woensdag 30 juni 2021

Katherine Priddy - The Eternal Rocks Beneath

Katherine Priddy is de grote belofte van de Britse folk, maar ze verlegt op haar geweldige debuutalbum The Eternal Rocks Beneath ook op subtiele wijze de grenzen van het genre
De Britse muzikante Katherine Priddy heeft een stem waarvoor menig muziekliefhebber direct zal smelten, maar haar prachtige stem is slechts één van de vele sterke wapens op The Eternal Rocks Beneath. Op haar debuutalbum betovert Katherine Priddy niet alleen met bijzonder mooie vocalen, maar ook met een zeer smaakvolle instrumentatie, die zowel binnen als buiten de lijntjes van de traditionele Britse folk kleurt. De songs van de jonge Britse muzikante zijn al even smaakvol en zitten vol subtiele verrassingen. The Eternal Rocks Beneath is een folkalbum dat zowel traditioneel als modern klinkt, dat op subtiele wijze de grenzen opzoekt, maar dat boven alles van een bijzondere schoonheid is.


Hoewel ik mijn klassiekers ken en favorieten heb binnen de traditionele of traditioneel aandoende Britse folk, sta ik bij nieuwe releases in het genre over het algemeen genomen niet te popelen. Zo nu en dan zijn er echter uitzonderingen, zoals The Eternal Rocks Beneath van de Britse singer-songwriter Katherine Priddy. 

Hoewel haar debuutalbum absoluut in het hokje traditionele Britse folk past, was ik al na een paar tracks overtuigd van de kwaliteiten van Katherine Priddy, die behoort tot het beste dat de Britse folk de afgelopen paar decennia heeft voortgebracht. Dat is niet alleen mijn mening, maar ook die van de legendarische Britse folkmuzikant Richard Thompson, die de jonge Britse muzikante de hemel in prees na het verschijnen van haar eerste EP in 2019. 

Daar valt niets op af te dingen, want wat Katherine Priddy laat horen op haar debuutalbum is indrukwekkend. The Eternal Rocks Beneath valt allereerst op door de prachtige stem van de Britse muzikante, die opgroeide op het Britse platteland, op een steenworp afstand van de plek waar Nick Drake werd geboren en overleed. Het is een stem die zo helder klinkt als je van een Britse folkie mag verwachten, maar het is ook een stem vol gevoel die prachtig vol kan klinken, maar ook fluisterzacht. 

Het is een stem die herinneringen oproept aan de grote zangeressen in het genre, maar Katherine Priddy heeft ook een eigen geluid. Alleen de zang maakt van The Eternal Rocks Beneath al een prachtalbum, maar het debuutalbum van de Britse muzikante heeft nog veel meer te bieden. 

Zo sluit de instrumentatie, die in de openingstrack vooraf wordt gegaan door fluitende vogeltjes, hier en daar prachtig aan bij de tradities van de Britse folk met fraai akoestisch gitaarspel en een stemmige viool, maar Katherine Priddy kleurt ook buiten de lijntjes van de traditionele Britse folk. In een aantal songs zijn invloeden uit de Keltische muziek te horen, maar hier en daar hoor je ook atmosferische klanken, die op fascinerende wijze de spanning opbouwen. 

Voor liefhebbers van Britse folk is het smullen, maar The Eternal Rocks Beneath moet in bredere kring respect af kunnen dwingen. Katherine Priddy zingt de sterren van de hemel en heeft haar debuutalbum prachtig ingekleurd, maar de jonge Britse muzikante heeft meer te bieden. Haar teksten gaan niet over koetjes en kalfjes, maar wijzen op een brede belangstelling voor literatuur, geschiedenis, natuur en mythologie. 

Ook in haar songs maakt Katherine Priddy het zichzelf niet altijd makkelijk, zeker wanneer de gebaande paden van de Britse folk worden verlaten voor avontuurlijke uitstapjes, die de traditionele Britse folk overigens niet heel ver uit het oog verliezen. 

Ik werd in eerste instantie vooral gegrepen door de prachtige stem van Katherine Priddy, maar hoe vaker ik naar The Eternal Rocks Beneath hoe mooier en fascinerender het album wordt en hoe mooier de zang en de instrumentatie met elkaar in balans zijn. The Eternal Rocks Beneath van Katherine Priddy is een bloedmooi Brits folkalbum, dat nog wat meer glans krijgt door de fraaie wijze waarop de Britse muzikante de grenzen van het genre opzoekt en overschrijdt. Ik zeg het niet vaak over recent uitgebrachte albums in het genre, maar The Eternal Rocks Beneath is een waar meesterwerk. Erwin Zijleman


The Eternal Rocks Beneath van Katherine Priddy is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

dinsdag 29 juni 2021

Saint Sister - Where I Should End

Ik liet me in de herfst van 2018 makkelijk betoveren door de bijzondere klanken Saint Sister en ook met het deze week verschenen tweede album had het Noord-Ierse duo me onmiddellijk te pakken
Shape Of Silence van Saint Sister was een van de grote verrassingen in mijn jaarlijstje over 2018. Het duo uit Noord-Ierland maakte indruk met twee prachtige stemmen, maar imponeerde met een bijzondere instrumentatie en een unieke combinatie van invloeden. Het leverde een album vol toverkracht en vol geheimen op, dat tot op de dag van vandaag een bijzondere uitwerking op me heeft. Met het deze week verschenen Where I Should End is het niet anders. Saint Sister doet er op alle vlakken nog een schepje bovenop en stort wolken vol avontuur en schoonheid over je uit. Iedere keer hoor je weer nieuwe dingen en iedere keer is het nog wat mooier. Een album om noot voor noot te ontdekken.


Het Noord-Ierse duo Saint Sister debuteerde in de herfst van 2018 met het bijzonder mooie Shape Of Silence, dat een paar maanden na mijn eerste kennismaking met het album opdook in de bovenste helft van mijn jaarlijstje. Op hun debuutalbum maakten Gemma Doherty en Morgan MacIntyre diepe indruk met prachtige vocalen en met een bijzonder klankentapijt dat invloeden uit de folk en de new age liet horen, maar dat in geen van beide hokjes thuis hoorde. 

Shape Of Silence bleek al snel een betoverend mooi album, dat, zeker bij beluistering met de koptelefoon, steeds weer nieuwe dingen liet horen. Gezien mijn zeer goede herinneringen aan het debuut van Saint Sister, begon ik een paar weken geleden met torenhoge verwachtingen aan het tweede album van het Noord-Ierse duo en dat album is deze week verschenen. 

Where I Should End ligt absoluut in het verlengde van het debuut van Gemma Doherty en Morgan MacIntyre. Ook dit keer is een hoofdrol weggelegd voor de prachtige stemmen van het tweetal. Het zijn stemmen die flink van elkaar verschillen, maar die ook prachtig bij elkaar kleuren. Vergeleken met het debuutalbum is de zang op Where I Should End net wat zelfverzekerder en uitgesprokener en wat voor de zang geldt, geldt ook voor de instrumentatie. 

Waar het debuut van Saint Sister nog wel eens opschoof richting de new age van Enya of de zweverige klanken van The Cocteau Twins, klinkt Where I Should End meestal net wat aardser. De verschillen tussen beide albums moeten ook niet overdreven worden, want door het gebruik van onder andere de harp klinkt ook het tweede album van de twee Noord-Ierse muzikanten vaak sprookjesachtig. 

Gemma Doherty en Morgan MacIntyre noemden hun muziek bijna drie jaar geleden zelf ‘atmosfolk’ en dat etiket past ook op hun tweede album. Hier en daar hoor je invloeden uit de Ierse folk, maar atmosferische klanken die eerder doen denken aan Scandinavische bossen zijn minstens net zo dominant aanwezig. 

Het klinkt op Where I Should End allemaal net wat voller dan op het debuutalbum van de inmiddels vanuit het Ierse Dublin opererende muzikanten en wanneer elektronica wordt ingezet klinkt het allemaal ook net wat moderner en wat minder zweverig, maar ook het tweede album van Saint Sister is een album vol mooie geheimen, waaronder klassiek aandoende uitstapjes. 

Ook Where I Should End bloeit op wanneer je het album met de koptelefoon beluistert en alle onderdelen van de instrumentatie en de prachtige stemmen van Gemma Doherty en Morgan MacIntyre je van alle kanten om de oren vliegen. Het is knap hoe Saint Sister haar geluid net wat heeft weten te moderniseren, zonder de magie van haar debuutalbum te verliezen. 

Zeker wanneer Gemma Doherty en Morgan MacIntyre acapella zingen hoor je hoe mooi hun stemmen bij elkaar passen, maar ook wanneer de instrumentatie net wat voller is, blijven de stemmen van de twee bijzonder makkelijk overeind en is kippenvel nooit ver weg. 

Ik had zoals gezegd torenhoge verwachtingen toen ik begon aan mijn eerste beluistering van Where I Should End. Ik ben inmiddels een paar weken verder en het tweede album van Saint Sister heeft me zeker niet teleurgesteld. Integendeel zelfs. Saint Sister heeft haar unieke geluid geperfectioneerd, maar heeft de charme van haar debuut behouden. Prachtig album! Erwin Zijleman

Where I Should End van Saint Sister is verkrijgbaar via de bandcamp pagina van het Noord-Ierse duo: https://www.saintsisterband.com.

   

maandag 28 juni 2021

John Grant - Boy From Michigan

John Grant klonk op zijn vorige soloalbums wat wisselvallig, maar het prachtige klinkende Boy From Michigan evenaart het niveau van zijn debuut Queen Of Denmark en gaat er hier en daar overheen
John Grant leek zijn kruit na de meesterwerken met The Czars en zijn solo droomdebuut Queen Of Denmark verschoten te hebben, maar hij heeft de oude vorm hervonden op het geweldige Boy From Michigan. Het is een album vol echo’s uit het verleden van John Grant en met name echo’s van zijn solodebuut, maar deze echo’s vloeien prachtig samen met de atmosferisch klinkende elektronica op het album. De productie van Cate Le Bon is prachtig, de instrumentatie inventief, de zang van John Grant geweldig en dan zijn er ook nog eens de ijzersterke songs en de persoonlijke en vaak donkere teksten van de Amerikaanse muzikant, die vijf kwartier lang in topvorm verkeert.


Het lijkt wel of ik bij ieder nieuw album van John Grant weer ben vergeten waar de Amerikaanse muzikant vandaan komt. Ik associeer zijn naam nog altijd zeker niet onmiddellijk met de meesterwerken van de Amerikaanse band The Czars, die met Before...But Longer uit 2000, The Ugly People Vs. The Beautiful People uit 2001, Goodbye uit 2004 en Sorry I Made You Cry uit 2006 voor mij vier onbetwiste meesterwerken afleverde. 

Over het solowerk van John Grant is mijn mening minder uitgesproken. Zijn solodebuut Queen Of Denmark uit 2010 vond ik prachtig, maar bij alle sindsdien verschenen albums had ik mijn reserves, zeker wanneer de inmiddels al een tijd vanuit het IJslandse Reykjavík opererende muzikant zich omringde met een flinke batterij elektronica en zijn songs de theatrale kant op gingen. De drie albums die John Grant na Queen Of Denmark maakte hadden allemaal hun momenten, maar ik vond ze geen van allen zo indrukwekkend als het solodebuut van John Grant of de albums die hij maakte met The Czars. 

Het deze week verschenen Boy From Michigan opent met atmosferische en wat psychedelisch aandoende elektronica, maar na een lang intro begint John Grant aan een popsong die ook niet had misstaan op Queen Of Denmark. Waar de instrumentatie op dit album vooral aansloot bij de singer-songwriter muziek uit de jaren 70, klinkt Boy From Michigan moderner. Dat is deels de verdienste van de elektronica, maar ook de soms wat jazzy en soulvolle klanken op het album zorgen ervoor dat het nieuwe album van John Grant moderner klinkt dan zijn debuut, zonder alle elektronica en met name de beats van de voorgaande albums nodig te hebben. 

Op Boy From Michigan gaat het weer om de tijdloze songs en die zijn vrijwel zonder uitzondering prachtig (het ene wat theatrale uitstapje hoeft van mij niet zo). John Grant bekeek het leven nooit door een roze bril, maar Boy From Michigan klinkt nog wat donkerder en somberder. John Grant keert terug naar zijn jeugd en alle jaren waarin hij worstelde met zijn homoseksualiteit in zijn aartsconservatieve vaderland. Persoonlijke ervaringen worden fraai gecombineerd met de teloorgang van de Verenigde Staten, die John Grant niet voor niets een jaar of tien geleden de rug toe keerde. 

Boy From Michigan is een donker album, maar de songs op het album zijn prachtig. Veel songs op het album herinneren, zeker wanneer de piano domineert, aan het zo goede solodebuut van John Grant of zelfs aan de prachtplaten van The Czars, maar Boy From Michigan borduurt zeker niet fantasieloos voort op alles dat hij eerder maakte. 

Het nieuwe album van de Amerikaanse muzikant valt op door een bijzonder fraaie instrumentatie, die trefzeker is gevangen in de al even mooie productie. Voor die productie tekent Cate Le Bon, die wederom laat horen dat ze niet alleen een geweldig singer-songwriter is, maar ook een uitstekend producer. 

Net als Queen Of Denmark zit Boy From Michigan in muzikaal opzicht vol verwijzingen naar de jaren 70, maar de songs zijn dit keer ook voorzien van een sausje uit de 21e eeuw, zeker wanneer de elektronica wat zwaarder maar zeer smaakvol wordt aangezet. Het wordt allemaal gecombineerd met de prachtige zang van John Grant, die na een aantal wat mij betreft wat wisselvallige albums op Boy From Michigan twaalf songs en vijf kwartier lang (!) zijn klasse etaleert. Erwin Zijleman

De muziek van John Grant is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikant: https://johngrantmusic.bandcamp.com/album/boy-from-michigan.


Boy From Michigan van John Grant is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

zondag 27 juni 2021

Faye Webster - I Know I’m Funny haha

Faye Webster heeft met I Know I’m Funny haha de perfecte soundtrack voor de zomer gemaakt, maar ook een razendknap album dat zowel in muzikaal als vocaal opzicht een hoog niveau aantikt
Ik heb lang moeten wennen aan Atlanta Millionaires Club van de Amerikaanse Faye Webster, maar uiteindelijk was het er wat mij betreft een voor de jaarlijstjes. Het deze week verschenen I Know I’m Funny haha overtuigde me een stuk makkelijker, want wat klinkt dit album onweerstaanbaar lekker. Het nieuwe album van Faye Webster is de soundtrack voor een hele lange zomer, maar ondertussen zit alles bijzonder knap in elkaar. De instrumentatie is loom en zwoel maar ook prachtig en wat voor de instrumentatie geldt, geldt ook voor de zang van de Amerikaanse muzikante. I Know I’m Funny haha is een album vol zwoele verleiding, maar het is ook een verzameling kunststukjes die alleen maar mooier en indrukwekkender wordt.


De Amerikaanse muzikante Faye Webster leverde net iets meer dan twee jaar geleden met Atlanta Millionaires Club wat mij betreft een bijzonder fascinerend album af, dat uiteindelijk zelfs mijn jaarlijstje haalde. De muzikante uit Atlanta, Georgia, verraste op haar derde album met zwoele popliedjes, die zich in gelijke mate door country en door soul en R&B lieten inspireren. 
Nu was soul met een pedal steel in een ver verleden niets bijzonders, maar tegenwoordig hoor je het niet vaak meer. Gelukkig nog wel bij Faye Webster, die ook op haar deze week verschenen vierde album weer met enige regelmaat een beroep doet op de pedal steel. 

I Know I’m Funny haha is direct vanaf de eerste noten een lekker loom, laidback en broeierig album dat stevig doet verlangen naar een zorgeloze zomer waar maar geen eind aan lijkt te komen. De ritmesectie speelt lekker soulvol met diepe bassen en swingende ritmes en ook de gitaristen en de pianist lijken uit de hoek van de soul en de jazz afkomstig met subtiele bijdragen. Voor de kers op de taart is er ook dit keer de pedal steel die je meer associeert met country, maar die perfect pas bij de broeierige klanken.

Het is een inmiddels bekend maar ook nog altijd bijzonder geluid, dat fraai wordt aangevuld door de zang van Faye Webster, die voor de gelegenheid ook nog wat zwoeler en lomer klinkt dan op haar vorige album. De openingstrack van I Know I’m Funny haha is zo’n onweerstaanbaar lekkere song waarvan je in de zomerzon maar geen genoeg kunt krijgen en het album bevat veel meer van dit soort songs. Het zijn songs die perfect kunnen functioneren als muzikaal behang op een mooie zomeravond, maar daar is Faye Webster toch echt te goed voor. 

De songs op I Know I’m Funny haha zijn stuk voor stuk bijzonder fraai gearrangeerd en ingekleurd. Naast de uitstekend spelende ritmesectie strijden de piano, een orgel en gitaren subtiel om de belangrijkste bijrol, waarna met name de pedal steel en strijkers hier en daar de open ruimte mogen inkleuren. Het klinkt bijzonder aangenaam maar ondertussen zit het allemaal knap in elkaar en klinkt I Know I’m Funny haha bij net wat aandachtigere beluistering wat eigenzinniger en avontuurlijker dan bij oppervlakkige beluistering het geval lijkt. Wat voor de instrumentatie geldt, geldt ook voor de zang, die zwoel en verleidelijk is, maar ook wonderschoon. 

Ook het vierde album van Faye Webster misstaat niet in de hokjes soul en R&B, want dat zijn de genres die domineren op I Know I’m Funny haha. Invloeden uit de country zijn, ondanks de af en toe opduikende pedal steel, minder belangrijk dan op het vorige album van Faye Webster en hebben plaats gemaakt voor jazzy invloeden. Het luistert allemaal bijzonder lekker weg, zeker wanneer de zon schijnt, maar de songs op het vierde album van Faye Webster zijn ook vrijwel allemaal van het soort dat niet alleen aangenamer maar ook beter wordt wanneer je ze wat vaker hoort. 

Veel beter zelfs, want waar ik het album bij de eerste beluistering een paar weken geleden aangenaam maar af en toe ook wel wat gewoontjes vond, hoor ik inmiddels de schoonheid in nagenoeg alle songs op het album. I Know I’m Funny haha van Faye Webster is een album dat iedere zomerdag nog talloze malen aangenamer maakt dan ze al zijn, maar het is ook een album dat tot in het kleinste detail bestudeerd en gekoesterd mag worden. Bij haar eerste twee albums wist ik het nog niet, Atlanta Millionaires Club was indrukwekkend, maar I Know I’m Funny haha is nog veel beter. Prachtalbum! Erwin Zijleman

De muziek van Faye Webster is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://fayewebster.bandcamp.com/album/i-know-im-funny-haha.


I Know I’m Funny haha van Faye Webster is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

zaterdag 26 juni 2021

Lucy Dacus - Home Video

Lucy Dacus stond misschien wat in de schaduw van haar Boygenius collega’s Phoebe Bridgers en Julien Baker, maar eist met Home Video op overtuigende wijze haar plek in de spotlights op
Ik was al erg onder de indruk van de eerste twee albums van de Amerikaanse singer-songwriter Lucy Dacus, maar haar deze week verschenen derde album is nog veel beter. Lucy Dacus neemt je op Home Video mee terug naar haar jeugd, vertelt indringende verhalen en slaagt er ook nog eens in om iedere keer weer net wat anders te klinken. De instrumentatie is even mooi als veelzijdig en in vocaal opzicht is Home Video nog wat indrukwekkender dan zijn twee voorgangers. Het derde album van Lucy Dacus sleept zich van hoogtepunt naar hoogtepunt en laat horen dat haar terecht geprezen eerste twee albums nog maar het begin waren. Jaarlijstjesmateriaal, dat is zeker.


Toen de gelegenheidsband Boygenius aan het eind van 2018 debuteerde met een EP, vooralsnog overigens het enige wapenfeit van het Amerikaanse trio, was Lucy Dacus voor velen de minst bekende van het drietal. De muzikante uit Richmond, Virginia, had weliswaar al twee goed ontvangen albums op haar naam staan, maar deze hadden minder aandacht getrokken dan het debuutalbum van Phoebe Bridgers en de eerste twee albums van Julien Baker. 

Zelf ken ik Lucy Dacus al sinds haar debuutalbum No Burden uit 2016, dat net als Historian uit 2018 een uitstekend album is. Met het deze week verschenen Home Video stapt Lucy Dacus definitief uit de schaduw van haar misschien net wat beroemdere collega’s van Boygenius, want haar derde album is niet alleen haar beste, maar bovendien een album dat geen moment onder doet voor de beste albums van het moment. 

Het derde album van de Amerikaanse muzikante klinkt nog wat zelfverzekerder dan zijn twee voorgangers en laat, net als deze twee voorgangers, horen hoe goed en veelzijdig Lucy Dacus is. Home Video is een persoonlijk album, waarop Lucy Dacus terugkijkt op haar jeugd in Richmond, Virginia. Het is een jeugd die niet per se makkelijk was, maar Home Video staat ook vol met alle worstelingen van iedere opgroeiende puber of jong volwassene en is hierdoor een typisch “coming of age” album. Het is er voor de afwisseling een met werkelijk geweldige teksten, die lezen als een roman. 

Op haar vorige albums liet Lucy Dacus al horen dat ze in meerdere genres uit de voeten kan en dat doet ze nog wat duidelijker op Home Video. Ze is niet vies van spaarzaam aangeklede maar gruizige rocksongs, maar Home Video bevat ook een aantal meer ingetogen en bijna folky songs. Het zijn songs die deels worden gedomineerd door gitaren en deels door keyboards, wat zorgt voor een lekker gevarieerd geluid. 

Zeker in de wat meer ingetogen songs hoor je hoe mooi de stem van Lucy Dacus is en hoor je bovendien hoeveel gevoel ze in haar zang legt. Het is een stem die nog wat is gegroeid sinds het vorige album en die hier en daar fraai wordt ondersteund door muzikale vrienden als Mitski, Liza Anne en natuurlijk Boygenius collega’s Phoebe Bridgers en Julien Baker. 

Een deel van de andere songs is juist veel voller ingekleurd dan we van Lucy Dacus gewend waren, met één keer een hele voorzichtige knipoog naar het geluid van de E-Street Band. Een vol geluid is lang niet altijd een pre, maar het wat vollere geluid op Home Video voorziet de songs van de muzikante uit Richmond van meer kracht en diepgang en bovendien van een eigen smoel. 

Lucy Dacus stond zoals gezegd wat in de schaduw van een aantal van haar soort- en tijdgenoten, maar met Home Video meldt ze zich absoluut in de voorhoede, met de kippenvel song Thumbs als ultieme proeve van bekwaamheid. De ene flirt met de autotune vergeef ik haar graag, want buiten dit wat mij betreft mislukt experiment ligt het niveau op Home Video erg hoog.

De songs op Home Video zijn vrijwel zonder uitzondering sterk, de instrumentatie is mooi en trefzeker en Lucy Dacus zingt beter dan de meeste van haar concurrenten. De persoonlijke teksten en mooie verhalen zijn de kers op de taart. 

Nu was ik zoals gezegd al zeer te spreken over de eerste twee albums van de Amerikaanse muzikante, maar album nummer drie is nog een flink stuk beter. Zeker in de meest intieme momenten dringt Home Video zich genadeloos op en sleurt Lucy Dacus je op fascinerende wijze haar jeugd in. Het is een jeugd die de Amerikaanse muzikante nu achter zich kan laten, want Home Video kan alleen maar de definitieve start zijn van een blinkende carrière in de muziek. Erwin Zijleman

De muziek van Lucy Dacus is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://lucydacus.bandcamp.com/album/home-video.


Home Video van Lucy Dacus is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

vrijdag 25 juni 2021

Good Morning TV - Small Talk

De Franse band Good Morning TV levert een fascinerend debuutalbum af, dat zich niet laat vangen in een hokje of in de tijd, dat je steeds weer op het verkeerde been zet, maar dat ook bijzonder aangenaam vermaakt
Het debuut van de Franse band Good Morning TV heb ik inmiddels al een paar weken in huis en iedere keer dat ik naar het album luister is het niet alleen weer wat beter, maar hoor ik ook weer wat nieuws. Good Morning TV schakelt op bijzondere wijze tussen dreampop, psychedelica en Franse indiepop, maar hoort in geen van deze hokjes echt thuis. In muzikaal opzicht is Small Talk even mooi als verrassend en in vocaal opzicht klinkt het altijd heerlijk. De Franse band grossiert ook nog eens in songs die net zo makkelijk vermaken als experimenteren, wat het vat vol tegenstrijdigheden van Good Morning TV compleet maakt. Leuke band, geweldig debuut.


Good Morning TV is een Franse band die in 2016 opdook met een eerste EP, vervolgens in de lente van 2018 haar debuutalbum opnam en deze week dan eindelijk dit debuutalbum uitbrengt. De band was oorspronkelijk een soloproject van Bérénice Deloire, maar met de komst van onder andere producer Barth Bouveret werd het een echte band. 

Small Talk is het langverwachte debuutalbum van de band en werd zoals gezegd al in de eerste maanden van 2018 opgenomen. Waarom het in Zuid-Frankrijk opgenomen album zo lang op zicht heeft laten wachten weet ik niet, al heeft de coronapandemie ongetwijfeld voor wat extra vertraging gezorgd. 

Small Talk van Good Morning TV is in meerdere opzichten een bijzonder album. Het is een album dat zich opvallend soepel beweegt tussen genres, het is een album dat hier en daar met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van de popmuziek stapt en het is een album dat zowel toegankelijk als experimenteel kan klinken. 

Bij eerste beluistering leek het me een album voor het hokje dreampop, maar Good Morning TV kan ook zomaar opschuiven richting eigentijdse indiepop of juist invloeden uit de psychedelica van enkele decennia geleden verwerken. En deze genres dekken de lading zeker niet volledig.

Het ene moment maakt de Franse band popmuziek waarbij het heerlijk wegdromen is, maar het volgende moment zet Small Talk je stevig op het verkeerde been met behoorlijk complexe muzikale wendingen. Het label van de band noemt Broadcast, Deerhoof en The Olivia Tremor Control als relevant vergelijkingsmateriaal. Dat is niet voor niets, al vind ik het niet allemaal even treffend. 

Ik zou zelf Stereolab toevoegen aan dit lijstje, maar Small Talk roept bij mij vooral associaties op met de muziek van The Cardigans. Hier moet ik nog wel iets aan toevoegen, want het zijn associaties met de muziek van The Cardigans, die voor één keer hun Zweedse achtergrond verloochenen, de hitgevoelige pop overboord hebben gezet en hebben besloten om een avontuurlijk album te maken dat de zoete klanten van de band combineert met muzikaal avontuur. 

Dat muzikale avontuur zit hem bij Good Morning TV deels in de instrumentatie waarin keyboards en gitaren prachtig strijd voeren en waarin het experiment even belangrijk is als een aanstekelijk deuntje. Zeker wanneer de instrumentatie mag experimenteren krijgt de muziek van Good Morning TV vaak een wat psychedelisch karakter, maar de Franse band kan net zo makkelijk uit de voeten met dromerige pop, die bezweert wanneer Bérénice Deloire haar dromerige en zwoele vocalen toevoegt. 

Ik moet eerlijk toegeven dat ik bij mijn eerste beluisteringen van Small Talk zo nu en dan behoefte had aan meer houvast, maar wanneer je wat vaker naar het album luistert, transformeert het album langzaam maar zeker in een fascinerende en ruim veertig minuten interessante luistertrip. 

Het is een luistertrip waarin alles alleen maar mooier wordt: de dromerige zang, de wonderschone gitaarlijnen, de bezwerende keyboards, de spannende songstructuren en de productie die alles aan elkaar smeedt. 

Frankrijk bewees eerder dit jaar met Palais D'argile van Feu! Chatterton al dat het land in muzikaal opzicht veel meer is dan het Franse chanson of zwoele zuchtmeisjespop en ook met het debuut van Good Morning TV laat Frankrijk zich van zijn beste kant horen. Erwin Zijleman

De muziek van Good Morning TV is verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Franse band: https://geographie.bandcamp.com/album/small-talk.

   

Benjamin Francis Leftwich - To Carry A Whale

Benjamin Francis Leftwich wist me tot dusver nog niet volledig te overtuigen, maar op zijn nieuwe album doet de Britse muzikant alles net wat beter en maakt hij indruk met mooie ingetogen songs
Het is al jaren dringen in het land van de singer-songwriters met een voorkeur voor ingetogen en vooral folky songs. Benjamin Francis Leftwich sprong er met zijn vorige albums wat mij betreft nog niet uit, maar To Carry A Whale is een stuk beter. Het is een zeer persoonlijk album dat werd gevoed door verlies en door het afrekenen met een alcoholverslaving, wat neerslaat in de teksten. In muzikaal opzicht klinkt het album wat minder zwaar, zeker wanneer wordt gekozen voor lome akoestische klanken of dromerige soundscapes. Het is een mooi verzorgde en zeer aangename instrumentatie, die prachtig combineert met de zachte vocalen op het album. Ik ben om.


To Carry A Whale is het vierde album van de Britse singer-songwriter Benjamin Francis Leftwich. De vorige drie heb ik uitvoerig beluisterd, maar uiteindelijk vond ik het op een of andere manier niet goed of bijzonder genoeg. De Britse singer-songwriter zit dan ook in een overvolle vijver, waar ik tot dusver vooral zijn vrouwelijke soortgenoten heb uitgevist. 

In tegenstelling tot de vorige drie albums van de Britse muzikant beviel To Carry A Whale me echter direct een stuk beter. Het album volgt op een voor Benjamin Francis Leftwich zware periode waarin hij niet alleen de dood van zijn vader moest verwerken, maar bovendien moest afrekenen met een zware alcoholverslaving. Het zijn onderwerpen die terugkomen in de vaak wat melancholische teksten op een zeer persoonlijk album. 

Het zijn teksten die de moeite van het uitpluizen meer dan waard zijn, maar To Carry A Whale is ook een album om lekker mee te luieren in de zomerzon. Benjamin Francis Leftwich maakt ook op zijn vierde album immers voornamelijk lome en ingetogen songs, die zich vooral hebben laten beïnvloeden door de Britse en Amerikaanse folk. 

De Britse muzikant heeft zijn songs mooi, maar nergens overdadig ingekleurd. De basis is over het algemeen zacht en heeft genoeg aan een akoestische gitaar, elektrische gitaar of piano. Hier en daar worden wat accenten toegevoegd, maar van opsmuk is nergens sprake, al is het maar omdat de toegevoegde synths de songs de kant op sturen van atmosferische soundscapes. De fraaie instrumentatie voorziet de songs op To Carry A Whale van een authentiek maar ook eigentijds klinkend geluid en het is een geluid dat uitstekend past bij de zang van de Britse muzikant. 

Benjamin Francis Leftwich zingt zacht en vaak zoals de folkies dat deden in de jaren 60 en 70, wat het oorspronkelijk klinkende geluid op zijn nieuwe album verder versterkt. Het is een geluid waarmee de Britse muzikant zich wat mij betreft onvoldoende wist te onderscheiden op zijn eerste drie albums, maar ondanks het feit dat To Carry A Whale niet heel veel afwijkt van zijn drie voorgangers, was ik onmiddellijk overtuigd van de kwaliteit van het nieuwe album van Benjamin Francis Leftwich. 

Het album is geproduceerd door Sam Duckworth en Eg White, van wie laatstgenoemde onder andere werkte met Adele. Overproductie lag daarom wat mij betreft op de loer, maar To Carry A Whale is gelukkig een intiem en smaakvol klinkend album geworden. 

Dankzij het sombere karakter van de teksten wordt de Britse muzikant vaak vergeleken met Elliott Smith. Dat is in muzikaal en vocaal opzicht geen hele onzinnige vergelijking, maar waar de muziek van Elliott Smith vaak donker klonk, is het nieuwe album van Benjamin Francis Leftwich een redelijk zonnig klinkend album, dat het ook uitstekend doet op een mooie zomeravond. 

