dinsdag 22 augustus 2017

Steven Wilson - To The Bone

De Britse muzikant Steven Wilson heeft de afgelopen vijfentwintig jaar gebouwd aan een zeer imposant oeuvre. 

Met Porcupine Tree maakte hij een stuk of vijftien platen, die in eerste instantie voortborduurden op de progrock uit de jaren 70, maar het genre vervolgens ook nadrukkelijk verrijkte met tal van invloeden uit omliggende genres. 

Dat deed Steven Wilson nog veel rigoureuzer met zijn andere band Blackfield, waarmee inmiddels vijf platen zijn gemaakt. 

Naast een aantal wat kleinere projecten is er tenslotte ook nog de solocarrière van de Brit, die inmiddels ook al een dozijn platen heeft opgeleverd. 

Ik moet toegeven dat ik van deze flinke stapel platen slechts een handvol in de kast heb staan. In de hoogtijdagen van Porcupine Tree was mijn liefde voor progrock tijdelijk verdwenen, terwijl de aandacht voor het solowerk van de Britse muzikant werd bemoeilijkt door het ontbreken van zijn platen op streaming diensten als Spotify en Apple Music. 

Op deze streaming diensten is de nieuwe plaat van Steven Wilson gelukkig wel te vinden, net als een aantal van zijn vorige platen. Ik ben inmiddels diep onder de indruk van de man’s vermeende meesterwerk Hand. Cannot. Erase. uit 2015, maar ook de nieuwe plaat van Steven Wilson (die werkelijk fantastisch klinkt op vinyl) is inmiddels maar moeilijk van de platenspeler te krijgen. 

Op To The Bone eert Steven Wilson naar verluid de muzikale helden uit zijn jeugd en kiest hij, meer dan op de meeste van zijn vorige platen, voor een serie behoorlijk toegankelijke songs. Het zijn songs die in eerste instantie flarden van Kate Bush, David Bowie, Talk Talk en vooral Peter Gabriel laten horen, maar hoe vaker je naar To The Bone luistert, hoe meer invloeden opduiken. 

Steven Wilson citeert op zijn nieuwe plaat zeer nadrukkelijk uit de archieven van de popmuziek uit de jaren 80, maar is ook zijn oude liefde, de progrock, zeker niet vergeten. To The Bone bevat zoals gezegd behoorlijk toegankelijke songs, maar zeker in de wat langere songs stopt Steven Wilson zijn muziek vol unieke accenten, waardoor je het ene moment midden in de jaren 80 zit en het volgende moment wordt teruggeworpen naar de hoogtijdagen van Yes of wordt voortgestuwd naar de rockmuziek van deze tijd. 

Steven Wilson bespeelt zelf een heel arsenaal aan instrumenten en tekende ook voor de fraaie productie van de plaat. To The Bone valt hiernaast op door de stevig aanzette orkestratie met flink wat strijkers en vooral door de prachtige gastbijdragen van twee zangeressen. 

De inmiddels redelijk bekende Zwitserse zangeres Sophie Hunger maakt zoals altijd indruk, maar de voor mij totaal onbekende Israëlische zangeres Ninet Tayeb imponeert met zang die direct zorgt voor kippenvel. 

To The Bone is door de critici inmiddels (warm) onthaald als de popplaat van Steven Wilson. Daar is wel iets voor te zeggen, zeker als de Brit zijn liefde voor de muziek van onder andere E.L.O en Tears For Fears uit, maar To The Bone graaft oneindig veel dieper dan de gemiddelde popplaat en is volgestopt met muzikale hoogstandjes en verrassende wendingen. To The Bone is hierdoor ook zeker interessant voor liefhebber van progrock en de aangrenzende soorten rock, zeker wanneer de gitaren en keyboards alle ruimte krijgen en de ritmesectie los gaat. 

Steven Wilson heeft ook nog eens meer te zeggen dan de gemiddelde popmuzikant en maakt zich op zijn nieuwe plaat (terecht) zorgen over de wereld waarin we leven.  Het maakt van To The Bone een zeer indrukwekkende plaat, die nadrukkelijk onderstreept hoe groot het talent van Steven Wilson is. Erwin Zijleman





maandag 21 augustus 2017

Kacy & Clayton - The Siren's Song

Kacy Anderson en Clayton Linthicum bundelden een aantal jaren geleden de krachten, nadat Clayton Linthicum een aantal jaren aan de weg had getimmerd met de helaas wat ondergewaardeerde band The Deep Dark Woods. 

Het tweetal, dat elkaar overigens al kent sinds hun kinderjaren in het afgelegen Wood Mountain Uplands, Saskatchewan, debuteerde in 2013, maar brak een jaar geleden door met het ijzersterke Strange Country, dat werd gedomineerd door invloeden uit de traditionele Britse folk. 

Voor hun nieuwe plaat wist het tweetal niemand minder dan Wilco voorman Jeff Tweedy te strikken, die het duo uitnodigde in zijn studio in Chicago. 

Jeff Tweedy heeft de nieuwe plaat van Kacy & Clayton voorzien van een wat meer band georiënteerd geluid en het is een geluid dat zich niet alleen laat beïnvloeden door de traditionele Britse folk, maar ook door de Amerikaanse folkrock en 60s psychedelica. 

Aan de hand van Jeff Tweedy leggen Kacy & Clayton een aantal andere accenten, maar de sterke punten van de vorige plaat van het Canadese duo zijn gelukkig behouden. Ook op The Siren’s Song, dat overigens verpakt is in een door Daniel Romano ontworpen hoes die zo lijkt weggelopen uit de jaren 60 of 70, staat de prachtige stem van Kacy Anderson centraal. 

De Canadese zangeres beschikt over een mooie heldere stem, die tot dusver vooral is vergeleken met die van Sandy Denny. Vergelijken met een van de beste folkzangeressen aller tijden is misschien net wat teveel eer, maar de stem van Kacy Anderson is absoluut prachtig. Ook Clayton Linthicum draagt in vocaal opzicht zijn steentje bij en dat doet hij verdienstelijk. 

Persoonlijk zou ik Kacy Anderson alle vocalen voor haar rekening laten nemen, maar de combinatie van mannen- en vrouwenvocalen voorziet The Siren’s Song wel van wat meer variatie en dynamiek. Ook het wat meer op de voorgrond tredende gitaarwerk en de invloeden uit de folkrock en psychedelica maken van The Siren’s Song een wat spannendere plaat dan zijn voorganger. 

Net als die voorganger is de derde plaat van Kacy & Clayton er echter een waarbij het heerlijk achterover leunen is. The Siren’s Song laat zich beluisteren als een vergeten plaat uit vervlogen tijden en het is een hele mooie plaat. 

Waar het duo op haar eerste twee platen vooral vertrouwde op de prachtige vocalen van Kacy Anderson, heeft The Siren’s Song net wat meer te bieden. De songs op de plaat zijn van het soort dat nog een tijd groeit en ook de instrumentatie op en productie van de plaat winnen nog een tijd aan kracht. 

Omdat de stem van Kacy Anderson bij al die luisterbeurten ook alleen maar mooier en indrukwekkender wordt, durf ik inmiddels wel te concluderen dat Kacy & Clayton met The Siren’s Song definitief de belofte voorbij zijn en zich hebben geschaard onder de smaakmakers binnen de folkmuziek van het moment. Erwin Zijleman