dinsdag 14 augustus 2018

The Beths - Future Me Hates Me

Een paar dagen geleden was ik nog vol lof over het debuut van de uit Auckland, Nieuw-Zeeland, afkomstige singer-songwriter Julia Deans. Uit datzelfde Auckland komt The Beths; de band rond zangeres Elizabeth Stokes. 

Eerder deze week beweerde ik nog dat wat je van ver haalt niet altijd lekkerder is, maar wanneer het gaat om even gruizige als zonnige popliedjes die zich al na één keer horen genadeloos opdringen, heb ik het de laatste tijd niet veel beter gehoord dan op het debuut van The Beths. 


Future Me Hates Me is een plaat vol zonnestralen, maar het is ook een lekker gruizige plaat, die ook de stekeligere songs niet schuwt. 


De gitarist van de band strooit driftig met zonnige gitaarlijnen en gooit er af en toe wat vervorming doorheen om je bij de les te houden. Zangeres Elizabeth Stokes heeft een aangename stem die meisjesachtig maar ook rauw klinkt en verrast hier en daar ook nog eens met geweldige koortjes. De ritmesectie geeft het geluid power en een energie boost. 


The Beths combineert het stekelige van Throwing Muses met het zwoele van The Bangles, het gevoel voor grootse popliedjes van Belly en de verleiding van Juliana Hatfield. Invloeden uit de jaren 90 spelen een belangrijke rol op de plaat, maar The Beths schuiven ook makkelijk op richting zonnige Westcoast pop, richting het beste van powerpop of komen opeens op de proppen met songs met een punky attitude. 


Qua invloeden en geluid heb ik het allemaal vaker gehoord, maar het zijn de geweldige popliedjes waarmee The Beths zich onderscheiden van alles dat er al is. Het zijn onweerstaanbare popliedjes met geweldige melodieën, aanstekelijke refreinen en jeugdige energie en onbevangenheid. 


De meeste popliedjes van The Beths zijn redelijk rechttoe rechtaan, maar de leden van de band, die allemaal zijn opgeleid tot jazzmuzikant, kunnen prima uit de voeten op hun instrumenten en kennen bovendien hun klassiekers. De songs van The Beths graven daarom veel dieper dan je bij eerste beluistering zal vermoeden en  worden eigenlijk alleen maar leuker. 


Future Me Hates Me blijkt bovendien steeds veelzijdiger. The Beths kunnen uit de voeten met rauwe gitaarsongs zoals Sleater-Kinney die maakt, maar maken net zo makkelijk honingzoete popliedjes die opschuiven richting The Sundays of The Cardigans. Future Me Hates Me heeft bovendien het frisse en eigenzinnige dat veel Schotse bands hebben. 


Het debuut van The Beths is al met al een plaat om heel gelukkig van te worden, maar het is ook een plaat die de fantasie prikkelt en die op ieder moment nieuwsgierig maakt naar hetgeen dat komen gaat. Iedere keer als ik de plaat op zet ben ik nog wat verliefder op het debuut van The Beths en bij iedere beluistering duikt er weer een andere omgevallen platenkast op. Het lijkt allemaal zo eenvoudig wat Elizabeth Stokes en haar medemuzikanten doen, maar ondertussen is Future Me Hates Me een razend knappe en volstrekt onweerstaanbare plaat. Heerlijk. Erwin Zijleman


Het debuut van The Beths is verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band: https://thebethsnz.bandcamp.com/album/future-me-hates-me.

 


maandag 13 augustus 2018

Fenne Lily - On Hold

Op de stapel met nog te beluisteren platen lag inmiddels al een maand of drie On Hold, het debuut van de Britse singer-songwriter Fenne Lily. 

Fenne Lily is een jonge muzikante uit het Britse Dorset. Op haar 16e bereikte ze een miljoenenpubliek met een video op YouTube (de clip bij Top To Toe werd naar verluidt 22 miljoen keer bekeken) en trok ze onder andere de aandacht van topproducer van John Parish (PJ Harvey). 

Fenne Lily is inmiddels 20 en heeft een debuut afgeleverd dat bij mij weliswaar lang op de stapel heeft gelegen, maar bij eerste beluistering direct een onuitwisbare indruk heeft gemaakt. 

De tegenwoordig vanuit Bristol opererende singer-songwriter is misschien pas twintig, maar heeft een plaat vol verdriet en frustratie gemaakt. Een op de klippen gelopen relatie vormde de belangrijkste inspiratiebron voor de meeste songs op de plaat, waardoor On Hold een ware breakup-plaat genoemd mag worden. 

Nu gun ik iedereen zijn of haar liefdesgeluk, maar muzikanten die met de keerzijde van de liefde worden geconfronteerd leveren wel bovengemiddeld veel hele goede platen op. On Hold van Fenne Lily is zeker geen uitzondering. De jonge Britse muzikante heeft een aardedonkere plaat, maar ook een plaat van grote schoonheid en een bijzondere intimiteit gemaakt. 

Het deels door Jon Parish geproduceerde On Hold valt op door een sobere maar ook beklemmende instrumentatie. Het is een instrumentatie die wordt gedragen door wonderschone en atmosferische gitaarlijnen, die prachtig combineren met de heldere en emotievolle stem van Fenne Lily. 

De stem van de jonge Britse singer-songwriter ligt lekker in het gehoor, maar maakt ook geen geheim van het verdriet dat Fenne Lily moest doorstaan, wat vaak zorgt voor een lichte trilling in haar stem. 

De combinatie van weemoedige gitaarlijnen, atmosferische klanken en fluisterzachte vocalen vol melancholie doet wel wat denken aan de muziek van onder andere Julien Baker en Phoebe Bridgers, voor mij de smaakmakers van 2017, maar On Hold van Fenne Lily roept ook zeker associaties op met de muziek van Sharon Van Etten, Laura Marling en Beth Orton en de platen van bands als Daughter en London Grammar. 

Fenne Lily moet met On Hold concurreren met een heel legioen aan jonge vrouwelijke singer-songwriters met een wat sombere kijk op de wereld en een levenswandel met de nodige obstakels, maar wat mij betreft kan de singer-songwriter uit Bristol de concurrentie aan. 

Fenne Lily raakt in een aantal tracks aan de bovengenoemde voorbeelden, maar kan ook uit de voeten in een ingetogen folksong, vol echo’s naar de rijke tradities van de Britse folk. Bovendien schrijft ze verrassend sterke songs; een prestatie die nog wat extra glans krijgt als je weet dat ze een aantal songs schreef toen ze pas 15 jaar oud was. 

On Hold is een plaat waarvan ik direct ben gaan houden, maar de liefde voor de muziek van Fenne Lily is sindsdien alleen maar gegroeid. In Nederland heeft de plaat nauwelijks aandacht gekregen, maar voor mij is dit toch een van de ruwe diamanten van 2018 tot dusver; diamanten die overigens steeds feller fonkelen. Erwin Zijleman