05 oktober 2026

Review: Stef Chura - Dancing Alone on the Concrete

De Amerikaanse muzikante Stef Chura leverde iets meer dan zeven jaar geleden met Midnight een geweldig gitaaralbum af en komt nu op de proppen met een album dat echt alle kanten op kan, maar song na song grenzeloos vermaakt.
Dancing Alone on the Concrete van Stef Chura wordt deze week warm onthaald door de wat alternatievere Amerikaanse muziekpers en gelijk hebben ze. De muzikante uit Detroit heeft heel lang gewerkt aan de opvolger van het zeven jaar oude Midnight, dat in 2019 indruk maakte. Midnight was vooral een ruw en wat lo-fi gitaaralbum, maar op Dancing Alone on the Concrete laat Stef Chura horen dat ze van alles kan. Ik heb wel wat met haar stem, maar ook met haar songs en haar muziek laat ze horen dat ze anders klinkt dan de bulk van haar collega’s in de indierock van het moment. Aan Midnight had ik geen hele actieve herinnering, maar Dancing Alone on the Concrete gaat me zeker bijblijven.



Ik geef eerlijk toe dat ik geen enkele herinnering meer had aan Midnight, het tweede album van de Amerikaanse muzikante Stef Chura, die deze week een nieuw album heeft uitgebracht. Ik was wel heel positief over het vorige album van de muzikante uit Detroit, want ik schreef op De Krenten uit de Pop onder andere het volgende: 

“Na een aardig maar niet opzienbarend debuut keert Stef Chura terug met Midnight. De singer-songwriter laat op haar tweede album flinke groei horen. Dat is mede de verdienste van Car Seat Headrest voorman Will Toledo, die het album produceerde, maar Stef Chura kan er zelf ook wat van. Het levert een verrassend veelzijdige gitaarplaat op, die het ene moment heerlijk uit de bocht vliegt met veel gitaargeweld, maar ook in de meer ingetogen passages uitstekend uit de verf komt. En als Stef Chura dan ook nog eens een song van good old Billy Idol volledig naar haar hand zet weet je zeker dat ze echt een prima album heeft afgeleverd.” 

Het zijn niet eens de meeste lovende woorden uit de recensie, dus het is best bijzonder dat ik zelfs de naam van Stef Chura vergeten was. Er zijn wel wat verzachtende omstandigheden. Het aanbod in het genre is al jaren enorm groot en Midnight is bovendien alweer meer dan zeven jaar oud. 

Gelukkig zijn mijn belangrijke tipgevers Paste en Pitchfork Stef Chura niet vergeten, want beiden scharen haar nieuwe album Dancing Alone on the Concrete onder de meest interessante albums van deze week en inmiddels weet ik dat daar niets op valt af te dingen. 

Stef Chura heeft zeven jaar de tijd gehad om nieuwe muziek te maken, maar desondanks bevat haar nieuwe album slechts iets meer dan 27 minuten muziek. Er gebeurde ook veel in het leven van de Amerikaanse muzikante. Ze verruilde Detroit voor New Orleans en later Louisville en toch weer Detroit, ze zag een relatie op de klippen lopen, kreeg haar eerste kind, werd gevangen door de coronapandemie en probeerde ondanks alles veel te daten. 

Alle ervaringen slaan neer op Dancing Alone on the Concrete, dat in eerste instantie verder gaat waar haar vorige album in de zomer van 2019 ophield. Stef Chura kan nog altijd uit de voeten met lekker ruwe en wat rammelende gitaarmuziek en had mij eigenlijk direct weer te pakken met de openingstrack van haar nieuwe album. 

De concurrentie is misschien moordend binnen de indierock van het moment, maar de songs van Stef Chura klinken op een of andere manier anders. Dat heeft voor een deel te maken met haar bijzondere zang, maar ook het wat lo-fi karakter van haar muziek en haar songs geeft Dancing Alone on the Concrete een eigen gezicht. 

Dat eigen karakter wordt flink versterkt door de variatie die Stef Chura heeft aangebracht op haar nieuwe album. Naast wat stevigere songs kiest de Amerikaanse muzikante ook voor wat meer ingehouden songs, waarin ze af en toe kiest voor de piano die ze afgelopen jaren heeft leren bespelen, en ook hierin klinkt haar stem onderscheidend. 

Het vorige album van Stef Chura viel uiteindelijk ook op door uitstekende songs en ook de songs op Dancing Alone on the Concrete zijn stuk voor stuk geweldig, waarbij het niet zoveel uitmaakt of ze kiest voor gruizige gitaren of voor wat tegendraadse elektronica. En als in Danny zowel Peter Buck als Mike Mills aanschuiven is ze ook nog eens goed voor de perfecte R.E.M. song, terwijl ze met Babydoll een heerlijke oorwurm aflevert.

Dancing Alone on the Concrete duurt helaas maar 27 minuten, maar wat komt er in dat kleine half uur veel moois en bijzonders voorbij. Ik ga de naam van Stef Chura in ieder geval niet meer vergeten en schrijf Dancing Alone on the Concrete stiekem alvast op als outsider voor mijn jaartlijstje. Erwin Zijleman

De muziek van Stef Chura is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://stefchuraband.bandcamp.com/album/dancing-alone-on-the-concrete.


Dancing Alone on the Concrete van Stef Chura is verkrijgbaar via de Mania webshop:



04 oktober 2026

Review: Maggie Bell - Suicide Sal (1975)

Maggie Bell gaat al vele decennia mee in de muziek, maar ze was het meest succesvol met haar debuutalbum Queen of the Night uit 1974 en het nog wat betere Suicide Sal uit 1975, dat tien songs lang uit de speakers knalt.
Ik dacht de klassiekers uit de jaren 70 zo langzamerhand wel te kennen, maar onlangs maakte ik voor het eerst kennis met Maggie Bell. De Schotse zangeres was in de jaren 70 redelijk succesvol, maar verdween al snel uit beeld. Haar eerste twee albums zijn wat mij betreft pareltjes, of misschien eerder ruwe diamanten. Het zijn albums die vooral indruk maken met de geweldige stem van Maggie Bell, die beschikt over een flinke dosis soul. Met name haar tweede album Suicide Sal uit 1975 vind ik ook in muzikaal opzicht interessant en kan wat mij betreft de vergelijking met een aantal inmiddels tot klassiekers uitgegroeide albums uit dezelfde periode makkelijk aan.



Toen mijn liefde voor de muziek in mijn tienerjaren begon te groeien, spelde ik de popencyclopedie van Oor, op zoek naar interessante muziek uit het verleden. Dat gaat tegenwoordig dankzij het internet en de streamingplatforms een stuk makkelijker, maar ik vind het nog altijd leuk om te speuren naar voor mij onbekende maar wel interessante albums uit de rijke geschiedenis van de popmuziek. 

Onlangs kwam ik in een lijstje met vergeten albums uit de jaren 70 het album Queen of the Night van Maggie Bell tegen. Het album maakte me in ieder geval nieuwsgierig en ik kwam er al snel achter dat ze aan het eind van de jaren 60 en het begin van de jaren 70 deel uitmaakte van de Schotse band Stone The Crows. De band maakte tussen 1970 en 1972 vier wat mij betreft niet heel opvallende albums, waarna Maggie Bell koos voor een solocarrière. 

Haar debuutalbum Queen of the Night was volgens mij redelijk succesvol en het is wat mij betreft een uitstekend album. Op het album maakt Maggie Bell muziek met invloeden uit de blues, soul en Southern rock. Dat klinkt in muzikaal opzicht bijzonder lekker, maar de meeste indruk maakt Maggie Bell met haar rauwe en soulvolle strot, die uit de speakers knalt en niet onderdoet voor de grote bluesy soulzangeressen van dat moment. 

Maggie Bell maakte in de jaren 70 drie albums, trok zich terug uit de muziek en keerde overigens weer terug, zij het zonder heel veel succes. Fun fact is dat ze meer dan 20 jaar in Nederland heeft gewoond en hier vaak op de podia was te zien. Haar debuutalbum Queen of the Night is volgens velen haar beste album en het is in ieder geval het bekendste album van de Schotse zangeres. 

Ik kwam na het ontdekken van Maggie Bell in eerste instantie ook niet verder dan het uitstekende album uit 1974, maar besloot om toch ook de rest van haar oeuvre te checken. Dat is voor het grootste deel inderdaad minder interessant dan Queen of the Night, maar ik raakte wel direct gecharmeerd van haar tweede album, het in 1975 verschenen Suicide Sal. 

Het tweede album van Maggie Bell ligt in het verlengde van haar debuutalbum, maar ik vind het in muzikaal opzicht net wat origineler en ook de zang is op Suicide Sal nog net wat indrukwekkender. De eerste track die ik van het album hoorde, was Comin’ on Strong, en hierin valt het fantastische gitaarwerk op. Dat is ook niet zo gek, want niemand minder dan Led Zeppelin gitarist Jimmy Page is te horen in de track. Maggie Bell had in de jaren 70 de excentrieke Peter Grant als manager en dat was ook de manager van Led Zeppelin, waardoor de link met Jimmy Page snel was gelegd. 

De Led Zeppelin gitarist is in minimaal twee tracks te horen, maar ook in de andere tracks vind ik het gitaarspel geweldig. Suicide Sal bevat de soulvolle bluesrock die ook is te horen op het debuutalbum van Maggie Bell, maar het album maakt ook uitstapjes naar andere genres. Meer dan vijftig jaar later klinkt het album hier en daar wat gedateerd, maar de stem van Maggie Bell komt nog altijd hard binnen. 

De band speelt echt geweldig op Suicide Sal, maar de Schotse zangeres zingt met haar rauwe strot de pannen van het dak. Het doet me af en toe wel wat denken aan de muziek van Janis Joplin, maar ik vind zowel de muziek als de stem van Maggie Bell indrukwekkender. Ze is de tachtig inmiddels gepasseerd, maar schijnt nog steeds op het podium te staan. Ik hou het even bij haar eerste twee albums en die zijn echt heel goed. Erwin Zijleman


Suicide Sal van Maggie Bell is verkrijgbaar via de Mania webshop:
CD, 16,99 euro