Ik was zeer gecharmeerd van de eerste twee albums van de Britse muzikante Suki Waterhouse. Het zijn goed gemaakte popalbums, waarop ook voldoende invloeden uit de indiepop en indierock zijn te horen. Op haar derde album, het deze week verschenen Loveland, kiest Suki Waterhouse voor een ander geluid. Het wederom met meerdere topproducers gemaakte Loveland heeft zich wat steviger laten beïnvloeden door popmuziek uit het verleden en met name invloeden uit de jaren 70 klinken met enige regelmaat door. Het klinkt allemaal bijzonder lekker, maar net als op haar vorige albums laat Suki Waterhouse horen dat haar songs ook over inhoud en diepgang beschikken.
Suki Waterhouse is een succesvol model en ook als actrice heeft ze haar sporen inmiddels verdiend (onder andere met een prima rol in Daisy Jones & The Six). Toen ze ook nog eens muziek ging maken slepen de critici bij voorbaat de messen, maar Suki Waterhouse snoerde haar criticasters de mond met het uitstekende debuutalbum I Can't Let Go, dat in het voorjaar van 2022 verscheen.
Op haar door niemand minder dan Brad Cook geproduceerde debuutalbum liet de Britse muzikante horen dat ze uit de voeten kan met lekker in het gehoor liggende popsongs, maar I Can’t Let Go bleef ook niet ver verwijderd van de indiepop en indierock van dat moment. Dat ze nog meer in huis heeft liet Suki Waterhouse horen op het in de herfst van 2024 uitgebrachte Memoir of a Sparklemuffin, waarop ze nog wat makkelijker overtuigde als zangeres.
Voor het tweede album werd een blik aansprekende producers geopend, maar Memoir of a Sparklemuffin klonk zeker niet als een gepolijst popalbum, maar liet juist een nog wat duidelijkere voorliefde voor indiepop en met name indierock horen. Helaas moest Suki Waterhouse ook na de release van haar tweede album nog opboksen tegen vooroordelen, maar wat mij betreft schaarde ze zich met Memoir of a Sparklemuffin onder de smaakmakers binnen de indiepop en indierock van het moment.
De Britse muzikante, die inmiddels Los Angeles als thuisbasis heeft, komt deze week met haar derde album op de proppen en ook Loveland had weer niet veel tijd nodig om me te overtuigen. De Britse muzikante werkte op haar vorige album met meerdere producers en songwriters en dat heeft ze opnieuw gedaan. Persoonlijk heb ik geen voorkeur voor het werken met meerdere producers omdat het wel eens erg bonte lappendekens oplevert, maar de veelkleurige productie van Loveland zit me niet in de weg.
Suki Waterhouse werkte dit keer met Amy Allen, Joel Little en Dan Wilson en dat zijn allemaal producers die hun sporen hebben verdiend in de mainstream pop. Daar is ook The National's Aaron Dessner, die ook een deel van de productie van Loveland voor zijn rekening nam, soms niet vies van, maar ik sla hem net wat hoger aan.
Op basis van de keuze voor de producers had ik verwacht dat Loveland op zou schuiven richting de mainstream pop van nu, maar dat valt erg mee. De invloeden uit de indierock, die zijn te horen op I Can’t Let Go en Memoir of a Sparklemuffin, zijn nauwelijks meer te horen op Loveland en ook invloeden uit de indiepop hebben wat aan terrein verloren. Op Loveland kiest Suki Waterhouse voor de pop, maar het is vooral pop uit het verleden, met flink wat uitstapjes naar de singer-songwriter muziek uit het verleden.
Het klinkt direct vanaf de eerste noten aangenaam en bij vlagen echt onweerstaanbaar lekker, zeker als Suki Waterhouse een jaren 70 vibe omarmt en dat doet ze in een groot deel van de songs, maar Suki Waterhouse levert op Loveland ook kwaliteit en blijft niet hangen in nostalgie.
De zang van de Britse muzikante klinkt nog wat beter dan op de vorige albums en ook de songs spreken nog net wat meer aan. Er zijn vast nog steeds critici die niets van Suki Waterhouse moeten hebben, maar dat heeft inmiddels niets meer te maken met de kwaliteit van haar albums. Ik vind dit de perfecte soundtrack voor een heerlijke zomer. Erwin Zijleman
Loveland van Suki Waterhouse is verkrijgbaar via de Mania webshop:
