dinsdag 31 mei 2022

Just Mustard - Heart Under

De Ierse band Just Mustard debuteerde vier jaar geleden rommelig maar veelbelovend en maakt de belofte nu meer dan waar met Heart Under, dat goed is voor een buitengewoon fascinerende luistertrip
Just Mustard uit het Ierse Dundalk leverde vier jaar geleden een prima debuutalbum af, maar vergat om het fatsoenlijk te laten mixen, wat voor mij in ieder geval flink ten koste ging van de kwaliteit. De band heeft er van geleerd, want het deze week verschenen Heart Under klinkt fantastisch en laat wel horen waartoe Just Mustard in staat is. De Ierse band houdt wel van contrastem. Ingetogen en atmosferische passages worden afgewisseld met aardedonkere passages vol gitaargeweld, wat weer enorm contrasteert met de dromerige zang van Katie Bell. Just Mustard schakelt ook nog eens moeiteloos tussen genres en levert een album af dat je naar adem doet happen.


Het deze week verschenen Heart Under is het tweede album van de Ierse band Just Mustard (de goede namen zijn op kennelijk) en de opvolger van het in 2018 verschenen Wednesday. Het debuutalbum van de band uit Dundalk liet op zich mooie dingen horen, maar het album werd wat mij betreft totaal verpest door de wijze waarop de drums in de mix terecht waren gekomen, waardoor het album klonk als een drummer die mee aan het drummen was met de muziek die toevallig uit de speakers kwam. 

Op Heart Under is de muziek van Just Mustard gelukkig wel fatsoenlijk gemixt en dat is een wereld van verschil. Dat kan ook haast niet anders, want voor de mix tekende de ervaren producer en technicus David Wrench, die ook werkte voor onder andere The xx, Florence + The Machine en Spiritualized. 

In muzikaal opzicht is er overigens niet eens zo gek veel veranderd op Heart Under. Ook op haar tweede album combineert Just Mustard de heerlijk dromerige fluisterzang van zangeres Katie Ball met het nodige gitaargeweld en met een aardedonkere ritmesectie. Door de dromerige zang van Katie Ball roept de muziek van Just Mustard af en toe associaties op met de muziek van Mazzy Star, maar het is wel een hele rauwe en duistere versie van Mazzy Star. 

Net als op het debuutalbum van Just Mustard zijn de drums op Heart Under vaak voor in de mix geplaatst, wat de band voorziet van een bijzonder geluid. De drums en de rest van de muziek zijn dit keer gelukkig wel meer in evenwicht, waardoor het geluid dit keer niet de zwakte maar juist de kracht van Just Mustard is. 

De ritmesectie speelt donker en duister met hier en daar flink wat invloeden uit de postpunk, maar de drummer van de band kan ook verrassend inventief en gevoelig spelen. De solide basis van de ritmesectie wordt gecombineerd met wat ruimtelijke klinkende synths, maar vooral met heel veel gitaargeweld. 

Just Mustard kan uit de voeten met meedogenloze riffs, met duistere drones, met zwaar vervormde klanken en met torenhoge gitaarmuren, maar de Ierse band is ook een meester in het opbouwen van de spanning en in het creëren van een bijna unheimische sfeer. Het contrasteert stevig met de soms bijna lieflijke vocalen van Katie Ball, maar de Ierse zangeres kan ook venijniger uithalen. 

Zeker bij eerste beluistering is het tweede album van Just Mustard, zeker als je niet al te vaak luistert naar dit soort gitaargeweld, behoorlijk zware kost, maar er valt van alles te ontdekken in de muziek van de Ierse band, die in haar muziek met grote regelmaat van tempo en intensiteit wisselt en subtiele passages afwisselt met momenten waarop alles in de muziek van de band ontspoort. 

Ook Heart Under is weer zo’n album dat pas echt tot leven komt wanneer je het met de koptelefoon beluistert. Bij beluistering met de koptelefoon ontvouwt zich een buitengewoon fascinerende luistertrip die alleen maar mooier en interessanter wordt. Het is een luistertrip met invloeden uit de postpunk, dreampop, shoegaze, industrial, noiserock en nog veel meer, maar echt in een hokje te duwen is de muziek van Just Mustard wat mij betreft niet. Dat de Ierse band ook nog eens op de proppen komt met hypnotiserende songs zonder de vaste structuur van de standaard popsong maakt dit album nog wat knapper en interessanter. Erwin Zijleman

De muziek van Just Mustard is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Ierse band: https://justmustard.bandcamp.com/album/heart-under.


Heart Under van Just Mustard is verkrijgbaar via de Mania webshop:



maandag 30 mei 2022

Rosie Carney - i wanna feel happy

De Brits-Ierse singer-songwriter Rosie Carney keert na haar geweldige debuutalbum Bare en de fraaie remake van Radiohead’s The Bends terug met het werkelijk wonderschone i wanna feel happy
Ik had Rosie Carney na haar eerste twee albums al heel hoog zitten, maar met het deze week verschenen i wanna feel happy weet ze me toch weer te verrassen. Het is even wennen aan de vollere instrumentatie en productie, maar al snel valt alles op zijn plek. Rosie Carney beschikt over een van de mooiste stemmen van het moment en vertolkt haar songs, ondanks haar jonge leeftijd, met heel veel gevoel en doorleving. De ingetogen songs op het album snijden ook dit keer door de ziel, maar ook als de muzikante uit Londen kiest voor een rijker ingekleurd geluid blijft de intimiteit en intensiteit van haar muziek behouden. Het levert een van de mooiste albums van 2022 op.


De in Engeland geboren maar in Ierland opgegroeide singer-songwriter Rosie Carney maakte in 2019 diepe indruk met haar debuutalbum Bare. De muzikante uit Londen was bij de release van haar debuut pas 21 jaar oud, maar had er al een aantal jaren in de muziekindustrie op zitten en droeg bovendien het nodige persoonlijke leed met zich mee. Het leverde een bijna beangstigend intiem en verrassend doorleefd album op, dat ik pas veel later op de juiste waarde kon schatten, maar dat ik inmiddels schaar onder mijn favoriete singer-songwriter albums van de afgelopen jaren. 

Rosie Carney kwam de coronapandemie door met het integraal opnemen van haar versie van de Radiohead klassieker The Bends. Heiligschennis volgens veel fans van de band, maar ik vond de uiterst ingetogen en aangenaam dromerige versie van Rosie Carney echt prachtig en reserveerde zelfs een plek in mijn jaarlijst voor het album. 

Deze week keert de nog altijd jonge singer-songwriter terug met haar derde album, i wanna feel happy (geen hoofdletters). Het derde album van de Brits-Ierse muzikante is gestoken in een kleurige verpakking, maar Rosie Carney bekijkt het leven nog altijd niet door een roze bril, wat terug komt in de melancholische en persoonlijke teksten. 

Het album opent met net wat meer elektronica dan we gewend zijn van de twee vorige albums, maar Rosie Carney slaagt er ook dit keer onmiddellijk in om een bijzondere sfeer te creëren met haar muziek, die zich als een warme deken om je heen slaat en die onmiddellijk nieuwsgierig maakt naar alles dat komen gaat. 

In de tweede track horen we weer de akoestische klanken die we van Rosie Carney kennen. De akoestische gitaar vloeit dit keer prachtig samen met atmosferische elektronische klanken en subtiele percussie, maar het is weer vooral de zang die zorgt voor betovering. Rosie Carney beschikt over een van de mooiste stemmen in het genre, maar het is vooral een stem die er in slaagt om je diep te raken en die, in ieder geval bij mij, garant staat voor kippenvel.

Vergeleken met het debuutalbum en de remake van The Bends is i wanna feel happy een stuk voller ingekleurd. Na de elektronica in de eerste twee tracks, bouwt Rosie Carney in de derde track ook nog eens hoge gitaarmuren op, maar door de prachtige zang blijft de muziek van de Brits-Ierse muzikante dromerig en vooral intiem klinken. Het is een kunstje dat wordt herhaald in steeds weer verrassend maar smaakvol ingekleurde songs.

Rosie Carney legde de lat hoog met haar zo fascinerende debuutalbum, consolideerde met het wat mij betreft zeer geslaagde tussendoortje The Bends, maar groeit flink door op haar derde album, dat absoluut behoort tot het beste dat momenteel in het genre wordt gemaakt. Met name de meer ingetogen songs op i wanna feel happy zijn betoverend mooi, maar het zijn door de persoonlijke teksten ook songs met enorm veel zeggingskracht en diepgang. 

Rosie Carney heeft op zich niet meer nodig dan een akoestische gitaar en haar stem, maar de toch behoorlijk volle klanken op haar derde album hebben zeker meerwaarde. Ze zorgen voor dynamiek en avontuur, die het album interessanter maken voor een breed publiek. Er is vooralsnog nauwelijks informatie over het album te vinden, maar de productie van het album verraadt de hand van een topkracht. 

De meeste songs op i wanna feel happy hebben een ingetogen en akoestische basis, maar om deze basis gebeurt er van alles. De soms behoorlijk volle klanken op het album zouden makkelijk ten koste kunnen gaan van de intensiteit en schoonheid van de muziek van Rosie Carney, maar zeker na enige gewenning versterken ze de prachtsongs op het album alleen maar en op een of andere manier blijft i wanna feel happy een echt singer-songwriter album. Het derde album van Rosie Carney is elf songs lang van een betoverende schoonheid, maar ik lees er vooralsnog bijna niets over. Schande! Erwin Zijleman


zondag 29 mei 2022

The Dream Academy - The Dream Academy (1985)

De Britse band The Dream Academy debuteerde in 1985 met een deels typisch maar grotendeels atypisch jaren 80 album, dat de tand des tijds wat mij betreft verrassend goed heeft doorstaan
Ik had in 1985 vrijwel onmiddellijk een zwak voor het debuutalbum van de Britse band The Dream Academy. De band uit Londen klonk anders dan de meeste andere bands van dat moment, deels door het verwerken van andere invloeden en deels door de klassiek getinte bijdragen van multi-instrumentalist Kate St John. The Dream Academy bleek ook nog eens zeer bedreven in maken van aanstekelijke popsongs, wat een bijzonder album opleverde. Het is een album dat vooral bekend is geworden omdat anderen aan de haal gingen met flarden van de songs van The Dream Academy, maar 37 jaar na de release klinkt het debuutalbum van de band nog opvallend fris en overtuigend.


Als ik een stapeltje moet maken met mijn favoriete albums uit de jaren 80, zit het titelloze debuutalbum van de Britse band The Dream Academy uit 1985 daar zeker tussen. Het is een album dat in eerste instantie redelijk wat aandacht trok door de hitsingle Life In A Northern Town en iets mindere mate door de tweede single The Love Parade, maar het succes van de band doofde snel en na slechts drie albums viel het doek voor de band uit Londen. 

The Dream Academy was een trio dat bestond uit gitarist en zanger Nick Laird-Clowes, toetsenist Gilbert Gabriel en de klassieke geschoolde multi-instrumentalist Kate St John. Het titelloze debuut van de band bevat een aantal ingrediënten van een typisch jaren 80 album, maar het album klinkt over het algemeen flink anders dan de meeste andere albums uit het decennium. 

De muziek van The Dream Academy klinkt op haar debuut voller, organischer en wat zweveriger dan de meeste typische jaren 80 albums en doet hier en daar wat psychedelisch aan. De muziek van de Britse band weet zich verder te onderscheiden door de klassieke arrangementen en het prachtige hobospel van Kate St John en door de andere bijdragen van blazers. 

Ik had echt al heel lang niet meer naar het album geluisterd (ik denk zeker 20 jaar), maar bleek het nog noot voor noot te kennen. Ik heb volgens mij nooit geweten wie het album, samen met Nick Laird-Clowes, produceerde, maar dat blijkt Pink Floyd gitarist David Gilmour, ook niet de eerste aan wie je denkt bij een 80s album. 

Er zijn inmiddels 37 jaren verstreken, maar ik vind het debuutalbum van The Dream Academy nog opvallend fris klinken. De Britse band grossiert op haar debuutalbum in lekker in het gehoor liggende en opvallend rijk ingekleurde songs. De band heeft dankzij de bijzondere bijdragen van de klassiek geschoolde Kate St John een uniek eigen geluid, waaraan ook de karakteristieke stem van Nick Laird-Clowes bijdraagt. 

Het debuutalbum van The Dream Academy werd gemaakt met flink wat gastmuzikanten, onder wie topkrachten als David Gilmour, Pino Palladino en, in een van de tracks, R.E.M. gitarist Peter Buck. Al die muzikanten hebben gezorgd voor prachtige klanken, die vooral bij beluistering met de koptelefoon goed tot hun recht komen. 

Het debuutalbum van The Dream Academy bevat hiernaast een aantal geweldige en verrassend gevarieerd klinkende songs. Zeker de sfeervol ingekleurde songs op het album vind ik nog altijd prachtig en misschien nog wel mooier dan bij mijn eerste kennismaking met het album. 

The Dream Academy werd na haar debuutalbum helaas snel vergeten en twee prima volgende albums veranderden hier niets aan. De erfenis van het album werd misschien nog wel het best bewaard door Frits Spits, die Bound To Be gebruikte voor het item Steunfonds in zijn radioprogramma, en misschien nog wel meer door de wereldhit Sunchyme van Dario G, die stevig gebruik maakte van een sample van het ijzersterke refrein van Life In A Northern Town. 

Nick Laird-Clowes en Gilbert Gabriel kozen na The Dream Academy voor de filmmuziek. Ook Kate St John maakte filmmuziek, maar ze keerde ook terug naar de klassieke muziek en werd bovendien een veelgevraagd sessiemuzikant en bandlid (ze speelde onder andere in de band van Van Morrison). Er had absoluut meer in gezeten voor The Dream Academy, maar hun fantastische debuutalbum neemt niemand ze meer af. Ik was het eerlijk gezegd wat vergeten, maar het 37 jaar oude vinyl draait hier nu weer met enige regelmaat en naar volle tevredenheid zijn rondjes. Erwin Zijleman


Brian Jackson - This Is Brian Jackson

Brian Jackson kende zijn hoogtijdagen, samen met Gil Scott-Heron, in de jaren 70, maar is het maken van geweldige muziek niet verleerd op zijn nieuwe soloalbum, dat van de eerste tot de laatste noot imponeert
Laat This Is Brian Jackson van de Amerikaanse muzikant Brian Jackson uit de speakers komen en je waant je onmiddellijk in de jaren 70. Het is het decennium waarin Brian Jackson voor het eerst aan de weg timmerde, maar ook 50 jaar later heeft hij nog een topalbum in zich. This Is Brian Jackson valt op door veel muzikaal vuurwerk, door een heerlijk laid-back geluid, door een bak aan invloeden en vooral door songs waarvan je onmiddellijk gelukkig wordt. Bijgestaan door een aantal topmuzikanten schakelt Brian Jackson soepel tussen soul, jazz, funk, psychedelica, Afrobeat en nog veel meer. Het is muziek van hoog niveau, maar ook muziek die doet verlangen naar zorgeloze zomeravonden. Wat een heerlijk album.


Tussen de nieuwe releases van deze week vond ik This Is Brian Jackson van de Amerikaanse muzikant Brian Jackson. Het is een naam die mij niet direct een belletje deed rinkelen, al is het maar omdat het geen hele onderscheidende naam is. Gezien de titel ging ik uit van een debuutalbum, maar daar lijkt de muzikant op de cover net wat te oud voor. Bovendien klinkt This Is Brian Jackson als het werk van een gelouterde muzikant. 

Het is werk dat meer dan eens zo lijkt weggelopen uit de jaren 70 en 80, waardoor ik nog even uitging van een reissue, maar This Is Brian Jackson is wel degelijk een nieuw album van een naar blijkt zeer gerespecteerd muzikant. Brian Jackson werkte in de jaren 70 samen met Gil Scott-Heron met wie hij een aantal uitstekende albums maakte en was vanaf de jaren 80 als muzikant te horen op talloze albums. 

In 2002 leverde Brian Jackson met Gotta Play een uitstekend maar helaas slechts in kleine kring opgepikt soloalbum af en nu is er This Is Brian Jackson. Het is een album dat deels bestaat uit nieuw materiaal, maar de Amerikaanse muzikant werkte ook een aantal vergeten demo’s uit de jaren 70 verder uit. 

This Is Brian Jackson ademt vanaf de eerste noten de sfeer van de jaren 70. De conga’s, de dwarsfluit, de subtiele of funky gitaarlijnen, de zwierige strijkers, de zwoele koortjes en de heerlijke laid-back noten van piano, orgel- en keyboards nemen je stuk voor stuk flink mee terug in de tijd en ook de mix van soul, funk, jazz, psychedelica en rhythm & blues herinnert aan vervlogen tijden. Het zijn niet alleen de gebruikte instrumenten en de combinatie van invloeden die This Is Brian Jackson voorzien van een 70s vibe, want ook het ontspannen karakter en de tijd die wordt genomen voor het opbouwen van de songs zijn nauwelijks van deze tijd. 

This Is Brian Jackson bevat bijdragen van een aantal topmuzikanten, waaronder natuurlijk de bijdragen van Brian Jackson zelf, die ook nog eens is gezegend met een zeer aangename stem. Zeker op de lome zondagochtend streelt het nieuwe soloalbum van Brian Jackson genadeloos het oor, maar This Is Brian Jackson heeft ook alles dat nodig is om uit te groeien tot de soundtrack van de warme en broeierige zomeravonden van 2022. 

In muzikaal en vocaal opzicht is het acht songs en bijna drie kwartier lang smullen, want wordt er geïnspireerd en gloedvol gemusiceerd op het album. Brian Jackson begint op zijn nieuwe album bij de jazzy soul uit de jaren 70, maar sleept er gedurende het album nog wat extra invloeden bij, waaronder invloeden uit de Afrikaanse muziek en de disco om af te sluiten met een track met een vleugje Prince, die de mosterd deels haalde bij de muziek waarmee Brian Jackson in de jaren 70 opdook. 

Die muziek uit de jaren 70 is muziek die ik zelf pas het afgelopen decennium aan het ontdekken ben, maar in plaats van het uitpluizen van stapels albums had ik ook kunnen beginnen bij het geweldige This Is Brian Jackson, dat zich laat beluisteren als een goed gevulde compilatie met dit soort muziek uit de jaren 70 en 80. 

Muzikanten die hun gloriejaren beleefden in decennia die inmiddels ver achter ons liggen, slagen er helaas maar zelden in om nieuwe muziek te maken die ook maar enigszins in de buurt komt bij de muziek die ze maakten in hun gloriejaren, maar Brian Jackson schittert op zijn eerste soloalbum in twintig jaar als nooit tevoren. Briljant album. En het wordt alleen maar onweerstaanbaarder. Erwin Zijleman

De muziek van Brian Jackson is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikant: https://thebrianjackson.bandcamp.com/album/this-is-brian-jackson.


This Is Brian Jackson van Brian Jackson is verkrijgbaar via de Mania webshop:



zaterdag 28 mei 2022

Wilco - Cruel Country

Wilco keert op Cruel Country terug naar de wortels van voorganger Uncle Tupelo en komt met vijf kwartier voornamelijk ingetogen country en folk op de proppen, met de kwaliteit die we van de band gewend zijn
Cruel Country van Wilco werd een paar weken geleden zelf door de band aangekondigd als het countryalbum van de band. Het is een vrijwel live ingespeeld album, dat inderdaad vooral put uit de archieven van de country en de folk, maar de eigenzinnige Wilco touch is nooit ver weg. Cruel Country is een grotendeels akoestisch en voornamelijk ingetogen album met songs die lekker in het gehoor liggen en bij eerste beluistering misschien geen onuitwisbare indruk maken, maar die snel groeien. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal geweldig en verrassend tijdloos, maar zoals zo vaak bij Wilco beschikken vrijwel alle songs over de nodige groeipotentie. Een mooie aanvulling op het unieke oeuvre van de Amerikaanse band.


De Amerikaanse band Wilco levert deze week met Cruel Country haar twaalfde studioalbum af (de drie albums die de band maakte met Billy Bragg niet meegeteld). Het is een buitengewoon fascinerend stapeltje albums, waarop de band uit Chicago laat horen dat het meerdere kanten op kan. 

Wilco werd in 1994 gebouwd op de ruïnes van alt-country pioniers Uncle Tupelo en sloeg direct vanaf haar debuutalbum andere wegen in. De band maakte zonnige powerpop, eigenzinnige indierock en experimenteerde er met name op het alweer twintig jaar oude Yankee Hotel Foxtrot driftig op los. Invloeden uit de (alt-)country doken op meerdere Wilco albums op, maar een echt (alt-)country album had de Amerikaanse band nog niet op haar naam staan. 

Daar zou het deze week verschenen Cruel Country wel eens verandering in kunnen brengen. Wilco kondigde haar nieuwe album immers een paar weken geleden zelf aan met de wervende tekst “Wilco Goes Country!” en dat is niet voor niets. Invloeden uit de country, 70s countryrock en de alt-country spelen een voorname rol op het nieuwe album van de Amerikaanse band, al hoor ik ook flarden van de muziek die de band op haar vorige albums maakte en zijn zeker ook invloeden uit de folk belangrijk. 

Cruel Country is de opvolger van het in de herfst van 2019 verschenen en uitstekende Ode To Joy. Net als zoveel andere bands kwam ook Wilco tot stilstand na het uitbreken van de coronapandemie, wat alle tijd bood voor het opnemen van nieuwe muziek. Cruel Country is een dubbelalbum met maar liefst 21 tracks en in totaal ruim vijf kwartier muziek, die vooralsnog helaas alleen digitaal beschikbaar is. 

Het is muziek die de zes leden van de band vrijwel live opnamen in de studio van de band in Chicago, wat het album voorziet van een bijzondere sfeer. Het is een sfeer die niet bij alle fans van de band in de smaak valt, want in de eerste reacties op het album zie ik de term ‘gezapig’ verrassend vaak voorbij komen. Het zal alles te maken hebben met het grotendeels akoestische karakter van de muziek op het album en het voornamelijk lage tempo. 

Zelf vind ik Cruel Country alles behalve een gezapig album. Natuurlijk is vijf kwartier muziek een lange zit, maar wat valt er veel te genieten in die vijf kwartier. Wilco bestaat uit zes geweldige muzikanten, die elkaar Cruel Country inspireren tot grootse daden. Het snarenwerk op het album is prachtig, maar ook de bijdragen van keyboards en de geweldig spelende ritmesectie mogen niet onvermeld blijven. Op de zang van Jeff Tweedy, die ook dit keer alle songs schreef, is vaak kritiek te horen, maar ik vind de zang op het nieuwe album van Wilco prima, met de hier en daar opduikende harmonieën als kers op de taart. 

De band uit Chicago levert met Cruel Country haar countryalbum af, maar het is geen moment een doorsnee countryalbum. Het is een album dat steeds weer weet te verrassen met subtiele accenten in de instrumentatie en dat ondertussen verhalen vertelt over de staat waarin de Amerikaanse samenleving momenteel verkeert (niet heel kritisch overigens). Het is bovendien een zeer gevarieerd album, dat meerdere uithoeken van de country (en folk) verkent.

Wilco vernieuwt zichzelf op ieder album en doet dat ook weer op Cruel Country, dat uiteindelijk een typisch Wilco album is, maar wel weer net wat anders dan de elf albums die er aan vooraf gingen. Zeker wat later op de avond komen de ingetogen songs op het album goed tot hun recht en slaagt Wilco er wat mij betreft wederom in om te imponeren met een set geweldige songs. Erwin Zijleman

De muziek van Wilco is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse band: https://wilcohq.bandcamp.com/album/cruel-country.



vrijdag 27 mei 2022

Courtney Jaye - Hymns And Hallelucinations

De Amerikaanse muzikante Courtney Jaye heeft met Hymns And Hallelucinations een album gemaakt dat past in het hokje Amerikaanse rootsmuziek, maar dat toch totaal anders klinkt dan andere albums in het genre
Bij eerste beluistering wist ik niet wat ik aan moest met Hymns And Hallelucinations van de Amerikaanse muzikante Courtney Jaye. Het album dat ze zelf omschrijft als “spiritual music for weirdos” liet absoluut mooie dingen horen, maar klonk ook atypisch. Inmiddels ben ik helemaal gewend aan de spirituele muziek van Courtney Jay en vind ik haar nieuwe album alleen maar mooier worden. Hymns And Hallelucinations is gemaakt met een aantal muzikale zwaargewichten, die iedere song op het album weer net wat anders inkleuren. Courtney Jay zingt verder prachtig en laat ook nog eens horen dat ze in meerdere genres uit de voeten kan. Het levert een bijzonder maar echt prachtig rootsalbum op.


Ook de afgelopen week verschenen er weer flink wat albums waarop het label ‘Amerikaanse rootsmuziek’ geplakt kan worden, maar albums in dit genre zijn er in vele soorten en maten. Ik had ook de afgelopen week weer twee albums in handen die precies passen bij mijn smaak, maar er waren ook albums in het genre die ik wat of veel te traditioneel vond of die ik juist teveel tegen de pop aan vond leunen. 

En ik had Hymns And Hallelucinations van Courtney Jaye. Het is een album dat in het hokje Amerikaanse rootsmuziek past, maar het is ook zweveriger en bij vlagen bombastischer dan het gemiddelde album in het genre. Mijn worsteling met de muziek van Courtney Jaye is overigens niet nieuw, want ik probeerde het ook met een aantal van haar vorige albums, zonder een heel positief resultaat. Ook Hymns And Hallelucinations is een album dat ik meerdere keren terzijde heb geschoven, maar het nieuwe album van de muzikante, die haar tijd verdeeld tussen Kauai, Hawaï, en Los Angeles, California, wist me uiteindelijk toch vrij makkelijk te overtuigen. 

Hymns And Hallelucinations werd opgenomen in Nashville, Tennessee, met een aantal uitstekende muzikanten, maar het album klinkt anders dan de meeste andere rootsalbums die in Nashville worden gemaakt. Het is ook niet de typische Nashville crew die de Amerikaanse muzikante verzamelde voor haar nieuwe album en dat hoor je in de knappe mix van de gerenommeerde producer Tucker Martine. 

Courtney Jaye heeft op haar nieuwe album een voorkeur voor folk en country, maar ze schakelt makkelijk naar omliggende genres, waaronder gospel, en maakt bovendien muziek die vaak een wat psychedelisch tintje heeft of op kan schuiven richting pop en rock. Afgaande op de titels van de tracks op het album lijkt Hymns And Hallelucinations een religieus album, maar Courtney Jaye omschrijft haar album zelf als “spiritual music for weirdos”. 

Omdat het een album is dat niet lijkt op het gemiddelde album in het genre en ook meer dan eens niet van deze tijd lijkt, maar uit een ver verleden lijkt te komen, duurde het even voor ik gewend was aan Hymns And Hallelucinations, maar inmiddels ben ik onder de indruk van de muziek van Courtney Jaye. 

De Amerikaanse muzikante heeft een album gemaakt dat gevarieerd en vaak op bijzondere wijze is ingekleurd, waarbij invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek fraai worden gecombineerd met klanken die je normaal gesproken niet tegen komt in het genre. Courtney Jaye beschikt bovendien over een hele mooie stem en zingt met veel gevoel, waardoor ze je makkelijk haar muziek in sleurt. 

Van de spirituele teksten op het album kan ik nog niet altijd chocola maken, maar ze zijn zeker interessant en voorzien de songs op het album van een bijzondere extra dimensie. Ik heb voor de zekerheid de vorige albums van Courtney Jaye er nog eens (digitaal) bij gepakt, en deze vallen me zeker niet tegen, maar doen een stuk minder met me dan het knappe Hymns And Hallelucinations, dat zich na een wat aarzelende start steeds meer opdringt. Het was Isaiah "Ikey" Owens, toetsenist van The Mars Volta en de band van Jack White, die Courtney Jaye ooit inspireerde tot het maken van dit album. Bijna acht jaar na zijn dood is dit bijzondere album inderdaad verschenen. Erwin Zijleman

De muziek van Courtney Jaye is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://courtneyjaye.bandcamp.com/album/hymns-and-hallelucinations.



donderdag 26 mei 2022

Craig Finn - A Legacy Of Rentals

The Hold Steady voorman Craig Finn laat ook op het uitstekende A Legacy Of Rentals weer horen dat hij moet worden gerekend tot de meest getalenteerde songwriters van het moment
Ik kende het solowerk van Craig Finn eigenlijk niet, tot ik in 2019 I Need A War hoorde. Opvolger A Legacy Of Rentals bevalt me misschien nog wel beter. Craig Finn is een bijzonder zanger en heeft zijn nieuwe album bijzonder fraai laten inkleuren door producer Josh Kaufman, een van de meest gevraagde producers van het moment. Het klinkt allemaal prachtig en zeer overtuigend, maar het is de kwaliteit van de songs die van A Legacy Of Rentals zo’n bijzonder album maakt. Het is niet zo eenvoudig om tijdloze popsongs te schrijven die je na een keer horen wilt koesteren en die ook nog eens mooie en bijzondere verhalen vertellen, maar Craig Finn tovert de ene na de andere prachtsong tevoorschijn. Geweldig album.


De Amerikaanse muzikant Craig Finn heeft zijn sporen in de muziek inmiddels ruimschoots verdiend. In de jaren 90 voerde hij de cultband Lifter Puller aan, maar het succes kwam met zijn volgende band The Hold Steady, die in 2004 debuteerde, maar in 2005 doorbrak met het prachtige Separation Sunday. 

Het stevig door het geluid van Springsteen’s E-Street Band geïnspireerde album zette de band uit Brooklyn, New York, op de kaart, waarna een handvol uitstekende albums volgde. Het vorig jaar verschenen Open Door Policy haalde weer heel wat jaarlijstjes en daar valt wat mij betreft niets op af te dingen. 

Voorman Craig Finn maakte tien jaar geleden al zijn eerste soloalbum, maar ik ontdekte het solowerk van de Amerikaanse muzikant pas in 2019, toen het prachtige I Need A War verscheen. Het album liet zich beluisteren als een masterclass songwriting en ook het deze week verschenen A Legacy Of Rentals laat zich beschrijven als een les goede songs schrijven. Ook op zijn nieuwe album tovert Craig Finn immers de ene na de andere memorabele popsong uit de hoge hoed. 

Op A Legacy Of Rentals werkt de muzikant uit Brooklyn samen met producer Josh Kaufman (Bonny Light Horseman), die ook het laatste album van The Hold Steady produceerde. Josh Kaufman, die ook in muzikaal opzicht stevig bijdroeg aan het album, heeft A Legacy Of Rentals voorzien van een mooi en over het algemeen sfeervol geluid. Het is een gevarieerd en tijdloos geluid dat hier en daar extra is versierd met strijkers. 

Het volle geluid vormt een mooie aanvulling op de karakteristieke stem van Craig Finn, die zijn teksten soms uitspreekt, maar ook een uitstekend zanger is. De zang van Craig Finn wordt op A Legacy Of Rentals aangevuld met mooie vrouwenstemmen, waaronder die van Cassandra Jenkins, die met An Overview On Phenomenal Nature een van de mooiste albums van 2021 afleverde. Het pakt fraai uit, want de wat nasale zang van Craig Finn, die me afwisselend aan Bob Dylan en Van Morrison doet denken, leent zich uitstekend voor begeleiding door vrouwenstemmen. 

A Legacy Of Rentals bevalt me zowel in muzikaal als in vocaal opzicht uitstekend, maar het zijn wederom de songs van Craig Finn die de meeste indruk maken. De Amerikaanse muzikant is niet alleen bedreven in het schrijven van lekker in het gehoor liggende popsongs, maar vertelt ook op zijn nieuwe soloalbum weer prachtige verhalen die zowel persoonlijk als maatschappijkritisch kunnen zijn. Het zijn verhalen over vergeten personen die stuk voor stuk zouden kunnen uitgroeien tot een roman. Het verhalende karakter van zijn songs wordt versterkt door de soms deels gesproken teksten, waar ik normaal gesproken niet gek op ben, maar op A Legacy Of Rentals zijn ze zeer functioneel. 

The Hold Steady liet zich, zeker in haar jongere jaren, stevig beïnvloeden door het werk van Bruce Springsteen en zijn band en ook in de songs op het nieuwe soloalbum hoor ik de invloed van Bruce Springsteen. Craig Finn heeft zich inmiddels echter ook ontworsteld aan de vergelijking met The Boss en combineert invloeden van meerdere grote songwriters uit de geschiedenis van de popmuziek met een karakteristiek eigen geluid. A Legacy Of Rentals is een album dat zich direct bij eerste beluistering makkelijk opdringt, maar luister net wat aandachtiger naar de songs op het album en je hoort wat een groot songwriter Craig Finn is. Erwin Zijleman

De muziek van Craig Finn is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikant: https://craigfinn.bandcamp.com/album/a-legacy-of-rentals.


A Legacy Of Rentals van Craig Finn is verkrijgbaar via de Mania webshop:



woensdag 25 mei 2022

fanclubwallet - You Have Got To Be Kidding Me

Hannah Judge, oftewel fanclubwallet, gaat de competitie met alle jonge vrouwelijke muzikanten in het indiesegment aan en lijkt zeker kansrijk met een even aangenaam als avontuurlijk klinkend album
Dankzij een tip van de Amerikaanse website Paste Magazine kwam ik deze week in aanraking met het debuutalbum van de Canadese muzikante Hannah Judge, die muziek maakt onder de naam fanclubwallet. Ze opereert in een genre waarin verzadiging al een tijdje dreigt, maar You Have Got To Be Kidding Me is een album dat me vrijwel onmiddellijk wist te overtuigen en dat sindsdien leuker en leuker wordt. De muzikante uit Ottawa varieert tussen indiepop en indierock en maakt muziek die lekker in het gehoor ligt en aangenaam aanvoelt. Zeker de muzikale inkleuring van het album is verrassend avontuurlijk, wat de songs van fanclubwallet flink optilt. Zeer aangename verrassing.


De Amerikaanse website Paste Magazine maakt wekelijks een selectie uit de over het algemeen genomen flinke stapel nieuwe albums. Het is een selectie die meestal slechts voor een klein deel overeen komt met mijn eigen selectie, maar zo nu en dan zit er een album tussen dat ik er zelf niet uitgepikt zou hebben, maar dat wel degelijk aansluit op mijn smaak. 

De afgelopen week pikte de Amerikaanse website zo ongeveer als enige You Have Go To Be Kidding Me van fanclubwallet uit het aanbod van de week. Het is een album dat ik verder nergens ben tegen gekomen en zonder de hulp van Paste Magazine ook nooit zou hebben opgepikt, maar zeker na een paar keer horen vind ik het debuutalbum van fanclubwallet een enorme verrassing. 

Achter fanclubwallet gaat de Canadese muzikante Hannah Judge schuil. De muzikante uit Ottawa bracht via haar bandcamp pagina al een aantal singles uit, maar debuteert deze week met een volwaardig album. Het is een album dat tot dusver zoals gezegd nog niet zo heel veel aandacht heeft gekregen, waardoor het niet mee zal vallen om op te vallen tussen al die andere jonge vrouwelijke singer-songwriters die momenteel aan de weg timmeren. 

You Have Go To Be Kidding Me is, zeker op het eerste gehoor, ook niet zo gek ver verwijderd van de muziek van een aantal van deze jonge vrouwelijke singer-songwriters, wat het voor fanclubwallet nog wat lastiger maakt om op te vallen. Bij eerste beluistering van You Have Go To Be Kidding Me had ik associaties met de albums van onder andere Soccer Mommy, Snail Mail en Phoebe Bridgers, die ik overigens stuk voor stuk reken tot mijn persoonlijke favorieten. 

Of fanclubwallet zich ook onder deze persoonlijke favorieten gaat scharen durf ik nog niet te zeggen, maar het debuutalbum van de Canadese muzikante is absoluut een album vol belofte. Het is een album vol met fluisterzachte vocalen, maar in muzikaal opzicht laat fanclubwallet zich minder makkelijk in een hokje duwen. De muzikante uit Ottawa opereert op haar debuutalbum op het snijvlak van indiepop en indierock en laat beide genres naadloos in elkaar overlopen. 

In muzikaal opzicht valt er veel te genieten op You Have Go To Be Kidding Me, want fanclubwallet zoekt steeds het avontuur en verrast vrijwel continu met bijzondere wendingen en verrassende accenten en combineert op bijzondere wijze elektronica en gitaren. De muziek van de Canadese muzikante is avontuurlijk, maar haar debuutalbum is voor het overgrote deel ook een heel toegankelijk album. 

Het is een album waarop echt van alles gebeurt, maar desondanks is het een heerlijk album om op de achtergrond zijn werk te laten doen. Ik adviseer overigens om de bijzondere instrumentatie op het debuut van fanclubwallet volledig uit te pluizen, want de songs van Hannah Judge zitten knap in elkaar. Het zal deels de verdienste zijn van producer en multi-instrumentalist Michael Watson, die het album produceerde en inkleurde en fraai werk heeft geleverd. 

Verder weet ik eigenlijk niets over You Have Go To Be Kidding Me van fanclubwallet, maar als ik de muziek laat spreken bevalt het debuutalbum van fanclubwallet me echt steeds beter en komt dat plekje naast de hierboven genoemde persoonlijke favorieten langzaam maar zeker dichterbij. Echt een mooie ontdekking van Paste Magazine dit debuutalbum, dat het met veel overtuiging tot krent uit de pop heeft geschopt. Erwin Zijleman

De muziek van fanclubwallet is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Canadese muzikante: https://fanclubwallet.bandcamp.com/album/you-have-got-to-be-kidding-me.



Tess Parks - And Those Who Were Seen Dancing

De Canadese muzikante Tess Parks maakte twee albums met Anton Newcombe, maar levert nu een verrassend veelzijdig soloalbum af, dat echt veel beter is dan je bij oppervlakkige beluistering kunt vermoeden
Ik heb altijd een zwak gehad voor de muziek van Tess Parks, al is het maar omdat de muziek van de Canadese muzikante meer dan eens herinnert aan die van Mazzy Star. Na twee albums met de van The Brian Jonestown Massacre bekende Anton Newcombe is And Those Who Were Seen Dancing weer eens een soloalbum van Tess Parks en het is een uitstekend album geworden. De muzikante uit Toronto put nog altijd uit de archieven van de shoegaze, dreampop en psychedelica, maar geeft op haar nieuwe album vaak een verrassende en bovendien gevarieerde draai aan deze invloeden. Het levert een album op dat makkelijk verleidt, maar dat de echte schoonheid pas na een paar keer horen prijs geeft.


Het deze week verschenen And Those Who Were Seen Dancing is het tweede echte soloalbum van de Canadese muzikante Tess Parks en de opvolger van het in 2014 verschenen Blood Hot. Tussen deze twee albums maakte Tess Parks ook nog twee albums met de Amerikaanse muzikant Anton Newcombe, die we ook kennen van de cultband The Brian Jonestown Massacre. 

Ik heb tot dusver wel wat met de albums van Tess Parks, al is het maar omdat ze me met grote regelmaat doen denken aan de albums van Mazzy Star. De vergelijking met Mazzy Star zit Tess Parks ook wel eens in de weg, maar persoonlijk kan ik weinig betere inspiratiebronnen bedenken dan de band rond Hope Sandoval en de in 2020 overleden David Roback. Mazzy Star blonk verder nooit uit door een hoge productiviteit, waardoor de aan de band herinnerende albums van Tess Parks zeer welkom waren en zijn. 

Ook op And Those Who Were Seen Dancing doet de muziek van Tess Parks weer meer dan eens denken aan Mazzy Star, zeker wanneer invloeden uit de shoegaze en dreampop worden gecombineerd met flink wat psychedelica, gruizige gitaren worden gecombineerd met akoestische gitaren en Tess Parks op haar zwoelst zingt. De raakvlakken met de muziek van de roemruchte Amerikaanse band komen deels van de muziek op And Those Who Were Seen Dancing, maar het is toch vooral de dromerige en verleidelijke zang van Tess Parks die herinneringen oproept aan de muziek van Mazzy Star. 

Het is de afgelopen vier jaar behoorlijk stil geweest rond de Canadese muzikante, maar gelukkig is ze terug met een prima album. And Those Who Were Seen Dancing is een lekker gevarieerd album, dat laat horen dat de muzikante uit Toronto, die tegenwoordig overigens in Londen woont, misschien geen geheim maakt van haar belangrijkste inspiratiebronnen, maar dat op hetzelfde moment laat horen dat Tess Parks op een breed terrein uit de voeten kan en zich bovendien blijft vernieuwen. 

Op de albums die ze maakte met Anton Newcombe kreeg de muziek van Tess Parks een flinke psychedelische injectie en die heeft ze behouden op haar nieuwe album. Het voorziet And Those Who Were Seen Dancing van een lekkere lome sfeer, die ook weer goed combineert met de dromerige vocalen, die overigens ook vaak een rauw randje hebben. Ook in muzikaal opzicht heeft And Those Who Were Seen Dancing overigens zijn ruwere momenten vol gruizige gitaren die wel wat doen denken aan de muziek van The Jesus And Mary Chain van lang geleden, maar het zijn lang niet altijd de gitaren die overheersen. 

Tess Parks heeft de tijd genomen voor haar nieuwe album en dat hoor je. Er is veel aandacht besteed aan de instrumentatie op en de productie van het album en hiernaast zijn de songs van een nog hoger niveau dan we al van de Canadese muzikante gewend waren. Ook de zang vind ik trouwens een stuk beter dan op de vorige albums. 

And Those Who Were Seen Dancing wordt vooralsnog wat wisselend ontvangen, maar ik vind het nu al het beste album van Tess Parks tot dusver en de rek is er nog niet uit. Het is wat mij betreft jammer dat de Canadese muzikante tot dusver wat onderschat wordt en ook lang niet altijd de waardering krijgt die ze verdient, maar kwaliteit komt uiteindelijk altijd boven drijven. Het moet zeker gaan gebeuren met het fraaie And Those Who Were Seen Dancing. Erwin Zijleman

De muziek van Tess Parks is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Canadese muzikante: https://tessparks.bandcamp.com/album/and-those-who-were-seen-dancing.


And Those Who Were Seen Dancing van Tess Parks is verkrijgbaar via de Mania webshop:



dinsdag 24 mei 2022

SOAK - If I Never Know You Like This Again

Bridie Monds-Watson laat op haar derde album als SOAK horen dat ze zich de afgelopen jaren flink heeft ontwikkeld, wat een wat steviger album oplevert, dat zowel in muzikaal als in vocaal opzicht indruk maakt
Ik was SOAK na haar zo indrukwekkende debuutalbum wat uit het oog verloren, maar met het deze week verschenen If I Never Know You Like This Again staat de Noord-Ierse muzikante weer op het netvlies. Het derde album van het alter ego van Bridie Monds-Watson heeft zich naar verluidt laten inspireren door een aantal indierock albums uit de jaren 90 en klinkt inderdaad steviger dan we van SOAK gewend zijn. Bridie Monds-Watson liet op haar debuut al horen dat ze zeer getalenteerd is, maar op haar derde album laat ze in meerdere opzichten flinke ontwikkeling horen. Het levert een uitstekend album op dat vooralsnog alleen maar beter wordt.


SOAK, het alter ego van de Noord-Ierse singer-songwriter Bridie Monds-Watson, begint haar nieuwe album met een diepe zucht. Opmerkelijk, al bekeek de muzikante uit Londonderry het leven op haar uit 2015 stammende debuutalbum ook al niet bepaald door een roze bril. Op dit debuutalbum ging de destijds pas 18 jaar oude singer-songwriter op indrukwekkende wijze het gevecht aan met de vele demonen uit haar jeugd, wat een bijzonder intiem en zeer emotioneel album opleverde. 

Op Before We Forgot How To Dream maakte SOAK wat mij betreft indruk met zeer persoonlijke songs, die vaak in een folky jasje waren gestoken, maar die zo nu en dan ook voller waren ingekleurd. Het debuutalbum van SOAK kon in 2015 rekenen op zeer positieve recensies, al struikelde menig muziekliefhebber over haar bijzondere stem, die mij overigens wel kon bekoren, al moest ook ik er aan wennen. 

SOAK keerde in het voorjaar van 2019 terug met Grim Town, maar het tweede album van de Noord-Ierse muzikante is mij om onduidelijke redenen destijds niet opgevallen, wat overigens zonde is want het is een prima album. En nu is er dus album nummer drie, If I Never Know You Like This Again. 

Na de zucht waarmee het album opent, is er direct weer de nog altijd zeer karakteristieke stem van Bridie Monds-Watson, al klinkt ze inmiddels wel wat doorleefder. In muzikaal opzicht tapt de Noord-Ierse muzikante dit keer echter uit een ander vaatje. If I Never Know You Like This Again is wat meer rock georiënteerd dan haar debuutalbum, dat folky songs als basis had. 

De rocksongs op het derde album van SOAK liggen bijzonder lekker in het gehoor en doen wel wat denken aan de indierock die in de jaren 90 werd gemaakt, al hoor ik ook met enige regelmaat een vleugje jaren 80 op het album. Zeker die eerste invloeden zijn niet vreemd, want Bridie Monds-Watson heeft laten weten dat ze zich bij het schrijven van de songs voor haar derde album heeft laten inspireren door albums van met name Broken Social Scene, Pavement en Radiohead. 

SOAK combineert de invloeden uit de rock met mooi ingekleurde popmuziek, zoals die ook al op Grim Town was te horen weet ik inmiddels. Bridie Monds-Watson houdt nog altijd van flink wat melancholie in haar teksten, maar zeker wanneer de gitaren lekker gruizig klinken heeft haar muziek een positieve vibe. 

Ik was zeer gecharmeerd van het geluid op het debuutalbum van SOAK, maar ook If I Never Know You Like This Again bevalt me erg goed. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder lekker en de songwriting skills van de jonge Noord-Ierse muzikante hebben de afgelopen jaren zeker een boost gekregen. 

Ik begreep zeven jaar geleden wel dat de stem van Bridie Monds-Watson niet bij iedereen in de smaak viel en ga er van uit dat haar zang nog steeds barrières op zal werpen, maar in vocaal opzicht heeft SOAK zich absoluut ontwikkeld. Zelf vind ik de zang op het nieuwe album van SOAK overigens alleen maar mooi.

Ik ben alles bij elkaar genomen heel blij met het derde album van SOAK en die blijdschap wordt steeds iets groter omdat de songs op If I Never Know You Like This Again makkelijk blijven hangen en ook na meerdere keren horen leuk blijven. Aan het eind van het album neemt de Noord-Ierse muzikante wat gas terug en laat ze horen dat ze ook haar ingetogen kant niet is vergeten, wat het album nog wat knapper maakt. Erwin Zijleman

De muziek van SOAK is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Noord-Ierse muzikante: https://soakmusic.bandcamp.com/album/if-i-never-know-you-like-this-again.


If I Never Know You Like This Again van SOAK is verkrijgbaar via de Mania webshop:


maandag 23 mei 2022

Porridge Radio - Waterslide, Diving Board, Ladder To The Sky

Porridge Radio leverde in 2020 een van de meest memorabele albums van het betreffende jaar af en laat op haar nieuwe album muzikale groei horen, zonder dat dit ten koste is gegaan van de ruwe energie van de band
Ik had in 2020 flink wat tijd nodig om te wennen aan de heftige muziek van Porridge Radio, maar uiteindelijk wist de Britse band op de valreep ook mij nog te overtuigen. De band uit Brighton vervolgt de woeste luistertrip van Every Bad met een in muzikaal opzicht wat interessanter nieuw album, dat overal nog een schepje bovenop doet. Waterslide, Diving Board, Ladder To The Sky klinkt voller en rijker, maar gelukkig is het net wat meer gepolijste geluid niet ten koste gegaan van de intensiteit van de muziek van Porridge Radio. Die intensiteit is, met name door de zeer expressieve zang van frontvrouw Dana Margolin, nog altijd erg hoog, waardoor Porridge Radio wederom de spreekwoordelijke mokerslag uitdeelt.


Every Bad, het op de dag dat Nederland voor het eerst in lockdown ging vanwege het coronavirus verschenen derde album van de Britse band Porridge Radio, beluisterde ik met hoge verwachtingen nadat de eerste jubelrecensies over het album waren verschenen, maar het album wilde bij mij maar niet landen. Het overkwam me eerder met de eerste twee albums van de band uit Brighton, maar met Every Bad zou het uiteindelijk toch nog helemaal goed komen. 

Toen Every Bad aan het eind van 2020 opdook in nogal wat aansprekende jaarlijstjes, probeerde ik het opnieuw met de muziek van Porridge Radio en dit keer werd ik wel gegrepen door de intense muziek van de Britse band. De band rond frontvrouw Dana Margolin streek bij mij in eerste instantie tegen de haren in vanwege de expressieve vocalen, die ik bij eerste beluistering vooral onvast vond klinken, maar die uiteindelijk het sterkste wapen van Porridge Radio bleken. 

Op Every Bad klonk Porridge Radio zowel in muzikaal als in vocaal opzicht met enige regelmaat als een mix van PJ Harvey en Siouxsie Sioux, maar de Britse band slaagde er ook in om een geheel eigen geluid te creëren. Het is een geluid dat soms rauw en hard was, maar de muziek van Porridge Radio klonk net zo makkelijk intiem en zacht. 

Het duurde zoals gezegd even voordat ik Every Bad kon waarderen, waardoor ik benieuwd was hoe het me zou vergaan met opvolger Waterslide, Diving Board, Ladder To The Sky, die deze week is verschenen. Ik ben inmiddels kennelijk helemaal gewend aan de muziek van Porridge Radio, want het vierde album van de band ging er direct bij eerste beluistering in als koek. 

Waterslide, Diving Board, Ladder To The Sky bevat op zich alle ingrediënten die van Every Bad zo’n bijzonder album maakten, waardoor de enorme verassing van het vorige album dit keer ontbreekt, maar Porridge Radio komt zeker niet op de proppen met een herhalingsoefening. 

Gebleven is de gedreven zang van Dana Margolin, die het af en toe weer heerlijk uit kan schreeuwen en hier thuis bijna iedereen de gordijnen injaagt met haar gepassioneerde vocalen. Ik hoor ook nog steeds de combinatie van invloeden uit de postpunk en de indierock, maar in muzikaal opzicht is Porridge Radio een stuk verder dan op haar vorige album. De songs op Waterslide, Diving Board, Ladder To The Sky hebben aan diepte gewonnen en klinken ook voller en meeslepender. 

De instrumentatie klinkt rijker en voller dankzij de inzet van flink wat keyboards, waarbij met name de bijdragen van de orgeltjes die herinneren aan de Britse indie uit de late jaren 80 en vroege jaren 90 opvallen. De heerlijk zeurende orgeltjes passen prachtig bij de ruwe vocalen van Dana Margolin en zorgen ervoor dat het nieuwe album van Porridge Radio uiteindelijk toch anders klinkt dan Every Bad. 

Ook wat betreft de kwaliteit van de songs heeft de Britse band wat mij betreft stappen gezet, zonder dat dit ten koste is gegaan van de spontaniteit, energie en dynamiek in de songs op het nieuwe album. In tekstueel opzicht is Waterslide, Diving Board, Ladder To The Sky van Porridge Radio zware kost, maar in muzikaal en vocaal opzicht valt er veel te genieten op een album dat er wat mij betreft in zou moeten slagen om flink wat nieuwe zieltjes te winnen, maar dat ook de oude zieltjes binnenboord houdt. Ik ben in ieder geval definitief om. Erwin Zijleman

De muziek van Porridge Radio is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Britse band: https://porridgeradio.bandcamp.com/album/waterslide-diving-board-ladder-to-the-sky.


Waterslide, Diving Board, Ladder To The Sky van Porridge Radio is verkrijgbaar via de Mania webshop:



zondag 22 mei 2022

Talk Talk - Spirit Of Eden (1988)

Na twee in commercieel opzicht succesvolle albums gooide de Britse band Talk Talk het roer in 1988 om met het bijzondere Spirit Of Eden, dat niet direct werd begrepen, maar uiteindelijk werd erkend als meesterwerk
Ik las pas dat EMI, de platenmaatschappij van de Britse band Talk Talk, in 1988 diep ongelukkig werd van het door de band opgenomen Spirit Of Eden, dat werd bestempeld als onverkoopbaar. Spirit Of Eden is, zeker vergeleken met zijn twee voorgangers, een lastig album, maar inmiddels weten we ook dat het album misschien in commercieel opzicht tegenviel, maar in artistiek opzicht moet worden geschaard onder de hoogtepunten van de jaren 80. Spirit Of Eden is bovendien nog een stuk toegankelijker dan het laatste Talk Talk album en het enige soloalbum dat zanger Mark Hollis zou maken. Ik had er een tijd niet meer naar geluisterd, maar wat is het prachtig.


De Britse band Talk Talk debuteerde in 1982 vrij onopvallend met het album The Party’s Over. Het album trok niet heel veel aandacht, maar is zeker niet zo oninteressant als vaak wordt beweerd. Met opvolger It’s My Life uit 1984 trok de band uit Londen wel de aandacht. Met Such A Shame en It’s My Life scoorde Talk Talk twee dikke hits en maakte de band de overstap van de kleine podia naar de grote zalen. 

De lijn van It’s My Life werd doorgetrokken op het in 1986 uitgebrachte The Colour Of Spring, dat met Life’s What You Make It en Living In Another World twee hitsingles toevoegde aan het oeuvre van de Britse band. The Colour Of Spring klonk misschien net iets experimenteler dan zijn voorganger, maar het album stond het succes van Talk Talk zeker niet in de weg. 

En toen verscheen in 1988 Spirit Of Eden. Het is een album dat EMI, de platenmaatschappij van de band, tot wanhoop moet hebben gedreven, want Spirit Of Eden is een totaal ander album dan zijn twee zo succesvolle voorgangers. Op haar vierde album koos de Britse band voor een meer ingetogen en experimenteler geluid. Het is een geluid waarin de synthesizers zijn verruild voor organische klanken, waarin het tempo een flink stuk lager ligt en waarin bijna niets meer herinnert aan het geluid van de eerdere albums van Talk Talk. 

Het is bovendien een album waarop de popsongs met een kop en een staart uit het oog zijn verloren en waarop aanstekelijke tracks van drie à vier minuten zijn vervangen door lange tracks. Het zijn alleen de vocalen van zanger Mark Hollis die nog wat associaties oproepen met de muziek die Talk Talk voor Spirit Of Eden had gemaakt, al klinkt ook de meer ingetogen en zich langzaam voortslepende zang op het album anders dan we voor 1988 gewend waren van Talk Talk. 

Ik weet eerlijk gezegd zelf niet meer zo goed wat ik bij eerste beluistering vond van het album, maar ga er van uit dat het flink wennen was. Inmiddels vind ik Spirit Of Eden het beste album van de Britse band en bovendien een van de meest indrukwekkende albums uit de jaren 80. Op haar vierde album betovert Talk Talk met bijzondere klanken, fascinerende arrangementen en songs die van de hak op de tak lijken te springen, maar uiteindelijk toch razend knap in elkaar blijken te steken. 

Spirit Of Eden werd in 1988 beplakt met etiketten als jazzrock, ambient en avant garde, maar als ik nu naar het album luister vind ik het nog wel een pop- en rockalbum, al is het label post-rock ook hier en daar een optie. Talk Talk zou overigens verder opschuiven richting jazz, avant garde en klassieke muziek op het in 1991 verschenen Laughing Stock, dat direct ook de zwanenzang van de Britse band was. 

In commercieel opzicht was Spirit Of Eden, zeker vergeleken met zijn twee voorgangers, een drama, maar in artistiek opzicht presteert Talk Talk wat mij betreft op de toppen van haar kunnen. Spirit Of Eden is een stemmig en bezwerend album dat het met name goed doet wanneer de zon onder is en het is bovendien een album dat nooit gaat vervelen, mede omdat de vluchtige klanken steeds weer nieuwe dingen laten horen. 

Spirit Of Eden was het begin van het einde voor Talk Talk en helaas ook het einde van de succesvolle carrière van Mark Hollis, die na Laughing Stock nog één en nog lastiger te doorgronden soloalbum zou maken. Spirit Of Eden is echter ook een album dat wat mij betreft mag worden geschaard onder de parels uit de geschiedenis van de popmuziek. Erwin Zijleman


Spirit Of Eden van Talk Talk is verkrijgbaar via de Mania webshop: