zondag 20 juni 2021

Kings Of Convenience - Peace Or Love

Het Noorse duo Kings Of Convenience keert na een afwezigheid van 12 jaar terug met een aangenaam album waarop het genre dat het duo ooit op de kaart zette in volle glorie terugkeert
Kings Of Convenience dook twintig jaar geleden op met ingetogen akoestische songs die de muziekpers inspireerden tot het bedenken van een nieuw genre. Dat genre is al lang weer vergeten, maar de muziek van Kings Of Convenience is nog springlevend. Het Noorse duo was twaalf jaar uit beeld, maar er lijkt niets veranderd. De instrumentatie is bekend, net als de zang en harmonieën, maar de songs van het duo zijn wederom bijzonder aangenaam, met de bijdragen van (Leslie) Feist als kers op de taart. Natuurlijk is er niet veel nieuws onder de zon, maar juist onder deze zon zijn de lome en mooi ingekleurde songs van Kings Of Convenience een ware traktatie.


Het Noorse duo Kings Of Convenience behoorde helemaal aan het begin van het huidige millennium tot de pioniers van de muziekstroming die uiteindelijk werd getypeerd als de “Quiet Is The New Loud” beweging. Het is een naam die de stroming dankt aan het Noorse duo, want Quiet Is The New Loud is de titel van het officiële debuutalbum van Erik Glambek Bøe en Erlend Øye. 

Er werd destijds nogal druk gedaan over het nieuwe genre, maar zo nieuw was de meeste muziek van de pioniers niet. Kings Of Convenience maakte op Quiet Is The New Loud akoestisch ingekleurde, lekker in gehoor liggende en van fraaie harmonieën voorziene muziek, die zich absoluut liet inspireren door de muziek van Simon & Garfunkel van een aantal decennia eerder, maar die ook niet vies was van een vleugje bossa nova. 

Alle ophef rond de nieuwe stroming was zeker achteraf bezien wel wat overdreven, maar Kings Of Convenience leverde met Quiet Is The New Loud uit 2001, Riot On An Empty Street uit 2004 en Declaration Of Dependence uit 2009 drie uitstekende albums af, die moeten worden gerekend tot de hoogtepunten van een genre dat na een paar jaar een vroege dood stierf. 

Sinds 2009 was het stil rond Kings Of Convenience, maar deze week keren Erik Glambek Bøe en Erlend Øye terug met een nieuw album. De Quiet Is The New Loud beweging is al een tijd dood en begraven, maar op het nieuwe album van het Noorse duo is weinig tot niets veranderd. 

Iedereen die niets had met de muziek die het tweetal in het verleden maakte zal waarschijnlijk ook niet veel hebben met het nieuwe album, maar voor de liefhebbers van weleer is ook Peace Or Love weer een uitstekend album. Kings Of Convenience kiest ook dit keer voor een behoorlijk laag tempo, voor een volledig akoestische instrumentatie en voor mooie zang, hier en daar aangevuld met fraaie harmonieën. 

Het Noorse duo put ook dit keer uit de archieven van de folk en uit die van Simon & Garfunkel en vult die ook dit keer aan met een vleugje bossa nova en een snufje Belle & Sebastian. Heel spannend is het allemaal niet en ik kan me ook voorstellen dat er muziekliefhebbers zijn die Peace Or Love bloedeloos saai vinden, maar zelf hou ik er wel van. 

Het nieuwe album van Kings Of Convenience doet het geweldig bij de zomerse temperaturen van de afgelopen week en is een fraai rustpunt na al het voetbalgeweld. De instrumentatie is mooi en verzorgd en wat mij betreft net gevarieerd genoeg. Erik Glambek Bøe en Erlend Øye zijn nog altijd voorzien van prachtige stemmen, die elkaar mooi versterken in de harmonieën. Het zijn stemmen die het bovendien geweldig doen in combinatie met een vrouwenstem, waarvoor dit keer niemand minder dan (Leslie) Feist is gerekruteerd. 

De eenvoud regeert op het nieuwe album van het Noorse duo, maar deze eenvoud is wat mij betreft het recept voor songs van een grote schoonheid. Luister naar Peace Or Love en je hoort ieder detail in de zachte muziek van Kings Of Convenience. Alles klinkt even mooi en aangenaam en bij herhaalde beluistering wordt het allemaal zeker niet minder. 

Over de destijds zwaar gehypte The Quiet Is The New Loud beweging moeten we het maar niet meer hebben, maar het door deze beweging gebruikte recept levert ook twintig jaar later nog een prachtalbum op. Erwin Zijleman


Peace Or Love van Kings Of Convenience is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

zaterdag 19 juni 2021

Azure Ray - Remedy

Het was heel lang stil rond Azure Ray, maar met Remedy zijn Orenda Fink en Maria Taylor terug met een album dat net wat anders klinkt, maar dat zeker niet onder doet voor hun beste werk
Ik was aan het begin van dit millennium zeer gecharmeerd van de muziek van Azure Ray. Het Amerikaanse duo borduurde voort op de kaders van de dreampop, maar gaf ook een eigen draai aan de invloeden uit het genre. Dat doet Azure Ray op het deze week verschenen Remedy nog steeds, maar het na een stilte van bijna negen jaar verschenen Remedy klinkt ook anders. Je hoort wat meer van de singer-songwriter pop van Maria Taylor, de harmonieën zijn wat expressiever en alles is wat voller ingekleurd, maar wat is het allemaal ook mooi. Beluister dit album met de koptelefoon en een melancholische sprookjeswereld gaat voor je open. Niet meer op gerekend, maar wat is de comeback van Azure Ray welkom.


Precies twintig jaar geleden formeerden Orenda Fink en Maria Taylor in Athens, Georgia, hun band Azure Ray. De twee werden al snel opgepikt door Conor Oberst van Bright Eyes, die Azure Ray introduceerde in de destijds zeer rijke muziekscene van Omaha, Nebraska. Orenda Fink en Maria Taylor maakten een aantal uitstekende albums als Azure Ray, maar maakten ook deel uit van de band Now It’s Overhead en droegen bij aan andere albums die werden uitgebracht op het Saddle Creek label. 

Na vier terecht goed ontvangen albums viel helaas het doek voor Azure Ray, maar ruim tien jaar geleden keerden de twee Amerikaanse muzikanten terug en werd het oeuvre van de band uitgebreid met nog twee prima albums. De afgelopen negen jaar was het stil rond Azure Ray en moesten we het doen met de soloalbums van Orenda Fink en Maria Taylor. 

Met name Maria Taylor was een aantal jaren uitstekend op dreef met geweldige albums vol tijdloze singer-songwriter pop, maar de afgelopen jaren begon het heilige vuur wat te doven bij de twee. Dat heilige vuur laait nu weer op, want negen jaar na hun laatste gezamenlijk album keren Orenda Fink en Maria Taylor terug met een nieuw album van Azure Ray. Remedy herinnert absoluut aan de dreampop uit de begindagen van het duo, maar laat zich ook zeker beïnvloeden door de vooral tijdloze singer-songwriter muziek op de soloalbums van Maria Taylor. 

Remedy werd opgenomen in de eerste maanden van de coronapandemie, waarbij het duo van afstand werd geholpen door producer Brandon Walters. Remedy nam me vrijwel onmiddellijk mee terug naar de eerste albums die Orenda Fink en Maria Taylor maakten als Azure Ray, maar er is in twintig jaar ook wel wat veranderd. Remedy klinkt net wat gepolijster en ook wat voller dan de vroege albums van het duo, maar alles dat de muziek van Azure Ray in het verleden zo aantrekkelijk maakte is gebleven. 

De instrumentatie is betrekkelijk ingetogen maar nergens kaal en altijd warm, atmosferisch en trefzeker, de stemmen van Orenda Fink en Maria Taylor kleuren werkelijk prachtig bij elkaar en de popsongs van de twee klinken niet alleen tijdloos, maar bevatten ook de herkenbare signatuur van de twee. Remedy is ook een gevarieerd album, zeker als je er met volledige aandacht naar luistert.

De muziek van Azure Ray kreeg in het verleden vaak het stempel dreampop opgedrukt. Dat stempel past niet helemaal op Remedy, dat absoluut dromerig klinkt, maar vooral buiten de lijntjes van het genre kleurt, door ook instrumenten als de pedal steel in te zetten. Remedy is een prachtig en zeer sfeervol ingekleurd album, maar de meeste betovering komt van de stemmen van Orenda Fink en Maria Taylor, die elkaar op bijzondere wijze versterken en die het album voorzien van genadeloze verleidingskracht, die hier en daar wel wat doet denken aan het prachtdebuut van Wilson Phillips. 

Het is een album dat een nieuw hoofdstuk toevoegt aan het boek van Azure Ray en nu ik het album een aantal keren gehoord heb, durf ik al wel te beweren dat het een van de mooiste hoofdstukken tot dusver is. Remedy is een album vol melancholie, maar het is ook een album vol schoonheid. 

In muzikaal en vocaal opzicht tikt Azure Ray een zeer hoog niveau aan, maar ook de songs van het Amerikaanse tweetal zijn zonder uitzondering prachtig. Ik had al heel lang niet meer gerekend op nieuwe muziek van Azure Ray en al zeker niet op het album van het kaliber van Remedy. Ik blijf mezelf dan ook maar knijpen, maar de nieuwe Azure Ray is echt. Erwin Zijleman

De muziek van Azure Ray is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van het Amerikaanse tweetal: https://azureray.bandcamp.com/album/remedy.

   

vrijdag 18 juni 2021

Sleater-Kinney - Path Of Wellness

Na het toch wat tegenvallende The Center Won’t Hold, kiest Sleater-Kinney op het al betere Path Of Wellness voor een mix van alles dat de band tot dusver heeft gedaan en een paar interessante nieuwe wegen
Als fan van het eerste uur was ik niet blij met de koerswijziging die Sleater-Kinney twee jaar geleden aan de hand van producer St. Vincent inzette. Op het zelf geproduceerde Path Of Wellness borduurt de tot een duo gereduceerde band deels voort op het vorige album, laat het af en toe de oude glorie herleven, maar zoekt het ook naar een nieuw geluid. Path Of Wellness is een stuk beter dan zijn voorganger, maar nog niet de mokerslag die de band vroeger zo vaak voor ons in petto had. Path Of Wellness klinkt meer dan eens als een typisch tussenalbum, maar het kan ook best zo zijn dat het tweetal vanaf nu van meerdere markten thuis is. Mijn oordeel is dit keer mild en bij vlagen (zeer) positief.


Sleater-Kinney was jarenlang een van mijn favoriete bands, tot in de zomer van 2019 The Center Won’t Hold verscheen. Door het plotselinge vertrek van drummer Janet Weiss was het energieke trio uit Portland, Oregon, gereduceerd tot een duo, dat in uiterlijk opzicht een ware metamorfose leek te hebben voltooid. 

Dat was nog te overzien, maar de metamorfose van Corin Tucker en Carrie Brownstein werd helaas doorgetrokken in hun muziek (waarin Janet Weiss overigens nog wel te horen was). Sleater-Kinney maakte op haar eerste acht albums rauwe rockmuziek zonder opsmuk, maar op The Center Won’t Hold waren opeens een dikke laag opsmuk en flink wat flirts met aanstekelijke popmuziek te horen. 

Het leek de ‘verdienste’ van producer St. Vincent, maar de op dat moment al zeer gelouterde muzikanten Corin Tucker en Carrie Brownstein waren er natuurlijk zelf ook bij. De koerswijziging van de band beviel me in eerste instantie totaal niet, maar een favoriete band schrijf je niet zomaar af en na enige gewenning viel er toch nog wel wat op zijn plek op The Center Won’t Hold, overigens zonder het niveau van prachtalbums als Call The Doctor, Dig Me Out, The Hot Rock, All Hands On The Bad One, One Beat, The Woods en No Cities To Love ook maar te benaderen. 

Deze week keert Sleater-Kinney terug met album nummer tien, Path Of Wellness. Janet Weiss is dit keer echt niet meer te horen en ook producer St. Vincent keert niet terug. Corin Tucker en Carrie Brownstein produceerden het tiende album van Sleater-Kinney zelf en hadden zo maar terug kunnen keren naar hun oude geluid. Dat doet een tot een duo gereduceerde band helaas niet, al duiken er op Path Of Wellness wel degelijk flarden van de genoemde prachtalbums op. 

Path Of Wellness klinkt een stuk minder overgeproduceerd dan zijn voorganger en dat is een stap in de goede richting. The Center Won’t Hold klonk niet alleen overgeproduceerd, maar schoof mij ook net wat teveel op richting pop. Dat doet Path Of Wellness af en toe ook, maar wel een stuk minder frequent en opzichtig dan twee jaar geleden. 

Het nieuwe album van Sleater-Kinney is een album dat je als fan van het eerste uur snel en makkelijk aan de kant kunt schuiven, maar oude liefde roest wat mij betreft niet en die houding wordt beloofd. Uiteindelijk is Path Of Wellness een stuk meer rock dan zijn voorganger en lijkt Sleater-Kinney haar oude geluid niet helemaal vergeten. 

Vergeleken met de topalbums van de band klinkt het hier en daar allemaal nog behoorlijk gepolijst en ontbreekt de energie van weleer, maar ik hoor op het album ook flink wat goede ideeën. Het zijn misschien zelfs wel wat teveel goede ideeën, want Sleater-Kinney lijkt maar lastig te kunnen kiezen tussen het geluid van de eerste acht albums, het geluid van het vorige album en nieuwe wegen die moeten worden verkend. 

Ik veer op wanneer het ouderwets rechttoe rechtaan klinkt, maar ook de experimenten met een meer ingetogen geluid zijn in een aantal gevallen geslaagd, wat ook geldt voor de experimenten met bluesy gitaarlijnen en bijna proggy keyboards. Waar The Center Won’t Hold twee jaar geleden een grote ommekeer en wat mij betreft een stap in de verkeerde richting was, is Path Of Wellness een overgangsalbum dat een evenwicht probeert te vinden tussen oude successen en nieuwe wegen. Het is zeker niet mijn favoriete Sleater-Kinney album, maar een slecht album is het zeker niet. En het wordt ook nog wel een tijdje beter verwacht ik. Erwin Zijleman

De muziek van Sleater-Kinney is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van het Amerikaanse tweetal: https://sleaterkinney.bandcamp.com/album/path-of-wellness.


Path Of Wellness is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

Quivers - Golden Doubt

Of we in 2021 de voorspelde Summer Of Love krijgen zal de tijd leren, maar de perfecte soundtrack voor deze Summer Of Love is er en is van de hand van de Australische band Quivers
Ik heb al decennia lang een ongelooflijk zwak voor de geweldige popsongs van de Australische band The Go-Betweens. Hiervoor moet ik diep in de archieven duiken, maar gelukkig zijn er ook volgelingen als Quivers, dat met Golden Doubt een onweerstaanbaar lekker album aflevert. Het is een album dat herinnert aan The Go-Betweens, maar er duikt nog een heel rijtje andere grote namen op bij beluistering van de muziek van de band uit Melbourne. Op hetzelfde moment maakt Quivers zorgeloze pop die driftig strooit met zonnestralen en die op buitengewoon aangename wijze vermaakt. Het is muziek om 40 minuten heel blij van te worden en hierna zet je Golden Doubt gewoon nog eens op.


Golden Doubt is dit jaar al het tweede album van de Australische band Quivers dat mij weet te bereiken. Eerder dit jaar verscheen immers Out Of Time, dat een integrale remake is van R.E.M.’s gelijknamige album uit 1991. Het is echt een geweldige remake, al is Out Of Time van R.E.M. wat mij betreft ook een album waar je van af moet blijven. De versie van de Australische band maakte me echter wel nieuwsgierig naar andere muziek van Quivers en die verscheen deze week. 

Quivers debuteerde in 2015 al in een andere samenstelling en met een album dat ik in ieder geval nooit heb opgemerkt, maar het deze week verschenen Golden Doubt is absoluut de moeite van het ontdekken waard. De uit twee mannen en twee vrouwen bestaande band uit Melbourne grossiert op haar nieuwe album immers in muziek die overloopt van de zonnestralen en daarom perfect kleurt bij het huidige seizoen. 

Het is muziek die goed past in het hokje “jangle pop”, maar bij beluistering van Golden Doubt heb ik ook direct mooie herinneringen aan flink wat memorabele albums uit mijn platenkast, waarbij de albums van de eveneens Australische band The Go-Betweens vooraan staan, maar waarin ook flink wat invloeden van R.E.M. opduiken en bovendien invloeden van een aantal memorabele bands uit de Nieuw-Zeelandse stal van Flying Nun Records zijn te horen. 

Met het noemen van dit soort namen leg ik de lat direct erg en misschien zelfs wel onrealistisch hoog voor Quivers, maar de Australische band kan het aan. Golden Doubt staat namelijk vol met onweerstaanbaar lekkere popliedjes en het zijn popliedjes die de zomer stevig omarmen. 

Vergeleken met het genoemde vergelijkingsmateriaal klinken een aantal songs van Quivers net wat lichtvoetiger. De band uit Melbourne prefereert zoet boven bitterzoet en schuwt hier en daar ook een randje kitsch niet, maar tegenover de misschien net wat te lichtvoetige en zoete songs staan een aantal juwelen van songs. Ook met de lichtvoetige songs is overigens helemaal niets mis, want op de zomerdagen van het moment gaan ze er in als koek. 

Quivers weet uitstekend hoe een nagenoeg perfecte popsong moet klinken, maar de Australische band heeft ook een geluid dat past binnen de jangle pop, met hier en daar uitstapjes richting de rijk georkestreerde pop van een band als Belle & Sebastian. Op een album dat in het hokje jangle pop past is het gitaarwerk natuurlijk heerlijk, maar ook de keyboards springen steeds op aangename wijze in het gehoor. 

Wanneer de mannelijke vocalen domineren hoor je af en toe toch stiekem het bitterzoete van The Go-Betweens, maar de koortjes van de twee vrouwelijke leden van de band geven de muziek van Quivers steeds weer een aangenaam en zorgeloos karakter. 

Quivers maakt het soort muziek dat in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk momenteel nauwelijks meer gemaakt wordt, maar aan het andere eind van de wereld weten ze er gelukkig nog wel raad mee. 

Quivers heeft met Golden Doubt de soundtrack van een mooie zomer gemaakt en het is een soundtrack die verrassend goed op smaak blijft. En als ik dan even toe ben aan iets anders, gooi ik ook de versie die de band maakte van R.E.M.’s Out Of Time er nog even tegenaan, want die klinkt toch ook bijzonder lekker. Wat een leuk bandje. Erwin Zijleman

De muziek van Quivers is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Australische band: https://quiversss.bandcamp.com/album/golden-doubt.

   

donderdag 17 juni 2021

HOWRAH - Bliss

De Amsterdamse band HOWRAH levert een album af dat je eigenlijk niet verwacht in de zomer, maar wat is dit jaarlijstjeswaardige album mooi en indrukwekkend en de rek is er nog lang niet uit
Na een geweldig debuut komt de Nederlandse band HOWRAH deze week met het altijd moeilijke tweede album op de proppen. Ook voor de luisteraar is het even moeilijk of op zijn minst wennen, tot Bliss begint aan een duizelingwekkende groei en je wordt opgeslokt door al het moois dat de Amsterdamse band te bieden heeft. Het tempo ligt dit keer wat lager, maar HOWRAH klinkt ook hechter en meer in balans. Het debuut van de band blijft een prachtalbum, maar uiteindelijk vind ik Bliss in vrijwel alle opzichten beter. HOWRAH heeft een album gemaakt dat de postpunk uit de eerste bloeiperiode van het genre het heden in sleept en op fascinerende en wonderschone wijze tot leven wekt.


Precies drie jaar geleden luisterde ik voor het eerst naar Self-serving Strategies, het debuutalbum van de Nederlandse band HOWRAH. De Amsterdamse band werd met haar debuut (te) makkelijk in het hokje postpunk geduwd, maar Self-serving Strategies was voor mij veel meer dan een postpunk album. 

HOWRAH kon op haar debuutalbum immers niet alleen uit de voeten met invloeden uit de postpunk, maar ook met invloeden uit onder andere de indie-rock, shoegaze en noiserock. Bovendien was het een album vol avontuur en vol prachtige spanningsbogen en boven alles een album met werkelijk fantastisch gitaarwerk, dat vaker van kleur verschoot dan de gemiddelde kameleon. 

Deze week keert HOWRAH terug met haar tweede album, Bliss. Net als Self-serving Strategies verschijnt ook Bliss in de zomer en dat is een seizoen dat ik persoonlijk niet associeer met vaak toch wat donker getinte postpunk. Ook Bliss is een album dat absoluut invloeden uit de postpunk bevat, maar ook dit keer sleept de Amsterdamse band er van alles bij. Het is misschien muziek die ik zoals gezegd niet onmiddellijk associeer met de zonnestralen van het moment, maar het tweede album van HOWRAH doet het verrassend goed in de zon. 

Bliss is een album waar ik met zeer hoge verwachtingen aan begon en stiekem hoopte ik eerlijk gezegd op Self-serving Strategies deel 2. Bliss ligt deels in het verlengde van het debuutalbum van HOWRAH, maar de band slaat ook net wat andere wegen in. Het tempo ligt wat lager, de kleurverschillen tussen de songs zijn wat minder groot en alles bij elkaar genomen is Bliss net wat meer postpunk dat het debuut van HOWRAH. 

De postpunk hoor je vooral in de bassen, de ritmes, de keyboards en de zang, maar ook het gitaarwerk laat meer flarden van de postpunk uit de late jaren 70 en vroege jaren 80 horen. Met de postpunk invloeden uit deze periode is HOWRAH wat mij betreft overigens een stuk interessanter dan alle postpunk bands die sinds de jaren 90 vooral met de grootse en meeslepende variant van het genre pronken. 

HOWRAH zoekt het ook op Bliss in de details en deze details zijn ook dit keer van een bijzondere schoonheid. Wederom eist het geweldige gitaarwerk op het album een hoofdrol op, maar HOWRAH laat meer dan op haar debuutalbum een evenwichtig bandgeluid horen. Het is een geluid dat prachtig uit de speakers komt en alle instrumenten een podium geeft, wat de kracht van het album flink ten goede komt.

Door het wat lagere tempo moest ik even wennen aan het album, maar al snel blijkt dat ook Bliss vol schoonheid en geheimen zit. Alle mooie details worden gecombineerd met songs die uiteindelijk net wat toegankelijker zijn en daarom makkelijker blijven hangen, wat uiteindelijk bonuspunten oplevert voor het tweede album van de Amsterdamse band, dat wat mij betreft een wereldwijd podium verdient.

Hoe vaker ik naar Bliss van HOWRAH luister, hoe zekerder ik er van word dat dit het mooiste postpunkalbum is dat ik in vele jaren heb gehoord. Het is een album dat me herinnerd aan postpunk helden uit een heel ver verleden, maar het knappe van Bliss is dat het ook nog eens veel meer is dan een postpunkalbum. Het is een album dat de zomerdagen van het moment verrassend fraai inkleurt, maar dit album wordt ongetwijfeld alleen maar mooier en indrukwekkender wanneer de dagen weer korter en kouder worden. Erwin Zijleman

De muziek van HOWRAH is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Nederlandse band: https://howrah.bandcamp.com.


Bliss van HOWRAH is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

woensdag 16 juni 2021

Rachel Baiman - Cycles

Rachel Baiman is pas 30, maar heeft al twee geweldige albums op haar naam staan, die nu worden overtroffen door het prachtige Cycles, dat zich kan meten met de beste rootsalbums van het moment
Heel even moest ik wennen aan het nieuwe en wat vollere geluid van de Amerikaanse singer-songwriter Rachel Baiman, maar de muzikante uit Nashville had me snel te pakken. Het in Australië opgenomen Cycles klinkt niet alleen wat voller, maar ook wat moderner dan de vorige twee albums van Rachel Baiman, die hier en daar wat opschoven richting traditionele Appalachen folk. Cycles blijft echter de rootsmuziek volledig trouw en is een album waarmee Rachel Baiman zich definitief schaart onder de smaakmakers in het genre. En ondertussen worden de songs op het album, die ook nog eens zijn voorzien van sterke teksten, alleen maar beter. Indrukwekkend.


De Amerikaanse singer-songwriter Rachel Baiman debuteerde in 2014 met het uitstekende Speakeasy Man, dat met name in de smaak viel bij liefhebbers van de muziek van de op dat moment nauwelijks productieve Gillian Welch. Rachel Baiman bleek uitstekend uit de voeten te kunnen met de stokoude folk uit de Appalachen, leek qua stem wel wat op Gillian Welch en bleek bovendien zeer goed uit de voeten te kunnen met de banjo en de viool, die ze al vanaf jonge leeftijd op topniveau bespeelt. 

Het in 2017 verschenen Shame vond ik nog een stuk beter. Het album liet een net wat voller geluid horen en wist zich bovendien te onderscheiden door de politieke teksten waarin de heilige huisjes in de Verenigde Staten niet werden ontzien. Ook Shame deed met grote regelmaat denken aan het werk van Gillian Welch, maar het zat het eigen geluid van Rachel Baiman nergens in de weg. 

Deze week verscheen eindelijk het derde album van de muzikante uit Nashville, Tennessee, en ook Cycles is weer een bijzonder sterk album. In de openingstrack wordt direct duidelijk dat Rachel Baiman haar geluid wat heeft opgepoetst. In deze openingstrack (en titeltrack) zijn zowel de instrumentatie als de vocalen wat voller en eigentijdser dan op het eerste twee albums van de Amerikaanse muzikante en hebben invloeden uit de Appalachen plaats gemaakt voor invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek van dit moment. 

Ik was op zich wel gehecht aan het oude geluid van Rachel Baiman, al is het maar vanwege de associaties met de muziek van Gillian Welch, maar aam de andere kant heeft Gillian Welch ons de afgelopen twee jaar in ruimte mate voorzien van muziek en komt het nieuwe geluid van Rachel Baiman als geroepen. De verschillen tussen Cycles en zijn twee voorgangers moeten ook niet overdreven worden. 

Ook op haar derde album raakt Rachel Baiman hier en daar nog wel aan de muziek van Gillian Welch, maar op hetzelfde moment laat ze een wat duidelijker eigen geluid horen. De instrumentatie klinkt net wat uitbundiger en de zang is net wat expressiever, maar het heeft veel effect op Cycles dat een vooral eigentijds klinkend rootsalbum met invloeden uit de folk, country en bluegrass is. 

Rachel Baiman maakte vier jaar geleden indruk met politiek getinte teksten en ook dit keer bevatten haar songs teksten met inhoud. Veel songs op het album staan stil bij de positie van vrouwen in de Verenigde Staten of juist in de familie van Rachel Baiman, maar ook ander onrecht kan op de aandacht van Rachel Baiman rekenen. 

Cycles werd met een aantal muzikanten in het Australische Melbourne opgenomen, met een belangrijke rol voor co-producer Olivia Halley, en klinkt niet alleen wat voller dan de vorige twee albums van Rachel Baiman, maar ook wat veelzijdiger, bijvoorbeeld door de fraaie bijdragen van de elektrische gitaar. 

Het is misschien even wennen na de vorige twee albums van de muzikante uit Nashville, maar de wat vollere klanken en de vaak met backing vocals ondersteunde zang overtuigen makkelijk, waarna het album nog een tijdje door kan groeien. Nog meer dan op Speakeasy Man en Shame laat de singer-songwriter uit Nashville, Tennessee, horen dat ze als muzikant, zangeres en als songwriter mee kan met de besten in het genre en Rachel Baiman is pas net 30. Wat een talent, wat een uitstekend album. Erwin Zijleman

De muziek van Rachel Baiman is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de muzikante uit Nashville: https://rachelbaimanmerch.bandcamp.com/album/cycles.


Cycles van Rachel Baiman is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

dinsdag 15 juni 2021

Japanese Breakfast - Jubilee

Jubilee van Japanese Breakfast viel me in eerste instantie wat tegen, maar de songs van Michelle Zauner blijken ook dit keer een stuk avontuurlijker en interessanter dan je bij eerste beluistering zult vermoeden
Ik was eerder dit jaar onder de indruk van de memoires van de half-Amerikaanse en half-Koreaanse Michelle Zauner. Met het fascinerende Soft Sounds From Another Planet nog in het achterhoofd verwachte ik wonderen van het een paar weken geleden verschenen Jubilee, maar in eerste instantie viel het album me wat tegen. Jubilee is echter een album dat schreeuwde om een tweede kans en bij die tweede kans kwam er heel veel moois aan de oppervlakte. Jubilee klinkt behoorlijk toegankelijk, zeker wanneer invloeden uit de jaren 80 opduiken, maar kiest op hetzelfde moment nooit voor de makkelijkste weg. Net als zijn voorganger wordt het album mooier en mooier, hoe vaak je het ook hoort.


Soft Sounds From Another Planet, het tweede album van Japanese Breakfast, pikte ik aan het eind van 2017 op via een aantal zeer aansprekende jaarlijstjes. Vervolgens was het zeker geen gelopen koers, want in eerste instantie moest ik flink wennen aan de alle kanten op schietende popsongs van het alter ego van Michelle Zauner. Na gewenning vond ik Soft Sounds From Another Planet echter een prachtplaat en dat vind ik nog steeds. 

Ik verwachte daarom veel van het derde album van Japanese Breakfast, zeker nadat ik Michelle Zauner’s eerder dit jaar verschenen boek Crying in H Mart: A Memoir had gelezen. In haar boek beschrijft Michelle Zauner op indringende wijze hoe het is om als half-Amerikaanse en half-Koreaanse op te groeien in de Verenigde Staten en hoe ze heeft geworsteld met haar eigen identiteit. Het is een thema dat ook met enige regelmaat terugkeert in de songs van de muzikante uit Philadelphia, Pennsylvania. 

Een week of drie geleden verscheen Jubilee en ik moet eerlijk toegeven dat ik het bij eerste beluistering een wat teleurstellend album vond. Michelle Zauner was ook op Soft Sounds From Another Planet niet vies van pop, maar het album klinkt op het eerste gehoor een stuk avontuurlijker en eigenzinniger dan Jubilee, dat duidelijker dan zijn voorganger kiest voor de pop, zeker op het eerste deel van het album. 

Even laten bezinken is dan meestal een goed idee en het heeft gewerkt, want toen ik het derde album van Japanese Breakfast een paar dagen geleden een tweede kans gaf, was ik wel direct positief over het album. Openingstrack Paprika doet het dankzij de blazers en de jazzy accenten natuurlijk prima in het zomerse weer van het moment, maar ook de wolken elektronica en de lekker expressieve vocalen overtuigden me dit keer een stuk makkelijker. 

Jubilee is veel meer pop dan Soft Sounds From Another Planet, maar de verschillen tussen de twee albums moeten ook niet overdreven worden. Michelle Zauner heeft zich dit keer wat meer laten beïnvloeden door de popmuziek uit de jaren 80, met hier en daar een snufje Madonna, maar muziekliefhebbers die het liever wat natuurlijker hebben komen op Jubilee ook volop aan hun trekken, zeker in het tweede deel van het album. 

Zelf hou ik wel van de vele referenties naar de jaren 80, maar de zwoele en voorzichtig jazzy klinkende popliedjes op het album dringen zich nog net wat genadelozer op en dat geldt in nog sterkere mate voor de songs met een vleugje indie-rock. Jubilee doet wonderen bij luieren in de zon, maar luister net wat beter en je hoort dat Michelle Zauner veel meer doet dan binnen de lijntjes van de toegankelijke pop met een 80s twist kleuren. 

In iedere song op het album hoor je weer net wat andere invloeden en als de toegankelijkheid het even wint van het avontuur, zijn er altijd nog de persoonlijke teksten van de Amerikaans-Koreaanse muzikante. Soft Sounds From Another Planet drong zich bij mij niet onmiddellijk op, maar uiteindelijk vond ik het een prachtalbum. Nu ik flink wat keren naar Jubilee heb geluisterd, ga ik er van uit dat het Jubilee net zo zal vergaan. 

Japanese Breakfast heeft een behoorlijk toegankelijk popalbum gemaakt, maar het is zeker niet zo eendimensionaal als de meeste toegankelijke popalbums. Michelle Zauner heeft een aantal songs opgeleverd waarin van alles te ontdekken valt, maar ondertussen is Jubilee ook nog eens een fascinerende soundtrack van de vreemde zomer van 2021. En luister vooral verder dan de eerste paar tracks, want het venijn zit bij Jubilee echt in de staart. Erwin Zijleman

De muziek van Japanse Breakfast is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van Michelle Zauner: https://michellezauner.bandcamp.com/album/jubilee.


Jubilee van Japanese Breakfast is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

maandag 14 juni 2021

Clara Luciani - Cœur

Of een zorgeloze zomer in Frankrijk dit jaar mogelijk is zal de tijd leren, maar het veelzijdige en wat mij betreft onweerstaanbaar lekkere tweede album van Clara Luciani is een goed alternatief
Het debuut van de Franse muzikante Clara Luciani is drie jaar oud. Het is een album dat in eerste instantie vooral zwoel en verleidelijk leek, maar dat steeds interessanter werd. Hetzelfde geldt voor het deze week verschenen Cœur. Clara Luciani verleidt op haar nieuwe album met zwoele en zomerse pop met een flinke scheut 70s disco, maar invloeden van het Franse chanson zijn nooit ver weg. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder lekker, maar het is de geweldige stem van Clara Luciani die ook haar tweede album ruim boven het maaiveld uit tilt. Laat Cœur van Clara Luciani uit de speakers komen en de zomer is echt begonnen (en houdt voorlopig niet meer op).


Net iets meer dan drie jaar geleden recenseerde ik Sainte Victoire, het debuutalbum van de Franse muzikante Clara Luciani. Het was een debuutalbum dat in eerste instantie vooral heel aangenaam klonk in de lentezon van dat moment. Al snel bleek de verleiding van Clara Luciani echter een stuk meedogenlozer dan die van de meeste van haar soortgenoten, al is het maar omdat ze een veel betere zangeres bleek en bovendien makkelijk kon schakelen tussen genres, waarbij de rijke tradities van het Franse chanson niet werden vergeten. 

Clara Luciani, die werd geboren in Marseille, maar in Parijs haar geluk als muzikante zocht, keert deze week terug met een nieuw album en Cœur blijkt net zo verleidelijk en net zo interessant als zijn voorganger. Net als op haar debuutalbum opent de muzikante uit Parijs ook dit keer met warme en aanstekelijke klanken, die het verlangen naar een zorgeloze zomer in Frankrijk nog wat verder aanwakkeren. 

Cœur opent met zwoele Franse popmuziek, maar het is zeker geen dertien in een dozijn zwoele Franse popmuziek. Op het eerste deel van het album laat Clara Luciani zich stevig beïnvloeden door popmuziek uit de jaren 80 en misschien nog wel meer de jaren 70, waarbij invloeden uit de disco favoriet lijken. Je moet gevoelig zijn voor Franse popmuziek om het op de juiste waarde te kunnen schatten, maar als deze gevoeligheid er is, laat Cœur de zorgeloze zomer direct beginnen. 

Het klinkt allemaal behoorlijk lichtvoetig en bij vluchtige beluistering misschien niet heel bijzonder, maar in muzikaal opzicht zit het allemaal knap in elkaar en Clara Luciani laat ook dit keer horen dat ze een uitstekend zangeres is. Haar wat donker klinkende stem lijkt gemaakt voor het Franse chanson, maar zeker in de openingstracks van haar tweede album zijn de invloeden van dit Franse chanson vooral subtiel. 

Erg is het niet, want wat klinken de wat lichtvoetige openingstracks van Cœur lekker. De bassen zijn diep, de strijkers zwoel en de keyboards en gitaren aanstekelijk. Het past allemaal prachtig bij de heerlijke stem van Clara Luciani, die haar concurrenten in het genre makkelijk de baas is. 

Het klinkt allemaal zo lekker dat het verlangen naar muziek met wat meer inhoud en emotie niet eens zo groot is, maar als de Franse muzikante na een paar tracks langzaam maar zeker dichter tegen het Franse chanson aankruipt, is er voor het eerst het kippenvel en hoor je weer hoe goed Clara Luciani is. 

Cœur kopieert voor een groot deel de opbouw van het debuutalbum van Clara Luciani, dat ook lichtvoetig opende, maar hierna de diepte in ging. Liefhebbers van het Franse chanson zonder liefde voor zwoele Franse pop zullen waarschijnlijk niet uit de voeten kunnen met Cœur, maar iedereen die, net als ik, wel weer eens toe was aan een portie Franse popmuziek in de breedste zin van het woord, kan een zomer lang vooruit met het tweede album van Clara Luciani. 

Ook ik vind de songs die wat opschuiven richting de diepgang en emotie van het Franse chanson het meest indrukwekkend, maar de zwoele verleiding en de uitbundige zonnestralen van de songs vol invloeden uit de 70s disco had ik zeker niet willen missen. Is het toeval dat de zon uitbundig is gaan schijnen sinds ik Cœur van Clara Luciani voor het eerst uit de speakers liet komen? Nee, ik denk het niet! Erwin Zijleman


Cœur van Clara Luciani is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

zondag 13 juni 2021

Chloe Foy - Where Shall We Begin

Chloe Foy is een nog vrij onbekende Britse singer-songwriter, die met Where Shall We Begin een debuutalbum aflevert dat tien songs en veertig minuten lang in alle opzichten imponeert
Ik begon zonder verwachtingen aan het debuutalbum van de Britse muzikante Chloe Foy, maar wat is Where Shall We Begin een fascinerend album. Chloe Foy debuteert met een album dat hier en daar teruggrijpt op de Britse folk van weleer, maar ook een geheel eigen draai geeft aan de invloeden uit het verleden. De instrumentatie op het album is rijk en veelkleurig en keer op keer van een bijzondere schoonheid. De stem van de Britse muzikante is minstens even mooi en kan aansluiten bij de grote Britse folkies, maar kan ook eigentijds en lichtvoetig klinken. In muzikaal en vocaal opzicht is het smullen, maar ook de persoonlijke songs van Chloe Foy zijn van een bijzonder hoog niveau. Het levert een prachtdebuut op en het wordt echt alleen maar mooier.


Tussen de nieuwe releases van deze week vond ik Where Shall We Begin van Chloe Foy. Het is een naam die bij mij geen belletje deed rinkelen, wat ook niet zo gek is want Where Shall We Begin is een debuutalbum. Na beluistering van de eerste track van het album was ik echter direct overtuigd van de kwaliteiten van Chloe Foy en haar debuutalbum wordt hierna alleen maar mooier en indrukwekkender.

Chloe Foy is een Britse singer-songwriter uit Gloucestershire die al een tijd muziek maakt, maar nog niet verder kwam dan twee EP's. Where Shall We Begin is haar debuutalbum en het is een album dat ze samen maakte met multi-instrumentalist en producer Harry Fausing Smith, die het album samen met Chloe Foy produceerde.

Het predicaat multi-instrumentalist is niet alleen van toepassing op Harry Fausing Smith, maar ook op Chloe Foy zelf. De Britse muzikante tekent voor bijdragen van piano, orgel, cello, synths, harmonium, harmonica en akoestische en elektrische gitaren, terwijl Harry Fausing Smith naast akoestische en elektrische gitaren nog bas, viool, klarinet piano en synths toevoegt. Het was nog niet voldoende voor de inkleuring van het album, dat ook nog bijdragen van violen, drums, slide gitaar en harp bevat. 

Gezien alle instrumenten die zijn te horen op het album, zal het niemand verbazen dat Where Shall We Begin bij vlagen behoorlijk vol klinkt, maar door de prachtige productie is nergens sprake van overdaad. Het album kent overigens ook flink wat meer ingetogen passages. Het zijn passages die worden opgevuld met de mooie en heldere stem van Chloe Foy, die af en toe laat horen dat ze uitstekend uit de voeten kan als Britse folkie. Voor een traditioneel Brits folkalbum is Where Shall We Begin echter veel te rijk ingekleurd, zeker wanneer een heel arsenaal aan instrumenten wordt ingezet. 

Het knappe is dat de Britse singer-songwriter en haar medemuzikanten binnen een paar noten kunnen schakelen tussen een heel vol geluid en bijna ingetogen klanken en hiermee tussen lekker in het gehoor liggende eigentijdse popsongs en intiemer en traditioneler klinkende folksongs. Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je overigens goed dat ook de wat meer ingetogen passages op het album behoorlijk vol en zeer smaakvol zijn ingekleurd.

Chloe Foy heeft zich op haar debuutalbum absoluut laten beïnvloeden door de Britse folk van een aantal decennia geleden, maar ze verwerkt deze invloeden in een bijzonder klinkend eigen geluid dat meerdere kanten op schiet. De instrumentatie op het album is keer op keer wonderschoon, maar de stem van de muzikante uit Gloucestershire vind ik nog veel mooier. Het is bovendien een stem die de zeer persoonlijke teksten op het album, onder andere over haar vader die de strijd met depressies verloor, met veel gevoel vertolkt. 

In muzikaal opzicht gaat het debuutalbum van Chloe Foy alle kanten op, maar ook in vocaal opzicht blijkt de Britse muzikante zeer veelzijdig. Ze kan zoals gezegd uit de voeten met breekbare en intieme folksongs en met steviger aangezette popsongs, maar wanneer het album wat donkerder kleurt maakt de Britse muzikante ook indruk met bezwerende vocalen die haar muziek voorzien van een bijzondere lading. 

Where Shall We Begin is zoals gezegd een debuutalbum, maar het klinkt geen moment als een debuut, want alles op dit album klopt. Chloe Foy creëert een fascinerend eigen geluid dat opvalt door schoonheid en diversiteit en dat nog wat extra wordt opgetild door haar geweldige vocalen en sterke songs. Hoe vaker ik er naar luister, hoe indrukwekkender het wordt. Droomdebuut. Erwin Zijleman

De muziek van Chloe Foy is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Britse muzikante: https://chloefoymusic.bandcamp.com/album/where-shall-we-begin.

   

zaterdag 12 juni 2021

Joana Serrat - Hardcore From The Heart

Het was even stil rond de Spaanse muzikante Joana Serrat, maar nu de zomer is begonnen, keert ze terug met een prachtig album dat een nieuwe dimensie geeft aan het begrip heerlijk wegdromen
Joana Serrat klonk op haar drie vorige albums steeds net wat anders, maar op het deze week verschenen Hardcore From The Heart zet ze een reuzenstap. Invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek hebben een flinke stap terug moeten doen en hebben plaatsgemaakt voor een opvallend vol klinkend geluid waarin zowel elektronica als gitaren opduiken. Het samen met leden van de Amerikaanse band Midlake gemaakte album staat vol met dromerige pop die het uitstekend doet bij alle zonneschijn van het moment. In muzikaal en vocaal opzicht zet Joana Serrat ook nog eens flinke stappen. Hardcore From The Heart is het vierde prachtalbum van de Spaanse muzikante en het is zeker niet de minste. Heerlijk, heerlijk, heerlijk.


De Spaanse muzikante Joana Serrat debuteerde in 2014 met het prachtige Dear Great Canyon, dat ik zelf overigens pas bij de herkansing van het album in 2015 ontdekte. Op het door niemand minder dan Howard Bilerman (die alleen voor zijn productie van Funeral van The Arcade Fire al een standbeeld verdient) geproduceerde album, maakte de Spaanse muzikante geen geheim van haar liefde voor de Amerikaanse rootsmuziek die ze thuis met de paplepel kreeg ingegoten, maar slaagde ze er ook in om fris en eigentijds te klinken met hier en daar een uitstapje richting pop. 

Het is een recept dat verder werd verfijnd en geperfectioneerd op het in 2016 verschenen en wederom door Howard Bilerman geproduceerde Cross The Verge en op het in 2017 uitgebrachte Dripping Springs, waarop Joana Serrat samenwerkte met Israel Nash en waarop ze iets opschoof richting countryrock, met nog altijd een eigentijds tintje. De afgelopen jaren was het stil rond Joana Serrat, maar deze week keert ze terug met Hardcore From The Heart. 

De Spaanse muzikante schoof op haar laatste album wat op richting de Amerikaanse rootsmuziek, maar op Hardcore From The Heart hebben invloeden uit het genre flink aan terrein verloren. Joana Serrat kiest dit keer vooral voor behoorlijk vol ingekleurde popmuziek en het is popmuziek die vaak een flink dromerig karakter heeft, wat overigens niet direct het etiket dreampop rechtvaardigt. 

De Spaanse singer-songwriter werkte dit keer samen met leden van de Amerikaanse band Midlake en wist Ted Young te strikken voor de productie. Deze Ted Young heeft een zeer imposant CV als technicus, maar ook als producer heeft hij vakwerk afgeleverd. Ook de leden van Midlake hebben overigens een zeer fraaie bijdrage geleverd aan het album.

Invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek hebben zoals gezegd aan terrein verloren, maar ze zijn er nog wel. Hardcore From The Heart klinkt vaak als de gespiegelde versie van voorganger Dripping Springs, waarop Joana Serrat vanaf de basis van country en folk het avontuur opzocht. Op haar nieuwe album domineert heerlijk loom klinkende en prachtig vol ingekleurde pop, maar uitstapjes richting met name de folk zijn nooit heel ver weg. 

Hardcore From The Heart is een album vol zwoele verleidingen, waarvan in eerste instantie vooral de prachtige zang van Joana Serrat opvalt. De Spaanse muzikante is nog beter gaan zingen en heeft nog steeds haar lichte Spaanse tongval als extra charme. Ook de instrumentatie is echter van een bijzondere schoonheid en dit geldt zowel voor de prachtige en vaak heerlijk zweverige elektronische klanken als voor het fraaie snarenwerk op het album, waartussen ook nog een keer een pedal steel opduikt. 

De volle en veelkleurige instrumentatie en de prachtige zang van de Spaanse singer-songwriter weten elkaar ook nog eens op indrukwekkende wijze te versterken, waardoor de beluistering van Hardcore From The Heart tien songs en drie kwartier lang een genot is en het album zich heel snel en genadeloos opdringt. 

Ik was zeer gecharmeerd van de net wat meer door rootsmuziek gedomineerde albums van Joana Serrat, maar ook de heerlijk dromerige klanken op Hardcore From The Heart gaan er uitstekend in, zeker nu de zon zo uitbundig schijnt als op het moment. De Spaanse singer-songwriter levert ondertussen ook nog eens haar vierde prachtalbum in zeven jaar tijd op en dat is een prestatie van formaat. Erwin Zijleman

De muziek van Joana Serrat is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van haar Spaanse label: https://greatcanyonrecords.bandcamp.com/album/joana-serrat-hardcore-from-the-heart.


Hardcore From The Heart van Joana Serrat is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

vrijdag 11 juni 2021

Queen Of The Meadow - Survival Of The Unfittest

Survival Of The Unfittest is het derde album van het Franse duo Queen Of The Meadow en het is wederom een voltreffer met prachtig ingetogen folky songs en wat uitbundiger aangeklede songs
Helen Ferguson en Julian Pras wisten me al twee keer eerder te verrassen met de muziek die ze maken als Queen Of The Meadow. Op hun vorige twee albums verraste het Franse duo met een mengelmoes van psychedelische folk uit de jaren 60 en 70 en wat eigentijdser klinkende en rijk georkestreerde pop. Het is muziek die ook weer is te horen op het derde album van het tweetal uit Bordeaux. Het is inmiddels een bekend geluid, maar het klinkt nog wat mooier en verleidelijker, deels door de mooie instrumentatie en deels door de prachtige stem van Helen Ferguson. Het was weer dringen met nieuwe releases deze week, maar dit prachtalbum zou ik zeker niet laten liggen.


Ik was in de zomer van 2016 diep onder de indruk van het debuutalbum van het Franse duo Queen Of The Meadow. De uit Bordeaux afkomstige Helen Ferguson en Julian Pras betoverden op hun debuutalbum met rijk georkestreerde popliedjes die aan de ene kant herinnerden aan de Britse en Amerikaanse folk uit de jaren 60 en 70, maar die door de rijke orkestratie ook wel wat deden denken aan Belle & Sebastian en soortgenoten. 

Ondanks de diepe indruk die het debuutalbum Aligned With Juniper in 2016 maakte, was ik Queen Of The Meadow alweer vergeten toen twee jaar later A Room To Store Happiness verscheen. Toen ik het album aan het eind van het betreffende jaar alsnog oppikte, bleek het tweede album van Queen Of The Meadow minstens net zo mooi of misschien zelfs nog wel mooier dan het debuut van het Franse duo. 

We zijn inmiddels weer tweeënhalf jaar verder, maar deze week verscheen het derde album van Queen Of The Meadow. Waar het Franse duo door het uitbrengen van de eerste twee albums via het Nederlandse Tiny Room Records ook een beetje onze nationale trots was, is Survival Of The Unfittest uitgebracht door het Franse Only Lovers Records. De Nederlandse inbreng is dit keer daarom nihil, maar het derde album van Queen Of The Meadow is er niet minder mooi om. 

Survival Of The Unfittest borduurt nadrukkelijk voort op de vorige twee albums van Helen Ferguson en Julian Pras. Ook op hun derde album betovert het Franse duo met akoestische folksongs die herinneren aan zowel de Britse als de Amerikaanse (psychedelische) folk uit de jaren 60 en 70, maar Survival Of The Unfittest bevat ook een aantal veel voller of zelfs uitbundig ingekleurde songs. 

Ik vind het lastig kiezen tussen de beide uitersten op het album. In de sober ingekleurde songs op het album klinkt de zachte en heldere stem van Helen Ferguson prachtig en nodigt de muziek van Queen Of The Meadow uit tot wegdromen, wat prima kan in de zomerzon die momenteel zo uitbundig schijnt. Als het duo kiest voor een wat uitbundiger geluid klinkt de muziek op Survival Of The Unfittest daarentegen net wat eigentijdser en ook daar is wat voor te zeggen. 

Gelukkig hoef ik niet te kiezen, want persoonlijk vind ik alles op het derde album van de twee Franse muzikanten mooi. Helen Ferguson en Julian Pras doen op hun derde album alles zelf, maar van compromissen is geen sprake. De instrumentatie klinkt nog wat mooier en verzorgder dan op de vorige twee albums van het duo uit Bordeaux en ook de zang van Helen Ferguson is alleen maar onweerstaanbaarder geworden. De meeste winst zit echter in de songs, die gevarieerder en nog aansprekender zijn dan die op de eerste twee albums van het Franse tweetal. 

Bij de release van het tweede album van Queen Of The Meadow was ik niet direct bij de les, maar Survival Of The Unfittest stond in de week van de release direct op mijn lijst met verplichte kost en het album heeft me zeker niet teleurgesteld. Queen Of The Meadow is aangenaam gezelschap op een mooie lentedag of een broeierige zomeravond, maar ik weet nu al dat Survival Of The Unfittest ook de herfst- en winteravonden van later dit jaar bijzonder fraai gaat inkleuren. Frans klinkt het overigens geen moment, maar wat is het weer mooi. Erwin Zijleman

De muziek van Queen Of The Meadow is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van het Franse duo: https://queenofthemeadow.bandcamp.com.


Survival Of The Unfittest van Queen Of The Meadow is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

Gary Louris - Jump For Joy

The Jayhawks voorman Gary Louris heeft de lockdown goed gebruikt, want helemaal in zijn uppie nam hij een soloalbum op dat vol staat met bijzonder aangename en wat Beatlesque popliedjes
Het vorige soloalbum van Gary Louris is me niet echt bijgebleven, want dat voegde niet veel toe aan het werk van zijn band The Jayhawks en was bovendien minder sterk. Op het deze week verschenen Jump For Joy horen we vooral Gary Louris aan het werk. Hij experimenteert wat met synths, gooit er hier en daar een stevige gitaarsolo tegenaan, maar Jump For Joy staat vooral vol met Beatlesque popliedjes, die zeker op het eerste gehoor zonnig aandoen. Het voegt absoluut iets toe aan de muziek die Gary Louris maakt met The Jayhawks, maar ook qua niveau doet Jump For Joy niet onder voor de meeste albums die The Jayhawks na hun twee meesterwerken uit de vroege jaren 90 hebben gemaakt.


De Amerikaanse muzikant Gary Louris trad in 1985 toe tot de een paar maanden eerder door Mark Olson geformeerde band The Jayhawks. De samenwerking tussen Mark Olson en Gary Louris bleek een gouden greep. The Jayhawks groeiden al snel uit tot pioniers van de alt-country met het koppel Olson/Louris als de Lennon/McCartney van het genre. Mark Olson hield het na twee albums gezien en sindsdien voert Gary Louris de band uit Minneapolis, Minnesota, aan. 

De band had sinds de successen in de eerste helft van de jaren 90 haar ups en downs, maar de afgelopen jaren staat de band weer garant voor prima albums. Na het vorig jaar verschenen XOXO, dat ik zelf overigens een prima album vind, maar de meningen zijn verdeeld, komt Gary Louris deze week op de proppen met een soloalbum. 

Dat deed hij in 2008 al ook al eens, maar Vagabonds voegde wat mij betreft niet zo heel veel toe aan de muziek van The Jayhawks, wat het nut van een soloalbum onduidelijk maakt. Het deze week Jump For Joy heeft ook wel wat raakvlakken met de muziek van The Jayhawks, maar Gary Louris doet ook wat nadrukkelijker zijn eigen ding, waardoor zijn soloalbum toegevoegde waarde heeft. 

Direct in de openingstrack van het album experimenteert Gary Louris er driftig op los met synths, waardoor hij direct flink afwijkt van de muziek van zijn inmiddels ruim 35 jaar aan de weg timmerende band. De openingstrack van Jump For Joy valt niet alleen op door fris klinkende synths, maar ook door flink wat invloeden van The Beatles. 

Gary Louris heeft nooit een geheim gemaakt van zijn bewondering voor de Fab Four, maar zo duidelijk als op zijn nieuwe soloalbum hoorde ik het nog niet eerder. Je hoort het in de opbouw van de songs, je hoort het in de instrumentatie, je hoort het in de zang en je hoort het in de koortjes. Jump For Joy bevat flink wat popliedjes die wat Beatlesque aan doen, maar ook andere invloeden uit de jaren 70 sijpelen door en natuurlijk heeft ook 35 jaar The Jayhawks zijn sporen nagelaten op het nieuwe album van Gary Louris. 

De muzikant uit Minneapolis had het hoorbaar naar zijn zin bij het maken van zijn nieuwe album, wat hij overigens in zijn uppie deed. Jump For Joy is een album vol invloeden uit de platenkast waarmee Gary Louris opgroeide, maar het is ook een album vol songs die zich makkelijk opdringen en die ook nog eens driftig strooien met zonnestralen. 

Af en toe klinkt het als vintage The Jayhawks, maar dan zonder de geweldige harmonieën met Mark Olson, soms klinkt het als The Jayhawks van de afgelopen jaren, maar Jump For Joy klinkt uiteindelijk vooral als Gary Louris, die zich ook als gitarist laat gelden. Van een soloalbum verwacht je dat het iets toevoegt aan het werk van de band van een muzikant en dat is Gary Louris gelukt. 

Als groot fan van The Jayhawks hoeven solo uitstapjes van mij normaal gesproken niet, want dat gaat alleen maar ten koste van nieuwe muziek van de band, maar nu ik Jump For Joy een paar keer gehoord heb, maak ik voor het nieuwe soloalbum van Gary Louris graag een uitzondering. Jump For Joy blinkt en sprankelt en staat vol popliedjes die je na een keer horen niet meer gaat en ook niet meer wilt vergeten. Nu eerst maar weer een nieuw album van The Jayhawks, maar hierna mag Gary Louris van mij nog best een soloalbum als Jump For Joy opnemen. Erwin Zijleman

De muziek van Gary Louris is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikant: https://garylouris.bandcamp.com/album/jump-for-joy.


Jump For Joy van Gary Louris is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

donderdag 10 juni 2021

King Buffalo - The Burden Of Restlessness

De Amerikaanse band King Buffalo wil dit jaar drie albums afleveren en de eerste van het stel legt de lat direct hoog met flink wat muzikale hoogstandjes en een mooie mix van metal, stoner en prog
The Burden Of Restlessness van King Buffalo leek in eerste instantie geen album voor mij, tot ik hoorde dat onder de hoge gitaarmuren veel moois is verstopt. Dit moois bestaat uit veel muzikaal vuurwerk, prima zang, sterke songs en een boeiende mix van onder andere metal, stoner en prog. De basis is stevig en lekker rechttoe rechtaan, maar King Buffalo maakt ook melodieuze muziek vol verrassende wendingen. De ene keer wat meer wat meer metal, de volgende keer stevige prog of een mix van 90s indierock met afwisselend stoner rock en metal. Alles gegoten in songs die zich makkelijk opdringen, maar die ook bij herhaalde beluistering interessant blijven.


Ik kwam The Burden Of Restlessness van King Buffalo tegen in de nieuwsbrief van het Duitse Stickman Records en dat is een label om in de gaten te houden, al is het maar omdat het de albums van de Noorse band Motorpsycho uitbrengt. Net als Motorpsycho heeft de Amerikaanse band King Buffalo momenteel niet over inspiratie te klagen en is het van plan om dit jaar drie albums uit te brengen. The Burden Of Restlessness is de eerste van het stel en al het derde album van de band uit Rochester, New York. 

Ik moet eerlijk toegeven dat ik vooral vanwege de release op het geweldige Stickman Records ben gaan luisteren naar het nieuwe album van King Buffalo, om vervolgens snel te concluderen dat het niets voor mij was. The Burden Of Restlessness is een donker en stevig album dat ergens op het snijvlak van metal en stonerrock opereert en dat zijn genres die ik hier normaal gesproken niet uit de speakers laat komen. Op een of andere manier kreeg The Burden Of Restlessness me echter toch te pakken. 

Onder de gitaarmuren zitten immers melodieuze songs verstopt en bovendien het nodige muzikale vuurwerk. Dat vuurwerk komt bijvoorbeeld van de ritmesectie, die de songs van de Amerikaanse band steeds weer voorziet van bijzondere ritmes en verrassende wendingen. Ook het atmosferische toetsenwerk is fraai en sleept het album van King Buffalo steeds weer uit de geijkte patronen. Het gitaarwerk op het album is stevig, zeker wanneer hoge gitaarmuren worden opgebouwd, maar The Burden Of Restlessness bevat ook subtieler gitaarwerk en melodieuze solo’s. 

Ik haak in dit genre meestal af wanneer de zang wordt ingezet en zeker wanneer wordt gekozen voor grunts, maar de zanger van King Buffalo zingt opvallend melodieus en op een of andere manier ook onderkoeld of op zijn minst nonchalant, wat fraai contrasteert met de muzikale hoogstandjes op het album. The Burden Of Restlessness van King Buffalo is hierdoor ook voor muziekliefhebbers die normaal gesproken niet gek zijn op dit soort krachtvoer betrekkelijk licht verteerbaar. De Amerikaanse band strooit met enige regelmaat met zware metalen, maar kan ook kiezen voor psychedelisch aandoende passages of voor flirts met progrock, zeker wanneer de toetsen aan terrein winnen. 

The Burden Of Restlessness schijnt het meest donkere en stevige album van de band tot dusver te zijn, wat het interessant maakt om naar de voorgaande albums te luisteren, maar ik ben stiekem ook steeds meer onder de indruk van het nieuwe album van King Buffalo. Het is een album dat me af en toe wel wat doet denken aan The Smashing Pumpkins, maar dan met wat minder geknepen zang en met betere muzikanten, een ook Tool is nooit ver weg, maar King Buffalo behoudt ook een eigen geluid. 

The Burden Of Restlessness van King Buffalo is zeker geen album dat ik iedere dag op zet, maar zo op zijn tijd is het een album dat er aan de ene kant lekker stevig inhakt en aan de andere kant net nodige muzikale vernuft laat horen. Het is een album dat in de smaak zal vallen bij liefhebbers van melodieuze metal of stonerrock, maar ook liefhebbers van indierock of stevige progrock kunnen met dit knap in elkaar stekende album waarschijnlijk prima uit de voeten. 

Het Duitse Stickman Records heeft over het algemeen een goed oor voor bands die in meerdere uithoeken van de rockmuziek uit de voeten kunnen en ook de keuze voor King Buffalo is weer een goede. Erwin Zijleman

De muziek van Buffalo King is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse band: https://kingbuffalo.bandcamp.com/album/the-burden-of-restlessness.


The Burden Of Restlessness van Buffalo King is verkrijgbaar via de Mania webshop: