vrijdag 23 april 2021

Imelda May - 11 Past The Hour

Imelda May imponeerde vier jaar geleden met een intens breakup album, maar kiest nu voor een wat gepolijster geluid, dat vanwege de uitstekende zang overeind blijft
De rockabilly albums van Imelda May vond ik nooit bijzonder, maar het vier jaar verschenen Life. Love. Flesh. Blood was een waar meesterwerk. 11 Past The Hour mist de finesse van zijn voorganger, maar is nog altijd een prima album, waarop de Ierse zangeres wederom haar zangkusten etaleert. De songs op het album zijn soms wat te gepolijst, maar er valt ook veel moois te ontdekken op het album. Na een breakup album komt Imelda May op de proppen met een album dat in ieder geval aanvoelt als een feelgood album. Het is niet altijd even bijzonder en soms zelfs wat gewoontjes, maar de Ierse muzikante blijft een geweldige zangeres en songwriter.


De Ierse singer-songwriter Imelda May brengt al sinds het begin van het huidige millennium albums uit, maar lange tijd was ik niet overtuigd van haar kwaliteiten. Dat veranderde in 2017 toen het werkelijk prachtige Life. Love. Flesh. Blood verscheen. Op dit wat weemoedige breakup album maakte Imelda May wat mij betreft diepe indruk. 

Dat was deels de verdienste van topproducer T-Bone Burnett en geweldige muzikanten als Marc Ribot, Patrick Warren, Carl Wheeler, Jay Bellerose, Jools Holland en Jeff Beck, maar de Ierse muzikante deed zelf ook een flinke duit in het zakje door zich als een volleerd crooner te manifesteren. 

Bijna vier jaar na Life. Love. Flesh. Blood is Imelda May terug met een nieuw album. 11 Past The Hour moet het doen zonder een topproducer als T-Bone Burnett en ook de lijst gastmuzikanten is een stuk minder indrukwekkend dan de vorige keer, al zijn gastbijdragen van Noel Gallagher, Miles Kane en Ron Wood natuurlijk niet voor iedereen weggelegd. 

Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: 11 Past The Hour maakt niet zo’n verpletterende indruk als zijn voorganger, maar het is een prima album met een paar uitschieters. 

Imelda May is op haar nieuwe album (gelukkig) niet teruggekeerd naar het rockabilly geluid van haar eerste albums, maar laat wederom horen dat ze een geweldig crooner is. Ze doet dit met een stem die af en toe wat heeft van Pretenders zangeres Chrissie Hynde, maar Imelda May is een veel betere zangeres. 

Op hetzelfde moment zorgt de rock ’n roll in haar stem er voor dat 11 Past The Hour klinkt als het album van een crooner, maar dan vaak wel wat minder zoetsappig. Die rock ’n roll hoor je hier en daar ook in de instrumentatie. Direct in de openingstrack zwellen de strijkers stevig aan, maar je hoort ook mooie gitaarlijnen en een solo waarin de gitaren even mogen ontsporen. 

11 Past The Hour mist de pure klasse van T-Bone Burnett en de souplesse van de muzikanten die hij voor het vorige album van Imelda May wist te strikken, maar de productie en instrumentatie zijn ook op het nieuwe album van de Ierse zangeres in orde. 

Waar Life. Love. Flesh. Blood vooral Amerikaans klonk, klinkt 11 Past The Hour een stuk Britser en waar Imelda May op haar vorige album de Amerikaanse rootsmuziek omarmde, hoor ik dit keer toch vooral soul en pop met hier en daar een uitstapje richting classic rock. 

Hier en daar is het me wat te gelikt of zelfs zoetsappig, maar laat Imelda May wel horen dat ze ook de concurrentie met bijvoorbeeld Adele aan kan als het moet. De wat stevigere songs op het album bevallen me net wat beter, al had het allemaal best wat ruwer of puurder gekund en ben ik niet zo gek op classic rock. 

Waar Life. Love. Flesh. Blood er in slaagde om de luisteraar diep te raken, is het nieuwe album van Imelda May vooral een album dat lekker weg luistert, met hier en daar een flinke uitschieter naar boven. 

Ook de sfeer op het album is anders dan dat op de zo goede voorganger, want Imelda May heeft de diepe dalen van Life. Love. Flesh. Blood achter zich gelaten en viert het leven weer. Ik wil de Ierse zangeres absoluut geen nieuw liefdesverdriet toewensen, maar Imelda May doet er wel goed aan om voor haar volgende album weer op zoek te gaan naar een topproducer en naar muzikanten die wat subtieler kunnen spelen. Ondertussen is 11 Past The Hour zoals gezegd een prima album, maar de vorige was echt veel beter. Erwin Zijleman


11 Past The Hour van Imelda May is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

donderdag 22 april 2021

Jesse Aycock - Jesse Aycock

De Amerikaanse muzikant Jesse Aycock nam tot dusver genoegen met een plekje op de achtergrond, maar met dit geweldige album verdient hij absoluut een plek in de spotlights
Ik moest heel even wennen aan de bijzondere stem van Jesse Aycock, maar toen dat eenmaal was gelukt was ik verkocht. De Amerikaanse muzikant gaat op zijn titelloze album aan de haal met Beatlesque pop, rock en Amerikaanse rootsmuziek en overtuigt in alle genres. Het album is werkelijk prachtig ingekleurd, waarbij vooral de wat meer ingetogen en psychedelische passages aangenaam bezweren. De muzikant uit Tulsa schrijft ook nog eens geweldige songs , is een fantastisch gitarist en als zijn stem je ook te pakken heeft, blijft dit album maar doorgroeien. Voor mij is Jesse Aycock daarom de grootste ontdekking van de afgelopen week en een serieuze jaarlijstjeskandidaat.


Jesse Aycock ken ik vooral van de gelegenheidsband Hard Working Americans. De band uit Nashville, Tennessee, had Todd Snider en Neal Casal als bekendste leden, maar ook multi-instrumentalist Jesse Aycock was van de partij. De muzikant uit Tulsa, Oklahoma, heeft ook al een aantal soloalbums op zijn naam staan, maar volgens mij is het deze week verschenen titelloze album mijn eerste kennismaking met de muziek van Jesse Aycock, die wel als sessiemuzikant is te horen op flink wat albums die ik in de kast heb staan. 

De Amerikaanse muzikant heeft zijn nieuwe album opgedragen aan de in 2019 overleden Neal Casal, die te horen was op een van de vorige soloalbums van Jesse Aycock en natuurlijk een directe collega was in de Hard Working Americans. 

Op zijn nieuwe album neemt de muzikant uit Tulsa je vrijwel onmiddellijk mee terug naar de jaren 70. Dat schrijf ik de laatste tijd wel heel erg vaak, maar iets anders kan ik er in het geval van Jesse Aycock echt niet van maken. 

Het jaren 70 geluid is overigens niet het eerste opvalt bij beluistering van het titelloze album van de Amerikaanse muzikant, want dat is de unieke stem van Jesse Aycock. Het is een stem die in eerste instantie vooral bijzonder of zelfs vreemd klinkt, maar na enige gewenning vind ik de wat nasale, hoge en weemoedige stem van de muzikant uit Tulsa persoonlijk erg mooi. 

Het is een stem die wat atypisch klinkt, maar het gekke is dat de zang op het album soms ook wat aan John Lennon doet denken, wiens stem toch niet vaak als vreemd is bestempeld. De raakvlakken met John Lennon hoor je vooral in de tracks die wat Beatlesque aandoen en herinneren aan het psychedelische werk van de Fab Four, zoals het fraaie Passing Days, dat niet had misstaan op Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band. Het zijn invloeden die door de bijzondere stem van Jesse Aycock wel wat worden aangedikt, maar het resultaat mag er zijn. 

Het album heeft zijn Beatlesque momenten, maar ik vind het toch vooral een rootsalbum. Het is wel een rootsalbum dat bijzonder is ingekleurd. Jesse Aycock doet dit met ook in de rootsmuziek veelgebruikte instrumenten als gitaren, pedal en lap steel, orgels en piano, maar de Amerikaanse muzikant slaagt er absoluut in om binnen het rootsgenre een eigen geluid neer te zetten. Dat doet hij door zijn muziek een 70s feel te geven, bijvoorbeeld door de mellotron in te zetten, maar ook door het tempo zo nu en dan opvallend laag te houden en zijn muziek relatief sober maar zeer smaakvol in te kleuren. 

Hiertegenover staan een aantal uptempo songs, waarin het geluid van Jesse Aycock weer wat voller en steviger mag klinken en met name het gitaarwerk en het orgelwerk mogen vlammen. Dat klinkt lekker, maar de songs die het tempo laag houden vind ik persoonlijk mooier. Een deel van deze songs klinkt psychedelisch, maar ook voor fraaie countryrock draait Jesse Aycock zijn hand niet om en keer op keer klinkt de instrumentatie prachtig. 

En als dan ook Allison Moorer nog eens opdraaft voor fraaie achtergrondzang speelt de Amerikaanse muzikant voor mij sowieso een gewonnen wedstrijd. Die wedstrijd wordt steeds overtuigender gewonnen, want het nieuwe album van Jesse Aycock is een album dat nog lang mooier wordt. Hoogste tijd voor een plekje in de spotlights dus voor deze bijzondere Amerikaanse muzikant. Erwin Zijleman

De muziek van Jesse Aycock is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikant: https://jesseaycock.bandcamp.com.


Jesse Aycock van Jesse Aycock is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

woensdag 21 april 2021

Mirja Klippel - Slow Coming Alive

Terwijl de lente langzaam maar zeker zijn intrede doet in Nederland, verrast de Finse muzikante Mirja Klippel met een prachtig ingekleurd album dat de winter nog even omarmt
Slow Coming Alive is mijn eerste kennismaking met de muziek van de Finse muzikante Mirja Klippel en het is een kennismaking die me uitstekend is bevallen. Het is een album dat opvalt door bijzonder mooie vocalen, door een bijzondere sfeer, door eigenzinnige teksten en songs en zeker ook door een hele mooie instrumentatie, die de muziek van Mirja Klippel voorziet van een geheel eigen geluid. Het is een geluid dat zich steeds weer weet te onderscheiden van alles dat er al is en het is een geluid dat beelden van wonderschone winterlandschappen op het netvlies tovert. Het is ook nog eens een geluid dat zich niet makkelijk in een hokje laat duwen en alleen maar mooier wordt. Prachtig album.


Nu de eerste helft van april er ook alweer opzit, wordt het hoog tijd dat de lente zijn intrede doet in Nederland, waarna we ons kunnen verheugen op een lange en mooie zomer. De afgelopen weken verschenen al de nodige soundtracks voor de lente en de zomer, maar voor een ieder die graag nog even vasthoudt aan de winter, wat natuurlijk ook een prachtig seizoen is, is er nu ook een fraaie soundtrack verschenen. 

Voor deze soundtrack tekent de van oorsprong Finse singer-songwriter Mirja Klippel, die via Zweden in het Deense Kopenhagen is terecht gekomen en nu via een Duits label ook de rest van Europa wil veroveren. Dat lijkt me zeker kansrijk, want het tweede album van Mirja Klippel is niet alleen een erg mooi album, maar ook een album dat zich weet te onderscheiden van alles dat er al is. 

Dat doet de van oorsprong Finse muzikante allereerst met haar mooie stem. Het is een stem waarmee Mirja Klippel uit de voeten kan als Scandinavische ijsprinses, maar het is ook een stem die warm genoeg is om al het sneeuw en ijs op Slow Coming Alive voorzichtig te laten smelten. Het is bovendien een stem die eens niet klinkt als die van alle andere folkies die momenteel aan de weg timmeren. 

Door de bijzonder mooie stem van Mirja Klippel voelde ik me onmiddellijk aangetrokken tot dit album, maar Slow Coming Alive heeft nog veel meer moois te bieden. Zo laten de songs van de Finse muzikante zich niet heel makkelijk in een hokje duwen. Het zijn songs vol invloeden uit de folk, maar het tweede album van Mirja Klippel is zeker geen puur folkalbum. 

Het zijn songs die stuk voor stuk lekker in het gehoor liggen, maar die ook knap in elkaar steken en met enige regelmaat dingen doen die je niet had verwacht, waardoor het album er in slaagt om de hele speelduur spannend te blijven. Mirja Klippel schrijft niet alleen mooie songs, maar ook nog eens persoonlijke teksten die ergens over gaan en zich niet alleen laten inspireren door de geijkte thema’s. 

Misschien nog wel het meest opvallend vind ik echter de instrumentatie op Slow Coming Alive. Mirja Klippel tekent zelf voor fraai akoestisch gitaarspel en bijdragen van het Duitse tokkelinstrument de waldzither, terwijl haar kompaan Alex Jønsson tekent voor akoestische en elektrische gitaren en de pedal steel, wat voor mij altijd een pre is. 

De gitaren zorgen voor een subtiele organische basis, waarna flink wat strijkers het geluid van Mirja Klippel voorzien van veel dynamiek, al blijft het geluid van de Finse muzikante subtiel genoeg om haar mooie stem alle ruimte te geven. Die stem wordt alleen maar mooier door de bijzondere instrumentatie die niet alleen subtiel maar ook verrassend is.

Hier en daar wordt een koor ingezet voor nog wat extra dynamiek, maar het mooist vind ik toch de subtiel ingekleurde songs, waarin de instrumenten beelden van uitgestrekte winterlandschappen op het netvlies toveren en Mirja Klippel de verleiding mag vervolmaken met haar bijzonder mooie stem. 

De meeste songs op het album zijn overigens in het Engels, maar de drie tracks in het Fins, dat totaal anders klinkt dan de andere Scandinavische talen, voegen wat extra magie toe aan een album dat toch al bijzonder klinkt. Ik kijk persoonlijk erg uit naar de lente en de zomer, maar wat later op de avond doen de winterse klanken van Mirja Klippel het uitstekend. En de volgende winter komt vanzelf. Erwin Zijleman

De muziek van Mirja Klippel is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Finse muzikante: https://mirjaklippel.bandcamp.com/album/slow-coming-alive.


Slow Coming Alive van Mirja Klippel is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

Jim Steinman (1947-2021)



Gisteren kwam naar buiten dat afgelopen maandag Jim Steinman is overleden. Het is een naam die voor mij onlosmakelijk is verbonden met het uit 1977 stammende album Bat Out Of Hell van Meat Loaf.

Jim Steinman schreef alle songs voor het album en tekende bovendien voor de arrangementen, die het geluid van Meat Loaf voor een belangrijk deel bepaalden. Ik heb altijd gedacht dat hij het album ook produceerde en verantwoordelijk was voor de mix, maar hiervoor tekenden respectievelijk grootheden Todd Rundgren en Jimmy Iovine, dat wist ik niet, net zo min als ik wist dat twee leden van Springsteen’s E-Street band meespelen op het album.

Goed, met de songs en de arrangementen was de bijdrage van Jim Steinman aan Bat Out Of Hell al groot genoeg. Jim Steinman begon bij de ‘wall of sound’ van Phil Spector en voegde hier nog wat Wagneriaanse pompeusheid en wat van Springsteen's E-Street band aan toe. Het leverde een van de onbetwiste klassiekers uit de jaren 70 op en de naam van Jim Steinman mag in hoofdletters op de hoes staan wat mij betreft.

Dat Jim Steinman ook zijn beperkingen had bleek drie jaar later toen hij onder zijn eigen naam Bad For Good uitbracht. Het vervolg op Bat Out Of Hell werd gemaakt met dezelfde sterrencast, maar zonder Meat Loaf zelf, die op dat moment vooral aan het zuurstof lag. Het werkte totaal niet, al was het maar omdat Jim Steinman geen geweldig zanger bleek. 

De revanche kwam in 1993 met Meat Loaf’s Bat Out Of Hell II: Back Into Hell, dat wel een waardig opvolger van de klassieker uit 1977 was. Ondertussen schreef Jim Steinman ook een aantal wereldhits voor anderen, variërend van Bonnie Tyler’s Total Eclipse Of The Heart tot Celine Dion's It's All Coming Back To Me Now. 

Zijn derde samenwerking met Meat Loaf, het in 2006 verschenen Bat Out Of Hell III: The Monster Is Loose bleek een miskleun, maar Jim Steinman bracht Bat Out Of Hell nog wel met veel succes naar de musical planken, waarmee de cirkel weer rond was. 

Met Bat Out Of Hell bereikte de deze week overleden Amerikaanse songwriter, arrangeur en producer de eregalerij van de popmuziek. We zullen hem niet snel vergeten, al is het maar omdat zijn Paradise By The Dashboard Light nog tot in de lengte van dagen te horen zal zijn. Erwin Zijleman

   

dinsdag 20 april 2021

The Brother Brothers - Calla Lily

The Brother Brothers is een duo uit Brooklyn, New York, dat herinnert aan de weergaloze harmonieën van The Everly Brothers, maar dat ook een duidelijk eigen geluid laat horen
Voor liefhebbers van harmonieën die garant staan voor kippenvel valt er de afgelopen jaren genoeg te kiezen. The Brother Brothers uit New York herinneren meer dan eens aan Simon & Garfunkel, maar toch vooral aan The Everly Brothers. De twee Amerikaanse broers doen echter meer dan het reproduceren van alles dat er al is en voegen een fraai ruimtelijk rootsgeluid toe aan de wonderschone vocalen. Het zijn deze vocalen die ervoor zorgen dat Calla Lily opvalt, maar vervolgens valt er veel meer te genieten op het tweede album van The Brother Brothers, dat zeker niet onder doet voor de fraaie albums die de diverse soortgenoten de afgelopen jaren hebben uitgebracht.


Er zijn de afgelopen jaren nogal wat albums uitgebracht waarop de harmonieën bij mij herinneringen opriepen aan de gouden kelen van Don en Phil Everly. Van deze albums zijn de albums van The Lost Brothers, The Cactus Blossoms, Cut Worms, The Milk Carton Kids en Jamestown Revival me het meest bijgebleven, maar er was natuurlijk veel meer. 

Some People I Know van The Brother Brothers is me in 2018 niet opgevallen, maar toen ik het album deze week beluisterde, kon ik alleen maar concluderen dat het niet had misstaan op de krenten uit de pop. Aanleiding om eens te luisteren naar het debuut van het New Yorkse duo was de release van het tweede album van The Brother Brothers, Calla Lily. Het is een album dat ik nog wat mooier en overtuigender vind dan het debuut van Adam en David Moss, waardoor het album een van de zekerheden was deze week. 

Direct in de openingstrack laten de broers uit Brooklyn, New York, horen wat ze kunnen. Calla Lily heeft zich absoluut laten inspireren door de weergaloze harmonieën van de broers Everly, die voor altijd onovertroffen zullen blijven, al hoor ik in de openingstrack meer van Simon & Garfunkel dan van The Everly Brothers. 

Echo’s van Don en Phil Everly duiken wel op in de tweede track, die bij mij goed is voor kippenvel. Dat ligt niet alleen aan de zang, maar ook aan de buitengewoon fraaie en trefzekere instrumentatie, die net als de harmonieën afkomstig lijkt uit een ver verleden. 

Het is een instrumentatie die het tweede album van The Brother Brothers mooi, warm en ruimtelijk inkleurt met vooral prachtige gitaarlijnen, waarna de strijkers zorgen voor wat extra weemoed. De New Yorkse broers hoeven vervolgens alleen maar de sterren van de hemel te zingen en dat doen ze vol overtuiging. 

Hierboven gaf ik al aan dat er de afgelopen jaren veel albums zijn verschenen die de muzikale erfenis van The Everly Brothers eren, maar het tweede album van The Brother Brothers wil ik er graag bij hebben. Dit omdat Adam en David Moss zich absoluut hebben laten beïnvloeden door de vocalen van The Everly Brothers en zeker ook Simon & Garfunkel, maar veel meer doen dan het reproduceren van de harmonieën van deze twee duo’s. 

Ook in muzikaal opzicht maakt het New Yorkse duo immers opvallende keuzes. Na een aantal sfeervolle ballads verrast The Brother Brothers opeens met een meer uptempo countrytrack en niet veel later schudden de Amerikaanse broers ook nog een opvallende instrumentale track uit de mouw. Het voorziet Calla Lily van onderscheidend vermogen, zeker wanneer ook nog eens een viool uit de kast wordt getrokken, maar uiteindelijk zijn het toch vooral de wonderschone vocalen en harmonieën die me over de streep trekken. 

Natuurlijk is het verleidelijk om in plaats van het album van The Brother Brothers een mooi boxje van The Everly Brothers uit de kast te trekken, maar net als de albums van de bands en duo’s die ik aan het begin van deze recensie heb genoemd, hebben de interpretaties uit het heden ook hun waarde. 

The Brother Brothers vielen me drie jaar geleden niet op, maar Calla Lily is in muzikaal, tekstueel, compositorisch en vooral vocaal opzicht een ijzersterk album, dat bij liefhebbers van het genre zeer in de smaak zal vallen. Erwin Zijleman

De muziek van The Brother Brothers is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van het Amerikaanse duo: https://thebrotherbrothers.bandcamp.com/album/calla-lily.


Calla Lily van The Brother Brothers is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

maandag 19 april 2021

Motorpsycho - Kingdom Of Oblivion

De Noorse band Motorpsycho heeft over inspiratie kennelijk niet te klagen, want een half jaar nadat het een lijvige trilogie voltooide liggen er al weer 70 geweldige minuten muziek op je te wachten
Laat Kingdom Of Oblivion van Motorpsycho uit de speakers komen en je krijgt de geschiedenis van in ieder geval de rockmuziek uit de jaren 70 in een notendop gepresenteerd. Dat deed de band ook al op de prachtige Gullvåg trilogie, maar de inspiratie was nog niet op kennelijk. Ook Kingdom Of Oblivion neemt je mee terug naar de psychedelische rock, hardrock, jazzrock en symfonische rock uit de jaren 70, maar de Noorse band legt dit keer net wat andere accenten en voegt er ook dit keer veel van zichzelf aan toe. Kingdom Of Oblivion gaat van fluisterzacht naar behoorlijk hard en houdt je met gemak 70 minuten op het puntje van je stoel. Wat een band.


De Noorse band Motorpsycho voltooide maar net een half jaar geleden de zogenaamde Gullvåg trilogie; een eerbetoon aan de Noorse kunstenaar Håkon Gullvåg, die ook tekende voor de bijzonder fraaie cover art. Op The Tower uit 2017, The Crucible uit 2019 en The All Is One uit 2020 ging de band op buitengewoon fascinerende wijze aan de haal met een aantal decennia rockmuziek, met een voorliefde voor psychedelische rock, jazzrock, hardrock en vooral progrock (en dan vooral uit de periode waarin het genre nog symfonische rock werd genoemd). 

Het leverde in totaal drieënhalf uur fascinerende muziek op en het is muziek die alle kanten op sprong en springt, want de Motorpsycho trilogie komt hier nog steeds met enige regelmaat voorbij. In die drieënhalf uur had ik meer dan eens associaties met de muziek van Yes en dat is absoluut een jeugdliefde, wat de liefde voor de albums verder aanwakkerde. 

Motorpsycho is haar hele carrière al zeer productief, maar ik had niet zo snel al een nieuw album van de Noorse band verwacht. Kingdom Of Oblivion is ook zeker geen half werk, want ook het nieuwe album van de band is weer goed voor 70 minuten muziek. 

Kingdom Of Oblivion opent wat steviger dan de vorige drie albums van de band, maar naarmate het album vordert komen alle invloeden die de Gullvåg zo mooi en bijzonder maakten nog eens voorbij. Kingdom Of Oblivion kan uit de voeten met zwaar aangezette riffs, maar verrast ook met zeer ingetogen passages met slechts wat akoestisch gitaarwerk en zang. 

Ik hoor ook dit keer weer veel uit de begin- en gloriejaren van Yes, maar Motorpsycho houdt zeker niet vast aan de kaders van de symfonische rock en sleept er weer van alles bij. De band uit Trondheim is er ook dit keer niet vies van om veelvuldig van de hak op de tak te springen en van kleur te verschieten, waardoor het belangrijk is om bij de les te blijven. 

Behoorlijk toegankelijke rocksongs worden afgewisseld met meer folky en trippy passages, waarin de Noorse band de song met een kop en een staart even volledig uit het oog verliest, maar het knappe van Motorpsycho is dat ze deze song altijd weer vinden. 

Net als zijn drie voorgangers laat ook Kingdom Of Oblivion zich beluisteren als een verloren gewaand meesterwerk uit de jaren 70, maar het is ook een album dat in de jaren 70 nooit gemaakt had kunnen worden, al is het maar vanwege de bonte mix van invloeden, waar een goed gevulde platenkast voor nodig is, of vanwege muzikale uitstapjes die pas veel later zijn bedacht. 

Vergeleken met de vorig jaar afgeronde trilogie lijkt Kingdom Of Oblivion iets opgeschoven richting de jaren 70 hardrock, waarbij alle grote bands voorbij komen, of hier en daar zelfs wat richting de metal, maar ook de liefhebber van alle andere genres die op de terecht zo bewierookte trilogie voorbij kwamen, komen op het nieuwe album van Motorpsycho ruimschoots aan hun trekken. 

Het zal even wennen zijn voor muziekliefhebbers die hun muziek bij voorkeur in losse songs tot zich nemen, want Kingdom Of Oblivion is een album dat je bij voorkeur van de eerste tot de laatste noot moet ondergaan. Het levert 70 fascinerende minuten muziek op en het is ook dit keer muziek die laat horen dat Motorpsycho een unieke band is, die er wederom glansrijk in is geslaagd om een boeiend hoofdstuk toe te voegen aan haar zo fraaie oeuvre. Erwin Zijleman


Kingdom Of Oblivion van Motorpsycho is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

zondag 18 april 2021

Cory Hanson - Pale Horse Rider

Cory Hanson heeft een album gemaakt vol lome en vaak licht psychedelische Americana, die herinnert aan de hoogtijdagen van de 70s countryrock, maar die ook zeker eigentijds klinkt
Ik was niet bekend met het solowerk van Cory Hanson en nauwelijks bekend met het werk van zijn band Wand, maar het tweede soloalbum van de Amerikaanse muzikant is een album dat ik vanaf de eerste keer horen koester. De muzikant uit Los Angeles citeert uit de countryrock uit de jaren 70, maar sluit ook aan bij de singer-songwriter muziek uit dezelfde periode en is bovendien niet vies van psychedelica of andere accenten. Het levert een album op dat afwisselend nostalgisch en eigentijds klinkt en dat wat mij betreft mooier en mooier wordt. De instrumentatie is bijzonder fraai, de songs aansprekend, de zang op een of andere manier bijzonder. Prachtig album.


Pale Horse Rider van Cory Hanson werd een tijd geleden door het Britse muziektijdschrift Uncut al eens uitgroepen tot album van de maand, maar uiteindelijk hebben we nog wat langer moeten wachten op het album van de Amerikaanse muzikant. 

Dat deed ik met enige nieuwsgierigheid, maar zonder al teveel smart, want de naam Cory Hanson zei me eerlijk gezegd niet zo heel veel. Zijn vijf jaar geleden verschenen solodebuut The Unborn Capitalist From Limbo heb ik, ondanks de opvallende titel, niet opgemerkt en ook de band van Cory Hanson, Wand, ken ik niet heel goed. 

Pale Horse Rider is echter terecht bejubeld door mijn favoriete muziektijdschrift, want was is het een mooi album. Het is een album waarop Cory Hanson de wat gruizige psychedelica van zijn band grotendeels achter zich laat en kiest voor folk(rock) en vooral country(rock) zoals die in de jaren 70 werd gemaakt, waarna hij hier een eigen draai aan geeft. 

Pale Horse Rider is direct vanaf de eerste noten een loom en zwoel album dat herinnert aan grootheden uit een ver verleden. Cory Hanson kleurt zijn muziek bijzonder fraai in met gitaren, piano en uiteraard de pedal steel, die in de countryrock nooit mag ontbreken. Ondanks de gebruikte instrumenten is Pale Horse Rider echter zeker geen doorsnee countryrock album. 

De muziek van Cory Hanson klinkt vaak psychedelisch en folky en een enkele keer zelfs jazzy. Wanneer elektronica wordt ingezet wordt de countryrock uit het verleden in één keer het heden in gesleurd, maar Pale Horse Rider bevat ook een aantal songs die zo lijken weggelopen uit de jaren 70. 

Neil Young is een ijkpunt, maar ik hoor hier en daar ook wel wat van Paul McCartney, zeker wanneer de songs wat opschrijven richting de singer-songwriter muziek uit het betreffende decennium. In muzikaal opzicht klinkt Pale Horse Rider met enige regelmaat behoorlijk traditioneel, maar een bijzondere twist is nooit ver weg. 

Zeker op het eerste gehoor vond ik Cory Hanson geen groot zanger, maar de muzikant uit Los Angeles legt wel veel gevoel in zijn songs, waardoor de songs op Pale Horse Rider alleen maar mooier worden en ook de zang me steeds meer aanspreekt. 

Het meest bijzondere van het tweede soloalbum van Cory Hanson vind ik het feit dat het het ene moment voor de volle 100% een Americana album is, maar het volgende moment flarden Paul McCartney maar ook Pink Floyd laat horen. Pale Horse Rider is bovendien het album dat Radiohead zou kunnen maken wanneer het haar volgende album ergens in de Californische woestijn (waar Pale Horse Rider is opgenomen) of aan de oevers van de Mississippi zou opnemen. 

Vanwege de warme en laid-back klanken is het tweede soloalbum van Cory Hanson een album dat makkelijk overtuigt, maar de ware pracht van de songs van de Amerikaanse muzikant moet je dan nog ontdekken. 

De recensent van het Britse muziektijdschrift Uncut heeft het in ieder geval goed gehoord, want Pale Horse Rider ontwikkelt zich razendsnel tot een album dat je wilt koesteren en dat met name wanneer de zon onder is wonderen verricht. 

Zeer warm aanbevolen voor liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek, maar ook liefhebbers van 70s singer-songwriters kunnen waarschijnlijk goed uit de voeten met dit fraaie album van de muzikant uit Los Angeles, terwijl ook liefhebbers met een blik op het heden die album niet mogen vergeten. Erwin Zijleman

De muziek van Cory Hanson is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikant: https://coryhanson.bandcamp.com/album/pale-horse-rider.


Pale Horse Rider van Cory Hanson is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

zaterdag 17 april 2021

London Grammar - Californian Soil

London Grammar kiest op Californian Soil deels voor een wat voller en meer uptempo geluid, maar de Britse band heeft ook haar uit duizenden herkenbare onderkoelde geluid behouden
Met haar eerste twee albums leverde London Grammar wat mij betreft twee voltreffers af. Het deze week verschenen Californian Soil is op het eerste gehoor net wat minder, maar het is wel een groeiplaat. Het is een album dat wat voller en wat lichtvoetiger opent dan we van de band gewend zijn, maar naarmate het album vordert hoor je steeds meer het zo herkenbare London Grammar geluid. En als de wat vollere klanken je niet overtuigen, is er altijd nog de geweldige stem van Hannah Reid, die het geluid van de Britse band ook op Californian Soil weer op buitengewoon indrukwekkende wijze naar zich toe trekt. Geweldige band en weer een uitstekend album.


De Britse band London Grammar leverde met haar debuut If You Wait uit 2013 en opvolger Truth Is A Beautiful Thing uit 2017 twee uitstekende albums af. Ook voor album nummer drie heeft de oorspronkelijk uit het Britse Nottingham afkomstige, maar tegenwoordig vanuit Londen opererende band, de tijd genomen, want ook dit keer zijn bijna vier jaar verstreken. 

London Grammar bestaat nog altijd uit gitarist Dan Rothman, multi-instrumentalist Dot Major en zangeres Hannah Reid en het is nog steeds laatstgenoemde die met haar geweldige stem het geluid van London Grammar voor een belangrijk deel bepaalt. 

Die stem vloeide op de vorige twee albums van de Britse band prachtig samen met een soms bijna minimalistische instrumentatie, wat de band de vergelijking met The Xx opleverde. Vergeleken met The Xx was London Grammar overigens wel wat meer een popband, maar wel een hele goede en aangename popband. 

Door de twee prima albums was ik heel nieuwsgierig naar het deze week verschenen Californian Soil, dat me bij eerste beluistering licht tegenviel. London Grammar heeft haar derde album wat voller ingekleurd, flirt een enkele keer heel voorzichtig met de dansvloer en heeft bovendien invloeden uit de triphop toegevoegd aan haar muziek. 

London Grammar schuift hierdoor een enkele keer flink op richting een band als Massive Attack, maar het gaat te ver om te stellen dat het trio uit Londen op haar derde album duidelijk andere wegen in slaat. Californian Soil schuift soms wat op richting hitgevoelige of zelfs dansbare pop, maar aan de andere kant hoor je ook nog steeds het redelijk sober ingekleurde en zo herkenbare geluid van de band. 

De songs waarin het wat soberdere geluid domineert, die vooral op het tweede deel van het album zijn te vinden, zijn mijn favoriete tracks op het album, maar nu ik het derde album van London Grammar wat vaker heb gehoord, valt er ook op het eerste deel van het album steeds meer op zijn plek. 

De Britse band maakt nog altijd bijzondere popmuziek, waarin zowel de instrumentatie als de zang wat onderkoeld over komen, wat de muziek van London Grammar voorziet van een bijzondere sfeer. Het is een sfeer die mij makkelijk betovert.

Californian Soil is rijker georkestreerd dan de vorige twee albums van de band, maar het is allemaal weer bijzonder mooi gedaan, zeker als de band nieuwe wegen verkent die niet flirten met hitgevoelige pop. Californian Soil is overigens een bijzondere titel voor een album waarop de zon nauwelijks schijnt en de klanken toch vooral doen denken aan winterlandschappen. 

Ik had zoals gezegd wat twijfel over het toch wat voller en meer uptempo klinkende geluid van de band, maar het was wederom Hannah Reid die me over de streep trok. De Britse zangeres beschikt niet alleen over een geweldige stem, maar ze heeft ook een uniek eigen geluid, dat voor een belangrijk deel het ook zo karakteristieke London Grammar geluid bepaalt. 

Zeker wanneer de instrumentatie relatief sober is, stijgt de zang van Hannah Reid naar grote hoogten en weet ik onmiddellijk weer waarom ik de vorige twee albums van London Grammar zo vaak heb beluisterd. 

Californian Soul is bij vlagen wat minder indrukwekkend dan de eerste twee albums, maar het siert de band dat het niet vasthoudt aan een beproefd recept en bovendien is het een album dat groeit, want ook de songs die me net wat minder goed bevielen, overtuigen me inmiddels volledig. Voorzichtig durf ik dan ook wel te concluderen dat London Grammar het weer geflikt heeft. Erwin Zijleman


Californian Soil van London Grammar is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

vrijdag 16 april 2021

Silver Synthetic - Silver Synthetic

De Amerikaanse band Silver Synthetic klinkt als een goedgevulde maar omgevallen platenkast uit de jaren 70 en wat klinkt het allemaal lekker zonnig, heerlijk nostalgisch en aangenaam zorgeloos
Er zijn talloze bands die hun inspiratie vinden in de jaren 60 en 70. De door het label van Jack White getekende band Silver Synthetic uit New Orleans doet dit ook en doet dit wat mij betreft heel erg goed. De Amerikaanse band laat zich door meerdere genres beïnvloeden en probeert ook nog wat van zichzelf toe te voegen. Het debuut van Silver Synthetic is bovendien een heerlijke gitaarplaat en het is er een die doet verlangen naar een mooie en zorgeloze zomer. Als we die buiten niet kunnen vinden dit jaar zorgt dit album er in ieder geval voor dat de zonnestralen uit de speakers komen en even kan worden gedroomd over andere en vooral betere tijden. Heerlijk album.


De Amerikaanse band Silver Synthetic debuteerde vorig jaar met een EP die deed verlangen naar lange en zorgeloze zomers. Zo’n zomer kregen we vorig jaar niet en ook voor dit jaar zijn de vooruitzichten niet best. De band uit New Orleans heeft de zomer gelukkig nog wel in de kop en strooit op haar titelloze debuutalbum driftig met zonnestralen. 

Net als de eerste EP van de Amerikaanse band klinkt ook het eerste album niet alleen zomers maar ook zorgeloos. Silver Synthetic maakt muziek die niet van deze tijd is, maar vooral herinnert aan de jaren 60 en 70. 

Wanneer het gaat om invloeden uit deze twee decennia is de band uit New Orleans zeker niet kieskeurig. Silver Synthetic kan uit de voeten met Westcoast pop, met Laurel Canyon folkrock en met countryrock, maar de Amerikaanse band kent ook de grote Britse bands uit de jaren 60 en 70 en doet net zo makkelijk een greep uit de catalogus van The Beatles, The Stones of The Kinks. 

Ook hier blijft het niet bij, want net toen ik dacht dat ik alle invloeden wel zo ongeveer benoemd had, ging Silver Synthetic aan de haal met invloeden uit de 70s glamrock van een band als T. Rex of dook toch opeens een flinke dosis psychedelica op. 

Nu zijn er de afgelopen jaren heel veel bands als Silver Synthetic geweest, al is de band uit New Orleans wat betreft de verwerkte invloeden wel wat veelzijdiger. In muzikaal opzicht weet de band zich wat mij betreft echter makkelijk te onderscheiden. 

Het op Third Man Records, het label van Jack White, verschenen debuut van Silver Synthetic is niet al te gecompliceerd ingekleurd. Het is vooral een gitaarplaat en het is er voor de afwisseling weer eens een waarop lekker gesoleerd mag worden. Het versterkt het 70s gevoel dat de plaat ademt en het versterkt op hetzelfde moment het tijdloze karakter van het album. 

Het gitaarwerk op het album is bijzonder lekker en bovendien veelkleurig, maar ook de ritmesectie staat garant voor prima bas en drumpartijen. Ook in vocaal opzicht valt het debuut van de band uit New Orleans in positieve zin op. De vocalen vallen op door een eigen geluid en betoveren makkelijk wanneer Silver Synthetic tekent voor mooie koortjes, die ook weer een duidelijke 70s feel hebben. 

Met de genoemde sterke punten is het debuut van Silver Synthetic al aardig op weg richting een prima album en die status bereikt dit debuut door de songs op het album. Het zijn songs die je bij eerste beluistering al een jaartje of veertig lijkt te kennen, maar die niet vervelen. 

Het illustreert dat Silver Synthetic de mosterd vooral uit een ver verleden haalt, maar het is nog niet zo makkelijk om songs te schrijven die niet onmiddellijk doen verlangen naar de klassiekers uit de periode waaruit de band citeert. Vrijwel alle songs op het debuut van de Amerikaanse band dringen zich makkelijk op en worden vervolgens langzaam maar zeker zo aangenaam dat je wilt blijven luisteren. 

Dat is deels vanwege de vele zonnestralen in de muziek en vanwege het heerlijk nostalgische gevoel dat Silver Synthetic oproept, maar het zit allemaal ook knap in elkaar en als je het album een paar keer hebt gehoord wil je het veel vaker horen. Het debuut van de Amerikaanse band is al met al een fraai staaltje retro, maar het is ook een prima soundtrack voor de zorgeloze zomer van 2021 of als het moet 2022. Erwin Zijleman

De muziek van Silver Synthetic is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse band: https://silversynthetic.bandcamp.com/album/silver-synthetic-2.


Silver Synthetic van Silver Synthetic is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

Mon Laferte - SEIS

Voor een ieder die toe is aan even een andere omgeving, neemt de Chileense muzikante Mon Laferte je mee naar het Mexicaanse platteland, waarop ze vol passie lokale volksmuziek vertolkt
Ik begin iedere week weer met een flinke stapel nieuwe releases, maar weet meestal op voorhand wel welke albums ik uiteindelijk ga bespreken en welke niet. SEIS van Mon Laferte zag ik geen moment aankomen, maar het is een album dat bij de eerste noten iets met me deed. Eerst vanwege de zonnige Mexicaanse klanken, later door de intense en gepassioneerde vocalen van de Chileense muzikanten en het bonte klanken- en stijlen palet op het album. Mon Laferte laat horen hoe rijk de Mexicaanse volksmuziek is en zorgt op hetzelfde moment voor verrassend vaak terugkerend kippenvel. Absoluut buiten mijn comfort zone, maar ook zeer indrukwekkend.


Ook deze week is weer een week met heel veel releases, maar het is ook een week waarin er op voorhand weinig albums direct uitsprongen en bovendien een week waarin de vaste waarden grotendeels ontbreken. Ik vind dit persoonlijk de leukste weken, want het kan echt alle kanten op gaan en dat gaat het ook deze week. 

SEIS van Mon Laferte zou ik normaal gesproken waarschijnlijk niet snel hebben opgepakt, want het is een album dat zich enigszins buiten mijn comfort zone beweegt. Het is een album dat me in eerste instantie vooral aansprak omdat het beelden op het netvlies tovert van een omgeving die ver is verwijderd van de kleine wereld waarin we ons noodgedwongen al ruim een jaar begeven, maar het is inmiddels ook een album dat me steeds dieper raakt. 

Mon Laferte was voor mij een nieuwe naam, maar de in Chili geboren zangeres en actrice is in haar eigen land en in een groot deel van de rest van Zuid- en Midden-Amerika al een hele tijd een ster, wat haar Latin Grammy’s heeft opgeleverd. Het is bovendien een geëngageerde ster die geen blad voor de mond neemt en op bijzondere wijze aandacht heeft gevraagd voor met name de rechten van vrouwen. 

In muzikaal opzicht heeft de Chileense muzikante vooral de Latin pop en rock verkend, maar op SEIS duikt ze diep in de traditionele Mexicaanse folk. Mon Laferte woont al een tijd in Mexico, maar verhuisde voor haar laatste album naar het platteland. In Tepoztlán ontdekte ze niet alleen het plattelandsleven, maar ook de Mexicaanse folk of beter gezegd volksmuziek. 

Het is een genre waarin ik niet of nauwelijks thuis ben, maar het blijkt op SEIS een bont en veelkleurig palet aan stijlen en genres, die ik verder niet met name zal noemen, want ik hoorde ze allemaal voor het eerst. SEIS is hierdoor een zeer veelzijdig album, dat zowel in muzikaal als in vocaal opzicht steeds weer nieuwe wegen in slaat. 

Een aantal tracks op het album laten de Mexicaanse muziek horen die we ook wel kennen van Amerikaanse bands als Los Lobos, maar andere tracks schuiven voor mij op richting Braziliaanse bosa nova of richting zwaar georkestreerde filmmuziek. Ik ben er zoals gezegd niet in thuis, dus de muziek moet voor mij spreken en dat lukt heel aardig. 

Ik vind niet alle uithoeken van de Mexicaanse volksmuziek even mooi of aansprekend, maar het overgrote deel van SEIS luistert lekker weg en neemt je mee terug naar andere werelden en vervlogen tijden. Zowel in muzikaal als in productioneel opzicht klinkt het prachtig en lekker vol, maar het album overtuigt toch het meest door de zang van Mon Laferte. 

Zeker op het eerste gehoor vond ik de stem van de Chileense zangeres wat vreemd, maar het went snel en als je eenmaal gewend bent geraakt aan de zang op het album wordt deze steeds mooier en indringender. Mon Laferte vertolkt haar songs met hart en ziel en stort uiteenlopende emoties over je uit. De ene keer zingt ze gevoelig en fluisterzacht, de volgende keer overstemt ze met orkaankracht alle aangerukte strijkers en blazers. 

Het zijn vocalen die de songs op SEIS voorzien van passie en die passie knalt werkelijk uit de speakers. SEIS van Mon Laferte valt zoals gezegd wat buiten mijn comfort zone, maar ik keer toch verrassend vaak terug naar dit indrukwekkende album dat stiekem ook de zomer alvast in huis haalt. Erwin Zijleman

   

donderdag 15 april 2021

Caoilfhionn Rose - Truly

Het debuut van Caoilfhionn Rose was van een bijzondere schoonheid, maar haar deze week verschenen tweede album is nog mooier en ook nog eens veelzijdiger en eigentijdser
Door het grote aantal releases van het moment valt het niet mee om op te vallen met een nieuw album, maar het tweede album van de Britse muzikante Caoilfhionn Rose is echt veel te mooi en bijzonder om buiten de boot te vallen. Vergeleken met haar debuutalbum hebben invloeden uit de folk wat aan terrein verloren en gezelschap gekregen van een bont palet aan invloeden. De instrumentatie klinkt al even veelzijdig en is bovendien wonderschoon. Omdat het allemaal ook nog eens prachtig kleurt bij de prachtige stem van Caoilfhionn Rose en de songs de fantasie maar blijven prikkelen, durf ik Truly best een van de meest opvallende releases van deze week te noemen.


De (voor)naam van Caoilfhionn Rose kan ik maar heel moeilijk onthouden, maar haar in 2018 verschenen debuut Awaken is me absoluut bijgebleven. Het is een debuut dat uiteindelijk helaas maar weinig aandacht heeft gekregen, maar absoluut veel aandacht had verdiend. 

Ook deze week zullen weer veel mensen struikelen over de ingewikkelde voornaam van de Britse muzikante, die je volgens haar bandcamp pagina overigens uitspreekt als “Keelin”, maar hopelijk wordt haar deze week verschenen tweede album in bredere kring opgepakt dan het uitstekende debuut van Caoilfhionn Rose. 

Op dit debuut begon de Britse muzikante bij de Britse folk uit de jaren 70, maar klonk ze uiteindelijk niet als de gemiddelde Britse folkie uit deze periode. Dat doet ze nog minder op het deze week verschenen Truly, dat wat eigentijdser maar ook eigenzinniger klinkt dan haar debuut. 

Caoilfhionn Rose deed voor het eerst ervaring op met het opnemen van muziek in een studio toen ze bijdroeg aan het album Chronicle LX:XL van de Britse (cult)band Durutti Column. Een lid van deze bijzondere band, Kier Stewart, tekende mede voor de productie van Truly, dat absoluut een bijzonder geluid laat horen. 

In de instrumentatie staan fraaie en niet direct folky klinkende gitaarlijnen centraal, maar deze worden omgeven door een bont klankentapijt waarin uiteenlopende instrumenten worden ingezet, wat steeds weer een verrassend geluid oplevert. 

Het debuut van Caoilfhionn Rose was met enige fantasie nog wel in het hokje folk te duwen, maar opvolger Truly is een album dat zich minder makkelijk laat vangen. Folk is een van de vele bestanddelen van het album van de jonge Britse muzikante, maar ook invloeden uit de jazz, ambient en psychedelica hebben hun sporen nagelaten op Truly. 

Het combineert allemaal prachtig met de stem van Caoilfhionn Rose, die prima uit de voeten kan met traditionele Britse folk, maar ook in het eigentijdser klinkende geluid op haar nieuwe album overtuigt met honingzoete vocalen. 

Het doet me af en toe wel wat denken aan de eerste albums van Beth Orton, maar ook deze vergelijking houdt niet lang stand. Truly betovert elf songs lang met een mooi ruimtelijk geluid dat afwisselend dromerig en zweverig klinkt, maar dat door de wonderschone gitaarlijnen ook aards klinkt. 

Hier en daar hoor je wat Britse folk uit het verleden, maar ik hoor hier en daar ook wel wat van de albums van Kate Bush, al heeft Caoilfhionn Rose een totaal andere en minder aanwezige stem dan het Britse icoon. 

Truly overtuigt door de mooie klanken en al even mooie vocalen bijzonder makkelijk, maar dit soort albums willen ook wel eens verrassend snel vervliegen. Het gaat niet op voor het tweede album van de muzikante uit Manchester, want vooralsnog wordt Truly alleen maar mooier en maakt het niet zoveel uit of de lucht is gevuld met sneeuwvlokken of met zonnestralen. Het past altijd.

Het verbaasde me begin 2019 dat het een paar maanden eerder geleden verschenen debuut van de Britse muzikante zo weinig aandacht had gekregen en het zou me ook echt verbazen als deze prachtige opvolger ondersneeuwt de komende weken of maanden. Truly is immers een album om heerlijk bij weg te dromen, maar vervolgens raak je meer en meer in de ban van dit bijzondere album dat strooit met schoonheid. Erwin Zijleman

De muziek van Caoilfhionn Rose is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Britse muzikante: https://caoilfhionnrose.bandcamp.com/album/truly.


Truly van Caoilfhionn Rose
is verkrijgbaar via de Mania webshop:

    

woensdag 14 april 2021

LISASINSON - Perdona Mamá

Spaanse vrouwen die lekker ruwe en eigenzinnige rockmuziek maken is na Hinds, Mourn en Melenas niets nieuws, maar ook Perdona Mamá van LISASINSON is weer een heerlijk album
Ik heb nooit veel gehad met Spaanse popmuziek of kende geen Spaanse bands, maar de laatste paar jaar is het land hofleverancier van eigenzinnige indie-rock en -pop. Het volgende leuke Spaanse album komt uit Valencia en is gemaakt door LISASINSON. De band levert een debuut af met punky maar ook poppy songs die overlopen van energie. Het Spaanse viertal heeft genoeg aan gitaar, bas, drums en zang en tovert het ene na het andere memorabele popliedje uit de hoge hoed. Het zijn popliedjes zonder opsmuk en zonder pretenties, maar wat dringen ze zich genadeloos op en wat zijn ze lekker. Het zoveelste heerlijke album uit Spanje. LISASINSON, onthouden die naam.


Ik weet niet hoe het kan, maar de afgelopen jaren schieten de leuke indie-bandjes die worden gedomineerd door vrouwen in Spanje werkelijk als paddenstoelen uit de grond. Madrid heeft Hinds, Barcelona heeft Mourn en Pamplona kwam vorig jaar op de proppen met Melenas, dat met Dias Raros een voor mij onbetwist jaarlijstjesalbum afleverde. 

De muzikale reis door de indie scene van Spanje wordt vervolgd in Valencia, de thuisbasis van LISASINSON. Miriam (gitaar en zang), Mar (gitaar en zang), María (drums en achtergrondzang) en Paula (bas en achtergrondzang) leverden deze week met Perdona Mamá hun debuutalbum af en het is debuutalbum waar ik echt heel blij van wordt. 

Buiten het feit dat vrouwen op zijn minst domineren in de genoemde bands (alleen Mourn heeft overigens een man in de gelederen) zijn de vier bands zeker niet over één kam te scheren. Als ik de laatste albums van Hinds, Mourn, Melenas en LISASINSON vergelijk, moet ik constateren dat de laatstgenoemde band het ruwst en meest elementair klinkt. 

Perdona Mamá bevat negen songs en heeft hier een klein half uur voor nodig. Het zijn songs die genoeg hebben aan bas, drums, gitaar en zang en het zijn songs die vaak herinneren aan de punk of op zijn minst aan de garagerock. 

Ondanks de rauwe gitaren en de energieke ritmesectie klinkt de muziek van LISASINSON ook vrijwel altijd lichtvoetig, wat ongetwijfeld te maken heeft met de Spaanse teksten en de vrouwenstemmen, die de muziek van het Spaanse viertal bewust of onbewust toch een randje pop geven. 

Perdona Mamá is een album zonder poespas en hierdoor een album dat herinnert aan de tijd dat lekker muziek maken centraal stond. In muzikaal en productioneel opzicht is het debuut van LISASINSON misschien niet heel bijzonder, maar door de Spaanse taal en de wat mij betreft zeer aanstekelijke zang is het voor mij toch een album dat er uit springt deze week. 

Dat heeft ook zeker met de songs te maken, want het viertal uit Valencia brengt, ondanks de flinke dosis energie die in alle songs centraal staat, nog verrassend veel variatie aan in haar muziek, waarin zo nu en dan toch nog een opvallend mooie gitaar- of basloopje of een speelse drumroffel opduikt. 

Perdona Mamá van LISASINSON is echter vooral een album dat je niet tot op de laatste noot uit hoeft te pluizen of waarvoor je eens moet gaan zitten. Het debuut van de vier Spaanse vrouwen is immers het leukst wanneer je het lekker hard uit de speakers laat komen en je de energie zelf ook even laat stromen. 

Het debuut van LISASINSON is dan een onweerstaanbaar lekkere ‘guilty pleasure’, maar naarmate ik het album vaker hoor begin ik het niet alleen steeds leuker maar ook steeds knapper te vinden. 

Perdona Mamá heeft de ruwe energie die een band als Sleater-Kinney een aantal jaren zo leuk maakte, maar sindsdien de Amerikaanse band koos voor een veel gepolijster geluid en de dames van de band transformeerden in mode-iconen, zocht ik een bandje als LISASINSON. 

Het is een bandje dat misschien niet zo geniaal is als Melenas vorig jaar, maar de glimlach krijg ik echt niet weg als ik naar Perdona Mamá luister en dat heb ik inmiddels toch al heel vaak gedaan. Je zou dit soort muziek op voorhand niet verwachten uit Spanje, maar LISASINSON zet na Barcelona, Madrid en Pamplona ook Valencia op de kaart als muziekstad. Erwin Zijleman

De muziek van LISASINSON is verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Spaanse band: https://lisasinson.bandcamp.com/album/perdona-mam.

   

dinsdag 13 april 2021

The Reds, Pinks And Purples - Uncommon Weather

Op Uncommon Weather herhaalt The Reds, Pinks And Purples het kunstje van de net een half jaar oude voorganger en betovert het met bitterzoete popliedjes die herinneren aan veel moois uit de jaren 80
Het vorige album van The Reds, Pinks And Purples ontdekte ik net wat te laat voor mijn jaarlijstje, maar Uncommon Weather schrijf ik alvast op voor het lijstje van dit jaar. De band van de Amerikaanse muzikante Glenn Donaldson grossiert ook dit keer in de bitterzoete popliedjes zoals die in de jaren 80 zoveel werden gemaakt. De gitaren zorgen voor de zonnestralen, terwijl de synths en de zang het album voorzien van melancholie. Het is de muziek waar ik in de jaren 80 maar geen genoeg van kon krijgen, maar het derde album van The Reds, Pinks And Purples doet zeker niet onder voor alles dat ik al heb. Een album om je eindeloos mee op te sluiten.


Nog geen half jaar geleden maakte ik voor het eerst kennis met de muziek van The Reds, Pinks And Purples. You Might Be Happy Someday, het tweede album van de band rond of feitelijk het alter ego van de Amerikaanse muzikant Glenn Donaldson, verscheen in de herfst van 2020 en krijgt deze week al een opvolger. 

Uncommon Weather is gestoken in een hoes die erg lijkt op die van het vorige album van The Reds, Pinks And Purples en ook in muzikaal opzicht is het gelukkig een feest van herkenning. Glenn Donaldson opereert vanuit San Francisco, maar net als You Might Be Happy Someday klinkt ook Uncommon Weather wat mij betreft toch vooral Brits. 

Ik werd volwassen in de jaren 80 en koester warme herinneringen aan het decennium in het algemeen en de muziek uit de jaren 80 in het bijzonder. Laat Uncommon Weather uit de speakers komen en de gloriejaren van een lange lijst Britse bands uit de jaren 80 en vooruit ook de jaren 90 trekt aan je voorbij. 

Ik noemde vorig jaar The La’s, The Smiths, Pulp, Aztec Camera, The Lotus Eaters en Lloyd Cole & The Commotions als vergelijkingsmateriaal. Het is een lijst namen die ik met gemak twee of drie keer zo lang kan maken, maar aan de andere kant doe je de muziek van The Reds, Pinks And Purples met geen enkele naam volledig recht. De naam van China Crisis wil ik nog wel genoemd hebben, want daarmee heb ik misschien nog wel de meeste associaties. 

Glenn Donaldson heeft een omgevallen platenkast met veel van mijn favorieten uit de jaren 80 door elkaar gehusseld en heeft ook dit keer een serie songs geproduceerd die me direct mee terugnemen naar andere tijden. 

Ook op Uncommon Weather slaagt Glenn Donaldson er in om een typisch jaren 80 geluid dat bestaat uit gelijke delen melancholie en zonnestralen te reproduceren maar ook te vernieuwen, bijvoorbeeld door er toch wat lo-fi elementen aan toe te voegen, wat een verademing is vergeleken met het vaak wat overgeproduceerde en galmende jaren 80 geluid. 

Het is een geluid dat niet alleen bestaat uit zowel zonnestralen als melancholie, maar het is ook een geluid waarin zowel gitaren als keyboards de hoofdrol spelen. Zeker de gitaarloopjes op het album zijn volstrekt onweerstaanbaar en zorgen bovendien voor de meeste zonnestralen op het album. Het contrasteert prachtig met de wat weemoedig klinkende synths op het album en met de zang waarin melancholie eveneens een belangrijk bestanddeel is. 

Uncommon Weather is een album dat in de jaren 80 absoluut was uitgegroeid tot een van mijn favoriete albums van het decennium, maar ook vier decennia later kan ik het derde album van The Reds, Pinks And Purples met geen mogelijkheid weerstaan. 

De dertien bitterzoete songs op het album zijn allemaal even leuk, waardoor de 35 minuten voorbij vliegen. Dat was niet anders bij het vorig jaar verschenen You Might Be Happy Someday en dat album werd eigenlijk alleen maar leuker en onweerstaanbaarder. Het is vooralsnog niet anders met Uncommon Weather dat minstens net zo goed is of misschien zelfs wel beter. 

Na een paar noten ben je terug in de voor je gevoel zorgeloze jaren 80 (die verre van zorgeloos waren natuurlijk) en is het bijzonder lekker wegdromen bij de heerlijke muziek van The Reds, Pinks And Purples. Wereldplaat. Erwin Zijleman

De muziek van The Reds, Pinks And Purples is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse band: https://theredspinksandpurples.bandcamp.com/album/uncommon-weather.


Uncommon Weather van The Reds, Pinks And Purples is verkrijgbaar via de Mania webshop: