Gwenifer Raymond is een jonge muzikante uit Wales die door Nirvana’s versie van Lead Belly’s Where Did You Sleep Last Night (op het album MTV Unplugged In New York) geïnteresseerd raakte in stokoude Amerikaanse blues en in het bespelen van de gitaar. Haar gitaarleraar liet haar vervolgens kennis maken met het unieke gitaarspel van John Fahey en alles komt nu samen op Gwenifer Raymond’s debuut You Never Were Much Of A Dancer.
Althans, dat is het verhaal volgens de Britse kwaliteitskrant The Guardian. In haar eigen biografie wordt Nirvana’s Nevermind genoemd als belangrijkste reden om gitaar te gaan spelen en kwam de oude Amerikaanse blues en folk via goedkope verzamel cd’s terecht in huize Raymond.
Ik vind het verhaal van The Guardian mooier, dus voorlopig hou ik daar maar aan vast. Ook het debuut van Gwenifer Raymond laat ik niet los, al ging dat zeker niet vanzelf. Het is een debuut waar ik nog niet al te veel over kan vinden en het is bovendien een debuut waar ik bij eerste beluistering niet veel mee kon en dat geldt waarschijnlijk voor meer muziekliefhebbers.
De jonge muzikante kan inmiddels op meerdere instrumenten uit de voeten en heeft haar debuut in haar eentje volgespeeld. You Never Were Much Of A Dancer opent met fluitende vogeltjes en een weemoedige en wat Oosters klinkende viool, maar na een minuut is Gwenifer Raymond zelf aan zet.
In de tweede track laat ze horen dat ze stevig is beïnvloed door het finkerpicking gitaarspel van John Fahey en imponeert de muzikante uit Wales met snel en onnavolgbaar akoestisch gitaarspel. Ik was er van overtuigd dat er op een gegeven moment een mooie folky stem zou invallen, maar dat gebeurt niet. In de derde track laat Gwenifer Raymond horen dat ze ook met de banjo geweldige dingen kan doen, maar vocalen blijven ook dit keer uit. Wanneer je het ook in de vierde track moet doen met bijzonder fraai gitaarspel, weet je dat de zang niet meer gaat komen.
Dat is in eerste instantie even slikken, want hoeveel instrumentale platen ken je die interessant genoeg zijn om meerdere keren te beluisteren? Ik ken er niet zo gek veel en was er van overtuigd dat ook het debuut van Gwenifer Raymond snel zou gaan vervelen, maar dat is zeker niet het geval.
De muzikante uit Wales, die tegenwoordig het Engelse Brighton als uitvalsbasis heeft, raakte ooit (al dan niet door Nirvana) verknocht aan de traditionele Amerikaanse folk en blues en het zijn deze invloeden die domineren op You Never Were Much Of A Dancer. Luister naar het debuut van Gwenifer Raymond en de beelden van onherbergzame dorpen in de Appalachen of de broeierige oevers van de Mississippi verschijnen op het netvlies.
Het snarenwerk op de plaat (naast akoestische gitaar en banjo speelt de jonge Britse ook nog slide gitaar) is soms razendsnel en onnavolgbaar, maar Gwenifer Raymond kan ook Ry Cooder naar de kroon steken met bijzonder loom slide spel dat niet had misstaan op de Paris, Texas, soundtrack en eert uiteraard haar held John Fahey veelvuldig, onder andere in het mooie Requiem For John Fahey.
In iedere track hoor je net weer andere klanken en na enige gewenning komen alle tracks tot leven. You Never Were Much Of A Dancer is zeker geen plaat voor alle momenten, maar zo op zijn tijd is het debuut van Gwenifer Raymond wonderschoon en buitengewoon fascinerend. Erwin Zijleman
Het debuut van Gwenifer Raymond is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://gweniferraymond.bandcamp.com/album/you-never-were-much-of-a-dancer.
02 juli 2018
01 juli 2018
Yes - The Steven Wilson Remixes
Ik weet niet precies hoeveel uren er in een dag van Steven Wilson gaan, maar het moeten er absoluut meer dan 24 zijn. De Britse muzikant maakte een flinke stapel platen met zijn band Porcupine Tree, maakte platen met Blackfield en leverde inmiddels ook een flink aantal soloplaten af. Hiernaast heeft de Brit kennelijk de tijd om klassiekers uit de geschiedenis van met name de symfonische rock te remixen.
Dit monnikenwerk leverde al hele fraaie remixen op van de platen van King Crimson (en E.L.P en Jethro Tull), maar Steven Wilson heeft zich de afgelopen jaren ook uitgeleefd met de master tapes van een aantal platen van de Britse symfonische rock pioniers Yes; iets dat mij overigens was ontgaan.
Het zijn dure tijden voor de fans van Yes, want de band toert momenteel in twee bezettingen en brengt aan de lopende band (live)platen uit. De echte liefhebber zal waarschijnlijk ook de nu verschenen vinyl box met Steven Wilson remixes niet laten liggen, al is het werk van de Brit natuurlijk niet onomstreden.
Zelf heb ik genoeg aan al het oude werk dat ik in mijn jongere jaren van de band verzamelde, maar ik was stiekem ook wel benieuwd naar het monnikenwerk van Steven Wilson. De Brit ging de afgelopen jaren aan de slag met The Yes Album uit 1971, Fragile uit 1972, Close To The Edge uit 1972, Tales From Topographic Oceans uit 1973 en Relayer uit 1974 en dit alles is nu gebundeld in een fraai uitgevoerde vinyl box, waarin ook het artwork van Roger Dean een facelift heeft gekregen.
Zoals gezegd is het werk van Steven Wilson niet onomstreden. De Brit is aan de slag gegaan met de originele master tapes en kon zo een andere draai geven aan het geluid van de legendarische Britse band. Dat kun je zien als geschiedvervalsing, maar ook als het restaureren van muzikaal erfgoed uit vervlogen tijden.
Ik luister nog incidenteel naar de platen van Yes, maar met name de eerste platen van de band ken ik door grijs draaien in het verleden noot voor noot. Luisteren naar de remixes van Steven Wilson is dan ook vooral een feest van herkenning, maar ik hoor ook allerlei dingen die ik nog nooit eerder heb gehoord.
Natuurlijk is de koptelefoon die ik nu heb veel beter dan de koptelefoon of speakers die ik als tiener bij elkaar had gespaard, maar aan de andere kant moeten mijn oren toen een stuk beter zijn geweest. Ik ga er dus maar van uit dat de remixes van Steven Wilson dingen laten horen die op de originele platen verzopen in het totaalgeluid of zover naar de achtergrond waren gemixt dat ze helemaal niet meer hoorbaar waren. Met name de drums en de keyboards klinken in mijn beleving veel beter dan in het verleden, maar ook allerlei kleine details trekken nu de aandacht.
De platen die ik ooit koesterde komen kraakhelder uit de speakers of de koptelefoon en brengen de muziek van Yes opnieuw tot leven. De purist zal beweren dat Steven Wilson zich schuldig heeft gemaakt aan heiligschennis door de platen van Yes anders te laten klinken, maar dat zie ik toch anders. Alles dat op de master tapes is te horen staat er niet voor niets op en mag daarom wat mij betreft best aan de oppervlakte komen. Verder moeten de verschillen niet overdreven worden; het zijn met name details die beter hoorbaar zijn.
Ik ben al lang geen groot liefhebber van progrock meer, maar met name de eerste platen van Yes kan ik nog zeer waarderen. Het zijn platen die in de versie van Steven Wilson op een of andere manier wat eigentijdser klinken dan het stokoude vinyl dat ik nog in huis heb. Ik ga dat stokoude vinyl zeker niet vervangen door deze prijzige vinyl box, maar als ik via Spotify nog eens wat van Yes wil horen is de kans groot dat ik niet grijp naar de originelen, maar naar de fraaie remixes van Steven Wilson. En als Steven Wilson zich de komende tijd verveelt heb ik nog wel een stapeltje suggesties (om te beginnen de beste platen van Genesis). Erwin Zijleman
Noot: ik heb de vinyl box uiteindelijk wel gekocht en heb er nog geen seconde spijt van gehad.
Abonneren op:
Posts (Atom)

