dinsdag 21 februari 2012

AlascA - Actors & Liars

Bij Volendam denk ik vooral aan Jan Smit, Nick en Simon, BZN en The Cats. Allemaal exponenten van de zogenaamde paling sound; muziek waar ik het persoonlijk niet warm of koud van krijg, iets wat overigens ook geldt voor de vettige smaak van de naamgever van deze muziekstijl. De paling is inmiddels een bedreigde diersoort en kennelijk heeft dat ook zijn weerslag op de levensvatbaarheid van de palingsound, want de afgelopen weken waait er opeens een hele andere muzikale wind uit Volendam. De Volendamse band AlascA weet tot dusver grote namen aan zich binden. Popprofessor Leo Blokhuis noemde de band al de grote belofte voor 2012 en niemand minder dan Fleet Foxes zanger Robin Pecknold noemde AlascA onlangs het Europese antwoord op Fleet Foxes. Is alle ophef rond AlascA terecht en is er leven na de palingsound? Ja, wat mij betreft wel. Actors & Liars, het debuut van AlascA is een behoorlijk sterke plaat die inderdaad een stuk dichter bij de muziek van Fleet Foxes dan bij die van de tot dusver bekende Volendamse muziekscene ligt. Gelukkig is AlascA echter geen Fleet Foxes kloon, want daar hebben we er al genoeg van. AlascA maakt op haar debuut muziek die zich niet zomaar in een hokje laat duwen. Het ene moment schurkt de band dicht tegen de indiefolk van een band als Fleet Foxes aan, maar AlascA schotelt je net zo makkelijk 70s folk of zelfs folk met invloeden uit de Middeleeuwen voor. Ook het tempo op de plaat varieert flink. In een aantal tracks voert de band het tempo flink op en wordt uitgepakt met een breed instrumentarium, maar hier tegenover staan een aantal uiterst sobere en zich langzaam voortslepende tracks. Hier en daar hoor je wel dat de band nog niet heel ervaren is, maar de knappe productie van de Brit Alan Branch (bekend van zijn werk met onder andere Jeff Beck, Sinead O’Connor en U2) strijkt eventuele vervelende plooien op effectieve wijze strak. Het levert een veelzijdige folkplaat met vooral invloeden uit de 60s, 70s en het heden op, die zich in zowel in muzikaal als vocaal opzicht weet te onderscheiden binnen het enorme aanbod van het moment. Actors & Liars verwarmt met mooie melodieën en fraaie harmonieën, maar weet ook de fantasie te prikkelen door onverwachte wendingen en verrassende uitstapjes. Actors & Liars is geen plaat die direct het achterste van de tong laat zien, maar is een plaat die je moet laten rijpen. Het debuut van AlascA wordt vervolgens alleen maar mooier en veelzijdiger. Is AlascA het Europese antwoord op Fleet Floxes? Nee, wat mij betreft niet, al is het maar vanwege de grote variatie op Actors & Liars. Is AlascA dan wel één van de grote beloften voor 2012? Ja! Erwin Zijleman

maandag 20 februari 2012

Shearwater - Animal Joy

Een paar jaar geleden was het nog redelijk overzichtelijk. Jonathan Meiburg en Will Sheff vormden de basis van zowel Okkervil River als Shearwater en reserveerden het stevigere materiaal voor de eerste band en het wat meer ingetogen werk voor de tweede. Will Sheff richt zich inmiddels volledig op Okkervil River, terwijl Jonathan Meiburg nu alle touwtjes in handen heeft bij Shearwater. De band uit Austin, Texas, maakte de afgelopen jaren een aantal hele mooie platen, waarop het geluid van de band langzaam transformeerde van uiterst breekbaar tot behoorlijk vol en meeslepend. Het in 2010 verschenen The Golden Archipelago (samen met Palo Santo uit 2006 en Rook uit 2008 onderdeel van een heuse trilogie) kreeg hier en daar zelfs het label progrock opgeplakt. Dat ging misschien wat ver, maar het verschil met de vroege platen van de band was enorm. Op het deze maand verschenen Animal Joy slaat Shearwater wederom nieuwe wegen in. Vergeleken met het volle geluid van zijn voorganger klinkt Animal Joy behoorlijk eenvoudig en direct. Veel songs zijn opgebouwd rond een voor Shearwater begrippen behoorlijk rauwe gitaarrif, die over het algemeen slechts gezelschap krijgt van bas en drums, hier en daar een piano of orgel en uiteraard de uit duizenden herkenbare falsetstem van Jonathan Meiburg. Dit betekent niet dat het bombast dat voorzichtig zijn intrede deed op de vorige platen van Shearwater helemaal is verdwenen op de nieuwe plaat. Opener Animal Life begint sober, maar krijgt uiteindelijk de allure van een track van The Arcade Fire. Dit kunstje wordt nog een aantal keren herhaald, met name in de wat langere tracks op de plaat, maar Animal Joy bevat ook een aantal wat minder dynamische rocksongs. Net als op de vorige platen van Shearwater is het ook dit keer de opvallende stem van Jonathan Meiburg die in eerste instantie de meeste aandacht trekt. Het is een wat atypische hoge stem waarvan je moet houden, al went het wel. Bij herhaalde beluistering valt pas op hoe goed en trefzeker de ritmesectie op deze plaat is. Met name het drumwerk van Thor Harris speelt een cruciale rol op Animal Joy en zet in de meeste gevallen de lijnen uit. De muziek van Shearwater was in het verleden niet erg toegankelijk, maar Animal Joy is een plaat die in de meeste gevallen onmiddellijk zal overtuigen. Het is echter ook een plaat die nog moet en ook zal groeien. Animal Joy laat zich in een aantal tracks zoals gezegd vergelijken met de muziek van The Arcade Fire, maar ik hoor ook wel wat van de muziek die Peter Gabriel en King Crimson aan het begin van de jaren 80 maakten, al heeft Animal Joy op zich geen 80s geluid. Al met al is Animal Joy een plaat die uitstekend past in het inmiddels prachtige oeuvre van Shearwater en is het bovendien een plaat die de band wat verder omhoog kan stuwen, wat gezien de kwaliteit van hun platen overigens niet meer dan terecht zou zijn. Erwin Zijleman

zondag 19 februari 2012

Tindersticks - The Something Rain

Tindersticks is misschien niet meer zo productief als in haar eerste en volgens velen beste jaren, maar de band staat ook de afgelopen paar jaar nog garant voor platen van hoog niveau. Het gold voor het na een pauze van vijf jaar verschenen The Hungry Saw, het gold voor het twee jaar geleden verschenen Falling Down A Mountain (al waren de meningen over deze plaat verdeeld) en het geldt voor het deze week verschenen The Something Rain. De opener is even doorbijten. Het 9 minuten durende Chocolate bestaat uit stemmige muziek en spoken word. Chocolate vertelt het verhaal van een man die denkt met een mooie vrouw mee naar huis te mogen, maar eenmaal tussen de lakens komt hij er achter dat het een man is, waarna hij hier maar aan toe geeft met de relativerende opmerking "I was never a breast man anyway".  Dankzij de mooie muziek en de prachtig opgebouwde spanning vond ik het de eerste keer wel mooi, maar sindsdien heb ik Chocolate overgeslagen. Wat overblijft zijn acht lange tracks die je wel veel vaker wilt horen. Dankzij de uit duizenden herkenbare stem van Stuart A. Staples weet je direct dat het om Tindersticks gaat, maar The Something Rain is zeker geen herhalingsoefening. In een aantal tracks verrast de band uit het Britse Nottingham met een hoeveelheid dynamiek die we eigenlijk niet van Tindersticks gewend zijn. In deze tracks transformeert de warme en stemmige instrumentatie langzaam maar zeker in een veel steviger geluid waarin de gitaren stevig ronken, de saxofoon scheurt en de donkere stem van Stuart A. Staples gezelschap krijgt van een wat vinnigere vrouwenstem. Tindersticks maakt nog altijd muziek die heerlijk in het gehoor ligt, maar het kabbelt niet meer altijd zo sfeervol voort als we van de band gewend zijn. Dat is aan de ene kant jammer, maar aan de andere kant valt er op The Something Rain zoveel te beleven dat je de plaat al snel met liefde zult omarmen. Ook voor de liefhebbers van het wat meer ingetogen geluid van Tindersticks valt er op The Something Rain overigens genoeg te genieten, want de plaat bevat ook een aantal tracks waarin de band gas terug neemt en ingetogen keyboards, belletjes, strijkers en blazers en de zwoele vocalen van Stuart A. Staples het geluid bepalen. The Something Rain is net als alle andere platen van Tindersticks een warme en stemmige plaat met vooral melancholisch aandoende songs. Een echte plaat voor de winter dus. Wat dat betreft had The Something Rain ook best een paar weken eerder kunnen verschijnen, al komen er vast nog volop regenachtige zondagen waarop The Something Rain ook uitstekend tot zijn recht zal komen. Ondanks de minder overtuigende opener vind ik The Something Rain inmiddels beter dan zijn twee voorgangers, wat de conclusie rechtvaardigt dat Tindersticks haar oude topvorm weer heeft gevonden. Erwin Zijleman