maandag 31 oktober 2016

Lady Gaga - Joanne

Lady Gaga heeft tot dusver nog geen plekje in mijn platenkast weten te veroveren, al heb ik haar eerste singles (en met name Paparazzi en Poker Face) wel als ‘guilty pleasures’ in mijn Spotify playlists staan. 

Haar nieuwe plaat krijgt verrassend positieve recensies, ook in de wat kritischere muziekpers, en daarom ben ik vorige week toch wel enigszins nieuwsgierig begonnen aan Joanne. 

Op Joanne neemt Lady Gaga volgens sommige recensies afstand van de pop, maar dat hoor ik echt niet. Joanne is immers een 100% pop plaat (of vooruit een 90% pop een een 10% rock plaat), maar het is wel een hele goede popplaat. 

Een goede popplaat begint wat mij betreft bij een bijzondere stem en daar beschikt Stefani Joanne Angelina Germanotta over. Vergeleken met de meeste andere popprinsessen heeft Lady Gaga een lekkere rauwe strot, die, net als die van bijvoorbeeld Pink, in vocaal opzicht lekker buiten de lijntjes kleurt. De zang op Joanne laat bovendien veel meer emotie horen dan gebruikelijk in het genre. 

Dat buiten de lijntjes kleuren doet Lady Gaga op Joanne ook in muzikaal opzicht. De songs op de plaat liggen stuk voor stuk lekker in het gehoor en zijn absoluut hitgevoelig, maar het zijn ook songs waarin dingen gebeuren die je niet verwacht of die je als muziekliefhebber enthousiast doen opveren. Joanne springt bovendien driftig heen en weer tussen verschillende genres en overtuigt net zo makkelijk met songs die het goed doen op de dansvloer als met bijna intieme luisterliedjes of songs met invloeden uit de Jamaicaanse dub. 

Joanne is een opvallend gevarieerde plaat en dat kan ook bijna niet anders wanneer je kijkt naar de gastenlijst, waarop namen als Beck, Florence Welch (Florence And The Machine), Josh Homme (Queens Of The Stone Age) en Father John Misty en natuurlijk die van producer Mark Ronson prijken. 

Ondanks de goedgevulde gastenlijst en de aanwezigheid van een topproducer is Joanne een 100% Lady Gaga plaat. Het is een plaat die refereert naar haar eerdere, behoorlijk lichtvoetige werk, maar Joanne laat ook horen dat Lady Gaga een bijzondere persoonlijkheid is, die veel meer kan dan opvallen met niet alledaagse outfits. 

Iemand die niets heeft met pop, zal op Joanne waarschijnlijk maar weinig van zijn of haar gading vinden, maar als je een beetje pop wel kunt waarderen, maar ook het avontuur zoekt, valt er op Joanne juist heel veel te genieten. Zeker wanneer je de plaat met de koptelefoon beluistert is het genieten van de vele productionele hoogstandjes, maar ook de songs van Lady Gaga blijven makkelijk overeind en blijken veel voedzamer dan de standaard kauwgomballen pop en veel duurzamer dan alle elektronische wegwerp pop van het moment. 

In de meeste recensies wordt misschien wat overdreven over het lage pop gehalte van het nieuwe album van Lady Gaga, maar dat Joanne een hele goede plaat is kan ook ik alleen maar beamen. Erwin Zijleman







zondag 30 oktober 2016

Aaron Lee Tasjan - Silver Tears

Het cv van de Amerikaanse muzikant Aaron Lee Tasjan lijkt op het eerste gezicht behoorlijk indrukwekkend. Er zijn er immers niet veel die kunnen zeggen dat ze als gitarist bij bands als New York Dolls en Drivin' n' Cryin' op de loonlijst hebben gestaan. 

Enige relativering is echter wel op zijn plaats, want de in 1986 geboren muzikant stond uiteraard niet tijdens de meest relevante dagen van de genoemde bands met ze op de planken. 

Binnenkort heeft Aaron Lee Tasjan de grote namen van weleer niet meer nodig op zijn cv, want met zijn tweede plaat heeft de in Columbus, Ohio, geboren en getogen, maar tegenwoordig vanuit Nashville opererende singer-songwriter een waar kunststukje afgeleverd. 

Silver Tears is een plaat die zo lijkt weggelopen uit de jaren 70. Bij eerste beluistering hoorde ik direct de invloeden van met name Harry Nilsson, Randy Newman en af en toe Roy Orbison (of Chris Isaak), maar hoe vaker je de tweede plaat van Aaron Lee Tasjan hoort, hoe meer namen opduiken. 

Zo bevat Silver Tears een aantal songs waarvoor Paul McCartney zich in de jaren 70 niet geschaamd zou hebben, maar schuift Aaron Lee Tasjan ook meerdere keren op richting de Amerikaanse rootsmuziek of imponeert hij met een bedwelmend staaltje swamp-rock.  

Nu zijn er veel meer platen die de mosterd uit vervlogen tijden halen, maar er zijn er niet veel die vol met volstrekt tijdloze popsongs staan, waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden. Silver Tears is wel zo’n plaat. Aaron Lee Tasjan strooit op zijn tweede plaat met bijzonder aangename popliedjes en het knappe is dat ze allemaal anders klinken. 

Naast alle bovengenoemde namen komt ook Jeff Lynne meerdere keren voorbij als vergelijkingsmateriaal, maar Aaron Lee Tasjan heeft New York een paar jaar geleden niet voor niets verruild voor Nashville en kan uiteraard ook uit de voeten met invloeden uit de country. Het grappige is dat in iedere recensie die ik lees weer andere namen opduiken en onzinnig is de opgeworpen vergelijking maar zelden. 

Silver Tears is zoals gezegd een plaat om heel erg vrolijk van te worden, maar als je je voor de afwisseling eens niet laat meevoeren door alle onweerstaanbare songs en kritisch naar de songs op de plaat luistert, hoor je dat in de songs van Aaron Lee Tasjan ook nog eens alles klopt en dat de Amerikaanse muzikant niet alleen kan vermaken, maar ook kan ontroeren of inspireren. 

En zo is Silver Tears niet alleen een fraai eerbetoon aan de muzikale helden van Aaron Lee Tasjan, maar is het ook een fraaie illustratie van zijn eigen kunnen. Met Silver Tears heeft hij alvast een plaat gemaakt die hoge ogen zou moeten kunnen gooien, maar dat deze muzikant de komende jaren met nog veel meer moois op de proppen gaat komen lijkt me zeker. Erwin Zijleman







zaterdag 29 oktober 2016

Arc Iris - Moon Saloon

Ik was ruim twee jaar geleden best te spreken over het titelloze debuut van Arc Iris, maar moet bekennen dat ik de plaat sinds het schrijven van de recensie nooit meer heb gedraaid. 

Opvolger Moon Saloon heb ik daarom een tijdje laten liggen, maar uiteindelijk werd ik toch weer nieuwsgierig. 


Op het debuut van het alter ego van Jocie Adams gebeurde immers zoveel dat het me met enige regelmaat duizelde en zo op zijn tijd heeft dat wel wat. 


Jocie Adams speelde in het verleden in The Low Anthem en kan op flink wat instrumenten uit de voeten. Dat geldt ook voor de muzikanten die haar op Moon Saloon begeleiden, waardoor de plaat, zeker bij de beluistering met de koptelefoon, opvalt door een rijk en gevarieerd instrumentarium. 


Het is een instrumentarium dat soms klassiek aandoet, maar Jocie Adams is op haar nieuwe plaat ook niet vies van gitaren en elektronica. Het levert een bont en bij vlagen overvol of zelfs kaleidoscopisch (de openingstrack heet niet voor niets Kaleidoscope) geluid op dat niet bij iedereen in de smaak zal vallen, maar mij bevalt het wel. 


Op het debuut van Arc Iris waren nog flink wat invloeden uit de folk te horen, maar deze zijn op Moon Saloon vrijwel afwezig. Op de tweede plaat van Arc Iris domineert de experimentele popmuziek, zoals Kate Bush die maakte in haar meest avontuurlijke dagen. Ander vergelijkingsmateriaal wordt aangedragen door Joanna Newsom en Joanna Newsom, al vind ik het stemgeluid van Jocie Adams aangenamer en in ieder geval toegankelijker dan dat van de drie genoemde dames. 


Door al het experiment valt niet alles direct op zijn plek, zodat er bij herhaalde beluistering van de plaat nog lang nieuwe dingen zijn te horen. Het zijn zeker niet de makkelijkste dingen, want Jocie Adams kiest op haar nieuwe plaat voor vrij complexe songstructuren en overvolle arrangementen, waarin vooral de blazers en strijkers alle kanten op schieten. 


Haar songs strijken soms nadrukkelijk tegen de haren in, maar verrassen en betoveren ook continu met bijzondere keuzes en verrassende wendingen. Moon Saloon is een plaat die je na tien minuten vol afgrijzen terzijde schuift of die je van de eerste tot de laatste noot wilt ontdekken. 


Ik geef eerlijk toe dat ik het soms ook wel wat te vol en wispelturig vind, maar net als ik af wil haken overtuigt Moon Saloon weer met een geweldig popliedje of met experiment dat smeekt om aandacht, waardoor ik Moon Saloon toch steeds weer verkies boven de nieuwe Agnes Obel.


Of ik de plaat nog heel vaak ga draaien durf ik niet te voorspellen, maar hoe meer ik er naar luister hoe meer ik onder de indruk ben van de bijzondere capriolen van Jocie Adams. Erwin Zijleman








vrijdag 28 oktober 2016

Joseph Arthur - The Family

De Amerikaanse singer-songwriter Joseph Arthur heeft inmiddels een aardig stapeltje platen op zijn naam staan, maar in mijn platenkast zie ik er echt maar één. 

Our Shadows Will Remain uit 2004 heb ik heel vaak gedraaid en als ik me niet vergis heeft de plaat zelfs mijn jaarlijstje over het betreffende jaar gehaald, maar op de een of andere manier mis ik sindsdien de platen van de Amerikaan, die een paar jaar geleden samen met Ben Harper en Dhani Harrison (zoon van George) ook nog de supergroep Fistful of Mercy vormde. 

Al weer een aantal maanden geleden verscheen The Family, dat ik ter ere van het concert dat Joseph Arthur volgende maand geeft in Amsterdam alsnog op de mat vond. Het is de eerste muziek die ik van Joseph Arthur hoor in een jaar of tien, maar The Family bevalt me zeer. 

Vlak voor het opnemen van The Family tikte Joseph Arthur een antieke piano op de kop en deze piano staat centraal in alle songs op de plaat. De uit New York opererende muzikant speelt op zijn nieuwe plaat niet alleen op de prachtig klinkende Steinway piano, maar bespeelt ook alle andere instrumenten. 

De ervaren Tchad Blake verzorgde vervolgens de mix en het is een mix die, zeker op het eerste gehoor, nogal heftig over komt. Boven op de mooie pianoklanken laat Joseph Arthur de gitaren flink janken en vervormen, waarna stevig aangezette elektronische drums, synths en loops het geluid nog verder inkleuren. 

Ik moest zeker even wennen aan de niet alledaagse combinatie van instrumenten, maar vind het inmiddels prachtig. De piano zorgt op The Family voor de sfeer, de gitaren voor de intensiteit, terwijl de elektronica beiden lagen met elkaar weet te verbinden. Vervolgens voegt Joseph Arthur ook nog zijn vocalen toe en ook deze zijn intens. 

Het levert een geluid op dat niet goed is te vergelijken met de muziek van anderen en dat zich na enige gewenning flink opdringt. Joseph Arthur combineert op zijn nieuwe plaat niet alleen op bijzondere wijze verschillende instrumenten, maar integreert ook zeer uiteenlopende stijlen in zijn muziek en smeedt deze stijlen bovendien aan elkaar tot een uniek geluid, dat flarden uit meerdere decennia popmuziek bevat. 

Het is een intens geluid vol emotie, passie en avontuur en het is een geluid dat de songs van de Amerikaan een enorme urgentie geeft. Als ik naar The Family luister weet ik direct weer wat ik 12 jaar geleden zo goed vond aan Joseph Arthur, ook al klinkt deze plaat totaal anders dan Our Shadows Will Remain. 

Na beluistering van deze interessante en indringende plaat weet ik zeker dat ik Joseph Arthur in de gaten ga houden en ga ik bovendien de tussenliggende platen ontdekken, ook al ligt de lat na beluistering van The Family ontzettend hoog. Erwin Zijleman

Joseph Arthur staat op 4 november in de Amstelkerk. Kaarten zijn verkrijgbaar via de site van Paradiso: https://www.paradiso.nl/web/Agenda-Item/Joseph-Arthur-2.htm







donderdag 27 oktober 2016

Henk en Melle - Piece Of The Pie

Henk Koorn en Melle de Boer hebben hun sporen in de popmuziek inmiddels verdiend. Henk Koorn als voorman van Hallo Venray en Melle de Boer als de man achter Smutfish (dat zich ook tijdelijk John Dear Mowing Club en Melleville noemde). 

Smutfish, dat na het uitstekende Trouble uit 2015 binnenkort als Smetvis zal opduiken, maakte met Lawnmower Mind misschien wel de beste Nederlandse rootsplaat aller tijden en ook het stapeltje van Hallo Venray is er een op trots op te zijn. 

Henk en Melle werkten een jaar of vijf geleden al eens samen, wat de plaat Roodnoot opleverde. Roodnoot omschreef ik destijds als een plaat vol ruwe edelstenen die naarmate je ze vaker hoort steeds meer gaan glimmen. Het is een omschrijving die ook van toepassing is op het onlangs, na een succesvolle crowdfunding campagne, uitgebrachte Piece Of The Pie. 

Het verhaal achter Piece Of The Pie is even mooi als de plaat zelf. Henk en Melle reisden voor alle tracks op de plaat af naar een wegrestaurant en bleven tot de song klaar was. De volgende dag werd de song vervolgens opgenomen. Het heeft een trektocht opgeleverd langs een aantal desolate oorden die normaal gesproken alleen worden bevolkt door vrachtwagenchauffeurs of bejaarden. 

Iedereen die wel eens in een van de bezochte wegrestaurants is geweest kan Henk en Melle niet kwalijk nemen dat er ook wel wat minder sterke songs op Piece Of The Pie staan, maar met het merendeel van de songs is helemaal niets mis. 

Net als op Roodnoot maken Henk en Melle ook op hun tweede plaat weer songs die heerlijk mogen rammelen, maar die ook overlopen van de goede ideeën (en af en toe een wat minder goed idee). De stemmen van de twee kunnen prachtig bij elkaar kleuren, maar Henk en Melle zijn ook niet vies van de onvaste vocalen die Neil Young zo typeren. 

Neil Young is bij beluistering van Piece Of The Pie nooit ver weg, maar ook de muziek van Smutfish klinkt ook zeker door. Ik weet zeker dat de rammelende lo-fi achtige rootssongs van Henk en Melle niet iedereen zullen bekoren, maar ik heb wel wat met deze plaat, zeker als ik de beelden van het tweetal in La Pace bij Leiden en andere nog veel deprimerendere oorden er bij probeer te verzinnen. 

Piece Of The Pie rammelt zoals gezegd heerlijk, maar in een aantal tracks klinkt het gitaarwerk fantastisch, wat dan weer fraai contrasteert met de krakkemikkige orgeltjes die elders worden ingezet. Kortom, een plaat voor de liefhebber en daar schaar ik me ook dit keer onder. En nu wachten op Smetvis, dat belooft ook heel bijzonder te worden. Erwin Zijleman

Piece Of The Pie is in een zeer beperkte uitgave uitgebracht, inclusief een fraai boekje met tekeningen van Melle de Boer. Als je de kans hebt om er een op de kop te tikken zou ik het zeker doen. Probeer het eens via de Facebook pagina van het gelegenheidsduo: https://www.facebook.com/henkmelle/

woensdag 26 oktober 2016

Syd Arthur - Apricity

De Britse band Syd Arthur kan in de betere Engelse muziektijdschriften inmiddels al enkele jaren rekenen op zeer positieve recensies, maar krijgt buiten Engeland helaas nauwelijks aandacht. 

Met de kwaliteit van de platen van de band heeft het niets te maken, want zowel On And On uit 2012 als het ook op deze BLOG besproken Sound Mirror uit 2014 waren uitstekende platen en ook het onlangs verschenen Apricity is weer een uitstekende plaat. 

De naam Syd Arthur is ontleend aan de roman Siddhartha van Herman Hesse, maar spreekt ook zeker bewondering uit voor de muziek van Syd Barrett en Arthur Lee (Love). Arthur koppel ik persoonlijk ook aan de gelijknamige plaat van The Kinks, want ook de psychedelische muziek van deze band heeft zeker zijn sporen nagelaten in de muziek van Syd Arthur. 

Hier blijft het niet bij, want de uit Canterbury afkomstige band citeert uiteraard ook uit de archieven van de zogenaamde Canterbury scene, die een aantal decennia geleden werd aangevoerd door bands als Soft Machine, Caravan, Gong en Hatfield And The North. Ook op Apricity citeert Syd Arthur veelvuldig uit de muziek van een aantal decennia geleden, maar de derde plaat van de Britse band klinkt een stuk eigentijdser dan zijn voorgangers. 

Het levert een bijzonder geluid op, dat ik niet heel makkelijk niet in een hokje kan duwen. Apricity bevat flink wat invloeden uit de psychedelica uit de jaren 60 en 70, maar gooit ook lijntjes uit richting progrock, Krautrock, jazzrock en folk van weleer, maar ook zeker richting de pop, rock en neo-psychedelica zoals die momenteel worden gemaakt (en hier en daar hoor ik zelfs een voorzichtige flirt met funk en dance). 

De muziek van Syd Arthur is bij vlagen toegankelijk en lichtvoetig, maar kan ook kiezen voor aan de progrock ontleend experiment. Dit experiment slaat gelukkig nergens te ver door. Heel af en toe ben je de draad wel even kwijt, maar uiteindelijk staan songs met een kop en een staart centraal op Apricity. 

Het levert een fascinerende luistertrip op die zowel authentiek als eigentijds klinkt, waardoor je steeds heen en weer wordt geslingerd tussen een aantal decennia popmuziek. Tijdens deze luistertrip valt er heel wat te genieten. Zo is de ritmesectie onnavolgbaar maar swingend, is het gitaarwerk prachtig melodieus en zorgen met name de viool en keyboards van Raven Bush (een neef van Kate) voor prachtige uitstapjes richting de progrock en Canterbury scene, waarbij opvalt dat Syd Arthur veel warmer klinkt dan de meeste van zijn soortgenoten.

In Engeland weet men de muziek van Syd Arthur inmiddels al drie platen op de juiste waarde te schatten, maar om dit pareltje kunnen we ook in Nederland niet heen. Erwin Zijleman







dinsdag 25 oktober 2016

Norah Jones - Day Breaks

Norah Jones krijgt sinds haar debuut Come Away With Me, dat over een paar maanden al weer zijn vijftiende verjaardag viert, het label jazz opgeplakt, maar iedereen die het oeuvre van de New Yorkse singer-songwriter kent, weet dat Norah Jones de jazz sinds haar debuut maar zelden trouw is gebleven. 

Op de platen die volgden op het zo succesvolle debuut flirtte Norah Jones flink met soul, blues en country, terwijl ze op haar laatste twee platen meer de kant van de pop op ging. 

Nu vond ik The Fall uit 2009 en met name Little Broken Hearts uit 2012 echt geweldige platen vol frisse en hoogstaande popmuziek. De laatste haalde zelfs mijn jaarlijstje en is sindsdien echt alleen maar beter geworden. 

In 2013 verscheen nog het samen met Billie Joe Armstrong (Green Day) gemaakte eerbetoon aan The Everly Brothers (Foreverly), maar sindsdien was het redelijk stil rond Norah Jones. Tot nu dan, want onlangs verscheen Day Breaks. 

Het is van alle platen die Norah Jones sinds haar debuut heeft gemaakt de plaat die het dichtst bij dit debuut in de buurt komt. Op Day Breaks heeft Norah Jones de jazz immers weer omarmd en keert ze verder terug naar een mix van eigen songs en covers. 

Day Breaks ligt absoluut in het verlengde van Come Away With Me, maar het is veel meer dan Come Away With Me 2.0. Norah Jones kan zich tegenwoordig met topmuzikanten omringen en dat hoor je op Day Breaks, dat veel intenser en dynamischer klinkt dan het debuut van Norah Jones en bovendien minder pop toevoegt aan de invloeden uit de jazz. 

Ook in vocaal opzicht is Norah Jones flink gegroeid sinds ze 15 jaar geleden doorbrak. De warme vocalen op Day Breaks zijn afwisselender, beter gedoseerd en laten bovendien meer gevoel horen. Verder zijn haar eigen songs sterker dan in het verleden en zijn de covers in minstens één geval (Neil Young’s Don't Be Denied) weer verrassend gekozen. 

De lome jazz van Norah Jones doet het uitstekend op lome zondagen of regenachtige avonden, maar de plaat is interessant genoeg om ook op andere momenten uit te pluizen. Van mij mag Norah Jones de volgende keer weer nieuwe wegen in slaan, maar met dit jazzy uitstapje is echt helemaal niets mis. Integendeel zelfs. Erwin Zijleman







maandag 24 oktober 2016

White Lies - Friends

De Britse band White Lies trok in 2009 voor het eerst de aandacht met het werkelijk geweldige To Lose My Life…, dat niet alleen moet worden gerekend tot de beste debuten van het betreffende jaar, maar ook tot de betere platen van 2009. 

Dat was best opvallend, want White Lies deed op haar debuut niet zo heel veel nieuws. De Londenaren gingen op hun debuut immers aan de haal met invloeden uit de eerste (Joy Division, Echo & The Bunnymen, Gang Of Four) en tweede (Franz Ferdinand, Editors, Interpol) postpunk golf en maakten muziek die onmiddellijk een golf van herinneringen naar de oppervlakte bracht. 

Niets nieuws onder de zon, maar wat waren de songs van White Lies sterk en wat werden ze goed uitgevoerd. 

White Lies is sindsdien wat zoekende. Op het in 2011 verschenen Rituals werden de gitaren deels verdrongen door synths en deed White Lies wat New Order na het abrupte einde van Joy Division deed. Het in 2013 verschenen Big TV flirtte vervolgens nadrukkelijk met de muziek van de grote bands uit de 80s en liet met name echo’s van Simple Minds en U2 weerklinken. 

De band kreeg er de handen van de critici niet voor op elkaar en ook de opmars richting de grote bands van het moment lijkt sinds Big TV wat gestremd. Persoonlijk heb ik alle drie de platen van de band hoog zitten, al is het maar omdat ze de late jaren 70 en jaren 80 zo mooi samenvatten en de songs over het algemeen sterk zijn. 

Dat samenvatten van een periode doet ook het onlangs verschenen Friends weer. Op hun nieuwe plaat keert White Lies een paar keer terug naar de donkere postpunk van de late jaren 70 en dus naar de sfeer van hun geweldige debuut, maar Friends biedt ook volop ruimte aan veel lichtvoetigere 80s pop. Dat slaat zo af en toe door in de richting van een band als Aha of Tears for Fears, waarmee White Lies op het randje balanceert, maar Friends blijft wat mij betreft toch steeds aan de goede kant van de streep. 

Net als de vorige platen van de band klinkt Friends geweldig en is het merendeel van de songs bovengemiddeld goed. Friends werpt me met grote regelmaat drie decennia terug in de tijd en met een beetje nostalgie is niets mis. 

De critici moeten er helemaal niets van hebben en op één of andere manier begrijp ik dat wel. Aan de andere kant is Friends een prima plaat met veel zorgeloze popliedjes en af en toe een donkere wolk. Er staan absoluut wat niemendalletjes op de plaat, maar toch ook een aantal songs die herinneren aan de grootsheid van het debuut van de band. 

Volgende keer mogen van mij de donkere wolken wel weer eens overheersen, maar aan het begin van de herfst van 2016 doen de zonnestralen het bij mij ook prima. Zeker geen meesterwerk, maar de meeste nieuwe releases die ik momenteel beluister zijn minder. Erwin Zijleman







zondag 23 oktober 2016

Leonard Cohen - You Want It Darker

Leonard Cohen heeft zijn nieuwe plaat flink wat lading meegegeven door onlangs te verkondigen dat hij klaar is voor de dood (een uitspraak die hij inmiddels overigens al weer heeft gerelativeerd). 

You Want It Darker ontkomt hierdoor niet aan de vergelijking met David Bowie’s Blackstar en Nick Cave’s Skeleton Tree, maar waar de dood op deze platen zeer nabij was of een voldongen feit, is er bij Leonard Cohen vooral sprake van verzoening met de uiteindelijk onvermijdelijke dood. 


De 82-jarige singer-songwriter gaf een paar jaar geleden nog concerten van ruim drie uur, maar oogt inmiddels broos. Stevige fysieke beperkingen hebben Leonard Cohen er niet van weerhouden om nog maar eens een plaat uit te brengen. You Want It Darker is al zijn derde studioplaat dit decennium; alleen in de jaren 70 maakte hij er meer (4). 


Het is een plaat die weer anders klinkt dan voorganger Popular Problems uit 2014, waarop Cohen de stampende blues omarmde. You Want It Darker is door de thematiek (sterfelijkheid, afscheid, acceptatie en religie staan centraal) nog wat donkerder gekleurd, maar is ook veel intiemer, intenser en ingetogener dan zijn voorgangers.


Dat hoor je in de instrumentatie die vrijwel over de hele linie uiterst stemmig en sober is, met een hoofdrol voor piano, gitaar en orgel, en dat hoor je in de vocalen die breekbaar, maar ook ontspannen klinken. De songs, die Cohen samen met oudgedienden Patrick Leonard en Sharon Robinson schreef, graven bovendien wat dieper dan de songs op Popular Problems en zijn meer dan eens van een enorme schoonheid. 


Voor de productie van zijn nieuwe plaat vertrouwde Leonard Cohen op de kwaliteiten van zoon Adam, die heeft gekozen voor een fraai ingetogen geluid zonder veel opsmuk. Het geeft de fascinerende stem van Leonard Cohen en zijn unieke manier van zingen of voordragen alle ruimte. Cohen klinkt misschien wat kwetsbaarder dan een paar jaar geleden, maar zijn stem is nog lang niet gebroken.


Accenten worden spaarzaam geplaatst 
door vrouwenstemmen (van onder andere Alison Krauss en Dana Glover), strijkers en dit keer ook door het koor van de synagoge van Montreal. Het geeft de plaat een emotionele lading die varieert van verdriet en weemoed tot rust en bewondering. 

You Want It Darker telt negen songs en duurt slechts 36 minuten, maar het zijn 36 minuten vol schoonheid en ontroering. Net als David Bowie en Nick Cave dit jaar en Johnny Cash in zijn laatste jaren, heeft Leonard Cohen gevoelens over de dood kunnen vertalen naar songs die moeten worden gerekend tot zijn beste. 


Of You Want It Darker uiteindelijk ook een slotakkoord is zal de tijd moeten leren, maar als het zo is, is het een groots slotakkoord dat recht doet aan de muzikant en dichter Leonard Cohen. Erwin Zijleman








zaterdag 22 oktober 2016

Weyes Blood - Front Row Seat To Earth

Front Row Seat To Earth is de opvolger van The Innocents, waarmee Weyes Blood ongeveer twee jaar geleden indruk maakte. 

Het alter ego van de Amerikaanse singer-songwriter Natalie Mering maakte het de luisteraar met deze plaat zeker niet makkelijk, al was dat ook niet te verwachten wanneer een plaat labels als avant garde folk of freak folk krijgt opgeplakt. 

Die labels waren overigens slechts in beperkte mate van toepassing op The Innocents en gaan nog veel minder op voor Front Row Seat To Earth. 

Vergeleken met het eerdere werk van Natalie Mering (die ook muziek maakte Weyes Bluhd en verder deel uit maakte van Jackie-O Motherfucker) is de nieuwe plaat van Weyes Blood een behoorlijk toegankelijke plaat. Het is een plaat waarop de mooie stem van Natalie Mering centraal staat en dat is een wijs besluit. 

Het is een stem die het goed zou hebben gedaan in de pastorale folk van de jaren 60 en 70, maar die het even goed zou hebben gedaan in de psychedelica uit deze periode. Invloeden uit de folk en psychedelica uit vervlogen tijden spelen een belangrijke rol op Front Row Seat To Earth, maar in tegenstelling tot de meeste van haar soortgenoten slaagt Natalie Mering er in om een eigen draai te geven aan deze invloeden. 

De nieuwe plaat van Weyes Blood heeft zich ook zeker laten beïnvloeden door de grote singer-songwriters uit de jaren 70 en maakt hiernaast uitstapjes richting The Cocteau Twins. Namen die minder vaak opduiken, maar die ik maar niet kan verdringen zijn die van Lana Del Rey en vooral die van Enya. 

Front Row Seat To Earth wordt zoals gezegd gedragen door de mooie en bijzondere vocalen van Natalie Mering, maar ook de instrumentatie op en de productie van de plaat verdienen positieve woorden. Bijgestaan door Chris Cohen is de nieuwe plaat van Weyes Blood voorzien van een gloedvol, veelkleurig, vaak vol en soms honingzoet geluid, dat uitstapjes maakt binnen een aantal decennia popmuziek. Veel tracks op de plaat klinken daarom direct vertrouwd, al is het totale plaatje een plaatje dat in de jaren 60 en 70 nog niet was uitgevonden. 

Waar ik af en toe nog wel wat moeite had met The Innocents slaat deze fraaie opvolger zich als een warme deken om je heen. Dat de warmbloedige songs nog veel dieper graven dan je bij eerste beluistering zult vermoeden blijkt vervolgens vanzelf. Het maakt van Front Row Seat To Earth een buitengewoon aangename, maar ook buitengewoon knappe plaat, die het hier uitstekend gaan doen nu de blaadjes weer gaan vallen. Erwin Zijleman





vrijdag 21 oktober 2016

Suzanne Vega - Lover, Beloved: Songs From An Evening With Carson McCullers

Er staat inmiddels een aardig rijtje Suzanne Vega in de platenkast, maar toch ben ik iedere keer weer benieuwd naar de verrichtingen van de Amerikaanse singer-songwriter, die al in 1985 debuteerde. 

Het afgelopen decennium vond Suzanne Vega vooral haar eigen werk opnieuw uit en verraste ze met uiterst ingetogen versies van haar bekende en minder bekende songs, maar het in 2014 verschenen Tales From The Realm Of The Queen Of Pentacles liet juist weer een opvallend vol en uitbundig geluid horen. 


Altijd weer wat nieuws dus bij Suzanne Vega en dat is dit keer niet anders. Op Lover, Beloved: Songs From An Evening With Carson McCullers eert Suzanne Vega haar favoriete schrijfster en vertelt ze het levensverhaal van Carson McCullers, zoals ze dat een paar jaar geleden ook al in het theater deed. Deze Carson McCullers was vooral succesvol in de jaren 40 van de vorige eeuw en nam het in haar boeken op voor de underdogs in het Zuiden van de Verenigde Staten (bijvoorbeeld in haar bekendste en zeker aan te bevelen boek The Heart Is A Lonely Hunter). 


Zeker in muzikaal opzicht klinkt Lover, Beloved anders dan de andere platen van Suzanne Vega. Suzanne Vega verruilt haar over het algemeen lichtvoetige popgeluid voor een wat zwaarder aangezet, donkerder en theatraler geluid, met een hoofdrol voor de piano en af en toe wat blazers, maar het is ook muziek die net wat experimenteler klinkt dan we van Suzanne Vega gewend zijn. Toch is het, net als al zijn voorgangers, een typische Suzanne Vega plaat, want haar bijzondere stem herken je ook dit keer uit duizenden. 


Het siert Suzanne Vega dat ze precies doet waar ze zelf zin in heeft en nu een relatief onbekende maar zeker invloedrijke schrijfster eert. De songs op de plaat zijn net wat minder toegankelijk dan haar folky popsongs, maar overtuigen toch vrij makkelijk. 


Zeker in de kleine uurtjes of wanneer de regen naar beneden klettert is Lover, Beloved: Songs From An Evening With Carson McCullers een heerlijke plaat en het is bovendien een plaat die nog wel even door kan groeien, bijvoorbeeld omdat de instrumentatie vol subtiele details zit en Suzanne Vega ook in vocaal opzicht zo nu en dan verrassende wegen in slaat. 


En zo zet Suzanne Vega ons wederom op het verkeerde been en levert ze wederom een plaat af die iets toevoegt aan haar bijzondere oeuvre. Ik moest er zeker even aan wennen, maar ben er inmiddels heel blij mee, net als met The Heart Is A Lonely Hunter van Carson McCullers overigens. Erwin Zijleman








donderdag 20 oktober 2016

Ian Hunter & The Rant Band - Fingers Crossed

Ian Hunter dook aan het eind van de jaren 60 op als zanger van de Britse glamrock band Mott The Hoople. De band werd aan het begin van de jaren 70 in het zadel geholpen door niemand minder dan David Bowie, die de band’s doorbraakalbum All The Young Dudes produceerde en de titeltrack schreef. 

Ian Hunter heeft, ondanks een aantal uitstekende soloplaten (zijn titelloze debuut uit 1975, You're Never Alone With A Schizophrenic uit 1979 en Short Back And Sides uit 1981 kan ik iedereen aanbevelen), altijd wat in de schaduw gestaan van de allergrootsten, maar is ze op zijn oude dag alsnog de baas. Hunter, die afgelopen zomer zijn 77e verjaardag vierde, maakte de afgelopen dit millennium al vier uitstekende platen en voegt met Fingers Crossed nog een vijfde toe. 

Waar zijn vriend en inspiratiebron David Bowie zich gedurende zijn hele carrière is blijven vernieuwen, borduren Ian Hunter en zijn Rant Band nog altijd voort op de muziek uit de jaren 70. Ik heb er geen problemen mee wanneer het een plaat van het niveau van Fingers Crossed oplevert. 

Op zijn nieuwe plaat klinkt de ouwe rocker op leeftijd een stuk geïnspireerder en energieker dan de jonge honden van het moment en levert Ian Hunter een serie songs af die stuk voor stuk goed zijn voor een brede glimlach. 

De Rant band speelt degelijk en zet een lekker vol geluid neer dat vaak lekker stevig kan rocken. Het is een geluid dat uitstekend past bij de stem van Ian Hunter. De Brit is op 77-jarige leeftijd nog opvallend goed bij stem en steekt meerdere malen Rod Stewart naar de kroon. 

In muzikaal opzicht grijpt Ian Hunter meer dan eens terug op de muziek die hij decennia geleden maakte met Mott The Hoople, maar het is David Bowie die de meeste invloed heeft gehad op de nieuwe plaat van Ian Hunter. Fingers Crossed bevat een fraai eerbetoon aan de begin dit jaar overleden muzikale vriend, maar ook in de andere tracks zijn volop verwijzingen te vinden naar de muziek die David Bowie met name aan het begin van de jaren 70 maakte. 

Fingers Crossed is mede hierdoor een plaat die met een beetje fantasie ook 40 jaar geleden gemaakt had kunnen worden, maar de muziek van Ian Hunter komt ook in het heden nog prima aan en moet worden gerekend tot het beste dat de man tot dusver heeft gemaakt. 

Er zijn op het moment meer muzikanten op leeftijd die zeer respectabele platen afleveren, maar op je 77e de rest van je oeuvre naar de kroon steken is best bijzonder. Geweldige plaat van deze ouwe rot. Erwin Zijleman







woensdag 19 oktober 2016

Julia Jacklin - Don't Let The Kids Win

Ik ben de naam Julia Jacklin de afgelopen weken op een aantal plekken tegen gekomen en iedere keer trok ik de conclusie dat ik maar eens heel snel moest gaan luisteren naar het debuut van de Australische singer-songwriter. 

Dat heb ik inmiddels gedaan en ik moet zeggen dat Julia Jacklin de hooggespannen verwachtingen met Don’t Let The Kids Win ruimschoots heeft waargemaakt. 

Dat is de jonge Australische singer-songwriter gelukt met songs die bol staan van de invloeden, die vervolgens zijn gecombineerd tot een bijzonder eigen geluid dat direct aanspreekt. 

De muziek van Julia Jacklin heeft het zwoele en verleidelijke van Mazzy Star, het rauwe en eigentijdse van singer-songwriters als Courtney Barnett, Angel Olsen en Sharon van Etten, het gevoel voor perfecte popliedjes van The Pretenders, de voorliefde voor 50s girlpop van Phil Spector, het flirterige van Blondie, het fascinerende van Lera Lynn en Lana Del Rey en het gevoel en de emotie van zeer uiteenlopende singer-songwriters uit de Amerikaanse rootsmuziek. 

Dat lijken misschien wat veel en bovendien deels tegenstrijdige invloeden, maar luister naar Don’t Let The Kids Win en je hoort het echt allemaal. En nog veel meer, want in ieder artikel dat ik lees over Julia Jacklin duiken weer andere namen op en echt onzinnig is het maar zelden. 

Julia Jacklin smeedt het allemaal aan elkaar in vrijwel onweerstaanbare popliedjes of in folky songs die je tot op het bot weten te raken. Het zijn de popliedjes die het oor genadeloos strelen, maar de muziek van de Australische singer-songwriter mag ook lekker rammelen of rauw klinken of juist uiterst ingetogen voortkabbelen, wat flink contrasteert met de uitbundige tracks waarmee de plaat opent. 

In muzikaal opzicht is het allemaal dik in orde, met een hoofdrol voor het heerlijk galmende of juist zeer subtiele gitaarspel, maar de meeste verleiding komt toch van de heerlijke stem van Julia Jacklin en haar goede gevoel voor melodieuze en tijdloze popliedjes en haar gave om diep te graven in uiterst intieme songs. 

Het zijn songs waarin ik steeds weer nieuwe dingen hoor, want als je goed luistert hoor je naast alle al genoemde invloeden ook een beetje dreampop, maar ook de zich langzaam voortslepende Appalachen folk van Gillian Welch. 

Don’t Let The Kids Win is een plaat waarvan je alleen maar kunt houden en dat begint al bij eerste beluistering, maar je hoort pas echt hoe goed en veelzijdig de plaat is wanneer je hem veel vaker hebt gehoord. Schrijf hem maar op voor de jaarlijstjes. Erwin Zijleman







dinsdag 18 oktober 2016

Shovels & Rope - Little Seeds

Michael Trent en Cary Ann Hearst uit Charleston, South Carolina, zijn niet alleen een paar, maar vormen sinds 2008 ook het duo Shovels & Rope. Dat heeft inmiddels een aantal platen opgeleverd, waaronder het onlangs verschenen Little Seeds. 

Little Seeds werd me de afgelopen weken meerdere keren zeer enthousiast aanbevolen, maar de plaat is nog veel beter dan ik op basis van deze aanbevelingen kon vermoeden. 


Er zijn binnen de Americana momenteel heel wat man-vrouw duo’s, maar geen van deze duo’s klinkt als Shovels & Rope. 


Michael Trent en Cary Ann Hearst overtuigen op Little Seeds met een enorme hoeveelheid passie en energie. Deze wordt in een deel van de tracks ondersteund door opvallend rauw gitaarwerk. Met name in de wat stevigere songs zijn invloeden uit de punk net zo belangrijk als invloeden uit de folk en de country, maar Shovels & Rope kan ook diep onder de huid kruipen met ingetogen en indringende rootssongs vol melancholie. De sprong van garagerock stampers naar countryballads lijkt op het eerste gehoor wat groot, maar het voorziet Little Seeds uiteindelijk van veel energie en dynamiek. 


Shovels & Rope moet het op haar vijfde plaat niet hebben van muzikale hoogstandjes. De instrumentatie op Little Seeds is rauw en meedogenloos of sober en intiem en in beide gevallen klinkt het lekker, maar worden vooral de stemmen van Michael Trent en Cary Ann Hearst fraai en trefzeker ondersteund. 


Het zijn stemmen die in hun uppie waarschijnlijk niet zo heel bijzonder zijn, maar wanneer de twee muzikanten uit South Carolina samen zingen gebeurt er iets. In de ingetogen songs grijpt de emotie in de stemmen je bij de keel, terwijl de stevigere songs zoveel energie uitstralen dat alle vermoeidheid als sneeuw voor de zon is verdwenen. 


In eerste instantie heb ik vooral genoten van de energieke, aanstekelijke en indringende songs van Shovels & Rope, maar omdat ik steeds meer gevoel hoorde in de vocalen, heb ik me uiteindelijk ook wat in de achtergronden van de plaat verdiept. 


We maken allemaal wel eens wat mee, maar de verhalen die de basis vormden voor Little Seeds grenzen aan het ongelooflijke. Michael Trent en Cary Ann Hearst werden voor de opnamen van de plaat geconfronteerd met de geboorte van hun kind op de achterbank van een auto, de Alzheimer van de vader van Michael die vervolgens bij hen introk en de moord op een gezamenlijke vriend. Het verklaart de intensiteit van de plaat, die door deze achtergrond nog mooier en indrukwekkender is geworden. 


Het heeft er voor gezorgd dat ik inmiddels compleet stuk ben van deze mooie en bijzondere plaat, die het echt verdiend om beluisterd en vervolgens gekoesterd te worden. Erwin Zijleman








maandag 17 oktober 2016

Seasick Steve - Keepin' The Horse Between Me And The Ground

De muziekpers viel eerder dit jaar over Seasick Steve heen, toen bleek dat de Amerikaan zijn levensverhaal flink had gedramatiseerd en bovendien tien jaar jonger bleek dan tot op dat moment werd aangenomen. 

De leugentjes van Seasick Steve hebben er mede voor gezorgd dat de nieuwe plaat van de Amerikaan net wat minder wordt bejubeld dan zijn voorgangers of zelfs compleet de grond in wordt gestampt, maar dat is natuurlijk onzin. 

De muziek van Seasick Steve ontleende zijn kracht immers niet aan de leeftijd van de man, de ontberingen die hij heeft moeten doorstaan in zijn jongere jaren of aan het knutselgehalte van zijn instrumenten. 

De muziek van Seasick Steve viel op door zijn eenvoud en rauwe emotie en daar is niets aan veranderd nu Seasick Steve opeens geen ouwe bok of een arme sloeber blijkt te zijn. 

De jonge versie van Seasick Steve pakt meteen flink uit met een plaat die maar liefst 80 minuten muziek en 20 songs bevat. Keepin' The Horse Between Me And The Ground bestaat eigenlijk uit twee platen want de eerste helft klinkt flink anders dan de tweede helft van de plaat. 

Zeker op het eerste deel is er in de meeste tracks niet veel nieuws onder de zon. Seasick Steve komt op de proppen met de inmiddels bekende elementaire bluesy riffs en al even elementaire vocalen. Het is muziek zonder opsmuk, maar zoals altijd klinkt het bijzonder lekker. 

Het eerste deel van Keepin' The Horse Between Me And The Ground voegt in de meeste tracks misschien niet heel veel toe aan de andere platen van de Amerikaan, maar klinkt wel gevarieerder. Seasick Steve put dit keer uit meerdere genres, waaronder de country, en neemt bovendien vaker gas terug, wat zorgt voor beklemmende songs met een bijzondere lading (Shipwreck Love zou met een beetje fantasie van Nick Cave kunnen zijn).

Dat gas terug nemen doet Seasick Steve helemaal op het tweede deel van de plaat, waarop de muzikant uit California volledig akoestische songs serveert. Het zijn songs waarin we weer een andere kant van Seasick Steve te horen krijgen en het is een kant die mij ook zeker bevalt. 

Het is uiteindelijk wel zo dat 80 minuten Seasick Steve wel erg veel van het goede is. Seasick Steve komt zowel in muzikaal als tekstueel opzicht niet in aanmerking voor een Nobelprijs en moet het hebben van het goede gevoel. Dat goede gevoel zakt na een minuut of 40 wel wat weg. In kleinere porties is Keepin' The Horse Between Me And The Ground echter weer een prima Seasick Steve plaat en het is een plaat die laat horen dat de man nog steeds goed is in de dingen die we van hem kennen, maar ook in andere richtingen uit de voeten kan. Erwin Zijleman