20 juli 2026

Review: Luluc - Sweet Thief

Sweet Thief is alweer het zesde album van het Australische duo Luluc en het is net als de vorige vijf albums van Zoë Randell en Steve Hassett een album dat nog veel mooier wordt wanneer je het wat vaker hebt gehoord
Er zijn albums waar ik vooral onrustig van word, maar er zijn ook albums die goed zijn voor totale ontspanning. Sweet Thief van Luluc valt absoluut in de laatste categorie. De folky songs van het Australische duo waren altijd al ontspannen en ingetogen, maar op het in Australië opgenomen Sweet Thief doen Zoë Randell en Steve Hassett er nog een schepje bovenop. Luluc laat je met haar nieuwe album makkelijk wegdromen, maar als je de tijd neemt om te luisteren, wordt het zesde album van het tweetal alleen maar mooier. Ook Sweet Thief is weer een tijdloos klinkend album, maar het is er ook een die betovert en benevelt zoals alleen de muziek van Luluc dit inmiddels al meer dan vijftien jaar kan.



Van de vorige vijf albums van het Australische duo Luluc heb ik er drie besproken op De Krenten uit de Pop, maar ook de twee albums die ik niet heb besproken heb ik hoog zitten. Vorige week verscheen het zesde album van Zoë Randell en Steve Hassett en ook Sweet Thief is weer een prachtig album van het tweetal. 

Het gekke met de muziek van Luluc is dat ik bij eerste beluistering nooit heel erg onder de indruk ben. Ook mijn eerste kennismaking met Sweet Thief was op zich positief, maar ik werd niet direct van mijn sokken geblazen. Het overkwam me ook met de vorige albums van het duo, waardoor ik het nieuwe album even liet liggen om vervolgens alsnog voor de bijl te gaan voor Sweet Thief. 

Dat de muziek van Luluc op mij niet meteen een onuitwisbare indruk maakt heeft deels te maken met de tijdloze muziek van Zoë Randell en Steve Hassett, want ook Sweet Thief is weer een album dat ook decennia oud zou kunnen zijn en bovendien een album dat je bij eerste beluistering al jaren lijkt te kennen. Daarnaast maakt Luluc muziek die zich niet heel stevig opdringt. 

De songs van Zoë Randell en Steve Hassett zijn vooral ingetogen, moeten het niet hebben van aanstekelijke refreinen of muzikaal vuurwerk en hebben over het algemeen een laag tempo. Ook de zang van Zoë Randell en Steve Hassett eist niet direct de aandacht op, waardoor ook Sweet Thief in eerste instantie weer aangenaam voortkabbelt maar je niet direct in vuur en vlam zet. 

Dat doet het zesde album van Luluc uiteindelijk wel, want ook het zesde album van het duo uit Melbourne, dat overigens de afgelopen tien jaar vooral Brooklyn, New York, als thuisbasis had, is weer een pareltje. De muziek van Luluc is ook op Sweet Thief weer te beschrijven als folk en het is folk van het tijdloze soort. 

De songs van Luluc zijn ook dit keer laidback of zelfs dromerig en het zijn songs die in de basis genoeg hebben aan een akoestische gitaar en de stem van Zoë Randell. Het zijn songs die uitnodigen tot dagdromen of luieren, maar het zijn ook songs die mooier worden wanneer je er met volledige aandacht naar luistert. 

De muziek op Sweet Thief is zoals gezegd ingetogen en redelijk sober, maar de akoestische gitaar krijgt op de achtergrond vaak gezelschap van allerlei subtiele versiersels, die het geluid van het duo flink optillen. Het geldt ook voor de zang van Zoë Randell, die niet alleen fraai wordt bijgestaan door Steve Hassett, maar die ook veel mooier klinkt wanneer je er goed naar luistert. Het heeft af en toe wat van Margo Timmins van Cowboy Junkies, maar die vergelijking gaat slechts een deel van de tijd op. 

Wat Sweet Thief nog wat interessanter maakt is het ontspannen karakter van de songs op het album. Zoë Randell en Steve Hassett schreven de songs op het nieuwe album in Brooklyn, maar vertrokken op de dag dat Trump werd geïnaugureerd als president naar Australië en bleven daar een jaar. Dat hoor je, want je merkt dat Luluc de tijd heeft genomen voor het nieuwe album en tijdens de opnames ver verwijderd was van de dynamiek en hectiek van The Big Apple. 

Sweet Thief heeft geregeld een Amerikaanse westkust sfeer, maar heeft zich ook laten beïnvloeden door de eindeloze ruimte in het moederland van Zoë Randell en Steve Hassett. Ik moest het ook dit keer even laten landen, maar wat vind ik Sweet Thief van Luluc inmiddels een geweldig album. Erwin Zijleman

De muziek van Luluc is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van het Australische duo: https://luluc.bandcamp.com/album/sweet-thief.



19 juli 2026

Review: Yes - Roosevelt Stadium, Jersey City, 17 June 1976

Een maand na de release van een gloednieuw album van Yes (Aurora) is op het album Roosevelt Stadium, Jersey City, 17 June 1976 te horen hoe goed de Britse symfonische rockband in zijn hoogtijdagen was.
Symfonische rock is voor mij hooguit een jeugdliefde, maar ik luister nog wel eens naar de albums van Yes en met name naar Yesshows uit 1973. Dat album krijgt er deze week een concurrent bij, want ik ben best onder de indruk van Roosevelt Stadium, Jersey City, 17 June 1976. Yes speelde in 1976 niet met Rick Wakeman maar met Patrick Moraz, maar verder hoor je de ultieme bezetting van de band en Patrick Moraz valt me zeker niet tegen. Roosevelt Stadium, Jersey City, 17 June 1976 was al lange tijd als bootleg te vinden, maar nu is het album gewoon verkrijgbaar in een typische Yes hoes van Roger Dean. Het is voor mij vooral nostalgie, maar het muzikale vuurwerk op het album is absoluut imponerend.



Heel lang geleden was ik fan van de Britse symfonische rockband Yes. Het is een band die vorige maand met Aurora nog een nieuw album uitbracht. Het is een album dat vaag klinkt als Yes, maar qua bezetting heeft de band buiten gitarist Steve Howe weinig meer te maken met de band die met name in de jaren 70 behoorde tot de allergrootste (symfonische) rockbands. 

Op zich knap dat de band nog steeds klinkt als haar jaren 70 versie, maar ik heb Aurora toch snel weer opzij gelegd. Deze week verscheen echter wederom een album van de Britse band en dit album wakkerde de gevoelens voor deze jeugdliefde (of jeugdzonde) wel aan. Dat is op zich niet zo gek, want het deze week verschenen Roosevelt Stadium, Jersey City, 17 June 1976 stamt uit de hoogtijdagen van de band. 

In de jaren dat ik de muziek van Yes bijna dagelijks beluisterde, was het in 1973 verschenen live-album Yessongs met afstand mijn favoriete album van de band. Dat album werd gemaakt met de voor mij ultieme bezetting van de band met zanger Jon Anderson, gitarist Steve Howe, bassist Chris Squire, toetsenist Rick Wakeman en drummer Alan White. 

Roosevelt Stadium, Jersey City, 17 June 1976 werd opgenomen na de release van het album Relayer, waarop niet Rick Wakeman maar de Zwitserse muzikant Patrick Moraz was te horen. Relayer is wat mij betreft het laatste klassieke Yes-album, dat na dit album andere wegen in zou slaan. Ik luister nooit meer naar symfonische rock, maar ik werd toch behoorlijk overrompeld door Roosevelt Stadium, Jersey City, 17 June 1976. 

Allereerst klinkt het album prima. Dat is ook niet zo gek want het concert werd destijds op de radio uitgezonden en werd dus opgenomen met professionele apparatuur. De opnamen zijn al lange tijd als bootleg beschikbaar, maar zit niet tussen het stapeltje bootlegs dat ik nog altijd van de band heb. 

Roosevelt Stadium, Jersey City, 17 June 1976 klinkt niet alleen prima, maar wat wordt er ook knap gespeeld en wat is het interessant om een volledig concert te horen (op Yesshows uit 1980 staan maar een paar tracks van deze tour). Enige liefde voor symfonische rock is nodig om te kunnen genieten van het album, maar als die liefde er is maakt Yes een verpletterende indruk. 

Het gitaarwerk is om te watertanden, de ritmesectie is geweldig en Patrick Moraz speelt wat minder bombastisch dan Rick Wakeman, wat het bandgeluid ten goede komt. Roosevelt Stadium, Jersey City, 17 June 1976 knalt bijna twee uur lang uit de speakers. Als de band alles uit de kast trekt wordt een duizelingwekkende hoeveelheid noten op je afgevuurd, maar Yes weet de spanning ook prachtig op te bouwen in haar songs. 

Van de stem van Jon Anderson moet je houden, maar hij is tijdens het concert in 1976 in zeer goede doen. Natuurlijk is het allemaal vreselijk bombastisch en vaak behoorlijk over de top, maar het klinkt melodieuzer dan in mijn herinnering. Het klinkt ook ruwer dan in mijn herinnering, want naast heel veel muzikaal spierballenvertoon, weet Yes tijdens het concert uit 1976 ook wat rocken is. 

Om het nostalgische gevoel van het album nog wat te versterken, is het gestoken in een hoes van Roger Dean die aansluit bij die van de Yes albums uit dezelfde periode. Ik verwacht niet dat ik door Roosevelt Stadium, Jersey City, 17 June 1976 de symfonische rock weer ga omarmen, maar veel meer dan alle albums die Yes maakte na 1980 (ik heb vreemd genoeg wel wat met de door de critici gekraakte albums Tormato en Drama) weet Roosevelt Stadium, Jersey City, 17 June 1976 bij mij nostalgische gevoelens op te roepen. Erwin Zijleman


Roosevelt Stadium, Jersey City, 17 June 1976 van Yes is verkrijgbaar via de Mania webshop:


Review: Sari Lightman - The Way I Saw You

De Canadese muzikante Sari Lightman maakt op The Way I Saw You folkmuziek die zo lijkt weggelopen uit de jaren 60 en 70, maar stiekem geeft ze toch ook een bijzondere draai aan de invloeden uit het verre verleden
The Way I Saw You van Sari Lightman heeft tot dusver niet veel aandacht gekregen, maar het is een bijzonder album. De Canadese muzikante, die de afgelopen jaren vooral muziek maakte met haar tweelingzus, laat zich op haar eerste soloalbum inspireren door folk uit het verleden en vooral door de folk die in de jaren 60 en 70 rond San Francisco werd gemaakt. Sari Lightman beschikt over een stem die goed past bij dit soort folk, maar ze is zeker niet blijven steken in het verleden. The Way I Saw You kleurt op subtiele wijze buiten de lijntjes van de folk van weleer en vindt op knappe wijze aansluiting bij de indiefolk van het moment. Het debuutalbum van Sari Lightman lijkt een vrij sober album, maar er gebeurt echt van alles op dit knappe album.



Het Britse muziektijdschrift Uncut was eerder deze maand heel positief over het album The Way I Saw You van Sari Lightman. Uncut noemt het album een experimenteel folkalbum, waardoor ik met enige reserves begon aan het beluisteren van het album, want experimentele folk hoeft van mij meestal niet. 

The Way I Saw You bevat acht tracks en duurt maar net iets meer dan 30 minuten, maar in die 30 minuten maakt Sari Lightman wel indruk. Het vorige maand verschenen album is het solodebuut van Sari Lightman, maar de Canadese muzikante die tegenwoordig in Los Angeles woont is zeker geen nieuwkomer. 

Zo maakte ze, samen met haar tweelingzus Romy, achtereenvolgens muziek onder de namen Ghost Bees, Tasseomancy en Lightman & Lightman en Lightman Sisters. Het leverde een drietal dromerige folkalbums op, die best een plekje op De Krenten uit de Pop hadden verdiend, maar ik hoorde ze pas deze week voor het eerst. 

Vergeleken met de albums die Sari Lightman met haar zus maakte klinkt haar solodebuut wat soberder en wat traditioneler. Bij beluistering van de eerste minuut van de openingstrack van het album begreep ik niet waarom Uncut de muziek van Sari Lightman experimentele folk noemt, maar na een minuut behoorlijk traditioneel klinkende folk, die zo uit de jaren 60 of 70 lijkt weggelopen, sluipt er inderdaad wel iets van experiment in het geluid van Sari Lightman. 

Dat betekent niet dat haar muziek opeens ontoegankelijk is, want het experiment is subtiel en het in meerdere lagen opnemen van haar stem en het net wat voller inkleuren van de songs is vooral heel mooi. Ondanks de uitstapjes buiten de gebaande paden klinkt The Way I Saw You nog altijd als een folkalbum dat ook vele decennia oud zou kunnen zijn. 

Dat heeft deels te maken met de stem van Sari Lightman, die herinnert aan meerdere roemruchte folkies uit het verleden, waaronder in ieder geval Judee Sill. Ook in muzikaal opzicht hoor ik de nodige raakvlakken met de folkmuziek zoals die in de jaren 60 en 70 werd gemaakt aan de Amerikaanse westkust. 

Sari Lightman maakte haar eerste soloalbum samen met Meg Duffy, die we ook kennen als Hand Habits. Meg Duffy is ook verantwoordelijk voor de mooie gitaarakkoorden die de muziek van Sari Lightman af en toe voorzien van een psychedelisch maar ook eigentijds tintje. Ook de andere muzikanten die op het album zijn te horen verfraaien het geluid van Sari Lightman op bijzondere wijze. 

Het levert een album op dat in de smaak zal vallen bij liefhebbers van traditionele folk uit de jaren 60 en 70, maar dat ook zal worden gewaardeerd door de liefhebbers van de indiefolk van het moment. Het album was mij bij eerste beluistering wat te sober en ook iets te traditioneel, maar ook dit is weer een album dat baat heeft bij beluistering met de koptelefoon. 

Dan hoor je immers hoe smaakvol The Way I Saw You is ingekleurd en hoe mooi de stem van Sari Lightman is. De Canadese muzikante is ook nog eens goed voor teksten die over de nodige diepgang beschikken, wat nog een extra dimensie toevoegt aan dit bijzondere album. 

Het is een album waar ik verder helemaal niets over heb gelezen, maar Uncut is al jaren een goede tipgever, zeker als het gaat om folk- en rootsalbums. Ik heb het eerdere werk van Sari Lightman er ook direct bij gepakt, maar het fraaie The Way I Saw You is wat mij betreft de mooiste van het stel. Erwin Zijleman

De muziek van Sari Lightman is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Canadese muzikante: https://sarilightman.bandcamp.com/album/the-way-i-saw-you.



18 juli 2026

Review: Gracie Abrams - Daughter from Hell

Gracie Abrams werd in een paar jaar tijd een wereldster en bevestigt die status met haar derde album Daughter from Hell, waarop ze deels terugkeert naar de singer-songwriter pop van haar debuutalbum Good Riddance
De Amerikaanse muzikante Gracie Abrams lijkt alles goed voor elkaar te hebben in haar leven, maar dat is niet te merken in de teksten van de songs op haar nieuwe album Daughter from Hell. Het is een album met zeer persoonlijke songs waarin de donkere wolken het overtuigend winnen van de zonnestralen. Gracie Abrams heeft wederom gekozen voor de samenwerking met Aaron Dessner en dat levert een prachtig klinkend album op. Het is een album waarop de Amerikaanse muzikante doet waar ze goed in is, maar af en toe ook net wat buiten de lijntjes kleurt. Daughter from Hell valt vooralsnog niet erg in de smaak bij de critici, maar voor mij is dit een van de beste albums van 2026 en Daughter from Hell groeit nog wel even door.



Gisteren verscheen Daughter from Hell, het derde album van de Amerikaanse muzikante Gracie Abrams. Het is een album dat tot dusver gemengde, maar toch overwegend negatieve reacties oproept. De Britse kwaliteitskrant The Guardian noemt het album zelfs bloedeloos en geeft het een dikke onvoldoende, maar ook een aantal Amerikaanse muziekwebsites die ik hoog heb zitten komen niet verder dan een magere voldoende voor Daughter from Hell. 

Ik heb het album zelf inmiddels meerdere keren beluisterd en ervaar het nieuwe album van Gracie Abrams echt totaal anders. Nu ben ik ook wel een fan van de muzikante uit Los Angeles, die met haar eerste twee albums mijn jaarlijstje haalde. Ik was twee jaar geleden erg enthousiast over The Secret of Us, maar het debuutalbum van Gracie Abrams, het in 2023 uitgebrachte Good Riddance, vind ik nog veel beter en is wat mij betreft een van de beste popalbums van dit decennium. 

Het is voor mij dan ook goed nieuws dat Gracie Abrams na het wat richting pop opgeschoven The Secret of Us op Daughter from Hell weer kiest voor het geluid van haar debuutalbum. Ook het derde album van de Amerikaanse muzikante is een popalbum, maar op Daughter from Hell horen we toch weer vooral de singer-songwriter Gracie Abrams. 

Het is een behoorlijk donker album geworden, want vrijwel alle teksten op het album gaan over thema’s als kwetsbaarheid, onzekerheid, liefdesverdriet en het lastige pad naar volwassenheid. Het voegt wat mij betreft flink wat emotionele lading toe aan het album, waardoor ik het album persoonlijk verre van bloedeloos vind. 

Gracie Abrams maakte ook haar derde album weer met producer Aaron Dessner, in een aantal tracks bijgestaan door Justin Vernon (Bon Iver). Aaron Dessner schreef ook mee aan de songs en ook dit keer is er een beperkte bijdrage van Audrey Hobert, die zo’n belangrijke rol speelde op The Secret of Us, maar inmiddels zelf als muzikante aan de weg timmert (check haar geweldige album Who’s The Clown? uit 2025). 

Daughter from Hell is een vooral ingetogen album, maar bevat ook een aantal uptempo songs. In deze songs, zoals bijvoorbeeld Look at My Life, zit de muziek van Gracie Abrams heel dicht tegen die van Taylor Swift op albums als Midnights en The Tortured Poets Department aan. Ik heb zelf dan ook een duidelijke voorkeur voor de meer ingetogen singer-songwriter songs op Daughter from Hell, waarop Gracie Abrams een meer eigen geluid laat horen. 

Het is een geluid waarin de vrij zachte, maar bijzonder mooie en ook karakteristieke stem van Gracie Abrams centraal staat. Mij raakt ze keer op keer met de zestien songs op haar nieuwe album, waarop ze wat mij betreft nog beter en met meer gevoel zingt dan op haar eerste twee albums. 

In muzikaal opzicht is Daughter from Hell misschien een vrij veilig album, maar de chemie tussen Gracie Abrams en Aaron Dessner werkt wat mij betreft nog steeds. Het spannendst zijn wat mij betreft de songs waarop Gracie Abrams zich net iets buiten de gebaande paden beweegt, zoals in de met gruizige gitaren gevulde titeltrack of het juist minimalistisch ingekleurde Cold Goodbyes, maar ook de vintage Gracie Abrams songs zijn van een hoog niveau. 

Ik ben voorlopig nog lang niet uitgekeken op het bijna een uur durende en bezielde Daughter from Hell, dat ik hoger inschat dan het zo succesvolle The Secret of Us en dat niet onderdoet voor het geweldige Good Riddance. Erwin Zijleman


Daughter from Hell van Gracie Abrams is verkrijgbaar via de Mania webshop:


17 juli 2026

Review: sura sol - i will be dead

De Belgische muzikante Rachel Solomon bracht begin dit jaar onder de naam sura sol het helaas nauwelijks opgemerkte album i will be dead uit, maar gelukkig krijgt het prachtige album nog een tweede kans
Luister naar i will be dead van sura sol en de wereld draait opeens een stuk minder snel. Het alter ego van de Brusselse wereldburger Rachel Solomon maakt sobere en zich langzaam voortslepende muziek, maar de klanken op i will be dead zijn ook loom en dromerig. Het past prachtig bij de bijzondere stem van de Belgische muzikante en de eigenzinnige manier van zingen. Ik moest zelf even wennen aan i will be dead van sura sol, maar toen ik het album wat vaker hoorde drongen de bijzondere songs van Rachel Solomon zich steeds nadrukkelijker op. Het album krijgt vooralsnog niet heel veel aandacht, maar dit is een album dat je al snel gaat koesteren.



Onlangs wees iemand me op het album i will be dead van sura sol (geen hoofdletters). Het begin dit jaar verschenen album zou volgens de tipgever perfect aansluiten op mijn muzieksmaak, wat me uiteraard nieuwsgierig maakte. Ik had de naam sura sol nog niet eerder gehoord, maar het blijkt het alter ego van de Belgische muzikante Rachel Solomon, die eerder deel uitmaakte van de band Las Lloronas, die ik overigens ook niet ken. 

Het debuutalbum van sura sol, het eind 2022 verschenen roar, werd in België goed ontvangen, maar ik kan me niet herinneren dat ik het album heb beluisterd. Helaas sneeuwde het tweede album van sura sol, mede door de geboorte van het zoontje van Rachel Solomon, eerder dit jaar compleet onder, maar gelukkig krijgt het album nu een tweede kans en dat is volkomen terecht. 

Het tweede album van de muzikante uit Brussel kreeg in eigen land al een aantal uitstekende recensies en ik hoop dat het album ook in Nederland nu snel wordt opgepikt. In een aantal van deze recensies wordt benoemd dat de muziek van sura sol lastig te beschrijven is en tijd vraagt van de luisteraar en dat zijn twee observaties die ik volledig onderschrijf. 

Het zorgt vooralsnog ook voor wat cryptische en ook wat wollige recensies en dat is jammer, want de muziek van sura sol kan ook worden omschreven als fantasierijk en wonderschoon. De songs van de Belgische muzikante zijn over het algemeen sober ingekleurd, waardoor de stem van Rachel Solomon centraal staat. Het is een mooie stem die makkelijk verleidt, maar de zang op i will be dead is ook veelkleurig en het is zang die af en toe kiest voor bijzondere wendingen. 

Dat doet sura sol ook met de muziek op het album, wat ervoor zorgt dat i will be dead, in ieder geval voor mij, geen album is dat zich onmiddellijk genadeloos opdringt. Toen ik het album voor het eerst beluisterde, zocht ik vooral naar houvast en die had ik niet direct gevonden. 

De muziek van sura sol klinkt soms als de psychedelische folkalbums van vele decennia geleden, maar op andere momenten ook weer helemaal niet. Invloeden uit de folk spelen een belangrijke rol op het tweede album van sura sol, maar ook invloeden uit de jazz en wereldmuziek zijn hoorbaar. De laatste invloeden zijn deels het gevolg van de wortels van Rachel Solomon, die op meerdere continenten liggen. 

De meeste songs op i will be dead zijn zoals gezegd behoorlijk sober, hebben een intiem karakter en gebruiken stilte als instrument, maar desondanks gebeurt er van alles in de songs en zijn er steeds weer opvallende wendingen die je op het puntje van de stoel houden en die ervoor zorgen dat het album steeds mooier en interessanter wordt. Die opvallende wendingen in de zang en in de muziek zijn meestal uiterst subtiel, maar dit komt het bijzondere karakter van de muziek van sura sol alleen maar ten goede. 

Zeker de songs met vooral akoestische gitaar, een vleugje bossa nova en de stem van Rachel Solomon, die haar teksten soms (bijna) uitspreekt, hebben een loom en dromerig karakter en zijn gemaakt voor het huidige seizoen en dan vooral voor de vroege en late uurtjes, maar i will be dead is ook een album dat het verdient om met volledige aandacht beluisterd en uitgeplozen te worden. Het duurde bij mij even voor ik om was, maar sindsdien komt i will be dead van sura sol met grote regelmaat voorbij en wordt het album wat mij betreft steeds mooier en interessanter. Erwin Zijleman

De muziek van sura sol is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Belgische muzikante: https://surasolmusic.bandcamp.com/album/i-will-be-dead.



16 juli 2026

Review: Kelela - new avatar

De Amerikaanse muzikante Kelela maakte wat mij betreft twee van de betere R&B albums van de afgelopen tien jaar en ook op het deze week verschenen album new avatar maakt ze weer avontuurlijke R&B van een zeer hoog niveau
Take Me Apart van Kelela was voor mij niet alleen het beste R&B album van 2017, maar ook een van de betere albums van het jaar. Het is een kunstje dat de Amerikaanse muzikante in 2022 herhaalde met Raven en deze week flikt ze het opnieuw. Ook haar nieuwe album new avatar is weer een album waarop invloeden uit de R&B een voorname rol spelen, maar de muziek van Kelela klinkt anders dan de standaard R&B albums. Op new avatar gebeurt er van alles in de muziek, die subtieler is dan die op de vorige albums. Het wordt fraai gecombineerd met de stem van Kelela, die beschikt over veel soul, maar ook zingt met veel precisie. Het zou me niet verbazen als new avatar het beste R&B album van 2026 is.



Ik heb over het algemeen genomen niet zo heel veel met het genre R&B, maar ik heb wel wat met R&B die de grenzen van het genre of liever nog het avontuur opzoekt. Het heeft me de afgelopen jaren een aantal geweldige R&B albums opgeleverd, waaronder albums van onder andere Solange, Janelle Monáe, Tirzah, Cleo Sol, Amel Larrieux, Fana Hues, Victoria Monét, Yaya Beye en Amber Mark. 

Het zijn albums die in een aantal gevallen zelfs mijn jaarlijstje wisten te halen, waardoor het lastig vol te houden is dat ik niet zo veel met R&B heb. In het bovengenoemde lijstje hoort ook zeker de naam van Kelela thuis. Kelela (Mizanekristos) haalde in 2017 mijn jaarlijstje met het fantastische Take Me Apart, dat ik reken tot mijn favoriete R&B albums aller tijden. Het is een album met een afwisselend broeierig en zweverig geluid en de prachtige stem van Kelela die een dosis soul toevoegt aan het album. 

Ook het in 2022 verschenen Raven haalde mijn jaarlijstje en dit album schat ik misschien nog wel hoger in dan Take Me Apart, vooral omdat Kelela op het album nog beter zingt. Vorig jaar verscheen het live opgenomen album In the Blue Light, waarop Kelela unplugged versies van de songs van Take Me Apart en Raven liet horen. Het is een mooi album, waarop het vocale talent van de Amerikaanse muzikante duidelijk hoorbaar is, maar persoonlijk miste ik de spanning van de elektronisch ingekleurde albums. 

Ik beschouw In the Blue Light dan ook maar als een tussendoortje, dat deze week wordt gevolgd door de officiële opvolger van Raven. Met new avatar (geen hoofdletters) laat Kelela een geluid horen dat weer wat dichter bij het geluid ligt dat we van haar kennen, maar het album borduurt zeker niet fantasieloos voort op de albums uit 2017 en 2022. 

Het nieuwe album van Kelela opent met vrij ingetogen klanken, maar in de openingstrack duiken ook af en toe behoorlijk stevige gitaren op, wat weer een dimensie toevoegt aan de muziek van de muzikante die een groot deel van haar tijd in Londen doorbrengt. In de meeste tracks op new avatar kiest Kelela voor bijzonder klinkende elektronica en bijzondere ritmes, al zijn beide meer ingetogen dan in het verleden. Ook gitaren spelen een grotere rol dan in het verleden.

Het is muziek die absoluut R&B genoemd kan worden, maar het is wel spannende en avontuurlijke R&B. Zeker als ik het album met de koptelefoon beluister is het genieten van de bijzondere klanken op het album. De muziek op het album vult makkelijk de ruimte, maar Kelela heeft ook veel ruimte opengelaten in de bijzondere klanken op new avatar. Het is ruimte die de Amerikaanse muzikante ook dit keer invult met haar stem, die nog altijd lekker soulvol klinkt, maar die ook anders klinkt dan die van de meeste R&B zangeressen. 

Er is ook zeker niet alleen R&B te horen op het album, want Kelela slaat continu bruggen naar andere genres, al zijn de invloeden die ze verwerkt in haar muziek lang niet altijd makkelijk te benoemen. Enige liefde voor R&B is wel een voorwaarde om te kunnen genieten van de muziek van Kelela, maar new avatar is zeker niet alleen geschikt voor liefhebbers van R&B. 

Na Take Me Apart en Raven bevalt ook new avatar mij uitstekend en ik vind het nieuwe album nog wat veelzijdiger en spannender dan de twee voorgangers. En de lome en broeierige klanken doen het ook nog eens uitstekend bij de zomerse temperaturen van het moment. Erwin Zijleman

De muziek van Kelela is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://kelela.bandcamp.com/album/new-avatar-2.


new avatar van Kelela is verkrijgbaar via de Mania webshop:



15 juli 2026

Review: Allison Russell - In the Hour of Chaos

Allison Russell heeft al een mooie carrière in de muziek opgebouwd, maar ook met haar solowerk maakt ze indruk, zoals deze week met het knappe, buitengewoon veelzijdige maar ook aangename In the Hour of Chaos
De Canadese muzikante Allison Russell is uit hetzelfde hout gesneden als muzikanten als Rhiannon Giddens en Leyla McCalla, maar is nog net wat minder bekend. Daar moet maar eens verandering in komen, want ook het derde album van de Canadese muzikante is weer een topalbum. Het is een album dat makkelijk schakelt tussen genres, dat continu betovert met bijzondere klanken en dat nooit voor de makkelijkste weg kiest. Ik moest er weer even aan wennen, maar de prachtige stem van Allison Russell trok me ook dit keer weer snel over de streep. In the Hour of Chaos werd gemaakt met een heel legioen aan gastmuzikanten, maar klinkt uiteindelijk vooral als een Allison Russell album.



De Canadese muzikante Allison Russell is al sinds de jaren 90 actief in de muziek. Ze maakte deel uit van de helaas wat onderschatte band Po’ Girl, maakte samen met JT Nero prachtige albums onder de naam Birds of Chicago en maakte samen met Rhiannon Giddens, Leyla McCalla en Amythyst Kiah deel uit van de ‘supergroep’ Our Native Daughters. 

En dan zijn er ook nog de soloalbums Outside Child uit 2021 en The Returner uit 2023, die ik allebei erg goed vind. Het zijn albums waarop Allison Russell laat horen dat ze in flink wat genres uit de voeten kan en dat ze beschikt over een mooie en soulvolle stem. Het zijn ook albums die ik meerdere keren moest beluisteren voor ik viel voor de muzikale charmes van de Canadese muzikante. 

Ik maakte me dan ook geen zorgen toen ik na de eerste beluistering van het deze week verschenen derde album van Allison Russell nog niet volledig overtuigd was. Ook In the Hour of Chaos is weer een album dat bol staat van de invloeden en dat is gevuld met enigszins complexe songs. 

Het is een album dat in muzikaal opzicht meerdere kanten op schiet en de diversiteit van het album wordt versterkt door de waslijst aan gasten die hebben bijgedragen aan het album. Op de gastenlijst prijken bekende namen als Joy Oladokun, Kara Jackson, Brittney Spencer, Norah Jones, Kyshona en Sara Watkins, maar ook de mij onbekende namen van Julie Williams, Denitia, Explore! Pop Choir, Ruby Amanfu, Devon Gilfillian, Kashus Culpepper, Chibueze Ihuoma en Ahya Simone worden vermeld in de tracklist op Spotify. 

Allison Russell maakte hiernaast gebruik van meerdere gastmuzikanten, onder wie de van Prince bekende Wendy Melvoin die ook op het vorige album was te horen. Allison Russell maakt al haar hele muzikale leven muziek die zich door van alles en nog wat laat beïnvloeden en ook bij beluistering van In the Hour of Chaos vliegen de stijlen je om de oren. 

De Canadese maar al jaren in Nashville woonachtige muzikante heeft een stem vol soul en het is dan ook niet zo gek dat invloeden uit de soul een belangrijke rol spelen op het album. Het wordt aangevuld met invloeden uit de jazz, folk, country, blues, R&B en gospel en volgens mij vergeet ik er nog een paar. 

De songs van Allison Russell kiezen bijna nooit voor de makkelijkste weg, maar dat betekent niet dat haar songs ontoegankelijk zijn. Het zijn wel songs die in muzikaal opzicht steeds weer weten te verrassen en de fantasie prikkelen. Dat laatste doet In the Hour of Chaos ook in vocaal opzicht, want door het grote aantal gastmuzikanten klinkt de zang op het album steeds iets anders. 

Ondanks de hoge kwaliteit van de muziek, de torenhoge kwaliteit van de zang en de diepgang van de songs, moest ik weer even wennen aan de nieuwe muziek van Allison Russell, maar toen ik het album een paar keer had gehoord was ik alleen maar onder de indruk van de bijzondere klanken van uiteenlopende instrumenten, de fraai opgebouwde songs en de fantastische vocalen van de gastzangeressen en vooral Allison Russell zelf. 

Ook de productie van het album, waarvoor de Canadese muzikante deels zelf tekende, is overigens van een bijzondere schoonheid. Allison Russell kan hele mooie en sobere muziek maken, maar ook als ze flink uitpakt, zoals ze doet op haar nieuwe album, maakt ze indruk met een uniek eigen geluid. Erwin Zijleman

De muziek van Allison Russell is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Canadese muzikante: https://allisonrussell.bandcamp.com/album/in-the-hour-of-chaos.


In the Hour of Chaos van Allison Russell is verkrijgbaar via de Mania webshop:



14 juli 2026

Review: Lemoncello - Perfect Place

Het Ierse duo Lemoncello trok ruim twee jaar geleden flink wat aandacht met een prachtig debuutalbum, maar het is helaas vrij stil gebleven rond de eerder dit jaar verschenen opvolger Perfect Place, die zeker niet minder mooi is
De Ierse band Lankum gaf de Ierse folk een paar jaar geleden een flinke impuls met albums waarop een bijzondere draai werd gegeven aan traditionele folk. Het leverde albums op met duistere en bezwerende folk die je genadeloos bij de strot greep. Zo meedogenloos was de muziek van Laura Quirke en Claire Kinsella niet, maar ook het debuutalbum van Lemoncello was er een die in de smaak viel bij liefhebbers van de door Lankum en ØXN gemaakte folk met een twist. Het is het afgelopen jaar wat stil in het genre, waardoor het tweede album van Lemoncello minder is opgevallen, maar het is wederom een bijzonder fraai album, met een hoofdrol voor de mooie stemmen van de twee Ierse muzikanten.



Het Ierse platenlabel Claddagh Records bestaat al sinds de jaren 50 en was lange tijd vooral gericht op het uitbrengen van nogal traditionele Ierse folk. In 2023 bracht het label echter het briljante CYRM van ØXN uit en dat vond en vind ik nog steeds een van de allerbeste albums van 2023. 
Ik besloot om het label vanaf dat moment wat beter in de gaten te houden en dat leverde me in 2024 het bijzonder fraaie Yellow Roses van Niamh Bury op en niet veel later het titelloze debuutalbum van Lemoncello, dat ik misschien nog wel mooier vond. 

Lemoncello is een Iers duo dat bestaat uit Laura Quirke en Claire Kinsella, die allebei beschikken over een hele mooie stem en hun songs verder inkleuren met gitaar en cello. De stemmen van de twee lijken op het debuutalbum van Lemoncello niet alleen gemaakt voor Ierse folk, maar bovendien voor het soort donkere en bezwerende folk waarmee ØXN in 2023 een verpletterende indruk maakte. 

De muziek van Lemoncello was niet zo duister en beklemmend als de muziek van ØXN en een band als Lankum, maar het debuutalbum van het Ierse tweetal was ook niet op zijn plek in het hokje traditionele Ierse folk. Het debuutalbum van Lemoncello bleek ook nog eens een eersteklas groeialbum, waardoor ik het album nu veel hoger aansla dan twee jaar geleden. 

Mijn aandacht voor Claddagh Records verslapte wat toen er lange tijd geen albums verschenen die mij net zo wisten te raken als de albums van ØXN, Niamh Bury en Lemoncello. Dat is jammer, want in mei verscheen het tweede album van Lemoncello. Perfect Place heeft volgens mij wat minder aandacht gekregen dan het debuutalbum van Laura Quirke en Claire Kinsella, want ook muziektijdschriften als Mojo en Uncut wezen me niet of onvoldoende duidelijk op het tweede album van het duo. 

Het heeft echt niets te maken met de kwaliteit van het album, want ik vind Perfect Place nog beter dan het eerste album van Lemoncello. Ik heb weinig informatie over het nieuwe album van het Ierse tweetal, want zelfs op de bandcamp pagina van Lemoncello is niets te vinden. 

Volgens de informatie van Spotify produceerden Laura Quirke en Claire Kinsella samen met Ruth O’Mahony Brady het nieuwe album en tekenen ze ook voor het grootste deel van de muziek op Perfect Place, met hier en daar uiterst subtiele toevoegingen van keyboards, bas en drums. Ook dit keer zijn de bijdragen van de cello sfeerbepalend, maar de meeste indruk maken de stemmen van Laura Quirke en Claire Kinsella, zeker als ze gecombineerd worden. 

Ook op Perfect Place maken de twee indruk met ingetogen vocalen die makkelijk onder de huid kruipen. Dat doen ook de songs van Lemoncello, die net als op het debuutalbum flink wat invloeden uit de (Ierse) folk bevatten, maar ook een duidelijk eigen geluid hebben. 

Het is net als op het eerste album een bij vlagen behoorlijk donker geluid, maar nog meer dan op het debutalbum staan Laura Quirke en Claire Kinsella op Perfect Place garant voor fraaie spanningsbogen, die de songs van Lemoncello voorzien van een hele bijzondere sfeer. Er is tot dusver weinig geschreven over Perfect Place van Lemoncello, maar Laura Quirke en Claire Kinsella hebben na hun zo mooie debuutalbum wederom een betoverend mooi folkalbum gemaakt. Erwin Zijleman

De muziek van Lemoncello is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van het Ierse tweetal: https://lemoncello.bandcamp.com/album/perfect-place.


13 juli 2026

Review: Suki Waterhouse - Loveland

Suki Waterhouse moet vanwege haar carrière als model en actrice opboksen tegen flink wat vooroordelen, maar ook op haar derde album Loveland laat ze weer horen dat ze ook als muzikante veel te bieden heeft
Ik was zeer gecharmeerd van de eerste twee albums van de Britse muzikante Suki Waterhouse. Het zijn goed gemaakte popalbums, waarop ook voldoende invloeden uit de indiepop en indierock zijn te horen. Op haar derde album, het deze week verschenen Loveland, kiest Suki Waterhouse voor een ander geluid. Het wederom met meerdere topproducers gemaakte Loveland heeft zich wat steviger laten beïnvloeden door popmuziek uit het verleden en met name invloeden uit de jaren 70 klinken met enige regelmaat door. Het klinkt allemaal bijzonder lekker, maar net als op haar vorige albums laat Suki Waterhouse horen dat haar songs ook over inhoud en diepgang beschikken.


Suki Waterhouse is een succesvol model en ook als actrice heeft ze haar sporen inmiddels verdiend (onder andere met een prima rol in Daisy Jones & The Six). Toen ze ook nog eens muziek ging maken slepen de critici bij voorbaat de messen, maar Suki Waterhouse snoerde haar criticasters de mond met het uitstekende debuutalbum I Can't Let Go, dat in het voorjaar van 2022 verscheen. 

Op haar door niemand minder dan Brad Cook geproduceerde debuutalbum liet de Britse muzikante horen dat ze uit de voeten kan met lekker in het gehoor liggende popsongs, maar I Can’t Let Go bleef ook niet ver verwijderd van de indiepop en indierock van dat moment. Dat ze nog meer in huis heeft liet Suki Waterhouse horen op het in de herfst van 2024 uitgebrachte Memoir of a Sparklemuffin, waarop ze nog wat makkelijker overtuigde als zangeres. 

Voor het tweede album werd een blik aansprekende producers geopend, maar Memoir of a Sparklemuffin klonk zeker niet als een gepolijst popalbum, maar liet juist een nog wat duidelijkere voorliefde voor indiepop en met name indierock horen. Helaas moest Suki Waterhouse ook na de release van haar tweede album nog opboksen tegen vooroordelen, maar wat mij betreft schaarde ze zich met Memoir of a Sparklemuffin onder de smaakmakers binnen de indiepop en indierock van het moment. 

De Britse muzikante, die inmiddels Los Angeles als thuisbasis heeft, komt deze week met haar derde album op de proppen en ook Loveland had weer niet veel tijd nodig om me te overtuigen. De Britse muzikante werkte op haar vorige album met meerdere producers en songwriters en dat heeft ze opnieuw gedaan. Persoonlijk heb ik geen voorkeur voor het werken met meerdere producers omdat het wel eens erg bonte lappendekens oplevert, maar de veelkleurige productie van Loveland zit me niet in de weg. 

Suki Waterhouse werkte dit keer met Amy Allen, Joel Little en Dan Wilson en dat zijn allemaal producers die hun sporen hebben verdiend in de mainstream pop. Daar is ook The National's Aaron Dessner, die ook een deel van de productie van Loveland voor zijn rekening nam, soms niet vies van, maar ik sla hem net wat hoger aan. 

Op basis van de keuze voor de producers had ik verwacht dat Loveland op zou schuiven richting de mainstream pop van nu, maar dat valt erg mee. De invloeden uit de indierock, die zijn te horen op I Can’t Let Go en Memoir of a Sparklemuffin, zijn nauwelijks meer te horen op Loveland en ook invloeden uit de indiepop hebben wat aan terrein verloren. Op Loveland kiest Suki Waterhouse voor de pop, maar het is vooral pop uit het verleden, met flink wat uitstapjes naar de singer-songwriter muziek uit het verleden. 

Het klinkt direct vanaf de eerste noten aangenaam en bij vlagen echt onweerstaanbaar lekker, zeker als Suki Waterhouse een jaren 70 vibe omarmt en dat doet ze in een groot deel van de songs, maar Suki Waterhouse levert op Loveland ook kwaliteit en blijft niet hangen in nostalgie. 

De zang van de Britse muzikante klinkt nog wat beter dan op de vorige albums en ook de songs spreken nog net wat meer aan. Er zijn vast nog steeds critici die niets van Suki Waterhouse moeten hebben, maar dat heeft inmiddels niets meer te maken met de kwaliteit van haar albums. Ik vind dit de perfecte soundtrack voor een heerlijke zomer. Erwin Zijleman


Loveland van Suki Waterhouse is verkrijgbaar via de Mania webshop:


12 juli 2026

Review: Nick Drake - Pink Moon (1972)

Nick Drake is al meer dan 50 jaar niet meer onder ons, maar zijn prachtige albums en zeker Pink Moon uit 1972 hebben tot op de dag van vandaag flink wat invloed op een heel legioen aan jonge folkmuzikanten
Nick Drake was tijdens zijn korte leven niet heel populair, maar sinds zijn dood in 1974 wordt zijn muziek om de zoveel jaar weer opgepikt door een nieuwe generatie folkmuzikanten. Ik heb me eerlijk gezegd nooit zo verdiept in zijn muziek, tot de release van een box-set een paar weken geleden en sindsdien ben ik vooral onder de indruk van Pink Moon uit 1972. Het is het derde en meest sobere album van Nick Drake en het was helaas ook de zwanenzang van de muzikant die slechts 26 jaar oud werd. Pink Moon is een sober folkalbum met vooral akoestische gitaar en zang, maar het album heeft een bijzondere sfeer en de zang van Nick Drake is echt wonderschoon.



De naam Nick Drake wordt op De Krenten uit de Pop talloze keren genoemd als inspiratiebron voor met name folkmuzikanten, maar ik besprak nog niet eerder een van zijn albums. Dat heeft deels te maken met mijn beperkte liefde voor Britse folk, maar ook mijn voorliefde voor vrouwenstemmen en het feit dat Nick Drake al heel lang niet meer onder ons is zullen een rol hebben gespeeld. 

Nick Drake maakte tijdens zijn veel te korte leven slechts drie albums: Five Leaves Left (1969), Bryter Layter (1971) en Pink Moon (1972). In 1974 overleed hij op slechts 26-jarige leeftijd aan een al dan niet bewust genomen overdosis medicijnen. De Britse muzikant trok tijdens zijn leven niet heel veel aandacht met zijn muziek, maar groeide later alsnog uit tot een cultfiguur. Ik had me tot voor kort nooit echt verdiept in de albums van Nick Drake, al had ik ze alle drie wel eens gehoord. Ik ben de laatste tijd wat dieper in het beperkte oeuvre van Nick Drake gedoken en vind het lastig om te kiezen tussen de drie albums. 

Het debuutalbum Five Leaves Left maakt indruk met prachtige arrangementen van strijkers en blazers, het gitaarwerk van Richard Thompson en de trefzekere productie van Joe Boyd. Bryter Layter ligt in het verlengde van het debuutalbum, maar laat nog wat uitbundigere arrangementen en orkestraties horen en is bovendien verrijkt met invloeden uit de jazz. En dan is er Pink Moon, dat vooral een zeer spaarzaam ingekleurd folkalbum is. 

Als ik echt moet kiezen, kies ik toch voor het laatste album en vooral omdat de songs van Nick Drake me op Pink Moon het meest raken. Pink Moon werd net als Five Leaves Left en Bryter Layter geproduceerd door Joe Boyd, die in de jaren 60 en 70 de belangrijkste Britse folk(rock) albums produceerde. De Britse producer versierde de muziek van Nick Drake op de eerste twee albums rijkelijk met strijkers en soms blazers, maar op Pink Moon hoor je vooral een akoestische gitaar en de stem van de Britse muzikant. 

Pink Moon laat goed horen dat ook albums die genoeg hebben aan een akoestische gitaar en een stem warm en vol kunnen klinken. Het gitaarspel op het album is vooral ingetogen, maar is ook fantasierijk met soms complexe akkoorden of opvallende klanken. Het biedt een prachtige basis voor de stem van Nick Drake, die ik op Pink Moon een stuk mooier vind klinken dan op de eerste twee albums. 

Pink Moon wordt door heel veel folkies die na het overlijden van Nick Drake opdoken genoemd als belangrijke inspiratiebron en dat is wat mij betreft ook goed te horen in met name de alternatieve folkalbums die de afgelopen 25 jaar zijn verschenen. Jeff Buckley, Bon Iver, Damien Jurado en Mark Kozelek zijn vier muzikanten die hoorbaar zijn beïnvloed door het werk van Nick Drake en met name door Pink Moon, maar ik kan hier een bijna eindeloze rij namen aan toevoegen. 

Ik ben persoonlijk niet zo gek op dit soort wat ouderwets klinkende folkalbums, maar zeker wanneer je met volledige aandacht naar Pink Moon luistert en dit bij voorkeur doet met de koptelefoon, hoor je de magie van het album. Pink Moon zou helaas de zwanenzang zijn van Nick Drake, maar met zijn drie albums zou hij meer invloed hebben op de popmuziek dan hij aan het eind van de jaren 60 en het begin van de jaren 70 kon vermoeden. Erwin Zijleman


Pink Moon van Nick Drake is verkrijgbaar via de Mania webshop:


Review: Houndmouth - Lordy

De Amerikaanse band Houndmouth maakte elf jaar geleden een album dat overliep van de belofte, ging vervolgens door diepe dalen, maar keert deze week terug met het fraaie Lordy, dat vol kiest voor de Amerikaanse rootsmuziek
Ik geef eerlijk toe dat ik Houndmouth helemaal ben vergeten nadat de band met Little Neon Limelight in 2015 zo’n goed album afleverde. Voorman Matt Myers kon gelukkig nog wel rekenen op producer Brad Cook, die hem inspireerde tot het schrijven van nieuwe songs, hem in contact bracht met een aantal geweldige muzikanten en het deze week verschenen Lordy vervolgens prachtig produceerde. Vergeleken met Little Neon Limelight is Lordy een vrij sober album en het is er een waarop Matt Myers de Amerikaanse rootsmuziek omarmt. Dat is een genre waarin het heel erg druk is, maar de even ruwe als intieme rootssongs op Lordy spreken makkelijk tot de verbeelding.



Net iets meer dan 11 jaar geleden besprak ik het album Little Neon Limelight van de band Houndmouth. Het is het tweede album van de band uit New Albany, Indiana, en het is een album waarover ik destijds behoorlijk enthousiast was. Houndmouth maakt op haar debuutalbum vooral door folkrock en countryrock beïnvloede muziek en het is muziek die opvalt door uitstekend gitaarwerk en door prachtige harmonieën. 

Ik kwam Houndmouth op het spoor omdat de band werd vergeleken met The Lumineers en dat is een band waar ik al heel lang een enorm zwak voor heb. De vergelijking met The Lumineers gaat op voor een deel van de track op Little Neon Limelight, want Houndmouth kiest op het album ook met grote regelmaat voor lekker ruwe Amerikaanse rootsmuziek. 

Ik noemde Little Neon Limelight in het voorjaar van 2015 een van de beste rootsalbums van dat moment, maar vergat het album helaas in mijn jaarlijstje. Houndmouth keerde in 2018 terug met Golden Age en dat vond en vind ik echt een draak van een album, zeker wanneer de band flirt met 80s synthpop. 

Door Golden Age ging er een streep door de naam Houndmouth, waardoor ik het in 2021 uitgebrachte Good For You, naar nu blijkt ten onrechte, negeerde. De vieze smaak van Golden Age is inmiddels kennelijk weggespoeld, want toen ik de naam Houndmouth deze week tegenkwam in de lijsten met nieuwe albums, overheersten de goede herinneringen aan Little Neon Limelight. 

Houndmouth is inmiddels een soloproject van voorman Matt Myers, die na de release van het vorige album te maken kreeg met een liefdesbreuk en een nieuwe liefde. Dat zijn over het algemeen genomen allebei goede inspiratiebronnen voor nieuwe songs, maar Matt Myers was de inspiratie lange tijd kwijt. 

Hij werd weer op het goede spoor gezet door topproducer Brad Cook, die hem weer aan het schrijven kreeg. Het levert deze week het album Lordy op en dat is een album dat anders klinkt dan het album waarmee ik Houndmouth elf jaar geleden leerde kennen. Op Lordy heeft Matt Myers de Amerikaanse rootsmuziek weer volledig omarmd en dat levert een uitstekend album op. 

Werken met een topproducer als Brad Cook betekent een grotere kans op muzikanten van naam en faam in de studio en dat gaat ook op voor het nieuwe album van Houndmouth. Matt Myers en Brad Cook kregen in de studio in North Carolina immers gezelschap van onder andere Sam Beam (Iron & Wine), MJ Lenderman (Wednesday) en Brad Cook’s broer Phil. 

Lordy bevat een aantal vooral ingetogen maar soms ook wat uitbundigere rootssongs, maar het zijn songs die ook iets ruws hebben. Dat hoor je vooral wanneer het gitaarwerk wat steviger is, maar je hoort het ook continu in de stem van Matt Myers, die met veel gevoel zingt en beschikt over een karakteristieke stem. 

Ik heb Little Neon Limelight van Houndmouth ook weer eens opgezet en dat is door de harmonieën, het meer uitgesproken gitaarwerk en de grootser klinkende songs een flink ander album dan Lordy, maar Matt Myers heeft met Lordy wel een album gemaakt dat qua niveau niet onderdoet voor Little Neon Limelight uit 2015. Hopelijk weet het de weg naar liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek te vinden, want in die kringen zal het uitstekende Lordy absoluut in de smaak vallen. Erwin Zijleman

De muziek van Houndmouth is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse band: https://houndmouthmusics.bandcamp.com/album/lordy.


Lordy van Houndmouth is verkrijgbaar via de Mania webshop:



11 juli 2026

Review: Rolling Stones - Foreign Tongues

The Rolling Stones begonnen drie jaar geleden aan hun zoveelste jeugd met het verrassend goede album Hackney Diamonds en die jeugd duurt voort op het wederom zeer geïnspireerd klinkende en nog betere Foreign Tongues
In het voorjaar van 1962 werd in Londen een band geformeerd en die band is er nog steeds. De carrière van The Rolling Stones kent hoge pieken en ook de nodige dalen en leek lange tijd een beetje als een nachtkaars uit te gaan. De band dacht daar zelf anders over, want het bluesalbum Blue & Lonesome was een aangename verrassing en dat gold in nog sterkere mate voor Hackney Diamonds uit 2023. Dat dit album geen toevalstreffer was, is te horen op het deze week verschenen Foreign Tongues, dat vanaf de eerste noten overtuigt en dit blijft doen. Foreign Tongues klinkt in alle opzichten als een goed Rolling Stones album en het is er een die wat mij betreft best memorabel mag worden genoemd.



Tattoo You uit 1981 was 35 jaar lang het laatste echt memorabele album van (The) Rolling Stones, maar toen kwam in 2016 uit het niets Blue & Lonesome. Het met stokoude bluessongs gevulde album klonk energiek en geïnspireerd en liet horen dat het heilige vuur nog niet was gedoofd bij de legendarische Britse band. 

Het leek een mooi slottakkoord, maar drie jaar geleden verraste de band nogmaals met het onverwacht sterke Hackney Diamonds, dat liet horen dat Mick Jagger en Keith Richards ook nog altijd memorabele songs kunnen schrijven. Hackney Diamonds is niet te vergelijken met onbetwiste Stones-klassiekers als Beggars Banquet, Let It Bleed, Sticky Fingers en Exile on Main St., maar het album deed wat mij betreft niet onder voor een album als Tattoo You. 

Alle reden dus om met hoge verwachtingen uit te kijken naar het deze week verschenen Foreign Tongues. De band bestaat na de dood van drummer Charlie Watts uit Mick Jagger, Keith Richards en Ron Wood, maar kreeg in de studio gezelschap van flink wat gastmuzikanten, onder wie bassist Darryl Jones, die inmiddels al heel wat jaren op de albums van de band is te horen. Naast drummer Steve Jordan valt vooral de naam van levende legende Steve Winwood op, die tekent voor de keyboards op het album. Daarnaast zijn er gastbijdragen van onder andere Paul McCartney en Robert Smith, maar het is speuren naar hun bijdrage. 

De band koos na het succes van Hackney Diamonds wederom voor de gewilde Andrew Watt als producer en dat is wat mij betreft een prima keuze. Er is wel wat kritiek op de wat veilige producties van Andrew Watt, maar hij weet wel hoe een Rolling Stones album moet klinken en levert ook met Foreign Tongues vakwerk. 

Mick Jagger en Keith Richards zijn de 80 inmiddels gepasseerd en Ron Wood blijft niet ver achter, maar op Foreign Tongues klinken de drie als een stel jonge honden. Het is misschien nog wat te vroeg om Foreign Tongues goed te kunnen vergelijken met Hackney Diamonds, maar ik vind het nieuwe album vooralsnog zeker niet minder en vaak een stuk beter. 

Ook het nieuwe album biedt alles wat je van een goed Rolling Stones album verwacht. Er zijn een aantal lekker ruwe rocksongs, songs met een flinke dosis country en blues, een aantal memorabele popsongs en ook de falsetstem van Mick Jagger komt een keer voorbij. De eigen songs worden aangevuld met covers van You Know I'm No Good van Amy Winehouse en Beautiful Delilah van Chuck Berry en die klinken net zo geïnspireerd als de andere songs op het album. De kwaliteit van de songs liet op veel albums die de band na 1981 maakte flink te wensen over, maar Foreign Tongues laat horen dat Jagger en Richards het nog niet verleerd zijn. 

Op het podium was de laatste keer goed te horen dat de jaren beginnen te tellen voor de band, maar op Foreign Tongues klinkt het allemaal fantastisch. De zang van Mick Jagger is verrassend goed en ook het gitaarwerk van Keith Richards en Ron Wood laat nergens horen dat de vingers inmiddels wat stram zijn. Er is vast flink aan gesleuteld in de studio, maar dat is op albums van veel jongere muzikanten niet anders. 

Foreign Tongues klinkt 14 songs en ruim een uur lang als een heel goed Rolling Stones album en wat klinkt dat lekker. Hackney Diamonds werd drie jaar geleden gezien als een mooi slotakkoord van de legendarische band, maar Foreign Tongues doet er nog een schepje bovenop. Op naar het volgende album dan maar. Erwin Zijleman