De Britse muzikant moet ook met zijn vierde album weer concurreren met hele hordes singer-songwriters, maar het onderscheidend vermogen van To Carry A Whale is wat mij betreft voldoende groot. Het ingetogen album luistert lekker weg, maar zeker bij aandachtige beluistering hoor je ook de diepgang, bijvoorbeeld in de instrumentatie, maar ook in de songs en in de teksten. Erwin Zijleman

   

donderdag 24 juni 2021

Birdy - Young Heart

Ik moest er weer lang aan wennen, maar uiteindelijk weet Birdy me toch weer te betoveren met een mooi en sfeervol album dat laat horen dat ze in muzikaal en vocaal opzicht volwassen is geworden
Bij vluchtige beluistering lijkt Young Heart van Birdy wat voort te kabbelen, maar luister net wat beter en je hoort een rijke en bijzonder sfeervolle instrumentatie, waarin de piano van Jasmine van den Bogaerde gezelschap heeft gekregen van flink wat synths en strijkers. Het is een instrumentatie waarin de stem van de Britse singer-songwriter uitstekend tot zijn recht komt. Birdy staat nog altijd garant voor emotievolle en soms wat breekbare vocalen, maar de zang op Young Heart is veel beter dan die op het debuut van Birdy. Ik ben er niet altijd voor in de stemming, maar als ik er voor in de stemming ben is Young Heart van Birdy een heel mooi album dat de vroege ochtend of late avond prachtig inkleurt.


Ik heb tot dusver een wat moeizame relatie met de muziek van Birdy. Wanneer ik mijn recensies van haar vorige drie albums nalees, zie ik keer op keer dat ik bij eerste beluistering vooral aarzelingen had, maar dat er uiteindelijk toch nog veel op zijn plek viel, zonder dat Birdy echt volledig wist te overtuigen. 

Het alter ego van de Britse Jasmine van den Bogaerde kon voor haar eerste twee albums nog rekenen op de minderjarigentoeslag, maar kleine meisjes worden groot. De inmiddels 25 jaar oude Jasmine van den Bogaerde leverde een paar weken geleden met Young Heart haar vierde album als Birdy af. 

Het is een album dat bij mij in eerste instantie dezelfde reactie opriep als haar vorige drie albums. Bij eerste beluistering van Young Heart vond ik de nieuwe muziek van Birdy wat braaf of zelfs gezapig en bovendien weinig bijzonder. Zeker niet slecht, maar het sprong er voor mij ook niet uit. 

Nu wist ik natuurlijk hoe het de vorige drie albums van de Britse singer-songwriter was vergaan en dat was reden genoeg om het te blijven proberen. Young Heart groeide in eerste instantie tergend langzaam, maar langzaam maar zeker heeft ook het vierde album van Birdy mijn hart gewonnen. 

Wanneer ik het nieuwe album van Birdy vergelijk met haar inmiddels tien jaar oude debuut, hoor ik nog maar weinig overeenkomsten. Vooral in vocaal opzicht verschillen het titelloze debuut en Young Heart van elkaar als dag en nacht. Jasmine van den Bogaerde is inmiddels volwassen en dat hoor je in haar stem, die warmer en voller klinkt dan de stem waarmee de 15 jaar oude Birdy tien jaar geleden furore maakte. Het is een stem die wat minder onvast klinkt dan in haar jonge jaren en hoewel Jasmine van den Bogaerde geen heel groot zangeres is, heeft ze wel een aangenaam en ook eigen geluid. 

Ook in muzikaal opzicht zijn de verschillen tussen de albums groot. Waar Birdy op haar debuut afwisselend koos voor Spartaanse en juist veel voller klinkende songs, is het geluid op Young Heart behoorlijk consistent. Het is een geluid waarin de piano nog altijd centraal staat, maar Jasmine van den Bogaerde en haar muzikanten hebben ook flink wat keyboards toegevoegd, met een prominente plek voor de mellotron, en hebben het geluid vervolgens verder verrijkt met akoestische gitaren, strijkers en hier en daar wat blazers. 

Het is een rijk en gloedvol geluid, dat zich als een warme deken om de stem van Jasmine van den Bogaerde heen slaat, zeker wanneer ze wat kwetsbaarder klinkt. Young Heart klinkt op het eerste gehoor wat zoet en gepolijst, maar na enige gewenning hoor ik toch vooral een tijdloos singer-songwriter album met flink wat invloeden uit de pop. 

Het is een album dat bijzonder aangenaam voortkabbelt in de vroege ochtend of late avond, maar het is ook een album dat kwaliteit ademt en dat uiteindelijk veel interessanter is dan ik bij eerste beluistering kon vermoeden. Zowel de instrumentatie als de zang op Young Heart dringen zich bij mij steeds nadrukkelijker op en ook de songs, die Jasmine van den Bogaerde deels schreef met Ian Fitchuk en Daniel Tashian, die ook als muzikant zijn te horen en bovendien de productie voor hun rekening namen, worden bij herhaalde beluistering alleen maar beter. 

Young Heart is een oerdegelijk album van Birdy, maar het is ook een album dat flink kan groeien als je er voor in de stemming bent en dat ben ik steeds vaker, waarna Young Heart bijna een uur lang zeer aangenaam vermaakt. Erwin Zijleman


Young Heart van Birdy is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

woensdag 23 juni 2021

Bertolf - Happy In Hindsight

Bertolf laat zich op dit zonnige en buitengewoon aangename album nadrukkelijk inspireren door muzikale helden uit het verleden, maar laat ook zijn eigen kwaliteiten nadrukkelijk horen
De muziek van Bertolf was me tot dusver grotendeels ontgaan, maar Happy In Hindsight is daar echt veel te goed voor. Het is een album dat klinkt als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast, maar het is een platenkast met heel veel moois. Bertolf eert hoorbaar zijn muzikale helden, die hun beste muziek vooral in de jaren 70 maakten, maar hij laat ook horen dat hij een uitstekend muzikant, zanger en songwriter is. De songs op Happy In Hindsight zijn stuk voor stuk songs om heel vrolijk van te worden, maar het zijn ook songs waar het vakmanschap van af spat. Het levert een prachtige soundtrack voor zorgeloze tijden op, die vergelijkbare albums makkelijk de baas is.


Tot voor kort had ik de muziek van de Nederlandse muzikant Bertolf (Lentink) niet of nauwelijks op het netvlies of trommelvlies. Ik kende de Nederlandse muzikant alleen van de theatervoorstellingen waarin hij samen met een aantal andere muzikanten aan de haal ging met de songs van Crosby, Stills, Nash & Young. Dat klonk allemaal prachtig en was bijzonder knap gedaan, maar ik had er niets mee, net zoals ik niets heb met de muziek van The Analogues, hoe knap het ook allemaal in elkaar zit. 

Als ik The Beatles of Crosby, Stills, Nash & Young wil horen duik ik wel in de platenkast of ga ik grasduinen op YouTube, waarop verrassend veel beeldmateriaal te vinden is. Goed, dat is een persoonlijke mening, die volgens mij niet heel breed gedeeld wordt. Het heeft er wel voor gezorgd dat ik niet direct opveerde toen een paar weken geleden het volgens mij zesde soloalbum van Bertolf verscheen. Dat is jammer, want Happy In Hindsight is echt een geweldig album. 

Het is een album dat minstens met één been in de jaren 70 staat, maar daar heb ik geen moeite mee, integendeel. Het nieuwe album van Bertolf klinkt als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast, maar het is wel een zeer smaakvol samengestelde platenkast. Het is een platenkast waarin het solowerk van Paul McCartney uit de jaren 70 prominent aanwezig is, wat direct in de openingstrack duidelijk wordt. 

Hiermee legt Bertolf de lat direct hoog voor zichzelf, maar de Nederlandse muzikant komt er makkelijk mee weg. Op Happy In Hindsight etaleert Bertolf nadrukkelijk zijn kwaliteiten als songwriter met een aantal songs waarvoor Paul McCartney zich niet zou hebben geschaamd en waarvoor 10cc een moord zou hebben gedaan. 

De Nederlandse muzikant maakt echter niet alleen indruk als songwriter, maar ook als zanger en als muzikant. Ik had bij de zang op het album meerdere keren associaties met het vroege werk van Rufus Wainwright en het grappige is dat Bertolf dit in een recent interview in de Volkskrant inderdaad een belangrijke inspiratiebron noemt. In de zang hoor ik overeenkomsten met Rufus Wainwright, maar die zijn er zeker ook in muzikaal opzicht wanneer het gaat om het werk waarin Rufus Wainwright het bombast nog niet had ontdekt. 

Bertolf noemt in het Volskrant interview zelf ook nog Paul McCartney, The Beach Boys, Daryll-Ann en het gitaarwerk van Tony Rice als belangrijke inspiratiebronnen, maar hier kan van alles aan worden toegevoegd. Vanwege het veelzijdige karakter van het album wil ik zeker Todd Rundgren nog toevoegen, want veelzijdig is Happy In Hindsight, dat ook nog over kan schakelen op folk, country en bluegrass, zeker. 

Het nieuwe album van Bertolf werd vooral thuis opgenomen, maar klinkt geweldig. De Nederlandse muzikant toont zich niet alleen een uitstekend singer-songwriter, maar ook een getalenteerd gitarist, die in meerdere genres uit de voeten kan. 

Er zijn het afgelopen jaar wel meer albums verschenen die klinken als een omgevallen platenkast uit de jaren 70, maar zo aangenaam, knap en veelzijdig als Happy In Hindsight van Bertolf klonken ze wat mij betreft geen van allen. Laat de muziek van Bertolf uit de speakers komen en een lange, mooie en zorgeloze zomer dient zich aan. En laat dat nu precies zijn waar we momenteel behoefte aan hebben. Erwin Zijleman


Happy In Hindsight van Bertolf is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

dinsdag 22 juni 2021

Amy Helm - What The Flood Leaves Behind

Amy Helm is toe aan haar derde soloalbum en de dochter van Levon Helm wordt echt alleen maar beter op dit album vol geweldige muziek en zang die continu garant staat voor kippenvel
De vorige twee albums van Amy Helm waren van een zeer hoog niveau, maar kregen zeker niet overal de waardering die ze zo verdienden. Deze week keert de dochter van Levon Helm en de stiefdochter van Dr. John terug met album nummer drie en What The Flood Leaves Behind is nog beter dan zijn voorgangers. Amy Helm heeft ook dit keer een topproducer weten te strikken in de persoon van Josh Kaufman en haalde bovendien een aantal geweldige muzikanten naar de studio in Woodstock, New York. Ze schreef haar songs samen met een aantal gelouterde songwriters en zingt ook nog eens de sterren van de hemel op een album dat binnen de hele Americana uit de voeten kan.


Amy Helm is de dochter van The Band drummer en zanger Levon Helm en singer-songwriter Libby Titus. Nadat het huwelijk van haar ouders op de klippen was gelopen kreeg ze een stiefvader van naam en faam in de persoon van Dr. John. Met al die grote muzikanten in haar omgeving kon Amy Helm alleen maar kiezen voor een carrière in de muziek en dat deed ze dan ook al op jonge leeftijd. 

Amy Helm heeft in de muziek een opvallende weg gekozen. Haar eerste stappen zette ze als zangeres voor Steely Dan lid Donald Fagen, die haar ook meenam toen de fameuze band tijdelijk weer bij elkaar kwam. Hierna formeerde de Amerikaanse muzikante de eigenzinnige band Olabelle, die uiteenlopende invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek aan elkaar wist te smeden, en speelde ze mee op een aantal albums van haar vader. Zes jaar geleden bracht Amy Helm, op haar 45e, haar solodebuut Didn’t It Rain uit, in 2018 gevolgd door This Too Shall Light. 

De jonge Amy Helm kreeg de muziek zoals gezegd met de paplepel ingegoten, waarbij niet werd gekeken op een genre meer of minder. Het solodebuut van Amy Helm bestreek binnen de Amerikaanse rootsmuziek een opvallend breed palet, waarna ze er op haar tweede album samen met topproducer Joe Henry en een aantal fantastische muzikanten ook nog flink wat invloeden uit de gospel aan toevoegde. 

Met haar soloalbums verdiende Amy Helm een plekje tussen de groten in het genre, maar het deze week verschenen What The Flood Leaves Behind moet in de releaselijsten van deze week genoegen nemen met een bescheiden plek. Dat heeft niets te maken met de kwaliteit van het album, want ook op haar derde soloalbum laat Amy Helm weer horen dat ze met de allerbesten mee kan. 

 What The Flood Leaves Behind werd opgenomen in de fameuze Levon Helm Studio in Woodstock, New York, waar Amy Helm werd bijgestaan door producer Josh Kaufman, momenteel een van de meest gewilde producers in het rootssegment. Amy Helm kreeg bovendien gezelschap van een aantal gelouterde muzikanten en schreef de songs voor haar derde album samen met toppers als M.C. Taylor (Hiss Golden Messenger), Daniel Norgren, Elizabeth Ziman (Elizabeth And The Catapult), Mary Gauthier en Erin Rae. 

Het prachtig vol klinkende geluid, dat onder andere wordt opgetuigd met orgels, gitaren en blazers, bestrijkt ook dit keer een opvallend breed palet binnen de Americana en klinkt nog imposanter dan het geluid op de vorige twee albums van Amy Helm. En net als op deze vorige albums zingt Amy Helm ook dit keer de sterren van de hemel. Zeker wanneer de Amerikaanse muzikante flink wat soul en gospel in haar songs stopt, komt haar stem met orkaankracht uit de speakers, maar ze kan ook zeker doseren. 

Net als haar vorige albums is ook What The Flood Leaves Behind niet het album dat de critici er het eerst uit pikken deze week, maar net als Didn’t It Rain en This Too Shall Light blaast het derde album van Amy Helm je compleet van je sokken. De songs zijn, mede dankzij de samenwerking met een aantal toppers, van hoge kwaliteit, in muzikaal opzicht is het tien songs lang smullen en ook in vocaal opzicht is What The Flood Leaves Behind een album dat zich kan meten met het beste dat momenteel verschijnt. Kinderen van beroemde muzikanten zijn meestal lang niet zo getalenteerd als hun ouders, maar Amy Helm is een topper. Erwin Zijleman


What The Flood Leaves Behind is verkrijgbaar via de Mania webshop:

 

maandag 21 juni 2021

Lady Nade - Willing

Lady Nade komt uit het Britse Bristol, maar imponeert op haar album Willing met Amerikaanse rootsmuziek die meerdere kanten uit kan en vooral met een mooie en fascinerende stem
Willing is mijn eerste kennismaking met de muziek van de Britse muzikante Lady Nade en het is er een die naar veel meer smaakt. Haar thuisbasis Bristol staat bekend om triphop en Caraïbische muziek, maar Lady Nade maakt vooral Amerikaanse rootsmuziek met een voorliefde voor country, folk en soul. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder lekker, zeker wanneer de zon schijnt, maar het sterkste wapen van Lady Nade is haar bijzondere stem. Door deze stem klinkt Willing anders dan andere albums in het genre, maar ook in muzikaal opzicht zet de Britse muzikante af en toe opvallende stappen. Een bijzonder album dat terecht wordt bejubeld in het Verenigd Koninkrijk.


Willing van Lady Nade werd onder mijn aandacht gebracht door een fanatieke Amerikaans promotor van Amerikaanse rootsmuziek, waardoor ik er van uit ging dat het een Amerikaanse muzikante betrof. Dat beeld veranderde niet toen ik het album uit de speakers liet komen, want bij beluistering van de muziek van Lady Nade waan ik me vooral aan de oevers van de Mississippi. 

Lady Nade trekt met haar muziek terecht flink wat aandacht in de Verenigde Staten, maar ze is Brits en opereert vanuit Bristol. De kustplaats in het zuidwesten van Engeland is bekend als de bakermat van de triphop, maar wanneer we wat verder teruggaan in de tijd was het ook de plek waar invloeden uit het Caraïbisch gebied werden vermengd met Britse popmuziek. Bij Lady Nade hoor ik vooral invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en het is rootsmuziek van het lome en broeierige soort. 

Willing, overigens al het derde album van Lady Nade, is een album dat het uitstekend doet bij zomerse temperaturen en dat wanneer de temperaturen weer wat dalen, doet verlangen naar de zomer. Willing werd opgenomen tijdens de lockdown in een aantal studio’s en met een aantal muzikanten. Het is een album met vooral invloeden uit de folk, maar ook invloeden uit de country en de soul en soms wat jazzy klanken hebben hun weg gevonden naar het album. 

In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder aangenaam, zeker wanneer Lady Nade kiest voor warme en lome klanken. De Britse muzikante kleurt haar muziek af en toe betrekkelijk sober in met vooral akoestische gitaren, maar Willing bevat ook een aantal tracks met fraaie pedal steel bijdragen, die het album wat meer de kant van de country op trekken.

Het derde album van Lady Nade is zoals gezegd een album dat je bij eerste beluistering vooral in het hokje Amerikaanse rootsmuziek wilt duwen, maar de Britse muzikante voegt ook iets eigenzinnigs toe aan haar muziek. Het zijn invloeden uit de smeltkroes Bristol, al vind ik het lastig om ze goed te benoemen. 

In muzikaal opzicht slaagt Lady Nade er in om bijzonder te klinken, maar dat doet ze in nog veel sterkere mate met haar stem. Het is een stem waar ik wel even aan moest wennen, al vond ik de zang op Willing direct bij eerste beluistering mooi. Het is een stem die goed past bij de genres die domineren op het album, maar het is ook een stem die er voor zorgt dat het nieuwe album van Lady Nade zich nauwelijks laat vergelijken met andere albums in deze genres. 

Lady Nade slaagt er ook nog eens in om afwisselend traditioneel en eigentijds te klinken en hier en daar ook nog een vleugje pop toe te voegen aan haar muziek. De Britse muzikante is tenslotte bedreven in het schakelen tussen makkelijk in het gehoor liggende en betrekkelijk complexe songstructuren. 

Het maakt het definitief onmogelijk om de muziek van de muzikante uit Bristol in een hokje te duwen. Dat is niet zonder risico’s, want Willing is hierdoor ook een album dat makkelijk tussen wal en schip kan vallen. Dat was bij mij niet het geval, want ik was zoals gezegd vrijwel onmiddellijk overtuigt van de kwaliteiten van Lady Nade en Willing is er bij herhaalde beluistering zeker niet minder op geworden. In eigen land haalde Lady Nade inmiddels al wat folk en americana awards binnen, maar ook in Nederland moeten we deze bijzondere muzikante snel omarmen. Erwin Zijleman

De muziek van Lady Nade is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://ladynade.bandcamp.com/album/willing.

   

zondag 20 juni 2021

Kings Of Convenience - Peace Or Love

Het Noorse duo Kings Of Convenience keert na een afwezigheid van 12 jaar terug met een aangenaam album waarop het genre dat het duo ooit op de kaart zette in volle glorie terugkeert
Kings Of Convenience dook twintig jaar geleden op met ingetogen akoestische songs die de muziekpers inspireerden tot het bedenken van een nieuw genre. Dat genre is al lang weer vergeten, maar de muziek van Kings Of Convenience is nog springlevend. Het Noorse duo was twaalf jaar uit beeld, maar er lijkt niets veranderd. De instrumentatie is bekend, net als de zang en harmonieën, maar de songs van het duo zijn wederom bijzonder aangenaam, met de bijdragen van (Leslie) Feist als kers op de taart. Natuurlijk is er niet veel nieuws onder de zon, maar juist onder deze zon zijn de lome en mooi ingekleurde songs van Kings Of Convenience een ware traktatie.


Het Noorse duo Kings Of Convenience behoorde helemaal aan het begin van het huidige millennium tot de pioniers van de muziekstroming die uiteindelijk werd getypeerd als de “Quiet Is The New Loud” beweging. Het is een naam die de stroming dankt aan het Noorse duo, want Quiet Is The New Loud is de titel van het officiële debuutalbum van Erik Glambek Bøe en Erlend Øye. 

Er werd destijds nogal druk gedaan over het nieuwe genre, maar zo nieuw was de meeste muziek van de pioniers niet. Kings Of Convenience maakte op Quiet Is The New Loud akoestisch ingekleurde, lekker in gehoor liggende en van fraaie harmonieën voorziene muziek, die zich absoluut liet inspireren door de muziek van Simon & Garfunkel van een aantal decennia eerder, maar die ook niet vies was van een vleugje bossa nova. 

Alle ophef rond de nieuwe stroming was zeker achteraf bezien wel wat overdreven, maar Kings Of Convenience leverde met Quiet Is The New Loud uit 2001, Riot On An Empty Street uit 2004 en Declaration Of Dependence uit 2009 drie uitstekende albums af, die moeten worden gerekend tot de hoogtepunten van een genre dat na een paar jaar een vroege dood stierf. 

Sinds 2009 was het stil rond Kings Of Convenience, maar deze week keren Erik Glambek Bøe en Erlend Øye terug met een nieuw album. De Quiet Is The New Loud beweging is al een tijd dood en begraven, maar op het nieuwe album van het Noorse duo is weinig tot niets veranderd. 

Iedereen die niets had met de muziek die het tweetal in het verleden maakte zal waarschijnlijk ook niet veel hebben met het nieuwe album, maar voor de liefhebbers van weleer is ook Peace Or Love weer een uitstekend album. Kings Of Convenience kiest ook dit keer voor een behoorlijk laag tempo, voor een volledig akoestische instrumentatie en voor mooie zang, hier en daar aangevuld met fraaie harmonieën. 

Het Noorse duo put ook dit keer uit de archieven van de folk en uit die van Simon & Garfunkel en vult die ook dit keer aan met een vleugje bossa nova en een snufje Belle & Sebastian. Heel spannend is het allemaal niet en ik kan me ook voorstellen dat er muziekliefhebbers zijn die Peace Or Love bloedeloos saai vinden, maar zelf hou ik er wel van. 

Het nieuwe album van Kings Of Convenience doet het geweldig bij de zomerse temperaturen van de afgelopen week en is een fraai rustpunt na al het voetbalgeweld. De instrumentatie is mooi en verzorgd en wat mij betreft net gevarieerd genoeg. Erik Glambek Bøe en Erlend Øye zijn nog altijd voorzien van prachtige stemmen, die elkaar mooi versterken in de harmonieën. Het zijn stemmen die het bovendien geweldig doen in combinatie met een vrouwenstem, waarvoor dit keer niemand minder dan (Leslie) Feist is gerekruteerd. 

De eenvoud regeert op het nieuwe album van het Noorse duo, maar deze eenvoud is wat mij betreft het recept voor songs van een grote schoonheid. Luister naar Peace Or Love en je hoort ieder detail in de zachte muziek van Kings Of Convenience. Alles klinkt even mooi en aangenaam en bij herhaalde beluistering wordt het allemaal zeker niet minder. 

Over de destijds zwaar gehypte The Quiet Is The New Loud beweging moeten we het maar niet meer hebben, maar het door deze beweging gebruikte recept levert ook twintig jaar later nog een prachtalbum op. Erwin Zijleman


Peace Or Love van Kings Of Convenience is verkrijgbaar via de Mania webshop:

   

zaterdag 19 juni 2021

Azure Ray - Remedy

Het was heel lang stil rond Azure Ray, maar met Remedy zijn Orenda Fink en Maria Taylor terug met een album dat net wat anders klinkt, maar dat zeker niet onder doet voor hun beste werk
Ik was aan het begin van dit millennium zeer gecharmeerd van de muziek van Azure Ray. Het Amerikaanse duo borduurde voort op de kaders van de dreampop, maar gaf ook een eigen draai aan de invloeden uit het genre. Dat doet Azure Ray op het deze week verschenen Remedy nog steeds, maar het na een stilte van bijna negen jaar verschenen Remedy klinkt ook anders. Je hoort wat meer van de singer-songwriter pop van Maria Taylor, de harmonieën zijn wat expressiever en alles is wat voller ingekleurd, maar wat is het allemaal ook mooi. Beluister dit album met de koptelefoon en een melancholische sprookjeswereld gaat voor je open. Niet meer op gerekend, maar wat is de comeback van Azure Ray welkom.


Precies twintig jaar geleden formeerden Orenda Fink en Maria Taylor in Athens, Georgia, hun band Azure Ray. De twee werden al snel opgepikt door Conor Oberst van Bright Eyes, die Azure Ray introduceerde in de destijds zeer rijke muziekscene van Omaha, Nebraska. Orenda Fink en Maria Taylor maakten een aantal uitstekende albums als Azure Ray, maar maakten ook deel uit van de band Now It’s Overhead en droegen bij aan andere albums die werden uitgebracht op het Saddle Creek label. 

Na vier terecht goed ontvangen albums viel helaas het doek voor Azure Ray, maar ruim tien jaar geleden keerden de twee Amerikaanse muzikanten terug en werd het oeuvre van de band uitgebreid met nog twee prima albums. De afgelopen negen jaar was het stil rond Azure Ray en moesten we het doen met de soloalbums van Orenda Fink en Maria Taylor. 

Met name Maria Taylor was een aantal jaren uitstekend op dreef met geweldige albums vol tijdloze singer-songwriter pop, maar de afgelopen jaren begon het heilige vuur wat te doven bij de twee. Dat heilige vuur laait nu weer op, want negen jaar na hun laatste gezamenlijk album keren Orenda Fink en Maria Taylor terug met een nieuw album van Azure Ray. Remedy herinnert absoluut aan de dreampop uit de begindagen van het duo, maar laat zich ook zeker beïnvloeden door de vooral tijdloze singer-songwriter muziek op de soloalbums van Maria Taylor. 

Remedy werd opgenomen in de eerste maanden van de coronapandemie, waarbij het duo van afstand werd geholpen door producer Brandon Walters. Remedy nam me vrijwel onmiddellijk mee terug naar de eerste albums die Orenda Fink en Maria Taylor maakten als Azure Ray, maar er is in twintig jaar ook wel wat veranderd. Remedy klinkt net wat gepolijster en ook wat voller dan de vroege albums van het duo, maar alles dat de muziek van Azure Ray in het verleden zo aantrekkelijk maakte is gebleven. 

De instrumentatie is betrekkelijk ingetogen maar nergens kaal en altijd warm, atmosferisch en trefzeker, de stemmen van Orenda Fink en Maria Taylor kleuren werkelijk prachtig bij elkaar en de popsongs van de twee klinken niet alleen tijdloos, maar bevatten ook de herkenbare signatuur van de twee. Remedy is ook een gevarieerd album, zeker als je er met volledige aandacht naar luistert.

De muziek van Azure Ray kreeg in het verleden vaak het stempel dreampop opgedrukt. Dat stempel past niet helemaal op Remedy, dat absoluut dromerig klinkt, maar vooral buiten de lijntjes van het genre kleurt, door ook instrumenten als de pedal steel in te zetten. Remedy is een prachtig en zeer sfeervol ingekleurd album, maar de meeste betovering komt van de stemmen van Orenda Fink en Maria Taylor, die elkaar op bijzondere wijze versterken en die het album voorzien van genadeloze verleidingskracht, die hier en daar wel wat doet denken aan het prachtdebuut van Wilson Phillips. 

Het is een album dat een nieuw hoofdstuk toevoegt aan het boek van Azure Ray en nu ik het album een aantal keren gehoord heb, durf ik al wel te beweren dat het een van de mooiste hoofdstukken tot dusver is. Remedy is een album vol melancholie, maar het is ook een album vol schoonheid. 

In muzikaal en vocaal opzicht tikt Azure Ray een zeer hoog niveau aan, maar ook de songs van het Amerikaanse tweetal zijn zonder uitzondering prachtig. Ik had al heel lang niet meer gerekend op nieuwe muziek van Azure Ray en al zeker niet op het album van het kaliber van Remedy. Ik blijf mezelf dan ook maar knijpen, maar de nieuwe Azure Ray is echt. Erwin Zijleman

De muziek van Azure Ray is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van het Amerikaanse tweetal: https://azureray.bandcamp.com/album/remedy.

   

vrijdag 18 juni 2021

Sleater-Kinney - Path Of Wellness

Na het toch wat tegenvallende The Center Won’t Hold, kiest Sleater-Kinney op het al betere Path Of Wellness voor een mix van alles dat de band tot dusver heeft gedaan en een paar interessante nieuwe wegen
Als fan van het eerste uur was ik niet blij met de koerswijziging die Sleater-Kinney twee jaar geleden aan de hand van producer St. Vincent inzette. Op het zelf geproduceerde Path Of Wellness borduurt de tot een duo gereduceerde band deels voort op het vorige album, laat het af en toe de oude glorie herleven, maar zoekt het ook naar een nieuw geluid. Path Of Wellness is een stuk beter dan zijn voorganger, maar nog niet de mokerslag die de band vroeger zo vaak voor ons in petto had. Path Of Wellness klinkt meer dan eens als een typisch tussenalbum, maar het kan ook best zo zijn dat het tweetal vanaf nu van meerdere markten thuis is. Mijn oordeel is dit keer mild en bij vlagen (zeer) positief.


Sleater-Kinney was jarenlang een van mijn favoriete bands, tot in de zomer van 2019 The Center Won’t Hold verscheen. Door het plotselinge vertrek van drummer Janet Weiss was het energieke trio uit Portland, Oregon, gereduceerd tot een duo, dat in uiterlijk opzicht een ware metamorfose leek te hebben voltooid. 

Dat was nog te overzien, maar de metamorfose van Corin Tucker en Carrie Brownstein werd helaas doorgetrokken in hun muziek (waarin Janet Weiss overigens nog wel te horen was). Sleater-Kinney maakte op haar eerste acht albums rauwe rockmuziek zonder opsmuk, maar op The Center Won’t Hold waren opeens een dikke laag opsmuk en flink wat flirts met aanstekelijke popmuziek te horen. 

Het leek de ‘verdienste’ van producer St. Vincent, maar de op dat moment al zeer gelouterde muzikanten Corin Tucker en Carrie Brownstein waren er natuurlijk zelf ook bij. De koerswijziging van de band beviel me in eerste instantie totaal niet, maar een favoriete band schrijf je niet zomaar af en na enige gewenning viel er toch nog wel wat op zijn plek op The Center Won’t Hold, overigens zonder het niveau van prachtalbums als Call The Doctor, Dig Me Out, The Hot Rock, All Hands On The Bad One, One Beat, The Woods en No Cities To Love ook maar te benaderen. 

Deze week keert Sleater-Kinney terug met album nummer tien, Path Of Wellness. Janet Weiss is dit keer echt niet meer te horen en ook producer St. Vincent keert niet terug. Corin Tucker en Carrie Brownstein produceerden het tiende album van Sleater-Kinney zelf en hadden zo maar terug kunnen keren naar hun oude geluid. Dat doet een tot een duo gereduceerde band helaas niet, al duiken er op Path Of Wellness wel degelijk flarden van de genoemde prachtalbums op. 

Path Of Wellness klinkt een stuk minder overgeproduceerd dan zijn voorganger en dat is een stap in de goede richting. The Center Won’t Hold klonk niet alleen overgeproduceerd, maar schoof mij ook net wat teveel op richting pop. Dat doet Path Of Wellness af en toe ook, maar wel een stuk minder frequent en opzichtig dan twee jaar geleden. 

Het nieuwe album van Sleater-Kinney is een album dat je als fan van het eerste uur snel en makkelijk aan de kant kunt schuiven, maar oude liefde roest wat mij betreft niet en die houding wordt beloofd. Uiteindelijk is Path Of Wellness een stuk meer rock dan zijn voorganger en lijkt Sleater-Kinney haar oude geluid niet helemaal vergeten. 

Vergeleken met de topalbums van de band klinkt het hier en daar allemaal nog behoorlijk gepolijst en ontbreekt de energie van weleer, maar ik hoor op het album ook flink wat goede ideeën. Het zijn misschien zelfs wel wat teveel goede ideeën, want Sleater-Kinney lijkt maar lastig te kunnen kiezen tussen het geluid van de eerste acht albums, het geluid van het vorige album en nieuwe wegen die moeten worden verkend. 

Ik veer op wanneer het ouderwets rechttoe rechtaan klinkt, maar ook de experimenten met een meer ingetogen geluid zijn in een aantal gevallen geslaagd, wat ook geldt voor de experimenten met bluesy gitaarlijnen en bijna proggy keyboards. Waar The Center Won’t Hold twee jaar geleden een grote ommekeer en wat mij betreft een stap in de verkeerde richting was, is Path Of Wellness een overgangsalbum dat een evenwicht probeert te vinden tussen oude successen en nieuwe wegen. Het is zeker niet mijn favoriete Sleater-Kinney album, maar een slecht album is het zeker niet. En het wordt ook nog wel een tijdje beter verwacht ik. Erwin Zijleman

De muziek van Sleater-Kinney is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van het Amerikaanse tweetal: https://sleaterkinney.bandcamp.com/album/path-of-wellness.


Path Of Wellness is verkrijgbaar via de Mania webshop: