maandag 26 juni 2017

The Deslondes - Hurry Home

De uit New Orleans afkomstige band The Deslondes was precies twee jaar geleden een bijzonder aangename verrassing met een titelloos debuut dat nadrukkelijk teruggreep op de Amerikaanse rootsmuziek uit de jaren 50 en 60 en uiteraard ook op de rijke muzikale historie van de bijzondere thuisbasis van de band. 

De mix van invloeden uit met name de rock ’n roll, country, soul en honky tonk ademde nadrukkelijk de sfeer van een ver verleden, maar deed het op een warme zomeravond in 2015 ook uitstekend. 

Het leverde de band terecht een serie bijzonder lovende recensies op, maar desondanks kwam ik de nieuwe plaat van de band alleen maar bij toeval op het spoor toen ik de lijst met de nieuwe releases van de week helemaal tot in de onderste regionen had bestudeerd. 

Hurry Home is inmiddels verschenen en is in muzikaal opzicht (gelukkig) geen muzikale aardverschuiving. Ook op haar nieuwe plaat grijpt de band uit New Orleans nadrukkelijk terug op de Amerikaanse rootsmuziek uit de jaren 50 en 60 en wederom heeft de band een voorliefde voor oude rock ’n roll, country en honky tonk. Het klinkt ook dit keer bijzonder lekker. 

De stokoude muziek van The Deslondes roept weer talloze associaties op met de muziek van muzikanten die ons inmiddels helaas vrijwel allemaal zijn ontvallen en komt in tegenstelling tot de stoffige en oude platen van meer dan een halve eeuw geleden glaszuiver uit de speakers. Dat laatste is wederom de verdienste van topproducer Andrija Tokic (Benjamin Booker, Hurray For The Riff Raff en natuurlijk Alabama Shakes), maar de band drukt zelf het meest nadrukkelijk haar stempel op Hurry Home. 

Ook de tweede plaat van The Deslondes maakt weer diepe indruk met fabuleus en veelkleurig gitaarspel en talloze andere fraaie accenten (luister naar het werkelijk heerlijke orgeltje, de tokkelende piano en naar de fantastisch spelende ritmesectie) en vooral met een veelzijdigheid waarop andere bands alleen maar heel jaloers kunnen zijn. Ook in vocaal opzicht zet de band een prima prestatie neer, zeker wanneer wordt gekozen voor koortjes die de perfectie van The Everly Brothers benaderen. 

Hurry Home is ondanks dezelfde inspiratiebronnen zeker geen herhalingsoefening. Het geluid van de band klinkt misschien net wat steviger en psychedelischer dan twee jaar geleden, maar het is nog altijd muziek die gemaakt lijkt voor broeierige zomeravonden. 

Het debuut van de band was twee jaar geleden een plaat die nog heel lang beter werd en het zal me niet verbazen wanneer dat ook voor Hurry Home op gaat. Er zijn momenteel heel veel bands die de mosterd halen in decennia die inmiddels ver achter ons liggen, maar het geluid van The Deslondes vind ik nog altijd uniek. Alle reden dus om deze plaat de aandacht te geven die het in de eerste week na de release zo moet ontberen. Erwin Zijleman





 

zondag 25 juni 2017

Jeff Tweedy - Together At Last

Een overbodig tussendoortje of een waardevolle aanvulling op een indrukwekkend oeuvre? De critici zijn het vooralsnog niet eens over Together At Last van Jeff Tweedy. 

De voorman van Wilco heeft op zijn eerste echte soloplaat (in 2002 verscheen onder zijn naam de filmsoundtrack Chelsea Walls) gekozen voor akoestische versies van songs uit zijn bijzondere catalogus. 

Together At Last moet het doen met akoestische gitaar, incidenteel mondharmonica en de stem van Jeff Tweedy. 

Uiteraard komen flink wat songs van Wilco voorbij, maar Together At Last staat ook stil bij inmiddels al weer bijna vergeten uitstapjes als Golden Smog (een supergroep met leden van flink wat aansprekende bands, waaronder The Jayhawks, The Replacements en Soul Asylum) en Loose Fur (Jeff Tweedy’s samenwerking met meesterdrummer Glenn Kotche en multi-instrumentalist Jim O'Rourke). 

Together At Last bevat misschien niets nieuws, maar de uiterst ingetogen akoestische versies van de songs van Jeff Tweedy klinken totaal anders dan de versies uit het verleden. Het zijn versies die je niet moet vergelijken met de originelen, maar moet beluisteren als nieuwe songs. Dan hoor je wat een geweldig songwriter Jeff Tweedy is, maar hoor je ook dat hij in staat is om met zeer bescheiden middelen songs tot leven te brengen. 

Het is maar weinig singer-songwriters gegeven om de aandacht 40 minuten vast te houden met een akoestische gitaar en een stem, maar Jeff Tweedy draait er zijn hand niet voor om. Together At Last ontleent zijn kracht natuurlijk aan de stem en het gitaarspel van Jeff Tweedy, maar het zijn vooral de geniale songs die de plaat zo goed maken. 

De rijk georkestreerde parels van Wilco blijken opeens songs die ook prima zijn terug te brengen tot de basis van akoestische gitaar en zang. Zeker wanneer Jeff Tweedy kiest voor uiterst ingetogen gitaarspel en zang hoor je er weinig tot niets van de originelen meer in, maar als de Amerikaan het tempo even opvoert, ben je toch opeens weer terug bij de meesterwerken van de band uit Chicago. 

Ik ben over het algemeen niet zo gek op uiterst sobere platen als de soloplaat van Jeff Tweedy, maar van deze plaat kan ik geen genoeg krijgen. Bij oppervlakkige beluistering lijkt het een op een avond en nacht in elkaar geflanste plaat, maar hoe beter ik luister hoe meer ik hoor. 

Together At Last van Jeff Tweedy is wat mij betreft een waardevolle aanvulling op het al zo bijzondere oeuvre van de Amerikaan en het is bovendien een plaat die naar meer smaakt. Er zijn nog heel wat Wilco songs die ik graag eens teruggebracht tot de essentie zou horen en natuurlijk is er ook nog dat andere bandje waarmee Jeff Tweedy aan het begin van de jaren 90 zoveel indruk maakte en een geheel nieuw genre op de kaart zette. Erwin Zijleman