Ik kwam bij toeval op het spoor van de Amerikaanse muzikante Annabelle Dinda, maar haar nieuwe album, het blijkt overigens al haar vierde, is een album dat ik niet graag had gemist. Het is een album dat makkelijk schakelt tussen tijdloze singer-songwriter muziek en eigentijdse indiefolk en het is een album dat wat meer lo-fi klinkt dan vergelijkbare albums. In muzikaal opzicht klinkt Some Things Never Leave vrij basic, waardoor de stem van Annabelle Dinda alle aandacht krijgt. De muzikante uit New York beschikt over een zeer karakteristiek stemgeluid en zingt met veel gevoel, waardoor de songs op haar nieuwe album makkelijk de aandacht trekken en zich vervolgens snel opdringen.
Er zijn flink wat met name Amerikaanse websites die op basis van de waardering van zowel critici als muziekliefhebbers lijsten maken met de best beoordeelde albums van het moment. De website Album of the Year houdt ook een lijstje bij met de beste singer-songwriter albums van het moment. Op het lijstje van AOTY kwam ik flink wat albums tegen die ik de afgelopen weken heb besproken, maar ik zag ook een aantal nieuwe namen.
Een aantal door AOTY genoemde albums konden mij niet bekoren, maar Some Things Never Leave van Annabelle Dinda sprak me wel direct aan. Het is een naam die ik nog niet eerder had gehoord, waardoor ik uitging van een debuutalbum, maar de muzikante uit New York blijkt al vier albums op haar naam te hebben staan. De eerste drie moet ik nog eens beluisteren, maar voorlopig gaat alle aandacht uit naar Some Things Never Leave.
Het is een album dat moet concurreren met stapels hele goede singer-songwriter albums, want over het aanbod heb ik in de eerste weken van 2026 echt niets te klagen. Bij een aanbod van deze omvang moet een album er wel echt uit springen om de aandacht te trekken en vervolgens ook vast te houden, maar dat doet het album van Annabelle Dinda wat mij betreft.
Het is een album dat hier en daar een indiefolk album wordt genoemd, maar op andere plekken een indierock of indiepop album. Voor beide is wat te zeggen, maar ik zou zelf ook zeker het etiket lo-fi op het album plakken, dat overigens ook kan klinken als een tijdloos singer-songwriter album.
De muziek van Annabelle Dinda klinkt immers ruwer en rommeliger dan het gemiddelde indiepop album en steviger dan de meeste albums in het hokje indiefolk. Ook aan het etiket lo-fi kleven wel wat nadelen, want ik associeer het genre ook met half afgemaakte songs en extreem korte songs, maar beiden vind je niet op het vierde album van Annabelle Dinda.
De muzikante uit New York kiest voor een wat ruw geluid, maar ze heeft wel degelijk aandacht besteed aan de inkleuring van haar songs, bijvoorbeeld door het toevoegen van fraaie bijdragen van de viool. Op hetzelfde moment is Some Things Never Leave ook voorzien van een geluid zonder opsmuk. Het is een geluid dat charmant rammelt en dat past wel bij de stem van Annabelle Dinda.
Haar zang is soms wat rommelig, maar de karakteristieke stem van de Amerikaanse muzikante maakt van Some Things Never Leave wel een bijzonder album. Het is een album met meer gevoel en expressie dan het gemiddelde wat voortkabbelende indiefolk album en het is een album met iets scherpere randjes en ruwere kantjes dan het gemiddelde indiepop album.
Heel af en toe doet het me denken aan de debuutalbums van Tori Amos en Alanis Morissette, maar dan zonder de hysterie van de eerste en zonder de blinkende popsongs en fraaie productie van de tweede. Het betekent niet dat Annabelle Dinda niet af en toe de grenzen opzoekt met haar stem en het betekent ook zeker niet dat de songs van de muzikante uit New York niet af zijn.
Some Things Never Leave van Annabelle Dinda is een album dat af en toe wat kan schuren, maar het is ook een album dat relatief makkelijk overtuigt, zeker als je van wat minder gepolijste producties houdt. Voor mij is het vooral een album dat me weet te raken en dat is een groot goed. Het nieuwe album van Annabelle Dinda komt op de website Album of the Year tot een verrassend hoge gemiddelde score en daar valt wat mij betreft echt niets op af te dingen. Erwin Zijleman

