zaterdag 30 mei 2009

Jason Lytle - Yours Truly, The Commuter

Drie jaar na het uit elkaar vallen van Grandaddy keert voormalig voorman Jason Lytle terug met zijn eerste soloplaat. Een plaat die je misschien ook wel zijn tweede soloplaat kunt noemen, want Grandaddy’s zwanenzang Just Like The Fambly Cat maakte Lytle ook al grotendeels in zijn uppie. Het is achteraf bezien misschien wel de beste plaat die de band maakte, wat heeft gezorgd voor hooggespannen verwachtingen met betrekking tot Yours Truly, The Commuter. Hooggespannen verwachtingen die Jason Lytle meer dan waar maakt, want Yours Truly, The Commuter is een hele leuke plaat geworden. Waar Just Like The Fambly Cat naadloos aansloot op de vorige platen van Grandaddy, slaat Jason Lytle op Yours Truly, The Commuter voorzichtig nieuwe wegen in. Jason Lytle verhuisde voor de opnamen van zijn eerste officiële soloplaat van California naar Montana en dat heeft zijn weerslag gehad op het geluid op deze plaat. Op Yours Truly, The Commuter horen we aan de ene kant de zonnige elektronische klanken die we van Grandaddy kennen, maar is aan de andere kant ook ruimte voor een wat minder gepolijst en akoestisch geluid. Jason Lytle is zijn Californische roots nog zeker niet vergeten, maar voelt zich ook thuis in Montana; het levert de perfecte mix van zuidelijke zonneschijn en de eenvoud van het bestaan in de Rocky Mountains op. De uitstekende balans tussen speelse elektronica en een meer singer-songwriter gerichte aanpak, werpt op Yours Truly, The Commuter nadrukkelijk zijn vruchten af. Waar de muziek van Grandaddy me in het verleden vaak al na een paar songs op de zenuwen begon te werken, is Yours Truly, The Commuter een bijna rustgevende plaat. Een plaat waarmee Jason Lytle de aandacht moeiteloos weet vast te houden. Yours Truly, The Commuter is een intieme en eerlijke plaat die na herhaalde beluistering louter groeibriljanten lijkt te bevatten. Muziek die soms niet eens zo heel ver is verwijderd van het beste van Grandaddy, maar toch anders klinkt. Yours Truly, The Commuter is een intieme en avontuurlijke singer-songwriter plaat van een niveau dat slechts door een beperkt aantal muzikanten wordt gehaald. Het is bovendien een plaat die alleen maar beter wordt. De conclusie is dan ook simpel: Grandaddy is dood, leve Jason Lytle! Erwin Zijleman

vrijdag 29 mei 2009

Beck - One Foot In The Grave

De Amerikaanse muzikant Beck (Hansen) debuteerde in 2004 met het inmiddels tot een klassieker uitgegroeide Mellow Gold. De Amerikaan bracht in datzelfde jaar nog twee platen uit: het weinig coherente Stereopathetic Soul Manure en het authentiek klinkende One Foot In The Grave. Twee platen die destijds nauwelijks aandacht kregen, wat in het geval van Stereopathetic Soul Manure misschien ook wel het beste was. One Foot In The Grave was en is echter wel een overtuigende plaat en het is dan ook goed nieuws dat deze plaat nu opnieuw is uitgebracht. Waar Beck op Mellow Gold koos voor toegankelijke popmuziek vol invloeden uit de hiphop, waarin hij driftig strooide met elektronica en samples, is One Foot In The Grave een grotendeels akoestische plaat met traditioneel aandoende folk- en bluessongs. Op One Foot In The Grave horen we Beck als singer-songwriter aan het werk en dat doet hij zeker niet slecht. Op One Foot In The Grave eert Beck op aansprekende wijze de oude bluesmannen die hij tijdens zijn jeugd bewonderde, maar drukt hij ook op subtiele wijze (bijvoorbeeld via hier en daar een laagje gruis) zijn eigen stempel op muziek uit vervlogen tijden. One Foot In The Grave is een uiterst sobere en pure plaat. Een plaat die flink afwijkt van alles wat Beck sindsdien zou maken (ook Mellow Gold werd overigens na One Foot In The Grave opgenomen, maar verscheen een paar maanden eerder). Het is tegelijkertijd Beck’s meest persoonlijke en emotionele plaat. Waar Beck op Mellow Gold en veel van de platen die volgden de indruk wekte een zondagskind te zijn, horen we op One Foot In The Grave een breekbare muzikant die zijn indringende songs vol emotie vertolkt. Songs waarmee hij mij opvallend vaak weet te raken. De nieuwe uitgave van One Foot In The Grave bevat een flinke serie bonustracks, waarmee het totale aantal songs op deze plaat op maar liefst 30 komt. Songs die zeker niet allemaal even sterk zijn, maar er zitten de nodige pareltjes tussen en bij herhaalde beluistering groeit dit aantal alleen maar. Beck maakte sinds Mellow Gold een aantal fantastische platen, waaronder klassiekers als Odelay, Midnite Vultures en Sea Change. Platen waaraan One Foot In The Grave uiteindelijk niet kan tippen, maar een bijzondere plaat is het zeker. Erwin Zijleman

donderdag 28 mei 2009

Grizzly Bear - Veckatimest

Hoewel het Britse Elbow wat mij betreft de mooiste plaat van het jaar maakte, stond 2008 toch vooral in het teken van frisse popmuziek uit de Verenigde Staten. TV On The Radio, Vampire Weekend, MGMT en vooral Fleet Foxes werden, overigens volkomen terecht, de hemel in geprezen door de critici en trokken de aandacht van een opvallend breed publiek. In 2009 valt het tot dusver nog wat tegen met de aanwas uit de Verenigde Staten, maar met Veckatimest van Grizzly Bear hebben de Amerikanen ook dit jaar weer een hele sterke troef in handen. Helemaal als een verrassing komt dit niet. De uit Brooklyn, New York, afkomstige band maakte met Horn Of Plenty uit 2004 en vooral Yellow House uit 2006 al twee fantastische platen en bovendien circuleert Veckatimest al maanden op het Internet en wordt er ook al maanden heel druk gedaan over deze plaat. Terechte drukte, want met Veckatimest maakt Grizzly Bear een enorme sprong voorwaarts. Waar de band op haar vorige platen geniale momenten afwisselde met veel minder aansprekende rammelpop, is Veckatimest een plaat die eigenlijk geen zwakke momenten kent. Op Veckatimest kiest Grizzly Bear vooral voor folk en Westcoast pop en heeft de band bovendien veel meer aandacht besteed aan de arrangementen en de productie, wat de kwaliteit van de muziek van de band wat mij betreft zeer ten goede komt. Voor de arrangementen deed de band een beroep op Nico Muhly, die eerder dit jaar tekende voor de fraaie strijkers op de laatste plaat van Antony & The Johnsons en nu naast strijkers ook een compleet koor laat aanrukken. Het resultaat is werkelijk prachtig en uiterst doeltreffend. Op Veckatimest neemt Grizzly Bear definitief afstand van haar lo-fi verleden en kiest het voor een geluid dat herinneringen oproept aan de zonnige klanken van de Beach Boys, de harmonieën van Crosby, Stills & Nash en de arrangementen van Van Dyke Parks. Veckatimest raakt hier en daar aan het vorig jaar zo bewierookte debuut van Fleet Foxes, al is de muziek van Grizzly Bear wel complexer en veelzijdiger. Zo schuurt de band in haar meest experimentele momenten dicht tegen het geluid van Animal Collective aan. De meeste indruk maken wat mij betreft echter de zonnige en meeslepende popsongs op deze plaat. Veckatimest staat vol met songs die je onmiddellijk weten te betoveren, maar die bovendien zo knap in elkaar steken dat ze voorlopig niet gaan vervelen. Grizzly Bear pakt op Veckatimest af en toe stevig uit met een wirwar aan instrumenten en stijlen, maar desondanks maakt het popmuziek die is teruggebracht tot de essentie van het perfecte popliedje. Het is natuurlijk nog te vroeg om Veckatimest uit te roepen tot één van de cruciale platen van 2009, maar ik doe het toch. Erwin Zijleman

woensdag 27 mei 2009

Kate Voegele - A Fine Mess

De Amerikaanse singer-songwriter Kate Voegele was twee jaar geleden de eerste artiest die werd getekend door het MySpace label. Sindsdien ging het haar met name in de Verenigde Staten voor de wind. Voegele’s debuut Don’t Look Away verkocht heel aardig en bovendien dook de Amerikaanse in eigen land op in een populaire tv-serie over een jonge vrouwelijke singer-songwriter. Kate Voegele’s tweede plaat, A Fine Mess, krijgt momenteel dan ook heel veel aandacht in de Amerikaanse pers, maar is in Nederland vrijwel geruisloos verschenen. Heel vreemd is dit niet, want Kate Voegele maakt op A Fine Mess muziek die duidelijk is gemaakt voor de Amerikaanse markt. A Fine Mess is een uitermate verzorgde plaat zonder scherpe kantjes die wel wat doet denken aan de platen van Vanessa Carlton en Michelle Branch. Een plaat die het uitstekend zal doen op de Amerikaanse radio, maar die door het Europese publiek waarschijnlijk te glad zal worden gevonden. In eerste instantie hoorde ik ook niet zo heel veel in de muziek van Kate Voegele, maar omdat het allemaal wel erg aangenaam klonk, heb ik het toch nog een paar keer geprobeerd. Langzaam maar zeker begon ik te ontdekken dat Kate Voegele veel meer te bieden heeft dan de meeste van haar Amerikaanse soort- en leeftijdgenoten. Kate Voegele bewijst op A Fine Mess dat ze aanstekelijke songs kan schrijven en bovendien beschikt ze over een warm, aantrekkelijk en veelzijdig stemgeluid. De productie van deze plaat, waarvoor de van Fiona Apple bekende Mike Elizondo tekende, is zoals gezegd uitermate verzorgd, maar blijkt bij aandachtige beluistering veel avontuurlijker dan je op het eerste gehoor zult vermoeden. En zo is A Fine Mess van Kate Voegele een plaat die eigenlijk alleen maar beter wordt. Het blijft natuurlijk gepolijste en zonder uitzondering bijzonder radiovriendelijke popmuziek, maar voor iedereen die hier, net als ik, zo af en toe een zwak voor heeft, valt er op deze hele aangename plaat veel te genieten. Een onverwachte krent uit de pop. Erwin Zijleman

dinsdag 26 mei 2009

Manic Street Preachers - Journal For Plague Lovers

In vrijwel ieder verhaal over de Manic Street Preachers duikt de naam van Richey James Edwards op. De voormalig gitarist van de band verdween al weer bijna 15 jaar geleden en is in die 15 jaar getransformeerd van een niet overdreven getalenteerd muzikant in een ware rock ’n roll mythe. De Manic Street Preachers braken overigens pas door na het verdwijnen van Richey James. De nog met de gitarist gemaakte plaat The Holy Bible wordt door het merendeel van de critici weliswaar bestempeld tot hun beste, maar het zijn opvolgers Everything Must Go (1996) en This Is My Truth Tell Me Yours (1998) die de band onder de aandacht brachten van een groot publiek. Het zijn wat mij betreft ook de beste platen van de band die de afgelopen jaren helaas wat in de versukkeling is geraakt. De drie platen die de band de afgelopen tien jaar uitbracht wisten niet echt meer te overtuigen, al was het twee jaar geleden verschenen Send Away The Tigers niet eens zo slecht. Richey James Edwards is inmiddels formeel dood verklaard, maar op de nieuwe plaat van de Manic Street Preachers, Journal For Plague Lovers, is hij nadrukkelijker aanwezig dan ooit tevoren. Journal For Plague Lovers is een eerbetoon aan de gitarist die verdween en nooit meer terugkeerde. Voor haar nieuwe plaat maakte de band gebruik van de teksten die uit de nalatenschap van Richey James zijn gekomen. Bovendien kozen de Manic Street Preachers voor een door hem bewonderde producer, niemand minder dan Steve Albini, en heeft het wel erg popgeoriënteerde geluid van de laatste drie platen plaats gemaakt voor een geluid dat herinneringen oproept aan The Holy Bible en de twee platen die er op volgden. Journal For Plague Lovers is met afstand de beste plaat van de band sinds de successen van Everything Must Go en This Is My Truth Tell Me Yours. Een plaat die een aantal wat rauwere en stevigere songs bevat die raken aan die op The Holy Bible, maar ook plaats biedt aan ruimtelijke en wat meer georkestreerde songs die ook op de twee meest succesvolle platen van de band hadden kunnen staan. Op Journal For Plague Lovers eren de Manic Street Preachers het voorgoed verdwenen bandlid, maar rekenen ze ook definitief af met het verleden. Journal For Plague Lovers is misschien niet zo goed als drie eerder genoemde platen van de band, maar komt dicht in de buurt. Het is bovendien de start van een nieuwe fase in de carrière van deze toch grote band. Erwin Zijleman

maandag 25 mei 2009

Jason Isbell And The 400 Unit - Jason Isbell And The 400 Unit

Jason Isbell maakte een aantal jaren deel uit van de inmiddels behoorlijk succesvolle Drive-By Truckers, maar koos twee jaar geleden voor een solocarrière. Een gewaagde stap die tot dusver echter redelijk goed is uitgepakt. Isbell’s solodebuut, Sirens Of The Ditch, kreeg twee jaar geleden relatief veel aandacht en vrijwel zonder uitzondering positieve recensies. Waar Jason Isbell zich op zijn debuut nog liet bijstaan door muzikale vrienden, waaronder leden van de Drive-By Truckers, staat op Jason Isbell And The 400 Unit zijn band The 400 Unit centraal. Het levert wederom een hele sterke plaat op. Net als op zijn debuut, maakt Jason Isbell ook op Jason Isbell And The 400 Unit muziek die zich afwisselend door Southern rock en countryrock laat beïnvloeden, maar ook invloeden uit de jaren 60 scene van Muscle Shoals, Alabama, klinken nadrukkelijk door. Op zich niet verwonderlijk, want Jason Isbell woont op een steenworp afstand van deze legendarische plek uit de geschiedenis van de popmuziek. Op Jason Isbell And The 400 Unit staan een aantal wat stevigere tracks die herinneringen oproepen aan de hoogtijdagen van de Southern Rock en de fameuze Southern Rock Opera van de Drive-By Truckers, maar persoonlijk vind ik Jason Isbell en zijn band het best wanneer gas terug wordt genomen. Dan pas hoor je hoe competent The 400 Unit is en hoe goed Jason Isbell zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld als zanger en songwriter. Jason Isbell en zijn band opereren in genres die de afgelopen decennia compleet zijn uitgemolken, maar toch klinkt Jason Isbell & The 400 Unit fris. De Drive-By Truckers maakten vorig jaar met Brighter Than Creation’s Dark één van de betere platen in het genre. Jason Isbell & The 400 Unit doen dat dit jaar nog eens dunnetjes over, waarmee de twee jaar geleden geuite vrees dat het vertrek van Jason Isbell uit de Drive-By Truckers wel eens de doodsteek voor beiden zou kunnen zijn, definitief naar het rijk der fabelen kan worden verwezen. Erwin Zijleman

zondag 24 mei 2009

Simple Minds - Graffiti Soul

De carrière van de Simple Minds liep gedurende de jaren 80 vrijwel synchroon met die van U2. Beide bands maakten een aantal geweldige platen en wisten uiteindelijk stadions te vullen. Zowel U2 als de Simple Minds leken aan het eind van de jaren 80 bovendien ten onder te gaan aan hun eigen succes. Waar U2 zich in de jaren 90 revancheerde met het prachtige Achting Baby en uitgroeide tot de grote band die het nog altijd is, werden de Simple Minds nooit meer de oude. De band die ooit klassiekers als New Gold Dream en Sparkle In The Rain afleverde, was de afgelopen 20 jaar geen schim meer van de band die het ooit was en maakte geen enkele plaat meer die er ook maar enigszins toe deed. Op het in 2005 verschenen Black and White 050505 was enige verbetering te horen, maar toen ik de band vorig jaar ongeïnspireerd en uitgeblust aan het werk zag op een concert ter ere van Nelson Mandela, was ik er zeker van dat het heilige vuur voorgoed was gedoofd. Er was kennelijk toch nog een klein vlammetje, want met het nu verschenen Graffiti Soul hebben de Simple Minds de plaat gemaakt die waarschijnlijk niemand meer van ze had verwacht. Graffiti Soul is aan de ene kant een ouderwets klinkende Simple Minds plaat, maar het is aan de andere kant ook een plaat waarmee de band eindelijk haar zo herkenbare geluid naar het huidige millennium haalt. Direct van de eerste noten van opener Moscow Underground is duidelijk dat Jim Kerr en zijn mannen (onder wie uiteraard gitarist Charlie Burchill) eindelijk de inspiratie hebben gevonden die de band zo lang kwijt was. Ook de songs die er op volgen zijn songs die er toe doen. Songs met breed uitwaaiende gitaarwolken, een zwaar toetsentapijt, flink wat galm en de uit duizenden herkenbare vocalen van Jim Kerr. Songs vol energie en passie die herinneringen oproepen aan de platen die de band gedurende de eerste helft van de jaren 80 maakte. Dankzij de mix van de legendarische Bob Clearmountain klinkt Graffii Soul werkelijk fantastisch. In muzikaal opzicht valt er heel veel te genieten, met name het toetsenwerk en het gitaarwerk zijn van een torenhoog niveau, en het is lang geleden dat ik Jim Kerr zo goed heb horen zingen. Negen songs lang imponeren de Simple Minds met fantastische muziek. Alleen de tiende track, een uitvoering van Neil Young’s Rocking In The Free World, had van mij niet gehoeven. Voor iedereen die daar anders over denkt is er overigens een luxe versie van Graffiti Soul met een bonus-disc vol covers. Ik hou het op de negen eigen songs op Graffiti Soul. Songs waarmee de Simple Minds eindelijk weer eens een plaat hebben gemaakt die in de buurt komt van hun beste werk en bovendien een plaat waarmee men U2 op alle fronten aftroeft. Dat was even geleden. Met Graffiti Soul zijn de Simple Minds hopelijk definitief terug van veel te lang weg geweest. Erwin Zijleman

zaterdag 23 mei 2009

Iron And Wine - Around The Well

In de keuken ben ik er niet gek op, maar als het gaat om muziek ben ik meestal wel te porren voor een portie kliekjes; zo lang ze natuurlijk maar afkomstig zijn van een band die ik reken tot mijn persoonlijke favorieten. Iron And Wine is zo’n band en Around The Well is de onlangs verschenen verzamelaar met restmateriaal. Iron And Wine is een uit Columbia, South Carolina, afkomstige band, die inmiddels zo’n zeven jaar platen maakt en in die zeven jaar is getransformeerd van een soloproject van Samuel Bean in een volwaardige band. Ook in muzikaal opzicht is Iron And Wine de afgelopen zeven jaar flink veranderd. Het debuut van de band, The Creek Drank The Cradle uit 2002, bevatte nog vooral uiterst sobere en vaak wat rammelende folksongs die Beam in zijn slaapkamer opnam met aftandse apparatuur, terwijl Iron And Wine op haar laatste plaat, het uit 2007 stammende The Shepherd’s Dog, een veel voller, steviger en verzorgder geluid liet horen. Het is een ontwikkeling die ook fraai is te horen op het uit twee cd’s bestaande Around The Well. Op de eerste schijf van deze verzameling restjes horen we vooral materiaal uit de begindagen van de band en domineren de uiterst sobere songs die ook op The Creek Drank The Cradle zoveel indruk maakten. De tweede schijf bevat veel recenter materiaal, dat aansluit op het uitbundigere werk op The Shepherd’s Dog en voorganger Our Endless Numbered Days (tussen deze twee platen maakte Iron And Wine overigens samen met Calexico ook nog het opvallende In The Reins). Around The Well is zoals gezegd niet meer dan een verzameling kliekjes, maar het zijn in de meeste gevallen wel bijzonder smakelijke kliekjes. Around The Well bevat in totaal 23 tracks, waarvan een respectabel aantal niet had misstaan op de reguliere platen van de band. Tracks waarin Iron And Wine laat horen dat het zowel in uiterst sobere als in wat uitbundigere tracks uitstekend uit de voeten kan. Around The Well is misschien niet zo goed als The Creek Drank The Cradle, Our Endless Numbered Days en The Shepherd’s Dog, maar nog altijd een klasse beter dan de meeste andere platen die momenteel verschijnen. Een verzameling kliekjes derhalve met de allure van een culinair hoogstandje. Het smaakt wederom naar veel meer. Erwin Zijleman

vrijdag 22 mei 2009

Jarvis Cocker - Further Complications

Jarvis Cocker stond in 1978 aan de basis van de uit Sheffield afkomstige band Pulp. Een band die zo’n 16 jaar lang nauwelijks aandacht wist te trekken, maar vervolgens met His 'n' Hers (1994), Different Class (1995) en This Hardcore (1998) drie platen afleverde, die moeten worden gerekend tot het beste dat de Britse popmuziek gedurende de jaren 90 te bieden had. Pulp viel na de release van het eveneens uitstekende We Love Life (2001) uit elkaar en sindsdien moeten we het doen met het solowerk van Jarvis Cocker. Dat is tot dusver zeker geen straf, want het drie jaar geleden verschenen Jarvis was een opvallend sterke plaat. Een deels rijk georkestreerde en deels nogal sobere plaat waarop Jarvis Cocker aan de ene kant voortborduurde op het werk van Pulp, maar zich aan de andere kant ook manifesteerde als een crooner van formaat. Jarvis was al een prima plaat, maar de nu verschenen opvolger Further Complications is nog veel beter. Further Complications is in eerste instantie vooral een verrassende plaat. Verrassing die begint bij de keuze van de producer, want voor Further Complications nam niemand minder dan Steve Albini (Nirvana, Pixies) plaats achter de knoppen. Ook in muzikaal opzicht is Further Complications een totaal andere plaat dan zijn voorganger. Waar Jarvis Cocker op zijn debuut nog koos voor ingetogen ballads en fraaie arrangementen met strijkers, is Further Complications een opvallend rauwe plaat. Jarvis Cocker kiest op Further Complications nadrukkelijk voor gitaar georiënteerde rockmuziek; een genre dat je wel aan Steve Albini kunt over laten. Further Complications klinkt op het eerste gehoor misschien wat rechttoe rechtaan, maar al snel blijkt dat Jarvis Cocker zijn fijne neus voor even briljante als eigenzinnige popliedjes nog altijd niet verloren is. Further Complications is een plaat die zich wat mij betreft kan meten met het betere werk van Pulp. Aan de ene kant is het misschien jammer dat Jarvis Cocker niet wat nadrukkelijker voortborduurt op het werk van deze legendarische band, maar aan de andere kant siert het hem dat hij een plaat als Further Complications heeft durven maken. Eerlijkheid gebied me te zeggen dat ik niet direct onder de indruk was van deze plaat, maar inmiddels vind ik Further Complications een plaat die de status van Jarvis Cocker, als één van de meest aansprekende Britse muzikanten van de afgelopen twee decennia, absoluut recht doet. Erwin Zijleman

donderdag 21 mei 2009

Steve Earle - Townes

Het werk van de dit jaar al weer twaalf jaar geleden overleden Amerikaanse singer-songwriter Townes van Zandt is de afgelopen decennia door velen vertolkt. Vertolkingen die over het algemeen niet in de schaduw van de originelen mochten staan. Ik was op voorhand dan ook niet overtuigd van de kwaliteit van Townes; een cd waarop niemand minder dan Steve Earle een eerbetoon brengt aan zijn muzikale held en leermeester. Na beluistering van Townes kan echter worden geconcludeerd dat het werk van Townes van Zandt bij Steve Earle in goede handen is. Steve Earle kent het werk van Townes van Zandt als zijn broekzak, heeft de juiste muzikanten om zich heen verzameld (waaronder Tim O Brien, Darrell Scott, vrouwlief Allison Moorer en, vreemde eend in de bijt, Rage Against The Machine gitarist Tom Morello) en weet dankzij zijn verleden precies waar Townes van Zandt het in zijn songs over heeft. Townes klinkt hierdoor doorleefd en oprecht. De muzikanten die Steve Earle om zich heen heeft verzameld spelen over het algemeen ingetogen, al bevat Townes ook wel wat stevigere en wat voller klinkende tracks. Voor een ieder die het werk van Townes van Zandt het liefst zo sober mogelijk hoort is er een luxe-editie van deze plaat verschenen met als bonus een schijf met akoestische solopnamen van grotendeels dezelfde songs, maar persoonlijk prefereer ik toch de opnamen met band. Steve Earle vertolkt op Townes niet alleen op gloedvolle en respectvolle wijze het werk van één van de allergrootsten uit de geschiedenis van de popmuziek, hij blijft bovendien zichzelf. Op Townes hoor je Steve Earle en niet een muzikant die probeert te klinken als Townes van Zandt. Townes biedt hierdoor niet alleen een goede kennismaking met de indringende songs van Townes van Zandt, maar voegt bovendien iets toe aan het werk van deze veel te vroeg overleden legende en aan het werk van Steve Earle zelf. Steve Earle is de afgelopen jaren in muzikaal opzicht in topvorm. Op Townes toont hij niet alleen vormbehoud, maar doet hij bovendien iets wat tot dusver maar weinigen gelukt is: het werk van Townes van Zandt vertolken en met gemak overeind blijven. Erwin Zijleman

woensdag 20 mei 2009

Tori Amos - Abnormally Attracted To Sin

Tori Amos debuteerde in 1992 met het prachtige Little Earthquakes. Sindsdien volgde nog een respectabel aantal platen, maar geen van deze platen wist het debuut van de Amerikaanse te overtreffen of zelfs maar te benaderen. Ook het onlangs verschenen Abnormally Attracted To Sin moet het weer afleggen tegen het inmiddels tot een klassieker uitgegroeide Little Earthquakes, maar het is wat mij betreft wel de beste plaat van Tori Amos in vele jaren. Waar Tori Amos op haar vorige platen voorzichtig nieuwe wegen in sloeg, is Abnormally Attracted To Sin een tamelijk ouderwets klinkende Tori Amos plaat. Buiten wat voorzichtige experimenten met jazz en triphop, horen we op Abnormally Attracted To Sin vooral het type songs waarmee Tori Amos al weer 17 jaar geleden doorbrak. Songs met een belangrijke rol voor de piano, haar uit duizenden herkenbare vocalen, de balans tussen onverwachte wendingen en toegankelijke songstructuren en de messcherpe, deels autobiografische, teksten. Abnormally Attracted To Sin telt maar liefst 17 songs en heeft een speelduur van bijna 75 minuten. Dat is misschien wat veel van het goede, maar desondanks weet Tori Amos het niveau op haar nieuwe plaat behoorlijk hoog te houden. Af en toe hoor je een song die zo op Little Earthquakes had kunnen staan, waarna de aandacht vaak weer even verslapt. Dit proces blijft zich tijdens volgende luisterbeurten herhalen en het vreemde is dat het steeds weer andere songs zijn die in positieve zin op weten te vallen. Tori Amos kan met Abnormally Attracted To Sin onmogelijk verbazen zoals ze dit ooit met Little Earthquakes deed, maar ze bewijst met deze nieuwe plaat wel dat ze nog altijd in staat is om songs te schrijven die zich onderscheiden van die van de concurrentie. Een ieder die van Tori Amos een plaat verwacht die de vloer aanveegt met Little Earthquakes en een ware schokgolf zal veroorzaken, kan de hoop misschien maar beter opgeven. Een ieder die bereid is om zonder irreële verwachtingen naar de nieuwe plaat van Tori Amos te luisteren, zal na enkele luisterbeurten echter alleen maar kunnen concluderen dat Tori Amos een hele sterke plaat heeft afgeleverd, waarmee het merendeel van haar jongere concurrenten met gemak wordt afgetroefd. Erwin Zijleman

dinsdag 19 mei 2009

Madness - The Liberty Of Norton Folgate

Een nieuwe plaat van Madness leek me op voorhand niet direct iets om naar uit te kijken. Bij Madness dacht ik, zoals waarschijnlijk velen, in eerste instantie uitsluitend aan hits uit vervlogen tijden als One Step Beyond, Baggy Trousers, Night Boat To Cairo en Embarrassment. Stuk voor stuk mooie herinneringen aan de late jaren 70 en vroege jaren 80, maar ook niet meer dan dat. Zonder enig vertrouwen in de goede afloop begon ik dan ook aan de beluistering van The Liberty Of Norton Folgate, maar mijn wantrouwen maakte snel plaats voor verbazing en bewondering. Waar Madness in haar jonge jaren slechts één kunstje beheerste, is The Liberty Of Norton Folgate een buitengewoon veelzijdige plaat. Op haar nieuwe plaat heeft Madness de invloeden uit de ska die we zo goed kennen van de band nog niet volledig afgezworen, maar deze invloeden zijn een stuk minder dominant dan in het verleden het geval was en worden nu gecombineerd met invloeden uit de pop, rock, psychedelica en wereldmuziek in de breedste zin van het woord. The Liberty Of Norton Folgate is een conceptplaat over de thuisbasis van de band, Londen. Een conceptplaat die in Engeland inmiddels is vergeleken met de legendarische conceptplaten van The Beatles en The Kinks. Dat is misschien wat overdreven, al snijdt de vergelijking met het werk van The Kinks zeker hout. The Liberty Of Norton Folgate is een plaat die vol staat met geweldige songs. Songs die in een aantal gevallen zo lichtvoetig zijn als je van Madness zult verwachten, maar die in een aantal andere gevallen zo uit de pen van Kinks voorman Ray Davies of die van Ian Dury lijken gevloeid. Op The Liberty Of Norton Folgate vat Madness niet alleen haar inmiddels dertig jaar durende carrière samen, maar slaat het bovendien continu nieuwe wegen in. Mede door het grote aantal invloeden staat The Liberty Of Norton Folgate vol met songs die je dankzij fantastische melodieën en een bijzonder trefzekere productie na één keer horen dierbaar zijn, maar het zijn ook songs die de fantasie blijven prikkelen. Madness heeft met The Liberty Of Norton Folgate een plaat afgeleverd die net zo groots, meeslepend en veelzijdig is als de stad die op deze plaat wordt bezongen. Wat mij betreft een verassing van een bijna ongekende omvang. Erwin Zijleman

maandag 18 mei 2009

Scott Matthew - There Is An Ocean That Divides...

Er zijn vast mensen die het leuk vinden, maar zelf heb ik het niet zo op overdreven lange album titels. There Is An Ocean That Divides And With My Longing I Can Charge It With A Voltage That's So Violent To Cross It Could Mean Death begint daarom wat mij betreft met een aantal strafpunten. Strafpunten die Scott Matthew, want dat is de maker van de plaat (die ik in de rest van deze recensie There Is An Ocean That Divides... zal noemen), overigens wel kan hebben. De uit New York opererende, maar oorspronkelijk uit Australië afkomstige, Scott Matthew debuteerde vorig jaar met een bijzonder indrukwekkende titelloze plaat. Een plaat met intieme popliedjes die Scott Matthew de vergelijking opleverde met onder andere Elliott Smith, Scott Walker, Antony & The Johnsons, Rufus Wainwright, Jeff Buckley en David Bowie. Zelf hoorde ik vanwege het opmerkelijke stemgeluid vooral invloeden van de laatste en ik omschreef het debuut van Scott Matthew uiteindelijk dan ook als het meesterwerk dat David Bowie gedurende de jaren 70 vergat te maken. Ook op There Is An Ocean That Divides... roept de muziek van Scott Matthew herinneringen op aan de muziek van vrijwel alle hierboven genoemde muzikanten en zeker ook aan de muziek van Patrick Watson, die de lat voor 2009 onlangs nog bijzonder hoog legde met zijn Wooden Arms. Tegelijkertijd heeft de Australische Amerikaan inmiddels toch ook een duidelijk eigen geluid ontwikkeld. Ook op There Is An Ocean That Divides... vertolkt Scott Matthew op fraaie wijze zijn indringende popliedjes. Over het algemeen ingetogen en soms zelfs bijna verstilde popliedjes, die in de meeste gevallen zijn voorzien van een stemmige instrumentatie waarin piano, strijkers en blazers domineren. Klanken die je makkelijk in slaap kunnen wiegen, maar de indringende stem van Scott Matthew houdt je absoluut wakker. Net als zijn voorganger is There Is An Ocean That Divides... geen opgewekte plaat. Scott Matthew heeft een voorkeur voor zwaarmoedige songs die overlopen van melancholie, al staan er ook wel wat minder sombere songs op deze plaat. Songs die Scott Matthew met zijn emotievolle stem stuk voor stuk op bloedstollende wijze weet te vertolken. There Is An Ocean That Divides... doet in eerste instantie misschien wat pretentieus aan, maar al snel blijken alle songs op deze plaat van een ongekende en pure schoonheid. Na de release van zijn debuut wist ik het eigenlijk al, maar nu weet ik het zeker: Scott Matthew moet worden gerekend tot de grootste talenten van de huidige generatie singer-songwriters; There Is An Ocean That Divides... tot de mooiere platen van het moment. Erwin Zijleman

zaterdag 16 mei 2009

Prince - LOtUSFLOW3r / MPLSoUND / Elixer

Natuurlijk maakte Prince zijn beste platen in de jaren 80, maar het is nog altijd veel te vroeg om de kleine man uit Minneapolis met pensioen te sturen. Zijn concerten zijn nog altijd bijzonder opwindend en ook op de platen die Prince de afgelopen jaren heeft uitgebracht was in kwalitatief opzicht heel weinig aan te merken. The Rainbow Children en Musicology moeten zelfs worden gerekend tot zijn beste platen sinds de hoogtijdagen van 1999, Purple Rain, Around The World In A Day, Parade en Sign ‘O’ The Times. Onlangs verscheen weer een nieuwe Prince plaat, of beter gezegd drie nieuwe Prince platen: LOtUSFLOW3r, MPLSoUND en Elixer. Drie platen die zijn gebundeld in een sympathiek geprijsd pakket, dat Prince voor de afwisseling maar weer eens in eigen beheer heeft uitgebracht. Van de drie platen is Elixer eigenlijk geen echte Prince plaat. Elixer is immers het debuut van Bria Valente; een zangeres die zich met dit debuut mag scharen onder de vele protegés die Prince de afgelopen decennia heeft versleten. Protegés waarvan eigenlijk alleen Jill Jones echt indruk wist te maken en dat blijft voorlopig nog even zo. Het debuut van Bria Valente is een aardige plaat met zwoele R&B die af en toe de kant van de muziek van Sade op gaat. Het klinkt allemaal best lekker, maar opzienbarend is het geen moment. LOtUSFLOW3r en MPLSoUND zijn gelukkig een stuk beter. Het zijn platen waarop Prince ons trakteert op een dampende portie psychedelische funk. Muziek waarin hij zich gelukkig ook weer eens nadrukkelijk manifesteert als gitarist. Met name LOtUSFLOW3r staat vol met spetterend gitaarwerk en geestverruimende psychedelica, die hier en daar doet denken aan het beste van Jimi Hendrix, terwijl MPLSoUND wat meer in het teken staat van funk en soul en dichter ligt bij de memorabele platen die Prince gedurende de jaren 80 uitbracht. LOtUSFLOW3r en MPLSoUND kunnen zich uiteindelijk natuurlijk niet meten met deze memorabele platen, maar dat is ook bijna onmogelijk. Het zijn echter wel platen waarop heel veel te genieten valt. Platen waar de vonken van af spatten, waarop briljante muziek wordt gemaakt en waarop zeker een aantal songs staan die de potentie hebben om uit te groeien tot Prince klassiekers. Hoewel met name MPLSoUND teruggrijpt op zijn werk uit de jaren 80, klinkt het door de invloeden uit de jazz en de Braziliaanse muziek toch weer net iets anders dan we van Prince gewend zijn. En zo zit je bij beluistering van LOtUSFLOW3r en MPLSoUND toch weer op het puntje van je stoel, om uiteindelijk te concluderen dat Prince inmiddels misschien al een aantal decennia mee gaat, maar nog altijd weinig van zijn muzikale genialiteit heeft verloren. Erwin Zijleman

vrijdag 15 mei 2009

Tom Brosseau - Posthumous Success

De uit Grand Forks, North Dakota, afkomstige singer-songwriter Tom Brosseau heeft inmiddels een handvol prima platen op zijn naam staan. Hierop maakte de Amerikaan geen geheim van zijn bewondering voor oude meesters als Bob Dylan, Nick Drake, Johnny Cash en Leonard Cohen. Het zijn namen die ook allemaal weer opduiken bij beluistering van Tom Brosseau’s nieuwe plaat Posthumous Success. Waar Tom Brosseau in het verleden vaak koos voor een uiterst sobere muzikale setting, zijn de meeste songs op Posthumous Success wat meer aangekleed en in veel gevallen ook wat steviger. Het is eerlijk gezegd wel even slikken als zelfs elektronica en beats opduiken, maar de nieuwe muzikale setting is gelukkig niet ten koste gegaan van de impact die de prachtige vocalen van Tom Brosseau hebben op de luisteraar. Bovendien is er gelukkig ook op Posthumous Success voldoende ruimte voor de sobere kant die we zo goed van Tom Brosseau kennen. Na enige gewenning is Posthumous Succes niet alleen de meest veelzijdige plaat die de Amerikaan tot dusver heeft afgeleverd, maar ook de plaat die het langst weet te boeien. Hoe mooi de muziek van Tom Brosseau ook was op de platen die hij tot dusver uitbracht, na een aantal songs begon de aandacht ongewild wat te verslappen. Bij beluistering van Posthumous Succes gebeurt dit niet. De plaat is door het vollere geluid en de enkele onverwachte uitstapjes frisser en boeiender. Omdat onder het net wat frivolere klankentapijt nog altijd prachtige folksongs verstopt zitten, doet Posthumous Success in kwalitatief opzicht geen enkele concessie. Waar Tom Brosseau in het verleden vooral muziek maakte voor regenachtige dagen, is zijn muziek nu ook geschikt voor dagen waarop de zon zich wel laat zien. Iets wat fraai wordt geïllustreerd door de twee compleet verschillende versies (de een uiterst sober, de ander bijna vrolijk) van My Favourite Colour Blue waarmee de plaat opent en afsluit. Tom Brosseau slaat op Posthumous Success nieuwe wegen in, maar blijft gelukkig ook zichzelf. Het zou niet meer dan terecht zijn wanneer hij met deze plaat eindelijk doorbreekt naar een groter publiek. Erwin Zijleman

donderdag 14 mei 2009

The Horrors - Primary Colours

De Britse band The Horrors werd twee jaar geleden binnengehaald als een regelrechte sensatie. Strange House, het debuut van de band, was dan ook een ijzersterke en fascinerende plaat met muziek die vooral beïnvloedt leek door illustere namen als The Birthday Party, The Cramps, The Stranglers, The Gun Club en Joe Meek, de jeugdheld van de band. Op haar debuut vermengde The Horrors op energieke en avontuurlijke wijze invloeden uit de punk, garagerock, psychobilly, post-punk en indie-rock, maar ook allerlei andere invloeden ging de band niet uit de weg. Onlangs verscheen de tweede cd van de band, Primary Colours. Een plaat die inmiddels met gemengde gevoelens is ontvangen. Primary Colours is dan ook een totaal andere plaat dan zijn voorganger. Vergeleken met Strange House gaan The Horrors op Primary Colours betrekkelijk conventioneel te werk. Weg zijn de stekelige accenten, weg zijn de overstuurde vocalen. Primary Colours is hierdoor een stuk toegankelijker dan zijn voorganger, wat nog eens wordt verstrekt door de grotere rol voor synths, de atmosferische productie van Portishead's Geoff Barrow en de toegenomen invloed van invloeden uit met name de post-punk. The Birthday Party, The Gun Club en The Cramps hebben plaats moeten maken voor Joy Division en Echo & The Bunnymen, waarmee The Horrors in de voetsporen treden van bands als Interpol, Editors en recent nog White Lies. Het is echter veel te makkelijk om The Horrors te zien als de zoveelste band die een poging doet om munt te slaan uit de inmiddels al een aantal jaren aanhoudende post-punk revival. The Horrors mogen op Primary Colours een stuk toegankelijker klinken dan op hun debuut; een makkelijke of voorspelbare plaat is het zeker niet. Naast de genoemde invloeden uit de post-punk, zijn immers ook invloeden uit de shoegaze, psychedelica en de Krautrock nadrukkelijk aanwezig op de nieuwe plaat van The Horrors. Primary Colours klinkt hierdoor bij vlagen als de ideale mix van Joy Division, My Bloody Valentine, The Jesus & Mary Chain en Neu!, maar ook het eigenzinnige geluid van het debuut van de band is niet helemaal verdwenen. Persoonlijk vind ik Primary Colours een fantastische plaat. Je kunt van alles zeggen over de koerswijziging van de The Horrors, maar ik laat liever de muziek spreken. Primary Colours is wat mij betreft een plaat die van de eerste tot de laatste seconde imponeert. De plaat is misschien toegankelijker dan het debuut van de band, maar het is nog altijd een plaat die vol verrassing zit. De critici twijfelen ondertussen tussen één van de grootste tegenvallers van het jaar of één van de sensaties van 2009. Ik sluit me vooralsnog aan bij de laatste groep. Erwin Zijleman

woensdag 13 mei 2009

Pink Mountaintops - Outside Love

De persberichten die verschijnen ter ere van nieuwe cd’s spreken me maar zelden aan, maar het persbericht bij Outside Love van Pink Mountaintops bevat een aantal aardige quotes. Wat te denken van “Outside Love is ten songs of love and hate that read like a Danielle Steele romance novel but that would probably make for bad television” of “The ten songs on Outside Love are about or influenced by weddings in Montreal, winter, Pink Floyd's The Final Cut, Christmas albums, that one Exile song and that one Echo and the Bunnymen song, the Bermuda Triangle, being depressed in the sunshine, people who haven't made out yet but will in the future, The Everly Brothers, clowns in the ceilings, and bedrooms where skinheads used to live”. Quotes die mij in ieder geval nieuwsgierig maakten naar de nieuwe cd van de band die tot dusver niet veel meer leek dan een zijuitstapje van Black Mountain voorman Stephen McBean. Een hobby die wat uit de hand begint te lopen, want met Outside Love heeft Pink Mountaintops een plaat afgeleverd die het werk van Black Mountain in kwalitatief opzicht naar de kroon steekt. In muzikaal opzicht zijn Black Mountain en Pink Mountaintops alleen maar verder uit elkaar gegroeid. Op Outside Love ligt de nadruk wat meer op invloeden uit de folk en wordt vaker gekozen voor wat lieflijkere popsongs met structuur in plaats van maar doormalende psychedelische jams, al zijn invloeden uit de psychedelica nog altijd nadrukkelijk aanwezig in het werk van Pink Mountaintops en kiest de band nooit voor de makkelijkste weg. Bijgestaan door flink wat muzikale vrienden (waaronder (voormalig) leden van Whiskeytown, de band van Bonnie ‘Prince’ Billy, Destroyer, Godspeed You Black Emperor!, SunnO)) en natuurlijk Black Mountain, hebben de Pink Mountaintops een plaat afgeleverd die hier en daar aan het werk van The Polyphonic Spree doet denken, al is de muziek van Pink Mountaintops gelukkig niet voorzien van het hallelujasfeertje dat bij The Polyphonic Spree net wat te vaak de kop op steekt. Ook de vergelijking met het werk van Pink Floyd dringt zich hier en daar op, met name wanneer de “songs of love and hate” op Outside Love een wat grimmiger karakter krijgen, maar ook de vergelijking met de genialiteit en/of de gekte van Brian Wilson en zeker ook Phil Spector snijdt hout. Waar de songs van Pink Mountaintops in het verleden wel erg rammelden, is het lo-fi karakter van de band op Outside Love grotendeels verdwenen, al heeft het werk van de band gelukkig zijn soms bijna naïeve charme behouden. Het levert een prachtige en bedwelmende plaat op die de wereld een beetje mooier maakt dan hij in werkelijkheid is en de belofte van het veelbelovende persbericht in alle opzichten meer dan waar maakt. Erwin Zijleman

dinsdag 12 mei 2009

Patrick Watson - Wooden Arms

Het duurde even voordat iedereen er van doordrongen was, maar toen Close To Paradise van de Canadese singer-songwriter Patrick Watson een paar jaar geleden eenmaal wat breder werd opgepikt, was er ook geen houden meer aan. Het succes van één van de betere platen van de afgelopen jaren heeft de druk op de opvolger flink opgevoerd, want hoe moet je een plaat als Close To Paradise overtreffen of zelfs maar benaderen? Direct bij eerste beluistering van Wooden Arms is duidelijk dat Patrick Watson zelf weinig last heeft gehad van deze druk. Op Wooden Arms doet Patrick Watson aan de ene kant wat hij ook op Close To Paradise deed, maar aan de andere kant laat de nieuwe plaat van de Canadees ook een ander geluid horen. Net als op Close To Paradise horen we ook op Wooden Arms weer fascinerende songs met invloeden uit de folk, de rock en, opvallend, de klassieke muziek. De songs van Patrick Watson doen door de klassieke invloeden soms wat pretentieus en pompeus aan, maar zijn hiernaast ook doelgericht en intiem. Het zijn songs die je even op je in moet laten werken, al bevat de muziek van Patrick Watson ook flink wat passages die zo bloedstollend mooi zijn dat je direct voor de bijl gaat. Wooden Arms is wat experimenteler dan zijn voorganger en leunt zwaarder op percussie, die in de meest uiteenlopende vormen tot ons komt. Door alle percussie klinkt Wooden Arms wat onrustiger dan zijn voorganger, maar op de zenuwen werken doet de plaat gelukkig nergens. Ook op Wooden Arms weet Patrick Watson weer te ontroeren en te verbazen met songs die anders, maar toch ook vertrouwd klinken. De muziek van Patrick Watson is de afgelopen jaren vooral vergeleken met die van Jeff Buckley en Andrew Bird, maar Wooden Arms laat horen dat deze vergelijkingen maar ten dele op gaan. Ook op zijn nieuwe plaat maakt Patrick Watson immers weer unieke muziek. Muziek met prachtige klanken en melodieën, maar ook muziek vol onverwachte wendingen. Muziek die fraai kleurt bij de opvallende en inmiddels zeer herkenbare zang van Patrick Watson. Ook op Wooden Arms maakt Patrick Watson weer geen makkelijke muziek, zeker niet in een aantal wat fragmentarisch aandoende songs, maar echt ontoegankelijk is het geen moment. Patrick Watson experimenteert zo nu en dan flink op Wooden Arms, maar ook wanneer hij driftig strooit met arrangementen, instrumenten en geluiden, lijkt iedere noot weloverwogen en raak. Met Close To Paradise manifesteerde Patrick Watson zich als één van de bijzonderste muzikanten van de afgelopen jaren. Met het avontuurlijke en uiteindelijk betoverend mooie Wooden Arms weet hij deze status te consolideren. Wooden Arms is niet mooier of minder mooi dan Close To Paradise, maar net als zijn voorganger een unieke plaat die voorlopig niet uit de cd speler of mp3 speler te krijgen zal zijn. Erwin Zijleman

Alasdair Roberts - Spoils

De Schotse muzikant Alasdair Roberts werd ooit ontdekt door Will Oldham, die zijn band Appendix Out halverwege de jaren 90 aan een platencontract hielp. De doorbraak van de band bleef echter, mede door het uitbrengen van nogal wisselvallige platen, uit. Ook met zijn vier tot dusver verschenen soloplaten weet Alasdair Roberts vooralsnog nog geen potten te breken, maar waar het werk van zijn band weinig constant was, zijn de soloplaten van de Schot allemaal van een bijzonder hoog niveau. Platen waarop Alasdair Roberts muziek maakt die aansluit bij de tradities van de Britse folk en de songs van de troubadours uit een nog veel verder verleden. Spoils sluit naadloos aan op de vorige platen van Alasdair Roberts, want ook deze plaat staat weer vol met dreigende en authentiek klinkende folksongs. Folksongs die lijken weggelopen uit een ver verleden en bij voorkeur een gitzwarte ondertoon hebben. Het is muziek die niet iedereen zal kunnen waarderen, maar voor een ieder die open staat voor wat traditionelere folkmuziek valt er ook op Spoils weer heel veel te genieten. Ook op Spoils vertelt Alasdair Roberts mooie poëtische verhalen, vertolkt hij deze verhalen met een bijzondere en vaak getergd klinkende stem met een fraai Schots accent en voorziet hij zijn songs van een even stemmige als veelzijdige instrumentatie, waarin zowel ruimte is voor traditionele als moderne instrumenten. Spoils klinkt net als de vorige platen van de Schot mysterieus en indringend. Het is muziek die hier en daar raakt aan die van Will Oldham en Songs:Ohia, al is de oorsprong van de muziek van Alasdair Roberts (Britse folk) anders dan die van de muziek van Oldham en Songs:Ohia (Appalachen folk). Zich echt onderscheiden doet de muziek van Alasdair Roberts pas wanneer je Spoils meerdere malen hebt gehoord. Dan valt pas op hoe knap Alasdair Roberts zijn traditionele muziek het heden in loodst en hoe fraai zijn songs in elkaar zitten. De Britse muziektijdschriften zijn zoals altijd lyrisch over Alasdair Roberts en noemen Spoils zijn beste plaat tot dusver. Na een aantal luisterbeurten kan ik me hier alleen maar bij aansluiten. Iedereen die de muziek van Alasdair Roberts kent, weet precies wat voor moois hij/zij kan verwachten. Voor een ieder die de muziek van deze bijzondere muzikant nog niet kent, vormt Spoils een prachtige kennismaking met een indrukwekkend oeuvre. Erwin Zijleman

maandag 11 mei 2009

The Vaselines - Enter The Vaselines

De Schotse band The Vaselines bestond maar een paar jaar en bracht tijdens haar bestaan slechts twee singles uit. Het debuut van de band verscheen uiteindelijk pas nadat de band uit elkaar was gevallen. De band rond Eugene Kelly en Frances McKee werd aan het begin van de jaren 90 door vrijwel niemand opgemerkt, maar trok wel de aandacht van ene Kurt Cobain. Cobain prees de band vele malen de hemel in en coverde met Nirvana een aantal songs van de band. Molly’s Lips en Son Of A Gun kwamen uiteindelijk terecht op de Nirvana rarities verzamelaar Incesticide, terwijl Jesus Doesn't Want Me For A Sunbeam het zelfs tot de memorabele live-plaat MTV Unplugged In New York wist te schoppen. Zonder Kurt Cobain zouden The Vaselines al lang vergeten zijn, maar dankzij de inspanningen van dit icoon uit de popmuziek is de muziek van The Vaselines voor altijd bewaard gebleven. Compilaties met de muziek van The Vaselines waren al langer beschikbaar, maar de ultieme verzamelaar ligt nu pas in de winkel. Het uit twee cd’s bestaande Enter The Vaselines bevat alle studio-opnamen van de band en een aardige, maar zeker niet opzienbarende, bonus cd met live-opnamen en demo’s. Had Kurt Cobain het bij het juiste eind en heeft de muziek van The Vaselines de tand des tijd doorstaan? Het zijn twee vragen die ik bevestigend kan beantwoorden. De studio-opnamen van The Vaselines laten een band horen die rammelende en vaak wat knullig aandoende popliedjes maakt. Popliedjes waarin een monotone mannenstem wordt afgewisseld met een heldere maar wat onvaste vrouwenstem. Popliedjes die soms genoeg hebben aan akoestische gitaren, maar zich ook zo nu en dan omgeven door gitaarruis die ook op platen van The Jesus & Mary Chain niet had misstaan, door typische 80s elektronica of door stemmige violen. De popliedjes van The Vaselines maken zoals gezegd een wat knullige indruk, maar dit maakt de muziek van The Vaselines ook uitermate charmant en wat mij betreft volstrekt onweerstaanbaar. Vrijwel alle songs op de eerste schijf van Enter The Vaselines zitten na één keer horen voorgoed in je hoofd. Het zijn songs die herinneren aan The Go-Betweens, The Jesus & Mary Chain, The Velvet Underground en Violent Femmes. Songs die sindsdien vele eigenwijze bands hebben beïnvloed, maar in de meeste gevallen niet werden geëvenaard. Waar bands uit Glasgow de afgelopen jaren werden overladen met aandacht, zijn The Vaselines gedurende hun bestaan vooral genegeerd. Enter The Vaselines laat op overtuigende wijze horen hoe onterecht dit was. Erwin Zijleman

zondag 10 mei 2009

Astra - The Weirding

Sinds de opkomst van de punk in de tweede helft van de jaren 70 is progrock (voorheen symfonische rock) voor veel muziekliefhebbers en vrijwel alle critici een vies woord. De laatste jaren is dit gelukkig aan het veranderen. Progrock is niet meer het geïsoleerde genre dat het een aantal jaren geleden was. Progrock bands kunnen rekenen op veel meer sympathie dan de afgelopen decennia het geval was en invloeden uit de progrock duiken steeds vaker op bij bands die in de smaak vallen bij een breed publiek. Het Amerikaanse Astra is een band die wel eens kan gaan profiteren van de toegenomen interesse voor progrock, want met The Weirding heeft deze band uit San Diego een geweldige plaat afgeleverd. The Weirding is een plaat die in eerste instantie vooral herinneringen oproept aan de hoogtijdagen van de progrock. Het artwork lijkt rechtstreeks uit de jaren 70 te komen en ook in muzikaal opzicht zijn het in eerste instantie de jaren 70 die de klok slaan. The Weirding raakt met invloeden uit de progrock, hardrock en psychedelica en lange intro’s, epische instrumentale tracks, veel ruimte voor solo’s en muziek die is opgebouwd uit vele lagen, nadrukkelijk aan de muziek van bands als Yes, King Crimson, Black Sabbath en vooral Pink Floyd. Bijna 80 minuten lang neemt Astra je mee op een muzikale tijdreis die begint in de jaren 70, maar hier gelukkig niet blijft steken. Luister wat beter naar The Weirding en je hoort dat we hier niet te maken hebben met een stel belegen hippies voor wie de tijd stil is blijven staan toen in Londen en New York de eerste punks in het straatbeeld verschenen. Astra maakt muziek die weliswaar is geworteld in de progrock, hardrock en psychedelica uit de jaren 70, maar die ook open staat voor invloeden uit de hedendaagse muziek en ook regelmatig met beide benen op de grond staat. Luister onbevangen naar The Weirding en je ervaart een fascinerende luistertrip waarin steeds weer nieuwe dingen te ontdekken zijn. Het beluisteren van The Weirding roept associaties op met het maken van een puzzel van 5000 stukjes. In eerste instantie lijkt het (te) veel van hetzelfde, maar wanneer alle puzzelstukjes op hun plaats vallen blijkt het fraaie totaalbeeld opgebouwd uit zeer uiteenlopende details. Met The Weirding heeft Astra een plaat gemaakt die niet alleen herinneringen op kan halen aan muziek uit vervlogen tijden, maar die ook een brug kan slaan naar de muziek van vandaag en morgen. Luister er onbevangen en onbevooroordeeld naar en er valt heel veel te genieten op deze bijzondere plaat. Erwin Zijleman

zaterdag 9 mei 2009

Ben Harper & Relentless7 - White Lies For Dark Times

De Amerikaanse muzikant Ben Harper heeft de afgelopen 15 jaar een behoorlijk indrukwekkend oeuvre opgebouwd. Een serie platen die opvalt door een betrekkelijk grote diversiteit, maar een vrijwel constante en hoge kwaliteit. Platen waarop Ben Harper met name putte uit de archieven van de folk, soul, funk, blues, reggae en gospel en zich over het algemeen liet begeleiden door zijn band The Innocent Criminals, al dan niet bijgestaan door de vocalen van The Blind Boys Of Alabama. Op Harper’s nieuwe plaat, White Lies For Dark Times, schitteren The Innocent Criminals een keer door afwezigheid en komt Ben Harper met een nieuwe band op de proppen, Relentless7. Relentless7 blijkt een power-trio uit Texas dat in tegenstelling tot The Innocent Criminals niet vies is van lekker stevige rockmuziek met flink wat invloeden uit de Delta-blues. White Lies For Dark Times klinkt hierdoor een flink stuk steviger en rauwer dan we van Ben Harper gewend zijn, overigens zonder dat dit ten koste is gegaan van zijn zo unieke geluid. Op White Lies For Dark Times wordt het akoestische soulgeluid van Ben Harper’s laatste platen gecombineerd met een geluid dat afwisselend doet denken aan dat van ZZ Top en The Jimi Hendrix Experience. Een opmerkelijke combinatie die verrassend goed uitpakt. White Lies For Dark Times is een doorleefde en energieke plaat die laat horen dat Ben Harper ook in wat stevigere muziek prima uit de voeten kan, iets waar in het verleden nog wel eens over werd getwijfeld. White Lies For Dark Times doet in haar stevigste momenten wel wat denken aan het werk van Living Colour, maar het is tegelijkertijd een echte Ben Harper plaat. Een plaat met fantastische soulvolle en gepassioneerde vocalen, goed in elkaar stekende songs en muzikanten die met hart en ziel spelen. Het is misschien even slikken voor de Ben Harper fans van het eerste uur, maar ook zij zullen snel concluderen dat ook dit wat stevigere uitstapje van de muzikant uit California zeer geslaagd is. Ben Harper slaat op White Lies For Dark Times op gedreven wijze nieuwe wegen in. Dat siert hem niet alleen, maar levert ook nog eens een hele overtuigende plaat op. Erwin Zijleman

vrijdag 8 mei 2009

Conor Oberst And The Mystic Valley Band - Outher South

Conor Oberst leverde de afgelopen tien jaar een aantal fantastische platen af met zijn band Bright Eyes en was hiernaast te horen op platen van flink wat andere bands uit de door hem gecreëerde muziekscene in Omaha, Nebraska. Vorig jaar verscheen Oberst’s eerste plaat onder zijn eigen naam. Op zijn titelloze debuut sloeg Conor Oberst voorzichtig nieuwe wegen in, maar volledig overtuigen deed hij nog niet. Wat vorig jaar nog een tussendoortje leek, krijgt nu een vervolg met Outher South. Net als op de vorige plaat wordt Conor Oberst op Outher South bijgestaan door The Mystic Valley Band. De naam van de band prijkt zelfs op de hoes van de cd. Waar The Mystic Valley Band vorig jaar nog als los zand aan elkaar hing, maakt de band op Outher South een veel betere indruk. De band heeft bovendien een stevigere vinger in de pap op deze plaat en levert in een aantal tracks zelfs de lead vocalen. Outher South is hierdoor meer een bandplaat dan een soloplaat van Conor Oberst. Een plaat van een band die nog niet kan tippen aan Bright Eyes in haar beste dagen, maar het afgelopen jaar wel flinke vorderingen heeft gemaakt. Outher South bevat vooral songs die in het hokje Southern rock of countryrock passen. Songs die in eerste instantie wel lekker klinken, maar me tegelijkertijd niet zo heel veel zeiden. Dit is echter een plaat die je niet na één keer horen kunt beoordelen. Outher South is een plaat die langzaam maar zeker groeit. Een plaat die na een paar keer horen voor het eerst een paar positieve uitschieters laat horen, waarna het aantal songs dat in positieve zin opvalt groeit. Outher South lijkt in eerste instantie vooral een plaat waarop een inmiddels goed ingespeelde band lekker muziek aan het maken is, maar het blijkt uiteindelijk toch ook weer een plaat waarop Conor Oberst laat horen waartoe hij in staat is. Zoals gezegd wordt het niveau van Bright Eyes in topvorm nog niet gehaald, maar vergelijk de muziek op Outher South met die van de concurrentie in deze genres en Conor Oberst en zijn Mystic Valley band winnen met glans. In flink wat recensies wordt inmiddels beweerd dat Conor Oberst over zijn creatieve hoogtepunt heen is en een zwakke plaat heeft afgeleverd. Mijn advies: luister nog een keer en concludeer niet alleen dat Outher South veel beter is dan je in eerste instantie zult vermoeden, maar ook dat dit wel eens een voorbode kan zijn van een serie platen die de vergelijking met het werk van Bright Eyes in alle opzichten aan kan. Erwin Zijleman

donderdag 7 mei 2009

Akron/Family - Set 'Em Wild, Set 'Em Free

Het zijn misschien niet de makkelijkste platen die Akron/Family tot dusver heeft gemaakt, maar persoonlijk ben ik zeer gecharmeerd van de muziek van de Amerikaanse band. Muziek die op het titelloze debuut uit 2005 nog kon worden omschreven als psych-folk, maar sindsdien alle kanten is opgewaaid. De plaat die werd gemaakt met Michael Gira’s Angels Of Light en opvolgers Meak Warrior en Love Is Simple verwerkten op avontuurlijke wijze tal van invloeden. Invloeden die varieerden van folk, avant garde, wereldmuziek en psychedelica tot post-rock, bluesrock en prog-rock. Het leverde Akron/Family de vergelijking op met allerlei bands, variërend van Captain Beefheart en Led Zeppelin tot Devendra Banhart en Animal Collective; zeer uiteenlopende namen die suggereren dat de muziek van Akron/Family eigenlijk met niets te vergelijken is. Ook op haar vijfde plaat, Set 'Em Wild, Set 'Em Free, is Akron/Family er weer in geslaagd om buitengewoon fascinerende muziek te maken. Muziek die volstrekt ongrijpbaar is en zo nu en dan klinkt alsof je meerdere platen tegelijk op hebt staan. Opener Everyone Is Guilty zet direct de toon met muziek die klinkt als een jamsessie van Yes en Talking Heads en eindigt in een brei van strijkers. Het hierop volgende River lijkt in eerste instantie een betrekkelijk eenvoudige folksong, tot een Afrikaans gitaarloopje en de nodige blazers Akron/Family wederom in de richting van Talking Heads duwen. Ook in alle tracks die volgen blijft Akron/Family verrassen. Steeds weer combineert de band allerlei invloeden in soms wat chaotisch aandoende songs. Combinaties van stijlen die soms bijna onnatuurlijk aanvoelen, maar keer op keer prachtig uit blijken te pakken. Vergeleken met zijn twee voorgangers bevat Set 'Em Wild, Set 'Em Free flink wat ingetogen momenten, al zijn er ook een aantal zeer eclectische uitstapjes. Set 'Em Wild, Set 'Em Free is een plaat die ik, ondanks de veelheid aan stijlen, tempowisselingen en verrassende wendingen, niet ontoegankelijk zou durven noemen. Akron/Family mag zich bij voorkeur buiten de gebaande paden begeven, maar de band heeft ook een goed gevoel voor prachtige en soms bijna sprookjesachtige klanken en songs waarvoor Brian Wilson zich zelfs in zijn beste dagen niet zou hebben geschaamd. Met Set 'Em Wild, Set 'Em Free heeft Akron/Family wat mij betreft haar beste plaat tot dusver gemaakt. Een plaat die laat horen hoe avontuurlijk en hoe mooi popmuziek kan zijn. Een plaat die je maar blijft verbazen en je ondertussen steeds dierbaarder wordt. Erwin Zijleman

woensdag 6 mei 2009

Anne Soldaat - In Another Life

Nog niet helemaal bekomen van de fantastische nieuwe plaat van Johan, word ik opnieuw geconfronteerd met een plaat van eigen bodem op die zich met gemak kan meten met die van de buitenlandse concurrentie. Hiervoor verantwoordelijk is Anne Soldaat, die ooit furore maakte met Daryll-Ann en vervolgens een hele aardige plaat maakte onder de naam Do The Undo. In Another Life is de eerste plaat die Anne Soldaat onder zijn eigen naam uitbrengt, maar een echte soloplaat is het niet. Op In Another Life werkt Anne Soldaat immers zeer nauw samen met de Amerikaanse multi-instrumentalist en producer Jason Falkner. Falkner stond in het verleden aan het roer van de cultbands The Three O'Clock en Jellyfish, bracht een aantal hele interessante soloplaten uit (met Presents Author Unknown uit 1996 als voorlopig hoogtepunt) en werkte verder samen met onder andere Air, Beck en Paul McCartney. Zeker niet de minste dus. In Another Life laat horen dat het met de muzikale chemie tussen Jason Falkner en Anne Soldaat wel goed zat. In Another Life is immers een verbluffend goede plaat. Een plaat vol met perfecte popliedjes met vaak een wat ruw of rammelend randje en vocalen waar je even aan moet wennen. Net als bij Daryll-Ann blijkt Anne Soldaat ook op In Another Life weer een meester in het schrijven van lekker in het gehoor liggende popliedjes. Popliedjes die, net als bij Daryll-Ann, zijn beïnvloedt door onder andere The Byrds, The Beatles, Neil Young, The Beach Boys en Buffalo Springfield, maar ook niet vies zijn van invloeden uit de lo-fi. Ruwe stenen die door Jason Falkner zijn geslepen en gepolijst, overigens zonder dat dit ten koste is gegaan van het herkenbare stempel dat Anne Soldaat op zijn songs drukt of het persoonlijke karakter van zijn songs. In Another Life biedt een fraaie collectie songs, die variëren van lekkere stevige gitaarmuziek tot behoorlijk ingetogen folksongs. Songs die in een aantal gevallen dicht bij de prachtige platen van Daryll-Ann liggen, maar ook het inslaan van nieuwe wegen niet schuwen. Songs die bovendien over de nodige groeipotentie lijken te beschikken, want In Another Life wordt vooralsnog alleen maar beter. Een bijzonder knappe plaat van één van Nederland’s meest getalenteerde singer-songwriters. Erwin Zijleman