vrijdag 23 oktober 2020

Woodkid - S16

S16 van de Franse muzikant Woodkid laat zich beluisteren als een klassieke filmsoundtrack, maar dan met zang, en de bijbehorende beelden mag je er dit keer zelf bij bedenken
S16 is mijn eerste kennismaking met de muziek van de Franse muzikant Woodkid en het is een indrukwekkende. Het is aan album vol rijk georkestreerde en breed uitwaaiende klanken, die uitstekend zouden voldoen als filmsoundtrack, maar de Franse muzikant laat er af en toe zwaar aangezette elektronica doorheen snijden en maakt er popsongs van door zijn stem toe te voegen aan de stevige aangezette klanken. Het past prachtig bij de herfst en S16 is ook nog eens een album waarop zoveel gebeurt dat je maar nieuwe dingen blijft horen in de muziek van de Franse muzikant en beeldkunstenaar. Normaal gesproken niet helemaal mijn muziek, maar dit album laat me maar niet los.


S16 is het tweede album van de Franse muzikant Woodkid en mijn eerste kennismaking met de muziek van het alter ego van Yoann Lemoine. De Franse muzikant was in eerste instantie overigens vooral bekend als regisseur van videoclips en werkte onder andere voor Rihanna, Taylor Swift en Lana Del Rey. Sinds een paar jaar maakt hij als Woodkid muziek en dat heeft nu een bijzonder intrigerend album opgeleverd. 

S16 opent met zwaar aangezette elektronische klanken, die wat donker en industrieel aan doen. Het wordt gecombineerd met mooie vocalen, die de muziek van Woodkid wat minder zwaar maken, wat vervolgens wordt versterkt door rijk georkestreerde klanken die klassiek aandoen en het geluid van de Franse muzikant niet alleen voorzien van heel veel ruimte, maar ook van beeldend vermogen. 

In de eerste track zijn er nog de atypische elektronische accenten, maar in de tweede track domineert de combinatie van rijk georkestreerde muziek en een flinke bak elektronica. Het combineert uitstekend met de stem van de Franse muzikant, die me wel wat aan die van Antony (of Anohni) doet denken. Zeker wanneer de muziek wordt gedomineerd door klassieke klanken, luister je naar een rijk georkestreerde filmsoundtrack van een oude meester als John Barry, maar door de gevoelige zang van Yoann Lemoine blijven de tracks op S16 ook popsongs. 

Ik moest in het begin wel even wennen aan de bombastische klanken, zeker in combinatie met de zang. Er komt nogal wat uit de speakers zetten, maar hoe vaker ik naar S16 luister, hoe meer er op zijn plek valt. Zeker wanneer je het volume wat opvoert, hoor je goed hoeveel moois er is verstopt in de rijke instrumentatie op het album. 

Dat werkt vooral goed wanneer de klassieke klanken worden gecombineerd met zwaar aangezette en industrieel aandoende elektronica en dat is een recept dat meerdere malen wordt gebruikt op S16. 

Ik heb absoluut een zwak voor getergd klinkende zangeressen, maar met getergd klinkende zangers kan ik meestal veel minder. Zeker bij eerste beluistering van S16 had ik het idee dat het album zonder de zang misschien wel een stuk indrukwekkender zou zijn geweest, maar langzaam maar zeker begin ik de zang van Yoann Lemoine te waarderen en hoor ik niet alleen Antony, maar af en toe ook wel wat van David Sylvian, zeker wanneer de Fransman de hoge noten laat voor wat ze zijn. 

Het blijft zo dat ik lang niet altijd in de stemming ben voor dit album, maar er zijn momenten waarop de zwaar aangezette klanken wonderen doen en de met weemoed doorspekte vocalen precies op het juiste moment komen. Het is immers herfst en dan doet dit soort klanken het net wat beter dan in de andere drie seizoenen. Het is ook nog eens de herfst van een jaar dat er totaal anders uit ziet dan we een maar of 11 geleden konden vermoeden, waardoor de melancholische klanken van Woodkid nog wat beter tot zijn recht komen, zeker wanneer ze de ruimte vullen op een kille herfstavond en de Fransman nog een extra blik violen opent. 

En zo heeft S16 zich ontwikkeld tot een album dat eigenlijk alleen maar mooier en interessanter wordt, ook al bevindt het zich een stukje buiten mijn comfort zone. Interessante muzikant deze Woodkid. Erwin Zijleman


S16 van Woodkid is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

donderdag 22 oktober 2020

Mipso -Mipso

Mipso voegt op haar zesde album ook wat modernere invloeden toe aan hun tot dusver behoorlijk traditionele Amerikaanse rootsmuziek en dat pakt verrassend fraai uit
De vorige vijf albums van de Amerikaanse band Mipso zijn me ontgaan, maar ik pikte eerder dit jaar wel het werkelijk geweldige soloalbum van bandlid Libby Rodenbough op. De goede vorm van dat album is meegenomen naar het nieuwe album van Mipso, dat invloeden uit de zeer traditionele Amerikaanse rootsmuziek op vakkundige en speelse wijze combineert met modernere invloeden. In muzikaal opzicht klinkt het geweldig, maar ook de zang op het album is geweldig, zeker wanneer Libby Rodenbough haar plekje in de spotlights opeist. Mipso is voor mij een nieuwe band, maar het is er absoluut een om in de gaten te houden.


Tussen de nieuwe releases van deze week kwam ik de naam Mipso tegen. Op een of andere manier zei de naam van de band me wel wat, al kwamen de vorige albums van de band me niet direct bekend voor. Pas toen ik de credits op de cover bekeek wist ik het. Mipso is de band van onder andere Libby Rodenbough, die in het voorjaar met Spectacle Of Love een buitengewoon aangenaam soloalbum afleverde. 

Het is een tijdloos singer-songwriter album dat helaas maar heel weinig aandacht heeft gekregen, maar dat ik nog zeker niet heb afgeschreven voor mijn jaarlijstje. Ook de muziek van Mipso bevalt me wel, al moet Libby Rodenbough als het gaat om de vocalen meestal genoegen nemen met de tweede viool op het album van de band. In muzikaal opzicht is haar rol wat belangrijker, want het vioolspel van de Amerikaanse singer-songwriter is vaak sfeerbepalend in het geluid van Mipso. 

Libby Rodenbough moet de leadvocalen in de eerste en uiteindelijk ook in de meeste tracks helaas laten aan Joseph Terrell. Dat is aan de ene kant jammer, maar de band beschikt ook in de persoon van deze Joseph Terrell over een uitstekend zanger. Maat als Libby Rodenbough in de vierde track voor het eerst de leadzang voor haar rekening neemt, weet ik direct weer wat ik zo goed vond aan haar soloalbum, want wat heeft ze een geweldige stem. 

Het nieuwe album van Mipso heeft geen titel meegekregen, maar het is al het zesde album van de band uit Chapel Hill, North Carolina. Het uitbrengen van een titelloos album betekent meestal dat een band een nieuwe start wil maken en dat gaat zeker op voor Mipso. De band begon een paar jaar geleden als behoorlijk traditionele bluegrass band, maar klinkt op haar nieuwe album een stuk moderner. 

Invloeden uit de traditionele Amerikaanse rootsmuziek hebben absoluut hun weg gevonden naar het nieuwe album van Mipso, maar de band is op haar zesde album ook niet vies van een vleugje pop en rock. Zeker in de wat gloedvoller en ook voorzichtig met elektronica ingekleurde songs, raakt Mispo redelijk ver verwijderd van haar voormalige muzikale basis, maar het album bevat ook een aantal wat traditioneler klinkende songs, waarin de liefde voor stokoude Amerikaanse rootsmuziek toch weer nadrukkelijk doorklinkt. Het doet me af en toe wel wat denken aan de muziek van The Lumineers en dat is een band die ik hoog heb zitten. 

Het is maar de vraag of Mipso zich met dit moderner klinkende album niet vervreemd van haar op meer traditionele rootsmuziek gerichte fanbase en het is ook maar de vraag of de band met de voorzichtige modernere invloeden een brug kan slaan naar een nieuw publiek, maar hoe vaker ik naar het nieuwe album van Mipso luister hoe meer ik gecharmeerd raak van het album. 

Vooral in muzikaal opzicht steekt het allemaal razendknap in elkaar en met name als Libby Rodenbough de leadzang voor haar rekening mag nemen is de verleiding compleet. Voor die verleiding pak ik haar soloalbum er weer eens bij, maar ook dit mooi gemaakte album van Mipso verdient wat mij betreft de aandacht van liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek met een twist. Erwin Zijleman

De muziek van Mipso is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://mipsomusic.bandcamp.com.


Mipso van Mipso is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

woensdag 21 oktober 2020

Helena Deland - Someone New

Het valt niet mee om je als jonge vrouwelijke singer-songwriter in de indierock nog te onderscheiden van de talloze concurrenten, maar Helena Deland doet het met speels gemak
Het overkomt me niet zo heel vaak dat een debuutalbum direct bij eerste beluistering een verpletterende indruk maakt, maar het debuutalbum van de Canadese singer-songwriter Helena Deland deed het de afgelopen week. De muzikante uit Montreal slaagt er in om een bijzonder geluid neer te zetten dat onmiddellijk betovert en intrigeert en dat doet Helena Deland ook met haar stem en met haar songs. Het zijn songs die overlopen van avontuur en eigenzinnigheid, wat fraai combineert met de donkere klanken op het album en met de expressieve zang, die overigens ook prachtig en fluisterzacht kan zijn. Wat een talent deze Helena Deland en wat een goed debuut.


Helena Deland is een singer-songwriter uit het Canadese Montreal, die deze week debuteert met Someone New. Het is een debuutalbum dat indruk maakt door direct in de openingstrack al een paar keer flink van kleur te verschieten. 

De openingstrack en titeltrack van het debuut van Helena Deland opent met wat unheimische elektronische klanken en even opvallende en wat donker aanvoelende vocalen. Wanneer de gitaar invalt klinkt het opeens een stuk zonniger en ook de zang van de Canadese singer-songwriter klinkt opeens wat lichtvoetiger. Helena Deland laat het hier niet bij, want in de openingstrack van haar debuut verschiet ook het tempo nog een paar keer en wordt het gitaarwerk uiteindelijk nog een stuk steviger. Het was al bijna genoeg om me te overtuigen van de kwaliteiten van Helena Deland, maar ook de rest van het debuut van de muzikante uit Montreal heeft veel te bieden. 

We worden de afgelopen jaren overspoeld door jonge vrouwelijke singer-songwriters in het indierock segment, waardoor enige onderscheidend vermogen gewenst is. Helena Deland beschikt hier in ruime mate over. In de songs op Someone New gebeurt van alles. De Canadese muzikante experimenteert subtiel met donkere elektronica en al even donker gitaarwerk, dat weer wordt gecontrasteerd met bijzondere ritmes. 

Ook de stem van Helena Deland zorgt voor flink wat contrast in haar songs. Helena Deland kan fluisterzacht en bijna lieflijk zingen, maar ze beschikt ook over een expressieve stem, die net zo van kleur kan verschieten als de instrumentatie op haar debuutalbum. Het is een instrumentatie die soms geïnspireerd lijkt door postpunk uit vervlogen tijden, maar het geluid op Someone New sluit ook naadloos aan op de indierock van het moment. 

En net als je denkt te weten wat voor vlees je in de kuip hebt, kiest Helena Deland opeens weer voor een meer ingetogen song met een beetje folk en wat sprookjesachtige of juist klassiek aandoende klanken. 

De muziek van Helena Deland laat zich vergelijken met die van de meer eigenzinnige jonge vrouwelijke singer-songwriters die de afgelopen jaren zijn opgedoken, al kan ik niet direct een naam noemen die echt relevant vergelijkingsmateriaal oplevert. Wanneer Helena Deland wat hoger en soms wat onvaster zingt hoor ik misschien nog wel het meest van Big Thief, wat na een jaar met twee jaarlijstjesalbum en een soloalbum van frontvrouw Adrianne Lenker op komst een groot compliment is. 

Helena Deland heeft een serie songs opgenomen die de fantasie prikkelen en die opvallen door een bijzonder eigen geluid, dat op Someone New echt alle kanten op schiet. Het is een geluid met diepe bassen, dat ik met name door de koptelefoon geweldig vind klinken. Lagen die je door de diepe bassen ontgaan bij beluistering met een niet al te hoog volume komen bij beluistering met de koptelefoon op fraaie wijze tot leven en maken het debuut van Helena Deland nog wat mooier en indrukwekkender. 

Het is momenteel dringen in de vijver met jonge vrouwelijke singer-songwriters met een voorliefde voor indierock, maar het debuut van Helena Deland maakt direct bij eerste beluistering al indruk en wordt vervolgens alleen maar mooier en bijzonderder. Helena Deland schaart zich met dit prachtdebuut direct onder de smaakmakers in het genre. Erwin Zijleman

De muziek van Helena Deland is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://helenadeland.bandcamp.com/album/someone-new.


Someone New van Helena Deland is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

dinsdag 20 oktober 2020

Katie Melua - Album No. 8

Katie Melua was een tijd afwezig, maar keert terug met een album dat niet revolutionair anders klinkt dan haar vorige albums, maar op subtiele wijze toch een flink stuk smaakvoller is
Katie Melua was nog niet eens twintig toen ze doorbrak met het fraaie Call Of The Search. De albums die volgden vond ik steeds net wat minder interessant, maar het deze week verschenen Album No. 8 is een flinke stap in de goede richting en bovendien een groeiplaat. Het klinkt allemaal net wat minder zoet en lieflijk, al blijft het natuurlijk wel Katie Melua. Ik was zeker niet direct overtuigd, maar Album No. 8 komt steeds mooier tot leven en kleurt de huidige tijd fraai in met mooie klanken en de prachtige stem van Katie Melua, die wat warmer en volwassener klinkt dan in haar jonge jaren. Langzaam maar zeker heeft ze mij weer overtuigd.


Ik was in 2003 absoluut gecharmeerd van het debuutalbum van Katie Melua. Waar ik de albums die volgden al snel wat te braaf of zelfs veel te braaf vond, liet Call Of The Search een bijzonder eigen geluid horen, waarmee Katie Melua alle kanten op kon. Dat was voor mij in de jaren die volgden niet altijd de juiste kant helaas, maar in commercieel opzicht waren de albums zeer succesvol. 

Het betekende wel dat ik na een paar albums stopte met het volgen van Katie Melua, totdat deze week Album No. 8 op de mat plofte. Album No. 8 is de opvolger van het in 2013 verschenen Ketevan (het kerstalbum uit 2016 tel ik maar even niet mee) en volgt op het einde van het huwelijk van Katie Melua, dat ongeveer even lang duurde als de stilte sinds haar vorige album. Het einde van haar huwelijk heeft hier en daar sporen nagelaten op Album No. 8, maar een echt breakup album is het zeker niet. 

Album No. 8 is een album waar je niet te snel conclusies over moet trekken. Het album opent met een flink bataljon aan strijkers, een warm akoestisch geluid en de mooie stem van Katie Melua. Typisch Katie Melua dacht ik in eerste instantie, al klonk het allemaal wel bijzonder aangenaam en niet zo zoet en braaf als haar laatste albums. 

Album No. 8 bevat veel meer tracks waarin de strijkers domineren, maar ook flink wat songs waarin de instrumentatie subtieler en ook speelser is. Op het door Leo Abrahams geproduceerde album durft Katie Melua voorzichtig afstand te nemen van het geluid waarmee ze ooit doorbrak naar een groot publiek. Dat doet ze in eerste instantie met een geluid vol invloeden uit de jaren 70, waarin de Brits-Georgische zangeres klinkt als een tijdloze singer-songwriter uit de Laurel Canyon, waarna hier en daar voorzichtig experimenten volgen. 

Het jazzy Voices In The Night kleurt wat duidelijker buiten het typische Katie Melua geluid en wanneer je goed luistert doet Katie Melua dat in veel meer tracks, al heb ik naar een ander album geluisterd dan AllMusic.com dat invloeden uit de postpunk, electropop en Krautrock hoort op het album. Dat hoor ik gelukkig niet, want Katie Melua mag best Katie Melua blijven. 

Omdat de uitstapjes buiten de gebaande paden subtiel zijn, heb ik het een paar keer opnieuw moeten proberen met Album No. 8, maar inmiddels moet ik toegeven dat ik aangenaam verrast ben door het nieuwe album van Katie Melua. De Britse muzikante klinkt wat ouder en doorleefder dan in haar hele jongen jaren en dat heeft haar zang goed gedaan. De instrumentatie op het album is me nog wel eens wat te zoet, maar minstens net zo vaak hoor ik een tijdloos singer-songwriter geluid dat je een paar decennia mee terug neemt in de tijd. 

De vroege albums waren me vaak net wat te vol geproduceerd, maar Leo Abrahams heeft fraai werk verricht en heeft het nog altijd herkenbare Katie Melua geluid wat warmer en wat minder bombastisch gemaakt. Zeker in de kleine uurtjes vult de fraaie stem van Katie Melua op fraaie wijze de ruimte en bij beluistering met de koptelefoon hoor je ook nog eens hoe smaakvol de instrumentatie is. Iedereen die Katie Melua, net als ik, een paar jaar geleden al heeft afgeschreven, moet het zeker nog eens proberen met Album No. 8, dat zeker de tijd moet krijgen om te groeien. Erwin Zijleman


Album No. 8 van Katie Melua is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

maandag 19 oktober 2020

Holy Motors - Horse

Holy Motors is een band uit Estland maar klinkt vooral Amerikaans op een album dat gelijke delen Mazzy Star en Cowboy Junkies vermengt met de soundtrack van een western
Holy Motors had maar een paar noten nodig om me te overtuigen van de kwaliteit van de band uit het Estlandse Talinn. De band, die beschikt over drie gitaristen, tovert een ruimtelijk en veelkleurig gitaargeluid uit de speakers, dat net zo makkelijk citeert uit de country en de rockabilly als uit de shoegaze en dreampop. Het wordt allemaal aan elkaar geslagen door een subtiel spelende drummer, waarna de prachtige stem van frontvrouw Eliann Tulve je definitief in katzwijm brengt. Het zou zomaar de soundtrack van een western of duistere tv-serie kunnen zijn, maar ook zonder de beelden betovert de muziek van Holy Motors bijzonder makkelijk.


Bij Estland denk ik niet direct aan popmuziek en al helemaal niet aan het soort muziek dat de band Holy Motors op Horse maakt. Holy Motors komt echter wel degelijk uit Estland en om precies te zijn uit de hoofdstad Talinn. De band omschrijft zichzelf op haar bandcamp pagina als “a dark twang & reverb band from a nonexistent movie”. 
Het is geen gekke omschrijving, want laat de muziek van Holy Motors uit de speakers komen en je waant je op de set van een Amerikaanse western of een duistere cultfilm van bijvoorbeeld David Lynch. 

Het geluid van de band uit Estland wordt gedomineerd door mooie en ruimtelijke gitaarlijnen, die zich afwisselend door country, rockabilly, shoegaze en dreampop hebben laten inspireren. De gitaren laten zich begeleiden door een subtiel spelende drummer, wat een even broeierig als beeldend geluid oplevert. 

Het is een geluid waarin de fraaie vocalen van zangeres Eliann Tulve uitstekend gedijen. Eliann Tulve heeft een stem die ergens tussen die van Mazzy Star’s Hope Sandoval en Cowboy Junkies zangeres Margo Timmins in zit en ook in muzikaal opzicht roept de muziek van Holy Motors zowel associaties op met Mazzy Star als met Cowboy Junkies. Zeker wanneer de drie gitaristen van de band hun kunsten mogen etaleren hoor ik veel van Mazzy Star, maar wanneer de twang het wint is het toch weer meer Cowboy Junkies. Vergeleken met beide bands duikt Holy Motors echter veel dieper de Amerikaanse rootsmuziek is, wat bijzonder is voor een band uit Estland. 

Het uptempo Country Church waarmee het album opent laat direct goed horen wat Holy Motors te bieden heeft. Prachtig veelkleurig gitaarwerk, prima drumwerk, een veelheid aan invloeden, een oor voor lekker in het gehoor liggende popsongs en een uitstekende zangeres, die mij onmiddellijk over de streep trok. Direct ook in de openingstrack laat Holy Motors horen dat het een meester is in het uit de speakers toveren van beeldende klanken, zeker wanneer aan het eind van de track het tempo nog eens flink omlaag gaat. 

De ingrediënten uit de openingstrack komen terug in de tracks die volgen, maar Holy Motors kleurt haar songs steeds wat anders in. De ene keer draagt de band bij aan de soundtrack voor een western, de volgende keer wordt de liefde voor dreampop en shoegaze geëtaleerd en zo blijft Horse verrassen.

Met drie gitaristen aan boord is het logisch dat de band de tijd en ruimte neemt voor het gitaarwerk, maar dat is zeker geen straf. De verleiding van Holy Motors is voor mij echter het hevigst wanneer de stem van Eliann Tulve uit de speakers komt. Het is een stem vol verleiding en bezwering, die me ook wel wat doet denken aan de eerste kennismaking met Lera Lynn als nachtclubzangeres in de aardedonkere serie True Detective, waarin Holy Motors ook zeker niet had misstaan. 

Ik was na de verpletterende eerste indruk nog wel even bang dat de muziek van Holy Motors snel zou gaan vervelen, maar dat blijkt zeker niet het geval. Horse laat een consistent geluid horen, maar de band uit Estland varieert voldoende met de verwerkte invloeden en het tempo om ook bij herhaalde beluistering interessant te blijven en zelfs steeds weer iets beter te worden. Een zeer aangename verrassing in deze drukke releaseweek en dat uit Estland. Erwin Zijleman

De muziek van Holy Motors is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://holymotorsband.bandcamp.com/album/horse.


Horse van Holy Motors is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   


zondag 18 oktober 2020

Matt Berninger - Serpentine Prison

Het regent momenteel fraaie herfstplaten en ook The National voorman Matt Berninger draagt een bijzonder fraaie soundtrack vol stemmige klanken aan, die perfect past bij het seizoen
Matt Berninger kennen we natuurlijk van The National, de band die de afgelopen twintig jaar driftig strooide met uitstekende albums. Met zijn eerste soloalbum laat de Amerikaanse muzikant een andere kant van zichzelf horen. Serpentine Prison is een stemmig maar buitengewoon fraai ingekleurd singer-songwriter album, waarop Matt Berninger de zware thema’s en een flinke dosis melancholie niet schuwt. Het past allemaal prachtig bij de kille en donkere avonden van het moment en bij de bijzondere tijd waarin we momenteel leven. Serpentine Prison is niet de eerste, maar wel een van de mooiste soundtracks van de herfst van 2020.


De Amerikaanse muzikant Matt Berninger stond in 1999, samen met onder andere Aaron Dessner, aan de basis van The National. De band uit Brooklyn, New York, staat sindsdien garant voor geweldige albums, met het vorig jaar verschenen I Am Easy To Find als voorlopig laatste wapenfeit. The National collega Aaron Dessner profileerde zich sindsdien nadrukkelijk als producer (Taylor Swift, Hannah Georgas, The Lone Bellow), wat Matt Berninger ruimte gaf voor het opnemen van een eerste soloalbum. 

Dat soloalbum is deze week verschenen en Serpentine Prison is wat mij betreft een erg mooi album geworden. Matt Berninger dacht oorspronkelijk aan een album met covers, maar uiteindelijk schreef hij de ene na de andere eigen song en werden de covers uiteindelijk allemaal verdreven. 

Matt Berninger maakte Serpentine Prison samen met producer, muzikant en legende Booker T. Jones en deed bovendien een beroep op een aantal gastmuzikanten, onder wie Brent Knopf (met wie hij een paar jaar geleden een album maakte als El VY), The National bassist Scott Devendorf, David Bowie bassist Gail Ann Dorsey en Andrew Bird. 

Matt Berninger schuwt in de teksten op het album de sombere thema’s niet en staat stil bij isolatie, echtscheiding en depressies. Het zijn thema’s die passen bij zijn stem, die nu eenmaal minder geschikt is voor zonnige popliedjes. Ook de inkleuring van de songs op Serpentine Prison sluit aan bij de soms behoorlijk donkere thematiek. 

Het is overigens een bijzonder fraaie inkleuring, die niet alleen donker maar ook wat broeierig aan doet en wel wat doet denken aan een aantal albums van Robbie Robertson en aan de producties van Daniel Lanois. Het is een instrumentatie die bestaat uit meerdere lagen, maar het geluid zit ook vol ruimte en is nooit te zwaar. 

Serpentine Prison is een album dat is gemaakt voor de avonduren, want met name als de zon onder is komen de fraaie klanken op het album fraai tot leven. Met name het gitaarwerk op het album is prachtig, maar ook de ruimtelijke klanken van met name piano, orgels (uiteraard van de oude meester Booker T. zelf) en keyboards dragen nadrukkelijk bij aan het zeer sfeervolle en vakkundig geproduceerde geluid op het eerste soloalbum van Matt Berninger. 

Het zijn klanken die uitstekend passen bij zijn aangenaam donkere stemgeluid, dat weer uitstekend past bij de songs op het album, die voldoende ver verwijderd blijven van de muziek van The National en allemaal in het hokje singer-songwriter passen. Serpentine Prison is niet zonder meer geschikt voor fans van The National, maar liefhebbers van singer-songwriters met een voorliefde voor stemmige klanken en flink wat melancholie kunnen waarschijnlijk goed uit de voeten met dit album. 

Ik ben zelf niet per se een groot liefhebber van de stem van Matt Berninger, maar de zang op Serpentine Prison zit me echt nergens in de weg en bevalt me meestal zelfs erg goed. Het geldt nog in veel sterkere mate voor de instrumentatie op en productie van het album. Het is een rijke en veelkleurige instrumentatie die de kille herfstavonden van het moment steeds mooier inkleurt en de tweede lockdown een stuk draaglijker maakt. Ik was het afgelopen jaar zeer te spreken over de producties van Aaron Dessner, maar ook het soloalbum van zijn collega Matt Berninger mag er absoluut zijn. Erwin Zijleman

De muziek van Matt Berninger is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://mattberninger.bandcamp.com.


Serpentine Prison van Matt Berninger is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

zaterdag 17 oktober 2020

beabadoobee - Fake It Flowers

De muzikante achter beabadoobee werd geboren in het jaar 2000, maar laat op haar uitstekende debuut vooral de jaren 90 herleven en doet dat op uitstekende wijze
Luister naar het debuut van beabadoobee en je hoort vooral invloeden uit de rockmuziek uit de jaren 90. Dat is best bijzonder want Bea Kristi werd geboren toen de jaren 90 achter ons lagen. Fake It Flowers, het debuutalbum van beabadoobee, citeert nadrukkelijk uit de archieven van de betere rockmuziek van de jaren 90, maar de op de Filippijnen geboren maar in Londen opgegroeide muzikante heeft ook een uitstekend gevoel voor lekker in het gehoor liggende of zelfs hitgevoelige popsongs. Fake It Flowers haalt mooie herinneringen op aan de jaren 90, maar is ook een eigentijds album dat de wel erg hoge verwachtingen rond beabadoobee nog waar maakt ook.


De naam beabadoobee zingt inmiddels al een jaar of drie flink rond, maar in één keer foutloos intypen lukt me helaas nog steeds maar zelden. De pas 20 jaar oude Bea Kristi werd geboren op de Filippijnen, maar groeide op in Londen, waar ze zich vaak buitengesloten voelde en haar geluk zocht in opstandig gedrag, drugs en vooral in de muziek van onder andere Elliott Smith en Pavement. 

Ze begon als jonge tiener met het maken van haar eigen muziek op haar slaapkamer en bereikte met haar lome lo-fi popliedjes een miljoenenpubliek op het platform TikTok. Na twee EP’s met lome slaapkamerpop, pikte beabadoobee vorig jaar de gitaren op en verraste ze met de lekker stevige EP Space Cadet. Space Cadet gaf ook wat meer inzicht in de muzieksmaak van beabadoobee, al was het maar door een van de songs I Wish I Was Stephen Malkmus te noemen. 

Bea Kristi werd geboren in het jaar 2000, maar haar hart ligt in muzikaal opzicht in de jaren 90. Het is nog wat duidelijker te horen op haar deze week verschenen debuut Fake It Flowers. Op haar debuutalbum trekt beabadoobee de lijn van de vorig jaar verschenen EP door en is de lome slaapkamerpop grotendeels verdreven door songs met wat steviger aangezette gitaren. 

Met name de Britse muziekpers is hier en daar lyrisch over het debuut van beabadoobee. Als vergelijkingsmateriaal worden de allergrootsten uit de jaren 90 aangedragen, maar dat is wat overdreven. De nog piepjonge beabadoobee kent absoluut haar klassiekers uit de jaren 90 en verwerkt een vat vol invloeden. 

90s rock staat centraal op Fake It Flowers en is het 90s rock die mij met grote regelmaat doet denken aan de muziek van Juliana Hatfield uit het betreffende decennium. Dat is wat mij betreft een groot compliment. De jonge muzikante uit Londen is echter ook niet vies van net wat lichtvoetigere pop. In de tracks waarin de gitaren net wat minder stevig klinken, schuift beabadoobee wat op richting vrouwelijke singer-songwriters die in de jaren 90 net zo oud waren als zij nu, waarbij onder andere moet worden gedacht aan Avril Lavigne en Michelle Branch. 

Het knappe van het debuut van beabadoobee is dat invloeden uit de betere indie-rock van de jaren 90 fraai samensmelten met hitgevoelige pop en rock uit het betreffende decennium. Fake It Flowers bevat hiernaast ook nog wel wat van de lome lo-fi pop waarmee beabadoobee een paar jaar geleden opdook. 

In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder lekker en ook de wat meisjesachtige vocalen van beabadoobee zijn absoluut aangenaam. Fake It Flowers werd geproduceerd door de van The Vaccines bekende Pete Robertson, geen gelouterde producer, maar zijn productie van het debuut van beabadoobee is bijzonder fraai. 

En dan zijn er natuurlijk nog de songs en ook die zijn over het algemeen van een hoog niveau. Soms klinkt het lekker stevig, soms loom en zwoel en altijd is er het goede gevoel voor mooie klanken en melodieën, trefzekere zang en de nodige dynamiek. 

Hier en daar heeft Fake It Flowers net wat teveel jeugdige bravoure, maar dat mag je een muzikante van maar net twintig natuurlijk niet kwalijk nemen. Van beabadoobee werden voorafgaand aan de release van haar debuut wonderen verwacht en daar slaagt ze zo nu en dan nog in ook. Echt een uitstekend debuut van de jonge Britse muzikante. Erwin Zijleman


Fake It Flowers van beabadoobee is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

vrijdag 16 oktober 2020

Emmy The Great - April/月音

Emmy The Great weet inmiddels al een aantal albums lang te verrassen met iedere keer een andere invalshoek en dat doet ze ook weer op het fraaie en bijzondere April/月音
Emmy The Great klinkt soms als een gewone folkie, maar al op haar albums is een bijzondere twist nooit ver weg. Dat geldt ook zeker voor April/月音 waarop Emmy The Great haar relatie met haar geboorteplaats Hong Kong een plekje probeert te geven. Het is een stad waarin het een jaar geleden stevig rommelde en dat doet het natuurlijk nog steeds, al heeft de corona pandemie het nieuws over protesten wat naar de achtergrond verdreven. Je hoort Hong Kong niet alleen terug in de teksten, maar zeker ook in de muziek, wat een fascinerend album oplevert dat vaak flink anders klinkt dan de albums van de soortgenoten van Emmy The Great.



Emmy The Great is het alter ego van de in Hong Kong geboren, maar in Engeland opgegroeide Emma-Lee Moss. Als Emmy The Great is ze inmiddels alweer toe aan haar vierde album, of zelfs haar zesde als ik haar kerstalbum en de soundtrack bij de film Austenland meereken. Haar reguliere albums maakten op mij stuk voor stuk geen onuitwisbare indruk bij eerste beluistering, maar steeds weer wist Emmy The Great bij hernieuwde beluistering de middelmaat ruimschoots te ontstijgen. 

Dat heeft ze ook weer gedaan met het deze week verschenen April/月音. De gekozen titel zegt veel over Emmy The Great. Aan de ene kant is ze een Britse folkie met een zwak voor zowel traditionele als indie-folk, maar aan de andere kant is ze ook een wereldburger die haar Chinese wortels niet vergeten is. 

Emma-Lee Moss woonde de afgelopen jaren in New York, maar bracht aan het eind van 2017 en het begin van 2018 ook een tijd in China door. Ze pikte daar de talen uit haar jeugd weer snel op en kreeg sterkere gevoelens voor haar oude vaderland en voor haar geboorteplaats Hong Kong in het bijzonder. Op April/月音 geeft Emmy The Great Hong Kong weer een plekje in haar leven en steekt ze de stad bovendien een hart onder de riem. 

Hong Kong protesteerde vorig jaar en aan het begin van dit jaar nog fel tegen initiatieven van de Chinese overheid om de greep op Hong Kong te verstevigen en verworven vrijheden in te perken. Het is allemaal wat ondergesneeuwd door de corona pandemie, maar de strijd van Hong Kong duurt voort. Het is de rode draad op April/月音 dat meerdere keren invloeden uit de Chinese muziek laat horen. 

Het album klinkt daarom weer wat anders dan zijn voorgangers, maar het is wederom een typisch Emmy The Great album. Ook dit keer vroeg ik me bij eerste beluistering af wat er zo great is aan Emmy, maar toen ik het album nogmaals beluisterde viel er al veel meer op zijn plek. 

Ook April/月音 is weer smaakvol ingekleurd met flink wat elektronica en klinkt een stuk moderner dan de albums van de meeste andere folkies van het moment. Het is overigens niet alleen elektronica wat de klok slaat, want ook dit keer vindt Emmy The Great een fraai evenwicht tussen elektronische en organische klanken. De invloeden uit de Chinese muziek maken het album nog wat veelkleuriger en spannender. 

Ook in vocaal opzicht is Emmy The Great niet de gemiddelde folkie. April/月音 klinkt in vocaal opzicht eigentijds en laat bovendien horen dat Emma-Lee Moss beschikt over een aangenaam en veelzijdig stemgeluid, dat makkelijk weet te verleiden. 

April/月音 is een album met twee gezichten. Het ene moment zit Emma-Lee Moss persoonlijk en in muzikaal opzicht in New York, maar niet veel later zit ze midden in Hong Kong. Het maakt het nieuwe album van Emmy The Great soms wat moeilijk te plaatsen, maar het maakt het album ook een stuk interessanter dan het gemiddelde album in het genre. 

Heel bekend is Emmy The Great nog niet, maar ze heeft zo langzamerhand toch een opvallend oeuvre op haar naam staan en het is een oeuvre waarin geen enkel album hetzelfde klinkt. Iedereen die Emmy The Great nog niet kent moet zeker toch eens aan een ontdekkingstocht beginnen. April/月音 is een bijzondere start. Erwin Zijleman

De muziek van Emmy The Great is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://emmythegreat.bandcamp.com/album/april.


April/月音 van Emmy The Great is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

Dead Famous People - Harry

Dead Famous People uit Nieuw-Zeeland kwam nooit tot het maken van een debuutalbum, maar bijna 35 jaar na de oprichting is er dan toch het driftig met zonnestralen strooiende Harry
Harry van Dead Famous People is een album dat bijna 35 jaar geleden gemaakt had moeten worden, maar het kwam er niet van. Frontvrouw Dons Savage heeft de band na al die jaren opnieuw leven ingeblazen en levert alsnog het zo vurig door John Peel gewenste debuutalbum af. Harry staat vol met zonnige popsongs met een hoofdrol voor fraaie gitaren en flink wat invloeden uit de jaren 80 en de drie decennia die er aan vooraf gingen. Niet iedereen zal vatbaar zijn voor de verleiding van Dead Famous People, maar iedereen die dit wel is gaat genadeloos voor de bijl voor het bijzonder aanstekelijke en heerlijk zonnige Harry.


Nieuwe releases uit Nieuw-Zeeland kunnen altijd rekenen op mijn onvoorwaardelijke aandacht. Wat je van ver haalt is echt niet altijd lekkerder, maar over het algemeen weten ze in Nieuw-Zeeland wel hoe je aanstekelijke popliedjes met een stevige bite maakt. Deze week stuitte ik op Harry van Dead Famous People. 

Het is het officiële debuut van de band uit het Nieuw-Zeelandse Auckland, waardoor ik er van uit ging dat het een stel jonge honden uit de muziekhoofdstad van het land betreft. Het verhaal achter Dead Famous People is echter bijzonder. De band rond muzikante Dons Savage werd halverwege de jaren 80 al opgericht en direct omarmd door de Nieuw-Zeelandse muziekscene en door de Britse radiomaker John Peel, wiens fijne neus voor talent helemaal tot het andere eind van de wereld reikte, wat in het pre-Internet tijdperk een prestatie van formaat was. 

John Peel nodigde de band uiteraard uit voor een van de naar hem vernoemde sessies en ook de rest van de muziekwereld was snel overtuigd van de genialiteit van Dons Savage. Nu is het soms lastig werken met een genie en om onduidelijke redenen ging het ook mis met Dead Famous People, dat al wel naar Londen was verhuisd om de wereld te veroveren. 

Dead Famous People ging roemloos ten onder voordat een volwaardig album was opgenomen en alleen dankzij het Britse Fire Records kunnen we nu genieten van de wederopstanding van Dead Famous People en haar frontvrouw Dons Savage. Bij eerste beluistering van Harry ging ik er overigens van uit dat Dons Savage een man was, maar het is wel degelijk een vrouw. 

Er zijn inmiddels bijna 35 jaren verstreken sinds de nooit voltooide doorbraak van Dead Famous People, maar de band doet op Harry alsof het gisteren gebeurd is en of Dons Savage alleen even weg is geweest om haar zoon (Harry) groot te brengen. Harry heeft een hoog jaren 80 gehalte en kijkt eerder terug naar de jaren 50, 60 en 70 dan vooruit naar de jaren 90 tot nu. 

De band strooit driftig met onweerstaanbare gitaarlijntjes die zo lijken weggelopen uit de jaren 80 (en die absoluut geïnspireerd zijn door het gitaarwerk van Johnny Marr) en voegt hier opvallende vocalen, flink wat nostalgie en een beetje drama aan toe. 

Boven alles maakt Dead Famous People op Harry popliedjes waarvan de zon onmiddellijk gaat schijnen. Enige liefde voor popmuziek uit de jaren 80 helpt absoluut bij het omarmen van Dead Famous People, want al het moois uit het decennium komt voorbij op het officiële debuut van de band, waarop zowel de instrumentatie als de zang behoorlijk stevig zijn aangezet. 

Ik vind persoonlijk dat lang niet alle muziek uit de jaren 80 de tand des tijds goed heeft doorstaan, maar Harry van Dead Famous People bevalt me uitstekend, mogelijk omdat de band haar inspiratie ook vindt in de voorliggende decennia en af en toe ook stevig citeert uit het oeuvre van Brian Wilson. 

Harry telt tien songs en duurt 33 minuten. Het zijn 33 minuten die ik met een grote glimlach heb doorgebracht en ook steeds weer doorbreng, ook al is het me soms net wat te bombastisch en soms ook wel wat eenvormig. Het bijna 35 jaar geleden al erkende talent van Dons Savage geeft alle songs op dit album echter net dat beetje extra en maakt van Harry een debuut dat alle aandacht verdient, al is het maar als guilty pleasure voor het ophalen van herinneringen aan de mooie jaren 80. Erwin Zijleman

De muziek van Dead Famous People is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://deadfamouspeoplefire.bandcamp.com/album/harry.


Harry van Dead Famous People is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

donderdag 15 oktober 2020

Andy Bell - The View From Halfway Down

Andy Bell schreef geschiedenis met het debuut van Ride, speelde tweede viool bij Oasis, maar komt nu op de proppen met een psychedelisch soloalbum dat steeds meer moois laat horen
Een droomdebuut afleveren heeft absoluut een keerzijde. Andy Bell hikt nog steeds tegen het fenomenale debuut van zijn band Ride aan. Ride klimt de afgelopen jaren langzaam overeind, maar het eerste soloalbum van Andy Bell is veel beter. De Britse muzikant laat zijn hele muzikale leven voorbij komen en overgiet dit met een flinke wolk psychedelica. Soms duikt een Britpop song op, soms krijgen we een trippy jam voorgeschoteld, maar The View From Halfway Down is altijd interessant en het is bovendien een album dat nog een flinke tijd door kan groeien. Ik had er eerlijk gezegd niet meer op gerekend, maar dit is echt een prima album van Andy Bell.


Bij de naam Andy Bell moest ik in eerste instantie aan de zanger van Erasure denken, maar zijn naamgenoot kennen we als bassist van de laatste edities van Oasis, van Liam Gallagher’s Beady Eye en natuurlijk als voorman van de bands Hurricane #1 en vooral Ride, dat met haar debuut Nowhere uit 1990 ook direct haar meesterwerk afleverde. 

Met Ride heeft Andy Bell de goede vorm van de eerste jaren nooit meer gevonden, al zit er de afgelopen jaren wel een stijgende lijn in. Die stijgende lijn trekt de Britse muzikant stevig door op zijn eerste soloalbum The View From Halfway Down, dat deze week is verschenen en dat de Brit grotendeels alleen maakte, hier en daar bijgestaan door Oasis maatje Gem Archer. 

Op zijn eerste soloalbum komt alles dat Andy Bell heeft gedaan in zijn muzikale leven samen. Hier en daar klinken flarden van de shoegaze van Ride door, maar ook de Britpop van Oasis, Beady Eye en Hurricane #1 heeft zijn weg gevonden naar The View From Halfway Down. Andy Bell heeft dit alles overgoten met een flinke dosis psychedelica, die uitstekend past bij zijn muziek en die als een warme deken over alle invloeden heen ligt. 

De Britse muzikant heeft ruim veertig minuten uitgetrokken voor zijn solodebuut en levert acht prima songs af. Het zijn in de meeste gevallen wat langere tracks, waarin alle ruimte is voor psychedelische klankentapijten. The View From Halfway Down waaiert hier en daar breed uit, maar Andy Bell doet het dit keer zonder de gitaarmuren van Ride. 

De Britse muzikant komt op de proppen met een aantal melodieuze en toegankelijke songs. Dat toegankelijke zit hem voor een belangrijk deel in de instrumentatie, want het album bevat niet heel veel songs met een kop en een staart. Waar Andy Bell met Ride de trommelvliezen schuurde, is The View From Halfway Down voorzien van een mooi geluid waarin gitaren en elektronica allebei een belangrijke rol spelen. 

In de lange tracks verliest de Britse muzikant de popsong vaak volledig uit het oog, maar ook de wat meer trippy passages bevallen me uitstekend. The View From Halfway Down klinkt in de basis vaak loom en dromerig met atmosferische synths of soms zelfs fraaie folky gitaarlijnen, maar er komt in iedere track ook veel moois aan de oppervlakte. 

Op The View From Halfway Down draait het vooral om klankentapijten, al geven vocalen de songs op het album nog wel enige structuur en heb je geen moment het idee dat je naar eindeloos geëxperimenteer aan het luisteren bent. Zeker wanneer psychedelica de overhand neemt, heeft de muziek van Andy Bell een bijna hypnotiserende uitwerking, maar de Britse muzikant kan verrassend makkelijk schakelen tussen trippy soundscapes en aangename popsongs. 

Bij Ride kwam het sinds dat geweldige debuut nooit meer echt uit de verf, maar op The View From Halfway Down verkeert Andy Bell in grootse vorm. Zeker bij eerste beluisteringen klonk het bijzonder lekker op de achtergrond, maar het eerste soloalbum van Andy Bell wordt pas echt goed wanneer je het album volledige aandacht geeft en alle fraaie details op het album kunt ontrafelen. Ik had eerlijk gezegd de hoop dat Andy Bell met iets van het niveau van Nowhere van Ride op de proppen zou komen al lang opgegeven, maar zijn eerste soloalbum is uitstekend. Erwin Zijleman

De muziek van Andy Bell is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://andybell.bandcamp.com/album/the-view-from-halfway-down.


The View From Halfway Down van Andy Bell is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

woensdag 14 oktober 2020

I'm Kingfisher - The Past Has Begun

De Zweedse muzikant Thomas Denver Jonsson noemt zich al een tijdje I’m Kingfisher en levert nu een album af vol invloeden uit de folk, maar ook met een melancholische Zweedse inslag
Zeker bij eerste en oppervlakkige beluistering klinkt The Past Has Begun van I’m Kingfisher wel erg sober en weemoedig, maar luister wat beter en je hoort hoe mooi en subtiel de songs van de Zweedse muzikant zijn ingekleurd en hoeveel gevoel Thomas Denver Jonsson in zijn zang legt. Zeker op een donkere en kille herfstavond, en daar komen er nog velen van, wordt het vierde album van I’m Kingfisher alleen maar mooier en indringender en valt steeds meer op hoe mooi de instrumentatie, de zang en de vrouwenstemmen die bijdragen aan het album zijn. Ik heb de soundtrack voor de komende herfst in ieder geval gevonden.


The Past Has Begun is het vierde album van I’m Kingfisher en mijn eerste kennismaking met de muziek van dit eenmansproject, althans dat dacht ik even. Kingfisher ken ik al heel lang als een prima Indiaas bier, maar ook de man achter I’m Kingfisher ken ik al heel wat jaren. 

Het gaat immers om de Zweedse muzikant Thomas Denver Jonsson, die in de eerste tien jaar van het huidige millennium een aantal uitstekende albums afleverde. Het zijn album waarop de Zweedse muzikant geen geheim maakte van zijn liefde voor countryrock uit de jaren 70 en het zijn albums die ik stuk voor stuk zeer kon waarderen. 

Sinds 2010 maakt Thomas Denver Jonsson muziek als I’m Kingfisher en lijkt hij zijn liefde voor de countryrock te hebben verruild voor een nieuwe liefde, de folk. De nieuwe naam verklaart dat ik de Zweedse muzikant sinds 2010 compleet uit het oog ben verloren, maar de hernieuwde kennismaking bevalt me zeer. 

The Past Has Begun laat zoals gezegd vooral invloeden uit de folk horen en het is zowel de folk uit een ver verleden als de indie-folk van het moment. I’m Kingfisher heeft een album afgeleverd zonder al te veel opsmuk. Over het algemeen moeten we het doen met het sobere akoestische gitaarspel en de wat weemoedige zang van de Zweedse muzikant. 

Hier en daar duiken echter mooie vrouwenstemmen op, onder andere van Vilma Flood, Ella Blixt en Slowgold, en incidenteel wordt de muziek van I’m Kingfisher subtiel versierd met bijzonder fraaie bijdragen van onder ander elektrische gitaar, viool, fluit, klarinet of een variatie aan synths, waaronder antieke types als de mellotron en de mini-Moog. 

Het geluid op The Past Has Begun is zeker te omschrijven als sober, maar dankzij de subtiele bijdragen van verschillende instrumenten is het ook een veelzijdig geluid. Het is bovendien een zeer trefzeker geluid. In de openingstrack snijdt de viool door de ziel en wordt de koude Scandinavische winter over je heen gestort en zo gebeurt er in alle tracks op het vierde album van I’m Kingfisher wel iets bijzonders. 

The Past Has Begun doet vanwege alle invloeden uit de folk vooral Amerikaans aan, maar de wolken van melancholie en weemoed die zo af en toe op je neerdalen, geven het album ook een typisch Scandinavisch karakter. I’m Kingfisher heeft hierdoor een zeer geschikte soundtrack voor de herfst afgeleverd. 

Het is een soundtrack die het vooral goed doet bij aandachtige beluistering. Dan immers hoor je de bijna eindeloze rij aan fraaie accenten in de instrumentatie en dringt ook de weemoedige zang van Thomas Denver Jonsson zich meer op. Ik ben normaal gesproken niet eens zo heel gek op dit soort, op het eerste gehoor wat navelstarende, albums, maar op een gegeven moment had I’m Kingfisher me te pakken en sindsdien is The Past Has Begun een trouwe metgezel op de donkere herfstavonden van het moment. 

Het doet me af en toe wel wat denken aan de albums waarmee Damien Jurado, wiens gitarist Josh Gordon is te horen op het album, twintig jaar geleden opdook, maar ik hoor ook wat van Smog en Songs:Ohia. The Past Has Begun is een album waarvoor je in de stemming moet zijn, vooral een weemoedige stemming denk ik, maar als je dit bent, valt er op het intieme album van I’m Kingfisher veel te genieten. Erwin Zijleman

De muziek van I'm Kingfisher is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://imkingfisher.bandcamp.com/album/the-past-has-begun-lp.

   

dinsdag 13 oktober 2020

Luka - First Steps Of Letting Go

Luka, de band van de vanuit Rotterdam opererende Lisa Lukaszczyk, levert met First Steps Of Letting Go een debuut af dat moet worden geschaard onder de allerbeste albums van 2020
First Steps Of Letting Go van Luka is een album dat je onmiddellijk weet te veroveren, maar het is ook een album dat je nog eindeloos weet te verbazen. Luka maakt soms toegankelijke pop en soms pop die wat complexer in elkaar steekt. Het klinkt in alle gevallen prachtig en het is bovendien popmuziek waar het avontuur van af spat. De instrumentatie en productie zijn verbluffend mooi, de stem van Lisa Lukaszczyk wonderschoon. First Steps Of Letting Go voelt direct als een warm bad, maar is met geen mogelijkheid in een hokje te duwen. Hoe vaker je er naar luistert, hoe meer het fascineert en hoe meedogenlozer het vermaakt. Zomaar een van de beste albums van het jaar.


Het Nederlandse label Snowstar Records viert over een paar maanden haar achttiende verjaardag en staat sinds de oprichting garant voor kwaliteit. Luka is de laatste aanwinst van het Nederlandse label en met de band rond Lisa Lukaszczyk heeft Snowstar Records goud in handen. Met First Steps of Letting Go heeft Luka immers een album afgeleverd dat moet worden gerekend tot de beste eigenzinnige popalbums van 2020 en dan heb ik het niet alleen over Nederland. 

De naam van Lisa Lukaszczyk zingt al een tijdje rond in de Nederlandse muziekscene. De in Kaapstad geboren maar in Rotterdam opgegroeide muzikante bracht de afgelopen jaren al twee EP’s uit, maar omdat ze toen nog studeerde aan Codarts, de prestigieuze hogeschool voor de kunsten in Rotterdam, was ze nog niet klaar voor een bestaan als professioneel muzikant. Dat is Lisa Lukaszczyk nu wel en hoe. Met First Steps of Letting Go levert haar band Luka een album af dat je 10 songs en 37 minuten lang in een wurggreep houdt, waarna je het album voorgoed wilt koesteren. 

Toen ik op zoek ging naar wat meer informatie over de Rotterdamse muzikante, kwam ik een interview uit 2018 tegen, waarin ze hoog opgeeft over singer-songwriters als Jesca Hoop en Feist en waarin ze bovendien de productionele vaardigheden van Blake Mills prijst. Het zijn stuk voor stuk persoonlijke favorieten, waardoor de lat direct hoog lag voor Luka. 

De jonge Rotterdamse muzikante heeft Blake Mills uiteraard niet kunnen strikken voor haar debuutalbum, maar First Steps of Letting Go valt wel op door een bijzonder fraaie productie. Voor deze productie tekent Wannes Salomé, die we kennen van de Nederlandse band Klangstof. De Nederlandse muzikant heeft het debuut van Luka voorzien van een prachtig geluid. Het is een ruimtelijk of zelfs atmosferisch geluid waarin organische klanken en elektronica op bijzonder fraaie wijze samenvloeien. 

First Steps of Letting Go is niet alleen voorzien van een mooi geluid, maar het is ook een spannend geluid, waarin steeds dingen gebeuren die je niet had verwacht en waarin niet alleen het oor wordt gestreeld, maar ook voorzichtig tegen de haren wordt ingestreken. 

Alleen al met het geluid op het debuutalbum van Luka troeft Lisa Lukaszczyk gerenommeerde popprinsessen af, maar First Steps Of Letting Go heeft nog veel meer te bieden. Zo beschikt de Nederlandse muzikante over een aansprekend stemgeluid dat de tracks op het debuut van Luka voorziet van meedogenloze overtuigingskracht en zwoele verleiding. 

Er is nog veel meer, want ook de songs op het album zijn van een bijzonder hoog niveau. Het zijn songs die bijzonder aangenaam voortkabbelen en die na één keer het oor strelen, maar het zijn ook songs die de fantasie maar blijven prikkelen. First Steps Of Letting Go klinkt eigentijds, maar verwerkt ook invloeden uit het verleden, met hier en daar een vleugje 80s en 90s. Soms is het toegankelijk en aanstekelijk, de volgende keer toch weer wat lastiger te doorgronden en voorzichtig stekelig.

Lisa Lukaszczyk klinkt hier en daar als een nog niet eerder aan de oppervlakte gekomen protegé van Prince die hij het liefst voor zichzelf had gehouden. En om het nog allemaal wat knapper te maken is het debuut van Luka er een die zich geen moment in een hokje laat duwen of laat vergelijken met de muziek van anderen. Ik durf Luka inmiddels best een sensatie te noemen en ben nog lang niet klaar met dit prachtdebuut. Erwin Zijleman

De muziek van Luka is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van Snowstar Records: https://snowstar.bandcamp.com/album/first-steps-of-letting-go.


First Steps Of Letting Go van Luka is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

maandag 12 oktober 2020

Slow Pulp - Moveys

Slow Pulp krijgt makkelijk labels als shoegaze en dreampop opgeplakt, maar de Amerikaanse band verrast op haar debuut met een eigen geluid vol invloeden en vol verleiding
Ik hou wel van het soort muziek dat de Amerikaanse band Slow Pulp maakt. Fluisterzachte zang, mooi gitaarwerk en fraaie melodieën typeren het geluid van de band uit Chicago, maar Slow Pulp verrast evenzeer met een geluid vol dynamiek en de nodige variatie. Hier en daar duiken invloeden uit de shoegaze en dreampop op, maar ik hoor net zo goed invloeden uit de slowcore of tracks die eerder folky zijn. Moveys is een debuut dat liefhebbers van dit soort muziek makkelijk zal verleiden, maar het is ook een debuut dat veel beter is dan je bij eerste beluistering zult vermoeden en ook na vele keren horen is de rek er bij mij nog lang niet uit.


Na een aantal EP’s debuteert de Amerikaanse band Slow Pulp deze week met haar eerste volwaardige album, Moveys. De band, die haar oude thuisbasis Madison, Wisconsin, inmiddels heeft verruild voor wereldstad Chicago, opereert in een genre waarin het momenteel dringen is. Moveys bevat naar verluidt een combinatie van invloeden uit de shoegaze, dreampop en postpunk en dat is een combinatie van invloeden die ik momenteel wel erg vaak tegen kom. 

Toch had ik onmiddellijk een positieve indruk van het debuut van de Amerikaanse band, die toch wat anders klinkt dan de meeste van haar soortgenoten. Slow Pulp kent haar klassiekers binnen de genoemde genres, maar blijft ver verwijderd van het reproduceren van deze klassiekers. Vergeleken met de meeste andere bands die etiketten als shoegaze, dreampop en postpunk krijgen opgeplakt, klinkt Slow Pulp vooral eigentijds en zet het invloeden uit het verleden nergens te dik aan. 

Moveys klinkt dan ook geen moment als een dreampop, shoegaze of postpunk album uit het verleden, maar kruipt dicht aan tegen de muziek van bijvoorbeeld Phoebe Bridgers of Soccer Mommy. Zangeres Emily Massey beschikt over een stem die wel wat lijkt op die van Phoebe Bridgers of een van haar vele soortgenoten en het is het soort stem waarvoor ik makkelijk val. 

In muzikaal opzicht is de muziek van Slow Pulp rijker dan die van Phoebe Bridgers. Moveys is op subtiele wijze verrijkt met invloeden uit de al eerder genoemde genres, maar klinkt vergeleken met de meeste albums in deze genres wat minder zwaar en soms zelfs folky, zoals in de fraaie openingstrack. De gitaren zijn maar zelden echt heel gruizig, de muziek van de band is melodieus en het tempo ligt in eerste instantie laag. Door dit lage tempo hoor ik ook wel invloeden uit de slowcore, maar de muziek van Slow Pulp is wel wat lichtvoetiger dan gebruikelijk in dit genre. 

De kracht van het soort muziek dat Slow Pulp maakt schuilt vaak ik de herhaling. Ook Moveys heeft een bezwerende kracht, maar de Amerikaanse band zoekt ook de variatie in haar muziek. Dit doet de band door na een aantal zicht langzaam voortslepende tracks het tempo flink op te voeren en door subtiel te variëren in haar geluid, dat me overigens, buiten de zang, ook vaak doet denken aan The Smashing Pumpkins in hun beste dagen of bijna net zo makkelijk aan Big Thief.

Moveys is ook in tekstueel opzicht een boeiend album. Frontvrouw Emily Massey kreeg de afgelopen jaren flink wat te verwerken en ook de lockdown vanwege het coronavirus hakt er aardig in bij de jonge honden van Slow Pulp. 

Beluistering van Moveys roept bij mij veel en uiteenlopende associaties op, want de helft van mijn albums uit de jaren 90 komt voorbij, maar op hetzelfde moment klinkt het debuut van de band fris en eigentijds en blijken de songs op het debuut van de band over de nodige groeipotentie te beschikken. 

Zeker in een lome bui dringt de muziek van Slow Pulp zich genadeloos op en vallen met name de gitaarpartijen en de fluisterzachte zang van Emily Massey zeer in de smaak, maar ook op andere momenten wint het debuut van de band uit Chicago nog steeds aan kracht. Het valt niet mee om in deze tijd nog aandacht te trekken met muziek waarop labels als dreampop en shoegaze worden geplakt, maar het in deze hokjes toch wat atypische Moveys van Slow Pulp verdient deze aandacht absoluut. Erwin Zijleman

De muziek van Slow Pulp is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://slowpulp.bandcamp.com/album/moveys.


Moveys ban Slow Pulp is verkrijgbaar via de Mania webshop: