maandag 22 juli 2019

The Flaming Lips - King's Mouth

The Flaming Lips keren terug naar het geluid van hun klassiekers van 20 jaar geleden en betoveren met een modern sprookje
Ik heb al meer dan vijfentwintig jaar een zwak voor de muziek van de Amerikaanse band The Flaming Lips. Het heeft een serie bijzondere albums opgeleverd. Hieronder albums die inmiddels de status klassieker verdienen, maar ook albums die ondanks aardige experimenten nooit meer de kast uit komen. Het ter ere van Record Store Day 2019 verschenen en nu alsnog regulier uitgebrachte King’s Mouth zou uiteindelijk wel eens in de eerste categorie kunnen gaan vallen. De band verpakt een bijzonder sprookje in een serie songs vol invloeden uit de neo-psychedelica en de psychedelica uit de jaren 60. Het zijn songs die betoveren met wonderschone passages en verwonderen met flink wat avontuur. Buitengewoon fascinerend album weer van deze unieke band.


Er is een tijd geweest dat de albums van de Amerikaanse band The Flaming Lips stuk voor stuk jaarlijstjeswaardig waren, zeker voor de recensenten van de gerenommeerde Britse muziektijdschriften Mojo en Uncut, die superlatieven tekort kwamen bij het bejubelen van de albums van de band. 

Sinds briljante albums als The Soft Bulletin uit 1999 en Yoshimi Battles The Pink Robots uit 2002, maakt de band uit Oklahoma City, Oklahoma, het de luisteraar echter lang niet altijd even makkelijk. 

Dat betekent zeker niet dat er sindsdien geen memorabel album van The Flaming Lips meer is verschenen. Ieder album dat de band sinds de genoemde twee meesterwerken heeft uitgebracht is op een of andere manier interessant, maar het ontbrak vaak wel wat aan consistentie, toegankelijkheid en pure magie. Met name Embryonic uit 2009, The Terror uit 2013 en Oczy Mlody uit 2017 had ik echter niet graag gemist. 

Eerder dit jaar verscheen op Record Store Day een nieuw album van The Flaming Lips en op dit album keerde de band wat meer terug naar het geluid van de eerder genoemde meesterwerken van al weer bijna 20 jaar geleden. Dit album, King’s Mouth, met de ondertitel Music And Songs, krijgt nu gelukkig ook nog een reguliere release. 

King’s Mouth is onderdeel van een groter project, waarvan ook nog een boek en een kunstinstallatie deel uit maken. Het is een conceptalbum dat een modern sprookje vertelt over een reuzenkoning die zichzelf opoffert om zijn stad te redden en dit ook blijft doen nadat zijn hoofd is verwerkt tot monument. Een sprookje vraagt om een verteller en hiervoor is niemand minder dan The Clash zanger en gitarist Mick Jones gerekruteerd, die het verhaal vertelt met een fraaie Britse tongval. 

Het verhaal voorziet het nieuwe album van The Flaming Lips al van consistentie, maar ook de songs op het album klinken consistenter dan die op de laatste paar albums van de Amerikaanse band. De knap in elkaar stekende songs herinneren meer dan eens aan de grote albums van The Flaming Lips. Dit waren albums waarmee de band aan de basis stond van het inmiddels florerende hokje neo-psychedelica. Ook op King’s Mouth hoor je veel muziek die past in het hokje neo-psychedelica, maar invloeden uit de psychedelica uit de jaren 60 en 70 zijn minstens net zo nadrukkelijk aanwezig. 

Ik moet direct toegeven dat ik de draad van het verhaal vrij snel kwijt was, maar in muzikaal opzicht is King’s Mouth een album dat boeit en blijft boeien. De songs op het album klinken een stuk toegankelijker dan vrijwel alles dat de band de laatste 15 jaar heeft gemaakt, maar echt makkelijk maakt de band rond voorman Wayne Coyne het je gelukkig nooit. Net als je zielsgelukkig wordt van wonderschone klanken is er altijd wel weer de verrassende wending die je met beide benen op de grond zet en zo hoort het ook bij The Flaming Lips.

De songs op het album schieten alle kanten op en hetzelfde geldt voor de uitbundige instrumentatie en productie. Het laatste deed de band grotendeels zelf, maar voor de finishing touch werden ook topproducer Mike Fridmann, die ook de meest succesvolle albums van de band produceerde, en zijn zoon Dave ingehuurd. 

