16 oktober 2026

Review: Jane Kramer - Moon & Mother

De Amerikaanse singer-songwriter Jane Kramer maakte tussen 2013 en 2019 drie uitstekende albums die haar naam vestigden, maar vervolgens werd het stil, tot deze week dan, waarin het prachtige Moon & Mother is verschenen.
Het aanbod binnen de Amerikaanse rootsmuziek is zo groot dat je er als singer-songwriter in het genre niet zomaar een jaartje tussenuit kan gaan. Jane Kramer is er na het fraaie Valley of the Bones ruim zevenenhalf jaar tussenuit geweest, maar gelukkig is het haar toch nog gelukt om een vierde album op te nemen. Haar eerste drie albums sprongen eruit met persoonlijke songs, mooie klanken en vooral de bijzondere stem van de Amerikaanse muzikante en dat zijn drie ingrediënten die terugkeren op het deze week verschenen Moon & Mother, dat zeker niet onderdoet voor zijn drie geweldige voorgangers. We hebben er lang op moeten wachten, maar Moon & Mother stelt zeker niet teleur.



Ik ken de Amerikaanse singer-songwriter Jane Kramer sinds 2014, toen haar oorspronkelijk in 2013 verschenen debuutalbum Break & Bloom terecht een tweede kans kreeg. Het is een album dat in eerste instantie vooral mijn aandacht trok met de bijzondere stem van Jane Kramer, die me afwisselend aan de stemmen van Natalie Merchant en Norah Jones deed denken. 
Break & Bloom had echter veel meer te bieden, want het is een album vol mooie en interessante en fraai ingekleurde songs, die zowel invloeden uit de folk en country als uit de jazz verwerken. 

Met Carnival of Hopes en Valley of the Bones uit respectievelijk 2016 en 2019 maakte Jane Kramer nog twee uitstekende albums en het zijn wat mij betreft allebei rootsalbums die anders klinken dan het gemiddelde album in het genre. Vooral Valley of the Bones beluister ik nog met enige regelmaat. Het is een album waarop Jane Kramer wat opschuift richting folk en country en waarop haar stem op zijn mooist klinkt. 

Na 2019 werd het helaas stil rond de Amerikaanse muzikante, die haar oorspronkelijke thuisbasis Asheville, North Carolina, inmiddels had verruild voor Portland, Oregon. Na 2019 veranderde er echter veel in het leven van Jane Kramer. De orkaan Helene verwoestte de gemeenschap waarin ze was opgegroeid, ze ging aan de slag als sociaal werker, ze keerde terug naar North Carolina en werd moeder. 

Valley of the Bones had hierdoor zomaar haar laatste album kunnen zijn, maar gelukkig was ze de liefde voor de muziek niet verloren en bleef ze songs schrijven. Ze had zelf eigenlijk niet verwacht dat dit nog tot een album zou leiden, maar het is er toch van gekomen want deze week verscheen haar vierde album, Moon & Mother. Het is een album over het moederschap, maar ook een album over een dochter die naar haar eigen moeder kijkt. Het is een album met persoonlijke songs, die Jane Kramer met veel gevoel vertolkt. 

Haar eerste drie albums werden wat mij betreft vooral opgetild door de mooie en emotievolle stem van de Amerikaanse muzikante en die stem is alleen maar mooier geworden in de loop der jaren. Bij beluistering van het debuutalbum van Jane Kramer had ik associaties met de stemmen van Norah Jones en Natalie Merchant, maar op haar tweede en derde album hoorde ik alleen nog iets van Natalie Merchant. Ook op Moon & Mother hoor ik af en toe nog wel wat van de zo karakteristieke stem van Natalie Merchant, maar Jane Kramer klinkt inmiddels vooral als zichzelf. 

De zang op Moon & Mother is echt prachtig, maar ook dit keer valt er meer te genieten op het album van de Amerikaanse muzikante. Moon & Mother verwerkt vooral invloeden uit de folk en de country, maar heeft een duidelijk eigen geluid. Er is hoorbaar veel aandacht besteed aan de inkleuring van de songs die zeer smaakvol en gevarieerd is en ook de songs op het album zijn stuk voor stuk van hoog niveau. 

Door de zeven jaren die zijn verstreken sinds het vorige album van Jane Kramer, moet ze haar fanbase zo ongeveer opnieuw opbouwen, al moet ik zeggen dat de herinneringen aan Break & Bloom, Carnival of Hopes en Valley of the Bones bij mij weer snel naar boven kwamen. Het zijn drie uitstekende albums die deze week met Moon & Mother een misschien nog wel mooiere opvolger hebben gekregen en dat is goed nieuws voor liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek. Erwin Zijleman


Review: Ashley Campbell, Qbus, Leiden, 15 oktober 2026


Dat Hans van Polanen er al jaren in slaagt om zeer aansprekende rootsmuzikanten naar de Leidse Qbus te halen is inmiddels bekend, maar het blijkt nog altijd beter te kunnen. Gisterenavond stond Ashley Campbell in de kleine Leidse concertzaal, die zeer goed gevuld was. De Amerikaanse muzikante trakteerde het publiek op een geweldig concert en voegde weer een memorabel optreden toe aan de imposante lijst concerten in de Qbus.

Ashley Campbell is de dochter van de legendarische muzikant Glen Campbell en de jongste van zijn negen kinderen. Ze kreeg de muziek thuis met de paplepel ingegoten en niet alleen van haar vader, maar ook van banjovirtuoos Carl Jackson, die haar leerde om dit ingewikkelde instrument te bespelen. Ashley Campbell stond met haar banjo op het podium tijdens de afscheidstournee van haar vader, die in 2017 overleed, en begon hierna aan een solocarrière.

Ik ken haar zelf sinds het vorig jaar uitgebrachte album Goodnight Nashville, al haar derde album. Goodnight Nashville is een geweldig album dat wat mij betreft wel wat meer aandacht had verdiend. Het is een album dat me af en toe wat doet denken aan Kacey Musgraves, een van mijn favoriete zangeressen, maar er zit wel meer country in de muziek van Ashley Campbell.


De muzikante uit Nashville stond in de Qbus op het podium met haar partner en gitarist Thor Jensen en een Britse bassist van wie ik de naam niet heb onthouden. De drie speelden met veel aandacht en zorg en namen de tijd voor het stemmen van hun instrumenten. En waar er gerenommeerde muziekpodia zijn waar de geluidsmix al decennia waardeloos is, klonk het geluid in de Qbus weer perfect.

Ashley Campbell nam een groot deel van het concert de akoestische gitaarpartijen voor haar rekening en schakelde af en toe over naar de banjo. De bassist speelde degelijk, maar de meeste aandacht werd in muzikaal opzicht getrokken door Thor Jensen, die de ene na de andere geweldige gitaarpartij afleverde. Hij kreeg af en toe de ruimte om te soleren, maar ook het meer ondersteunende gitaarspel was wonderschoon en verrassend veelkleurig.

De gitarist uit New York beschikt bovendien over een mooie stem, maar in vocaal opzicht ging alle aandacht uit naar Ashley Campbell die imponeerde als zangeres met een zachte en loepzuivere stem. Het is een stem met veel country, maar de muzikante heeft ook een duidelijk eigen geluid.

De drie speelden twee sets, waarin uiteraard veel songs van Goodnight Nashville voorbij kwamen, maar er ook ruimte was voor songs van het duo Campbell/Jensen. Daarnaast kwamen er fraaie versies voorbij van songs van Dolly Parton, Townes van Zandt, Hank Williams en Willie Nelson. Hoogtepunt van de avond was wat mij betreft de song Remembering, die Ashley Campbell schreef voor haar vader toen deze steeds zwaarder werd getroffen door Alzheimer en haar uiteindelijk niet meer herkende.

Al met al was het een prachtige avond in de Leidse Qbus en misschien wel de mooiste avond tot dusver. Hans van Polanen gaat gewoon door en heeft vanavond alweer de legendarische James McMurtry op de agenda staan, die samen met zangeres Betty Soo optreedt. Ga dat zien. Erwin Zijleman