al op jonge leeftijd en kwam via onder andere Arizona, Florida en India terecht in Nashville, Tennessee, waar ze in 2017 haar debuut Good Woman opnam. 

Het was een debuut dat bol stond van de belofte en de potentie, maar het was ook een album dat moest concurreren met stapels andere albums uit de hoofdstad van de countrymuziek, waarvan Becca Mancari ook nog eens de grenzen opzocht. Good Woman kreeg daardoor helaas niet de waardering die het album verdiende. 

Door al het reizen en haar snelle start in de muziek kwam de Amerikaanse singer-songwriter nooit echt toe aan het verwerken van alle frustraties en trauma’s uit haar jeugd, maar daar heeft ze de afgelopen jaren alsnog de tijd voor genomen. Het vindt zijn weerslag op haar tweede album The Greatest Part, dat deze week is verschenen. 

Op basis van het bovenstaande had ik eerlijk gezegd een donker album vol melancholie verwacht, maar dat is The Greatest Part maar zeer ten dele. Laat het tweede album van Becca Mancari uit de speakers komen en de zon gaat schijnen. Natuurlijk heeft de jonge singer-songwriter de nodige ellende moeten verwerken, maar die ligt nu achter haar, al drijft er af en toe nog wel eens een donkere wolk voorbij op het album.

Waar haar debuut drie jaar geleden in essentie nog wel een rootsalbum was, kan ik The Greatest Part met geen mogelijkheid in dit hokje duwen. Becca Mancari woont nog steeds in Nashville, maar heeft de rootsmuziek achter zich gelaten. The Greatest Part is een album vol pop en rock en het is pop en rock van het lome en zonnige soort met af en toe een vleugje melancholie. 

Het album opent met onderkoelde synths en een fraaie gitaarriff, maar Becca Mancari blijkt al snel niet de zoveelste jonge vrouwelijke singer-songwriter die het indie-rock segment onveilig komt maken. Wanneer speelse ritmes hun intrede doen, laten ook de synths de zon langzaam maar zeker schijnen en de zonnestralen worden nog uitbundiger wanneer Becca Mancari begint te zingen. 

Zeker wanneer de gitaren domineren is de muziek van de singer-songwriter nog niet eens zo heel ver verwijderd van die van Phoebe Bridgers en haar soortgenoten, maar met name de ritmes en de synths maken haar muziek lichtvoetiger en ook de heldere stem van Becca Mancari heeft iets lichtvoetigs. Het wordt allemaal nog wat zonniger en zomerser wanneer The Greatest Part funky ritmes toevoegt en het in muzikaal opzicht nog net wat zwoeler en zoeter mag. 

Het bovenstaande suggereert misschien dat Becca Mancari een lichtvoetig popalbum heeft gemaakt, maar dat is The Greatest Part ook weer niet. De Amerikaanse muzikante schuwt de aanstekelijke klanken zeker niet, maar zorgt er ook voor dat haar songs spannend zijn, bijvoorbeeld door haar songs op bijzondere wijze in te kleuren en veel contrast aan te brengen tussen met name de gitaren en de synths. Ook in productioneel opzicht is The Greatest Part een fraai album, wat de verdienste is van Paramore drummer Zac Farro. 

Dat Becca Mancari de rootsmuziek nog niet is vergeten blijkt pas in de fraaie grotendeels akoestische slottrack Forgiveness, die pas aan het eind wordt voorzien van elektronische klanken. Een zeer aangenaam, maar ook bijzonder album. Erwin Zijleman

De muziek van Becca Mancari is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://beccamancari.bandcamp.com/album/the-greatest-part.


The Greatest Part van Becca Mancari is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

maandag 29 juni 2020

Sofie - Cult Survivor

Sofie heeft een persoonlijk en behoorlijk donker album gemaakt, dat de imperfectie verkiest boven de perfectie, maar dat uiteindelijk zo knap in elkaar steekt dat je je blijft verbazen
Cult Survivor wordt hier en daar een van de eerste albums uit de coronatijd genoemd. Daar is wat voor te zeggen, want Sofie maakte dit album in isolement, maar dit isolement verkoos ze niet vanwege de pandemie die de wereld inmiddels enkele maanden treft. Cult Survivor is een album dat aan alle kanten rammelt, maar dat ook een groot talent voor het schrijven van songs verraadt. In muzikaal en vocaal opzicht is het zeker niet perfect, maar wat is er veel moois verstopt in de persoonlijke popsongs van Sofie. Niet iedereen zal gecharmeerd zijn van dit album, maar als het je pakt, pakt het je genadeloos hard.

Sofie Fatouretchi is tot dusver vooral bekend als een gevierd DJ, die haar tijd verdeelde tussen Londen, New York en Los Angeles en is bovendien een klassiek geschoold violiste. Een relatiebreuk en ziekte in haar familie zorgden ervoor dat ze even een pas op de plaats maakte en zich terug trok in Wenen. In de Oostenrijkse hoofdstad maakte ze vervolgens Cult Survivor, waarmee ze nu debuteert als Sofie. 

Het is zo’n album dat je onmiddellijk terzijde schuift of dat je onmiddellijk wilt koesteren. Ik behoor zonder enige twijfel tot de laatste categorie. Cult Survivor is een album vol popliedjes die verre van perfect zijn, maar die mij raken door het persoonlijke karakter ervan en door de verrassing die steeds weer opduikt. 

Het doet me af en toe wel wat denken aan de muziek van de eveneens vanuit Oostenrijk opererende Soap&Skin, het alter ego van Anja Plaschg. Waar de muziek van Soap&Skin voornamelijk gitzwart is, bevat de muziek van Sofie vooral grijstinten. Ook in muzikaal opzicht is de muziek van Sofie wat minder donker, maar het is absoluut muziek die beter bij een flinke onweersbui past dan bij een stralende zomerdag. 

Sofie heeft zich op haar debuut als popmuzikant laten beïnvloeden door nogal uiteenlopende genres. Cult Survivor past deels in het hokje pop en elektropop, maar verwerkt ook invloeden uit de lo-fi en heeft bovendien wel wat raakvlakken met de wat donkerdere Franse popmuziek, Franse filmmuziek of klassieke singer-songwriter muziek. 

Sofie is een klassiek geschoold muzikante, maar dat hoor je lang niet altijd op haar debuut, dat de imperfectie verkiest boven muzikale hoogstandjes. Ook de zang van Sofie is lang niet altijd loepzuiver, maar ze slaagt er wel in om haar songs te voorzien van een herkenbaar eigen geluid. 

In deze songs schuilt het talent van Sofie. Cult Survivor bevat songs die klinken als klassieke singer-songwriter muziek, maar ze kan ook goed uit de voeten met wat elektronischer ingekleurde popsongs, die het album uiteindelijke domineren. In muzikaal opzicht is het zoals gezegd verre van perfect, maar ik was eigenlijk direct bij eerste beluistering geboeid door de persoonlijke en vaak toch behoorlijk donkere popliedjes van Sofie. 

De muzikante uit Wenen slaagt er absoluut in om je deelgenoot te maken van haar donkere gedachten, maar blijkt toch ook steeds mooie en bijzondere dingen te hebben verstopt in haar muziek, die heel veel uniek talent verraadt. Cult Survivor klinkt vaak als een demo van een in potentie perfecte popplaat, maar juist het ruwe en onvaste karakter van de songs van Sofie maakt Cult Survivor uiteindelijk zo’n bijzonder album. 

Bij eerste beluistering hoor je misschien de dingen die net niet kloppen in de muziek van Sofie, maar hoe vaker je het album hoort hoe meer er op zijn plek valt. Ik luister inmiddels voor de zoveelste keer naar het album en hoor eigenlijk alleen nog maar moois in de ongepolijste popsongs van Sofie. 

Het zijn popsongs die hoorbaar putten uit de archieven van de jaren 69, 70 en 80, maar Cult Survivor is uiteindelijk toch vooral een album van deze tijd, al is het maar omdat het in isolement gemaakte album misschien wel een van de eerste albums is die aansluit bij de bijzondere tijd waarin we ons inmiddels enkele maanden bevinden. 

Zoals gezegd een album dat je direct terzijde schuift of onmiddellijk wilt koesteren. Ik doe het laatste inmiddels al een tijdje en mijn liefde voor het debuut van Sofie wordt alleen maar sterker. Erwin Zijleman

De muziek van Sofie is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://sofiefatouretchi.bandcamp.com/album/cult-survivor.

   

zondag 28 juni 2020

Ray LaMontagne - Monovision

Na drie albums vol psychedelica kiest Ray LaMontagne op Monovision weer voor een wat meer ingetogen geluid vol invloeden uit de folk en country en dat bevalt uitstekend
Ray LaMontagne maakte 16 jaar geleden indruk met Trouble, dat vooral een geweldige stem liet horen. De afgelopen jaren sneeuwde deze stem soms wat onder in een voller en psychedelisch klinkend geluid, maar op Monovision is de singer-songwriter Ray LaMontagne weer opgestaan. De Amerikaanse muzikant maakte het album in zijn eentje, maar het klinkt allemaal fantastisch. Monovision betovert met een smaakvol retro geluid en hiernaast is er natuurlijk die geweldige stem vol emotie, soul en bezwering. Zijn psychedelische albums waren prima, maar Monovision is wat mij betreft toch net wat beter en komt dicht in de buurt van zijn meesterwerk Till The Sun Turns Black.

De Amerikaanse singer-songwriter Ray LaMontagne koos de afgelopen jaren voor een wat ander geluid dan we van hem gewend waren. Supernova (2014), Ouroboros (2016) en Part Of The Light (2018) klonken experimenteler en psychedelischer dan Trouble (2004) en Till The Sun Turns Black (2006), de albums waarmee de Amerikaanse muzikant iets meer dan 15 jaar geleden doorbrak en die het mogelijk maakten om zijn baan in een schoenenfabriek op te zeggen. 

Hoewel ik Till The Sun Turns Black nog steeds met afstand het beste Ray LaMontagne album vind, kon ik zijn psychedelische escapades ook best waarderen, al was er stiekem ook de heimwee naar het oude geluid. Na drie albums vindt de Amerikaanse muzikant het kennelijk zelf ook tijd voor een ander geluid, want het deze week verschenen Monovision klinkt duidelijk anders dan zijn drie voorgangers en keert terug naar het geluid waarmee hij ooit doorbrak. 

In de openingstrack schuurt Ray LaMontagne direct dicht tegen het geluid waar hij ooit mee opdook aan. Invloeden uit de folk en blues hebben aan terrein gewonnen en ook in vocaal opzicht zijn er flink wat raakvlakken met de muziek die Ray LaMontagne in zijn eerste jaren als muzikant maakte. Ik vind het zeker geen straf. Door de net wat soberdere instrumentatie ligt de nadruk weer wat meer op de zang en laat dat nu net een van de sterkste wapens van de Amerikaanse muzikant zijn. 

In de openingstrack van Monovision zingt Ray LaMontagne met hart en ziel en maakt hij direct indruk. Monovision ligt veel vaker in het verlengde van de vroege albums, maar je hoort ook dat er sindsdien flinke stappen zijn gezet. Waar Ray LaMontagne zijn zang soms net wat te vaak uit de tenen liet komen, zingt hij op Monovision prachtig gedoseerd en bovendien wat gevarieerder, wat bijzonder aangenaam klinkt. Op hetzelfde moment zijn de emotie en melancholie in zijn stem gebleven. 

Monovision is een prachtig klinkend album. Het is een prestatie van formaat, want Ray LaMontagne speelde het album dit keer in zijn uppie vol en nam ook de productie voor zijn rekening. Met minimale middelen sorteert de Amerikaanse muzikant een maximaal effect en dat is knap.

De wat meer ingetogen songs op het album zijn heerlijk loom en laidback en worden gedragen door de uitstekende zang en het sfeervolle gitaarspel op het album. Ray LaMontagne heeft altijd vertrouwd op meerdere stijlen en dat doet hij ook op Monovision. Na twee betrekkelijk ingetogen songs komt hij met Strong Enough op de proppen met een song waarvoor Creedence Clearwater Revival zich in haar allerbeste jaren niet zou hebben geschaamd. 

Het is een van de weinige uitbarstingen op een voornamelijk ingetogen album, dat wel nadrukkelijk schakelt tussen folk en country en dat vaak wat nostalgisch aandoet. De muziek van Ray LaMontagne heeft altijd wel een redelijk hoog retro gehalte gehad en dat geldt ook weer voor Monovision, al zit het nergens in de weg. Het nieuwe album van Ray LaMontagne laat 45 minuten een prima muzikant, een uitstekend songwriter en een groot zanger met een stem vol soul horen, die net zo goed een aantal decennia geleden aan de weg zou hebben kunnen getimmerd, maar ook in het heden prima mee kan. 

Monovision is mogelijk een lichte tegenvaller voor een ieder die zijn psychedelische albums koesterde, maar liefhebbers van de singer-songwriter Ray LaMontagne komen op Monovision ruimschoots aan hun trekken. Veel songs op het album zijn geworteld in de folk en country uit de jaren 70, maar Ray LaMontagne slaagt er ook dit keer in om zijn eigen draai te geven aan de invloeden uit het verleden, maar raakt ook aan grootheden als Van Morrison en Neil Young. In eerste instantie klonk het vooral heel aangenaam, maar Monovision wordt me steeds dierbaarder en wordt ook steeds mooier en indrukwekkender. Erwin Zijleman

Monovision van Ray LaMontagne is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

zaterdag 27 juni 2020

HAIM - Women In Music Pt. III

HAIM verfrist haar geluid met flink wat hedendaagse invloeden en productionele hoogstandjes, maar de volstrekt onweerstaanbare popliedjes van Alana, Danielle en Este Haim zijn gebleven
Het Amerikaanse trio HAIM maakte al twee uitstekende albums, maar album nummer drie is nog een paar klassen beter. De productie van het album is een stuk voller en veelzijdiger en het geluid van de zussen HAIM een stuk moderner, maar de aanstekelijke popliedjes die een mooie zomerdag prachtig inkleuren zijn gelukkig gebleven. Women In Music Pt. III is een album met even tijdloze als eigentijdse popsongs en het zijn popsongs die je alleen maar kunt omarmen. HAIM komt op de proppen met een smaakvol gevulde omgevallen platenkast, maar het heeft haar geluid ook prachtig geperfectioneerd. De soundtrack van een hele mooie zomer, ook al is het de zomer van 2020.

Ik was in 2013 en 2017 behoorlijk enthousiast over de muziek van HAIM, maar ik heb de albums Days Are Gone (2013) en Something To Tell You (2017) pas het afgelopen jaar echt leren waarderen. De zussen Alana, Danielle en Este Haim staan op deze twee albums garant voor nagenoeg perfecte popliedjes. 
Het zijn popliedjes die de perfecte popmuziek van Fleetwood Mac uit de jaren 70 eren, maar HAIM bleek op haar eerste twee albums van alle markten thuis en maakte ook muziek waaraan Prince zijn goedkeuring zou hebben verleend. 

Door het enorme plezier dat ik het afgelopen jaar heb beleefd aan de eerste twee albums van HAIM, kijk ik al een tijd enorm uit naar album nummer drie. Women In Music Pt. III zou oorspronkelijk een paar maanden geleden al verschijnen, maar het corona virus gooide roet in het eten. Het is misschien maar goed ook, want het derde album van de zussen Haim heeft met een dag waarop de dertig graden werd aangetikt een perfecte releasedatum gekregen. 

Women In Music Pt. III is niet alleen de soundtrack van een mooie zomer, maar ook het beste album van HAIM tot dusver. Op hun derde album trekken Alana, Danielle en Este Haim de lijn van hun eerste twee albums door, maar alles is voller, aanstekelijker, veelzijdiger, spannender, onweerstaanbaarder en uiteindelijk beter. 

Dat hoor je bijvoorbeeld in de productie van het album. De Amerikaanse band heeft ook dit keer een beroep gedaan op Rostam Batmanglij en Ariel Rechtshaid, beiden onder andere bekend van Vampire Weekend, maar het derde album van HAIM klinkt in productioneel opzicht anders dan zijn twee voorgangers. Werkelijk alles wordt uit de kast getrokken om het geluid van HAIM te verrijken en het resultaat mag er zijn. 

Ook in muzikaal opzicht is Women In Music Pt. III een ander album dan zijn voorgangers. Waar HAIM tot dusver een voorkeur leken te hebben voor een retro geluid, is het derde album van de band een fris klinkend popalbum dat meerdere uithoeken van het genre verkent, van R&B tot rock, maar altijd een aantrekkelijk pop sausje heeft. 

Natuurlijk zijn ook op Women In Music, Pt III nog wel flarden uit het verleden te horen, maar het ligt er minder dik bovenop dan op de eerste twee albums van de band. Op Women In Music Pt. III hoor je absoluut minder Fleetwood Mac (gelukkig nog wel een enkele keer), maar HAIM klinkt nog wel met enige regelmaat als een Prince protegee, al wordt het dit keer vanuit het heden en dus helaas vanuit het hiernamaals aangestuurd door het genie uit Minneapolis. 

Wat HAIM niet heeft veranderd is het schrijven van volstrekt onweerstaanbare en nagenoeg perfecte popliedjes. Het zijn popliedjes die dit keer alle kanten op schieten, maar het is bijna altijd heel erg goed. Hetzelfde geldt voor de zang van Danielle Haim, die nog wat zelfverzekerder klinkt en ook dit keer prachtig wordt ondersteund door Alana en Este Haim. 

Het klinkt zoals gezegd zoals een soundtrack voor een mooie zomerdag moet klinken, maar onder de oppervlakte is Women In Music Pt. III ook een album waarin de donkere kanten van het leven niet onder het tapijt worden geveegd. De eerste paar luisterbeurten zitten er inmiddels op en het derde album van HAIM is me inmiddels al net zo dierbaar als albums één en twee en de rek is er nog lang niet uit. Je moet absoluut van pop houden, maar als je dit doet is Women In Music Pt. III van HAIM een wereldplaat. Erwin Zijleman


Women In Music Pt. III van HAIM is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

vrijdag 26 juni 2020

The National Parks - Wildflower

Zelden een band gehoord die zo mooi en zo trefzeker schakelt tussen behoorlijk ingetogen rootsmuziek en grootse en aanstekelijke pop als de Amerikaanse band The National Parks
Wildflower van The National Parks is een album dat makkelijk tussen wal en schip valt. Liefhebbers van traditionele rootsmuziek vinden het ongetwijfeld teveel pop, terwijl liefhebbers van pure pop het mogelijk te rootsy zullen vinden. Ik hou van pop en roots en vind het prachtig. Wildflower staat bol van de invloeden uit de rootsmuziek, al is het maar vanwege de instrumentatie, maar The National Parks grossiert ook in grootse en meeslepende popsongs. De band uit Provo, Utah, schakelt bijzonder knap tussen beide uitersten en weet steeds weer te overtuigen met songs die verleiden en betoveren. Het doet me wel wat denken aan het meesterwerk van The Lumineers (III), wat genoeg moet zeggen over de kwaliteit van dit album. 

De albums van de Amerikaanse band The National Parks waren me al eerder opgevallen, maar eerlijk gezegd alleen vanwege fraai artwork en niet vanwege de muziek. Het wederom in een fraaie hoes gestoken Wildflower is dan ook mijn eerste kennismaking met de muziek van de band uit Provo, Utah, en het is een kennismaking die me uitstekend bevalt. 

Als ik me iets probeer voor te stellen bij muziek die past bij de nationale parken in de Verenigde Staten of die in de thuisstaat van de band, denk ik aan ingetogen en ruimtelijke rootsklanken. Het zijn precies de klanken waar Wildflower mee opent. De instrumentale openingstrack bevat beeldende klanken met een breed uitwaaiende pedal steel in de hoofdrol. 

De atmosferische openingstrack gaat langzaam maar zeker over in de tweede track, die laat horen dat ik The National Parks wat te vroeg in een hokje heb geduwd. The National Parks moet op het grootste deel van haar nieuwe album niet veel hebben van ingetogen rootsklanken, maar combineert invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek met veel en behoorlijk groots klinkende pop. 

Daar moet je van houden, dat is zeker. Rootspuristen zullen Wildflower waarschijnlijk snel links laten liggen, maar voor een ieder die niet bang is voor rootsmuziek die is doorspekt met invloeden uit de pop of voor popmuziek met een vleugje roots, valt er op het nieuwe album van The National Parks heel veel te genieten. 

De uit twee mannen en twee vrouwen bestaande band uit Utah, blijkt op Wildflower heel goed in het maken van popliedjes die zich onmiddellijk en genadeloos opdringen. Het zijn popliedjes die absoluut in de categorie aanstekelijk of zelfs hitgevoelig vallen, maar het zijn ook popliedjes die zich wat mij betreft makkelijk onderscheiden van die van de 13 in een dozijn popbands. 

The National Parks onderscheidt zich allereerst door toch flink wat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek in haar muziek te stoppen. Het voorziet Wildflower van een mooi klinkend geluid dat zo nu en dan explodeert in grootse popplanken. Het wat zwaar aangezette geluid van The National Parks knalt werkelijk uit de speakers en zoekt de grenzen van de overdaad nadrukkelijk op, maar de band uit Utah kan haar muziek ook prachtig ingetogen inkleuren, om dan onmiddellijk op te schuiven richting rootsmuziek. 

Ook in vocaal opzicht schakelt de band makkelijk tussen betrekkelijk ingetogen klanken en grootse uitbarstingen, waarbij de mannen- en vrouwenstemmen in de band steeds prachtig samenvloeien en met name de koortjes wonderschoon zijn. De rootspurist zal het wat aan de gladde kant vinden, maar ik ben zelf steeds meer onder de indruk van de prachtig ingekleurde songs, de uitstekende vocalen en vooral het gevoel voor popliedjes die garant staan voor een goed gevoel. 

Zeker wanneer je Wildflower met de koptelefoon beluistert hoor je goed hoe fraai het geluid van de band in elkaar is geknutseld en hoe knap invloeden uit de rootsmuziek worden gecombineerd met pure pop op een manier die wel wat doet denken aan de albums van The Lumineers. In de ingetogen momenten hoor je een rootsband met oog en oor voor traditie, maar wanneer de aanstekelijke refreinen het winnen transformeert The National Parks onmiddellijk in een popband. Uiteindelijk gaat het niet om de hokjes maar om de songs en die zijn drie kwartier lang prachtig. Erwin Zijleman

De muziek van The National Parks is vooralsnog alleen verkrijgbaar via de website van de band: https://thenationalparksband.com.

   

Neil Young - Homegrown

Homegrown werd in 1975 niet uitgebracht, maar 45 jaar later blijkt dat het album zeker niet had misstaan in het imposante jaren 70 oeuvre van Neil Young
Neil Young was in de jaren 70 zo productief dat hij kon kiezen welk album hij uit zou brengen en welk album niet. De Canadese muzikant koos in 1975 voor Tonight’s The Night en niet voor Homegrown. Een aantal tracks van het niet uitgebrachte album dook op latere albums op, maar 45 jaar later ziet Homegrown alsnog het daglicht. Het album is misschien net wat wisselvalliger dan de echte klassiekers uit het oeuvre van Neil Young, maar er staat meer dan genoeg moois op het album, wat van de release van Homegrown een interessante release maakt. Het recentere werk van Neil Young is lang niet altijd even goed, maar uit zijn archieven blijven maar mooie dingen komen.

Naast Bob Dylan komt ook zeventiger Neil Young (hij wordt later dit jaar 75) deze week op de proppen met nieuw werk. Waar het bij Bob Dylan gaat om echt nieuw werk, moeten we het bij Neil Young doen met niet eerder uitgebrachte muziek. 

Dat is gezien het niveau van het merendeel van zijn recentere werk misschien niet eens zo heel erg, zeker niet als je je bedenkt dat het deze week verschenen Homegrown stamt uit zijn meest productieve en waarschijnlijk ook beste jaren. 

Neil Young nam Homegrown op in 1974 en 1975, maar het album zou het daglicht niet zien. De Canadese muzikant had immers nog een album op de plank liggen (Tonight’s The Night) en gaf hier de voorkeur aan, mede omdat hij de songs op Homegrown na het op de klippen lopen van zijn huwelijk te confronterend of te pijnlijk vond. 

Nu ik Homegrown meerdere keren heb beluisterd begrijp ik de keuze voor Tonight’s The Night eerlijk gezegd wel, maar dat betekent niet dat Homegrown een overbodig album is. Homegrown past immers uitstekend in het indrukwekkende rijtje albums dat Neil Young in de jaren 70 maakte en had inmiddels zomaar de status van klassieker gehad kunnen hebben. 

Waar Neil Young op Tonight’s The Night andere wegen in sloeg, zit Homegrown wat dichter tegen een album als Harvest aan. Homegrown werd gemaakt met een aantal muzikale vrienden, onder wie Levon Helm, Emmylou Harris en Robbie Robertson, om een paar namen te noemen. Op het album hoor je vooral songs met invloeden uit de countryrock en wordt gekozen voor een grotendeels akoestisch geluid, al staan er ook wel wat elektrische songs op het album. 

Het klinkt net wat minder baanbrekend dan albums als Tonight’s The Night en On The Beach, die in dezelfde periode werden opgenomen, maar ik zou heel wat wel officieel uitgebrachte Neil Young albums graag inruilen voor Homegrown. 

Helemaal onbekend is het materiaal van Homegrown overigens niet. Een aantal van de songs op het album kwam terecht op reguliere albums die Neil Young later in de jaren 70 en vroeg in de jaren 80 zou maken en ook de goed gevulde archieven van Neil Young gaven al wel wat songs van het album prijs. Voor een ieder die wat minder goed thuis is in de archieven van de Canadese muzikant valt er veel te genieten op het album dat in 1975 niet bijzonder genoeg werd geacht. 

Je hoort Neil Young aan het werk in zijn beste jaren. Tijdens de Homegrown sessies was hij misschien wat minder gefocust dan op zijn allerbeste albums, maar het blijft goed. De songs op Homegrown zijn vrijwel zonder uitzondering kort en zoals gezegd niet allemaal even goed, maar de beste tracks doen niet onder voor de beste tracks van Neil Young. Het gesproken Florida had best achterwege gelaten kunnen worden en zo zijn er nog wel wat tracks die niet goed genoeg zijn voor een echte Neil Young klassieker, maar de pieken compenseren ruimschoots voor de dalen.

Homegrown bevat een aantal geweldige en vaak zwaar melancholische songs, die zeker niet hadden misstaan op een van de klassiekers uit de jaren 70. Door deze songs heeft de release van Homegrown zeker meerwaarde en is het toch weer genieten van een van de groten uit de geschiedenis van de popmuziek. Wat de status van Homegrown was geworden wanneer het album in 1975 zou zijn uitgebracht zullen we nooit weten, maar dat het album te goed is om op de plank te blijven liggen is zeker. Erwin Zijleman


Homegrown van Neil Young is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

donderdag 25 juni 2020

Don Bryant - You Make Me Feel

Don Bryant is inmiddels flink op leeftijd, maar maakt nu alsnog de klassieke en authentieke soulplaat waar hij in de jaren 70 niet aan toe kwam
De afgelopen jaren zijn we meerdere keren verrast door oude soulzangers op leeftijd die nog eens laten horen dat ze nog altijd met de besten mee kunnen. Don Bryant behoort binnen deze groep ouwe rotten tot de uitblinkers. Zijn soulvolle stem klinkt nog net zo soepel als in zijn beste jaren en de geweldige band die hem bij staat zet een prachtig authentiek en soepel soulgeluid neer. Het biedt de Amerikaanse soulzanger de mogelijkheid om de klassieke soulplaat te maken die er in de jaren 70 niet kwam. Er valt de laatste tijd volop te genieten voor liefhebbers van soulmuziek, maar zo goed als dit hoor je het niet vaak.

Don Bryant timmerde halverwege de jaren 60 al aan de weg bij het fameuze Hi Records label, dat in 1969 zijn debuut Precious Soul uitbracht. Het is het label dat aan de hand van producer Willie Mitchell uitgroeide tot een van de beste en meest beroemde soul labels en dat zijn legendarische status onder andere dankt aan de muzikanten van de huisband Hi Rhythm Section, de Royal Recording Studios in Memphis en het succes van onder andere Ann Peebles en vooral Al Green. 

Een carrière als soulzanger leek in 1969 aanstaande voor Don Bryant, maar het liep anders. Don Bryant koos langzaam maar zeker voor een rol als songwriter voor het roemruchte label, zeker toen hij aan de jonge soulzangeres Ann Peebles werd gekoppeld. Tussen Don Bryant en Ann Peebles klikte het niet alleen in muzikaal opzicht, waardoor Don Bryant’s ambitie om zelf aan de weg te timmeren als soulzanger als sneeuw voor de zon verdween en hij de vaste begeleider en songwriter van zijn echtgenote werd. 

Tot 2017 maakte de Amerikaanse muzikant slechts twee in eigen beheer uitgebrachte gospelplaten, maar in 2017 keerde Don Bryant terug met het samen met zijn oude vrienden van Hi Records gemaakte Don’t Give Up On Love. Dat album wordt nu gevolgd door You Make Me Feel, dat door de corona crisis iets later verscheen dan gepland. Don Bryant is inmiddels 78 jaar oud, maar op zijn nieuwe album klinkt de oude soulzanger geenszins versleten. 

You Make Me Feel bevat deels bekend materiaal en deels materiaal dat nog op de plank lag, maar alles werd opnieuw opgenomen en ingezongen. Toch klinkt You Make Me Feel niet als een album uit 2020. Ook op zijn nieuwe album kiest Don Bryant voor een geluid dat nauwelijks afwijkt van het geluid dat 50 jaar geleden al veelvuldig klonk in de studio’s van het Hi Records label. Je hoort onmiddellijk dat You Make Me Feel is volgespeeld door ouwe rotten in de soulmuziek, want wat klinkt het allemaal soepel en swingend. 

Don Bryant heeft nog een aantal leden van de roemruchte Hi Rhythm Section op kunnen trommelen en deed hiernaast een beroep op leden van St. Paul & The Broken Bones en The Bo-Keys. In muzikaal opzicht klinkt het fantastisch, maar ook in vocaal opzicht baart Don Bryant opzien. Zijn soulvolle stem klinkt nog net zo lenig en soepel als in zijn jonge jaren en laat nergens horen dat we met een zanger die de 80 nadert te maken hebben. Het zorgt er voor dat You Make Me Feel in alle opzichten klinkt als een authentieke soulplaat en dat klinkt wat mij betreft toch lekkerder dan de soulpop en neo-soul van het moment. 

In de teksten van Don Bryant loopt zijn hart nog altijd over van de liefde voor zijn vrouw Ann Peebles, die na een hersenbloeding in 2012 haar muzikale carrière beëindigde. Het biedt haar echtgenoot de mogelijkheid om zelf te schitteren in de spotlights en dat doet Don Bryant op zeer overtuigende wijze. Er zijn de afgelopen jaren wel weer oude soulzangers opgedoken die nog steeds uitstekend uit de voeten bleken te kunnen met de soulmuziek uit hun jonge jaren, maar zo goed als Don Bryant hoor je het toch niet vaak. Er gaat niets boven de soulklassiekers uit de jaren 60 en 70, maar leg dit album ernaast en je hoort dat Don Bryant een album heeft gemaakt dat mee kan met deze klassiekers. En dat op 78-jarige leeftijd. Erwin Zijleman

De muziek van Don Bryant is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://donbryant.bandcamp.com.

You Make Me Feel van Don Bryant is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

woensdag 24 juni 2020

John Craigie - Asterisk The Universe

John Craigie sleept je met Asterisk The Universe zo de jaren 70 in en verwarmt de ruimte met tijdloze en laidback singer-songwriter muziek vol fraaie jazzy, bluesy en soulvolle accenten
Heel even dacht ik met een vergeten klassieker uit de jaren 70 te maken te hebben, maar Asterisk The Universe is wel degelijk een gloednieuw album. Het is een album dat maar eens voor de doorbraak moet gaan zorgen van John Craigie, die inmiddels al meer dan tien jaar zonder veel succes aan de weg timmert met zijn muziek. De Amerikaanse muzikant neemt je op Asterisk The Universe mee terug naar het Los Angeles van de jaren 70, waar singer-songwriter muziek wel vaker werd gecombineerd met zonnige en laidback klanken en invloeden uit de blues, jazz en soul. Het levert de perfecte soundtrack voor een mooie zomerdag op.

Asterisk The Universe is mijn eerste kennismaking met de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter John Craigie, maar de muzikant uit Los Angeles heeft al een flinke stapel albums op zijn naam staan (ik tel er op Spotify een stuk of tien, inclusief twee live-albums) en is al ruim tien jaar actief. 

Bij beluistering van zijn nieuwe album had ik in eerste instantie het idee dat ik naar een album uit de jaren 70 aan het luisteren was, waar overigens niets mis mee is. 

John Craigie borduurt op Asterisk The Universe voort op de muziek van de folky singer-songwriters uit de jaren 60 en 70, maar hij maakt ook geen geheim van zijn Californische afkomst. De wat traditioneel aandoende singer-songwriter muziek op het album is verrijkt met flink wat Californische zonnestralen in de vorm van jazzy, bluesy  en soulvolle impulsen. Het doet me wel wat denken aan de muziek van Michael Franks in zijn jonge jaren, maar ik hoor ook wel wat van Paul Simon en zo kan ik nog heel wat namen bedenken (variërend van J.J. Cale tot Van Morrison tot Ryan Adams). 

John Craigie opereert in een segment waarin de concurrentie momenteel moordend is, maar wat mij betreft weet hij zich voldoende te onderscheiden van alles dat er al is. Dat doet John Craigie inmiddels al heel wat jaren, maar het succes bleef vooralsnog uit. De afgelopen jaren werd de Amerikaanse singer-songwriter op sleeptouw genomen door Jack Johnson en Gregory Alan Isakov, wat zich heeft vertaald in een wat ruimer budget voor het opnemen van Asterisk The Universe. 

Dat is te horen, want het nieuwe album van de Californische muzikant klinkt fantastisch. John Craigie laat zich op zijn nieuwe album bijstaan door een geweldig spelende band. Het gitaarwerk op het album is dik in orde en bepaalt samen met het orgelspel voor een belangrijk deel het geluid op het album, dat als warm of zelfs broeierig is te omschrijven. Het is een geluid dat in de jaren 70 wel vaker werd gemaakt in Californië en dat onder andere door Jack Johnson is vertaald naar een wat eigentijdser geluid. 

John Craigie doet niet zijn best om eigentijds te klinken en verleidt met een authentiek geluid dat je onmiddellijk mee terug neemt naar de hoogtijdagen van de singer-songwriter muziek uit Los Angeles en omstreken in de jaren 70. Asterisk The Universe is een heerlijk zwoel en laidback album, maar John Craigie vertolkt ook vol gevoel zijn verhalen. 

Natuurlijk zijn er nog altijd veel muzikanten die in dezelfde vijver vissen als John Craigie, maar de Amerikaanse singer-songwriter beschikt over een mooi en karakteristiek stemgeluid vol soul en schrijft bovendien aansprekende songs. Het zijn songs die de aandacht makkelijk grijpen en vervolgens ook vasthouden, mede dankzij de bijzonder fraaie instrumentatie die steeds weer volgestopt blijkt met fraaie accenten. Ook de zang wordt hier en daar fraai verrijkt met de vrouwenstemmen van The Rainbow Girls. 

Asterisk The Universe is een heerlijk album om bij te ontspannen in de zomerzon, maar het is ook een tijdmachine die je in een keer mee terug sleept naar met name de jaren 70. Het knappe van Asterisk The Universe is dat het onmiskenbaar de sfeer van het verleden ademt, maar dat het album zeker niet zomaar is in te wisselen voor een klassieker uit vervlogen tijden. Bijzonder lekker album. Erwin Zijleman

Asterisk The Universe van John Criagie is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

dinsdag 23 juni 2020

Wire - 10:20

Het herbewerken van oud materiaal is maar zeer zelden geslaagd, maar de Britse band Wire laat op het uitstekende en aanstekelijke 10:20 horen dat het ook anders kan 
Wire leek lange tijd veroordeeld tot een plekje in de geschiedenisboeken met haar drie klassiekers uit de late jaren 70, maar de afgelopen jaren timmert de Britse band weer met veel succes aan de weg. Een paar maanden na het uitstekende Mind Hive worden de fans van de band verblijd met een uitstekend tussendoortje. 10:20 bevat herbewerkingen van oude songs, waaronder flink wat live-favorieten. Ze knallen stuk voor stuk uit de speakers en klinken verrassend aanstekelijk, al is het eigenzinnige Wire geluid nooit heel ver weg. Tussendoortjes zijn meestal voor de echte fans, maar dit kan wel eens een hele aantrekkelijke kennismaking met de muziek van Wire zijn.

Herinneringen aan de Britse band Wire waren lange tijd beperkt tot de drie baanbrekende albums die de band uit Londen tussen 1977 en 1979 opnam. Pink Flag (1977), Chairs Missing (1978) en 154 (1979) zijn albums die sindsdien talloze bands hebben beïnvloed en die inmiddels geschaard moeten worden onder de klassiekers uit tweede helft van de jaren 70 en onder de kroonjuwelen van de Britse postpunk, al deed je de band met dit label altijd wel wat te kort. 

Het zijn klassiekers die destijds helaas nauwelijks verkochten, waardoor Wire na haar derde meesterwerk 154 zonder platenmaatschappij zat. De band dook halverwege de jaren 80 alweer op, maar zelf herontdekte ik Wire pas vijf jaar geleden toen het titelloze album van de band verscheen. Sindsdien steekt de Britse band in een uitstekende vorm en volgen de uitstekende albums elkaar in behoorlijk tempo op. Aan het begin van dit jaar verscheen nog het uitstekende Mind Hive en nu ligt er alweer een nieuw album van Wire in de winkel. 

Het deze week verschenen 10:20 moet gezien worden als een tussendoortje of als extraatje. Het is echter wel een aangenaam of zelfs zeer aangenaam tussendoortje of extraatje. Op 10:20 herbewerkt Wire oud materiaal, waarbij de band terug gaat tot de sessies van haar tweede album uit 1978. Het gaat voor een belangrijk deel om live-favorieten die wat de band betreft nog niet in een goede of nog niet in de ultieme studioversie beschikbaar waren. Het herbewerkte materiaal werd de afgelopen tien jaar opgenomen wat de titel van het album verklaart. 

Wanneer het gaat om nieuwe bewerkingen van oud materiaal ben ik meestal op mijn hoede. Nieuwe versies van oude songs zorgen over het algemeen voor een flinke teleurstelling, al zijn er wel wat uitzonderingen. De nieuwe versies van oude songs op 10:20 van Wire zijn wat mij betreft zo’n uitzondering. Het tussendoortje van Wire laat zich beluisteren als een verzamelaar van het werk van de band, al is het wel een verzamelaar met deels minder bekend materiaal. 

Wire is altijd een band van uitersten geweest en dat hoor je ook weer op 10:20, dat een aantal wat tegendraadse songs bevat, maar ook een aantal songs die zomaar alternatieve wereldhits hadden kunnen worden. Omdat het in veel gevallen gaat om live-favorieten zijn de alternatieve wereldhits veruit in de meerderheid op 10:20, waardoor het album toegankelijker is dan de meeste Wire albums. Het bevalt me uitstekend. 

Op 10:20 komen een aantal verrassend aanstekelijke popsongs voorbij, al is de eigenzinnige Wire twist nooit ver weg. Waar herbewerkingen van oud materiaal vaak wat gezapig klinken, komen de songs op 10:20 vol energie en urgentie uit de speakers, wat nog eens wordt versterkt door het feit dat het album echt geweldig klinkt. Met name het gitaarwerk is van hoog niveau, maar ook de zang op het album klinkt uitstekend, net als de diepe bassen en de wat onderkoelde synths. 

Voor de Wire fan die het oeuvre van de band op zijn duimpje kent ligt het misschien anders, maar ik geniet enorm van de serie songs op dit tussendoortje, dat de uitstekende vorm waarin Wire de afgelopen jaren steekt nog maar eens onderstreept. De live-favorieten zijn voorlopig waarschijnlijk niet op het podium te horen, maar knallen nu prachtig uit de speakers thuis. Erwin Zijleman


10:20 van Wire is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

maandag 22 juni 2020

Someone - ORBIT II

Someone verleidt en betovert met bijzondere, vaak wat psychedelische klanken, die de fantasie steeds wat intenser prikkelen, maar een mooie zomerdag ook prachtig dromerig inkleuren
Dat Tessa Rose Jackson veel te bieden heeft liet ze al horen op haar 7 jaar geleden debuut, waarmee ze haar soortgenoten binnen de folkpop ver achter zich liet. Als Someone zet de Amsterdamse muzikante een volgende stap. ORBIT II is voorzien van een wat elektronischer geluid vol invloeden. Elektronica, psychedelica, jazz, funk en pop vloeien samen in een geluid dat loom en zomers is, maar ook spannend en verrassend. Het levert een luistertrip op die aangename popliedjes combineert met een flinke dosis avontuur. ORBIT II is een album dat je onmiddellijk dierbaar is, maar dat vervolgens groeit en groeit en groeit. Een van de betere albums van 2020, let maar op.

Tessa Rose Jackson debuteerde alweer zeven jaar geleden met het prachtige Songs From The Sandbox. Op haar debuutalbum maakte de singer-songwriter uit Amsterdam indruk met prachtig ingekleurde popliedjes die vol verleiding en vol verrassing zaten. 

Tessa Rose Jackson werd vrijwel onmiddellijk en volkomen terecht in het hokje met jonge en veelbelovende vrouwelijke singer-songwriters geduwd en een mooie toekomst in het genre leek zeker. De Amsterdamse muzikante en beeldend kunstenaar vond dit hokje zelf echter veel te beklemmend en beperkend en koos daarom voor een andere weg. Sinds een jaar of twee maakt Tessa Rose Jackson muziek als Someone en combineert ze haar muzikale talenten met haar talenten als beeldend kunstenaar. Someone debuteerde vorig jaar met de EP ORBIT en die wordt nu gevolgd door het album ORBIT II. 

Het prachtig verpakte ORBIT II is zeker geen gewoon album, want een ieder die kiest voor de versie op LP krijgt er ook nog vijf fraaie kunstwerkjes bij die via een speciale augmented reality (AR) app tot leven komen. Die ervaring moet ik nog ondergaan, dus ik beperkt me vooralsnog tot de muziek van Someone en die is prachtig. 

Als je luistert naar de muziek van Someone hoor je nog wel wat flarden van het zo goede debuut van Tessa Rose Jackson, maar het is ook duidelijk dat ze zich heeft ontdaan van het strakke keurslijf van de folkpop. ORBIT II is elektronischer dan de muziek die we van Tessa Rose Jackson kennen, maar ook psychedelischer en avontuurlijker. Op hetzelfde moment is de Amsterdamse muzikante de kunst van het schrijven van lekker in het gehoor liggende popliedjes niet verleerd. 

Ook de songs op ORBIT II klinken bijzonder aangenaam en doen het uitstekend op een mooie zomerdag. Het zijn op hetzelfde moment spannende songs, die steeds weer net wat andere richtingen kiezen. Soms krijgt de elektronica (met af en toe wat Kraftwerk invloeden) alle ruimte, maar er zijn ook steeds weer de lome en zwoele ritmes, die de elektronica combineren met een warmere en organische basis en de muziek van Someone ook richting jazz of funk (Prince zou zeker verliefd zijn geworden op dit album) kunnen duwen. 

Het klinkt allemaal bijzonder aangenaam en vaak tijdloos, maar de muziek van Someone is ook spannend en vernieuwend, wat knap is. De mix van elektronica en wat psychedelisch aandoende klanken past prachtig bij de stem van Tessa Rose Jackson, die al even aangenaam klinkt als de instrumentatie op het album en het dromerige karakter van het album nog wat versterkt. 

De muziek van Someone op ORBIT II is ook nog eens beeldend. Ik ben nu al benieuwd welke beelden de AR app me gaat voorschotelen, maar ook zonder deze app tovert ORBIT II mooie beelden op het netvlies, zeker wanneer de psychedelische klanken de kant van Franse filmmuziek uit de jaren 70 op gaan. 

ORBIT II duurt 45 minuten en in die 45 minuten verschiet het debuut van Someone constant van kleur, maar strijkt het geen moment tegen de haren in. Hoe vaker ik naar het album luister hoe mooier en indrukwekkender het album wordt, maar ondertussen is het ook een heerlijk album om bij weg te dromen. ORBIT II verrast en betovert zo intens dat het je soms duizelt, maar de wens om je lang op te sluiten met dit album om maar niets te hoeven missen wordt ook steeds sterker. Zomaar een van de meeste memorabele debuten van 2020. Erwin Zijleman


ORBIT II van Someone is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

zondag 21 juni 2020

Bob Dylan - Rough And Rowdy Ways

Bob Dylan grijpt je 70 minuten lang bij de strot met een album dat in vocaal, muzikaal en tekstueel opzicht imponeert en dat vrijwel continu goed is voor kippenvel
Toen Bob Dylan een paar jaar geleden aankondigde zich aan The Great American Songbook te gaan wijden, leverde dat niet direct enthousiaste reacties op, maar het resultaat mocht er zijn. Toch ben ik blij dat op Rough And Rowdy Ways weer eigen materiaal is te horen. En wat voor materiaal. Bob Dylan manifesteert zich 70 minuten lang als woordkunstenaar, vertolkt de prachtige woorden vol gevoel en laat deze ook nog eens fraai inkleuren door een gloedvol spelende band. Het kan op Rough And Rowdy Ways meerdere kanten op, maar zowel in de ingetogen songs als in de wat rauwere bluesy songs maakt de oude meester keer op keer een onuitwisbare indruk, 70 minuten lang. Wat een album.

Drie albums lang verkende Bob Dylan de songs uit The Great American Songbook en maakte hij, toch wel enigszins verrassend, indruk als crooner. Shadows In The Night (2015), Fallen Angels (2016) en Triplicate (2017) vormen een fraaie trilogie, maar in het jaar waarin Bob Dylan zijn 79e verjaardag vierde is het weer tijd voor eigen werk. 
Rough And Rowdy Ways is het eerste Bob Dylan album met eigen songs sinds het uit 2012 stammende Tempest, dat vooral rauwe en bluesy songs liet horen. 

Rough And Rowdy Ways opent prachtig met I Contain Multitudes, dat in het verlengde ligt van de albums die Bob Dylan de afgelopen jaren opnam. Het is een track die opvalt door de fraaie ingetogen instrumentatie met een hoofdrol voor ruimtelijke gitaarlijnen en de steel guitar, maar de zang en de teksten zijn minstens even belangrijk. 

In False Prophet duiken voor het eerst meer bluesy klanken op en schuift Dylan weer wat op in de richting van Tempest. Bob Dylan neemt de tijd voor de songs op Rough And Rowdy Ways en trekt maar liefst zes minuten uit voor False Prophet. Zijn band, met onder andere Charlie Sexton, Donnie Herron, Tony Garnier en Matt Chamberlain in de gelederen en gastmuzikanten als Blake Mills en Benmont Tench speelt competent, maar het zijn de rauwe strot van de oude meester en zijn geweldige teksten die de meeste aandacht opeisen. 

Bob Dylan manifesteert zich op Rough And Rowdy Ways weer nadrukkelijk als dichter en vertolkt zijn woordkunsten met hart en ziel, waardoor hij wat rauwer en urgenter klinkt dan op zijn albums met songs van anderen. Ook het ingetogen My Own Version Of You is weer prachtig ingekleurd met onder andere orgels en steel guitar en is de volgende track met een tekst die zo een dichtbundel in kan. Dylan heeft er wederom meer dan zes minuten voor nodig, maar het is ruim zes minuten lang indrukwekkend. 

In het meeslepende I've Made Up My Mind To Give Myself to You schuift de oude meester weer wat op richting The Great American Songbook en zingt hij vol gevoel en emotie. Rough And Rowdy Ways is dan pas vier songs oud, maar voor mij was al duidelijk dat Bob Dylan een prachtig album heeft gemaakt. 

Het stemmige Black Rider doet dankzij de Spaanse gitaren wel wat denken aan Leonard Cohen en het is de volgende track die je bij de strot grijpt met doorleefde zang, prachtige teksten en een bijzonder fraai en subtiel ingekleurd geluid. Goodby Jimmy Reed is weer wat rauwer en bluesier en dat blijft toch lekker klinken in combinatie met de rauwe strot van Dylan. 

Bob Dylan is in het verleden vaak verguisd als zanger, maar ook op Rough And Rowdy Ways is weer goed te horen hoe veelzijdig hij is als zanger. Het rauwe Goodbye Jimmy Reed wordt gevolgd door het rootsy en ingetogen Mother Of Muses en het is de volgende track die in vocaal en tekstueel opzicht makkelijk overtuigt. 

Na de lome en ingetogen bluestrack Crossing The Rubicon sluit het eerste deel van Rough And Rowdy Ways prachtig af met het ruim negen minuten durende Key West (Philosopher Pirate), dat onmiddellijk onder de Bob Dylan klassiekers geschaard mag worden. Het is de zoveelste song op het album die goed is voor kippenvel en het is er een die steeds indrukwekkender wordt en die laat horen dat Bob Dylan op 79-jarige leeftijd nog altijd muziek kan maken die niet onder doet voor die in zijn beste jaren. 

Rough And Rowdy Ways zit er dan nog niet op, want als toetje is er het al bekende Murder Most Foul, dat je bijna 17 minuten lang bij de strot grijpt dankzij de indringende zang en de prachtige tekst waarin de moord op John F. Kennedy op indrukwekkende wijze in perspectief wordt geplaatst. 

Na 70 minuten zit Rough And Rowdy Ways er dan echt op en ik ben er iedere keer weer stil van. Bob Dylan heeft op 79-jarige leeftijd een album gemaakt dat van de eerste tot de laatste noot overweldigt. Niet zo gek dus dat het album momenteel wereldwijd wordt overladen met 5-sterren licenties. Dat is geen moment overdreven. Een diepe buiging is op zijn plaats. Erwin Zijleman



   

zaterdag 20 juni 2020

Phoebe Bridgers - Punisher

Het debuut van Phoebe Bridgers was drie jaar geleden zeer indrukwekkend, maar opvolger Punisher is nog mooier, avontuurlijker, krachtiger, indringender en veelzijdiger
Op voorhand schaarde ik het tweede album van Phoebe Bridgers al onder mijn favoriete albums van 2019, maar dat moest de jonge muzikante uit Los Angeles natuurlijk nog wel even waarmaken. Dat doet Phoebe Bridgers op indrukwekkende wijze. Punisher vervolmaakt het geluid van haar debuut door alles net wat beter te doen. De instrumentatie is mooier, indringender en veelkleuriger, de zang is mooier en gevoeliger en de songs steken knapper in elkaar en zijn avontuurlijker, waardoor Punisher ook nog eens een album is dat lang door kan groeien. Ik schrijf het tweede album van Phoebe Bridgers alvast op voor mijn jaarlijstje.

Phoebe Bridgers debuteerde in de herfst van 2017 met het prachtige Stranger In The Alps, dat terecht werd overladen met superlatieven. Nog geen drie jaar later is de jonge muzikante uit Los Angeles uitgegroeid tot een van de smaakmakers binnen de indie-scene. 

Phoebe Bridgers deed dat niet alleen met haar debuutalbum, maar ook met de albums die ze maakte met Boygenius (samen met Julien Baker en Lucy Dacus) en Better Oblivion Community Center (samen met Conor Oberst). Het heeft er voor gezorgd dat Punisher, het tweede soloalbum van Phoebe Bridgers, een album is dat moet worden geschaard onder de grote releases van 2020. 

Ook mijn verwachtingen met betrekking tot het tweede album van de Amerikaanse muzikante waren bijna onrealistisch hooggespannen en een week of drie geleden kon ik voor het eerst kennismaken met de nieuwe muziek van Phoebe Bridgers. Punisher maakte mijn hooggespannen verwachtingen eigenlijk onmiddellijk waar en ook na heel veel keren horen vind ik het tweede album van Phoebe Bridgers nog altijd een van de beste albums van 2020 tot dusver. 

Punisher opent instrumentaal en met donkere klanken, maar na een minuut begint het album voor mij echt met Garden Song. Het is in alle opzichten een Phoebe Bridgers songs. De klanken, de sfeer, de manier van zingen, de melodie en de tekst herinneren allemaal nadrukkelijk aan de songs op Stranger In The Alps. 

Toch hoor je ook dat we inmiddels bijna drie jaar verder zijn. Garden Song zit knap in elkaar en is bovendien voorzien van een net wat vollere en ook wat avontuurlijkere instrumentatie dan we van Phoebe Bridgers gewend zijn. Punisher is vrijwel onmiddellijk het warme bad waarop ik gehoopt had, maar het is een warm bad dat is verrijkt met rozenblaadjes. 

De wat vollere en spannendere instrumentatie hoor je terug in vrijwel alle songs op Punisher, maar Phoebe Bridgers heeft ook gekozen voor een gevarieerd geluid. Een aantal songs op het album vertrouwt op de intieme en vooral elektronische klanken die we kennen van Stranger In The Alps, maar hier en daar worden ook strijkers en blazers toegevoegd en bovendien wordt er voorzichtig gevarieerd met het tempo. 

Qua arrangementen en instrumentatie is Punisher nog een flink stuk beter dan het debuut van Phoebe Bridgers en ook de zang van de muzikante uit Los Angeles is wat mij betreft indrukwekkender. Phoebe Bridgers heeft het geluid van haar debuut geperfectioneerd en verder verrijkt met klanken en invloeden. Waar Stranger In The Alps een fraai en charmant debuut met een paar kleine schoonheidsfoutjes was, is Punisher een prachtig en trefzeker album dat recht doet aan de status die Phoebe Bridgers inmiddels heeft. 

Ik heb het album zoals gezegd al een paar weken in mijn bezit en in die paar weken is Punisher alleen maar mooier geworden. Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je mooi en bijzonder de instrumentatie is en hoe de spanning in de songs keer op keer prachtig wordt opgebouwd. Op voorhand had ik het idee dat de verwachtingen met betrekking tot het tweede album van Phoebe Bridgers misschien wel wat te hooggespannen waren, ze is tenslotte pas 25, maar Punisher maakt de verwachtingen wat mij betreft helemaal waar en betovert en imponeert 40 minuten lang. Erwin Zijleman

De muziek van Phoebe Bridgers is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://phoebebridgers.bandcamp.com/album/punisher.


Punisher van Phoebe Bridgers is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

vrijdag 19 juni 2020

Sammy Brue - Crash Test Kid

Sammy Brue is pas 18, maar maakt met Crash Test Kid de voorzichtige belofte van zijn debuut meer dan waar met popsongs die alleen maar goed kunnen zijn voor een brede glimlach
Sammy Brue draait al een aantal jaren mee en is op zijn achttiende al toe aan zijn tweede album. Het is een album dat laat horen dat de jonge Amerikaanse muzikant zijn klassiekers kent, maar ook zijn wilde haren nog heeft. Een deel van Crash Test Kid is geworteld in de Amerikaanse rootsmuziek, maar de jonge Amerikaan schuwt ook de ruwe of juist zonnige popliedjes niet. Crash Test Kid is een album om heel vrolijk van te worden en het is een album dat zomaar uit kan groeien tot een van de leukste soundtracks van een mooie zomer. Zijn debuut overtuigde me nog niet volledig, maar Crash Test Kid maakt de belofte meer dan waar.

Ik had tot voor kort nog nooit van Sammy Brue gehoord, maar sinds ik vorige week zijn tweede album Crash Test Kid in handen kreeg komt de muziek van de Amerikaanse muzikant met grote regelmaat uit de speakers. 

Sammy Brue is een singer-songwriter uit Ogden, Utah, die in 2017, in ieder geval voor mij, onopvallend debuteerde met I Am Nice. Het is een album dat ik inmiddels ook heb beluisterd en het valt zeker niet tegen, zeker als je je bedenkt dat Sammy Brue zijn debuut maakte op 15-jarige (!) leeftijd. 

De Amerikaanse muzikant is inmiddels 18, maar is zijn wilde haren gelukkig nog niet kwijt. De afgelopen jaren toerde Sammy Brue onder andere met Justin Lukas Nelson en Townes Earle, die hem ook nog liet poseren voor de cover van een van zijn albums, en ook Lucinda Williams is inmiddels fan. Het heeft allemaal zijn sporen nagelaten op Crash Test Kid, dat een stuk volwassener klinkt dan het debuut van Sammy Brue, al is de Amerikaanse singer-songwriter zijn jeugdige onbevangenheid gelukkig nog niet kwijt. 

Waar Sammy Brue op zijn debuut werkte met de gelouterde rootsmuzikant John Paul White, werkt hij op zijn tweede album met de Ierse muzikant Iain Archer, die even deel uit maakte van Snow Patrol en nadien een aantal prima soloalbums maakte en twee albums met de gelegenheidsband Tired Pony. Toch ligt Crash Test Kid deels in het verlengde van het debuutalbum van Sammy Brue, zeker wanneer hij zich etaleert als troubadour. 

Ik sprak eerder in deze recensie al over jeugdige onbevangenheid en wilde haren en die kom je tegen wanneer de muzikant uit Ogden, Utah, wild om zich heen grijpt in een goedgevulde platenkast. Gezien zijn leeftijd wordt Sammy Brue hier en daar al onthaald als wonderkind, maar daar ben ik voorzichtig mee, al is het maar omdat het vaak slecht afloopt met wonderkinderen en ik de jonge Amerikaanse muzikant alle goeds gun. Het gemak waarmee Sammy Brue schakelt tussen genres is echter razendknap en ook zijn gevoel voor even aanstekelijke als tijdloze popliedjes verdient alle lof. 

Sammy Brue kan op Crash Test Kid uit de voeten als folky troubadour, maar schudt ook de zonnige gitaarpop bijna achteloos uit zijn mouw. De Amerikaanse muzikant is absoluut schatplichtig aan de folk en country van een aantal decennia geleden, maar Crash Test Kid bevat ook songs vol invloeden uit de rock ’n roll en ook voor een punky song of een meeslepende song met Britpop invloeden draait Sammy Brue zijn hand niet om. Naast invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek van een tijd geleden, klinkt het tweede album ook zo fris als je van iemand van zijn leeftijd mag verwachten. Het levert muziek op die zowel bij liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek als bij liefhebbers van frisse en zomerse gitaarpop in de smaak zal vallen. 

Het is niet zo makkelijk om popsongs te schrijven die direct bij de eerste keer horen memorabel zijn, maar Sammy Brue levert er minstens een handvol af en de resterende songs op het album zijn niet veel minder.  Crash Test Kid schakelt makkelijk tussen stijlen, maar is ook qua tempo een gevarieerd album, dat ook nog eens in positieve zin opvalt door de mooie instrumentatie en door de opvallende zang van de jonge Amerikaans muzikant. Grote belofte voor de toekomst? Absoluut! Erwin Zijleman

De muziek van Sammy Brue is ook verkrijgbaar via zijn bandcamp pagina: https://sammybrue.bandcamp.com.

Crash Test Kid van Sammy Brue is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

Anna Tivel - The Question (Live And Alone)

Anna Tivel maakte vorig jaar diepe indruk met de songs op het prachtige The Question, waarvan de uiterst sobere ruwe versies al minstens even mooi en indrukwekkend zijn
Noem het een live-album of noem het een verzameling demo’s. The Question (Live And Alone) moet gezien worden als een extraatje, maar het is wel een verrassend fraai extraatje. Het is een extraatje met ruwe en uiterst sobere versies van de songs van het jaarlijstjes album van Anna Tivel, maar ook in deze ruwe en sobere vorm komt de kracht van de songs en de stem van de Amerikaanse singer-songwriter genadeloos aan de oppervlakte. En omdat het album toch anders klinkt dan het album van vorig jaar en zo uit een ver verleden had kunnen komen, heeft deze nieuwe extra release nog artistieke meerwaarde ook.

De Amerikaanse singer-songwriter Anna Tivel bracht iets meer dan een jaar geleden het album The Question uit. Het album haalde, net als zijn voorganger Small Believer uit 2017, mijn jaarlijstje en beide albums van de singer-songwriter uit Portland, Oregon, zijn me inmiddels zeer dierbaar. 

Anna Tivel had de songs van The Question het liefst het hele jaar door op het podium vertolkt, maar het corona virus gooide roet in het eten. Via The Question (Live And Alone) kun je alsnog horen hoe de songs van het album live klinken. 

Het bijzondere aan het nieuwe album van Anna Tivel is overigens niet zozeer dat de songs live zijn opgenomen, maar dat het gaat om de versies van de songs van The Question die zijn opgenomen voordat Anna Tivel de studio in ging om de definitieve versies op te nemen. Je zou The Question (Live And Alone) daarom ook een verzameling demo’s kunnen noemen, al wekt dat misschien weer de indruk dat we te maken hebben met probeersels en half afgemaakte songs, wat niet het geval is. 

Anna Tivel vertolkt de songs van haar album van vorig jaar dit keer in haar uppie, wat betekent dat we het moeten doen met haar akoestische gitaar en haar stem. Toch is het verschil met de originele versie van het album niet heel erg groot. De originele versie van The Question was te typeren als ingetogen, terwijl deze nieuwe versie best uiterst ingetogen mag worden genoemd. 

Toch was de instrumentatie op The Question een van de sterke punten van het album. De bijdragen van de akoestische gitaar kregen op het originele album gezelschap van een subtiel spelende ritmesectie en fraaie accenten van onder andere gitaren, strijkers en elektronica. De nu uitgebrachte versie van het album is er een zonder opsmuk. Eigenlijk draait alles om de stem van Anna Tivel. Het is een prachtige stem vol emotie en doorleving en het is een stem die door de uiterst sobere instrumentatie alleen maar aan kracht lijkt te hebben gewonnen. 

Ook de schoonheid van de songs van Anna Tivel blijft behouden in de sobere setting. The Question noemde ik vorig jaar een album dat raakvlakken heeft met de muziek van onder andere Edie Brickell, Suzanne Vega, Laura Veirs en Sophie Zelmani, maar steviger verankerd is in de Amerikaanse rootsmuziek en bovendien raakt aan de Amerikaanse folk en Laurel Canyon singer-songwriter muziek uit de jaren 60 en 70. Door de spaarzame instrumentatie hebben invloeden uit de Laurel Canyon en de Amerikaanse folk aan kracht gewonnen. The Question (Live And Alone) klinkt als een vergeten klassieker uit vervlogen tijden en het is een klassieker die zich vanaf de eerste noten stevig opdringt. 

Op voorhand had ik nog wel wat twijfels over de meerwaarde van deze nieuwe release van Anna Tivel, maar ik vind de sobere en ruwe versies van de songs van The Question vooralsnog alleen maar mooier en indringender worden. De wat rijker ingekleurde versie zal ik uiteindelijk vaker beluisteren, maar ook deze ruwe versies van de prachtsongs van The Question hebben absoluut meerwaarde en laten op net wat andere wijze horen wat een getalenteerd zangeres en songwriter Anna Tivel is. Erwin Zijleman

De muziek van Anna Tivel is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://annativel.bandcamp.com.