29 augustus 2026

Review: Carly Pearce - Honest Woman

Ik heb Carly Pearce heel hoog zitten sinds de inmiddels vijf jaar oude EP 29 en met haar nieuwe album Honest Woman bevestigt de muzikante uit Nashville nogmaals dat ze behoort tot het beste dat de country(pop) momenteel te bieden heeft.
Het is enorm dringen binnen de countrymuziek van het moment en zeker binnen de countrypop. Carly Pearce maakte indruk in het genre met haar vorige twee albums en doet dat opnieuw met het deze week verschenen album Honest Woman. De muzikante uit Nashville past met haar albums in het hokje countrypop, maar ook Honest Woman is meer country dan pop. Bijgestaan door een aantal geweldige muzikanten uit Nashville zet Carly Pearce een warm en authentiek klinkend geluid neer, waarin haar mooie stem uitstekend gedijt. De Amerikaanse muzikante overtuigt ook dit keer makkelijk met aansprekende en persoonlijke songs en levert wederom een topalbum af.



De biografie van de Amerikaanse muzikante Carly Pearce leest als een filmscript. Ze groeide op in een muzikaal gezin op het Amerikaanse platteland in Kentucky, speelde al op heel jonge leeftijd in een bluegrass band, zocht op haar zestiende haar geluk in Tennessee en kreeg een baantje als zangeres in het themapark Dollywood en vertrok op haar negentiende naar Nashville, waar ze kennismaakte met de harde en meedogenloze muziekindustrie van de Amerikaanse muziekhoofdstad. 

Lange tijd leek het er niet op dat Carly Pearce het zou gaan maken in Nashville, maar de kennismaking met de talentvolle producer Busbee veranderde alles en na zeven zware jaren in Nashville lachte het succes haar eindelijk toe. Dat was in 2017, maar mijn eerste kennismaking met de muziek van Carly Pearce stamt uit 2021, toen ze eerst de EP 29 en later het album 29: Written in Stone uitbracht. 

Ook het huwelijk van Carly Pearce zou niet misstaan in het bovengenoemde filmscript en resulteerde in een indrukwekkend breakup album. 29: Written in Stone was ook in muzikaal opzicht een indrukwekkend album. Het album klonk door een flink aantal zwaargewichten uit de muziekscene van Nashville fantastisch, maar ook Carly Pearce zelf maakte indruk met een mooie stem en een goed gevoel voor songs die zowel liefhebbers van authentiek klinkende countrymuziek als liefhebbers van countrypop aanspreken. 

Met het album hummingbird schaarde Carly Pearce zich in 2024 definitief onder de smaakmakers binnen de country(pop) en kreeg ze ook in Nederland voet aan de grond. Van hummingbird verscheen vorig jaar nog een luxe-editie met extra songs, maar deze week is het alweer tijd voor een nieuw album van Carly Pearce. Honest Woman voegt nog eens zestien songs en ruim vijftig minuten muziek toe aan het werk van de muzikante uit Nashville en ook op haar nieuwe album maakt Carly Pearce weer makkelijk indruk. 

Ook Honest Woman bevat weer zeer persoonlijke songs, die met veel gevoel worden vertolkt. Carly Pearce beschikt wat mij betreft over een van de mooiste stemmen binnen de countrymuziek van het moment en haar stem heeft sinds haar vorige album alleen maar aan kracht, souplesse en gevoel gewonnen. 

Net als op 29: Written in Stone en hummingbird maakt Carly Pearce muziek die aansluit bij de countrypop van het moment, maar het is countrypop waarin de country het ruimschoots wint van de pop. De Amerikaanse muzikante is haar wortels in de traditionele country en bluegrass niet vergeten en ook de countrypop die in de jaren 90 op de kaart werd gezet door Shania Twain heeft absoluut invloed gehad op de songs op Honest Woman. 

Het nieuwe album van Carly Pearce zal ook zeker in de smaak vallen bij de liefhebbers van pure Amerikaanse rootsmuziek, want het album bevat flink wat songs waarin de invloeden uit de pop minimaal zijn. Net als op haar vorige albums heeft Carly Pearce een aantal fantastische muzikanten om zich heen verzameld, wat een vol, warm en authentiek klinkend countrygeluid oplevert. 

Het is een geluid dat verder wordt opgetild door de geweldige stem van de muzikante uit Nashville en door de persoonlijke verhalen die ze vertelt in de zeer aansprekende songs op het album. Carly Pearce kreeg het misschien niet voor niets in Nashville, maar met Honest Woman bevestigt ze nog eens dat ze inmiddels de ster is die ze al op jonge leeftijd wilde zijn. Erwin Zijleman


Honest Woman van Carly Pearce is verkrijgbaar via de Mania webshop:


28 augustus 2026

Review: Chelsea Wolfe - The Dark

Chelsea Wolfe maakt inmiddels twintig jaar muziek die varieerde van mooi en breekbaar tot donker en dreigend en ook op haar deze week verschenen album The Dark laat de Amerikaanse muzikante weer nieuwe dingen horen.
Ik was benieuwd welke kant Chelsea Wolfe op zou gaan na haar prachtige album She Reaches Out to She Reaches Out to She uit 2024, waarop ze een soort dwarsdoorsnede uit haar complete oeuvre liet horen. Het antwoord op de vraag krijgen we deze week met The Dark. Het is een album dat nog altijd varieert van uiterst ingetogen tot zeer zwaar aangezet, maar zo toegankelijk klonk de muziek van Chelsea Wolfe nog niet eerder. Van muzikale uitverkoop is echter geen sprake, want ook op The Dark zingt ze de sterren van de hemel en laat ze in muzikaal opzicht nog altijd muziek met haar uit duizenden herkenbare stempel horen. Wederom een prachtalbum van Chelsea Wolfe derhalve.



De Amerikaanse muzikante Chelsea Wolfe heeft de afgelopen twintig jaar een fraai en inmiddels behoorlijk omvangrijk oeuvre opgebouwd. Het is een oeuvre waarin ze net zo makkelijk donkere en dreigende muziek om heel bang van te worden maakt, maar ze kan ook uit de voeten met betoverend mooie klanken die het oor zacht strelen. Het zijn twee uitersten die soms worden verdeeld over albums, maar ook samen kunnen komen op een album. 

Ik leerde Chelsea Wolfe zelf kennen in 2012 toen ze het album Unknown Rooms met akoestische songs uitbracht, maar vervolgens maakte ik ook kennis met haar door donkere gitaarmuren gekenmerkte muziek. Ruim twee jaar geleden verscheen het album She Reaches Out to She Reaches Out to She, waarop Chelsea Wolfe haar hele oeuvre samenvatte en haar meest veelzijdige album tot dusver maakte. Deze week is de Amerikaanse muzikante terug met The Dark en voegt ze een volgend fascinerend album toe aan haar werk. 

Op She Reaches Out to She Reaches Out to She werkte de Californische zangeres samen met TV On The Radio’s Dave Sitek als producer en die samenwerking smaakte wat mij betreft naar veel meer. Daar dacht de Californische muzikante zelf kennelijk anders over, want op The Dark werkt ze samen met producer Jennifer Decilveo, die onder andere werkte met Bat for Lashes, Porridge Radio, Miley Cyrus en Angelique Kidjo. 

Het zorgt ervoor dat The Dark toch weer anders klinkt dan het vorige album van Chelsea Wolfe. The Dark is net als She Reaches Out to She Reaches Out to She een veelzijdig album, maar waar het vorige album klonk als een dwarsdoorsnede van alle eerder albums, hoor ik op het nieuwe album ook nieuwe wegen. Als ik moet omschrijven wat er anders is op The Dark kom ik vooral uit bij de toegankelijkheid van de songs. 

Waar de muziek van Chelsea Wolfe in het verleden best zwaar en ontoegankelijk kon zijn, klinken de songs op het nieuwe album een stuk lichter en toegankelijker, wat niet betekent dat Chelsea Wolfe opeens lichtvoetige popmuziek maakt. Haar songs hadden in het verleden wel vaker een folky karakter en dat is ook te horen op The Dark. Een aantal songs is voorzien van vooral organische en sfeervolle klanken, maar de wat dreigende klankentapijten die we van haar kennen zijn nooit ver weg. 

Zoals de titel van het album al doet vermoeden is ook The Dark een album met vooral donkere tinten, maar zo dreigend en beangstigend als in het verleden is het niet. Producer Jennifer Decilveo heeft de scherpe randjes en ruwe kantjes er wat afgevijld, maar The Dark is nog altijd een typisch Chelsea Wolfe album. 

Het is een album waarop de mooie en veelzijdige stem van de Amerikaanse muzikante overigens prachtig klinkt en dat geldt zowel voor de ingetogen passages als voor de passages waarin de gitaarmuren toch weer opduiken. Het is niet alleen een mooi, maar ook uniek stemgeluid.

Op The Dark krijgt Chelsea Wolfe gezelschap van een aantal aansprekende muzikale gasten, onder wie leden van Nine Inch Nails, Queens of the Stone Age en Air en meesterdrummer Matt Chamberlain, maar hun bijdragen hebben niet heel veel invloed op het zo karakteristieke geluid van Chelsea Wolfe. Bij de eerste beluistering van The Dark vroeg ik me af of de muziek van de Amerikaanse muzikante dit keer niet te weinig onderscheidend is, maar inmiddels kan ik concluderen dat ze nog altijd unieke en bijzonder mooie muziek maakt. Erwin Zijleman

De muziek van Chelsea Wolfe is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://chelseawolfe.bandcamp.com/album/the-dark.


The Dark van Chelsea Wolfe is verkrijgbaar via de Mania webshop:



Review: Ok Cowgirl - Rhinestone Cowgirl

De Amerikaanse topproducer Alex Farrar heeft het maar druk met al die gruizige gitaarbands met een liefde voor Amerikaanse rootsmuziek, maar met Rhinestone Cowgirl van Ok Cowgirl heeft hij een prachtalbum geproduceerd.
Invloeden uit de indierock en de Amerikaanse rootsmuziek, gruizige gitaren en een mooie en opvallende vrouwenstem, die persoonlijke teksten vertolkt, zijn de belangrijkste ingrediënten van flink wat albums op het moment. De beste van deze albums zijn ook nog eens geproduceerd door Alex Farrar en die nam ook de productie van Rhinestone Cowgirl van Ok Cowgirl voor zijn rekening. Het is een album dat een inmiddels bekend geluid laat horen, maar de band uit Brooklyn, New York, tikt wat mij betreft een hoog niveau aan en voegt wat toe aan alles dat er al is. Rhinestone Cowgirl is bovendien een album dat mooier en interessanter wordt wanneer je het vaker hoort.



Deze week verscheen het tweede album van de Amerikaanse band Ok Cowgirl, die in 2024 debuteerde met het album Couldn't Save Us From My Gut. Het debuutalbum van de band uit Brooklyn, New York, heeft volgens mij niet heel veel aandacht gekregen, terwijl het album werd geproduceerd door Alex Farrar, die dankzij zijn werk voor onder andere Wednesday, MJ Lenderman, Indigo De Souza, Snail Mail, Waxahatchee en Squirrel Flower behoort tot de meest gevraagde producers van het moment en bijna alles dat hij aanraakt in goud laat veranderen. 

Ook voor het tweede album verruilde Ok Cowgirl de thuisbasis in Brooklyn tijdelijk voor de studio van Alex Farrar in Asheville, North Carolina. Ok Cowgirl is een vijfkoppige band, maar de belangrijkste schakel van de band is frontvrouw Leah Lavigne. Ze tekende voor alle songs op het nieuwe album van haar band, nam de zang voor haar rekening en droeg bij aan zowel het gitaarwerk als de keyboards op Rhinestone Cowgirl. 

Een deel van de Amerikaanse muziekpers heeft het tweede album van de band uit New York opgepikt de afgelopen week, en dat begrijp ik wel. Ok Cowgirl heeft een album gemaakt met de momenteel populaire mix van indierock en Amerikaanse rootsmuziek en beschikt over een aantal sterke troefkaarten. 

Leah Lavigne laat op het tweede album van haar band horen dat ze een uitstekende songwriter is en ik vind haar ook een prima zangeres. Ze beschikt over een stem die op een aangename wijze onvast klinkt, zoals ook Adrianne Lenker dat heeft, maar ik vind haar een betere zangeres dan de Big Thief zangeres. De zang van Leah Lavigne past goed bij het ruwe en gruizige geluid van Ok Cowgirl, maar doet het ook uitstekend in de songs die opschuiven richting Americana. 

Er hebben maar liefst vijf gitaristen bijgedragen aan Rhinestone Cowgirl, onder wie Alex Farrar. Het wekt daarom geen verbazing dat het tweede album van Ok Cowgirl beschikt over een lekker vol gitaargeluid. Het is een gitaargeluid dat de songs van de Amerikaanse band steeds net wat anders inkleurt, waardoor Rhinestone Cowgirl de aandacht makkelijk vasthoudt. 

Ik geloof zelf zeer in de meerwaarde van een goede producer en hoor die meerwaarde in de productie van Alex Farrar, die het album heeft voorzien van een gloedvol geluid. Het zit af en toe redelijk dicht in de buurt bij een band als Wednesday, maar het tweede album van Ok Cowgirl heeft absoluut bestaansrecht. 

Ik hou van de gruizige en wat stevigere songs op Rhinestone Cowgirl, maar ook als de band gas terugneemt klinkt het allemaal erg mooi en is de stem van Leah Lavigne zelfs nog wat mooier. In de meer ingetogen songs op het album is het geluid van de band bovendien wat eigenzinniger. 

Het wordt langzaam maar zeker wel wat druk in dit segment, dat een paar jaar geleden Big Thief als belangrijkste representant had, maar Ok Cowgirl verdient op basis van de kwaliteit van Rhinestone Cowgirl absoluut een plekje tussen de bands die we in de gaten moeten houden. Ik had het album zelf een tijdje op de reservelijst staan, maar nu ik het vaker heb gehoord ben ik best gehecht geraakt aan dit aangename gitaaralbum en aan de stem en de songs van de talentvolle Leah Lavigne. Zeker fans van Wednesday moeten hier eens naar luisteren. Erwin Zijleman

De muziek van Ok Cowgirl is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse band: https://okcowgirl.bandcamp.com/album/rhinestone-cowgirl.



27 augustus 2026

Review: Elanor Moss - The Knife, The Needle

Fluisterzachte albums als The Knife, The Needle trekken wat minder makkelijk de aandacht, maar het debuutalbum van de Britse muzikante Elanor Moss blijkt een album van een bijzondere intimiteit en schoonheid.
Met name de Amerikaanse muziekpers was de afgelopen week lovend over het debuutalbum van Elanor Moss. Dat is bijzonder, want de muziek van de muzikante uit Londen klinkt vooral Brits. Haar debuutalbum The Knife, The Needle bevat flink wat invloeden uit de traditionele Britse folk, maar het is ook een album dat in het hier en nu opvalt. Dat doet het album allereerst met de bijzondere stem van Elanor Moss, maar ook de muziek op The Knife, The Needle maakt indruk met zeer subtiele en ook bijzonder fraaie details van strijkers en blazers. Het is een album waar je even voor moet gaan zitten, maar vervolgens openbaart zich een in alle opzichten wonderschoon album.



Je hebt albums die overdag nauwelijks opvallen, maar die tot leven komen wanneer de zon onder is. The Knife, The Needle van Elanor Moss is zo’n album. De songs van de Britse muzikante vervliegen makkelijk wanneer ze op de achtergrond klinken, maar luister met volledige aandacht naar het debuutalbum van de muzikante uit Londen en het blijkt een album van een bijzondere schoonheid en die schoonheid komt nog wat beter tot zijn recht wanneer het daglicht is verdwenen. 

Elanor Moss maakte de afgelopen jaren twee EP’s, maar The Knife, The Needle is mijn eerste kennismaking met haar muziek. Het is muziek die past in het hokje folk en het is wat traditioneel aandoende folk. Daar ben ik lang niet altijd gek op, maar ik vind het debuutalbum van Elanor Moss in alle opzichten een opzienbarend en wonderschoon album. 

Het eerste wat opvalt bij beluistering van The Knife, The Needle is de stem van Elanor Moss. De Britse muzikante zingt zacht en ingetogen, maar ze zingt ook met veel gevoel en precisie. Het doet wel wat denken aan de grote Britse folkies van weleer, maar de zang van Elanor Moss heeft een duidelijk eigen geluid, wat deels wordt bepaald door het feit dat ze geen noot te veel zingt. 

Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je hoe mooi en intiem de zang is op The Knife, The Needle. Het is zang die je makkelijk weet te raken, want de Britse muzikante legt zoals gezegd veel emotie in haar stem. Het is een stem die het goed doet in een sobere muzikale setting, want de zachte zang wordt makkelijk overstemd. 

The Knife, The Needle is aan de ene kant voorzien van een relatief sobere instrumentatie, want ook de klanken op het album zijn over het algemeen zacht en ingetogen. Het is aan de andere kant ook een instrumentatie met een uniek eigen karakter en schoonheid. De songs van Elanor Moss hebben in de basis genoeg aan haar akoestische gitaar en haar stem, maar de muziek op het album is vervolgens verrijkt met een flink assortiment strijkers en blazers, die het album voorzien van een uniek karakter. Ook de bijdragen van de strijkers en blazers zijn vooral zacht, waardoor muziek en zang fraai in balans zijn. Ook de muziek op het album hoor je het best via de koptelefoon, want veel bijdragen zijn uiterst subtiel. 

The Knife, The Needle trekt niet alleen de aandacht met de prachtige muziek en de even mooie stem van Elanor Moss, maar ook met haar songs. Het zijn songs met mooie, soms poëtische en soms persoonlijke teksten en het zijn zonder uitzondering songs die zich in een laag tempo voortslepen. Het zijn intieme songs die zich, zeker wanneer de liefde voor traditionele folk niet heel groot is, langzaam opdringen, maar wanneer je eenmaal wordt gegrepen door het debuutalbum van Elanor Moss, laat het album je niet meer los. 

Het doet me af en toe wel wat denken aan Little Black Numbers, het doorbraakalbum van de Britse folkie Kathryn Williams, al klonk dat album niet zo verstild als The Knife, The Needle. De songs van Elanor Moss houden je een ruim half uur in een wurggreep en dat is ook genoeg, want de songs op haar debuutalbum vragen om aandachtige beluistering en dat kost energie, zeker als je niets wilt missen van alle subtiele versieringen op het album. Misschien meer een album voor de herfst of de winter, maar wacht even tot het donker is en dit album doet wonderen. Erwin Zijleman

De muziek van Elanor Moss is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Britse muzikante: https://elanormoss.bandcamp.com/album/the-knife-the-needle.


The Knife, The Needle van Elanor Moss is verkrijgbaar via de Mania webshop:



Review: Brennan Wedl - Brennan Wedl

De Amerikaanse muzikante Brennan Wedl begint op haar debuutalbum bij indierock zoals die in de jaren 90 werd gemaakt, maar het album ontwikkelt zich vervolgens tot een potentiële klassieker binnen de Amerikaanse rootsmuziek.
Met name de Amerikaanse muziekpers is razend enthousiast over het deze week verschenen debuutalbum van Brennan Wedl. Dat hoorde ik er bij beluistering van de eerste tracks op het album, die dicht tegen de 90s indierock aanzitten, nog niet direct aan af, maar wanneer de Amerikaanse rootsmuziek de overhand krijgt op het album overtuigt Brennan Wedl steeds meer en begrijp ik de superlatieven. De Amerikaanse muzikante maakt indruk met mooi gitaarwerk en een geweldige stem, waarna de lekker in het gehoor liggende songs en de fraaie productie van Brad Cook en Katie Crutchfield de rest doen. Blijf vooral luisteren, want dit album wordt steeds beter.



Het deze week verschenen titelloze debuutalbum van Brennan Wedl heb ik de afgelopen dagen een paar keer opgepakt, weggelegd en weer opgepakt. Toen ik het album vorige week voor het eerst kort beluisterde vond ik het aardig maar niet heel onderscheidend, maar door de zeer positieve recensies van met name de Amerikaanse muziekmedia werd ik toch weer op het spoor gezet van het album. 

Sindsdien werd ik wat heen en weer geslingerd en dat had niet zo veel te maken met de kwaliteit van het album, maar lag meer aan het genre waarin Brennan Wedl lijkt te opereren. Op haar debuutalbum hoor je op het eerste gehoor en zeker in de eerste paar tracks vooral songs die zijn geïnspireerd door de indierock zoals die in de jaren 90 werd gemaakt. Het zijn songs die lekker klinken en hoorbaar vakkundig zijn gemaakt, maar er is de laatste jaren zoveel door 90s indierock beïnvloede muziek gemaakt dat ik wat verzadigd ben geraakt. 

Ik ben blij dat ik het ben blijven proberen en vooral langer ben blijven luisteren, want het debuutalbum van Brennan Wedl wordt niet alleen overtuigender maar vooral ook veelzijdiger wanneer je er vaker naar luistert. De muzikante uit Nashville, Tennessee, bracht in 2019 haar eerste EP uit, maar heeft lang gewacht met het uitbrengen van haar debuutalbum. Ze heeft in de tussenliggende jaren kennelijk wel een stevige reputatie opgebouwd, want er zijn niet veel startende muzikanten die Brad Cook en Katie Crutchfield (Waxahatchee) weten te strikken als producers. 

Het zijn producers die wel raad weten met een lekker stevig gitaargeluid en het debuutalbum van Brennan Wedl klinkt dan ook fantastisch. Dat geldt ook voor de stem van Brennan Wedl, die krachtig genoeg is om overeind te blijven in het gitaargeweld, maar ook kan doseren en gevoel kan laten horen. 

Zeker toen ik het album wat vaker had gehoord raakte ik steeds meer gehecht aan het uitstekende gitaarwerk op het album, dat niet alleen aansluit bij de indierock uit de jaren 90, maar ook bij de mix van Amerikaanse rootsmuziek en indierock, die de afgelopen jaren, bijvoorbeeld door een band als Wednesday flink aan populariteit heeft gewonnen en bij wat meer ingetogen Amerikaanse rootsmuziek. 

Producers Brad Cook en Katie Crutchfield hebben iets moois gemaakt van het gitaargeluid op het album, maar duwen de songs van Brennan Wedl naarmate het album vordert veel vaker de kant op van de Amerikaanse rootsmuziek. De invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek hoor je het duidelijkst wanneer smaakvolle accenten van de dobro en de pedal steel zijn toegevoegd, maar ook het gitaarwerk is verrassend veelkleurig en schakelt makkelijk tussen 70s hardrock, 90s indierock en ruwe Amerikaanse rootsmuziek van dit moment. 

Zeker met de meer roots georiënteerde songs schuift Brennan Wedl op richting de muziek die haar producer Katie Crutchfield maakt onder de naam Waxahatchee, maar ook richting de muziek van bijvoorbeeld Lucinda Williams, en dat vind ik de beste songs op het album. 

Het is een album dat je makkelijk op het verkeerde been zet bij snelle beluistering, want op basis van de eerste drie tracks plak je makkelijk het etiket “90s indierock” op het album, terwijl het uiteindelijk meer een rootsalbum is. In de rootssongs vind ik de stem van Brennan Wedl nog wat overtuigender en vind ik ook haar geluid mooier. Maak dus niet dezelfde fout als ik, maar begin eens bij track 4. Erwin Zijleman

De muziek van Brennan Wedl is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://brennanwedl.bandcamp.com/album/brennan-wedl.


Brennan Wedl van Brennan Wedle 
is verkrijgbaar via de Mania webshop:



26 augustus 2026

Review: Tony Hannah - Love It Or Leave It

De Amerikaanse muzikante Tony Hannah zoekt op haar debuutalbum onder andere de inspiratie bij de countrymuziek van de jaren 70 en eert op Love It Or Leave It op fraaie en overtuigende wijze haar muzikale helden.
Het aanbod binnen de Amerikaanse rootsmuziek is nog altijd zo groot dat het ondoenlijk is om alles te beluisteren. Gelukkig heb ik meerdere tipgevers, die me af en toe ook buiten de gebaande paden op het juiste spoor zetten. Love It Or Leave It van Tony Hannah zou ik zonder deze tipgevers waarschijnlijk nooit hebben ontdekt, maar ik ben blij met dit album. Het biedt een mooie mix van nostalgische en eigentijdse countrymuziek, staat in muzikaal opzicht als een huis en Tony Hannah beschikt ook nog eens over een hele mooie stem. Ik luister niet vaak naar dit soort albums en moest er even in komen, maar inmiddels heb ik wel wat met dit uitstekende debuutalbum.



De promotor van Amerikaanse rootsmuziek die me de afgelopen weken op het spoor zette van onder andere Bronwyn en Stephanie Sammons, heeft ook de komende weken veel moois te bieden, maar tussen de releases van deze week vond ik ook nog een interessant album. 

Op basis van de cover zou ik Love It Or Leave It van Tony Hannah waarschijnlijk niet uitgekozen hebben voor beluistering, maar het Engelse gezegde “don’t judge a book by its cover” is er niet voor niets. De cover van het debuutalbum van Tony Hannah roept bij mij associaties op met popalbums uit de jaren 70 en niet met de beste popalbums, maar met pop heeft de muziek van Tony Hannah niets te maken. De jaren 70 hoor ik wel met enige regelmaat terug in haar muziek, maar ze blijft hier zeker niet in steken. 

Er is op het internet niet zo gek veel te vinden over Tony Hannah en haar muziek. Op haar bandcamp pagina staan een paar mooie uitspraken, maar deze pagina is al een aantal jaren niet meer bijgewerkt en lijkt daarom niet heel relevant. Ik doe normaal gesproken niets met persberichten bij albums, maar nood breekt wet voor het verschaffen van net wat meer achtergrond. 

Uit het persbericht bij Love It Or Leave It weet ik dat Tony Hannah grote countryzangeressen als Loretta Lynn, Dolly Parton en Linda Ronstadt bewondert, dat ze opgroeide als dochter van een dominee in Tennessee en dat ze de afgelopen jaren overal en nergens woonde en de meest uiteenlopende banen had, variërend van fabrieksarbeider tot model. Ik vermoed dat ze momenteel in Nashville is neergestreken, waar ze in ieder geval samenwerkte met producer Elijah Ocean en songwriter Brennen Leigh. 

Het is niet veel informatie, maar gelukkig spreekt de muziek van Tony Hannah voor zich. Op Love It Or Leave It maakt de Amerikaanse muzikante geen geheim van haar muzikale helden, want countrymuziek uit de jaren 70 speelt een zeer voorname rol op het album. Dat hoor je zeker in de muziek, die warm, authentiek en smaakvol klinkt. Het is muziek met hier en daar wat zoete accenten, precies zoals dat hoort in countrymuziek uit de jaren 70. 

Zeker wanneer strijkers worden ingezet dreigt overdaad, maar Tony Hannah blijft altijd aan de goede kant van de streep tussen goede smaak en kitsch. Ik had vroeger niet veel met countrymuziek uit de jaren 70, maar Love It Or Leave It klinkt niet alleen nostalgisch maar ook zeer aangenaam, zeker wanneer de snareninstrumenten het voortouw nemen en lekker mogen soleren. 

Bij countrymuziek uit de jaren 70 hoort een stem met een stevige snik en daar laat Tony Hannah het afweten. Daar ben ik persoonlijk blij mee, want die snik heb ik meestal snel gehoord, terwijl de mooie en warme stem van Tony Hannah makkelijk een album lang vermaakt en overtuigt. Love It Or Leave It is het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante, maar de zang op het album doet vermoeden dat Tony Hannah al heel wat vlieguren heeft gemaakt als zangeres. 

Haar mooie stem zorgt ervoor dat Love It Or Leave It de concurrentie met andere albums die de inspiratie zoeken bij countrymuziek uit de jaren 70 makkelijk aankan en ook binnen het aanbod van Amerikaanse rootsmuziek in bredere zin springt het debuutalbum van Tony Hannah er wat mij betreft makkelijk uit. En die cover heeft uiteindelijk ook wel wat. Erwin Zijleman



25 augustus 2026

Review: Squirrel Flower - Say a Prayer to the Gods of Getting Going

Squirrel Flower leverde de afgelopen jaren drie hele mooie albums af, maar de rek is er nog niet uit, zoals is te horen op het deze week verschenen album Say a Prayer to the Gods of Getting Going, dat de lat nog wat hoger legt.
Iedereen die de muziek van Ella O’Connor Williams kent, weet dat ze als Squirrel Flower met I Was Born Swimming, Planet (i) en Tomorrow’s Fire al drie hele mooie albums maakte. Het deze week verschenen Say a Prayer to the Gods of Getting Going vind ik nog wat mooier. Naast de gruizige kant is ook de wat meer ingetogen kant van de muziek van Squirrel Flower wat meer uitgewerkt, wat prachtig klinkende songs oplevert. Het zijn songs die zich qua sfeer, muziek en zang makkelijk weten te onderscheiden binnen de indiescene van het moment, waardoor het alleen maar een kwestie van tijd is voordat Squirrel Flower in één adem wordt genoemd met de grote namen in het genre.



Haar mini-album Early Winter Songs from Middle America uit 2015 heb ik niet opgemerkt, maar sinds het begin van 2020 volg ik de muzikale verrichtingen van de Amerikaanse muzikante Ella O’Connor Williams op de voet. In de eerste maand van 2020 verscheen immers, aan de vooravond van de coronapandemie, het debuutalbum van de muzikante die destijds Boston, Massachusetts, als thuisbasis had. 

Onder de naam Squirrel Flower leverde Ella O’Connor Williams met I Was Born Swimming een prachtig debuutalbum af. Het is een album met een donkere of zelfs wat desolate sfeer, waarin verstilde passages worden afgewisseld met gruizige gitaren en de muziek vaak wat psychedelisch, maar soms ook folky klinkt. De fraaie klanken worden gecombineerd met de zeer overtuigende stem van Ella O’Connor Williams, die de dynamiek in de muziek doortrekt in haar geweldige zang. 

Ik noemde in 2020 Julien Baker, Phoebe Bridgers en Lera Lynn als vergelijkingsmateriaal en dat zijn alle drie persoonlijke favorieten. Met Planet (i) en Tomorrow’s Fire leverde Squirrel Flower in 2021 en 2023 nog twee uitstekende albums af, waarop ze af en toe opschoof richting indierock, maar ook de meer ingetogen songs en een zwak voor psychedelica niet vergat. 

De Amerikaanse muzikante erkende op haar eerste drie albums het belang van een goede producer en werkte achtereenvolgens met Gabe Wax, Ali Chant en de zeer gewilde Alex Farrar, die haar albums nog wat verder optilden. Ik vind de eerste drie albums van Squirrel Flower zo goed dat ik vorig jaar ook stilstond bij het live-album Live At Top Note Theatre, dat toch vooral als een tussendoortje moet worden gezien, maar door de uiterst sobere setting een extra dimensie toevoegde aan de songs van Squirrel Flower. 

Ella O’Connor Williams heeft inmiddels al een tijd Chicago, Illinois, als thuisbasis, maar nam ook haar nieuwe album weer op in Asheville, North Carolina, al werd de ruwe basis voor het album gelegd in Wisconsin. Ook op het deze week verschenen album Say a Prayer to the Gods of Getting Going is er een rol weggelegd voor Alex Farrar, die heeft bijgedragen aan de productie, maar ook een deel van de instrumentatie voor zijn rekening heeft genomen. 

Het nieuwe album van Squirrel Flower werd opgenomen met een redelijk compacte band en ligt grotendeels in het verlengde van de uitstekende voorganger Tomorrow’s Fire. Ook op haar nieuwe album wisselt Squirrel Flower wat stevigere en gruizige songs af met zeer ingetogen folky songs en ook dit keer zijn invloeden uit de psychedelica niet heel ver weg. De balans slaat dit keer wel overtuigend door in de richting van meer ingetogen en vaak bezwerende songs, die door Alex Farrar prachtig zijn opgenomen. 

Ik was zes jaar geleden al zeer gecharmeerd van de stem van Ella O’Connor Williams, maar de zang op Say a Prayer to the Gods of Getting Going klinkt nog wat mooier dan die op de vorige albums. Het nieuwe album ligt zoals gezegd in het verlengde van zijn voorganger, maar ik hoor toch ook weer groei in de songs, die net als op de vorige albums zijn voorzien van een wat nevelige en vooral donkere sfeer. 

Squirrel Flower heeft nog niet dezelfde status als de grote namen in de indiescene van het moment, maar op basis van de kwaliteit van haar albums moet ze zeker worden gerekend tot de smaakmakers in het genre. Erwin Zijleman

De muziek van Squirrel Flower is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://squirrelflower.bandcamp.com/album/say-a-prayer-to-the-gods-of-getting-going.



24 augustus 2026

Review: Anna Graves - America’s Greatest Burnout

Ik kende de muziek van Anna Graves tot voor kort niet, maar haar mini-album uit 2024 en haar deze week verschenen debuutalbum America’s Greatest Burnout hebben daar op zeer aangename wijze verandering in gebracht.
Een enkele muziekwebsite noemde vorige week het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Anna Graves in de lijst met de nieuwe albums van deze week en een nog kleiner aantal muziekwebsites ging inhoudelijk in op het album. De beperkte aandacht voor America’s Greatest Burnout verbaast me, want dit zou een album moeten zijn dat het goed gaat doen de komende tijd. Anna Graves schrijft aantrekkelijke songs, heeft een even aantrekkelijk geluid en beschikt ook nog eens over een mooie stem. Zeker voor liefhebbers van een mix van country, folk en pop valt er heel veel te genieten op het debuutalbum van Anna Graves, die we absoluut in de gaten moeten gaan houden.



De Amerikaanse singer-songwriter Anna Graves bracht ruim twee jaar geleden het mini-album Solstice uit. Het mini-album van de muzikante uit Minnesota werd volgens mij niet heel breed opgepikt en ik vind er op het internet ook niet zo veel over terug, maar toen ik vorige week luisterde naar Solstice was ik eigenlijk best onder de indruk. 

Het mini-album van Anna Graves bevat zeven songs en het zijn allemaal songs die bijzonder lekker in het gehoor liggen. Het zijn songs op het snijvlak van folk, country en pop en het zijn songs die opvallen door de mooie inkleuring en vooral door de stem van Anna Graves. Het is een stem die, net als de songs en de muziek op Solstice, lekker in het gehoor ligt, maar de Amerikaanse muzikante weet me ook te raken met haar even mooie als gevoelige stem. 

Dat ik luisterde naar het inmiddels twee jaar oude mini-album van Anna Graves heeft alles te maken met de release van haar debuutalbum deze week. Op America’s Greatest Burnout laat Anna Graves horen dat ze zich de afgelopen twee jaar verder heeft ontwikkeld, want ik vind haar debuutalbum nog een stuk beter dan het op zijn minst veelbelovende mini-album uit 2024. 

De muzikante uit Minnesota profiteert zeker van de muzikanten en de producer waarover ze kon beschikken bij het opnemen van haar debuutalbum. Ik heb zowel de naam van producer Davis Naish als die van de muzikanten die zijn te horen op het album moeten googelen, maar het zijn stuk voor stuk zeer ervaren krachten in Nashville en dat hoor je op America’s Greatest Burnout. Op Solstice maakte Anna Graves twee jaar geleden indruk met haar songs, haar muziek en haar stem, maar op haar debuutalbum doet ze er nog op alle fronten een schepje bovenop. 

De zang op America’s Greatest Burnout klinkt net wat minder ruw dan op zijn voorganger, maar de stem van Anna Graves maakt nog altijd makkelijk indruk. De zang op het album is mooi en aangenaam, maar de muzikante uit Minnesota legt ook nog altijd veel gevoel in haar stem. Dat heeft vast alles te maken met het persoonlijke karakter van haar songs, die stilstaan bij de afgelopen tien jaar van haar leven en de roller coaster ride van de stappen die ze heeft gezet in de muziek en in haar leven als twintiger. 

De muziek op America’s Greatest Burnout klinkt wat voller, maar het is nog altijd muziek die zowel put uit de folk en de country als uit de pop. Het klinkt bijzonder aangenaam, zeker als de zon ook nog begint te schijnen en de pedal steel invalt, maar het is ook knap gemaakt. Je hoort op America’s Greatest Burnout dat Anna Graves is gegroeid als songwriter, want het album staat vol met songs die zich direct opdringen. 

Op een of andere manier doet America’s Greatest Burnout me wel wat denken aan de albums van Kacey Musgraves. De stem van Anna Graves lijkt niet op die van Kacey Musgraves, maar de twee delen wel het vermogen om flink wat pop toe te voegen aan hun songs, maar nog altijd muziek te maken die toch vooral zal worden geclassificeerd als Amerikaanse rootsmuziek. 

Door het grote aanbod in het genre is het altijd even afwachten welk album wordt opgepikt en welk album niet, maar als het gaat om kwaliteit is het oppikken van America’s Greatest Burnout van Anna Graves wat mij betreft een no-brainer. Erwin Zijleman

De muziek van Anna Graves is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://annagraves.bandcamp.com/album/americas-greatest-burnout.



Review: The Northern Belle - Even Cowgirls Get Sad

De Noorse band The Northern Belle heeft inmiddels een stapeltje fraaie albums gemaakt waarop Amerikaanse rootsmuziek wordt vermengd met pop en ook op Even Cowgirls Get Sad klinkt dat weer bijzonder aangenaam.
De albums van de uit het Noorse Oslo afkomstige band The Northern Belle staan inmiddels al een aantal jaren garant voor songs vol zonnestralen, maar het zijn ook songs met inhoud. Voor liefhebbers van pure Amerikaanse rootsmuziek is het misschien net wat te veel pop, terwijl liefhebbers van pure pop het waarschijnlijk net wat te veel rootsmuziek vinden, maar voor iedereen die houdt van de combinatie van de twee genres is het smullen. Dat is niet anders bij beluistering van het deze week verschenen album Even Cowgirls Get Sad, waarop The Northern Belle weer een aantal uitstekende songs toevoegt aan haar oeuvre en ons ook nog eens een opmerkelijke cover voorschotelt.



Aan het eind van 2020 haalde ik het album We Wither, We Bloom van de Noorse band The Northern Belle uit een jaarlijstje met vooral rootsmuziek. De band uit Oslo had vervolgens maar heel weinig tijd nodig om me te overtuigen van haar kwaliteiten. Noorse bands die rootsmuziek maken kiezen meestal voor wat donkere klanken en voor een flinke dosis melancholie, maar de muziek van The Northern Belle strooide ook driftig met zonnestralen. 

Nu was We Wither, We Bloom oorspronkelijk ook verschenen in de zomer, maar het album leek eerder gemaakt in Californië dan in Noorwegen. We Wither, We Bloom bleek al het derde album van The Northern Belle en ook voorgangers The Northern Belle uit 2015 en Blinding Blue Neon uit 2018 bleken uitstekende albums. 

We Wither, We Bloom werd in 2021 gevolgd door het album The Women in Me, dat ik vanwege de lengte van slechts 29 minuten aanzag voor een tussendoortje en bovendien voor een mini-album en daarom niet besprak op De Krenten uit de Pop. Daar kreeg ik later spijt van, want ook The Women in Me schudde de Noorse band de ene na de andere memorabele popsong uit de mouw. 

In 2024 was ik wel weer bij de les toen het zeer fraaie Bats in the Attic verscheen. Op dit album perfectioneerde de Noorse band haar bijzondere eigen geluid nog wat verder en wist het wat mij betreft genadeloos te verleiden met een mix van Amerikaanse rootsmuziek, Britse folk en Californische popmuziek, met songs die de zon lieten schijnen en met de geweldige stem van Stine Andreassen, die ook was te horen op de albums van de Noorse bands The Silver Lining en Darling West. 

Het is muziek waarvoor het hokje Nordicana werd bedacht en dat hokje werd me na Bats in the Attic nog wat dierbaarder. Deze week is een nieuw album van The Northern Belle verschenen en ook Even Cowgirls Get Sad is weer een album vol onweerstaanbaar lekkere Nordicana. 

Vijf jaar geleden maakte ik de fout om een wat korter album van de Noorse band te laten liggen, maar het nieuwe album van de band uit Oslo heb ik ondanks de beperkte speelduur van een kleine 28 minuten direct opgepikt. Ook op Even Cowgirls Get Sad steelt frontvrouw Stine Andreassen de show met haar bijzonder aangenaam klinkende stem, maar ook met de songs zit het dit keer weer goed. 

Ook op haar nieuwe album vermengt The Northern Belle invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek met invloeden uit de pop. Het zijn ook dit keer invloeden uit de Californische pop van weleer, maar de Noorse band verwerkt dit keer ook wat meer eigentijdse invloeden uit de pop. 

Liefhebbers van traditionele of pure Amerikaanse rootsmuziek zullen de songs op Even Cowgirls Get Sad waarschijnlijk te veel pop vinden, maar wat mij betreft zijn pop en roots op het nieuwe album van The Northern Belle voldoende in balans. Samen met een aantal gastmuzikanten zijn een aantal prima nieuwe songs opgenomen en die klinken stuk voor stuk bijzonder aangenaam. 

De meest bijzondere track op Even Cowgirls Get Sad is echter The Subway. De song van Chappell Roan is wat mij betreft een van de meest memorabele popsongs van 2025, maar ook de versie van The Northern Belle mag er zijn, al is het maar omdat de mooie stem van Stine Andreassen rust toevoegt aan de song en het vleugje rootsmuziek laat horen hoe knap de song van Chappell Roan is. Het is de kers op een wederom zeer smakelijke taart. Erwin Zijleman

De muziek van The Northern Belle is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Noorse band: https://thenorthernbelle.bandcamp.com/album/even-cowgirls-get-sad.



23 augustus 2026

Review: Dog Shaped - Reason

Dog Shaped uit New York debuteerde vorige maand met een EP die niet veel aandacht heeft gekregen, maar ik ben behoorlijk onder de indruk van het eigen geluid van de band en de bijzondere stem van Emily Cabarle.
Ik hoor niet vaak EP’s die zoveel belofte laten horen als de afgelopen maand verschenen EP Reason van Dog Shaped. Het project van singer-songwriter Emily Cabarle en de indierockband Sue Your Landlord heeft slechts zes tracks en zo’n twintig minuten nodig om een onuitwisbare indruk te maken. In die zes tracks verschiet het geluid van Dog Shaped meerdere keren van kleur en wordt het hele palet van ingetogen indiefolk tot lekker gruizige indierock bestreken. De band speelt prachtig, maar het is de stem van Emily Cabarle die op mij de meeste indruk maakt. Het is een stem die anders klinkt dan de meeste andere stemmen in de indiescene van het moment en het is een stem vol gevoel. Ik kijk nu al uit naar volgend werk van Dog Shaped of solowerk van Emily Cabarle.



Onlangs werd ik op het muziekplatform MusicMeter.nl getagd met de tekst “mocht je echt jong nieuw talent een kans willen geven is dit een bijzondere debuut-EP”. Nu besteed ik op De Krenten uit de Pop meestal geen aandacht aan EP’s, want er zijn al meer dan genoeg albums waar ik uit kan kiezen. Ik maak nog wel eens een uitzondering voor een mini-album, maar een totale speelduur van 20 minuten vind ik normaal gesproken echt te kort. 

Een aanbeveling op MusicMeter neem ik echter altijd serieus en ik heb absoluut een zwak voor nieuw talent, zeker als het vrouwelijke singer-songwriters betreft. Ik ben daarom toch gaan luisteren naar Reason van Dog Shaped, waarbij de opmerking van de tipgever dat de vrouw achter Dog Shaped livestreams organiseert waar vaak maar een handjevol bezoekers op afkomen, me nog wat extra motiveerde om naar haar muziek te luisteren. 

Dog Shaped is een project van de Amerikaanse muzikante Emily Cabarle, die begin dit jaar haar eerste twee singles op Spotify zette en een maand geleden haar eerste EP uitbracht. Reason duurt inderdaad maar twintig minuten, maar bevat wel zes songs, wat wel weer een respectabel aantal is. 

Er is op het internet maar heel weinig te vinden over Dog Shaped en nog minder over Emily Cabarle, maar ik vond op Spotify ook nog een viertal songs onder haar eigen naam, waarvan Callie ook terug te vinden is op de EP van Dog Shaped. Het solowerk van Emily Cabarle is vooral folky van aard en betrekkelijk sober ingekleurd. De songs van de muzikante uit Brooklyn, New York, vallen wel op door haar stem, die voor de afwisseling eens niet fluisterzacht is en lekker expressief klinkt. 

Het solowerk van Emily Cabarle is ruw, maar laat wat mij betreft wel de belofte van de Amerikaanse muzikante horen. Die belofte is ze voorbij op de EP van Dog Shaped, die een voller geluid en meer uitgewerkte songs laat horen. Het is zoals gezegd lastig om meer informatie te vinden over de EP van Dog Shaped, maar uit het enige artikel dat ik vond begrijp ik dat Emily Cabarle op Reason samenwerkt met de indierockband Sue Your Landlord. 

Het is een naam die ik nog niet eerder ben tegengekomen, wat niet gek is, want de band uit New York heeft tot dusver slechts een aantal singles uitgebracht. De band levert op Reason fraai werk af, want de songs van Dog Shaped zijn voorzien van mooie en zeer gevarieerde klanken. Het zijn klanken die niet al te makkelijk in een hokje zijn te duwen, want Reason schakelt makkelijk tussen indierock, indiefolk, indiepop, folkrock en rockmuziek uit de jaren 90. 

Het dynamische geluid van Sue Your Landlord vraagt wat meer van de stem van Emily Cabarle dan in haar ingetogen solowerk, maar dat is geen probleem voor de muzikante uit Brooklyn. De zang op Reason is zeer karakteristiek en hoe vaker ik naar Reason luister, hoe groter mijn zwak voor de stem van Emily Cabarle wordt. 

In muzikaal opzicht doet Dog Shaped af en toe wel wat denken aan Crowsdell, het miskende project van Shannon Wright, maar ik heb ook af en toe associaties met Bettie Serveert, al heeft Dog Shaped een duidelijk eigen sound. Het is een sound die zes songs lang indruk maakt en hopelijk de voorbode is van een debuutalbum dat in brede kring geprezen wordt. En zo was MusicMeter weer eens goed voor een geweldige tip. Erwin Zijleman


Review: Stephanie Sammons - Head Noise

Stephanie Sammons had er al een hele carrière op zitten toen ze naar Nashville trok om muziek te maken en laat op haar tweede album Head Noise horen dat ze binnen de Amerikaanse rootsmuziek absoluut een aanwinst is.
Head Noise van de uit Dallas, Texas, afkomstige singer-songwriter Stephanie Sammons is een album dat zich bijzonder makkelijk opdringt. Het tweede album van de Amerikaanse muzikante klinkt dankzij de inzet van een stel gelouterde muzikanten prachtig en ook de productie van het album verdient louter complimenten. Stephanie Sammons laat op haar tweede album horen dat ze niet voor niets een aantal prijzen in de wacht heeft gesleept, want ze schrijft uitstekende songs en beschikt over een hele mooie stem. Het mooie van Head Noise is dat het album een bijzondere rust uitstraalt, waardoor het album zich direct als de spreekwoordelijke warme deken om je heen slaat. Aanrader!



Er zijn nogal wat muziekwebsites die de Amerikaanse rootsmuziek een warm hart toedragen en daarnaast is er een heel leger aan promotoren, die me wekelijks of zelfs dagelijks op de hoogte houden van nieuwe releases in het genre. Het zijn releases die lang niet altijd in mijn muzikale straatje passen, want ik heb een duidelijke voorkeur voor vrouwenstemmen en ik hou over het algemeen niet van hele traditionele rootsmuziek. 

Het overkomt me dan ook niet vaak dat ik een handvol interessante nieuwe rootsalbums uit één nieuwsbrief haal, maar dit overkwam onlangs. Een van de albums die in deze nieuwsbrief werd aangeprezen is het album Head Noise van Stephanie Sammons. Het is het tweede album van de Amerikaanse muzikante, want in 2024 verscheen haar debuutalbum Time And Evolution, dat me destijds helaas niet is opgevallen, maar dat een mooi album is. 

De meeste muzikanten die hun geluk zoeken in Nashville zijn jong, maar Stephanie Sammons had er al een lange carrière op zitten toen ze twee jaar geleden haar debuutalbum uitbracht. Ze bouwde een succesvol eigen bedrijf op in de financiële sector, maar vergat haar liefde voor de muziek niet en koos voor een carrièreswitch. Stephanie Sammons is niet de eerste muzikante die op latere leeftijd een debuutalbum uitbracht, maar er zijn er niet veel die vervolgens ook succesvol zijn. 

Het debuutalbum van de muzikante uit Dallas, Texas, werd in 2024 echter goed ontvangen en uiteindelijk wist ze zelfs een aantal prijzen in de wacht te slepen, waaronder de prestigieuze New Folk award van het Kerrville Folk Festival. Het zorgt ervoor dat haar deze week verschenen tweede album net wat makkelijker de aandacht trekt dan haar debuutalbum en dat is volkomen terecht. 

Toen ik de achtergrondinformatie op haar website nog niet had bestudeerd, ging ik er al van uit dat Stephanie Sammons wat ouder is dan de meeste andere starters, want haar stem klinkt fraai doorleefd en het is bovendien een stem die rust uitstraalt. Stephanie Sammons zingt met veel gevoel en met veel souplesse, maar ik vind haar stem ook echt heel erg mooi, zeker wanneer ze varieert met klanken en doseert met kracht. Het is een stem die je kan meenemen of zelfs meeslepen in de songs van de Amerikaanse muzikante en een stem die is gemaakt voor sfeervol en stemmig ingekleurde rootssongs. 

Stephanie Sammons trok voor het opnemen van haar tweede album naar Nashville, waar ze de samenwerking zocht met producer Mary Bragg, die zelf ook een respectabel aantal albums op haar naam heeft staan. In de studio in Nashville kregen de twee gezelschap van een aantal ervaren muzikanten uit de Amerikaanse muziekhoofdstad, die naast bas, drums, piano en keyboards vooral gitaren en de pedal steel toevoegen aan het geluid van Stephanie Sammons. 

Het is een geluid dat vaak redelijk sober en ingetogen is, maar in een aantal songs klinken de gitaren net wat steviger en ook dit past bij de mooie stem van Stephanie Sammons. Ik was eigenlijk direct onder de indruk van de tijdloze rootsmuziek op Head Noise en van de mooie en emotievolle stem van Stephanie Sammons, maar ik merk dat het album me steeds dierbaarder wordt naarmate ik het vaker hoor. 

De Texaanse muzikante is in de muziek misschien een laatbloeier, maar ze laat op haar nieuwe album een niveau horen dat zeker niet standaard is binnen de Amerikaanse rootsmuziek. Het is een album dat naar veel meer smaakt. Erwin Zijleman


22 augustus 2026

Review: Westside Cowboy - It Goes On

De Britse band Westside Cowboy leverde ruim een half jaar geleden een opvallend goede EP af en laat op haar deze week verschenen debuutalbum It Goes On horen dat de hype die sindsdien is ontstaan volkomen terecht is.
Mijn muzikale radar is over het algemeen niet specifiek gericht op gitaarbands, maar als er iets bijzonders voorbij komt heeft het zeker mijn aandacht. De naam Westside Cowboy schreef ik begin dit jaar al eens op en nu is er het debuutalbum van de band, die zeker niet te klagen heeft over aandacht. Die aandacht is volkomen terecht, want It Goes On is een uitstekend album geworden. Westside Cowboy begint bij The Velvet Underground maar sleept er vervolgens een aantal decennia gitaarbands bij en voegt ook nog wat folk en country toe. Het geluid van de band is lekker energiek en valt op door de vaak meerstemmige zang en de stuwende ritmesectie, die het gitaargeluid van de band een extra impuls geven. Wat een heerlijk debuutalbum.



Helemaal aan het begin van dit jaar werd mijn aandacht getrokken door de EP So Much Country 'Till We Get There van de Britse band Westside Cowboy. De songs op deze 14 minuten durende EP waren niet allemaal even sterk, maar met name de openingstrack Strange Taxidermy vond ik behoorlijk indrukwekkend en maakte me nieuwsgierig naar de volgende verrichtingen van de band uit Manchester. 

Strange Taxidermy zou met een beetje fantasie van de hand van een band als Lankum of ØXN kunnen zijn, maar Westside Cowboy kon op de EP ook uit de voeten met country of met de erfenis van Britse en Amerikaanse gitaarbands uit de jaren 60, 70, 80 en 90. So Much Country 'Till We Get There trok een paar maanden geleden meer aandacht, waardoor de band mocht openen tijdens de tour van het als een komeet omhoog geschoten Geese. 

De afgelopen weken werd het vuurtje rond de band weer wat verder aangewakkerd, waardoor een bescheiden hype is ontstaan rond de release van het debuutalbum van Westside Cowboy. Die hype is volkomen terecht, want It Goes On is een album dat de hooggespannen verwachtingen wat mij betreft makkelijk waarmaakt. De band uit Manchester omschrijft haar muziek zelf als Britainicana en dat doet recht aan het verwerken van zowel Britse als Amerikaanse invloeden in de songs op het album.

It Goes On is een album dat invloeden bevat van allerlei bands uit het verleden, maar de muziek van de Britse band doet me het vaakst denken aan The Velvet Underground. Dat is een band die de afgelopen decennia wel vaker een belangrijke inspiratiebron was, maar Westside Cowboy slaagt er wat mij betreft in om een eigen draai te geven aan de inspiratie uit het verleden. De albumtitel It Goes On zou overigens zomaar een verwijzing kunnen zijn naar het album What Goes On van The Velvet Underground. 

It Goes On verwerkt subtiel invloeden uit de countrymuziek, maar refereert ook aan de muziek van talloze leuke Britse gitaarbands en dat zijn er zo veel dat het noemen van namen niet eens zo makkelijk is. Ook een Amerikaanse gitaarband als Pavement is overigens relevant vergelijkingsmateriaal. 

Westside Cowboy grossiert in songs die lekker in het gehoor liggen, maar die ook eigenzinnig klinken en hier en daar ontsporen. Gitaren spelen een voorname rol in het geluid van de Britse band, maar ook de prominente rol voor de ritmesectie valt op. Deze ritmesectie stuwt het tempo vaak lekker op, waardoor er veel vaart in de muziek van Westside Cowboy zit, maar ook als er gas wordt teruggenomen zijn de bijdragen van bas en drums belangrijk. 

Het gitaarspel van de twee gitaristen van de band is voldoende veelkleurig om Westside Cowboy een veelzijdig geluid te geven en dat wordt versterkt door het feit dat alle leden van de band bijdragen aan de zang. Gitarist Reuben Haycock neemt meestal het voortouw in de zang, maar ook de prachtige bijdragen van Aoife Anson O’Connell mogen niet onvermeld blijven. 

In een paar songs op It Goes On klinkt Westside Cowboy als het zoveelste leuke gitaarbandje, maar de meeste songs laten een band horen die iets toevoegt aan alles dat er al is. Alles is ook nog eens vakkundig geproduceerd door Loren Humphrey, die ik eigenlijk alleen ken als een van de vele producers van Blue Banisters van Lana del Rey, maar laat horen dat hij ook wel raad weet met een gitaarband. Een gitaarband die wel eens heel groot kan gaan worden. Erwin Zijleman

De muziek van Westside Cowboy is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Britse band: https://westsidecowboy.bandcamp.com/album/it-goes-on.


It Goes On van Westside Cowboy is verkrijgbaar via de Mania webshop: