donderdag 31 mei 2012

Ultravox - Brilliant

De Schotse band Ultravox is vooral bekend vanwege een aantal succesvolle singles, waarvan de wereldhit Vienna met afstand de bekendste is. De band wordt daarom vaak gezien als het synthpop bandje met die paar leuke hits, maar Ultravox is veel meer dan dat. Op haar eerste platen zette de destijds nog door John Foxx aangevoerde band de met new wave doordrenkte synthpop op de kaart en was het  de meeste van haar soortgenoten een aantal jaren voor. Na het vertrek van John Foxx en de komst van Midge Ure deden ook de gitaren hun intrede in het geluid van Ultravox en werd de door new wave beïnvloede synthpop verrijkt met invloeden uit de glamrock van T. Rex, de glampop van Bowie en Roxy Music en de op dat moment nog fonkelnieuwe postpunk. Het leverde in 1980 het prachtige Vienna op; een plaat die vooral bekend is vanwege de titeltrack, maar persoonlijk vind ik het een van de zwakste tracks op een plaat die verder alles heeft wat een klassieker moet hebben. Ultravox viel aan het eind van de jaren 80 uit elkaar, maar kwam nog een aantal keren terug. Dat leverde een paar draken van platen op, waardoor ik niet vol verwachting uitkeek naar de volgende comeback met de wat pretentieuze titel Brilliant. Brilliant blijkt echter een hele overtuigende plaat, die het jaren 80 geluid van Ultravox op fraaie wijze laat herleven. Ondanks de 30 jaren die zijn verstreken klinkt Ultravox op Brilliant fris en gedreven. Met name in de wat hogere uithalen hoor je dat de stembanden van Midge Ure niet helemaal ongeschonden uit de strijd zijn gekomen, maar storend is het geen moment. In muzikaal opzicht is er van slijtage geen sprake. De synths en beats klinken nog net zo strak, aanstekelijk, groots en meeslepend als 30 jaar geleden en combineren het typische jaren 80 geluid van Ultravox met een eigentijds tintje. Het antwoord op de vraag of Brilliant een memorabele plaat is, hangt uiteindelijk vooral af van de kwaliteit van de songs en die is als je het mij vraagt dik in orde. Waar Ultravox het op platen als U-Vox (1986), Ingenuity (1996) en System of Love, grotendeels zonder Midge Ure, flink liet afweten, klinkt de band op Brilliant weer energiek en geïnspireerd. De songs op Brilliant klinken op een of andere manier direct bekend, nestelen zich razendsnel in het geheugen en blijven vervolgens leuk, heel leuk zelfs. Brilliant is zeker geen vernieuwende plaat, maar het is wel een plaat met flink wat songs van bovengemiddelde kwaliteit. Het zijn songs die het geluid van weleer doen herleven, maar die ook iets toevoegen aan alles dat Ultravox in de jaren 80 heeft gemaakt, wat de plaat absoluut bestaansrecht geeft. Iedereen die ook maar iets heeft betekend in de jaren 80, keert momenteel terug met een nieuwe plaat en meestal ook met een lucratieve tournee. Dat levert op het podium vast leuke nostalgische momenten op, maar op de plaat is het over het algemeen niet om over naar huis te schrijven. Brilliant is wat mij betreft een positieve uitzondering. Het is een sprankelende en geïnspireerd klinkende plaat die zeker aandacht verdient en er hopelijk ook nog in slaagt om de briljante platen die de band zo’n dertig jaar geleden maakte net wat prominenter in de geschiedenisboeken van de popmuziek te krijgen. Erwin Zijleman




woensdag 30 mei 2012

Dar Williams - In The Time Of Gods

Ik heb inmiddels al een jaar of 15 een enorm zwak voor de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter Dar Williams. Dorothy Snowden Williams debuteerde al weer 19 jaar geleden met de uiterst ingetogen folkplaat The Honesty Room, maar brak pas een paar jaar later echt door. Dankzij het succes van de Lillith Fair concertreeks in de VS (een reeks concerten met alleen maar vrouwelijke artiesten georganiseerd door de Canadese singer-songwriter Sarah McLachlan) werd vooral het in 1997 verschenen End Of The Summer in brede kring opgepikt. Het vergeleken met haar eerste twee platen veel voller klinkende en meer pop-georiënteerde End Of The Summer is nog altijd de beste plaat van Dar Williams, maar ook tussen de zes platen die nadien verschenen zit heel veel moois. Het deze maand verschenen In The Time Of Gods is al weer de tiende plaat van Dar Williams en het is net als al zijn voorgangers een hele mooie. De muziek van de singer-songwriter uit Northampton, Massachusetts, is nog altijd lastig in een hokje te duwen. De muziek van Dar Williams is flink beïnvloed door de folky protestsongs uit de jaren 60, maar ze is ook niet vies van eigentijdse popmuziek, wat haar songs een bijzonder eigen geluid geeft. In The Time Of Gods bevat net wat minder popinvloeden dan de vorige platen van Dar Williams en zal daarom wat minder makkelijk in de smaak vallen bij een ieder die haar muziek niet kent. Dat ligt deels aan haar emotievolle, expressieve en hierdoor wat onvaste stem, maar ook aan de verhalen die Dar Williams in haar songs vertelt moet je in het begin zeker even wennen. Ook op In The Time Of Gods is Dar Williams af en toe weer een ware spraakwaterval die fictie en persoonlijke ontboezemingen combineert met maatschappijkritische teksten en dit keer ook nog eens aan de haal gaat met de Griekse mythologie. De bijzondere teksten en opvallende vocalen worden gecombineerd met een smaakvolle instrumentatie, waarin meer traditionele invloeden hand in hand gaan met eigentijdse klanken. Ondanks het feit dat de popinvloeden wat aan terrein hebben verloren, wijkt In The Time Of Gods niet zo heel veel af van de vorige platen van Dar Williams. De Amerikaanse maakt nog altijd eigenzinnige, smaakvolle en lekker in het gehoor liggende luisterliedjes die makkelijk weten te overtuigen. Het zijn ambachtelijk gemaakte popliedjes die buiten de gebaande paden durven te treden, wat respect afdwingt. Mijn grote angst is dat In The Time Of Gods door liefhebbers van coffeehouse folk als teveel pop zal worden ervaren, terwijl liefhebbers van folkpop de muziek op de plaat mogelijk te traditioneel vinden. In The Time Of Gods is hierdoor, net als zijn voorgangers, een plaat die makkelijk tussen wal en schip valt, maar dat zou gezien de hoge kwaliteit van de tiende plaat van Dar Williams doodzonde zijn. Na zoveel goede platen is Dar Williams toe aan een groter in plaats van een kleiner publiek. Mij heeft ze in ieder geval weer weten te overtuigen. Erwin Zijleman



Winnaar The Beatles Eyewear actie

De winnaar van The Beatles Eyewear actie is:

Paul van Opbergen

Paul wint een Zonnebrillen.com kortingscode van 50 euro. Gefeliciteerd!

dinsdag 29 mei 2012

Paul McCartney & Linda McCartney - Ram, Special Edition

Na het bericht over The Beatles zonnebrillenactie (zie hieronder) kan ik eigenlijk alleen maar op de proppen komen met muziek van de Fab Four. Nu is er met betrekking tot de muziek van The Beatles op het moment helaas weinig interessants te melden, maar solowerk van Paul McCartney is natuurlijk een uitstekend alternatief. Eerder deze maand verscheen één van McCartney’s meesterwerken in een aantal nieuwe versies. Ram, want daar gaat het om, is verkrijgbaar in een mooi opgepoetste versie op cd, in een luxe versie met bonus-disc, op prachtig vinyl of in een hele luxe versie met boek, extra bonus-cd’s en een DVD. McCartney fans met een goedgevulde beurs of muziekliefhebbers die hun vakantiegeld nog niet hebben uitgegeven, kiezen voor de laatste versie. Deze bevat naast de geremasterde versie van Ram en de cd met niet eerder verschenen bonus materiaal, een DVD met beeldmateriaal, een mono-versie van het album en de instrumentale versie van Ram, die McCartney ooit onder het pseudoniem Percy Thrillington uitgaf. Met name de laatste opnamen zijn behoorlijk zeldzaam en zeker interessant, maar de geremasterde versie van Ram vind ik toch met afstand het meest aansprekende onderdeel van de box en deze is in zijn uppie uiteraard voorzien van een veel vriendelijker prijskaartje. Ram verscheen in 1971 en is de tweede soloplaat van Paul McCartney (de in 1967 verschenen filmsoundtrack The Family Way tel ik maar even niet mee).  Omdat zijn vooral uit huisvlijt bestaande debuut McCartney een maand voor het slotakkoord van The Beatles (Let It Be) verscheen, moet Ram worden gezien als het eerste McCartney solowerk in het post-Beatles tijdperk. De plaat moest destijds concurreren met de opvallend succesvolle singles van Ringo Starr en met de direct tot meesterwerken uitgeroepen platen van George Harrison (All Things Must Pass) en John Lennon (Plastic Ono Band). Omdat McCartney zijn vrouw Linda een flink deel van de credits voor Ram gaf en hij door velen verantwoordelijk werd gehouden voor het uit elkaar vallen van The Beatles, werd Ram niet zo warm onthaald als de platen van zijn voormalige collega Beatles. Daar was in het voorjaar van 1971 misschien wel iets voor te zeggen, maar wanneer ik de platen van Ringo Starr, George Harrison, John Lennon en Paul McCartney uit het betreffende jaar nu naast elkaar leg, kies ik zonder ook maar enige twijfel voor Ram. Ram laat immers, nog veel meer dan McCartney, horen wat een briljant songwriter Paul McCartney is. Op het eerste gehoor lijken het songs die McCartney op een namiddag bij zijn boerderij in elkaar heeft geknutseld, maar neem wat meer tijd voor Ram en het blijken stuk voor stuk ruwe diamanten die zich eenvoudig laten slijpen. Op Ram hoor je eigenlijk alle kanten van Paul McCartney, en Linda McCartney, want de muze van Paul levert absoluut een substantiële bijdrage aan deze plaat. Ram bevat een aantal wat stevigere rocksongs, een aantal lastig te doorgronden en wat langere tracks en een aantal bijna achteloze Paul McCartney popsongs. Stuk voor stuk songs van wereldklasse zoals alleen McCartney ze kan maken. Ook de bonus-disc heeft overigens zijn momenten, dus die zou ik er maar bij nemen. Ik vind persoonlijk dat Paul McCartney na Ram nooit meer een plaat heeft gemaakt die zo goed en vooral zo consistent is als Ram. Met zijn laatste plaat kan ik maar heel weinig en ik zet daarom Ram nog maar eens op. Het is iets dat absoluut navolging verdient, want platen als Ram zijn in de geschiedenis van de popmuziek heel erg zeldzaam. Erwin Zijleman




Actie: The Beatles Eyewear

De afgelopen weken zijn we overspoeld door stapels heerlijk zomerse platen, maar het weer liet het tot dusver helaas nog wat af weten. Tot de afgelopen dagen dan, want eindelijk werden de zonnige klanken uit de speakers vergezeld door echte zonnestralen. Kortom, een lekker muziekje op de MP3-speler en snel naar buiten. O ja, vergeet de zonnebril niet. Het weer zakt heel even wat in, maar over een week is de zomer vast weer terug.

Toe aan een nieuwe zonnebril? Kijk dan eens naar The Beatles Yellow Submarine Eyewear Collection. Deze collectie zonnebrillen is geïnspireerd door de mode uit de hoogtijdagen van de Fab Four en uiteraard door het zo karakteristieke montuur van John Lennon. De collectie is verschenen met instemming van Paul McCartney en Ringo Starr en de nabestaanden van John Lennon en George Harrison. De brillen zien er niet alleen gelikt uit, maar zijn ook van uitstekende kwaliteit. De subtiele versieringen die zijn gebaseerd op de Yellow Submarine film maken het helemaal af.

Wil jij binnenkort met zo’n bijzondere zonnebril op je neus de zon opzoeken? Mail dan de titel van de meest zonnige Beatles song naar dekrentenuitdepop@xs4all.nl. Wie weet win jij de kortingcode van 50 euro van ZONNEBRILLEN.COM waarmee je een van de bijzondere brillen voor een prikkie in huis haalt.

Ook zonder kortingcode zijn deze unieke brillen overigens betaalbaar. Bestel er een bij ZONNEBRILLEN.COM en je hebt hem heel snel in huis. Meer informatie vind je op: http://www.zonnebrillen.com/zonnebrillen/the-beatles-collection/













Dit bericht is mede mogelijk gemaakt door:



maandag 28 mei 2012

Rumer - Boys Don't Cry

De Britse zangeres Rumer debuteerde zo’n anderhalf jaar geleden met het verrassende Seasons Of My Soul. De sterk door het werk van Burt Bacharach beïnvloede plaat werd in brede kring omarmd en zowel door de eigenzinnige muziekpers (in Engeland riep zowel Mojo als Uncut de plaat uit tot album van de maand) als door het grote publiek enthousiast onthaald, waarna nauwelijks te ontsnappen viel aan het aan Karen Carpenter herinnerende stemgeluid van de Britse zangeres met Pakistaans bloed. Rumer komt vrij snel na haar zo succesvolle debuut met een nieuwe plaat op de proppen, Boys Don’t Cry. Het hier en daar als een tussendoortje gepresenteerde Boys Don’t Cry is een opvallende plaat waarop louter covers staan. Nu worden we de laatste jaren dood gegooid met overbodige coverplaten, maar Boys Don’t Cry hoort zeker niet op de grote stapel thuis. Op haar tweede plaat eert Rumer op bijzonder fraaie wijze de mannelijke singer-songwriters uit de jaren 70 waarmee ze opgroeide. Het levert een smaakvolle selectie songs op, waarin gelukkig geen plaats is voor de uitgekauwde klassiekers die door Jan en alleman worden gecoverd. Boys Don’t Cry bevat songs van onder andere Jimmy Web, Richie Havens, Hall & Oates, Gilbert O’Sullivan, Ron Wood, Isaac Hayes, Todd Rundgren en Townes van Zandt en het zijn in de meeste gevallen niet de songs waarmee deze singer-songwriters het beroemdst zijn geworden. De selectie van Rumer getuigt van heel veel smaak (ik zou alle originelen graag op één cd hebben), maar de kracht van Boys Don’t Cry zit hem in het feit dat de Britse zangeres nadrukkelijk haar eigen ding doet met de songs van anderen. Boys Don’t Cry klinkt vanaf de eerste tot de laatste noot als een Rumer plaat en dat is knap. Zowel qua arrangementen als qua zang is Boys Don’t Cry een logisch vervolg op Seasons Of My Soul. De verrassing blijft dit keer daarom wat uit, maar de kwaliteit van de gecoverde songs maakt heel veel goed. Boys Don’t Cry wordt zoals gezegd gepresenteerd als een tussendoortje en dat is het misschien ook wel. Rumer doet op haar tweede plaat immers geen wezenlijk nieuwe dingen en manifesteert zich ook niet als songwriter. Tussendoortje of niet, Boys Don’t Cry is wel een plaat die indruk maakt. Allereerst vanwege de opvallende songkeuze en hiernaast vanwege de stemmige arrangementen en de prachtige zang, die de perfectie van Karen Carpenter combineert met het beste van menig groot soulzangeres. Omdat Boys Don’t Cry ook nog eens buitengewoon aangenaam klinkt, zeker op de broeierige zomeravonden van de laatste week, heb ik er geen moeite mee om ook deze tweede plaat van Rumer als krent uit de pop te bestempelen. Op haar derde plaat moet Rumer zich maar laten gelden als songwriter, maar voorlopig ben ik meer dan tevreden met haar prachtige zang en de indrukwekkende wijze waarop ze op Boys Don’t Cry aan de haal gaat met het werk van anderen. Erwin Zijleman





zondag 27 mei 2012

Sonny Landreth - Elemental Journey

De Amerikaanse (slide)gitarist Sonny Landreth speelde jaren lang met de groten der aarde (onder wie John Hiatt), voor hij in 2000 doorbrak met het uitstekende Levee Town. Op Levee Town, dat afwisselend aan John Hiatt, Robbie Robertson en Daniel Lanois deed denken, liet Sonny Landreth voor het eerst horen dat hij niet alleen een briljant gitarist is, maar ook een begenadigd zanger en bijzonder getalenteerd songwriter. Deze capaciteiten kwamen terug op vrijwel alle soloplaten die Sonny Landreth sinds Levee Town heeft gemaakt, waardoor de muzikant uit Louisiana inmiddels een fraai oeuvre heeft opgebouwd. Op de platen die Sonny Landreth heeft gemaakt put hij rijkelijk uit de archieven van alle soorten muziek die hun oorsprong hebben in het Zuiden van de Verenigde Staten. De mix van blues, Zydeco, swamprock, Cajun en Southern rock is daarom zo langzamerhand wel bekend, maar smaakt nog altijd naar meer. Dat meer krijgen we maar ten dele op Sonny Landreth’s nieuwe plaat Elemental Journey, want dit is een hele vreemde eend binnen het oeuvre van de Amerikaan. Elemental Journey is een volledig instrumentale plaat, waarop het veelkleurige gitaarspel van Sonny Landreth centraal staat en ter verdere inkleuring naast een degelijke ritmesectie de nodige strijkers opduiken. Landreth blijft op Elemental Journey een deel van de genres waarin hij normaal gesproken opereert trouw, maar voegt er ook flink wat genres aan toe. Elemental Journey is niet vies van blues of Southern Rock, maar pakt hiernaast net zo makkelijk progrock, klassieke muziek of reggae aan. Mijn verwachtingen met betrekking tot deze plaat waren niet heel hoog, want als ik heel eerlijk ben leek een instrumentale gitaarplaat me behoorlijk slaapverwekkend. Elemental Journey heeft me echter langzaam maar zeker toch weten te overtuigen. Dat er op Elemental Journey briljant gemusiceerd wordt is heel snel duidelijk. Sonny Landreth behoort tot de betere gitaristen die momenteel op deze aardbol rond lopen en ook de ritmesectie en de ingerukte strijkers kunnen er wat van. Elemental Journey wordt echter pas echt een goede plaat wanneer de songs blijven hangen en wanneer je voor het eerst concludeert dat je de vocalen eigenlijk niet mist. Sonny Landreth tovert zoveel verschillende klanken uit zijn gitaar dat de verveling geen moment toeslaat en de oorspronkelijke scepsis langzaam maar zeker plaats maakt voor diepe bewondering.  Elemental Journey is vervolgens een plaat die steeds vaker in de cd speler verdwijnt en steeds aangenamer vermaakt en intrigeert. Erwin Zijleman







zaterdag 26 mei 2012

Grant Peeples - Prior Convictions

De afgelopen weken heb ik op zaterdag aandacht besteed aan een aantal minder bekende Amerikaanse singer-songwriters in het rootssegment, die de betreffende week toevallig op de Nederlandse podia te zien waren, maar bovendien een plaat hadden gemaakt die er toe doet. De Amerikaanse singer-songwriter Grant Peeples is op het moment helaas alleen maar op de Amerikaanse podia te zien, maar hij heeft wel een plaat gemaakt die behoort tot het beste dat de afgelopen maanden in het genre is verschenen, wat een plekje op deze BLOG meer dan rechtvaardigt. Grant Peeples is een van oorsprong uit Florida afkomstige singer-songwriter, die via de nodige omzwervingen (Peeples woonde enkele jaren in Nicaragua) terecht is gekomen in het Texaanse Austin; de ongekroonde hoofdstad van de Amerikaanse rootsmuziek. Peeples heeft de afgelopen jaren al een aantal platen uitgebracht, maar het onlangs verschenen Prior Convictions is mijn eerste kennismaking met het werk van de Amerikaan, Het is een kennismaking die naar veel meer smaakt, want wat is Prior Convictions een goede plaat. Op Prior Convictions laat Grant Peeples zich bijstaan door niemand minder dan Gurf Morlix. Morlix begon ooit als gitarist in de band van Lucinda Williams, maar werd uiteindelijk niet alleen haar producer, maar ook die van gerespecteerde muzikanten als Robert Earl Keen, Tom Russell, Butch Hancock, Mary Gauthier en Slaid Cleaves. Op Prior Convictions tekent Gurf Morlix niet alleen voor de trefzekere productie, maar is hij ook verantwoordelijk voor prachtig spel op meerdere snareninstrumenten en keyboards en draagt hij bovendien bij aan de zang. Morlix en Peeples zijn met zijn tweeën grotendeels verantwoordelijk voor het geluid op Prior Convictions, maar de bijdragen van de drummer en vooral de geweldige accordeonist en het gastoptreden van soulzangeres Ruthie Foster mogen niet onvermeld blijven. Prior Convictions bevat een aantal covers, waaronder een fraaie vertolking van Dylan’s Things Have Changed (samen met Ruthie Foster) en een opvallende versie van een song van de eigenzinnige Britse postpunk (!) band Shriekback, maar de meeste songs zijn van de hand van Peeples zelf. Het zijn songs waarin de Amerikaan geen blad voor de mond neemt en misstanden in de samenleving op scherpzinnige wijze aan de kaak stelt. Ook in muzikaal opzicht maakt Grant Peeples indruk. Ondanks de kleine bezetting is Prior Convictions een vol klinkende plaat waarop sobere en meer ingetogen songs worden afgewisseld met songs waarin de gitaren zich van hun stevigere kant mogen laten horen. In al deze songs weet Grant Peeples zo te overtuigen dat de vergelijking met de groten uit het genre zich opdringt. Dat Prior Convictions zeer warm wordt aanbevelen aan liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek zal inmiddels geen verbazing meer wekken. Hoogste tijd dus om deze plaat zo snel mogelijk uit te brengen in Nederland en Grant Peeples binnen afzienbare tijd een Nederlands podium op te duwen. Tot die tijd ben je aangewezen op http://www.cdbaby.com/cd/grantpeeples6 of http://itunes.apple.com/us/album/prior-convictions/id507498986. Erwin Zijleman



vrijdag 25 mei 2012

Melody Gardot - The Absence

Toen Melody Gardot in 2006 debuteerde met het prachtige en ontroerende Worrisome Heart, was ze nog maar nauwelijks hersteld van het zware verkeersongeluk dat haar bijna het leven kostte. Door dit ongeluk raakte de Amerikaanse overgevoelig voor licht en geluid, waardoor de opname van haar debuut een pijnlijk proces werd. Deze pijn stond in schril contrast met de bijna onwerkelijke schoonheid van de muziek op Worrisome Heart. Op haar debuut ontroerde Melody Gardot met het ene na het andere zelf geschreven prachtliedje en imponeerde ze met haar stem, die zich ergens tussen Norah Jones, Madeleine Peyroux, Joni Mitchell, Laura Nyro en Rickie Lee Jones in nestelde. Ook in muzikaal opzicht lieten de vooral door blues, soul en jazz beïnvloede songs van Melody Gardot zich vergelijken met de hierboven genoemde dames, zodat het succes van Worrisome Heart niet als een verrassing kwam. Het drie jaar na Worrisome Heart verschenen My One And Only Thrill was misschien wat minder verrassend dan het debuut, maar persoonlijk vond ik het een betere plaat. Op haar tweede plaat schoof Melody Gardot wat meer op in de richting van de jazz, al bleef de veelkleurigheid van haar muziek behouden. Ondanks het feit dat Melody Gardot op haar tweede plaat in vocaal opzicht alleen maar meer imponeerde, werd My One And Only Thrill met name door de critici wat minder warm onthaald dan het debuut. De afgelopen drie jaar deed Melody Gardot het was rustiger aan en nam ze vooral tijd om te reizen. Tijdens haar verblijf in onder andere Zuid-Amerika, Noord-Afrika en Zuid-Europa dompelde Melody Gardot zich onder in de lokale muziek scene’s en dat heeft zijn weerslag gehad op haar derde plaat The Absence. De op haar tweede plaat bijzonder prominent aanwezige invloeden uit de jazz, hebben op The Absence weer wat aan terrein verloren. De plek van de jazz invloeden is ingenomen door invloeden uit de Zuid-Europese, Zuid-Amerikaanse en Afrikaanse muziek, die samen met alle andere invloeden die een rol speelden op de eerste twee platen van Melody Gardot een aangenaam klinkende maar ook fascinerende mengelmoes vormen. The Absence heeft nog volop jazzy en bluesy momenten, maar op haar nieuwe plaat gaat Melody Gardot net zo makkelijk aan de haal met invloeden uit de Portugese fado muziek, Afrikaanse muziek of Braziliaanse bossa nova. Dat is heel even wennen, maar al snel blijkt dat de prachtige stem van Melody Gardot ook in deze genres uitstekend uit de voeten kan. The Absence is een avontuurlijk en gewaagde plaat, waarmee Melody Gardot niet alleen respect afdwingt, maar waarmee ze ook het torenhoge niveau van haar eerste twee platen weet te continueren. Door de Zuidelijke invloeden is The Absence een aangename zomerplaat, maar ik ben er absoluut zeker van dat dit bescheiden meesterwerkje er een is voor alle seizoenen. Erwin Zijleman







donderdag 24 mei 2012

Sons Of Bill - Sirens

Sons Of Bill is een band rond de broers James, Sam en Abe Wilson. De zonen van Bill Wilson (het kiezen van een bandnaam kan soms zo makkelijk zijn) komen uit Charlottesville, Virginia, en timmeren lokaal inmiddels al een jaar of zes aan de weg. Op de plaat klonk de muziek van Sons Of Bill echter nog niet eerder zo overtuigend als op het onlangs verschenen Sirens; de derde cd van de band. Bij drie broers in één band moest ik direct denken aan Kings Of Leon. Ik ben vast niet de enige, want de Sons Of Bill zijn de vergelijking met de Kings Of Leon naar verluid inmiddels meer dan zat. Ik trek de vergelijking desondanks niet in, want ook in muzikaal opzicht hoor ik flink wat overeenkomsten tussen Sons Of Bill en Kings Of Leon, waarbij direct de kanttekening moet worden gemaakt dat deze overeenkomsten vooral betrekking hebben op het oudere (en wat mij betreft veel betere) werk van Kings Of Leon. Nu ik toch namen aan het noemen ben kan ik er een imposant rijtje aan toevoegen, want wat te denken van Bruce Springsteen (de energieke ballads), R.E.M. (de integratie van alternatieve rock en radiovriendelijke muziek), Uncle Tupelo en nazaten Wilco en Son Volt (de alt-country invloeden), Red House Painters (de introverte momenten) en Neil Young & The Crazy Horse (de gitaaruitbarstingen). De Sons Of Bill maken op Sirens lekkere energieke rootsrock; keer op keer verpakt in buitengewoon aanstekelijke songs. De rootsrock van de Sons Of Bill is de ene keer lekker stevig, maar ook in het wat meer ingetogen werk kunnen de broers Wilson en hun twee medestanders uitstekend uit de voeten. Wanneer je de muziek van een band vergelijkt met die van het bovenstaande rijtje grote namen, moet je flink wat te bieden hebben om overeind te blijven, maar dat lijkt de Sons Of Bill niet al te veel moeite te kosten. Het gitaarwerk op de plaat is zowel in de stevige als in de minder stevige songs prachtig, het orgeltje stuwt de muziek van de band verder op naar grote hoogten, de harmonieën van de broers Wilson voldoen ruimschoots aan de eisen die je hier inmiddels aan mag stellen en de wat nasale vocalen van zanger James Wilson hebben niet alleen een eigen geluid (dat soms wel wat lijkt op dat van Red House Painters zanger Mark Kozelek), maar klinken ook nog eens bijzonder aangenaam. Iets dat zeker niet onvermeld mag blijven is de bijzonder knappe productie van David Lowery (bekend als voorman van de cultband Camper Van Beethoven), want het prachtige heldere en bijzonder radiovriendelijke geluid van Sirens draagt in belangrijke mate bij aan de kwaliteit van de plaat. Met Sirens hebben de Sons Of Bill een plaat gemaakt die onmiddellijk zal worden omarmd door liefhebbers van lekker in het gehoor liggende rootsrock, maar met een beetje geluk krijgt de band hetzelfde miljoenenpubliek aan de voeten als Kings Of Leon een paar jaar geleden. Omdat Sirens een stuk beter is dan iedere willekeurige plaat van Kings Of Leon zou dat niet meer dan terecht zijn. Sirens is overigens ook een heerlijke soundtrack voor de onverwachte zomerdagen van het moment. Erwin Zijleman


woensdag 23 mei 2012

Meiko - The Bright Side

Ik was een paar jaar geleden behoorlijk onder de indruk van het debuut van de Amerikaanse singer-songwriter Meiko. De uit Georgia afkomstige singer-songwriter verraste op haar debuut met heerlijk zwoele folkpop, die misschien nog het best was te omschrijven als Suzanne Vega in een zwoel en zomers jasje. Omdat de lichtvoetige muziek van Meiko ook nog eens vol subtiele verrassingen zat, heb ik de plaat heel vaak gedraaid en ondertussen vol smart gewacht op de Nederlandse release die uiteindelijk nooit gekomen is. In de Verenigde Staten is vorige week de tweede cd van Meiko verschenen. The Bright Side moet als het goed is midden in de zomer in Nederland verschijnen, maar ik zou daar niet op wachten. De kans dat de plaat hier daadwerkelijk in de winkel komt te liggen lijkt me niet zo groot en waarom zou je nog twee maanden op de zomer wachten als je die nu ook al in huis kan halen? Op The Bright Side gaat Meiko verder waar ze een jaar of vier geleden ophield, maar The Bright Side is nog een stuk beter dan het helaas zwaar ondergewaardeerde debuut. Ook op haar nieuwe plaat maakt Meiko weer heerlijk zwoele en zonnige folkpop die in de verte wat doet denken aan Suzanne Vega, maar door de verleidelijke zang en het heerlijke zuidelijke accent een stuk warmbloediger klinkt. Op The Bright Side passeren 11 perfecte popsongs de revue. Het zijn popsongs met hier en daar wat invloeden uit de jaren 50 en 60, die je na één keer horen in je hart sluit, maar pas veel later hun ware gezicht laten zien. Ook The Bright Side verleidt weer makkelijk door de heerlijke warme stem van Meiko en de aanstekelijke melodieën en refreinen in haar songs. Het is deze makkelijke verleiding die bij de eerste luisterbeurten domineert, maar ook dit keer blijken de songs van Meiko buitengewoon knap in elkaar te steken en voorzien van vele verrassende wendingen. De op het eerste gehoor bijzonder aangename instrumentatie zit boordevol invloeden en gaat net zo makkelijk aan de haal met psychedelische pop uit een heel ver verleden als met eigentijdse beats. The Bright Side klink vanaf de eerste tot de laatste noot bekend en vanzelfsprekend, maar zo vanzelfsprekend is de muziek van Meiko niet. Meiko is zeker niet de zoveelste 13 in een dozijn popprinses, maar een eigenzinnige singer-songwriter die haar knappe songs heeft voorzien van een onweerstaanbaar suiker- en glinsterlaagje.  Ik was na één keer horen weer verliefd op de zwoele klanken van Meiko, maar The Bright Side is sindsdien alleen maar beter geworden. Met The Bright Side haal je onmiddellijk de zomer in huis, maar deze plaat blijft interessant wanneer de herfst zijn intrede doet en staat wat mij betreft nog net zo prominent op de agenda wanneer de jaarlijstjes moeten worden opgemaakt. Laat je niet voor de gek houden door de buitengewoon zwoele en bijna onweerstaanbare popliedjes op The Bright Side. Meiko is echt een hele grote. Erwin Zijleman







dinsdag 22 mei 2012

Elske DeWall - Brave

Elske de Walle debuteerde twee jaar geleden als Elske DeWall zeer verdienstelijk met het sterke Balloon Over Paris. Op haar debuut verraste de Friezin niet alleen met haar geweldige stem, maar ook smaakvol gearrangeerde popliedjes van hoog niveau. Balloon Over Paris maakte indruk, maar stond vooral bol van de belofte. Die belofte maakt Elske DeWall meer dan waar met haar tweede cd Brave. Op Brave hebben de invloeden uit de country en folk een stapje terug moeten doen en domineren invloeden uit de soul, pop en rock, hier en daar aangevuld met een vleugje gospel. Het is muziek waarmee Elske DeWall de concurrentie aan moet gaan met het legioen soulvolle zangeressen dat momenteel wordt aangevoerd door Adele. Dat lijkt een lastige, zo niet bijna onmogelijke opgave, maar Elske DeWall is als je het mij vraagt zeker niet kansloos. Het eerste dat opvalt bij beluistering van Brave is nog altijd de stem van Elske DeWall. De Friezin beschikt nog altijd over heel veel power, maar weet alle overtuigingskracht dit keer beter te doseren. Tegenover imposante uithalen staan gevoelige passages, wat Brave een bijzondere dynamiek geeft, die hier en daar wel wat aan Joss Stone doet denken. Elske DeWall doseert niet alleen beter op Brave, maar is ook veel beter gaan zingen. Op Balloon Over Paris schaarde ik haar nog onder het beste van de middenmoot, maar op Brave maakt Elske DeWall een sprong naar de top. Elske DeWall heeft op Brave nog veel meer te bieden dan een geweldige stem. De plaat staat vol met buitengewoon aantrekkelijke popliedjes. De wat meer uptempo songs blijven direct lekker hangen, terwijl de wat meer ingetogen songs zorgen voor de onderhuidse impact. Vergeleken met haar concurrenten schrijft Elske DeWall veel van haar songs zelf en heeft ze een goede neus voor smaakvolle covers, waaronder dit keer onder andere Temptation van Tom Waits. Haar eigen songs zijn vaak persoonlijk van aard en gaan de lastige thema’s niet uit de weg, wat respect afdwingt. Omdat ook in instrumentaal en productioneel opzicht heel weinig valt aan te merken op Brave, is de tweede plaat van Elske DeWall als je het mij vraagt een onbetwiste krent uit de pop. Bij een roodharige Friezin denk je misschien niet direct aan een eigentijdse soulpop plaat van wereldklasse, maar Elske DeWall heeft hem met Brave echt gemaakt. Een diepe buiging is op zijn plaats. Erwin Zijleman


maandag 21 mei 2012

Paul Buchanan - Mid Air

De Schot Paul Buchanan was als voorman van The Blue Nile verantwoordelijk voor minstens twee klassiekers uit de geschiedenis van de popmuziek. Het debuut van de band, A Walk Across The Rooftops uit 1984, en de vijf jaar later verschenen opvolger Hats behoren tot de parels in menige platenkast en komen vooral te voorschijn wanneer de dagen korter en de nachten langer worden. Buchanan maakte met The Blue Nile nog twee platen (Peace At Last uit 1994 en High uit 2004) die misschien niet zo indrukwekkend waren als de eerste twee platen van de band, maar nog altijd bovengemiddeld goed. Na wederom een lange stilte duikt Paul Buchanan weer eens op. Dit keer niet met een nieuwe plaat van The Blue Nile, maar met een soloplaat. Mid Air is niet zo gek ver verwijderd van de muziek van The Blue Nile. De muziek die Paul Buchanan in zijn uppie maakt is hooguit nog wat soberder dan de muziek van zijn band, maar door zijn uit duizenden herkenbare stemgeluid en de bakken melancholie die over je uit worden gestort, zal de naam The Blue Nile veelvuldig opduiken bij beluistering van de eerste soloplaat van Paul Buchanan. De meeste songs op Mid Air moeten het doen met stemmige pianoklanken en de nog altijd mooie stem van Paul Buchanan. Het tempo ligt uiterst laag en slechts hier en daar duikt wat synthetische orkestratie op ter verdere versiering van de uiterst sobere muziek van de Schot. Ook Mid Air is weer geen plaat om heel vrolijk van te worden en ook dit is daarom een plaat die het uitstekend zal doen op regenachtige herfstavonden of aardedonkere winterdagen. De releasedatum midden in de lente lijkt daarom niet zo gelukkig, al doet de plaat het wat mij betreft ook prima wanneer de zon zich wel laat zien. De grootste kracht van The Blue Nile was het sorteren van maximaal effect met minimale middelen. Het is een kunstje dat Paul Buchanan een aantal decennia later nog altijd uitstekend beheerst, want het grotendeels in zijn eigen huis in Glasgow opgenomen Mid Air is ondanks de eenvoudige middelen een plaat met enorm veel impact. Ondanks het feit dat het gebruikte recept voor vrijwel alle songs op de plaat hetzelfde is, houdt Paul Buchanan de aandacht moeiteloos 14 tracks lang vast en winnen de meeste songs op de plaat nog lange tijd aan kracht. Naar aanleiding van deze soloplaat heb ik A Walk Across The Rooftops er weer eens bij gepakt en heel snel geconcludeerd dat de plaat 28 jaar na de oorspronkelijke release nog niets van zijn glans en kracht heeft verloren. Het zal me niet verbazen als we over een jaar of 30 precies dezelfde conclusie trekken over de eerste en echt wonderschone soloplaat van Paul Buchanan. Mid Air zal waarschijnlijk geen potten gaan breken, maar het is ondertussen wel een van de mooiste en meest indringende platen van 2012. Erwin Zijleman







zondag 20 mei 2012

Sweet Billy Pilgrim - Crown And Treaty

Sweet Billy Pilgrim is een band uit Londen, die met haar in 2009 verschenen tweede plaat Twice Born Men bijzonder warm werd onthaald door de gerenommeerde Britse muziekpers, die de plaat uiteindelijk zelfs schaarde onder de beste platen van het betreffende jaar. Ook op deze BLOG, die destijds nog in de kinderschoenen stond, kwam ik overigens superlatieven te kort bij de bespreking van de plaat. Vorige maand verscheen Crown And Treaty en ook de nieuwe plaat van Sweet Billy Pilgrim kon in Engeland rekenen op bijzonder positieve recensies. Helaas is het al weer snel stil geworden rond de nieuwe plaat van Billy Pilgrim en heb ik er in Nederland nog nauwelijks iets over gelezen. Hierdoor dreigde de plaat bij mij onder te sneeuwen, maar gelukkig is dit niet gebeurd. Crown And Treaty is immers minstens net zo goed als Twice Born Men en iedereen die deze plaat kent weet wat dit betekent. Ook op Crown And Treaty maakt de band rond de Nederlander (!) Tim Elsenburg weer muziek die slecht zal vallen bij een ieder die muziek direct in een hokje wil proppen. Sweet Billy Pilgrim laat zich immers niet beperken door genres en verwerkt er op Crown And Treaty nog een stuk meer dan op Twice Born Men. Invloeden uit de Britse folk staan weliswaar centraal in de muziek van Sweet Billy Pilgrim, maar hiernaast zijn ook invloeden uit nauwelijks vergelijkbare genres als alt-country, post-rock, progrock, minimal music, elektronica en avant garde hoorbaar. Dat klinkt als zware kost. Ik ga zeker niet beweren dat de muziek van Sweet Billy Pilgrim heel erg toegankelijk is, maar zo ontoegankelijk als het bovenstaande lijstje met genres suggereert is het zeker niet. De muziek van Sweet Billy Pilgrim wordt in recensies vooral vergeleken met die van Bon Iver. Daar zit wel wat in, maar uiteindelijk is de muziek van Sweet Billy Pilgrim toch een stuk veelzijdiger en avontuurlijk dan die van Bon Iver. Het doet me persoonlijk misschien nog wel meer denken aan de muziek van David Sylvian, op wiens label Twice Born Men werd uitgebracht, maar ook de vergelijking met de experimentele slotakkoorden van Talk Talk (Spirit Of Eden en Laughing Stock) en de muziek van onder andere The Blue Nile, Brian Eno, Michael Nyman, Mark Eitzel en hier en daar zelfs John Martyn is op zijn plaats, terwijl de muziek van Sweet Billy Pilgrim dankzij zijn experimenteerdrift in relatie tot relatief toegankelijke muziek ook herinnert aan de beste dagen van Wilco of Elbow. Crown And Treaty is een mooie stemmige plaat die bol staat van de verrassende wendingen, maar desondanks klinkt de plaat nergens gekunsteld. Ondanks de zeer uiteenlopende instrumentatie (waarin met name de blazers weer opvallen), de veelheid aan genres en de hoge spanningsbogen is Crown And Treaty ook een plaat waarbij je lekker onderuit kunt zakken, bijvoorbeeld wanneer de band betovert met bijzonder fraaie harmonieën en dat is knap. Sweet Billy Pilgrim verdiende op basis van Twice Born Men al een plekje tussen de smaakmakers in de categorie eigenzinnige popmuziek en doet met Crown And Treaty een nog krachtigere poging om dit plekje af te dwingen. De kans dat dit gaat lukken lijkt me helaas niet zo groot, maar dat liefhebbers van stemmige popmuziek met heel veel inhoud zichzelf enorm te kort doen wanneer ze deze prachtplaat laten liggen is absoluut zeker. Erwin Zijleman




zaterdag 19 mei 2012

Rob Lutes & Rob MacDonald - Live

Rob Lutes is een Canadese singer-songwriter die aan het eind van de jaren 90 zijn eerste plaat uit bracht. Mijn eerste kennismaking met de muziek van de Canadees stamt uit 2006 toen het prachtige Ride The Shadows verscheen. De plaat moest op eigen kracht opboksen tegen het op dat moment enorme aanbod in het rootsgenre, maar wist het hart van menig liefhebber van Amerikaanse rootsmuziek te winnen. Persoonlijk schaarde ik de plaat onder de beste rootsplaten van 2006 en daarom bejubelde ik de plaat meerdere malen in de Plato.NL Nieuwsbrief waarvoor ik destijds schreef. Na Ride The Shadows maakte Rob Lutes nog twee briljante platen, Middle Ground uit 2007 en Truth & Fiction uit 2008. Beide platen behoorden tot het beste dat de rootsmuziek in de betreffende jaren te bieden had, maar wisten net als Ride The Shadows helaas geen potten te breken. De afgelopen jaren toerde Lutes een aantal keren met zijn landgenoot Rob MacDonald en de afgelopen week was het tweetal al op een aantal Nederlandse podia te zien. Deze recensie van de live-cd die Rob Lutes en Rob MacDonald onlangs hebben gemaakt komt daarom eigenlijk wat te laat, maar gelukkig zijn er nog twee kansen om het tweetal live aan het werk te zien. Vanavond spelen Rob Lutes en Rob MacDonald in Hoorn (http://www.peticantus.nl/) en morgen zijn ze te bewonderen in mijn thuisbasis Leiden (http://www.muziekhuis.nl/). Voor een ieder die het gemist heeft, of juist voor iedereen die de songs van Lutes en MacDonald thuis nog eens terug wil horen, is er de live-plaat met de eenvoudige maar trefzekere titel Live. Rob Lutes en Rob MacDonald maken op deze live-plaat muziek zonder al teveel opsmuk. Twee gitaren, twee stemmen en hier en daar wat extra accenten; meer hebben de Canadezen niet nodig om muziek te maken die je weet te raken. Het materiaal is deels afkomstig van de ijzersterke soloplaten van Rob Lutes, maar er is ook ruimte voor covers van songs van onder andere Chris Whitley en The Bee Gees (!). Persoonlijk ben ik nooit zo heel erg gecharmeerd van live-opnamen in dit genre omdat de zo belangrijke intimiteit verloren gaat, maar Lutes en MacDonald zijn er in geslaagd om deze intimiteit te behouden. Het levert in combinatie met het geweldige gitaarspel en de hele mooie zang van Rob Lutes muziek van hoog niveau op. Ga Lutes en MacDonald live zien als je vandaag of morgen in de gelegenheid bent. Wanneer dat niet lukt is deze prima live-plaat een uitstekend alternatief. Live is, net als de andere geweldige platen van Rob Lutes, verkrijgbaar via zijn site: http://www.roblutes.com/store. Erwin Zijleman




vrijdag 18 mei 2012

Marina & The Diamonds - Electra Heart

The Family Jewels, het debuut van de Britse band Marina & The Diamonds, heb ik twee jaar geleden best vaak gedraaid, maar toch wel enigszins tot mijn verbazing heeft de met name in Engeland zeer enthousiast onthaalde plaat deze BLOG nooit weten te halen. Helemaal onlogisch is dat overigens niet, want de muziek van de uit Wales afkomstige, maar met Grieks bloed gezegende, Marina Diamandis en haar band heeft een hoog kauwgomballenpop gehalte. Dat is op de inmiddels in Engeland verschenen (in Nederland verschijnt komt de plaat later deze maand uit) tweede plaat van de band uit Wales niet anders. Sterker nog, het kauwgomballengehalte is op de tweede plaat van Marina & The Diamonds alleen maar groter geworden. Electra Heart opent overtuigend met Bubblegum Bitch en dat is ook meteen een vlag die de lading uitstekend dekt. Marina Diamandis heeft de touwtjes op Electra Heart stevig in handen en trakteert de luisteraar op een bijna eindeloze serie onbetwiste hits. Veel tracks op Electra Heart hebben een hoog Lady Gaga gehalte, want net als de Amerikaanse is Marina niet vies van een portie hitgevoelige elektrapop. Ondanks de duidelijke overeenkomsten met Lady Gaga, hoor ik uiteindelijk toch vooral verschillen. Om te beginnen is Marina Diamandis een veel betere zangeres dan Stefani Joanne Angelina Germanotta. Dat hoor je vooral wanneer de elektronische beats wat meer naar de achtergrond zijn gedrongen, wat gelukkig met enige regelmaat gebeurt, maar ook in de meest aanstekelijke refreinen klinkt de over een enorm bereik beschikkende stem van Marina een flink stuk overtuigender dan die van Lady Gaga. Wat voor de kwaliteit van de zang geldt, geldt ook voor de kwaliteit van de songs en de kwaliteit van de instrumentatie. Een gemiddeld album van Lady Gaga bevat een hooguit een handvol sterke singles maar verder vooral opvullertjes. Marina & The Diamonds slagen er daarentegen in om het hoge niveau van de openingstracks gedurende de hele plaat vast te houden, waarbij de band zorgt voor de nodige variatie in zowel de instrumentatie als het tempo van de songs. In de tracks waarin de elektropop invloeden net wat minder dominant aanwezig zijn, schuift de muziek van Marina & The Diamonds op in de richting van Bat For Lashes, Florence & The Machine of zelfs Kate Bush, maar over het algemeen kiest Marina op haar tweede plaat toch voor de makkelijkste weg. Dat is aan de ene kant jammer, maar als het zo goed is gedaan als op Electra Heart heb ik er absoluut vrede mee. Ik ben daarom zeer tevreden met de tweede plaat van Marina en haar band. De pianoballad waarmee de plaat afsluit laat bovendien horen dat we van deze dame in de toekomst ook nog heel veel ander moois kunnen verwachten, waarmee Marina Diamandis Lady Gaga nog eens aftroeft. Erwin Zijleman







donderdag 17 mei 2012

I.M. Donna Summer (1948 - 2012)

De vandaag op 63-jarige leeftijd overleden Donna Summer verdient wat mij betreft daarboven een plekje tussen de allergrootsten uit de geschiedenis van de popmuziek, maar wat heeft ze tijdens haar aardse bestaan een merkwaardige staat van dienst opgebouwd. Het Nederlandse publiek zag haar voor het eerst in actie in het legendarische tv programma Van Oekel's Discohoek in de eerste helft van de jaren 70. Terwijl Dolf Brouwers het programma op geheel eigen wijze vol kletste en zijn assistent Evert van der Pik onzinnige telefoongesprekken voerde of zijn fietstas vol kotste, zong Donna Summer onverstoorbaar haar eerste single The Hostage. Voor The Hostage werkte Donna Summer voor het eerst samen met producer Giorgio Moroder en dat bleek een gouden greep. Donna Summer maakte met Moroder een aantal intrigerende platen waarop op dat moment fonkelnieuwe elektronica werd gecombineerd met de prachtige soulvolle stem van Donna Summer en tracks van ruim een kwartier niet werden geschuwd. Het leverde Donna Summer een aantal wereldhits op waaronder naast The Hostage ook Love To Love You Baby en I Feel Love; stuk voor stuk songs die de tand des tijd prima hebben doorstaan. Donna Summer, die tot op dat moment een jaar of tien met weinig succes had gefigureerd in Europese musicals, was opeens een wereldster die de bijnaam The Queen Of Disco afdwong en jaren met veel succes wist uit te buiten. Aan het eind van de jaren 70 koos Summer voor een andere weg en werd disco verruild voor pop en rock met invloeden uit de soul. Ook deze periode was bijzonder succesvol en leverde Donna Summer nog een aantal wereldhits op, waaronder Hot Stuff, Bad Girls, MacArthur Park en Last Dance. Summer tekende vervolgens een miljoenencontract voor het op dat moment net opgerichte Geffen label, maar succes bleef dit keer uit. Nadat ook een hernieuwde samenwerking met Giorgio Moroder geen succes had gebracht, koos Summer in de tweede helft van de jaren 80 voor een korte samenwerking met de Britse wegwerppop producenten Stock, Aitken en Waterman. Het leverde haar na lange tijd weer een hit op, maar Summer verspeelde met deze stap ook flink wat krediet bij de serieuze muziekliefhebbers en kon een plekje tussen de grote soulzangeressen definitief vergeten. De afgelopen twintig jaar maakte Donna Summer nog met enige regelmaat platen, maar grote successen bleven uit. Wel kreeg de zangeres, die met name tijdens de jaren 70 de disco en de popmuziek met invloeden uit de zwarte muziek op de kaart zette, in brede kring alsnog waardering voor haar werk. Ik heb zelf alleen Love To Love You Baby uit 1975 in de kast staan en moet zeggen dat het nog altijd een intrigerende plaat is van een groot zangeres. Als Donna Summer aan het begin van de jaren 70 had gekozen voor de soul was ze inmiddels al lang doorgedrongen tot de eregalerij van de allergrootste soulzangeressen. Nu moet ze het doen met het predicaat The Queen Of Disco. Ook niet gek voor iemand die ooit moest figureren in Van Oekel's Discohoek. Ik hoop stiekem dat Donna Summer daarboven in ambiance terecht komt die haar geweldige stem meer recht doet. Erwin Zijleman





Sara Watkins - Sun Midnight Sun

Sara Watkins bepaalde met haar mooie vioolspel en honingzoete vocalen voor een belangrijk deel het geluid van de (progressive) bluegrass band Nickel Creek en het uit deze band voortgekomen en veel alternatiever en steviger klinkende hobbyproject Mutual Admiration Society (met onder andere Glen Phillips (Toad the Wet Sprocket) en John Paul Jones (Led Zeppelin) in de gelederen). Watkins maakte hiernaast een jaar of drie geleden een prima soloplaat, waarop ze wederom buiten de gebaande paden van de bluegrass trad en aansluiting probeerde te vinden bij de betere vrouwelijke singer-songwriters, wat overigens in artistiek opzicht wel maar in commercieel opzicht niet lukte. Het is een indrukwekkend CV dat de pas 31 jaar oude Sara Watkins kan overleggen, maar haar CV was voor mij niet de belangrijkste reden om te luisteren naar haar tweede soloplaat Sun Midnight Sun. Op Sun Midnight Sun geeft immers niemand minder dan Fiona Apple act de présence, volgens mij haar eerste wapenfeit sinds het helaas al weer 7 jaar oude Extraordinary Machine. De bijdrage van Fiona Apple (een van mijn persoonlijke favorieten) is niet groot maar wel boeiend en hevig, dus ik ben tevreden. Dat ben ik overigens ook over de rest van de plaat, want Sara Watkins heeft met Sun Midnight Sun een hele knappe en aangename plaat gemaakt, die in brede kring moet worden omarmd. Naast Fiona Apple duikt in de persoon van Jackson Browne nog een levende legende op, maar desondanks is Sun Midnight Sun uiteindelijk voor 99,9% een echte Sara Watkins plaat. Op Sun Midnight Sun blijft Sara Watkins in een aantal tracks redelijk dicht bij huis. In deze tracks met vooral invloeden uit de bluegrass schurkt Watkins dicht tegen het geluid van Nickel Creek aan en dat is nog altijd een aangenaam geluid. Sara Watkins is op Sun Midnight Sun echter zeker geen one trick pony. In eerste instantie schuift Watkins vooral op richting country en folk, maar uiteindelijk gaat de Amerikaanse ook op overtuigende wijze aan de haal met pop en rock. De instrumentatie past zich steeds fraai aan aan de verschillende wegen die Sara Watkins in slaat en ook de heldere productie van Blake Mills (tot dusver vooral bekend als muzikant van Dawes en Band Of Horses) verdient een pluim. Uiteindelijk is Sun Midnight Sun zoals gezegd een echte Sara Watkins plaat. Watkins schreef mee aan vrijwel alle songs op de plaat en drukt vooral in vocaal opzicht haar stempel op de plaat. Ik vond haar stem in het verleden altijd aangenaam maar wat zoetsappig, maar Sara Watkins heeft zich inmiddels ontwikkeld tot een overtuigend zangeres die meerdere geluiden kan laten horen en ook voldoende emotie en doorleving in haar stem weet te leggen. Sun Midnight Sun is uiteindelijk een plaat die in vocaal, instrumentaal en compositorisch opzicht niet onder doet voor de moordende concurrentie in het singer-songwriter genre en die deze concurrentie door het getoonde lef en de resulterende veelzijdigheid hier en daar zelfs weet af te troeven. Ik ben in ieder geval zeer gelukkig met deze plaat (en het levensteken van Fiona Apple). Erwin Zijleman



woensdag 16 mei 2012

The Proclaimers - Like Comedy

Bij de naam The Proclaimers denk ik nog altijd in eerste instantie aan de single waarmee het Schotse bebrilde duo een jaar of 25 jaar geleden doorbrak. Letter From America is zo’n briljante single die je maar één keer gedurende je loopbaan maakt en eigenlijk nooit meer zijn glans verliest. Helaas is Letter From America voor veel mensen ook het enige dat ze van The Proclaimers kennen en dat is doodzonde. De broers Craig en Charlie Reid uit het Schotse Leith maakten na hun debuut This Is The Story nog een stuk of zeven platen, waarvan met name de tweede, Sunshine On Leith uit 1988, veel beter was dan het debuut (en met I'm Gonna Be (500 Miles) bovendien een single bevatte die bijna net zo briljant was als Letter From America). Sindsdien zijn de soms met lange tussenpozen verschenen platen van de Schotse tweelingbroers nogal wisselvallig, al hebben ze altijd hun momenten. Het deze week verschenen Like Comedy heeft verrassend veel sterke momenten en durf ik na een aantal keren horen al wel de beste plaat van het tweetal sinds Sunshine On Leith te noemen. Het geluid van The Proclaimers is in al die jaren eigenlijk niet eens zo heel veel veranderd. De fraaie harmonieën van de broers Reid zijn dankzij hun zware Schotse accent uit duizenden herkenbaar en ook het gevoel voor groots aandoende songs is inmiddels een handelsmerk van de Schotten. Like Comedy staat vol met heerlijk klinkende songs met vooral invloeden uit de folk, pop en rock die steeds weer opvallen door de fraaie zang, de smaakvolle instrumentatie en de sterke refreinen, die je stuk voor stuk na een keer horen mee kunt zingen. Het lijkt een makkelijk kunstje dat de broertjes Reid beheersen, maar het is echt razendknap. Like Comedy bevat geen single van het niveau van Letter From America of I'm Gonna Be (500 Miles), maar de plaat bevat wat mij betreft nauwelijks zwakke songs en heel veel songs die ver boven de middelmaat uit stijgen. De platen die The Proclaimers sinds Sunshine On Leith hebben gemaakt waren allemaal aardig, maar niet memorabel. Of Like Comedy zal uitgroeien tot een memorabele plaat zal de tijd moeten leren, maar voorlopig geef ik de plaat absoluut het voordeel van de twijfel. Like Comedy is immers niet alleen een plaat waarop alles klopt, maar is ook nog eens een plaat die in vocaal opzicht imponeert. En dat ondanks het nog altijd wat raar klinkende vette Schotse accent van Craig en Charlie Reid. Hieronder wat voorproefjes van het nieuwe materiaal, maar omdat het nog altijd zo wonderschoon is eerst het dit jaar precies 25 jaar oude Letter From America, wat mij betreft nog altijd een parel uit de geschiedenis van de popmuziek. Erwin Zijleman








dinsdag 15 mei 2012

Best Coast - The Only Place

Crazy For You van Best Coast omschreef ik twee jaar geleden als een plaat die klonk als een serie vergeten klassiekers uit een ver verleden maar ook als de potentiële zomerhits van 2010. Toen de plaat een maand of wat nog een keer voorbij kwam ervoer ik de mix van Phil Spector girlpop uit de jaren 60, The Ramones, The Jesus And Mary Chain, The Raveonettes, Mazzy Star en van recenter datum The Dum Dum Girls nog precies hetzelfde en ging ik er van uit dat Crazy For You, bij gebrek aan beter, ook de zomer van 2012 op zou moeten luisteren met haar nog altijd volstrekt onweerstaanbare klanken. Dat blijkt nu niet meer nodig, want bijna uit het niets is een nieuwe plaat van de band, of eigenlijk het duo, uit Los Angeles verschenen. The Only Place is niet direct een logisch vervolg op Crazy For You. Best Coast laat op haar derde plaat (het debuut van de band werd in 2009 slechts in zeer kleine kring opgepikt) de nodige groei horen en kiest bovendien voor een beduidend minder gruizig geluid. The Only Place is geproduceerd door Jon Brion en dat is met het geluid van Crazy For You in het achterhoofd een opvallende keuze (of zoals AllMusic het prachtig weet te verwoorden: "Hiring Brion to produce a noise pop record is like asking Rothko to paint your mailbox"). Brion zat eerder achter de knoppen bij onder andere Aimee Mann, Fiona Apple en Rufus Wainwright en koos in alle gevallen voor een mooi, vol en wat gepolijst geluid. Die lijn trekt hij door op The Only Place. Het rauwe en gruizige geluid van de vorige plaat van Best Coast heeft plaats gemaakt voor een mooi en knap in elkaar stekend geluid dat uit vele lagen bestaat en lekker overdadig klinkt. Het is een wat ander sausje, maar de basisingrediënten van de muziek van Best Coast zijn niet veranderd. Zangeres Bethany Cosentino heeft ook dit keer bijzonder lekker in het gehoor liggende en in veel gevallen zelfs volstrekt onweerstaanbare popsongs geschreven en zingt ze nog altijd op verleidelijke en charmant onvaste wijze. Gitarist Bobb Bruno zorgt ook op de nieuwe plaat weer voor heerlijke gitaarlijnen, die dit keer misschien wat minder gruizig zijn dan op de vorige plaat, maar zeker niet minder lekker. Best Coast slaagt er door de combinatie van vertrouwde elementen en een compleet nieuwe aanpak in om met The Only Place een plaat af te leveren die uiteindelijk aanvoelt als een logisch vervolg op Crazy For You, maar desondanks totaal anders klinkt. Of je The Only Place net zo zult waarderen als Crazy For You hangt vooral af van de voorliefde voor gruizige gitaren. Omdat ik persoonlijk een groot fan ben van het mooi glimmende werk van Jon Brion heb ik ze niet gemist en ervaar ik The Only Place als een net zo onweerstaanbare en zomerse plaat als Crazy For You, maar dan in een net wat mooier en hipper jasje. Omdat Crazy For You zo anders klinkt pak ik ook die plaat vast nog wel eens uit de kast op zomerse dagen, maar minstens net zo vaak zal het wat mij betreft net zo mooie en overtuigende The Only Place in de cd speler verdwijnen. Heerlijke plaat. Erwin Zijleman



maandag 14 mei 2012

The Cosmic Carnival - Change The Wold Or Go Home

De Rotterdamse band The Cosmic Carnival won in 2009 de Grote Prijs van Nederland in de categorie pop/rock door onder andere Anni K, Early Adopters, NewAx, The New Shining en Stairs To Nowhere voor te blijven. Om heel eerlijk te zijn: geen van de hierboven genoemde namen zegt me ook maar iets. Ik ben persoonlijk dan ook niet zo’n fan van de Grote Prijs van Nederland en vindt het al jaren een behoorlijk overbodige wedstrijd, die de afgelopen tien jaar eigenlijk alleen in de categorie singer-songwriters blijvend talent heeft opgeleverd (onder wie Lucky Fonz III, Roosbeef, Marien Dorleijn (Moss), Marike Jager, Charlie Dee, Eefje de Visser en Leine; dat is dan weer wel een indrukwekkend lijstje). Met de aanprijzing "winnaar van de Grote Prijs van Nederland 2009" komt The Cosmic Carnival bij mij dan ook niet veel verder en dus moest de muziek van de band me over de streep trekken. De Rotterdammers hebben de afgelopen drie jaar hard gewerkt aan hun debuut Change The World Or Go Home en dat heeft een opvallende en in veel gevallen indrukwekkende plaat opgeleverd. Ondanks mijn weerstand tegen het uitreiken van prijzen, had The Cosmic Carnival er direct bij eerste beluistering van Change The World Or Go Home al één uit mijn handen te pakken: de originaliteitsprijs. The Cosmic Carnival laat zich net als 1001 andere bands beïnvloeden door het rijke muzikale verleden en dan met name door muziek uit de jaren 60 en 70, maar de hoeveelheid invloeden die de Rotterdammers in hun muziek verwerken is behoorlijk uniek en dat geldt ook voor de eigenzinnige draai die ze vervolgens geven aan al deze invloeden. Direct in de eerste track komen al direct een hele rij roemruchte bands uit de jaren 60 voorbij en ben je even terug in de Summer of Love. The Cosmic Carnival is niet vies van een instrumentje meer of minder en pakt ook in vocaal opzicht uit met vaak meerstemmige zang. De muziek van The Cosmic Carnival is door de bijzonder rijke instrumentatie (waarin naast allerlei gitaren ook strijkers, blazers en 60s elektronica opduiken) en de flinke dosis 60 psychedelica en West Coast pop aangevuld met funk, blues, gospel en salsa direct een feestje. Het is een feestje waarop je oren tekort komt. De enorme veelzijdigheid kan uiteindelijk ook in het nadeel van The Cosmic Carnival gaan werken, maar op het debuut is de veelkleurigheid en eigenzinnigheid alleen maar charmant en doeltreffend. The Cosmic Carnival maakt feestmuziek die vooral op het podium geweldig tot zijn recht komt, maar ook op de plaat blijven vrijwel alle songs met gemak overeind en spreken wat mij betreft vooral de songs met invloeden uit de West Coast pop zeer tot de verbeelding. De Rotterdamse band maakt op haar debuut muziek die uitnodigt tot het noemen van namen, maar het zijn er zo veel en ze gaan maar zo kort mee dat het snel een onzinnige bezigheid is. Laat ik het er maar op houden dat vrijwel alle grote bands die er rond 1967 in San Francisco toe deden en de bands die een paar jaar later de Californische westkust pop vorm gaven voorbij komen op Change The World Or Go Home, maar dat ze wel opeens met minstens één been in het heden staan. Alle reden dus om deze bijzondere plaat in huis te halen. Dat kan via meerdere kanalen, zie http://www.thecosmiccarnival.com/content.php?content=ctwogh_nl. Erwin Zijleman


zondag 13 mei 2012

Father John Misty - Fear Fun

Joshua Tillman kenden we tot voor kort als de drummer van de band Fleet Foxes en als de folky singer-songwriter J. Tillman. Vorig jaar keerde Tillman Fleet Foxes de rug toe om meer tijd te hebben voor zijn eigen muzikale projecten. Het eerste project waarmee hij op de proppen komt staat niet op naam van J. Tillman, maar is het debuut van Father John Misty. Fear Fun ligt deels in het verlengde van het werk van Fleet Foxes en de soloplaten van J. Tillman, maar voegt ook een flink aantal aparte invloeden toe. Omdat critici elkaar graag napraten wordt Fear Fun van Father John Misty vrijwel overal omschreven als de onwaarschijnlijke mix van Gram Parsons, Nick Drake, Harry Nilsson en Skip Spence. Ik papegaai dit keer vrolijk mee, want het is eigenlijk helemaal niet zo’n gekke omschrijving.  De muziek van Father John Misty wordt op Fear Fun immers gekenmerkt door invloeden uit de countryrock (Gram Parsons), de Britse folk (Nick Drake), de geniale singer-songwriter muziek uit de jaren 70 (Harry Nilsson) en een klein beetje psychedelische gekte (het domein van onder andere Skip Spence). Overigens moet er zeker een vijfde naam worden toegevoegd aan dit rijtje en dat is de naam van Joshua Tillman zelf, want ook op het debuut van Father John Misty doet hij weer nadrukkelijk zijn eigen ding. En nu ik toch namen aan het noemen ben mag ook de naam van een willekeurige singer-songwriter uit de Laurel Canyon scene van de jaren 70, bijvoorbeeld Jackson Browne, absoluut niet ontbreken en voeg ik ook Van Dyke Parks toe vanwege de bijzondere arrangementen. Over de invloeden uit de blues, gospel en West Coast pop heb ik het dan nog niet eens gehad. Fear Fun staat vol met volstrekt tijdloos klinkende muziek die je mee terug neemt naar de jaren 60 en 70, maar Tillman doet, zoals we inmiddels van hem gewend zijn, ook steeds zijn eigen ding, bijvoorbeeld door de nodige zwartgallige humor toe te voegen aan zijn teksten en muziek of door met opvallend rijke of juist sobere arrangementen op de proppen te komen.  Alle tracks op Fear Fun liggen lekker in het gehoor en klinken ook bij eerste beluistering bekend in de oren, maar als je wat beter luistert hoor je dat Tillman steeds met subtiele verrassende wendingen op de proppen komt. Het aantal namen dat opduikt bij beluistering van de plaat blijft ondertussen maar groeien. Roy Orbison en Rufus Wainwright vanwege de stem, Buffalo Springfield, Neil Young en Bob Dylan vanwege de muzikale invloeden en de veelzijdigheid en ga zo maar door. Fear Fun lijkt een bijna achteloos gemaakte plaat vol muziek uit een goed en met veel smaak gevulde platenkast die is omgevallen, maar ondertussen zit het allemaal zo knap en inventief in elkaar en drukt Joshua Tillman zo zijn eigen stempel op de plaat, dat uiteindelijk een hele diepe buiging op zijn plaats is voor Fear Fun van Father John Misty. Op nieuw werk van Tillman hoeven we gezien zijn opvallend hoge productiviteit vast niet lang te wachten, maar hij heeft de lat dit keer waarschijnlijk wel erg hoog gelegd voor zichzelf. Erwin Zijleman