Het rijtje Okkervil River in de platenkast is de afgelopen jaren bijna stiekem gegroeid. Als ik het stapeltje platen bekijk, zie ik bovendien vrijwel alleen maar vijfsterren platen. Hieronder natuurlijk de fantastische plaat met levende legende Roky Erickson (True Love Cast Out All Evil uit 2010), maar ook Down The River Of Golden Dreams (2003), Black Sheep Boy (2005), The Stage Names (2007), The Stand Ins (2008) en I Am Very Far (2011) behoren tot de beste indie rock platen van het afgelopen decennium. Het volgende hoofdstuk in het inmiddels redelijk imposante oeuvre van de band rond Will Sheff (ook lange tijd lid van het al even bijzondere Shearwater) luistert naar de titel The Silver Gymnasium en is, vergeleken met zijn voorgangers, een vreemde eend in de bijt. Een hele vreemde eend zelfs. Op The Silver Gymnasium eert Will Sheff de plaats waar hij opgroeide, Meridian in New Hampshire, en keert hij ook in muzikaal opzicht terug in de tijd. The Silver Gymnasium lijkt nauwelijks op de vorige platen van Okkervil River en staat vol met muziek die teruggrijpt op de jaren 70 en 80. Uit de vroege jaren 70 zijn vooral invloeden van David Bowie te horen, uit de late jaren 70 duikt Elvis Costello op als inspiratiebron, terwijl uit de jaren 80 flarden van de buitengewoon succesvolle platen van The J. Geils Band (!!) zijn te horen. Namen die ik overal lees, want iedereen praat elkaar na, maar in dit geval kan ik er ook niet veel anders van maken. Uit de 90s komen tenslotte heel veel invloeden van Pulp, maar die haalden de mosterd natuurlijk weer voor een belangrijk deel uit de 70s en 80s. The Silver Gymnasium is met blazers, veel synths, volop koortjes en een 70s en 80s feel wel even wennen, maar het is ook een plaat die direct een aangenaam gevoel geeft. Het is wennen omdat de plaat mijlenver is verwijderd van de platen die de band de afgelopen jaren maakte. De donkere en wat rauwe klanken uit het verleden hebben plaats gemaakt voor zonnige en melodieuze klanken. Het is aan de ene kant jammer, want Okkervil River was de afgelopen jaren heel erg goed, maar aan de andere kant verdient Will Sheff respect voor de gekozen nieuwe wegen en doet verandering van spijs ook eten. Bij de eerste beluistering van The Silver Gymnasium heb ik vooral verbaasd naar de speakers gekeken, maar inmiddels ben ik toch wel gehecht geraakt aan de zoveelste goede plaat van Okkervil River. The Silver Gymnasium is een stuk minder donker en stekelig dan zijn voorgangers, maar Okkervil River maakt niet opeens 13 in een dozijn popliedjes. The Silver Gymnasium verwarmt, maar prikkelt ook nadrukkelijk de fantasie. Het is een plaat die je eigenlijk niet moet vergelijken met zijn voorgangers, want als er niet zoveel te vergelijken valt is vergelijken eigenlijk zinloos. Beschouw The Silver Gymnasium als een op zichzelf staande plaat en je hoort een plaat die direct aangenaam is, maar vervolgens zijn ware gezicht nog moet laten zien. Okkervil River had het zichzelf een stuk makkelijker gemaakt met een plaat in de lijn van de voorgangers, maar dit is eigenlijk wel zo leuk en interessant. Ik ben nog steeds fan, ook wanneer de plaat over een maand (?) officieel in Nederland uit komt. Erwin Zijleman
08 november 2013
Okkervil River - The Silver Gymnasium
Het rijtje Okkervil River in de platenkast is de afgelopen jaren bijna stiekem gegroeid. Als ik het stapeltje platen bekijk, zie ik bovendien vrijwel alleen maar vijfsterren platen. Hieronder natuurlijk de fantastische plaat met levende legende Roky Erickson (True Love Cast Out All Evil uit 2010), maar ook Down The River Of Golden Dreams (2003), Black Sheep Boy (2005), The Stage Names (2007), The Stand Ins (2008) en I Am Very Far (2011) behoren tot de beste indie rock platen van het afgelopen decennium. Het volgende hoofdstuk in het inmiddels redelijk imposante oeuvre van de band rond Will Sheff (ook lange tijd lid van het al even bijzondere Shearwater) luistert naar de titel The Silver Gymnasium en is, vergeleken met zijn voorgangers, een vreemde eend in de bijt. Een hele vreemde eend zelfs. Op The Silver Gymnasium eert Will Sheff de plaats waar hij opgroeide, Meridian in New Hampshire, en keert hij ook in muzikaal opzicht terug in de tijd. The Silver Gymnasium lijkt nauwelijks op de vorige platen van Okkervil River en staat vol met muziek die teruggrijpt op de jaren 70 en 80. Uit de vroege jaren 70 zijn vooral invloeden van David Bowie te horen, uit de late jaren 70 duikt Elvis Costello op als inspiratiebron, terwijl uit de jaren 80 flarden van de buitengewoon succesvolle platen van The J. Geils Band (!!) zijn te horen. Namen die ik overal lees, want iedereen praat elkaar na, maar in dit geval kan ik er ook niet veel anders van maken. Uit de 90s komen tenslotte heel veel invloeden van Pulp, maar die haalden de mosterd natuurlijk weer voor een belangrijk deel uit de 70s en 80s. The Silver Gymnasium is met blazers, veel synths, volop koortjes en een 70s en 80s feel wel even wennen, maar het is ook een plaat die direct een aangenaam gevoel geeft. Het is wennen omdat de plaat mijlenver is verwijderd van de platen die de band de afgelopen jaren maakte. De donkere en wat rauwe klanken uit het verleden hebben plaats gemaakt voor zonnige en melodieuze klanken. Het is aan de ene kant jammer, want Okkervil River was de afgelopen jaren heel erg goed, maar aan de andere kant verdient Will Sheff respect voor de gekozen nieuwe wegen en doet verandering van spijs ook eten. Bij de eerste beluistering van The Silver Gymnasium heb ik vooral verbaasd naar de speakers gekeken, maar inmiddels ben ik toch wel gehecht geraakt aan de zoveelste goede plaat van Okkervil River. The Silver Gymnasium is een stuk minder donker en stekelig dan zijn voorgangers, maar Okkervil River maakt niet opeens 13 in een dozijn popliedjes. The Silver Gymnasium verwarmt, maar prikkelt ook nadrukkelijk de fantasie. Het is een plaat die je eigenlijk niet moet vergelijken met zijn voorgangers, want als er niet zoveel te vergelijken valt is vergelijken eigenlijk zinloos. Beschouw The Silver Gymnasium als een op zichzelf staande plaat en je hoort een plaat die direct aangenaam is, maar vervolgens zijn ware gezicht nog moet laten zien. Okkervil River had het zichzelf een stuk makkelijker gemaakt met een plaat in de lijn van de voorgangers, maar dit is eigenlijk wel zo leuk en interessant. Ik ben nog steeds fan, ook wanneer de plaat over een maand (?) officieel in Nederland uit komt. Erwin Zijleman
Radical Face - The Family Tree presents: The Branches
Twee jaar geleden zag ik het eerste deel van het drieluik The Family Tree van Radical Face in eerste instantie nog even over het hoofd, maar dat gebeurt me uiteraard geen tweede keer. Vorige week verscheen The Branches en nadat ik de plaat een week op me in heb laten werken, ben ik klaar voor mijn eindoordeel. Voor het zover is duik ik even de geschiedenis in. Radical Face is het alter ego van de Amerikaan Ben Cooper. Cooper maakte als lid van Electric President drie hele mooie platen (waarop het duo elektronica prachtig wist te combineren met akoestische instrumenten) en debuteerde in 2007 als Radical Face met het eveneens fraaie Ghost. In 2011 dook Radical Face op met het eerste deel van The Family Tree; een drieluik dat het verhaal vertelt van een fictieve Amerikaanse familie in de 19e eeuw (de vraag dringt zich op of het de familie van Cooper zelf betreft, maar hierover zijn de meningen verdeeld). Na The Roots is er nu deel twee, The Branches. Ik was uiteindelijk zeer te spreken over The Roots, maar The Branches vind ik nog indrukwekkender. Het is niet eens makkelijk om te beschrijven wat de muziek van Ben Cooper nu zo bijzonder maakt. The Branches bevat op het eerste gehoor een aantal ingetogen luisterliedjes met vooral invloeden uit de folk, maar het blijken al snel geen alledaagse luisterliedjes. The Branches is aan de ene kant bijzonder vanwege het bijzondere verhaal dat Ben Cooper vertelt. Het verhaal van de Amerikaanse familie dat vorm kreeg op het eerste deel van deze trilogie, wordt op The Branches verder uitgewerkt en is dit keer ook diverser. Ook in muzikaal opzicht onderscheidt Radical Face zich van de meeste soortgenoten. The Branches staat vol met songs die zich niet heel erg opdringen en die daarom na vele malen horen nog steeds niet in je hoofd zitten, maar op hetzelfde moment klinkt de muziek van Radical Face opvallend toegankelijk en ook absoluut tijdloos. Het is muziek die aan de ene kant past bij de periode die het beschrijft, maar Radical Face pikt ook het beste uit een aantal decennia popmuziek mee en is op een of andere manier zijn tijd ook vooruit. Zeker bij aandachtige beluistering (de muziek van Radical Face schreeuwt werkelijk om een koptelefoon) hoor je hoe knap het allemaal in elkaar steekt en hoe fraai Radical Face alle instrumenten aan elkaar weet te breien. Het is soms zo mooi dat je vergeet te luisteren naar de teksten, waarmee je weer een andere belangrijke dimensie van The Branches mist. Het tweede deel van het drieluik van Radical Face is een plaat die je beetje bij beetje moet leren ontdekken, waarna je tot de conclusie komt dat The Branches veel meer is dan de som der delen. Nog meer dan The Roots is The Branches een prachtige plaat met songs van een niveau dat maar weinig muzikanten gegeven is. Het drijft de verwachtingen voor het derde deel nog wat verder op, maar voorlopig ben ik nog lang niet klaar met The Branches, want die groeit maar door. Erwin Zijleman
Abonneren op:
Posts (Atom)