Bij eerste beluistering was ik niet overtuigd van de waarde van een verteller, maar de gesproken tekst van Mick Jones voorziet het album uiteindelijk wel van een unieke sfeer. Zo goed als The Soft Bulletin of Yoshimi Battles The Pink Robots is King’s Mouth natuurlijk niet, maar iedereen die de band sindsdien heeft afgeschreven moet dit fraaie album zeker eens proberen. Erwin Zijleman


 

zondag 21 juli 2019

Chuck Cleaver - Send Aid

Wussy voorman Chuck Cleaver maakt een prima soloalbum, dat wat meer rammelt dan de albums van zijn band, maar al snel net zo overtuigt en vermaakt
Wussy werd in 2005 dankzij haar debuut Funeral Dress in een klap een van mijn favoriete bands en die status bevestigde de band uit Cincinnati, Ohio, met haar laatste twee albums. Na het uitstekende Wussy album van vorig jaar is er nu het eerste soloalbum van voorman Chuck Cleaver. Het is een album dat wat meer rammelt dan de albums van zijn band en hierdoor wat opschuift richting lo-fi. De popliedjes van de Amerikaanse muzikant zijn flink korter dan die van zijn band, maar het zijn nog steeds geniale popliedjes, waarvan ik alleen maar heel blij kan worden. Send Aid duurt nog geen half uur, maar wat is er veel moois verstopt op het album. Het bevestigt de status van Chuck Cleaver als een van de betere songwriters van het moment.


Chuck Cleaver formeerde aan het eind van de jaren 80 in Cincinnati, Ohio, de band Ass Ponys. De band maakte uiteindelijk zes albums, waarvan de laatste, het in 2001 verschenen Lohio, met afstand de beste is. Lohio is een van de parels in mijn platenkast, maar het bleek helaas ook de zwanenzang van de band en een album dat ondanks zeer lovende recensies slechts in kleine kring werd opgepikt. 

Chuck Cleaver formeerde na het uiteenvallen van Ass Ponys samen met Lisa Walker een nieuwe band, Wussy. Die band debuteerde in 2005 met instant klassieker Funeral Dress en dat is het album dat in het betreffende jaar mijn jaarlijstje aanvoerde. Op een of andere manier verloor ik Wussy hierna uit het oog, maar met prachtalbums als Forever Sounds uit 2016 en What Heaven Is Like uit 2018 wakkerde mijn liefde voor de band weer flink aan. 

Deze week verscheen Send Aid, voor zover ik weet het eerste soloalbum van Wussy voorman Chuck Cleaver. Send Aid bevat 10 songs en voor deze 10 songs heeft Chuck Cleaver slechts 26 minuten nodig. Dat klinkt als lo-fi en dat is een hokje waarmee je het album zeker niet tekort doet. 

Chuck Cleaver blinkt inmiddels al een aantal decennia uit als songwriter en ook op zijn eerste soloalbum komt de Amerikaanse muzikant weer op de proppen met een serie uitstekende songs. Het zijn songs die wat meer mogen rammelen en die wat minder nauwkeurig zijn uitgewerkt dan de songs van Wussy, maar dit geeft de songs op Send Aid ook een bepaalde charme. 

Het eerste soloalbum van Chuck Cleaver had van mij best wat langer mogen duren, maar ik ben blij met de 26 minuten muziek op Send Aid. De lo-fi popliedjes op het album hebben niet veel tijd nodig om indruk te maken en weten stuk voor stuk te verassen met geniale refreinen en bijzondere accenten in de instrumentatie, waaronder zelfs een sitar. 

Wat misschien nog wel het meest opvalt bij beluistering van het soloalbum van Chuck Cleaver is het spelplezier dat van het album af spat. De Amerikaanse muzikant had nog een aantal songs liggen die niet zo goed passen in het werk van zijn band, maar het zijn songs die hem hoorbaar dierbaar zijn. Send Aid is tien tracks lang rauw, eerlijk en recht voor zijn raap. En zoals de beste lo-fi bands geniale popliedjes van twee minuten kunnen maken, kan Chuck Cleaver dit ook. 

De muziek van Wussy valt op door geweldig gitaarwerk en dit gitaarwerk hoor je ook op Send Aid, al mag Chuck Cleaver ook hier wat rauwer en losser te werk gaan dan gebruikelijk. Send Aid moet het verder hebben van bescheiden middelen, waaronder een aantal malen opduikende ritmebox, waardoor de songs op het album bijzonder klinken. Al met al komen er overigens toch flink wat instrumenten voorbij, dus sober klinkt het album zeker niet. 

Ik heb Chuck Cleaver inmiddels ruim 25 jaar hoog zitten als singer-songwriter en zijn eerste soloalbum verandert hier niets aan. Integendeel. De charmante serie popliedjes op Send Aid gaat hier nog heel vaak uit de speakers komen en klinken steeds wat urgenter. Heerlijk album. Erwin Zijleman

De muziek van de Wussy voorman is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band: https://wussy.bandcamp.com/album/send-aid.