23 augustus 2026

Review: Stephanie Sammons - Head Noise

Stephanie Sammons had er al een hele carrière op zitten toen ze naar Nashville trok om muziek te maken en laat op haar tweede album Head Noise horen dat ze binnen de Amerikaanse rootsmuziek absoluut een aanwinst is.
Head Noise van de uit Dallas, Texas, afkomstige singer-songwriter Stephanie Sammons is een album dat zich bijzonder makkelijk opdringt. Het tweede album van de Amerikaanse muzikante klinkt dankzij de inzet van een stel gelouterde muzikanten prachtig en ook de productie van het album verdient louter complimenten. Stephanie Sammons laat op haar tweede album horen dat ze niet voor niets een aantal prijzen in de wacht heeft gesleept, want ze schrijft uitstekende songs en beschikt over een hele mooie stem. Het mooie van Head Noise is dat het album een bijzondere rust uitstraalt, waardoor het album zich direct als de spreekwoordelijke warme deken om je heen slaat. Aanrader!



Er zijn nogal wat muziekwebsites die de Amerikaanse rootsmuziek een warm hart toedragen en daarnaast is er een heel leger aan promotoren, die me wekelijks of zelfs dagelijks op de hoogte houden van nieuwe releases in het genre. Het zijn releases die lang niet altijd in mijn muzikale straatje passen, want ik heb een duidelijke voorkeur voor vrouwenstemmen en ik hou over het algemeen niet van hele traditionele rootsmuziek. 

Het overkomt me dan ook niet vaak dat ik een handvol interessante nieuwe rootsalbums uit één nieuwsbrief haal, maar dit overkwam onlangs. Een van de albums die in deze nieuwsbrief werd aangeprezen is het album Head Noise van Stephanie Sammons. Het is het tweede album van de Amerikaanse muzikante, want in 2024 verscheen haar debuutalbum Time And Evolution, dat me destijds helaas niet is opgevallen, maar dat een mooi album is. 

De meeste muzikanten die hun geluk zoeken in Nashville zijn jong, maar Stephanie Sammons had er al een lange carrière op zitten toen ze twee jaar geleden haar debuutalbum uitbracht. Ze bouwde een succesvol eigen bedrijf op in de financiële sector, maar vergat haar liefde voor de muziek niet en koos voor een carrièreswitch. Stephanie Sammons is niet de eerste muzikante die op latere leeftijd een debuutalbum uitbracht, maar er zijn er niet veel die vervolgens ook succesvol zijn. 

Het debuutalbum van de muzikante uit Dallas, Texas, werd in 2024 echter goed ontvangen en uiteindelijk wist ze zelfs een aantal prijzen in de wacht te slepen, waaronder de prestigieuze New Folk award van het Kerrville Folk Festival. Het zorgt ervoor dat haar deze week verschenen tweede album net wat makkelijker de aandacht trekt dan haar debuutalbum en dat is volkomen terecht. 

Toen ik de achtergrondinformatie op haar website nog niet had bestudeerd, ging ik er al van uit dat Stephanie Sammons wat ouder is dan de meeste andere starters, want haar stem klinkt fraai doorleefd en het is bovendien een stem die rust uitstraalt. Stephanie Sammons zingt met veel gevoel en met veel souplesse, maar ik vind haar stem ook echt heel erg mooi, zeker wanneer ze varieert met klanken en doseert met kracht. Het is een stem die je kan meenemen of zelfs meeslepen in de songs van de Amerikaanse muzikante en een stem die is gemaakt voor sfeervol en stemmig ingekleurde rootssongs. 

Stephanie Sammons trok voor het opnemen van haar tweede album naar Nashville, waar ze de samenwerking zocht met producer Mary Bragg, die zelf ook een respectabel aantal albums op haar naam heeft staan. In de studio in Nashville kregen de twee gezelschap van een aantal ervaren muzikanten uit de Amerikaanse muziekhoofdstad, die naast bas, drums, piano en keyboards vooral gitaren en de pedal steel toevoegen aan het geluid van Stephanie Sammons. 

Het is een geluid dat vaak redelijk sober en ingetogen is, maar in een aantal songs klinken de gitaren net wat steviger en ook dit past bij de mooie stem van Stephanie Sammons. Ik was eigenlijk direct onder de indruk van de tijdloze rootsmuziek op Head Noise en van de mooie en emotievolle stem van Stephanie Sammons, maar ik merk dat het album me steeds dierbaarder wordt naarmate ik het vaker hoor. 

De Texaanse muzikante is in de muziek misschien een laatbloeier, maar ze laat op haar nieuwe album een niveau horen dat zeker niet standaard is binnen de Amerikaanse rootsmuziek. Het is een album dat naar veel meer smaakt. Erwin Zijleman


22 augustus 2026

Review: Westside Cowboy - It Goes On

De Britse band Westside Cowboy leverde ruim een half jaar geleden een opvallend goede EP af en laat op haar deze week verschenen debuutalbum It Goes On horen dat de hype die sindsdien is ontstaan volkomen terecht is.
Mijn muzikale radar is over het algemeen niet specifiek gericht op gitaarbands, maar als er iets bijzonders voorbij komt heeft het zeker mijn aandacht. De naam Westside Cowboy schreef ik begin dit jaar al eens op en nu is er het debuutalbum van de band, die zeker niet te klagen heeft over aandacht. Die aandacht is volkomen terecht, want It Goes On is een uitstekend album geworden. Westside Cowboy begint bij The Velvet Underground maar sleept er vervolgens een aantal decennia gitaarbands bij en voegt ook nog wat folk en country toe. Het geluid van de band is lekker energiek en valt op door de vaak meerstemmige zang en de stuwende ritmesectie, die het gitaargeluid van de band een extra impuls geven. Wat een heerlijk debuutalbum.



Helemaal aan het begin van dit jaar werd mijn aandacht getrokken door de EP So Much Country 'Till We Get There van de Britse band Westside Cowboy. De songs op deze 14 minuten durende EP waren niet allemaal even sterk, maar met name de openingstrack Strange Taxidermy vond ik behoorlijk indrukwekkend en maakte me nieuwsgierig naar de volgende verrichtingen van de band uit Manchester. 

Strange Taxidermy zou met een beetje fantasie van de hand van een band als Lankum of ØXN kunnen zijn, maar Westside Cowboy kon op de EP ook uit de voeten met country of met de erfenis van Britse en Amerikaanse gitaarbands uit de jaren 60, 70, 80 en 90. So Much Country 'Till We Get There trok een paar maanden geleden meer aandacht, waardoor de band mocht openen tijdens de tour van het als een komeet omhoog geschoten Geese. 

De afgelopen weken werd het vuurtje rond de band weer wat verder aangewakkerd, waardoor een bescheiden hype is ontstaan rond de release van het debuutalbum van Westside Cowboy. Die hype is volkomen terecht, want It Goes On is een album dat de hooggespannen verwachtingen wat mij betreft makkelijk waarmaakt. De band uit Manchester omschrijft haar muziek zelf als Britainicana en dat doet recht aan het verwerken van zowel Britse als Amerikaanse invloeden in de songs op het album.

It Goes On is een album dat invloeden bevat van allerlei bands uit het verleden, maar de muziek van de Britse band doet me het vaakst denken aan The Velvet Underground. Dat is een band die de afgelopen decennia wel vaker een belangrijke inspiratiebron was, maar Westside Cowboy slaagt er wat mij betreft in om een eigen draai te geven aan de inspiratie uit het verleden. De albumtitel It Goes On zou overigens zomaar een verwijzing kunnen zijn naar het album What Goes On van The Velvet Underground. 

It Goes On verwerkt subtiel invloeden uit de countrymuziek, maar refereert ook aan de muziek van talloze leuke Britse gitaarbands en dat zijn er zo veel dat het noemen van namen niet eens zo makkelijk is. Ook een Amerikaanse gitaarband als Pavement is overigens relevant vergelijkingsmateriaal. 

Westside Cowboy grossiert in songs die lekker in het gehoor liggen, maar die ook eigenzinnig klinken en hier en daar ontsporen. Gitaren spelen een voorname rol in het geluid van de Britse band, maar ook de prominente rol voor de ritmesectie valt op. Deze ritmesectie stuwt het tempo vaak lekker op, waardoor er veel vaart in de muziek van Westside Cowboy zit, maar ook als er gas wordt teruggenomen zijn de bijdragen van bas en drums belangrijk. 

Het gitaarspel van de twee gitaristen van de band is voldoende veelkleurig om Westside Cowboy een veelzijdig geluid te geven en dat wordt versterkt door het feit dat alle leden van de band bijdragen aan de zang. Gitarist Reuben Haycock neemt meestal het voortouw in de zang, maar ook de prachtige bijdragen van Aoife Anson O’Connell mogen niet onvermeld blijven. 

In een paar songs op It Goes On klinkt Westside Cowboy als het zoveelste leuke gitaarbandje, maar de meeste songs laten een band horen die iets toevoegt aan alles dat er al is. Alles is ook nog eens vakkundig geproduceerd door Loren Humphrey, die ik eigenlijk alleen ken als een van de vele producers van Blue Banisters van Lana del Rey, maar laat horen dat hij ook wel raad weet met een gitaarband. Een gitaarband die wel eens heel groot kan gaan worden. Erwin Zijleman

De muziek van Westside Cowboy is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Britse band: https://westsidecowboy.bandcamp.com/album/it-goes-on.


It Goes On van Westside Cowboy is verkrijgbaar via de Mania webshop: