22 augustus 2026

Review: Westside Cowboy - It Goes On

De Britse band Westside Cowboy leverde ruim een half jaar geleden een opvallend goede EP af en laat op haar deze week verschenen debuutalbum It Goes On horen dat de hype die sindsdien is ontstaan volkomen terecht is.
Mijn muzikale radar is over het algemeen niet specifiek gericht op gitaarbands, maar als er iets bijzonders voorbij komt heeft het zeker mijn aandacht. De naam Westside Cowboy schreef ik begin dit jaar al eens op en nu is er het debuutalbum van de band, die zeker niet te klagen heeft over aandacht. Die aandacht is volkomen terecht, want It Goes On is een uitstekend album geworden. Westside Cowboy begint bij The Velvet Underground maar sleept er vervolgens een aantal decennia gitaarbands bij en voegt ook nog wat folk en country toe. Het geluid van de band is lekker energiek en valt op door de vaak meerstemmige zang en de stuwende ritmesectie, die het gitaargeluid van de band een extra impuls geven. Wat een heerlijk debuutalbum.



Helemaal aan het begin van dit jaar werd mijn aandacht getrokken door de EP So Much Country 'Till We Get There van de Britse band Westside Cowboy. De songs op deze 14 minuten durende EP waren niet allemaal even sterk, maar met name de openingstrack Strange Taxidermy vond ik behoorlijk indrukwekkend en maakte me nieuwsgierig naar de volgende verrichtingen van de band uit Manchester. 

Strange Taxidermy zou met een beetje fantasie van de hand van een band als Lankum of ØXN kunnen zijn, maar Westside Cowboy kon op de EP ook uit de voeten met country of met de erfenis van Britse en Amerikaanse gitaarbands uit de jaren 60, 70, 80 en 90. So Much Country 'Till We Get There trok een paar maanden geleden meer aandacht, waardoor de band mocht openen tijdens de tour van het als een komeet omhoog geschoten Geese. 

De afgelopen weken werd het vuurtje rond de band weer wat verder aangewakkerd, waardoor een bescheiden hype is ontstaan rond de release van het debuutalbum van Westside Cowboy. Die hype is volkomen terecht, want It Goes On is een album dat de hooggespannen verwachtingen wat mij betreft makkelijk waarmaakt. De band uit Manchester omschrijft haar muziek zelf als Britainicana en dat doet recht aan het verwerken van zowel Britse als Amerikaanse invloeden in de songs op het album.

It Goes On is een album dat invloeden bevat van allerlei bands uit het verleden, maar de muziek van de Britse band doet me het vaakst denken aan The Velvet Underground. Dat is een band die de afgelopen decennia wel vaker een belangrijke inspiratiebron was, maar Westside Cowboy slaagt er wat mij betreft in om een eigen draai te geven aan de inspiratie uit het verleden. De albumtitel It Goes On zou overigens zomaar een verwijzing kunnen zijn naar het album What Goes On van The Velvet Underground. 

It Goes On verwerkt subtiel invloeden uit de countrymuziek, maar refereert ook aan de muziek van talloze leuke Britse gitaarbands en dat zijn er zo veel dat het noemen van namen niet eens zo makkelijk is. Ook een Amerikaanse gitaarband als Pavement is overigens relevant vergelijkingsmateriaal. 

Westside Cowboy grossiert in songs die lekker in het gehoor liggen, maar die ook eigenzinnig klinken en hier en daar ontsporen. Gitaren spelen een voorname rol in het geluid van de Britse band, maar ook de prominente rol voor de ritmesectie valt op. Deze ritmesectie stuwt het tempo vaak lekker op, waardoor er veel vaart in de muziek van Westside Cowboy zit, maar ook als er gas wordt teruggenomen zijn de bijdragen van bas en drums belangrijk. 

Het gitaarspel van de twee gitaristen van de band is voldoende veelkleurig om Westside Cowboy een veelzijdig geluid te geven en dat wordt versterkt door het feit dat alle leden van de band bijdragen aan de zang. Gitarist Reuben Haycock neemt meestal het voortouw in de zang, maar ook de prachtige bijdragen van Aoife Anson O’Connell mogen niet onvermeld blijven. 

In een paar songs op It Goes On klinkt Westside Cowboy als het zoveelste leuke gitaarbandje, maar de meeste songs laten een band horen die iets toevoegt aan alles dat er al is. Alles is ook nog eens vakkundig geproduceerd door Loren Humphrey, die ik eigenlijk alleen ken als een van de vele producers van Blue Banisters van Lana del Rey, maar laat horen dat hij ook wel raad weet met een gitaarband. Een gitaarband die wel eens heel groot kan gaan worden. Erwin Zijleman

De muziek van Westside Cowboy is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Britse band: https://westsidecowboy.bandcamp.com/album/it-goes-on.


It Goes On van Westside Cowboy is verkrijgbaar via de Mania webshop:



21 augustus 2026

Review: Grace Cummings - Bloodhorse!

Het is misschien even wennen aan het imposante stemgeluid van Grace Cummings en de volle productie, maar na enige gewenning heeft ook het deze week verschenen album Bloodhorse! weer heel veel te bieden.
Grace Cummings laat er vanaf de eerste noten van haar vierde album geen gras over groeien. De muziek klinkt vol, de productie is uitbundig en de stem van de Australische muzikante knalt weer uit de speakers. Het lijkt overdadig, maar de songs op Bloodhorse! zitten knap in elkaar en naast bombast is er ook ruimte voor subtielere klanken. Bloodhorse! is een album dat je wat vaker moet horen, maar als alles op zijn plek valt is er veel te ontdekken op het album. Vergeleken met de vorige albums van Grace Cummings is Bloodhorse wat veelzijdiger en ook complexer, maar de zang vind ik net wat toegankelijker klinken. Het levert wederom een album met een uniek eigen geluid op.



De Australische muzikante Grace Cummings bracht de afgelopen jaren met Refuge Cove (2019), Storm Queen (2022) en Ramona (2024) drie bijzondere albums uit. Het zijn albums die me in muzikaal opzicht onmiddellijk wisten te overtuigen en ook van de songs was ik onmiddellijk onder de indruk, maar ik moest wel wennen aan de stem van de muzikante uit Melbourne. 

Haar tweede album Storm Queen had wat dat betreft een toepasselijke titel, want de imposante stem van Grace Cummings komt af en toe met orkaankracht uit de speakers en ook als ze behoorlijk ingetogen zingt is haar stem opvallend krachtig. Toen ik eenmaal gewend was aan de bijzondere stem van Grace Cummings en haar al even bijzondere manier van zingen, wist ze me ook snel te overtuigen met haar stem en omarmde ik Refuge Cove, Storm Queen en Ramona. 

De Australische muzikante heeft deze week haar vierde album uitgebracht en ook Bloodhorse! is weer een heftig album. Ik wist na drie albums natuurlijk wat ik kon verwachten, maar toch was het weer even wennen aan de krachtige stem van Grace Cummings. 

Het is een stem die in de openingstrack wordt gecombineerd met behoorlijk zwaar aangezette muziek, wat de song nog wat imposanter maakt. Grace Cummings was nooit vies van bombastische klanken, maar ze begint haar album bijna pompeus met bakken vol strijkers en blazers (al dan niet van synths), zwaar aangezette baslijnen en stevige drums en gitaren. 

De meeste muzikanten zouden niet wegkomen met dit soort klanken, al is het maar omdat hun stem zou verzuipen in de muur van geluid, maar de imposante strot van Grace Cummings kan het aan. Ik hou normaal gesproken niet zo van rijk georkestreerde albums die vol gaan voor het bombast en drama, maar het past bij de stem van Grace Cummings. 

Bloodhorse! weet steeds de aandacht te trekken met bijzondere muziek, de ene keer met zwaar aangezette ritmes en elektronica, de andere keer met fraaie pianoklanken en heel veel strijkers. Het is muziek die je even moet laten landen, maar inmiddels vind ik Bloodhorse! in muzikaal opzicht een fantastisch album. 

Dat het ondanks de muzikale overdaad zo fantastisch klinkt is de verdienste van producer Jonathan Wilson, die ook het vorige album van Grace Cummings produceerde en inmiddels een indrukwekkende staat van dienst heeft als producer (Father John Misty, Angel Olsen, Margo Price), al ben ik de uitstekende albums die hij zelf maakte ook niet vergeten. 

Het knappe van de productie van het in de studio van Jonathan Wilson in Topanga, California, opgenomen Bloodhorse! is dat het album ondanks het volle geluid makkelijk schakelt tussen bombast en stilte, wat het album voorziet van een bijzondere dynamiek. De zang van Grace Cummings is nog altijd bijzonder, maar ze weet veel beter te doseren met de kracht in haar stem, waardoor ik de zang op Bloodhorse! mooier en toegankelijker vind dan de zang op haar vorige albums. 

De Australische muzikante valt ook op haar nieuwe album weer op met haar bijzondere en vaak persoonlijke en donkere teksten, maar wat ook opvalt is de grote variëteit op het album, dat niet zo makkelijk in een hokje is te duwen. Iedereen die de muziek van Grace Cummings kent, zal ook met Bloodhorse! uit de voeten kunnen. Iedereen die haar muziek niet kent adviseer ik om niet te snel te oordelen. Erwin Zijleman

De muziek van Gracce Cummings is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Australische muzikante: https://gracecummings.bandcamp.com/album/bloodhorse.


Bloodhorse! van Grace Cummings is verkrijgbaar via de Mania webshop:



Review: Laura Veirs - Temple Songs

Ik raakte zo langzamerhand wat uitgekeken op de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter Laura Veirs, maar met haar geïnspireerd klinkende nieuwe album Temple Songs weet ze me toch weer te verrassen.
Laura Veirs kon lang rekenen op de diensten van topproducer Tucker Martine, maar het einde van hun huwelijk maakte ook een einde aan de geslaagde samenwerking. Sindsdien doet Laura Veirs alles in haar eentje en dat is moedig, maar niet altijd verstandig. Dat het ook goed kan uitpakken is te horen op haar deze week verschenen nieuwe album Temple Songs. Het is vaak een wat sober album met de folksongs die we van Laura Veirs kennen, maar het album vliegt ook subtiel en soms minder subtiel uit de bocht, wat Temple Songs interessanter maakt dan de vorige albums van de Amerikaanse muzikante. Ik had het niet verwacht, maar Temple Songs is een mooi en interessant album.



Bij Laura Veirs denk ik in eerste instantie aan haar in 2001 verschenen tweede album The Triumphs & Travails of Orphan Mae. Ik vind het nog altijd het met afstand beste album van de Amerikaanse muzikante, maar het blijft ook een wat atypisch album in het inmiddels behoorlijk uitgedijde oeuvre van Laura Veirs. 

The Triumphs & Travails of Orphan Mae springt er voor mij duidelijk bovenuit in dit oeuvre, maar dat betekent zeker niet dat de andere albums van de muzikante uit Portland, Oregon, tegenvallen. Ik koester meerdere albums van Laura Veirs, waaronder zeker Carbon Glacier uit 2004, Year of Meteors uit 2005 en het breakup album My Echo uit 2020 en eigenlijk vind ik bijna alle albums die ze tot nu toe maakte op zijn minst goed. 

Toch raakte ik de afgelopen jaren steeds meer uitgekeken op haar muziek en het in 2023 verschenen Phone Organs heb ik niet eens meer besproken op De Krenten uit de Pop en daar vind ik nog steeds veel voor te zeggen. Het deze week verschenen Temple Songs stond daarom niet hoog op mijn lijstje, maar gezien het verleden van Laura Veirs kon ik het album natuurlijk niet onbeluisterd laten. 

Na het typen van de bovenstaande tekst heb ik weer eens geluisterd naar The Triumphs & Travails of Orphan Mae, want ik had het album al een tijd niet meer gehoord en was bang dat ik het album ten onrechte een mythische status had gegeven. Dat bleek niet het geval, want The Triumphs & Travails of Orphan Mae is nog altijd een fantastisch album, waarop Laura Veirs wat ruwer klinkt en durft te experimenteren. 

Ik moet eerlijk toegeven dat ik Temple Songs, na de wederom verpletterende ervaring met het 25 jaar oude album, in eerste instantie wat vond tegenvallen, want ook het nieuwe album klinkt, vergeleken met The Triumphs & Travails of Orphan Mae, wat gezapig. Dat is een relatief begrip, want hoewel het tempo laag ligt op het album en zowel de muziek als de zang over het algemeen genomen ingetogen klinken, gebeurt er op Temple Songs genoeg. 

Laura Veirs werkte op de meeste van haar albums met producer en echtgenoot Tucker Martine, maar sinds hun huwelijk op de klippen liep, maakt ze haar albums grotendeels alleen. Ook Temple Songs produceerde ze weer zelf en het is een behoorlijk sober album geworden. 

Laura Veirs nam haar nieuwe album op in de studio in haar achtertuin en had in de basis genoeg aan haar gitaren en haar stem. Het album werd opgenomen met relatief eenvoudige apparatuur (twee microfoons en een laptop), maar dat hoor je er niet aan af, mede omdat de gelouterde Phil Weinrobe tekende voor de mix. 

Temple Songs bevat veel relatief sobere folksongs, maar een enkele keer gaat Laura Veirs ook flink los, zoals in het bijzondere Pulse, waarin een scheurende saxofoon opduikt en de muziek van de Amerikaanse muzikante opeens verrassend jazzy klinkt. Zeker als je Temple Songs meerdere keren hebt beluisterd, hoor je dat er veel extra’s zijn toegevoegd aan het geluid, waarbij Laura Veirs niet bang is om ruw en experimenteel te klinken. 

Het is nog geen The Triumphs & Travails of Orphan Mae, maar ik vind Temple Songs wel een van de betere albums van Laura Veirs, mede omdat ze zacht, maar echt heel mooi zingt en vaker buiten de lijntjes kleurt dan je op het eerste gehoor zou denken. Laura Veirs weet na al die jaren en zo veel albums toch weer te verrassen en dat is knap. Erwin Zijleman

De muziek van Laura Veirs is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://lauraveirs.bandcamp.com/album/temple-songs.


Temple Songs van Laura Veirs is verkrijgbaar via de Mania webshop:



20 augustus 2026

Review: Reb Fountain - Water for Gasoline

Ik weet inmiddels een jaar of zes dat de Nieuw-Zeelandse muzikante Reb Fountain bijzonder mooie albums maakt, maar met haar nieuwe album Water for Gasoline grijpt ze me nog net wat steviger bij de strot met haar geweldige stem.
Het vorige album van Reb Fountain is pas ruim een jaar oud, maar deze week verschijnt er alweer een nieuw album van de muzikante uit Auckland. Je hoort mij er niet over klagen, want Reb Fountain staat garant voor kwaliteit. Het in haar garage opgenomen Water for Gasoline klinkt net wat intiemer dan haar vorige albums, maar ook dit keer is de muziek zeer sfeervol. Het past prachtig bij de stem van Reb Fountain, die ik reken tot mijn favoriete zangeressen. De Nieuw-Zeelandse muzikante zingt op haar nieuwe album echt prachtig en voorziet de al trefzekere songs op het album van wat extra zeggingskracht en gevoel. Muziek uit Nieuw-Zeeland krijgt hier niet altijd de aandacht die het verdient, maar dit album zou ik zeker niet laten liggen.



Ik ontdekte de Nieuw-Zeelandse muzikante Reb Fountain in 2020 toen ze een titelloos album uitbracht. Het bleek niet het debuutalbum van de muzikante uit Auckland, want ze bracht tussen 2006 en 2017 al drie albums uit. Het album uit 2020 was wel het eerste album op het roemruchte label Flying Nun Records, dat me, samen met de nieuwsbrief van Flying Out Records, op het spoor zette van de muziek van Reb Fountain. 

Het titelloze album van de Nieuw-Zeelandse muzikante, die overigens werd geboren in de Verenigde Staten, maakte op mij een verpletterende indruk en verdiende uiteindelijk een plek in mijn jaarlijst. Ook IRIS uit 2021 en het vorig jaar uitgebrachte How Love Bends vond ik goed genoeg voor mijn jaarlijst, waardoor Reb Fountain voor mij inmiddels een vaste waarde is. Ik was dan ook zeer aangenaam verrast toen ik haar naam, verrassend snel na de release van haar vorige album, zag opduiken in de lijsten met de nieuwe albums van deze week. 

Wanneer ik kijk naar mijn jaarlijsten over 2020, 2021 en 2025 valt op dat de albums van Reb Fountain genoegen moeten nemen met bescheiden posities in deze lijsten, terwijl ik Reb Fountain, IRIS en How Love Bends inmiddels veel hoger inschat. Ik heb de afgelopen week alle drie de albums nog eens beluisterd en vond ze nog veel mooier dan in mijn beleving. 

Ook het deze week verschenen Water for Gasoline zal waarschijnlijk nog even moeten rijpen, maar ook bij eerste beluistering van het album imponeerde Reb Fountain onmiddellijk. Iedereen die de vorige albums van Reb Fountain kent, weet dat ze beschikt over een geweldige stem. Het is een mooie en warme stem, maar het is ook een stem vol gevoel en zeggingskracht, die de teksten van de songs voorziet van veel urgentie. Net als bijvoorbeeld Patti Smith beschikt Reb Fountain over het vermogen om haar songs via de zang te voorzien van heel veel lading, waardoor ook Water for Gasoline zich weer genadeloos opdringt. 

In muzikaal opzicht ligt het nieuwe album van de muzikante uit Auckland in het verlengde van haar vorige albums. Ook op Water for Gasoline staat de muziek in dienst van de geweldige stem van Reb Fountain, maar ook dit keer zijn de klanken die haar stem omringen zeer smaakvol en sfeervol. Het grotendeels organisch klinkende geluid is warm en bevat zowel flarden uit het verleden als invloeden van het moment. 

De muziek van Reb Fountain bevat flink wat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, maar ook invloeden uit de Amerikaanse folk uit de jaren 60 en 70, variërend van de Laurel Canyon folk tot de psychedelische folk die in San Francisco werd gemaakt, spelen een rol op het album. In mijn recensie van het titelloze album uit 2020 noemde ik de naam van Patti Smith en dat is een naam die bij beluistering van Water for Gasoline regelmatig opkomt, vooral vanwege de sfeer op het album en de urgentie van de songs. 

Ik was altijd al onder de indruk van de stem van Reb Fountain, maar op haar nieuwe album vind ik de zang nog wat mooier. De stem van de Nieuw-Zeelandse muzikante komt nog wat harder binnen en is op hetzelfde moment betoverend mooi. De vorige albums van Reb Fountain waren stuk voor stuk prachtig en Water for Gasoline doet er zeker niet voor onder. Integendeel zelfs. 

Absoluut jaarlijstjesmateriaal, maar het zou me niet verbazen als dit album wat hoger in de lijst gaat opduiken. De Nieuw-Zeelandse muziekscene heeft veel te bieden en Reb Fountain is absoluut een van de smaakmakers. Ga dat horen! Erwin Zijleman

De muziek van Reb Fountain is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Nieuw-Zeelandse muzikante: https://rebfountain.bandcamp.com/album/water-for-gasoline.



19 augustus 2026

Review: Johanna Samuels - Sorry, Kid

Johanna Samuels is nog niet heel bekend, maar de muzikante uit Los Angeles leverde de afgelopen jaren al twee uitstekende albums af, die deze week worden overtroffen door het in alle opzichten prachtige nieuwe album Sorry, Kid.
De Amerikaanse muzikante Johanna Samuels is niet vies van flink wat melancholie in haar songs, maar laat haar nieuwe album Sorry, Kid uit de speakers komen en de donkere wolken van het moment maken onmiddellijk plaats voor uitbundige zonnestralen. Die zonnestralen komen van de fraaie klanken op het album, die vakkundig zijn vastgelegd door producer Jonathan Rado. Het zijn klanken vol referenties naar muziek uit een ver verleden, maar het nieuwe album van Johanna Samuels klinkt ook fris en eigentijds. De muzikante uit Los Angeles is een uitstekende songwriter, maar ze overtuigt ook op haar nieuwe album weer als zangeres. Johanna Samuels is nog niet heel bekend, maar is op Sorry, Kid echt heel erg goed.



De Amerikaanse muzikante Johanna Samuels debuteerde in 2021 met het album Excelsior!, dat volgde op twee hele aardige EP’s. De EP’s hadden me zeker nieuwsgierig gemaakt naar het debuutalbum van de muzikante uit Los Angeles, maar Excelsior! overtrof mijn verwachtingen ruimschoots. 

Johanna Samuels combineert op haar eerste album invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek met zonnige en wat psychedelische Californische pop en dat klinkt bijzonder aangenaam. Excelsior! bevat bovendien sterke en fraai melancholische songs, is zeer smaakvol ingekleurd en prachtig geproduceerd door Sam Evian en Johanna Samuels beschikt ook nog eens over een mooie en karakteristieke stem. 

Na haar memorabele debuutalbum werd Johanna Samuels opnieuw geplaagd door de lockdowns van de coronapandemie, die een vliegende start van haar carrière wederom in de weg zaten. Desondanks was ook het in 2023 verschenen en door niemand minder dan Josh Kaufman geproduceerde Bystander een sterk album. Ook op haar tweede album combineert de Amerikaanse muzikante op bijzondere wijze behoorlijk melancholische songs met verrassend zonnige klanken, waarin wederom echo’s uit de psychedelische Californische pop van weleer te horen zijn. 

Drie jaar na Bystander is deze week het derde album van Johanna Samuels verschenen en na twee albums die overliepen van de belofte, laat de muzikante uit Los Angeles op haar nieuwe album horen dat ze de belofte inmiddels ver voorbij is. Na Sam Evian en Josh Kaufman wist Johanna Samuels wederom een vooraanstaande producer te strikken, want Sorry, Kid is geproduceerd door de onder andere van Weyes Blood, Father John Misty, The Lemon Twigs en zijn eigen band Foxygen bekende Jonathan Rado. 

Ook op Sorry, Kid laat de muzikante uit Los Angeles de inmiddels van haar bekende mix van invloeden horen, maar ze heeft haar geluid wel verder geperfectioneerd. Dat deed ze deels in de studio waar Elliott Smith, een van haar muzikale helden, zijn muziek opnam. Ook Sorry, Kid laat direct vanaf de eerste noten echo’s uit een ver verleden horen en het zijn wederom fraaie echo's. 

In de openingstrack hoor ik Beatlesque arrangementen en ook gitaarwerk dat herinnert aan de fameuze Britse band, maar in de meeste tracks die volgen is het vizier weer gericht op de thuisbasis van Johanna Samuels en klinken met enige regelmaat invloeden van The Beach Boys door. Ook op Sorry, Kid worden zonnige en psychedelische Californische klanken uit het verleden gecombineerd met invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek van het moment, met hier en daar uitstapjes richting indierock. 

In muzikaal en productioneel opzicht klinkt het allemaal nog net wat mooier en interessanter dan op de eerste twee albums en ook de stem van Johanna Samuels spreekt me nog net wat meer aan. Het is een stem die de persoonlijke songs op het album met veel gevoel en zeggingskracht vertolkt en bijdraagt aan het karakteristieke geluid van de Amerikaanse muzikante. 

Johanna Samuels is bij het grote publiek nog behoorlijk onbekend, maar uit de producers die ze weet te strikken blijkt dat ze in de muziekscene van Los Angeles zeer wordt gewaardeerd, hetgeen verder wordt onderstreept door de gastbijdragen van onder andere Erin Rae, Madison Cunningham en Tyler Ballgame, die Sorry, Kid nog wat mooier maken. 

Ik heb wel wat met de eerste twee albums van Johanna Samuels, die ik nog met enige regelmaat beluister, maar met het in alle opzichten even indrukwekkende als prachtige Sorry, Kid zet ze wat mij betreft een reuzenstap. Erwin Zijleman

De muziek van Johanna Samuels is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://johannasamuels.bandcamp.com/album/sorry-kid.


Sorry, Kid van Johanna Samuels is verkrijgbaar via de Mania webshop:



Review: Bronwyn - Rattlin' Bones

Liefhebbers van traditioneel klinkende bluegrass vol muzikaal vuurwerk zijn bij Bronwyn aan het juiste adres, maar de Amerikaanse muzikante slaat ook bruggen naar andere genres en overtuigt makkelijk met haar stem en songs.
Bluegrass albums laat ik meestal links liggen, maar ik had wel wat met het vorige album van Bronwyn Keith-Hynes, waarop zeer aansprekende songs waren te vinden. De muzikante uit Nashville heeft haar achternaam inmiddels laten vallen, maar gaat op Rattlin' Bones verder waar haar vorige album ophield. Het is wederom een album met heel veel invloeden uit de bluegrass, maar ook liefhebbers van omliggende genres kunnen waarschijnlijk wel uit de voeten met dit album, waarop Bronwyn Keith-Hynes indruk maakt als zangeres en songwriter. Een aantal gelouterde snarenwonders doen de rest op dit ook in muzikaal opzicht hoogstaande album.



Ik ben geen groot liefhebber van traditionele bluegrass, maar zo af en toe zit er een album in het genre tussen dat ik wel kan waarderen. Zo was ik in het voorjaar van 2024 zeer te spreken over I Built A World van de Amerikaanse muzikante Bronwyn Keith-Hynes. De muzikante uit Nashville, Tennessee, liet op haar debuutalbum Fiddler's Pastime vooral horen dat ze een geweldige violiste is, maar op I Built A World hoorde ik ook een hele mooie stem en een serie aansprekende songs. 

Ook op haar tweede album maakt Bronwyn Keith-Hynes onmiskenbaar bluegrass en het is bluegrass die diep is geworteld in de tradities van het genre, maar het is het soort bluegrass album dat ook bij liefhebbers van folk en country in de smaak kan vallen en dus ook bij mij. Ik heb nog altijd een enorm zwak voor de zang van Bronwyn Keith-Hynes op het album, maar ook meerdere songs op I Built A World zijn me inmiddels dierbaar. 

Bronwyn Keith-Hynes laat haar geweldige vioolspel onder andere horen in de band van de inmiddels tot een ster uitgegroeide Molly Tuttle, maar op haar nieuwe album manifesteert ze zich vooral als singer-songwriter. Rattlin' Bones is uitgebracht onder de naam Bronwyn, wat een nieuwe start suggereert, maar het album ligt voor een belangrijk deel in het verlengde van de uitstekende voorganger. 

Ook op Rattlin' Bones maakt Bronwyn muziek met veel ingrediënten uit de traditionele bluegrass. Het betekent dat snareninstrumenten domineren in de muziek op het album en dat de nodige snelheidsrecords worden gebroken in het snarenwerk. Het vioolspel van Bronwyn Keith-Hynes speelt een voorname rol op het album, maar de bijdragen van dobro, mandoline, gitaar en banjo zijn minstens even belangrijk en even virtuoos. 

Toch is Rattlin' Bones zeker geen bluegrass album waarop alles draait om muzikaal vuurwerk. Er wordt echt fantastisch gespeeld door de gelouterde muzikanten op het album en het tempo ligt hoog, maar net als en misschien zelfs nog wel meer dan op I Built A World staan de songs centraal. 

Het zijn songs waarin Bronwyn Keith-Hynes wederom laat horen dat ze een uitstekende zangeres is. Haar stem deed me op het vorige album afwisselend denken aan Alison Krauss en Gillian Welch en dat zijn twee namen die ook opkomen bij beluistering van Rattlin' Bones, waarop ik de zang zelfs nog wat mooier vind. 

Het biedt ook in muzikaal opzicht relevant vergelijkingsmateriaal, want de Appalachen folk van Gillian Welch en de bluegrass van Bronwyn liggen soms dicht bij elkaar en ook Alison Krauss zoekt de grenzen van de bluegrass graag op. 

Rattlin' Bones bevat een aantal tracks die voor 100% in het hokje bluegrass passen, maar het album schuift ook een enkele keer op richting folk en country, wat het album interessant maakt voor een bredere groep liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek. Ik moest het album zelf vooral een paar keer horen om gewend te raken aan de wat traditionele klanken op het album, maar vervolgens hoorde ik alleen maar veel moois in de songs, in de muziek en in de zang op het nieuwe album van Bronwyn. 

Rattlin' Bones ligt zoals gezegd in het verlengde van het vorige album van Bronwyn, maar de Amerikaanse muzikante is wel gegroeid door het spelen in de band van Molly Tuttle en het touren na haar vorige album. Ik zou me zeker niet laten afschrikken door het etiket bluegrass, want Rattlin' Bones is een prima rootsalbum. Erwin Zijleman


18 augustus 2026

Review: Ashley Cooke - ashley cooke

Ashley Cooke schaarde zich drie jaar geleden met haar album shot in the dark tussen de grote beloften van de Nashville countrypop en maakt de belofte volledig waar op haar deze week verschenen titelloze album.
Megan Moroney groeide de afgelopen jaren uit tot mijn favoriete countrypopzangeres, maar in haar kielzog verschenen een heleboel prima volgelingen. Ashley Cooke is er een van en levert deze week met haar nieuwe album een album af dat mee kan met het beste dat de countrypop in 2026 te bieden heeft. De muzikante uit Nashville beschikt over een stem die het geweldig doet in het genre, maar ook haar songs en veelzijdigheid dragen stevig bij aan de kwaliteit van haar nieuwe album. Eind vorig jaar bracht ze met Ace nog een geweldig mini-album uit, maar op haar nieuwe album legt Ashley Cooke de lat nog net wat hoger en komt ze heel dicht in de buurt van bijvoorbeeld Megan Moroney.



Er zijn op het moment wel heel countrypopzangeressen, maar Ashley Cooke viel me in 2022 op met haar debuutalbum of eigenlijk mini-album Already Drank That Beer. De Amerikaanse muzikante wist zich wat mij te onderscheiden met haar stem en met haar muziek, waarin country en pop op een goede wijze in balans waren, De wat clichématige teksten deden hier niets aan af. 

Het in 2023 verschenen shot in the dark vond ik nog een stuk beter en met haar eerste volwaardige album schaarde Ashley Cooke zich wat mij betreft onder de grote beloften van de countrypop, samen met onder andere Megan Moroney, die inmiddels moet worden gerekend tot een van de smaakmakers en sterren in het genre. 

Eind vorig jaar liet Ashley Cooke weer van zich horen met het album Ace, al was dat met negen tracks en bijna 27 minuten muziek eigenlijk meer een mini-album. Mini-album of niet, met Ace maakte de Amerikaanse muzikante wat mij betreft wel indruk en liet zo horen dat het geweldige shot in the dark geen toevalstreffer was. 

In muzikaal opzicht lag Ace in het verlengde van shot in the dark, maar in tekstueel opzicht was Ashley Cooke duidelijk gegroeid, hierbij gevoed door de nodige misère in haar familie en haar persoonlijke leven. Ruim een half jaar na Ace is Ashley Cooke terug met een nieuw album, dat geen titel heeft meegekregen buiten haar naam in kleine letters. 

Na het wat korte Ace heeft de muzikante uit Nashville, Tennessee, met ashley cooke weer een volwaardig album afgeleverd met 15 tracks en een kleine 50 minuten muziek. Het is een behoorlijk ambitieus album geworden, waarmee de Amerikaanse muzikante zich zomaar zou kunnen scharen tussen de groten binnen de countrypop van het moment. 

Ook ashley cooke is een album dat het etiket countrypop verdient en Ashley Cooke maakt nog altijd countrypop met een flinke dosis pop, maar nog net wat meer invloeden uit de countrymuziek. In een aantal songs kruipt het nieuwe album van Ashley Cooke dicht tegen de muziek van Megan Moroney aan en dat vind ik persoonlijk geen probleem, maar de muzikante uit Nashville heeft ook een veelzijdig album gemaakt. 

Het is een album dat deels is gevuld met lekker in het gehoor liggende countrypop, maar er zijn ook een aantal wat intiemere songs, die dichter tegen de wat traditionelere Amerikaanse rootsmuziek aan zitten. In een track als high school sweetheart hoor ik opeens heel veel raakvlekken met de muziek van Kacey Musgraves en zelfs zoveel dat ik even het idee had dat Ashley Cooke had gekozen voor de samenwerking met producers Daniel Tashian en Ian Fitchuk, wat overigens niet het geval is. 

Het album schuift hier en daar ook op richting de countrypop die in de jaren 90 werd uitgevonden door Shania Twain, maar het grootste deel van de tijd hoor ik de lekker vol geproduceerde countrypop die momenteel populair is in Nashville. Het is een genre waarin de concurrentie momenteel enorm is, maar Ashley Cooke beschikt over de perfecte stem voor dit soort muziek en blinkt uit met haar songs. 

Ik vind de meer ingetogen songs op ashley cooke het mooist, maar ook als ze een flinke draai geeft aan de slinger met popinvloeden of kiest voor een net wat steviger gitaargeluid overtuigt Ashley Cooke mij makkelijk. De groten in het genre hebben er met Ashley Cooke een serieuze concurrent bij. Erwin Zijleman


17 augustus 2026

Review: Avi Engel - Seedhead

Iedereen die de muziek van Avi Engel (vroeger Clara Engel) kent, weet dat de muziek van de Canadese muzikant totaal anders klinkt dan andere muziek en dat is ook weer het geval op het deze week verschenen album Seedhead.
Op de bandcamp pagina van Avi Engel is inmiddels een enorme hoeveelheid muziek te vinden. Het is bijzonder hoe de Canadese muzikant er steeds weer in slaagt om de middelen te vinden om albums uit te brengen en het zijn albums die alleen maar mooier worden. Het vorig jaar verschenen album Mote reken ik tot de beste albums van Avi Engel, maar het deze week verschenen Seedhead schat ik nog wat hoger in. Ook op Seedhead hoor je de bijzondere klanken die het unieke geluid van Avi Engel bepalen en dan is er ook nog de prachtige zang, die het beeldende en bezwerende effect van de muziek van de Canadese muzikant nog wat groter maakt. Wederom een uniek album van deze eigenzinnige muzikant uit Toronto.



De Amerikaanse muzikante Ani DiFranco baarde aan het begin van de jaren 90 opzien door volledig onafhankelijk van de machtige platenmaatschappijen haar muziek uit te brengen. De vele albums die Ani DiFranco maakte waren niet alleen erg goed en eigenzinnig, maar dwongen ook respect af omdat de muzikante uit New York en later New Orleans echt alles zelf deed, wat in die tijd zeker niet gebruikelijk was. 

Met de komst van het internet is het wel iets makkelijker geworden om als muzikant volledig onafhankelijk van platenmaatschappijen en streamingplatforms te opereren, maar eenvoudig is het nog steeds niet. De Canadese muzikant Avi Engel slaagt er inmiddels al wel ruim twintig jaar in, wat inmiddels een even omvangrijk als fascinerend oeuvre heeft opgeleverd. 

De albums van de muzikant uit Toronto werden in eerste instantie uitgebracht onder de naam Clara Engel, maar een paar jaar geleden besloot de Canadese muzikant om als non-binair persoon door het leven te gaan en werd Clara eerst Avi C. en later Avi Engel. Ik heb de afgelopen 15 jaar veel aandacht besteed aan de bijzondere muziek van Clara Engel en sinds ik Avi Engel op het netvlies heb kunnen ook de onder deze naam uitgebrachte albums op mijn sympathie en belangstelling rekenen. 

De albums van de muzikant uit Toronto waren in het verleden vaak behoorlijk sober en soms zeer experimenteel, maar op het vorig jaar verschenen album Mote klonk de muziek van Avi Engel, mede door het wat vollere geluid, verrassend toegankelijk maar nog altijd verre van alledaags. Mote had wat mij betreft veel meer aandacht verdiend dan het album heeft gekregen, maar iedere nieuwe liefhebber van de bijzondere muziek van Avi Engel is er één. 

In het verleden volgden de albums en EP’s elkaar soms in rap tempo op, maar voor het deze week verschenen Seedhead heeft Avi Engel net wat meer tijd genomen. Wat direct opvalt bij het beluisteren van Seedhead is dat het album echt fantastisch klinkt. Dat is een knappe prestatie, want het album is met bescheiden middelen opgenomen. 

De muziek op het album vult de hele ruimte en is zoals we van Avi Engel gewend zijn geen alledaagse muziek. Seedhead werd gemaakt met zeven gastmuzikanten, die allemaal hun eigen instrumenten toevoegen aan het fascinerende geluid op het album. Avi Engel maakte in het verleden vaak gebruik van bijzondere instrumenten uit alle windstreken, maar Seedhead is vooral gevuld met redelijk gangbare klanken, al is er nog altijd een prominente rol voor de bijzonder klinkende viersnarige gitaar. 

Seedhead opent wonderschoon met het acht minuten durende Gaia Makes Soup, waarin stemmige klanken breed uitwaaien en een hypnotiserende uitwerking hebben op de luisteraar, wat nog eens wordt versterkt door de langzame en bezwerende zang van Avi Engel, die op het nieuwe album prachtig en met veel gevoel zingt. 

Seedhead bevat acht tracks en ze zijn allemaal even mooi. De muziek van de Canadese muzikant is beeldend en door de repeterende gitaarakkoorden enigszins bedwelmend, maar de uit vele lagen bestaande muziek verdient het om tot in de kleinste details beluisterd te worden. 

Seedhead is een typisch Avi Engel album, maar van de vele albums die inmiddels zijn afgeleverd, vind ik dit nu al een van de mooiste en de meeste songs op het album moet ik nog wel een paar keer beluisteren voor ik de schoonheid volledig heb opgenomen. Ik zou iedereen adviseren om eens te luisteren naar de muziek van Avi Engel en Seedhead is een prima startpunt. Helemaal zonder risico is het niet, want als het bevalt ligt er een behoorlijk omvangrijk en echt prachtig oeuvre op je te wachten. Erwin Zijleman

De muziek van Avi Engel is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Canadese muzikant: https://aviengel.bandcamp.com/album/seedhead.


16 augustus 2026

Review - The Womack Sisters - The Womack Sisters

Het legendarische label Daptone Records verloor met de dood van Sharon Jones en Charles Bradley twee van haar boegbeelden, maar heeft met The Womack Sisters opnieuw een hele sterke troef in handen.
BG, Kucha en Zeimani Womack hebben een aantal legendarische soulmuzikanten in hun familie, maar een platencontract was zeker niet vanzelfsprekend voor de drie zussen. Dat is nauwelijks te begrijpen, want op het deze week verschenen debuutalbum van The Womack Sisters hoor je dat BG, Kucha en Zeimani Womack alle drie fantastisch kunnen zingen en elkaars stemmen kunnen versterken in prachtige harmonieën. Het zijn stemmen die het geweldig doen in een authentiek klinkend soulgeluid met echo’s uit de jaren 60 en 70 en daarvoor ben je bij het Daptone label aan het juiste adres. Er verschenen dit jaar al prima soulalbums, maar het debuutalbum van The Womack Sisters is ze makkelijk de baas.



Op zondagavond bespreek ik over het algemeen een wat ouder album, maar door het enorm grote aanbod van deze week geef ik de voorkeur aan een nieuw album. Het deze week verschenen debuutalbum van The Womack Sisters is overigens wel een album vol historie. 

Niemand minder dan de legendarische soulzanger Sam Cooke is de opa van BG, Kucha en Zeimani Womack, die samen The Womack Sisters vormen. Hun opa hebben ze nooit gekend, want die werd heel lang voor hun geboorte (in 1964) in een motel in Los Angeles vermoord. Ook hun in 2014 overleden oom Bobby Womack timmerde decennia lang stevig aan de weg als soulzanger. 

Bobby Womack trouwde overigens na de dood van Sam Cooke met zijn weduwe, maar dat huwelijk liep op de klippen toen hij het aanlegde met haar tienerdochter Linda. Deze Linda trouwde later met Cecil, de broer van Bobby Womack en eerder getrouwd met soulzangeres Mary Wells, en ze kregen samen zeven kinderen, onder wie BG, Kucha en Zeimani. Linda en Cecil scoorden in 1988 overigens onder de naam Womack & Womack een enorme hit met de single Teardrops. 

BG, Kucha en Zeimani hebben een fascinerende familiegeschiedenis, maar ze hebben gelukkig ook de muzikale genen van hun roemruchte familieleden meegekregen. Het is te horen op het titelloze debuutalbum van The Womack Sisters, dat deze week is verschenen. 

Het titelloze debuutalbum van The Womack Sisters is een gloednieuw album, maar laat een geluid horen dat ook decennia oud zou kunnen zijn. Het is een geluid dat is geïnspireerd door de soulmuziek die aan het eind van de jaren 60 en aan het begin van de jaren 70 werd gemaakt door roemruchte labels als Motown en Stax. 

De zussen Womack hebben onderdak gevonden bij het Daptone label, dat vooral indruk maakte met de albums van Sharon Jones & The Dap-Kings en Charles Bradley, die de soulmuziek van weleer nieuw leven in bliezen op een aantal fantastische albums. De studio van het label en een aantal aan het label verbonden muzikanten speelden overigens ook een voorname rol bij het tot stand komen van het album Back to Black van Amy Winehouse. 

Het label heeft zich nu gelukkig ook ontfermd over BG, Kucha en Zeimani, op wie de meeste platenmaatschappijen niet zaten te wachten en dit ondanks hun afkomst. Daptone staat garant voor soulmuziek die klinkt zoals soulmuziek decennia geleden klonk en zo klinkt ook het debuutalbum van The Womack Sisters. Het album is voorzien van een gloedvol en veelzijdig soulgeluid dat soms is voorzien van flink wat strijkers, maar ook blazers of een orgeltje op de voorgrond kan zetten. 

Het is een soulgeluid dat uitstekend past bij de stemmen van de drie zussen Womack, die alle drie beschikken over een fantastische stem, maar nog meer imponeren met fraaie koortjes en harmonieën. De zussen Womack laten zich bovendien niet verleiden tot vocale acrobatiek, waardoor de zang op het album in alle songs raak is. 

Het klinkt, mede door de productie van Daptone oprichter Gabriel Roth (Bosco Mann), echt bijzonder lekker, zeker als de nostalgie ervan afdruipt en dat doet het het grootste deel van de tijd. In muzikaal, productioneel en vocaal opzicht klopt alles op dit fantastische soulalbum, maar ook de kwaliteit van de songs is hoog. Het zijn songs die niet hadden misstaan op de albums van grote soulmuzikanten uit het verleden. Het moet genoeg zeggen over de talenten van The Womack Sisters. Erwin Zijleman

De muziek van The Womack Sisters is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van het Amerikaanse drietal: https://thewomacksisters.bandcamp.com/album/the-womack-sisters.


The Womack Sisters van The Womack Sisters is verkrijgbaar via de Mania webshop:



Review - L'Rain - fata morgana

Ook op haar derde album maakt de Amerikaanse muzikante Taja Cheek onder de naam L’Rain ongrijpbare muziek, maar hoe vaker je naar de fascinerende songs op fata morgana luistert, hoe meer er op zijn plek valt.
Toen ik een paar jaar geleden voor het eerst kennis maakte met de muziek van L’Rain kon ik niet zo veel met de behoorlijk experimentele muziek van de New Yorkse muzikante Taja Cheek. Eenmaal gewend aan de bonte mix van invloeden en de bijzondere songstructuren hoorde ik echter steeds meer in de songs van L’Rain. Het deze week verschenen fata morgana is de opvolger van het drie jaar geleden verschenen I Killed Your Dog, dat net als voorganger Fatigue heel wat jaarlijstjes wist te bereiken. Taja Cheek heeft wederom een bijzonder album afgeleverd en het is een album dat is te beluisteren als een serie songs, maar dat wat mij betreft beter tot zijn recht komt als een lange en wederom bijzondere luistertrip.



Toen ik helemaal aan het eind van 2021 een enorme stapel jaarlijstjes bestudeerde, kwam ik opvallend vaak het album Fatigue van L’Rain tegen en dat zei me op dat moment echt helemaal niets. Dat de critici zo lovend waren over het album van de Amerikaanse muzikante Taja Cheek begreep ik na de eerste keer luisteren direct, maar het duurde vervolgens nog wel even voor ik ook zelf enthousiast werd over de muziek van L’Rain. 

De critici deden hun uiterste best om de muziek op Fatigue in een hokje te duwen, maar mij lukte het niet. Ik hoorde soul, gospel, jazz, psychedelica, avant-garde, elektronica en nog veel meer. In muzikaal opzicht gebeurt er echt van alles in de muziek van L’Rain, maar de muzikante uit Brooklyn, New York, beschikt ook nog eens over een fascinerende stem met veel soul. 

Toen in 2023 het derde album van L’Rain verscheen (in 2017 verscheen haar titelloze debuutalbum) wist ik wat ik ongeveer moest verwachten, maar de muziek van Taja Cheek bleef behoorlijk ongrijpbaar. I Killed Your Dog is misschien net iets toegankelijker dan Fatigue, maar toegankelijk is in het geval van L’Rain een zeer relatief begrip. Ik heb heel vaak naar het album moeten luisteren voor het begon te landen, maar uiteindelijk vond ik I Killed Your Dog een onbetwist jaarlijstjesalbum. 

Taja Cheek heeft deze week het vierde album van haar project L’Rain uitgebracht en ook fata morgana is weer een fascinerend album. Ook dit keer worden er vele pogingen gedaan om het album in een hokje te duwen, maar ik begin er niet eens aan. Op fata morgana verwerkt de Amerikaanse muzikante zeer uiteenlopende invloeden in haar muziek en al deze invloeden worden samengesmeed in een uniek geluid. 

fata morgana is op het eerste gehoor iets toegankelijker dan het nog altijd ongrijpbare Fatigue, maar het duurde bij mij toch weer even voordat alles op zijn plek viel. Delen van de muziek en zeker de stem van Taja Cheek verleiden makkelijk, maar de songs van L’Rain gaan zo veel kanten op dat je verkregen houvast ook snel weer kwijt bent. 

Dromerige klankentapijten spelen op de achtergrond een belangrijke rol op fata morgana, maar op de voorgrond gebeurt er zo veel dat het je met grote regelmaat duizelt, zeker wanneer het album heel af en toe explodeert, zoals in het tegendraadse soulles cycle. 

Het album bevat flarden van popsongs met een kop en een staart, maar fata morgana laat zich het best beluisteren als een bijna veertig minuten durende luistertrip. Het is weer een net wat andere luistertrip dan op de vorige twee albums, want naast alle al genoemde invloeden hoor ik dit keer ook meer invloeden uit de ambient, hiphop en triphop, om nog maar eens drie extra genres te noemen. 

fata morgana van L’Rain is in muzikaal en vocaal opzicht een fascinerend album, maar het door Taja Cheek, Ben Chapoteau-Katz en Andrew Lappin gemaakte album is ook een productioneel hoogstandje, waarop je steeds weer nieuwe dingen hoort. 

Ik heb lang niet altijd zin in de muziek van L’Rain en de songs van de muzikante uit Brooklyn komen ook niet op ieder moment tot zijn recht, maar als je er even voor gaat zitten en fata morgana van de eerste tot en met de laatste noot ondergaat kom je terecht in een bijzonder muzikaal universum, waarin het goed toeven is. fata morgana is het derde uitstekende album van L’Rain en het proberen zeker waard. Erwin Zijleman

De muziek van L'Rain is ook verkrijgbaar via de bancamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://lrain.bandcamp.com/album/fata-morgana.


fata morgana van L'Rain is verkrijgbaar via de Mania webshop:



15 augustus 2026

Review: Phoebe Bridgers - Lost Weekend

Phoebe Bridgers dook negen jaar geleden op met een uniek eigen geluid en dat geluid laat ze ook weer horen op haar deze week verschenen derde album Lost Weekend, dat vijftig minuten lang betovert en bedwelmt.
Het is bijna niet te geloven dat er zes jaar zijn verstreken sinds de release van Punisher, het tweede album van Phoebe Bridgers, en zelfs negen jaar sinds haar debuutalbum Stranger in the Alps verscheen. In die jaren is de Amerikaanse muzikante uitgegroeid tot een van de allergrootsten binnen de indiescene en op haar deze week verschenen derde album Lost Weekend laat Phoebe Bridgers horen dat dat niet voor niets is. Het is vanaf de eerste noten een typisch Phoebe Bridgers album, maar ze zet op subtiele wijze ook stappen in uiteenlopende richtingen, bijvoorbeeld in de arrangementen en in de teksten. Lost Weekend is heel goed, maar zal nog wel verder groeien de komende tijd, net als de vorige albums van Phoebe Bridgers dat deden.



Bijna negen jaar geleden schreef ik het volgende over Stranger in the Alps, het debuutalbum van Phoebe Bridgers: “Direct bij eerste beluistering werd ik gegrepen door de bijna desolate sfeer op Stranger in the Alps en onder de indruk van de ruwe schoonheid en enorme impact van de songs van Phoebe Bridgers. Luister naar Stranger in the Alps en je voelt de pijn van een jonge vrouw die een beroerde jeugd achter zich heeft gelaten, luister nog een paar keer en je hoort een plaat die overloopt van talent, zeggingskracht en bijzondere schoonheid. Phoebe Bridgers heeft een album gemaakt dat van alles met je doet. Het is een album dat vanwege alle melancholie en ellende pijn kan doen, maar het is ook een album dat betovert met songs die je voor altijd wilt koesteren.” 

Het zijn woorden waar ik nog steeds volledig achter sta. Stranger in the Alps hoort bij de mooiste albums die ik ken en ondanks het feit dat ik het album al heel vaak heb beluisterd, raakt het me iedere keer als ik het hoor weer diep, waardoor het debuutalbum van Phoebe Bridgers me steeds dierbaarder wordt. 

Ook na Stranger in the Alps maakte Phoebe Bridgers volop mooie muziek. Er was de samenwerking met Conor Oberst op het album van Better Oblivion Community Center uit 2019, er was in 2020 haar geweldige tweede album Punisher en er was natuurlijk het debuutalbum van boygenius in 2023. Allemaal prachtig, maar Stranger in the Alps steekt er voor mij nog altijd bovenuit. 

En nu is er dan, na zes jaar wachten, het derde soloalbum van Phoebe Bridgers, die inmiddels is uitgegroeid tot een van de grote sterren binnen de indiepop en indierock van het moment. Dat dit terecht is hoor je op haar nieuwe album Lost Weekend, dat zich niet zomaar laat vergelijken met haar debuutalbum, dat ze op jonge leeftijd maakte. 

Het betekent niet dat het geluid van Phoebe Bridgers volledig is veranderd sinds Stranger in the Alps. Ook op Lost Weekend zingt de Amerikaanse muzikante vooral fluisterzacht en haar songs hebben ook nog altijd een wat donkere sfeer die varieert van melancholisch tot desolaat. Lost Weekend is wel een stuk veelzijdiger dan het debuutalbum, want het kan dit keer meerdere kanten op.

Een aantal tracks op Lost Weekend is voorzien van behoorlijk uitbundige arrangementen, maar ik vind de muziek van Phoebe Bridgers nog altijd het mooist wanneer ze genoeg heeft aan een akoestische gitaar en wat wolken met atmosferische, donkere en soms unheimische klanken van synths en de strijkers van Rob Moose. Zeker in de meest ingetogen songs op Lost Weekend zingt Phoebe Bridgers fluisterzacht en dan vind ik ook haar stem op zijn mooist. 

Lost Weekend bevat zestien tracks en meer dan vijftig minuten muziek en in die vijftig minuten domineren de ingetogen songs. Het levert een groot deel van de tijd een intiem album op en dat is best bijzonder, zeker als je kijkt naar de enorm lange lijst met gastmuzikanten van naam en faam en de extra producers die zijn ingeschakeld voor het album, onder wie ook Jack Antonoff. 

De songs met wat zwaarder aangezette arrangementen en een wat voller en soms wat steviger geluid zijn zeker de moeite waard. In deze tracks laat Phoebe Bridgers horen dat ze meer in huis heeft dan het geluid dat we van haar kennen, maar persoonlijk ben ik juist gehecht aan dat geluid, waardoor ik bekend klinkende tracks op Lost Weekend het mooist vind.

Lost Weekend is een prachtig album, dat nog maar eens laat horen dat Phoebe Bridgers beschikt over een uniek eigen geluid en over het vermogen om songs te schrijven die betoveren, verwonderen en diep onder de huid kruipen. Net als de vorige albums van de Amerikaanse muzikante zal ook Lost Weekend nog moeten groeien, maar dat ik ook dit album ga koesteren, is zeker. 

Ik vind Lost Weekend minstens zo goed als Punisher en ook niet minder dan het album van boygenius en dus een meer dan uitstekend album, maar haar debuutalbum Stranger in the Alps blijft voor mij ook dit keer onaantastbaar. Dat gaat ook niet meer veranderen en dat is prima. Erwin Zijleman

De muziek van Phoebe Bridgers is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://phoebebridgers.bandcamp.com/album/lost-weekend.


Lost Weekend van Phoebe Bridgers is verkrijgbaar via de Mania webshop: