09 augustus 2026

Review: Lucca Mae - The Truth Is

Het is dringen binnen de Britse popmuziek van het moment, zeker als het gaat om zangeressen met soul, maar Lucca Mae verdient met haar debuutalbum The Truth Is absoluut een plekje tussen de grote sterren van het moment.
The Truth Is van Lucca Mae is al even uit, maar langzaam maar zeker rijst de ster van de Britse muzikante. Dat is volkomen terecht, want ze beschikt over een geweldige stem. Het is een stem die is gemaakt voor de mix van soul, jazz, blues en pop op het album, maar het is ook een opvallende stem met een onweerstaanbaar lekker rauw randje. The Truth Is staat vol met aansprekende songs en het zijn songs die heel mooi en subtiel zijn ingekleurd. De muziek op het debuutalbum van Lucca Mae is heel smaakvol en biedt alle ruimte aan haar stem. Het Verenigd Koninkrijk beschikt momenteel over flink wat geweldige soulzangeressen en Lucca Mae hoort hier zeker bij.



Met name in het Verenigd Koninkrijk timmert Lucca Mae steeds nadrukkelijker aan de weg, maar ze heeft nog zeker niet dezelfde status als bijvoorbeeld Olivia Dean, Raye of Sienna Spiro. Dat kan volgens mij alleen maar een kwestie van tijd zijn, want op haar debuutalbum The Truth Is laat Lucca Mae horen dat ze heel veel te bieden heeft. 

Dat debuutalbum verscheen inmiddels vier maanden geleden en het verbaast me dat het, zeker in Nederland, behoorlijk stil is gebleven rond het album. Met The Truth Is heeft Lucca Mae immers een album gemaakt dat in de smaak moet kunnen vallen bij de fans van bijvoorbeeld Olivia Dean, Raye en Sienna Spiro, waarvan zeker de eerste twee inmiddels met gemak grote zalen vullen. 

Op haar debuutalbum maakt Lucca Mae muziek met vooral invloeden uit de soul en jazz, maar ook invloeden uit de blues en pop hebben hun weg gevonden naar het geluid van de Britse muzikante. Ik hoor in muzikaal opzicht wel wat overeenkomsten met de muziek van de eerder genoemde supersterren, maar het debuutalbum van Lucca Mae heeft zich wel wat meer laten beïnvloeden door soulmuziek uit de jaren 60 en 70 en laat niet veel raakvlakken met de R&B muziek van het moment horen. 

Ook invloeden uit de jazz zijn wat prominenter aanwezig, wat de wat nostalgische sfeer op het album versterkt en wat zorgt voor raakvlakken met het vorige maand verschenen debuutalbum van Sienna Spiro. Het doet me af en toe ook wel wat denken aan de muziek van Amy Winehouse, al is de muziek van Lucca Mae een stuk minder uitbundig. 

Wat direct opvalt is dat er in de meeste songs op het album redelijk subtiel en laidback wordt gespeeld, waardoor The Truth Is ook in de smaak zal vallen bij liefhebbers van jazz, blues en soul die niet veel hebben met pop. The Truth Is laat een warm geluid horen dat wat voller klinkt wanneer blazers worden ingezet, maar in alle songs laten de muzikanten die zijn te horen op het album veel ruimte open. 

Die open ruimte wordt gevuld met de stem van Lucca Mae en het is een stem om eindeloos van te houden. Lucca Mae moet het gelukkig niet hebben van 1001 stembuigingen en laat zich ook nergens verleiden tot vocale krachtpatserij, wat in dit genre zeker niet ongebruikelijk is. 

Ik vind de zang op The Truth Is echt heel erg goed, want Lucca Mae doet in vocaal opzicht niet onder voor de groten binnen de Britse popmuziek van het moment. De Britse muzikante beschikt over een hele goede stem, maar het is door het rauwe randje op haar stembanden ook een hele aangename en karakteristieke stem. 

Met name door de stem van Lucca Mae was ik direct overtuigd van de kwaliteit van haar debuutalbum, maar ook in muzikaal opzicht tikt het album een hoog niveau aan. Ik heb ook wat met de songs op het album, die stuk voor stuk bijzonder lekker in het gehoor liggen, maar die ook in artistiek opzicht interessant zijn en een mooie mix van invloeden laten horen. 

Het zou me dan ook niet verbazen als ook Lucca Mae over niet al te lange tijd grote zalen gaat vullen, al komt ze in een wat intiemere setting waarschijnlijk nog beter tot haar recht. The Truth Is van Lucca Mae begint in het Verenigd Koninkrijk langzaam maar zeker wat meer aandacht te krijgen en dat is echt volkomen terecht, want wat is dit een sterk album. Erwin Zijleman


08 augustus 2026

Review: Rowena Wise - Bad Things Feel Good*

Iedereen die twee jaar geleden luisterde naar het debuutalbum van Rowena Wise weet waartoe ze in staat is, maar op haar deze week verschenen tweede album Bad Things Feel Good* maakt de Australische muzikante nog meer indruk.
Rowena Wise beschikt over een stem die iets met me doet, waardoor ze me twee jaar geleden direct te pakken had met haar debuutalbum Senseless Acts of Beauty. Haar stem klinkt nog veel mooier op het deze week verschenen tweede album Bad Things Feel Good*, waarop Rowena Wise opnieuw folksongs met een indierock vibe maakt. Ook het nieuwe album werd in korte tijd en live opgenomen, wat de songs van Rowena Wise iets ruws geeft. Tegelijkertijd zijn het songs van een bijzondere schoonheid en intimiteit. Die schoonheid komt vooral van de stem van de Australische muzikante, maar ook in muzikaal opzicht maakt Bad Things Feel Good* makkelijk indruk en dat doen ook de zeer persoonlijke songs op dit prachtige album.



De Australische muzikante Rowena Wise bracht net iets meer dan twee jaar geleden haar debuutalbum Senseless Acts of Beauty uit. Het is een album dat in Nederland helaas nauwelijks werd opgemerkt, maar ik vind het nog altijd een erg mooi album. Op haar debuutalbum maakt Rowena Wise indruk met songs die zowel invloeden uit de folk als de indierock bevatten. 

Het zijn songs die live werden ingespeeld in de studio, waardoor de muziek op het album lekker ruw klinkt. De inkleuring van de songs op het album is in de meeste songs vrij elementair, wat het bijzondere karakter van Senseless Acts of Beauty verder versterkt en dan is er ook nog eens de mooie en karakteristieke stem van de muzikante uit Melbourne. 

Ik hoorde op het debuutalbum van Rowena Wise af en toe wel wat van een jonge PJ Harvey, waardoor Senseless Acts of Beauty nog wat meer indruk maakte. Desondanks heb ik het album de afgelopen twee jaar nauwelijks meer beluisterd en dat is jammer, want het debuutalbum van Rowena Wise is echt een heel goed album. Deze week is haar tweede album verschenen en op Bad Things Feel Good* (de * is geen typo) heeft Rowena Wise het bijzondere geluid van haar eerste album nog wat verder geperfectioneerd. 

Ook op Bad Things Feel Good* staat de stem van de Australische muzikante centraal en ik heb echt een enorm zwak voor deze stem. Rowena Wise zingt, net zoals zoveel van haar collega’s in de indierock, zacht, maar ze beschikt over een hele mooie en bijzondere stem en stopt veel gevoel in haar zang. Dat hoor je in de net wat stevigere songs op het album, maar je hoort het nog veel beter in de uiterst ingetogen songs, waarin de zang, in ieder geval voor mij, goed is voor kippenvel. 

Bad Things Feel Good* is een heel persoonlijk album over de demonen waarmee Rowena Wise vecht, wat het album voorziet van een wat melancholische sfeer. Op haar debuutalbum slaagde de Australische muzikante erin om een eigen geluid te creëren door de songs live op te nemen en te voorzien van een wat ruw geluid en dat recept is ook gevolgd bij het opnemen van het nieuwe album. 

Het zorgt ervoor dat Bad Things Feel Good* klinkt als een indierock album, terwijl veel songs op het album betrekkelijk ingetogen zijn en absoluut kunnen worden getypeerd als folksongs. Rowena Wise nam de songs op haar nieuwe album in drie dagen op met een ritmesectie en voegde uiteindelijk bijdragen van een beperkt aantal gastmuzikanten toe, waarna producer Rob Muinos, die ook al haar andere muziek produceerde en daarnaast werkte met Julia Jacklin, het album een klein beetje oppoetste. 

Het is de stem van Rowena Wise die in eerste instantie de aandacht trekt, maar ook het gitaarwerk op het album is bijzonder mooi en hetzelfde geldt voor alle subtiele accenten die het geluid op Bad Things Feel Good* verder hebben verrijkt. Op Senseless Acts of Beauty hoorde ik vooral de belofte van Rowena Wise, maar op haar nieuwe album is ze de belofte ver voorbij. 

De songs op Bad Things Feel Good* dringen zich stuk voor stuk genadeloos op en zijn me inmiddels allemaal dierbaar. Objectief bezien doet het tweede album van de muzikante uit Melbourne niet onder voor de beste indie-albums van 2026, maar Australië is ver weg, waardoor het album niet zo makkelijk de aandacht trekt. We zijn de afgelopen weken al enorm verwend met geweldige albums van vrouwelijke muzikanten, maar Bad Things Feel Good* doet er zeker niet voor onder. Erwin Zijleman

De muziek van Rowena Wise is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Australische muzikante: https://rowenawise.bandcamp.com/album/bad-things-feel-good.



07 augustus 2026

Review: Family Stereo - The Thread

Blake Watt treedt met het debuutalbum van zijn project Family Stereo in de voetsporen van zijn ouders Tracey Thorn en Ben Watt (Everything but the Girl), maar kiest voor een duidelijk eigen en zeer interessant geluid.
De laidback en soms atmosferische klanken op het debuutalbum van Family Stereo doen het uitstekend op de warme zomeravonden van het moment, maar het album maakt ook indruk. The Thread van Family Stereo valt op door de mooie stem van Blake Watt, door de warme en fantasierijke klanken en de fraaie combinatie van indiefolk van het moment en invloeden uit de singer-songwriter muziek van de jaren 70. Blake Watt zal worden vergeleken met zijn ouders die roem vergaarden met hun project Everything but the Girl, maar de jonge Watt-telg laat horen dat de muzikale genen van zijn ouders ook bij hem zijn terechtgekomen. Het levert een mooi en interessant debuut op.



Het is grappig hoe dingen soms samenkomen. Eerder deze week besprak ik het album The Thread van WILLOW, het alter ego van Willow Smith. Het is een album dat gemengde reacties oplevert en dat heeft deels te maken met het feit dat Willow Smith een kind is van beroemde ouders. Kinderen van beroemde ouders die zelf ook een carrière in bijvoorbeeld de muziek ambiëren worden vroeg of laat met de nodige scepsis ontvangen en dat is bij Willow Smith niet anders. 

Er verscheen deze week nog een album met de titel The Thread en dat album is gemaakt door Family Stereo. Het is een naam die me niets zei, maar het blijkt een project van de Britse muzikant Blake Watt. Ook die naam zei me niets, maar hij blijkt de zoon van Tracey Thorn en Ben Watt, die we kennen als het duo Everything but the Girl. Nu wekt de status van Tracey Thorn en Ben Watt misschien wat minder weerstand op dan die van Will Smith, maar ik lees in een aantal recensies wel wat zure opmerkingen over de afkomst van Blake Watt. 

Ik had zelf het voordeel dat ik het debuutalbum van Family Stereo al had beluisterd voor ik wist wie er achter zat, zodat ik onbevooroordeeld heb kunnen luisteren naar het debuutalbum van het project van Blake Watt, die zijn naam in ieder geval niet heeft gebruikt om de aandacht te trekken. Dat probeert hij ook niet met zijn muziek, want de muziek van Family Stereo klinkt zeker niet als Everything but the Girl 2.0. 

The Thread opent buitengewoon sfeervol met de stemmige track Remedy, waarin de stem van Blake Watt wordt omringd door atmosferische klanken. Het is die stem die in eerste instantie de meeste aandacht trekt. Het is een stem die wel wat lijkt op die van vader Ben Watt, maar verder hoor ik vooral de vocale genen van moeder Tracey Thorn, die met haar stem de muziek van Everything but the Girl een enorme kwaliteitsimpuls gaf. 

De band van de ouders van Blake Watt maakte in eerste instantie organische laidback jazzy popmuziek, om uiteindelijk te zwichten voor elektronica en de dansvloer. Ook de muziek van Family Stereo is laidback en gevuld met organische klanken, maar op The Thread hoor ik vooral invloeden uit de folk, de country en de tijdloze singer-songwriter muziek uit de jaren 70. De muziek van Blake Watt klinkt hierdoor ouder dan de muziek van zijn ouders, wat grappig is. 

Er wordt momenteel heel veel muziek met een hang naar de jaren 70 gemaakt, maar het debuutalbum van Family Stereo heeft in kwalitatief opzicht genoeg te bieden om zich te onderscheiden. Dat doet Blake Watt met zijn mooie stem, maar ook zeker met de fraaie klanken en arrangementen op The Thread. De Britse muzikant heeft verder voldoende variatie aangebracht in zijn songs. Een aantal songs op het album hebben een McCartney jaren 70 vibe, maar The Thread bevat ook songs die prima passen binnen de indiefolk van het moment, zeker wanneer atmosferische klankentapijten worden toegevoegd aan de songs. 

De Britse muzikant doet zijn best om niet in de voetsporen van zijn ouders te treden, maar heel af en toe en vooral in de koortjes zijn er opeens echo’s uit de hoogtijdagen van Everything but the Girl. Hoogtijdagen die voor mij overigens samenvallen met het album Amplified Heart uit 1994. Het blijft een gedoe met die kinderen van beroemde ouders, maar Blake Watt verdient absoluut het voordeel van de twijfel. Erwin Zijleman

De muziek van Family Stereo is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Britse muzikant: https://familystereo.bandcamp.com/album/the-thread.



06 augustus 2026

Review: Bywater Call - Broken Souvenirs

Bywater Call uit Toronto heeft de afgelopen jaren op het podium met veel succes gewerkt aan haar reputatie, maar het deze week verschenen album Broken Souvenirs laat horen dat de band ook in de studio tot grootse dingen in staat is.
Broken Souvenirs is het vierde album van Bywater Call, maar het eerste album van de band dat ik heb beluisterd. Ik zag de band al wel op het podium en dat leek me de plek waar de muziek van de Canadese band het best tot zijn recht komt. Dat is misschien zo, maar ook het nieuwe album van de band mag er zijn en ik vind Broken Souvenirs alleen maar beter worden. Het nieuwe album van Bywater Call laat een opwindende mix van met name soul, blues, gospel en rock horen. Het is een mix die opvalt door veel muzikaal vuurwerk, maar het meeste vuurwerk komt van zangeres Meghan Parnell die echt geweldig zingt. Het levert een buitengewoon overtuigend album op, dat doet uitzien naar volgende optredens van de band, maar ook als album overtuigt.



De Canadese band Bywater Call zag ik een paar maanden geleden in de Leidse Qbus en dat was een zeer indrukwekkend of misschien zelfs wel verpletterend optreden. Het was mijn eerste kennismaking met de muziek van de band uit Toronto, maar het smaakte naar veel meer. 

Blikvanger van de band is zangeres Meghan Parnell, die beschikt over een geweldige soulstem, maar ook in muzikaal opzicht heeft de zevenkoppige band veel te bieden met onder andere een uitstekende gitarist en twee geweldige blazers, die samen trompet, trombone en saxofoon voor hun rekening nemen. 

Deze week is een nieuw album van Bywater Call verschenen en dat herinnerde me direct weer aan het concert van dit voorjaar. De Canadese band leek me op voorhand een band die op het podium tot grote hoogten stijgt, maar op een album niet helemaal uit de verf komt. 

Dat vooroordeel kon echter vrij snel van tafel bij beluistering van het album. Broken Souvenirs is het vierde studioalbum van Bywater Call en het is een album dat goed laat horen wat de band te bieden heeft. De band heeft de passie en de energie van haar optredens perfect weten te vangen op Broken Souvenirs, dat uit de speakers knalt en zorgt voor een flinke energieboost. 

Ook op Broken Souvenirs imponeert de Canadese band met de stem van Meghan Parnell, die echt geweldig zingt. Het is een stem die is gemaakt voor soulvol repertoire, maar ook in omliggende genres maakt Meghan Parnell indruk met haar stem, die flink kan uithalen, maar ook kan doseren. Het is een stem die hier en daar wordt ondersteund door al even mooie en krachtige stemmen op de achtergrond, wat de zang op het album nog wat mooier en trefzekerder maakt. 

Ook de muzikanten die Meghan Parnell omringen leveren vakwerk op het nieuwe album van Bywater Call. De ritmesectie speelt subtiel, het gitaarwerk en het toetsenwerk zijn fraai, waarna de bijdragen van de blazers het geluid van de band voorzien van nog wat extra vuur en strijkers incidenteel zorgen voor extra sfeer. 

Broken Souvenirs is in muzikaal en vocaal opzicht een topalbum, maar het is ook een buitengewoon veelzijdig album. De Canadese band is uitstekend op dreef in de soulvolle songs op het album, maar kan ook uit de voeten met blues, (Southern) rock, gospel en nog veel meer. Hoe veelzijdig de band is hoor je in het prachtige Clutter, waarin al het muzikale vuurwerk wordt vervangen door een banjo en je hoort dat de band ook heel ingetogen kan spelen. 

Op het podium maakte Bywater Call zoals gezegd diepe indruk, maar luisteren naar Broken Souvenirs is een waardig alternatief. Ik ken de andere albums van de band niet, maar ik ben onder de indruk van de songs op het nieuwe album. Het zijn songs die zich hebben laten inspireren door muziek uit vervlogen tijden, wat Broken Souvenirs voorziet van een nostalgisch tintje, maar de nieuwe songs van de Canadese band klinken ook fris. 

Het knappe van Broken Souvenirs is dat Bywater Call de ruwe energie van haar optredens heeft weten te vangen in de in de studio opgenomen songs, maar ook diepgang en verfijning heeft toegevoegd. Het album is ook nog eens prachtig geproduceerd, wat geen eenvoudige klus is bij zo veel muzikaal en vocaal vuurwerk. 

Begin volgend jaar is de band weer te zien op de Nederlandse podia, maar met het uitstekende Broken Souvenirs haal je Bywater Call ook nu al in huis. Liefhebbers van dampende rootsmuziek in de breedste zin van het woord moeten hier zeker eens naar luisteren. Erwin Zijleman

De muziek van Bywater Call is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van het label van de Canadese band: https://continentalrecordservices.bandcamp.com/album/broken-souvenirs.


Broken Souvenirs van Bywater Call is verkrijgbaar via de Mania webshop:



05 augustus 2026

Review: Trashcan Sinatras - Ever The Optimist

De naam Trashcan Sinatras deed dit voorjaar bij mij geen belletje rinkelen, maar ik ben zeer gecharmeerd van het nieuwe album van de Schotse band, dat deze week na een stilte van tien jaar is verschenen.
De muziekscene van het Schotse Glasgow heeft in de jaren 80 en 90 heel veel interessante bands opgeleverd. Het heeft me ook een stapel albums opgeleverd die ik koester, maar ik mis ook wel eens wat. Het stapeltje albums dat de Schotse band Trashcan Sinatras heeft gemaakt, is me tot dusver ontgaan, maar door het inmiddels alweer bijna vergeten album van Fellow Mortals heb ik de band eindelijk op het netvlies. Daar ben ik blij mee, want Ever The Optimist is een aangenaam album. Trashcan Sinatras maakt muziek die zich onmiddellijk opdringt en het is muziek die niet alleen aangenaam is maar ook interessant. Het is muziek waarbij het heerlijk ontspannen is, maar vergeet niet om te luisteren hoe knap het in elkaar zit.



Ik had tot dit voorjaar nog nooit van de band Trashcan Sinatras gehoord, tot AllMusic.com me wees op het album Stella's Birth-day van de gelegenheidsband Fellow Mortals. Dat album is helaas tussen wal en schip gevallen dit voorjaar, maar het is een mooi en bijzonder album met een bijzondere mix van chamber pop en 80s pop en een album dat een veel beter lot had verdiend. 

Fellow Mortals bestaat uit muzikant en producer Simon Dine, die eerder muziek maakte met de band Noonday Underground, en Francis Reader, de zanger van de band Trashcan Sinatras. Zonder het album van Fellow Mortals zou ik waarschijnlijk nooit naar het deze week verschenen nieuwe album van Trashcan Sinatras hebben geluisterd, maar nu was ik toch nieuwsgierig, al is het maar omdat Francis Reader een fraaie vocale bijdrage leverde aan Stella's Birth-day. 

Toch wel enigszins tot mijn verbazing blijkt Trashcan Sinatras al flink wat albums op haar naam te hebben staan, want het deze week verschenen Ever The Optimist is al het zevende studioalbum van de Schotse band, die ook nog een live-album en twee verzamelaars heeft uitgebracht. Het debuutalbum van Trashcan Sinatras verscheen in 1990 en de band bestaat al een paar jaar langer, wat betekent dat Trashcan Sinatras, ook wel eens geschreven als The Trash Can Sinatras, inmiddels zo’n 40 jaar meegaat. 

Ever The Optimist is overigens verschenen na een stilte van tien jaar, dus het is niet zo gek dat ik het afgelopen decennium niet van de band heb gehoord. Het is wel opvallend dat ik de band niet eerder ben tegengekomen, want Trashcan Sinatras komt uit de muziekscene van Glasgow, die ik de afgelopen decennia met veel interesse heb gevolgd. Francis Reader is overigens de broer van Eddi Reader, die een briljant album maakte met haar band Fairground Attraction en ook een flinke stapel mooie soloalbums op haar naam heeft staan. 

Als ik luister naar Ever The Optimist van Trashcan Sinatras hoor ik wel wat raakvlakken met bands uit de muziekscene van Glasgow, al heb ik niet direct namen paraat. Ever The Optimist is verder een album vol nostalgie, want veel songs op het album nemen je mee terug naar de jaren 80 en 90. Uit de jaren 80 levert icoon Green Gartside (Scritti Politti) in een van de songs een bijdrage aan het album, terwijl uit de jaren 90 zangeres Tracyanne Campbell van Camera Obscura in een andere song opduikt. 

Ook zonder gastmuzikanten slaagt Trashcan Sinatras erin om te overtuigen met songs die je onmiddellijk een goed gevoel geven. Dat komt deels door het nostalgische tintje in de songs van de Schotse band, maar het zijn ook hele goede songs en bovendien songs die makkelijk verleiden. Het zijn deels songs vol zonnestralen, maar er zijn ook songs die de nodige donkere wolken en melancholie over je uitstorten. 

Het zijn bijna allemaal songs die je bij de eerste keer horen al decennia lijkt te kennen, waardoor Ever The Optimist eigenlijk direct aanvoelt als een warm bad en dat is knap. Het is ook knap hoe de muziek van Trashcan Sinatras misschien direct bekend klinkt, maar het toch niet meevalt om het album in een hokje te duwen. De muziek van de Schotse band put uit meerdere genres, maar alle songs op Ever The Optimist klinken even mooi en tijdloos, zeker op een wat broeierige zomeravond. Heerlijk album. En ik heb nog wat te ontdekken in het oeuvre van de band. Erwin Zijleman


Review: Margo Price - Days Of Unrest

Margo Price kon al het onrecht in de Verenigde Staten niet langer aanzien en gooit er met Days Of Unrest een heus protestalbum tegenaan, dat moet worden gezien als een tussendoortje, maar het is wel een interessant tussendoortje.
Margo Price sleepte vorig jaar terecht een Grammy-nominatie in de wacht voor haar album Hard Headed Woman, maar ze won hem helaas niet. Er is veel groter onrecht in de wereld op het moment en daar verzet Margo Price zich tegen op het vorige maand verschenen Days Of Unrest. Het is een album met protestsongs die zich uitspreken tegen het immigratiebeleid in de VS en de toenemende ongelijkheid in het land. Het is natuurlijk niet de echte opvolger van Hard Headed Woman, maar het is een interessant album met eigen songs en songs van anderen, die worden vertolkt door Margo Price, haar band en een aantal interessante gasten. Het album heeft niet veel aandacht gekregen, maar is absoluut de moeite waard.



Vorige maand verscheen vrijwel uit het niets een nieuw album van de Amerikaanse muzikante Margo Price. Zo uit het niets dat ik het album in eerste instantie heb gemist en ook in de meeste releaselijsten ben ik het album vorige maand niet tegengekomen. Ik had ook nog geen nieuw album van Margo Price verwacht, want haar vorige album, het terecht uitvoerig geprezen Hard Headed Woman, verscheen nog geen jaar geleden. 

Days Of Unrest is misschien ook meer een tussendoortje, want het is een (mini-)album dat nog geen half uur duurt. Het is wel een bijzonder tussendoortje, want het bevat alleen protestsongs en een aantal opvallende samenwerkingen met anderen. De opbrengst van het album komt ten goede aan The Florence Project, dat uiteenlopende diensten verleent aan immigranten. 

Tussendoortje of niet, nieuwe muziek van Margo Price is altijd interessant, dus gelukkig kwam ik Days Of Unrest toch nog tegen. De activistische kant van de muzikante uit Nashville, Tennessee, is zeker niet nieuw, maar op Days Of Unrest doet Margo Price er nog een schepje bovenop. 

Daar is ook alle reden toe, want de wijze waarop in de Verenigde Staten momenteel wordt omgegaan met immigranten roept niet alleen bij Margo Price vragen en verzet op en hetzelfde geldt voor thema’s als de toenemende ongelijkheid in de Verenigde Staten (en de rest van de wereld) en de verslechterende positie van arbeiders. 

Het heeft Margo Price geïnspireerd tot het opnemen van negen songs, waarvan ze er vier schreef met haar partner Jeremy Ivey. Songs van Woody Guthrie, Blaze Foley, Charlie Daniels en Bob Dylan en een traditional maken het album compleet. Grappig overigens hoe de song Oval Office van Blaze Foley over Ronald Reagan ook moeiteloos kan worden toegepast op de zittende president, al was Ronald Reagan vergeleken met deze president een heilige.

Margo Price werd in de studio bijgestaan door een aantal muzikanten uit haar band en producer Matt Ross-Spang. Daarnaast zijn er op Days Of Unrest gastbijdragen te horen van Joan Baez, Billy Swan en de muzikanten van Memphis Mariachi, die een aantal songs op het album voorzien van een Mexicaans tintje, dat fraai combineert met de countrymuziek van Margo Price. 

In de Spaanstalige songs is Days Of Unrest redelijk ver verwijderd van het album dat de muzikante uit Nashville vorig jaar afleverde, maar ik vind het mini-album ook een mooie toevoeging aan het oeuvre van Margo Price, al vind ik het wel een echt tussendoortje, waar natuurlijk niets mis mee is. 

Days Of Unrest overtuigt mij het meest wanneer de Mariachi trompetten en strijkers achterwege worden gelaten en Margo Price doet waar ze goed in is. Dat is wat mij betreft zingen, dus ook de drie instrumentale tracks op het album zijn wat minder aan mij besteed. De activistische teksten zijn wat mij betreft een mooi alternatief voor het gebruikelijke repertoire binnen de countrymuziek, waarin drank en foute mannen nog altijd dankbare thema’s zijn. 

Met slechts negen songs, waarvan drie instrumentaal en twee die worden gedomineerd door Mariachi klanken, is de spoeling voor mij wat dun, maar ik ken minder interessante tussendoortjes. Met Days Of Unrest laat Margo Price vooral horen dat haar hart op de juiste plek zit, maar als het vuur eenmaal ontbrandt op het nieuwe album, brandt het ook hevig. Reden genoeg om blij te zijn met dit album. Erwin Zijleman

De muziek van Margo Price is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://margoprice.bandcamp.com/album/days-of-unrest.



04 augustus 2026

Review: Mallory Hawke - Chinook

De vijver van de indierock zit op het moment echt propvol, maar Chinook, het met lekker veel ruwe gitaren gevulde debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Mallory Hawke, zou ik er absoluut uit vissen
Chinook van Mallory Hawke kwam ik de afgelopen week bij toeval tegen in een van de releaselijsten die ik raadpleeg, maar na oppervlakkige beluistering was ik direct overtuigd van het album van de muzikante uit Philadelphia. Chinook is het debuutalbum van Mallory Hawke en het is een zeer persoonlijk album. Het is ook een in muzikaal opzicht interessant album, want Mallory Hawke schakelt makkelijk tussen genres en weet in alle genres het juiste gitaargeluid te vinden. Het levert een zeer aangename gitaarplaat op, maar het is ook een gitaarplaat met aansprekende songs en een album dat zich uiteindelijk gemakkelijk weet te onderscheiden van de meeste andere releases in het genre.



Mallory Hawke wordt vanwege haar naam waarschijnlijk makkelijk verward met Maya Hawke, maar in muzikaal opzicht verschillen de twee flink van elkaar. Zowel Maya als Mallory doken op vanuit de muziekscene van New York, maar Mallory Hawke heeft New York inmiddels verruild voor Philadelphia, Pennsylvania. 

De Amerikaanse muzikante heeft deze week met Chinook haar debuutalbum uitgebracht. Het is een album dat ze samen maakte met producer Samuel Acchione, die vooral bekend is als gitarist in de band van Alex G, maar die ik als producer ken van het uitstekende album Projections van Tomberlin, van wie we helaas al een tijd niets meer hebben vernomen. 

Als gitarist heeft Samuel Acchione zijn hart op kunnen halen tijdens het opnemen van het eerste album van Mallory Hawke, want gitaren, die voor een deel van de hand van de producer zelf zijn, spelen een zeer voorname rol op Chinook. Vanwege de prominente rol voor gitaren is Chinook een album dat niet misstaat in het hokje indierock, al is Mallory Hawke ook niet vies van pop en hoor ik af en toe ook een subtiel vleugje roots en psychedelica in haar songs. 

Het opvallend veelkleurige gitaarwerk op het album zorgt er ook voor dat Chinook wat anders klinkt dan de meeste andere indiepop en indierock albums van het moment, waardoor het album bij mij direct in de smaak viel. Mallory Hawke heeft met Chinook ook nog eens een zeer persoonlijk album gemaakt waarin ze trauma’s uit haar jeugd een plek probeert te geven. 

Ze groeide op in Fayetteville, North Carolina, in een gezin en een omgeving waarin het Amerikaanse leger een zeer dominante rol speelde. Dat ze opgroeide in een periode waarin de “war on terror” centraal stond maakte haar jeugd niet prettiger. Haar vader vertelde haar in haar jeugd over de Chinook CH-47 helikopter, die aan de ene kant het toonbeeld van kracht is, maar die ook in staat is om zichzelf te vernietigen wanneer de twee rotoren van de helikopter elkaar raken. 

Mallory Hawke heeft de eigenschappen van de Chinook helikopter vertaald naar haar eigen leven waarin zorgzaamheid en zelfbehoud vaak met elkaar conflicteerden. Ook haar muziek zit vol contrasten, want Chinook bevat een aantal meer ingehouden en zeer melodieuze songs, maar ook een aantal meer uitgesproken en vooral ruwe en gruizige songs. 

Het gitaarwerk past zich steeds prachtig aan en dat doet ook de stem van Mallory Hawke, die zowel ingetogen als rauw kan klinken. Het knappe van het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante zit niet alleen in de verscheidenheid en de dynamiek, maar ook in de songs op Chinook, die een duidelijk eigen karakter hebben. 

Chinook van Mallory Hawke moet concurreren met stapels indie-albums, want het aanbod in het genre is echt enorm groot, maar het debuutalbum van de muzikante uit Philadelphia heeft wat mij betreft genoeg om op te vallen. 

Toen ik Chinook voor het eerst hoorde, was ik voorzichtig aangenaam verrast, maar inmiddels heb ik een zwak voor een groot deel van de songs op het album en dat geldt zowel voor de stevige songs als voor de subtieler ingekleurde songs. Ik hoop dan ook dat Mallory Hawke, ondanks een release midden in de zomer, de aandacht weet te trekken met haar in alle opzichten zeer geslaagde debuutalbum. Erwin Zijleman

De muziek van Mallory Hawke is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://malloryhawk.bandcamp.com/album/chinook.



03 augustus 2026

Review: WILLOW - The Thread

Willow Smith, de dochter van Will Smith, maakt onder de naam WILLOW aan de lopende band albums van een bijzonder hoog niveau, maar het zijn helaas stuk voor stuk albums die veel minder aandacht krijgen dan ze verdienen
Ook ik vraag me af waarom kinderen van beroemde ouders ook zo nodig een carrière in de film of muziek ambiëren. Vaak kunnen de kinderen immers qua talent niet tippen aan hun ouders, maar er zijn uitzonderingen. Ik heb geen hoge pet op van de muzikale verrichtingen van Will Smith, maar zijn dochter Willow laat op haar onder de naam WILLOW uitgebrachte albums horen dat ze zeer getalenteerd is. Het leverde deze week alweer een volgend album op en ook The Thread is een eigenzinnig album, dat zich weet te onderscheiden van de meeste andere albums. De muziek van WILLOW staat bol van de invloeden, kiest in muzikaal opzicht niet voor de makkelijkste weg en ze is ook nog eens een prima zangeres. Luister er eens onbevooroordeeld naar.



Kinderen van beroemde ouders krijgen het in eerste instantie vaak voor niks, maar worden uiteindelijk ruw afgerekend op de carrière en status van hun ouders. Willow Smith is de dochter van Jada Koren Pinkett-Smith en Will Smith en kreeg haar eerste filmrol toen ze nog op de basisschool zat. Op haar tiende koos ze voor de muziek en dat leverde haar snel een platencontract op bij het label van Jay-Z. 

Het succes lachte Willow Smith in eerste instantie toe, maar op een gegeven moment kreeg ze last van haar beroemde ouders en verloor ze in ieder geval de gunfactor. Ik geef toe dat ik ook direct afhaak als ik iets lees over de kinderen van Will Smith (of Will Smith zelf) en ook om de albums van WILLOW ben ik tot voor kort met een grote boog heen gelopen. 

De nog altijd pas vijfentwintig jaar oude muzikante bracht vorige week een nieuw album uit en dat is al haar tweede album dit jaar. De muzikante uit Los Angeles is sowieso opvallend productief, want ze heeft inmiddels maar liefst negen (!) albums op haar naam staan. Ik ken ze geen van allen, maar daar ga ik zeker verandering in brengen. Het vorige week verschenen The Thread vind ik namelijk een interessant album en het is een album dat laat horen dat Willow Smith niet alleen een kind is van beroemde ouders, maar ook beschikt over het nodige talent. 

The Thread krijgt vooralsnog verrassend weinig aandacht, maar ik weet zeker dat het album veel meer aandacht zou hebben gekregen als het album niet door Willow Smith zou zijn gemaakt maar door een R&B muzikante met een minder fortuinlijke achtergrond. Er zijn de afgelopen tijd immers nogal wat R&B albums bejubeld die ik een stuk lager inschat dan het nieuwe album van WILLOW. 

Met alleen het label R&B doe je de muziek van de Amerikaanse muzikante wel flink te kort, want The Thread past in meerdere hokjes. Op het album dat WILLOW samen heeft gemaakt met producer Chris Greatti worden allerlei stijlen met elkaar vermengd en dit varieert van soul en R&B tot rock en jazz en hier blijft het niet bij. 

The Thread is een conceptalbum over het archetype van de Goddelijke moeder, maar het is ook een album over spiritualiteit en persoonlijke groei en transformatie. Dat klinkt misschien wat zweverig, maar dat is de muziek op het album niet. De muziek op The Thread is vooral loom en broeierig en klinkt het grootste deel van de tijd bijzonder aangenaam. 

Zonder te luisteren naar de muziek van Willow Smith had ik haar waarschijnlijk ingeschat als een rapper, maar ze blijkt een uitstekende zangeres, die vooral ingetogen en afwisselend soulvol en jazzy zingt. Bij beluistering van The Thread heb ik vooral associaties met Prince en met de beste van zijn protégées, zoals Jill Jones, zonder dat de muziek van WILLOW hele duidelijke Prince vibes heeft. 

Het album doet me ook niet direct denken aan de wat minder conventionele R&B albums die ik koester, maar The Thread is wel van een vergelijkbaar niveau. Ik hoor niet echt duidelijke singles op The Thread, maar wel een serie songs die met elkaar samenhangen en elkaar versterken. 

Het is zoals gezegd in vocaal opzicht een album dat ik op voorhand niet van Willow Smith had verwacht en dat is het ook in muzikaal opzicht niet. De muziek en de songstructuren op het album zijn vrij complex, maar desondanks is The Thread een gemakkelijk in het hoor liggend album. Wat voor de songstructuren en de muziek geldt, geldt ook voor de vocale arrangementen die The Thread nog wat verder optillen. WILLOW heeft me eigenlijk in alle opzichten verrast. Erwin Zijleman


The Thread van WILLOW is verkrijgbaar via de Mania webshop:


02 augustus 2026

Review: Mark Hollis - Mark Hollis (1998)

Het laatste album van de Britse band Talk Talk was zware kost en dat geldt in nog veel sterkere mate voor het eerste soloalbum van zanger Mark Hollis, maar neem de tijd voor het album en je hoort de schoonheid
The Colour of Spring is een van mijn favoriete albums uit de jaren 80, dus ik moest een paar keer slikken toen ik de opvolger van het album hoorde. Na Spirit of Eden gaf ik het op en pas heel veel jaren later luisterde ik naar de zwanenzang van Talk Talk en naar het eerste en direct ook laatste soloalbum van zanger Mark Hollis. Het soloalbum van Mark Hollis verkocht voor geen meter, maar het is een album dat naarmate de jaren vorderden steeds beter op de juiste waarde werd geschat, net als de laatste twee albums van zijn band. Het titelloze debuutalbum van Mark Hollis is niet geschikt voor alle momenten, maar op zijn tijd is het een intiem, breekbaar en wonderschoon album.



Het verhaal van de Britse band Talk Talk blijft een bijzonder verhaal. De band uit Londen dook aan het begin van de jaren 80 op met een niet heel opvallend debuutalbum, waarop het niet kon kiezen tussen de genres new romantic, new wave en synthpop. De Amerikaanse muziekwebsite AllMusic.com beschrijft het eerste album van Talk Talk als een Duran Duran rip-off en dat is zeker geen compliment. 

Met het album It’s My Life uit 1984 liet Talk Talk echter horen dat het wel degelijk een interessante band was en dankzij een aantal geweldige singles bleef het succes niet uit. Met The Colour of Spring leverde de Britse band vervolgens wat mij betreft een van de allerbeste albums van de jaren 80 af, waarmee Talk Talk leek uit te groeien tot een van de grootste bands van het betreffende decennium. 

De band gooide vervolgens in 1988 haar eigen glazen in met het onbegrepen en pas veel later op de juiste waarde geschatte Spirit of Eden, waarop de band koos voor een totaal ander geluid, dat in bijna niets leek op het zo succesvolle geluid van The Colour of Spring. Het was uiteindelijk ook de nekslag voor de een paar jaar eerder nog zo bejubelde band, al verscheen in 1991 nog wel het door zanger Mark Hollis en een aantal sessiemuzikanten gemaakte album Laughing Stock, waarop de popsong met een kop en een staart definitief uit het oog was verloren. 

Ook Laughing Stock werd uiteindelijk geprezen en dat geldt ook voor het soloalbum van Mark Hollis dat in 1998 zou verschijnen. De Britse muzikant was een aantal jaren uit beeld verdwenen, maar ging op zijn titelloze soloalbum verder waar Talk Talk in 1991 was gestopt. 

Ook het soloalbum van Mark Hollis lijkt, buiten zijn uit duizenden herkenbare stem, in niets op de muziek uit de hoogtijdagen van zijn band. Laughing Stock was al een uiterst sober album, maar op zijn soloalbum kiest Mark Hollis voor bijna verstilde klanken. Soms heeft hij genoeg aan een piano of een gitaar, maar een aantal songs zijn ook wat voller ingekleurd met onder andere fraaie en zeer subtiele bijdragen van blazers. 

Er zijn in 1998 meerdere pogingen gedaan om de muziek van Mark Hollis van een etiket te voorzien, maar met het etiket avant garde doe je het album wat mij betreft geen recht, want het is geen album dat er maar wat op los experimenteert. De songs op het album bevatten invloeden uit de folk en de jazz, terwijl in de muziek invloeden uit de ambient doorklinken. 

Het tempo ligt laag, de muziek is sober en de zang van Mark Hollis klinkt gekweld of op zijn minst weemoedig. Niet echt muziek voor een broeierige zomeravond, maar als de zon onder is komt het debuutalbum van Mark Hollis tot leven en hoor je de schoonheid van het album. 

Als je jezelf openstelt voor de bijzondere muziek op het album en even vergeet hoe Talk Talk in haar meest succesvolle jaren en wat mij betreft toch ook beste jaren klonk, hoor je hoe knap de songs van Mark Hollis in elkaar zitten en met hoeveel gevoel hij ze zingt. Ik kon in 1998 niets met het aardedonkere album van Mark Hollis, net als ik ook Laughing Stock pas decennia na de originele release kon waarderen, maar inmiddels is het een album dat ik af en toe tevoorschijn haal. 

Mark Hollis trok zich na 1998 nog wat meer terug uit de muziek, al nam hij nog wel een aantal tracks op voor films en tv-series, overigens zonder al te veel succes. Zijn solodebuut uit 1998 zou helaas ook zijn zwanenzang zijn, want Mark Hollis overleed in 2019. Hij zal worden herinnerd als een bijzondere muzikant, maar vooral als een popster tegen wil en dank. Erwin Zijleman


Mark Hollis van Mark Hollis is verkrijgbaar via de Mania webshop:

Review: Shearwater - The New World

Shearwater is door de andere projecten van voorman Jonathan Meiburg wat minder productief dan in het verleden, maar levert met het deze week verschenen The New World een bijzonder mooi en indrukwekkend album af
De Amerikaanse band Shearwater heeft inmiddels een stapeltje bijzondere albums uitgebracht, waarvan ik het vier jaar geleden verschenen The Great Awakening misschien wel de beste vind. Tot deze week dan, want op The New World doet de band uit Austin, Texas, er nog een schepje bovenop. Er is lang gewerkt aan het nieuwe album van Shearwater en er werden flink wat muzikanten voor ingeschakeld. Dat hoor je, want The New World is een album dat in muzikaal opzicht indruk maakt met een veelheid aan klanken en bijzonder mooie arrangementen. Van de stem van Jonathan Meiburg moet je houden, maar hij zingt met veel gevoel en heeft prachtige teksten geschreven voor het zoveelste prachtalbum van zijn band.



Shearwater begon meer dan 25 jaar geleden als een project van muzikanten en songwriters Will Sheff en Jonathan Meiburg. Jonathan Meiburg was toegetreden tot de band van Will Sheff, Okkervil River, en er was nog ruimte voor een tweede band en dat werd Shearwater. Uiteindelijk gingen de twee weer hun eigen weg en timmerde Will Sheff stevig aan de weg met Okkervil River en werd Shearwater de band van Jonathan Meiburg. 

Dat is inmiddels zo’n 20 jaar geleden en in die 20 jaar heeft Shearwater een bijzonder oeuvre opgebouwd. De laatste jaren was Shearwater wat minder productief, wat alles te maken had met een andere band van Jonathan Meiburg, Loma, en met de schrijversambities van de Amerikaanse muzikant. 

Met The Great Awakening leverde Shearwater vier jaar geleden een prachtig album af, dat ik inmiddels schaar onder de beste albums van de band uit Austin, Texas. The Great Awakening is een behoorlijk ambitieus album, maar het deze week verschenen The New World is nog een stuk ambitieuzer. 

Jonathan Meiburg en de twee andere vaste leden van de band, Dan Duszynski en Emily Lee, werkten vier jaar aan het nieuwe album, waarvoor een flink aantal gastmuzikanten werd ingeschakeld, onder wie de befaamde multi-instrumentalist Shahzad Ismaily, gitarist Leo Abrams en leden van de Malinese band Ngoni Ba. 

Jonathan Meiburg is niet alleen muzikant maar ook bioloog en maakt zich al vele jaren grote zorgen over de destructieve wijze waarop we met onze kwetsbare planeet omgaan en de klimaatverandering die het gevolg is, wat neerslaat in de teksten op het nieuwe album van zijn band. 

Ik vergeleek The Great Awakening vier jaar geleden met het latere werk van Talk Talk en dat is een vergelijking die ook opgaat voor The New World, al slaat de Amerikaanse band op het nieuwe album wel de vleugels uit. Door de bijdragen van Ngoni Ba voegt Shearwater invloeden uit de wereldmuziek toe aan het geluid van de band, wat wordt versterkt door een flinke selectie ‘field recordings’ met natuurgeluiden. 

The New World is voorzien van een voornamelijk ingetogen en smaakvol geluid, maar het is ook een geluid waarin van alles gebeurt. Er is een enorme berg instrumenten gebruikt voor het opnemen van het nieuwe album, inclusief blazers en strijkers, maar ook de arrangementen kunnen alle kanten op. En omdat de muziek van Shearwater op The New World af en toe uitbarst, is het ook een album vol dynamiek. 

Het doet me af en toe denken aan Spirit of Eden van Talk Talk, maar ook de geweldige albums die Peter Gabriel aan het begin van de jaren 80 maakte hebben hun sporen nagelaten op het nieuwe album van Shearwater en dat zijn wat mij betreft zeer welkome invloeden. 

Ik was direct enthousiast over de songs en de muziek op The New World, maar moest wel weer even wennen aan de stem van Jonathan Meiburg. Het is een stem die ik niet per se mooi vind, wat overigens puur een kwestie van persoonlijke smaak is. Na enige gewenning voegt ook de stem van Jonathan Meiburg alleen maar schoonheid toe aan het rijke en fascinerende geluid op The New World, dat ik nog een stuk indrukwekkender vind dan het vorige album van Shearwater. 

The New World blaast je direct van je sokken met alle muzikale schoonheid, maar in de vele lagen zit ook zoveel moois verstopt dat je maar nieuwe dingen blijft horen. En zo laat Shearwater horen dat het 25 jaar na het debuutalbum nog altijd beter kan. Erwin Zijleman

De muziek van Shearwater is ook verkrijgbaar via de  bandcamp pagina van de Amerikaanse band: https://shearwater.bandcamp.com/album/the-new-world-2026.


The New World van Shearwater is verkrijgbaar via de Mania webshop:



01 augustus 2026

Review: Ariana Grande - petal

Ariana Grande heeft met petal een album gemaakt met de grandeur van een groots popalbum, maar het is ook een album dat anders klikt dan de bulk van de albums in dit genre en imponeert met een fraaie productie
Ik heb nog nooit een album van Ariana Grande besproken op De Krenten uit de Pop en ging ervan uit dat het deze week verschenen nieuwe album van de Amerikaanse popster daar niets aan zou gaan veranderen, maar petal heeft wat. Het album is om te beginnen een productioneel hoogstandje, maar ik vind het in muzikaal opzicht ook een spannend album, zeker als de elektronica net wat minder mainstream klinkt en de ritmes wat eigenzinniger zijn. Ariana Grande zingt verder geweldig op haar nieuwe album en heeft een aangenaam geluid in elkaar gesmeed, waarin pop en R&B prachtig in balans zijn. De recensies zijn vooral zuur en soms heel zuur, maar ik vind petal een knap en aangenaam album.



Ik had eigenlijk nog nooit goed naar de muziek van Ariana Grande geluisterd. Ik heb absoluut een zwak voor pop, maar de pop van Ariana Grande leek me vooral geschikt voor meisjes van twaalf en voor mij weinig interessant. De paar singles van de Amerikaanse muzikante die ik wel ken bevestigden dit vooroordeel. 

Als ik het merendeel van de recensies van haar deze week verschenen nieuwe album petal lees, zou ik probleemloos verder kunnen gaan met het negeren van Ariana Grande, want de meeste recensies zijn aan de zure kant, maar een enkele recensie maakte me toch ook nieuwsgierig naar het album. 

Vanaf het moment dat ik petal voor het eerst hoorde heb ik een zwak voor het album. De tijd zal moeten uitwijzen of het een ‘guilty pleasure’ is of meer, maar vooralsnog is mijn beeld van Ariana Grande flink bijgesteld en hoewel ik petal inmiddels meerdere keren heb beluisterd neemt mijn waardering voor het album nog steeds toe.

Met petal heeft Ariana Grande om te beginnen een knap popalbum gemaakt. Het is een album dat vol staat met songs die je na één keer horen gaat onthouden en het zijn songs die in geen enkel opzicht tegen de haren in strijken. Met petal heeft Ariana Grande een licht verteerbaar popalbum gemaakt, dat direct aanvoelt als het spreekwoordelijke warme bad. Alles klinkt even lekker en dit geldt wat mij betreft zowel bij aandachtige beluistering als bij het op de achtergrond laten voortkabbelen van het album. 

Ariana Grande was in het verleden volgens mij niet vies van heel veel irritante stembuiginkjes, maar op petal zingt ze geweldig. Natuurlijk past alles keurig binnen de kaders van de mainstream popmuziek van het moment, maar in dit genre hoor ik vooral minder goede zangeressen dan Ariana Grande. 

In veel recensies van petal wordt wat gemopperd over de teksten, die voorzichtig afgeven op voormalige geliefden en opdringerige fans en media, maar die teksten hoor ik ook bij popzangeressen die wel stevig bewierookt worden door de critici. In deze recensies lees ik veel te weinig over de productie van het album, want die vind ik echt geweldig. 

Ariana Grande werkt al lang samen met Ilya Salmanzadeh, die ook petal produceerde, overigens samen met Ariana Grande zelf. Ilya Salmanzadeh begon ooit als assistent van de Zweedse producer Max Martin, waar ik geen fan van ben, maar op petal laat hij horen dat hij zijn voormalige leermeester inmiddels voorbij is gestreefd wanneer het gaat om originaliteit en kwaliteit. 

Het nieuwe album van Ariana Grande klinkt werkelijk perfect, maar ik vind het geluid op petal ook spannend. Er is een flinke bak elektronica ingezet voor het album, maar de songs op het album zijn nergens heel zwaar aangezet, wat van petal een aangenaam licht en bij vlagen zelfs laidback album maakt. De met heel veel elektronica volgestopte popalbums van het moment klinken vaak hetzelfde, maar petal klinkt anders en spannender. 

Veel songs bevatten een organische onderlaag, die vervolgens is verrijkt met een dun laagje spannende elektronica, wat weer wordt gecombineerd met vaak wel net wat steviger aangezette, maar ook spannende ritmes. Met petal weet Ariana Grande mij makkelijk twaalf songs lang te boeien, mede omdat ze haar popsongs ook heeft voorzien van een flinke R&B injectie, die zorgt voor een wat authentieker geluid dan op de meeste mainstream popalbums van het moment. Ik had niet verwacht dat ik het ooit op zou schrijven, maar ik vind het nieuwe album van Ariana Grande echt een goed album. Erwin Zijleman

31 juli 2026

Review: Josaleigh Pollett - If I Let It Quiet

Josaleigh Pollett maakt vanuit Salt Lake City inmiddels al flink wat jaren bijzondere muziek, maar ze legt de lat nog wat hoger op haar nieuwe album If I Let It Quiet, dat de balans vindt tussen experiment en aangename popsongs
Ik ken de muziekscene van Salt Lake City eerlijk gezegd niet. De stad bracht ons ooit The Osmonds, maar verder ken ik geen muzikanten uit de hoofdstad van Utah. Tot deze week dan, want dankzij een tip maakte ik kennis met de muziek van Josaleigh Pollett, die laat horen dat er in Salt Lake City wel degelijk interessante muziek wordt gemaakt. If I Let It Quiet kan worden getypeerd als een singer-songwriter album, maar het is wel een singer-songwriter album vol verrassingen en vol uitstapjes buiten de gebaande paden. Josaleigh Pollett zet je soms op het verkeerde been, maar ze schrijft ook popsongs die je alleen maar wilt koesteren. Interessant album.



De Amerikaanse muziekwebsite Paste zette me vorige week op het spoor van de Amerikaanse muzikant Josaleigh Pollett. De non-binaire muzikant uit Salt Lake City, Utah, heeft de afgelopen tien jaar al heel wat muziek uitgebracht, maar ook voor Paste kwam het vorige week verschenen album If I Let It Quiet kennelijk als een verrassing. Paste noemt Josaleigh Pollett immers in de introductie van het album “a hidden treasure”. 

Daar kan ik me wel in vinden, want If I Let It Quiet is een fascinerend album en ook de vorige albums van de Amerikaanse muzikant zijn op zijn minst bijzonder en absoluut de moeite waard. Van deze albums vind ik If I Let It Quiet het meest toegankelijk en het album is wat mij betreft toegankelijk genoeg om in de smaak te vallen bij een grote groep liefhebbers van singer-songwriter muziek. 

Het nieuwe album van Josaleigh Pollett is absoluut te beschrijven als een singer-songwriter album, maar het is zeker geen doorsnee album in het genre. Het is een album dat flarden bevat van mooie en tijdloze folksongs, die makkelijk verleiden met mooie klanken en de zeer aangename stem van Josaleigh Pollett, maar de muzikant uit Salt Lake City maakt ook muziek die heel makkelijk van kleur verschiet en je minstens net zo makkelijk op het verkeerde been zet. 

De songs op het album klinken deels organisch, maar er wordt ook regelmatig elektronica ingezet, waardoor de muziek van Josaleigh Pollett ook kan opschuiven richting indiepop. Niet alleen de muziek op het album verschiet makkelijk van kleur, want ook de stem van Josaleigh Pollett kan meerdere kanten op, wat nog wat extra contrast toevoegt aan het album. 

Het zorgt voor een serie aansprekende maar ook lekker eigenzinnige songs, die anders klinken dan die op de meeste andere albums die worden gemaakt in de genres die Josaleigh Pollett bestrijkt. Nu opereert de Amerikaanse muzikant ook vanuit een andere scene, want Salt Lake City is in meerdere opzichten ver verwijderd van Nashville of Los Angeles. 

Het album klinkt nog wat eigenzinniger door de productie van Jordan Watko, die in het Japanse Osaka woont, waardoor het album op bijzondere wijze werd opgenomen. De afstand tussen Salt Lake City en Osaka zorgt voor een bijzondere sfeer, waarin de tijd af en toe lijkt te verspringen. Jordan Watko maakte overigens een bijzonder album onder de naam Crowd Shy, maar dit album ben ik nooit tegengekomen. 

Ook de andere muzikanten die zijn te horen op het album, ken ik niet, maar If I Let It Quiet is in muzikaal opzicht een spannend album, waarop van alles te ontdekken valt. Toen ik het album voor het eerst beluisterde, boden de songs van Josaleigh Pollett betrekkelijk weinig houvast, maar uiteindelijk valt alles op zijn plek en worden de bijzondere songs op het album stuk voor stuk memorabel. 

Ook de vorige albums van de Amerikaanse muzikant staan vol bijzondere songs, waardoor ik er opeens een interessant stapeltje albums bij heb. If I Let It Quiet is wat mij betreft het meest geschikte album om in te stappen, maar het album maakt je zeer waarschijnlijk nieuwsgierig naar het andere werk van Josaleigh Pollett, die af en toe stevig experimenteert, maar de toegankelijke popsong ook nooit helemaal uit het oog verliest. Wederom een hele interessante tip van Paste dus. Erwin Zijleman

De muziek van Josaleigh Pollett is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://josaleighpollett.bandcamp.com/album/if-i-let-it-quiet.