vrijdag 22 januari 2021

Axel Flóvent - You Stay By The Sea

De piepjonge IJslandse muzikant Axel Flóvent levert een debuutalbum af dat steeds meer betovert met werkelijk prachtig ingekleurde songs en beeldende klanken vol fraaie details
De IJslandse muzikant Axel Flóvent baarde de afgelopen jaren al een aantal malen opzien met veelbelovende EP’s. Het is mij ontgaan en ook zijn debuutalbum You Stay By The Sea had ik bijna terzijde geschoven. Ik ben blij dat ik dat niet heb gedaan, want iedere keer als ik naar het debuut van Axel Flóvent luister vind ik het album weer wat mooier en indrukwekkender. De songs van de IJslandse muzikant variëren van zeer toegankelijk tot zweverig en bedwelmend en het zijn stuk voor songs die prachtig zijn ingekleurd. Van zijn stem moet je houden, maar zingen kan Axel Flóvent absoluut. Uiteindelijk valt alles op zijn plek en resteert een bijzonder fraai album.


Axel Flóvent is een piepjonge singer-songwriter uit Húsavík, een klein vissersdorp aan de IJslandse noordkust. Hij is inmiddels een jonge twintiger, maar in zijn tienerjaren bracht hij al een aantal EP’s uit, die stuk voor stuk goed werden ontvangen. You Stay By The Sea is het debuutalbum van de IJslandse muzikant en het is een debuutalbum dat me al een week lang intrigeert, zonder dat me duidelijk was of ik het album nu goed vond of niet. 

Voor beiden is wat te zeggen. In eerste instantie vond ik de songs op het album net wat te gepolijst en te braaf klinken, waardoor ik het album snel weer terzijde schoof. Bij de volgende beluistering werd ik juist zeer positief verrast door de werkelijk wonderschone klanken op het album. 

Het zijn klanken die absoluut IJslands klinken, maar ook een stuk minder zweverig zijn dan de meeste andere muziek die we kennen van het eiland. Het is een instrumentatie die niet alleen indruk maakt met ruimtelijke en beeldende klanken, maar het is ook zeer smaakvolle instrumentatie, waarin steeds weer andere mooie details opvallen. 

En dan is er ook nog de stem van de IJslandse muzikant, die ik minstens net zo vaak mooi als net wat te glad vind. Ik ben er zoals gezegd al een week mee in de weer, maar hoe vaker ik naar You Stay By The Sea van Axel Flóvent luister, hoe meer ik onder de indruk ben van het album.

De stem van de IJslandse muzikant, die hier en daar aan die van Coldplay’s Chris Martin doet deken, klinkt me steeds aangenamer in de oren, terwijl de songs voldoende buiten de lijntjes kleuren om te ontsnappen aan oordelen als te gepolijst en te braaf. 

De instrumentatie is sinds de eerste beluistering van het debuut van Axel Flóvent alleen maar mooier en indrukwekkender geworden. De IJslandse muzikant heeft zijn muziek zeker niet volgepropt, waardoor de songs op You Stay By The Sea ruimtelijk blijven klinken, maar ondertussen is het ook een instrumentatie vol wonderschone momenten, die het album al snel een flink stuk boven de middelmaat uit tillen. 

Het is absoluut muziek van deze tijd, maar zeker in de wat meer pop georiënteerde songs hoor ik hier en daar ook een vleugje popmuziek uit de jaren 80, wat weer fraai contrasteert met de bijna klassiek gearrangeerde songs en de songs waarin zweverige IJslandse klanken het toch even winnen. 

Zeker na de behoorlijk toegankelijke openingssongs laat Axel Flóvent al snel horen dat hij ook veel dieper kan graven en maakt hij indruk met songs die niet alleen goed zijn voor prachtige beelden op het netvlies, maar die ook alle aandacht vereisen om maar niets moois te missen, zeker als ook nog eens prachtig gearrangeerde blazers opduiken. 

Het is mij inmiddels duidelijk dat je niet te snel moet oordelen over het debuutalbum van Axel Flóvent en dat je zeker niet moet oordelen op basis van de eerste paar songs. In de 45 minuten die het album duurt wordt You Stay By The Sea inmiddels alleen maar mooier en indrukwekkender. 

De minpunten die me in eerste instantie wat in de weg zaten zijn inmiddels als sneeuw voor de zon verdwenen en de rek is er nog niet uit. Alle reden dus om Axel Flóvent te bestempelen als enorm talent voor de toekomst en You Stay B y The Sea uit te roepen tot een van de eerste memorabele debuutalbums van 2021. Erwin Zijleman


You Stay By The Sea van  Axel Flóvent is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

Matthew Sweet - Catspaw

Matthew Sweet maakte zijn beste albums in de eerste helft van de jaren 90, maar het deze week verschenen en wat stevigere Catspaw laat horen dat de Amerikaanse muzikant het zeker niet verleerd is
Girlfriend van Matthew Sweet trek ik nog met enige regelmaat uit de kast, maar van de albums die de Amerikaanse muzikant in het huidige millennium maakte, ken ik er niet al te veel. Het deze week verschenen Catspaw bevalt me echter zeer. Matthew Sweet kiest op zijn vijftiende album voor een wat steviger geluid waaronder nog altijd prima popliedjes zijn verstopt. Hier en daar hoor je flarden van de Matthew Sweet uit het verleden, maar Catspaw klinkt over de hele linie toch vooral anders en dat siert de man. En net als op zijn albums van lang geleden schrijft hij nog altijd popliedjes die makkelijk verleiden en even makkelijk blijven hangen.


De naam Matthew Sweet wordt op deze BLOG nog wel een aantal keren genoemd, maar albums van de Amerikaanse muzikant waren tot vandaag niet te vinden op de krenten uit de pop. Dat is best gek, want ik heb de muzikant uit Lincoln, Nebraska, absoluut hoog zitten. 

Dat heeft Matthew Sweet wel te danken aan albums die hij in de eerste helft van de jaren 90 maakte, met Girlfriend uit 1991 en 100% Fun uit 1995 als uitschieters of in ieder geval mijn persoonlijke favorieten. 

Ik moet wel toegeven dat ik de albums van Matthew Sweet de afgelopen 15 jaar niet meer heel serieus heb gevolgd, buiten de drie albums met covers die hij opnam met Susanna Hoffs. Die albums deden het prima als "guilty pleasure", maar echt onderscheidend vond ik ze uiteindelijk niet. 

Omdat het aanbod deze eerste weken van het jaar nog betrekkelijk dun is, kon ik Matthew Sweet’s nieuwe album niet laten liggen. Ik ben ook blij dat het niet is blijven liggen, want Catspaw bevalt me wel. Matthew Sweet verruilde een paar jaar geleden Los Angeles voor zijn geboortegrond in Nebraska en dat heeft hem kennelijk goed gedaan. 

Iedereen die het vroege werk van de Amerikaanse muzikant kent, weet dat Matthew Sweet destijds het patent had op volstrekt onweerstaanbare popliedjes en dit patent blijkt nog niet verlopen. 

Catspaw is een stuk rauwer dan de albums die ik van Matthew Sweet ken en staat vol lekker stevige rocksongs. Het zijn gelukkig wel rocksongs waarin de muzikant uit Nebraska zijn gaven als songwriter uitvoerig etaleert. Ondanks het veel stevigere geluid zijn het nog altijd zonnige en opgewekte popliedjes die driftig strooien met memorabele melodieën en refreinen die direct in je hoofd blijven hangen. 

In muzikaal opzicht doet het me natuurlijk denken aan Matthew Sweet, maar ook aan bands als R.E.M. en Big Star, niet de minste bands. Wanneer de gitaren net wat langer mogen janken, hoor ik ook nog wat van Neil Young en Crazy Horse en ook dat zijn invloeden waar je mij niet over zult horen klagen. 

De songs op Catspaw zijn misschien niet allemaal de 24 karaat popsongs waar Matthew Sweet in zijn beste dagen mee strooide, maar de Amerikaanse muzikant houdt op zijn 15e album een heel behoorlijk niveau vast en weet te verrassen met het wat stevigere geluid. 

De oude Matthew Sweet is in muzikaal opzicht overigens niet helemaal verdwenen, want ook de songs op Catspaw worden hier en daar verrijkt met de heerlijke koortjes die we kennen van zijn oudere werk en ook de zonnestralen zijn op dit net wat donkerder klinkende album nooit ver weg. 

Omdat Catspaw ook in vocaal opzicht een prima album is, kan ik alleen maar concluderen dat Matthew Sweet een prima album heeft afgeleverd, waarop de muzikant een flink deel van de glorie van zijn oudere albums heeft hervonden. 

Het is een enorme verrassing, al werd die wel wat minder groot toen ik de albums die ik heb laten liggen nog even beluisterde, want ook die hebben zeker hun momenten. Catspaw vind ik vergeleken met de andere recente albums echter een stuk beter en is een album dat van de eerste tot de laatste noot Matthew Sweet waardig is. 

Ik zal niet de enige zijn die de muzikant uit Nebraska al had afgeschreven, maar dat blijkt na beluistering van het uitstekende Catspaw op zijn minst voorbarig. Erwin Zijleman


Catspaw van Matthew Sweer is verkrijgbaar via de Mania webshop:
LP (indie), 29,99 euro

donderdag 21 januari 2021

Suzanne Vallie - Love Lives Where Rules Die

De Amerikaanse singer-songwriter Suzanne Vallie heeft met Love Lives Where Rules Die een geweldig rootsalbum afgeleverd, dat zomaar kan uitgroeien tot een klassieker in het genre
De release van het debuutalbum van Suzanne Vallie is me vorig jaar ontgaan, maar direct bij eerste beluistering werd ik gegrepen door de bijzondere sfeer op het album. De instrumentatie, vol verwijzingen naar Californische rootsmuziek uit het verleden, is loom en broeierig, maar zit ook vol mooie details. Het kleurt allemaal prachtig bij de bijzondere zang van Suzanne Vallie, die de teksten op haar breakup album vol gevoel en doorleving vertolkt. Direct bij eerste beluistering heb je het idee dat je naar iets bijzonders aan het luisteren bent en dat gevoel wordt alleen maar sterker. Alle reden om dit album uit 2020 alsnog de aandacht te geven die het verdient.


Op MusicMeter.nl (een aanrader overigens) wees iemand me op Love Lives Where Rules Die van Suzanne Vallie. Nu krijg ik dagelijks meerdere muziektips en deze zijn lang niet allemaal even trefzeker, maar de aanbeveling van het album van Suzanne Vallie was een schot in de roos. 

Love Lives Where Rules Die (mooie titel overigens) is, voor zover ik kan zien, het debuutalbum van de singer-songwriter uit Big Sur, California. Het is een debuutalbum dat wat mij betreft zomaar zou kunnen uitgroeien tot een klassieker binnen de Amerikaanse rootsmuziek, al is daar natuurlijk meer voor nodig dan alleen een goed album. 

Bij eerste beluistering van het debuutalbum van Suzanne Vallie had ik associaties met Car Wheels On A Gravel Road van Lucinda Williams en Drag Queens In Limousines van Mary Gauthier en dat zijn rootsalbums die de jaren 90 kleur gaven. Niet eens omdat Love Lives Where Rules Die van Suzanne Vallie erg lijkt op deze albums, maar wel omdat het album een enorme urgentie uitstraalt en een bijzondere sfeer oproept. 

Het debuut van Suzanne Vallie klinkt als een album van een singer-songwriter die haar sporen in de rootsmuziek al ruimschoots verdiend heeft, wat Love Lives Where Rules Die voorziet van extra glans. 

Suzanne Vallie maakt behoorlijk ingetogen maar wel vol klinkende muziek en het is muziek die geen geheim maakt van de afkomst van de Amerikaanse singer-songwriter. In vrijwel alle songs op het album hoor je Californische zonnestralen, wat overigens bijzonder is, omdat Love Lives Where Rules Die moet worden gezien als een breakup album. Het is overigens een breakup album dat ook vooruit kijkt, wat verklaart dat er af en toe een regenboog verschijnt tussen alle donkere wolken. 

De genoemde Californische zonnestralen putten voor een belangrijk deel uit de archieven van de jaren 60 en 70, waarbij een terugkeer naar de Summer Of Love niet uit de weg wordt gegaan. In vrijwel alle songs op het album domineren lome gitaarklanken, waarna het wat broeierige geluid op het album verder wordt ingekleurd met onder andere toetsen, percussie en viool. 

Het is een vol, maar op hetzelfde moment ook subtiel geluid, dat de ruimte prachtig vult, maar ook genoeg ruimte open laat voor de zang van Suzanne Vallie. Ook deze zang is over het algemeen ingetogen en vaak wat loom, maar de vocalen op Love Lives Where Rules Die klinken ook emotievol en doorleefd, wat de teksten voorziet van de juiste lading. 

Bovendien weten de zang en de instrumentatie elkaar steeds weer te versterken, wat het debuutalbum van Suzanne Vallie voorziet van een bijzondere sfeer, deels ontstaan door het gezamenlijk opnemen tijdens de nachtelijke uren. 

De singer-songwriter uit California heeft songs geschreven die de tijd nodig hebben om te groeien, maar desondanks dringt het album zich direct bij eerste beluistering genadeloos op. Luister naar Love Lives Where Rules Die van Suzanne Vallie en de klok loopt opeens een stuk minder snel en de winteravond wordt verruild voor een zomeravond (en een zonder avondklok). 

En iedere keer als ik naar dit album vind ik het weer wat mooier. Het is een album dat wat mij betreft zomaar zou kunnen uitgroeien tot een klassieker in het genre, maar dat zal de tijd moeten leren. Liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek raad ik echter aan om hier nu alvast naar te luisteren. Erwin Zijleman

De muziek van Suzanne Vallie is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://suzannevallie.bandcamp.com.


Love Lives Where Rules Die van Suzanne Vallie is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

woensdag 20 januari 2021

Danielle Durack - No Place

We worden al jaren overspoeld met albums van jonge vrouwelijke singer-songwriters, maar zo af en toe duikt er nog een op die je echt niet wilt missen, wat absoluut geldt voor Danielle Durack
Na een keer horen was ik verkocht en sindsdien is No Place van Danielle Durack me alleen maar dierbaarder geworden. Het is een knappe prestatie van de jonge singer-songwriter uit Phoenix, Arizona, want er is de afgelopen jaren nogal wat verschenen in dit genre en de lat ligt inmiddels angstig hoog. No Place van Danielle Durack weet zich wat mij betreft makkelijk te onderscheiden van alles dat er al is. Ze heeft een bijzonder aangename stem, ze kleurt haar folky popliedjes op mooie maar ook bijzondere wijze in, ze kan in meerdere genres uit de voeten en schrijft ook nog eens persoonlijke teksten die zijn verpakt in aansprekende songs. Prachtig album.


Vrouwelijke singer-songwriters met een voorkeur voor folky popliedjes, die in deze popliedjes het leed met bakken over je uit scheppen. Ik hou er wel van en heb de laatste jaren echt helemaal niets te klagen, want het aanbod in het genre is enorm. Deze week kwam ik ook No Place van Danielle Durack nog eens tegen en het blijkt een album dat ik eindeloos wil koesteren. 

No Place is al het derde album van deze Danielle Durack, maar het is mijn eerste kennismaking met de singer-songwriter uit Phoenix, Arizona, die vooralsnog met bescheiden succes aan de weg timmert. 

Mistakes, de openingstrack van het album, duurt maar net een minuut, maar het is een minuut die me onmiddellijk overtuigde van het talent van de jonge Amerikaanse muzikante. Het is een track met wat sobere, maar ook fraai en bijzonder klinkende gitaarakkoorden, een mooie heldere stem met een voorzichtig rauw randje en een licht zuidelijke tongval, mooie koortjes die bestaan uit meerdere lagen van deze stem en in de tekst de aankondiging van een breakup album. 

Het zijn ingrediënten die allemaal terugkeren op de rest van het album, al zijn de meeste songs op het album veel voller ingekleurd dan de sobere openingstrack. Danielle Durack sluit met No Place aan bij een flinke stapel geweldige albums van soortgenoten, van wie ik in ieder geval Phoebe Bridgers wil noemen. Ik wil echter niet te lang stil staan bij de vergelijking met anderen, want wat is Danielle Durack goed. 

Ik was direct gecharmeerd van haar bijzonder aangename stem, die het oor intens streelt, maar het is ook nog eens een stem die flink wat gevoel kan bevatten en die zich ook makkelijk staande houdt wanneer de instrumentatie een stuk voller of steviger is. 

Deze instrumentatie is het volgende dat opvalt bij beluistering van No Place. Het is een mooie maar ook bijzondere en vaak wat donker gekleurde instrumentatie, die varieert van ingetogen tot stevig en die uit de voeten kan met invloeden uit de folk, country, pop en rock. Het is een instrumentatie die niet alleen donker, maar ook wat broeierig klinkt en die er bovendien steeds weer in slaagt om niet alleen aangenaam maar ook speels en avontuurlijk te klinken. 

Het zorgt voor een verrassend veelzijdig album dat ook nog eens vol uitstekende songs staat. Het zijn songs met een liefdesbreuk als centraal thema, wat van No Place een persoonlijk album maakt, maar Danielle Durack maakt er zeker geen overdreven gedeprimeerd album van. 

Zeker wanneer de instrumentatie nog net wat donkerder kleurt, Danielle Durack wat gevoeliger zingt en de boel versiert met koortjes van haar eigen stem, zijn associaties met het laatste album van Phoebe Bridgers nauwelijks te onderdrukken, maar ik vind No Place een stuk helderder en wat minder zompig klinken, waardoor de overeenkomsten ook weer niet overdreven moeten worden. 

Met Phoebe Bridgers hebben we overigens een van mijn favoriete singer-songwriters van het moment te pakken en ik moet zeggen dat No Place van Danielle Durack qua niveau niet al teveel onder doet voor het laatste album van Phoebe Bridgers, dat het afgelopen jaar nogal wat jaarlijstjes aanvoerde. Phoebe Bridgers is inmiddels een wereldster, terwijl Danielle Durack haar bescheiden muzikantenbestaan betaalt met een baantje in een pizzeria. Dat moet maar eens heel snel gaan veranderen. Erwin Zijleman

De muziek van Danielle Durack is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://danielledurack.bandcamp.com/album/no-place.

   

dinsdag 19 januari 2021

Midnight Sister - Painting The Roses

Midnight Sister stort een fascinerende hoeveelheid invloeden over je heen en maakt het je niet altijd makkelijk, maar op hetzelfde moment is Painting The Roses een wonderschone luistertrip
Painting The Roses van Midnight Sister is een album waarmee je bijna drie kwartier kunt ontsnappen aan de dagelijkse realiteit. Het duo uit Los Angeles is goed voor dromerige en vaak beeldende klanken die makkelijk betoveren, maar hiermee is het verhaal van het tweede album van Midnight Sister nog lang niet verteld. Painting The Roses staat immers ook bol van de invloeden en de verrassende wendingen en stuurt steeds weer een net wat andere kant op. Van dromerig en filmisch tot bijna theatraal of tot muziek die de invloeden uit de 70s funk en disco niet schuwt. Het levert een album op dat zich niet in een hokje laat duwen en je keer op keer in positieve zin verrast.


Midnight Sister is een duo uit Los Angeles dat bestaat uit de klassiek opgeleide muzikant Ari Balouzian en kunstenaar en filmmaker Juliana Giraffe. De twee debuteerden in de herfst van 2017 in de pop met Saturn Over Sunset, dat ik op zich wel interessant vond, maar uiteindelijk toch niet goed genoeg vond om door mij een krent uit de pop genoemd te worden. 

Het deze week verschenen Painting The Roses vind ik een flink stuk beter. Het duo uit Los Angeles heeft op haar tweede album een eigen geluid gevonden en het is een eigen geluid dat zowel vermaakt als intrigeert. 

Bij oppervlakkige beluistering hoor je vooral heerlijk dromerige songs die hier en daar kunnen ontaarden in beeldende klanken die het goed zouden doen bij een film. Dat laatste is gezien de achtergrond van de twee leden van Midnight Sister niet verbazingwekkend en zeker wanneer op Painting The Roses wordt gekozen voor stevig aangezette blazers- of strijkersarrangementen of vocale uitspattingen hoor je ook de klassieke achtergrond van Ari Balouzian duidelijk terug. 

Midnight Sister verleidt zoals gezegd met enige regelmaat met mooie en dromerige klanken, maar het duo uit Los Angeles is niet van plan om het je de hele speelduur makkelijk te maken. Juliana Giraffe is om te beginnen zeker geen doorsnee zangeres. Hier en daar kan ze mooi en fluisterzacht zingen, maar ze schuwt ook het net wat experimentelere werk niet en drukt dan nadrukkelijk haar stempel op de muziek van Midnight Sister met expressieve of zelfs wat theatrale vocalen. 

Ook in muzikaal opzicht laat Painting The Roses zich lang niet altijd makkelijk in een hokje duwen. Filmmuziek (terug tot de eerste versie van Wizard of Oz) is een al eerder genoemd ingrediënt in de muziek van Midnight Sister, maar het duo flirt ook opzichtig met 70s en 80s disco en funk (denk aan Tom Tom Club), met 50s girlpop, 40s jazz en 30s theater en filmmuziek. Hier blijft het zeker niet bij, want bij iedere beluistering van het album duiken er weer nieuwe lagen en invloeden op en schakelt het duo als een kameleon tussen zeer uiteenlopende genres en tijdperken. 

Het gekke is dat ik bijna zeker weet dat ik een heel album van Midnight Sister niet zou kunnen uitzitten als het duo een one-trick-pony zou zijn, maar door de grote diversiteit en een hoog van de hak op de tak karakter is Painting The Roses een album geworden dat je langzaam maar zeker helemaal wilt doorgronden. 

Het is een album vol wonderschone arrangementen die je niet alleen betoveren maar ook blijven intrigeren, waarna de zang van Juliana Giraffe het af mag maken. De Amerikaanse zangeres luisterde tijdens haar jeugd naar verluidt alleen naar disco en naar David Bowie en ook invloeden van laatstgenoemde sijpelen met enige regelmaat door op Painting The Roses. 

In muzikaal en productioneel opzicht zit het allemaal fantastisch in elkaar, maar ook de songs van het duo uit Los Angeles zijn dik in orde. Het zijn songs die in veel gevallen de rijke tradities van de popmuziek uit Los Angeles eren, maar die zich zo nu en dan ook ver buiten de Amerikaanse landsgrenzen durven te bewegen. 

De verleiding van Midnight Sister is zwoel en meedogenloos, maar de muziek van het Amerikaanse duo schuurt ook en verlegt bovendien continu de grenzen. Zeker niet het makkelijkste album dat deze week is verschenen en bovendien een album dat lastig is te duiden, maar ik heb zomaar het idee dat de bodem van de schatkist die Painting The Roses is nog lang niet in zicht is. Wat een bijzonder album. Erwin Zijleman

De muziek van Midnight Sister is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://midnightsister.bandcamp.com.


Painting The Roses van Midnight Sister is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

maandag 18 januari 2021

Buck Meek - Two Saviors

Big Thief gitarist Buck Meek heeft de tijd gevonden voor een soloalbum, waarop de Amerikaanse muzikant wat opschuift richting laid-back rootsmuziek, waarbij het heerlijk tot rust komen is
Het eerste soloalbum van Buck Meek heb ik ruim twee jaar geleden nog gemist, maar inmiddels volg ik de verrichtingen van de leden van Big Thief op de voet. Buck Meek trekt wat minder aandacht dan frontvrouw Adrianne Lenker, maar Two Saviors mag er zeker zijn. Het album heeft een aangename laid-back sfeer en focust wat meer op de Amerikaanse rootsmuziek. Het is muziek zonder al teveel pretenties of opsmuk, wat het album een puur en intiem karakter geeft, maar ondertussen wordt er prima muziek gemaakt, met uiteraard een hoofdrol voor het bijzondere gitaarwerk van Buck Meek, die zich overigens ook als zanger prima staande houdt.


Adrianne Lenker is het onbetwiste boegbeeld van de Amerikaanse band Big Thief en trekt niet alleen de aandacht met het werk van haar band maar ook met haar soloalbums, waarvan de laatste (Songs/Instrumentals) vorig jaar in menig jaarlijstje opdook. 
Ik moet eerlijk toegeven dat ik het in 2018 verschenen titelloze soloalbum van Big Thief gitarist Buck Meek destijds niet heb opgepikt, ook al had ik zijn band toen al hoog zitten. 

Buck Meek werkt inmiddels al heel wat jaren samen met Adrianne Lenker, die als eerstejaars begon aan het prestigieuze Berklee College of Music in Boston, Massachusetts, toen Buck Meek daar net zijn opleiding afsloot. Voordat Big Thief werd gevormd maakten de twee al een tweetal EP’s en met Big Thief staat de teller inmiddels op vier albums, met de in 2019 verschenen albums U.F.O.F. en Two Hands als voorlopige hoogtepunten. 

In afwachting van het vijfde album van de band, die ik inmiddels reken tot mijn favoriete bands van het moment, brengt na Adrianne Lenker ook Buck Meek een soloalbum uit. Two Saviors is in muzikaal opzicht nauwelijks te vergelijken met de muziek die Adrianne Lenker in haar uppie maakt, maar ook het solowerk van Buck Meek moet niets hebben van poespas en tierelantijntjes en klinkt puur, oprecht en intiem, net als de muziek van Big Thief overigens. 

Waar Big Thief toch vooral een rockband is, kiest Buck Meek op zijn tweede soloalbum vooral voor invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek in het algemeen en invloeden uit de folk en country in het bijzonder, waarbij hier en daar ook de grenzen met folkrock en countryrock worden verkend.

Waar Adrianne Lenker haar laatste soloalbum nagenoeg alleen maakte, werkt Buck Meek op Two Saviors met een band bestaande uit multi-instrumentalist Mat Davidson, gitarist Adam Brisbin, pianist/organist Dylan Meek en drummer Austin Vaughn. Desondanks is Two Saviors een behoorlijk ingetogen klinkend album zonder al teveel opsmuk. 

Ik jaag iedereen hier thuis de gordijnen in met de stem van Adrianne Lenker, maar ik vind hem zelf prachtig. Ik kan me goed voorstellen dat ook de stem van Buck Meek niet door iedereen op prijs wordt gesteld, maar ik vind de zang op Two Saviors minder lastig dan die van Adrianne Lenker en het is zang die prima past bij de muziek op het album.

Two Saviors is een heerlijk laid-back album dat meer dan eens herinnert aan de folkrock en countryrock uit een ver verleden. Het is een album dat natuurlijk opvalt door het zo herkenbare gitaarspel van Buck Meek, waarna bijdragen van onder andere pedal steel en orgel de feestvreugde nog wat verder verhogen. 

Laat Two Saviors van Buck Meek uit de speakers komen en de kou wordt verdreven door zonnestralen, terwijl het sneeuwlandschap plaats maakt voor de oevers van de Mississippi of voor het broeierige New Orleans, waar producer Andrew Sarlo, die ook alle Big Thief albums produceerde, het album met minimale middelen opnam. 

Zeker als de band net wat steviger speelt hoor ik flarden Neil Young uit zijn beste jaren, maar Two Saviors kan dan opeens ook dicht tegen de muziek van Big This aan kruipen, uiteraard zonder de vocalen van Adrianne Lenker, die slechts de foto maakte die op de cover van Two Saviors prijkt. 

Verder is het tweede soloalbum van Buck Meek waarschijnlijk vooral een tussendoortje om het lange wachten op het nieuwe Big Thief album wat te verzachten, maar het is wel een bijzonder aangenaam tussendoortje, dat niet alleen uitnodigt tot luieren in de virtuele zon, maar dat hier en daar ook geweldig in elkaar steekt. Erwin Zijleman

De muziek van Buck Meek is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://buckmeek.bandcamp.com/album/two-saviors.


Two Saviors van Buck Meek is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   


zondag 17 januari 2021

Phil Spector (1939-2021)

 



Het leven kent pieken en dalen. Het is een tegeltjeswijsheid die voor iedereen op gaat, al zijn voor de een de pieken wat hoger of de dalen wat dieper dan voor de ander. Het leven van de Amerikaanse producer Phil Spector wordt gekenmerkt door extreem hoge pieken en minstens even diepe dalen. 

Van een gevierd producer die moet worden gerekend tot de allergrootsten uit de geschiedenis van de popmuziek, tot een nauwelijks meer serieus te nemen producer bij wie een steekje los lijkt te zitten, tot een veroordeelde moordenaar die de laatste 18 jaar van zijn leven in de rechtbank en uiteindelijk ook achter de tralies doorbracht.

Phil Spector overleed gisteren op 81-jarige leeftijd, waarschijnlijk aan covid-19, in de gevangenis in California, waar hij een straf van 19 jaar uitzat voor de moord op actrice Lana Clarkson, die in 2003 om het leven kwam in het huis van de Amerikaanse producer. 

In 2003 was Phil Spector overigens al lange tijd geen schim meer van zichzelf. Zijn productieklussen waren zo goed als opgedroogd en spraken niet meer zo tot de verbeelding als vijf decennia eerder, toen een jonge Phil Spector furore maakte met een bijzonder geluid, dat later bekend zou worden als Phil Spector's Wall Of Sound.

Phil Spector baarde opzien met zijn overvolle producties voor onder andere The Righteous Brothers, Ike & Tina Turner, The Crystrals en The Ronettes, de belangrijkste exponent van de Phil Spector Girl pop. Allemaal prachtig verzameld in de box-set Back To Mono, helaas niet te vinden op Spotify en ook nauwelijks meer verkrijgbaar.

Aan het eind van de jaren 60 werd Phil Spector ook ontdekt door de Britse muziek scene. Hij droeg bij aan de productie van Let It Be van The Beatles en produceerde vervolgens soloalbums van John Lennon en George Harrison. De magie van de Phil Spector sound was echter grotendeels verdwenen. Later in de jaren 70 produceerde hij nog albums voor Leonard Cohen, Dion en The Ramones, maar langzaam maar zeker ebde de interesse voor de producties van Phil Spector weg.

De gekte nam in de tussentijd toe. Onder andere John Lennon, Leonard Cohen en Debbie Harry vertelden dat ze in de studio wel eens het pistool van Phil Spector tegen hun hoofd hadden gekregen. Het zorgde ervoor dat de grote muzikanten uit de buurt bleven van de Amerikaanse producer. Alleen de Britse band Starsailor durfde het in 2003 nog aan om met Phil Spector de studio in te duiken.

Het zou het laatste kunstje van Phil Spector zijn. Niet veel later werd actrice Lana Clarkson dood gevonden in het huis van Phil Spector en werd hij aangeklaagd voor moord. In 2009 verdween hij voor lange tijd achter de tralies, waar hij gisteren overleed. Hij zal worden herinnerd als een van de grootste producers aller tijden, maar helaas ook als zonderling en moordenaar. Erwin Zijleman

Shame - Drunk Tank Pink

Shame heeft zeker geen last van het “lastige tweede album syndroom”, want album nummer twee is nog een stuk indrukwekkender en spannender dan het drie jaar geleden terecht zo geprezen debuut
Voor het beluisteren van Drunk Tank Pink van Shame is een waarschuwing wel op zijn plaats. Het tweede album van de band uit Londen raast immers met orkaankracht over je heen en vermorzelt het al zo goede debuut van de band. In muzikaal opzicht is enorme groei te horen en die hoor je ook in de songs, die stevig kunnen uithalen, maar ook kunnen verrassen door alle nieuwe invloeden die Shame heeft verwerkt op haar tweede album. Gelukkig hoor je nog steeds een stel jonge honden aan het werk, maar het zijn inmiddels wel jonge honden die weten hoe een baanbrekend album moet klinken. Het debuut van Shame was heel erg goed, Drunk Tank Pink is nog veel beter.


De Britse Shame bracht helemaal aan het begin van 2018 haar debuut Songs Of Praise uit en zag het album aan het eind van het jaar opduiken in menig jaarlijstje, waaronder die van mij. Songs Of Praise was dan ook een geweldig debuut van een stel jonge honden uit het Londense Brixton. 

Het was een debuut dat begon bij de Britse punk uit de tweede helft van de jaren 70, vervolgens uitkwam bij de Britse postpunk uit de vroege jaren 80, om vervolgens nog te reiken tot de Britpop van de vroege jaren 90. 

Het leverde een waslijst aan vergelijkingsmateriaal op, variërend van Gang Of Four tot Joy Division, van The Fall tot The Stranglers en nog veel en veel meer, maar Shame slaagde er ook in om een eigen geluid neer te zetten. 

Precies drie jaar na het terecht zo geprezen debuut is Shame terug met een nieuw album, het altijd moeilijke tweede album na een stevig bewierookt debuut. Shame blijkt weinig last te hebben van dit “lastige tweede album syndroom”, want Drunk Tank Pink maakt de enorm hoge verwachtingen vrij makkelijk waar. 

Songs Of Praise kwam drie jaar geleden aan als een goed gemikte vuistslag, maar Drunk Tank Pink is de spreekwoordelijke mokerslag. Shame was waarschijnlijk goed weggekomen met Songs Of Praise deel 2, maar dat is Drunk Tank Pink zeker niet en dat is knap. 

Ook op haar tweede album put Shame uit de archieven van de punk en de postpunk, maar het slaat ook nadrukkelijk de vleugels uit. Twee namen die nog niet bij me op kwamen bij beluistering van het debuut van de band uit Londen, kwamen nu nadrukkelijk als eerste op en het zijn de namen van Talking Heads en The Clash, hier en daar aangevuld met King Crimson Mk II. 

Hier blijft het zeker niet bij, want ook Drunk Tank Pink is een album dat uitnodigt tot het noemen van namen, al blijft er uiteindelijk maar één naam over: Shame. Het is indrukwekkend hoe de Britse band de afgelopen drie jaar is gegroeid. Het geluid van de band heeft op Drunk Tank Pink enorm aan kracht gewonnen, maar ook qua muzikaliteit is de band er enorm op vooruit gegaan. 

In veel tracks op het album klinkt Shame een stuk volwassener dan op het debuut, maar gelukkig zijn de jonge honden van dit debuut niet helemaal verdwenen. De teksten worden nog steeds met veel venijn uitgespuugd en ook Drunk Tank Pink bevat nog altijd flink wat rauwe en tegendraadse tracks vol energie. 

Het zijn rauwe momenten die worden afgewisseld met flink wat diepgang en met een geluid dat Shame op de kaart zet als een van de belangrijkste Britse bands van het moment. Het is een geluid dat overigens prachtig is geproduceerd door James Ford, die eerder werkte met onder andere Arctic Monkeys, Florence and the Machine en Depeche Mode. 

Drunk Tank Pink komt zoals gezegd aan als een mokerslag. Die mokerslag wordt in eerste instantie gedomineerd door de rauwe postpunk songs die de band heeft gemaakt, maar ontleent de kracht in tweede instantie toch vooral aan de enorme groei die Shame laat horen op haar tweede album. 

Drunk Tank Pink van Shame komt 11 songs en 41 minuten lang als een stoomwals over je heen en slurpt alle energie op, maar wat is het allemaal goed, zeker als er in de slottrack nog een tandje bij wordt geschakeld. Fontaines DC legde de lat vorig jaar hoog met haar tweede album, maar wat mij betreft gaat Shame er met het bijzonder indrukwekkende Drunk Tank Pink weer overheen. Wat een plaat. Erwin Zijleman

De muziek van Shame is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://shamebanduk.bandcamp.com/album/drunk-tank-pink.


Drunk Tank Pink van Shame is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

zaterdag 16 januari 2021

Pearl Charles - Magic Mirror

Pearl Charles schuift op haar tweede album nog wat verder op richting Californische 70s pop en verleidt meedogenloos met tijdloze songs, een prachtig geluid en vooral een geweldige stem
Sleepless Dreamer, het debuut van Pearl Charles, kreeg twee jaar geleden flink wat aandacht in Engeland, maar in Nederland las ik er niets over. Dat was zonde, want de singer-songwriter uit Los Angeles debuteerde wat mij betreft op even opvallende als aangename wijze. Magic Mirror is het logische vervolg. De balans slaat nog wat verder door richting Californische 70s pop, maar Pearl Charles sleept er van alles bij, inclusief een vleugje roots. Het geluid is niet alleen aangenaam, maar steekt ook knap in elkaar, de songs van Pearl Charles zouden het in de jaren 70 stuk voor stuk geweldig hebben gedaan en de muzikante uit Los Angeles heeft een heerlijke stem. Alleen de openingstrack even overslaan, want die valt wat uit de toon.


Pearl Charles debuteerde in de zomer van 2015 met een zeer veelbelovende EP, waarop de singer-songwriter uit Los Angeles bijzonder aangename Californische psychedelische pop liet horen. Deze titelloze EP werd begin 2018 gevolgd door het in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk zeer goed ontvangen debuutalbum van Pearl Charles. 

Sleepless Dreamer werd hier en daar in het hokje Amerikaanse rootsmuziek geduwd, maar ik hoorde persoonlijk toch vooral pop en dan vooral pop zoals die in de jaren 70, ver voor de geboorte van Pearl Charles, in Los Angeles en omstreken werd gemaakt. 

In Nederland deed de muziek van Pearl Charles helaas niet veel, maar Sleepless Dreamer was voor mij reden genoeg om met hele hoge verwachtingen uit te kijken naar het tweede album van de Amerikaanse muzikante. Dat album is deze week dan eindelijk verschenen (het album stond oorspronkelijk gepland voor de zomer van 2020) en heeft de titel Magic Mirror meegekregen. 

Het is een album met wat mij betreft een valse start, want openingstrack Only For Tonight flirt wel erg met jaren 70 disco en heeft zich bovendien net wat teveel laten beïnvloeden door ABBA’s Dancing Queen. In de tweede track maakt Pearl Charles het gelukkig meteen goed, want in What I Need verrijkt de muzikante uit Los Angeles haar 70s pop met een vleugje country. 

Ik was twee jaar geleden vooral onder de indruk van de stem van Pearl Charles. Het is een stem die in de openingstrack van haar nieuwe album veel minder indruk maakt, maar vanaf de tweede track hoor ik weer de Pearl Charles van haar debuutalbum en debuut EP. Pearl Charles heeft een herkenbaar eigen stemgeluid en het is een bijzonder lekker geluid, dat mij in ieder geval keer op keer weet te verleiden. 

Op Sleepless Dreamer schoof de Amerikaanse singer-songwriter al flink op richting toegankelijke pop en dat is een lijn die wordt doorgetrokken op Magic Mirror. Pearl Charles heeft hierbij een duidelijke voorkeur voor Californische pop van bijvoorbeeld Fleetwood Mac, maar ze is ook de Amerikaanse rootsmuziek niet helemaal uit het oog verloren en kent bovendien haar klassiekers binnen de Californische singer-songwriters uit de jaren 70. 

Als extraatje krijgen we dit keer een vleugje disco in de openingstrack en verder is Pearl Charles op Magic Mirror niet vies van aalgladde Amerikaanse pop. Hier en daar vliegt het album wel wat uit de bocht met net wat teveel toegankelijke pop, maar smaakvolle uitstapjes zijn nooit ver weg. 

Die uitstapjes zitten deels in de gevarieerde, rijke en keer op keer zeer aangenaam klinkende instrumentatie en in de trefzekere 70s productie, maar het is toch vooral de stem van Pearl Charles die me vrijwel continu betovert, met de stuk voor stuk zo uit de jaren 70 weggelopen en volstrekt tijdloze popsongs op het album als bonus. 

Liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek zullen het wat teveel pop vinden, terwijl liefhebbers van pop mogelijk niet uit de voeten kunnen met alle invloeden uit de jaren 70, maar muziekliefhebbers met een voorkeur van tijdloze pop vol invloeden en vrijwel alles dat in de jaren 70 in Los Angeles werd gemaakt, is ook het nieuwe album van Pearl Charles weer smullen. En het knap gemaakte Magic Mirror wordt alleen maar verslavender. Erwin Zijleman

De muziek van Pearl Charles is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://pearlcharlesmusic.bandcamp.com/album/magic-mirror.


Magic Mirror van Pearl Charles is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

vrijdag 15 januari 2021

Hilang Child - Every Mover

Het tweede album van Hilang Child is een album dat overloopt van de goede ideeën en dat werkelijk alle kanten op schiet, wat absoluut energie kost, maar het is het uiteindelijk meer dan waard
Bij de eerste keer horen vond ik het niet zoveel. Soms wat te zweverig, soms wat te bombastisch, soms wat te onnavolgbaar, soms wat te gepolijst. Een vat vol tegenstrijdigheden derhalve, maar uiteindelijk valt alles de goede kant op en is Every Mover van Hilang Child een album dat je stevig bezig houdt, maar dat ook vermaakt met songs die soms doen wat je niet verwacht, maar soms ook aan de verwachtingen voldoen. Soms compleet over the top, maar net zo goed ingetogen en raak. Ik wist niet wat ik er mee aan moest, maar inmiddels ben ik wel overtuigd van de kwaliteiten van de Britse muzikant Ed Riman aka Hilang Child.


Je hebt albums die je echt onmiddellijk weten te overtuigen, waarna ze uiteindelijk toch wat tegen blijken te vallen of juist alleen maar mooier en indrukwekkender worden. Je hebt ook albums waar je bij eerste beluistering nauwelijks iets of zelfs helemaal niets in hoort. In de meeste gevallen blijft dat bij mij ook zo, maar soms moet het kwartje nog even vallen. 

Every Mover van Hilang Child maakte op mij zeker niet direct een onuitwisbare indruk, integendeel zelfs. Ik vond de muziek van de Britse muzikant Ed Riman te bombastisch en te elektronisch en bovendien bleven zijn songs niet echt hangen en leken ze van de hak op tak te springen. 

Omdat ik vrijwel uitsluitend positieve dingen las over het tweede album van Hilang Child en ik stiekem ook wel wat geïntrigeerd was door het bijzondere geluid, ben ik het toch blijven proberen met Every Mover en uiteindelijk sloeg de balans toch in positieve richting uit. 

Ed Riman is zoals gezegd een Britse muzikant, en het is een muzikant met wortels in Wales en Indonesië. In de zomer van 2018 verscheen zijn debuutalbum Years, dat ik volgens mij nooit in handen heb gehad en nu is er dan Every Mover. 

Ed Riman werd een paar jaar geleden ontdekt door de Britse muzikant en Cocteau Twins lid Simon Raymonde, die hem strikte voor zijn eigen Lost Horizons project (wat overigens het prachtige Ojalá opleverde) en hierna een contract aanbood bij zijn label Bella Union. 

Ik ben gek op de catalogus van dit label, dat in ieder geval een flinke stapel aangenaam dromerige albums heeft afgeleverd. Ook de muziek van Hilang Child is soms heerlijk dromerig, maar zoals gezegd kan de Britse muzikant ook behoorlijk bombastische muziek maken. 

Every Mover opent met een track waarin nogal wat elektronica wordt ingezet en het is elektronica die soms wat lijkt te conflicteren met de zang en de ritmische basis van de song, waardoor de muziek van Hilang Child mij in ieder geval niet direct wist te pakken. 

Wanneer de elektronica wat subtieler is en wordt gecombineerd met geluiden uit de natuur zit Hilang Child direct wat dichter tegen de muziek waarmee zijn label beroemd is geworden aan, maar Every Mover is maar zelden een album dat alleen maar aangenaam voortkabbelt. 

De songs van Ed Riman zijn over het algemeen complex en zo nu en dan opvallend rijk georkestreerd, maar wanneer je wat energie steekt in de songs van de Britse muzikant, valt er steeds meer op zijn plek. 

Het zijn songs die me niet direct doen denken aan iets anders, al hoor ik flarden van van alles en nog wat bij beluistering van het album. Door de wat complexe maar soms ook opeens hopeloos toegankelijke songs, het regelmatig opduikende bombast en de neiging om de songs vol te stoppen met nogal uiteenlopende goede ideeën duurde het bij mij een tijd voor ik van Every Mover kon genieten, maar inmiddels hoor ik toch veel moois in de rijke instrumentatie, ben ik best te spreken over de zang en raak ik steeds meer onder de indruk van de songs, die vol geheimen blijken te zitten en die invloeden uit een aantal decennia popmuziek fraai combineren. 

Op hetzelfde moment vind ik het af en toe net wat teveel allemaal en zou ik willen dat ik een aantal van de opgenomen sporen uit kan zetten, maar ook zonder die optie is het tweede album van Hilang Child een album dat je zeker eens moet proberen. Erwin Zijleman

De muziek van Hilang Child is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://hilangchild.bandcamp.com.


Every Mover van Hilang Child is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   


Aaron Frazer - Introducing...

Aaron Frazer speelt in de band van soulzanger Durand Jones, maar bewijst met zijn eerste soloalbum dat hij zelf ook uitstekend uit de voeten kan als soulzanger, misschien nog wel beter dan zijn baas
Luister naar Introducing... van Aaron Frazer en je gaat een aantal decennia terug in de tijd. De muzikant die we kennen als de drummer van Durand Jones heeft samen met producer Dan Auerbach een soulalbum gemaakt dat makkelijk 50 jaar oud kan zijn. De instrumentatie is bijzonder fraai en voor soul begrippen redelijk subtiel en Aaron Frazer herinnert met zijn falsetstem aan menig groot soulzanger. Omdat ook de songs stuk voor stuk goed zijn, overtuigt Introducing... makkelijk en laat het je dromen over betere of in ieder geval warmere tijden. Prima debuut dus, maar ik heb het idee dat Aaron Frazer nog veel beter kan.


Aaron Frazer verdiende zijn geld tot dusver vooral als drummer en achtergrondzanger in The Indications, de band van de retro-soulzanger Durand Jones. Dat Aaron Frazer zelf ook wel raad weet met soul uit vervlogen tijden, laat hij horen op zijn eerste soloalbum, dat deze week is verschenen. 

Voor Introducing... koos Aaron Frazer een producer die wel uit de voeten kan met muziek uit het verre verleden, want niemand minder dan The Black Keys voorman Dan Auerbach nam plaats achter de knoppen. Dan Auerbach liet al eerder horen dat hij het soulgeluid uit de jaren 60 en 70 prachtig kan reproduceren en dat laat hij ook weer horen op Introducing... van Aaron Frazer. 

Het is een ingetogen en zwoel soulgeluid, dat opvalt door subtiele bijdragen van de meeste instrumenten, hier en daar een voorname rol voor strijkers of blazers en de swingend en avontuurlijk spelende ritmesectie. Het is een soulgeluid dat me uitstekend bevalt en dat bij net wat aandachtigere beluistering ook opvalt door prachtige gitaarlijnen. 

In muzikaal opzicht ben je onmiddellijk terug in de hoogtijdagen van de 60s en 70s soul en ook in vocaal opzicht had Introducing... niet misstaan tijdens deze hoogtijdagen. Aaron Frazer beschikt over een soulvolle falsetstem, die uitstekend past bij de fraaie soulklanken van zijn band, die ook niet bang zijn voor psychedelisch aandoende uitstapjes. 

Het doet me af en toe wel wat denken aan de muziek van Curtis Mayfield, maar Aaron Frazer verwerkt ook nog flink wat andere invloeden uit de soulmuziek van weleer op zijn debuutalbum. 

Het klinkt allemaal bijzonder lekker. Dan Auerbach heeft vakwerk geleverd met het tijdloze geluid op Introducing... en ook op de zang heb ik niets aan te merken, al gaan de falsetvocalen mij na een tijdje wel wat vervelen. Aaron Frazer had hier wat mij betreft wel wat in mogen variëren en laat af en toe horen dat hij dat ook kan. Bij de juiste dosering is de zang echter minstens net zo aantrekkelijk als het geluid van de muzikanten die Aaron Frazer omringen op zijn solodebuut. 

Wat voor de instrumentatie en de zang geldt, geldt overigens ook voor de songs op het album. Aaron Frazer en Dan Auerbach weten niet alleen hoe soul uit het verleden moet klinken, maar hebben ook songs gekozen die destijds zeker in de smaak zouden zijn gevallen bij de grote soulzangers. 

Introducing... is een heerlijk album voor bij de open haard op een gure winteravond. De zwoele klanken verwarmen de ruimte nog wat extra en doen uitzien naar betere tijden. Ik moet toegeven dat ik Introducing... na twee keer horen wat in vond zakken, maar sinds een beluistering met de koptelefoon, die de schoonheid van de productie volledig prijs gaf, is het solodebuut van Aaron Frazer toch weer volledig opgebloeid en een graag geziene gast in de cd-speler. 

Of we de muzikant uit Brooklyn, New York, nog terug gaan zien in de band van Durand Jones is nog maar de vraag. Persoonlijk vind ik Introducing... net wat verleidelijker, avontuurlijker en smaakvoller dan de muziek van zijn voormalige broodheer en ik hoor nog flink wat potentie. 

Met zijn falsetstem zou Aaron Frazer immers ook het album kunnen maken dat Prince helaas niet meer kan maken. Introducing... biedt hier en daar al een voorproefje op zo’n album en het smaakt absoluut naar meer. Erwin Zijleman

De muziek van Aaron Frazer is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://aaronfrazermusic.bandcamp.com/album/introducing.


Introducing... van Aaron Frazer is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

donderdag 14 januari 2021

Tekla Waterfield & Jeff Fielder - Trouble In Time

Tekla Waterfield en Jeff Fielder hebben een prachtig klinkend en vooral laid-back rootsalbum gemaakt dat de grenzen opzoekt maar ook continu betovert met geweldig gitaarwerk en fraaie vocalen
Bij eerste beluistering wist ik nog niet precies wat ik moest vinden van Trouble In Time van Tekla Waterfield en Jeff Fielder, maar hoe vaker ik naar het album luister, hoe mooier ik het vind. Het is een laid-back en vaak wat dromerig album dat opvalt door de vaak fluisterzachte maar ook zeer heldere zang van Tekla Waterfield en door het geweldige gitaarspel van haar echtgenoot Jeff Fielder. Het is een album dat aan de ene kant perfect in het hokje Amerikaanse rootsmuziek past, maar de muzikanten uit Seattle zoeken ook absoluut de grenzen op. Het betovert iedere keer weer net wat meer en de bovengrens is nog niet in zicht.


Ik weet niet heel veel over Tekla Waterfield. Ik weet dat ze uit Seattle, Washington, komt en ik weet dat ze de afgelopen jaren twee albums onder haar eigen naam heeft uitgebracht. Het zijn overigens albums die ik niet ken, maar die me bij eerste beluistering zeker niet tegenvallen. Na het bekijken van haar bandcamp pagina weet ik ook dat ze een aantal prijzen heeft gewonnen, al zijn het niet direct prijzen met internationale allure. 
Ik weet verder dat ze haar nieuwe album Trouble In Time samen heeft gemaakt met Jeff Fielder, die ook haar echtgenoot is en bovendien een gerespecteerd gitarist, die op het podium stond met onder andere Mark Lanegan en de Indigo Girls. 

Ik weet misschien niet heel veel over Tekla Waterfield, maar ik weet wel dat ik het deze week verschenen Trouble In Time een bijzonder mooi album vind. Trouble In Time van Tekla Waterfield en Jeff Fielder is een album dat zich makkelijk weet te onderscheiden van de meeste andere albums die de afgelopen tijd zijn verschenen in het rootssegment, want ik ken niet veel albums die zo klinken als dit album. 

Dat ligt allereerst aan de zang van Tekla Waterfield, die vooral fluisterzacht klinkt, wat haar muziek voorziet van een laid-back maar ook intiem karakter. Het is een stem die niet makkelijk tegen de haren instrijkt en die daarom vooral als zeer aangenaam ervaren zal worden. 

Wat voor de zang op Trouble In Time geldt, geldt ook voor de instrumentatie op het album. Ik schreef hierboven al dat Jeff Fielder een gerespecteerd gitarist is en dat laat hij nadrukkelijk horen op dit album. Het gitaarwerk op Trouble In Time klinkt keer op keer prachtig en is al net zo laid-back als de zang van zijn echtgenote. 

Door de subtiele en meestal ook opvallend ruimtelijke instrumentatie en de mooie heldere zang heb ik bij beluistering van Trouble In Time van Tekla Waterfield en Jeff Fielder tot dusver vooral associaties met de muziek van Cowboy Junkies, al schuurt de muziek van de Canadese band wat minder tegen de Amerikaanse rootsmuziek aan dan de muziek van de twee Amerikaanse muzikanten. 

De twee maakten het album in 2020, dat de geschiedenisboeken in zal gaan als een krankzinnig jaar en niet alleen vanwege de coronapandemie, die zeker niet centraal staat op het album. Hoewel de teksten zeker interessant en relevant zijn, vind ik Trouble In Time toch vooral een album om heerlijk bij weg te dromen. Dat lukt uitstekend bij het ingetogen en vaak wat lome geluid, bij het prachtige gitaarwerk en bij de zachte en dromerige zang van Tekla Waterfield. 

Trouble In Time is absoluut en onmiskenbaar een rootsalbum, maar het is ook een album waarop de grenzen van het genre worden opgezocht, zonder dat al te ver buiten de lijntjes wordt gekleurd. Het is de ideale metgezel in de kleine uurtjes, maar het is ook een album waarvan je geen detail wilt missen. 

Ik was bij eerste beluistering niet eens zo heel enthousiast, maar wat is dit een groeialbum en het einde is nog lang niet in zicht. Nu maar hopen dat Tekla Waterfield en Jeff Fielder aandacht gaan trekken met hun muziek, want buiten de tip van No Depression, dat het album onder mijn aandacht bracht, lees ik nog veel te weinig over dit knap gemaakte album dat vooralsnog alleen maar aan kracht wint. Erwin Zijleman

De muziek van Tekla Waterfield (met en zonder Jeff Fielder) is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://teklawaterfield.bandcamp.com.

   

woensdag 13 januari 2021

Bronwynne Brent - Undercover

Bronwynne Brent kiest op haar derde album vooral voor de soul en de jazz en voor een fraai authentiek geluid dat uitstekend past hij haar stem die op Undercover echt alle kanten op kan
Bronwynne Brent timmert al een aantal jaren aan de weg, maar met Undercover maakt ze voor het eerst echt indruk. De wat zweverige folk uit het verleden heeft plaatsgemaakt voor een veelzijdige mix van soul, jazz en wat Americana en het is een mix die wordt voorzien van een even authentiek als tijdloos klinkend geluid. Het is een geluid dat prachtig past bij de bijzondere stem van de Amerikaanse singer-songwriter, die lekker stevig en soulvol kan zingen, maar die haar songs ook vol gevoel kan vertolken. Het levert een soulvol album op dat iedere keer dat je er naar luistert weer wat beter is en de concurrentie met andere albums in het genre makkelijk aan kan.


Ik heb het twee keer eerder geprobeerd met albums van de Amerikaanse singer-songwriter Bronwynne Brent, maar zowel Deep Black Water uit 2011 als Stardust uit 2014 wisten me niet volledig te overtuigen. Haar nieuwe album Undercover slaagde daar wel direct in. 

Dat is voor een belangrijk deel te danken aan de koerswijziging van de muzikante uit Greenville, Mississippi. Waar de vorige album van Bronwynne Brent vooral folky klonken, kiest ze op Undercover voor een mix van vooral jazz en soul. Om deze soul zo puur mogelijk te laten klinken toog ze voor Undercover naar de roemruchte Daptone Studios in Brooklyn, New York, en het resultaat mag er zijn. 

Samen met producer Johnny Sangster heeft Bronwynne Brent een authentiek klinkend album opgenomen dat me in eerste instantie vooral deed denken aan Amy Winehouse, bij wie een mix van soul en jazz ook in goede handen was, maar Undercover heeft zich ook laten inspireren door grootheden als Billie Holiday en Nina Simone, om er maar eens twee te noemen. 

Producer Johnny Sangster ken ik persoonlijk vooral van bands als Mudhoney en The Posies, maar ook zijn productie van het derde album van Bronwynne Brent is zeer geslaagd. Het is een productie die vooral doet denken aan muziek uit de jaren 60, maar wanneer het gaat om invloeden uit dit decennium is Bronwynne Brent zeker niet eenkennig. 

De muzikante uit Greenville, Mississippi, opent haar album met een track die niet had misstaan op Back To Black van Amy Winehouse, maar in de tracks die volgen klinkt haar muziek meer jazzy en ook wat psychedelischer. 

Het is muziek die fraai wordt ingekleurd door een competent spelende band, waarvan vooral de drummer als de organist indruk maken. Zeker in de tracks waarin invloeden uit de jazz het winnen van invloeden uit de soul speelt de band behoorlijk subtiel, maar ook nog steeds soulvol. In de tracks waarin soul de hoofdrol speelt is de instrumentatie wat uitbundiger, maar een wall of sound wordt het nooit. 

In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder aangenaam, zeker wanneer ook nog blazers worden toegevoegd, en de songs op Undercover zijn stuk voor stuk tijdloos. Het wordt allemaal nog wat beter door de stem van Bronwynne Brent, die zich steeds uitermate trefzeker aanpast aan de muziek van haar band. 

In de wat meer uptempo songs imponeert de Amerikaanse muzikante met een rauwe soulstrot die net zo overweldigend klinkt als die van Amy Winehouse, maar ze kan ook meer ingetogen en met veel gevoel zingen. 

Nu zijn er wel meer zangeressen die graag de leegte opvullen die niet alleen door Amy Winehouse, maar bijvoorbeeld ook door Sharon Jones is achter gelaten, maar de meeste van deze zangeressen zakken na een aantal tracks door het ijs. 

Bronwynne Brent doet dit niet. Enerzijds door flink te variëren met zowel de instrumentatie als de zang en anderzijds door ver te blijven van invloeden uit de hedendaagse pop en R&B, maar wel invloeden uit de Americana toe te voegen. 

Undercover is een album dat net zo goed een jaar of vijftig à zestig geleden gemaakt had kunnen worden, maar het is op hetzelfde moment een album dat nooit gedateerd of oubollig klinkt. Op basis van de eerste twee albums van de Amerikaanse muzikante had ik geen hoge verwachtingen, maar wat heeft Bronwynne Brent me verrast. Erwin Zijleman

De muziek van Bronwynne Brent is verkrijgbaar via bandcamp: https://bronwynnebrent.bandcamp.com/album/undercover.