04 november 2026

Review: Heather Nova - The Orchard

Heather Nova maakte haar beste albums misschien in de jaren 90, maar de afgelopen jaren steekt ze weer in een prima vorm, wat ook weer is te horen op het deze week verschenen en bijzonder mooie album The Orchard.
Ik luister nog vaak naar Oyster, een inmiddels meer dan dertig jaar oud album van Heather Nova, maar ik ben ook zeer gesteld op het vorig jaar verschenen Breath and Air, dat niet heel ver achterbleef bij haar klassieker uit de jaren 90. Breath and Air krijgt deze week al een vervolg met The Orchard, waarop Heather Nova samenwerkt met producer en muzikant Tim Bran. Het is een album met vooral ingetogen en verrassend tijdloze songs. Het klinkt allemaal heel mooi en sfeervol en Heather Nova zingt misschien wel beter dan in haar jongere jaren. Het is alweer het vierde uitstekende album op rij, waarmee Heather Nova aan een opvallend goede serie bezig is.



Heather Nova maakte wat mij betreft haar meesterwerk in 1994, want toen verscheen haar geweldige tweede album Oyster. Luisteren naar Oyster is voor mij vermengd met allerlei bijzondere herinneringen, maar ook los daarvan is het een weergaloos album. De track Throwing Fire At The Sun schaar ik bovendien onder mijn favoriete songs aller tijden. 

Oyster zette Heather Nova onmiddellijk op de kaart als een van de populairste vrouwelijke singer-songwriters van dat moment en die status bevestigde ze met het album Siren uit 1998. Ik ken alle albums van de op Bermuda geboren muzikante en een slecht album zit er wat mij betreft niet tussen, maar op een gegeven moment raakte Heather Nova wel wat verder verwijderd van het niveau van Oyster. 

Het was echter veel te vroeg om Heather Nova af te schrijven, want met het in 2019 verschenen Pearl leverde ze een album af dat in de buurt kwam van haar beste werk. Dat geldt wat mij betreft in nog veel sterkere mate voor het vorig jaar uitgebrachte Breath and Air en ook het met louter covers gevulde Other Shores uit 2022 viel bij mij zeer in de smaak. 

Heather Nova komt betrekkelijk snel na Breath and Air alweer met een nieuw album op de proppen en gezien het niveau van dat album waren mijn verwachtingen hooggespannen. Heather Nova koos op Breath and Air voor de Britse producer Chris Bond, die het album voorzag van een mooi en aangenaam geluid. Ook voor The Orchard koos ze voor een Britse producer, want dit keer schoof producer Tim Bran aan, die overigens ook een groot deel van de instrumentatie voor zijn rekening nam. 

Tim Bran ken ik persoonlijk vooral van London Grammar, waarop de prachtige stem van Hannah Reid een centrale plek kreeg. Ook op The Orchard heeft de zang een prominente plek gekregen in de productie en de mix en dat is een verstandig besluit. Heather Nova wordt volgend jaar zestig jaar oud, maar als ik luister naar haar stem op The Orchard, vind ik de zang eigenlijk mooier dan op haar vroege albums. Haar stem schitterde op de afgelopen drie albums en doet dat misschien nog wel meer op het nieuwe album. 

Op The Orchard kiest Heather Nova vooral voor het meer ingetogen werk. Zeker de meest ingetogen songs hebben genoeg aan stemmige pianoakkoorden, maar ook als de muziek wat voller klinkt blijft The Orchard een vooral ingetogen en stemmig album. Ik was zeer gecharmeerd van de productie van Breath and Air, maar ik vind die van het nieuwe album nog wat mooier. De muziek en de zang zijn fraai in balans en met name de stem van Heather Nova klinkt echt prachtig. 

Voor een topalbum heb je ook nog goede songs nodig en daar ontbrak het wel eens aan in de jaren die volgden op de eerste gloriejaren. Voor The Orchard heeft Heather Nova een serie zeer aansprekende songs geschreven. Het zal aan de productie van Tim Bran liggen, want een deel van de songs zou volgens mij niet misstaan op een nieuw album van London Grammar. 

Het kleurt allemaal redelijk netjes binnen de lijntjes, maar de schoonheid van de muziek en de zang compenseert wat mij betreft ruimschoots voor het gebrek aan vernieuwing of avontuur. Heather Nova is al een aantal albums in topvorm en op het prachtige The Orchard doet ze er wat mij betreft weer een schepje bovenop. Erwin Zijleman


The Orchard van Heather Nova is verkrijgbaar via de Mania webshop:


Review: THAO - Show Me

Als er een nieuw album van de Amerikaanse muzikante Thao Nguyen verschijnt weet je bijna zeker dat het een eigenzinnig album zal zijn en dat gaat ook zeker weer op voor het deze week verschenen album Show Me.
Tien jaar geleden besprak ik voor het laatst een album van Thao, toen nog met haar band The Get Down Stay Down. Het is een album waarop Merrill Garbus van tUnE-yArDs haar stempel drukte en zij is ook weer van de partij op het onder de naam THAO uitgebrachte album Show Me. Het is een album dat uiteraard het unieke stempel van Thao Nguyen bevat. Dat betekent dat de grenzen tussen de genres fluïde zijn en dat de grens tussen onnavolgbare popsongs en toegankelijke popsongs steeds wordt opgezocht. Makkelijk is het allemaal niet, maar spannend is het zeker. Het verspringt continu van kleur, maar dat is precies wat je verwacht van deze bijzondere muzikante.



De Amerikaanse muzikante THAO, in het verleden ook bekend als Thao of Thao Nguyen, ken ik, al dan niet in gezelschap van haar band The Get Down Stay Down, al sinds 2008, toen het album We Brave Bee Stings and All verscheen. Het is een album waarop de Amerikaanse muzikante direct laat horen dat ze een zeer eigenzinnige muzikante is. 

We Brave Bee Stings and All werd in 2008 een folkpop album genoemd en ik denk dat we het tegenwoordig een indiepop album zouden noemen. Het is een album waarop Thao Nguyen de aandacht trekt met haar bijzondere stem en haar al even bijzondere manier van zingen en ook in muzikaal opzicht kleurt het album buiten alle gangbare lijntjes. 

Het bijzondere van de muziek van Thao & The Get Down Stay Down op We Brave Bee Stings and All is dat het geen moment conventioneel klinkt, maar toch vind ik het door Tucker Martine geproduceerde album zeker niet ontoegankelijk. Het geldt eigenlijk voor alle albums van Thao & The Get Down Stay Down en ook voor het album dat de muzikante uit Falls Church, Virginia, maakte met de al even eigenzinnige Mirah. 

Tien jaar geleden wisten Thao Nguyen en haar band voor het laatst een plekje te veroveren op de krenten uit de pop. Ik was zeker gecharmeerd van het album A Man Alive, maar het door Merrill Garbus, de vrouw achter tUnE-yArDs, geproduceerde album lag wel wat zwaarder op de maag dan zijn voorgangers. 

A Man Alive intrigeerde me wel, maar desondanks verloor ik Thao na het album uit het oog. Het in 2020 verschenen Temple zag ik daarom deze week pas voor het eerst op Spotify. Het is een album dat weer totaal anders klinkt en een stevige funkinjectie toevoegt aan de muziek van de Amerikaanse muzikante. Het is een album dat ik nog eens goed ga beluisteren, maar op dit moment gaat mijn aandacht uit naar het deze week verschenen album Show Me. 

Het nieuwe album is uitgebracht onder de naam THAO en is naar verluidt een breakup album. Thao Nguyen maakte het album zonder haar vaste band, maar deed wel weer een beroep op Merrill Garbus, die het tien jaar geleden verschenen A Man Alive van zo’n bijzonder geluid voorzag. Show Me is uiteindelijk gemaakt met vier producers, inclusief Thao Nguyen zelf. 

De Amerikaanse muzikante heeft nog nooit een echt makkelijk album gemaakt en ook Show Me is er geen. Het is een album dat continu van kleur verschiet en ingetogen tracks afwisselt met zeer uitbundige tracks. THAO kan je op haar nieuwe album zomaar de dansvloer op trekken, maar Show Me bevat ook een aantal meer introspectieve tracks. 

Zeker als je het album voor de eerste keer hoort klinkt de muziek op Show Me bij vlagen behoorlijk vervreemdend. THAO doet alles net wat anders dan de meeste andere popmuzikanten en dat doet ze niet alleen met haar muziek, maar ook met haar stem, die ook alle kanten op kan. Het is soms aan de experimentele kant, maar ook op Show Me kan haar muziek verrassend toegankelijk klinken, bijvoorbeeld als er funky impulsen worden toegevoegd. 

Ik ben lang niet altijd gek op muziek die zo opzichtig buiten de lijntjes kleurt en ik vind zeker niet alles mooi op Show Me, maar Thao Nguyen weet ook mijn fantasie te prikkelen met songs die tegelijkertijd zwaar experimenteel en voorzichtig toegankelijk klinken. Het is absoluut wennen, maar uiteindelijk valt er verrassend veel op zijn plek. Erwin Zijleman

De muziek van THAO is ook verkrijgbaar via de Bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://thao.bandcamp.com/album/show-me.


Show Me van THAO is verkrijgbaar via de Mania webshop:



03 november 2026

Review: Ismena - Please Don't Ask Me How I've Been

Ismena trekt nog niet overdreven veel aandacht met haar muziek, maar met Please Don't Ask Me How I've Been heeft de Utrechtse muzikante een album gemaakt dat niet onder doet voor de beste folkalbums van het moment, nationaal en internationaal.
Ik ben fan van de muziek van Ismena (Goossen) sinds ze me bijna zes jaar geleden voor het eerst haar muziek toestuurde. Ik was gecharmeerd van de muziek van haar band, maar werd verpletterd door de schoonheid van haar soloalbum This Time. Helaas sta ik niet meer op de mailinglijst van de Utrechtse muzikante, waardoor ik haar een week of zes geleden verschenen tweede album bijna had gemist. Het zou doodzonde zijn geweest, want ik vind Please Don't Ask Me How I've Been nog veel indrukwekkender dan This Time. Op het album wordt met heel veel zorg en aandacht gemusiceerd en die zorgvuldigheid hoor je ook terug in de zang, die echt betoverend mooi is. Het zijn momenteel donkere tijden, maar de soundtrack van Ismena is van een bijna onwerkelijke schoonheid.



Op mijn tijdlijn op Facebook zag ik bij toeval een filmpje van Ismena voorbij komen, waarin ze cd’s aan het uitpakken is. Het had zomaar aan mijn aandacht kunnen ontsnappen, want de tijdlijn van Facebook negeer ik bij voorkeur, maar door het filmpje kwam ik wel op het spoor van haar nieuwe album Please Don't Ask Me How I've Been, dat eind september al is verschenen. 

Ismena (Goossen) is voor mij zeker geen onbekende. Ze stuurde me aan het begin van 2021 een single van de naar haar genoemde band en die vond ik zo goed, dat ik maanden uitkeek naar het debuutalbum van de Utrechtse band. Until We Part van Ismena sneeuwde in de laatste weken van 2021 flink onder, maar ik vind het nog altijd een prachtig album. 

De band redde het uiteindelijk helaas niet, maar Ismena dook in de herfst van 2023 op met haar eerste soloalbum This Time. Waar de naar haar genoemde band imponeerde met hoge spanningsbogen en een mix van folk, indierock, postrock en een beetje gothrock, koos Ismena Goossen op haar eerste soloalbum voor uiterst intieme en ingetogen songs met een vooral folky karakter. 

In mijn recensie van This Time ben ik bijna lyrisch over het album, dat ik een van de grootste verrassingen van 2023 noem. Daar sta ik nog steeds achter, want This Time is een wonderschoon album. Het is een album met vooral ingetogen maar bijzonder smaakvolle klanken, die prachtig kleuren bij het huidige seizoen. 

De muziek op This Time staat volledig in dienst van de stem van Ismena, die nog veel beter uit de verf komt dan in de muziek van de naar haar genoemde band. De in Bosnië en Herzegovina opgegroeide muzikante schreef voor haar solodebuut een aantal zeer persoonlijke songs, die ze met heel veel gevoel vertolkte. 

De muziek op het album is zoals gezegd redelijk sober, maar door het toevoegen van zeer fraaie accenten gebeurt echt van alles in de muziek van Ismena. Ik vatte This Time van Ismena uiteindelijk samen als 33 minuten kippenvelmuziek en dat is een omschrijving waar ik nog steeds volledig achter sta. 

Het is een omschrijving die ook van toepassing is op het nieuwe album van Ismena, al bevat Please Don't Ask Me How I've Been 44 minuten muziek. Op haar tweede soloalbum trekt Ismena de lijn van haar debuutalbum door, maar ze heeft haar bijzondere geluid nog wat verder geperfectioneerd. 

De muziek op Please Don't Ask Me How I've Been klinkt nog wat subtieler dan op This Time en wordt gedomineerd door de akoestische gitaar of de piano. Tegelijkertijd heeft de Utrechtse muzikante, die een groot deel van de instrumenten zelf bespeelde, nog meer aandacht besteed aan de arrangementen, die haar songs voorzien van een bijzondere sfeer, die wordt versterkt door af en toe natuurgeluiden toe te voegen. 

Het is een sfeer die wederom uitstekend past bij het huidige seizoen, want Please Don't Ask Me How I've Been is meer een album voor de herfst en de winter dan voor de lente en de zomer. De muziek op het album is echt prachtig, maar het is ook dit keer vooral de stem van Ismena die zorgt voor kippenvel. 

De Utrechtse muzikante zingt op haar tweede album met heel veel precisie, maar er zit ook veel gevoel in haar stem. De zang is ook nog eens prachtig opgenomen, waardoor iedere noot binnenkomt. Jammer dat ik dit album niet direct heb opgemerkt, maar gelukkig heb ik het niet gemist. Wat mij betreft een van de betere albums van 2026. Erwin Zijleman

De muziek van Ismena is ook verkrijgbaar via de Bandcamp pagina van de Utrechtse muzikante: https://ismenamusic.bandcamp.com/album/please-dont-ask-me-how-ive-been.



02 november 2026

Review: BLUAI - The Way You Talk Reminds Me Of Home

Save It For Later, het debuutalbum van de Belgische band BLUAI, durf ik inmiddels best een sensationeel goed album te noemen en dat predicaat past ook uitstekend op het deze week verschenen tweede album The Way You Talk Reminds Me Of Home.
Er komt de laatste tijd heel veel mooie muziek uit België en onze zuiderburen hebben ook zeker niet te klagen over goede zangeressen. Met Catherine Smet beschikt de Antwerpse band BLUAI over een hele goede zangeres, maar de band heeft nog veel meer te bieden. Ook op het deze week verschenen album The Way You Talk Reminds Me Of Home weet de band op eigen wijze invloeden uit onder andere indierock, indiepop en Amerikaanse rootsmuziek te vermengen. Het geluid van de band klinkt niet alleen eigenzinnig, maar ook bijzonder smaakvol. BLUAI had de lat met haar uitstekende debuutalbum hoog gelegd voor zichzelf, maar The Way You Talk Reminds Me Of Home doet er zeker niet voor onder.



BLUAI is een Belgische band die aan het begin van 2024 prachtig debuteerde met het album Save It For Later. Het is een album waarop de band uit Antwerpen op zeer fraaie wijze invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, indierock en indiepop aan elkaar smeedt. Save It For Later is een album met zeer aansprekende songs, die echt prachtig zijn ingekleurd en nog wat verder worden opgetild door de mooie stem van Catherine Smet, de frontvrouw van de band. 

Het is een stem waarin ik geregeld iets hoor van Adrianne Lenker van Big Thief, maar ik vind de zang van Catherine Smet eerlijk gezegd mooier. Ik luister nog vaak naar Save It For Later, dat ook niet voor niets mijn jaarlijstje haalde en dat ik inmiddels nog wat hoger inschat dan twee jaar geleden. Ik luister ook al een tijdje naar het deze week verschenen tweede album van de Belgische band, dat ik een aantal weken geleden al kreeg toegestuurd. 

The Way You Talk Reminds Me Of Home laat horen dat BLUAI de afgelopen twee jaar zeker niet heeft stilgestaan. Op haar tweede album verwerkt de Belgische band ongeveer dezelfde invloeden als op het debuutalbum, maar invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, indierock en indiepop zijn dit keer geïntegreerd in een nog wat duidelijker BLUAI geluid. 

Ook bij het beluisteren van The Way You Talk Reminds Me Of Home was ik in eerste instantie vooral onder de indruk van de stem van Catherine Smet, die met nog wat meer energie en emotie zingt. De stem van de Belgische muzikante is niet alleen mooi, maar voorziet de muziek van BLUAI ook van een duidelijk eigen sound. 

Ook op The Way You Talk Reminds Me Of Home zijn de songs van de band mooi en trefzeker ingekleurd. Het album klinkt net wat anders dan het Save It For Later, dat wat duidelijker tegen de Amerikaanse rootsmuziek aanleunde. Op het tweede album schuift BLUAI wat meer op richting de indierock, zonder dat het de andere invloeden in haar muziek is vergeten, zoals in de songs waarin toch weer een banjo of een viool opduikt. 

Het debuutalbum van de band uit Antwerpen klonk in muzikaal opzicht onderscheidend en dat gaat wat mij betreft ook op voor het tweede album. The Way You Talk Reminds Me Of Home klinkt geen moment als een standaard indierock album, maar evenmin als een standaard rootsalbum. Big Thief is nog altijd relevant vergelijkingsmateriaal, maar ik hoor op The Way You Talk Reminds Me Of Home meer BLUAI dan Big Thief. 

Dat ligt niet alleen aan de bijzonder mooie zang en de fraaie inkleuring van de songs, maar ook aan de songs zelf, die nog wat mooier en interessanter zijn dan die op het eerste album van de band, die zich direct opdringen, maar die ook interessant blijven wanneer je ze vaker hoort. 

BLUAI nam haar tweede album op in de fameuze RAK studio’s in Londen en riep de hulp van producer Isabel Gracefield in. Deze gelouterde Britse producer koos ervoor om de nieuwe songs van BLUAI vrijwel live op te nemen in de RAK studio’s en dat pakt fraai uit. De live-setting voorziet de nieuwe songs van de Belgische band van veel energie en zowel de muziek als de zang klinken net wat ruwer en spontaner dan bij een andere aanpak. 

Ik ben echt enorm gehecht aan het debuutalbum van BLUAI, waardoor de lat enorm hoog lag voor het altijd lastige tweede album van de band, maar nu ik The Way You Talk Reminds Me Of Home flink wat keren heb beluisterd, vind ik het nieuwe album zeker niet minder dan zijn voorganger. Iedereen die BLUAI nog niet kent heeft inmiddels twee prachtalbums te ontdekken. Erwin Zijleman

De muziek van BLUAI is ook verkrijgbaar via de Bandcamp pagina van de Belgische band: https://bluai.bandcamp.com/album/the-way-you-talk-reminds-me-of-home.


The Way You Talk Reminds Me Of Home van BLUAI is verkrijgbaar via de Mania webshop:



01 november 2026

Review: Michael Penn - March (1989)

Michael Penn trad in 1989 heel even uit de schaduw van zijn succesvolle acterende broers Chris en Sean en leverde met het uitstekende March een destijds terecht geprezen soloalbum vol redelijk tijdloos klinkende popsongs af.
Ik had echt minstens dertig jaar niet meer geluisterd naar March van Michael Penn, maar toen ik de titel van het album zag had ik direct goede herinneringen. Het debuutalbum van de Amerikaanse muzikant deed het in 1989 uitstekend, maar echt van de grond kwam de muzikale carrière van Michael Penn niet. Het heeft niets te maken met de songs op March, want die klinken nog altijd even lekker. Dankzij een zeer goed gevulde gastenlijst klinkt het album ook in muzikaal opzicht uitstekend en Michael Penn is absoluut een prima zanger. Ik was in 1989 zeer gecharmeerd van het eerste album van de Amerikaanse muzikant en begrijp nog altijd volledig waarom dit zo was.



In de zoektocht naar vergeten albums in mijn platenkast stuitte ik onlangs op March van Michael Penn. Het is niet het enige album dat ik ken van de Amerikaanse muzikant, maar het is wel het album dat me met afstand het meest dierbaar is. Ik luisterde aan het eind van de jaren 80 volgens mij vooral naar gitaarbands en nauwelijks naar singer-songwriter albums, maar het album van Michael Penn wist me direct te raken. 

March verscheen in de herfst van 1989 en is het debuutalbum van Michael Penn, overigens de broer van de acteurs Chris Penn en Sean Penn. Michael Penn koos niet voor het witte doek, maar voor de muziek. Hij was naar eigen zeggen een zeer obsessieve Beatles-fan en probeerde aan het begin van de jaren 80 met zijn band een plekje te veroveren in de muziekscene van Los Angeles. 

Dat lukte niet direct, maar hij werd uiteindelijk in het zadel geholpen door zijn broer Sean, die hem meenam naar de razend populaire tv-serie Saturday Night Live. Michael Penn begon samen met Patrick Warren, die later uit zou groeien tot een gerenommeerd muzikant en producer, aan het opnemen van zijn solodebuut March, dat het prima deed in het najaar van 1989. 

Het commerciële succes van March stond de artistieke ambities van de Amerikaanse muzikant wat in de weg, waardoor hij lange stiltes liet vallen tussen zijn albums en het succes van March nooit meer zou evenaren. March is inderdaad het meest commerciële of toegankelijke album van Michael Penn, die overigens trouwde met de door mij zeer bewonderde Aimee Mann, maar ik vind het nog steeds zijn beste album. 

Net zoals zoveel andere albums uit de jaren 80 klinkt March met de oren van nu ietwat gedateerd, maar ik vind het nog altijd een uitstekend album. Het gedateerde zit hem vooral in de productie, al klonk March in 1989 echt fantastisch. Het debuutalbum van Michael Penn werd geproduceerd door de inmiddels zeer bekende Tony Berg en dat is niet de enige bekende naam die opduikt bij het bestuderen van de credits van March. 

Naast de al eerder genoemde Patrick Warren zijn ook onder andere Charlie Sexton, Larry Klein, Jim Keltner, Lisa Coleman en Wendy Melvoin op het album te horen, dat ook nog eens van een mooie mix werd voorzien door Bob Clearmountain. Het zijn mensen die niet iedereen in 1989 naar de studio kreeg en de imposante gastenlijst draagt zeker bij aan de kwaliteit van March. 

De rol van Michael Penn mag echter ook niet onderschat worden. De Amerikaanse muzikant beschikt over een uitstekende stem en heeft voor zijn debuutalbum bovendien een aantal aansprekende songs geschreven, zoals bijvoorbeeld de geweldige single No Myth. De stem van Michael Penn doet me wel wat denken aan die van Neil Finn van Crowded House, en ook in muzikaal opzicht hoor ik raakvlakken. 

Die hoor ik vooral wanneer de Beatles fascinatie van Michael Penn opspeelt, maar March bevat ook een aantal wat stevigere tracks. Ik vind het niet allemaal meer zo goed als in 1989, maar veel songs op March hebben de tand des tijds uitstekend doorstaan. Ook het andere werk van Michael Penn is zeker de moeite waard, maar wat mij betreft maakte hij zijn beste album aan het eind van de jaren 80. 

March is zo’n album dat inmiddels door bijna iedereen is vergeten, maar de hernieuwde kennismaking met het inmiddels meer dan 35 jaar oude album is mij uitstekend bevallen. Erwin Zijleman


Review: Lowly - Softy

De Deense band Lowly kiest op het deze week verschenen vierde album Softy voor een net wat meer ingetogen geluid, maar de songs van de band met twee geweldige zangeressen zitten nog altijd vol bijzondere verrassingen en dynamiek.
Lowly maakt op haar eerste drie albums muziek die zich afwisselend binnen en buiten mijn muzikale comfort zone bevindt en dat is niet anders op het vierde album van de band uit Kopenhagen. Wanneer de hoeveelheid elektronica wordt opgevoerd en de ritmes onrustiger worden is de band me af en toe kwijt, maar wanneer de klanken atmosferischer zijn en de twee zangeressen van de band mogen schitteren, maakt Lowly muziek die me zeer aanspreekt. De uitersten in de muziek van de Deense band zorgen er wel voor dat ook de songs op Softy de fantasie weer uitvoerig prikkelen. Ik vind Lowly al sinds het debuutalbum een interessante band, maar Softy is wat mij betreft het beste album tot dusver.



Het deze week verschenen Softy is alweer het vierde album van de Deense band Lowly. Het is het vierde album op rij dat is gestoken in een in mijn ogen echt bijzonder lelijke hoes, wat natuurlijk jammer is, maar met de muziek van de band zit het gelukkig ook dit keer goed. 

In mijn recensie van Keep Up The Good Work, het derde album van de band, gaf ik aan dat ik met enige regelmaat aan Björk moest denken bij het beluisteren van het album. Dat is op zich geen aanbeveling wat mij betreft, want de IJslandse muzikante zingt tegenwoordig echt geen noot meer normaal, waardoor ik haar muziek nauwelijks meer kan verdragen of zelfs uitermate irritant vind. Keep Up The Good Work deed me hooguit aan een jonge Björk denken en dat zat me niet in de weg. 

Lowly prikkelde met haar vorige album uitvoerig de fantasie met aan de ene kant wat zweverige folky songs en aan de andere kant songs waarin een enorme bak elektronica werd ingezet en stevig werd geflirt met de dansvloer. Ook op het nieuwe album houdt de band uit Kopenhagen van uitersten. 

Het album opent met stemmige pianoklanken en de mooie zang van de twee zangeressen van de band, maar naast organische klanken spelen ook elektronische klanken een voorname rol op het nieuwe album van Lowly. Zeker als elektronica wordt ingezet kan de muziek op Softy behoorlijk losgaan, maar de Deense band is ook dit keer eveneens goed voor meer ingetogen en bijzonder sfeervolle klanken. 

Ik weet niet precies welke zangeres wanneer het voortouw neemt op Softy, maar Lowly beschikt met Nanna Schannong en Soffie Viemose over twee uitstekende zangeressen. De zang op Softy doet me dit keer (gelukkig) geen moment aan Björk denken en is alleen maar bijzonder mooi. 

Ik vind het door de uitersten best lastig om een etiket op het vierde album van de Deense band te plakken, maar omdat Softy op een of andere manier typisch Scandinavisch klinkt, hou ik het maar op Scandinavische pop, een predicaat dat ook past op de muziek van bijvoorbeeld Efterklang en Múm. 

Op Keep Up The Good Work vond ik de uitersten soms wel erg ver uit elkaar liggen, maar op het nieuwe album klinkt de muziek van Lowly wat consistenter en vloeien ingetogen klanken, gruizige gitaren en soms zwaar aangezette elektronica prachtig samen. Een enkele keer is het me net wat te veel, zoals in de track At All waarin de ritmes wel erg springerig klinken, en word ik alleen maar nerveus van de nieuwe muziek van Lowly, maar de meeste songs op Softy zijn mooi en spannend. 

De Deense band heeft hoorbaar veel tijd gestoken in het in elkaar knutselen van de songs en heeft deze opgebouwd uit vele lagen. Het is niet het soort muziek waar ik normaal gesproken veel naar luister, maar ik ben inmiddels zeer gehecht aan een groot deel van de nieuwe songs van Lowly en de Deense band maakt ook dit keer muziek die interessanter wordt wanneer je de songs vaker hoort. 

Op Softy kiest de band in veel songs voor een duidelijk meer ingetogen en minder elektronisch geluid en dat is een beweging die Lowly wat mij betreft mag doortrekken naar een volgend album. Dat zou zomaar een sensationeel goed album op kunnen leveren, want de wat stemmiger klinkende songs springen er makkelijk uit op Softy. Een grappig details is trouwens dat de meeste songs op dit spannende album gaan over alledaagse dingen als het gezinsleven. Het voegt nog een bijzonder contrast toe aan dit mooie album. Erwin Zijleman

De muziek van Lowly is ook verkrijgbaar via de Bandcamp pagina van de Deense band: https://lowlyband.bandcamp.com/album/softy.


Softy van Lowly is verkrijgbaar via de Mania webshop:



31 oktober 2026

Review: Dead Gowns - Vegas

Bij de naam Dead Gowns denk je waarschijnlijk aan een death-metal band, maar het alter ego van de Amerikaanse muzikante Geneviève Beaudoin heeft met haar nieuwe album Vegas een verpletterend mooi singer-songwriter album gemaakt.
Ik was het vorige album van Dead Gowns, het begin 2025 verschenen It's Summer, I Love You, and I'm Surrounded by Snow, eerlijk gezegd alweer vergeten, maar het is echt een prachtig album. Toch verbleekt het vorige album van de Amerikaanse muzikante bij haar deze week verschenen album Vegas, dat direct vanaf de eerste noten imponeert en ontroert. De spanningsbogen van haar vorige album zijn verder geperfectioneerd en de stem van de muzikante uit Maine komt nog wat harder binnen. Ook in muzikaal opzicht overtreft Vegas het vorige album ruimschoots en dan zijn er ook nog eens de persoonlijke songs over een verloren vriendschap. Vegas is een droom van een album.


Het was uiteraard de Amerikaanse muziekwebsite Paste die me aan het begin van 2025 wees op het album It's Summer, I Love You, and I'm Surrounded by Snow van Dead Gowns. Ik had bij de naam Dead Gowns (vrij vertaald: dode jurken) niet direct gedacht aan een album van een vrouwelijke singer-songwriter en zou het album zonder de hulp van Paste daarom zeker hebben gemist. 
Het bleek echter een gouden tip van de Amerikaanse muziekwebsite, want It's Summer, I Love You, and I'm Surrounded by Snow van Dead Gowns was en is een wonderschoon album. 

Dead Gowns is het alter ego van de uit Portland, Maine, afkomstige muzikante Geneviève Beaudoin, die op haar album niet alleen verrast met een prachtige stem, maar ook met geweldige songs met invloeden uit de folk, country en indierock. Het met bescheiden middelen opgenomen album klonk ook nog eens fantastisch, waardoor ik het album terecht bestempelde als een droomdebuut. 

Ik verloor Dead Gowns vervolgens helaas weer snel uit het oog, waardoor het album mijn jaarlijstje over 2025 niet haalde, maar toen ik het album een paar dagen geleden weer eens beluisterde kon ik alleen maar concluderen dat It's Summer, I Love You, and I'm Surrounded by Snow van Dead Gowns moet worden gerekend tot de beste albums van het betreffende jaar. 

Ik ben niet de enige die Dead Gowns snel is vergeten, want haar vorige week verschenen nieuwe album Vegas is ook aan de aandacht ontsnapt van Paste en andere Amerikaanse tipgevers. Het album werd me de afgelopen week gelukkig getipt op MusicMeter, want ook het nieuwe album van Dead Gowns is weer bijzonder mooi. 

De openingstrack Everything You Wanted is direct van een verpletterende schoonheid. De track opent met een sober gitaarakkoord, waarna even sobere pianoklanken en de prachtige stem van Geneviève Beaudoin invallen. Het was bij mij direct goed voor kippenvel, maar de openingstrack van Vegas wordt alleen mooier wanneer atmosferische synths opduiken en de track aan het eind fraai ontspoort met gitaargeweld. 

Het is een van de mooiste tracks die ik dit jaar heb gehoord en daar volgen er nog veel meer van. Op Vegas vertelt Geneviève Beaudoin het verhaal van een reis die ze met een goede vriendin maakte naar Las Vegas, waar deze vriendin een nieuw leven wilde beginnen. De reis naar Las Vegas betekende echter ook het einde van hun vriendschap en dat kan net zulke diepe wonden slaan als het verbreken van een liefdesrelatie. Het levert een persoonlijk en emotioneel album op, dat zich vanaf de eerste noten genadeloos opdringt en je vervolgens ruim veertig minuten in de greep houdt. 

Geneviève Beaudoin nam het album op in een oude boerderij annex studio in Maine, waar ze werd bijgestaan door muzikanten Colin Lester Fleming, Luke Kalloch en Sam Kassirer. Ik was al onder de indruk van het geluid op het vorige album van Dead Gowns, maar Vegas klinkt nog veel mooier. Het geluid is over het algemeen ingetogen, maar een uitbarsting is nooit ver weg, wat de songs van Dead Gowns voorziet van een bijzondere onderhuidse spanning. 

Het is doodzonde dat er niet veel aandacht is voor het nieuwe album van Geneviève Beaudoin, want Vegas is in alle opzichten jaarlijstjesmateriaal en het album wordt alleen maar mooier en indrukwekkender. It's Summer, I Love You, and I'm Surrounded by Snow is echt prachtig, maar Vegas is van een bijna onwerkelijke schoonheid. Erwin Zijleman

De muziek van Dead Gowns is ook verkrijgbaar via de Bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://deadgowns.bandcamp.com/album/vegas.



30 oktober 2026

Review: Sour Widows - Sigil

De Amerikaanse band Sour Widows maakte twee jaar geleden indruk met het debuutalbum Revival Of A Friend, dat veel origineler was dan ik in eerste instantie dacht, en het geluid van dat album wordt verder geperfectioneerd op Sigil.
Susanna Thomson en Maia Sinaiko vormen met hun stemmen en gitaren de spil van de Californische band Sour Widows. Het leverde een uitstekend debuutalbum op dat deze week wordt overtroffen door het tweede album Sigil. Het fraai door Melina Duterte (Jay Som) geproduceerde album is nog wat veelzijdiger dan het debuut en integreert een aantal invloeden uit het verleden en het heden in een eigen geluid. In dat geluid komen de gitaren en zeker ook de stemmen van de twee nog wat beter tot hun recht, wat een album oplevert dat volgens mij in de smaak moet kunnen vallen bij een breder publiek dan de band tot dusver wist te bereiken met haar muziek.



De band Sour Widows ken ik van hun debuutalbum Revival Of A Friend dat midden in de zomer van 2024 verscheen. Het is een album dat direct bij de eerste keer beluisteren associaties opriep met rockmuziek uit de jaren 90, maar Revival Of A Friend bleek uiteindelijk niet zo makkelijk in een hokje te duwen. 

De band uit Californië begon bij de slowcore en indierock uit de jaren 90, maar sleepte er vervolgens ook invloeden uit de shoegaze en dreampop bij. Hier bleef het niet bij, want de songs van Sour Widows werden ook nog eens voorzien van een eigenzinnige twist, waardoor het album, waaraan de band heel lang had gewerkt, alleen maar interessanter werd. 

Ik heb sindsdien niet vaak meer naar het album geluisterd, maar toen ik deze week weer eens luisterde naar het debuut van Sour Widows was ik direct weer onder de indruk van de mooie productie van Maryam Qudus, van de stemmen van Susanna Thomson en Maia Sinaiko, van het veelkleurige gitaarspel op het album, van de dynamiek in de melancholische songs en zeker ook van de bijzondere spanningsbogen in de songs van Sour Widows. 

Met Sigil heeft Sour Widows deze week haar tweede album afgeleverd. De band werkte tien jaar aan het debuutalbum, maar moest de klus nu in een veel kortere periode klaren. Hiervoor werd de hulp ingeroepen van muzikante en producer Melina Duterte, die we kennen als de muzikante Jay Som, maar die als producer haar sporen verdiende voor onder andere Hatchie, boygenius en Lucy Dacus. 

Melina Duterte heeft ook voor Sour Widows fraai werk geleverd, want Sigil klinkt nog wat onderscheidender dan het debuutalbum van de band. Jay Som heeft wat meer aandacht besteed aan de stemmen van Susanna Thomson en Maia Sinaiko, die vaker tweestemmig uit de speakers komen. Het pakt uitstekend uit, want ik vind de zang van de twee nog een stuk mooier dan op het debuutalbum van Sour Widows, zeker als er wordt gekozen voor boygenius achtige harmonieën. 

In muzikaal opzicht gaat Sigil deels verder waar Revival Of A Friend ophield. Ook op het nieuwe album van de Californische band hoor ik invloeden uit de 90s indierock, slowcore, shoegaze en dreampop, maar het album is ook wat opgeschoven richting de indierock van het moment. Sour Widows laat hiernaast wat meer invloeden uit de folk, pop en rock toe, wat ervoor zorgt dat ik af en toe ook hele andere associaties heb bij beluistering van de muziek van de band, waaronder associaties met de muziek van ‘Til Tuesday, de band waarmee Aimee Mann ooit doorbrak. 

Sigil kreeg vorm na een apocalyptische droom van Maia Sinaiko, wat je terughoort in de uitbarstingen op het album, dat wederom grossiert in fraaie spanningsbogen. Sour Widows wist zich ruim twee jaar geleden wat mij betreft te onderscheiden met muziek die deels bekend klonk, maar ook nieuwe dingen liet horen en dat is op Sigil niet anders. 

Er zijn momenteel nogal wat bands die de rockmuziek uit de jaren 90 vooral reproduceren, maar de band van Susanna Thomson en Maia Sinaiko integreert alle invloeden in een bijzonder totaalgeluid dat door genres en door de tijd springt. Sour Widows laat vergeleken met het prima debuutalbum bovendien flink wat groei horen en heeft volgens mij alles wat nodig is om zich te scharen onder de grote indierockbands van het moment. Erwin Zijleman

De muziek van Sour Widows is ook verkrijgbaar via de Bandcamp pagina van de Amerikaans band: https://sourwidows.bandcamp.com/album/sigil.



Review: Clara Mann - Wishbone

Clara Mann maakte vorig jaar een mooi maar helaas niet heel breed opgepikt debuutalbum, maar op haar deze week verschenen tweede album Wishbone maakt de Britse singer-songwriter nog wat meer indruk met in alle opzichten prachtige folksongs.
Er zijn momenteel heel veel goede Britse folkies, die vooral ingetogen albums afleveren. Ik ben nog altijd diep onder de indruk van het album van Elanor Moss, maar van de week ontdekte ik ook het nieuwe album van Clara Mann. Het is al haar tweede album na het debuutalbum The Rift uit 2025. Dat album heb ik helaas gemist, maar het deze week verschenen Wishbone is nog veel mooier. Het album is prachtig geproduceerd door Fabian Prynn, die het album heeft voorzien van een uiterst ingetogen maar ook zeer smaakvol geluid. Het is de perfecte basis voor de bijzonder mooie stem van Clara Mann, die nog veel beter zingt dan op haar wat over het hoofd geziene debuutalbum. Wishbone verdient absoluut een beter lot.


Er zijn momenteel zo veel goede vrouwelijke singer-songwriters, dat het zelfs voor een groot liefhebber van het genre als ik niet meevalt om alles dat verschijnt te beluisteren. Soms kom ik een album tegen dat absoluut een plekje op De Krenten uit de Pop had verdiend en Rift van Clara Mann is zo’n album. 

Het debuutalbum van de Britse singer-songwriter verscheen aan het begin van 2025 en werd in de herfst van 2025 nog eens uitgebracht met een aantal extra tracks. Ik heb het album twee keer gemist en kan me ook niet herinneren dat Rift is besproken in de Britse muziektijdschriften die ik lees en waarin het album ook zeker niet had misstaan. 

Dat ik het album deze week alsnog heb ontdekt heeft alles te maken met het tweede album van Clara Mann, dat deze week is verschenen. Op Rift maakt de Britse muzikante vooral sober ingekleurde en zeer intense en intieme muziek. Rift valt op door de mooie en ook intense stem van Clara Mann en het is een stem die ook weer centraal staat op haar deze week verschenen tweede album Wishbone. 

Het is een album dat in het verlengde ligt van het debuutalbum, want ook op haar nieuwe album maakt Clara Mann vooral sober ingekleurde folksongs. Toch is er ook wel wat veranderd in de anderhalf jaar die sinds de release van haar debuutalbum is verstreken. Ook Wishbone is een album zonder opsmuk, maar de muziek op het album klinkt net wat voller dan die op het debuutalbum. 

De akoestische gitaar staat nog altijd centraal, maar wordt omringd door prachtige bijdragen van onder andere viool, cello en de dubbele bas. Clara Mann maakte het album samen met muzikant, producer en studiotechnicus Fabian Prynn. Het is een naam die me niet direct bekend voorkwam, maar de Brit heeft een mooi cv als producer en studiotechnicus en werk van onder andere Alice Boman, Allie Crow Buckley, Big Thief, Emma Anderson en Fabiana Palladino. 

Hij was ook betrokken bij het debuutalbum van Clara Mann, maar ik vind haar nieuwe album veel mooier klinken dan haar debuut. Ook Wishbone is een ingetogen of zelfs sober klinkend album, maar de mooie akoestische klanken op het album zijn zeer smaakvol en sfeervol. Ik vind Wishbone niet alleen in muzikaal opzicht mooier dan Rift, want ook de zang van Clara Mann klinkt net anders. 

Ik vond haar zang op het eerste album mooi en intiem, maar soms ook net wat te expressief. Op Wishbone zingt de muzikante uit Londen meer ingehouden en vooral meer ontspannen. Het zorgt ervoor dat niet alleen de muziek op het album zich als een warme deken om je heen slaat, maar ook de zang direct zorgt voor ontspanning. 

Wishbone van Clara Mann kabbelt heerlijk voort op de achtergrond en doet net met name in de kleine uurtjes uitstekend, maar het album wordt nog interessanter wanneer je oog hebt voor alle bijzondere details in de muziek op het album en met volledige aandacht luistert naar de mooie, warme en soepele zang op het album. 

Er zijn momenteel veel meer van dit soort stemmige en ingetogen folkalbums, maar Clara Mann legt de lat hoog met de fraaie klanken, haar prachtige stem en zeker ook de mooie songs op haar tweede album. Ook over Wishbone lees ik nog niet veel, maar voor liefhebbers van vrouwelijke folkies is het echt genieten. Erwin Zijleman

De muziek van Clara Mann is ook verkrijgbaar via de Bandcamp pagina van de Britse muzikante: https://claramann.bandcamp.com/album/wishbone.



29 oktober 2026

Review: Kacy Lee Anderson - Hello, I'm Irrelevant

De Canadese muzikante Kacy Lee Anderson vierde successen als helft van het duo Kacy & Clayton, maar gaat nu haar eigen weg met het bijzonder eigenzinnige, maar al snel ook mooie en interessante soloalbum Hello, I'm Irrelevant.
Met een stem als die van Kacy Lee Anderson kun je geen slecht album maken, maar de songs van de muzikante uit het Canadese Saskatchewan klonken wel eens toegankelijker dan op haar solodebuut. Bij eerste beluistering van het album verlangde ik terug naar de albums van Kacy & Clayton, het duo dat Kacy Lee Anderson vormde met haar neef, maar Hello, I'm Irrelevant dwingt al snel respect af. Het album klinkt soms wat experimenteler en soms zwaar nostalgisch, maar ik hoor ook wel wat van de prachtalbums van Kacy & Clayton. Hello, I'm Irrelevant is waarschijnlijk commerciële zelfmoord, maar het siert de Canadese muzikante dat ze doet waar ze zelf zin in heeft en ook dat is meer dan eens prachtig.



De naam Kacy Lee Anderson klonk me onmiddellijk bekend in de oren, maar ik wist niet direct waarom dit zo was. Ik ken haar natuurlijk van het duo dat ze vormt (of vormde) met haar neef Clayton Linthicum, ook bekend van de band The Deep Dark Woods, al is het al even geleden dat het laatste album van Kacy & Clayton verscheen. 

Het duo uit Wood Mountain, Saskatchewan, leverde met The Day Is Past & Gone (2013), Strange Country (2015), The Siren's Song (2017) en Carrying On (2019) vier geweldige albums af, waarvan met name de laatste twee, door Jeff Tweedy, geproduceerde albums bijzonder mooi en volgens mij ook behoorlijk succesvol waren. 

Het zijn albums die opvallen door het gitaarwerk van Clayton Linthicum, maar imponeren door de geweldige stem van Kacy Anderson, die meer dan eens is vergeleken met die van de Britse folkie Sandy Denny. Kacy & Clayton verwerkten in eerste instantie vooral invloeden uit de Britse folk en folkrock, maar sleepten er aan de hand van Jeff Tweedy steeds meer invloeden uit de countryrock en de psychedelica bij. 

In 2020 doken Kacy & Clayton nog op met het samen met de Nieuw-Zeelandse muzikant Marlon Williams gemaakte en overtuigende Plastic Bouquet, maar sindsdien was het stil rond het Canadese duo, al verscheen nog wel muziek van The Deep Dark Woods waarin ook Kacy Anderson was te horen. 

De Canadese muzikante duikt deze week op als Kacy Lee Anderson en heeft met Hello, I'm Irrelevant haar eerste soloalbum uitgebracht. Het is volgens haar bandcamp pagina de muziek die ze zelf wilde maken en die niet onder druk van de muziekindustrie tot stand kwam. 

Het levert een album op waaraan ik aan de ene kant moest wennen, maar dat me aan de andere kant direct wist te overtuigen. Dat laatste heeft vooral te maken met de stem van de muzikante uit Saskatchewan. Ook op haar eerste soloalbum zingt Kacy Lee Anderson echt prachtig, waardoor ik direct geïnteresseerd was in het album. 

Ik moest wel wat wennen aan de muziek op Hello, I'm Irrelevant en aan de nieuwe songs van de Canadese muzikante. Kacy Lee Anderson doet op haar soloalbum precies waar ze zelf zin in heeft en dat kan meerdere kanten op. Een deel van de songs heeft een duidelijk hang naar de jaren 60 en met name naar de folk uit dit decennium, maar er zit veel variatie tussen de songs op Hello, I'm Irrelevant. 

Kacy Lee Anderson maakte haar album samen met haar partner Micah Erenberg en producer Michael John Dubue en voor het opnemen van het album werd, midden in de strenge Canadese winter, uitgeweken naar een oude kerk in Quebec. Het album klinkt soms wat ruw of zelfs lo-fi, maar dat vind ik juist de charme van het album. 

In eerste instantie miste ik de consistentie van de albums van Kacy & Clayton, maar al snel ging ik de eigenzinnige songs van Kacy Lee Anderson meer waarderen. De songs waarin ik echo’s van de laatste twee albums van Kacy & Clayton hoor, vind ik nog steeds het mooist, maar de Canadese muzikante verdient respect voor het kiezen van een eigen weg en zingt echt geweldig, ook in de songs die tegen popmuziek uit de jaren 50 en 60 aanschuren en een rock ’n roll vibe toevoegen aan het geluid van Kacy Lee Anderson. 

Ik denk niet dat Hello, I'm Irrelevant het succes van de albums van Kacy & Clayton gaat benaderen, maar het album verdient het absoluut om gehoord te worden. Wel jammer overigens dat Hello, I'm Irrelevant maar net iets meer dan twintig minuten duurt. Erwin Zijleman

De muziek van Kacy Lee Anderson is ook verkrijgbaar via de Bandcamp pagina van de Canadese muzikante: https://kacyleeanderson.bandcamp.com/album/hello-im-irrelevant.


Hello, I'm Irrelevant van Kacy Lee Anderson is verkrijgbaar via de Mania webshop:



Review: Stevie Wonder, Ziggo Dome, Amsterdam, 28 oktober 2026


Het is niet veel muzikanten gegeven om als twintiger een onbetwist meesterwerk af te leveren, maar Stevie Wonder deed het in 1976 met het album Songs in the Key of Life. Het album volgde op ook al niet misselijke albums als 
Where I'm Coming From uit 1971, Music of My Mind en Talking Book uit 1972, Innervisions uit 1973 en Fulfillingness' First Finale uit 1974, maar Songs in the Key of Life wordt over het algemeen beschouwd als het meesterwerk van Stevie Wonder, die na het album overigens niet veel bijzonders meer zou maken, al is Hotter Than July uit 1980 geen slecht album.

Songs in the Key of Life is dit jaar precies 50 jaar oud en dat was voor Stevie Wonder aanleiding om het album integraal uit te voeren tijdens de tour die hem momenteel over de wereld voert. Het is een buitengewoon ambitieus project, want er kwam destijds nogal wat kijken bij het maken van het album. Gisteren stond de Amerikaanse muzikant in een uitverkochte Ziggo Dome in Amsterdam en liet hij vanaf de eerste noten horen dat hij op 76-jarige leeftijd nog altijd tot grootse daden in staat is.

Bij de meeste muzikanten die de leeftijd van 75 jaar zijn gepasseerd laat de stem het steeds meer afweten, maar de stem van Stevie Wonder klonk direct geweldig en bleef dit het hele concert doen. Hij staat er tijdens zijn tour zeker niet alleen voor, want hij laat zich begeleiden door een zeer omvangrijke band. Ik was op een gegeven moment de tel kwijt, maar er stonden alles bij elkaar meer dan 25 muzikanten op het podium, wat een imposant geluid opleverde.

foto: Robert Kloosterman

De omvangrijke band bestaat uit geweldige muzikanten, waaronder een aantal oudgedienden, die uitstekend uit de voeten kunnen met de soms behoorlijk complexe songs en arrangementen van Stevie Wonder, die op Songs in the Key of Life invloeden uit onder andere de soul, gospel, funk, rock en jazz aan elkaar smeedt. De muzikanten kregen alle ruimte om te soleren, wat Stevie Wonder de tijd gaf om op adem te komen. Het geweldige ondersteunende bas- en drumwerk mag overigens niet onvermeld blijven en hetzelfde geldt voor de uitstekende achtergrondvocalisten.

In de setlist was er nauwelijks ruimte voor verrassingen, want het album Songs in the Key of Life staat centraal tijdens deze tour en wordt integraal uitgevoerd. De songs zijn in een aantal gevallen wel flink langer uitgesponnen, waarbij met name de toetsenisten en de gitaristen alle ruimte kregen om te soleren, wat ze op weergaloze wijze deden. 

Met name het eerste deel van de set was gisteren verpletterend mooi. In muzikaal opzicht knalde het van het podium, Stevie Wonder zong geweldig en visueel zag het er ook fraai en toegankelijk uit. Met toptracks als Village Ghetto Land (prachtig uitgevoerd met alleen strijkers), Sir Duke, I Wish en You Are the Sunshine of My Life was het bovendien een feest van herkenning.

Iedereen die Songs in the Key of Life kent wist precies wat er ging komen, maar via improvisatie kwam Stevie Wonder uit bij een stukje Billie Jean van Michael Jackson. Na veertien songs en talloze hoogtepunten waren we tot en met Ebony Eyes gekomen en was het tijd voor een korte pauze.


Ik begrijp dat zo'n pauze voor Stevie Wonder nodig is om op adem te komen, maar het haalde wel wat de vaart uit het concert, dat werd hervat met een toespraak en een mooie versie van Isn't She Lovely. Daarna was het een paar songs gewoon heel goed, maar wat mij betreft niet zo imponerend als in het eerste deel van de set. Gelukkig had Stevie Wonder in het resterende deel van de tweede set nog veel moois in petto en kreeg het concert de afsluiters die het verdiende.

De Amerikaanse muzikant speelde grotendeels dezelfde set als tijdens zijn concerten in Engeland, Duitsland en Scandinavië, maar de medley met onder andere I Just Called to Say I Love You werd ons in Amsterdam onthouden, waar ik persoonlijk alleen maar blij mee was.

Ik had Stevie Wonder nog niet eerder gezien, maar kan alle uiterst lovende recensies die zijn verschenen alleen maar onderschrijven. De Amerikaanse muzikant liet niet alleen horen dat hij nog in muzikale topvorm verkeert, maar maakte bovendien nog maar eens duidelijk dat zijn album uit 1976 de tand des tijd probleemloos heeft doorstaan, wat van heel veel 50 jaar oude albums niet kan worden gezegd.

Iedereen die erbij was heeft een zeer memorabel concert gezien, iedereen die er niet bij was heeft iets gemist. Of er een volgende kans komt is maar de vraag, maar als de kans komt ben ik er zeker weer bij. Erwin Zijleman

28 oktober 2026

Review: Fenne Lily - Win Win

De Britse singer-songwriter Fenne Lily is pas 29 jaar oud, maar heeft met het deze week verschenen album Win Win inmiddels vier hoogstaande albums op haar naam en verdient absoluut een plekje tussen de smaakmakers van de indiefolk.
Ik vergeet steeds weer hoe goed Fenne Lily is en ik ben volgens mij niet de enige. Haar eerste drie albums waren bovengemiddeld goed en ook het deze week verschenen Win Win mag er weer zijn. De Britse muzikante heeft haar vaderland inmiddels achter zich gelaten en heeft zich gevestigd in Brooklyn, New York. Of het ermee te maken heeft, weet ik niet, maar Win Win klinkt wat Amerikaanser dan zijn drie voorgangers. Fenne Lily gooit er nog maar eens een breakup album tegenaan, maar klinkt verrassend zonnig op haar nieuwe album. Ze is op Win Win duidelijk gegroeid als zangeres, maar ook de songwriter Fenne Lily wordt steeds interessanter.


Ik volg de Britse singer-songwriter Fenne Lily al sinds 2018 en heb tot dusver al haar albums besproken op De Krenten uit de Pop. Toch had ik, toen ik vorige week haar nieuwe album zag opduiken in de lijsten met nieuwe albums, geen duidelijke herinnering aan haar muziek. Het zegt alles over het enorme aantal vrouwelijke singer-songwriters dat momenteel aan de weg timmert. 

Even luisteren naar de vorige albums van Fenne Lily bracht de herinneringen aan haar muziek overigens direct terug, want On Hold (2018), BREACH (2020) en Big Picture (2023) zijn drie uitstekende albums, die ik niet voor niets uitvoerig prees op De Krenten uit de Pop. 

Toen ze haar debuutalbum uitbracht was ze pas 20 jaar oud, maar het deels door niemand minder dan John Parish (PJ Harvey) geproduceerde On Hold is een indringend breakup album met hele mooie en emotievolle zang. BREACH was twee jaar later nog een stuk indrukwekkender en manoeuvreerde zich ergens tussen Laura Marling en Phoebe Bridgers in. Fun-fact is dat producer Steve Albini bijdroeg aan het over het algemeen genomen behoorlijk ingetogen album. 

Fenne Lily liet drie jaar geleden horen dat ze nog beter kon op het zeer fraaie Big Picture, dat in Durham, North Carolina, werd opgenomen met topproducer Brad Cook, die Fenne Lily wat meer de kant van de indiefolk opduwde. Het zijn albums die ik me niet onmiddellijk herinnerde, maar toen ik ze beluisterde was ik direct weer onder de indruk van de zachte maar mooie en gevoelige stem van de Britse muzikante. 

Die stem staat ook weer centraal op het deze week verschenen vierde album van de talentvolle singer-songwriter, die haar vorige woonplaatsen Dorset en Bristol volgens haar Bandcamp pagina heeft verruild voor Brooklyn, New York. Fenne Lily produceerde Win Win samen met haar vaste kompaan Sam Skinner en werkte voor haar nieuwe album zowel met Britse als Amerikaanse muzikanten. 

Win Win is al het tweede breakup-album dat ze aflevert, maar het klinkt minder donker en verdrietig dan haar debuutalbum On Hold. Op Win Win, dat live werd opgenomen in de studio, klinkt de muziek van Fenne Lily vaak net wat Amerikaanser en zeker als de banjo wordt ingezet krijgen haar folky songs ook een subtiele country vibe. Win Win is echter zeker niet alleen een folkalbum, want er staan ook net wat steviger ingekleurde songs op, die meer indie klinken. 

Ik heb de afgelopen week ook naar de vorige albums geluisterd en zeker als ik Win Win vergelijk met haar acht jaar oude debuut, valt op hoe de stem van Fenne Lily zich heeft ontwikkeld. Ze zingt nog steeds zacht, maar er zit veel meer warmte en diepte in de zang op het nieuwe album. Ook de songs van de Britse muzikante zijn een stuk volwassener, wat ook niet zo gek is wanneer je je beseft dat ze een deel van de songs op haar debuutalbum schreef toen ze 15 jaar oud was. 

Haar vorige albums waren zoals gezegd uitstekend, maar ik vind Win Win in alle opzichten nog net wat beter. Fenne Lily is een stuk minder bekend dan de grote namen in de indiefolk en omliggende genres, maar met Win Win heeft ze een album gemaakt dat de concurrentie in het genre moeiteloos aankan. Na haar uitstekende vierde album ga ik Fenne Lily in ieder geval niet meer vergeten. Erwin Zijleman

De muziek van Fenne Lily is ook verkrijgbaar via de Bandcamp pagina van de Britse muzikante: https://fennelily.bandcamp.com/album/win-win.


Win Win van Fenne Lily is verkrijgbaar via de Mania webshop: