02 oktober 2019

Sturgill Simpson - Sound & Fury

Sturgill Simpson heeft de country afgezworen op zijn nieuwe album en fascineert en imponeert met een mix van Southern rock, funk en een enorme bak elektronica
ZZ Top verrijkte de Southern rock van de band halverwege de jaren 80 met flink wat elektronica, wat een bijzonder geluid opleverde. Sturgill Simpson gaat op zijn nieuwe album nog een paar stappen verder. Ook hij begint bij Southern rock en elektronica, maar voegt ook nog flink wat invloeden uit de funk toe en kiest bovendien voor een veel stevigere elektronische injectie. Het levert een ongrijpbare mix van rock, funk en sci-fi op, die mijlenver is verwijderd van de retro-country die Sturgill Simpson op zijn zo goed ontvangen vorige albums maakte. Het is absoluut even wennen, maar wanneer je gevoelig bent voor de charmes van dit album, verleidt Sound & Fury meedogenloos.


Met het maken van retro country met een hang naar de jaren 70 maakte je je als muzikant lange tijd niet erg populair, maar de afgelopen jaren waren de albums in het genre niet aan te slepen en leverden invloeden uit de country van een aantal decennia geleden alleen maar punten op bij de muziekcritici. 

Een van de smaakmakers van de afgelopen jaren was wat mij betreft Sturgill Simpson. De muzikant die werd geboren in Jackson, Kentucky, maar inmiddels al geruime tijd in Nashville, Tennessee, woont, leverde met Metamodern Sounds In Country Music uit 2014 en A Sailor's Guide To Earth uit 2016 twee geweldige countryalbums af en liet met de productie van Purgatory van Tyler Childers horen dat hij ook als producer prima uit de voeten kan. 

Vorige week verscheen een nieuw album van Sturgill Simpson en ik was op voorhand benieuwd of de Amerikaanse muzikant de lijn van Metamodern Sounds In Country Music en A Sailor's Guide To Earth uit 2016 zou doortrekken en de hoge kwaliteit van deze albums zou kunnen benaderen. Je hoeft niet lang naar Sound & Fury te luisteren om te kunnen concluderen dat het antwoord op de eerste vraag negatief is. Sound & Fury lijkt in niets op zijn twee voorgangers en heeft de invloeden uit de countrymuziek volledig afgezworen. 

Het nieuwe album van Sturgill Simpson, dat is gestoken in een hoes die je al niet verwacht van een countrymuzikant, opent met gitaarwerk dat herinnert aan de Southern Rock van weleer, maar dan voorzien van een flinke bak elektronica. Het is de muziek waarmee ZZ Top ooit doorbrak naar een groot publiek, maar waar de Texaanse band de elektronica redelijk in de hand had en koos voor lekker in het gehoor liggende songs, heeft Sturgill Simpson een album gemaakt dat alle kanten op kan schieten en flink durft te experimenteren. 

Wanneer de gitaren ronken hoor je nog wel iets van rootsmuziek in de songs van de muzikant uit Nashville, maar op het grootste deel van Sound & Fury neemt Sturgill Simpson flink afstand van het genre. De Amerikaanse muzikant verrijkt zijn Southern rock met funky ritmes en pakt bovendien stevig uit met synths, die de muziek een sci-fi karakter geven. 

Liefhebbers van de country die Sturgill Simpson op zijn vorige albums maakte kunnen waarschijnlijk maar heel weinig met de nieuwe weg die de Amerikaanse muzikant is ingeslagen, maar na flink wennen vind ik Sound & Fury niet zo slecht. Integendeel zelfs. De mix van Southern rock, funk en elektronica swingt meedogenloos en blijkt behoorlijk meeslepend, net als de hier en daar wat vervormde zang van de Amerikaan. 

Zeker wanneer Sturgill Simpson de elektronica en de funk alle ruimte geeft, maakt hij muziek die ik nog niet eerder gehoord heb. Hier en daar lijken zelfs invloeden van Kraftwerk en Giorgio Moroder en invloeden uit de disco op te duiken, maar niet veel later hebben invloeden uit de rock toch weer de overhand. 

Sound & Fury is een album dat zich niet laat vergelijken met zijn twee voorgangers en dat moet je dan ook vooral niet doen. Luister vooral onbevangen naar het album en je hoort een muzikant die nadrukkelijk zijn eigen ding doet en hierbij zijn grenzen flink verlegt. Ik ben inmiddels wel gewend aan het nieuwe geluid van Sturgill Simpson en durf Sound & Fury zo langzamerhand wel een prachtplaat te noemen. En het is er een die maar blijft verrassen. Erwin Zijleman

   

01 oktober 2019

Opeth - In Cauda Venenum

Opeth intrigeert wederom met een ruim een uur durende en buitengewoon dynamische mix van 70s hardrock en progrock en metal van recentere datum
Opeth was jarenlang vooral een metal band en dat is niet mijn genre, maar sinds het drie jaar geleden verschenen Sorceress heeft de band uit Stockholm mijn volledige aandacht. Ook op het nu verschenen In Cauda Venenum combineert de Zweedse band invloeden uit de metal met flink wat 70s progrock en hardrock. Het levert ruim een uur buitengewoon intrigerende muziek op. Opeth wisselt toegankelijke stukken af met muzikaal vuurwerk en schakelt moeiteloos tussen stevige riffs en bijna ingetogen muziek. Het herinnert meer dan eens aan de rockmuziek uit een ver verleden, maar In Cauda Venenum staat ook absoluut in het heden.


De Zweedse band Opeth werd in 1990 opgericht in Stockholm en debuteerde vijf jaar later met een album waarop diverse soorten metal werden vermengd met een vleugje progrock. De band schoof in de jaren die volgden op richting metal en dat is een genre waar ik persoonlijk niet al te veel mee kan, waardoor ik een flinke stapel Opeth platen links heb laten liggen. 

De laatste jaren verwerkt Opeth weer meer invloeden uit de progrock in haar muziek en dat leverde drie jaar geleden het geweldige Sorceress op. Het album herinnerde aan de symfonische rock en hardrock uit de jaren 70, maar klonk door invloeden uit de metal ook eigentijds en bovendien als Opeth. 

We zijn inmiddels drie jaar verder en deze week verscheen een nieuw album van de band. In Cauda Venenum is zowel in een Zweedse als Engelse versie verschenen, wat qua luisterervaring nog best veel verschil maakt. In Cauda Venenum bevat ruim een uur muziek en het is muziek die flink wat van je vergt. Opeth heeft het album behoorlijk volgestopt met muzikaal vuurwerk en intermezzo’s, waardoor je continu heen en weer wordt geslingerd. Opeth walst hier en daar over je heem met meedogenloze metal riffs, maar neemt net ook gas terug in bijna lieflijk klinkende of op zijn minst folky passages. 

Vergeleken met Sorceress hoor ik weer wat meer invloeden uit de metal, maar ook op In Cauda Venenum spelen invloeden uit de progrock een belangrijke rol. Het is een genre dat ik onder mijn jeugdliefdes en/of jeugdzondes schaar en dat me inmiddels slechts zo nu en dan weet te boeien. Opeth slaagt daar op In Cauda Venenum vrij makkelijk in. De band schakelt net als Yes in haar beste dagen tussen uiterst ingetogen en zwaar bombastische muziek en bouwt op fraaie wijze de spanning op in haar muziek. 

Op het vorige album van de band hoorde ik ook flink wat invloeden uit de 70s hardrock, maar de riffs op In Cauda Venenum herinneren toch weer wat meer aan de metal. Opeth laat het zeker niet bij invloeden uit de progrock, hardrock en metal en sleept er op subtiele wijze van alles bij. Hier en daar hoor ik wat folk, niet veel later jazzrock of psychedelica. 

Opeth verrast op haar nieuwe album met een aantal redelijk rechttoe rechtaan passages, maar verrast nog veel vaker met onnavolgbare muziek. Het is muziek die bestaat uit vele lagen en het duurt wel even voor je al deze lagen hebt doorgrond. Er valt veel te genieten op In Cauda Venenum. Het gitaarwerk schiet alle kanten op, de synths en met name de orgels slepen je direct mee naar de jaren 70 en zanger Mikael Åkerfeldt laat nog maar eens horen dat hij een groot rockzanger is. Ik veer zelf vooral op wanneer invloeden uit de progrock domineren, maar alle andere invloeden gaan makkelijk mee naar binnen en winnen aan terrein. 

Opeth heeft met In Cauda Venenum wederom een zeer ambitieus album afgeleverd. Het is een album dat zeker bij eerste beluisteringen als behoorlijk heftig over komt, maar al snel valt alles op zijn plek. Ik heb dit jaar redelijk wat albums met invloeden uit de progrock beluisterd en werd maar zelden echt geboeid. Opeth boeit echter ruim een eer lang en ik hoor steeds meer moois op een album dat wat mij betreft overigens het best tot zijn recht komt in de Zweedse versie, waarop de taal nog net wat meer mysterie toevoegt aan het fascinerende geluid van Opeth. Erwin Zijleman