dinsdag 21 februari 2017

Frontier Ruckus - Enter The Kingdom

De Amerikaanse band Frontier Ruckus imponeerde net iets meer dan twee jaar geleden met Sitcom Afterlife, overigens al de vierde plaat van de band uit East Lansing, Michigan. 

Het was een plaat die niet alleen een brug sloeg tussen Amerikaanse alt-country en Britse indiepop, maar het was bovendien een plaat vol popsongs waarvan je alleen maar zielsveel kon houden. 

Sitcom Afterlife haalde dan ook terecht mijn jaarlijstje over 2014, maar werd in de maanden die volgden alleen maar leuker en onmisbaarder. 

Met Enter The Kingdom herhaalt Frontier Ruckus het kunstje van zijn voorganger, maar laat de band uit Michigan ook op alle terreinen groei horen. 

Invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en met name de alt-country vormen nog altijd de basis van de muziek van Frontier Ruckus, maar de band sleept er vervolgens zoveel andere ingrediënten bij, dat ook Enter The Kingdom zich met geen mogelijkheid laat vergelijken met de gemiddelde Amerikaanse rootsplaat. 

Ook bij beluistering van Enter The Kingdom haal ik het vergelijkingsmateriaal uiteindelijk vooral uit de Britse popmuziek. Invloeden van uiteenlopende bands als The Housemartins, Belle & Sebastian, Lloyd Cole & The Commotions, Aztec Camera en Prefab Sprout zijn nadrukkelijk hoorbaar in de songs van Frontier Ruckus, maar als je goed gaat luisteren hoor je toch ook de onderlaag die een breed palet van de Amerikaanse rootsmuziek bestrijkt. 

Net als de genoemde Britse bands heeft Frontier Ruckus een voorkeur voor honingzoete popsongs en het zijn popsongs vol zonnestralen. De instrumentatie op de plaat is vaak uitbundig en past prachtig bij de bijzondere stem van Matthew Milia, die geregeld wordt ondersteund door een mooie vrouwenstem. 

Het is overigens een instrumentatie die het verdient om volledig uitgeplozen te worden. Dan pas hoor je hoe mooi de banjo, de pedal steel en andere instrumenten die zo belangrijk zijn in de Amerikaanse rootsmuziek prachtig samensmelten met de soms uitbundig ingezette strijkers of met heerlijk klagende orgeltjes. 

Frontier Ruckus klinkt op haar nieuwe plaat vaak uitbundig en zonnig, maar donkere wolken liggen altijd op de loer. Matthew Milia verschuilt zich overigens lang niet altijd achter een stevig aangezet instrumentarium, want de plaat bevat ook een aantal zeer ingetogen songs en ook hierin maakt de band indruk. 

Net als Sitcom Afterlife is Enter The Kingdom een plaat die opvalt door een bijzondere combinatie van invloeden en een al even bijzonder instrumentarium, maar imponeert door fantastische songs. Ook de songs op Enter The Kingdom waren me na één horen dierbaar, maar worden alleen maar beter en onweerstaanbaarder. 

Ook de nieuwe plaat van Frontier Ruckus is weer goed voor een brede glimlach die 11 songs en 36 minuten aanhoudt en hierna wil je alleen maar meer. Veel en veel meer. Wederom een jaarlijstjes plaat van deze unieke band. Erwin Zijleman





maandag 20 februari 2017

Moss - Strike

De Nederlandse band Moss debuteerde precies tien jaar geleden met The Long Way Back. 

Het was een plaat die naadloos aansloot bij een aantal andere platen op het Nederlandse Excelsior label en het was een plaat die, net als die andere Excelsior klassiekers, goed was voor een bijzonder aangenaam lentegevoel. 

Ook de drie platen die volgden vond ik bovengemiddeld goed, ook al maakten de gitaren steeds meer plaats voor elektronica en werden de genadeloos aanstekelijke gitaarliedjes van de eerste twee platen voorzien van steeds meer experiment. 

Na een stilte van precies drie jaar is Moss nu terug met Strike. Het is een plaat die door de critici is ontvangen met louter superlatieven. De Volkskrant noemde het op de dag van de release een hoogtepunt in de Nederlandse rockmuziek (in de tekst gerelativeerd tot een hoogtepunt in de Nederlandse rockmuziek van de laatste vijf jaar) en ook in de meeste andere recensies domineren de hele mooie woorden en maakt Strike bovendien gehakt van zijn vier voorgangers. 

Omdat deze voorgangers me zo dierbaar zijn en ik de woorden van de Volkskrant wel erg groot vind, begon ik met enige argwaan aan de beluistering van Strike, maar direct bij eerste beluistering had de plaat me te pakken. 

Moss grijpt op haar nieuwe plaat weer wat vaker naar de gitaren en strooit ook weer wat driftiger met aanstekelijke popliedjes. Op hetzelfde moment valt Strike ook op door fraaie elektronische accenten en is het een plaat die nergens fantasieloos binnen de lijntjes kleurt. 

Strike laat zich hierdoor beluisteren als een plaat waarop Moss het beste van haar vorige vier platen combineert. Strike bevat dertien songs en ze zijn alle dertien goed. Ze zijn ook alle dertien anders. 

Strike is een plaat die aangenaam vermaakt met frisse gitaarpop, maar het is ook een plaat die verrast, benevelt en betovert. Strike zet je hierdoor met enige regelmaat op het verkeerde been, maar het is ook een plaat die de zon laat schijnen, net zoals het debuut van de band dat al weer tien jaar geleden deed, of die het hart doet smelten met wonderschone klanken en een glasheldere productie. 

In de meest aanstekelijke momenten steekt Moss Coldplay naar de kroon met songs die 100 keer beter zijn dan die van de Britse huilebalken, maar Strike kan ook buitengewoon avontuurlijk of heerlijk stekelig klinken. In iedere song prikkelt Moss de fantasie met weer andere ingrediënten, maar op hetzelfde moment krijg je de songs op de plaat na één keer horen al niet meer uit je hoofd. 

Of Strike een hoogtepunt is in de Nederlandse rockmuziek durf ik niet direct te zeggen. Of de plaat veel beter is dan de ook al zo goede voorgangers ook niet, maar dat Moss met Strike een hele knappe plaat heeft gemaakt is absoluut zeker. Erwin Zijleman





zondag 19 februari 2017

Ryan Adams - Prisoner

De tijd waarin Ryan Adams meerdere platen per jaar maakte (en soms ook nog uitbracht) ligt achter ons en hetzelfde geldt voor de tijd waarin alles dat de Amerikaanse singer-songwriter aanraakte onmiddellijk in goud veranderde of op zijn minst de hemel in werd geprezen. 

Prisoner verschijnt ruim anderhalf jaar na de remake van Taylor Swift’s 1989 en wordt hier en daar stevig gekraakt. 

Daar kon ik me bij eerste beluistering van de groots klinkende rock-track waarmee de plaat opent wel iets bij voorstellen, want nog nooit lag de muziek van Ryan Adams zo dicht bij die van zijn in artistiek opzicht normaal gesproken toch beduidend minder interessante bijna naamgenoot Bryan Adams. 

Prisoner volgt op de periode waarin het huwelijk van Ryan Adams met zangeres Mandy Moore op de klippen liep en kan dus worden gezien als een break-up plaat. Dat is voor Ryan Adams niets nieuws, want ook zijn debuut Heartbreaker uit 2000 was natuurlijk een echte break-up plaat. 

Waar Ryan Adams op Heartbreaker de pijn van een verloren liefde in soms bijna hartverscheurende rootssongs stopte, kiest de Amerikaan dit voor een, zeker voor zijn doen, behoorlijk gepolijst rockgeluid. Prisoner werd geproduceerd door niemand minder dan Don Was, die het geluid van Ryan Adams flink heeft opgepoetst. Het is een geluid waar ik bij de eerste luisterbeurten wel wat moeite mee had, al raakt Prisoner ook meer dan eens aan de laatste paar platen van Bruce Springsteen. 

Nadat ik de nieuwe plaat van Ryan Adams wat vaker had gehoord, begon mijn mening echter te veranderen. Prisoner concentreert zich misschien vooral op rockmuziek en heeft een nogal gepolijst geluid, maar na enige tijd komt ook de pijn van Ryan Adams naar boven, winnen de songs flink aan kracht en hoor je toch ook steeds meer rootsmuziek op Prisoner. 

Zeker bij  beluistering met de koptelefoon hoor je hoe mooi Don Was het geluid op de plaat heeft opgebouwd en hoor je bovendien nog meer van het recentere werk van Springsteen (en is de vergelijking met Bryan Adams al lang naar de achtergrond verdwenen). 

Zeker de meer ingetogen songs worden eigenlijk alleen maar mooier en intenser. Het is prachtig hoe Ryan Adams door de ziel snijdt met mondharmonica uithalen vol weemoed, het is prachtig hoe in zijn stem soms een van melancholie overlopende snik is te horen en het is prachtig hoe Don Was de gitaren omgeeft door atmosferische elektronische wolken. Tenslotte moet gezegd worden dat ook de grootse rocksongs op de plaat steeds lekkerder klinken. 

Natuurlijk kan Ryan Adams beter er is Prisoner geen Heartbreaker, maar de Amerikaan heeft ook volop platen gemaakt die uiteindelijk veel minder memorabel waren dan deze nieuwe plaat na flink wat luisterbeurten. Prisoner wordt afwisselend bejubeld en verguisd. Ik kon even meevoelen met het laatste kamp, maar kies nu toch met volle overtuiging voor het eerste. Erwin Zijleman