19 februari 2026

Review: Morgan Myles - Laced

Morgan Myles is, zeker in Europa, nog niet heel bekend, maar met haar tweede album Laced heeft de muzikante uit Nashville een in kwalitatief opzicht hoogstaand album gemaakt met veel country, een vleugje pop en een geweldige stem
Het valt niet mee om bij te blijven in de Amerikaanse rootsmuziek van het moment, want wekelijks verschijnen stapels nieuwe albums. Albums in het genre vallen daarom makkelijk tussen wal en schip en er zitten albums tussen die echt veel te mooi zijn om direct weer vergeten te worden. Laced van Morgan Myles is absoluut zo’n album. Het is een album dat in muzikaal en productioneel opzicht staat als een huis en dat vol staat met songs die zich direct in het geheugen nestelen. Het zijn songs met veel Amerikaanse rootsmuziek en een beetje pop en het zijn songs die worden gedragen door de heerlijke stem van Morgan Myles, die met Laced echt een fantastisch album heeft gemaakt.



Ik heb de afgelopen jaren een stevig zwak ontwikkeld voor countrypop en ook in 2026 laat ik me vooralsnog makkelijk verleiden door albums in het genre. Morgen verschijnt het nieuwe album van Megan Moroney en dat is wat mij betreft een van de smaakmakers in het genre, maar gelukkig dient zich ook continu nieuw talent aan. 

Het is dringen binnen de countrypop van het moment, maar ik ben wel redelijk kieskeurig in het genre. Ik hoor graag wat meer country dan pop (minimaal een verhouding 60-40), heb een zwak voor lekker in het gehoor liggende maar ook interessante songs en heb verder een voorkeur voor de meer karakteristieke en vaak wat ruwere stemmen. Dat er in tekstueel opzicht met clichés wordt gestrooid, en dat is redelijk gangbaar in het genre, maakt me dan weer niet zoveel uit. 

Door deze criteria heb ik dit jaar al flink wat countrypop albums opzij gelegd, maar ik ben wel zeer gecharmeerd van Laced van Morgan Myles. Ik was haar naam nog niet eerder tegengekomen en omdat ik de ontwikkelingen binnen de countrypop redelijk goed volg ging ik uit van nieuw talent. Dat blijkt niet te kloppen, want Morgan Myles draait naar verluidt al een kleine twintig jaar mee en debuteerde in 2020 met het album Therapy. 

Het is een album dat werd geïnspireerd door een aantal heftige gebeurtenissen in het leven van Morgan Myles, die opgroeide in Williamsport, Pennsylvania, maar inmiddels Nashville, Tennessee als thuisbasis heeft. De Amerikaanse muzikante, die eerder de aandacht trok met haar deelname aan de Amerikaanse versie van The Voice, gebruikte muziek als therapie, wat de titel van haar debuutalbum verklaart. 

Ik heb Therapy in 2020 niet opgemerkt, maar met de kennis van nu zou ik Morgan Myles waarschijnlijk een grote belofte voor de toekomst hebben genoemd. Die belofte komt er uit op het deze week verschenen Laced, dat nog een stuk beter is dan het destijds in Europa nauwelijks opgemerkte debuutalbum. 

Laced heeft wat mij betreft alles dat een goed countrypop album moet hebben. Het is een album met flink meer country dan pop, een album met aansprekende songs en Morgan Myles beschikt ook nog eens over een fantastischee stem, die niet lijkt op het gros van de stemmen in het genre. Dat haar teksten ook nog eens ergens over gaan is goed voor bonuspunten. 

Laced is een album dat zich zeker niet beperkt tot de countrypop. Morgan Myles is niet vies van een wat steviger rockgeluid, maar voegt ook jazzy en andere accenten toe aan haar geluid. De competente muzikanten die haar begeleiden zetten een fraai geluid neer waarin de pop het echt verkiest van de country (en de rock) en dat klinkt geweldig, zeker als de gitaren het voortouw nemen. 

Het mooist aan Laced van Morgan Myles vind ik echter de stem van de Amerikaanse muzikante. Het is een stem die lekker ruw klinkt, maar ook voldoende emotie laat horen. Het is een behoorlijk krachtige stem, maar de Amerikaanse muzikante kan gelukkig ook doseren. 

Ze doet dit in zeer aansprekende songs, die makkelijk blijven hangen en die je bij eerste beluistering al jaren lijkt te kennen. Morgan Myles is zeker geen nieuwkomer en dat blijkt ook wel uit de uitstekende muzikanten en songwriters die ze om zich heen heeft verzameld, waaronder een aantal van naam en faam. De gloedvolle productie van de met een Grammy beloonde Ross Hogarth is de kers op de taart. Ik lees, zeker in Nederland, nog nauwelijksiets over Laced van Morgan Myles, maar dit is echt een uitstekend rootsalbum met veel rock en een subtiel randje pop. Erwin Zijleman

De muziek van Morgan Myles is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://morganmyles.bandcamp.com/album/laced.



18 februari 2026

Review: U2 - Days Of Ash - EP

De laatste keer dat U2 me wist te verrassen met goede muziek kan ik me nauwelijks herinneren, maar met de vandaag uit het niets verschenen EP Days Of Ash raakt de Ierse band wat mij betreft de juiste snaar
Het vandaag verschenen Days Of Ash bevat zes, of eigenlijk vijf, nieuwe songs van U2. Ik ga niet beweren dat de Ierse band in de buurt komt van haar allerbeste werk, want dat is niet zo, maar Days Of Ash is wat mij betreft het beste dat U2 in vele, vele jaren heeft gemaakt. De EP bevat voor mij vier prima songs en het zijn songs die zich uitspreken over het onrecht in de wereld van het moment. Alleen dat al levert bonuspunten op voor U2, maar voor het eerst in lange tijd heb ik weer eens met plezier naar nieuwe muziek van U2 geluisterd. Respect dus.



Ik ben al een jaar of vijfentwintig of zelfs nog tien jaar langer niet meer geïnteresseerd in nieuwe muziek van U2. De Ierse band maakte vooral met Boy, War, The Unforgettable Fire, The Joshua Tree en Achtung Baby albums die ik hoog heb zitten of zelfs reken tot mijn 100 favoriete albums aller tijden, maar zeker de album die de Ierse band de afgelopen 25 jaar maakte konden mij totaal niet boeien. 

Slappe en ongeïnspireerde albums die wat mij betreft niet eens in de buurt kwamen van de grauwe middelmaat. Ik had er niet op gerekend dat dit nog ooit zou veranderen, maar vandaag is uit het niets een nieuwe EP van de band verschenen met zes nieuwe songs en het bevalt me eigenlijk wel.

Days Of Ash is een EP met een aantal politiek getinte songs. U2 spreekt zich met veel vuur uit over oorlogsmisdadigers als Putin en Netanyahu en ook de malloot die momenteel zetelt in het Witte Huis krijgt een verdiende veeg uit de pan voor het ondermijnen van de democratie en het schenden van mensenrechten. 

Ik werd in het verleden wel eens moe van wereldverbeteraar met Messias-neigingen Bono, maar op het moment is wat politiek activisme in de muziek wel op zijn plaats. In tekstueel opzicht is het nieuwe werk van U2 dan ook dik in orde, maar toch wel enigszins tot mijn verbazing is Days Of Ash ook in muzikaal opzicht helemaal niet zo slecht. 

Daarmee doe ik de Ierse band zelfs nog wat tekort, want eerlijk gezegd vind ik minstens een aantal van de nieuwe songs van U2 best te pruimen. Dat geldt zeker voor opener American Obituary dat qua ruwe energie wel wat doet denken aan de band in haar jonge jaren en dat ook in muzikaal opzicht lekker stevig klinkt. Het heeft een beetje een Achtung Baby vibe en daar is niets mis mee. 

The Tears Of Things is juist verrassend ingetogen, maar wederom weet U2 te overtuigen, zeker wanneer de akoestische gitaren worden vervangen door fantasierijk gitaarspel van The Edge en gloedvolle vocalen van Bono. Songs Of The Future is weer wat minder opvallend, maar wel lekker aanstekelijk, met wederom een prima rol voor The Edge, die de tweede helft van de track optilt. 

Wildpeach is meer een intermezzo met gesproken woord, maar met One Life At A Time pakt de Ierse band de goede vorm weer op met een song die past bij het album dat U2 helemaal aan het begin van dit millennium maakte. Afsluiter Yours Eternally met onder andere Ed Sheeran hoeft van mij dan weer niet, al is wederom het gitaarwerk van The Edge dik in orde. 

Met vier prima songs laat U2 wat mij betreft wel horen dat er nog leven in de band zit en het was een tijd geleden dat ik dat op de plaat gehoord had. Veel te veel muzikanten houden zich op het moment stil en spreken zich niet uit tegen de groep heren op leeftijd die democratieën ondermijnen en verantwoordelijk zijn voor talloze onschuldige doden. U2 spreekt zich gelukkig wel uit en doet het met haar beste muziek in jaren. Ik vind Days Of Ash een groot deel van de tijd een flinke verrassing. Erwin Zijleman


Review: Ão - Malandra

De Belgische band Ão baarde in 2023 opzien met een bijzonder fraai klinkend debuutalbum en zet een volgende stap op Malandra, waarop het bijzondere of zelfs unieke geluid van de band nog wat spannender klinkt
Ao Mar van Ão kreeg tot mijn eigen verbazing geen plek in mijn jaarlijstje over 2023, maar ik vind het toch echt een van de meest bijzondere albums van het betreffende jaar. De Belgische band liet op haar debuutalbum een veelkleurig geluid horen waarin invloeden uit de Portugese en Braziliaanse muziek centraal stonden, maar er van alles bij werd gesleept. Het is muziek die werd gedragen door de stem van zangeres Brenda Corijn, die ook weer schittert op het deze week verschenen tweede album van Ão. Dat doen ook haar medemuzikanten, die het geluid van de band uit Brussel nog wat eigenzinniger hebben gemaakt met bijzondere elektronische en ritmische impulsen.



In de herfst van 2023 besprak ik het debuutalbum van de Belgische band Ão en in mijn recensie van Ao Mar was ik behoorlijk lovend over de muziek van de band uit Brussel. Het is een album dat moeilijk was te verenigen met de toch wat grauwe Belgische hoofdstad, want de muziek van Ão klonk zwoel en zomers en riep eerder associaties op met tropische palmenstranden dan met een grote Noord-Europese stad in de herfst. 

Ão omschreef haar muziek zelf als een mix van saudade (dat weer een mix van Portugese en Braziliaanse muziek is), indie, elektronica en folk en dat was een prima omschrijving. Het door de band aangedragen vergelijkingsmateriaal dat bestond uit Madredeus, Lhasa De Sela, FKA Twigs, Arooj Aftab en James Blake vond ik niet allemaal even treffend, al is het maar omdat Ão op haar debuutalbum muziek maakte die anders klonk dan alle andere muziek van dat moment. 

Het is even verleidelijke als subtiele en avontuurlijke muziek, waarop bijzondere klanken en arrangementen in dienst staan van de bijzonder mooie stem van zangeres Brenda Corijn die op het debuutalbum van Ão soms in het Engels maar vooral in het Portugees zingt en meedogenloos verleidt met zwoele klanken. 

De Belgische band keert deze week terug met haar tweede album Malandra. Het is een album dat in eerste instantie verder gaat waar het fraaie debuutalbum tweeënhalf jaar geleden ophield. Direct van af de eerste noten is er de bijzonder mooie stem van Brenda Corijn, die zacht maar met veel gevoel zingt. 

De Belgische muzikante met Portugese en Mozambikaanse wortels kiest ook op het tweede album van de band uit Brussel vooral voor het Portugees, maar ook Malandra bevat een Engelstalige track. Door de zang klinkt het tweede album van Ão direct vertrouwd, maar ook in muzikaal opzicht laat de Belgische band een deels bekend geluid horen. 

Door het gebruik van de Portugese taal heeft ook Malandra weer veel raakvlakken met genres als saudade en fado, maar de band verwerkt ook dit keer meerdere invloeden in haar muziek. Op het eerste gehoor lijkt de muziek van Ão vooral subtiel en volledig in dienst te staan van de stem van Brenda Corijn, maar luister wat beter naar het album en je hoort, net als op het debuutalbum, veel fraaie accenten en bijzondere wendingen. 

Ik luister niet al te vaak naar muziek als die op Malandra en het is muziek die zich wel wat buiten mijn muzikale comfort zone begeeft, maar net als tweeënhalf jaar geleden was ik direct gecharmeerd van de muziek van de Brusselse band. Ão is in die tweeënhalf jaar zeker niet stil blijven staan, want ik vind Malandra nog net wat mooier en spannender dan zijn voorganger. 

Zeker als de Belgische band speelt met ritmes en elektronica krijgt hun muziek een nog wat bezwerender effect en is fantaseren over een warme en onbezorgde zomer bijna niet te voorkomen. Net als het debuutalbum van Ão is ook album nummer twee een album vol tegenstellingen. De muziek van de band kan je het ene moment zwoel laten meewaaien op een tropisch briesje, om het volgende moment toch weer verrassend avontuurlijk of zelfs tegendraads te klinken. 

De stem van Brenda Corijn heb ik al enkele malen geroemd, maar ook de muzikale bijdragen van Jolan Decaestecker, Siebe Chau en Bert Peyffers mogen niet onvermeld blijven. Eerstgenoemde tekende ook nog eens voor de fraaie productie van dit ijzersterke tweede album van Ão. Erwin Zijleman

De muziek van Ão is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Belgische band: https://bandao.bandcamp.com/album/malandra.


Malandra van Ão is verkrijgbaar via de Mania webshop:



Review: Charli xcx - Wuthering Heights

Charli xcx veroverde in 2024 de wereld met haar grootse popalbum Brat, maar keert nu terug met een donkere, bij vlagen experimentele, maar ook fascinerende soundtrack bij de film Wuthering Heights
Bij een verfilming van een boek uit 1847 denk je niet snel aan een soundtrack die is gemaakt door de Britse popster Charli xcx, maar haar naam prijkt wel degelijk op de cover van de soundtrack van de film Wuthering Heights. Het is een soundtrack met een aantal redelijk toegankelijke popsongs, maar Charli xcx graaft ook verrassend diep op het deze week verschenen album. Het is een donker album dat uiteraard met enige regelmaat kiest voor filmische klanken met veel strijkers, maar het kan op Wuthering Heights alle kanten op. Ik had persoonlijk echt helemaal niets met Brat, maar deze soundtrack spreekt me in alle opzichten aan.


Ik heb het echt talloze keren geprobeerd, maar ik had in 2024 maar geen ‘Brat summer’. Ik ben zeker niet vies van pop, sterker nog, ik hou zielsveel van pop, maar Brat van Charli xcx wilde mij in de zomer van 2024 maar niet overtuigen. Toen het album aan het eind van 2024 zo ongeveer alle jaarlijstjes aanvoerde heb ik het nog heel vaak geprobeerd, want een aantal gerespecteerde critici konden het toch niet zo mis hebben, maar ook aan het eind van 2024 viel ik niet voor het album van de Britse muzikante, wiens andere albums ik overigens niet ken. 

Charli xcx duikt deze week op met de opvolger van Brat, al is het waarschijnlijk niet de reguliere opvolger van het zo succesvolle album. Wuthering Heights is immers de soundtrack bij de gelijknamige film, maar heeft wel de naam van Charli xcx op de cover staan. 

De verfilming van het legendarische boek van Emily Brontë krijgt tot dusver niet al te goede recensies en na mijn mindere ervaringen met Brat had ik ook van de soundtrack geen hoge verwachtingen. Ten onrechte, want ik heb wel wat met de door Charli xcx gemaakte soundtrack bij de verfilming van Wuthering Heights. 

Het is een soundtrack die op bijzondere wijze opent met House, een track waarin het gesproken woord van de legendarische John Cale domineert en wordt begeleid door spookachtige klanken. Charli xcx luisterde naar verluidt maanden lang naar de muziek van The Velvet Underground en kon vervolgens alleen John Cale vragen voor de openingstrack van de soundtrack. 

De rol van de Britse muzikante is bescheiden in de openingstrack, maar in de tweede track eist ze de vocale hoofdrol op. Het is een stemmige en tegelijkertijd ook duistere track, waarin de violen aanzwellen en Charli xcx overtuigt met haar stem. 

In de derde track horen we voor het eerst de van haar bekende pop, maar waar de songs op Brat mij niet wisten te pakken is het dit keer direct raak. De met wat flink wat elektronica ingekleurde popsong is buitengewoon catchy, maar is door de bijzondere sfeer ook interessant. 

Waar Charli xcx op Brat vooral koos voor de zomerse klanken, is de soundtrack van Wuthering Heights behoorlijk donker. Het is een soundtrack met een aantal popsongs, maar ook een aantal behoorlijk ingetogen ballads. Het zijn ballads waarin de stem van Charli xcx wordt ondersteund met flink wat elektronica en filters, maar ze overtuigt me dit keer wel als zangeres. 

Vergeleken met Brat valt vooral de kwaliteit van de songs me op. Ik ken Charli xcx toch vooral van de stampers, maar op het nieuwe album graaft ze meer dan eens verrassend diep. Het album is op hetzelfde moment ook een typische soundtrack, wat je hoort in de vele violen die zijn ingezet en zorgen voor de muzikale begeleiding van de heftige passages in de film. 

Vergeleken met Brat zijn de songs op Wuthering Heights behoorlijk experimenteel. Dat hoor je in de muziek en in de arrangementen, maar ook op haar soundtrack kan Charli xcx makkelijk overschakelen naar popsongs. Die kan ik vooralsnog niet rijmen met een film die ergens in de 19e eeuw speelt, maar misschien moet ik de film toch maar gaan zien. 

Hoogtepunt van het album is wat mij betreft het duet met Sky Ferreira (we wachten inmiddels al dertien jaar op haar tweede album), een track met een intensiteit om bang van te worden. Het is de kroon op een album dat me echt in positieve zin heeft verrast en dat me alsnog fan maakt van Charli xcx, die ik tot dusver misschien toch niet op de juiste waarde heb geschat. Erwin Zijleman


Wuthering Heights van Charli xcx is verkrijgbaar via de Mania webshop:


17 februari 2026

Review: Momoko Gill - Momoko

Momoko Gill is een zeer getalenteerde muzikante en een geweldige zangeres en levert na het vorig jaar verschenen Clay, dat ze maakte met Matthew Herbert, nu met Momoko een bijzonder knap en wonderschoon solodebuut af
Bij eerste beluistering van Momoko van Momoko Gill was ik vooral onder de indruk van de stem van de Britse muzikante. Het is een jazzy stem, maar ook een stem met veel soul. Alleen door de stem van Momoko Gill vond ik haar solodebuut al een topalbum, maar ook in muzikaal opzicht is het een fascinerend album dat zich beweegt tussen jazz, R&B en soul en elektronische muziek. Het is muziek vol hoogstandjes, maar op een of andere manier klinken de songs van Momoko Gill ook toegankelijk. De Britse muzikante beweegt zich op zich wat buiten mijn muzikale comfort zone, maar op een of andere manier intrigeert het debuutalbum van Momoko Gill me hopeloos.



De Britse componist, multi-instrumentalist en zangeres Momoko Gill maakte vorig jaar met de Britse muzikant en producer Matthew Herbert het album Clay. Het in de zomer van 2025 verschenen Clay is een bijzonder indrukwekkend album met muziek die zich niet in een hokje laat duwen. Het is in muzikaal opzicht een razend spannend en knap album, maar het is ook een album waarop Momoko Gill diepe indruk maakt als zangeres. 

Er is eigenlijk maar één ding jammer aan het album van Momoko Gill en Matthew Herbert en dat is het feit dat ik dit bijzondere album pas deze week heb ontdekt. Ik kwam Clay op het spoor dankzij het deze week verschenen solodebuut van Momoko Gill, dat door Matthew Herbert werd opgenomen, maar door de Britse muzikante zelf werd geproduceerd. 

Clay en het deze week verschenen Momoko hebben één ding gemeen en dat is de echt prachtige stem van Momoko Gill, die zich in één klap schaart onder de beste Britse zangeressen van het moment. In de openingstrack, eigenlijk meer een ouverture, lijkt de Britse muzikante nog even verder te gaan waar haar samenwerking met Matthew Herbert vorig jaar ophield, maar Momoko begeeft zich al snel op andere terreinen, al gaat de vergelijking met Clay zeker niet altijd mank. 

De Britse muzikante was de afgelopen jaren als multi-instrumentalist en zeker als drummer te horen op een aantal aansprekende Britse jazzalbums en ook haar debuutalbum staat vol muzikaal vuurwerk. De namen die opduiken in de imposante lijst met credits zeggen me eerlijk gezegd niet zoveel, maar ik volg de Britse jazz ook zeker niet op de voet. Uit een aantal recensies begrijp ik dat Momoko Gill zich op haar debuutalbum heeft omringd met de crème de la crème van de Britse jazzscene en dat is te horen. 

De muziek op Momoko is echt prachtig en is het grootste deel van de tijd gelukkig niet het soort jazz waar ik nerveus van word. Veel songs op het debuutalbum van Momoko Gill vallen in de categorie lome jazz met uitstapjes richting soul, R&B en psychedelica. Het blijft jazz, wat betekent dat er wel heel veel noten tegelijk worden gespeeld, maar het zit me in tegenstelling tot veel andere jazzmuziek niet in de weg. 

Bij beluistering met de koptelefoon hoor je goed hoe geweldig bijvoorbeeld het drumwerk is, maar ook alle andere instrumenten klinken echt prachtig en bouwen samen een even spannend als gloedvol geluid op. Wanneer Momoko Gill de organische klanken verruilt voor elektronica doen de invloeden uit de jazz een stapje terug en komt Portishead in beeld als vergelijkingsmateriaal, wat minstens even fascinerend klinkt. 

De songs van Momoko Gill zitten knap in elkaar en zijn vaak behoorlijk complex, maar ik vind de songs van de Britse muzikante over het algemeen genomen ook toegankelijk. In muzikaal opzicht vraagt Momoko flink wat aandacht en energie en ook de songs van de Britse muzikante vereisen aandachtige beluistering, maar uiteindelijk draait wat mij betreft alles om de stem van Momoko Gill. 

Het is een stem die vorig jaar opzien baarde op het album dat ze samen met Matthew Herbert maakte, maar op Momoko vind ik de zang van de muzikante uit Londen nog net wat mooier. Momoko Gill zingt niet alleen loepzuiver, maar beschikt ook over een warme stem, die nog een prachtige laag toevoegt aan haar fascinerende muziek, die iedere keer als je denkt te weten waar je aan toe bent nog een keer van kleur verschiet. Wat een album. Erwin Zijleman

De muziek van Momoko Gill is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Britse muzikante: https://momokogill.bandcamp.com/album/momoko.


Momoko van Momoko Gill is verkrijgbaar via de Mania webshop:



16 februari 2026

Review: David Byrne, AFAS Live, Amsterdam, 15 februari 2025

David Byrne maakt indruk met een in visueel opzicht fascinerende show en een knap uitgevoerde setlist, die zwaar leunt op het oeuvre van zijn roemruchte band uit de jaren 70 en 80
David Byrne nam jaren geleden al afscheid van het rockconcert dat we kennen, maar heeft zijn bijzondere show nog wat verder geperfectioneerd. Zijn band wandelt over het podium met draagbare instrumenten, maar zetten moeiteloos het funky en dansbare geluid neer dat Talking Heads in de jaren 70 en 80 op de kaart zette. Het levert anderhalf uur visueel en muzikaal vermaak van hoog niveau op.

            foto door Robert Kloosterman

Direct bij aankomst in de AFAS Live trekt het volledig lege podium de aandacht. Er zijn geen instrumenten te zien en ook verder is het podium helemaal leeg. Dit verandert als David Byrne met drie muzikanten het podium op komt. De drie muzikanten hebben een draagbaar instrument (cello, viool en keyboards) en zijn net als David Byrne gestoken in een oranje overall. Met zijn vieren zijn ze goed voor een wonderschone versie van de Talking Heads song Heaven, die minstens net zo bekend is van het debuutalbum van Simply Red.

In de tweede song, Everybody Laughs, komen ook de andere muzikanten het podium op. Allemaal gekleed in een oranje overall en allemaal voorzien van draagbare instrumenten. Naast vier achtergrondvocalisten (en tevens dansers) laat David Byrne zich bijstaan door een gitarist, een bassiste, een toetsenist en maar liefst vier percussionisten. Het is een bijzondere opstelling, maar het klinkt fantastisch. Dat geldt ook voor de stem van David Byrne, die ook in de openingstrack al indruk maakte met zijn zo herkenbare stem, die de tand des tijd verrassend goed heeft doorstaan.

Met de Talking Heads song And She Was zit de sfeer er direct goed in en wordt ook het scherm op het podium gebruikt voor het visuele spektakel dat David Byrne laat zien tijdens zijn Who Is The Sky? tour. Het visuele spektakel bestaat niet alleen uit achtergrondprojecties, waarin een aantal keren plaats is voor een kritische blik op de huidige politieke toestand in de Verenigde Staten, maar ook uit een zorgvuldig uitgedachte choreografie waarin David Byrne en zijn medemuzikanten steeds weer op net wat andere wijze over het podium bewegen.

David Byrne leunt in de setlist overigens zwaar op het werk van zijn roemruchte band Talking Heads, die tussen 1977 en 1988 tien uitstekende albums maakte. De helft van de setlist bestaat uit Talking Heads songs en het zijn alle bekende songs van de band. Ook de Talking Heads klassiekers doen het uitstekend in de versies van de bijzondere band van David Byrne, waarin de bassiste meerde keren een glansrol opeist en ook de percussionisten een hoofdrol spelen. David Byrne was met het verwerken van invloeden uit de Afrikaanse muziek en de funk zijn tijd ooit ver vooruit, maar ook decennia later klinken de songs van Talking Heads nog fris en energiek.

             foto door Robert Kloosterman

Mooi moment in de set is het moment waarop David Byrne zijn appartement in New York op het scherm projecteert en terugkijkt op de coronapandemie, die New York zwaar trof en die veel impact had op het persoonlijke leven van de Amerikaanse muzikant. David Byrne besteed er twee songs aan, zijn eigen My Appartment Is My Friend en de opvallende Paramore cover Hard Times. Het geeft een mooi inkijkje in de persoon David Byrne, die veel sympathieker over komt dan zijn reputatie doet vermoeden.

Hoogtepunten in de set blijven echter de bekendste songs van Talking Heads, waaronder fantastische versies van Slippery People, Psycho Killer, Life During Wartime (met projecties over demonstraties tegen ICE) en Once In A Lifetime. Het zijn songs waarin niet alleen de bassiste, maar ook de percussionisten een hoofdrol opeisen en het publiek makkelijk uit de stoelen komt voor de nog altijd zeer dansbare muziek van de Amerikaanse muzikant. 

Met een fraaie versie van Everybody's Coming to My House en een energieke versie van Talking Heads klassieker Burning Down The House komt na ruim half uur een einde aan een strak geregisseerde en in visueel opzicht aantrekkelijke show, waarin David Byrne laat horen dat de songs die hij in zijn jonge jaren schreef er nog altijd toe doen en zich er bovendien toe lenen om opnieuw uitgevonden te worden. Alle lof dus voor de inmiddels 73 jaar oude muzikant en zijn geweldige band. Erwin Zijleman

Review: Howling bells - Strange Life

Juanita Stein richtte de afgelopen jaren alle aandacht op haar solocarrière, maar na twaalf jaar stilte verschijnt er gelukkig toch nog een nieuw album van haar band Howling Bells en het is een uitstekend album geworden
De Australische band Howling Bells maakte de afgelopen twintig jaar vier albums, waarvan met name het eerste album erg goed was. Na twaalf jaar stilte en vier soloalbums van frontvrouw Juanita Stein keert Howling Bells toch weer terug met een nieuw album. Het is een geïnspireerd klinkend album dat wat steviger klinkt dan een aantal van de andere albums van de band, maar het klinkt erg goed. Juanita Stein trekt ook dit keer de meeste aandacht met haar geweldige stem, maar ook haar twee medemuzikanten laten nadrukkelijk van zich horen op het werkelijk uitstekende Strange Life, dat laat horen dat het zo herkenbare Howling Bells geluid er nog steeds toe doet.



De Australische band Howling Bells debuteerde bijna twintig jaar geleden met een geweldig titelloos album. Het is een album waarop de band een mooi en veelzijdig geluid vol invloeden liet horen. Al deze invloeden werden verpakt in toegankelijke maar ook avontuurlijke songs, die het talent van de band onderstreepten. Howling Bells maakte echter de meeste indruk met de stem van frontvrouw Juanita Stein, die zich soepel meebewoog met het gevarieerde geluid van de Australische band. 

Ik omschreef het destijds overigens een stuk mooier in de Plato.NL nieuwsbrief: “Het titelloze debuut van Howling Bells staat vol met even zwoele als duistere muziek, die het beste van Slowdive, Mazzy Star, My Bloody Valentine en The Velvet Underground lijkt te verenigen en net zo makkelijk uit de voeten kan met slowcore, shoegaze en dreampop als met country-noir, psychedelica en indierock. Het debuut van Howling Bells is een plaat vol invloeden uit een ver verleden, maar klinkt desondanks eigentijds en bij vlagen zelfs vernieuwend, wat de plaat alleen maar extra kracht en magie geeft”. 

Het titelloze debuutalbum uit 2006 werd in 2009 gevolgd door Radio Wars, dat wat doorsloeg richting pop. Ik vond en vind Radio Wars een redelijk album, maar vergeleken met het debuutalbum van Howling Bells was het een flinke tegenvaller. Het was psychedelischer klinkende The Loudest Engine uit 2011 was net wat beter, maar het eerherstel kwam met Heartstrings uit 2014, waarop de inmiddels naar Engeland uitgeweken bands de invloeden van de eerste drie albums combineerde in een aansprekend rockgeluid. 

De afgelopen twaalf jaar hebben we het moeten doen met de vier, overigens uitstekende, soloalbums van frontvrouw Juanita Stein, die op deze albums koos voor singer-songwriter muziek, Americana en 70s pop. Twaalf jaar na het vierde album van Howling Bells keert de nog altijd vanuit het Verenigd Koninkrijk opererende band terug met Strange Life. Het is een geïnspireerd klinkend album, waarop de tot een trio uitgedunde band verder gaat waar het vorige album in 2014 ophield. 

Ook Strange Life is weer een vooral rock georiënteerd album, waarop invloeden uit de shoegaze en indierock centraal staan. Juanita Stein verwerkte op haar soloalbums flink wat invloeden uit de Americana, maar deze zijn niet terug te horen op het nieuwe album van Howling Bells. De band riep in het verleden altijd associaties op met de muziek van Mazzy Star, een van mijn favoriete bands aller tijden, en die hoor ik nog altijd, al zijn ze wel wat minder prominent dan op de wat psychedelischer getinte albums. 

Strange Life is vergeleken met deze albums wat ruwer en gruiziger en ook dat geluid past uitstekend bij de stem van Juanita Stein, die dit keer wel wat aan Lana Del Rey doet denken. Juanita Stein tilt het geluid van haar band nog altijd flink op met gloedvolle vocalen en voegt met grote regelmaat een zwoel tintje toe aan de gruizige songs van de band. 

Hier en daar hoor ik ook nog wel wat van dat glorieuze en inmiddels twintig jaar oude debuutalbum, al laat Strange Life ook horen dat Howling Bells in muzikaal opzicht flink is gegroeid. Ik had na al die jaren stilte niet meer gerekend op een terugkeer van de van oorsprong Australische band, maar Strange Life is echt geen moment een overbodige herhalingsoefening. Erwin Zijleman


Howling Bells - Strange Life is verkrijgbaar via de Mania webshop:


15 februari 2026

Review: Chris Whitley - Living With The Law

De Amerikaanse muzikant Chris Whitley kwam na de nodige omzwervingen Daniel Lanois tegen, die hem in staat stelde om aan het begin van de jaren 90 het verpletterend mooie Living With The Law te maken
Chris Whitley kwam tijdens zijn te korte leven nog tot een respectabel aantal albums, maar het hoogtepunt in zijn oeuvre blijft toch zijn officiële debuutalbum Living With The Law uit 1991. Het is een album waarop de Amerikaanse muzikant indruk maakt met zijn doorleefde stem, imponeert met geweldig gitaarwerk en overtuigt met een serie geweldige songs. Living With The Law is ook nog eens een album dat prachtig is geproduceerd door Malcom Burn, de rechterhand van Daniel Lanois. Het album is alweer 35 jaar oud en mag inmiddels best een klassieker worden genoemd. Iedereen die het album niet kent maar wel een zwak heeft voor bluesy rootsrock moet absoluut eens gaan luisteren.



De Amerikaanse muzikant Chris Whitley overleed in het najaar van 2005 op slechts 45-jarige leeftijd. Hij had er op dat moment al zo’n 30 jaar in de muziek op zitten, want vanaf zijn vijftiende probeerde de oorspronkelijk vanuit Texas afkomstige muzikant te overleven als muzikant. Dat deed hij in eerste instantie als straatmuzikant in New York, tot een Belgische promotor hem overhaalde om zijn geluk in België te beproeven. 

Chris Whitley bracht een groot deel van de jaren 80 door in Gent en maakte daar muziek die het lokaal goed deed. Aan het eind van de jaren 80 keerde hij terug naar New York, waar hij producer Daniel Lanois tegen het lijf liep. De Canadese muzikant en producer was onder de indruk van het gitaarspel en de stem van Chris Whitley en hielp hem aan een platencontract. 

Daniel Lanois was uiteindelijk nauw betrokken bij het album waarmee de wereld kennis maakte met de muziek van Chris Whitley, al werd Living With The Law uiteindelijk geproduceerd door zijn rechterhand Malcolm Burn. Living With The Law verscheen in 1991 en werd terecht warm onthaald door zowel de critici als door liefhebbers van ruwe Amerikaanse rootsmuziek. 

Chris Whitley zou na Living With The Law nog acht albums maken, waarvan de laatste na zijn dood zou verschijnen. Het zijn albums van een behoorlijk constante kwaliteit, maar Living With The Law bleef niet alleen het meest succesvolle album van de Amerikaanse muzikant, maar wat mij betreft ook zijn beste. 

De naam van Daniel Lanois wordt vaak genoemd in verhalen over Living With The Law en dat is terecht. Het album werd weliswaar geproduceerd door Malcolm Burn, maar klinkt als een album waarop Daniel Lanois zijn stempel heeft gedrukt. Het in New Orleans, Louisiana, opgenomen doorbraakalbum van Chris Whitley bevat het zompige geluid dat we kennen van Daniel Lanois. 

Het is een geluid dat de sfeer van het diepe zuiden van de Verenigde Staten ademt en dat aangenaam broeierig klinkt. In het geluid van Chris Whitley staan de gitaren centraal en dat is niet zo gek want de Texaanse muzikant is een geweldige gitarist. In het gitaarspel op Living With The Law is een belangrijke rol weggelegd voor het slide gitaarspel van Chris Whitley, dat zowel ruw als subtiel kan zijn. 

Alleen vanwege het gitaarspel is Living With The Law al een geweldig album, maar er is veel meer moois te horen. De ritmesectie valt misschien wat weg tussen al het gitaargeweld, dat vaak in meerdere lagen uit de speakers komt, en waaraan ook Daniel Lanois bijdraagt, maar de bassisten (onder wie Darryl Johnson) en de drummer die op het album zijn te horen spelen geweldig. 

Invloeden uit de blues staan centraal op Living With The Law, maar Chris Whitley verwerkt ook bredere invloeden uit de Americana en de rock op het album waarmee hij in 1991 doorbrak. Het was best even geleden dat ik voor het laatst naar de muziek van Chris Whitley had geluisterd, maar Living With The Law imponeerde direct weer net zo als 35 jaar geleden. 

Dat heeft ook alles te maken met de stem van Chris Whitley, die er hoorbaar een ruig leven op had zitten in 1991 en zingt met een lekkere rauwe strot vol doorleving. De Amerikaanse muzikant maakte uiteindelijk nog een aardig stapeltje albums en gaf zijn talent door aan dochter Trixie, die inmiddels ook al heel wat jaren bouwt aan een fraai oeuvre, maar Living With The Law blijft toch het hoogtepunt. Erwin Zijleman


Living With The Law van Chris Whitley is verkrijgbaar via de Mania webshop:


Review: Steph Strings - Feel Alive

De Australische muzikante Steph Strings heeft de afgelopen jaren een stevige live-reputatie opgebouwd en levert nu met Feel Alive een ijzersterk debuutalbum af met zowel rootsmuziek als pop en rock
Ik zag de naam Steph Strings een paar weken geleden voor het eerst opduiken in de nieuwsbrief van een Amerikaanse muziekpromotor en ging er eerlijk gezegd van uit dat het een singer-songwriter uit Nashville betrof. Steph Strings komt echter uit het Australische Melbourne en heeft in eigen land en in de Verenigde Staten inmiddels een uitstekende reputatie. Met haar debuutalbum Feel Alive kan ze ook Europa aan haar zegekar binden, want het debuutalbum van Steph Strings is een zeer aansprekend debuutalbum. Het is een album waarop Amerikaanse rootsmuziek centraal staat, maar de Australische muzikante geeft ook een frisse draai aan haar uitstekende songs.



Ik luister iedere week naar flink wat nieuwe albums, maar in geen enkel genre is het aantal nieuwe albums voor mij zo groot als binnen de (Amerikaanse) rootsmuziek. Nu is het natuurlijk een behoorlijk breed genre, maar ik heb ook relatief veel volgers die het genre een warm hart toe dragen, wat wekelijks zorgt voor de nodige aanbevelingen. 

Hiertussen zitten flink wat albums die ik zelf waarschijnlijk nooit zou hebben opgemerkt, maar die ik gelukkig toch heb ontdekt. Feel Alive van Steph Strings is zo’n album. Het album kwam bij mij op de radar via een Amerikaanse promotor van rootsmuziek, maar Steph Strings blijkt een Australische muzikante. 

Ik hoorde haar naam onlangs pas voor het eerst, maar ze is bekender dan ik dacht. Zo staat ze in april in de grote zaal van Paradiso, wat voor de meeste rootsmuzikanten te hoog gegrepen is en zeker voor debuterende rootsmuzikanten, die het meestal moeten doen met de kleinere zalen.

Feel Alive is misschien het debuutalbum van Steph Strings, maar ze staat al meer dan tien jaar met veel succes op het podium en heeft lang gewerkt aan haar eerste album. Ik begrijp inmiddels wel waarom Steph Strings een wat breder publiek weet aan te spreken dan de meeste van haar collega’s. Met Feel Alive heeft ze immers een aansprekend album gemaakt, dat binnen de rootsmuziek op een breed terrein uit de voeten kan. 

Toen ik het album vluchtig beluisterde hoorde ik bij vlagen behoorlijk traditioneel klinkende rootsmuziek met vooral invloeden uit de folk en de country en volop aansprekend snarenwerk, maar nu ik het album wat vaker heb gehoord weet ik dat Steph Strings ook uit de voeten kan met pop en rock. 

Voor het echt geweldige snarenwerk tekent de muzikante uit Melbourne overigens zelf, waardoor ze op het Internet volkomen terecht singer-songwriter en gitariste of zelfs multi-instrumentaliste wordt genoemd. Haar gitaarwerk is keer op keer bijzonder knap, maar ook veelkleurig. 

In een aantal tracks op Feel Alive laat Steph Strings (mooie achternaam voor een gitariste trouwens) soms lekker ruw gitaarwerk vol twang horen, maar ze speelt ook virtuoze of opvallend subtiele akkoorden. Ook als het gitaarwerk achterwege blijft en de Australische muzikante kiest voor de piano, is de muziek op het debuutalbum van de Australische muzikante zeer trefzeker. 

Feel Alive laat goed horen waarom Steph Strings in eigen land en in de Verenigde Staten al enige tijd een gerespecteerd muzikante is. In muzikaal opzicht klinkt Feel Alive degelijk, maar bijzondere accenten zijn nooit ver weg op het album en meestal komen ze van de gitaren van Steph Strings zelf.

Nu ik het album wat vaker heb gehoord vind ik het geluid van de muzikante uit Melbourne zeker onderscheidend en dat geldt vooral voor de songs die wat buiten de kaders van de Amerikaanse rootsmuziek kleuren. Ook in de songs hoor je dat de Australische muzikante al langer muziek maakt, want de songs klinken niet alleen mooi maar blijven ook makkelijk hangen en zitten goed in elkaar. 

Steph Strings heeft niet alleen een serie uitstekende en vaak persoonlijke songs geschreven, maar ze vertolkt ze ook op overtuigende wijze. De Australische muzikante beschikt over een mooie en interessante stem, die niet al te standaard klinkt en die ook voldoende gevoel bevat. Al met al een uitstekend debuutalbum van deze Australische muzikante. Erwin Zijleman


14 februari 2026

Review: August Ponthier - Everywhere Isn't Texas

August Ponthier is een non-binaire muzikant uit Brooklyn, New York, die met Everywhere Isn’t Texas een groots debuutalbum heeft afgeleverd, dat niet alleen een briljant popalbum is, maar ook een fraai singer-songwriter album
Ik had de naam August Ponthier tot gisteren nog nooit gehoord, maar wat ben ik onder de indruk van het deze week verschenen Everywhere Isn’t Texas. De Amerikaanse muzikant uit Brooklyn schaart zich met dit debuutalbum wat mij betreft in één klap onder de grote beloften van de popmuziek van het moment. De muziek van August Ponthier heeft raakvlakken met de muziek van Chappell Roan en ik hoor ook veel van Taylor Swift, maar Everywhere Isn’t Texas laat ook een fris popgeluid horen met veel invloeden uit de country en de folk. Je hebt soms van die albums met songs die je onmiddellijk koestert en Everywhere Isn’t Texas van August Ponthier is zo’n album. Hier gaan we nog veel van horen.



Ik weet nog dat ik in de herfst van 2023 voor het eerst naar het net verschenen debuutalbum van Chappell Roan luisterde. Na één keer horen wist ik niet alleen dat het een sensationeel goed popalbum was, maar wist ik ook zeker dat Chappell Roan een wereldster zou gaan worden. Ik had gisteren een vergelijkbaar gevoel bij beluistering van Everywhere Isn’t Texas van August Ponthier. 

Het is een album dat deze week eigenlijk alleen door de alternatieve Amerikaanse muziekwebsite Pitchfork wordt gepromoot als een van de memorabele nieuwe albums van deze week, maar ik weet zeker dat het debuutalbum van August Ponthier dit jaar hoge ogen gaat gooien en de popmuziek er zeer binnenkort een grote ster bij heeft. 

August Ponthier groeide op in Texas en had in de Amerikaanse Bible Belt een jeugd waarin worstelingen met gender en seksualiteit centraal stonden. De Amerikaanse muzikant verruilde een voorstad van Dallas uiteindelijk voor Brooklyn, New York, en identificeerde zichzelf als non-binair persoon en queer. 

In tekstueel opzicht heeft Everywhere Isn’t Texas wel wat raakvlakken met het debuutalbum van Chappell Roan, al zijn haar teksten een stuk explicieter dan die van August Ponthier, die voor slechts één van de songs op het album een waarschuwing voor expliciete teksten heeft gekregen op Spotify. 

In muzikaal opzicht maakt August Ponthier andere keuzes dan Chappell Roan. Beiden maken pure pop, maar August Ponthier laat ook een voorliefde voor Amerikaanse rootsmuziek horen. Veel songs op Everywhere Isn’t Texas laten invloeden uit de folk en de country horen, maar August Ponthier maakt er uiteindelijk wel popsongs van. 

Als ik vergelijkingsmateriaal moet aandragen kom ik vooral bij Taylor Swift uit. Niet eens zozeer vanwege het countrypop verleden van Taylor Swift, want ik hoor vooral invloeden uit de meer pop georiënteerde songs van de Amerikaanse superster, die ook over het vermogen beschikt om songs te schrijven die je na één keer horen niet meer vergeet.

Ik had de naam August Ponthier (voorheen Allison Ponthier) echt nog nooit gehoord, maar de Amerikaanse muzikant timmert al even aan de weg op TikTok, dat zich buiten mijn muzikale universum bevindt. Het verklaart dat een aantal aansprekende songwriters uit Nashville en Los Angeles hebben bijgedragen aan de songs op het album. 

Everywhere Isn’t Texas is geproduceerd door Matthew Neighbour, die niet dezelfde status heeft als de grote popproducers van het moment, maar al wel fraai werk afleverde voor onder andere Lord Huron, Soccer Mommy en Julia Stone. Het levert een album vol lekker in het gehoor liggende songs op en het zijn in de meeste gevallen ook aansprekende songs, die ook na meerdere keren horen nog leuk blijven. 

August Ponthier trekt zelf de meeste aandacht met een aantal persoonlijke songs over een ingewikkelde jeugd en een mooie stem, die makkelijk verleidt, maar die ook over voldoende diepgang en gevoel beschikt. Het levert een geweldig popalbum op, maar het knappe van Everywhere Isn’t Texas is wat mij betreft dat het debuutalbum van August Ponthier zich ook laat beluisteren als een knap singer-songwriter album met voldoende invloeden uit de folk en de country. 

Het debuutalbum van August Ponthier kwam, net als het debuutalbum van Chappell Roan tweeënhalf jaar geleden, voor mij compleet uit de lucht vallen, maar wat heb ik nu al een zwak voor dit album en de rek is er nog lang niet uit. August Ponthier wordt een ster, let maar op! Erwin Zijleman

De muziek van August Ponthier is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikant: https://augustponthier.bandcamp.com/album/everywhere-isn-t-texas.



13 februari 2026

Review: Alice Costelloe - Move On With The Year

Ik moest even wennen aan de wat zweverige klanken op Move On With The Year en zeker aan de bijzondere zang van Alice Costelloe, maar inmiddels vind ik het debuutalbum van de Britse muzikante een heerlijke luistertrip
Alice Costelloe kon vorige maand al rekenen op zeer positieve recensies in een aantal Britse muziektijdschriften en ik kan me inmiddels volledig vinden in deze recensies. Alice Costelloe slaagt er immers in om iets toe te voegen aan alles dat er al is. Dat doet ze aan de ene kant met een veelzijdig geluid dat zowel psychedelisch als elektronisch kan klinken en dat subtiele accenten combineert met weidse klankentapijten. Het is een geluid dat is gevangen in een serie uitstekende songs, die aan kracht winnen door de bijzonder mooie stem van Alice Costelloe, die haar teksten af en toe bijna voordraagt, maar wat mij nergens vervalt in monotone praatzang. En Move On With The Year wordt alleen maar mooier en interessanter.



Alice Costelloe is een Britse muzikante die in het verleden in de shoegaze band Big Deal speelde. Die naam zegt me eerlijk gezegd niets, maar ik ben ook vrij selectief wanneer het gaat om shoegaze die werd gemaakt na de hoogtijdagen van het genre in de jaren 90. Op Move On With The Year, het solodebuut van Alice Costelloe is niets meer te horen van haar shoegaze verleden, want de Britse muzikante slaat op haar eerste soloalbum andere wegen in. 

Het zijn wegen die door de Britse muziekmedia worden omschreven als art-pop, maar persoonlijk vind ik indiepop ook een prima en wat meer gangbare omschrijving. Het is indiepop met een psychedelisch of zelfs proggy tintje, wat wordt verkregen door gebruik te maken van instrumenten als de fluit en de mellotron. 

Het album is knap geproduceerd door de Britse producer Mike Lindsay, die in het verleden samen met Laura Marling muziek maakte onder de naam LUMP en bovendien een van de oprichters is van de band Tunng. Van Tunng hoor ik hier en daar wel wat terug in de muziek van Alice Costelloe, maar de muzikante uit Londen is er ook in geslaagd om een interessant eigen geluid neer te zetten. 

Het is een geluid dat deels wordt bepaald door de bijzondere muziek op het album en deels door de stem en de manier van zingen van de Britse muzikante. De muziek doet zoals gezegd soms wat psychedelisch of zelfs proggy aan en hebben een deel van de tijd ook een wat Beatlesque karakter. Wanneer de elektronica wat aan terrein wint heeft het debuutalbum van Alice Costelloe een aangename jaren 80 of jaren 90 vibe, maar ze maakt ook muziek van deze tijd. 

Door de bijzondere combinatie van klanken is Move On With The Year een album met een duidelijk eigen geluid en het is een geluid dat, mede door de grote diversiteit, lastig in een hokje is te duwen. Ik vind het persoonlijk een bijzonder mooi geluid, maar ik vind het ook een spannend geluid, dat me steeds weer nieuwsgierig maakt naar hetgeen dat komen gaat. 

Alice Costelloe heeft een voorkeur voor zich langzaam voortslepende klanken, die hier en daar aan het eind van de song breed mogen uitwaaien, maar ze zet ook puntige accenten, die haar songs ontdoen van net wat teveel zweverigheid. De muziek op Move On With The Year is bijzonder, maar de zang van Alice Costelloe trekt nog net wat meer aandacht. 

De Britse muzikante beschikt over een karakteristieke maar ook heldere en wat mij betreft mooie stem. Het is een stem die uitstekend past bij het bijzondere geluid op het debuutalbum van Alice Costelloe, dat fraai om haar stem hem draait. Wat direct opvalt bij beluistering van Move On With The Year is de bijzondere manier van zingen van de Britse muzikante. Alice Costelloe draagt haar teksten een groot deel van de tijd bijna voor, wat haar songs voorziet van een bijzondere sfeer. 

Ik ben zeker geen liefhebber van praatzang, maar hier blijft Alice Costelloe wat mij betreft ook voldoende bij uit de buurt. Ze blijft immers het hele album lang zingen, al is het wat andere zang dan gebruikelijk. 

Het is enorm druk in het land van de vrouwelijke muzikanten met een zwak voor indiepop, maar Alice Costelloe weet zich wat mij betreft makkelijk te onderscheiden met fraaie klanken, bijzondere zang en ook nog eens een serie songs die mij steeds makkelijker weten te verleiden en te betoveren. Heerlijk album. Erwin Zijleman

De muziek van Alice Costelloe is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Britse muzikante: https://alcostelloe.bandcamp.com/album/move-on-with-the-year.


Move On With The Year van Alice Costelloe is verkrijgbaar via de Mania webshop:



Review: Ye Vagabonds - All Tied Together

Er is de afgelopen jaren veel mooie en ook spannende Ierse folk gemaakt en ook de band Ye Vagabonds geeft op haar nieuwe album All Tied Together een mooie en bijzondere draai aan de invloeden uit het verleden
In deze roerige tijden doen albums die zorgen voor rust en ontspanning het erg goed en dat geldt ook zeker voor All Tied Together van Ye Vagabonds. De Ierse band wordt geschaard onder de nieuwe lichting binnen de Ierse folk, maar de muziek van de broers Diarmuid en Brían Mac Gloinn is niet te vergelijken met die van bands als Lankum en ØXN, die de afgelopen jaren imponeerden met spookachtige folk. De folk van Ye Vagabonds is een stuk subtieler en zoekt het eerder in dromerige klankentapijten dan in beangstigende klanken en hoge spanningsbogen. Het zorgt voor een album waarbij het heerlijk dagdromen is, maar vergeet ondertussen niet te luisteren naar al het moois op dit fascinerende album.



Ik heb over het algemeen niet zo heel veel met vooral traditioneel klinkende Ierse folk, maar ik werd de afgelopen jaren van mijn sokken geblazen door de albums van met name Lankum en ØXN, waarvan het album van de laatstgenoemde band in 2023 zelfs de top 10 van mijn jaarlijstje haalde. 

Beide bands begonnen bij de traditionele Ierse folk, maar voegden aardedonkere of zelfs spookachtige lagen toe aan hun muziek, waardoor hun albums bol stonden van de onderhuidse spanning. Ook Ye Vagabonds wordt geschaard onder de Ierse bands die traditionele Ierse folk voorzien van frisse impulsen, waardoor ik heel nieuwsgierig was naar het onlangs verschenen nieuwe album van de band uit Dublin, die me tot dusver nog niet was opgevallen. 

Ik rekende of hoopte eerlijk gezegd op een album dat in de voetsporen zou treden van de prachtalbums van Lankum en ØXN, maar All Tied Together voorziet de Ierse folk van weleer op totaal andere wijze van frisse impulsen. Op album van Ye Vagabonds ontbreken de beangstigend donkere lagen en de band uit Dublin doet het ook zonder de hoge spanningsbogen en de dynamiek van hun landgenoten. 

Ye Vagabonds, overigens een band rond de broers Diarmuid en Brían Mac Gloinn, zoekt het eerder in verstilling, waardoor All Tied Together een totaal ander album is dan ik had verwacht. Wanneer je met verkeerde verwachtingen begint aan een album is het meestal even wennen, maar All Tied Together van Ye Vagabonds wist me al snel te overtuigen. 

De Ierse broers trokken voor het opnemen van het nieuwe album van hun band naar het Ierse Galway, waar ze werden bijgestaan door de onder andere van Adrianne Lenker, Florist, Billie Marten en Indiogo Space bekende producer Philip Weinrobe en multi-instrumentalisten Shahzad Ismaily en Sam Amidon. 

All Tied Together is een album dat aan de ene kant aansluit bij de wat meer traditionele Ierse folk, maar het album bevat ook zeker invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en met name de folk. De muziek van Ye Vagabonds bestaat in de basis uit de akoestische gitaren en de stemmen van Brian en Diarmuid Mac Gloinn. 

Het is niet moeilijk om de twee voor te stellen in een Ierse pub waarin de traditionele Ierse muziek floreert, maar op het nieuwe album worden de folksongs van de twee op bijzonder fraaie wijze verrijkt. De accenten die Ye Vagabonds toevoegt aan haar muziek zijn subtiel, maar hebben veel effect. 

Veel songs worden op de achtergrond voorzien van atmosferische en zeker ook beeldende klanken, die van All Tied Together een bijzonder album maken. Het is een album dat heerlijk ontspannen klinkt, maar het album van Ye Vagabonds is ook een echt koptelefoon album. Bij beluistering met de koptelefoon (of met wat meer volume) hoor je hoe knap de productie van Philip Weinrobe is en hoe mooi en avontuurlijk er wordt gespeeld op het album. 

Bij eerste beluistering was ik bang dat ik de muziek van Ye Vagabonds snel saai zou vinden, maar die angst bleek al snel ongegrond. De spanning die Ye Vagabonds opbouwt op haar nieuwe album is niet te vergelijken met de manier waarop Lankum en ØXN dit deden op hun albums, maar ook All Tied Together is een album dat je op een of andere manier in een wurggreep kan houden. Weer een fraai staaltje moderne Ierse folk wat mij betreft. Erwin Zijleman

De muziek van Ye Vagabonds is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Ierse band: https://yevagabonds.bandcamp.com/album/all-tied-together.


All Tied Together van Ye Vagabonds is verkrijgbaar via de Mania webshop: