01 april 2026

Review: David Gray - Nightjar

Tussen 2003 en 2005 nam de Britse muzikant David Gray de songs op voor zijn album Life in Slow Motion, maar er was veel meer, zoals te horen is op het soms experimentele maar vooral prachtige album Nightjar
White Ladder was in 1998 mijn eerste kennismaking met de muziek van David Gray en het is een album dat ik tot op de dag van vandaag intens koester. De albums die direct na het zo succesvolle album verschenen vond ik net wat minder interessant, maar David Gray maakte ook in deze tijd interessante muziek. Het is te horen op Nightjar, dat songs bevat die stammen uit de tijd van het album Life in Slow Motion, dat in 2005 verscheen. Het is in mijn beleving een van mijn minst favoriete albums van David Gray, maar misschien moet ik er nog eens beter naar luisteren. Nightjar is immers een prachtig album, dat vijf kwartier lang indruk maakt met typische David Gray songs en wat experimentelere tracks.



Ik dacht even dat er zomaar uit het niets een nieuw album van de Britse muzikant David Gray was verschenen deze week, maar het ligt net wat anders. David Gray maakte in de jaren 90 een aantal weinig succesvolle en nauwelijks opgemerkte albums, maar werd een wereldster met het in 1998 verschenen en echt in alle opzichten geweldige White Ladder, dat in één klap een wereldster maakte van de Britse muzikant. 

Het is een album dat zeker zou opduiken als ik een lijstje zou moeten maken met pakweg mijn 250 favoriete albums aller tijden. White Ladder is ook zo’n album dat nauwelijks of misschien zelfs wel niet te overtreffen is en als een molensteen om de nek van een muzikant kan hangen. Ook in het geval van David Gray vind ik de albums die volgden op White Ladder minder goed dan zijn meesterwerk, maar hij wist het succes in eerste instantie redelijk vast te houden. 

Toen het succes wat afnam zat de Britse muzikant helaas snel zonder platencontract, maar hij herpakte zich de afgelopen tien jaar met een serie geweldige albums, die niet heel veel onderdoen voor het onaantastbaar geachte White Ladder. In 2005 verscheen het album Life in Slow Motion. Het is een album waarop nog duidelijke echo’s van White Ladder zijn te horen, al zocht David Gray ook naar een ander geluid. 

Life in Slow Motion hoort niet bij mijn favoriete albums van David Gray, maar in commercieel opzicht was het album verrassend succesvol. David Gray was tijdens het opnemen van Life in Slow Motion zeer productief, want ook alle songs op Nightjar, dat deze week is verschenen, komen uit de opnamesessies die het album uit 2005 opleverden. 

Ik kon in eerste instantie maar weinig vinden over Nightjar, buiten een recensie waarin het een avant-garde album wordt genoemd. Dat is wat overdreven, al is er op het album wel meer ruimte voor experiment dan op Life in Slow Motion. Die ruimte voor experiment is er niet in alle songs, want Nightjar bevat ook een aantal songs die niet hadden misstaan op het album uit 2005 of zelfs op White Ladder. 

Het geldt bijvoorbeeld voor de openingstrack When I Fall in Love, waarin het uit duizenden herkenbare David Gray geluid te horen is. Nightjar bevat meer typische David Gray tracks, maar ook een aantal tracks waarin de Britse muzikant experimenteert met andere geluiden en minder conventionele songstructuren. 

Ik begrijp daarom wel dat de songs op Nightjar niet zijn toegevoegd aan de eind vorig jaar verschenen luxe editie van Life in Slow Motion, waarop wel twee nieuwe songs waren te horen, die in alternatieve versies terugkeren op Nightjar. Nightjar is wat mij betreft een album dat op zichzelf staat binnen het oeuvre van David Gray. 

Het knappe van Nightjar is dat het aan de ene kant een typisch David Gray album is, maar tegelijkertijd ook wat toevoegt aan zijn oeuvre. Ik was in 2005 niet zo gek op Life in Slow Motion en luister eigenlijk nooit meer naar dat album, maar Nightjar vind ik echt prachtig. Het album bevat misschien een paar wat overbodige experimenten, maar ook een aantal songs die niet onderdoen voor het mooiste dat David Gray tot dusver heeft gemaakt. Ik heb de Britse muzikant sinds zijn laatste paar albums weer extreem hoog zitten en ook met Nightjar heeft hij een album gemaakt dat ik nog vaak ga beluisteren de komende tijd en dat je vijf kwartier lang op het puntje van de stoel houdt. Erwin Zijleman


Nightjar van David Gray is verkrijgbaar via de Mania webshop:


31 maart 2026

Review: Sluice - Companion

North Carolina is zo langzamerhand de hofleverancier van bands die lome en gruizige indierock combineren met Amerikaanse rootsmuziek en met Sluice heeft de Amerikaanse staat er weer een interessante band bij
Justin Morris trok volgens mij de afgelopen jaren niet zo heel veel aandacht met zijn muziek, maar op het derde album van zijn band Sluice pakt de Amerikaanse muzikant het wat ambitieuzer aan. Er werden wat leden toegevoegd aan de band, onder wie violiste Libby Rodenbough, en dat levert een uitstekend album op. Het is een album dat laveert tussen indierock en Amerikaanse rootsmuziek en dat zowel toegankelijk als experimenteel klinkt. Zo groot als een aantal vergelijkbare bands uit North Carolina zal Sluice niet worden, maar Companion is het beluisteren absoluut waard, zeker als je een zwak hebt voor deze vergelijkbare bands uit de zuidelijke Amerikaanse staat.



Vorige week las ik een artikel over het deze week verschenen derde album van de Amerikaanse band Sluice. Het artikel trok vooral of eigenlijk alleen mijn aandacht door de naam van Libby Rodenbough, die op dit album deel uitmaakt van de band uit Durham, North Carolina. 

Ik ken Libby Rodenbough van de band Mipso en vooral van twee echt geweldige soloalbums, Spectacle of Love uit 2020 en Between the Blades uit 2023. Op het nieuwe album van Sluice speelt de Amerikaanse muzikante viool en voegt ze hier en daar achtergrondvocalen toe. Sluice was tot dusver vooral een project van de Amerikaanse muzikant Justin Morris, die voor het nieuwe album Companion niet alleen Libby Rodenbough rekruteerde als violiste, maar ook drummer Avery Sullivan en bassist Oliver Child-Lanning toevoegde aan zijn band. 

Justin Morris speelt zelf nog altijd een centrale rol in de band, want hij tekende niet alleen voor de songs, maar nam ook onder andere de gitaren en de leadzang voor zijn rekening. Volgens de bandcamp-pagina van de band uit North Carolina werd Companion al aan het begin van 2024 opgenomen, waarbij nog een aantal extra muzikanten aanschoven. Ik ben blij dat Libby Rodenbough nu deel uitmaakt van Sluice, want anders had ik de muziek van de band waarschijnlijk over het hoofd gezien. Dat zou jammer zijn geweest, want ik vind het derde album van Sluice een erg interessant album. 

In de openingstrack klinkt Sluice in eerste instantie als een indierockband uit de jaren ’90. Dat ligt deels aan de lekker stevige gitaren, maar ook de zang van Justin Morris heeft een jaren ’90 vibe. Dat indierock geluid maakt in de tweede track plaats voor een veel meer ingetogen folky geluid, dat fraai wordt opgetild door het vioolspel van Libby Rodenbough. Sluice schuift in deze track wat op richting Amerikaanse rootsmuziek, maar het is zeker niet de Amerikaanse rootsmuziek die in Nashville wordt gemaakt. 

De muziek van Sluice klinkt soms net zo ruw als de eveneens uit North Carolina afkomstige bands Wednesday en Fust, maar de band schakelt makkelijk naar ingetogen folky tracks. Er zijn overigens allerlei verbanden met andere bands uit de muziekscene van North Carolina, die een duidelijke eigen sound heeft. 

Companion kan lekker lui en dromerig klinken, maar de band rond Justin Morris zoekt in een aantal tracks ook het experiment. Zeker de wat toegankelijkere songs op het album hebben een bijzonder aangenaam geluid. Enerzijds door het heerlijke gitaarwerk en de klanken die je verwacht uit het zuiden van de Verenigde Staten, maar anderzijds ook zeker door de herkenbare en aansprekende stem van de voorman van de band. 

Als de band vertrouwt op ‘field recordings’ en de songs met een kop en een staart wat uit het oog verliest, verslapt mijn aandacht eerlijk gezegd wat, maar de mooiste momenten op het derde album van Sluice zijn echt heel goed. Als bewonderaar van zowel het vioolspel als de stem van Libby Rodenbough had haar aandeel wat mij betreft groter mogen zijn, maar aan de andere kant moet je ook niet te veel toevoegen aan de bijzondere gitaarwolken op het album en de aansprekende zang van Justin Morris. 

Paste gaf me nog een extra zetje in de rug door het album toe te voegen aan de lijst met albums die we in de gaten moeten houden deze week en de Amerikaanse muziekwebsite had het, zoals gewoonlijk, weer eens bij het juiste eind. Erwin Zijleman

De muziek van Sluice is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse band: https://sluice.bandcamp.com/album/companion.


Companion van Sluice is verkrijgbaar via de Mania webshop: