maandag 21 oktober 2019

Corridor - Junior

De Canadese band Corridor slaat op bijzondere wijze een brug tussen post-punk, jangle pop en indie-rock en vermaakt en intrigeert een album lang
De Canadese band Corridor werd vorig jaar ingelijfd door het aansprekende Sub Pop label en ik begrijp wel waarom. De band uit Montreal doet op Junior haar eigen ding met invloeden uit met name de postpunk, jangle pop en indie-rock en maakt indruk met even eigenzinnige als aangename songs. De ritmesectie vormt steeds een prachtige basis waarop het veelkleurige gitaarwerk alle kanten op mag springen en de wat onderkoelde Franstalige vocalen en atmosferische synths het cement vormen. Zeker de repeterende gitaarlijnen herinneren aan avontuurlijke bands uit de late jaren 70, maar de muziek van Corridor staat ook met minstens één been in het heden. Knappe plaat.

Corridor is een Canadese band die tot dusver vooral in het hokje postpunk wordt geduwd. Het leverde twee in eigen beheer uitgebrachte albums op die in kleine kring werden opgepikt en waarmee de band uit Montreal ook de aandacht trok van het fameuze Sub Pop label. 

Op dit label is deze week het derde album van Corridor verschenen. Junior laat een wat minder op postpunk gericht geluid horen, al zijn invloeden uit het genre nog altijd aanwezig in het geluid van de band. 

Er zijn momenteel nogal wat bands die invloeden uit een aantal decennia eigenzinnige rockmuziek, waaronder de postpunk, verwerken in hun geluid, maar Corridor weet zich wat mij betreft makkelijk te onderscheiden van de concurrentie. 

Een ‘unique selling point’ van de band zijn de Franstalige teksten, die wat onderkoeld worden gezongen. Het geeft de band direct een bijzonder geluid, wat wordt versterkt door de bonte mix van invloeden op Junior. Met name de bas- en drumpartijen doen met grote regelmaat denken aan de pioniers van de postpunk uit de late jaren 70 en vroege jaren 80, maar Corridor combineert deze invloeden met een aantal eigenzinnige elementen. 

De Franstalige teksten en de wat onderkoelde zang, die vaak is verpakt in harmonieën, heb ik al genoemd, maar bij beluistering van het derde album van de Canadese band valt vooral het gitaarwerk op. Het is veelkleurig gitaarwerk dat vaak stekelig en repeterend van aard is, maar Corridor is ook niet vies van breed uitwaaiende gitaarlijnen, die de muziek van de band weer wat dichter bij de postpunk brengen. 

Zeker wanneer de gitaarlijnen snel en repeterend zijn, dringt de vergelijking met The Feelies zich op, maar de muziek van Corridor klinkt altijd niet altijd zo gejaagd als de muziek van de Amerikaanse cultband. Het jengelende gitaarwerk wordt afgewisseld met net wat meer ingetogen momenten, waardoor Corridor haar muziek spannend houdt. 

In de meer ingetogen momenten nemen synths hier en daar de rol van de gitaren over en klinkt de muziek van Corridor opeens zweverig in plaats van stekelig. Ook de Franstalige teksten geven de muziek van de band uit Montreal iets ongrijpbaars, waardoor Junior zich steeds genadelozer opdringt. 

Bij herhaalde beluistering vormen de songs op het album ook steeds meer een eenheid en hoor je steeds meer moois in de muziek van Corridor. Het gitaarwerk verkent op Junior op fascinerende wijze de ruimte, maar ook de ritmesectie, die alles aan elkaar smeedt, dwingt op Junior respect af. In de 39 minuten die Junior duurt gebeurt er van alles, maar hoe vaker ik naar het album luister, hoe meer er op zijn plek valt en hoe fascinerender de luistertrip is. 

Corridor slaagt er op haar nieuwe album in om meerdere invloeden aan elkaar te smeden en om muziek te maken die de fantasie eindeloos prikkelt. Aan de andere kant staat Junior vol uitstekende songs, die steeds weer net wat andere accenten leggen, maar die ook aangenaam en tijdloos klinken. Junior laat zich beluisteren als een heerlijke gitaarplaat, maar het is ook een gitaarplaat die grenzen verlegt. Het Sub Pop label hoorde kennelijk iets bijzonders op de vorige albums van de band uit Montreal en had het absoluut bij het juiste eind. In het aanbod van deze week springt het eigenzinnige Junior er immers zeker uit. Erwin Zijleman

De muziek van Corridor is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Canadese band: https://corridormtl.bandcamp.com/album/junior.

   




zondag 20 oktober 2019

Foxes In Fiction - Trillium Killer

Foxes In Fiction betovert op Trillium Killer met dromerige en breed uitwaaiende popsongs vol verleiding en avontuur
Ik had tot eerder deze week nog nooit van Foxes In Fiction gehoord, maar de New Yorkse band rond de Canadese muzikant Warren Hildebrand maakt op Trillium Killer flink wat indruk met dromerige popsongs vol mysterie. Invloeden uit de 80s pop en 90s dreampop worden gecombineerd met weidse en atmosferische soundscapes en dromerige en vaak wat vervormde vocalen. Het levert een groots geluid op dat makkelijk bedwelmt, maar onder de atmosferische soundscapes zijn intieme en wonderschone songs verstopt. Op Trillium Killer gebeurt zoveel dat het je soms duizelt, maar het is ook een album met honingzoete en verleidelijke popsongs. Voor mij een van de grote verrassingen in een week waarin de grote namen het even rustig aan doen.


Foxes In Fiction is een project van de Canadese muzikant en platenbaas Warren Hildebrand. De muzikant uit Toronto maakt zijn eerste muziek onder deze naam een kleine 15 jaar geleden, toen hij net op de middelbare school zat. 

Foxes In Fiction maakte lange tijd vooral soundscapes en muziek die in het hokje ambient past, maar op het deze week verschenen Trillium Killer laat Warren Hildebrand horen dat hij veel meer kan. 

Trillium Killer opent met een instrumentale track waarin elektronica steeds meer wordt verdrongen door atmosferische klanken. Het is een track die met een beetje fantasie nog wel in het hokje ambient past, maar het is ook een track die makkelijk kan worden uitgebouwd richting dreampop. 

Dat is precies wat Warren Hildebrand doet in de track die volgt. De wat tegendraadse elektronica waar de openingstrack mee begon is vervangen door dromerige gitaarlijnen, die vervolgens gezelschap krijgen van nog dromerigere zang. Het sluit opeens aan bij de dreampop uit een tijd waarin de Canadese muzikant nog niet eens geboren was, maar Warren Hildebrand doet nadrukkelijk zijn eigen ding met de invloeden uit de dreampop. 

Foxes In Fiction maakt opeens popsongs met een kop en een staart, maar het zijn popsongs waarin de ambient achtige soundscapes naadloos worden opgenomen, wat het dromerige en zweverige effect van de muziek van Foxes In Fiction verder versterkt. 

Het is niet alleen maar wegdromen bij de muziek op Trillium Killer, want in iedere track schiet de instrumentatie ook wel een keer een kant op die je niet verwacht, bijvoorbeeld door bijzonder klinkende elektronica toe te voegen of door de strijkers flink te laten aanzwellen. Trillium Killer is over het algemeen genomen echter een behoorlijk toegankelijk album met popsongs die invloeden uit de 90s dreampop en de 80s elektronische pop combineren met invloeden uit de ambient en invloeden uit de ongrijpbare popmuziek van een band als Sigur Rós of de onderkoelde songs van Grouper. 

Het is knap hoe Warren Hildebrand eenvoudige en intieme momenten om kan laten slaan in een kakafonie van geluid of hoe aardse klanken binnen een paar noten kunnen wegdrijven richting weidse en surrealistische landschappen. In instrumentaal opzicht gebeurt er van alles op het album dat moeiteloos schakelt tussen lome en bedwelmende klanken en een enorme experimenteerdrift, maar ook in vocaal opzicht is Trillium Killer een spannende plaat. 

Zeker in de wat zoetere songs op het album treedt Warren Hildebrand zo in de voetsporen van Prefab Sprout, maar veel van de vocalen op het album zijn flink elektronisch bewerkt, wat de muziek van de Canadese muzikant een futuristisch karakter geeft. 

Foxes In Fiction moest het tot dusver vooral hebben van de bijzondere soundscapes, maar op Trillium Killer toont de inmiddels vanuit New York opererende Warren Hildebrand zich een begenadigd songwriter, die een aantal volstrekt tijdloze popliedjes uit de hoge hoed tovert. Het waren deze popliedjes die als eerste indruk op me maakten, maar inmiddels hebben ook de wat minder toegankelijke songs op het album me te pakken. 

Ik had een paar dagen geleden nog nooit van Foxes In Fiction gehoord, maar ben het oeuvre van de band nu aan het uitpluizen. Vooralsnog steekt Trillium Killer er wat mij betreft met kop en schouders bovenuit. Erwin Zijleman

De muziek van Foxes In Fiction is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://foxesinfiction.bandcamp.com/album/trillium-killer-2.

   

zaterdag 19 oktober 2019

The Lasses - Undone

Het Amsterdamse folkduo The Lasses verrast op haar nieuwe album met prachtig gezongen, maar ook bijzonder fraai klinkende folksongs van hoog niveau
Na drie in bescheiden kring opgepikte albums willen The Lasses dit keer meer en dat verdienen ze ook. Voor het eerst namen Sophie Janna en Margot Merah een producer in de arm en dat voorziet de muziek van het tweetal net van dat beetje extra dat nodig is om op te vallen. De bijzonder smaakvolle instrumentatie op Undone past prachtig bij de al even mooie stemmen van de Amsterdamse zangeressen, die goed uit de voeten kunnen met folk traditionals, maar ook eigen songs en songs van anderen op overtuigende wijze naar een hoger plan tillen. Een echte folkie ben ik niet, maar dit werkelijk wonderschone folkalbum wil ik echt niet missen.


Het Amsterdamse duo The Lasses timmert inmiddels al een aantal jaren aan de weg. De naam van het tweetal ben ik al vaker tegen gekomen, maar ik had tot voor kort nog nooit goed geluisterd naar de muziek van Sophie Janna (aka Sophie ter Schure) en Margot Merah (aka Margot Limburg). Een tijdje geleden kreeg ik het nieuwe album van het Nederlandse folkduo in handen en dat is een bijzonder mooi album geworden. 

The Lasses hadden tot dusver geen behoefte aan een producer, maar het dankzij een crowdfunding actie gerealiseerde Undone werd geproduceerd door muzikant en producer Janos Koolen. Het is een verstandig besluit geweest om dit keer te werken met een producer. Undone is nog altijd een behoorlijk sober folkalbum, maar de subtiele accenten die zijn aangebracht in de instrumentatie en in de productie tillen Undone wat mij betreft boven het maaiveld uit. 

The Lasses laten zich vooral inspireren door folk-traditionals uit de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Ierland en dat is waarschijnlijk ook de reden dat ik tot dusver niet was toegekomen aan de muziek van The Lasses. Ik hou normaal gesproken niet zo van hele traditionele folk, maar de traditionele folk die Sophie Janna en Margot Merah maken op Undone strijkt bij mij niet tegen de haren in. Integendeel. The Lasses betoveren op Undone met de ene na de andere prachtige folksong. 

Undone werd opgenomen met slechts één microfoon, wat het album voorziet van een intieme sfeer. In de muziek van The Lasses draait alles om de prachtig bij elkaar kleurende stemmen van Sophie Janna en Margot Merah, die elkaar keer op keer prachtig weten te versterken waarna de subtiele instrumentatie de songs verder inkleurt. Het album bevat naast een aantal traditionals ook een aantal eigen songs en songs van onder andere Natalie Merchant en Sandy Denny. 

Undone opent met alleen de stemmen van de twee Amsterdamse zangeressen, maar de meeste tracks op het album zijn subtiel, maar bijzonder fraai ingekleurd. The Lasses houdt hierbij vast aan de kaders van de traditionele folk, maar de aangebrachte versiersels van onder andere viool, piano, blazers, mandoline, dobro en elektrische gitaar geven de songs van het tweetal een net wat moderner geluid. 

Het is knap hoe Sophie Janna en Margot Merah samen met hun producer en medemuzikanten steeds weer net wat andere accenten weten te leggen, wat van Undone een gevarieerd album maakt. Als geen heel groot liefhebber van traditionele folk, smelt ik het lastigst voor de traditionals op het album, al moet gezegd worden dat het Amsterdamse duo er in vocaal opzicht steeds weer iets bijzonders van maakt. 

Tegenover de traditionals staan wonderschone versies van onder andere Motherland van Natalie Merchant en Who Knows Where The Time Goes van Sandy Denny, maar ook de voor mij minder bekende songs en de songs van Sophie Janna en Margot Merah zelf mogen er wat mij betreft zijn. Ik ben wanneer het gaat om traditionele folk wat selectiever dan met andere stromingen binnen de rootsmuziek, maar naar Undone van The Lasses ga ik nog heel vaak luisteren. 

Het duo uit Amsterdam wist met haar eerste drie albums een bescheiden publiek aan zich te binden en hoopt dit keer op meer. Dat meer zit er wat mij betreft zeker in. Undone van The Lasses is verplichte kost voor liefhebbers van traditionele folk, maar ook liefhebbers van wat minder traditionele of andersoortige rootsmuziek kunnen met het fraaie nieuwe album van The Lasses uitstekend uit de voeten. Erwin Zijleman

De muziek van The Lasses is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van het duo: https://thelasses.bandcamp.com.

   



vrijdag 18 oktober 2019

Will Johnson - Wire Mountain

Van de stapel .....
Iedere week verschijnen stapels nieuwe albums. Ook na een strenge selectie is het veel meer dan ik kan plaatsen op deze BLOG, waardoor iedere week albums op de stapel terecht komen. Helaas komen deze albums hier over het algemeen niet meer af. Om de echte parels een tweede kans te geven, besteed ik vanaf nu op iedere vrijdag aandacht aan een album van de stapel dat echt veel te mooi is om te laten liggen.
Deze week.... Wire Mountain van de helaas wat vergeten Texaanse muzikant Will Johnson.

Will Johnson trekt niet meer de aandacht die hij een jaar of twintig geleden trok, maar zijn nieuwe soloalbum verdient echt alle aandacht
Ik was Will Johnson eerlijk gezegd helemaal uit het oog verloren, maar sinds Wire Mountain hier uit de speakers komt is mijn liefde voor de muziek van de Texaanse muzikant weer helemaal terug. Wire Mountain is een zich langzaam voortslepend en donker album. De gitaren op het album klinken vaak rauw, maar er is ook ruimte voor meer akoestische passages. Het past allemaal prachtig bij de doorleefde stem van Will Johnson en bij de melancholische sfeer van het album. Will Johnson leverde in de jaren 90 en 00 meerdere klassiekers af, maar met Wire Mountain laat hij horen dat hij het nog steeds kan.


Will Johnson stond twee decennia lang in het middelpunt van de belangstelling met bands als Centro-Matic, South San Gabriel en Foxymorons en ook een aantal uitstekende soloalbums van de singer-songwriter uit Texas konden rekenen op veel aandacht en uitstekende kritieken. 

Het afgelopen decennium is aandacht voor de muziek van Will Johnson om onduidelijke redenen veel minder vanzelfsprekend, waardoor hij wat uit beeld is geraakt. Ik had zelf eerlijk gezegd ook al een tijdje niet meer gelet op de muziek van Will Johnson, tot zijn nieuwe soloalbum een aantal weken geleden opdook in het lijstje met nieuwe releases. 

Het nieuwe album van de muzikant die zijn geboorteplaats Denton inmiddels heeft verruild voor het eveneens Texaanse en wat mondainere Austin, lag een tijdje op de stapel, maar toen ik eenmaal een paar tracks van Wire Mountain had gehoord, was ik snel overtuigd van het nieuwe soloalbum van Will Johnson. 

Wire Mountain opent met vrij stevig aangezette gitaarakkoorden en bijpassende drums, maar als Will Johnson gaat zingen klinkt het toch vrij ingetogen. De Texaanse muzikant zocht altijd al naar de balans tussen wat stevigere rockmuziek en ingetogen rootsmuziek en doet dat ook op zijn nieuwe soloalbum. Will Johnson is daarom zeker niet de typische singer-songwriter binnen de Amerikaanse rootsmuziek, maar ook Wire Mountain is een album dat zeker aandacht verdient van liefhebbers van het genre, terwijl ook liefhebbers van een wat steviger geluid het album zullen kunnen waarderen. 

De muziek van Will Johnson viel altijd op door de intensiteit en intimiteit van deze muziek en ook Wire Mountain doet dat. Het album klinkt donker en vaak dreigend, wat de impact van de muziek versterkt. Een aantal songs op het album zijn wat steviger aangezet, wat het donkere karakter van de muziek van Will Johnson verder versterkt, maar ook wanneer de instrumentatie uiterst sober is worden de songs op het album gedomineerd door melancholie. 

Veel songs op Wire Mountain slepen zich langzaam voort, waarbij het opvalt hoe trefzeker de zang van Will Johnson is. Ik was altijd al een liefhebbers van zijn zang, maar op Wire Mountain hebben de gevoelige vocalen nog wat aan diepgang en doorleving gewonnen. 

Wire Mountain is een album dat zich stevig opdringt en het is een album dat alle aandacht opeist. Dat is maar goed ook, want Will Johnson en zijn medemuzikanten hebben veel mooie accenten verstopt in de instrumentatie op het album. Zeker wanneer de gitaren los mogen gaan in bijna Crazy Horse achtig gitaarwerk, maakt Wire Mountain veel indruk, maar ook de accenten in de bijna verstilde akoestische passages op het album, vaak afkomstig van de minimalistische folkband Little Marzarn, zijn van een bijzondere schoonheid. 

Hoewel het tempo vrijwel continu laag ligt is en de sfeer steeds donker en dreigend is, is Wire Mountain een veelzijdig album, al zit de veelzijdigheid wel in de nuance. Ik was vrijwel onmiddellijk overtuigd van de kwaliteiten van het nieuwe album van Will Johnson, maar de meeste songs op het album winnen door de subtiele instrumentatie nog lang aan kracht. De afgelopen jaren heb ik niet geluisterd naar zijn muziek, maar dat Will Johnson het nog steeds kan is duidelijk. Het levert een fraai album op dat veel meer aandacht verdient dan het tot dusver heeft gekregen. Erwin Zijleman

De muziek van Will Johnson is ook verkrijgbaar via zijn bandcamp pagina: https://willjohnson.bandcamp.com/album/wire-mountain-2.

   




Boek: Taylor Jenkins Reid - Daisy Jones & The Six

Het verhaal van Daisy Jones en haar gloriejaren in de muziek lees je in één adem uit
Ik besteed niet vaak aandacht aan muziekboeken op deze BLOG, maar na de veelgelezen recensie van de roman van Leo Blokhuis, mag het verhaal van Daisy Jones & The Six niet ontbreken. Het boek is geschreven in dialoogvorm, waardoor je er even in moet komen, maar als je eenmaal een beeld hebt gevormd bij de verschillende hoofdpersonen leest het als een trein. Hoewel het een fictief verhaal is, geeft het boek van Taylor Jenkins Reid waarschijnlijk een aardig beeld van het muzikantenbestaan in de jaren 70 en hebben met name de gloriejaren van Fleetwood Mac model gestaan voor het leven van Daisy Jones en haar medemuzikanten. Ik heb het in één keer uitgelezen.


Ik ben over het algemeen geen liefhebber van romans in dialoogvorm. Ik mis het grotere verhaal en raak de draad over het algemeen snel kwijt. Mede hierom heb ik het in de Verenigde Staten eerder dit jaar uitgebreid bejubelde Daisy Jones & The Six van Taylor Jenkins Reid aan me voorbij laten gaan. 

Onlangs verscheen de in het Nederlands vertaalde versie van de zo succesvolle roman en ben ik er toch aan begonnen. Ik durf nog steeds te beweren dat ik geen liefhebber ben van romans in dialoogvorm, maar Daisy Jones & The Six heb ik in één keer uitgelezen. 

De roman van Taylor Jenkins Reid vertelt het verhaal van een eigenzinnige zangeres, Daisy Jones, die alles mee heeft in het leven, maar ook kampt met de nodige verslavingen. Haar carrière komt daarom maar moeizaam van de grond, tot ze aansluiting vindt bij de rockband The Six, die dan, het verhaal speelt overigens in de jaren 70, net is doorgebroken naar een breed publiek. 

Een duet van Daisy Jones met The Six zanger Billy Dunne pakt zo goed uit dat Daisy Jones langzaam maar zeker deel uit gaat maken van de band. Wanneer de band vervolgens haar meesterwerk opneemt, blijkt dat niet vanzelf te gaan. De frontman van The Six wil zijn plekje in de spotlights niet zomaar delen met de aangewaaide zangeres, terwijl de ander bandleden steeds meer ervaren dat alles draait om Billy Dunne en Daisy Jones en om commercieel succes en niet om de rock ’n roll die ze ooit hebben omarmd. Tijdens een succesvolle wereldtournee barst uiteindelijk de bom. 

Het verhaal van Daisy Jones & The Six wordt verteld via korte citaten van alle hoofdrolspelers, die worden geïnterviewd door de auteur. Dat is in het begin even wennen, maar uiteindelijk loopt het verhaal vloeiend en wordt het verrijkt door de soms verschillende of zelfs tegenstrijdige visies van de verschillende hoofdpersonen. Grappig is ook de blik van een outsider, die wordt geleverd door de vrouw van Billy Dunne, die thuis met de kinderen zit en maar moet hopen dat haar man niet valt voor de vele verleidingen van het rock ’n roll bestaan, inclusief de vele charmes van Daisy Jones. 

De hierboven geschetste verhaallijn wordt aangevuld met allerlei zijuitstapjes. Billy Dunne heeft meerdere verslavingen achter zich gelaten en kiest voor zijn gezin, Daisy Jones duikt juist steeds dieper in haar verslavingen en is hopeloos op zoek naar liefde, die ze ondanks de sterke chemie niet vindt bij Billy Dunne. De andere bandleden twijfelen over een toekomst in de rock ’n roll of bijten zich hier juist in vast. 

Met name de passages over het opnemen van de zwanenzang van de band en de hierop volgende tour leggen van alles bloot. Onderlinge spanningen, tegenstrijdige wensen, de rol van producers, de rol van platenmaatschappijen en managers en vooral heel veel persoonlijke twijfels. Het maakt van Daisy Jones & The Six een boeiende roman met heel veel lagen. Aangenaam als niet al te complex leesvoer en interessant voor een ieder die van muziek houdt. 

Grappig detail is dat het personage van Daisy Jones is geïnspireerd door het leven van een jonge Stevie Nicks. Rumours van Fleetwood Mac, dat te maken kreeg met zo ongeveer alles dat in dit fictieve verhaal voorbij komt, laat zich daarom opvallend goed beluisteren als soundtrack bij dit terecht zo geprezen boek, dat binnenkort de basis vormt voor een tv-serie. Erwin Zijleman


donderdag 17 oktober 2019

La Féline - Vie Future

La Féline maakt een bijzonder en intiem klinkend album dat steeds meer aan schoonheid, avontuur en bezweringskracht wint
Vie Future is mijn eerste kennismaking met de muziek van La Féline en het is een kennismaking die diepe indruk heeft gemaakt. Het alter ego van Agnès Gayraud heeft een zich langzaam voortslepend album gemaakt dat wordt gedragen door bijzondere elektronische klanken en fluisterzachte vocalen. Het lijkt een sober en atmosferisch klinkend album, maar ondertussen gebeurt er van alles in de muziek van La Féline en duiken steeds weer accenten van een bijzondere schoonheid op. Ik ben niet vies van de lichtvoetige popmuziek die normaal gesproken uit Frankrijk komt, maar dit intense en avontuurlijke album is toch een paar klassen beter.


Ondanks mijn matige beheersing van de Franse taal heb ik al heel wat jaren een zwak voor Franse popmuziek en voor muziek van Franse zangeressen in het bijzonder. 

Dit jaar is de spoeling vooralsnog dun. Lou Doillon leverde een prachtalbum af maar zingt in het Engels, L’Épée maakt muziek die nauwelijks aansluit bij de tradities van de Franse popmuziek en hetzelfde geldt voor de muziek van de in Frankrijk geboren Claude Fontaine, die op haar uitstekende debuut vooral aan de haal ging met reggae en bossanova. 

Mijn favoriete Franse zangeressen en hun soortgenoten laten het dit jaar kennelijk afweten, maar gelukkig is La Féline er nog. Ik moet eerlijk toegeven dat ik de vorige twee albums van het alter ego van de Française Agnès Gayraud niet of nauwelijks ken, maar haar nieuwe album Vie Future is van een bijzondere schoonheid. 

Agnès Gayraud is niet alleen muzikant, maar ook schrijver en filosoof. Haar filosofische interesses werden geprikkeld toen haar stiefvader stervende was en ze zelf op het punt stond om een kind te baren. Vie Future is een album over de relatie tussen geboorte en de dood of over ons bestaan in meer algemene zin. 

Dat is geen licht thema en ook in muzikaal opzicht is Vie Future geen makkelijk album. Samen met producer Xavier Thiry heeft La Féline gekozen voor een zich langzaam voortslepend en opvallend ruimtelijk, of zelfs kosmisch, geluid. Het is een geluid dat subtiel is ingekleurd met elektronica en incidenteel strijkers. 

Het is een geluid dat voor een belangrijk deel sferisch is, maar bijzondere accenten geven het geluid van La Féline iets eigenzinnigs en mysterieus. Het past prachtig bij de fluisterzachte stem van Agnès Gayraud, die zeker niet het zoveelste zuchtmeisje is, maar absoluut iets verleidelijks of dromerigs toevoegt aan de songs op Vie Future. 

Het nieuwe album van La Féline is wonderschoon, sprookjesachtig en rustgevend, tot je door hebt hoeveel er gebeurt op het album en hoe knap het allemaal in elkaar steekt. Het is muziek die zich niet makkelijk laat vergelijken met de muziek van anderen, wat wel blijkt uit het feit dat ik iedere poging die ik tegen kwam geen moment treffend vond. Vie Future sluit zeker aan bij de tradities van de Franse popmuziek, maar klinkt ook anders. 

La Féline verbindt zachte en bijna lieflijke popliedjes met flink wat avontuur. Zeker wanneer de details in de instrumentatie uiterst subtiel zijn en de zang van Agnès Gayraud fluisterzacht, is Vie Future een album dat je naar binnen zuigt en het bijzondere muzikale universum van de singer-songwriter uit Parijs in trekt. Het is een muzikaal universum waarin van alles gebeurt en dat geen grenzen kent. Wanneer voorzichtige ritmes veranderen in opzwepende ritmes sluipen invloeden uit de wereldmuziek of de synthpop het album in en zo gebeurt er in iedere track wel iets dat je niet verwacht. 

Agnès Gayraud knutselde Vie Future in elkaar met haar gitaar, wat pedalen en een iPad, wat haar songs voorziet van een intiem en aards karakter. Het contrasteert prachtig met het rijke kosmische elektronische klankentapijt op het album. De oogst in Frankrijk mag dit jaar misschien tegenvallen wanneer het gaat om interessante popmuziek, maar het nieuwe album van La Féline is er een om te koesteren. Erwin Zijleman

De muziek van La Féline is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://lafeline.bandcamp.com/album/vie-future, waar het vinyl helaas al is uitverkocht.


   




woensdag 16 oktober 2019

Rocketship - Thanks To You

Rocketship is bekend als cultband uit de jaren 90 maar keert nu terug met een vat vol tegenstrijdigheden en een schatkist vol moois en bijzonders
De Amerikaanse band Rocketship was in 1996 de tijd ver vooruit. Rocketship had een shoegaze en dreampop klassieker kunnen maken, maar sleepte er zoveel bij dat er niet veel meer in zat dan een cultplaat. De band bracht in eigen beheer al wat meer muziek uit, maar keert nu officieel terug met het bijzonder fraaie Thanks To You. De band uit Portland, Oregon, verwerkt op haar nieuwe album zoveel invloeden dat het je soms duizelt, maar levert ondertussen ook het ene na het andere memorabele popliedje af. Rocketship laat zich nog steeds niet in een hokje duwen, maar levert een album af dat flink wat muziekliefhebbers aan moet kunnen spreken.


De Amerikaanse band Rocketship werd al aan het begin van de jaren 90 opgericht door singer-songwriter en gitarist Dustin Reske. De muzikant uit Sacramento, California, verzamelde een aantal muzikanten om zich heen en begon met het opnemen van het debuut van zijn band. 

Dit debuut verscheen uiteindelijk in 1996 en groeide uit tot een cultklassieker. A Certain Smile, A Certain Sadness verraste en verbaasde met een mix van shoegaze, dreampop, noisepop, indiepop, 60s pop en nog veel meer. A Certain Smile, A Certain Sadness was een album dat had moeten worden omarmd binnen de shoegaze en dreampop revival van dat moment en in brede kring hierbuiten, maar hiervoor was het debuut van Rocketship kennelijk toch te atypisch. 

De band viel door een gebrek aan aandacht al snel uit elkaar en ook Dustin Reske verdween uit beeld, tot hij eerder dit decennium weer muziek begon te maken, die hij in eigen beheer via bandcamp uitbracht, wat nog twee albums en een verzamelaar met restmateriaal opleverde. Drieëntwintig jaar na het zo bijzondere maar helaas grotendeels genegeerde debuut, keert Rocketship terug met een tweede officieel uitgebracht album, Thanks To You. 

Op Thanks To You werkt Dustin Reske samen met zangeres Ellen Osborn en gaat hij in grote lijnen verder waar hij in 1996 ophield. Under Streetlights Shadows, de openingstrack van het album, sluit naadloos aan op de hoogtijdagen van de shoegaze en met name de dreampop, maar een ieder die denkt dat Rocketship zich definitief heeft bekeerd tot deze genres juicht te vroeg. 

Ook op Thanks To You blijkt de muziek van de inmiddels vanuit Portland, Oregon, opererende band ongrijpbaar en niet in een hokje te duwen. Rocketship maakt nog altijd muziek met een vleugje shoegaze en dreampop, maar betovert ook met suikerzoete indiepop, noisepop, psychedelica, postpunk, progrock, synthpop, Krautrock, funk, disco en nog veel meer. Thanks To You is hierdoor niet alleen een vat vol tegenstrijdigheden, maar ook een schatkist vol verrassingen. 

De band verleidt meedogenloos met suikerzoete melodieën, maar stelt het incasseringsvermogen van de luisteraar ook af en toe flink op de proef door van de hak op de tak te springen. Toegankelijke popliedjes worden versierd met tegendraadse elektronica of opeens stevig aangezette gitaren, wat een uniek geluid oplevert. Het is een geluid dat steeds weer net wat anders klinkt, maar het is vrijwel altijd een geluid dat zowel vermaakt als intrigeert. 

De hoge en heldere stem van Ellen Osborn past perfect bij de bijzondere instrumentatie die zich door van alles en nog wat laat beïnvloeden en ieder moment de bocht uit kan vliegen, maar ook de warmere stem van Dustin Reske zorgt hier en daar voor mooie momenten. 

Rocketship maakt het je op Thanks To You lang niet altijd makkelijk, maar op hetzelfde moment blijken veel songs op het album na enige gewenning onweerstaanbaar. Rocketship schiet op haar nieuwe album met de lichtsnelheid door genres en door de tijd en levert een album af dat steeds weer nieuwe dingen laat horen. “Psychedelic, sugary, blissed-out, orgasmic, pop music” noemt het label van de band het en dat is precies wat het is. In 1996 was de tijd nog niet rijp voor de unieke muziek van Rocketship, maar in 2019 moeten we hier toch raad mee weten. Ik in ieder geval wel. Erwin Zijleman

De muziek van Rocketship is ook verkrijgbaar via bandcamp (digitaal): https://rocketship.bandcamp.com/album/thanks-to-you, of via de website van het label van de band: https://darla.com/products/rocketship-thanks-to-you.

   

dinsdag 15 oktober 2019

Nona - Nona

Nona imponeert op haar titelloze debuut met een rauw en soulvol geluid dat steeds weer net wat anders klinkt
Nona is een jonge Nederlandse zangeres die imponeert met een verrassend sterk debuut. De vijver met jonge soulzangeressen is overvol, maar Nona zou ik er zeker uit vissen. De Brabantse zangeres beschikt over een heerlijke soulstem, die rauw en doorleefd, maar ook zwoel en gloedvol klinkt. Ze kan met deze stem uitstekend in de voeten in authentiek klinkende soul, maar draait haar hand niet om voor uitstapjes richting andere genres. In vocaal opzicht klinkt het allemaal geweldig, maar ook de band van Nona maakt indruk op dit titelloze debuut. Het levert een album op dat ook internationaal met de besten mee kan.


Ik had voor deze week eerlijk gezegd nog nooit van Nona gehoord, maar haar naam schijnt al een tijdje rond te zingen in de Nederlandse muziekwereld, waarbij de superlatieven niet van de lucht zijn. Dat is nog geen garantie voor een goed debuutalbum, maar het titelloze debuut van Nona heeft me enorm verrast. 

Nona werd 24 jaar geleden geboren in Brabant en had geen makkelijke jeugd. De jonge Nona vond zo ongeveer alles leuker dan naar school gaan en ontspoorde flink toen haar vader overleed in haar jonge puberjaren. Er volgde een periode van 12 ambachten en 13 ongelukken, maar uiteindelijk maakte Nona toch een opleiding af en stortte ze zich vol energie op haar grootste passie, de muziek. 

Nona maakt inmiddels al een aantal jaren muziek en is nu klaar voor het grote werk. Haar deze week verschenen titelloze debuut is een verrassend volwassen klinkend en verrassend veelzijdig album, dat in brede kring waardering zal oogsten. 

Direct in de openingstrack is duidelijk wat het sterkste wapen van Nona is. In deze openingstrack zal niemand de associatie met Amy Winehouse kunnen onderdrukken en dat blijft een lastige associatie. Amy Winehouse was tussen alle jonge soulzangeressen van de afgelopen decennia immers een klasse apart. Nona houdt zich echter prima staande en klinkt bijna net zo rauw en doorleefd als haar Britse voorbeeld. 

De rauwe en soulvolle strot is zeker niet het enige sterke wapen van Nona in de openingstrack van haar debuut. De zangeres uit Eindhoven heeft weliswaar niet The Dap Kings kunnen strikken als begeleidingsband, maar ook de Amerikaanse muzikanten die Nona vergezelden in de studio in New York weten hoe een goede soulplaat moet klinken. Het debuut van Nona klinkt lekker authentiek en zoals het hoort moddervet. 

In de tweede track van het album laat Nona horen dat ze een stuk veelzijdiger is dan de meest van haar soortgenoten. Het is een track die wel wat doet denken aan haar stadgenote Kovacs, die zich vorig jaar flink stuk beet op haar tweede album. Ook in deze tweede track laat de band een prima geluid horen met een heerlijke ritmesectie en subtiele gitaarlijnen. Het is een geluid dat zich als een warme deken om de geweldige stem van Nona heen slaat. 

Nona moet concurreren met tientallen jonge zangeressen met een liefde voor oude soul, maar na twee tracks is al duidelijk dat de Nederlandse zangeres beter is dan de meeste van haar soortgenoten. Dat hoor je goed in de derde track, waarin de instrumentatie jazzy, sober en stemmig is de stem van Nona overeind moet blijven tussen fraaie gitaarlijnen en wat strijkers. Het lukt Nona opvallend makkelijk. 

En zo heeft iedere track op het titelloze debuut weer iets anders te bieden. De ene keer rauw en soulvol, de volgende keer ingetogen en jazzy, dan weer gloedvol en poppy. Het zijn tracks die me meer dan eens aan Amy Winehouse doen denken, maar de vergelijking met de veel te jong overleden grootheid zit Nona nergens in de weg. Nona doet uiteindelijk haar eigen ding op haar debuut en maakt de hier en daar wel erg hoog opgelopen verwachtingen vrij makkelijk waar. 

Het debuut van Nona bevat 13 songs en gaat door de variatie niet snel vervelen. Niet alle songs op het album zijn even goed, maar Nona houdt op haar debuut een niveau vast dat niet veel debuterende zangeressen gegeven is. Omdat het album ook een flink aantal positieve uitschieters bevat, mag best worden gesproken van een in het genre belangrijk debuut dit jaar en dat geldt zowel nationaal als internationaal. Erwin Zijleman

   


maandag 14 oktober 2019

Carla dal Forno - Look Up Sharp

Carla dal Forno maakt bijzondere muziek vol invloeden die zowel minimalistisch als veelkleurig kan klinken en steeds weer nieuwe dingen laat horen
De Australische muzikante Carla dal Forno vermengt bijzondere elektronische klanken met diepe bassen en onderkoelde vocalen. Het levert bezwerende muziek op die je aangenaam naar dromenland brengt, maar die ook zoveel fraaie details bevat dat alle aandacht geboden is. Het is muziek vol invloeden, maar al deze invloeden zijn op organische wijze aan elkaar gesmeed tot een bijzonder geheel. Het levert een buitengewoon intrigerende maar ook wonderschone luistertrip op, die bij herhaalde beluistering steeds meer geheimen en steeds meer schoonheid prijs geeft.


Look Up Sharp is mijn eerste kennismaking met de muziek van Carla dal Forno en het is een zeer intrigerende kennismaking geworden. 

Carla dal Forno is een Australische singer-songwriter en multi-instrumentalist, die een jaar of drie geleden debuteerde met het goed ontvangen You Know What’s It Like en die hiervoor muziek maakte met de bands F ingers, Mole House en Tarcar. Het zegt me allemaal niets, maar ik ben zeer gecharmeerd met het tweede soloalbum van de muzikante uit Melbourne, die tegenwoordig Londen als thuisbasis heeft en hiervoor een tijdje vanuit Berlijn opereerde. 

Look Up Sharp opent met diepe bassen en drums die zo lijken weggelopen uit de postpunk, wat vervolgens fraai wordt gecombineerd met sfeervolle synths en de ijle vocalen van Carla dal Forno. Het uit meerdere lagen opgebouwde elektronische geluid zoekt een weg tussen ambient en elektronica, maar door de diepe bassen gaat het geluid op Look Up Sharp ook de kant van de darkwave of chillwave op. 

Carla dal Forno maakt muziek vol tegenstrijdigheden. De engelachtige en wat onderkoelde vocalen en de atmosferische synths geven de muziek van de Australische muzikante iets rustgevends, maar de meer tegendraadse elektronica en de stuwende bassen staan hier weer lijnrecht tegenover. De muziek van Carla dal Forno is lief en dromerig, maar net zo makkelijk avontuurlijk en tegendraads. 

Het is muziek die de aandacht ook makkelijk vast houdt wanneer de vocalen achterwege worden gelaten, maar gelukkig is meer dan helft van de songs op Look Up Sharp voorzien van de mooie vocalen van de singer-songwriter uit Londen. 

De muziek van Carla dal Forno is muziek die je bij voorkeur met de koptelefoon moet beluisteren. De Australische muzikante heeft haar muziek voorzien van een buitengewoon knap en avontuurlijk klankentapijt. Het is een klankentapijt dat uit meerdere lagen bestaat en dat naast invloeden uit de postpunk, ambient en elektronica ook invloeden uit de dub, de tri-hop en de folk bevat. Look Up Sharp is een op zeer subtiele en hier en daar zelfs bijna minimalistische wijze ingekleurd, maar ondanks de spaarzame klanken gebeurt er van alles op het albums. 

De songs, die zich in de meeste gevallen langzaam voortslepen, worden gedragen door de mooie en heldere stem van Carla dal Forno, die weer wordt opgetild door alle subtiele accenten in de instrumentatie. Het maakt van Look Up Sharp een album dat aan de ene kant uiterst geschikt is voor wegdromen, maar waarvan aan de andere kant geen noot mag ontsnappen. 

Ik heb inmiddels ook naar de andere muziek van Carla dal Forno geluisterd, maar heb zelf een voorkeur voor de subtiele klanken op haar nieuwe album. Carla dal Forno vermengt op haar tweede soloalbum invloeden die wel vaker worden gecombineerd, maar Look Up Sharp klinkt toch anders dan de vergelijkbare albums die ik ken en is in het aanbod van deze week een oase van rust en schoonheid. 

Heel af en toe doet het me qua eenvoud en trefzekerheid en door de fraaie basloopjes denken aan de klassieker (en debuut en zwanenzang) die Young Marble Giants in 1980 afleverde (Colossal Youth), maar Look Up Sharp heeft toch vooral een eigen geluid, met hier en daar ook een vleugje Nico en een snufje van een David Lynch soundtrack. Het levert een even fascinerende als rustgevende luistertrip op die iedere keer weer nieuwe dingen laat horen en steeds meer betovert. Erwin Zijleman

De muziek van Carla dal Forno is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://carladalforno.bandcamp.com/album/look-up-sharp.


   




zondag 13 oktober 2019

Big Thief - Two Hands

Na het prachtig dromerige U.F.O.F. levert Big Thief met het stekelige, aardse en intieme Two Hands haar tweede en misschien nog wel indrukwekkendere jaarlijstjesplaat van 2019 af 
Big Thief dook drie jaar geleden op met het geweldige Masterpiece, dat ik goed genoeg vond voor mijn jaarlijstje. Opvolger Capacity was niets minder en ook het vorig jaar verschenen soloalbum van Adrienne Lenker was uitstekend. Dit jaar zet de band uit Brooklyn, New York, echter reuzenstappen. Eerder dit jaar was er het dromerige en wonderschone U.F.O.F. en nu is er het vrijwel direct erna opgenomen Two Hands. Het is een totaal ander album geworden. Two Hands is sober, intiem, broeierig en ruw, maar is net als zijn voorganger van een unieke schoonheid. Het is een album dat je meesleept in de bijzondere wereld van Big Thief, waarna je Two Hands voorgoed wilt koesteren.

Big Thief leverde maar net iets meer dan vijf maanden geleden met U.F.O.F. een album af dat het waarschijnlijk heel goed gaat doen in de jaarlijstjes. En terecht. Het is kennelijk niet voldoende voor de band uit Brooklyn, New York, want deze week verscheen een gloednieuw Big Thief album. 

Two Hands is zeker geen verzameling restjes van de U.F.O.F. sessies. De band verruilde vrijwel meteen na het voltooien van U.F.O.F. de studio in de indrukwekkende bossen van Washington State in de buurt van Seattle voor een studio in de woestijn bij El Paso, Texas. Samen met technicus Dom Monks en producer Andrew Sarlo, die ook achter de knoppen zaten bij de opnames van U.F.O.F., werd het tweede album van het jaar in korte tijd en vrijwel in één take opgenomen. 

Big Thief noemt U.F.O.F. zelf haar hemelse album en Two Hands de aardse tegenhanger. Two Hands klinkt inderdaad flink aardser dan de terecht zo bewierookte en heerlijk dromerige voorganger, maar ook de aardse variant van Big Thief steekt in een geweldige vorm. Je hoort goed dat Two Hands werd opgenomen in een intieme setting en dat de songs op de plaat live werden ingespeeld. De rol van producer Andrew Sarlo is kleiner dan op U.F.O.F., al is hij er wel in geslaagd om de intieme songs op Two Hands prachtig ruw te vangen. 

Ook de omgeving heeft invloed gehad op het geluid op het album. Het in de Texaanse woestijn opgenomen album klinkt loom, sober en broeierig, maar af en toe ook flink ruw. Je voelt de zinderende hitte van de Texaanse woestijn hier en daar, maar ziet ook bijna de mooie sterrenhemel die de band in de kleine uren heeft kunnen bewonderen. Het nieuwe album van Big Thief bevat tien fonkelende sterren en de een is nog mooier dan de ander. 

Two Hands bevat een aantal wat stevigere songs, waarin de gitaren heerlijk gruizig mogen klinken, maar de meeste songs op het album zijn behoorlijk ingetogen. Two Hands is een flink andere plaat dan zijn voorganger, maar ik vind het zeker niet minder goed. Op haar nieuwe album verwerkt Big Thief meer invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en dat gaat de band goed af.

De instrumentatie op het nieuwe album van Big Thief klinkt stekelig en direct, met incidenteel wat stevigere gitaaruithalen, maar ook wonderschone gitaarloopjes of fraai ondersteunend akoestisch gitaarwerk. Het gitaarwerk staat centraal op het nieuwe album van Big Thief, maar ook het inventieve drumwerk trekt in de wat stevigere songs nadrukkelijk de aandacht. 

De trefzekere instrumentatie krijgt vervolgens nog wat meer glans door de bijzondere en inmiddels zeer herkenbare zang van frontvrouw Adrianne Lenker. Adrianne Lenker zingt op het eerste gehoor vaak wat onvast, maar haar zang voorziet de songs van Big Thief ook van een bijzondere intimiteit en schoonheid. Zeker de wat rauwere tracks, met hier en daar een echo naar Neil Young & The Crazy Horse overtuigen bijzonder makkelijk, maar ook de wat meer ingetogen songs op het album winnen snel aan kracht en laten je vervolgens niet meer los. 

Big Thief presteert momenteel op de toppen van haar kunnen en is de status van cultband dit jaar definitief ontgroeid. Waar we in 2016 en 2017 genoegen moesten nemen met één jaarlijstjesplaat en het in 2018 moesten doen zonder nieuwe muziek van Big Thief (al was er natuurlijk wel de ingetogen soloplaat van Adrienne Lenker), levert de band uit New York in 2019 twee albums af die niet misstaan in de jaarlijstjes (iets dat in de jaren 60 en 70 wel vaker voorkwam, maar nu ongekend is). Ik kan echt niet kiezen tussen U.F.O.F. en Two Hands, maar dat hoeft dat ook niet. Wat een prachtalbum(s) van deze bijzondere band. Erwin Zijleman

De digitale versie van Two Hands is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van Big Thief: https://bigthief.bandcamp.com/album/two-hands-3.


   





zaterdag 12 oktober 2019

Elbow - Giants Of All Sizes

Elbow levert een album af dat voortborduurt op haar inmiddels bekende geluid, maar dat ook stappen zet, waardoor Giants Of All Sizes meer indruk maakt dan zijn directe voorgangers
Elbow grossierde de afgelopen twee decennia in prachtige albums, maar de verrassing was er de laatste jaren wel wat af. Giants Of All Sizes is net wat avontuurlijker dan zijn directe voorgangers en is bovendien wat donkerder. Hier en daar duiken wat ruwere accenten op in de stemmige muziek van de Britse band, maar ook invloeden uit de progrock krijgen zo nu en dan alle ruimte. Giants Of All Sizes is met 39 minuten het kortste Elbow album, maar het is wel een album dat je 39 minuten op het puntje van je stoel houdt. Het niveau van The Seldom Seen Kid was de afgelopen jaren onbereikbaar, maar Giants Of All Sizes komt zeker in de buurt.


Bij beluistering van de albums van de Britse band Elbow moest ik altijd al denken aan de zeer memorabele albums die Peter Gabriel aan het eind van de jaren 70 en het begin van de jaren 80 maakte, met het in 1980 uitgebrachte Peter Gabriel (3) voor mij als onbetwist hoogtepunt. 

Giants Of All Sizes, het nieuwe album van Elbow, opent met een track die niet op het album van Peter Gabriel zou hebben misstaan. Bijzondere ritmes, afwisselend atmosferische en dominant aanwezige synths, hier en daar een gitaaruithaal en natuurlijk de stem van Elbow voorman Guy Garvey, die Peter Gabriel nog nooit zo dicht benaderde. Het is een bijna naadloos vervolg op het bijna 40 jaar oude album van Peter Gabriel, maar het is ook onmiskenbaar Elbow. 

De band uit Manchester dook aan het eind van de jaren 90 nog wat voorzichtig op, maar bracht vervolgens de ene na de andere prachtplaat uit. The Seldom Seen Kid uit 2008 hoort wat mij betreft bij de mooiste albums van het huidige millennium, maar ook de albums die Elbow hierna uitbracht mochten er zijn. Enig kritiekpunt was wat mij betreft dat Elbow zich de afgelopen tien jaar nauwelijks meer vernieuwde, maar wat maakt dat uit wanneer geweldige albums als Build A Rocket Boys! (2011), The Take Off And Landing Of Everything (2014) en Little Fictions (2017) worden afgeleverd. 

Het zijn albums die worden overtroffen door Giants Of All Sizes, want op het nieuwe album van Elbow vernieuwt de band zich wel. Het begint met het stuwende Dexter & Sinistir, dat zoals gezegd begint bij de muziek van Peter Gabriel uit de vroege jaren 80, maar dat in ruim 6 minuten meerdere kanten op schiet en eindigt bij de progrock die Peter Gabriel in 1980 zo verafschuwde. Giants Of All Sizes vervolgt met een track die minder ver is verwijderd van het Elbow geluid van de afgelopen jaren, maar het klinkt net wat spannender. Guy Garvey zingt soepeler, de instrumentatie is spannender en de ritmes zijn avontuurlijker. 

Giants Of All Sizes is over de hele linie avontuurlijker en zeker ook dynamischer dan zijn voorgangers. Elbow heeft nog altijd een voorkeur voor lome en stemmige tracks, maar de accenten in de sfeervolle instrumentatie zijn scherper en gedurfder. De ene keer is het gitaarwerk opeens wat steviger dan we van de band gewend zijn, de andere keer mogen de synths ontsporen of experimenteert Elbow met voorzichtige beats. Aan de andere kant zijn er de vele flirts met progrock, waardoor de invloeden van Peter Gabriel zich dit keer niet beperken tot zijn solowerk, maar ook zijn werk als voorman van Genesis wordt meegenomen. 

Er gebeurt veel meer in de songs van Elbow en het is daarom misschien maar goed dat de band voor de afwisseling eens geen album van ruim 50 minuten heeft afgeleverd, maar het na nog geen 40 minuten goed vindt. Het zijn veertig minuten van een bijzonder hoog niveau. 

Elbow houdt op Giants Of All Sizes vast aan het inmiddels bekende geluid van de band, maar zet ook nieuwe stappen. Elbow klinkt in een aantal songs net wat rauwer dan in het verleden en kiest ook voor een net wat donkerder geluid, wat wordt versterkt door de teksten, die hier en daar zijn getekend door persoonlijke misère of ellende in de wereld in het algemeen en het Verenigd Koninkrijk in het bijzonder. 

Elbow kan nog altijd doorslaan richting bombast, zeker wanneer de strijkers aanzwellen, maar houdt haar muziek op Giants Of All Sizes ook prachtig klein. Elbow heeft de afgelopen jaren geen slecht album gemaakt, maar het nieuwe album van de band bevalt me net wat beter dan zijn directe voorgangers. Of Giants Of All Sizes ook de strijd met The Seldom Seen Kid aan kan zal de tijd moeten leren. Erwin Zijleman